Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32017R2309

Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2309 van de Commissie van 13 december 2017 tot verlaging van de vangstquota voor 2017 voor bepaalde bestanden wegens overbevissing van andere bestanden in de voorgaande jaren en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1345

C/2017/8332

PB L 331 van 14.12.2017, pp. 23–35 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2017/2309/oj

14.12.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 331/23


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/2309 VAN DE COMMISSIE

van 13 december 2017

tot verlaging van de vangstquota voor 2017 voor bepaalde bestanden wegens overbevissing van andere bestanden in de voorgaande jaren en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1345

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (1), en met name artikel 105, leden 1, 2, 3 en 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De vangstquota voor 2016 zijn vastgesteld bij:

Verordening (EU) nr. 1367/2014 van de Raad (2),

Verordening (EU) 2015/2072 van de Raad (3),

Verordening (EU) 2016/72 van de Raad (4), en

Verordening (EU) 2016/73 van de Raad (5).

(2)

De vangstquota voor 2017 zijn vastgesteld bij:

Verordening (EU) 2016/1903 van de Raad (6),

Verordening (EU) 2016/2285 van de Raad (7),

Verordening (EU) 2016/2372 van de Raad (8), en

Verordening (EU) 2017/127 van de Raad (9).

(3)

Overeenkomstig artikel 105, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 moet de Commissie, wanneer zij vaststelt dat een lidstaat de hem toegewezen vangstquota heeft overschreden, de toekomstige vangstquota van die lidstaat verlagen.

(4)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1345 van de Commissie (10) zijn voor bepaalde bestanden verlagingen van de vangstquota voor 2017 vastgesteld wegens overbevissing van deze bestanden in de voorgaande jaren.

(5)

Voor sommige lidstaten konden in het kader van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1345 echter geen verlagingen worden toegepast op voor de overbeviste bestanden toegewezen quota, omdat deze lidstaten in 2017 niet over dergelijke quota beschikken.

(6)

Wanneer geen verlagingen kunnen worden toegepast op het overbeviste bestand in het jaar na dat waarin de overbevissing is geconstateerd, omdat de betrokken lidstaat niet over een quotum beschikt, kan de verlaging krachtens artikel 105, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 worden toegepast op andere bestanden in hetzelfde geografische gebied of met dezelfde handelswaarde. Overeenkomstig Mededeling 2012/C 72/07 van de Commissie (11) moeten deze verlagingen bij voorkeur worden toegepast op quota die zijn toegewezen voor bestanden die worden bevist door dezelfde vloot als die welke het quotum heeft overschreden, rekening houdend met de noodzaak om teruggooi in gemengde visserijen te voorkomen.

(7)

De betrokken lidstaten zijn geraadpleegd over de voorgestelde verlagingen van quota voor andere bestanden dan die welke zijn overbevist.

(8)

In 2016 heeft Spanje zijn quotum voor witte marlijn in de Atlantische Oceaan (WHM/ATLANT) overbevist. De verplichte verlaging is toegepast krachtens Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1345 over het volledige beschikbare quotum voor witte marlijn in 2017, overeenkomstig de richtsnoeren van Mededeling 2012/C 72/07. Aangezien het beschikbare quotum van 2017 voor witte marlijn in de Atlantische Oceaan niet volstaat, heeft Spanje bij brief van 9 augustus 2017 verzocht om de resterende verlaging, met inbegrip van uitstaande verlagingen van vorige jaren, toe te passen op het quotum van 2017 voor zwaardvis in de Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB (SWO/AN05N). Dat verzoek moet worden aanvaard overeenkomstig artikel 105, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1224/2009.

(9)

In 2016 heeft Spanje zijn quotum voor witte tonijn in de Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB, (ALB/AN05N) overbevist. Spanje heeft bij brief van 20 juli 2017 verzocht om spreiding van de verlaging over drie jaar. Gelet op de verstrekte informatie en overwegende dat in punt 5 van aanvullende aanbeveling 13-05 van ICCAT betreffende het herstelprogramma voor Noord-Atlantische witte tonijn (12) is bepaald dat overbevissing binnen maximaal twee jaar op het quotum in mindering moet worden gebracht, kan bij wijze van alternatief uitzonderlijk een gelijke spreiding van de verlaging over twee jaar worden aanvaard.

(10)

Voorts hebben de Spaanse visserijautoriteiten ontdekt dat de aan de Commissie toegezonden vangstgegevens van 2016 voor witte tonijn in de Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB, onjuist waren. Uit de gecorrigeerde gegevens die op 4 augustus 2017 door Spanje zijn toegezonden, blijkt dat het Spaanse quotum voor witte tonijn in de Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB, met een lagere hoeveelheid is overschreven dan die waarmee rekening is gehouden voor de verlagingen die zijn vastgesteld bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1345. De verlaging van het Spaanse quotum van 2017 voor witte tonijn in de Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB, moet derhalve worden aangepast.

(11)

Na de bekendmaking van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1345 hebben de Portugese visserijautoriteiten ontdekt dat de aan de Commissie toegezonden vangstgegevens van 2016 voor zwaardvis in de Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB, (SWO/AN05N) onjuist waren. Uit de gecorrigeerde gegevens die op 22 augustus 2017 door Portugal zijn toegezonden, blijkt dat het Portugese quotum voor zwaardvis in de Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB, met een lagere hoeveelheid is overschreven dan die waarmee rekening is gehouden voor de verlagingen die zijn vastgesteld bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1345. De verlaging van het Portugese quotum van 2017 voor zwaardvis in de Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB, moet derhalve worden aangepast.

(12)

Op 17 mei 2017 heeft Litouwen verzocht om zijn vangstaangiften met betrekking tot makreel in de wateren van de Unie van IIa en de Noorse wateren van IVa (MAC/*4A-EN) bij te werken. Uit de bijgewerkte gegevens die door Litouwen op de volgende dag zijn toegezonden, blijkt dat het quotum van Litouwen van 2016 is overschreden voor makreel in de wateren van de Unie van IIa, de wateren van de Unie en de Noorse wateren van IVa alsook voor het ouderbestand, namelijk makreel in de gebieden VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe; wateren van de Unie en internationale wateren van Vb; internationale wateren van IIa, XII en XIV (MAC/2CX14–). De overeenkomstige verlagingen moeten bijgevolg worden toegevoegd aan de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1345.

(13)

Op 10 augustus 2017 heeft het Verenigd Koninkrijk aan de Commissie meegedeeld dat de bijvangsten van doornhaai in de wateren van de Unie en internationale wateren van I, V, VI, VII, VIII, XII en XIV (DGS/*15X14) verkeerdelijk waren meegedeeld. Uit de op 30 augustus 2017 door het Verenigd Koninkrijk in het rapportagesysteem voor geaggregeerde vangstgegevens ingediende correcties blijkt dat de benutting van de bijvangst voor doornhaai in de wateren van de Unie en internationale wateren van I, V, VI, VII, VIII, XII en XIV onder het toegewezen quotum voor 2016 blijft. De overeenkomstige verlagingen moeten bijgevolg worden geschrapt uit de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1345.

(14)

In oktober 2017 is door een correctie in de algoritmen van het rapportagesysteem voor geaggregeerde vangstgegevens de overbevissing door Denemarken van Noordse garnaal in Groenlandse wateren van NAFO 1 (PRA/N1GRN.) aan het licht gekomen. De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1345 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(15)

Na wijzigingen in de bestandsgebiedsafbakeningen van Verordening (EU) 2017/127 om nauwkeurige rapportage van vangsten mogelijk te maken, moet de in 2016 op Nederland toepasselijke verlaging voor overbevissing van zwarte koolvis in de gebieden III en IV, wateren van de Unie van IIa, IIIb, IIIc en deelsectoren 22-32 (POK/2A34) nu worden toegepast op het quotum van 2017 voor zwarte koolvis in de gebieden IIIa en IV, wateren van de Unie van IIa (POK/2C3A4).

(16)

In 2017 heeft de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES) in zijn advies, naar aanleiding van de 2016-benchmark, de beheersgebieden voor zandspieringen gewijzigd. Daarom worden de verlagingen voor Denemarken en het Verenigd Koninkrijk vanwege de overbevissing van zandspieringen in de wateren van de Unie van beheersgebied voor zandspieringen 1 (SAN/234_1) in 2016 toegepast op het quotum van 2017 voor zandspieringen in de wateren van de Unie van beheersgebied voor zandspieringen 1r (SAN234_1R).

(17)

Bepaalde verlagingen die op grond van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1345 zijn vereist, blijken bovendien meer te bedragen dan het aangepaste quotum voor 2017 en kunnen derhalve niet volledig voor dat jaar worden toegepast. Overeenkomstig Mededeling 2012/C 72/07 moeten de resterende hoeveelheden in mindering worden gebracht op de aangepaste quota die in de daaropvolgende jaren beschikbaar zijn, totdat de volledige overbeviste hoeveelheid is vergoed.

(18)

Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1345 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in bijlage I bij de onderhavige verordening vermelde vangstquota die voor 2017 zijn vastgesteld bij de Verordeningen (EU) 2016/1903, (EU) 2016/2285, (EU) 2016/2372 en (EU) 2017/127, worden verlaagd door overeenkomstig die bijlage verlagingen toe te passen op alternatieve bestanden.

Artikel 2

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1345 wordt vervangen door bijlage II bij de onderhavige verordening.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 13 december 2017.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)   PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) nr. 1367/2014 van de Raad van 15 december 2014 tot vaststelling, voor 2015 en 2016, van de vangstmogelijkheden voor vissersvaartuigen van de Unie voor bepaalde bestanden van diepzeevissen (PB L 366 van 20.12.2014, blz. 1).

(3)  Verordening (EU) 2015/2072 van de Raad van 17 november 2015 tot vaststelling, voor 2016, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de Oostzee van toepassing zijn en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1221/2014 en Verordening (EU) 2015/104 (PB L 302 van 19.11.2015, blz. 1).

(4)  Verordening (EU) 2016/72 van de Raad van 22 januari 2016 tot vaststelling, voor 2016, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de Uniewateren en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn, en tot wijziging van Verordening (EU) 2015/104 (PB L 22 van 28.1.2016, blz. 1).

(5)  Verordening (EU) 2016/73 van de Raad van 18 januari 2016 tot vaststelling, voor 2016, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden in de Zwarte Zee (PB L 16 van 23.1.2016, blz. 1).

(6)  Verordening (EU) 2016/1903 van de Raad van 28 oktober 2016 tot vaststelling, voor 2017, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de Oostzee van toepassing zijn, en tot wijziging van Verordening (EU) 2016/72 (PB L 295 van 29.10.2016, blz. 1).

(7)  Verordening (EU) 2016/2285 van de Raad van 12 december 2016 tot vaststelling, voor 2017 en 2018, van de vangstmogelijkheden voor vaartuigen van de Unie voor bepaalde bestanden van diepzeevissen en tot wijziging van Verordening (EU) 2016/72 (PB L 344 van 17.12.2016, blz. 32).

(8)  Verordening (EU) 2016/2372 van de Raad van 19 december 2016 tot vaststelling, voor 2017, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden in de Zwarte Zee (PB L 352 van 23.12.2016, blz. 26).

(9)  Verordening (EU) 2017/127 van de Raad van 20 januari 2017 tot vaststelling, voor 2017, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn (PB L 24 van 28.1.2017, blz. 1).

(10)  Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1345 van de Commissie van 18 juli 2017 tot verlaging van de vangstquota voor 2017 voor bepaalde bestanden wegens overbevissing van deze bestanden in de voorgaande jaren (PB L 186 van 19.7.2017, blz. 6).

(11)  Mededeling van de Commissie — Richtsnoeren voor de verlaging van quota op grond van artikel 105, leden 1, 2 en 5, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 (2012/C 72/07) (PB C 72 van 10.3.2012, blz. 27).

(12)  https://www.iccat.int/Documents/Recs/compendiopdf-e/2013-05-e.pdf


BIJLAGE I

VERLAGINGEN VAN QUOTA VOOR ALTERNATIEVE BESTANDEN

Lidstaat

Soortcode

Gebiedscode

Soortnaam

Benaming gebied

Toegestane aanlandingen 2016 (totale aangepaste hoeveelheid in kg) (1)

Totale vangsten 2016 (hoeveelheid in kg)

Benutting quotum (%)

Overbevissing in verhouding tot de toegestane aanlandingen (hoeveelheid in kg)

Vermenigvuldigingsfactor (2)

Aanvullende vermenigvuldigingsfactor (3)  (4)

Nog uitstaande verlagingen uit voorgaande jaren (5) (hoeveelheid in kg)

Verlagingen 2017 (hoeveelheid in kg)

Verlagingen die in 2017 al zijn toegepast op hetzelfde bestand (hoeveelheid in kg) (6)

Resterende hoeveelheid die in mindering moet worden gebracht op het alternatieve bestand (hoeveelheid in kg)

(1)

(2)

(3)

(4)

(5)

(6)

(7)

(8)

(9)

(10)

(11)

(12)

(13)

(14)

(15)

 

DE

DGS

2AC4-C

Doornhaai

Wateren van de Unie van IIa en IV

0

2 118

n.v.t.

2 118

/

/

/

2 118

0

2 118

Op het volgende bestand toe te passen verlaging

DE

ARU

34-C.

Grote zilvervis

Wateren van de Unie van III en IV

/

/

/

/

/

/

/

/

/

2 118

 

DK

DGS

2AC4-C

Doornhaai

Wateren van de Unie van IIa en IV

0

1 350

n.v.t.

1 350

/

/

/

1 350

0

1 350

Op het volgende bestand toe te passen verlaging

DK

NEP

2AC4-C

Langoustine

Wateren van de Unie van IIa en IV

/

/

/

/

/

/

/

/

/

1 350

 

DK

NOP

04-N.

Kever

Noorse wateren van IV

0

22 880

n.v.t.

22 880

/

/

/

22 880

/

22 880

Op het volgende bestand toe te passen verlaging

DK

NOP

2A3A4.

Kever

IIIa; wateren van de Unie van IIa en IV

/

/

/

/

/

/

/

/

/

22 880

 

DK

POK

1N2AB.

Koolvis

Noorse wateren van I en II

0

3 920

n.v.t.

3 920

/

/

/

3 920

/

3 920

Op het volgende bestand toe te passen verlaging

DK

POK

2C3A4

Koolvis

IIIa en IV; wateren van de Unie van IIa

/

/

/

/

/

/

/

/

/

3 920

 

DK

SAN

04-N.

Zandspieringen

Noorse wateren van IV

0

19 860

n.v.t.

19 860

/

/

/

19 860

/

19 860

Op het volgende bestand toe te passen verlaging

DK

SAN

234_2R

Zandspieringen

Wateren van de Unie van IIa, IIIa, en IV (beheersgebied voor zandspieringen 2)

/

/

/

/

/

/

/

/

/

19 860

 

ES

BUM

ATLANT

Blauwe marlijn

Atlantische Oceaan

0

13 396

n.v.t.

13 396

/

A

/

20 094

/

20 094

Op het volgende bestand toe te passen verlaging

ES

SWO

AN05N

Zwaardvis

Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB

/

/

/

/

/

/

/

/

/

20 094

 

ES

GHL

1N2AB.

Groenlandse heilbot

Noorse wateren van I en II

9 000

27 600

306,67 %

18 600

1,0

A

/

27 900

/

27 900

Op het volgende bestand toe te passen verlaging

ES

RED

1N2AB

Roodbaarzen

Noorse wateren van I en II

/

/

/

/

/

/

/

/

/

27 900

 

ES

WHM

ATLANT

Witte marlijn

Atlantische Oceaan

2 460

9 859

400,77 %

7 399

1,0

A

138 994

150 092

2 427

147 665

Op het volgende bestand toe te passen verlaging

ES

SWO

AN05N

Zwaardvis

Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB

/

/

/

/

/

/

/

/

/

147 665

 

FR

POK

1/2/INT

Koolvis

Internationale wateren van I en II

0

2 352

n.v.t.

2 352

/

/

/

2 352

/

2 352

Op het volgende bestand toe te passen verlaging

FR

POK

2C3A4

Koolvis

IIIa en IV; wateren van de Unie van IIa

 

 

 

 

/

/

/

/

/

2 352

 

FR

RED

51214S

Roodbaarzen (ondiep water)

Wateren van de Unie en internationale wateren van V; internationale wateren van XII en XIV

0

29 827

n.v.t.

29 827

/

/

/

29 827

/

29 827

Op het volgende bestand toe te passen verlaging

FR

BLI

5B67-

Blauwe leng

Wateren van de Unie en internationale wateren van Vb, VI en VII

 

 

 

 

/

/

/

/

/

29 827

 

IE

POK

1N2AB.

Koolvis

Noorse wateren van I en II

0

5 969

n.v.t.

5 969

/

/

/

5 969

/

5 969

Op het volgende bestand toe te passen verlaging

IE

HER

1/2-

Haring

Wateren van de Unie, wateren van de Faeröer, wateren van Noorwegen, en internationale wateren van I en II

 

 

 

 

/

/

/

/

/

5 969

 

NL

DGS

2AC4-C

Doornhaai

Wateren van de Unie van IIa en IV

0

1 260

n.v.t.

1 260

/

/

/

1 260

/

1 260

Op het volgende bestand toe te passen verlaging

NL

COD

2A3AX4

Kabeljauw

IV; wateren van de Unie van IIa; het gedeelte van IIIa dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort

/

/

/

/

/

/

/

/

/

1 260

 

NL

HAD

7X7A34

Schelvis

VIIIb-k, VIII, IX en X; wateren van de Unie van Cecaf 34.1.1

559

26 220

n.v.t.

25 661

/

/

/

25 661

/

25 661

Op het volgende bestand toe te passen verlaging

NL

HAD

2AC4.

Schelvis

IV; wateren van de Unie van IIa

/

/

/

/

/

/

/

/

/

25 661

 

PT

GHL

1N2AB.

Groenlandse heilbot

Noorse wateren van I en II

0

18 487

n.v.t.

18 487

/

/

/

18 487

/

18 487

Op het volgende bestand toe te passen verlaging

PT

RED

1N2AB

Roodbaarzen

Noorse wateren van I en II

/

/

/

/

/

/

/

/

/

18 487

 

UK

DGS

2AC4-C

Doornhaai

wateren van de Unie van IIa en IV

0

17 776

n.v.t.

17 776

/

/

/

17 776

/

17 776

Op het volgende bestand toe te passen verlaging

UK

PLE

2A3AX4

Schol

IV; wateren van de Unie van IIa; het gedeelte van IIIa dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort

/

/

/

/

/

/

/

/

/

17 776


(1)  Quota die op grond van de betrokken verordeningen inzake de vangstmogelijkheden beschikbaar zijn voor de lidstaten, rekening houdend met het ruilen van vangstmogelijkheden overeenkomstig artikel 16, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22), het overdragen van quota van 2015 naar 2016 overeenkomstig artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 van de Raad (PB L 115 van 9.5.1996, blz. 3), overeenkomstig artikel 5 bis van Verordening (EU) nr. 1221/2014 van de Raad (PB L 330 van 15.11.2014, blz. 16), overeenkomstig artikel 18 bis van Verordening (EU) 2015/104 van de Raad (PB L 22 van 28.1.2015, blz. 1) of het opnieuw toewijzen en verlagen van vangstmogelijkheden overeenkomstig de artikelen 37 en 105 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad.

(2)  Overeenkomstig artikel 105, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1224/2009. Een verlaging gelijk aan de overbevissing van * 1,00 geldt in alle gevallen van overbevissing ter hoogte van maximaal 100 ton.

(3)  Als vastgesteld in artikel 105, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 en mits de overbevissing meer dan 10 % bedraagt.

(4)  Met de letter „A” wordt aangegeven dat een aanvullende vermenigvuldigingsfactor van 1,5 is toegepast vanwege overbevissing in de opeenvolgende jaren 2014, 2015 en 2016. Met de letter „C” wordt aangegeven dat een aanvullende vermenigvuldigingsfactor van 1,5 is toegepast omdat het betrokken bestand onder een meerjarenplan valt.

(5)  Resterende hoeveelheden die voor 2016 niet overeenkomstig Verordening (EU) 2016/2226 als gewijzigd bij Verordening (EU) 2017/162, in mindering konden worden gebracht omdat er geen of geen toereikend quotum beschikbaar was.

(6)  Hoeveelheden die op hetzelfde bestand in mindering konden worden gebracht dankzij het ruilen van vangstmogelijkheden overeenkomstig artikel 16, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013.


BIJLAGE II

„BIJLAGE

VERLAGINGEN VAN QUOTA VOOR BESTANDEN DIE ZIJN OVERBEVIST

Lidstaat

Soortcode

Gebiedscode

Soortnaam

Benaming gebied

Oorspronkelijk quotum 2016 (in kg)

Toegestane aanlandingen 2016 (totale aangepaste hoeveelheid in kg) (1)

Totale vangsten 2016 (hoeveelheid in kg)

Benutting quotum in verhouding tot toegestane aanlandingen

Overbevissing in verhouding tot de toegestane aanlandingen (hoeveelheid in kg)

Vermenigvuldigingsfactor (2)

Aanvullende vermenigvuldigingsfactor (3)  (4)

Nog uitstaande verlagingen uit voorgaande jaren (5) (hoeveelheid in kg)

In 2017 toe te passen verlagingen (hoeveelheid in kg) (6)

Reeds in 2017 toegepaste verlagingen (hoeveelheid in kg) (7)

In 2018 en het volgende jaar/de volgende jaren toe te passen verlaging (hoeveelheid in kg)

(1)

(2)

(3)

(4)

(5)

(6)

(7)

(8)

(9)

(10)

(11)

(12)

(13)

(14)

(15)

(16)

BE

SOL

7FG.

Tong

VIIf en VIIg

487 000

549 565

563 401

102,52 %

13 836

/

/

/

13 836

13 836

/

BE

SOL

8AB.

Tong

VIIIa en VIIIb

42 000

281 638

287 659

102,14 %

6 021

/

C (8)

/

6 021

6 021

/

BE

SRX

07D.

Roggen

Wateren van de Unie van VIId

87 000

86 919

91 566

105,35 %

4 647

/

/

/

4 647

4 647

/

BE

T/B

2AC4-C

Tarbot en griet

Wateren van de Unie van IIa en IV

329 000

481 000

514 275

106,92 %

33 275  (9)

/

/

/

33 275

33 275

/

DE

DGS

2AC4-C

Doornhaai

Wateren van de Unie van IIa en IV

0

0

2 118

n.v.t.

2 118

/

/

/

2 118

2 118

/

DE

MAC

2CX14-

Makreel

VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe; wateren van de Unie en internationale wateren van Vb; internationale wateren van IIa, XII en XIV

22 751 000

21 211 759

22 211 517

104,71 %

999 758

/

/

/

999 758

999 758

/

DK

DGS

2AC4-C

Doornhaai

Wateren van de Unie van IIa en IV

0

0

1 350

n.v.t.

1 350

/

/

/

1 350

1 350

/

DK

HER

1/2-

Haring

Wateren van de Unie, wateren van de Faeröer, wateren van Noorwegen, en internationale wateren van I en II

7 069 000

10 331 363

10 384 320

100,51 %

52 957

/

/

/

52 957

52 957

/

DK

JAX

4BC7D

Horsmakreel en bijvangsten

Wateren van de Unie van IVb, IVc en VIId

5 519 000

264 664

265 760

100,42 %

1 096

/

/

/

1 096

1 096

/

DK

MAC

2A34.

Makreel

IIIa en IV; wateren van de Unie van IIa, IIIb, IIIc en deelsectoren 22-32

19 461 000

13 354 035

14 677 440

109,91 %

1 323 405

/

/

/

1 323 405

1 323 405

/

DK

MAC

2A4A-N

Makreel

Noorse wateren van IIa en IVa

14 043 000

14 886 020

16 351 930

109,85 %

1 465 910

/

/

/

1 465 910

1 465 910

/

DK

NOP

04-N.

Kever

Noorse wateren van IV

0

0

22 880

n.v.t.

22 880

/

/

/

22 880

22 880

/

DK

OTH

*2AC4C

Andere soorten

Wateren van de Unie van IIa en IV

6 018 300

3 994 920

4 508 050

112,84 %

513 130

1,2

/

/

615 756

615 756

/

DK

POK

1N2AB.

Koolvis

Noorse wateren van I en II

/

0

3 920

n.v.t.

3 920

/

/

/

3 920

3 920

/

DK

PRA

N1GRN.

Noordse garnaal

Groenlandse wateren van NAFO 1

1 300 000

2 700 000

2 727 690

101,03 %

27 690

/

/

/

27 690

27 690

/

DK

SAN

04-N.

Zandspieringen

Noorse wateren van IV

0

0

19 860

n.v.t.

19 860

/

/

/

19 860

19 860

/

DK

SAN

234_1 (11)

Zandspieringen

Wateren van de Unie van beheersgebied voor zandspieringen 1

12 263 000

12 517 900

12 525 750

100,06 %

7 850

/

/

/

7 850

7 850

/

ES

ALB

AN05N

Noord-Atlantische witte tonijn

Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB

14 917 370

14 754 370

16 645 498

112,82 %

1 891 128

1,2

/

/

2 269 354

1 134 677  (12)

1 134 677  (12)

ES

ALF

3X14-

Bericyden

Wateren van de Unie en internationale wateren van III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X, XII en XIV

67 000

86 159

79 185

91,90 %

– 6 974

/

/

817

0

0

/

ES

BSF

8910-

Zwarte haarstaartvis

Wateren van de Unie en internationale wateren van VIII, IX en X

12 000

24 004

16 419

68,41 %

– 7 585

/

/

2 703

0

0

/

ES

BUM

ATLANT

Blauwe marlijn

Atlantische Oceaan

0

0

13 396

n.v.t.

13 396

/

A

/

20 094

20 094

/

ES

COD

1/2B.

Kabeljauw

I en IIb

13 192 000

9 730 876

9 731 972

100,01 %

1 096

/

/

/

1 096

1 096

/

ES

GHL

1N2AB.

Groenlandse heilbot

Noorse wateren van I en II

/

9 000

27 600

306,67 %

18 600

1,0

A

/

27 900

27 900

/

ES

GHL

N3LMNO

Groenlandse heilbot

NAFO 3LMNO

4 067 000

4 070 000

4 072 999

100,07 %

2 999

/

C (8)

/

2 999

2 999

/

ES

SRX

67AKXD

Roggen

Wateren van de Unie van VIa, VIb, VIIa-c en VIIe-k

876 000

459 287

469 586

102,24 %

10 299

/

/

/

10 299

10 299

/

ES

SRX

89-C.

Roggen

Wateren van de Unie van VIII en IX

1 057 000

925 232

956 878

103,42 %

31 646

/

A

131 767

179 236

179 236

/

ES

WHM

ATLANT

Witte marlijn

Atlantische Oceaan

2 460

2 460

9 859

400,77 %

7 399

1,0

A

138 994

150 092

150 092  (13)

/

FR

LIN

04-C.

Leng

Wateren van de Unie van IV

162 000

262 351

304 077

115,91 %

41 726

1,0

/

/

41 726

41 726

/

FR

POK

1/2/INT

Koolvis

Internationale wateren van I en II

0

0

2 352

n.v.t.

2 352

/

/

/

2 352

2 352

/

FR

RED

51214S

Roodbaarzen (ondiep water)

Wateren van de Unie en internationale wateren van V; internationale wateren van XII en XIV

0

0

29 827

n.v.t.

29 827

/

/

/

29 827

29 827

/

FR

SBR

678-

Zeebrasem

Wateren van de Unie en internationale wateren van VI, VII en VIII

6 000

28 817

31 334

108,72 %

2 517

/

/

/

2 517

2 517

/

FR

SRX

07D.

Roggen

Wateren van de Unie van VIId

663 000

630 718

699 850

110,96 %

69 132

1,0

A

/

103 698

103 698

/

FR

SRX

67AKXD

Roggen

Wateren van de Unie van VIa, VIb, VIIa-c en VIIe-k

3 255 000

3 641 000

39 254

101,08 %

39 254

/

/

/

39 254

39 254

/

FR

WHG

08.

Wijting

VIII

1 524 000

2 406 000

2 441 333

101,47 %

35 333

/

/

/

35 333

35 333

/

IE

PLE

7FG.

Schol

VIIf en VIIg

200 000

66 332

67 431

101,66 %

1 099

/

/

/

1 099

1 099

/

IE

POK

1N2AB.

Koolvis

Noorse wateren van I en II

/

0

5 969

n.v.t.

5 969

/

/

/

5 969

5 969

/

IE

SRX

67AKXD

Roggen

Wateren van de Unie van VIa, VIb, VIIa-c en VIIe-k

1 048 000

949 860

980 960

103,27 %

31 056

/

A (8)

/

31 056

31 056

/

LT

MAC

*4A-EN

Makreel

Wateren van de Unie van IIa; wateren van de Unie en Noorse wateren van IVa.

0

900 000

901 557

100,17 %

1 557

/

/

/

1 557

1 557

/

LT

MAC

2CX14-

Makreel

VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe; wateren van de Unie en internationale wateren van Vb; internationale wateren van IIa, XII en XIV

140 000

2 027 000

2 039 332

100,61 %

12 332

/

/

/

12 332

12 332

/

NL

DGS

2AC4-C

Doornhaai

Wateren van de Unie van IIa en IV

0

0

1 260

n.v.t.

1 260

/

/

/

1 260

1 260

/

NL

HAD

7X7A34

Schelvis

VIIb-k, VIII, IX en X; wateren van de Unie van Cecaf 34.1.1

/

559

26 220

n.v.t.

25 661

/

/

/

25 661

25 661

/

NL

HER

*25B-F

Haring

II, Vb benoorden 62 NB (wateren van de Faeröer)

736 000

477 184

476 491

99,86 %

– 693

/

/

23 551

22 858

22 858

/

NL

OTH

*2A-14

Bijvangsten bij horsmakreel (evervis, wijting en makreel)

Wateren van de Unie van IIa, IVa, VI, VIIa-c, VIIe-k, VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe; wateren van de Unie en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV

1 663 800

1 777 300

2 032 689

114,37 %

255 389

1,2

/

/

306 467

306 467

/

NL

POK

2A34. (14)

Koolvis

IIIa en IV; wateren van de Unie van IIa, IIIb, IIIc en deelsectoren 22-32

68 000

110 846

110 889

100,04 %

43 (10)

/

/

1 057

1 057

1 057

/

NL

T/B

2AC4-C

Tarbot en griet

Wateren van de Unie van IIa en IV

2 493 000

2 551 261

2 737 636

107,31 %

186 375

/

/

/

186 375

186 375

/

PT

BUM

ATLANT

Blauwe marlijn

Atlantische Oceaan

49 550

49 550

50 611

102,14 %

1 061

/

/

/

1 061

1 061

/

PT

GHL

1N2AB

Groenlandse heilbot

Noorse wateren van I en II

/

0

18 487

n.v.t.

18 487

/

/

/

18 487

18 487

/

PT

MAC

8C3411

Makreel

VIIIc, IX en X; wateren van de Unie van Cecaf 34.1.1

6 971 000

6 313 658

6 823 967

108,08 %

510 309

/

/

/

510 309

510 309

/

PT

SRX

89-C.

Roggen

Wateren van de Unie van VIII en IX

1 051 000

1 051 000

1 068 676

101,68 %

17 676

/

/

/

17 676

17 676

/

PT

SWO

AN05N

Zwaardvis

Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB

1 161 950

1 541 950

1 560 248

101,19 %

18 298

/

/

/

18 298

18 298

/

UK

DGS

2AC4-C

Doornhaai

Wateren van de Unie van IIa en IV

0

0

17 776

n.v.t.

17 776

/

/

/

17 776

17 776

/

UK

HER

4AB.

Haring

Wateren van de Unie en Noorse wateren van IV ten noorden van 53° 30′ NB

70 348 000

70 710 390

73 419 998

103,83 %

2 709 608

/

/

 

2 709 608

2 709 608

/

UK

MAC

2CX14-

Makreel

VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe; wateren van de Unie en internationale wateren van Vb; internationale wateren van IIa, XII en XIV

208 557 000

195 937 403

209 143 232

106,74 %

13 205 829

/

A (8)

/

13 205 829

13 205 829

/

UK

SAN

234_1 (11)

Zandspieringen

Wateren van de Unie van beheersgebied voor zandspieringen 1

268 000

0

0

n.v.t.

0

/

/

1 466 168

1 466 168

1 466 168

/

UK

SRX

67AKXD

Roggen

Wateren van de Unie van VIa, VIb, VIIa-c en VIIe-k

2 076 000

2 006 000

2 008 431

100,12 %

2 431

/

/

/

2 431

2 431

/

UK

T/B

2AC4-C

Tarbot en griet

Wateren van de Unie van IIa en IV

693 000

522 000

544 680

104,34 %

22 680

/

/

/

22 680

22 680

/


(1)  Quota die op grond van de betrokken verordeningen inzake de vangstmogelijkheden beschikbaar zijn voor de lidstaten, rekening houdend met het ruilen van vangstmogelijkheden overeenkomstig artikel 16, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22), het overdragen van quota van 2015 naar 2016 overeenkomstig artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 van de Raad (PB L 115 van 9.5.1996, blz. 3), overeenkomstig artikel 5 bis van Verordening (EU) nr. 1221/2014 van de Raad (PB L 330 van 15.11.2014, blz. 16), overeenkomstig artikel 18 bis van Verordening (EU) 2015/104 van de Raad (PB L 22 van 28.1.2015, blz. 1) en overeenkomstig artikel 15, lid 9, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 of het opnieuw toewijzen en verlagen van vangstmogelijkheden overeenkomstig de artikelen 37 en 105 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.

(2)  Overeenkomstig artikel 105, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1224/2009. Een verlaging gelijk aan de overbevissing van * 1,00 geldt in alle gevallen van overbevissing ter hoogte van maximaal 100 ton.

(3)  Als vastgesteld in artikel 105, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 en mits de overbevissing meer dan 10 % bedraagt.

(4)  Met de letter „A” wordt aangegeven dat een aanvullende vermenigvuldigingsfactor van 1,5 is toegepast vanwege overbevissing in de opeenvolgende jaren 2014, 2015 en 2016. Met de letter „C” wordt aangegeven dat een aanvullende vermenigvuldigingsfactor van 1,5 is toegepast omdat het betrokken bestand onder een meerjarenplan valt.

(5)  Resterende hoeveelheden die in 2016 niet overeenkomstig Verordening (EU) 2016/2226 als gewijzigd bij Verordening (EU) 2017/162, in mindering konden worden gebracht omdat er geen of geen toereikend quotum beschikbaar was.

(6)  In 2017 toe te passen verlagingen

(7)  Voor 2017 toe te passen verlagingen die daadwerkelijk kunnen worden toegepast gezien het quotum dat beschikbaar is op de datum van inwerkingtreding van de onderhavige verordening.

(8)  Aanvullende vermenigvuldigingsfactor niet van toepassing omdat de overbevissing niet meer dan 10 % van de toegestane aanlandingen bedraagt.

(9)  Op verzoek van België is overeenkomstig artikel 3, lid 3, van Verordening (EG) nr. 847/96 toestemming verleend voor extra aanlandingen van ten hoogste 10 % van het T/G-quotum.

(10)  Hoeveelheden van minder dan één ton worden niet in aanmerking genomen.

(11)  In mindering te brengen op (SAN/234_1R) (beheersgebied voor zandspieringen 1r).

(12)  Op verzoek van Spanje wordt de verlaging van 2 269 354 kilo voor 2017 gelijkelijk gespreid over twee jaar (2017 en 2018).

(13)  Waarvan 2 427 kilo in mindering wordt gebracht op het quotum van 2017 voor WHM/ATLANT en 147 665 kilo bij wijze van alternatief in mindering wordt gebracht op het quotum van 2017 voor SWO/AN05N.

(14)  In mindering te brengen op POK/2C3A4.


Top