Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32019D1990

Besluit (EU) 2019/1990 van de Raad van 28 november 2019 houdende delegatie aan de directeur van het Bureau voor het beheer en de afwikkeling van de individuele rechten van de Europese Commissie van bepaalde bevoegdheden van de ordonnateur inzake de betaling van bezoldigingen, kosten van dienstreizen en toegestane reiskosten

ST/13927/2019/INIT

PB L 308 van 29.11.2019, pp. 103–104 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2019/1990/oj

29.11.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 308/103


BESLUIT (EU) 2019/1990 VAN DE RAAD

van 28 november 2019

houdende delegatie aan de directeur van het Bureau voor het beheer en de afwikkeling van de individuele rechten van de Europese Commissie van bepaalde bevoegdheden van de ordonnateur inzake de betaling van bezoldigingen, kosten van dienstreizen en toegestane reiskosten

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (1), en met name artikel 66, lid 1, onder a),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Besluit (EU) 2019/792 van de Raad (2) heeft de Raad het Bureau voor het beheer en de afwikkeling van de individuele rechten (PMO) van de Europese Commissie belast met de uitoefening van bepaalde bevoegdheden die door het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie, neergelegd in Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 van de Raad (3), zijn toegekend aan het tot aanstelling bevoegde gezag en aan het tot het sluiten van arbeidsovereenkomsten voor het personeel van het secretariaat-generaal van de Raad (SGR) bevoegde gezag en die betrekking hebben op het beheer van individuele geldelijke rechten.

(2)

Het SGR heeft een dienstenniveauovereenkomst gesloten met het PMO voor het beheer van individuele geldelijke rechten van het personeel en de hoge ambtsdragers van het SGR.

(3)

Krachtens Besluit 2003/522/EG van de Commissie (4), en met name artikel 2, lid 4, kan het PMO zijn opdracht uitoefenen op verzoek en voor rekening van een ander orgaan dat bij de verdragen of op de grondslag daarvan is opgericht. Volgens de dienstenniveauovereenkomst tussen het PMO en het SGR kan dit laatste het PMO verzoeken de betaling van de salarissen aan het personeel en de hoge ambtsdragers van het SGR, alsmede de betaling van hun kosten van dienstreizen en toegestane reiskosten, te valideren en te autoriseren. Aangezien dit kostenbesparing en ‐efficiëntie als voordeel met zich mee zal brengen, moeten aan de directeur van het PMO de relevante bevoegdheden van ordonnateur worden gedelegeerd krachtens artikel 66, lid 1, onder a), van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Met het oog op de toepassing van artikel 1, lid 1, onder a), van Besluit (EU) 2019/792 worden aan de directeur van het Bureau voor het beheer en de afwikkeling van de individuele rechten (PMO) van de Europese Commissie de bevoegdheden gedelegeerd van de ordonnateur inzake het valideren en autoriseren van betalingen van bezoldigingen, kosten van dienstreizen en toegestane reiskosten aan het personeel en hoge ambtsdragers.

Deze betalingen worden geboekt op de volgende artikelen en posten van afdeling II van de algemene begroting van de Europese Unie — Europese Raad en Raad:

hoofdstuk 10, behalve de subposten 1004‐02 en 1004‐05;

hoofdstuk 11;

post 1200, met uitzondering van subpost 1200‐36;

artikel 133;

post 2201.

De in de eerste alinea bedoelde delegatie omvat tevens de bevoegdheden voor het ramen, vaststellen en autoriseren van ontvangsten in verband met de in de tweede alinea bedoelde uitgaven.

2.   De in de eerste alinea van lid 1 bedoelde delegatie is niet van toepassing in de gevallen waarin het PMO overeenkomstig artikel 1, lid 2, van Besluit (EU) 2019/792 afziet van de uitoefening van de door de Raad aan het PMO op grond van artikel 1, lid 1, van dat besluit gedelegeerde bevoegdheden.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Het is van toepassing vanaf de datum van ontvangst door het secretariaat-generaal van de Raad van een brief waarin het PMO de op grond van artikel 1, lid 1, eerste alinea, gedelegeerde bevoegdheden aanvaardt of, indien dit eerder is, vanaf het moment waarop het PMO die gedelegeerde bevoegdheden uitoefent.

Gedaan te Brussel, 28 november 2019.

Voor de Raad

De voorzitter

T. HARAKKA


(1)   PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.

(2)  Besluit (EU) 2019/792 van de Raad van 13 mei 2019 waarbij de Europese Commissie — het Bureau voor het beheer en de afwikkeling van de individuele rechten (PMO) — wordt belast met de uitoefening van bepaalde bevoegdheden die aan het tot aanstelling bevoegde gezag en aan het tot het sluiten van arbeidsovereenkomsten bevoegde gezag toekomen (PB L 129 van 17.5.2019, blz. 3).

(3)   PB L 56 van 4.3.1968, blz. 1.

(4)  Besluit 2003/522/EG van de Commissie van 6 november 2002 houdende oprichting van het Bureau voor het beheer en de afwikkeling van de individuele rechten (PB L 183 van 22.7.2003, blz. 30).


Top