Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62015CN0069

Zaak C-69/15: Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Fővárosi Közigazgatási és Munkaügyi Bíróság (Hongarije) op 16 februari 2015 — Nutrivet D.O.O.E.L./Országos Környezetvédelmi és Természetvédelmi Főfelügyelőség

PB C 138 van 27.4.2015, pp. 39–40 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

27.4.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 138/39


Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Fővárosi Közigazgatási és Munkaügyi Bíróság (Hongarije) op 16 februari 2015 — Nutrivet D.O.O.E.L./Országos Környezetvédelmi és Természetvédelmi Főfelügyelőség

(Zaak C-69/15)

(2015/C 138/53)

Procestaal: Hongaars

Verwijzende rechter

Fővárosi Közigazgatási és Munkaügyi Bíróság

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Nutrivet D.O.O.E.L.

Verwerende partij: Országos Környezetvédelmi és Természetvédelmi Főfelügyelőség

Prejudiciële vragen

1)

Is sprake van een overbrenging van afvalstoffen die geschiedt „op een wijze die niet feitelijk is gespecificeerd in het in bijlage VII opgenomen document” in de zin van artikel 2, punt 35, onder g), iii), van verordening nr. 1013/2006 (1), wanneer de opdrachtgever van de overbrenging de vakjes met betrekking tot de importeur/ontvanger, de inrichting voor nuttige toepassing en de betrokken land(en)/sta(a)t(en) (respectievelijk de vakjes 2, 7 en 11 van het in bijlage VII bij de verordening opgenomen document) op onderling onverenigbare wijze invult, maar de desbetreffende informatie duidelijk vermeld staat op de internationale vrachtbrief en andere beschikbare documenten?

2)

Zo ja, mag het dan als redelijk worden beschouwd dat op grond daarvan een boete wordt opgelegd die even hoog is als de boete voor degene die niet voldoet aan de verplichting om het in bijlage VII bij verordening nr. 1013/2006 opgenomen document in te vullen?

3)

Is het om te kunnen spreken van illegale overbrenging van afvalstoffen in de zin van artikel 2, punt 35, onder g), iii), van verordening nr. 1013/2006 noodzakelijk dat degene die het in bijlage VII bij de verordening opgenomen document invult, de autoriteit opzettelijk misleidt?

4)

Is het om te kunnen spreken van illegale overbrenging van afvalstoffen die geschiedt „op een wijze die niet feitelijk is gespecificeerd in het in bijlage VII opgenomen document” in de zin van artikel 2, punt 35, onder g), iii), van verordening nr. 1013/2006, van belang dat de niet feitelijk gespecificeerde gegevens of inlichtingen relevant zijn voor de bescherming van het milieu? Zo ja, welke gegevens of inlichtingen van het in bijlage VII bij de verordening opgenomen document zijn relevant voor de bescherming van het milieu?

5)

Is sprake van een overbrenging van afvalstoffen die geschiedt „op een wijze die niet feitelijk is gespecificeerd in het in bijlage VII opgenomen document” in de zin van artikel 2, punt 35, onder g), iii), van verordening nr. 1013/2006, wanneer de autoriteit de procedure van artikel 24 van de verordening niet toepast, de betrokken autoriteiten niet in kennis stelt en geen terugname van de illegaal overgebrachte afvalstoffen beveelt?

6)

Wat moet worden verstaan onder rechtsmacht in de zin van artikel 18, lid 1, onder a), van verordening nr. 1013/2006 en hoe moeten worden nagegaan of daarvan sprake is?

7)

Wat moet worden verstaan onder de in bijlage I C, deel IV, punt 15, bij verordening nr. 1013/2006 opgenomen bewoordingen dat om als ontvanger te kunnen optreden, een handelaar of makelaar onder de rechtsmacht van het land van bestemming dient te vallen?


(1)  Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (PB L 190, blz. 1).


Top