This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52012IP0128
Negotiations of the EU-Armenia Association Agreement European Parliament resolution of 18 April 2012 containing the European Parliament’s recommendations to the Council, the Commission and the European External Action Service on the negotiations of the EU-Armenia Association Agreement (2011/2315(INI))
Onderhandelingen over de associatieovereenkomst EU-Armenië Resolutie van het Europees Parlement van 18 april 2012 met aanbevelingen van het Europees Parlement aan de Raad, de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden inzake de onderhandelingen over de associatieovereenkomst EU-Armenië (2011/2315(INI))
Onderhandelingen over de associatieovereenkomst EU-Armenië Resolutie van het Europees Parlement van 18 april 2012 met aanbevelingen van het Europees Parlement aan de Raad, de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden inzake de onderhandelingen over de associatieovereenkomst EU-Armenië (2011/2315(INI))
PB C 258E van 7.9.2013, pp. 44–50
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
|
7.9.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
CE 258/44 |
Woensdag 18 april 2012
Onderhandelingen over de associatieovereenkomst EU-Armenië
P7_TA(2012)0128
Resolutie van het Europees Parlement van 18 april 2012 met aanbevelingen van het Europees Parlement aan de Raad, de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden inzake de onderhandelingen over de associatieovereenkomst EU-Armenië (2011/2315(INI))
2013/C 258 E/04
Het Europees Parlement,
|
— |
gezien de lopende onderhandelingen tussen de EU en Armenië over de associatieovereenkomst, |
|
— |
gezien de conclusies van de Raad over Armenië van 10 mei 2010 waarin de onderhandelingsrichtsnoeren worden goedgekeurd, |
|
— |
gezien de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen Armenië en de Europese Unie die op 1 juli 1999 in werking is getreden, |
|
— |
gezien de gezamenlijke verklaring inzake een mobiliteitspartnerschap tussen de EU en Armenië van 27 oktober 2011, |
|
— |
gezien het gemeenschappelijk actieplan in het kader van het Europees nabuurschapsbeleid (ENB) dat op 14 november 2006 is goedgekeurd en de gezamenlijke mededeling over "Inspelen op de veranderingen in onze buurlanden" van 25 mei 2011, |
|
— |
gezien de gezamenlijke verklaring op de top van het Oostelijk Partnerschap die op 7 mei 2009 in Praag werd gehouden, |
|
— |
gezien de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken over het Oostelijk Partnerschap van 25 oktober 2010, |
|
— |
gezien de gezamenlijke verklaring op de top van het Oostelijk Partnerschap die op 29 en 30 september 2011 in Warschau werd gehouden, |
|
— |
gezien de oprichtingsakte van de Parlementaire Vergadering van de EU voor het Oostelijk Nabuurschap (Euronest) van 3 mei 2011, |
|
— |
gezien de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken van 27 februari 2012 over de zuidelijke Kaukasus, |
|
— |
gezien zijn resolutie van 13 maart 2008 over Armenië (1), |
|
— |
gezien zijn resolutie van 20 mei 2010 inzake de noodzaak van een EU-strategie voor de zuidelijke Kaukasus (2), |
|
— |
gezien zijn resolutie van 20 januari 2011 over een EU-strategie voor het Zwarte-Zeegebied (3), en zijn resolutie van 17 januari 2008 over een regionale beleidsaanpak voor het Zwarte-Zeegebied (4), |
|
— |
gezien zijn resolutie van 7 april 2011 over de herziening van het Europees nabuurschapsbeleid – de oostelijke dimensie (5) en zijn resolutie van 14 december 2011 over de herziening van het Europees nabuurschapsbeleid (6), |
|
— |
gezien Besluit nr. 2011/518/GBVB van de Raad van 25 augustus 2011 houdende benoeming van de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie voor de zuidelijke Kaukasus en de crisis in Georgië (7), |
|
— |
gezien het voortgangsverslag van de Commissie over Armenië, dat op 25 mei 2011 is goedgekeurd, |
|
— |
gezien de derde ronde van de mensenrechtendialoog tussen de EU en Armenië die plaatsvond op 6 december 2011, |
|
— |
gezien de algemene amnestie die op 26 mei 2011 door het Armeense parlement werd goedgekeurd op voorstel van president Sargsyan, |
|
— |
gezien de verklaring die de presidenten van Armenië, Azerbeidzjan en de Russische Federatie op 2 november 2008 in Moskou hebben ondertekend, |
|
— |
gezien de gemeenschappelijke verklaring die de presidenten van Armenië, Azerbeidzjan en de Russische Federatie op 23 januari 2012 in Sotsji hebben ondertekend, |
|
— |
gezien artikel 90, lid 4, en artikel 48 van zijn Reglement, |
|
— |
gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken (A7-0079/2012), |
|
A. |
overwegende dat het Oostelijk Partnerschap voorziet in een politiek kader om de bilaterale betrekkingen te versterken door middel van nieuwe associatieovereenkomsten, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke situatie en ambities van het partnerland en het strategische belang van de EU bij de stabiliteit en democratische ontwikkeling van de regio; |
|
B. |
overwegende dat associatieovereenkomsten een passend kader vormen voor verdieping van de betrekkingen, door meer politieke samenwerking, sociaaleconomische integratie en onderlinge afstemming van wetgeving met de EU en nauwere culturele betrekkingen; |
|
C. |
overwegende dat, in dit verband, de multilaterale dimensie van het Oostelijk Partnerschap de bilaterale dimensie aanvult en hier onlosmakelijk mee verbonden is en dat deze multilaterale dimensie tegelijkertijd met de lopende onderhandelingen van associatieovereenkomsten ontwikkeld dient te worden om de weg te bereiden voor volledige tenuitvoerlegging van deze overeenkomsten en de basis te creëren voor werkelijke regionale samenwerking zoals bedoeld in de aan het Europees nabuurschapsbeleid ten grondslag liggende beginselen; |
|
D. |
overwegende dat de actieve inzet van Armenië voor gedeelde waarden en beginselen, waaronder democratie, de rechtsstaat, goed bestuur en eerbiediging van de mensenrechten van wezenlijk belang is voor de voortgang van het proces en voor het welslagen van de onderhandelingen en de hierop volgende tenuitvoerlegging van de associatieovereenkomst; |
|
E. |
overwegende dat de Armeense autoriteiten herhaaldelijk hebben verklaard bereid te zijn deze waarden te respecteren en zich daarbij hebben beroepen op hun Europese ambities; overwegende dat de retoriek niet altijd in overeenstemming was met de werkelijkheid voor wat betreft het tempo van de hervormingen; overwegende dat de actieve deelname van Armenië aan multilaterale parlementaire samenwerking in het kader van Euronest, dat de vier thematische platforms van het Oostelijk Partnerschap bestrijkt, goed illustreert dat het land zich wenst te houden aan de Europese waarden en beginselen, over het belang waarvan in de Armeense samenleving brede publieke consensus bestaat; |
|
F. |
overwegende dat het nog steeds niet opgeloste conflict rond Nagorno-Karabach de stabiliteit en ontwikkeling van Armenië en de zuidelijke Kaukasus ondermijnt; overwegende dat de EU in haar gezamenlijke mededeling getiteld "Inspelen op de veranderingen in onze buurlanden" haar ambitie kenbaar heeft gemaakt om een pro-actievere rol te spelen bij het oplossen van conflicten in de zuidelijke Kaukasus en om haar betrokkenheid te vergroten, zowel door de bestaande onderhandelingsorganen te ondersteunen als door nieuwe initiatieven voor te stellen; overwegende dat voor de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de zuidelijke Kaukasus een belangrijke rol is weggelegd bij de totstandkoming van een vreedzame oplossing voor het conflict in de regio; |
|
G. |
overwegende dat de bezetting van grondgebieden die aan een derde land toebehoren een inbreuk vormt op het internationaal recht en in tegenspraak is met de grondbeginselen van het Europees nabuurschapsbeleid, waardoor het gehele project van het Oostelijk Partnerschap in gevaar wordt gebracht; |
|
H. |
overwegende dat er uiterst verontrustende rapporten bestaan over illegale activiteiten door Armeense troepen in de bezette Azerbeidzjaanse gebieden, zoals met name geregelde militaire manoeuvres, vernieuwing van militair materiaal en personeel en versterking van verdedigingsechelons; |
|
I. |
overwegende dat een correct verloop, in overeenstemming met internationale en Europese normen, van de aanstaande parlementsverkiezingen die op 6 mei 2012 zullen plaatsvinden, van zeer groot belang is voor de verdere ontwikkeling van de betrekkingen tussen de EU en Armenië, en overwegende dat de verkiezingen overeenkomstig de nieuwe Armeense kieswet zullen worden gehouden; |
|
J. |
overwegende dat er bij de onderhandelingen tussen de EU en Armenië over de associatieovereenkomst goede vooruitgang wordt geboekt en dat die vooruitgang een stimulans vormt voor interne hervormingen; |
|
1. |
beveelt de Raad, de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden aan dat zij:
|
|
2. |
verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie met aanbevelingen van het Europees Parlement te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Europese Dienst voor extern optreden en Armenië. |
(1) PB C 66 E van 20.3.2009, blz. 67.
(2) PB C 161 E van 31.5.2011, blz. 136.
(3) Aangenomen teksten, P7_TA(2011)0025.
(4) PB C 41 E van 19.2.2009, blz. 64.
(5) Aangenomen teksten, P7_TA(2011)0153.
(6) Aangenomen teksten, P7_TA(2011)0576.
(7) PB L 221 van 27.8.2011, blz. 5.