Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52013AP0542

Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 10 december 2013 op het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de invoer van rijst van oorsprong uit Bangladesh (COM(2012)0172 — C7-0102/2012 — 2012/0085(COD))

PB C 468 van 15.12.2016, pp. 266–271 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

15.12.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 468/266


P7_TA(2013)0542

Invoer van rijst uit Bangladesh ***I

Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 10 december 2013 op het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de invoer van rijst van oorsprong uit Bangladesh (COM(2012)0172 — C7-0102/2012 — 2012/0085(COD)) (1)

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

(2016/C 468/51)

Amendement 1

Voorstel voor een verordening

Titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de invoer van rijst van oorsprong uit Bangladesh

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de invoer van rijst van oorsprong uit Bangladesh en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3491/90 van de Raad

Amendement 2

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)

Teneinde de betrouwbaarheid en efficiëntie van de preferentiële invoerregeling te waarborgen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen waarbij de deelname aan de regeling afhankelijk wordt gesteld van het stellen van een zekerheid. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig, gelijktijdig en op gepaste wijze worden toegezonden aan het Europees Parlement en aan de Raad.

(3)

Teneinde de betrouwbaarheid en efficiëntie van de preferentiële invoerregeling te waarborgen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen waarbij de deelname aan de regeling afhankelijk wordt gesteld van het stellen van een zekerheid in overeenstemming met Verordening (EG) nr . 1964/2006 van de Commissie van 22 december 2006 houdende uitvoeringsbepalingen betreffende de opening en de wijze van beheer van een contingent voor de invoer van rijst van oorsprong uit Bangladesh overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 3491/90 van de Raad  (2) . Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig, gelijktijdig en op gepaste wijze worden toegezonden aan het Europees Parlement en aan de Raad.

Amendement 3

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)

Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten, tenzij uitdrukkelijk anders wordt bepaald, worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de voorschriften en algemene beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren. Ingeval een schorsing van de preferentiële invoerregeling noodzakelijk wordt, moet de Commissie evenwel uitvoeringshandelingen kunnen vaststellen zonder dat Verordening (EU) nr. 182/2011 wordt toegepast.

(4)

Om eenvormige voorwaarden voor de vaststelling van bepaalde maatregelen voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten, tenzij uitdrukkelijk anders wordt bepaald, worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de voorschriften en algemene beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren. Ingeval een schorsing van de preferentiële invoerregeling noodzakelijk wordt, moet de Commissie evenwel een uitvoeringshandeling vaststellen zonder dat Verordening (EU) nr. 182/2011 wordt toegepast.

Amendement 4

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)

Om ervoor te zorgen dat de voordelen van de preferentiële invoerregeling beperkt blijven tot rijst van oorsprong uit Bangladesh, moet een certificaat van oorsprong worden afgegeven en moet door het land van uitvoer een uitvoerbelasting worden geïnd waarvan het bedrag ten minste overeenkomt met de verlaging van het invoerrecht .

(7)

Om ervoor te zorgen dat de voordelen van de preferentiële invoerregeling beperkt blijven tot rijst van oorsprong uit Bangladesh, moet een certificaat van oorsprong worden afgegeven.

Amendement 5

Voorstel voor een verordening

Overweging 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 bis)

Deze verordening maakt deel uit van het gemeenschappelijk handelsbeleid van de Unie, dat moet stroken met de doelstellingen van het beleid van de Unie op het gebied van ontwikkelingssamenwerking, zoals vastgesteld in artikel 208 van het Verdrag, met name uitbanning van armoede en bevordering van duurzame ontwikkeling en van goed bestuur in de ontwikkelingslanden. Bijgevolg moet deze verordening ook in overeenstemming zijn met de voorschriften van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en in het bijzonder met het Besluit betreffende een gedifferentieerde en gunstigere behandeling, reciprociteit en vollediger deelneming van ontwikkelingslanden („de machtigingsclausule”), vastgesteld onder de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel (GATT) in 1979, waarin wordt bepaald dat WTO-leden een gedifferentieerde en gunstiger behandeling voor ontwikkelingslanden mogen toestaan.

Amendement 6

Voorstel voor een verordening

Overweging 7 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 ter)

Deze verordening is tevens gebaseerd op de erkenning van het recht van kleine landbouwers en werknemers in de landbouw op een fatsoenlijk inkomen en op een veilige en gezonde werkomgeving, wat als fundamenteel wordt beschouwd voor de verwezenlijking van de algemene doelstellingen van het toekennen van handelspreferenties aan ontwikkelingslanden en in het bijzonder de minst ontwikkelde landen. De Unie beoogt gemeenschappelijk beleid en gemeenschappelijke maatregelen te definiëren en na te streven om de duurzame ontwikkeling van ontwikkelingslanden op economisch, sociaal en milieugebied te bevorderen, met uitbanning van de armoede als hoofddoel. In deze context zijn de ratificatie en de daadwerkelijke uitvoering van de belangrijkste internationale verdragen inzake mensen- en arbeidsrechten, bescherming van het milieu en goed bestuur van essentieel belang, zoals blijkt uit de bijzondere stimuleringsregeling die voorziet in bijkomende tariefpreferenties uit hoofde van Verordening (EU) nr. 978/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 houdende toepassing van een schema van algemene tariefpreferenties  (3) .

Amendement 13

Voorstel voor een verordening

Overweging 7 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 quater)

Om ervoor te zorgen dat deze verordening aansluit op de algemene bepalingen als bedoeld in artikel 208 VWEU, is deze verordening uitsluitend van toepassing op rijst die is geproduceerd, geoogst en verwerkt in overeenstemming met de in bijlage VIII bij Verordening (EU) nr. 978/2012 genoemde Verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie, en met name de Verdragen betreffende gedwongen arbeid (nr. 29), de vrijheid tot het oprichten van vakverenigingen en de bescherming van het vakverenigingsrecht (nr. 87), het recht zich te organiseren en collectief te onderhandelen (nr. 98), gelijke beloning (nr. 100), de afschaffing van gedwongen arbeid (nr. 105), discriminatie in arbeid en beroep (nr. 111) en de ergste vormen van kinderarbeid (nr. 182).

Amendement 7

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 — lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.     In deze verordening wordt erkend dat kleine landbouwers en werknemers in de landbouw recht hebben op een fatsoenlijk inkomen en op een veilige en gezonde werkomgeving, en wordt de eerbiediging van dat recht als fundamenteel beschouwd in het licht van de verwezenlijking van de algemene doelstellingen van het toekennen van handelspreferenties aan ontwikkelingslanden en in het bijzonder de minst ontwikkelde landen.

Amendement 8

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 — lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.   De Commissie schorst middels een uitvoeringshandeling die zonder de assistentie van het in artikel 323, lid 1, van Verordening nr. XXXX/XXXX bedoelde comité wordt vastgesteld, de toepassing van de preferentiële invoerregeling waarin lid 1 voorziet, zodra zij in de loop van het jaar constateert dat de invoer in het kader van deze regeling de in lid 2 vastgestelde hoeveelheid heeft bereikt.

3.   De Commissie stelt een uitvoeringshandeling vast tot schorsing van de toepassing van de preferentiële invoerregeling waarin lid 1 voorziet, zodra zij in de loop van het jaar constateert dat de invoer in het kader van deze regeling de in lid 2 van dit artikel vastgestelde hoeveelheid heeft bereikt Die uitvoeringshandeling wordt zonder toepassing van de in artikel 5 bis, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld .

Amendement 9

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 — lid 2 — letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)

er wordt bewijs geleverd dat Bangladesh een uitvoerbelasting heeft geïnd waarvan het bedrag met de in lid 1 bedoelde verlaging overeenkomt;

Schrappen

Amendement 10

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 — lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   De in artikel 3 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van de datum van de inwerkingtreding van deze verordening .

2.   De in artikel 3 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van  ….  (*1) . Uiterlijk negen maanden vóór het verstrijken van die periode van vijf jaar stelt de Commissie een verslag op over de gedelegeerde bevoegdheid . De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend voor termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad uiterlijk drie maanden voor het verstrijken van elke termijn bezwaar maakt tegen een dergelijke verlenging.

Amendement 11

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 — lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.   Een overeenkomstig artikel 3 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

5.   Een overeenkomstig artikel 3 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met vier maanden verlengd.

Amendement 12

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 5 bis

 

Comitéprocedure

 

1.     De Commissie wordt bijgestaan door het Comité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten dat is ingesteld bij artikel [323, lid 1,] van Verordening (EU) nr. [xxxx/yyyy] van het Europees Parlement en de Raad van … houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (integrale-GMO-verordening)  (4) . Het betreft een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

 

2.     Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

 

3.     Als het advies van het comité moet worden verkregen volgens een schriftelijke procedure, wordt die procedure zonder gevolg beëindigd indien, binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies, de voorzitter van het comité hiertoe besluit of een meerderheid van de leden van het comité hierom verzoekt.


(1)  De zaak werd terugverwezen voor een nieuwe behandeling naar de bevoegde Commissie uit hoofde van artikel 57, lid 2, tweede alinea, van het Reglement (A7-0304/2013).

(2)   PB L 408 van 30.12.2006, blz. 19.

(3)   PB L 303 van 31.10.2012, blz. 1.

(*1)   Datum van inwerkingtreding van deze verordening.

(4)   COD 2010/0385.


Top