EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32017D0011(01)

Besluit (EU) 2017/760 van de Europese Centrale Bank van 24 april 2017 betreffende het totale bedrag van de jaarlijkse vergoeding voor toezicht voor 2017 (ECB/2017/11)

OJ L 113, 29.4.2017, p. 52–55 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2017/760/oj

29.4.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 113/52


BESLUIT (EU) 2017/760 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 24 april 2017

betreffende het totale bedrag van de jaarlijkse vergoeding voor toezicht voor 2017 (ECB/2017/11)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (1), met name artikel 30,

Gezien Verordening (EU) nr. 1163/2014 van de Europese Centrale Bank van 22 oktober 2014 betreffende een vergoeding voor toezicht (ECB/2014/41) (2), met name artikel 3, lid 1 en artikel 9, lid 2,

Overwegende:

(1)

Het totale bedrag van de krachtens artikel 9, lid 2 van Verordening (EU) nr. 1163/2014 (ECB/2014/41) aan te rekenen jaarlijkse vergoeding voor toezicht moet de uitgaven van de Europese Centrale Bank (ECB) in verband met haar toezichttaken in de betrokken vergoedingsperiode dekken, maar is niet hoger dan deze uitgaven. Deze uitgaven betreffen primair kosten die rechtstreeks verband houden met de ECB-toezichttaken, zoals direct toezicht op belangrijke entiteiten, oversight op het toezicht op minder belangrijke entiteiten en het uitvoeren van horizontale taken en gespecialiseerde diensten. Deze uitgaven omvatten tevens kosten die indirect verband houden met de ECB-toezichttaken, bv. door de ondersteunende diensten van de ECB verleende diensten, waaronder gebouwen, personeelsbeheer, administratieve diensten, budgettering en controlling, accountingdiensten, juridische diensten, communicatie- en vertaaldiensten, interne audit, en statistische en informatietechnologiediensten.

(2)

Ter berekening van de door iedere belangrijke onder toezicht staande entiteit en belangrijke onder toezicht staande groep en minder belangrijke onder toezicht staande entiteit en minder belangrijke onder toezicht staande groep verschuldigde jaarlijkse vergoeding voor toezicht moeten de totale kosten uitgesplitst worden op basis van de uitgaven die zijn toegerekend aan de betreffende functies die het directe toezicht uitoefenen op belangrijke onder toezicht staande entiteiten en belangrijke onder toezicht staande groepen en het indirecte toezicht op minder belangrijke onder toezicht staande entiteiten en minder belangrijke onder toezicht staande groepen.

(3)

Het totale bedrag van de jaarlijkse vergoeding voor toezicht voor 2017 moet worden berekend als de som van: a) de geraamde jaarlijkse toezichtkosten voor 2017, op basis van de voor 2017 goedgekeurde ECB-begroting, rekening houdend met ontwikkelingen in de geraamde jaarlijkse ECB-kosten die bekend waren toen dit Besluit werd vastgesteld, en b) het overschot of tekort van 2016.

(4)

Het overschot of tekort wordt vastgesteld door de werkelijke jaarlijkse toezichtkosten van 2016, zoals bedoeld in de ECB-jaarrekening voor 2016 (3), in mindering te brengen op de geraamde jaarlijkse voor 2016 aangerekende kosten, zoals vastgelegd in de bijlage bij Besluit (EU) 2016/661 van de Europese Centrale Bank (ECB/2016/7) (4).

(5)

Overeenkomstig artikel 5, lid 3 van Verordening (EU) nr. 1163/2014 (ECB/2014/41) moet bij het vaststellen van de geraamde jaarlijkse toezichtkosten voor 2017 tevens rekening worden gehouden met niet-inbare vergoedingsbedragen die verband houden met vorige vergoedingsperiodes, met overeenkomstig artikel 14 ontvangen rentebetalingen en met overeenkomstig artikel 7, lid 3 van die verordening ontvangen of terugbetaalde bedragen, indien van toepassing,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Definities

Binnen het kader van dit Besluit zijn de definities in Verordening (EU) nr. 468/2014 van de Europese Centrale Bank (ECB/2014/17) (5) en Verordening (EU) nr. 1163/2014 (ECB/2014/41) van toepassing.

Artikel 2

Totale bedrag van de jaarlijkse vergoeding voor toezicht voor 2017

1.   Het totale bedrag van de jaarlijkse vergoeding voor toezicht voor 2017 bedraagt 424 957 652 EUR waarvan de berekening in bijlage I is vastgelegd.

2.   Elke categorie van onder toezicht staande entiteiten en onder toezicht staande groepen betaalt het volgende totale bedrag van de jaarlijkse vergoeding voor toezicht:

a)

belangrijke onder toezicht staande entiteiten en belangrijke onder toezicht staande groepen: 391 279 654 EUR;

b)

minder belangrijke onder toezicht staande entiteiten en minder belangrijke onder toezicht staande groepen: 33 677 998 EUR.

De uitsplitsing van het totale voor iedere categorie verschuldigde bedrag van de jaarlijkse vergoeding voor toezicht voor 2017 is vastgelegd in bijlage II.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag volgende op de publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Frankfurt am Main, 24 april 2017.

De president van de ECB

Mario DRAGHI


(1)  PB L 287 van 29.10.2013, blz. 63.

(2)  PB L 311 van 31.10.2014, blz. 23.

(3)  Gepubliceerd op de ECB-website op: www.ecb.europa.eu in februari 2017.

(4)  Besluit (EU) 2016/661 van de Europese Centrale Bank van 15 april 2016 betreffende het totale bedrag van de jaarlijkse vergoeding voor toezicht voor 2016 (ECB/2016/7) (PB L 114 van 28.4.2016, blz. 14).

(5)  Verordening (EU) nr. 468/2014 van de Europese Centrale Bank van 16 april 2014 tot vaststelling van een kader voor samenwerking binnen het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme tussen de Europese Centrale Bank en nationale bevoegde autoriteiten en met nationale aangewezen autoriteiten (GTM-kaderverordening) (ECB/2014/17) (PB L 141 van 14.5.2014, blz. 1).


BIJLAGE I

Berekening van het totale bedrag van de jaarlijkse vergoeding voor toezicht voor 2017

(EUR)

Geraamde jaarlijkse kosten voor 2017

464 676 594

Salarissen en voordelen

208 621 881

Huur en onderhoud gebouwen

54 990 329

Overige bedrijfskosten

201 064 384

Overschot/tekort voor 2016

– 41 089 798

Bedragen waarmee overeenkomstig artikel 5, lid 3 van Verordening (EU) nr. 1163/2014 (ECB/2014/41) rekening moet worden gehouden

1 370 856

Met vorige vergoedingsperiodes verband houdende niet-inbare vergoedingsbedragen

0

Overeenkomstig artikel 14 van de bovengenoemde verordening ontvangen rentebetalingen

– 23 761

Overeenkomstig artikel 7, lid 3 van de bovengenoemde verordening ontvangen of terugbetaalde bedragen

1 394 617

TOTAAL

424 957 652


BIJLAGE II

Uitsplitsing van het totale bedrag van de jaarlijkse vergoeding voor toezicht voor 2017

(EUR)

 

Belangrijke onder toezicht staande entiteiten en belangrijke onder toezicht staande groepen

Minder belangrijke onder toezicht staande entiteiten en minder belangrijke onder toezicht staande groepen

Totaal

Geraamde jaarlijkse kosten voor 2017

427 700 563

36 976 031

464 676 594

Overschot/tekort voor 2016

– 37 593 510

– 3 496 288

– 41 089 798

Bedragen waarmee overeenkomstig artikel 5, lid 3 van Verordening (EU) nr. 1163/2014 (ECB/2014/41) rekening moet worden gehouden

1 172 601

198 255

1 370 856

Met vorige vergoedingsperiodes verband houdende niet-inbare vergoedingsbedragen

0

0

0

Overeenkomstig artikel 14 van de bovengenoemde verordening ontvangen rentebetalingen

8 696

15 065

23 761

Overeenkomstig artikel 7, lid 3 van de bovengenoemde verordening ontvangen of terugbetaalde bedragen

1 181 297

213 320

1 394 617

TOTAAL

391 279 654

33 677 998

424 957 652


Top