Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62008CN0473

    Zaak C-473/08: Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Sächsisches Finanzgericht (Duitsland) op 5 november 2008 — Ingenieurbüro Eulitz GbR Thomas en Marion Eulitz/Finanzamt Dresden I

    PB C 44 van 21.2.2009, p. 26–26 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

    21.2.2009   

    NL

    Publicatieblad van de Europese Unie

    C 44/26


    Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Sächsisches Finanzgericht (Duitsland) op 5 november 2008 — Ingenieurbüro Eulitz GbR Thomas en Marion Eulitz/Finanzamt Dresden I

    (Zaak C-473/08)

    (2009/C 44/43)

    Procestaal: Duits

    Verwijzende rechter

    Sächsisches Finanzgericht

    Partijen in het hoofdgeding

    Verzoekende partijen: Ingenieurbüro Eulitz GbR Thomas en Marion Eulitz

    Verwerende partij: Finanzamt Dresden I

    Prejudiciële vragen

    1)

    Vormen de lessen en examens die een academisch ingenieur verzorgt aan een onderwijsinstelling met de rechtsvorm van een privaatrechtelijke vereniging, in het kader van een vervolgopleiding voor personen die al ten minste in het bezit zijn van een universitair of hogerberoepsonderwijsdiploma van architect of ingenieur dan wel een gelijkwaardige opleiding hebben genoten, waarbij de opleiding wordt afgesloten met een examen, „school- of universitair onderwijs” in de zin van artikel 13, A, lid 1, sub j, van richtlijn 77/388/EEG (1)?

    2)

    Valt iemand, die overigens voldoet aan de aan een „privé-leraar” gestelde voorwaarden in de zin van het sub 1 genoemde artikel, buiten deze kring van personen wanneer

    hij voor zijn lessen (geheel of gedeeltelijk) betaling ontvangt zelfs wanneer niemand zich voor de concrete leergang heeft aangemeld, maar hij hiervoor al voorbereidingen heeft getroffen, dan wel

    hem herhaaldelijk en continu gedurende een lange periode wordt opgedragen de betrokken leergangen en examens te verzorgen, dan wel

    hij naast zijn rechtstreekse onderwijsactiviteiten een in professioneel en/of organisatorisch opzicht vooraanstaande positie heeft verworven ten opzichte van de andere docenten van de betrokken opleiding?

    Is van een dergelijke uitsluiting eventueel reeds sprake wanneer één van deze omstandigheden zich voordoet, of is daartoe het bestaan van twee of alle drie de omstandigheden vereist?


    (1)  PB L 145, blz. 1.


    Top