This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32017R2309
Commission Implementing Regulation (EU) 2017/2309 of 13 December 2017 operating deductions from fishing quotas available for certain stocks in 2017 on account of overfishing of other stocks in the previous years and amending Implementing Regulation (EU) 2017/1345
Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2309 van de Commissie van 13 december 2017 tot verlaging van de vangstquota voor 2017 voor bepaalde bestanden wegens overbevissing van andere bestanden in de voorgaande jaren en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1345
Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2309 van de Commissie van 13 december 2017 tot verlaging van de vangstquota voor 2017 voor bepaalde bestanden wegens overbevissing van andere bestanden in de voorgaande jaren en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1345
C/2017/8332
PB L 331 van 14.12.2017, pp. 23–35
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
In force
|
14.12.2017 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 331/23 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/2309 VAN DE COMMISSIE
van 13 december 2017
tot verlaging van de vangstquota voor 2017 voor bepaalde bestanden wegens overbevissing van andere bestanden in de voorgaande jaren en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1345
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (1), en met name artikel 105, leden 1, 2, 3 en 5,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De vangstquota voor 2016 zijn vastgesteld bij:
|
|
(2) |
De vangstquota voor 2017 zijn vastgesteld bij:
|
|
(3) |
Overeenkomstig artikel 105, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 moet de Commissie, wanneer zij vaststelt dat een lidstaat de hem toegewezen vangstquota heeft overschreden, de toekomstige vangstquota van die lidstaat verlagen. |
|
(4) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1345 van de Commissie (10) zijn voor bepaalde bestanden verlagingen van de vangstquota voor 2017 vastgesteld wegens overbevissing van deze bestanden in de voorgaande jaren. |
|
(5) |
Voor sommige lidstaten konden in het kader van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1345 echter geen verlagingen worden toegepast op voor de overbeviste bestanden toegewezen quota, omdat deze lidstaten in 2017 niet over dergelijke quota beschikken. |
|
(6) |
Wanneer geen verlagingen kunnen worden toegepast op het overbeviste bestand in het jaar na dat waarin de overbevissing is geconstateerd, omdat de betrokken lidstaat niet over een quotum beschikt, kan de verlaging krachtens artikel 105, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 worden toegepast op andere bestanden in hetzelfde geografische gebied of met dezelfde handelswaarde. Overeenkomstig Mededeling 2012/C 72/07 van de Commissie (11) moeten deze verlagingen bij voorkeur worden toegepast op quota die zijn toegewezen voor bestanden die worden bevist door dezelfde vloot als die welke het quotum heeft overschreden, rekening houdend met de noodzaak om teruggooi in gemengde visserijen te voorkomen. |
|
(7) |
De betrokken lidstaten zijn geraadpleegd over de voorgestelde verlagingen van quota voor andere bestanden dan die welke zijn overbevist. |
|
(8) |
In 2016 heeft Spanje zijn quotum voor witte marlijn in de Atlantische Oceaan (WHM/ATLANT) overbevist. De verplichte verlaging is toegepast krachtens Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1345 over het volledige beschikbare quotum voor witte marlijn in 2017, overeenkomstig de richtsnoeren van Mededeling 2012/C 72/07. Aangezien het beschikbare quotum van 2017 voor witte marlijn in de Atlantische Oceaan niet volstaat, heeft Spanje bij brief van 9 augustus 2017 verzocht om de resterende verlaging, met inbegrip van uitstaande verlagingen van vorige jaren, toe te passen op het quotum van 2017 voor zwaardvis in de Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB (SWO/AN05N). Dat verzoek moet worden aanvaard overeenkomstig artikel 105, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1224/2009. |
|
(9) |
In 2016 heeft Spanje zijn quotum voor witte tonijn in de Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB, (ALB/AN05N) overbevist. Spanje heeft bij brief van 20 juli 2017 verzocht om spreiding van de verlaging over drie jaar. Gelet op de verstrekte informatie en overwegende dat in punt 5 van aanvullende aanbeveling 13-05 van ICCAT betreffende het herstelprogramma voor Noord-Atlantische witte tonijn (12) is bepaald dat overbevissing binnen maximaal twee jaar op het quotum in mindering moet worden gebracht, kan bij wijze van alternatief uitzonderlijk een gelijke spreiding van de verlaging over twee jaar worden aanvaard. |
|
(10) |
Voorts hebben de Spaanse visserijautoriteiten ontdekt dat de aan de Commissie toegezonden vangstgegevens van 2016 voor witte tonijn in de Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB, onjuist waren. Uit de gecorrigeerde gegevens die op 4 augustus 2017 door Spanje zijn toegezonden, blijkt dat het Spaanse quotum voor witte tonijn in de Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB, met een lagere hoeveelheid is overschreven dan die waarmee rekening is gehouden voor de verlagingen die zijn vastgesteld bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1345. De verlaging van het Spaanse quotum van 2017 voor witte tonijn in de Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB, moet derhalve worden aangepast. |
|
(11) |
Na de bekendmaking van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1345 hebben de Portugese visserijautoriteiten ontdekt dat de aan de Commissie toegezonden vangstgegevens van 2016 voor zwaardvis in de Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB, (SWO/AN05N) onjuist waren. Uit de gecorrigeerde gegevens die op 22 augustus 2017 door Portugal zijn toegezonden, blijkt dat het Portugese quotum voor zwaardvis in de Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB, met een lagere hoeveelheid is overschreven dan die waarmee rekening is gehouden voor de verlagingen die zijn vastgesteld bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1345. De verlaging van het Portugese quotum van 2017 voor zwaardvis in de Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB, moet derhalve worden aangepast. |
|
(12) |
Op 17 mei 2017 heeft Litouwen verzocht om zijn vangstaangiften met betrekking tot makreel in de wateren van de Unie van IIa en de Noorse wateren van IVa (MAC/*4A-EN) bij te werken. Uit de bijgewerkte gegevens die door Litouwen op de volgende dag zijn toegezonden, blijkt dat het quotum van Litouwen van 2016 is overschreden voor makreel in de wateren van de Unie van IIa, de wateren van de Unie en de Noorse wateren van IVa alsook voor het ouderbestand, namelijk makreel in de gebieden VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe; wateren van de Unie en internationale wateren van Vb; internationale wateren van IIa, XII en XIV (MAC/2CX14–). De overeenkomstige verlagingen moeten bijgevolg worden toegevoegd aan de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1345. |
|
(13) |
Op 10 augustus 2017 heeft het Verenigd Koninkrijk aan de Commissie meegedeeld dat de bijvangsten van doornhaai in de wateren van de Unie en internationale wateren van I, V, VI, VII, VIII, XII en XIV (DGS/*15X14) verkeerdelijk waren meegedeeld. Uit de op 30 augustus 2017 door het Verenigd Koninkrijk in het rapportagesysteem voor geaggregeerde vangstgegevens ingediende correcties blijkt dat de benutting van de bijvangst voor doornhaai in de wateren van de Unie en internationale wateren van I, V, VI, VII, VIII, XII en XIV onder het toegewezen quotum voor 2016 blijft. De overeenkomstige verlagingen moeten bijgevolg worden geschrapt uit de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1345. |
|
(14) |
In oktober 2017 is door een correctie in de algoritmen van het rapportagesysteem voor geaggregeerde vangstgegevens de overbevissing door Denemarken van Noordse garnaal in Groenlandse wateren van NAFO 1 (PRA/N1GRN.) aan het licht gekomen. De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1345 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(15) |
Na wijzigingen in de bestandsgebiedsafbakeningen van Verordening (EU) 2017/127 om nauwkeurige rapportage van vangsten mogelijk te maken, moet de in 2016 op Nederland toepasselijke verlaging voor overbevissing van zwarte koolvis in de gebieden III en IV, wateren van de Unie van IIa, IIIb, IIIc en deelsectoren 22-32 (POK/2A34) nu worden toegepast op het quotum van 2017 voor zwarte koolvis in de gebieden IIIa en IV, wateren van de Unie van IIa (POK/2C3A4). |
|
(16) |
In 2017 heeft de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES) in zijn advies, naar aanleiding van de 2016-benchmark, de beheersgebieden voor zandspieringen gewijzigd. Daarom worden de verlagingen voor Denemarken en het Verenigd Koninkrijk vanwege de overbevissing van zandspieringen in de wateren van de Unie van beheersgebied voor zandspieringen 1 (SAN/234_1) in 2016 toegepast op het quotum van 2017 voor zandspieringen in de wateren van de Unie van beheersgebied voor zandspieringen 1r (SAN234_1R). |
|
(17) |
Bepaalde verlagingen die op grond van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1345 zijn vereist, blijken bovendien meer te bedragen dan het aangepaste quotum voor 2017 en kunnen derhalve niet volledig voor dat jaar worden toegepast. Overeenkomstig Mededeling 2012/C 72/07 moeten de resterende hoeveelheden in mindering worden gebracht op de aangepaste quota die in de daaropvolgende jaren beschikbaar zijn, totdat de volledige overbeviste hoeveelheid is vergoed. |
|
(18) |
Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1345 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in bijlage I bij de onderhavige verordening vermelde vangstquota die voor 2017 zijn vastgesteld bij de Verordeningen (EU) 2016/1903, (EU) 2016/2285, (EU) 2016/2372 en (EU) 2017/127, worden verlaagd door overeenkomstig die bijlage verlagingen toe te passen op alternatieve bestanden.
Artikel 2
De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1345 wordt vervangen door bijlage II bij de onderhavige verordening.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de zevende dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 13 december 2017.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1.
(2) Verordening (EU) nr. 1367/2014 van de Raad van 15 december 2014 tot vaststelling, voor 2015 en 2016, van de vangstmogelijkheden voor vissersvaartuigen van de Unie voor bepaalde bestanden van diepzeevissen (PB L 366 van 20.12.2014, blz. 1).
(3) Verordening (EU) 2015/2072 van de Raad van 17 november 2015 tot vaststelling, voor 2016, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de Oostzee van toepassing zijn en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1221/2014 en Verordening (EU) 2015/104 (PB L 302 van 19.11.2015, blz. 1).
(4) Verordening (EU) 2016/72 van de Raad van 22 januari 2016 tot vaststelling, voor 2016, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de Uniewateren en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn, en tot wijziging van Verordening (EU) 2015/104 (PB L 22 van 28.1.2016, blz. 1).
(5) Verordening (EU) 2016/73 van de Raad van 18 januari 2016 tot vaststelling, voor 2016, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden in de Zwarte Zee (PB L 16 van 23.1.2016, blz. 1).
(6) Verordening (EU) 2016/1903 van de Raad van 28 oktober 2016 tot vaststelling, voor 2017, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de Oostzee van toepassing zijn, en tot wijziging van Verordening (EU) 2016/72 (PB L 295 van 29.10.2016, blz. 1).
(7) Verordening (EU) 2016/2285 van de Raad van 12 december 2016 tot vaststelling, voor 2017 en 2018, van de vangstmogelijkheden voor vaartuigen van de Unie voor bepaalde bestanden van diepzeevissen en tot wijziging van Verordening (EU) 2016/72 (PB L 344 van 17.12.2016, blz. 32).
(8) Verordening (EU) 2016/2372 van de Raad van 19 december 2016 tot vaststelling, voor 2017, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden in de Zwarte Zee (PB L 352 van 23.12.2016, blz. 26).
(9) Verordening (EU) 2017/127 van de Raad van 20 januari 2017 tot vaststelling, voor 2017, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn (PB L 24 van 28.1.2017, blz. 1).
(10) Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1345 van de Commissie van 18 juli 2017 tot verlaging van de vangstquota voor 2017 voor bepaalde bestanden wegens overbevissing van deze bestanden in de voorgaande jaren (PB L 186 van 19.7.2017, blz. 6).
(11) Mededeling van de Commissie — Richtsnoeren voor de verlaging van quota op grond van artikel 105, leden 1, 2 en 5, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 (2012/C 72/07) (PB C 72 van 10.3.2012, blz. 27).
(12) https://www.iccat.int/Documents/Recs/compendiopdf-e/2013-05-e.pdf
BIJLAGE I
VERLAGINGEN VAN QUOTA VOOR ALTERNATIEVE BESTANDEN
|
Lidstaat |
Soortcode |
Gebiedscode |
Soortnaam |
Benaming gebied |
Toegestane aanlandingen 2016 (totale aangepaste hoeveelheid in kg) (1) |
Totale vangsten 2016 (hoeveelheid in kg) |
Benutting quotum (%) |
Overbevissing in verhouding tot de toegestane aanlandingen (hoeveelheid in kg) |
Vermenigvuldigingsfactor (2) |
Nog uitstaande verlagingen uit voorgaande jaren (5) (hoeveelheid in kg) |
Verlagingen 2017 (hoeveelheid in kg) |
Verlagingen die in 2017 al zijn toegepast op hetzelfde bestand (hoeveelheid in kg) (6) |
Resterende hoeveelheid die in mindering moet worden gebracht op het alternatieve bestand (hoeveelheid in kg) |
|
|
(1) |
(2) |
(3) |
(4) |
(5) |
(6) |
(7) |
(8) |
(9) |
(10) |
(11) |
(12) |
(13) |
(14) |
(15) |
|
|
||||||||||||||
|
DE |
DGS |
2AC4-C |
Doornhaai |
Wateren van de Unie van IIa en IV |
0 |
2 118 |
n.v.t. |
2 118 |
/ |
/ |
/ |
2 118 |
0 |
2 118 |
|
Op het volgende bestand toe te passen verlaging |
||||||||||||||
|
DE |
ARU |
34-C. |
Grote zilvervis |
Wateren van de Unie van III en IV |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
2 118 |
|
|
||||||||||||||
|
DK |
DGS |
2AC4-C |
Doornhaai |
Wateren van de Unie van IIa en IV |
0 |
1 350 |
n.v.t. |
1 350 |
/ |
/ |
/ |
1 350 |
0 |
1 350 |
|
Op het volgende bestand toe te passen verlaging |
||||||||||||||
|
DK |
NEP |
2AC4-C |
Langoustine |
Wateren van de Unie van IIa en IV |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
1 350 |
|
|
||||||||||||||
|
DK |
NOP |
04-N. |
Kever |
Noorse wateren van IV |
0 |
22 880 |
n.v.t. |
22 880 |
/ |
/ |
/ |
22 880 |
/ |
22 880 |
|
Op het volgende bestand toe te passen verlaging |
||||||||||||||
|
DK |
NOP |
2A3A4. |
Kever |
IIIa; wateren van de Unie van IIa en IV |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
22 880 |
|
|
||||||||||||||
|
DK |
POK |
1N2AB. |
Koolvis |
Noorse wateren van I en II |
0 |
3 920 |
n.v.t. |
3 920 |
/ |
/ |
/ |
3 920 |
/ |
3 920 |
|
Op het volgende bestand toe te passen verlaging |
||||||||||||||
|
DK |
POK |
2C3A4 |
Koolvis |
IIIa en IV; wateren van de Unie van IIa |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
3 920 |
|
|
||||||||||||||
|
DK |
SAN |
04-N. |
Zandspieringen |
Noorse wateren van IV |
0 |
19 860 |
n.v.t. |
19 860 |
/ |
/ |
/ |
19 860 |
/ |
19 860 |
|
Op het volgende bestand toe te passen verlaging |
||||||||||||||
|
DK |
SAN |
234_2R |
Zandspieringen |
Wateren van de Unie van IIa, IIIa, en IV (beheersgebied voor zandspieringen 2) |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
19 860 |
|
|
||||||||||||||
|
ES |
BUM |
ATLANT |
Blauwe marlijn |
Atlantische Oceaan |
0 |
13 396 |
n.v.t. |
13 396 |
/ |
A |
/ |
20 094 |
/ |
20 094 |
|
Op het volgende bestand toe te passen verlaging |
||||||||||||||
|
ES |
SWO |
AN05N |
Zwaardvis |
Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
20 094 |
|
|
||||||||||||||
|
ES |
GHL |
1N2AB. |
Groenlandse heilbot |
Noorse wateren van I en II |
9 000 |
27 600 |
306,67 % |
18 600 |
1,0 |
A |
/ |
27 900 |
/ |
27 900 |
|
Op het volgende bestand toe te passen verlaging |
||||||||||||||
|
ES |
RED |
1N2AB |
Roodbaarzen |
Noorse wateren van I en II |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
27 900 |
|
|
||||||||||||||
|
ES |
WHM |
ATLANT |
Witte marlijn |
Atlantische Oceaan |
2 460 |
9 859 |
400,77 % |
7 399 |
1,0 |
A |
138 994 |
150 092 |
2 427 |
147 665 |
|
Op het volgende bestand toe te passen verlaging |
||||||||||||||
|
ES |
SWO |
AN05N |
Zwaardvis |
Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
147 665 |
|
|
||||||||||||||
|
FR |
POK |
1/2/INT |
Koolvis |
Internationale wateren van I en II |
0 |
2 352 |
n.v.t. |
2 352 |
/ |
/ |
/ |
2 352 |
/ |
2 352 |
|
Op het volgende bestand toe te passen verlaging |
||||||||||||||
|
FR |
POK |
2C3A4 |
Koolvis |
IIIa en IV; wateren van de Unie van IIa |
|
|
|
|
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
2 352 |
|
|
||||||||||||||
|
FR |
RED |
51214S |
Roodbaarzen (ondiep water) |
Wateren van de Unie en internationale wateren van V; internationale wateren van XII en XIV |
0 |
29 827 |
n.v.t. |
29 827 |
/ |
/ |
/ |
29 827 |
/ |
29 827 |
|
Op het volgende bestand toe te passen verlaging |
||||||||||||||
|
FR |
BLI |
5B67- |
Blauwe leng |
Wateren van de Unie en internationale wateren van Vb, VI en VII |
|
|
|
|
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
29 827 |
|
|
||||||||||||||
|
IE |
POK |
1N2AB. |
Koolvis |
Noorse wateren van I en II |
0 |
5 969 |
n.v.t. |
5 969 |
/ |
/ |
/ |
5 969 |
/ |
5 969 |
|
Op het volgende bestand toe te passen verlaging |
||||||||||||||
|
IE |
HER |
1/2- |
Haring |
Wateren van de Unie, wateren van de Faeröer, wateren van Noorwegen, en internationale wateren van I en II |
|
|
|
|
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
5 969 |
|
|
||||||||||||||
|
NL |
DGS |
2AC4-C |
Doornhaai |
Wateren van de Unie van IIa en IV |
0 |
1 260 |
n.v.t. |
1 260 |
/ |
/ |
/ |
1 260 |
/ |
1 260 |
|
Op het volgende bestand toe te passen verlaging |
||||||||||||||
|
NL |
COD |
2A3AX4 |
Kabeljauw |
IV; wateren van de Unie van IIa; het gedeelte van IIIa dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
1 260 |
|
|
||||||||||||||
|
NL |
HAD |
7X7A34 |
Schelvis |
VIIIb-k, VIII, IX en X; wateren van de Unie van Cecaf 34.1.1 |
559 |
26 220 |
n.v.t. |
25 661 |
/ |
/ |
/ |
25 661 |
/ |
25 661 |
|
Op het volgende bestand toe te passen verlaging |
||||||||||||||
|
NL |
HAD |
2AC4. |
Schelvis |
IV; wateren van de Unie van IIa |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
25 661 |
|
|
||||||||||||||
|
PT |
GHL |
1N2AB. |
Groenlandse heilbot |
Noorse wateren van I en II |
0 |
18 487 |
n.v.t. |
18 487 |
/ |
/ |
/ |
18 487 |
/ |
18 487 |
|
Op het volgende bestand toe te passen verlaging |
||||||||||||||
|
PT |
RED |
1N2AB |
Roodbaarzen |
Noorse wateren van I en II |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
18 487 |
|
|
||||||||||||||
|
UK |
DGS |
2AC4-C |
Doornhaai |
wateren van de Unie van IIa en IV |
0 |
17 776 |
n.v.t. |
17 776 |
/ |
/ |
/ |
17 776 |
/ |
17 776 |
|
Op het volgende bestand toe te passen verlaging |
||||||||||||||
|
UK |
PLE |
2A3AX4 |
Schol |
IV; wateren van de Unie van IIa; het gedeelte van IIIa dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
/ |
17 776 |
(1) Quota die op grond van de betrokken verordeningen inzake de vangstmogelijkheden beschikbaar zijn voor de lidstaten, rekening houdend met het ruilen van vangstmogelijkheden overeenkomstig artikel 16, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22), het overdragen van quota van 2015 naar 2016 overeenkomstig artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 van de Raad (PB L 115 van 9.5.1996, blz. 3), overeenkomstig artikel 5 bis van Verordening (EU) nr. 1221/2014 van de Raad (PB L 330 van 15.11.2014, blz. 16), overeenkomstig artikel 18 bis van Verordening (EU) 2015/104 van de Raad (PB L 22 van 28.1.2015, blz. 1) of het opnieuw toewijzen en verlagen van vangstmogelijkheden overeenkomstig de artikelen 37 en 105 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad.
(2) Overeenkomstig artikel 105, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1224/2009. Een verlaging gelijk aan de overbevissing van * 1,00 geldt in alle gevallen van overbevissing ter hoogte van maximaal 100 ton.
(3) Als vastgesteld in artikel 105, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 en mits de overbevissing meer dan 10 % bedraagt.
(4) Met de letter „A” wordt aangegeven dat een aanvullende vermenigvuldigingsfactor van 1,5 is toegepast vanwege overbevissing in de opeenvolgende jaren 2014, 2015 en 2016. Met de letter „C” wordt aangegeven dat een aanvullende vermenigvuldigingsfactor van 1,5 is toegepast omdat het betrokken bestand onder een meerjarenplan valt.
(5) Resterende hoeveelheden die voor 2016 niet overeenkomstig Verordening (EU) 2016/2226 als gewijzigd bij Verordening (EU) 2017/162, in mindering konden worden gebracht omdat er geen of geen toereikend quotum beschikbaar was.
(6) Hoeveelheden die op hetzelfde bestand in mindering konden worden gebracht dankzij het ruilen van vangstmogelijkheden overeenkomstig artikel 16, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013.
BIJLAGE II
„BIJLAGE
VERLAGINGEN VAN QUOTA VOOR BESTANDEN DIE ZIJN OVERBEVIST
|
Lidstaat |
Soortcode |
Gebiedscode |
Soortnaam |
Benaming gebied |
Oorspronkelijk quotum 2016 (in kg) |
Toegestane aanlandingen 2016 (totale aangepaste hoeveelheid in kg) (1) |
Totale vangsten 2016 (hoeveelheid in kg) |
Benutting quotum in verhouding tot toegestane aanlandingen |
Overbevissing in verhouding tot de toegestane aanlandingen (hoeveelheid in kg) |
Vermenigvuldigingsfactor (2) |
Nog uitstaande verlagingen uit voorgaande jaren (5) (hoeveelheid in kg) |
In 2017 toe te passen verlagingen (hoeveelheid in kg) (6) |
Reeds in 2017 toegepaste verlagingen (hoeveelheid in kg) (7) |
In 2018 en het volgende jaar/de volgende jaren toe te passen verlaging (hoeveelheid in kg) |
|
|
(1) |
(2) |
(3) |
(4) |
(5) |
(6) |
(7) |
(8) |
(9) |
(10) |
(11) |
(12) |
(13) |
(14) |
(15) |
(16) |
|
BE |
SOL |
7FG. |
Tong |
VIIf en VIIg |
487 000 |
549 565 |
563 401 |
102,52 % |
13 836 |
/ |
/ |
/ |
13 836 |
13 836 |
/ |
|
BE |
SOL |
8AB. |
Tong |
VIIIa en VIIIb |
42 000 |
281 638 |
287 659 |
102,14 % |
6 021 |
/ |
C (8) |
/ |
6 021 |
6 021 |
/ |
|
BE |
SRX |
07D. |
Roggen |
Wateren van de Unie van VIId |
87 000 |
86 919 |
91 566 |
105,35 % |
4 647 |
/ |
/ |
/ |
4 647 |
4 647 |
/ |
|
BE |
T/B |
2AC4-C |
Tarbot en griet |
Wateren van de Unie van IIa en IV |
329 000 |
481 000 |
514 275 |
106,92 % |
33 275 (9) |
/ |
/ |
/ |
33 275 |
33 275 |
/ |
|
DE |
DGS |
2AC4-C |
Doornhaai |
Wateren van de Unie van IIa en IV |
0 |
0 |
2 118 |
n.v.t. |
2 118 |
/ |
/ |
/ |
2 118 |
2 118 |
/ |
|
DE |
MAC |
2CX14- |
Makreel |
VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe; wateren van de Unie en internationale wateren van Vb; internationale wateren van IIa, XII en XIV |
22 751 000 |
21 211 759 |
22 211 517 |
104,71 % |
999 758 |
/ |
/ |
/ |
999 758 |
999 758 |
/ |
|
DK |
DGS |
2AC4-C |
Doornhaai |
Wateren van de Unie van IIa en IV |
0 |
0 |
1 350 |
n.v.t. |
1 350 |
/ |
/ |
/ |
1 350 |
1 350 |
/ |
|
DK |
HER |
1/2- |
Haring |
Wateren van de Unie, wateren van de Faeröer, wateren van Noorwegen, en internationale wateren van I en II |
7 069 000 |
10 331 363 |
10 384 320 |
100,51 % |
52 957 |
/ |
/ |
/ |
52 957 |
52 957 |
/ |
|
DK |
JAX |
4BC7D |
Horsmakreel en bijvangsten |
Wateren van de Unie van IVb, IVc en VIId |
5 519 000 |
264 664 |
265 760 |
100,42 % |
1 096 |
/ |
/ |
/ |
1 096 |
1 096 |
/ |
|
DK |
MAC |
2A34. |
Makreel |
IIIa en IV; wateren van de Unie van IIa, IIIb, IIIc en deelsectoren 22-32 |
19 461 000 |
13 354 035 |
14 677 440 |
109,91 % |
1 323 405 |
/ |
/ |
/ |
1 323 405 |
1 323 405 |
/ |
|
DK |
MAC |
2A4A-N |
Makreel |
Noorse wateren van IIa en IVa |
14 043 000 |
14 886 020 |
16 351 930 |
109,85 % |
1 465 910 |
/ |
/ |
/ |
1 465 910 |
1 465 910 |
/ |
|
DK |
NOP |
04-N. |
Kever |
Noorse wateren van IV |
0 |
0 |
22 880 |
n.v.t. |
22 880 |
/ |
/ |
/ |
22 880 |
22 880 |
/ |
|
DK |
OTH |
*2AC4C |
Andere soorten |
Wateren van de Unie van IIa en IV |
6 018 300 |
3 994 920 |
4 508 050 |
112,84 % |
513 130 |
1,2 |
/ |
/ |
615 756 |
615 756 |
/ |
|
DK |
POK |
1N2AB. |
Koolvis |
Noorse wateren van I en II |
/ |
0 |
3 920 |
n.v.t. |
3 920 |
/ |
/ |
/ |
3 920 |
3 920 |
/ |
|
DK |
PRA |
N1GRN. |
Noordse garnaal |
Groenlandse wateren van NAFO 1 |
1 300 000 |
2 700 000 |
2 727 690 |
101,03 % |
27 690 |
/ |
/ |
/ |
27 690 |
27 690 |
/ |
|
DK |
SAN |
04-N. |
Zandspieringen |
Noorse wateren van IV |
0 |
0 |
19 860 |
n.v.t. |
19 860 |
/ |
/ |
/ |
19 860 |
19 860 |
/ |
|
DK |
SAN |
234_1 (11) |
Zandspieringen |
Wateren van de Unie van beheersgebied voor zandspieringen 1 |
12 263 000 |
12 517 900 |
12 525 750 |
100,06 % |
7 850 |
/ |
/ |
/ |
7 850 |
7 850 |
/ |
|
ES |
ALB |
AN05N |
Noord-Atlantische witte tonijn |
Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB |
14 917 370 |
14 754 370 |
16 645 498 |
112,82 % |
1 891 128 |
1,2 |
/ |
/ |
2 269 354 |
1 134 677 (12) |
1 134 677 (12) |
|
ES |
ALF |
3X14- |
Bericyden |
Wateren van de Unie en internationale wateren van III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X, XII en XIV |
67 000 |
86 159 |
79 185 |
91,90 % |
– 6 974 |
/ |
/ |
817 |
0 |
0 |
/ |
|
ES |
BSF |
8910- |
Zwarte haarstaartvis |
Wateren van de Unie en internationale wateren van VIII, IX en X |
12 000 |
24 004 |
16 419 |
68,41 % |
– 7 585 |
/ |
/ |
2 703 |
0 |
0 |
/ |
|
ES |
BUM |
ATLANT |
Blauwe marlijn |
Atlantische Oceaan |
0 |
0 |
13 396 |
n.v.t. |
13 396 |
/ |
A |
/ |
20 094 |
20 094 |
/ |
|
ES |
COD |
1/2B. |
Kabeljauw |
I en IIb |
13 192 000 |
9 730 876 |
9 731 972 |
100,01 % |
1 096 |
/ |
/ |
/ |
1 096 |
1 096 |
/ |
|
ES |
GHL |
1N2AB. |
Groenlandse heilbot |
Noorse wateren van I en II |
/ |
9 000 |
27 600 |
306,67 % |
18 600 |
1,0 |
A |
/ |
27 900 |
27 900 |
/ |
|
ES |
GHL |
N3LMNO |
Groenlandse heilbot |
NAFO 3LMNO |
4 067 000 |
4 070 000 |
4 072 999 |
100,07 % |
2 999 |
/ |
C (8) |
/ |
2 999 |
2 999 |
/ |
|
ES |
SRX |
67AKXD |
Roggen |
Wateren van de Unie van VIa, VIb, VIIa-c en VIIe-k |
876 000 |
459 287 |
469 586 |
102,24 % |
10 299 |
/ |
/ |
/ |
10 299 |
10 299 |
/ |
|
ES |
SRX |
89-C. |
Roggen |
Wateren van de Unie van VIII en IX |
1 057 000 |
925 232 |
956 878 |
103,42 % |
31 646 |
/ |
A |
131 767 |
179 236 |
179 236 |
/ |
|
ES |
WHM |
ATLANT |
Witte marlijn |
Atlantische Oceaan |
2 460 |
2 460 |
9 859 |
400,77 % |
7 399 |
1,0 |
A |
138 994 |
150 092 |
150 092 (13) |
/ |
|
FR |
LIN |
04-C. |
Leng |
Wateren van de Unie van IV |
162 000 |
262 351 |
304 077 |
115,91 % |
41 726 |
1,0 |
/ |
/ |
41 726 |
41 726 |
/ |
|
FR |
POK |
1/2/INT |
Koolvis |
Internationale wateren van I en II |
0 |
0 |
2 352 |
n.v.t. |
2 352 |
/ |
/ |
/ |
2 352 |
2 352 |
/ |
|
FR |
RED |
51214S |
Roodbaarzen (ondiep water) |
Wateren van de Unie en internationale wateren van V; internationale wateren van XII en XIV |
0 |
0 |
29 827 |
n.v.t. |
29 827 |
/ |
/ |
/ |
29 827 |
29 827 |
/ |
|
FR |
SBR |
678- |
Zeebrasem |
Wateren van de Unie en internationale wateren van VI, VII en VIII |
6 000 |
28 817 |
31 334 |
108,72 % |
2 517 |
/ |
/ |
/ |
2 517 |
2 517 |
/ |
|
FR |
SRX |
07D. |
Roggen |
Wateren van de Unie van VIId |
663 000 |
630 718 |
699 850 |
110,96 % |
69 132 |
1,0 |
A |
/ |
103 698 |
103 698 |
/ |
|
FR |
SRX |
67AKXD |
Roggen |
Wateren van de Unie van VIa, VIb, VIIa-c en VIIe-k |
3 255 000 |
3 641 000 |
39 254 |
101,08 % |
39 254 |
/ |
/ |
/ |
39 254 |
39 254 |
/ |
|
FR |
WHG |
08. |
Wijting |
VIII |
1 524 000 |
2 406 000 |
2 441 333 |
101,47 % |
35 333 |
/ |
/ |
/ |
35 333 |
35 333 |
/ |
|
IE |
PLE |
7FG. |
Schol |
VIIf en VIIg |
200 000 |
66 332 |
67 431 |
101,66 % |
1 099 |
/ |
/ |
/ |
1 099 |
1 099 |
/ |
|
IE |
POK |
1N2AB. |
Koolvis |
Noorse wateren van I en II |
/ |
0 |
5 969 |
n.v.t. |
5 969 |
/ |
/ |
/ |
5 969 |
5 969 |
/ |
|
IE |
SRX |
67AKXD |
Roggen |
Wateren van de Unie van VIa, VIb, VIIa-c en VIIe-k |
1 048 000 |
949 860 |
980 960 |
103,27 % |
31 056 |
/ |
A (8) |
/ |
31 056 |
31 056 |
/ |
|
LT |
MAC |
*4A-EN |
Makreel |
Wateren van de Unie van IIa; wateren van de Unie en Noorse wateren van IVa. |
0 |
900 000 |
901 557 |
100,17 % |
1 557 |
/ |
/ |
/ |
1 557 |
1 557 |
/ |
|
LT |
MAC |
2CX14- |
Makreel |
VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe; wateren van de Unie en internationale wateren van Vb; internationale wateren van IIa, XII en XIV |
140 000 |
2 027 000 |
2 039 332 |
100,61 % |
12 332 |
/ |
/ |
/ |
12 332 |
12 332 |
/ |
|
NL |
DGS |
2AC4-C |
Doornhaai |
Wateren van de Unie van IIa en IV |
0 |
0 |
1 260 |
n.v.t. |
1 260 |
/ |
/ |
/ |
1 260 |
1 260 |
/ |
|
NL |
HAD |
7X7A34 |
Schelvis |
VIIb-k, VIII, IX en X; wateren van de Unie van Cecaf 34.1.1 |
/ |
559 |
26 220 |
n.v.t. |
25 661 |
/ |
/ |
/ |
25 661 |
25 661 |
/ |
|
NL |
HER |
*25B-F |
Haring |
II, Vb benoorden 62 NB (wateren van de Faeröer) |
736 000 |
477 184 |
476 491 |
99,86 % |
– 693 |
/ |
/ |
23 551 |
22 858 |
22 858 |
/ |
|
NL |
OTH |
*2A-14 |
Bijvangsten bij horsmakreel (evervis, wijting en makreel) |
Wateren van de Unie van IIa, IVa, VI, VIIa-c, VIIe-k, VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe; wateren van de Unie en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV |
1 663 800 |
1 777 300 |
2 032 689 |
114,37 % |
255 389 |
1,2 |
/ |
/ |
306 467 |
306 467 |
/ |
|
NL |
POK |
2A34. (14) |
Koolvis |
IIIa en IV; wateren van de Unie van IIa, IIIb, IIIc en deelsectoren 22-32 |
68 000 |
110 846 |
110 889 |
100,04 % |
43 (10) |
/ |
/ |
1 057 |
1 057 |
1 057 |
/ |
|
NL |
T/B |
2AC4-C |
Tarbot en griet |
Wateren van de Unie van IIa en IV |
2 493 000 |
2 551 261 |
2 737 636 |
107,31 % |
186 375 |
/ |
/ |
/ |
186 375 |
186 375 |
/ |
|
PT |
BUM |
ATLANT |
Blauwe marlijn |
Atlantische Oceaan |
49 550 |
49 550 |
50 611 |
102,14 % |
1 061 |
/ |
/ |
/ |
1 061 |
1 061 |
/ |
|
PT |
GHL |
1N2AB |
Groenlandse heilbot |
Noorse wateren van I en II |
/ |
0 |
18 487 |
n.v.t. |
18 487 |
/ |
/ |
/ |
18 487 |
18 487 |
/ |
|
PT |
MAC |
8C3411 |
Makreel |
VIIIc, IX en X; wateren van de Unie van Cecaf 34.1.1 |
6 971 000 |
6 313 658 |
6 823 967 |
108,08 % |
510 309 |
/ |
/ |
/ |
510 309 |
510 309 |
/ |
|
PT |
SRX |
89-C. |
Roggen |
Wateren van de Unie van VIII en IX |
1 051 000 |
1 051 000 |
1 068 676 |
101,68 % |
17 676 |
/ |
/ |
/ |
17 676 |
17 676 |
/ |
|
PT |
SWO |
AN05N |
Zwaardvis |
Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB |
1 161 950 |
1 541 950 |
1 560 248 |
101,19 % |
18 298 |
/ |
/ |
/ |
18 298 |
18 298 |
/ |
|
UK |
DGS |
2AC4-C |
Doornhaai |
Wateren van de Unie van IIa en IV |
0 |
0 |
17 776 |
n.v.t. |
17 776 |
/ |
/ |
/ |
17 776 |
17 776 |
/ |
|
UK |
HER |
4AB. |
Haring |
Wateren van de Unie en Noorse wateren van IV ten noorden van 53° 30′ NB |
70 348 000 |
70 710 390 |
73 419 998 |
103,83 % |
2 709 608 |
/ |
/ |
|
2 709 608 |
2 709 608 |
/ |
|
UK |
MAC |
2CX14- |
Makreel |
VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe; wateren van de Unie en internationale wateren van Vb; internationale wateren van IIa, XII en XIV |
208 557 000 |
195 937 403 |
209 143 232 |
106,74 % |
13 205 829 |
/ |
A (8) |
/ |
13 205 829 |
13 205 829 |
/ |
|
UK |
SAN |
234_1 (11) |
Zandspieringen |
Wateren van de Unie van beheersgebied voor zandspieringen 1 |
268 000 |
0 |
0 |
n.v.t. |
0 |
/ |
/ |
1 466 168 |
1 466 168 |
1 466 168 |
/ |
|
UK |
SRX |
67AKXD |
Roggen |
Wateren van de Unie van VIa, VIb, VIIa-c en VIIe-k |
2 076 000 |
2 006 000 |
2 008 431 |
100,12 % |
2 431 |
/ |
/ |
/ |
2 431 |
2 431 |
/ |
|
UK |
T/B |
2AC4-C |
Tarbot en griet |
Wateren van de Unie van IIa en IV |
693 000 |
522 000 |
544 680 |
104,34 % |
22 680 |
/ |
/ |
/ |
22 680 |
22 680 |
/ |
(1) Quota die op grond van de betrokken verordeningen inzake de vangstmogelijkheden beschikbaar zijn voor de lidstaten, rekening houdend met het ruilen van vangstmogelijkheden overeenkomstig artikel 16, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22), het overdragen van quota van 2015 naar 2016 overeenkomstig artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 van de Raad (PB L 115 van 9.5.1996, blz. 3), overeenkomstig artikel 5 bis van Verordening (EU) nr. 1221/2014 van de Raad (PB L 330 van 15.11.2014, blz. 16), overeenkomstig artikel 18 bis van Verordening (EU) 2015/104 van de Raad (PB L 22 van 28.1.2015, blz. 1) en overeenkomstig artikel 15, lid 9, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 of het opnieuw toewijzen en verlagen van vangstmogelijkheden overeenkomstig de artikelen 37 en 105 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.
(2) Overeenkomstig artikel 105, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1224/2009. Een verlaging gelijk aan de overbevissing van * 1,00 geldt in alle gevallen van overbevissing ter hoogte van maximaal 100 ton.
(3) Als vastgesteld in artikel 105, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 en mits de overbevissing meer dan 10 % bedraagt.
(4) Met de letter „A” wordt aangegeven dat een aanvullende vermenigvuldigingsfactor van 1,5 is toegepast vanwege overbevissing in de opeenvolgende jaren 2014, 2015 en 2016. Met de letter „C” wordt aangegeven dat een aanvullende vermenigvuldigingsfactor van 1,5 is toegepast omdat het betrokken bestand onder een meerjarenplan valt.
(5) Resterende hoeveelheden die in 2016 niet overeenkomstig Verordening (EU) 2016/2226 als gewijzigd bij Verordening (EU) 2017/162, in mindering konden worden gebracht omdat er geen of geen toereikend quotum beschikbaar was.
(6) In 2017 toe te passen verlagingen
(7) Voor 2017 toe te passen verlagingen die daadwerkelijk kunnen worden toegepast gezien het quotum dat beschikbaar is op de datum van inwerkingtreding van de onderhavige verordening.
(8) Aanvullende vermenigvuldigingsfactor niet van toepassing omdat de overbevissing niet meer dan 10 % van de toegestane aanlandingen bedraagt.
(9) Op verzoek van België is overeenkomstig artikel 3, lid 3, van Verordening (EG) nr. 847/96 toestemming verleend voor extra aanlandingen van ten hoogste 10 % van het T/G-quotum.
(10) Hoeveelheden van minder dan één ton worden niet in aanmerking genomen.
(11) In mindering te brengen op (SAN/234_1R) (beheersgebied voor zandspieringen 1r).
(12) Op verzoek van Spanje wordt de verlaging van 2 269 354 kilo voor 2017 gelijkelijk gespreid over twee jaar (2017 en 2018).
(13) Waarvan 2 427 kilo in mindering wordt gebracht op het quotum van 2017 voor WHM/ATLANT en 147 665 kilo bij wijze van alternatief in mindering wordt gebracht op het quotum van 2017 voor SWO/AN05N.
(14) In mindering te brengen op POK/2C3A4.