Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31991R3357

Verordening (EEG) nr. 3357/91 van de Raad van 7 november 1991 houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 918/83 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen

PB L 318 van 20.11.1991, pp. 3–6 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT)

Dit document is verschenen in een speciale editie. (FI, SV, CS, ET, LV, LT, HU, MT, PL, SK, SL, BG, RO)

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 31/12/2009; stilzwijgende opheffing door 32009R1186

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1991/3357/oj

31991R3357

Verordening (EEG) nr. 3357/91 van de Raad van 7 november 1991 houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 918/83 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen

Publicatieblad Nr. L 318 van 20/11/1991 blz. 0003 - 0006
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 2 Deel 8 blz. 0096
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 2 Deel 8 blz. 0096


VERORDENING (EEG) Nr. 3357/91 VAN DE RAAD van 7 november 1991 houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 918/83 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 28,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende dat de administratieve vereenvoudiging als bedoeld in artikel 27 van Verordening (EEG) nr. 918/83 van de Raad van 28 maart 1983 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 4235/88 (2), om redenen van doelmatigheid dient te worden toegepast op alle invoer van zendingen bestaande uit goederen met een te verwaarlozen waarde;

Overwegende dat artikel 27 van Verordening (EEG) nr. 918/83 dienovereenkomstig dient te worden gewijzigd;

Overwegende dat de bepalingen van de artikelen 52 tot en met 57, 63 bis en 63 ter, en 72 tot en met 77 van Verordening (EEG) nr. 918/83 in het licht van de opgedane ervaringen zodanig moeten worden herzien dat voorwaarden die kostbaar en ingewikkeld hanteerbaar blijken te zijn, worden afgeschaft ten einde de invoer van de betrokken goederen te vergemakkelijken;

Overwegende dat dus moet worden afgezien van de voorwaarde dat er geen gelijkwaardige communautaire produkten voorhanden mogen zijn, aangezien dit criterium, voor zover het nog wordt toegepast, geen daadwerkelijke bescherming kan bieden daar het in een te late fase van het produktontwikkelingsproces wordt gehanteerd en de toepassing ervan gepaard gaat met meningsverschillen tussen deskundigen, die redelijkerwijze alleen kunnen worden opgelost door vrijwel systematisch de belangen van de importeur te laten prevaleren en hem het recht op vrijstelling toe te kennen vanwege de bijzondere omstandigheden van zijn invoer,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EEG) nr. 918/83 wordt als volgt gewijzigd:

1. artikel 27 wordt vervangen door:

"Artikel 27

Behoudens het bepaalde in artikel 28, zijn van rechten bij invoer vrijgesteld zendingen bestaande uit goederen met een te verwaarlozen waarde die uit een derde land rechtstreeks aan een geadresseerde in de Gemeenschap worden gezonden.

Onder "goederen met een te verwaarlozen waarde" wordt verstaan goederen waarvan de intrinsieke waarde niet meer dan 22 ecu per zending bedraagt.";

2. de artikelen 52, 53 en 54 worden vervangen door:

"Artikel 52

1. Behoudens het bepaalde in de artikelen 53, 54, 56, 57 en 58 zijn van rechten bij invoer vrijgesteld wetenschappelijke instrumenten en apparaten die niet onder artikel 51 vallen en uitsluitend worden ingevoerd voor niet-commerciële doeleinden.

2. De in lid 1 bedoelde vrijstelling is beperkt tot wetenschappelijke instrumenten en apparaten die bestemd zijn:

- hetzij voor openbare instellingen of instellingen van openbaar nut wier voornaamste bezigheid het onderwijs of het wetenschappelijke onderzoek is, en voor diensten die onder een openbare instelling of een instelling van openbaar nut ressorteren en wier voornaamste bezigheid het onderwijs of het wetenschappelijke onderzoek is;

- hetzij voor particuliere instellingen wier voornaamste bezigheid het onderwijs of het wetenschappelijke onderzoek is en die van de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten toestemming hebben om deze goederen vrij van rechten in te voeren.

Artikel 53

De vrijstelling is ook van toepassing op:

a) reserveonderdelen, onderdelen of specifieke hulpstukken bestemd voor wetenschappelijke instrumenten of apparaten, voor zover deze reserveonderdelen, onderdelen of hulpstukken tegelijk met deze instrumenten of apparaten worden ingevoerd of, indien ze op een later tijdstip worden ingevoerd, herkenbaar zijn als bestemd voor instrumenten of apparaten die:

- eerder met vrijstelling zijn ingevoerd, mits deze instrumenten of apparaten nog een wetenschappelijk karakter hebben op het tijdstip waarop de vrijstelling voor de reserveonderdelen, onderdelen of specifieke hulpstukken wordt aangevraagd,

of die

- voor vrijstelling in aanmerking zouden komen op het tijdstip waarop deze voor de reserveonderdelen, onderdelen of specifieke hulpstukken wordt aangevraagd;

b) gereedschap voor het onderhoud, de controle, het ijken of het herstellen van wetenschappelijke instrumenten of apparaten, voor zover dit gereedschap tegelijk met deze instrumenten of apparaten wordt ingevoerd of, indien het op een later tijdstip wordt ingevoerd, herkenbaar is als bestemd voor instrumenten of apparaten die:

- eerder met vrijstelling zijn ingevoerd, mits deze instrumenten of apparaten nog een wetenschappelijk karakter hebben op het tijdstip waarop de vrijstelling voor het gereedschap wordt aangevraagd,

of die

- voor de vrijstelling in aanmerking zouden komen op het tijdstip waarop deze voor het gereedschap wordt aangevraagd.

Artikel 54

Voor de toepassing van het bepaalde in de artikelen 52 en 53:

- wordt onder "wetenschappelijk instrument of apparaat" verstaan een instrument of apparaat dat, vanwege zijn objectieve technische kenmerken en de resultaten welke ermee bereikt kunnen worden, uitsluitend of hoofdzakelijk geschikt is voor de verwezenlijking van wetenschappelijke activiteiten;

- worden beschouwd als "ingevoerd voor niet-commerciële doeleinden", wetenschappelijke apparaten of instrumenten die bestemd zijn om te worden gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek of onderwijs zonder winstoogmerk.";

3. artikel 55 wordt geschrapt;

4. de artikelen 56 en 57 worden vervangen door:

"Artikel 56

Indien nodig kunnen bepaalde instrumenten of apparaten, volgens de procedure bedoeld in artikel 143, leden 2 en 3, van het recht op vrijstelling worden uitgesloten, wanneer wordt vastgesteld dat de invoer met vrijstelling van rechten van dergelijke instrumenten of apparaten de betrokken bedrijfstak in de Gemeenschap schade berokkent.

Artikel 57

1. De in artikel 51 bedoelde voorwerpen en de wetenschappelijke instrumenten of apparaten die onder de in de artikelen 53, 54 en 56 vastgestelde voorwaarden met vrijstelling werden ingevoerd, mogen niet worden uitgeleend, verhuurd, noch onder bezwarende titel of om niet worden overgedragen zonder dat de bevoegde autoriteiten daarvan vooraf in kennis zijn gesteld.

2. Indien het voorwerp, instrument of apparaat wordt uitgeleend, verhuurd of overgedragen aan een instelling of organisatie die krachtens artikel 51 of artikel 52, lid 2, voor de vrijstelling in aanmerking komt, blijft de vrijstelling van kracht voor zover bedoelde instelling of organisatie het voorwerp, instrument of apparaat gebruikt voor doeleinden welke recht geven op het verlenen van deze vrijstelling.

In de overige gevallen mag het uitlenen, verhuren of overdragen pas plaatsvinden na de voorafgaande betaling van de rechten bij invoer, tegen het op de datum van het uitlenen, verhuren of overdragen van kracht zijnde tarief, zulks naar de soort en op de grondslag van de douanewaarde die op die datum door de bevoegde autoriteiten als juist zijn erkend of aanvaard.";

5. titel XIV bis wordt vervangen door:

"

TITEL XIV bis

INSTRUMENTEN EN APPARATEN BESTEMD VOOR MEDISCH ONDERZOEK, HET STELLEN VAN MEDISCHE DIAGNOSES OF DE VERRICHTING VAN MEDISCHE BEHANDELINGEN

Artikel 63

bis

1. Van rechten bij invoer zijn vrijgesteld instrumenten en apparaten bestemd voor medisch onderzoek, het stellen van medische diagnoses of de verrichting van medische behandelingen, die door een liefdadige of filantropische instelling of door een particulier worden geschonken aan gezondheidsinstellingen, diensten van ziekenhuizen en instellingen voor medisch onderzoek die van de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten toestemming hebben om deze voorwerpen met vrijstelling van rechten te ontvangen, of die door deze gezondheidsinstellingen, ziekenhuizen of instellingen voor medisch onderzoek volledig worden aangekocht met door een liefdadige of filantropische instelling verstrekte gelden of met vrijwillige bijdragen, en voor zover wordt vastgesteld dat:

a) de schenking van de betrokken instrumenten of apparaten geen commerciële bijbedoelingen van de schenker verhult;

en

b) de schenker generlei bindingen heeft met de fabrikant van de instrumenten of apparaten waarvoor vrijstelling wordt gevraagd.

2. De vrijstelling geldt, op dezelfde voorwaarden, ook voor:

a) reserveonderdelen, onderdelen of specifieke hulpstukken bestemd voor bovenbedoelde instrumenten en apparaten, voor zover deze reserveonderdelen, onderdelen of hulpstukken tegelijk met deze instrumenten of apparaten worden ingevoerd of, indien zij op een later tijdstip worden ingevoerd, herkenbaar zijn als bestemd voor instrumenten of apparaten die eerder met vrijstelling zijn ingevoerd;

b) gereedschap voor het onderhoud, de controle, het ijken of het herstellen van instrumenten of apparaten, voor zover dit gereedschap tegelijk met deze instrumenten of apparaten wordt ingevoerd of, indien het op een later tijdstip wordt ingevoerd, herkenbaar is als bestemd voor instrumenten of apparaten die eerder met vrijstelling zijn ingevoerd.

Artikel 63

ter

Voor de toepassing van artikel 63 bis, en met name ten aanzien van de daarin bedoelde instrumenten of apparaten en ontvangende instellingen, zijn de artikelen 56, 57 en 58 mutatis mutandis van toepassing.";

6. de artikelen 72 en 73 worden vervangen door:

"Artikel 72

1. Voorwerpen die speciaal zijn ontworpen voor onderwijs aan en terwerkstelling en verbetering van de maatschappelijke positie van andere lichamelijk of geestelijk gehandicapten dan blinden, zijn van rechten bij invoer vrijgesteld wanneer zij worden ingevoerd:

- hetzij door de gehandicapten zelf voor hun eigen gebruik;

- hetzij door instellingen of organisaties wier voornaamste bezigheid het onderwijs aan of de begeleiding van gehandicapten is en die van de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten toestemming hebben om deze voorwerpen vrij van rechten in te voeren.

2. De in lid 1 bedoelde vrijstelling is van toepassing op reserveonderdelen, onderdelen of specifieke hulpstukken, bestemd voor de betrokken voorwerpen, alsmede op gereedschap voor het onderhoud, de controle, het ijken of het herstellen van die voorwerpen, voor zover deze reserveonderdelen, onderdelen of hulpstukken, of gereedschappen tegelijk met deze voorwerpen worden ingevoerd of, indien zij op een later tijdstip worden ingevoerd, herkenbaar zijn als bestemd voor voorwerpen die eerder met vrijstelling van rechten zijn ingevoerd of die voor de vrijstelling in aanmerking kunnen komen wanneer deze voor de bedoelde reserveonderdelen, onderdelen of specifieke hulpstukken en het bedoelde gereedschap wordt aangevraagd.

Artikel 73

Indien nodig kunnen bepaalde voorwerpen, volgens de procedure bedoeld in artikel 143, leden 2 en 3, van het recht op vrijstelling worden uitgesloten, wanneer wordt vastgesteld dat de invoer met vrijstelling van rechten van dergelijke voorwerpen de betrokken bedrijfstak in de Gemeenschap schade berokkent.";

7. artikel 74 wordt geschrapt;

8. de artikelen 75, 76 en 77 worden vervangen door:

"Artikel 75

De rechtstreekse verlening van de vrijstelling voor eigen gebruik, aan blinden of andere gehandicapten, als bedoeld in artikel 71, eerste streepje, en in artikel 72, lid 1, eerste streepje, wordt afhankelijk gesteld van de voorwaarde dat de in de Lid-Staten geldende bepalingen het voor de belanghebbenden mogelijk maken hun blindheid of handicap die tot vrijstelling aanleiding geeft, aan te tonen.

Artikel 76

1. Voorwerpen die met vrijstelling worden ingevoerd door de in de artikelen 71 en 72 bedoelde personen, mogen niet worden uitgeleend, verhuurd, noch onder bezwarende titel of om niet worden overgedragen, zonder dat de bevoegde autoriteiten daarvan vooraf in kennis zijn gesteld.

2. Indien de voorwerpen worden uitgeleend, verhuurd of overgedragen aan een persoon, een instelling of een organisatie, die krachtens de artikelen 71 en 72 voor vrijstelling in aanmerking komt, blijft de vrijstelling van kracht voor zover bedoelde persoon, instelling of organisatie het voorwerp gebruikt voor doeleinden welke recht geven op deze vrijstelling.

In de overige gevallen mag het uitlenen, verhuren of overdragen pas plaatsvinden na de voorafgaande betaling van de rechten bij invoer, tegen het op de datum van het uitlenen, verhuren of overdragen van kracht zijnde tarief, zulks naar de soort en op de grondslag van de douanewaarde die op die datum door de bevoegde autoriteiten als juist zijn erkend of aanvaard.

Artikel 77

1. Voorwerpen die onder de in de artikelen 71 en 72 gestelde voorwaarden zijn ingevoerd door instellingen of organisaties die de vrijstelling genieten, mogen door deze instellingen of organisaties aan blinden en andere gehandicapten wier belangen zij behartigen, zonder winstoogmerk worden uitgeleend, verhuurd of overgedragen zonder betaling van de rechten bij invoer voor deze voorwerpen.

2. Uitlening, verhuring of overdracht mag niet plaatsvinden onder andere voorwaarden dan die van lid 1 zonder voorafgaande kennisgeving aan de bevoegde autoriteiten.

Indien de voorwerpen worden uitgeleend, verhuurd of overgedragen aan een persoon, instelling of organisatie die krachtens artikel 71, eerste alinea, of artikel 72, lid 1, voor vrijstelling van rechten in aanmerking komt, blijft de vrijstelling van kracht, voor zover deze persoon, instelling of organisatie het betrokken voorwerp gebruikt voor doeleinden welke recht geven op deze vrijstelling.

In de overige gevallen mag het uitlenen, verhuren of overdragen pas plaatsvinden na de voorafgaande betaling van de rechten bij invoer volgens het op de datum van de uitlening, verhuring of overdracht van kracht zijnde tarief, zulks naar de soort en op grondslag van de douanewaarde die op die datum door de bevoegde autoriteiten als juist zijn erkend of aanvaard.".

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 1992. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 7 november 1991. Voor de Raad

De Voorzitter

P. DANKERT

(1) PB nr. L 105 van 23. 4. 1983, blz. 1. (2) PB nr. L 373 van 31. 12. 1988, blz. 1.

Top