Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32022D0655

Besluit (EU) 2022/655 van de Raad van 11 april 2022 betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt in de door de Brede en Versterkte Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds, ingestelde Partnerschapsraad, over de vaststelling van het reglement van orde van de Partnerschapsraad, en van de reglementen van orde van het Partnerschapscomité, van de subcomités en andere door de Partnerschapsraad ingestelde organen, en over de vaststelling van de lijst van subcomités, met het oog op de toepassing van die overeenkomst

ST/7494/2022/INIT

PB L 119 van 21.4.2022, pp. 89–102 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2022/655/oj

21.4.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 119/89


BESLUIT (EU) 2022/655 VAN DE RAAD

van 11 april 2022

betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt in de door de Brede en Versterkte Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds, ingestelde Partnerschapsraad, over de vaststelling van het reglement van orde van de Partnerschapsraad, en van de reglementen van orde van het Partnerschapscomité, van de subcomités en andere door de Partnerschapsraad ingestelde organen, en over de vaststelling van de lijst van subcomités, met het oog op de toepassing van die overeenkomst

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 91, artikel 100, lid 2, artikel 207 en artikel 209, in samenhang met artikel 218, lid 8, eerste alinea, en artikel 218, lid 9,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Brede en Versterkte Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds (1) (“de overeenkomst”), is op 24 november 2017 in Brussel ondertekend en wordt sinds 1 juni 2018 voorlopig toegepast.

(2)

Bij de artikelen 362 en 363 van de overeenkomst worden een Partnerschapsraad en een Partnerschapscomité opgericht om de werking van de overeenkomst te faciliteren.

(3)

Op grond van artikel 362, lid 4, van de overeenkomst dient de Partnerschapsraad zijn reglement van orde vast te stellen. Op grond van artikel 363, lid 4, van de overeenkomst dient de Partnerschapsraad in zijn reglement van orde de taken en de werking van het Partnerschapscomité vast te stellen.

(4)

De vaststelling van de reglementen van orde van de Partnerschapsraad en van het Partnerschapscomité is noodzakelijk om de effectieve werking van de overeenkomst te waarborgen.

(5)

Overeenkomstig Besluit (EU) 2018/104 van de Raad (2) mag de Partnerschapsraad gedurende de periode waarin de overeenkomst voorlopig wordt toegepast, slechts besluiten vaststellen die binnen de grenzen blijven van de voorlopige toepassing van de overeenkomst zoals bepaald in dat besluit.

(6)

Op grond van artikel 364, lid 2, van de overeenkomst kan de Partnerschapsraad besluiten om op specifieke terreinen subcomités of andere organen in te stellen om hem bij de uitvoering van zijn taken bij te staan. Bovendien dient de Partnerschapsraad in zijn reglement van orde de samenstelling, de taken en de werking van dergelijke subcomités en andere organen vast te stellen.

(7)

De Partnerschapsraad dient het reglement van orde van de Partnerschapsraad en de reglementen van orde van het Partnerschapscomité en van de subcomités en andere organen vast te stellen.

(8)

Het is wenselijk het standpunt vast te stellen dat namens de Unie in de Partnerschapsraad moet worden ingenomen, aangezien de besluiten tot vaststelling van het reglement van orde van de Partnerschapsraad, en van de reglementen van orde van het Partnerschapscomité, van de subcomités en andere door de Partnerschapsraad ingestelde organen, en het besluit tot vaststelling van de lijst van subcomités, bindend zullen zijn voor de Unie.

(9)

Het standpunt van de Unie in de Partnerschapsraad moet derhalve gebaseerd worden op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van de Partnerschapsraad.

(10)

Bij arrest van 2 september 2021 in zaak C-180/20 (3) heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie Besluit (EU) 2020/245 van de Raad (4) en Besluit (EU) 2020/246 van de Raad (5) nietig verklaard en gelast dat de gevolgen van die besluiten worden gehandhaafd in afwachting van een nieuw besluit dat door de Raad vastgesteld moet worden. Daarom moet de Raad een nieuw besluit vaststellen over het standpunt van de Unie in de Partnerschapsraad, dat in overeenstemming is met dat arrest,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Het namens de Unie in te nemen standpunt in de door de Brede en Versterkte Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds, ingestelde Partnerschapsraad, over de vaststelling van het reglement van orde van de Partnerschapsraad, en van de reglementen van orde van het Partnerschapscomité, van de subcomités en andere door de Partnerschapsraad ingestelde organen, en over de vaststelling van de lijst van subcomités, met het oog op de toepassing van die overeenkomst, wordt gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van de Partnerschapsraad.

2.   Kleine technische wijzigingen van het ontwerpbesluit kunnen zonder nader besluit van de Raad worden aanvaard door de vertegenwoordigers van de Unie in de Partnerschapsraad.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.

Gedaan te Luxemburg, 11 april 2022.

Voor de Raad

De voorzitter

J. BORRELL FONTELLES


(1)   PB L 23 van 26.1.2018, blz. 4.

(2)  Besluit (EU) 2018/104 van de Raad van 20 november 2017 betreffende de ondertekening, namens de Unie, en de voorlopige toepassing van de Brede en Versterkte Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds (PB L 23 van 26.1.2018, blz. 1).

(3)  Arrest van het Hof van Justitie van 2 september 2021, Commissie/Raad, C-180/20, ECLI:EU:C:2021:658.

(4)  Besluit (EU) 2020/245 van de Raad van 17 februari 2020 betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt in de door de Brede en Versterkte Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds, ingestelde Partnerschapsraad, over de vaststelling van het reglement van orde van de Partnerschapsraad, en van de reglementen van orde van het Partnerschapscomité, van de subcomités en andere door de Partnerschapsraad ingestelde organen, en over de vaststelling van de lijst van subcomités, met het oog op de toepassing van die overeenkomst met uitzondering van titel II ervan (PB L 52 van 25.2.2020, blz. 3).

(5)  Besluit (EU) 2020/246 van de Raad van 17 februari 2020 betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt in de door de Brede en Versterkte Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds, ingestelde Partnerschapsraad, over de vaststelling van het reglement van orde van de Partnerschapsraad, en van de reglementen van orde van het Partnerschapscomité, van de subcomités en andere door de Partnerschapsraad ingestelde organen, en over de vaststelling van de lijst van subcomités, met het oog op de toepassing van titel II van die overeenkomst (PB L 52 van 25.2.2020, blz. 5).


ONTWERP

BESLUIT Nr. …/… VAN DE PARTNERSCHAPSRAAD EU-REPUBLIEK ARMENIË

van …

tot vaststelling van zijn reglement van orde en van de reglementen van orde van het Partnerschapscomité, van de subcomités en andere organen die door de Partnerschapsraad zijn ingesteld, en tot vaststelling van de lijst van subcomités

DE PARTNERSCHAPSRAAD EU-REPUBLIEK ARMENIË,

Gezien de brede en versterkte partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds (1) (“de overeenkomst”), ondertekend in Brussel op 24 november 2017,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 385 van de overeenkomst dienen onderdelen van de overeenkomst voorlopig toegepast te worden.

(2)

Op grond van artikel 362, lid 4, van de overeenkomst dient de Partnerschapsraad zijn reglement van orde vast te stellen.

(3)

Op grond van artikel 363, lid 4, van de overeenkomst dient de Partnerschapsraad in zijn reglement van orde de taken en de werking van het Partnerschapscomité vast te stellen.

(4)

Op grond van artikel 364, lid 2, van de overeenkomst kan de Partnerschapsraad besluiten om op specifieke terreinen subcomités of andere organen in te stellen wanneer dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de overeenkomst en dient de Partnerschapsraad de samenstelling, taken en werking van die organen te bepalen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De reglementen van orde van de Partnerschapsraad, van het Partnerschapscomité, van de subcomités en andere organen die door de Partnerschapsraad zijn ingesteld, zoals beschreven in de bijlagen I, II en III, worden vastgesteld.

Artikel 2

De in bijlage IV opgenomen subcomités worden ingesteld.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.

Gedaan te …,

Voor de Partnerschapsraad

De voorzitter


(1)   PB L 23 van 26.1.2018, blz. 4.


BIJLAGE I

REGLEMENT VAN ORDE VAN DE PARTNERSCHAPSRAAD

Artikel 1

Algemene bepalingen

1.   De bij artikel 362, lid 1, van de overeenkomst ingestelde Partnerschapsraad voert zijn taken uit zoals bepaald in artikel 362 van de overeenkomst.

2.   Zoals bepaald in artikel 362, lid 2, van de overeenkomst is de Partnerschapsraad samengesteld uit vertegenwoordigers van de partijen op ministerieel niveau en komt hij regelmatig bijeen, ten minste eenmaal per jaar en voorts wanneer de omstandigheden zulks vereisen. De samenstelling van de Partnerschapsraad wordt afgestemd op de specifieke vraagstukken die tijdens een bepaalde vergadering worden behandeld.

3.   Zoals bepaald in artikel 362, lid 6, van de overeenkomst en met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen ervan heeft de Partnerschapsraad de bevoegdheid besluiten te nemen binnen het toepassingsgebied van de overeenkomst voor zover de overeenkomst daarin voorziet. De besluiten zijn bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen moeten treffen voor de uitvoering ervan. De Partnerschapsraad kan tevens aanbevelingen doen. De Partnerschapsraad stelt zijn besluiten en aanbevelingen vast in overleg tussen de partijen, mits die hun respectieve interne procedures hebben voltooid.

4.   Voor de toepassing van dit reglement van orde dient onder "partijen" te worden verstaan partijen in de zin van artikel 382 van de overeenkomst.

Artikel 2

Voorzitterschap

Het voorzitterschap van de Partnerschapsraad rouleert over de partijen. De eerste periode begint op de datum van de eerste vergadering van de Partnerschapsraad en eindigt op 31 december van hetzelfde jaar. De Europese Unie zit de eerste Partnerschapsraad voor.

Artikel 3

Vergaderingen

1.   De Partnerschapsraad komt eenmaal per jaar bijeen en voorts wanneer de omstandigheden zulks vereisen, in onderlinge overeenstemming tussen de partijen. Tenzij de partijen anders overeenkomen, worden de vergaderingen van de Partnerschapsraad gehouden op de plaats waar de vergaderingen van de Raad van de Europese Unie gewoonlijk worden gehouden.

2.   Elke vergadering van de Partnerschapsraad wordt gehouden op een door de partijen overeengekomen datum.

3.   De vergaderingen van de Partnerschapsraad worden door de secretarissen van de Partnerschapsraad gezamenlijk in overleg met de voorzitter van de Partnerschapsraad bijeengeroepen, uiterlijk 30 kalenderdagen vóór de datum van de vergadering.

Artikel 4

Vertegenwoordiging

1.   Een vertegenwoordiger van de partijen in de Partnerschapsraad kan persoonlijk aanwezig zijn of een andere ambtenaar afvaardigen die alle rechten namens hem uitoefent.

2.   De naam van de gedelegeerde ambtenaar wordt vóór de vergadering schriftelijk meegedeeld aan de voorzitter van de Partnerschapsraad.

Artikel 5

Delegaties

1.   De vertegenwoordigers van de partijen in de Partnerschapsraad mogen worden vergezeld door ambtenaren. Vóór elke vergadering wordt de voorzitter van de Partnerschapsraad via het secretariaat van de Partnerschapsraad in kennis gesteld van de voorgenomen samenstelling van de delegaties van elke partij.

2.   In overeenstemming tussen de partijen kan de Partnerschapsraad vertegenwoordigers van andere organen van de partijen of onafhankelijke deskundigen op een bepaald gebied uitnodigen om als waarnemer deel te nemen aan zijn vergaderingen of om informatie te verschaffen over bepaalde onderwerpen. De partijen komen overeen onder welke voorwaarden die waarnemers aan de vergaderingen kunnen deelnemen.

Artikel 6

Secretariaat

Een ambtenaar van het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie en een ambtenaar van het ministerie van Buitenlandse Zaken van de Republiek Armenië treden gezamenlijk op als secretarissen van de Partnerschapsraad.

Artikel 7

Correspondentie

1.   De voor de Partnerschapsraad bestemde correspondentie wordt gericht aan de secretaris van de Europese Unie of aan de secretaris van de Republiek Armenië, die op zijn beurt de andere secretaris inlicht.

2.   De secretarissen van de Partnerschapsraad zien erop toe dat de correspondentie naar de voorzitter van de Partnerschapsraad en naar het hoofd van de delegatie van de andere partij wordt gestuurd en waar passend naar de vertegenwoordigers van de partijen in de Partnerschapsraad wordt doorgestuurd.

3.   De secretarissen sturen mededelingen van de voorzitter namens hem aan de geadresseerden. Dergelijke mededelingen worden waar passend doorgestuurd naar de vertegenwoordigers van de partijen in de Partnerschapsraad.

Artikel 8

Vertrouwelijkheid

De vergaderingen van de Partnerschapsraad zijn niet openbaar, tenzij de partijen anders overeenkomen. Wanneer een partij aan de Partnerschapsraad informatie overlegt die zij als vertrouwelijk aanmerkt, behandelt de andere partij die informatie als zodanig.

Artikel 9

Agenda van de vergaderingen

1.   De voorzitter van de Partnerschapsraad stelt voor elke vergadering van de Partnerschapsraad een voorlopige agenda op. Die wordt door de secretarissen van de Partnerschapsraad uiterlijk 20 kalenderdagen vóór de vergadering aan de in artikel 7 bedoelde geadresseerden gezonden.

2.   De voorlopige agenda omvat de punten waarvoor de voorzitter uiterlijk 21 kalenderdagen vóór de vergadering een verzoek tot agendering heeft ontvangen. Dergelijke punten worden alleen op de voorlopige agenda geplaatst als de bijbehorende ondersteunende documenten naar de secretarissen zijn gestuurd voordat de agenda wordt verzonden.

3.   De agenda wordt bij het begin van iedere vergadering door de Partnerschapsraad goedgekeurd. Indien de vertegenwoordigers van de partijen zulks overeenkomen, kunnen punten die niet op de voorlopige agenda staan, aan de agenda worden toegevoegd.

4.   De voorzitter kan in overleg met de vertegenwoordigers van de partijen de in lid 1 bepaalde termijnen inkorten indien een bijzondere omstandigheid daartoe noopt.

Artikel 10

Notulen

1.   Van elke vergadering worden door de secretarissen van de Partnerschapsraad gezamenlijk ontwerpnotulen opgesteld.

2.   In de notulen worden in het algemeen voor ieder agendapunt de volgende gegevens vermeld:

a)

de bij de Partnerschapsraad ingediende documentatie;

b)

verklaringen die op verzoek van een vertegenwoordiger van een partij in de Partnerschapsraad worden opgenomen in de notulen; en

c)

door de partijen overeengekomen punten, zoals besluiten die zijn vastgesteld, verklaringen die zijn overeengekomen en conclusies.

3.   De ontwerpnotulen worden ter goedkeuring aan de Partnerschapsraad voorgelegd. De Partnerschapsraad keurt die ontwerpnotulen goed tijdens zijn volgende vergadering. De ontwerpnotulen kunnen ook schriftelijk worden goedgekeurd.

Artikel 11

Besluiten en aanbevelingen

1.   Zoals bepaald in artikel 362, lid 6, van de overeenkomst neemt de Partnerschapsraad besluiten en formuleert hij aanbevelingen in onderlinge overeenstemming tussen de partijen en na voltooiing van hun respectieve interne procedures.

2.   Als de partijen zulks overeenkomen, kan de Partnerschapsraad besluiten of aanbevelingen ook bij schriftelijke procedure vaststellen. Met het oog hierop wordt overeenkomstig artikel 7 het ontwerpbesluit of de ontwerpaanbeveling door de voorzitter van de Partnerschapsraad schriftelijk meegedeeld aan de vertegenwoordigers van de partijen, waarbij een termijn van 21 kalenderdagen wordt gesteld. De vertegenwoordigers van de partijen in de Partnerschapsraad maken binnen die termijn hun voorbehouden of melden hun gewenste wijzigingen. De voorzitter kan in overleg met de partijen de termijn inkorten als dat in een bepaald geval noodzakelijk is.

3.   De Partnerschapsraad in de zin van artikel 362, lid 6, van de overeenkomst kan besluiten nemen of aanbevelingen formuleren, gevolgd door een volgnummer, de datum van vaststelling en een beschrijving van het onderwerp. Die besluiten en aanbevelingen worden ondertekend door de voorzitter en gewaarmerkt door de secretarissen van de Partnerschapsraad. Die besluiten en aanbevelingen worden doorgestuurd overeenkomstig artikel 7 van dit reglement van orde. Elke partij kan besluiten tot de bekendmaking van de besluiten en aanbevelingen van de Partnerschapsraad in haar publicatieblad of staatsblad.

4.   De besluiten van de Partnerschapsraad treden in werking op de datum van vaststelling, tenzij in het besluit of de aanbeveling anders is bepaald.

Artikel 12

Talen

1.   De officiële talen van de Partnerschapsraad zijn de officiële talen van de partijen.

2.   De werktaal van de Partnerschapsraad is het Engels. Tenzij anders wordt besloten, beraadslaagt de Partnerschapsraad op basis van in die taal opgestelde documenten.

Artikel 13

Onkosten

1.   Elke partij draagt de personeels-, reis- en verblijfskosten en de post- en telecommunicatiekosten die ze maakt voor deelname aan vergaderingen van de Partnerschapsraad.

2.   De kosten van vertolking tijdens de vergaderingen en van de vertaling en de reproductie van documenten komen ten laste van de Europese Unie.

3.   Andere kosten in verband met de materiële organisatie van de vergaderingen komen ten laste van de partij die de vergadering organiseert.

Artikel 14

Partnerschapscomité en subcomités

1.   Overeenkomstig artikel 363 van de overeenkomst staat het Partnerschapscomité de Partnerschapsraad bij in de uitvoering van zijn taken. Het Partnerschapscomité bestaat uit vertegenwoordigers van de partijen op hoog ambtelijk niveau.

2.   Wanneer de overeenkomst spreekt van een verplichting of een mogelijkheid tot raadpleging, of wanneer de partijen na onderling overleg besluiten elkaar te raadplegen, kan die raadpleging plaatsvinden in het Partnerschapscomité, tenzij in de overeenkomst anders is bepaald. Dat overleg kan, indien de partijen daarmee instemmen, worden voortgezet in de Partnerschapsraad.

3.   Op grond van artikel 364, lid 2, van de overeenkomst kan de Partnerschapsraad besluiten op specifieke terreinen subcomités en andere organen in te stellen wanneer dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de overeenkomst en bepaalt de Partnerschapsraad de samenstelling, taken en werking van die subcomités en organen.

4.   Na onderling akkoord tussen de partijen kan de Partnerschapsraad de in bijlage IV opgenomen lijst van subcomités en andere organen wijzigen.

Artikel 15

Wijziging van het reglement van orde

Dit reglement van orde kan worden gewijzigd overeenkomstig artikel 11.


BIJLAGE II

REGLEMENT VAN ORDE VAN HET PARTNERSCHAPSCOMITÉ

Artikel 1

Algemene bepalingen

1.   Het overeenkomstig artikel 363, lid 1, van de overeenkomst ingestelde Partnerschapscomité staat de Partnerschapsraad bij in de uitvoering van zijn taken en voert taken uit die in de overeenkomst en door de Partnerschapsraad aan het comité zijn toegewezen.

2.   Het Partnerschapscomité bereidt de vergaderingen en de beraadslagingen van de Partnerschapsraad voor, voert waar passend de besluiten van de Partnerschapsraad uit, en draagt in het algemeen zorg voor de goede werking van de overeenkomst. Het Partnerschapscomité behandelt alle zaken die de Partnerschapsraad het comité voorlegt, evenals alle andere zaken die zich voordoen bij de dagelijkse uitvoering van de overeenkomst.

3.   Het Partnerschapscomité bestaat uit vertegenwoordigers van de partijen op hoog ambtelijk niveau.

4.   Zoals bepaald in artikel 363, lid 6, van de overeenkomst is het Partnerschapscomité bevoegd besluiten vast te stellen op de terreinen waarvoor de Partnerschapsraad bevoegdheden aan het comité heeft overgedragen en in de in de overeenkomst genoemde gevallen. Die besluiten zijn bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan. Het Partnerschapscomité stelt zijn besluiten vast in overleg tussen de partijen, mits die hun respectieve interne procedures hebben voltooid.

5.   Voor de toepassing van dit reglement van orde wordt onder "partijen" verstaan partijen in de zin van artikel 382 van de overeenkomst.

Artikel 2

Samenstelling

1.   Het Partnerschapscomité beraadslaagt en treedt op in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken bij de behandeling van aangelegenheden die betrekking hebben op titel VI (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van de overeenkomst.

2.   Wanneer het Partnerschapscomité voor de bespreking van onderwerpen met betrekking tot titel VI (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van de overeenkomst overeenkomstig artikel 363, lid 7, van de overeenkomst in een specifieke samenstelling voor handelsvraagstukken bijeenkomt, is het samengesteld uit hoge ambtenaren van de Europese Commissie en de Republiek Armenië die belast zijn met handel en daarmee verband houdende aangelegenheden. Het Partnerschapscomité wordt in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Europese Commissie of van de Republiek Armenië die belast is met handel en daarmee verband houdende aangelegenheden. De vergaderingen worden ook bijgewoond door een vertegenwoordiger van de Europese Dienst voor extern optreden.

Artikel 3

Delegaties

1.   De vertegenwoordigers van het Partnerschapscomité mogen worden vergezeld door ambtenaren. Vóór elke vergadering wordt de voorzitter van het Partnerschapscomité via het secretariaat van het Partnerschapscomité in kennis gesteld van de voorgenomen samenstelling van elke delegatie.

2.   In overeenstemming tussen de partijen kan het Partnerschapscomité vertegenwoordigers van andere organen van de partijen of onafhankelijke deskundigen op een bepaald gebied uitnodigen om als waarnemer deel te nemen aan zijn vergaderingen of om informatie te verschaffen over bepaalde onderwerpen. De partijen komen overeen onder welke voorwaarden die waarnemers aan de vergaderingen kunnen deelnemen.

3.   Vóór elke vergadering worden de partijen via het secretariaat van het Partnerschapscomité in kennis gesteld van de voorgenomen samenstelling van de delegaties die de vergadering bijwonen.

Artikel 4

Voorzitterschap

1.   Het Partnerschapscomité wordt beurtelings voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Europese Unie en een vertegenwoordiger van de Republiek Armenië.

2.   De partij die het voorzitterschap van de Partnerschapsraad bekleedt, bekleedt ook het voorzitterschap van het Partnerschapscomité.

Artikel 5

Vergaderingen

1.   Tenzij de partijen anders overeenkomen, vergadert het Partnerschapscomité regelmatig, en ten minste eenmaal per jaar. Op verzoek van een partij kunnen in overeenstemming tussen alle partijen bijzondere sessies van het Partnerschapscomité worden belegd.

2.   Een vergadering van het Partnerschapscomité wordt door de voorzitter bijeengeroepen op een door de partijen overeengekomen plaats en datum. De bijeenroeping wordt uiterlijk drie maanden vóór de vergadering door het secretariaat van het Partnerschapscomité aan de leden toegezonden, tenzij de partijen anders overeenkomen.

3.   Het Partnerschapscomité komt ten minste eenmaal per jaar en wanneer de omstandigheden zulks vereisen, bijeen in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken.

4.   Voor zover mogelijk wordt de jaarlijkse vergadering van het Partnerschapscomité ruim op tijd vóór de jaarlijkse vergadering van de Partnerschapsraad bijeengeroepen.

5.   Bij uitzondering en indien de delegatiehoofden zulks overeenkomen, kunnen de vergaderingen van het Partnerschapscomité plaatsvinden met behulp van overeengekomen technologische hulpmiddelen zoals videoconferentie.

Artikel 6

Secretariaat

1.   Een vertegenwoordiger van de Europese Dienst voor extern optreden en een vertegenwoordiger van het ministerie van Buitenlandse zaken van de Republiek Armenië treden gezamenlijk op als secretarissen van het Partnerschapscomité in zijn algemene samenstelling. Zij voeren gezamenlijk de secretariaatstaken uit, tenzij anders bepaald in dit reglement van orde, in een sfeer van wederzijds vertrouwen en samenwerking.

2.   Een ambtenaar van de Europese Commissie en een ambtenaar van de Republiek Armenië die belast zijn met handel en daarmee verband houdende aangelegenheden treden gezamenlijk op als secretarissen van het Partnerschapscomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken.

Artikel 7

Correspondentie

1.   De voor het Partnerschapscomité bestemde correspondentie wordt gericht aan de secretaris van een van de partijen, die op zijn beurt de andere secretaris inlicht.

2.   Het secretariaat van het Partnerschapscomité ziet erop toe dat de correspondentie die aan het Partnerschapscomité is gericht, naar de voorzitter van het Partnerschapscomité wordt doorgestuurd, en waar passend als in artikel 8 bedoelde documenten naar de vertegenwoordigers van het Partnerschapscomité wordt doorgestuurd.

3.   Het secretariaat stuurt mededelingen van de voorzitter namens hem aan de partijen. Die correspondentie wordt waar passend doorgestuurd naar de vertegenwoordigers van het Partnerschapscomité overeenkomstig artikel 8.

Artikel 8

Documenten

1.   Documenten worden doorgestuurd door de secretarissen van het Partnerschapscomité.

2.   Een partij stuurt de documenten aan de secretaris, die ze doorstuurt naar de secretaris van de andere partij.

3.   De secretaris van de Europese Unie stuurt de documenten door naar de betreffende vertegenwoordigers van de Europese Unie en stuurt de secretaris van de Republiek Armenië daarbij systematisch een kopie.

4.   De secretaris van de Republiek Armenië stuurt de documenten door naar de betreffende vertegenwoordigers van de Republiek Armenië en stuurt de secretaris van de Europese Unie daarbij systematisch een kopie.

Artikel 9

Vertrouwelijkheid

De vergaderingen van het Partnerschapscomité zijn niet openbaar, tenzij de partijen anders besluiten. Wanneer een partij aan het Partnerschapscomité informatie overlegt die zij als vertrouwelijk aanmerkt, behandelt de andere partij die informatie als zodanig.

Artikel 10

Agenda van de vergaderingen

1.   Het secretariaat van het Partnerschapscomité stelt op basis van voorstellen van de partijen voor elke vergadering van het Partnerschapscomité een ontwerpagenda op, alsmede een ontwerp van operationele conclusies zoals bepaald in artikel 11. Op de ontwerpagenda staan de punten waarvoor het secretariaat van het Partnerschapscomité van een partij een verzoek tot agendering heeft ontvangen.

2.   De ontwerpagenda wordt, samen met de bijbehorende stukken, uiterlijk één maand vóór de vergadering doorgestuurd overeenkomstig artikel 7.

3.   De agenda wordt bij het begin van iedere vergadering door het Partnerschapscomité goedgekeurd. Indien de partijen zulks overeenkomen, kan een punt dat niet op de voorlopige agenda staat, aan de agenda worden toegevoegd.

4.   Met instemming van de andere partij kan de voorzitter van het Partnerschapscomité vertegenwoordigers van andere organen van de partijen of onafhankelijke deskundigen op ad-hocbasis uitnodigen om een vergadering bij te wonen om informatie te verschaffen over bepaalde onderwerpen. De partijen zorgen ervoor dat dergelijke waarnemers of deskundigen de vertrouwelijkheidsvereisten in acht nemen.

5.   De voorzitter van het Partnerschapscomité kan in overleg met de partijen de in de lid 2 bepaalde termijnen inkorten indien bijzondere omstandigheden daartoe nopen.

Artikel 11

Notulen en operationele conclusies

1.   Van elke vergadering van het Partnerschapscomité worden door de secretarissen van Partnerschapscomité gezamenlijk ontwerpnotulen opgesteld binnen een termijn van één maand na de vergadering.

2.   In de notulen worden in het algemeen de volgende gegevens vermeld: de agenda, een lijst van de deelnemers aan de vergadering, met inbegrip van waarnemers of deskundigen die de vergadering hebben bijgewoond, en operationele conclusies van de vergadering, zoals bepaald in lid 4, en de notulen bevatten voor elk agendapunt:

a)

de bij het Partnerschapscomité ingediende documentatie;

b)

verklaringen die op verzoek van het Partnerschapscomité worden opgenomen in de notulen.

3.   De ontwerpnotulen worden tijdens de volgende vergadering ter goedkeuring aan het Partnerschapscomité voorgelegd. De ontwerpnotulen kunnen ook schriftelijk worden goedgekeurd. De ontwerpnotulen van het Partnerschapscomité in de samenstelling voor handelsvraagstukken worden binnen drie maanden na iedere vergadering goedgekeurd. Aan elk van de in artikel 7 bedoelde geadresseerden wordt een exemplaar gezonden.

4.   De secretaris van de partij die het voorzitterschap van het Partnerschapscomité bekleedt, stelt voor elke vergadering een ontwerp van operationele conclusies op. Het ontwerp van operationele conclusies wordt aan de delegaties gezonden, samen met de agenda, gewoonlijk uiterlijk zeven dagen vóór de volgende vergadering. Het ontwerp van operationele conclusies wordt tijdens de vergadering geactualiseerd, zodat het Partnerschapscomité tot slot van de vergadering, tenzij de partijen anders overeenkomen, zijn goedkeuring hecht aan de operationele conclusies, waarin de vervolgacties voor de partijen zijn opgenomen. Zodra zij zijn goedgekeurd, worden de operationele conclusies aan de notulen gehecht; de uitvoering ervan wordt geëvalueerd tijdens de volgende vergadering van het Partnerschapscomité. Het Partnerschapscomité stelt hiervoor een model op, waarin voor elk actiepunt een specifieke termijn wordt vermeld.

Artikel 12

Besluiten en aanbevelingen

1.   Het Partnerschapscomité is bevoegd om besluiten vast te stellen in de in de overeenkomst genoemde gevallen en op de terreinen waarvoor de Partnerschapsraad bevoegdheden heeft overgedragen aan het Partnerschapscomité. Besluiten en aanbevelingen worden in onderlinge overeenstemming tussen de partijen vastgesteld. Besluiten en aanbevelingen worden ondertekend door de voorzitter van het Partnerschapscomité en gewaarmerkt door de secretarissen van het Partnerschapscomité.

2.   Als de partijen zulks overeenkomen, kan het Partnerschapscomité besluiten of aanbevelingen bij schriftelijke procedure vaststellen. Elk besluit treedt in werking op de datum van vaststelling, tenzij in het besluit anders is bepaald. De schriftelijke procedure bestaat uit een uitwisseling van nota's tussen de secretarissen, die in samenspraak met de partijen handelen. In dat geval wordt de tekst van het voorstel overeenkomstig artikel 7 binnen 21 kalenderdagen schriftelijk meegedeeld. Binnen die termijn moeten voorbehouden worden gemaakt of gewenste wijzigingen worden gemeld. De voorzitter kan in overleg met de partijen de in dit lid bepaalde termijnen inkorten of verlengen indien bijzondere omstandigheden daartoe nopen. Na goedkeuring van de tekst wordt het besluit of de aanbeveling door de voorzitter ondertekend en gewaarmerkt door de secretarissen.

3.   De besluiten en aanbevelingen worden aan de partijen gezonden.

4.   Elke partij kan besluiten tot de bekendmaking van de besluiten en aanbevelingen van het Partnerschapscomité in haar publicatieblad of staatsblad.

Artikel 13

Rapportage

Het Partnerschapscomité brengt tijdens elke gewone vergadering van de Partnerschapsraad verslag uit over zijn activiteiten en over de activiteiten van zijn subcomités en andere organen.

Artikel 14

Talen

1.   De officiële talen van het Partnerschapscomité zijn de officiële talen van de partijen.

2.   De werktaal van het Partnerschapscomité is het Engels. Tenzij anders wordt besloten, beraadslaagt het Partnerschapscomité in het Engels en wordt de documentatie in die taal opgesteld. Elke partij kan op eigen kosten zorgen voor vertolking of vertaling in haar officiële talen.

Artikel 15

Onkosten

1.   Elke partij draagt de personeels-, reis- en verblijfskosten en de post- en telecommunicatiekosten die ze maakt voor deelname aan vergaderingen van de Partnerschapsraad.

2.   Uitgaven in verband met de organisatie van de vergaderingen en de reproductie van documenten komen ten laste van de partij die als gastheer voor de vergadering optreedt.

3.   Wanneer vertaling van documenten in de officiële talen van de Europese Unie nodig is, komen de kosten daarvan ten laste van de Europese Unie.

Artikel 16

Wijziging van het reglement van orde

Dit reglement van orde kan worden gewijzigd bij besluit van de Partnerschapsraad overeenkomstig artikel 11 van bijlage I.


BIJLAGE III

REGLEMENT VAN ORDE VAN DE SUBCOMITÉS EN ANDERE ORGANEN DIE DOOR DE PARTNERSCHAPSRAAD ZIJN INGESTELD

Artikel 1

1.   Op grond van artikel 364, lid 2, van de overeenkomst kan de Partnerschapsraad besluiten om op specifieke terreinen subcomités en andere organen in te stellen wanneer dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de overeenkomst en bepaalt de Partnerschapsraad de samenstelling, taken en werking van die subcomités en organen.

2.   De subcomités kunnen op hun respectieve bevoegdheidsterreinen onder andere:

a)

van gedachten wisselen over punten van gezamenlijk belang, met inbegrip van toekomstige maatregelen en de voor de uitvoering en toepassing daarvan benodigde middelen;

b)

regelmatig overleggen en toezicht houden op de uitvoering van de overeenkomst;

c)

praktische maatregelen en regelingen vaststellen over vraagstukken die onder de overeenkomst vallen;

d)

aanbevelingen doen;

e)

indien daartoe gemachtigd door de Partnerschapsraad, namens de Partnerschapsraad optreden bij de uitvoering van besluiten overeenkomstig artikel 1, lid 3, van het reglement van orde van de Partnerschapsraad.

Artikel 2

Vergaderingen

De vergaderingen van de subcomités en andere organen kunnen flexibel worden georganiseerd naargelang van de behoefte; zij kunnen in persona plaatsvinden in Brussel of in de Republiek Armenië, of bijvoorbeeld via videoconferentie. De subcomités en andere organen fungeren als platform om toezicht te houden op de vorderingen, om bepaalde vraagstukken en problemen met betrekking tot dat proces te bespreken en om aanbevelingen en operationele conclusies te formuleren.

Artikel 3

Secretariaat

Het secretariaat van het Partnerschapscomité ontvangt een kopie van alle relevante correspondentie, documenten en mededelingen met betrekking tot elk subcomité of orgaan.

Artikel 4

Tenzij in de overeenkomst anders is bepaald of in de Partnerschapsraad anders is overeengekomen, is het in bijlage II vastgestelde reglement van orde van het Partnerschapscomité van overeenkomstige toepassing op elk subcomité en elk ander orgaan, met uitzondering van de bepaling met betrekking tot de samenstelling.


BIJLAGE IV

LIJST VAN SUBCOMITÉS

1.

Subcomité Energie, vervoer, milieu, klimaatactie en civiele bescherming

2.

Subcomité Werkgelegenheid en sociale zaken, volksgezondheid, opleiding, onderwijs en jeugd, cultuur, informatiemaatschappij, audiovisueel beleid, wetenschap en technologie ("persoonlijke contacten")

3.

Subcomité Justitie, vrijheid en veiligheid

4.

Subcomité Economische samenwerking en andere daarmee verbonden sectoren


Top