This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32019R0912
Commission Implementing Regulation (EU) 2019/912 of 28 May 2019 amending Implementing Regulation (EU) No 650/2014 laying down implementing technical standards with regard to the format, structure, contents list and annual publication date of the information to be disclosed by competent authorities in accordance with Directive 2013/36/EU of the European Parliament and of the Council (Text with EEA relevance.)
Uitvoeringsverordening (EU) 2019/912 van de Commissie van 28 mei 2019 houdende wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 650/2014 tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen met betrekking tot het format, de structuur, de inhoudsopgave en de jaarlijkse publicatiedatum van de informatie die door de bevoegde autoriteiten openbaar moet worden gemaakt overeenkomstig Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad (Voor de EER relevante tekst.)
Uitvoeringsverordening (EU) 2019/912 van de Commissie van 28 mei 2019 houdende wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 650/2014 tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen met betrekking tot het format, de structuur, de inhoudsopgave en de jaarlijkse publicatiedatum van de informatie die door de bevoegde autoriteiten openbaar moet worden gemaakt overeenkomstig Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad (Voor de EER relevante tekst.)
C/2019/3872
PB L 146 van 5.6.2019, pp. 3–56
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
In force
|
5.6.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 146/3 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/912 VAN DE COMMISSIE
van 28 mei 2019
houdende wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 650/2014 tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen met betrekking tot het format, de structuur, de inhoudsopgave en de jaarlijkse publicatiedatum van de informatie die door de bevoegde autoriteiten openbaar moet worden gemaakt overeenkomstig Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG (1), en met name artikel 143, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In Uitvoeringsverordening (EU) nr. 650/2014 van de Commissie (2) is het format, de structuur, de inhoudsopgave en de jaarlijkse publicatiedatum vastgelegd van de informatie die overeenkomstig artikel 143 van Richtlijn 2013/36/EU door de bevoegde autoriteiten openbaar moet worden gemaakt. De informatie die de bevoegde autoriteiten overeenkomstig genoemde uitvoeringsverordening openbaar moeten maken, moet thans worden geactualiseerd om de consistentie te waarborgen met de wijzigingen die in het kader voor het prudentiële toezicht op instellingen zijn aangebracht. |
|
(2) |
Het is belangrijk dat de door de bevoegde autoriteiten openbaar gemaakte informatie van hoge kwaliteit en gemakkelijk vergelijkbaar is. Artikel 5 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 650/2014 moet derhalve worden gewijzigd om te verduidelijken dat bevoegde autoriteiten enkel geaggregeerde statistische gegevens mogen verzamelen over instellingen die onder hun toezicht vallen, alsook om duidelijk aan te geven voor welke periode gegevens moeten worden gerapporteerd. |
|
(3) |
In bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 650/2014 zijn de templates vastgelegd voor de openbaarmaking van informatie over de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en algemene richtsnoeren die in elke lidstaat zijn aangenomen. Deze bijlage moet zodanig worden gewijzigd dat deze nuttiger en relevanter informatie verschaft over de wijze waarop bevoegde autoriteiten in hun respectieve jurisdicties toezicht uitoefenen. |
|
(4) |
In bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 650/2014 zijn de templates vastgelegd voor de openbaarmaking van informatie over de in het Unierecht beschikbare opties en discreties. Deze bijlage moet zodanig worden gewijzigd dat zij ook de additionele opties en discreties bestrijkt die uit Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 van de Commissie (3) voortvloeien. Zij moet eveneens worden gewijzigd om een onderscheid te kunnen maken tussen opties en discreties met een overgangskarakter en opties en discreties met een permanent karakter, alsook om een onderscheid te kunnen maken tussen de toepassing van deze opties en discreties op, enerzijds, kredietinstellingen en, anderzijds, beleggingsondernemingen. |
|
(5) |
De EBA-richtsnoeren betreffende het proces van toetsing en evaluatie door de toezichthouder (Supervisory Review and Evaluation Process, SREP) (4) moeten op transparantere wijze worden geïmplementeerd. Bijlage III bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 650/2014 moet derhalve zodanig worden gewijzigd dat zij een beschrijving bevat van de toezichtsbenadering van het intern beoordelingsproces van de liquiditeitstoereikendheid (Internal Liquidity Adequacy Assessment Process, ILAAP). |
|
(6) |
Overlappingen moeten worden vermeden en de geaggregeerde statistische gegevens die bevoegde autoriteiten openbaar maken, moeten beter vergelijkbaar zijn. Bijlage IV bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 650/2014 moet derhalve worden gewijzigd om rekening te houden met het niveau van prudentiële consolidatie dat instellingen overeenkomstig deel een, titel II, hoofdstuk 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 toepassen van het Europees Parlement en de Raad (5). |
|
(7) |
Om de kwaliteit van de openbaargemaakte informatie te verbeteren en een zinvoller vergelijking van die informatie mogelijk te maken, moeten de templates in de bijlagen bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 650/2014 gedetailleerde richtsnoeren en instructies bevatten. |
|
(8) |
Deze verordening is gebaseerd op de ontwerpen van technische uitvoeringsnormen die de Europese Bankautoriteit aan de Commissie heeft voorgelegd. |
|
(9) |
De EBA heeft openbare publieksraadplegingen gehouden over de ontwerpen van technische uitvoeringsnormen waarop deze verordening is gebaseerd, de mogelijke kosten en baten geanalyseerd en het advies van de overeenkomstig artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad (6) opgerichte Stakeholdergroep bankwezen ingewonnen. |
|
(10) |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 650/2014 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 650/2014 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
in artikel 5 worden de tweede en de derde alinea vervangen door: "De bevoegde autoriteiten actualiseren de informatie waarvan sprake in artikel 143, lid 1, onder d), van die richtlijn tegen 31 juli van elk jaar. Die informatie heeft betrekking op het voorgaande kalenderjaar. Voor de instellingen die onder hun prudentiële toezicht vallen, actualiseren de bevoegde autoriteiten de informatie waarvan sprake in artikel 143, lid 1, onder a), b) en c), van die richtlijn op gezette tijden, en hoe dan ook tegen 31 juli van elk jaar, tenzij de laatstelijk gepubliceerde informatie niet gewijzigd is."; |
|
2) |
bijlage I wordt vervangen door de tekst in bijlage I bij deze verordening; |
|
3) |
bijlage II wordt vervangen door de tekst in bijlage II bij deze verordening; |
|
4) |
bijlage III wordt vervangen door de tekst in bijlage III bij deze verordening; |
|
5) |
bijlage IV wordt vervangen door de tekst in bijlage IV bij deze verordening. |
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 28 mei 2019.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 176 van 27.6.2013, blz. 338.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 650/2014 van de Commissie van 4 juni 2014 tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen met betrekking tot het format, de structuur, de inhoudsopgave en de jaarlijkse publicatiedatum van de informatie die door de bevoegde autoriteiten openbaar moet worden gemaakt overeenkomstig Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad (PB L 185 van 25.6.2014, blz. 1).
(3) Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 van de Commissie van 10 oktober 2014 ter aanvulling van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot het liquiditeitsdekkingsvereiste voor kredietinstellingen (PB L 11 van 17.1.2015, blz. 1).
(4) Richtsnoeren inzake gemeenschappelijke procedures en methoden voor het proces van toetsing en evaluatie door de toezichthouder van 19 december 2014, EBA/GL/2014/13.
(5) Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1).
(6) Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12).
BIJLAGE I
REGELS EN RICHTSNOEREN
Lijst van templates
|
Deel1 |
Omzetting van Richtlijn 2013/36/EU |
|
Deel 2 |
Goedkeuring modellen |
|
Deel 3 |
Blootstellingen uit hoofde van gespecialiseerde kredietverlening |
|
Deel 4 |
Kredietrisicolimitering |
|
Deel 5 |
Specifieke openbaarmakingsvereisten voor instellingen |
|
Deel 6 |
Ontheffingen voor toepassing prudentiële vereisten |
|
Deel 7 |
Gekwalificeerde deelnemingen in een kredietinstelling |
|
Deel 8 |
Verplichte en financiële rapportage |
Algemene opmerkingen over het invullen van templates in Bijlage I.
Bij het bekendmaken van informatie over de algemene criteria en methodieken mogen bevoegde autoriteiten geen toezichtmaatregelen openbaar maken die gericht zijn op specifieke instellingen, ongeacht of het gaat om één instelling dan wel een groep instellingen.
DEEL 1
Omzetting van Richtlijn 2013/36/EU
|
|
Omzetting van de bepalingen van Richtlijn 2013/36/EU |
Bepalingen van Richtlijn 2013/36/EU |
Links naar nationale tekst (1) |
Referentie(s) nationale bepalingen (2) |
Beschikbaar in EN (JA/NEEN) |
||
|
010 |
Datum laatste bijwerking van informatie in deze template |
|
(dd/mm/jjjj) |
||||
|
020 |
|
Artikelen 1 tot en met 3 |
|
|
|
||
|
030 |
|
Artikelen 4 tot en met 7 |
|
|
|
||
|
040 |
|
Artikelen 8 tot en met 27 |
|
|
|
||
|
050 |
|
Artikelen 8 tot en met 21 |
|
|
|
||
|
060 |
|
Artikelen 22 tot en met 27 |
|
|
|
||
|
070 |
|
Artikelen 28 tot en met 32 |
|
|
|
||
|
080 |
|
Artikelen 33 tot en met 46 |
|
|
|
||
|
090 |
|
Artikelen 33 tot en met 34 |
|
|
|
||
|
100 |
|
Artikelen 35 tot en met 38 |
|
|
|
||
|
110 |
|
Artikel 39 |
|
|
|
||
|
120 |
|
Artikelen 40 tot en met 46 |
|
|
|
||
|
130 |
|
Artikelen 47 tot en met 48 |
|
|
|
||
|
140 |
|
Artikelen 49 tot en met 142 |
|
|
|
||
|
150 |
|
Artikelen 49 tot en met 72 |
|
|
|
||
|
160 |
|
Artikelen 49 tot en met 52 |
|
|
|
||
|
170 |
|
Artikelen 53 tot en met 62 |
|
|
|
||
|
180 |
|
Artikel 63 |
|
|
|
||
|
190 |
|
Artikelen 64 tot en met 72 |
|
|
|
||
|
200 |
|
Artikelen 73 tot en met 110 |
|
|
|
||
|
210 |
|
Artikel 73 |
|
|
|
||
|
220 |
|
Artikelen 74 tot en met 96 |
|
|
|
||
|
230 |
|
Artikelen 97 tot en met 101 |
|
|
|
||
|
240 |
|
Artikelen 102 tot en met 107 |
|
|
|
||
|
250 |
|
Artikelen 108 tot en met 110 |
|
|
|
||
|
260 |
|
Artikelen 111 tot en met 127 |
|
|
|
||
|
270 |
|
Artikelen 111 tot en met 118 |
|
|
|
||
|
280 |
|
Artikelen 119 tot en met 127 |
|
|
|
||
|
290 |
|
Artikelen 128 tot en met 142 |
|
|
|
||
|
300 |
|
Artikelen 128 tot en met 134 |
|
|
|
||
|
310 |
|
Artikelen 135 tot en met 140 |
|
|
|
||
|
320 |
|
Artikelen 141 tot en met 142 |
|
|
|
||
|
330 |
|
Artikelen 143 tot en met 144 |
|
|
|
||
|
340 |
|
Artikel 150 |
|
|
|
||
|
350 |
|
Artikelen 151 tot en met 165 |
|
|
|
||
|
360 |
|
Artikelen 151 tot en met 159 |
|
|
|
||
|
370 |
|
Artikel 160 |
|
|
|
||
|
380 |
|
Artikelen 161 tot en met 165 |
|
|
|
||
DEEL 2
Goedkeuring modellen
|
010 |
Datum laatste bijwerking van informatie in deze template |
(dd/mm/jjjj) |
|
|
Beschrijving van de aanpak |
|
|
|
Aanpak toezichthouder voor de goedkeuring van het gebruik van de interneratingbenadering (IRB) om de minimale kapitaalvereisten voor kredietrisico te berekenen |
|
|
020 |
Door instellingen die het gebruik van de IRB aanvragen, minimaal te verschaffen documentatie |
[vrije tekst] |
|
030 |
Beschrijving van het evaluatieproces door de bevoegde autoriteit (gebruik van zelfbeoordeling, gebruik externe accountants en inspecties ter plaatse) en voornaamste beoordelingscriteria |
[vrije tekst] |
|
040 |
Vorm van de besluiten van de bevoegde autoriteit en mededeling van de besluiten aan aanvragers |
[vrije tekst] |
|
|
Aanpak toezichthouder voor de goedkeuring van het gebruik van de internemodellenbenadering (IMA) om de minimale kapitaalvereisten voor operationeel risico te berekenen |
|
|
050 |
Door instellingen die het gebruik van de IMA aanvragen, minimaal te verschaffen documentatie |
[vrije tekst] |
|
060 |
Beschrijving van het evaluatieproces door de bevoegde autoriteit (gebruik van zelfbeoordeling, gebruik externe accountants en inspecties ter plaatse) en voornaamste beoordelingscriteria |
[vrije tekst] |
|
070 |
Vorm van de besluiten van de bevoegde autoriteit en mededeling van de besluiten aan aanvragers |
[vrije tekst] |
|
|
Aanpak toezichthouder voor de goedkeuring van het gebruik van de internemodellenmethode (IMM) om de minimale kapitaalvereisten voor operationeel risico te berekenen |
|
|
080 |
Door instellingen die het gebruik van de IMM aanvragen, minimaal te verschaffen documentatie |
[vrije tekst] |
|
090 |
Beschrijving van het evaluatieproces door de bevoegde autoriteit (gebruik van zelfbeoordeling, gebruik externe accountants en inspecties ter plaatse) en voornaamste beoordelingscriteria |
[vrije tekst] |
|
100 |
Vorm van de besluiten van de bevoegde autoriteit en mededeling van de besluiten aan aanvragers |
[vrije tekst] |
|
|
Aanpak toezichthouder voor de goedkeuring van het gebruik van de geavanceerde meetbenadering (AMA) om de minimale kapitaalvereisten voor operationeel risico te berekenen |
|
|
110 |
Door instellingen die het gebruik van de AMA aanvragen, minimaal te verschaffen documentatie |
[vrije tekst] |
|
120 |
Beschrijving van het evaluatieproces door de bevoegde autoriteit (gebruik van zelfbeoordeling, gebruik externe accountants en inspecties ter plaatse) en voornaamste beoordelingscriteria |
[vrije tekst] |
|
130 |
Vorm van de besluiten van de bevoegde autoriteit en mededeling van de besluiten aan aanvragers |
[vrije tekst] |
DEEL 3
Blootstellingen uit hoofde van gespecialiseerde kredietverlening
|
|
Verordening (EU) nr. 575/2013 |
Bepalingen |
Door de bevoegde autoriteit te verstrekken informatie |
|
010 |
Datum laatste bijwerking van de informatie in deze template |
(dd/mm/jjjj) |
|
|
020 |
Artikel 153, lid 5 |
Heeft de bevoegde autoriteit een leidraad gepubliceerd waarin zij toelicht hoe instellingen rekening moeten houden met de in artikel 153, lid 5, bedoelde factoren, wanneer zij risicogewichten toekent aan blootstellingen uit hoofde van gespecialiseerde kredietverlening? |
[Ja/Neen] |
|
030 |
Zo ja, gelieve de referentie van die nationale leidraad te geven. |
[referentie van de nationale tekst] |
|
|
040 |
Is de nationale leidraad beschikbaar in het Engels? |
[Ja/Neen] |
|
DEEL 4
Kredietrisicolimitering
|
|
Verordening (EU) nr. 575/2013 |
Bepalingen |
Beschrijving |
Door de bevoegde autoriteit te verstrekken informatie |
|
|
010 |
Datum laatste bijwerking van de informatie in deze template |
(dd/mm/jjjj) |
|||
|
020 |
Artikel 201, lid 2 |
Bekendmaking van de lijst van financiële instellingen die toelaatbare verschaffers zijn van niet-volgestorte kredietprotectie, of leidende criteria voor de vaststelling van deze instellingen |
De bevoegde autoriteiten moeten zorgen voor bekendmaking en het bijhouden van de lijst van financiële instellingen die toelaatbare verschaffers zijn van niet-volgestorte kredietprotectie krachtens punt f) van artikel 201, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013, of van de leidende criteria voor de vaststelling van deze instellingen. |
Lijst van de financiële instellingen of leidende criteria voor de vaststelling ervan |
[vrije tekst - op de website van de bevoegde autoriteit kan een hyperlink naar die lijst of die leidende criteria worden gegeven] |
|
030 |
Beschrijving van de toepasselijke prudentiële vereisten |
De bevoegde autoriteiten moeten een beschrijving van de toepasselijke prudentiële vereisten bekendmaken, samen met de lijst van de toelaatbare financiële instellingen of van de leidende criteria voor de vaststelling van deze instellingen |
Beschrijving van de door de bevoegde autoriteit toegepaste prudentiële vereisten |
[vrije tekst] |
|
|
040 |
Artikel 227, lid 2, onder e) |
Voorwaarden voor de toepassing van een volatiliteitsaanpassing van 0 % |
Volgens de Financial collateral Comprehensive Method (FCCM) kunnen instellingen een volatiliteitsaanpassing van 0 % toepassen indien de transactie wordt afgewikkeld in een afwikkelingssysteem dat voor dit soort transacties betrouwbaar is gebleken. |
Nadere beschrijving van de wijze waarop de bevoegde autoriteit het afwikkelingssysteem als een betrouwbaar systeem aanmerkt. |
[vrije tekst] |
|
050 |
Artikel 227, lid 2, onder f) |
Voorwaarden voor de toepassing van een volatiliteitsaanpassing van 0 % |
Volgens de Financial collateral Comprehensive Method (FCCM) kunnen instellingen een volatiliteitsaanpassing van 0 % toepassen indien de documentatie met betrekking tot de overeenkomst of de transactie de standaardmarktdocumentatie is voor retrocessietransacties of voor transacties inzake het verstrekken of opnemen van leningen in de betrokken effecten. |
Documentatie die als standaardmarktdocumentatie geldt. |
[vrije tekst] |
|
060 |
Artikel 229, lid 1 |
Waarderingsbeginselen voor door onroerend goed gedekte zekerheden in het kader van de IRB-benadering |
Onroerend goed kan door een onafhankelijke taxateur worden gewaardeerd tegen of onder de hypotheekwaarde in lidstaten die in hun wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen strenge criteria voor de berekening van de hypotheekwaarde hebben vastgesteld. |
In de nationale wetgeving vastgestelde criteria voor de berekening van de hypotheekwaarde |
[vrije tekst] |
DEEL 5
Specifieke openbaarmakingsvereisten voor instellingen
|
|
Richtlijn 2013/36/EU |
Verordening (EU) nr. 575/2013 |
Bepaling |
Door de bevoegde autoriteit te verstrekken informatie |
|
|
010 |
Datum laatste bijwerking van informatie in deze template |
(dd/mm/jjjj) |
|||
|
020 |
Artikel 106, lid 1, onder a) |
|
Bevoegde autoriteiten kunnen instellingen ertoe verplichten frequenter dan jaarlijks en binnen bepaalde termijnen de in deel 8 van Verordening (EU) nr. 575/2013 bedoelde informatie te publiceren. |
Publicatiefrequentie en -termijnen voor de instellingen |
[vrije tekst] |
|
030 |
Artikel 106, lid 1, onder b) |
|
Bevoegde autoriteiten kunnen instellingen ertoe verplichten specifieke media en locaties voor publicaties niet zijnde financiële overzichten te gebruiken. |
Soorten specifieke media die door instellingen moeten worden gebruikt. |
[vrije tekst] |
|
040 |
|
Artikel 13, leden 1 en 2 |
Belangrijke dochterondernemingen en dochterondernemingen met aanzienlijke betekenis voor hun plaatselijke markt moeten de in deel 8 van Verordening (EU) nr. 575/2013 bedoelde informatie openbaarmaken op individuele of gesubconsolideerde basis. |
Criteria die de bevoegde autoriteit toepast om de aanzienlijke betekenis van een dochteronderneming te beoordelen. |
[vrije tekst] |
DEEL 6
Ontheffingen voor toepassing prudentiële vereisten
|
|
Verordening (EU) nr. 575/2013 |
Bepalingen |
Beschrijving |
Door de bevoegde autoriteit te verstrekken informatie |
|
|
010 |
Datum laatste bijwerking van de informatie in deze template |
(dd/mm/jjjj) |
|||
|
020 |
Artikel 7, leden 1 en 2 (Individuele ontheffingen voor dochterondernemingen) |
Vrijstelling van de toepassing op individuele basis van de prudentiële vereisten bedoeld in de delen 2 tot en met 5 en deel 8 van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
De ontheffing kan worden verleend aan elke dochteronderneming indien er geen feitelijke of juridische belemmering van wezenlijk belang aanwezig of te voorzien is die een onmiddellijke overdracht van eigen vermogen of terugbetaling van passiva door de moederonderneming kan verhinderen overeenkomstig artikel 7, lid 1, onder a). |
Criteria die de bevoegde autoriteit toepast om te beoordelen of er geen belemmering is voor de onmiddellijke overdracht van eigen vermogen of terugbetaling van passiva. |
[vrije tekst] |
|
030 |
Artikel 7, lid 3 (Individuele ontheffingen voor moederondernemingen) |
Vrijstelling van de toepassing op individuele basis van de prudentiële vereisten bedoeld in de delen 2 tot en met 5 en deel 8 van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
De ontheffing kan aan een moederonderneming worden verleend indien er geen feitelijke of juridische belemmering van wezenlijk belang aanwezig of te voorzien is die een onmiddellijke overdracht van eigen vermogen of terugbetaling van passiva aan de moederonderneming kan verhinderen overeenkomstig punt a) van artikel 107, lid 3. |
Criteria die de bevoegde autoriteit toepast om te beoordelen of er geen belemmering is voor de onmiddellijke overdracht van eigen vermogen of terugbetaling van passiva. |
[vrije tekst] |
|
040 |
Artikel 8 (Ontheffingen liquiditeitsvereisten voor dochterondernemingen) |
Vrijstelling van de toepassing op individuele basis van de liquiditeitsvereisten bedoeld in deel 6 van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
De ontheffing kan worden verleend aan instellingen binnen een subgroep indien deze ten genoegen van de bevoegde autoriteiten overeenkomsten zijn aangegaan die voorzien in het vrije verkeer van middelen tussen hen onderling om hen in staat te stellen aan hun individuele en gezamenlijke verplichtingen te voldoen wanneer deze komen te vervallen overeenkomstig artikel 8, lid 1, onder c). |
Criteria die de bevoegde autoriteit toepast om te beoordelen of de overeenkomsten voorzien in het vrije verkeer van middelen tussen de instellingen in een liquiditeitssubgroep. |
[vrije tekst] |
|
050 |
Artikel 9, lid 1 (Individuele consolidatiemethode) |
Toestemming voor moederinstellingen om bij de berekening van hun prudentiële vereisten als bedoeld in de delen 2 tot en met 5 en deel 8 van Verordening (EU) nr. 575/2013 dochterondernemingen in aanmerking te nemen. |
De toestemming wordt alleen verleend indien de moederinstelling, in overeenstemming met artikel 9, lid 2, ten genoegen van de bevoegde autoriteiten alle omstandigheden en regelingen opgeeft om aan te tonen dat er geen feitelijke of juridische belemmering van wezenlijke betekenis aanwezig of te voorzien is die verhindert dat de in de berekening van de vereisten in aanmerking genomen dochteronderneming op de vervaldag onmiddellijk eigen vermogen overdraagt of passiva terugbetaalt aan haar moederonderneming. |
Criteria die de bevoegde autoriteit toepast om te beoordelen of er geen belemmering is voor de onmiddellijke overdracht van eigen vermogen of terugbetaling van passiva. |
[vrije tekst] |
|
060 |
Artikel 10 (Kredietinstellingen die blijvend aangesloten zijn bij een centraal orgaan) |
Vrijstelling van de toepassing op individuele basis van de prudentiële vereisten bedoeld in de delen 2 tot en met 8 van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
De lidstaten kunnen bestaande nationale wetgeving betreffende de toepassing van de ontheffing in stand houden en gebruiken voor zover deze niet in strijd is met Verordening (EU) nr. 575/2013 of Richtlijn 2013/36/EU. |
Toepasselijke nationale wet- of regelgeving betreffende de toepassing van de ontheffing |
[referentie van de nationale tekst] |
DEEL 7
Gekwalificeerde deelnemingen in een kredietinstelling
|
|
Richtlijn 2013/36/EU |
Vereiste criteria en informatie om na te gaan of de kandidaat-verwerver geschikt is om een kredietinstelling te verwerven en om de financiële soliditeit van de voorgenomen verwerving te beoordelen |
Door de bevoegde autoriteit te verstrekken informatie |
|
|
010 |
Datum laatste bijwerking van informatie in deze template |
(dd/mm/jjjj) |
||
|
020 |
Artikel 23, lid 1, onder a) |
Reputatie van de kandidaat-verwerver |
Beschrijving van de wijze waarop de bevoegde autoriteit de integriteit van de kandidaat-verwerver beoordeelt. |
[vrije tekst] |
|
030 |
Beschrijving van de wijze waarop de bevoegde autoriteit de beroepsbekwaamheid van de kandidaat-verwerver beoordeelt. |
[vrije tekst] |
||
|
040 |
Praktische details van het samenwerkingsproces tussen bevoegde autoriteiten overeenkomstig artikel 24 van Richtlijn 2013/36/EU |
[vrije tekst] |
||
|
050 |
Artikel 23, lid 1, onder b) |
Reputatie, vaardigheden en ervaring van de leden van het leidinggevend orgaan en van de leden van de directie die het bedrijf van de kredietinstelling zullen leiden. |
Beschrijving van de wijze waarop de bevoegde autoriteit de reputatie, vaardigheden en ervaring van de leden van het leidinggevend orgaan en van de leden van de directie beoordeelt. |
[vrije tekst] |
|
060 |
Artikel 23, lid 1, onder c) |
Financiële soliditeit van de kandidaat-verwerver |
Beschrijving van de wijze waarop de bevoegde autoriteit de financiële soliditeit van de kandidaat-verwerver beoordeelt. |
[vrije tekst] |
|
070 |
Praktische details van het samenwerkingsproces tussen bevoegde autoriteiten overeenkomstig artikel 24 van Richtlijn 2013/36/EU |
[vrije tekst] |
||
|
080 |
Artikel 23, lid 1, onder d) |
Naleving door de kredietinstelling van de prudentiële vereisten |
Beschrijving van de wijze waarop de bevoegde autoriteit beoordeelt of de kredietinstelling al dan niet in staat zal zijn om aan de prudentiële vereisten te voldoen. |
[vrije tekst] |
|
090 |
Artikel 23, lid 1, onder e) |
Vermoeden van witwaspraktijken of terrorismefinanciering |
Beschrijving van de wijze waarop de bevoegde autoriteit beoordeelt of er al dan niet goede redenen zijn om te vermoeden dat geld wordt witgewassen of terrorisme wordt gefinancierd. |
[vrije tekst] |
|
100 |
Praktische details van het samenwerkingsproces tussen bevoegde autoriteiten overeenkomstig artikel 24 van Richtlijn 2013/36/EU |
[vrije tekst] |
||
|
110 |
Artikel 23, lid 4 |
Lijst met de bij de kennisgeving aan de bevoegde autoriteiten te verstrekken informatie |
Lijst met informatie die bij de kennisgeving door de kandidaat-verwerver moet worden verstrekt om de bevoegde autoriteit in staat te stellen de kandidaat-verwerver en de voorgenomen verwerving te beoordelen. |
[vrije tekst] |
DEEL 8
Verplichte en financiële rapportage
|
010 |
Datum laatste bijwerking van informatie in deze template |
(dd/mm/jjjj) |
|
020 |
Uitvoering van de rapportage inzake financiële informatie overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) nr. 680/2014 van de Commissie |
|
|
030 |
Is de toepassing van de in artikel 99, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 bedoelde verplichting uitgebreid tot instellingen die niet de overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1606/2002 geldende internationale standaarden voor jaarrekeningen toepassen? |
[Ja/Neen] |
|
040 |
Zo ja, welke kaders voor financiële verslaggeving passen zij toe op deze instellingen? |
[vrije tekst] |
|
050 |
Zo ja, op welk niveau wordt de rapportage toegepast? (op individuele / geconsolideerde / gesubconsolideerde basis) |
[vrije tekst] |
|
060 |
Is de toepassing van de in artikel 99, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 bedoelde verplichtingen uitgebreid tot financiële entiteiten niet zijnde kredietinstellingen of beleggingsondernemingen? |
[Ja/Neen] |
|
070 |
Zo ja, welke soorten financiële entiteiten (bijv. financiële ondernemingen) zijn aan deze rapportageverplichtingen onderworpen? |
[vrije tekst] |
|
080 |
Zo ja, wat is de omvang van deze financiële entiteiten wat balanstotaal betreft (op individuele basis)? |
[vrije tekst] |
|
090 |
Worden XBRL-normen gebruikt bij de rapportage aan de bevoegde autoriteit? |
[Ja/Neen] |
|
100 |
Uitvoering van de rapportage inzake eigen vermogen en eigenvermogensvereisten overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) nr. 680/2014 van de Commissie |
|
|
110 |
Is de toepassing van de in artikel 99, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 bedoelde verplichtingen uitgebreid tot financiële entiteiten niet zijnde kredietinstellingen of beleggingsondernemingen? |
[Ja/Neen] |
|
120 |
Zo ja, welke kaders voor financiële verslaggeving passen zij toe op deze financiële entiteiten? |
[vrije tekst] |
|
130 |
Zo ja, welke soorten financiële entiteiten (bijv. financiële ondernemingen) zijn aan deze rapportageverplichtingen onderworpen? |
[vrije tekst] |
|
140 |
Zo ja, wat is de omvang van deze financiële entiteiten wat balanstotaal betreft (op individuele basis)? |
[vrije tekst] |
|
150 |
Worden XBRL-normen gebruikt bij de rapportage aan de bevoegde autoriteit? |
[Ja/Neen] |
(1) Hyperlink(s) naar de website waar de nationale tekst te vinden is waarmee de betreffende Uniebepaling wordt omgezet.
(2) Precieze vindplaats van de nationale bepalingen, zoals desbetreffende Titel, Hoofdstuk, alinea enz.
BIJLAGE II
KEUZEMOGELIJKHEDEN EN MANOEUVREERRUIMTE
Lijst van templates
|
Deel1 |
Overzicht van keuzemogelijkheden en manoeuvreerruimte in Richtlijn 2013/36/EU, Verordening (EU) nr. 575/2013 en gedelegeerde verordening liquiditeitsdekkingsvereiste Verordening (EU) 2015/61 |
|
Deel 2 |
Overzicht van overgangskeuzemogelijkheden en -manoeuvreerruimte in Richtlijn 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 575/2013 |
|
Deel 3 |
Variabele beloningscomponenten (artikel 94 van Richtlijn 2013/36/EU) |
Bevoegde autoriteiten mogen geen toezichtmaatregelen of -besluiten openbaar maken die gericht zijn op specifieke instellingen. Bij het bekendmaken van informatie over de algemene criteria en methodieken mogen bevoegde autoriteiten geen toezichtmaatregelen openbaar maken die gericht zijn op specifieke instellingen, ongeacht of het gaat om één instelling dan wel een groep instellingen.
DEEL 1
Overzicht van keuzemogelijkheden en manoeuvreerruimte in Richtlijn 2013/36/EU, Verordening (EU) nr. 575/2013 en gedelegeerde LCR-verordening Verordening (EU) 2015/61
|
|
Richtlijn 2013/36/EU |
Verordening (EU) nr. 575/2013 |
Gedelegeerde verordening LCR-verordening (EU) 2015/61 |
Adressaten |
Toepassingsgebied |
Benaming |
Beschrijving van de keuzemogelijkheid of manoeuvreerruimte |
Uitgeoefend (J/N/n.v.t.) (1) |
Nationale tekst (2) |
Referentie(s) (3) |
Beschikbaar in EN (J/N) |
Details / Opmerkingen |
||||||||
|
010 |
Datum laatste bijwerking van informatie in deze template |
(dd/mm/jjjj) |
|
|||||||||||||||||
|
020 |
Artikel 9, lid 2 |
|
|
Lidstaten |
Kredietinstellingen |
Uitzondering op het verbod voor personen of ondernemingen die geen kredietinstelling zijn, om deposito's of andere terugbetaalbare gelden van het publiek aan te trekken. |
Het verbod voor personen of ondernemingen die geen kredietinstelling zijn, om deposito's of andere terugbetaalbare gelden van het publiek aan te trekken, is niet van toepassing op een lidstaat, een regionale of lagere overheid van een lidstaat, een internationale openbare instelling waarvan een of meer lidstaten lid zijn, of op de uitdrukkelijk in het nationale of Unierecht bedoelde gevallen, mits die werkzaamheden onderworpen zijn aan reglementering en controle ter bescherming van deposanten en beleggers. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
030 |
Artikel 12, lid 3 |
|
|
Lidstaten |
Kredietinstellingen |
Aanvangskapitaal |
De lidstaten kunnen besluiten dat kredietinstellingen die niet voldoen aan de vereiste een afgescheiden eigen vermogen aan te houden en die op 15 december 1979 bestonden, hun bedrijf kunnen voortzetten. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
040 |
Artikel 12, lid 3 |
|
|
Lidstaten |
Kredietinstellingen |
Aanvangskapitaal |
Kredietinstellingen waarvoor de lidstaten hebben besloten dat ze hun bedrijf in overeenstemming met artikel 12, lid 3, Richtlijn 2013/36/EU kunnen voortzetten, kunnen door de lidstaat worden vrijgesteld van de inachtneming van de in artikel 13, lid 1, eerste alinea, van Richtlijn 2013/36/EU bedoelde vereisten. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
050 |
Artikel 12, lid 4 |
|
|
Lidstaten |
Kredietinstellingen |
Aanvangskapitaal |
Lidstaten kunnen een vergunning verlenen aan bepaalde categorieën kredietinstellingen met een aanvangskapitaal dat minder bedraagt dan 5 miljoen EUR mits het aanvangskapitaal niet minder bedraagt dan 1 miljoen EUR en de betrokken lidstaat de Commissie en de EBA in kennis stelt van de redenen waarom hij van deze mogelijkheid gebruikmaakt. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
060 |
Artikel 21, lid 1 |
|
|
Bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen |
Vrijstellingen voor blijvend bij een centraal orgaan aangesloten kredietinstellingen |
De bevoegde autoriteiten kunnen kredietinstellingen die blijvend zijn aangesloten bij een centraal orgaan, vrijstellen van de in artikel 10, artikel 12 en artikel 13, lid 1, van Richtlijn 2013/36/EU gestelde vereisten. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
070 |
Artikel 29, lid 3 |
|
|
Lidstaten |
Beleggingsondernemingen |
Aanvangskapitaal van bijzondere soorten beleggingsondernemingen |
De lidstaten kunnen het minimumbedrag aan aanvangskapitaal van 125 000 EUR verlagen tot 50 000 EUR indien een onderneming niet over een vergunning beschikt om geld of effecten van cliënten te houden, transacties voor eigen rekening te verrichten of emissies met plaatsingsgarantie over te nemen. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
080 |
Artikel 32, lid 1 |
|
|
Lidstaten |
Beleggingsondernemingen |
Overgangsbepaling voor aanvangskapitaal van beleggingsondernemingen |
De lidstaten kunnen de vergunning handhaven voor beleggingsondernemingen en onder artikel 30 van Richtlijn 2013/36/EU vallende ondernemingen die op of vóór 31 december 1995 bestonden en waarvan het eigen vermogen minder is dan de voor hen in artikel 28, lid 2, artikel 29, leden 1 of 3, of artikel 30 van die richtlijn genoemde bedragen van het aanvangskapitaal. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
090 |
Artikel 40 |
|
|
Bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen |
Vereisten inzake rapportage aan bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst |
De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst kunnen voorschrijven dat elke kredietinstelling die een bijkantoor op het grondgebied van deze lidstaat heeft, voor informatiedoeleinden, voor statistische doeleinden of voor toezichtsdoeleinden, aan deze bevoegde autoriteiten periodiek moet rapporteren over haar werkzaamheden in die lidstaat van ontvangst, met name om te kunnen beoordelen of het gaat om een significant bijkantoor in de zin van artikel 51, lid 1, van Richtlijn 2013/36/EU. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
100 |
Artikel 129, lid 2 |
|
|
Lidstaten |
Beleggingsondernemingen |
Vrijstelling van de vereiste een kapitaalconserveringsbuffer aan te houden voor kleine en middelgrote beleggingsondernemingen |
In afwijking van artikel 129, lid 1, kan een lidstaat kleine en middelgrote beleggingsondernemingen vrijstellen van de in dat lid vastgestelde vereisten, mits een dergelijke vrijstelling geen bedreiging vormt voor de stabiliteit van het financiële stelsel van die lidstaat. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
110 |
Artikel 130, lid 2 |
|
|
Lidstaten |
Beleggingsondernemingen |
Vrijstelling van de vereiste een contracyclische kapitaalbuffer aan te houden voor kleine en middelgrote beleggingsondernemingen |
In afwijking van artikel 130, lid 1, kan een lidstaat kleine en middelgrote beleggingsondernemingen vrijstellen van de in dat lid vastgestelde vereisten, mits een dergelijke vrijstelling geen bedreiging vormt voor de stabiliteit van het financiële stelsel van die lidstaat. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
120 |
Artikel 133, lid 18 |
|
|
Lidstaten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Vereiste een systeemrisicobuffer aan te houden |
De lidstaten kunnen een systeemrisicobuffer toepassen op alle blootstellingen. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
130 |
Artikel 134, lid 1 |
|
|
Lidstaten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Erkenning van een systeemrisicobufferpercentage |
Andere lidstaten kunnen het in overeenstemming met artikel 133 bepaalde systeemrisicobufferpercentage erkennen en kunnen dat bufferpercentage toepassen op instellingen waaraan op nationaal niveau vergunning is verleend, voor blootstellingen die gesitueerd zijn in de lidstaat die dit bufferpercentage bepaalt. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
140 |
Artikel 152, eerste alinea |
|
|
Lidstaten |
Kredietinstellingen |
Vereisten inzake rapportage aan bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst |
De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst kunnen voor statistische doeleinden voorschrijven dat elke kredietinstelling die een bijkantoor op het grondgebied van die lidstaat heeft, aan deze bevoegde autoriteiten periodiek moet rapporteren over haar werkzaamheden in die lidstaat van ontvangst. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
150 |
Artikel 152, tweede alinea |
|
|
Lidstaten |
Kredietinstellingen |
Vereisten inzake rapportage aan bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst |
De lidstaat van ontvangst kan van bijkantoren van kredietinstellingen van andere lidstaten dezelfde gegevens eisen als hij voor dat doel van de nationale kredietinstellingen eist. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
160 |
Artikel 160, lid 6 |
|
|
Lidstaten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Overgangsbepalingen voor kapitaalbuffers |
De lidstaten kunnen een kortere overgangsperiode voor kapitaalbuffers opleggen dan die welke in artikel 160, leden 1 tot en met 4, nader zijn bepaald. Die kortere overgangsperiode kan door andere lidstaten worden erkend. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
170 |
|
Artikel 4, lid 2 |
|
Lidstaten of bevoegde instanties |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Behandeling van indirect bezit van onroerend goed |
De lidstaten of hun bevoegde autoriteiten kunnen toestaan dat aandelen die een gelijkwaardig indirect bezit van onroerend goed vertegenwoordigen, als direct bezit van onroerend goed worden behandeld mits dergelijk indirect bezit specifiek geregeld is in het nationale recht van de lidstaat en dat, indien dit indirect bezit als zekerheid in pand is gegeven, het crediteuren een gelijkwaardige bescherming biedt. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
180 |
|
Artikel 6, lid 4 |
|
Bevoegde autoriteiten |
Beleggingsondernemingen |
Toepassing van vereisten op individuele basis |
In afwachting van het verslag van de Commissie overeenkomstig artikel 508, lid 3, kunnen de bevoegde autoriteiten beleggingsondernemingen van de naleving van de in de deel 6 (liquiditeit) bepaalde verplichtingen vrijstellen, waarbij zij rekening houden met de aard, de omvang en de complexiteit van de activiteiten van de beleggingsonderneming. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
190 |
|
Artikel 24, lid 2 |
|
|
|
Rapportage en verplicht gebruik van IFRS |
De bevoegde autoriteiten kunnen verlangen dat instellingen de actiefposten en de posten buiten de balanstelling waarderen en het eigen vermogen bepalen overeenkomstig de internationale standaarden voor jaarrekeningen die van toepassing zijn krachtens Verordening (EG) nr. 1606/2002. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
200 |
|
Artikel 89, lid 3 |
|
Bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Risicoweging van en verbod op in aanmerking komende deelnemingen buiten de financiële sector |
De bevoegde autoriteiten passen de volgende vereisten toe op de in lid 1 en lid 2 bedoelde in aanmerking komende deelnemingen van instellingen: voor het berekenen van de kapitaalvereisten overeenkomstig deel 3 van deze verordening moeten de instellingen een risicogewicht van 1 250 % toepassen op het hoogste van de volgende twee bedragen:
|
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
201 |
|
Artikel 89, lid 3 |
|
Bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Risicoweging van en verbod op in aanmerking komende deelnemingen buiten de financiële sector |
De bevoegde autoriteiten passen de volgende vereisten toe op de in lid 1 en lid 2 bedoelde in aanmerking komende deelnemingen van instellingen: de bevoegde autoriteiten moeten instellingen verbieden om de in de leden 1 en 2 bedoelde in aanmerking komende deelnemingen aan te houden ten belope van een bedrag dat hoger is dan de in die leden bepaalde percentages van het in aanmerking komend kapitaal. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
210 |
|
Artikel 95, lid 2 |
|
Bevoegde autoriteiten |
Beleggingsondernemingen |
Vereisten voor beleggingsondernemingen met beperkte vergunning voor het verstrekken van beleggingsdiensten |
De bevoegde autoriteiten kunnen bepalen dat de eigenvermogensvereisten voor beleggingsondernemingen met beperkte vergunning voor het verstrekken van beleggingsdiensten, de eigenvermogensvereisten zijn welke voor die ondernemingen bindend zijn uit hoofde van de nationale omzettingsmaatregelen die op 31 december 2013 voor de Richtlijnen 2006/49/EG en 2006/48/EG gelden. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
220 |
|
Artikel 99, lid 3 |
|
Bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen |
Rapportage inzake eigenvermogensvereisten en financiële informatie |
De bevoegde autoriteiten kunnen kredietinstellingen die internationale standaarden voor jaarrekeningen toepassen welke krachtens Verordening (EG) nr. 1606/2002 gelden voor rapportage over eigen vermogen op geconsolideerde basis krachtens artikel 24, lid 2, van deze verordening, ertoe verplichten eveneens te voorzien in rapportage inzake financiële informatie als bepaald in lid 2 van dit artikel. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
230 |
|
Artikel 124, lid 2 |
|
Bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Risicogewichten en criteria van toepassing op door hypotheken op onroerend goed gedekte blootstellingen |
De bevoegde autoriteiten kunnen in voorkomend geval op basis van overwegingen in verband met financiële stabiliteit een hoger risicogewicht of strengere criteria dan die van artikel 125, lid 2, en van artikel 126, lid 2, vaststellen. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
240 |
|
Artikel 129, lid 1 |
|
|
|
Blootstellingen in de vorm van gedekte obligaties |
De bevoegde autoriteiten kunnen, na raadpleging van de EBA, gedeeltelijke ontheffing van de toepassing van de eerste alinea, punt c), verlenen en kredietkwaliteitscategorie 2 toestaan voor maximaal 10 % van de totale blootstelling van het nominale bedrag van de uitstaande gedekte obligaties van de uitgevende instelling, mits kan worden aangetoond dat de toepassing van de in dat punt vermelde vereiste betreffende kredietkwaliteitscategorie 1 in de betrokken lidstaten mogelijk tot ernstige concentratieproblemen kan leiden. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
250 |
|
Artikel 164, lid 5 |
|
Bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Minimumwaarden van het naar blootstelling gewogen gemiddelde Loss Given Default (LGD) voor door onroerend goed gedekte blootstellingen |
Op basis van de overeenkomstig artikel 101 vergaarde gegevens en rekening houdende met de toekomstige ontwikkelingen op de markten voor onroerend goed en eventuele andere relevante indicatoren moeten de bevoegde autoriteiten periodiek en ten minste jaarlijks beoordelen of de in lid 4 van dit artikel bepaalde LGD-minimumwaarden geschikt zijn voor blootstellingen die gedekt zijn door op hun grondgebied gelegen niet-zakelijk of zakelijk onroerend goed. De bevoegde autoriteiten kunnen, in voorkomend geval op basis van overwegingen in verband met financiële stabiliteit, hogere minimumwaarden van het naar blootstelling gewogen gemiddelde LGD bepalen voor blootstellingen die gedekt zijn door op hun grondgebied gelegen onroerend goed. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
260 |
|
Artikel 178, lid 1, onder b) |
|
Bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Wanbetaling door debiteuren |
De bevoegde autoriteiten kunnen de termijn van 90 dagen vervangen door een termijn van 180 dagen voor blootstellingen die zijn gedekt door niet-zakelijk onroerend goed of door zakelijk onroerend goed van kmo's en die kunnen worden ingedeeld in de categorie blootstellingen met betrekking tot particulieren en kleine partijen, alsmede voor blootstellingen met betrekking tot publiekrechtelijke lichamen. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
270 |
|
Artikel 284, lid 4 |
|
Bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Blootstellingswaarde |
De bevoegde autoriteiten kunnen een hogere alfa dan 1,4 eisen of de instellingen toestaan hun eigen ramingen te gebruiken in overeenstemming met artikel 284, lid 9. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
280 |
|
Artikel 284, lid 9 |
|
Bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Blootstellingswaarde |
De bevoegde autoriteiten kunnen instellingen toestaan hun eigen ramingen van alfa te gebruiken. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
290 |
|
Artikel 327, lid 2 |
|
Bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Netting tussen een converteerbaar waardepapier en een compenserende positie in het onderliggende instrument |
De bevoegde autoriteiten kunnen een benadering volgen waarbij rekening wordt gehouden met de waarschijnlijkheid van de conversie van een bepaald converteerbaar waardepapier, of een eigenvermogensvereiste voorschrijven ter dekking van eventuele bij conversie geleden verliezen. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
300 |
|
Artikel 395, lid 1 |
|
Bevoegde autoriteiten |
Bevoegde autoriteiten |
Limieten voor grote blootstellingen aan instellingen |
De bevoegde autoriteiten kunnen voor grote blootstellingen een limiet bepalen lager dan 150 000 000 EUR voor blootstellingen aan instellingen. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
310 |
|
Artikel 400, lid 2, onder a), en artikel 493, lid 3, onder a) |
|
Bevoegde autoriteiten |
Bevoegde autoriteiten |
Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen |
De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor gedekte obligaties in de zin van artikel 129, leden 1, 3 en 6. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
320 |
|
Artikel 400, lid 2, onder b), en artikel 493, lid 3, onder b) |
|
Bevoegde autoriteiten |
Bevoegde autoriteiten |
Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen |
De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor actiefposten die vorderingen op regionale of lokale overheden van de lidstaten vertegenwoordigen. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
330 |
|
Artikel 400, lid 2, onder c), en artikel 493, lid 3, onder c) |
|
Bevoegde autoriteiten |
Bevoegde autoriteiten |
Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen |
De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor blootstellingen van een instelling aan haar moederonderneming of haar dochterondernemingen. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
340 |
|
Artikel 400, lid 2, onder d), en artikel 493, lid 3, onder d) |
|
Bevoegde autoriteiten |
Bevoegde autoriteiten |
Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen |
De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor blootstellingen aan regionale of centrale kredietinstellingen waarmee de kredietinstelling in het kader van een netwerk is verbonden en die belast zijn met de verevening van onderlinge geldposities binnen het netwerk. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
350 |
|
Artikel 400, lid 2, onder e), en artikel 493, lid 3, onder e) |
|
Bevoegde autoriteiten |
Bevoegde autoriteiten |
Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen |
De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor blootstellingen met betrekking tot kredietinstellingen, aangegaan door kredietinstellingen waarvan er één op niet-concurrerende basis werkzaam is en in het kader van wetgevingsprogramma's of overeenkomstig haar statuten leningen verstrekt of waarborgt, waarmee steun wordt verleend aan bepaalde economische sectoren, waarbij de overheid op de een of andere wijze toezicht houdt en er beperkingen gelden voor de besteding van de leningen, op voorwaarde dat de respectieve blootstellingen voortvloeien uit dergelijke leningen die via kredietinstellingen worden doorgegeven aan de begunstigden, of uit de waarborgen van deze leningen. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
360 |
|
Artikel 400, lid 2, onder f), en artikel 493, lid 3, onder f) |
|
Bevoegde autoriteiten |
Bevoegde autoriteiten |
Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen |
De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor blootstellingen aan instellingen, mits deze blootstellingen geen eigen vermogen van die instellingen vormen, uiterlijk tot en met de volgende werkdag bestaan en niet in een belangrijke handelsvaluta luiden. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
370 |
|
Artikel 400, lid 2, onder g), en artikel 493, lid 3, onder g) |
|
Bevoegde autoriteiten |
Bevoegde autoriteiten |
Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen |
De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor blootstellingen aan centrale banken in de vorm van bij deze centrale banken aan te houden voorgeschreven minimumreserves die in hun nationale valuta luiden. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
380 |
|
Artikel 400, lid 2, onder h), en artikel 493, lid 3, onder h) |
|
Bevoegde autoriteiten |
Bevoegde autoriteiten |
Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen |
De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor blootstellingen aan centrale overheden in de vorm van wettelijk vereiste liquiditeit die in overheidspapier wordt aangehouden en die in de nationale valuta luidt en gefinancierd is, mits, volgens het oordeel van de bevoegde autoriteit, de door een aangewezen externe kredietbeoordelingsinstelling toegekende kredietbeoordeling van deze centrale overheden als investeringswaardig is aan te merken. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
390 |
|
Artikel 400, lid 2, onder i), en artikel 493, lid 3, onder i) |
|
Bevoegde autoriteiten |
Bevoegde autoriteiten |
Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen |
De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor 50 % van de documentaire kredieten met middelhoog/laag risico buiten de balanstelling en van de niet-opgenomen kredietfaciliteiten met middelhoog/laag risico buiten de balanstelling bedoeld in bijlage I en, met instemming van de bevoegde autoriteiten, 80 % van andere dan leninggaranties met een wettelijke of bestuursrechtelijke grondslag die voor de leden worden verstrekt door onderlingegarantiesystemen met de status van kredietinstelling. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
400 |
|
Artikel 400, lid 2, onder j), en artikel 493, lid 3, onder j) |
|
Bevoegde autoriteiten |
Bevoegde autoriteiten |
Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen |
De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor wettelijk vereiste garanties die worden gebruikt wanneer een door de uitgifte van obligaties met een hypotheek als onderpand gefinancierde hypothecaire lening wordt betaald aan de hypotheeknemer vóór de definitieve registratie in het kadaster, mits de garantie niet wordt gebruikt ter vermindering van het risico bij de berekening van de risicogewogen posten. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
410 |
|
Artikel 400, lid 2, onder k), en artikel 493, lid 3, onder k) |
|
Bevoegde autoriteiten |
Bevoegde autoriteiten |
Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen |
De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor actiefposten die vorderingen op en andere blootstellingen aan erkende beurzen vertegenwoordigen. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
420 |
|
Artikel 412, lid 5 |
|
Lidstaten |
Kredietinstellingen |
Liquiditeitsdekkingsvereiste (LCR) |
De lidstaten kunnen op het gebied van liquiditeitsvereisten nationale voorschriften handhaven of invoeren voordat er bindende minimumnormen voor liquiditeitsdekkingsvereisten worden omschreven en volledig in de Unie worden ingevoerd overeenkomstig artikel 460. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
430 |
|
Artikel 412, lid 5 |
|
Lidstaten of bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen |
Liquiditeitsdekkingsvereiste (LCR) |
De lidstaten of de bevoegde autoriteiten kunnen instellingen waaraan in eigen land een vergunning is verleend, of subgroepen van die instellingen, ertoe verplichten een hoger liquiditeitsdekkingsvereiste tot 100 % te handhaven totdat de bindende minimumnorm volledig wordt ingevoerd op een percentage van 100 % overeenkomstig artikel 460. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
440 |
|
Artikel 413, lid 3 |
|
Lidstaten |
Kredietinstellingen |
Stabielefinancieringsvereiste |
De lidstaten kunnen op het gebied van stabielefinancieringsvereisten nationale voorschriften handhaven of invoeren voordat er bindende minimumnormen voor vereisten inzake netto stabiele financiering nader worden bepaald en ingevoerd in de Unie overeenkomstig artikel 510. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
450 |
|
Artikel 415, lid 3 |
|
Bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen |
Verplichtingen inzake liquiditeitsrapportage |
De bevoegde autoriteiten kunnen tot de volledige invoering van bindende liquiditeitsvereisten informatie blijven vergaren door middel van monitoringinstrumenten om toe te zien op de naleving van de bestaande nationale liquiditeitsnormen. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
460 |
|
Artikel 420, lid 2 |
|
Bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen |
Liquiditeitsuitstroompercentage |
De bevoegde autoriteiten kunnen een uitstroompercentage van ten hoogste 5 % toepassen voor met handelsfinanciering verband houdende producten buiten de balanstelling als bedoeld in artikel 429 en in bijlage I. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
470 |
|
Artikel 467, lid 2, tweede alinea |
|
Bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Overgangsregeling voor behandeling van tegen reële waarde gemeten niet-gerealiseerde verliezen |
In afwijking van artikel 467, lid 1, kunnen de bevoegde autoriteiten, in de gevallen waarin die behandeling vóór 1 januari 2014 werd toegepast, toestaan dat instellingen niet-gerealiseerde winsten of verliezen op blootstellingen met betrekking tot centrale overheden, ingedeeld in de categorie "beschikbaar voor verkoop" van de bij EU-wetgeving bevestigde IAS 39, niet in enig bestanddeel van het eigen vermogen opnemen. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
480 |
|
Artikel 467, lid 3 |
|
Bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Overgangsregeling voor behandeling van tegen reële waarde gemeten niet-gerealiseerde verliezen |
De bevoegde autoriteiten moeten het toepasselijke percentage in het in artikel 467, lid 2, onder a) tot en met d), gespecificeerde bereik bepalen en dit bekendmaken. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
490 |
|
Artikel 468, lid 2 |
|
Bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Overgangsregeling voor behandeling van tegen reële waarde gemeten niet-gerealiseerde winsten |
De bevoegde autoriteiten kunnen instellingen toestaan in de berekening van hun tier 1-kernkapitaal 100 % van hun tegen reële waarde gemeten niet-gerealiseerde winsten op te nemen wanneer deze overeenkomstig artikel 467 verplicht zijn hun tegen reële waarde gemeten niet-gerealiseerde verliezen in de berekening van hun tier 1-kernkapitaal op te nemen. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
500 |
|
Artikel 468, lid 3 |
|
Bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Overgangsregeling voor behandeling van tegen reële waarde gemeten niet-gerealiseerde winsten |
De bevoegde autoriteiten moeten het toepasselijke percentage van de niet-gerealiseerde winsten in het in artikel 468, lid 2, onder a) tot en met c), gespecificeerde bereik dat aan het tier 1-kernkapitaal wordt onttrokken, bepalen en dit bekendmaken. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
510 |
|
Artikel 471, lid 1 |
|
Bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Vrijstelling van aftrek van deelnemingen in verzekeringsondernemingen van tier 1-kernkapitaalbestanddelen |
In afwijking van artikel 49, lid 1, kunnen de bevoegde autoriteiten gedurende de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2022 toestaan dat instellingen geen aftrek toepassen van deelnemingen in verzekeringsondernemingen, herverzekeringsondernemingen en verzekeringsholdings indien aan de in artikel 471, lid 1, bedoelde voorwaarden wordt voldaan. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
520 |
|
Artikel 473, lid 1 |
|
Bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Invoering van wijzigingen in IAS 19 |
In afwijking van artikel 481 kunnen de bevoegde autoriteiten gedurende de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2018 instellingen die hun jaarrekening opstellen volgens de overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1606/2002 goedgekeurde internationale standaarden voor jaarrekeningen, toestaan hun tier 1-kernkapitaal te vermeerderen met het overeenkomstig artikel 473, lid 2 of lid 3 naargelang van het geval, toepasselijke bedrag, vermenigvuldigd met de overeenkomstig artikel 473, lid 4, toegepaste factor. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
530 |
|
Artikel 478, lid 3 |
|
Bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Overgangsbepalingen voor aftrekkingen van tier 1-kernkapitaal-, aanvullend-tier 1- en tier 2-bestanddelen |
De bevoegde autoriteiten moeten een toepasselijk percentage bepalen, dat zij vervolgens ook bekendmaken, in het in artikel 478, leden 1 en 2, gespecificeerde bereik voor de volgende aftrekkingen:
|
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
540 |
|
Artikel 479, lid 4 |
|
Bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Opneming onder de overgangsbepalingen in het geconsolideerde tier 1-kernkapitaal van niet als minderheidsbelang aangemerkte instrumenten en posten |
De bevoegde autoriteiten moeten het toepasselijke percentage in ieder in artikel 479, lid 3, gespecificeerd bereik bepalen en dit bekendmaken. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
550 |
|
Artikel 480, lid 3 |
|
Bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Opneming onder de overgangsbepalingen van minderheidsbelangen en in aanmerking komend aanvullend-tier 1- en tier 2-kapitaal |
De bevoegde autoriteiten moeten de waarde van de toepasselijke factor in elk in artikel 480, lid 2, gespecificeerd bereik bepalen en deze bekendmaken. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
560 |
|
Artikel 481, lid 5 |
|
Bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Additionele filters en aftrekkingen |
De bevoegde autoriteiten moeten voor elke in artikel 481, leden 1 en 2, bedoelde filter of aftrekking de toepasselijke percentages in elk in de leden 3 en 4 van dat artikel gespecificeerd bereik bepalen en deze bekendmaken. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
570 |
|
Artikel 486, lid 6 |
|
Bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Limieten van de grandfatheringbepalingen voor bestanddelen die onder tier 1-kernkapitaal-, aanvullend-tier 1- en tier 2-bestanddelen vallen. |
De bevoegde autoriteiten moeten het toepasselijke percentage in ieder in artikel 486, lid 5, gespecificeerd bereik bepalen en dit bekendmaken. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
580 |
|
Artikel 495, lid 1 |
|
Bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Overgangsregeling voor behandeling van blootstellingen met betrekking tot aandelen in het kader van de IRB-benadering |
In afwijking van hoofdstuk 3 van deel 3 kunnen de bevoegde autoriteiten tot en met 31 december 2017 bepaalde categorieën blootstellingen met betrekking tot aandelen die op 31 december 2007 door instellingen en in de Unie gevestigde dochterondernemingen van instellingen in die lidstaat worden gehouden, vrijstellen van de IRB-benadering. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
590 |
|
Artikel 496, lid 1 |
|
Bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Overgangsbepaling voor de berekening van eigenvermogensvereisten voor blootstellingen in de vorm van gedekte obligaties |
Tot en met 31 december 2017 kunnen de bevoegde autoriteiten volledig of gedeeltelijk ontheffing verlenen voor de in artikel 129, lid 1, onder d) en f), vermelde limiet van 10 % voor preferente aandelen die zijn uitgegeven door Franse "Fonds Communs de Créances" of door securitisatie-instellingen die gelijkwaardig zijn aan Franse "Fonds Communs de Créances", mits aan de in artikel 496, lid 1, onder a) en b), bedoelde voorwaarden wordt voldaan. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
600 |
|
|
Artikel 10, lid 1, onder b), iii) |
Bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen |
LCR — Liquide activa |
De door de kredietinstelling in een centrale bank aangehouden liquiditeitsreserve kan worden opgenomen als actief van niveau 1 voor zover deze in tijden van stress kan worden opgevraagd. De doeleinden waarvoor reserves bij de centrale bank voor de toepassing van dit artikel kunnen worden opgevraagd, moeten nader worden aangegeven in een overeenkomst tussen de bevoegde autoriteit en de ECB of de centrale bank. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
610 |
|
|
Artikel 10, lid 2 |
Bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen |
LCR — Liquide activa |
Op de marktwaarde van gedekte obligaties van uiterst hoge kwaliteit als bedoeld in lid 1, onder f), moet een reductiefactor van ten minste 7 % worden toegepast. Behoudens het in artikel 15, lid 2, onder a) en b), met betrekking tot aandelen en rechten van deelneming in icb's bepaalde hoeft geen reductiefactor te worden toegepast op de waarde van de overige activa van niveau 1. Die gevallen waarin de hogere reductiefactoren zijn bepaald voor een volledige activaklasse (alle activa die in de gedelegeerde LCR-verordening onderworpen zijn aan een specifieke en gedifferentieerde reductiefactor) (bijv. alle gedekte obligaties van niveau 1 enz.). |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
620 |
|
|
Artikel 12, lid 1, onder c), i) |
Bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen |
LCR — Activa van niveau 2B |
Aandelen kunnen activa van niveau 2 B vormen op voorwaarde dat zij deel uitmaken van een belangrijke beursindex in een lidstaat of in een derde land die als zodanig door de bevoegde autoriteit van een lidstaat of het desbetreffende openbare lichaam in een derde land is aangewezen. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
630 |
|
|
Artikel 12, lid 3 |
Bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen |
LCR — Activa van niveau 2B |
Voor kredietinstellingen die krachtens hun statuten om redenen van godsdienstige overtuiging niet in staat zijn rentedragende activa aan te houden, kan de bevoegde autoriteit toestaan af te wijken van lid 1, onder b), punten ii) en iii), van dat artikel, op voorwaarde dat wordt bewezen dat er onvoldoende niet-rentedragende activa beschikbaar zijn en dat de betrokken niet-rentedragende activa een passende liquiditeit hebben op particuliere markten. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
|
640 |
|
|
Artikel 24, lid 6 |
Bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen |
LCR — Uitstromen voortkomende uit voor het percentage van 3 % kwalificerende stabiele retaildeposito's in een derde land |
De bevoegde autoriteiten kunnen kredietinstellingen toestemming verlenen om het bedrag van de retaildeposito's die gedekt zijn door een depositogarantiestelsel in een derde land, dat gelijkwaardig is aan het in lid 1 bedoelde stelsel, met 3 % te vermenigvuldigen indien het derde land deze behandeling toestaat. |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
||||||||
DEEL 2
Overzicht van overganskeuzemogelijkheden en -manoeuvreerruimte in Richtlijn 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 575/2013
|
|
Richtlijn 2013/36/EU |
Verordening (EU) nr. 575/2013 |
Adressaten |
Toepassingsgebied |
Benaming |
Beschrijving van de keuzemogelijkheid of manoeuvreerruimte |
Jaar (jaren) van toepassing en waarde in % (indien van toepassing) |
Uitgeoefend (J/N/n.v.t.) |
Nationale tekst |
Verwijzingen |
Beschikbaar in EN (J/N) |
Details / Opmerkingen |
|
010 |
Datum laatste bijwerking van informatie in deze template |
(dd/mm/jjjj) |
|
|||||||||
|
011 |
Artikel 160, lid 6 |
|
Lidstaten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Overgangsbepalingen voor kapitaalbuffers |
De lidstaten kunnen een kortere overgangsperiode voor kapitaalbuffers opleggen dan die welke in de leden 1 tot en met 4 van artikel 160 nader zijn bepaald. Die kortere overgangsperiode kan door andere lidstaten worden erkend. |
[Jaar] |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
012 |
|
Artikel 493, lid 3, onder a) |
Lidstaten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen |
De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor gedekte obligaties in de zin van artikel 129, leden 1, 3 en 6. |
[Jaar] |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
013 |
|
Artikel 493, lid 3, onder b) |
Lidstaten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen |
De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor actiefposten die vorderingen op regionale of lokale overheden van de lidstaten vertegenwoordigen. |
[Jaar] |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
014 |
|
Artikel 493, lid 3, onder c) |
Lidstaten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen |
De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor blootstellingen van een instelling aan haar moederonderneming of haar dochterondernemingen. |
[Jaar] |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
015 |
|
Artikel 493, lid 3, onder d) |
Lidstaten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen |
De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor blootstellingen aan regionale of centrale kredietinstellingen waarmee de kredietinstelling in het kader van een netwerk is verbonden en die belast zijn met de verevening van onderlinge geldposities binnen het netwerk. |
[Jaar] |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
016 |
|
Artikel 493, lid 3, onder e) |
Lidstaten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen |
De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor blootstellingen met betrekking tot kredietinstellingen, aangegaan door kredietinstellingen waarvan er één op niet-concurrerende basis werkzaam is en in het kader van wetgevingsprogramma's of overeenkomstig haar statuten leningen verstrekt of waarborgt, waarmee steun wordt verleend aan bepaalde economische sectoren, waarbij de overheid op de een of andere wijze toezicht houdt en er beperkingen gelden voor de besteding van de leningen, op voorwaarde dat de respectieve blootstellingen voortvloeien uit dergelijke leningen die via kredietinstellingen worden doorgegeven aan de begunstigden, of uit de waarborgen van deze leningen. |
[Jaar] |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
017 |
|
Artikel 493, lid 3, onder f) |
Lidstaten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen |
De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor blootstellingen aan instellingen, mits deze blootstellingen geen eigen vermogen van die instellingen vormen, uiterlijk tot en met de volgende werkdag bestaan en niet in een belangrijke handelsvaluta luiden. |
[Jaar] |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
018 |
|
Artikel 493, lid 3, onder g) |
Lidstaten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen |
De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor blootstellingen aan centrale banken in de vorm van bij deze centrale banken aan te houden voorgeschreven minimumreserves die in hun nationale valuta luiden. |
[Jaar] |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
019 |
|
Artikel 493, lid 3, onder h) |
Lidstaten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen |
De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor blootstellingen aan centrale overheden in de vorm van wettelijk vereiste liquiditeit die in overheidspapier wordt aangehouden en die in de nationale valuta luidt en gefinancierd is, mits, volgens het oordeel van de bevoegde autoriteit, de door een aangewezen externe kredietbeoordelingsinstelling toegekende kredietbeoordeling van deze centrale overheden als investeringswaardig is aan te merken. |
[Jaar] |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
020 |
|
Artikel 493, lid 3, onder i) |
Lidstaten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen |
De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor 50 % van de documentaire kredieten met middelhoog/laag risico buiten de balanstelling en van de niet-opgenomen kredietfaciliteiten met middelhoog/laag risico buiten de balanstelling bedoeld in bijlage I en, met instemming van de bevoegde autoriteiten, 80 % van andere dan leninggaranties met een wettelijke of bestuursrechtelijke grondslag die voor de leden worden verstrekt door onderlingegarantiesystemen met de status van kredietinstelling. |
[Jaar] |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
021 |
|
Artikel 493, lid 3, onder j) |
Lidstaten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen |
De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor wettelijk vereiste garanties die worden gebruikt wanneer een door de uitgifte van obligaties met een hypotheek als onderpand gefinancierde hypothecaire lening wordt betaald aan de hypotheeknemer vóór de definitieve registratie in het kadaster, mits de garantie niet wordt gebruikt ter vermindering van het risico bij de berekening van de risicogewogen posten. |
[Jaar] |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
022 |
|
Artikel 493, lid 3, onder k) |
Lidstaten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen |
De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor actiefposten die vorderingen op en andere blootstellingen aan erkende beurzen vertegenwoordigen. |
[Jaar] |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
023 |
|
Artikel 412, lid 5 |
Lidstaten |
Kredietinstellingen |
Liquiditeitsdekkingsvereiste (LCR) |
De lidstaten kunnen op het gebied van liquiditeitsvereisten nationale voorschriften handhaven of invoeren voordat er bindende minimumnormen voor liquiditeitsdekkingsvereisten worden omschreven en volledig in de Unie worden ingevoerd overeenkomstig artikel 460. |
[Jaar] |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
024 |
|
Artikel 412, lid 5 |
Lidstaten of bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen |
Liquiditeitsdekkingsvereiste (LCR) |
De lidstaten of de bevoegde autoriteiten kunnen instellingen waaraan in eigen land een vergunning is verleend, of subgroepen van die instellingen, ertoe verplichten een hoger liquiditeitsdekkingsvereiste tot 100 % te handhaven totdat de bindende minimumnorm volledig wordt ingevoerd op een percentage van 100 % overeenkomstig artikel 460. |
[Jaar] |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
025 |
|
Artikel 413, lid 3 |
Lidstaten |
Kredietinstellingen |
Stabielefinancieringsvereiste |
De lidstaten kunnen op het gebied van stabielefinancieringsvereisten nationale voorschriften handhaven of invoeren voordat er bindende minimumnormen voor vereisten inzake netto stabiele financiering nader worden bepaald en ingevoerd in de Unie overeenkomstig artikel 510. |
[Jaar] |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
026 |
|
Artikel 415, lid 3 |
Bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen |
Verplichtingen inzake liquiditeitsrapportage |
De bevoegde autoriteiten kunnen tot de volledige invoering van bindende liquiditeitsvereisten informatie blijven vergaren door middel van monitoringinstrumenten om toe te zien op de naleving van de bestaande nationale liquiditeitsnormen. |
[Jaar] |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
027 |
|
Artikel 467, lid 2 |
Bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Overgangsregeling voor behandeling van tegen reële waarde gemeten niet-gerealiseerde verliezen |
In afwijking van artikel 467, lid 1, kunnen de bevoegde autoriteiten, in de gevallen waarin die behandeling vóór 1 januari 2014 werd toegepast, toestaan dat instellingen niet-gerealiseerde winsten of verliezen op blootstellingen met betrekking tot centrale overheden, ingedeeld in de categorie "beschikbaar voor verkoop" van de bij EU-wetgeving bevestigde IAS 39, niet in enig bestanddeel van het eigen vermogen opnemen. |
[Jaar] |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
028 |
|
Artikel 467, lid 3 |
Bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Overgangsregeling voor behandeling van tegen reële waarde gemeten niet-gerealiseerde verliezen |
Toepasselijk percentage van niet-gerealiseerde verliezen overeenkomstig artikel 467, lid 1, die opgenomen zijn in de berekening van de tier 1-kernkapitaalbestanddelen (percentage in het in lid 2 van dat artikel gespecificeerde bereik). |
2014 (20 % tot 100 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
029 |
2015 (40 % tot 100 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
030 |
2016 (60 % tot 100 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
031 |
2017 (80 % tot 100 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
032 |
|
Artikel 468, lid 2, tweede alinea |
Bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Overgangsregeling voor behandeling van tegen reële waarde gemeten niet-gerealiseerde winsten |
De bevoegde autoriteiten kunnen instellingen toestaan in de berekening van hun tier 1-kernkapitaal 100 % van hun tegen reële waarde gemeten niet-gerealiseerde winsten op te nemen wanneer deze overeenkomstig artikel 467 verplicht zijn hun tegen reële waarde gemeten niet-gerealiseerde verliezen in de berekening van hun tier 1-kernkapitaal op te nemen. |
[Jaar] |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
033 |
|
Artikel 468, lid 3 |
Bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Overgangsregeling voor behandeling van tegen reële waarde gemeten niet-gerealiseerde winsten |
De bevoegde autoriteiten moeten het toepasselijke percentage van de niet-gerealiseerde winsten in het in artikel 468, lid 2, onder a) tot en met c), gespecificeerde bereik dat aan het tier 1-kernkapitaal wordt onttrokken, bepalen en dit bekendmaken. |
2015 (60 % tot 100 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
034 |
2016 (40 % tot 100 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
035 |
2017 (20 % tot 100 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
036 |
|
Artikel 471, lid 1 |
Bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Vrijstelling van aftrek van deelnemingen in verzekeringsondernemingen van tier 1-kernkapitaalbestanddelen |
In afwijking van artikel 49, lid 1, kunnen de bevoegde autoriteiten gedurende de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2022 toestaan dat instellingen geen aftrek toepassen van deelnemingen in verzekeringsondernemingen, herverzekeringsondernemingen en verzekeringsholdings indien aan de in artikel 471, lid 1, bedoelde voorwaarden wordt voldaan. |
[Jaar] |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
037 |
|
Artikel 473, lid 1 |
Bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Invoering van wijzigingen in IAS 19 |
In afwijking van artikel 481 kunnen de bevoegde autoriteiten gedurende de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2018 instellingen die hun jaarrekening opstellen volgens de overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1606/2002 goedgekeurde internationale standaarden voor jaarrekeningen, toestaan hun tier 1-kernkapitaal te vermeerderen met het overeenkomstig artikel 473, lid 2 of lid 3 naargelang van het geval, toepasselijke bedrag, vermenigvuldigd met de overeenkomstig artikel 473, lid 4, toegepaste factor. |
[Jaar] |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
038 |
|
Artikel 478, lid 2 |
|
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Aftrekking van tier 1-kernkapitaalbestanddelen voor uitgestelde belastingvorderingen die vóór 1 januari 2014 bestonden. |
Toepasselijk percentage indien het alternatieve percentage van toepassing is (percentage binnen het in artikel 478, lid 2, gespecificeerde bereik). |
2014 (0 % tot 100 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
039 |
2015 (10 % tot 100 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
040 |
2016 (20 % tot 100 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
041 |
2017 (30 % tot 100 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
042 |
2018 (40 % tot 100 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
043 |
2019 (50 % tot 100 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
044 |
2020 (60 % tot 100 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
045 |
2021 (70 % tot 100 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
046 |
2022 (80 % tot 100 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
047 |
2023 (90 % tot 100 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
048 |
|
Artikel 478, lid 3, onder a) |
|
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Overgangsbepalingen voor aftrekkingen van tier 1-kernkapitaal-, aanvullend-tier 1- en tier 2-bestanddelen |
De bevoegde autoriteiten moeten een toepasselijk percentage bepalen en vervolgens bekendmaken in het in artikel 478, leden 1 en 2, gespecificeerde bereik voor a) de individuele aftrekkingen voorgeschreven in artikel 36, lid 1, onder a) tot en met h), met uitzondering van uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten en voortvloeien uit tijdelijke verschillen. |
2014 (20 % tot 100 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
049 |
2015 (40 % tot 100 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
050 |
2016 (60 % tot 100 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
051 |
2017 (80 % tot 100 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
052 |
|
Artikel 478, lid 3, onder b) |
|
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Overgangsbepalingen voor aftrekkingen van tier 1-kernkapitaal-, aanvullend-tier 1- en tier 2-bestanddelen |
De bevoegde autoriteiten moeten een toepasselijk percentage bepalen en vervolgens bekendmaken in het in artikel 478, leden 1 en 2, gespecificeerde bereik voor b) het overeenkomstig artikel 48 af te trekken totale bedrag van de uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten en voortvloeien uit tijdelijke verschillen en de in artikel 36, lid 1, punt i), bedoelde bestanddelen. |
2014 (20 % tot 100 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
053 |
2015 (40 % tot 100 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
054 |
2016 (60 % tot 100 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
055 |
2017 (80 % tot 100 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
056 |
|
Artikel 478, lid 3, onder c) |
|
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Overgangsbepalingen voor aftrekkingen van tier 1-kernkapitaal-, aanvullend-tier 1- en tier 2-bestanddelen |
De bevoegde autoriteiten moeten een toepasselijk percentage bepalen en vervolgens bekendmaken in het in artikel 478, leden 1 en 2, gespecificeerde bereik voor c) iedere aftrekking voorgeschreven in artikel 56, onder b), c) en d). |
2014 (20 % tot 100 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
057 |
2015 (40 % tot 100 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
058 |
2016 (60 % tot 100 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
059 |
2017 (80 % tot 100 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
060 |
|
Artikel 478, lid 3, onder d) |
|
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Overgangsbepalingen voor aftrekkingen van tier 1-kernkapitaal-, aanvullend-tier 1- en tier 2-bestanddelen |
De bevoegde autoriteiten moeten een toepasselijk percentage bepalen en vervolgens bekendmaken in het in artikel 478, leden 1 en 2, gespecificeerde bereik voor d) iedere aftrekking voorgeschreven in artikel 66, onder b), c) en d). |
2014 (20 % tot 100 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
061 |
2015 (40 % tot 100 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
062 |
2016 (60 % tot 100 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
063 |
2017 (80 % tot 100 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
064 |
|
Artikel 479, lid 4 |
|
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Opneming onder de overgangsbepalingen in het geconsolideerde tier 1-kernkapitaal van niet als minderheidsbelang aangemerkte instrumenten en posten |
De bevoegde autoriteiten moeten het toepasselijke percentage in ieder in artikel 479, lid 3, gespecificeerd bereik bepalen en dit bekendmaken. |
2014 (0 % tot 80 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
065 |
2015 (0 % tot 60 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
066 |
2016 (0 % tot 40 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
067 |
2017 (0 % tot 20 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
068 |
|
Artikel 480, lid 3 |
|
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Opneming onder de overgangsbepalingen van minderheidsbelangen en in aanmerking komend aanvullend-tier 1- en tier 2-kapitaal |
De bevoegde autoriteiten moeten de waarde van de toepasselijke factor in elk in artikel 480, lid 2, gespecificeerd bereik bepalen en deze bekendmaken. |
2014 (0,2 tot 1,0) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
069 |
2015 (0,4 tot 1,0) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
070 |
2016 (0,6 tot 1,0) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
071 |
2017 (0,8 tot 1,0) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
072 |
|
Artikel 481, lid 1 |
|
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
|
Toepasselijk percentage indien één percentage van toepassing is (percentage in het in artikel 481, lid 3, gespecificeerde bereik) |
2014 (0 % tot 80 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
073 |
2015 (0 % tot 60 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
074 |
2016 (0 % tot 40 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
075 |
2017 (0 % tot 20 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
076 |
|
Artikel 481, lid 5 |
|
|
Additionele overgangsfilters en -aftrekkingen |
De bevoegde autoriteiten moeten voor elke in artikel 481, leden 1 en 2, bedoelde filter of aftrekking de toepasselijke percentages in elk in de leden 3 en 4 van dat artikel gespecificeerd bereik bepalen en deze bekendmaken. |
2014 (0 % tot 80 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
077 |
2015 (0 % tot 60 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
078 |
2016 (0 % tot 40 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
079 |
2017 (0 % tot 20 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
080 |
|
Artikel 486, lid 6 |
|
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Limieten van de grandfatheringbepalingen voor onder tier 1-kernkapitaal-, aanvullend-tier 1- en tier 2-bestanddelen vallende bestanddelen |
Toepasselijk percentage voor het bepalen van de limieten van de grandfatheringbepalingen voor tier 1-kernkapitaalbestanddelen overeenkomstig artikel 486, lid 2 (percentage in het in lid 5 van dat artikel gespecificeerde bereik) |
2014 (60 % tot 80 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
081 |
2015 (40 % tot 70 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
082 |
2016 (20 % tot 60 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
083 |
2017 (0 % tot 50 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
084 |
2018 (0 % tot 40 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
085 |
2019 (0 % tot 30 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
086 |
2020 (0 % tot 20 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
087 |
2021 (0 % tot 10 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
088 |
Toepasselijk percentage voor het bepalen van de limieten van de grandfatheringbepalingen voor aanvullend tier 1-bestanddelen overeenkomstig artikel 486, lid 3 (percentage in het in lid 5 van dat artikel gespecificeerde bereik) |
2014 (60 % tot 80 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|||||
|
089 |
2015 (40 % tot 70 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
090 |
2016 (20 % tot 60 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
091 |
2017 (0 % tot 50 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
092 |
2018 (0 % tot 40 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
093 |
2019 (0 % tot 30 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
094 |
2020 (0 % tot 20 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
095 |
2021 (0 % tot 10 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
096 |
Toepasselijk percentage voor het bepalen van de limieten van de grandfatheringbepalingen voor tier 2-bestanddelen overeenkomstig artikel 486, lid 4 (percentage in het in lid 5 van dat artikel gespecificeerde bereik) |
2014 (60 % tot 80 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|||||
|
097 |
2015 (40 % tot 70 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
098 |
2016 (20 % tot 60 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
099 |
2017 (0 % tot 50 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
100 |
2018 (0 % tot 40 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
101 |
2019 (0 % tot 30 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
102 |
2020 (0 % tot 20 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
103 |
2021 (0 % tot 10 %) |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
||||||
|
104 |
|
Artikel 495, lid 1 |
|
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Overgangsregeling voor behandeling van blootstellingen met betrekking tot aandelen in het kader van de IRB-benadering |
In afwijking van hoofdstuk 3 van deel 3 kunnen de bevoegde autoriteiten tot en met 31 december 2017 bepaalde categorieën blootstellingen met betrekking tot aandelen die op 31 december 2007 door instellingen en in de Unie gevestigde dochterondernemingen van instellingen in die lidstaat worden gehouden, vrijstellen van de IRB-benadering. |
[Jaar] |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
105 |
|
Artikel 496, lid 1 |
|
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Overgangsbepaling voor de berekening van eigenvermogensvereisten voor blootstellingen in de vorm van gedekte obligaties |
Tot en met 31 december 2017 kunnen de bevoegde autoriteiten volledig of gedeeltelijk ontheffing verlenen voor de in artikel 129, lid 1, onder d) en f), vermelde limiet van 10 % voor preferente aandelen die zijn uitgegeven door Franse "Fonds Communs de Créances" of door securitisatie-instellingen die gelijkwaardig zijn aan Franse "Fonds Communs de Créances", mits aan de in artikel 496, lid 1, onder a) en b), bedoelde voorwaarden wordt voldaan. |
[Jaar] |
[J/N/n.v.t.] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
DEEL 3
Variabele beloningscomponenten (artikel 94 van Richtlijn 2013/36/EU)
|
|
Richtlijn 2013/36/EU |
Adressaten |
Toepassingsgebied |
Bepalingen |
Bekend te maken informatie |
Uitgeoefend (J/N/n.v.t.) |
Verwijzingen |
Beschikbaar in EN (J/N) |
Details / Opmerkingen |
|
010 |
Datum laatste bijwerking van informatie in deze template |
(dd/mm/jjjj) |
|
||||||
|
020 |
Artikel 94, lid 1, onder g), i) |
Lidstaten of bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Maximale verhouding tussen de vaste en de variabele beloningscomponenten (in nationaal recht bepaald %, berekend als variabele beloningscomponent gedeeld door vaste beloningscomponent) |
[Waarde in %] |
[J/N] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
030 |
Artikel 94, lid 1, onder g), ii) |
Lidstaten of bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Maximumniveau van de verhouding tussen vaste en variabele beloningscomponenten dat kan worden goedgekeurd door aandeelhouders, eigenaren of vennoten van de instelling (in nationaal recht bepaald %, berekend als variabele beloningscomponent gedeeld door vaste beloningscomponent). |
[Waarde in %] |
[J/N] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
040 |
Artikel 94, lid 1, onder g), iii) |
Lidstaten of bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Maximumgedeelte van de totale variabele beloning waarop het discontopercentage van toepassing is (% van de totale variabele beloning) |
[Waarde in %] |
[J/N] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
|
050 |
Artikel 94, lid 1, onder l) |
Lidstaten of bevoegde autoriteiten |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
Beschrijving van beperkingen die kunnen worden gesteld aan de soorten en de opzet van instrumenten die mogen worden gebruikt voor de uitkering van een variabele beloning. |
[Vrije tekst / waarde] |
[J/N] |
Verplicht indien J |
Verplicht indien J |
|
(1) "J" (Ja) betekent dat de bevoegde autoriteit of lidstaat die tot het uitoefenen van de keuzemogelijkheid of manoeuvreerruimte gemachtigd is, deze heeft uitgeoefend.
"N" (Neen) betekent dat de bevoegde autoriteit of lidstaat die tot het uitoefenen van de keuzemogelijkheid of manoeuvreerruimte gemachtigd is, deze niet heeft uitgeoefend.
"n.v.t." (niet van toepassing) betekent dat de uitoefening van de keuzemogelijkheid niet mogelijk is of dat de manoeuvreerruimte niet bestaat.
(2) De tekst van de bepaling in de nationale wetgeving.
(3) Verwijzing in de nationale wetgeving en hyperlink(s) naar de website waar de nationale tekst te vinden is waarmee de betreffende Uniebepaling wordt omgezet.
BIJLAGE III
Proces van toetsing en evaluatie door de toezichthouder (SREP) (1)
|
010 |
Datum van de laatste bijwerking van informatie in deze template |
(dd/mm/jjjj) |
|||||||
|
020 |
Toepassingsgebied van het SREP (Artikelen 108, 109 en 110 van de RKV) |
Beschrijving van de benadering door de bevoegde autoriteit van het toepassingsgebied van het proces van toetsing en evaluatie door de toezichthouder (Supervisory Review and Evaluation Process, SREP), met inbegrip van:
|
[vrije tekst of referentie of hyperlink naar de richtsnoeren] |
||||||
|
030 |
Beoordeling van SREP-elementen (Artikelen 74 tot en met 96 van de RKV) |
Beschrijving van de benadering door de bevoegde autoriteit van de beoordeling van individuele SREP-elementen (als genoemd in de EBA-richtsnoeren inzake gemeenschappelijke procedures en methoden voor het SREP - EBA/GL/2014/13), met inbegrip van:
|
[vrije tekst of referentie of hyperlink naar de richtsnoeren] |
||||||
|
040 |
Toetsing en evaluatie van het ICAAP en het ILAAP (Artikelen 73, 86, 97, 98 en 103 van de RKV) |
Beschrijving van de benadering door de bevoegde autoriteit van de toetsing en evaluatie van het intern beoordelingsproces van de kapitaaltoereikendheid (Internal Capital Adequacy Assessment Process, ICAAP) en het intern beoordelingsproces van de liquiditeitstoereikendheid (Internal Liquidity Adequacy Assessment Process, ILAAP) als onderdeel van het SREP, en met name van de beoordeling van de betrouwbaarheid van de ICAAP- en ILAAP-berekeningen van kapitaal en liquiditeit ter bepaling van de aanvullend-eigenvermogensvereisten en de kwantitatieve liquiditeitsvereisten, met inbegrip van (4):
|
[vrije tekst of referentie of hyperlink naar de richtsnoeren] |
||||||
|
050 |
Algemene SREP-beoordeling en toezichtmaatregelen (Artikelen 102 en 104 van de RKV) |
Beschrijving van de benadering door de bevoegde autoriteit van de algemene SREP-beoordeling (samenvatting) en van de toepassing van toezichtmaatregelen op basis van de algemene SREP-beoordeling (5). Beschrijving van het verband tussen SREP-uitkomsten en de toepassing van vroegtijdige-interventiemaatregelen overeenkomstig artikel 27 van Richtlijn 2014/59/EU en bepaling van de voorwaarden waaronder de instelling kan worden beschouwd als een instelling die faalt of waarschijnlijk zal falen overeenkomstig artikel 32 van genoemde richtlijn (6). |
[vrije tekst of referentie of hyperlink naar de richtsnoeren] |
||||||
(1) De bevoegde autoriteiten vermelden welke criteria en methoden zij hanteren in de rijen 020, 030 en 040 en in rij 050 voor de algemene beoordeling. Welk type informatie in de vorm van een toelichting wordt bekendgemaakt, wordt beschreven in de tweede kolom.
(2) Het in aanmerking te nemen toepassingsgebied van het SREP, zowel op het niveau van een instelling als ten aanzien van het eigen vermogen ervan.
De bevoegde autoriteit legt uit welke benadering zij volgt om instellingen in verschillende categorieën onder te brengen voor SREP-doeleinden, waarbij wordt beschreven welke kwantitatieve en kwalitatieve criteria worden gebruikt en hoe de financiële stabiliteit of andere algemene toezichtdoelstellingen door deze indeling in categorieën worden beïnvloed.
De bevoegde autoriteit legt ook uit hoe de indeling in categorieën op zodanige wijze in praktijk wordt gebracht dat ten minste een minimale toezichtsinspanning bij SREP-beoordelingen wordt verzekerd, met onder meer een beschrijving van de frequenties voor de beoordeling van alle SREP-elementen voor verschillende categorieën instellingen.
(3) Met vermelding van de werkinstrumenten, zoals inspecties al dan niet ter plaatse, kwalitatieve en kwantitatieve criteria en bij de beoordelingen gehanteerde statistische gegevens. Aanbevolen wordt hyperlinks naar eventuele richtsnoeren op de website te vermelden.
(4) De bevoegde autoriteiten leggen ook uit hoe de beoordeling van het ICAAP en het ILAAP wordt bestreken door de modellen van minimale toezichtsinspanning die op basis van SREP-categorieën voor evenredigheidsdoeleinden worden toegepast, alsook hoe het evenredigheidsbeginsel op het ICAAP en het ILAAP wordt toegepast voor het bepalen van de verwachtingen op toezichtsgebied, en vermelden met name eventuele door de bevoegde autoriteiten vastgestelde richtsnoeren of minimumvereisten voor het ICAAP en het ILAAP.
(5) De door de bevoegde autoriteiten gevolgde benadering om tot de algemene SREP-beoordeling te komen en deze aan de instellingen mee te delen. De algemene beoordeling door de bevoegde autoriteit is gebaseerd op een toetsing van alle in de rijen 020, 030 en 040 genoemde elementen, in combinatie met alle andere eventueel door de bevoegde autoriteit verkregen relevante informatie over de instelling.
(6) Bevoegde autoriteiten kunnen ook de beleidslijnen bekendmaken waardoor zij zich laten leiden bij hun besluiten tot het nemen van toezichtmaatregelen (in de zin van de artikelen 102 en 104 van de RKV) en vroegtijdige-interventiemaatregelen (in de zin van artikel 27 van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken (Bank Recovery and Resolution Directive, BRRD)) telkens als zij bij de beoordeling van een instelling tekortkomingen of onvolkomenheden constateren die een optreden van de toezichthouder vereisen. Een dergelijke bekendmaking kan eventueel de publicatie omvatten van interne richtsnoeren of van andere documenten waarin algemene toezichtpraktijken worden beschreven. Besluiten betreffende individuele instellingen behoeven echter niet te worden bekendgemaakt teneinde het vertrouwelijkheidsbeginsel te respecteren.
Bovendien kunnen bevoegde autoriteiten informatie verstrekken over de gevolgen als een instelling wettelijke bepalingen schendt of geen gevolg geeft aan de toezicht- of vroegtijdige-interventiemaatregelen die op basis van de SREP-uitkomsten zijn opgelegd; zo verschaft zij (in voorkomend geval) een lijst van geldende handhavingsprocedures.
BIJLAGE IV
GEAGGREGEERDE STATISTISCHE GEGEVENS
Lijst van templates
|
Deel 1 |
Geconsolideerde gegevens per bevoegde autoriteit |
|
Deel 2 |
Gegevens betreffende kredietrisico |
|
Deel 3 |
Gegevens betreffende marktrisico |
|
Deel 4 |
Gegevens betreffende operationeel risico |
|
Deel 5 |
Gegevens betreffende toezichtmaatregelen en administratieve sancties |
|
Deel 6 |
Gegevens betreffende ontheffingen |
Algemene opmerkingen betreffende het invullen van de templates van bijlage IV
|
— |
De bevoegde autoriteiten mogen geen toezichtmaatregelen of -besluiten ten aanzien van specifieke instellingen vermelden. Bij de openbaarmaking van informatie over de algemene criteria en methoden mogen de bevoegde autoriteiten geen toezichtmaatregelen ten aanzien van specifieke instellingen vermelden, ongeacht of deze ten aanzien van één enkele instelling of ten aanzien van een groep instellingen zijn genomen. |
|
— |
Numerieke cellen mogen alleen cijfers bevatten. Er wordt niet naar nationale munteenheden verwezen. De gebruikte munteenheid is de euro en niet tot de eurozone behorende lidstaten rekenen hun nationale munteenheid om in euro met behulp van de wisselkoersen van de ECB (op de gemeenschappelijke referentiedatum, nl. de laatste dag van het beschouwde jaar). Bij de vermelding van bedragen in miljoen wordt afgerond tot één cijfer na de komma. |
|
— |
De gerapporteerde geldbedragen worden vermeld in miljoen euro. |
|
— |
Percentages worden vermeld met twee cijfers na de komma. |
|
— |
Als geen gegevens zijn vermeld, wordt de reden voor de niet-vermelding meegedeeld met gebruikmaking van de EBA-nomenclatuur, nl. N/A (voor niet beschikbaar) of C (voor confidentieel). |
|
— |
De gegevens worden op geaggregeerde basis vermeld zonder dat individuele kredietinstellingen of beleggingsondernemingen worden geïdentificeerd. |
|
— |
In de delen 1 tot en met 4 worden de verwijzingen naar de COREP-templates als bedoeld in Uitvoeringsverordening (EU) nr. 680/2014 van de Commissie vermeld, voor zover deze beschikbaar zijn. |
|
— |
Vanaf het jaar XXXX verzamelen de bevoegde autoriteiten gegevens op geconsolideerde basis. Dit zal de consistentie van de vergaarde informatie verzekeren. |
|
— |
De templates van deze bijlage worden gelezen in samenhang met de hierbij gedefinieerde reikwijdte van de consolidatie voor de rapportage. Met het oog op een efficiënte gegevensverzameling wordt de informatie voor kredietinstellingen en voor beleggingsondernemingen afzonderlijk gerapporteerd, maar wordt in beide gevallen eenzelfde consolidatieniveau gehanteerd. |
|
— |
Teneinde de samenhang en de vergelijkbaarheid van de gerapporteerde gegevens te waarborgen, maakt de ECB enkel geaggregeerde statistische gegevens openbaar voor onder toezicht staande entiteiten waarop zij op de referentiedatum van de publicatie rechtstreeks toezicht uitoefent, terwijl nationale bevoegde autoriteiten enkel voor kredietinstellingen die niet onder rechtstreeks toezicht van de ECB staan geaggregeerde statistische gegevens openbaar maken. |
|
— |
Er worden alleen gegevens verzameld voor beleggingsondernemingen die aan de RKV onderworpen zijn. Beleggingsondernemingen die niet onder het RKV-kader vallen, zijn van de gegevensverzameling uitgesloten. |
DEEL 1
Geconsolideerde gegevens per bevoegde autoriteit (jaar XXXX)
|
|
Verwijzing naar COREP-template |
Gegevens |
||
|
|
Aantal en grootte van kredietinstellingen |
|
|
|
|
010 |
Aantal kredietinstellingen |
|
[Waarde] |
|
|
020 |
Totale activa van de jurisdictie (in miljoen EUR) (1) |
|
[Waarde] |
|
|
030 |
|
[Waarde] |
||
|
|
Aantal en grootte van buitenlandse kredietinstellingen (3) |
|
|
|
|
040 |
van derde landen |
Aantal bijkantoren (4) |
|
[Waarde] |
|
050 |
Totale activa van bijkantoren (in miljoen EUR) |
|
[Waarde] |
|
|
060 |
Aantal dochterondernemingen (5) |
|
[Waarde] |
|
|
070 |
Totale activa van dochterondernemingen (in miljoen EUR) |
|
[Waarde] |
|
|
|
Totaal kapitaal en totale kapitaalvereisten van kredietinstellingen |
|
|
|
|
080 |
Totaal tier 1-kernkapitaal als % van totaal kapitaal (6) |
CA 1 (rij 020/ rij 010) |
[Waarde] |
|
|
090 |
Totaal aanvullend tier 1-kapitaal als % van totaal kapitaal (7) |
CA 1 (rij 530/ rij 010) |
[Waarde] |
|
|
100 |
Totaal tier 2-kapitaal als % van totaal kapitaal (8) |
CA 1 (rij 750/ rij 010) |
[Waarde] |
|
|
110 |
Totale kapitaalvereisten (in miljoen EUR) (9) |
CA 2 (rij 010) * 8 % |
[Waarde] |
|
|
120 |
Totale kapitaalratio (%) (10) |
CA3 (rij 050) |
[Waarde] |
|
|
|
Aantal en grootte van beleggingsondernemingen |
|
|
|
|
130 |
Aantal beleggingsondernemingen |
|
[Waarde] |
|
|
140 |
Totale activa (in miljoen EUR) (1) |
|
[Waarde] |
|
|
150 |
Totale activa in % van het bbp |
|
[Waarde] |
|
|
|
Totaal kapitaal en totale kapitaalvereisten van beleggingsondernemingen |
|
|
|
|
160 |
Totaal tier 1-kernkapitaal als % van totaal kapitaal (6) |
CA 1 (rij 020/ rij 010) |
[Waarde] |
|
|
170 |
Totaal aanvullend tier 1-kapitaal als % van totaal kapitaal (7) |
CA 1 (rij 530/ rij 010) |
[Waarde] |
|
|
180 |
Totaal tier 2-kapitaal als % van totaal kapitaal (8) |
CA 1 (rij 750/ rij 010) |
[Waarde] |
|
|
190 |
Totale kapitaalvereisten (in miljoen EUR) (9) |
CA 2 (rij 010) * 8 % |
[Waarde] |
|
|
200 |
Totale kapitaalratio (%) (10) |
CA3 (rij 050) |
[Waarde] |
|
DEEL 2
Gegevens betreffende kredietrisico (jaar XXXX)
|
|
Gegevens betreffende kredietrisico |
Verwijzing naar COREP-template |
Gegevens |
||
|
|
Kredietinstellingen: eigenvermogensvereisten voor kredietrisico |
|
|
||
|
010 |
Kredietinstellingen: eigenvermogensvereisten voor kredietrisico |
% van totale eigenvermogensvereisten (11) |
CA2 (rij 040) / (rij 010) |
[Waarde] |
|
|
020 |
Kredietinstellingen: uitgesplitst volgens benadering |
% op basis van het totale aantal kredietinstellingen (12) |
Standaardbenadering (SA) |
|
[Waarde] |
|
030 |
IRB-benadering wanneer noch eigen LGD-ramingen noch omrekeningsfactoren worden gebruikt |
|
[Waarde] |
||
|
040 |
IRB-benadering wanneer eigen LGD-ramingen en/of omrekeningsfactoren worden gebruikt |
|
[Waarde] |
||
|
050 |
% op basis van totale eigenvermogensvereisten voor kredietrisico |
SA |
CA2 (rij 050) / (rij 040) |
[Waarde] |
|
|
060 |
IRB-benadering wanneer noch eigen LGD-ramingen noch omrekeningsfactoren worden gebruikt |
CR IRB, Elementaire IRB (rij 010, kolom 260) / CA2 (rij 040) |
[Waarde] |
||
|
070 |
IRB-benadering wanneer eigen LGD-ramingen en/of omrekeningsfactoren worden gebruikt |
CR IRB, geavanceerde IRB (rij 010, kolom 260) / CA2 (rij 040) |
[Waarde] |
||
|
080 |
Kredietinstellingen: uitsplitsing volgens IRB-blootstellingscategorie |
% op basis van totaal risicogewogen blootstellingsbedrag volgens de IRB-benadering |
IRB-benadering wanneer noch eigen LGD-ramingen noch omrekeningsfactoren worden gebruikt |
CA2 (rij 250 / rij 240) |
[Waarde] |
|
090 |
Centrale overheden en centrale banken |
CA2 (rij 260 / rij 240) |
[Waarde] |
||
|
100 |
Instellingen |
CA2 (rij 270 / rij 240) |
[Waarde] |
||
|
110 |
Ondernemingen – Kmo's |
CA2 (rij 280 / rij 240) |
[Waarde] |
||
|
120 |
Ondernemingen – Gespecialiseerde kredietverlening |
CA2 (rij 290 / rij 240) |
[Waarde] |
||
|
130 |
Ondernemingen – Overige |
CA2 (rij 300 / rij 240) |
[Waarde] |
||
|
140 |
IRB-benadering wanneer eigen LGD-ramingen en/of omrekeningsfactoren worden gebruikt |
CA2 (rij 310 / rij 240) |
[Waarde] |
||
|
150 |
Centrale overheden en centrale banken |
CA2 (rij 320 / rij 240) |
[Waarde] |
||
|
160 |
Instellingen |
CA2 (rij 330 / rij 240) |
[Waarde] |
||
|
170 |
Ondernemingen – Kmo's |
CA2 (rij 340 / rij 240) |
[Waarde] |
||
|
180 |
Ondernemingen – Gespecialiseerde kredietverlening |
CA2 (rij 350 / rij 240) |
[Waarde] |
||
|
190 |
Ondernemingen – Overige |
CA2 (rij 360 / rij 240) |
[Waarde] |
||
|
200 |
Particulieren en kleine partijen – Gedekt door onroerend goed van kmo's |
CA2 (rij 370 / rij 240) |
[Waarde] |
||
|
210 |
Particulieren en kleine partijen - Gedekt door onroerend goed van niet-kmo's |
CA2 (rij 380 / rij 240) |
[Waarde] |
||
|
220 |
Particulieren en kleine partijen - Gekwalificeerde revolverende blootstellingen |
CA2 (rij 390 / rij 240) |
[Waarde] |
||
|
230 |
Particulieren en kleine partijen - Overige kmo's |
CA2 (rij 400 / rij 240) |
[Waarde] |
||
|
240 |
Particulieren en kleine partijen - Overige niet-kmo's |
CA2 (rij 410 / rij 240) |
[Waarde] |
||
|
250 |
Eigen vermogen volgens de IRB-benadering |
CA2 (rij 420 / rij 240) |
[Waarde] |
||
|
260 |
Securitisatieposities volgens de IRB-benadering |
CA2 (rij 430 / rij 240) |
[Waarde] |
||
|
270 |
Andere actiefposten die geen kredietverplichting vertegenwoordigen |
CA2 (rij 450 / rij 240) |
[Waarde] |
||
|
|
Gegevens betreffende kredietrisico |
Verwijzing naar COREP-template |
Gegevens |
||
|
280 |
Kredietinstellingen: eigenvermogensvereisten voor kredietrisico |
|
|
||
|
290 |
Kredietinstellingen: uitsplitsing volgens SA-blootstellingscategorie* |
% op basis van totaal risicogewogen blootstellingsbedrag volgens de standaardbenadering |
Centrale overheden of centrale banken |
CA2 (rij 070 / rij 050) |
[Waarde] |
|
300 |
Regionale of lokale overheden |
CA2 (rij 080 / rij 050) |
[Waarde] |
||
|
310 |
Publiekrechtelijke lichamen |
CA2 (rij 090 / rij 050) |
[Waarde] |
||
|
320 |
Multilaterale ontwikkelingsbanken |
CA2 (rij 100 / rij 050) |
[Waarde] |
||
|
330 |
Internationale organisaties |
CA2 (rij 110 / rij 050) |
[Waarde] |
||
|
340 |
Instellingen |
CA2 (rij 120 / rij 050) |
[Waarde] |
||
|
350 |
Ondernemingen |
CA2 (rij 130 / rij 050) |
[Waarde] |
||
|
360 |
Particulieren en kleine partijen |
CA2 (rij 140 / rij 050) |
[Waarde] |
||
|
370 |
Gedekt door hypotheken op onroerend goed |
CA2 (rij 150 / rij 050) |
[Waarde] |
||
|
380 |
Blootstellingen waarbij sprake is van wanbetaling |
CA2 (rij 160 / rij 050) |
[Waarde] |
||
|
390 |
Posten met een bijzonder hoog risico |
CA2 (rij 170 / rij 050) |
[Waarde] |
||
|
400 |
Gedekte obligaties |
CA2 (rij 180 / rij 050) |
[Waarde] |
||
|
410 |
Blootstellingen met betrekking tot instellingen en ondernemingen met een kredietbeoordeling voor de korte termijn |
CA2 (rij 190 / rij 050) |
[Waarde] |
||
|
420 |
Instellingen voor collectieve belegging |
CA2 (rij 200 / rij 050) |
[Waarde] |
||
|
430 |
Eigen vermogen |
CA2 (rij 210 / rij 050) |
[Waarde] |
||
|
440 |
Overige posten |
CA2 (rij 211 / rij 050) |
[Waarde] |
||
|
450 |
Securitisatieposities volgens de standaardbenadering |
CA2 (rij 220 / rij 050) |
[Waarde] |
||
|
460 |
Kredietinstellingen: uitsplitsing volgens kredietrisicobeperking (CRM)-benadering |
% op basis van het totale aantal kredietinstellingen (13) |
Eenvoudige benadering van financiële zekerheden |
|
[Waarde] |
|
470 |
Uitgebreide benadering van financiële zekerheden |
|
[Waarde] |
||
|
|
Beleggingsondernemingen: eigenvermogensvereisten voor kredietrisico |
|
|
||
|
480 |
Beleggingsondernemingen: eigenvermogensvereisten voor kredietrisico |
% van totale eigenvermogensvereisten (14) |
CA2 (rij 040) / (rij 010) |
[Waarde] |
|
|
490 |
Beleggingsondernemingen: uitgesplitst volgens benadering |
% op basis van het totale aantal beleggingsondernemingen (12) |
SA |
|
[Waarde] |
|
500 |
IRB |
|
[Waarde] |
||
|
510 |
% op basis van totale eigenvermogensvereisten voor kredietrisico (15) |
SA |
CA2 (rij 050) / (rij 040) |
[Waarde] |
|
|
520 |
IRB |
CA2 (rij 240) / (rij 040) |
[Waarde] |
||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Aanvullende informatie over securitisaties (in miljoen EUR) |
Verwijzing naar COREP-template |
Gegevens |
||
|
|
Kredietinstellingen: initiator |
|
|
||
|
530 |
Totaal bedrag aan geïnitieerde securitisatieblootstellingen op de balans en buiten de balanstelling |
CR SEC SA (rij 030, kolom 010) + Cr SEC IRB (rij 030, kolom 010) |
[Waarde] |
||
|
540 |
Totaal bedrag aan behouden securitisatieposities (securitisatieposities – oorspronkelijke blootstelling pre-omrekeningsfactoren) op de balans en buiten de balanstelling |
CR SEC SA (rij 030, kolom 050) + CR SEC IRB (rij 030, kolom 050) |
[Waarde] |
||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Blootstellingen en verliezen voortvloeiend uit leningen die door onroerend goed worden gedekt (in miljoen EUR) (16) |
Verwijzing naar COREP-template |
Gegevens |
||
|
550 |
Gebruik van niet-zakelijk onroerend goed als zekerheid |
Som van blootstellingen die gedekt zijn door niet-zakelijk onroerend goed (17) |
CR OT verliezen (rij 010, kolom 050) |
[Waarde] |
|
|
560 |
Som van de verliezen die voortvloeien uit leningen tot de referentiepercentages (18) |
CR OT verliezen (rij 010, kolom 010) |
[Waarde] |
||
|
570 |
Waarvan: onroerend goed gewaardeerd op basis van de hypotheekwaarde (19) |
CR OT verliezen (rij 010, kolom 020) |
[Waarde] |
||
|
580 |
Som van de totale verliezen (20) |
CR OT verliezen (rij 010, kolom 030) |
[Waarde] |
||
|
590 |
Waarvan: onroerend goed gewaardeerd op basis van de hypotheekwaarde (19) |
CR OT verliezen (rij 010, kolom 040) |
[Waarde] |
||
|
600 |
Gebruik van zakelijk onroerend goed als zekerheid |
Som van blootstellingen die gedekt zijn door zakelijk onroerend goed (17) |
CR OT verliezen (rij 020, kolom 050) |
[Waarde] |
|
|
610 |
Som van de verliezen die voortvloeien uit leningen tot de referentiepercentages (18) |
CR OT verliezen (rij 020, kolom 010) |
[Waarde] |
||
|
620 |
Waarvan: onroerend goed gewaardeerd op basis van de hypotheekwaarde (19) |
CR OT verliezen (rij 020, kolom 020) |
[Waarde] |
||
|
630 |
Som van de totale verliezen (20) |
CR OT verliezen (rij 020, kolom 030) |
[Waarde] |
||
|
640 |
Waarvan: onroerend goed gewaardeerd op basis van de hypotheekwaarde (19) |
CR OT verliezen (rij 020, kolom 040) |
[Waarde] |
||
DEEL 3
Gegevens betreffende marktrisico (21) (jaar XXXX)
|
|
Gegevens betreffende marktrisico |
Verwijzing naar COREP-template |
Gegevens |
||
|
|
Kredietinstellingen: eigenvermogensvereisten voor marktrisico |
|
|
||
|
010 |
Kredietinstellingen: eigenvermogensvereisten voor marktrisico |
% van totale eigenvermogensvereisten (22) |
CA2 (rij 520) / (rij 010) |
[Waarde] |
|
|
020 |
Kredietinstellingen: uitgesplitst volgens benadering |
% op basis van het totale aantal kredietinstellingen (23) |
Standaardbenadering |
|
[Waarde] |
|
030 |
Interne modellen |
|
[Waarde] |
||
|
040 |
% op basis van totale eigenvermogensvereisten voor marktrisico |
Standaardbenadering |
CA2 (rij 530) / (rij 520) |
[Waarde] |
|
|
050 |
Interne modellen |
CA2 (rij 580) / (rij 520) |
[Waarde] |
||
|
|
Beleggingsondernemingen: eigenvermogensvereisten voor marktrisico |
|
|
||
|
060 |
Beleggingsondernemingen: eigenvermogensvereisten voor marktrisico |
% van totale eigenvermogensvereisten (22) |
CA2 (rij 520) / (rij 010) |
[Waarde] |
|
|
070 |
Beleggingsondernemingen: uitgesplitst volgens benadering |
% op basis van het totale aantal beleggingsondernemingen (23) |
Standaardbenadering |
|
[Waarde] |
|
080 |
Interne modellen |
|
[Waarde] |
||
|
090 |
% op basis van totale eigenvermogensvereisten voor marktrisico |
Standaardbenadering |
CA2 (rij 530) / (rij 520) |
[Waarde] |
|
|
100 |
Interne modellen |
CA2 (rij 580) / (rij 520) |
[Waarde] |
||
DEEL 4
Gegevens betreffende operationeel risico (jaar XXXX)
|
|
Gegevens betreffende operationeel risico |
Verwijzing naar COREP-template |
Gegevens |
||
|
|
Kredietinstellingen: eigenvermogensvereisten voor operationeel risico |
|
|
||
|
010 |
Kredietinstellingen: eigenvermogensvereisten voor operationeel risico |
% van totale eigenvermogensvereisten (24) |
CA2 (rij 590) / (rij 010) |
[Waarde] |
|
|
020 |
Kredietinstellingen: uitgesplitst volgens benadering |
% op basis van het totale aantal kredietinstellingen (25) |
Basisindicatorbenadering (BIA) |
|
[Waarde] |
|
030 |
Standaardbenadering (TSA) / Alternatieve standaardbenadering (ASA) |
|
[Waarde] |
||
|
040 |
Geavanceerde meetbenadering (AMA) |
|
[Waarde] |
||
|
050 |
% op basis van totale eigenvermogensvereisten voor operationeel risico |
BIA |
CA2 (rij 600) / (rij 590) |
[Waarde] |
|
|
060 |
TSA/ASA |
CA2 (rij 610) / (rij 590) |
[Waarde] |
||
|
070 |
AMA |
CA2 (rij 620) / (rij 590) |
[Waarde] |
||
|
|
Kredietinstellingen: verliezen als gevolg van operationeel risico |
|
|
||
|
080 |
Kredietinstellingen: totaal brutoverlies |
Totaal brutoverlies in % van de totale bruto-inkomsten (26) |
OPR details (rij 920, kolom 080)/ OPR ((som (rij 010 tot en met rij 130, kolom 030) |
[Waarde] |
|
|
|
Beleggingsondernemingen: eigenvermogensvereisten voor operationeel risico |
|
|
||
|
090 |
Beleggingsondernemingen: eigenvermogensvereisten voor operationeel risico |
% van totale eigenvermogensvereisten (24) |
CA2 (rij 590) / (rij 010) |
[Waarde] |
|
|
100 |
Beleggingsondernemingen: uitgesplitst volgens benadering |
% op basis van het totale aantal beleggingsondernemingen (25) |
BIA |
|
[Waarde] |
|
110 |
TSA/ASA |
|
[Waarde] |
||
|
120 |
AMA |
|
[Waarde] |
||
|
130 |
% op basis van totale eigenvermogensvereisten voor operationeel risico |
BIA |
CA2 (rij 600) / (rij 590) |
[Waarde] |
|
|
140 |
TSA/ASA |
CA2 (rij 610) / (rij 590) |
[Waarde] |
||
|
150 |
AMA |
CA2 (rij 620) / (rij 590) |
[Waarde] |
||
|
|
Beleggingsondernemingen: verliezen als gevolg van operationeel risico |
|
|
||
|
160 |
Beleggingsondernemingen: totaal brutoverlies |
Totaal brutoverlies in % van totale bruto-inkomsten (26) |
OPR details (rij 920, kolom 080)/ OPR ((som (rij 010 tot en met rij 130, kolom 030) |
[Waarde] |
|
DEEL 5
Gegevens betreffende toezichtmaatregelen en administratieve sancties (27) (jaar XXXX)
|
|
Toezichtmaatregelen |
Gegevens |
|
|
|
Kredietinstellingen |
|
|
|
010 |
Toezichtmaatregelen overeenkomstig artikel 102, lid 1, onder a) |
Totaal aantal toezichtmaatregelen overeenkomstig artikel 104, lid 1, van Richtlijn 2013/36/EU: |
[Waarde] |
|
011 |
boven de minimumkapitaalvereisten eigen vermogen aanhouden [artikel 104, lid 1, onder a)] |
[Waarde] |
|
|
012 |
aanscherpen van regelingen inzake governance en intern kapitaalbeheer [artikel 104, lid 1, onder b)] |
[Waarde] |
|
|
013 |
een plan presenteren om opnieuw aan de toezichtvereisten te voldoen [artikel 104, lid 1, onder c)] |
[Waarde] |
|
|
014 |
een specifiek voorzieningenbeleid voeren of activa op een specifieke wijze behandelen [artikel 104, lid 1, onder d)] |
[Waarde] |
|
|
015 |
restricties of beperkingen ten aanzien van de bedrijfsactiviteiten [artikel 104, lid 1, onder e)] |
[Waarde] |
|
|
016 |
het aan de werkzaamheden, producten en systemen verbonden risico beperken [artikel 104, lid 1, onder f)] |
[Waarde] |
|
|
017 |
de variabele beloning beperken [artikel 104, lid 1, onder g)] |
[Waarde] |
|
|
018 |
het eigen vermogen versterken door nettowinsten te gebruiken [artikel 104, lid 1, onder h)] |
[Waarde] |
|
|
019 |
uitkeringen of rentebetalingen beperken of verbieden [artikel 104, lid 1, onder i)] |
[Waarde] |
|
|
020 |
aanvullende rapportagevereisten of een frequentere rapportage opleggen [artikel 104, lid 1, onder j)] |
[Waarde] |
|
|
021 |
specifieke liquiditeitsvereisten opleggen [artikel 104, lid 1, onder k)] |
[Waarde] |
|
|
022 |
aanvullende openbaarmakingen eisen [artikel 104, lid 1, onder l)] |
[Waarde] |
|
|
023 |
Aantal en aard van andere toezichtmaatregelen (die niet vermeld zijn in artikel 104, lid 1, van Richtlijn 2013/36/EU) |
[Waarde] |
|
|
024 |
Toezichtmaatregelen overeenkomstig artikel 102, lid 1, onder b), en andere bepalingen van Richtlijn 2013/36/EU of Verordening (EU) nr. 575/2013 |
Totaal aantal toezichtmaatregelen overeenkomstig artikel 104, lid 1, van Richtlijn 2013/36/EU: |
[Waarde] |
|
025 |
boven de minimumkapitaalvereisten eigen vermogen aanhouden [artikel 104, lid 1, onder a)] |
[Waarde] |
|
|
026 |
aanscherpen van regelingen inzake governance en intern kapitaalbeheer [artikel 104, lid 1, onder b)] |
[Waarde] |
|
|
027 |
een plan presenteren om opnieuw aan de toezichtvereisten te voldoen [artikel 104, lid 1, onder c)] |
[Waarde] |
|
|
028 |
een specifiek voorzieningenbeleid voeren of activa op een specifieke wijze behandelen [artikel 104, lid 1, onder d)] |
[Waarde] |
|
|
029 |
restricties of beperkingen ten aanzien van de bedrijfsactiviteiten [artikel 104, lid 1, onder e)] |
[Waarde] |
|
|
030 |
het aan de werkzaamheden, producten en systemen verbonden risico beperken [artikel 104, lid 1, onder f)] |
[Waarde] |
|
|
031 |
de variabele beloning beperken [artikel 104, lid 1, onder g)] |
[Waarde] |
|
|
032 |
het eigen vermogen versterken door nettowinsten te gebruiken [artikel 104, lid 1, onder h)] |
[Waarde] |
|
|
033 |
uitkeringen of rentebetalingen beperken of verbieden [artikel 104, lid 1, onder i)] |
[Waarde] |
|
|
034 |
aanvullende rapportagevereisten of een frequentere rapportage opleggen [artikel 104, lid 1, onder j)] |
[Waarde] |
|
|
035 |
specifieke liquiditeitsvereisten opleggen [artikel 104, lid 1, onder k)] |
[Waarde] |
|
|
036 |
aanvullende openbaarmakingen eisen [artikel 104, lid 1, onder l)] |
[Waarde] |
|
|
037 |
Aantal en aard van andere toezichtmaatregelen (die niet vermeld zijn in artikel 104, lid 1, van Richtlijn 2013/36/EU) |
[Waarde] |
|
|
|
|
|
|
|
|
Toezichtmaatregelen |
Gegevens |
|
|
|
Beleggingsondernemingen |
|
|
|
037 |
Toezichtmaatregelen overeenkomstig artikel 102, lid 1, onder a) |
Totaal aantal toezichtmaatregelen overeenkomstig artikel 104, lid 1, van Richtlijn 2013/36/EU: |
[Waarde] |
|
038 |
boven de minimumkapitaalvereisten eigen vermogen aanhouden [artikel 104, lid 1, onder a)] |
[Waarde] |
|
|
039 |
aanscherpen van regelingen inzake governance en intern kapitaalbeheer [artikel 104, lid 1, onder b)] |
[Waarde] |
|
|
040 |
een plan presenteren om opnieuw aan de toezichtvereisten te voldoen [artikel 104, lid 1, onder c)] |
[Waarde] |
|
|
041 |
een specifiek voorzieningenbeleid voeren of activa op een specifieke wijze behandelen [artikel 104, lid 1, onder d)] |
[Waarde] |
|
|
042 |
restricties of beperkingen ten aanzien van de bedrijfsactiviteiten [artikel 104, lid 1, onder e)] |
[Waarde] |
|
|
043 |
het aan de werkzaamheden, producten en systemen verbonden risico beperken [artikel 104, lid 1, onder f)] |
[Waarde] |
|
|
044 |
de variabele beloning beperken [artikel 104, lid 1, onder g)] |
[Waarde] |
|
|
045 |
het eigen vermogen versterken door nettowinsten te gebruiken [artikel 104, lid 1, onder h)] |
[Waarde] |
|
|
046 |
uitkeringen of rentebetalingen beperken of verbieden [artikel 104, lid 1, onder i)] |
[Waarde] |
|
|
047 |
aanvullende rapportagevereisten of een frequentere rapportage opleggen [artikel 104, lid 1, onder j)] |
[Waarde] |
|
|
048 |
specifieke liquiditeitsvereisten opleggen [artikel 104, lid 1, onder k)] |
[Waarde] |
|
|
049 |
aanvullende openbaarmakingen eisen [artikel 104, lid 1, onder l)] |
[Waarde] |
|
|
050 |
Aantal en aard van andere toezichtmaatregelen (die niet vermeld zijn in artikel 104, lid 1, van Richtlijn 2013/36/EU) |
[Waarde] |
|
|
051 |
Toezichtmaatregelen overeenkomstig artikel 102, lid 1, onder b), en andere bepalingen van Richtlijn 2013/36/EU of Verordening (EU) nr. 575/2013 |
Totaal aantal toezichtmaatregelen overeenkomstig artikel 104, lid 1, van Richtlijn 2013/36/EU: |
[Waarde] |
|
052 |
boven de minimumkapitaalvereisten eigen vermogen aanhouden [artikel 104, lid 1, onder a)] |
[Waarde] |
|
|
053 |
aanscherpen van regelingen inzake governance en intern kapitaalbeheer [artikel 104, lid 1, onder b)] |
[Waarde] |
|
|
054 |
een plan presenteren om opnieuw aan de toezichtvereisten te voldoen [artikel 104, lid 1, onder c)] |
[Waarde] |
|
|
055 |
een specifiek voorzieningenbeleid voeren of activa op een specifieke wijze behandelen [artikel 104, lid 1, onder d)] |
[Waarde] |
|
|
056 |
restricties of beperkingen ten aanzien van de bedrijfsactiviteiten [artikel 104, lid 1, onder e)] |
[Waarde] |
|
|
057 |
het aan de werkzaamheden, producten en systemen verbonden risico beperken [artikel 104, lid 1, onder f)] |
[Waarde] |
|
|
058 |
de variabele beloning beperken [artikel 104, lid 1, onder g)] |
[Waarde] |
|
|
059 |
het eigen vermogen versterken door nettowinsten te gebruiken [artikel 104, lid 1, onder h)] |
[Waarde] |
|
|
060 |
uitkeringen of rentebetalingen beperken of verbieden [artikel 104, lid 1, onder i)] |
[Waarde] |
|
|
061 |
aanvullende rapportagevereisten of een frequentere rapportage opleggen [artikel 104, lid 1, onder j)] |
[Waarde] |
|
|
062 |
specifieke liquiditeitsvereisten opleggen [artikel 104, lid 1, onder k)] |
[Waarde] |
|
|
063 |
aanvullende openbaarmakingen eisen [artikel 104, lid 1, onder l)] |
[Waarde] |
|
|
064 |
Aantal en aard van andere toezichtmaatregelen (die niet vermeld zijn in artikel 104, lid 1, van Richtlijn 2013/36/EU) |
[Waarde] |
|
|
|
|
|
|
|
|
Administratieve sancties (28) |
Gegevens |
|
|
|
Kredietinstellingen |
|
|
|
065 |
Administratieve sancties (voor inbreuken op vergunningvereisten en vereisten voor de verwerving van gekwalificeerde deelnemingen) |
Totaal aantal administratieve sancties met toepassing van artikel 66, lid 2, van Richtlijn 2013/36/EU: |
[Waarde] |
|
066 |
publieke verklaringen waarin de verantwoordelijke natuurlijke of rechtspersoon en de aard van de inbreuk worden aangewezen [artikel 66, lid 2, onder a)] |
[Waarde] |
|
|
067 |
een bevel waarin wordt geëist dat de voor de inbreuk verantwoordelijke natuurlijke of rechtspersoon het gedrag staakt en niet meer herhaalt [artikel 66, lid 2, onder b)]; |
[Waarde] |
|
|
068 |
administratieve geldboeten die aan de natuurlijke of rechtspersoon worden opgelegd [artikel 66, lid 2, onder c), d) en e)] |
[Waarde] |
|
|
069 |
schorsing van de stemrechten van aandeelhouders [artikel 66, lid 2, onder f)] |
[Waarde] |
|
|
070 |
Aantal en aard van andere administratieve sancties (die niet vermeld zijn in artikel 66, lid 2, van Richtlijn 2013/36/EU) |
[Vrije tekst] |
|
|
071 |
Administratieve sancties (voor andere schendingen van vereisten van Richtlijn 2013/36/EU of Verordening (EU) nr. 575/2013 |
Totaal aantal administratieve sancties met toepassing van artikel 67, lid 2, van Richtlijn 2013/36/EU: |
[Waarde] |
|
072 |
publieke verklaringen waarin de verantwoordelijke natuurlijke of rechtspersoon en de aard van de inbreuk worden aangewezen [artikel 67, lid 2, onder a)] |
[Waarde] |
|
|
073 |
een bevel waarin wordt geëist dat de voor de inbreuk verantwoordelijke natuurlijke of rechtspersoon het gedrag staakt en niet meer herhaalt [artikel 67, lid 2, onder b)]; |
[Waarde] |
|
|
074 |
intrekking van de vergunning van kredietinstellingen [artikel 67, lid 2, onder c)] |
[Waarde] |
|
|
075 |
tijdelijk verbod voor een natuurlijke persoon om functies in kredietinstellingen te bekleden [artikel 67, lid 2, onder d)] |
[Waarde] |
|
|
076 |
administratieve geldboeten opgelegd aan de natuurlijke of rechtspersoon [artikel 67, lid 2, onder e), f) en g)] |
[Waarde] |
|
|
077 |
Aantal en aard van andere administratieve sancties (die niet vermeld zijn in artikel 67, lid 2, van Richtlijn 2013/36/EU) |
[Vrije tekst] |
|
|
|
Beleggingsondernemingen |
|
|
|
078 |
Administratieve sancties (voor inbreuken op vergunningvereisten en vereisten voor de verwerving van gekwalificeerde deelnemingen) |
Totaal aantal administratieve sancties met toepassing van artikel 66, lid 2, van Richtlijn 2013/36/EU: |
[Waarde] |
|
079 |
publieke verklaringen waarin de verantwoordelijke natuurlijke of rechtspersoon en de aard van de inbreuk worden aangewezen [artikel 66, lid 2, onder a)] |
[Waarde] |
|
|
080 |
een bevel waarin wordt geëist dat de voor de inbreuk verantwoordelijke natuurlijke of rechtspersoon het gedrag staakt en niet meer herhaalt [artikel 66, lid 2, onder b)]; |
[Waarde] |
|
|
081 |
administratieve geldboeten opgelegd aan een rechtspersoon [artikel 66, lid 2, onder c), d) en e)] |
[Waarde] |
|
|
082 |
schorsing van de stemrechten van aandeelhouders [artikel 66, lid 2, onder f)] |
[Waarde] |
|
|
083 |
Aantal en aard van andere administratieve sancties (die niet vermeld zijn in artikel 66, lid 2, van Richtlijn 2013/36/EU) |
[Waarde] |
|
|
084 |
Administratieve sancties (voor andere schendingen van vereisten van Richtlijn 2013/36/EU of Verordening (EU) nr. 575/2013 |
Totaal aantal administratieve sancties met toepassing van artikel 66, lid 2, van Richtlijn 2013/36/EU: |
[Waarde] |
|
085 |
publieke verklaringen waarin de verantwoordelijke natuurlijke of rechtspersoon en de aard van de inbreuk worden aangewezen [artikel 67, lid 2, onder a)] |
[Waarde] |
|
|
086 |
een bevel waarin wordt geëist dat de voor de inbreuk verantwoordelijke natuurlijke of rechtspersoon het gedrag staakt en niet meer herhaalt [artikel 67, lid 2, onder b)]; |
[Waarde] |
|
|
087 |
intrekking van de vergunning van beleggingsondernemingen [artikel 67, lid 2, onder c)] |
[Waarde] |
|
|
088 |
tijdelijk verbod voor een natuurlijke persoon om functies in beleggingsonderneming te bekleden [artikel 67, lid 2, onder d)] |
[Waarde] |
|
|
089 |
administratieve geldboeten opgelegd aan de natuurlijke of rechtspersoon [artikel 67, lid 2, onder e), f) en g)] |
[Waarde] |
|
|
090 |
Aantal en aard van andere administratieve sancties (die niet vermeld zijn in artikel 67, lid 2, van Richtlijn 2013/36/EU) |
[Vrije tekst] |
|
|
De bevoegde autoriteiten mogen geen toezichtmaatregelen of -besluiten ten aanzien van specifieke instellingen vermelden. Bij de openbaarmaking van informatie over de algemene criteria en methoden mogen de bevoegde autoriteiten geen toezichtmaatregelen ten aanzien van specifieke instellingen vermelden, ongeacht of deze ten aanzien van één enkele instelling of ten aanzien van een groep instellingen zijn genomen. |
|||
DEEL 6
Gegevens betreffende ontheffingen (29) (jaar XXXX)
|
|
Vrijstelling van de toepassing op individuele basis van de prudentiële vereisten bedoeld in de delen twee tot en met vijf, zeven en acht van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||
|
|
Toepasselijke bepaling in Verordening (EU) nr. 575/2013 |
Artikel 7, leden 1 en 2 (ontheffingen voor dochterondernemingen) (30) |
Artikel 7, lid 3 (ontheffingen voor moederinstellingen) |
|
010 |
Totaal aantal verleende ontheffingen |
[Waarde] |
[Waarde] |
|
011 |
Aantal verleende ontheffingen aan moederinstellingen die in derde landen gevestigde dochterondernemingen of deelnemingen daarin bezitten |
n.v.t. |
[Waarde] |
|
012 |
Totaal bedrag aan geconsolideerd eigen vermogen dat in in derde landen gevestigde dochterondernemingen wordt aangehouden (in miljoen EUR) |
n.v.t. |
[Waarde] |
|
013 |
Percentage van het totaal geconsolideerd eigen vermogen dat in in derde landen gevestigde dochterondernemingen wordt aangehouden (%) |
n.v.t. |
[Waarde] |
|
014 |
Percentage van geconsolideerde eigenvermogensvereisten die aan in derde landen gevestigde dochterondernemingen worden toegewezen (%) |
n.v.t. |
[Waarde] |
|
|
Toestemming voor moederinstellingen om bij de berekening van hun prudentiële vereisten als bedoeld in de delen twee tot en met vijf en acht van Verordening (EU) nr. 575/2013 dochterondernemingen in aanmerking te nemen |
||
|
|
Toepasselijke bepaling in Verordening (EU) nr. 575/2013 |
Artikel 9, lid 1 (individuele consolidatiemethode) |
|
|
015 |
Totaal aantal verleende ontheffingen |
[Waarde] |
|
|
016 |
Aantal vergunningen verleend aan moederinstellingen om bij de berekening van hun vereiste in derde landen gevestigde dochterondernemingen in aanmerking te nemen |
[Waarde] |
|
|
017 |
Totaal bedrag aan geconsolideerd eigen vermogen dat in in derde landen gevestigde dochterondernemingen wordt aangehouden (in miljoen EUR) |
[Waarde] |
|
|
018 |
Percentage van het totaal geconsolideerd eigen vermogen dat in in derde landen gevestigde dochterondernemingen wordt aangehouden (%) |
[Waarde] |
|
|
019 |
Percentage van de geconsolideerde eigenvermogensvereisten die aan in derde landen gevestigde dochterondernemingen worden toegewezen (%) |
[Waarde] |
|
|
|
Vrijstelling van de toepassing op individuele basis van de liquiditeitsvereisten bedoeld in deel zes van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||
|
|
Toepasselijke bepaling in Verordening (EU) nr. 575/2013 |
Artikel 8 (ontheffingen van de liquiditeitsvereisten voor dochterondernemingen) |
|
|
020 |
Totaal aantal verleende ontheffingen |
[Waarde] |
|
|
021 |
Aantal verleende ontheffingen op grond van artikel 8, lid 2, als aan alle instellingen binnen één enkele liquiditeitssubgroep in dezelfde lidstaat een vergunning is verleend |
[Waarde] |
|
|
022 |
Aantal verleende ontheffingen op grond van artikel 8, lid 1, als aan alle instellingen binnen één enkele liquiditeitssubgroep in verschillende lidstaten een vergunning is verleend |
[Waarde] |
|
|
023 |
Aantal ontheffingen die overeenkomstig artikel 8, lid 3, verleend zijn aan instellingen die aangesloten zijn bij hetzelfde institutioneel protectiestelsel |
[Waarde] |
|
|
|
Vrijstelling van de toepassing op individuele basis van de prudentiële vereisten bedoeld in de delen twee tot en met acht van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||
|
|
Toepasselijke bepaling in Verordening (EU) nr. 575/2013 |
Artikel 10 (kredietinstellingen die blijvend aangesloten zijn bij een centraal orgaan) |
|
|
024 |
Totaal aantal verleende ontheffingen |
[Waarde] |
|
|
025 |
Aantal verleende ontheffingen voor kredietinstellingen die blijvend aangesloten zijn bij een centraal orgaan |
[Waarde] |
|
|
026 |
Aantal verleende ontheffingen aan centrale organen |
[Waarde] |
|
(1) Voor de nationale bevoegde autoriteiten is het bedrag van de totale activa gelijk aan de waarde van de totale activa van het land (enkel voor de rijen 020 en 030), terwijl voor de ECB het bedrag van de totale activa gelijk is aan de waarde van de totale activa van belangrijke instellingen voor het gehele gemeenschappelijk toezichtsmechanisme.
(2) Bbp tegen marktprijzen; voorgestelde bron – Eurostat/ECB.
(3) EER-landen worden buiten beschouwing gelaten.
(4) Aantal bijkantoren als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 17), van de VKV. Alle bedrijfsvestigingen die in hetzelfde land zijn opgericht door een kredietinstelling met hoofdkantoor in een derde land, worden als één enkel bijkantoor beschouwd.
(5) Aantal dochterondernemingen als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 16), van de VKV. Elke dochteronderneming van een dochteronderneming wordt ook beschouwd als een dochter van de moederonderneming die aan het hoofd van deze ondernemingen staat.
(6) De verhouding tussen het tier 1-kernkapitaal als gedefinieerd in artikel 50 van de VKV en het eigen vermogen als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 118), en artikel 72 van de VKV, uitgedrukt in procent (%).
(7) De verhouding tussen het aanvullend tier 1-kapitaal als gedefinieerd in artikel 61 van de VKV en het eigen vermogen als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 118), en artikel 72 van de VKV, uitgedrukt in procent (%).
(8) De verhouding tussen het tier 2-kapitaal als gedefinieerd in artikel 71 van de VKV en het eigen vermogen als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 118), en artikel 72 van de VKV, uitgedrukt in procent (%).
(9) 8 % van het totaal van de risicoposten als gedefinieerd in artikel 92, lid 3, en de artikelen 95, 96 en 98 van de VKV.
(10) De verhouding tussen het eigen vermogen en het totaal van de risicoposten als gedefinieerd in artikel 92, lid 2, onder c), van de VKV, uitgedrukt in procent (%).
(11) De verhouding tussen de eigenvermogensvereisten voor het kredietrisico als gedefinieerd in artikel 92, lid 3, onder a) en f), van de VKV en het totale eigen vermogen als gedefinieerd in artikel 92, lid 3, en de artikelen 95, 96 en 98 van de VKV.
(12) Wanneer een instelling van meer dan één benadering gebruikmaakt, wordt zij bij elk van de benaderingen in kwestie meegeteld. De som van de voor de drie benaderingen gerapporteerde percentages kan derhalve groter zijn dan 100 %.
(13) In de uitzonderlijke gevallen waarin een instelling van meer dan één benadering gebruikmaakt, wordt zij bij elk van de benaderingen in kwestie meegeteld. De som van de gerapporteerde percentages kan derhalve groter zijn dan 100 %.
(14) De verhouding tussen de eigenvermogensvereisten voor het kredietrisico als gedefinieerd in artikel 92, lid 3, onder a) en f), van de VKV en het totale eigen vermogen als gedefinieerd in artikel 92, lid 3, en de artikelen 95, 96 en 98 van de VKV.
(15) Het percentage van de eigenvermogensvereisten van beleggingsondernemingen die respectievelijk de SA en de IRB-benadering toepassen ten aanzien van de totale eigenvermogensvereisten voor het kredietrisico als gedefinieerd in artikel 92, lid 3, onder a) en f), van de VKV.
(16) Het bedrag van de geraamde verliezen wordt gerapporteerd op de rapportagereferentiedatum.
(17) Als gedefinieerd in respectievelijk punt c) en punt f) van artikel 101, lid 1, van de VKV; de marktwaarde en de hypotheekwaarde als gedefinieerd in respectievelijk punt 74) en punt 76) van artikel 4, lid 1, van de VKV; enkel voor het gedeelte van de blootstelling dat als geheel en volledig gedekt wordt behandeld overeenkomstig artikel 124, lid 1, van de VKV.
(18) Als gedefinieerd in respectievelijk punt a) en punt d) van artikel 101, lid 1, van de VKV; de marktwaarde en de hypotheekwaarde als gedefinieerd in respectievelijk punt 74) en punt 76) van artikel 4, lid 1, van de VKV.
(19) Wanneer de waarde van de zekerheid is berekend op basis van de hypotheekwaarde.
(20) Als gedefinieerd in respectievelijk punt b) en punt e) van artikel 101, lid 1, van de VKV; de marktwaarde en de hypotheekwaarde als gedefinieerd in respectievelijk punt 74) en punt 76) van artikel 4, lid 1, van de VKV.
(21) De template bevat informatie over alle instellingen en niet enkel over die met marktrisicoposities.
(22) De verhouding tussen de totale risicoposten voor positie-, valuta- en grondstoffenrisico's als gedefinieerd in artikel 92, lid 3, onder b), i), artikel 92, lid 3, onder c), i) en iii), en artikel 92, lid 4, onder b), van de VKV en het totaal van de risicoposten als gedefinieerd in artikel 92, lid 3, en de artikelen 95, 96 en 98 van de VKV (in %).
(23) Wanneer een instelling van meer dan één benadering gebruikmaakt, wordt zij bij elk van de benaderingen in kwestie meegeteld. De som van de gerapporteerde percentages kan derhalve groter zijn dan 100 %, maar ook kleiner dan 100 % omdat entiteiten met een kleine handelsportefeuille niet verplicht zijn het marktrisico te bepalen.
(24) De verhouding tussen de totale risicoposten voor het operationeel risico als gedefinieerd in artikel 92, lid 3, van de VKV en het totaal van de risicoposten als gedefinieerd in artikel 92, lid 3, en de artikelen 95, 96 en 98 van de VKV (in %).
(25) Wanneer een instelling van meer dan één benadering gebruikmaakt, wordt zij bij elk van de benaderingen in kwestie meegeteld. De som van de gerapporteerde percentages kan derhalve groter zijn dan 100 %, maar ook kleiner dan 100 % omdat sommige beleggingsondernemingen niet verplicht zijn kapitaalvereisten voor het operationele risico mee te tellen.
(26) Enkel voor entiteiten die van de AMA of de TSA/ASA gebruikmaken; de verhouding tussen het totale verliesbedrag voor alle bedrijfsonderdelen en de som van de relevante indicator voor onder de TSA/ASA en de AMA vallende bankactiviteiten voor het laatste jaar (in %).
(27) De informatie wordt gerapporteerd op basis van de datum van het besluit.
Als gevolg van verschillen in nationale regelgeving alsmede in toezichtpraktijken en -benaderingen van de bevoegde autoriteiten is het mogelijk dat de cijfers in deze tabel niet op zinvolle wijze kunnen worden vergeleken tussen jurisdicties. Eventuele conclusies waarbij niet zorgvuldig met deze verschillen rekening wordt gehouden, kunnen dus misleidend zijn.
(28) De administratieve sancties die door bevoegde autoriteiten worden opgelegd. De bevoegde autoriteiten rapporteren alle niet voor beroep vatbare administratieve sancties in hun jurisdictie op de referentiedatum van de publicatie. De bevoegde autoriteiten van lidstaten waar het is toegestaan voor beroep vatbare administratieve sancties te publiceren, rapporteren ook deze administratieve sancties, tenzij het beroep waarbij de administratieve sanctie nietig wordt verklaard, is uitgesproken.
(29) De door de bevoegde autoriteiten gerapporteerde informatie over ontheffingspraktijken is gebaseerd op het totale aantal nog in werking en van kracht zijnde ontheffingen die de bevoegde autoriteit heeft verleend. De te rapporteren informatie is beperkt tot de entiteiten waaraan een ontheffing is verleend. Wanneer de informatie niet beschikbaar is, d.w.z. geen deel uitmaakt van de reguliere rapportage, wordt deze als "N/A" gerapporteerd.
(30) Voor het tellen van de ontheffingen wordt uitgegaan van het aantal instellingen waaraan de ontheffing is verleend.