Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32018R1119

Verordening (EU) 2018/1119 van de Commissie van 31 juli 2018 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1178/2011 betreffende gedeclareerde opleidingsorganisaties

C/2018/4961

OJ L 204, 13.8.2018, p. 13–30 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1119/oj

13.8.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 204/13


VERORDENING (EU) 2018/1119 VAN DE COMMISSIE

van 31 juli 2018

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1178/2011 betreffende gedeclareerde opleidingsorganisaties

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, houdende intrekking van Richtlijn 91/670/EEG van de Raad, Verordening (EG) nr. 1592/2002 en Richtlijn 2004/36/EG (1), en met name artikel 7, lid 6,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig de eisen die zijn voorgeschreven in bijlage VII (Deel-ORA) bij Verordening (EU) nr. 1178/2011 van de Commissie (2), moeten organisaties voor de opleiding van piloten een beheersysteem, met inbegrip van toezicht op de naleving, en een veiligheidsbeheersysteem opzetten en in stand houden. De algemene organisatie, de processen, de procedures en de activiteiten moeten worden beschreven in gedetailleerde documenten (handboeken).

(2)

Bijlage VII (Deel-ORA) vormt een passend rechtskader voor de certificering van organisaties die opleidingen verstrekken voor het verkrijgen van een bewijs van bevoegdheid als beroepspiloot. De daarin voorgeschreven eisen zijn echter onnodig belastend en, rekening houdend met de kosten, de aard en de omvang van hun activiteiten en de risico's en voordelen voor de veiligheid van de luchtvaart, niet evenredig voor organisaties die uitsluitend opleidingen verstrekken voor het verkrijgen van een bewijs van bevoegdheid en van specifieke bevoegdverklaringen, bevoegdheden en verantwoordelijkheden voor niet-beroepspiloten. Zoals is opgemerkt in het stappenplan voor de algemene luchtvaart van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (3), moet daarom voor die organisaties een eenvoudiger systeem worden ontwikkeld.

(3)

Om die redenen moeten die organisaties worden onderworpen aan een reeks specifieke eisen, maar mag een voorafgaande goedkeuring door de bevoegde autoriteit niet worden verplicht. In plaats daarvan moeten zij aan de bevoegde autoriteit kunnen verklaren dat zij voldoen aan de op hen toepasselijke eisen.

(4)

De specifieke eisen voor dergelijke gedeclareerde opleidingsorganisaties (declared training organisations, DTO's) moeten vereenvoudigde veiligheidsprocedures bevatten, waarbij rekening wordt gehouden met zowel de beperktere risicosituatie waarin niet-beroepspiloten hun vluchten uitvoeren als de behoefte aan passend toezicht door de bevoegde autoriteiten. In het belang van de veiligheid moeten ook regels worden vastgesteld voor de voorlegging van opleidingsprogramma's aan de bevoegde autoriteit, alsmede voor de verklaring, het gegevensbeheer, het toezicht op de naleving door een jaarlijkse interne evaluatie en de aanstelling van vertegenwoordigers van de DTO's.

(5)

Om dezelfde redenen moeten ook de regels inzake het toezicht en de handhaving met betrekking tot DTO's door de bevoegde autoriteiten, zoals voorgeschreven in bijlage VI (Deel-ARA) bij Verordening (EU) nr. 1178/2011, worden gewijzigd om te waarborgen dat ze evenredig, voldoende flexibel, gegrond op een risicogebaseerde aanpak en verenigbaar met de specifieke eisen voor DTO's zijn.

(6)

Het is aangewezen om ook sommige andere bepalingen van Verordening (EU) nr. 1178/2011 met betrekking tot organisaties voor de opleiding van piloten te wijzigen, met name om duidelijkheid te scheppen, nationale bepalingen te schrappen die niet langer toepasselijk zijn en bijlage I (Deel-FCL) bij die verordening zodanig te wijzigen dat ze zowel van toepassing is op erkende als gedeclareerde opleidingsorganisaties.

(7)

Er moet extra tijd worden voorzien voor de invoering van de maatregelen inzake opleiding voor het voorkomen en herstellen van storingen.

(8)

Overeenkomstig artikel 19, lid 1, van Verordening (EG) nr. 216/2008 heeft het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart een ontwerp van uitvoeringsvoorschriften bij de Commissie ingediend als Advies nr. 11/2016.

(9)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 65 van Verordening (EG) nr. 216/2008 ingestelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EU) nr. 1178/2011 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 2 worden de volgende definities toegevoegd:

„14.   „aanvaardbare wijzen van naleving (Acceptable Means of Compliance, AMC)”: door het Agentschap vastgestelde niet-bindende normen waarin is aangegeven met welke middelen Verordening (EG) nr. 216/2008 en de uitvoeringsbepalingen daarvan kunnen worden nageleefd;

15.   „alternatieve wijzen van naleving (Alternative Means of Compliance, AltMoC)”: wijzen van naleving die een alternatief voorstellen op een bestaande aanvaardbare wijze van naleving of die een nieuwe methode voorstellen om overeenstemming te bereiken met Verordening (EG) nr. 216/2008 en de uitvoeringsvoorschriften daarvan waarvoor het Agentschap geen bijbehorende aanvaardbare wijzen van naleving heeft vastgesteld;

16.   „erkende opleidingsorganisatie (approved training organisation, ATO)”: een organisatie die gerechtigd is om aan piloten opleiding te verstrekken op basis van een goedkeuring die is afgegeven overeenkomstig de eerste alinea van artikel 10 bis, lid 1;

17.   „basisinstrumentopleidingstoestel (basic instrument training device, BITD)”: een opleidingstoestel op de grond voor de opleiding van piloten dat de positie van de leerling-piloot voor een klasse van luchtvaartuigen voorstelt, waarbij gebruik kan worden gemaakt van een instrumentenpaneel op een scherm en veerbelaste besturingselementen, en dat een opleidingsplatform biedt voor ten minste de procedurele aspecten van instrumentvliegen;

18.   „certificeringsspecificaties”: door het Agentschap vastgestelde technische normen waarin is aangegeven welke middelen een organisatie moet gebruiken voor certificeringsdoeleinden;

19.   „vlieginstructeur”: een instructeur die het recht heeft een opleiding te geven in een luchtvaartuig, in overeenstemming met subdeel J van bijlage I (Deel-FCL);

20.   „vluchtnabootser (flight simulation training device, FSTD)”: een toestel voor de opleiding van piloten dat:

a)

in het geval van vliegtuigen een volledige vluchtsimulator (full flight simulator, FFS), een vluchtopleidingstoestel (flight training device, FTD), een opleidingstoestel voor vlucht- en navigatieprocedures (flight and navigation procedures trainer, FNPT) of een opleidingstoestel voor basisinstrumenten (basic instrument training device, BITD) is;

b)

in het geval van helikopters een volledige vluchtsimulator (full flight simulator, FFS), een vluchtopleidingstoestel (flight training device, FTD) of een opleidingstoestel voor vlucht- en navigatieprocedures (flight and navigation procedures trainer, FNPT) is;

21.   „FSTD-kwalificatie”: het technische capaciteitsniveau van een FSTD zoals gedefinieerd in de certificeringsspecificaties betreffende de FSTD in kwestie;

22.   „hoofdvestiging” van een organisatie: het hoofdkantoor of de statutaire zetel van de organisatie waar de voornaamste financiële functies en operationele controle worden uitgeoefend van de activiteiten waarnaar in deze verordening wordt verwezen;

23.   „qualification test guide (QTG)”: een document om aan te tonen dat de prestatie- en besturingseigenschappen van een FSTD bij een simulatie binnen voorgeschreven grenzen overeenstemmen met die van het luchtvaartuig, de vliegtuigklasse of het helikoptertype, en dat alle toepasselijke vereisten werden nageleefd. De QTG omvat zowel gegevens over het luchtvaartuig, de vliegtuigklasse of het helikoptertype als FSTD-gegevens ter ondersteuning van de validering;

24.   „gedeclareerde opleidingsorganisatie (declared training organisation, DTO)”: een organisatie die gerechtigd is om aan piloten opleiding te verstrekken op basis van een verklaring die is afgelegd overeenkomstig de tweede alinea van artikel 10 bis, lid 1;

25.   „DTO-opleidingsprogramma”: een door een DTO opgesteld document waarin de door die DTO verstrekte opleiding gedetailleerd is beschreven.”.

2)

Artikel 10 bis wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt vervangen door:

„1.   Overeenkomstig artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 216/2008 zijn organisaties uitsluitend gerechtigd om opleiding te verstrekken aan piloten die betrokken zijn bij de exploitatie van de in artikel 4, lid 1, onder b) en c), van Verordening (EG) nr. 216/2008 bedoelde luchtvaartuigen, als die organisaties van de bevoegde autoriteit een goedkeuring hebben gekregen waarin wordt bevestigd dat zij voldoen aan de essentiële eisen van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 216/2008 en aan de eisen van bijlage VII bij deze verordening.

In afwijking van artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 216/2008 en de eerste alinea van dit lid, zijn organisaties echter gerechtigd om de in DTO.GEN.110 van bijlage VIII bij deze verordening bedoelde opleiding te verstrekken zonder een dergelijke goedkeuring, als zij aan de bevoegde autoriteit een verklaring hebben afgelegd overeenkomstig de in DTO.GEN.115 van die bijlage genoemde eisen en, als dat vereist is volgens DTO.GEN.230, onder c), van die bijlage, de bevoegde autoriteit het opleidingsprogramma heeft goedgekeurd.”;

b)

lid 3 wordt vervangen door:

„3.   JAR-conforme opleidingsorganisaties mogen opleidingen verstrekken voor het verkrijgen van een bewijs van bevoegdheid als privépiloot (PPL) overeenkomstig deel-FCL, voor de bijbehorende bevoegdverklaringen die zijn opgenomen in de registratie, en voor een bewijs van bevoegdheid als recreatief vlieger (LAPL) tot 8 april 2019, zonder dat zij hoeven te voldoen aan de bepalingen van de bijlagen VII en VIII, voor zover ze vóór 8 april 2015 zijn geregistreerd.”.

3)

Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 2 bis wordt vervangen door:

„2 bis.   In afwijking van lid 1 mogen de lidstaten besluiten de volgende bepalingen niet toe te passen tot 8 april 2020:

1)

de bepalingen van bijlage I in verband met bewijzen van bevoegdheid als piloot van zweefvliegtuigen en luchtballonnen;

2)

de bepalingen van de bijlagen VII en VIII in het geval van een opleidingsorganisatie die uitsluitend opleidingen verzorgt voor een nationale vergunning die overeenkomstig artikel 4, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1178/2011 kan worden omgezet in een bewijs van bevoegdheid als recreatief vlieger (LAPL) overeenkomstig deel-FCL, een bewijs van bevoegdheid als zweefvlieger (SPL) overeenkomstig deel-FCL, of een bewijs van bevoegdheid voor luchtballonnen (BPL) overeenkomstig deel-FCL;

3)

de bepalingen van subdeel B van bijlage I.”;

b)

een nieuw lid 8 wordt toegevoegd:

„8.   In afwijking van lid 1 zijn FCL.315.A, de tweede zin van punt a) van FCL.410.A en punt c) van FCL.725.A van bijlage I (deel-FCL) van toepassing vanaf 8 april 2019.”.

4)

Bijlage I wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening.

5)

Bijlage VI wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening.

6)

Bijlage VII wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage III bij deze verordening.

7)

Bijlage VIII wordt toegevoegd overeenkomstig bijlage IV bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 31 juli 2018.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 79 van 19.3.2008, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) nr. 1178/2011 van de Commissie van 3 november 2011 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures met betrekking tot de bemanning van burgerluchtvaartuigen, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 311 van 25.11.2011, blz. 1).

(3)  http://www.easa.europa.eu/easa-and-you/general-aviation


BIJLAGE I

Bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1178/2011 (Deel-FCL) wordt als volgt gewijzigd:

1)

In FCL.010 wordt de definitie van „basisinstrumentopleidingstoestel (Basic Instrument Training Device — BITD)” geschrapt.

2)

FCL.025 wordt als volgt gewijzigd:

a)

onder a) worden de punten 2 en 3 vervangen door:

„2)

Kandidaten mogen het theorie-examen pas afleggen wanneer ze worden voorgedragen door de gedeclareerde opleidingsorganisatie (DTO) of erkende opleidingsorganisatie (ATO) die verantwoordelijk is voor hun opleiding, nadat ze de toepasselijke onderdelen van de theorieopleiding hebben voltooid op een bevredigend niveau.

3)

De voordracht door een DTO of ATO blijft twaalf maanden geldig. Als de kandidaat er niet in slaagt om ten minste één theorie-examen af te leggen binnen de voornoemde geldigheidsperiode, wordt de behoefte aan verdere opleiding bepaald door de DTO of ATO op basis van de behoeften van de kandidaat.”;

b)

punt b) wordt als volgt gewijzigd:

i)

in de eerste alinea wordt punt 3 vervangen door:

„3)

Een kandidaat moet opnieuw alle examenonderdelen afleggen indien hij er voor een afzonderlijk schriftelijk theorie-examenonderdeel na 4 pogingen niet in geslaagd is een voldoende te behalen, of er niet in geslaagd is voor alle tests een voldoende te behalen binnen ofwel 6 zittingen, ofwel de in punt 2 vermelde periode.

Alvorens opnieuw aan de theorie-examens deel te nemen, moet de kandidaat verdere opleiding volgen bij een DTO of ATO. De omvang en reikwijdte van de vereiste opleiding worden bepaald door de DTO of ATO op basis van de behoeften van de kandidaat.”;

ii)

de tweede alinea wordt geschrapt.

3)

FCL.115 wordt vervangen door:

FCL.115   LAPL — Opleiding

a)

Een kandidaat voor een LAPL moet een opleiding afronden aan een DTO of ATO.

b)

De opleiding moet theoriekennis en vlieginstructie bevatten die toepasselijk zijn voor de bevoegdheden van de aangevraagde LAPL.

c)

Het theorieonderwijs en de vlieginstructie kunnen worden voltooid aan een andere DTO of ATO dan die waar de kandidaten hun opleiding zijn begonnen.”.

4)

In FCL.110.A worden de punten b) en c) vervangen door:

„b)

Specifieke eisen voor kandidaten die houder zijn van een LAPL(S) of een SPL met uitbreiding naar TMG. Kandidaten voor een LAPL(A) die houder zijn van een LAPL(S) of een SPL met een TMG-uitbreiding moeten ten minste 21 uur hebben gevlogen op TMG's na de aantekening van de TMG-uitbreiding en moeten voldoen aan de eisen onder FCL.135.A, punt a), voor vleugelvliegtuigen.

c)

Vrijstelling. Kandidaten met voorafgaande ervaring als PIC kunnen vrijstelling krijgen ten behoeve van de eisen onder a).

De omvang van de vrijstelling wordt bepaald door de DTO of ATO waar de bestuurder de opleidingscursus volgt, op basis van een toelatingsvliegtest, maar mag in geen geval:

1)

de totale vliegtijd als PIC overschrijden;

2)

50 % van de uren opgelegd in punt a) overschrijden;

3)

de eisen onder a), 2) omvatten.”.

5)

In FCL.110.H wordt punt b) vervangen door:

„b)

Vrijstelling. Kandidaten met voorafgaande ervaring als PIC kunnen vrijstelling krijgen ten behoeve van de eisen onder a).

De omvang van de vrijstelling wordt bepaald door de DTO of ATO waar de bestuurder de opleidingscursus volgt, op basis van een toelatingsvliegtest, maar mag in geen geval:

1)

de totale vliegtijd als PIC overschrijden;

2)

50 % van de uren opgelegd in punt a) overschrijden;

3)

de eisen onder a), 2) omvatten.”.

6)

In FCL.110.S wordt punt c) vervangen door:

„c)

Vrijstelling. Kandidaten met voorafgaande ervaring als PIC kunnen vrijstelling krijgen ten behoeve van de eisen onder a).

De omvang van de vrijstelling wordt bepaald door de DTO of ATO waar de bestuurder de opleidingscursus volgt, op basis van een toelatingsvliegtest, maar mag in geen geval:

1)

de totale vliegtijd als PIC overschrijden;

2)

50 % van de uren opgelegd in punt a) overschrijden;

3)

de eisen onder a), 2) tot en met a), 4) omvatten.”.

7)

In FCL.135.S wordt de inleidende zin vervangen door:

„De bevoegdheden van een LAPL(S) kunnen worden uitgebreid naar een TMG wanneer de bestuurder ten minste het onderstaande heeft voltooid in een DTO of ATO:”.

8)

In FCL.110.B wordt punt b) vervangen door:

„b)

Vrijstelling. Kandidaten met voorafgaande ervaring als PIC in luchtballonnen kunnen vrijstelling krijgen ten behoeve van de eisen onder a).

De omvang van de vrijstelling wordt bepaald door de DTO of ATO waar de bestuurder de opleidingscursus volgt, op basis van een toelatingsvliegtest, maar mag in geen geval:

1)

de totale vliegtijd als PIC in luchtballonnen overschrijden;

2)

50 % van de uren opgelegd in punt a) overschrijden;

3)

de eisen onder a), 2) tot en met a), 3) omvatten.”.

9)

In FCL.135.B wordt de inleidende zin vervangen door:

„De bevoegdheden van de LAPL(B) zijn beperkt tot de klasse van luchtballonnen die bij de vaardigheidstest werd gebruikt. Deze beperking kan worden opgeheven wanneer de bestuurder ten minste het onderstaande in een andere klasse heeft voltooid aan een DTO of ATO:”.

10)

FCL.210 wordt vervangen door:

FCL.210   Opleidingscursus

a)

Een kandidaat voor een BPL, SPL of PPL moet een opleidingscursus voltooien aan een DTO of ATO.

b)

De cursus moet theoriekennis en vlieginstructie bevatten die toepasselijk zijn voor de bevoegdheden van de aangevraagde BPL, SPL of PPL.

c)

Het theorieonderwijs en de vlieginstructie kunnen worden voltooid aan een andere DTO of ATO dan die waar de kandidaten hun opleiding zijn begonnen.”.

11)

In FCL.210.A worden de punten b) en c) vervangen door:

„b)

Specifieke eisen voor kandidaten die houder zijn van een LAPL(A). Kandidaten voor een PPL(A) die houder zijn van een LAPL(A) moeten ten minste 15 uur hebben gevlogen op vleugelvliegtuigen na de afgifte van de LAPL(A), waarvan ten minste 10 uur vlieginstructie in een opleidingscursus aan een DTO of ATO. Deze opleidingscursus moet ten minste 4 uur solovliegtijd onder toezicht bevatten, met inbegrip van ten minste 2 uur solo-overlandvluchten met ten minste 1 overlandvlucht van ten minste 270 km (150 NM), gedurende welke landingen met volledige stilstand moeten worden uitgevoerd op 2 luchtvaartterreinen die verschillen van het luchtvaartterrein van vertrek.

c)

Specifieke eisen voor kandidaten die houder zijn van een LAPL(S) of een SPL met een TMG-uitbreiding. Kandidaten voor een PPL(A) die houder zijn van een LAPL(S) of een SPL met een TMG-uitbreiding, moeten het onderstaande hebben voltooid:

1)

ten minste 24 uur vliegtijd in een TMG na de aantekening van de TMG-uitbreiding, en

2)

ten minste 15 uur vlieginstructie in vleugelvliegtuigen in een opleidingscursus aan een DTO of ATO, met inbegrip van ten minste de eisen onder a), 2).”.

12)

In FCL.210.H wordt punt b) vervangen door:

„b)

Specifieke eisen voor kandidaten die houder zijn van een LAPL(H). Een kandidaat voor een PPL(H) die houder is van een LAPL(H), moet een opleidingscursus voltooien aan een DTO of ATO. Deze opleidingscursus moet ten minste 5 uur dubbelbesturingsonderricht bevatten en ten minste 1 solo-overlandvlucht onder toezicht van ten minste 185 km (100 NM), met landingen met volledige stilstand op 2 luchtvaartterreinen die verschillen van het luchtvaartterrein van vertrek.”.

13)

In FCL.725 wordt punt a) vervangen door:

„a)

Opleidingscursus. Een kandidaat voor een klasse- of typebevoegdverklaring moet een opleidingscursus voltooien aan een ATO. Een kandidaat voor een klassebevoegdverklaring voor eenmotorige zuigervliegtuigen zonder groot prestatievermogen, een klassebevoegdverklaring voor TMG's of een typebevoegdverklaring voor eenmotorige helikopers als bedoeld in DTO.GEN.110, onder a), 2), c), van bijlage VIII (Deel-DTO), mag de opleiding aan een DTO voltooien. De opleidingscursus voor een typebevoegdverklaring moet de verplichte opleidingselementen bevatten voor het relevante type zoals gedefinieerd in de gegevens voor operationele geschiktheid die zijn bepaald in overeenstemming met bijlage I (Deel-21) bij Verordening (EU) nr. 748/2012.”.

14)

In FCL.740 wordt punt b) vervangen door:

„b)

Hernieuwde afgifte. Als een klasse- of typebevoegdverklaring is verlopen, moet de kandidaat:

1)

slagen voor een bekwaamheidsproef overeenkomstig aanhangsel 9 van deze bijlage;

2)

indien nodig, vóór de in punt 1 bedoelde bekwaamheidsproef een herhalingstraining volgen aan een ATO om het bekwaamheidsniveau te behalen dat vereist is voor de veilige bediening van de relevante klasse of het relevante type luchtvaartuig. De kandidaat mag de training echter volgen:

i)

aan een DTO of een ATO als de verlopen bevoegdverklaring een klassebevoegdverklaring voor eenmotorige zuigervliegtuigen zonder groot prestatievermogen, een klassebevoegdverklaring voor TMG's of een typebevoegdverklaring voor eenmotorige helikopers was als bedoeld in DTO.GEN.110, onder a), 2), c), van bijlage VIII (Deel-DTO);

ii)

aan een DTO of ATO of met een instructeur als de bevoegdverklaring niet meer dan drie jaar verlopen is en het om een klassebevoegdverklaring voor eenmotorige zuigervliegtuigen zonder groot prestatievermogen of voor TMG's gaat.”.

15)

In FCL.800 wordt onder b) de inleidende zin van punt 2 vervangen door:

„2)

een opleidingscursus aan een DTO of ATO, met inbegrip van:”.

16)

FCL.805 wordt als volgt gewijzigd:

a)

onder b) wordt de inleidende zin van punt 2 vervangen door:

„2)

een opleidingscursus aan een DTO of ATO, met inbegrip van:”;

b)

onder c) wordt de inleidende zin van punt 2 vervangen door:

„2)

een opleidingscursus aan een DTO of ATO, met inbegrip van:”.

17)

FCL.810 wordt als volgt gewijzigd:

a)

onder a) wordt de inleidende zin van punt 1 vervangen door:

„1)

Als de bevoegdheden van een LAPL, een SPL of een PPL voor vleugelvliegtuigen, TMG's of luchtschepen moeten worden uitgeoefend in VFR-omstandigheden 's nachts, moeten kandidaten een opleidingscursus aan een DTO of ATO hebben afgerond. De cursus moet het volgende omvatten:”;

b)

onder b) wordt de inleidende zin van punt 2 vervangen door:

„2)

een opleidingscursus aan een DTO of ATO hebben voltooid. De cursus moet worden afgerond binnen een periode van zes maanden en moet het volgende omvatten:”.

18)

In FCL.815 wordt punt b) vervangen door:

„b)

Opleidingscursus. Kandidaten voor een bevoegdverklaring voor het vliegen in bergachtige gebieden moeten binnen een periode van 24 maanden een cursus theorieonderwijs en vlieginstructie hebben voltooid aan een DTO of ATO. De inhoud van de cursus moet zijn afgestemd op de bevoegdheden van de aangevraagde bevoegdverklaring voor het vliegen in bergachtige gebieden.”.

19)

In FCL.830 wordt onder b) de inleidende zin van punt 2 vervangen door:

„2)

een opleidingscursus aan een DTO of ATO, met inbegrip van:”.

20)

FCL.930 wordt vervangen door:

FCL.930   Opleidingscursus

a)

Kandidaten voor een certificaat als instructeur moeten een theorieopleiding en vlieginstructie hebben afgerond aan een ATO. Kandidaten voor een certificaat als instructeur voor zweefvliegtuigen of luchtballonnen mogen een theorieopleiding en vlieginstructie hebben afgerond aan een DTO.

b)

Naast de specifieke in Deel-FCL van deze bijlage beschreven elementen voor elke categorie van instructeur, moet de opleidingscursus de elementen bevatten die zijn vereist in FCL.920.”.

21)

In FCL.910.FI wordt de inleidende zin onder a) vervangen door:

„a)

De bevoegdheden van een FI worden beperkt tot het uitvoeren van vlieginstructie onder toezicht van een FI voor dezelfde luchtvaartuigcategorie die voor dit doel door de DTO of ATO is aangeduid, in de volgende gevallen:”.

22)

In FCL.1015 wordt punt a) vervangen door:

„a)

Kandidaten voor een certificaat van examinator moeten een standaardisatiecursus volgen die wordt gegeven door de bevoegde autoriteit of door een ATO en is goedgekeurd door de bevoegde autoriteit. Kandidaten voor een certificaat van examinator voor zweefvliegtuigen of luchtballonnen mogen een standaardisatiecursus volgen die wordt gegeven door een DTO en goedgekeurd door de bevoegde autoriteit.”.

23)

In FCL.1025 wordt punt 2 onder b) vervangen door:

„2)

tijdens het laatste jaar van de geldigheidsperiode een herhalingscursus voor examinatoren heeft gevolgd, georganiseerd door de bevoegde autoriteit of een ATO en erkend door de bevoegde autoriteit. Een examinator die houder is van een certificaat voor zweefvliegtuigen of luchtballonnen mag tijdens het laatste jaar van de geldigheidsperiode een herhalingscursus voor examinator hebben gevolgd, georganiseerd door een DTO en goedgekeurd door de bevoegde autoriteit.”.

BIJLAGE II

Bijlage VI bij Verordening (EU) nr. 1178/2011 (Deel-ARA) wordt als volgt gewijzigd:

1)

ARA.GEN.105 wordt geschrapt.

2)

In ARA.GEN.200 wordt punt c) vervangen door:

„c)

De bevoegde autoriteit stelt procedures vast om deel te nemen aan de wederzijdse uitwisseling van alle noodzakelijke informatie en assistentie met andere betrokken bevoegde autoriteiten, met inbegrip van alle vastgestelde bevindingen, de corrigerende follow-upmaatregelen die overeenkomstig die bevindingen zijn genomen en de handhavingsmaatregelen die zijn genomen als gevolg van het toezicht op personen en organisaties die activiteiten uitoefenen op het grondgebied van een lidstaat, maar die zijn gecertificeerd door of die een verklaring hebben afgelegd aan de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat of het Agentschap.”.

3)

ARA.GEN.220 wordt als volgt gewijzigd:

a)

onder a) wordt punt 4 vervangen door:

„4)

certificerings- en verklaringsprocessen alsmede toezicht op gecertificeerde en gedeclareerde organisaties;”;

b)

punt b) wordt vervangen door:

„b)

De bevoegde autoriteit stelt een lijst op van alle organisatiecertificaten, FSTD-kwalificatiecertificaten en bewijzen van bevoegdheid voor personeel, certificaten en attesten die zij heeft afgegeven, DTO-verklaringen die zij heeft ontvangen en DTO-opleidingsprogramma's die zij op overeenstemming met bijlage I (Deel-FCL) heeft getoetst of heeft goedgekeurd, en actualiseert die lijst.”.

4)

In ARA.GEN.300 wordt onder a) punt 2 vervangen door:

„2)

de permanente naleving van de toepasselijke eisen voor personen die houders zijn van bewijzen van bevoegdheid, bevoegdverklaringen en certificaten, voor organisaties die zij heeft gecertificeerd, voor houders van een FSTD-kwalificatie en voor organisaties waarvan zij een verklaring heeft ontvangen;”.

5)

Aan ARA.GEN.305 wordt het volgende punt f) toegevoegd:

„f)

Onverminderd het bepaalde onder b), c) en c bis) moet het toezichtsprogramma voor DTO's worden ontwikkeld met inachtneming van de specifieke aard van de organisatie, de complexiteit van haar activiteiten en de resultaten van vorige toezichtsactiviteiten, en moet het gebaseerd zijn op de beoordeling van de risico's die met het soort opleiding samengaan. Het toezicht omvat inspecties, met inbegrip van onaangekondigde inspecties, en kan ook audits omvatten als de bevoegde autoriteit dat nodig acht.”.

6)

Aan ARA.GEN.330 wordt het volgende punt d) toegevoegd:

„d)

Onverminderd het bepaalde onder a), b) en c) dient de bevoegde autoriteit op te treden overeenkomstig de eisen van ARA.DTO.105 en ARA.DTO.110, naargelang het geval, als de informatie in een van een DTO ontvangen verklaring of in een door een DTO gebruikt opleidingsprogramma, zoals aan de autoriteit gemeld overeenkomstig DTO.GEN.116 van bijlage VIII (Deel-DTO), wordt gewijzigd.”.

7)

ARA.GEN.350 wordt als volgt gewijzigd:

a)

het volgende punt d bis) wordt ingevoegd:

„d bis)

Onverminderd het bepaalde onder a) tot en met d) dient de bevoegde autoriteit, als zij bij het toezicht of op enige andere wijze bewijzen vindt waaruit blijkt dat de essentiële eisen van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 216/2008 of de eisen van bijlage I (Deel-FCL) en bijlage VIII (Deel-DTO) bij deze verordening niet door een DTO worden nageleefd:

1)

een bevinding vast te stellen, te registreren en schriftelijk mee te delen aan de vertegenwoordiger van de DTO en een redelijke termijn vast te stellen waarin de DTO de maatregelen moet nemen die zijn gespecificeerd in DTO.GEN.150 van bijlage VIII (Deel-DTO);

2)

onmiddellijk passende maatregelen te treffen om de opleidingsactiviteiten waarbij sprake is van niet-naleving, te beperken of te verbieden tot de DTO de in punt 1 bedoelde corrigerende maatregelen heeft genomen wanneer een of meer van de volgende situaties optreden:

i)

er is een veiligheidsprobleem vastgesteld;

ii)

de DTO neemt geen corrigerende maatregelen overeenkomstig DTO.GEN.150;

3)

de goedkeuring van het opleidingsprogramma te beperken, te schorsen of in te trekken als het gaat om een opleidingsprogramma zoals bedoeld in DTO.GEN.230, onder c), van bijlage VIII (Deel-DTO);

4)

de nodige aanvullende handhavingsmaatregelen te treffen om te waarborgen dat de niet-naleving wordt beëindigd en, indien nodig, de gevolgen daarvan te verhelpen.”;

b)

punt e) wordt vervangen door:

„e)

Wanneer de autoriteit van een lidstaat die handelt overeenkomstig ARA.GEN.300, onder d), vaststelt dat de essentiële eisen van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 216/2008 of de eisen van bijlage I (Deel-FCL) en bijlage VIII (Deel-DTO) bij deze verordening niet worden nageleefd door een organisatie die werd gecertificeerd door of die een verklaring heeft afgelegd aan de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat of het Agentschap, dient zij, onverminderd aanvullende handhavingsmaatregelen, die bevoegde autoriteit in kennis te stellen van die niet-naleving”.

8)

Na subdeel MED wordt het volgende subdeel DTO ingevoegd:

„SUBDEEL DTO

SPECIFIEKE EISEN MET BETREKKING TOT GEDECLAREERDE OPLEIDINGSORGANISATIES (DTO's)

ARA.DTO.100   Verklaring aan de bevoegde autoriteit

a)

Zodra de bevoegde autoriteit een verklaring van een DTO heeft ontvangen, controleert zij of de verklaring alle in DTO.GEN.115 van bijlage VIII (Deel-DTO) gespecificeerde informatie bevat en bevestigt zij de ontvangst van de verklaring, met inbegrip van de toekenning van een afzonderlijk DTO-referentienummer, aan de vertegenwoordiger van de DTO.

b)

Als de vereiste informatie ontbreekt of als de verklaring informatie bevat waaruit blijkt dat de essentiële eisten van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 216/2008 of de eisen van bijlage I (deel-FCL) en bijlage VIII (Deel-DTO) bij deze verordening niet worden nageleefd, treedt de bevoegde autoriteit op overeenkomstig ARA.GEN.350, onder d bis).

ARA.DTO.105   Wijziging van een verklaring

Zodra de bevoegde autoriteit ervan in kennis is gesteld dat de informatie in de verklaring van een DTO is gewijzigd, treedt zij op overeenkomstig ARA.DTO.100.

ARA.DTO.110   Controle van de naleving van het opleidingsprogramma

a)

Als de bevoegde autoriteit overeenkomstig DTO.GEN.115, onder c), van bijlage VIII (Deel-DTO) het opleidingsprogramma van een DTO heeft ontvangen of in kennis is gesteld van een wijziging daarvan, of overeenkomstig DTO.GEN.230, onder c), van die bijlage een aanvraag heeft ontvangen voor de goedkeuring van een ingediend opleidingsprogramma, controleert zij of die opleidingsprogramma's in overeenstemming zijn met de eisen van bijlage I (Deel-FCL).

b)

Als de bevoegde autoriteit ervan overtuigd is dat het opleidingsprogramma van de DTO en alle latere wijzigingen daarvan in overeenstemming zijn met die eisen, stelt zij de vertegenwoordiger van de DTO daarvan schriftelijk in kennis of keurt zij, in het in DTO.GEN.230, onder c), van bijlage VIII (Deel-DTO) bedoelde geval, het opleidingsprogramma goed. Voor een dergelijke goedkeuring gebruikt zij het formulier in aanhangsel VIII van deze bijlage (Deel-ARA).

c)

In geval van niet-naleving treedt de bevoegde overheid op overeenkomstig ARA.GEN.350, onder d bis), of keurt zij, in het in DTO.GEN.230, onder c), van bijlage VIII (Deel-DTO) bedoelde geval, de aanvraag tot goedkeuring van het opleidingsprogramma af.”.

9)

het volgende aanhangsel VIII wordt toegevoegd:

Aanhangsel VIII van bijlage VI (Deel-ARA)

Goedkeuring van het opleidingsprogramma

van een gedeclareerde opleidingsorganisatie (DTO)

Europese Unie (*1)

Bevoegde autoriteit

Afgevende instantie:

Naam van de DTO:

DTO-referentienummer:

 

Goedgekeurd(e) opleidingsprogramma('s):

 

Standaardisatie examinator — FE(S), FIE(S), FE(B), FIE(B) (*2)

 

Herhalingsseminar examinator — FE(S), FIE(S), FE(B), FIE(B) (*2)

Referentie van het document:

Opmerkingen:

Het (de) bovengenoemde opleidingsprogramma('s) is (zijn) gecontroleerd door de bovengenoemde bevoegde autoriteit en conform de eisen van bijlage I (Deel-FCL) van Verordening (EU) nr. 1178/2011 van de Commissie bevonden.

Datum van afgifte:

Handtekening: [bevoegde autoriteit]

EASA-formulier XXX uitgave 1 — Bladzijde 1/1

”.

(*1)  „Europese Unie” schrappen voor niet-EU-lidstaten.

(*2)  Aanpassen naargelang het geval.


BIJLAGE III

In bijlage VII bij Verordening (EU) nr. 1178/2011 (Deel-ORA) wordt de inleidende zin van ORA.ATO.120 vervangen door:

„De volgende gegevens moeten tijdens de cursus en gedurende een periode van drie jaar na de opleiding worden bewaard:”.


BIJLAGE IV

BIJLAGE VIII

EISEN MET BETREKKING TOT GEDECLAREERDE OPLEIDINGSORGANISATIES (DTO's)

[DEEL-DTO]

DTO.GEN.100   Algemeen

Overeenkomstig de tweede alinea van artikel 10 bis, lid 1, worden in deze bijlage (Deel-DTO) de eisen beschreven die van toepassing zijn op organisaties die de in DTO.GEN.110 bedoelde opleidingen voor piloten verstrekken op grond van een verklaring die is afgelegd overeenkomstig DTO.GEN.115.

DTO.GEN.105   Bevoegde autoriteit

In Deel-DTO van deze bijlage wordt onder de voor DTO's bevoegde autoriteit die autoriteit verstaan die is aangewezen door de lidstaat op het grondgebied waarvan de DTO haar hoofdvestiging heeft.

DTO.GEN.110   Reikwijdte van de opleiding

a)

Een DTO is gerechtigd de volgende opleidingen te verstrekken, op voorwaarde dat de DTO een verklaring heeft ingediend overeenkomstig DTO.GEN.115:

1)

voor vliegtuigen:

a)

theorieonderwijs voor LAPL(A) en PPL(A);

b)

vlieginstructie voor LAPL(A) en PPL(A);

c)

opleiding voor een klassebevoegdverklaring voor SEP(land), SEP(sea) en TMG;

d)

opleiding voor aanvullende bevoegdverklaringen: nacht, kunstvliegen, bergachtige gebieden, slepen van zweefvliegtuigen en banners;

2)

voor helikopters:

a)

theorieonderwijs voor LAPL(H) en PPL(H);

b)

vlieginstructie voor LAPL(H) en PPL(H);

c)

typebevoegdverklaring voor eenmotorige helikopters waarvoor de gecertificeerde maximale zitplaatsconfiguratie niet meer dan vijf stoelen bedraagt;

d)

opleiding voor de bevoegdverklaring voor nachtvliegen;

3)

voor zweefvliegtuigen:

a)

theorieonderwijs voor LAPL(S) en SPL;

b)

vlieginstructie voor LAPL(S) en SPL;

c)

opleiding voor de uitbreiding van bevoegdheden naar TMG overeenkomstig FCL.135.S;

d)

opleiding voor aanvullende lanceringsmethoden overeenkomstig FCL.130.S;

e)

opleiding voor aanvullende bevoegdverklaringen: kunstvliegen, slepen van zweefvliegtuigen en bevoegdverklaring voor wolkenvluchten met zweefvliegtuigen;

f)

opleiding voor de bevoegdverklaring vlieginstructeur FI(S);

g)

herhalingsseminar voor FI(S);

4)

voor luchtballonnen:

a)

theorieonderwijs voor LAPL(B) en BPL;

b)

vlieginstructie voor LAPL(B) en BPL;

c)

opleiding voor klasseuitbreiding overeenkomstig FCL.135.B;

d)

opleiding voor klasse- of groepuitbreiding overeenkomstig FCL.225.B;

e)

opleiding voor uitbreiding naar verankerde vluchten overeenkomstig FCL.130.B;

f)

opleiding voor de bevoegdverklaring voor nachtvliegen;

g)

opleiding voor de bevoegdklaring vlieginstructeur FI(B);

h)

herhalingsseminar voor FI(B).

b)

Een DTO is gerechtigd om ook de in FCL.1015, onder a), en FCL.1025, onder b), 2), van bijlage I (Deel-FCL) genoemde standaardisatiecursussen voor examinator te verstrekken voor FE(S), FIE(S), FE(B) en FIE(B), op voorwaarde dat die DTO overeenkomstig DTO.GEN.115 een verklaring heeft ingediend en de bevoegde autoriteit het opleidingsprogramma overeenkomstig DTO.GEN.230, onder c), heeft goedgekeurd.

DTO.GEN.115   Verklaring

a)

Voorafgaand aan elke in DTO.GEN.110 gespecificeerde opleiding dient een organisatie die een dergelijke opleiding wenst te verstrekken, een verklaring in bij de bevoegde autoriteit. De verklaring bevat ten minste de volgende gegevens:

1)

de naam van de DTO;

2)

de contactgegevens van de hoofdvestiging van de DTO en, indien van toepassing, de contactgegevens van de luchtvaartterreinen en vluchtuitvoeringslocaties van de DTO;

3)

de namen en contactgegevens van de volgende personen:

i)

de vertegenwoordiger van de DTO;

ii)

het hoofd opleidingen van de DTO, en

iii)

alle adjunct-hoofden opleiding, indien vereist volgens DTO.GEN.250, onder b), 1);

4)

het soort opleiding, zoals gespecificeerd in DTO.GEN.110, dat op elk luchtvaartterrein en/of elke vluchtuitvoeringslocatie wordt verstrekt;

5)

een lijst van alle luchtvaartuigen en FSTD's die voor de opleiding worden gebruikt, indien van toepassing;

6)

de geplande begindatum van de opleiding;

7)

een verklaring waarin wordt bevestigd dat de DTO een veiligheidsbeleid heeft opgesteld en zal toepassen gedurende alle opleidingsactiviteiten waarop de verklaring betrekking heeft, overeenkomstig DTO.GEN.210, onder a), 1), ii);

8)

een verklaring waarin wordt bevestigd dat de DTO voldoet en gedurende alle opleidingsactiviteiten waarop de verklaring betrekking heeft, zal blijven voldoen aan de essentiële vereisten van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 216/2008 en de eisen van bijlage I (Deel-FCL) en bijlage VIII (Deel-DTO) bij deze verordening.

b)

Voor de verklaring en alle latere wijzigingen daarvan wordt het formulier in aanhangsel 1 gebruikt.

c)

Samen met de verklaring dient een DTO het opleidingsprogramma of de opleidingsprogramma's die zij gebruikt of wenst te gebruiken tijdens de opleiding, in bij de bevoegde autoriteit, alsmede haar aanvraag voor goedkeuring van het opleidingsprogramma of de opleidingsprogramma's, indien een dergelijke goedkeuring is vereist overeenkomstig DTO.GEN.230, onder c).

d)

In afwijking van punt c) kan een organisatie die houder is van een goedkeuring die is afgegeven overeenkomstig subdeel ATO van bijlage VII (Deel-ORA), samen met de verklaring alleen de verwijzing indienen naar het reeds goedgekeurde opleidingshandboek of de goedkeurde opleidingshandboeken.

DTO.GEN.116   Kennisgeving van wijzigingen en stopzetting van opleidingsactiviteiten

Een DTO dient de bevoegde autoriteit onmiddellijk in kennis te stellen van het volgende:

a)

elke wijziging van de in DTO.GEN.115, onder a), gespecificeerde informatie en van het opleidingsprogramma of de opleidingsprogramma's of het goedgekeurde opleidingshandboek of de goedgekeurde opleidingshandboeken zoals bedoeld in DTO.GEN.115, onder c) en d);

b)

de stopzetting van bepaalde of alle opleidingsactiviteiten waarop de verklaring betrekking heeft.

DTO.GEN.135   Beëindiging van het recht om opleiding te verstrekken

Een DTO is niet langer gerechtigd om op grond van de verklaring bepaalde of alle in die verklaring gespecificeerde opleidingen te verstrekken, indien:

a)

de DTO de bevoegde autoriteit overeenkomstig DTO.GEN.116, onder b), in kennis heeft gesteld van de stopzetting van bepaalde of alle opleidingsactiviteiten waarop de verklaring betrekking heeft;

b)

de DTO gedurende meer dan 36 opeenvolgende maanden geen opleiding heeft verstrekt.

DTO.GEN.140   Toegang

Om te kunnen vaststellen of een DTO in overeenstemming met haar verklaring handelt, moet zij te allen tijde aan elke daartoe door de bevoegde autoriteit gemachtigde persoon toegang verlenen tot alle faciliteiten, luchtvaartuigen, documenten, archieven, gegevens, procedures en andere materialen die relevant zijn voor opleidingsactiviteiten waarop de verklaring betrekking heeft.

DTO.GEN.150   Bevindingen

Nadat de bevoegde autoriteit overeenkomstig ARA.GEN.350, onder d bis), 1), een bevinding aan de DTO heeft meegedeeld, onderneemt de DTO, binnen de door de bevoegde autoriteit vastgestelde termijn, de volgende stappen:

a)

de onderliggende oorzaak van de niet-naleving identificeren;

b)

de nodige corrigerende maatregelen treffen om de niet-naleving te beëindigen en, indien van toepassing, de gevolgen daarvan te verhelpen;

c)

de bevoegde autoriteit in kennis stellen van de genomen corrigerende maatregelen.

DTO.GEN.155   Reactie op een veiligheidsprobleem

Als reactie op een veiligheidsprobleem moet een DTO:

a)

de veiligheidsmaatregelen uitvoeren die zijn voorgeschreven door de bevoegde autoriteit overeenkomstig ARA.GEN.135, onder c);

b)

de relevante verplichte veiligheidsinformatie toepassen die door het Agentschap is verstrekt, met inbegrip van luchtwaardigheidsinstructies.

DTO.GEN.210   Personeelseisen

a)

Een DTO dient de volgende personen aan te stellen:

1)

een vertegenwoordiger, die verantwoordelijk en naar behoren gemachtigd is om ten minste de volgende taken uit te voeren:

i)

waarborgen dat de DTO en haar activiteiten voldoen aan de toepasselijke eisen en aan de verklaring;

ii)

een veiligheidsbeleid ontwikkelen en tot stand brengen om te waarborgen dat de activiteiten van de DTO veilig worden uitgevoerd, waarborgen dat de DTO dat veiligheidsbeleid volgt, en de nodige maatregelen treffen om de doelstellingen van dat veiligheidsbeleid te verwezenlijken;

iii)

de veiligheid binnen de DTO bevorderen;

iv)

ervoor zorgen dat de DTO over voldoende middelen beschikt zodat de onder i), ii) en iii) genoemde activiteiten op doeltreffende wijze kunnen worden uitgevoerd;

2)

een hoofd opleiding, dat verantwoordelijk en gekwalificeerd is om ten minste het volgende te waarborgen:

i)

de conformiteit van de verstrekte opleiding met de vereisten van bijlage I (Deel-FCL) en het opleidingsprogramma van de DTO;

ii)

de behoorlijke integratie van de vliegopleiding in een luchtvaartuig of een vluchtnabootser (FSTD) en het theorieonderwijs;

iii)

toezicht op de vooruitgang van de cursisten;

iv)

in het geval bedoeld in DTO.GEN.250, onder b), toezicht op de adjunct-opleidingshoofden.

b)

Een DTO mag eenzelfde persoon aanstellen als vertegenwoordiger en hoofd opleiding.

c)

Als er objectieve aanwijzingen zijn dat een persoon niet met de onder a) genoemde taken kan worden belast omdat de luchtvaartveiligheid niet kan worden gewaarborgd en bevorderd, mag een DTO die persoon niet als vertegenwoordiger of hoofd opleiding aanstellen. Als tegen een persoon in de voorbije drie jaar een handhavingsmaatregel overeenkomstig ARA.GEN.355 is genomen, wordt dat als een objectieve aanwijzing beschouwd, tenzij die persoon kan bewijzen dat de bevinding die tot die maatregel heeft geleid gezien haar aard, omvang of impact op de luchtvaartveiligheid, geen indicatie is dat hij of zij aldus niet met de uitvoering van die taken kan worden belast.

d)

Een DTO dient te waarborgen dat haar theorie-instructeurs over een van de volgende kwalificaties beschikken:

1)

over praktijkgerichte achtergrondkennis op luchtvaartgebied beschikken in de onderwerpen die van belang zijn voor de verstrekte opleiding en een opleidingscursus in instructietechnieken hebben gevolgd;

2)

ervaring hebben opgedaan in theoretische instructie en beschikken over gepaste theoretische achtergrondkennis van het onderwerp waarover zij theorielessen zullen geven.

e)

Vlieginstructeurs en instructeurs vluchtnabootsing moeten beschikken over de volgens Deel-FCL van bijlage I vereiste kwalificaties voor het type opleiding dat wordt gegeven.

DTO.GEN.215   Eisen inzake faciliteiten

Een DTO dient over de nodige faciliteiten te beschikken om alle activiteiten uit te voeren en te beheren overeenkomstig de essentiële eisen van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 216/2008 en de eisen van deze bijlage (Deel-DTO).

DTO.GEN.220   Gegevensbeheer

a)

Een DTO dient van iedere cursist de volgende gegevens bij te houden tijdens de opleiding en gedurende een periode van drie jaar nadat de laatste opleidingssessie is voltooid:

1)

bijzonderheden over opleidingen op de grond, in de lucht of in een vluchtnabootser;

2)

informatie over individuele vooruitgang;

3)

informatie over de bevoegdheden en daarmee samenhangende bevoegdverklaringen die betrekking hebben op de verstrekte opleiding, met inbegrip van vervaldatums van bevoegdverklaringen en medische certificaten.

b)

Een DTO dient het verslag over de jaarlijkse interne evaluatie en het activiteitenverslag waarnaar wordt verwezen in respectievelijk DTO.GEN.270, onder a) en b), te bewaren gedurende een periode van drie jaar vanaf de datum waarop zij die verslagen heeft opgesteld.

c)

Een DTO dient haar opleidingsprogramma te bewaren gedurende een periode van drie jaar vanaf de datum waarop zij de laatste opleiding volgens dat programma heeft verstrekt.

d)

Overeenkomstig de toepasselijke wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens dient een DTO de onder a) bedoelde gegevens op zodanige wijze op te slaan dat ze door de toepasselijke instrumenten en protocollen worden beschermd en de nodige maatregelen te treffen om de toegang tot die gegevens te beperken tot de personen die recht op toegang tot die gegevens hebben.

DTO.GEN.230   Opleidingsprogramma van een DTO

a)

Een DTO dient een opleidingsprogramma op te stellen voor elke van de in DTO.GEN.110 genoemde opleidingen die zij verstrekt.

b)

De opleidingsprogramma's moeten voldoen aan de eisen van bijlage I (Deel-FCL).

c)

Een DTO is alleen gerechtigd om de in DTO.GEN.110, onder b), genoemde opleiding te verstrekken als de bevoegde autoriteit voor haar opleidingsprogramma voor die opleiding en de eventuele wijzigingen daarvan, na aanvraag door de DTO, een goedkeuring heeft afgegeven waarin wordt bevestigd dat het opleidingsprogramma en de eventuele wijzigingen daarvan voldoen aan de eisen van bijlage I (Deel-FCL), overeenkomstig ARA.DTO.110. Een DTO dient een dergelijke goedkeuring aan te vragen door indiening van haar verklaring overeenkomstig DTO.GEN.115.

d)

Punt c) is niet van toepassing op een organisatie die ook houder is van een goedkeuring die is afgegeven overeenkomstig subdeel ATO van bijlage VII (Deel-ORA) en die bevoegdheden voor die opleiding bevat.

DTO.GEN.240   Opleidingsluchtvaartuigen en FSTD's

a)

Een DTO dient gebruik te maken van een gepaste vloot opleidingsluchtvaartuigen of FSTD's die geschikt zijn voor de aangeboden opleidingen.

b)

Een DTO dient een lijst op te stellen en te actualiseren van alle luchtvaarttuigen, met inbegrip van de registratiekentekens, die worden gebruikt voor de aangeboden opleidingen.

DTO.GEN.250   Luchtvaartterreinen en exploitatievestigingen

a)

Om vliegopleidingen in een luchtvaartuig te verstrekken, dient de DTO uitsluitend gebruik te maken van luchtvaartterreinen of exploitatievestigingen die gepaste faciliteiten en kenmerken hebben voor een opleiding in relevante vliegmanoeuvres, rekening houdend met de aangeboden opleiding en de categorie en het type van het gebruikte luchtvaartuig.

b)

Als een DTO meer dan één luchtvaartterrein gebruikt om een in DTO.GEN.110, onder a), 1) en 2), gespecificeerde opleiding te verstrekken:

1)

stelt zij voor elk extra luchtvaartterrein een adjunct-hoofd opleiding aan dat verantwoordelijk is voor de in DTO.GEN.210, onder a), 2), i) tot en met iii), bedoelde taken op dat luchtvaartterrein, en

2)

waarborgt zij dat er voldoende middelen beschikbaar zijn om op alle luchtvaartterreinen veilig vluchten te kunnen uitvoeren, overeenkomstig de eisen van deze bijlage (Deel-DTO).

DTO.GEN.260   Theorieonderwijs

a)

Een DTO mag het theorieonderwijs ter plaatse verstrekken of gebruikmaken van leren op afstand.

b)

Een DTO dient toe te zien op de vorderingen van elke cursist die theorieonderwijs volgt en deze bij te houden.

DTO.GEN.270   Jaarlijkse interne evaluatie en jaarlijks activiteitenverslag

Een DTO dient het volgende te doen:

a)

een jaarlijkse interne evaluatie uitvoeren van de in DTO.GEN.210 gespecificeerde taken en verantwoordelijkheden en een verslag van die evaluatie opstellen;

b)

een jaarlijks activiteitenverslag opstellen;

c)

het verslag van de jaarlijkse interne evaluatie en het jaarlijks activiteitenverslag indienen bij de bevoegde autoriteit tegen de door die autoriteit vastgestelde datum.

Aanhangsel 1 van bijlage VIII (Deel-DTO)

VERKLARING

overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1178/2011 van de Commissie

☐ Oorspronkelijke verklaring

☐ Kennisgeving van wijzigingen (1) — DTO-referentienummer:

1.

Gedeclareerde opleidingsorganisatie (DTO)

Naam:

2.

Kantooradres(sen)

Contactgegevens (adres, telefoonnummer, e-mailadres) van de hoofdvestiging van de DTO:

3.

Personeel

Naam en contactgegevens (adres, telefoonnummer, e-mailadres) van de vertegenwoordiger van de DTO:

Naam en contactgegevens (adres, telefoonnummer, e-mailadres) van het hoofd opleiding en, indien van toepassing, de adjunct-hoofden opleiding van de DTO:

4.

Reikwijdte van de opleiding

Lijst van alle aangeboden opleidingen:

Lijst van alle opleidingsprogramma's die worden gebruikt om de opleiding te verstrekken (de verklaring moet vergezeld gaan van de nodige documenten) of, in het geval zoals bedoeld in DTO.GEN.230, onder d), van bijlage VIII (Deel-DTO) bij Verordening (EU) nr. 1178/2011, referenties van alle goedgekeurde opleidingshandboeken die worden gebruikt om de opleiding te verstrekken:

5.

Opleidingsluchtvaartuigen en FSTD's

Lijst van voor de opleiding gebruikte luchtvaartuigen:

Lijst van voor de opleiding gebruikte gekwalificeerde FSTD's (indien van toepassing, lettercode zoals aangegeven op het kwalificatiecertificaat):

6.

Luchtvaartterrein(en) en exploitatievestiging(en)

Contactgegevens (adres, telefoonnummer, e-mailadres) van alle luchtvaartterreinen en exploitatievestigingen die door de DTO worden gebruikt om opleiding te verstrekken:

7.

Beoogde begindatum van de opleiding:

8.

Aanvraag voor de goedkeuring van standaardisatiecursussen voor examinator en herhalingsseminars (indien van toepassing)

☐ De DTO vraagt hierbij goedkeuring aan voor het (de) bovengenoemde opleidingsprogramma('s) voor cursussen voor examinator voor zweefvliegtuigen of luchtballonnen overeenkomstig DTO.GEN.110, onder b), en DTO.GEN.230, onder c), van bijlage VIII (Deel-DTO) bij Verordening (EU) nr. 1178/2011.

9.

Verklaringen

De DTO heeft een veiligheidsbeleid opgesteld overeenkomstig bijlage VIII (Deel-DTO) bij Verordening (EU) nr. 1178/2011 en met name DTO.GEN.210, onder a), 1), ii), en past dat beleid toe tijdens alle opleidingsactiviteiten waarop de verklaring betrekking heeft.

De DTO voldoet en zal tijdens alle opleidingsactiviteiten waarop de verklaring betrekking heeft, blijven voldoen aan de essentiële eisen van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 216/2008 en de vereisten van bijlage I (Deel-FCL) en bijlage VIII (Deel-DTO) bij Verordening (EU) nr. 1178/2011.

Wij bevestigen dat alle informatie in deze verklaring, met inbegrip van de bijlagen (indien van toepassing), volledig en correct is.

Naam, datum en handtekening van de vertegenwoordiger van de DTO.

Naam, datum en handtekening van het hoofd opleiding van de DTO.


(1)  In het geval van wijzigingen moeten alleen punt 1 en de velden die de wijzigingen bevatten, worden ingevuld.


Top