Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32014R0634

Verordening (EU) nr. 634/2014 van de Commissie van 13 juni 2014 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1126/2008 tot goedkeuring van bepaalde internationale standaarden voor jaarrekeningen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad met het oog op de invoeging van Interpretatie 21 van het International Financial Reporting Interpretations Committee Voor de EER relevante tekst

PB L 175 van 14.6.2014, pp. 9–13 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 15/10/2023; stilzwijgende opheffing door 32023R1803

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2014/634/oj

14.6.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 175/9


VERORDENING (EU) Nr. 634/2014 VAN DE COMMISSIE

van 13 juni 2014

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1126/2008 tot goedkeuring van bepaalde internationale standaarden voor jaarrekeningen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad met het oog op de invoeging van Interpretatie 21 van het International Financial Reporting Interpretations Committee

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen (1), en met name artikel 3, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1126/2008 van de Commissie (2) is een aantal op 15 oktober 2008 bestaande internationale standaarden en interpretaties goedgekeurd.

(2)

Op 20 mei 2013 heeft de International Accounting Standards Board Interpretatie 21 van het International Financial Reporting Interpretations Committee (IFRIC) Heffingen gepubliceerd.

(3)

Bij de toepassing van International Accounting Standard 37 Voorzieningen, voorwaardelijke verplichtingen en voorwaardelijke activa hebben zich uiteenlopende praktijken ontwikkeld wat het tijdstip betreft waarop een entiteit overgaat tot de opname van een verplichting tot betaling van een heffing.

(4)

Doel van IFRIC-interpretatie 21 is leidraden te verschaffen voor een passende administratieve verwerking van heffingen die onder het toepassingsgebied van International Accounting Standard 37 vallen, zodat jaarrekeningen beter vergelijkbaar zijn voor gebruikers.

(5)

Overleg met de werkgroep van technische deskundigen van de European Financial Reporting Advisory Group heeft bevestigd dat IFRIC-interpretatie 21 beantwoordt aan de in artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1606/2002 vervatte technische goedkeuringscriteria.

(6)

Verordening (EG) nr. 1126/2008 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Regelgevend Comité voor financiële verslaglegging,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1126/2008 wordt de in de bijlage bij deze verordening opgenomen IFRIC-interpretatie 21 Heffingen ingevoegd.

Artikel 2

Elke onderneming past IFRIC-interpretatie 21 Heffingen toe vanaf uiterlijk de aanvangsdatum van haar eerste boekjaar dat op of na 17 juni 2014 van start gaat.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 13 juni 2014.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)   PB L 243 van 11.9.2002, blz. 1

(2)  Verordening (EG) nr. 1126/2008 van de Commissie van 3 november 2008 tot goedkeuring van bepaalde internationale standaarden voor jaarrekeningen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 320 van 29.11.2008, blz. 1).


BIJLAGE

INTERNATIONAL ACCOUNTING STANDARDS

IFRIC 21   IFRIC-interpretatie 21 Heffingen  (*1)

REFERENTIES

IAS 1

Presentatie van de jaarrekening

IAS 8

Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten

IAS 12

Winstbelastingen

IAS 20

Administratieve verwerking van overheidssubsidies en informatieverschaffing over overheidssteun

IAS 24

Informatieverschaffing over verbonden partijen

IAS 34

Tussentijdse financiële verslaggeving

IAS 37

Voorzieningen, voorwaardelijke verplichtingen en voorwaardelijke activa

IFRIC 6

Verplichtingen die voortvloeien uit deelneming aan een specifieke markt — Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur

ACHTERGROND

1.

De overheid kan een entiteit een heffing opleggen. Het IFRS Interpretations Committee heeft verzoeken ontvangen om leidraden te verschaffen over hoe heffingen administratief moeten worden verwerkt in de jaarrekening van de entiteit die de heffing betaalt. Het betreft meer in het bijzonder de vraag wanneer moet worden overgegaan tot de opname van een verplichting tot betaling van een heffing die administratief is verwerkt overeenkomstig IAS 37 Voorzieningen, voorwaardelijke verplichtingen en voorwaardelijke activa.

TOEPASSINGSGEBIED

2.

Deze interpretatie heeft betrekking op de administratieve verwerking van een verplichting tot betaling van een heffing indien deze verplichting onder het toepassingsgebied van IAS 37 valt. Zij heeft ook betrekking op de administratieve verwerking van een verplichting tot betaling van een heffing waarvan timing en bedrag zeker zijn.

3.

Deze interpretatie heeft geen betrekking op de administratieve verwerking van de kosten die uit de opname van een verplichting tot betaling van een heffing voortvloeien. Entiteiten moeten andere standaarden toepassen om uit te maken of uit de opname van een verplichting tot betaling van een heffing een actief of een last voortvloeit.

4.

Voor de toepassing van deze interpretatie is een heffing een door de overheid krachtens wetgeving (d.w.z. wetten en/of regelgeving) aan entiteiten opgelegde uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen, met uitzondering van:

a)

uitstromen van middelen die onder het toepassingsgebied van andere standaarden vallen (zoals winstbelastingen die onder het toepassingsgebied van IAS 12 Winstbelastingen vallen), en

b)

boeten of andere straffen die wegens schendingen van de wetgeving worden opgelegd.

„Overheid” verwijst naar lokale, nationale of internationale overheden, overheidsinstellingen en gelijkaardige instanties.

5.

Een door een entiteit gedane betaling voor de verwerving van een actief, dan wel voor de verrichting van diensten op grond van een contractuele overeenkomst met de overheid voldoet niet aan de definitie van een heffing.

6.

Een entiteit is niet verplicht deze interpretatie toe te passen op verplichtingen die uit emissiehandelssystemen voortvloeien.

PROBLEEMSTELLING

7.

Om te verduidelijken hoe een verplichting tot betaling van een heffing administratief moet worden verwerkt, worden in deze interpretatie de volgende vragen behandeld:

a)

wat is de tot verplichting leidende gebeurtenis die aanleiding geeft tot de opname van een verplichting tot betaling van een heffing?

b)

leidt economische dwang om in een toekomstige periode activiteiten te blijven uitoefenen, tot een feitelijke verplichting tot betaling van een heffing die zal worden geactiveerd door in die toekomstige periode activiteiten uit te oefenen?

c)

houdt de veronderstelling dat de continuïteit van de entiteit gewaarborgd is in dat de entiteit een bestaande verplichting tot betaling van een heffing heeft die zal worden geactiveerd door in een toekomstige periode activiteiten uit te oefenen?

d)

vindt de opname van een verplichting tot betaling van een heffing op een bepaald moment plaats of vindt deze in bepaalde omstandigheden geleidelijk over een bepaalde tijdsperiode plaats?

e)

wat is de tot verplichting leidende gebeurtenis die aanleiding geeft tot de opname van een verplichting tot betaling van een heffing die wordt geactiveerd als een minimumdrempel wordt bereikt?

f)

worden in de jaarrekening en in het tussentijds financieel verslag dezelfde grondslagen voor de opname van een verplichting tot betaling van een heffing toegepast?

CONSENSUS

8.

De tot verplichting leidende gebeurtenis die tot een verplichting tot betaling van een heffing aanleiding geeft, is de activiteit die de betaling van de heffing, als omschreven in de wetgeving, teweegbrengt. Indien bijvoorbeeld de activiteit die de betaling van de heffing teweegbrengt, het genereren van opbrengsten in de lopende periode is en indien de berekening van deze heffing is gebaseerd op de opbrengsten die in een eerdere periode zijn gegenereerd, dan is de tot verplichting leidende gebeurtenis voor die heffing het genereren van opbrengsten in de lopende periode. Het genereren van opbrengsten in de eerdere periode is noodzakelijk, maar niet voldoende, om tot een bestaande verplichting aanleiding te geven.

9.

Een entiteit heeft geen feitelijke verplichting tot betaling van een heffing die zal worden geactiveerd door in een toekomstige periode activiteiten uit te oefenen vanwege het feit dat de entiteit onder economische dwang staat om in die toekomstige periode activiteiten te blijven uitoefenen.

10.

De opstelling van een jaarrekening in de veronderstelling dat de continuïteit van een entiteit gewaarborgd is, houdt niet in dat de entiteit een bestaande verplichting tot betaling van een heffing heeft die zal worden geactiveerd door in een toekomstige periode activiteiten uit te oefenen.

11.

De verplichting tot betaling van een heffing wordt geleidelijk opgenomen als de tot verplichting leidende gebeurtenis over een bepaalde tijdsperiode plaatsvindt (d.w.z. als de activiteit die de betaling van de heffing, als omschreven in de wetgeving, teweegbrengt, over een bepaalde tijdsperiode plaatsvindt). Indien bijvoorbeeld de tot verplichting leidende gebeurtenis het genereren van opbrengsten over een bepaalde tijdsperiode is, wordt de overeenkomstige verplichting opgenomen naarmate de entiteit die opbrengsten genereert.

12.

Indien een verplichting tot betaling van een heffing wordt geactiveerd als een minimumdrempel wordt bereikt, dan wordt de verplichting die daaruit voortvloeit administratief verwerkt in overeenstemming met de beginselen die in de alinea's 8 tot en met 14 (en met name in de alinea's 8 en 11) van deze interpretatie zijn vastgelegd. Indien bijvoorbeeld de tot verplichting leidende gebeurtenis het bereiken van een minimale activiteitsdrempel is (zoals ofwel een minimumbedrag aan gegenereerde opbrengsten of omzet, ofwel een minimale productiehoeveelheid), dan wordt de overeenkomstige verplichting opgenomen wanneer deze minimale activiteitsdrempel is bereikt.

13.

Een entiteit past in het tussentijds financieel verslag dezelfde opnamegrondslagen toe als in de jaarrekening. Dit heeft tot gevolg dat een verplichting tot betaling van een heffing in het tussentijds financieel verslag:

a)

niet wordt opgenomen als er aan het einde van de tussentijdse verslagperiode geen sprake is van een bestaande verplichting tot betaling van de heffing, en

b)

wordt opgenomen als er aan het einde van de tussentijdse verslagperiode sprake is van een bestaande verplichting tot betaling van de heffing.

14.

Een entiteit neemt een actief op als zij een heffing heeft vooruitbetaald maar nog geen bestaande verplichting tot betaling van die heffing heeft.

(*1)   „Reproductie toegestaan binnen de Europese Economische Ruimte. Alle bestaande rechten voorbehouden buiten de EER, met uitzondering van het recht van reproductie voor persoonlijk of ander eerlijk gebruik. Nadere inlichtingen te verkrijgen bij de IASB op het volgende adres: www.iasb.org”.

Bijlage A

Ingangsdatum en overgang

Deze bijlage is een integraal onderdeel van de interpretatie en heeft hetzelfde gezag als de andere delen van de interpretatie.

A1

Entiteiten moeten deze interpretatie toepassen op jaarperioden die op of na 1 januari 2014 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit deze interpretatie op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden.

A2

Uit de eerste toepassing van deze interpretatie voortvloeiende wijzigingen in de grondslagen voor financiële verslaggeving moeten retroactief administratief worden verwerkt overeenkomstig IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten.


Top