This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 62015TN0737
Case T-737/15: Action brought on 18 December 2015 — Hydro Aluminium Rolled Products v Commission
Zaak T-737/15: Beroep ingesteld op 18 december 2015 — Hydro Aluminium Rolled Products/Commissie
Zaak T-737/15: Beroep ingesteld op 18 december 2015 — Hydro Aluminium Rolled Products/Commissie
PB C 59 van 15.2.2016, pp. 42–43
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
|
15.2.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 59/42 |
Beroep ingesteld op 18 december 2015 — Hydro Aluminium Rolled Products/Commissie
(Zaak T-737/15)
(2016/C 059/49)
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: Hydro Aluminium Rolled Products GmbH (Grevenbroich, Duitsland) (vertegenwoordigers: U. Karpenstein en K. Dingemann, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
|
— |
besluit (EU) 2015/1585 van de Europese Commissie van 25 november 2014 betreffende steunmaatregel SA.33995 (2013/C) (ex 2013/NN) van Duitsland ter ondersteuning van hernieuwbare elektriciteit en ter beperking van de EEG-heffing (hernieuwbare-energieheffing) voor energie-intensieve ondernemingen [C(2014) 8786 final] overeenkomstig artikel 264 VWEU nietig verklaren; |
|
— |
verweerster verwijzen in de kosten. |
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster drie middelen aan.
|
1. |
Eerste middel: geen financiering met staatsmiddelen Verzoekster betoogt dat verweerster ten onrechte heeft aangenomen dat de uitzondering ten gunste van energie-intensieve ondernemingen waarin het Erneuerbare-Energien-Gesetz 2012 (wet betreffende hernieuwbare energie 2012; hierna: „EEG 2012”) voorziet, wordt bekostigd met „staatsmiddelen” in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU. De EEG-heffing wordt namelijk enkel door particulieren betaald en de geïnde middelen kunnen de staat evenmin worden toegerekend, aangezien zij niet onder voortdurend toezicht van de overheid staan en deze er dus niet over kan beschikken. |
|
2. |
Tweede middel: geen selectiviteit Verzoekster voert aan dat de bijzondere compensatieregeling niet — zoals artikel 107, lid 1, VWEU vereist — selectief is, maar in het stelsel van de EEG-regeling een logische en aan dit stelsel inherente uitzondering vormt. |
|
3. |
Derde middel: schending van het vertrouwensbeginsel Met dit middel wordt betoogd dat verweerster bij verzoekster een gewettigd vertrouwen heeft gewekt doordat zij de — haar bekende — EEG-regeling meer dan tien jaar lang niet heeft getoetst aan de regels inzake staatssteun. Bovendien heeft verweerster afgezien van de terugvordering van vergelijkbare steunmaatregelen in andere lidstaten. |