This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52012DC0680
COMMUNICATION FROM THE COMMISSION TO THE EUROPEAN PARLIAMENT, THE COUNCIL, THE EUROPEAN ECONOMIC AND SOCIAL COMMITTEE AND THE COMMITTEE OF THE REGIONS EU Relations with the Principality of Andorra, the Principality of Monaco and the Republic of San Marino Options for Closer Integration with the EU
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S EU-betrekkingen met het Vorstendom Andorra, het Vorstendom Monaco en de Republiek San Marino Mogelijkheden voor nauwere integratie met de EU
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S EU-betrekkingen met het Vorstendom Andorra, het Vorstendom Monaco en de Republiek San Marino Mogelijkheden voor nauwere integratie met de EU
/* COM/2012/0680 final */
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S EU-betrekkingen met het Vorstendom Andorra, het Vorstendom Monaco en de Republiek San Marino Mogelijkheden voor nauwere integratie met de EU /* COM/2012/0680 final */
INHOUDSTAFEL MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES
PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN
DE REGIO'S EU-betrekkingen met het Vorstendom Andorra, het
Vorstendom Monaco en de Republiek San Marino 1........... INLEIDING.................................................................................................................... 1.1........ EU-betrekkingen met Andorra, Monaco
en San Marino op een kruispunt........................ 4 1.2........ De specifieke situatie van de landen
met een klein grondgebied........................................ 6 2........... DE FRAGMENTARISCHE BETREKKINGEN VAN
DE EU MET DE LANDEN MET EEN KLEIN GRONDGEBIED.......................................................................................................... 6 2.1........ Gemeenschappelijke kenmerken....................................................................................... 2.1.1..... Monetaire overeenkomsten............................................................................................. 6 2.1.2..... Overeenkomsten over het belasten van
spaargelden........................................................... 2.1.3..... Fraudebestrijding en uitwisseling van
fiscale informatie....................................................... 2.2........ Andorra......................................................................................................................... 7 2.2.1..... Douane-unie................................................................................................................... 7 2.2.2..... Schengen........................................................................................................................ 8 2.2.3..... Bilaterale betrekkingen met de
buurlanden....................................................................... 8 2.2.4..... Europees beleid van Andorra............................................................................................ 2.3........ Monaco......................................................................................................................... 8 2.3.1..... Deel van het douanegebied van de EU............................................................................ 8 2.3.2..... Schengen.......................................................................................................................... 2.3.3..... Bilaterale betrekkingen met het
buurland.......................................................................... 9 2.3.4..... Europees beleid van Monaco............................................................................................ 2.4........ San Marino.................................................................................................................... 9 2.4.1..... Douane-unie................................................................................................................... 9 2.4.2..... Schengen...................................................................................................................... 10 2.4.3..... Bilaterale betrekkingen met het
buurland........................................................................ 10 2.4.4..... Europees beleid van San Marino................................................................................... 10 3........... BELEMMERINGEN VOOR TOEGANG TOT DE
INTERNE MARKT.................... 10 3.1........ Vrij verkeer van personen................................................................................................. 3.2........ Vrij verkeer van diensten en
vrijheid van vestiging voor bedrijven................................... 11 3.3........ Vrij verkeer van goederen................................................................................................. 4........... ONDERSTEUNING EN BEVORDERING VAN DE
BELANGEN VAN DE EU...... 13 4.1........ Betere economische kansen en kansen
op werk voor EU-burgers en -bedrijven............. 13 4.2........ Wederzijdse voordelen door gelijke
voorwaarden......................................................... 14 4.3........ Samenwerking rond gemeenschappelijke
doelstellingen...................................................... 5........... MOGELIJKHEDEN VOOR NAUWERE
INTEGRATIE................................................ 5.1........ Optie een: status quo.................................................................................................... 16 5.2........ Optie twee: sectorale aanpak........................................................................................ 16 5.3........ Optie drie: associatieovereenkomst............................................................................... 15 5.4........ Optie vier: deelname aan de Europese
Economische Ruimte.......................................... 18 5.5........ Optie vijf: toetreding tot de EU...................................................................................... 18 6........... CONSLUSIES............................................................................................................ 18 6.1........ Horizontale en institutionele
thema's............................................................................... 19 6.2........ Aanbevelingen.................................................................................................................. MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET
EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET
COMITÉ VAN DE REGIO'S EU-betrekkingen met het Vorstendom Andorra,
het Vorstendom Monaco en de Republiek San Marino Mogelijkheden voor nauwere integratie
met de EU
1.
INLEIDING
1.1.
EU-betrekkingen met Andorra, Monaco en San Marino
op een kruispunt
In West-Europa liggen enkele onafhankelijke
staten met een klein grondgebied die geen lid zijn van de EU: het Vorstendom
Andorra, de Republiek San Marino, het Vorstendom Monaco, het Vorstendom
Liechtenstein en de Staat Vaticaanstad[1].
De EU onderhoudt met allemaal betrekkingen volgens artikel 8 van het VEU[2]. De reikwijdte en het instutioneel kader van de
betrekkingen zijn verschillend. Liechtenstein, bijvoorbeeld, behoort tot de
Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) en heeft een nauwe band met de EU door de
Overeenkomst over de Europese Economische Ruimte (EER). Daardoor heeft het
toegang tot de interne markt van EU. In december 2011 sloot Liechtenstein zich
ook aan bij Schengen. De betrekkingen van de EU met Andorra, Monaco en San
Marino (hierna de "landen met een klein grondgebied" genoemd) worden
echter geregeld door een aantal overeenkomsten die gelden voor bepaalde delen
van het acquis en het beleid van de EU. In december 2010 concludeerde de Raad dat de
EU-betrekkingen met deze drie landen “uitgebreid maar fragmentarisch”[3] waren, omdat het vrije verkeer
van personen, goederen en diensten naar en vanuit de EU nog altijd wordt
belemmerd. Dat heeft tot een aantal praktische problemen geleid voor burgers en
bedrijven, zowel in de EU als in de landen met een klein grondgebied. Daarom
heeft de Raad gevraagd “te onderzoeken of en hoe zij geleidelijk in de interne
markt kunnen worden geïntegreerd”. De Raad keurde een eerste verslag goed in juni
2011, tijdens het voorzitterschap van Hongarije, en vroeg de Europese Dienst
voor extern optreden en de Commissie om een grondiger analyse. Ze moesten ook
een onderzoek instellen naar “een mogelijk nieuw institutioneel kader
voor betrekkingen, rekening houdend met het belang van een samenhangende aanpak
voor de drie landen”[4]. De drie landen met een klein grondgebied
lieten alle weten dat ze hun betrekkingen met de EU wilden verbeteren,
ondanks verschillende opvattingen over de omvang en de reikwijdte daarvan.
Andorra staat open voor verschillende opties, behalve toetreding tot de EU, en
heeft een bepaalde voorkeur voor een associatieovereenkomst laten blijken.
Monaco is ook geïnteresseerd in verdere besprekingen over een betere integratie
met de interne markt. San Marino, ten slotte, staat open voor een ruim aantal
mogelijkheden voor een betere Europese integratie, gaande van toetreding tot de
EVA tot een multilaterale of bilaterale associatieovereenkomst met de EU. De
drie landen wensen wel hun specifieke karakter en identiteit te bewaren
in hun betrekkingen met de EU. Deze mededeling is opgesteld in het licht van
de blijvende interesse van de landen met een klein grondgebied in meer
integratie[5].
De tekst geeft een overzicht van de betrekkingen van de EU met Andorra, Monaco
en San Marino en enkele aanbevelingen over hoe dergelijke integratie tot stand
kan komen. De Commissie hoopt reacties te krijgen op deze aanbevelingen, op
basis waarvan de volgende stappen in dit proces zullen worden genomen.
1.2.
De specifieke situatie van de landen met een klein grondgebied
Andorra, Monaco en San Marino vertonen op
enkele punten overeenkomsten. Het zijn onafhankelijke staten met een
klein grondgebied en een kleine bevolking. Hun buurlanden behoren allemaal tot
de EU[6]
en ze onderhouden nauwe betrekkingen gebaseerd op een gemeenschappelijke
geschiedenis en politieke en culturele affiniteit. Hun economie steunt
voornamelijk op financiële dienstverlening en toerisme (soms in combinatie met
diensten voor de detailhandel), hoewel er tekenen van economische
diversificatie zijn. Het zijn allemaal parlementaire democratieën en ze zijn
alle lid van de Verenigde Naties (VN), de Raad van Europa en de Organisatie
voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE). Er zijn nochtans ook aanzienlijke geografische
en demografische verschillen. –
Andorra heeft de grootste oppervakte (468 km²)
en bevolking (ongeveer 78 100 inwoners). Het ligt ver weg van een grote
stad en wordt alleen door twee hoofdwegen verbonden met buurlanden Spanje en
Frankrijk. –
Monaco grenst aan Frankrijk en telt ongeveer
36 300 inwoners. Het grondgebied beslaat 1,95 km², waardoor het na
Vaticaanstad de kleinste staat ter wereld is. –
San Marino ligt op een heuveltop en vormt een
enclave in Italië. Het is 61,2 km² groot en telt ongeveer 32 300 inwoners. De landstalen, de staatsstructuur en het
gerechtelijk en politiek systeem zijn ook verschillend. –
Andorra is een co-vorstendom, met de president van
Frankrijk en de bisschop van Urgell (Spanje) als co-prinsen. –
Monaco is een constitutionele monarchie en is door
talrijke bilaterale verdragen nauw verbonden met Frankrijk. –
San Marino is een republiek die nauwe betrekkingen
onderhoudt met Italië.
2.
DE FRAGMENTARISCHE BETREKKINGEN VAN DE EU MET DE LANDEN MET EEN
KLEIN GRONDGEBIED
2.1.
Gemeenschappelijke kenmerken
In het algemeen onderhoudt de EU zeer goede
betrekkingen met de landen met een klein grondgebied. De EU is veruit hun
belangrijkste handels- en investeringspartner. De landen met een klein
grondgebied voeren officieel geen politieke gesprekken op hoog niveau met de
EU, maar hun diplomatieke bezoeken aan de EU worden geaccrediteerd op
ambassadeursniveau en hoge regeringsambtenaren reizen geregeld naar Brussel om
er te praten met hun EU-tegenhangers[7]. Nochtans
is er in geen van deze landen met een klein grondgebied een EU-delegatie[8]. De EU wordt in elk van deze landen vertegenwoordigd door een van haar
lidstaten[9]. Wat het wettelijk kader betreft,
verloopt de bilaterale handel in goederen tussen de EU en deze drie landen met
een klein grondgebied volgens een douane-unieovereenkomst. Monaco heeft
dergelijke overeenkomst met Frankrijk en maakt deel uit van het douanegebied
van de EU. San Marino en Andorra hebben beide een douane-unieovereenkomst met
de EU. Bovendien heeft de EU met de drie landen met een klein grondgebied
monetaire overeenkomsten en overeenkomsten over spaarbelasting. De Commissie
heeft ook voorgesteld om te onderhandelen over overeenkomsten over
fraudebestrijding en de uitwisseling van fiscale informatie[10].
2.1.1.
Monetaire overeenkomsten
De EU heeft met elk van
de drie landen met een klein grondgebied monetaire
overeenkomsten[11], waardoor ze de euro als wettig betaalmiddel mogen gebruiken en ze
voor een bepaald maximumbedrag aan euromunten mogen uitgeven. In ruil hebben de
landen met een klein grondgebied zich ertoe verbonden het EU-acquis[12] geleidelijk om te zetten in nationale wetgeving, wat betreft
eurobiljetten en -munten, bancaire en financiële wetgeving, het voorkomen van
witwaspraktijken, fraude en vervalsing, en de uitwisseling van statistische
gegevens. De landen met een klein grondgebied aanvaarden de bevoegdheid van het
Hof van Justitie van de EU om als enige geschillen tussen de partijen over deze
overeenkomsten te behandelen.
2.1.2.
Overeenkomsten over het belasten van spaargelden
De EU heeft met elk van de drie landen met een
klein grondgebied overeenkomsten over het belasten van spaargelden[13], met daarin maatregelen zoals deze van Richtlijn 2003/48/EG van
de Raad betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm
van rentebetaling[14]. Daarin wordt bepaald dat op inkomsten uit spaargelden in de vorm van
rente die in deze staten wordt uitbetaald aan personen die in een EU-land
wonen, een bronbelasting moet worden geheven door de betalingsgemachtigden die
op het grondgebied van deze staten zijn gevestigd, waarvan de opbrengst
grotendeels wordt overgeschreven naar de lidstaat waar de betrokken persoon
woont. In 2009 werd tijdens overleg met de bevoegde
autoriteiten van Andorra, Monaco en San Marino bevestigd dat de landen bereid
zijn hun overeenkomsten met de EU aan te passen volgens de
herziening van de spaarrichtlijn. Zodra de Raad een machtiging om te onderhandelen
heeft goedgekeurd, zullen formele onderhandelingen worden gestart om de
overeenkomsten aan te passen.
2.1.3.
Fraudebestrijding en uitwisseling van fiscale
informatie
Op aanbeveling van de Commissie heeft de Raad
de Commissie gemachtigd om met Andorra, Monaco en San Marino te onderhandelen
over overeenkomsten voor fraudebestrijding en uitwisseling van
fiscale informatie[15], gebaseerd op ervaring opgedaan tijdens soortgelijke onderhandelingen
met Liechtenstein en rekening houdend met de internationale ontwikkelingen op
dat gebied. De Commissie wil tweepijlerovereenkomsten, met niet alleen
fraudebestrijdingsmaatregelen maar ook uitgebreide administratieve samenwerking
rond belastingen.
2.2.
Andorra
2.2.1.
Douane-unie
De EU heeft met Andorra een overeenkomst over
een douane-unie[16] voor industriële goederen. In de overeenkomst
wordt bepaald dat landbouwproducten die vanuit Andorra worden uitgevoerd naar
de EU zijn vrijgesteld van invoerrechten; Andorra mag wel invoerrechten heffen op landbouwproducten uit de EU. De
overeenkomst functioneert goed en in 2011 werd een protocol rond
douaneveiligheidsmaatregelen gesloten. Bovendien wordt de
samenwerking op een aantal terreinen, met name het regionale beleid in de
Pyreneeën, bepaald door een samenwerkingsakkoord[17]. In 1997 sloten de EU en Andorra een veterinair protocol voor
het in stand houden van de traditionele handel in levende dieren en dierlijke
producten waarbij de EU-normen[18] toch worden gerespecteerd. Andorra heeft het acquis inzake
voedselwetgeving, hygiëne en het wettelijk kader voor de bestrijding van
dierziekten overgenomen.
2.2.2.
Schengen
Andorra maakt geen deel uit van het
Schengengebied. Er zijn grenscontroles tussen Andorra en de buurlanden
Frankrijk en Spanje. Nochtans zijn er visumovereenkomsten met het
Schengengebied en Schengenvisa worden geaccepteerd. In Schengenlanden mogen
inwoners van Andorra voor paspoortcontroles aan de buitengrenzen van de EU
aanschuiven aan de loketten van de EU- en de EVA-landen.
2.2.3.
Bilaterale betrekkingen met de buurlanden
Andorra onderhoudt bevoorrechte betrekkingen
met Frankrijk en Spanje, en ook met Portugal. Het heeft
overeenkomsten voor vrij verkeer van goederen, onderwijs, justitie en
binnenlandse zaken.
2.2.4.
Europees beleid van Andorra
Andorra is sterk geïnteresseerd en
geëngageerd in een nauwere integratie met de EU. In 2010 stelde de regering van Andorra een
non-paper op waarin ze aangaf meer te willen samenwerken. In 2011 diende
Andorra een memorandum in bij de EU, waarin meer details stonden over
toegangsbelemmeringen tot de interne markt. In juni 2012 keurde Andorra een
herziene wet goed waarmee het zijn economie verder openstelde voor
investeringen. Andorra wil zijn
betrekkingen met de EU verdiepen door te onderhandelen
over een nieuwe overeenkomst waarin rekening wordt gehouden met de geografische
ligging binnen de EU, met de eigen identiteit, met mogelijke overgangsfases in
bepaalde domeinen, waaronder het vrije verkeer van personen, en met deelname
van Andorra aan EU-programma's en agentschappen.
2.3.
Monaco
2.3.1.
Deel van het EU-douanegebied
Monaco heeft een douaneovereenkomst met
Frankrijk, waardoor het deel uitmaakt van het EU-douanegebied[19]. Bovendien hebben Monaco
en de EU een overeenkomst over de toepassing van bepaalde
Gemeenschapsbesluiten op het grondgebied van het Vorstendom Monaco[20]. De bedoeling is de verkoop op de EU-markt te bevorderen van
Monegaskische geneesmiddelen voor mens en dier, schoonheidsproducten en
medische instrumenten. In de overeenkomst wordt voorzien in de toepassing van
het desbetreffende acquis op het grondgebied van Monaco.
2.3.2.
Schengen
Monaco is geen overeenkomstsluitende partij
bij de Schengenuitvoeringsovereenkomst. Nochtans valt het grondgebied van
Monaco door twee bilaterale overeenkomsten met Frankrijk[21] binnen de
grenzen van het Schengengebied, waardoor inwoners van de EU en Monaco vrij
kunnen reizen in het hele Schengengebied, Monaco inbegrepen. De overeenkomsten
voorzien in de noodzakelijke veiligheidswaarborgen en het organiseren van
controles aan de buitengrenzen van Monaco, welke door de Franse autoriteiten
worden uitgevoerd aan de officiële grensovergangen Monaco-Heliport en Monaco-Port. Bovendien hebben Monegaskische
verblijfsvergunningen dezelfde waarde als Schengenvisa.
2.3.3.
Bilaterale betrekkingen met het buurland
Monaco heeft een aantal economische overeenkomsten
met Frankrijk, waardoor Monaco in bepaalde gevallen dezelfde regels kan
goedkeuren en toepassen als de landen van de EU. Als Frankrijk, bijvoorbeeld,
EU-richtlijnen omzet in nationale wetgeving in bepaalde domeinen die worden
gedekt door bilaterale overeenkomsten met Monaco, past het Vorstendom meteen de
Franse wetgeving in die domeinen toe. Daardoor krijgt Monaco in die domeinen
echter niet automatisch toegang tot de interne markt van de EU, omdat er geen
overeenkomst bestaat met de EU. Bovendien heeft de EU geen
uitvoeringscontrolemechanismen en kan ze niet optreden tegen inbreuken.
2.3.4.
Het Europees beleid van Monaco
Monaco heeft in bepaalde domeinen interesse
getoond in een ruimere toegang tot de Europese interne markt, waaronder
het vrije verkeer van personen en goederen. In 2012 heeft Monaco een memorandum bij de EU
ingediend waarin meer details worden gegeven over de toegangsbelemmeringen tot
de interne markt. Monaco staat open voor verdere besprekingen
over een mogelijk uitgebreid akkoord met de EU over toegang tot de interne
markt. In elke overeenkomst moet rekening worden gehouden met Monaco’s sterke band met Frankrijk en zijn politieke en geografische
eigenheid.
2.4.
San Marino
2.4.1.
Douane-unie
De EU en San Marino
hebben een overeenkomst tot instelling van een douane-unie en samenwerking[22], waardoor een douane-unie wordt ingesteld die alle hoofdstukken van
het geharmoniseerde systeem bestrijkt, waaronder landbouwproducten[23]. In deze overeenkomst staan ook bepalingen over non-discriminatie op
het vlak van werkgelegenheid en over samenwerking op verschillende terreinen,
zoals milieubescherming, toerisme en cultuur.
2.4.2.
Schengen
San Marino maakt geen deel uit van het
Schengengebied maar er zijn geen grenscontroles tussen Italië en San
Marino. San Marino is niet betrokken bij de uitvoering van andere onderdelen
van het Schengen-acquis, zoals politionele en juridische samenwerking.
2.4.3.
Bilaterale betrekkingen met het buurland
San Marino heeft verschillende bilaterale
overeenkomsten met Italië, onder meer over het vrije verkeer van personen[24], waardoor onderdanen van San Marino mogen werken en wonen in Italië.
2.4.4.
Het Europees beleid van San Marino
San Marino is sterk geïnteresseerd en
geëngageerd in een nauwere integratie met de EU[25]. In 2011 heeft San Marino een memorandum
ingediend bij de EU waarin meer details worden gegeven over
toegangsbelemmeringen tot de interne markt. San Marino staat open voor een dialoog over de
mogelijkheden voor nauwere integratie met de EU. San Marino wil zijn betrekkingen met de EU verdiepen door
te onderhandelen over een nieuwe overeenkomst waarin rekening wordt gehouden
met de geografische ligging binnen de EU en de eigenheid van San Marino.
3.
BELEMMERINGEN VOOR TOEGANG TOT DE INTERNE MARKT
De burgers en bedrijven van elk van de drie
landen met een klein grondgebied hebben beperkte toegang tot de interne
markt van de EU (zie het begeleidende werkdocument voor details). De meest
problematische gebieden zijn het vrije verkeer van personen en diensten en de
vrijheid van vestiging. Voor goederen uit de landen met een klein grondgebied
zijn er ook belemmeringen op het vlak van vrij verkeer van goederen, omdat ze
volgens de EU-normen en -regels mogelijk niet kunnen worden verkocht op de
Europese markt. Ook burgers en bedrijven van de EU zouden baat hebben bij een
grotere integratie met de landen met een klein grondgebied. Zo hebben
EU-burgers momenteel een werk- en/of verblijfsvergunning nodig voor de landen
met een klein grondgebied.
3.1.
Vrij verkeer van personen
De landen met een klein grondgebied hebben
nabuurschapsbetrekkingen met hun buurlanden. Door de geschiedenis heen reisden
er mensen en goederen vanuit of over hun grondgebied. Hoewel ze met hun
buurlanden overeenkomsten over het vrije verkeer van personen hebben, hebben de
landen met een klein grondgebied met de EU geen gelijkwaardige overeenkomst
over het vrije verkeer van hun onderdanen in de EU. Dit is vaak een belemmering
voor burgers die er willen werken of studeren, een zaak willen beginnen of
willen investeren. Iemand die er langer dan drie maanden wil
blijven, heeft een verblijfsvergunning nodig. Deze wordt verleend onder strikte
voorwaarden, zoals beschikken over voldoende economische middelen en een
verblijfplaats. De voorwaarden om een vergunning te krijgen, verschillen
momenteel, afhankelijk van de lidstaat en het type baan[26]. De
complexe procedures voor het krijgen van een verblijfsvergunning worden gezien
als een belemmering voor de werkgelegenheid in de landen van de EU. Iemand kan
alleen een verblijfsvergunning aanvragen als hij kan bewijzen dat hij werk heeft,
maar het is moeilijk om vooraf dergelijk bewijs te krijgen. Wat
werknemersrechten betreft, wordt in overeenkomsten met Andorra en San Marino
alleen bepaald dat er op het vlak van arbeidsvoorwaarden niet mag worden
gediscrimineerd[27]. Naast de vereisten voor het krijgen van
verblijfs- en werkvergunningen, hebben de landen met een klein grondgebied een
aantal bijkomende problemen op het vlak van het vrije verkeer van personen
aangekaart. Het gaat in het bijzonder om volgende rechten die wel zijn toegekend
aan EU-burgers[28], maar niet aan hun eigen onderdanen: ·
het recht in de EU te blijven wonen na het
beëindigen van een economische activiteit; ·
het recht voor familieleden om in de EU te
verblijven en er een economische activiteit uit te oefenen; ·
vrij verkeer van personen voor onderwijs- en
onderzoeksdoeleinden[29]; ·
mogelijke toegang EU-programma's, zoals
onderzoekssubsidies en uitwisselingsprogramma's voor studenten[30]; ·
coördinatie van de sociale zekerheid[31] en wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties[32].
3.2.
Vrij verkeer van diensten en vrijheid van vestiging
voor bedrijven
De landen met een klein grondgebied
ondervinden aanzienlijke problemen op het gebied van het vrije verkeer
van diensten en vrijheid van vestiging. Deze vrijheden zijn niet vastgelegd in
overeenkomsten met de EU. In het bijzonder hebben bedrijven die zijn gevestigd
in de landen met een klein grondgebied, niet het recht om rechtstreeks diensten
te leveren in de Unie. Bedrijven uit landen met een klein grondgebied
die in een lidstaat van de EU een dochteronderneming willen oprichten voor
zakelijke activiteiten of investeringen in de Unie, ondervinden daarbij geen
beperkingen. Maar een filiaal vestigen in de Unie kan onderworpen zijn aan
beperkingen. Zo hebben rechtspersonen uit derde landen evenmin als natuurlijke
personen het recht om zich te vestigen. Zodra een entiteit zich als dochteronderneming
in een lidstaat heeft gevestigd, mag ze in alle andere lidstaten
diensten leveren, in overeenstemming met de wetten van de EU en het land,
zonder te worden gediscrimineerd[33]. Voor
bedrijven uit de landen met een klein grondgebied kan een vestiging in de EU
echter hoge kosten met zich meebrengen, door de nood aan economische
aanwezigheid en de daarmee verbonden administratieve procedures. Aanwezigheid
in de EU kan ook noodzakelijk zijn om te voldoen aan de EU-wetgeving inzake
consumentenbescherming (een in de EU gevestigde klantendienst, bijvoorbeeld).
In het bijzonder kleine en micro-ondernemingen kunnen hierdoor ontmoedigd
worden om zaken te doen in de EU[34].
3.3.
Vrij verkeer van goederen
De bilaterale handel in goederen tussen de EU
en de drie landen met een klein grondgebied wordt geregeld door
douane-unieovereenkomsten: Monaco heeft een overeenkomst met Frankrijk en maakt
deel uit van het douanegebied van de EU, terwijl San Marino en Andorra
douane-unieovereenkomsten hebben met de EU. Niettemin ondervinden de landen met
een klein grondgebied toegangsproblemen tot de markt door technische
handelsbelemmeringen. Goederen uit deze landen moeten voldoen aan de normen
en regels van de interne markt van de EU, zoals deze over voedselveiligheid
en consumentenbescherming. Bedrijven die gevestigd zijn in de landen met
een klein grondgebied, kunnen problemen ondervinden om hun goederen in de EU te
verkopen, zelfs al heeft het kleine land waar de hoofdvestiging zich bevindt,
het desbetreffende EU-acquis eenzijdig overgenomen. In de meeste
gevallen moet nog altijd een overeenkomst met de EU worden gesloten, met name
om te bevestigen dat de wetgeving en de uitvoering ervan volgens de EU-normen
verlopen. Bovendien moet een land met een klein grondgebied, zelfs al heeft het
al een overeenkomst met de EU, die overeenkomst aanpassen aan de ontwikkelingen
van de EU-wetgeving. Aangezien Andorra en San Marino derde landen
zijn, gelden de standaard douane-procedures; zo moet er onder meer
aangifte worden gedaan. Deze formaliteiten kunnen af en toe voor vertragingen
zorgen.
4.
ONDERSTEUNING EN BEVORDERING VAN DE BELANGEN VAN DE EU
In het vorige onderdeel werden de problemen
behandeld die burgers en bedrijven van de landen met een klein grondgebied
ondervinden als ze toegang willen tot de interne markt van de EU. Hoewel deze
landen en de EU in veel opzichten dezelfde belangen hebben en beide partijen
waarschijnlijk voordeel halen uit een wederzijdse samenwerking, ondervindt de
EU in bepaalde domeinen problemen die moeten worden aangepakt.
4.1.
Betere economische kansen en kansen op werk voor
EU-burgers en -bedrijven
Onlangs legde de
Europese Raad de nadruk op de “verhoogde spanningen” waardoor het economisch
herstel in Europa wordt afgeremd, onder meer de staatsschuldcrisis, de zwakke
financiële sector en de aanhoudende lage groei[35]. Als
reactie daarop keurde de Raad een “pact voor groei en werkgelegenheid”
goed waarin maatregelen zijn vastgelegd die de lidstaten en de Europese Unie
moeten nemen om de groei, de investeringen en de werkgelegenheid te doen
aantrekken. In het bijzonder benadrukt het pact de noodzaak om daartoe alle
hefbomen, instrumenten en beleidsvormen in te zetten op “elk bestuursniveau” in
de EU[36]. De Raad van oktober 2012 riep op om snel, vastberaden en
resultaatgericht te handelen zodat het pact volledig en snel kan worden
uitgevoerd[37]. Met een
gezamenlijk inwonersaantal van ongeveer 150 000 en een hoog gemiddeld bbp
per inwoner, leveren de landen met een klein grondgebied een belangrijke bijdrage
aan de economie in hun respectieve regio's en daarbuiten. Zo is Andorra een
belangrijke bestemming in de Pyreneeën voor shoppers en toeristen, met ongeveer
8 miljoen bezoekers per jaar. Ook San Marino is een populaire bestemming in
Italië met meer dan 2 miljoen bezoekers per jaar. Monaco is een belangrijke
regionale werkgever, met 45 000 grensarbeiders per dag uit Frankrijk en
het nabijgelegen Italië. EU-burgers die willen werken of zich als zelfstandige
willen vestigen in deze landen, worden daarin echter nog altijd aanzienlijk
belemmerd, vooral door de voorwaarden voor werk- en verblijfsvergunningen.
Bovendien leggen de landen met een klein grondgebied inkomende investeringen
aan banden. EU-burgers en -bedrijven zouden er waarschijnlijk baat bij hebben
als deze beperkingen werden opgeheven. De drie landen hebben een belangrijke
financiële dienstensector en trekken heel wat geld aan: in Andorra, Monaco en
San Marino samen zijn meer dan 50 banken gevestigd, die meer dan 100 miljard
activa van cliënten beheren. Bovendien proberen ze hun economieën meer en
meer te diversifiëren en sectoren met een grote toevoegde waarde te
stimuleren[38]. De belemmeringen die deze landen ondervinden bij hun toegang tot de
Europese interne markt, zorgen er echter voor dat hun potentieel als
motoren voor groei, investering, innovatie en werkgelegenheid in het voordeel
van de EU niet ten volle wordt benut. Als op het vlak van handel en economie de
grenzen tussen de EU en de landen met een klein grondgebied verdwijnen, kan dat
onder meer bijdragen tot de doelstellingen van de Europa 2020-strategie[39] en het pact voor groei en werkgelegenheid in de aangrenzende gebieden
van de EU. Dit zou in overeenstemming zijn met het handelsbeleid van de EU
zoals vastgelegd in de mededeling van Commissie over handel, groei en
internationale aangelegenheden uit 2010. Bovendien is er significant bewijs dat
een uitbreiding van de interne markt de economische groei bevordert van
alle deelnemers. Het opheffen van de handelsbelemmeringen tussen de EU en de
landen met een klein grondgebied kan verder bijdragen tot een grotere
economische groei op de interne markt.
4.2.
Wederzijdse voordelen door
gelijke voorwaarden
De ruggengraat van de Europese interne markt
wordt gevormd door gemeenschappelijke regels en normen en een strikt
nalevings- en governancebeleid. In principe kunnen zowel de EU als de landen
met een klein grondgebied voordeel halen uit een uitbreiding van het EU-acquis
van de interne markt, aangezien dit gelijke voorwaarden zou creëren voor zowel
personen als ondernemingen. Het is in het belang van de EU dat buurlanden
worden gestimuleerd om een gelijkwaardig wettelijk kader goed te keuren. In dit
verband is het belang van een correcte omzetting en handhaving van het acquis
als voorwaarde voor het goed functioneren van de interne markt niet te
onderschatten. Door een gemeenschappelijk wettelijk kader zou het makkelijker
worden om gemeenschappelijke uitdagingen aan te pakken, van
consumentenbescherming tot milieukwesties.
4.3.
Samenwerking rond gemeenschappelijke doelstellingen
Er is potentieel om meer met de landen met een
klein grondgebied samen te werken rond gemeenschappelijke doelstellingen op het
vlak van politiek, economie, cultuur en milieu (zie het begeleidende
werkdocument voor details). Wat regionaal beleid betreft, heeft het
samenwerkingsakkoord tussen de EU en Andorra gezorgd voor een betere
samenwerking tussen Spanje, Frankrijk en Andorra in de context van het operationeel programma voor het regionale
beleid van de EU voor grensoverschrijdende samenwerking in de Pyreneeën[40]. Deze samenwerking kan nog worden verdiept, ten voordele van de
inwoners van de regio. Beide partijen kunnen veel voordeel halen uit
een samenwerking rond kwesties met een gemeenschappelijk belang, zoals transparantie
en uitwisseling van informatie over belastingen of de strijd tegen
criminaliteit, onder meer belastingfraude[41],
belastingontwijking en witwaspraktijken. De legale economie moeten worden
beschermd tegen criminaliteit en corruptie, en daarom moet een efficiënt
systeem worden ontwikkeld om criminele vermogensbestanddelen op te sporen, te
bevriezen en in beslag te nemen. Door ordehandhaving en gerechtelijke
samenwerking rond inbeslagname van vermogens zal het
moeilijker worden om misdaden te begaan en zullen criminelen worden ontmoedigd
omdat blijkt dat misdaad niet loont. Op het vlak van milieubescherming zou een
nauwere samenwerking tussen de EU en de landen met een klein grondgebied
tastbare voordelen kunnen opleveren. Zo heeft Monaco op internationaal vlak
initiatieven genomen om mariene ecosystemen te beschermen en de biodiversiteit
te bewaren, en is het actief op andere maritieme terreinen waar de EU belang
bij heeft. Het zou de moeite waard zijn om uit te zoeken of er ruimte is voor
geregelder samenwerking. Wat buitenlands beleid en veiligheidsbeleid
betreft, is er met de landen met een klein grondgebied geen overeenkomst over
het aannemen van standpunten en verklaringen van de EU. Dat gebeurt ad hoc en
uit beweging. Voorts onderhouden de EU-delegaties bij internationale
organisaties contact met de landen met een klein grondgebied. De EU-delegatie
bij de VN in New York komt maandelijks samen met de landen met een klein
grondgebied, die lid zijn van de "vrienden van de EU". Samenwerking
op dit terrein kan verder worden ontwikkeld. De landen met een klein
grondgebied stuurden op dit vlak een positief signaal door in 2010 het
EU-voorstel te steunen voor een resolutie van de Algemene Vergadering van de VN over
een uitgebreide waarnemersstatus. Een overeenkomst met de landen met een klein
grondgebied zou kunnen zorgen voor een systematischer samenwerking en
uitwisseling van informatie binnen de grote internationale organisaties. Het
voorzitterschap van Andorra van het Comité van Ministers van de Raad van Europa
(9 november 2012 - 16 mei 2013) kan een vroege aanleiding zijn om te
onderzoeken hoe de EU en de landen met een klein grondgebied beter kunnen
samenwerken rond het ondersteunen en bevorderen van democratie en mensenrechten
in Europa.
5.
MOGELIJKHEDEN VOOR MEER INTEGRATIE
Zoals uit het bovenstaande blijkt, is een
nauwere integratie van de landen met een klein grondgebied met de interne markt
zowel mogelijk als wenselijk. Meer integratie zou een garantie betekenen
voor de grootst mogelijke vrijheid van verkeer van personen en
ondernemingen tussen de landen met een klein grondgebied en de EU, vooral
dankzij een duidelijker en veiliger wettelijk kader. Omgekeerd zou dit zorgen
voor steviger fundamenten voor economische groei en meer werkgelegenheid
in delen van de EU en in de landen met een klein grondgebied. Dit geldt vooral
voor de aangrenzende regio's van de EU, waar de landen met een klein
grondgebied al werk verschaffen aan duizenden EU-burgers, onder wie
grensarbeiders. Deze dynamiek zou nog groter kunnen worden door een betere
toegang tot de interne markt. Voorts zou deze aanpak de economische
diversificatie van deze landen ondersteunen en ze stimuleren om het bankgeheim
op te heffen. Ook zouden ze niet langer de status van belastingparadijs hebben.
Daardoor zouden EU-landen veel meer inkomsten uit belastingen halen en zou het
wettelijk kader tegen illegale financiële activiteiten worden versterkt. In elk geval zou de EU bij het ontwikkelen van
haar beleid rekening moeten houden met de specifieke aard van de landen met
een klein grondgebied. Deze landen liggen alle in het hart van Europa,
onderhouden nauwe nabuurschapsbetrekkingen met de EU en hebben een erg sterke
band met hun buurlanden. Vanuit het standpunt van de EU is het daarom
aangewezen om te onderzoeken hoe ze beter in de interne markt kunnen worden
geïntegreerd. Hierna worden de verschillende opties geëvalueerd, van minst naar
meest ambitieus.
5.1.
Optie een: status quo
De huidige aanpak wordt behouden, zonder
nieuwe overeenkomsten over de interne markt. De toegang tot de interne markt
voor de landen met een klein grondgebied blijft heel beperkt. Kiezen voor deze
optie kan gevolgen hebben voor de betrekkingen met de EU in het algemeen. De
landen met een klein grondgebied kunnen minder bereid zijn om te onderhandelen
over nieuwe overeenkomsten waar de EU belang bij heeft. Volgens de huidige
overeenkomsten ontstaat in deze landen even goed een administratieve belasting
die onevenredig groot is ten opzichte van de voordelen voor de EU, en de
rechtsonzekerheid voor burgers en economische operatoren blijft in
verschillende domeinen bestaan.
5.2.
Optie twee: sectorale
aanpak
Deze optie houdt in dat wordt onderhandeld
over sectorale akkoorden over gedeeltelijke toegang tot de interne markt,
bijvoorbeeld vrij verkeer van personen of diensten. Volledige integratie met de
landen met een klein grondgebied zou mogelijk zijn door met elk land
afzonderlijk overeenkomsten te sluiten over diverse beleidsterreinen, zoals: ·
vrij verkeer van personen; ·
vrijheid van vestiging en vrij verkeer van
diensten; (of mogelijks personen en diensten samen) ·
douane-unie en vrij verkeer van goederen; ·
bijkomende maatregelen, horizontaal beleid en
andere samenwerkingsgebieden. Deze overeenkomsten moeten worden aangevuld
met bepalingen over gemeenschappelijke waarden en instellingen om de
betrekkingen te onderbouwen en een vlot functioneren van de overeenkomsten te
waarborgen. Door deze aanpak zou moeten worden
onderhandeld over het afsluiten van maximaal 18 afzonderlijke overeenkomsten
met de drie landen (drie voor elk beleidsterrein). De bepalingen zouden kunnen
worden aangepast aan de specifieke behoeften van elk land en dus enige
flexibiliteit bieden. In het bijzonder zouden de landen met een klein
grondgebied stap voor stap toe kunnen treden tot de interne markt. Deze aanpak houdt echter verschillende nadelen
in. Ten eerste heeft de EU geen belang bij zoveel overeenkomsten, omdat elk
akkoord onevenredig veel onderhandelingen vereist. Ten tweede zouden sectorale
akkoorden die tegemoetkomen aan de dringendste behoeften van de landen met een
klein grondgebied, geen afdoende oplossingen voor hun problemen bieden en
zouden ze niet geschikt zijn om mogelijke toekomstige uitdagingen aan te gaan.
Als ieder land met een klein grondgebied een andere toegang tot de interne
markt zou kiezen, zou dat resulteren in verschillende regelingen voor elk land,
wat zou leiden tot een moeilijk te beheren kluwen van onsamenhangende
overeenkomsten. De EU heeft in haar betrekkingen met grote partners ondervonden
dat een sectorale aanpak onder meer leidt tot een niet te beheren complexiteit
en rechtsonzekerheid[42].
5.3.
Optie drie: associatieovereenkomst
Een associatieovereenkomst zou de landen met
een klein grondgebied een hoge mate van integratie bieden, waaronder
gedeeltelijke of volledige toegang tot de Europese interne markt, de
aanvullende maatregelen en het horizontale beleid. Ze zouden ook aan andere
EU-activiteiten kunnen deelnemen. In een associatieovereenkomst kunnen de
onderliggende waarden, grondbeginselen en institutionele grondslagen van de
betrekkingen worden opgenomen. De overeenkomst kan bestaan uit een
afzonderlijke multilaterale overeenkomst tussen de EU en drie landen met een
klein grondgebied, mogelijks volgens het model van de Europese Economische
Ruimte (EER). Een bilateraal verdrag met elk land met een klein grondgebied
is in theorie mogelijk maar niet verkieslijk, omwille van de hoge complexiteit
en de neiging tot onnodige differentiatie, zoals vermeld onder 5.2. Deze optie
zou de drie landen met een klein grondgebied het extra voordeel bieden dat ze
hun onderlinge betrekkingen kunnen regelen. Deze optie vereist het opstellen van een
toepasselijk institutioneel kader. Indien mogelijk heeft een oplossing
gebaseerd op de geloofwaardigheid en de efficiëntie van de bestaande structuren
de voorkeur. Er zouden speciale bestuursregelingen kunnen worden ingesteld,
onder meer mechanismen voor het raadplegen van de landen met een klein
grondgebied over EU-wetsvoorstellen die specifiek op hen betrekking hebben
(“besluitvorming”) en over hun rol als waarnemer voor EU-programma's en
agentschappen. In ieder geval is een associatieovereenkomst pas haalbaar als
wordt gegarandeerd dat de relevante onderdelen van het acquis in deze
landen worden toegepast, dat het acquis effectief wordt uitgevoerd en
gehandhaafd door de landen met een klein grondgebied of door autoriteiten die
daartoe door hen worden gemachtigd, en dat er toezicht is op de toepassing van
het acquis en dat het zo nodig kan worden afgedwongen[43]. Als een passend
institutioneel kader kan worden uitgewerkt, is dit een haalbare optie
die verder moet worden onderzocht.
5.4.
Optie vier: deelname aan de Europese Economische
Ruimte
In deze geval is er sprake van volledige
integratie met de interne markt op dezelfde basis als niet-EU-landen van de
Europese Economische Ruimte (EER). Dit heeft verscheidene voordelen,
waaronder de helderheid en betrouwbaarheid van een bestaand en beproefd verdrag
en institutioneel kader. Aangezien de overeenkomst over de Europese Economische
Ruimte echter werd afgesloten tussen twee bestaande handels- en economische
ruimtes (de EU en de EVA), zouden de landen met een klein grondgebied in
principe eerst lid moeten worden van een van beide om te kunnen toetreden tot
de EER[44]. Toetreden tot de EU is een volgende optie.
Daarom wordt hier lidmaatschap via de EVA behandeld. De EU zou een uitbreiding
van de EVA met de landen met een klein grondgebied moeten bespreken met de
bestaande leden IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland. Deze optie
zou als voordeel hebben dat lidmaatschap van de EVA-EER wordt gestimuleerd. Als
IJsland lid zou worden van de EU, zouden er immers maar twee landen overblijven
(Noorwegen en Liechtenstein). Uitbreiding van de EER zou met zich meebrengen
dat opnieuw over de EER-overeenkomst moet worden onderhandeld, niet in het
minst over het aanpassen van de instellingen van de EER-EVA. Als deze optie
wordt weerhouden, moet de precieze wettelijke constructie in detail worden
onderzocht. In het algemeen is dit een haalbare optie die verder moet
worden bestudeerd.
5.5.
Optie vijf: toetreding tot de EU
Hierdoor zouden de landen met een klein
grondgebied de meest uitgebreide toegang krijgen tot de interne markt, de
programma's en de activiteiten van de EU. Hoewel nog geen enkel land met een
klein grondgebied het lidmaatschap heeft aangevraagd, zou het dat kunnen doen
volgens artikel 49 van het VEU: elke Europese staat die de waarden van de
EU respecteert en zich ertoe verbindt deze te bevorderen, mag een verzoek tot
toetreding indienen. Sinds de nieuwe consensus inzake uitbreiding
moet rekening worden gehouden met de integratiecapaciteit van de EU en moet het
goede functioneren van de instellingen en de ontwikkeling van het beleid worden
gewaarborgd. Een eventuele aanvraag tot toetreding zou twee aanzienlijke
problemen met zich meebrengen: ten eerste zijn de EU-instellingen op dit moment
niet voorzien op de toetreding van dergelijke kleine landen. Om te garanderen
dat alle burgers op een democratische manier woren vertegenwoordigd en dat de
instellingen goed blijven functioneren na de toetreding van landen waarvan de
bevolking maar een fractie is van die van de kleinste lidstaten, zouden de
Europese verdragen en de institutionele structuur van de EU in belangrijke mate
moeten worden aangepast. Het is niet waarschijnlijk dat dergelijke
veranderingen op korte termijn zouden worden goedgekeurd. Daarover zou eerst
binnen de EU moeten worden onderhandeld. Ten tweede zou de beperkte
administratieve capaciteit van de landen met een klein grondgebied belangrijke
gevolgen hebben voor de uitvoering van het EU-acquis en het naleven van
alle verplichtingen die EU-lidstaten hebben.
6.
CONCLUSIES
6.1.
Horizontale en institutionele thema's
Bij een volledige integratie zouden in elke
overeenkomst met de landen met een klein grondgebied vier horizontale
thema's moeten worden opgenomen om de homogeniteit van de interne markt en
de rechtszekerheid van economische operatoren en burgers te waarborgen: (i)
dynamische aanpassing van de overeenkomst aan de ontwikkeling van het acquis;
(ii) een eenvormige interpretatie van de overeenkomsten; (iii) onafhankelijk
toezicht op en onafhankelijke handhaving van de wet; (iv) geschillenregeling.
Hiervoor zou de EU zich kunnen baseren op de goede ervaringen met de
EER-overeenkomst. Bij elke overeenkomst zou echter rekening moeten worden
gehouden met de specifieke en bijzondere identiteit van de landen met
een klein grondgebied, overeenkomstig de verklaring ad artikel 8 van het
VEU. Om deze grondbeginselen te waarborgen, moeten de landen met een klein
grondgebied mogelijks overgangsperiodes en/of vrijwaringsclausules krijgen.
6.2.
Aanbevelingen
De opties die in deze mededeling worden
voorgesteld moeten, alvorens ze verder door de EU worden uitgewerkt, in detail
worden besproken met de regeringen van Andorra, Monaco en San Marino, met het
volste respect voor hun soevereiniteit en onafhankelijkheid. In beginsel kunnen opties drie tot vijf een
oplossing bieden voor de belangrijkste problemen waarmee de landen met een
klein grondgebied worden geconfronteerd. Optie een (status quo) is geen
oplossing en is niet te verkiezen. De EU heeft ondervonden dat een sectorale
aanpak duidelijke nadelen heeft. Daarom, en omdat ze alleen gedeeltelijke
oplossingen inhoudt, is optie twee niet verkieslijk maar wordt ze in deze fase
ook niet volledig uitgesloten. Optie vijf biedt een oplossing op lange termijn
maar wordt hier niet weerhouden. De landen met een klein grondgebied hebben
niet gevraagd om tot EU toe te treden; bovendien is toetreding geen oplossing
op korte en middellange termijn. Optie drie (associatieovereenkomst) en
vier (deelname aan de EER) laten toe de problemen van de landen met een
klein grondgebied zowel flexibel als uitgebreid aan te pakken, terwijl aan de
vereisten van de EU wordt voldaan. Deze opties genieten daarom de voorkeur,
hoewel ze verder moeten worden overdacht en onderzocht, ook wat hun eventuele
uitvoering betreft. Als verdere uitwerking onmogelijk zou blijken, moeten
andere opties, in het bijzonder optie twee, verder worden overwogen. * * * [1] EU-betrekkingen met de Staat Vaticaanstad en het Vorstendom
Liechtenstein komen in deze mededeling niet aan bod. [2] Volgens artikel 8 van het VEU moet de EU “met de
naburige landen bijzondere betrekkingen [ontwikkelen], die erop gericht
zijn een ruimte van welvaart en goed nabuurschap tot stand te brengen welke
stoelt op de waarden van de Unie en welke gekenmerkt wordt door nauwe en
vreedzame betrekkingen die gebaseerd zijn op samenwerking”. Volgens
verklaring nr. 3 bij artikel 8 van het Verdrag van de Europese
Unie houdt de Unie “rekening met de bijzondere situatie van de landen met een
klein grondgebied die specifieke nabuurschapsbetrekkingen met haar
onderhouden." [3] Conclusies van de Raad over de betrekkingen van de EU
met de EVA-landen van 14 december 2010. [4] “EU-betrekkingen met het Vorstendom Andorra, de
Republiek San Marino en het Vorstendom Monaco” – Verslag van het
Voorzitterschap aan de Raad van 14 juni 2011, document 11466/11, punt 14 van de
Raad. [5] De analyse in deze mededeling is gebaseerd op een informele
uitwisseling van standpunten met de drie landen met een klein grondgebied op
werkniveau. [6] Monaco heeft ook een haven aan de Middellandse Zee. [7] Zo kwamen de ministers van Buitenlandse zaken van
Andorra en San Marino respectievelijk naar Brussel in januari en juli 2012. [8] Ter vergelijking: de EU-delegatie in Bern is ook
geaccrediteerd voor Liechtenstein. [9] In Andorra en Monaco gebeurt dat volgens een
halfjaarlijkse beurtrol. Italië vertegenwoordigt de EU in San Marino omdat het
als enige daar een ambassade heeft. [10] Mededeling van de Commissie over “Concrete manieren om de
bestrijding van belastingfraude en belastingontduiking, ook in relatie tot
derde landen, te versterken”, COM(2012)351 definitief, Brussel, 27 juni 2012. [11] Monetaire overeenkomst tussen de Europese Unie en het Vorstendom
Andorra (PB C 369, 17.12.2011, blz. 1); monetaire overeenkomst tussen de
Europese Unie en het Vorstendom Monaco (PB C 310, 13.10.2012, blz. 1); monetaire
overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek San Marino (PB C 121,
26.4.2012, blz. 5). [12] Zoals bepaald in de bijlage bij elke overeenkomst. [13] Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het
Vorstendom Andorra waarbij wordt voorzien in maatregelen van gelijke strekking
als die welke zijn vervat in Richtlijn 2003/48/EG van de Raad betreffende
belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling (PB
L 359, 4.12.2004, blz. 33); overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het
Vorstendom Monaco waarbij wordt voorzien in maatregelen van gelijke strekking
als die welke zijn vervat in Richtlijn 2003/48/EG (PB L 19, 21.1.2005, blz.
55); overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek San Marino
waarbij wordt voorzien in maatregelen van gelijke strekking als die welke zijn
vervat in Richtlijn 2003/48/EG van de Raad betreffende belastingheffing op
inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling. Memorandum van
overeenstemming (PB L 381, 28.12.2004, blz. 33). [14] PB L 157, 26.6.2003, blz.38 [15] Raad Economische en Financiële Zaken van 19 januari 2010
(document 5400/10 van de Raad). [16] Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling
tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Vorstendom Andorra van 28 juni
1990 (PB L 374, 31.12.1990, blz. 16); de overeenkomst trad in werking op 1 januari 1991. [17] Samenwerkingsakkoord tussen de
Europese Gemeenschap en het Vorstendom Andorra (PB L 135, 28.5.2005, blz. 14). [18] Aanvullend protocol over veterinaire vraagstukken bij de
overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Economische Gemeenschap
en het Vorstendom Andorra, PB L 148, 6.6.1997, blz. 16. [19] Art. 3, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad
van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair
douanewetboek (PB L302,
19.10.1992, blz. 1). [20] Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Vorstendom
Monaco over de toepassing van bepaalde
Gemeenschapsbesluiten op het grondgebied van het Vorstendom Monaco (PB L 332, 19.12.2003, blz. 42). [21] Twee overeenkomsten in de vorm van een briefwisseling
tussen Monaco en Frankrijk, ondertekend op 15 december 1997, keurden het
onderdeel goed van het Verdrag inzake goed nabuurschap van 18 mei 1963 over de
toegang, het verblijf en de vestiging van vreemdelingen in Monaco volgens de bepalingen
van het Uitvoeringsverdrag van het Schengenakkoord. [22] Overeenkomst tot instelling van een douane-unie en
samenwerking tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek San
Marino (PB L84, 28.3.2002, blz. 43). Deze
overeenkomst werd ondertekend op 16 december 1991, maar trad pas in werking op
1 april 2002; ze werd in maart 2010 aangevuld door een omnibusbesluit van het Gemengd
Comité EG-San Marino over douanemaatregelen en veterinaire en
fytosanitaire kwesties (PB L 156, 23.6.2010, blz. 13). [23] Hoofdstuk 1-24 van het
geharmoniseerde systeem. [24] Bilaterale overeenkomst over vriendschap en nabuurschap
van 31 maart 1939 (wet van 6 juni 1939, nr. 1320, lid 1). [25] In San Marino is een levendig debat aan de gang over toetreding
tot de EU. In 2010 werd het initiatief genomen voor een referendum over de vraag
of de regering een toetredingsverzoek bij de EU moet indienen. Het
grondwettelijk hof van San Marino heeft recent geoordeeld dat het referendum mag
worden gehouden maar het is nog niet duidelijk wanneer. [26] Immigratie is een gedeelde bevoegdheid van de EU en de
lidstaten. Over de toegang voor onderdanen van derde landen wordt beslist op
nationaal niveau, terwijl sommige rechten en voorwaarden zijn geharmoniseerd op
het niveau van de EU. [27] Artikel 5 van de samenwerkingsovereenkomst met
Andorra, en artikel 20 van de overeenkomst tot de instelling van een
douane-unie en samenwerking met San Marino. [28] Tenzij anders bepaald, opgenomen in
Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april
2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van
de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden (PB L 158,
30.4.2004, blz. 77). [29] Onder de voorwaarden van artikel 7,
Richtlijn 2004/38/EG. [30] Artikel 18 VWEU. [31] In de EU is de desbetreffende wetgeving
Verordening 883/2004 betreffende de coördinatie van
socialezekerheidsstelsels. De socialezekerheidsstelsels van de drie landen zijn
niet afgestemd op de socialezekerheidsstelsels van de lidstaten; eventueel
kunnen onderdanen van de drie staten profiteren van de op elkaar afgestemde
wetgeving van de lidstaten (Verordening (EU) nr. 1231/2010 van het
Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot verlenging van
Verordening (EG) nr. 883/2004 en Verordening (EG) nr. 987/2009 tot de
onderdanen van derde landen die enkel door hun nationaliteit nog niet onder
deze bepalingen vallen (PB L344, 29.12.2010, blz. 1)). [32] In de EU hebben volgens Richtlijn 2005/36/EG van het
Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van
beroepskwalificaties (PB L 255, 30.9.2005, blz. 22) personen die hun
beroepskwalificaties hebben behaald in een lidstaat het recht, onder de
bepalingen van de richtlijn, op toegang tot hetzelfde beroep in een andere
lidstaat en kunnen zij dit uitoefenen met dezelfde rechten als de onderdanen
van dat land. [33] Wat inwoners van en bedrijven in de EU betreft, kan dit
naar gelang het soort dienstverlening onderworpen zijn aan waarborgen, zoals pro
forma-inschrijving bij een beroepsorganisatie. [34] Wat natuurlijke personen betreft, hebben onderdanen van de
landen met een klein grondgebied een verblijfs- en werkvergunning (als
werknemer of zelfstandige) voor een EU-land nodig (zie het onderdeel over het vrije
verkeer van personen). In de praktijk kan de immigratiewetgeving daardoor een
belemmering vormen voor het verlenen van diensten door bedrijven of personen die
in de landen met een klein grondgebied zijn gevestigd. [35] Conclusies van de Europese Raad, Brussel, 29 juni 2012,
EUCO 76/12. [36] Belastingsbeleid komt ook uitdrukkelijk in het pact voor:
“Er moet spoedig overeenstemming worden bereikt over de
onderhandelingsrichtsnoeren voor overeenkomsten met derde landen inzake
spaarbelasting”. Dat laatste geldt ook voor landen met een klein grondgebied. [37] Conclusies van de Europese Raad, Brussel, 19 oktober 2012,
EUCO 156/12. [38] Zo zijn San Marino en Monaco cosmeticaproducenten; in Andorra
en Monaco bevinden zich producenten van tandprotheses. [39] Mededeling van de Commissie: “Europa 2020 – Een strategie
voor slimme, duurzame en inclusieve groei”, Brussel, 03.03.2010, COM(2010) 2020
definitief. [40] Begroting voor 2007-2013: 168 miljoen EUR. [41] Mededeling van de Commissie over “concrete manieren om de
bestrijding van belastingfraude en belastingontduiking, ook in relatie tot
derde landen, te versterken”, COM(2012)351 definitief, Brussel, 27 juni 2012. [42] Conclusies van de Raad van december 2010 over de
betrekkingen van de EU met EVA-landen. [43] De belangrijke taak van toezicht en handhaving van het acquis
in deze landen zou kunnen worden opgenomen door de Commissie en het Hof van
Justitie van de Europese Unie; door de instellingen van de EER en de EVA (de
toezichthoudende autoriteit en het Hof van de EVA); of een gelijkwaardige
internationale autoriteit. De mogelijkheden zouden moeten worden besproken en
over de voorkeursoptie zou een akkoord moeten worden gesloten met de landen met
een klein grondgebied. [44] Artikel 128 van de EER-overeenkomst.