This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32020R0990
Commission Delegated Regulation (EU) 2020/990 of 28 April 2020 supplementing Regulation (EU) 2016/429 of the European Parliament and of the Council, as regards animal health and certification requirements for movements within the Union of aquatic animals and products of animal origin from aquatic animals (Text with EEA relevance)
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/990 van de Commissie van 28 april 2020 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de diergezondheids- en certificeringsvoorschriften voor verplaatsingen binnen de Unie van waterdieren en producten van dierlijke oorsprong van waterdieren (Voor de EER relevante tekst)
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/990 van de Commissie van 28 april 2020 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de diergezondheids- en certificeringsvoorschriften voor verplaatsingen binnen de Unie van waterdieren en producten van dierlijke oorsprong van waterdieren (Voor de EER relevante tekst)
C/2020/2568
PB L 221 van 10.7.2020, pp. 42–63
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
In force
|
10.7.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 221/42 |
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2020/990 VAN DE COMMISSIE
van 28 april 2020
tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de diergezondheids- en certificeringsvoorschriften voor verplaatsingen binnen de Unie van waterdieren en producten van dierlijke oorsprong van waterdieren
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (“diergezondheidswetgeving”) (1), en met name artikel 192, lid 2, artikel 197, lid 3, artikel 201, lid 3, artikel 202, lid 3, artikel 205, lid 2, artikel 211, lid 1, artikel 213, lid 1, artikel 216, lid 4, artikel 218, lid 3, artikel 221, lid 1, artikel 222, lid 3, artikel 223, lid 6, en artikel 224, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EU) 2016/429 bevat regels voor de preventie en bestrijding van dierziekten die op dieren of mensen kunnen worden overgedragen, met inbegrip van regels voor de indeling in categorieën van de in de lijst opgenomen ziekten die voor de Unie van belang zijn. In artikel 5 van die verordening wordt bepaald dat de ziektespecifieke voorschriften voor de preventie en bestrijding van ziekten van toepassing zijn op de in de lijst opgenomen ziekten die in dat artikel en in bijlage II bij die verordening worden genoemd. Aangezien voor in de lijst opgenomen ziekten verschillende soorten beheersmaatregelen nodig zijn, bevat artikel 9 van Verordening (EU) 2016/429 regels inzake preventie en bestrijding van ziekten die rekening houden met de mogelijke ernst van de gevolgen die de verschillende soorten in de lijst opgenomen ziekten voor de volks- en diergezondheid, de economie, de maatschappij en het milieu kunnen hebben. |
|
(2) |
In artikel 9, lid 1, onder a) tot en met e), van Verordening (EU) 2016/429 wordt verwezen naar de verschillende soorten in de lijst opgenomen ziekten en wordt rekening gehouden met de mogelijke risico’s die gevallen van die in de lijst opgenomen ziekten inhouden. In artikel 9, lid 1, onder d), van die verordening wordt bovendien bepaald dat in de lijst opgenomen ziekten zoals bedoeld in artikel 9, lid 1, onder a), b) en c), eveneens moeten worden aangemerkt als in de lijst opgenomen ziekten uit hoofde van artikel 9, lid 1, onder d), indien het door de desbetreffende ziekte gestelde risico doeltreffend en proportioneel kan worden beperkt door maatregelen met betrekking tot de verplaatsingen van dieren en producten. Met dit onderscheid tussen de verschillende categorieën in de lijst opgenomen ziekten moet rekening worden gehouden in de regels die in deze verordening worden vastgesteld met betrekking tot de verplaatsing binnen de Unie van waterdieren en andere producten van dierlijke oorsprong van waterdieren dan levende waterdieren. |
|
(3) |
In deel IV, titel II, hoofdstukken 2 en 3, van Verordening (EU) 2016/429 zijn ziektespecifieke voorschriften vastgesteld die van toepassing zijn op ziekten van categorie D en op soorten die voor die ziekten in de lijst zijn opgenomen, alsook regels in verband met nieuwe ziekten. Die bepalingen bevatten ook de diergezondheidsvoorschriften voor de verplaatsing binnen de Unie van waterdieren, met inbegrip van voor menselijke consumptie bestemde waterdieren, en van producten van dierlijke oorsprong van waterdieren om de verspreiding van in de lijst opgenomen en nieuwe ziekten in de Unie te voorkomen en te beheersen. |
|
(4) |
De Commissie is krachtens deel IV, titel II, hoofdstukken 2 en 3, van Verordening (EU) 2016/429 ook bevoegd om regels vast te stellen om bepaalde niet-essentiële elementen van die verordening door middel van gedelegeerde handelingen aan te vullen. Om de goede werking van het bij die verordening vastgestelde nieuwe rechtskader voor de bestrijding en preventie van dierziekten te waarborgen, moeten dergelijke aanvullende regels worden vastgesteld. Aangezien tussen deze aanvullende regels wezenlijke verbanden bestaan, moeten zij omwille van de eenvoud en de transparantie en om de toepassing ervan te vergemakkelijken, in één enkele handeling worden vastgelegd in plaats van in verschillende afzonderlijke handelingen die veel kruisverwijzingen zouden bevatten en een risico op overlapping zouden inhouden. |
|
(5) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 van de Commissie (2) zijn de in artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2016/429 bedoelde in de lijst opgenomen ziekten opgedeeld in ziekten van categorieën A, B, C, D en E. Op grond van die uitvoeringsverordening zijn de in artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2016/429 genoemde regels voor de preventie en bestrijding van in de lijst opgenomen ziekten van toepassing op de categorieën in de lijst opgenomen ziekten voor de in de lijst opgenomen soorten en groepen soorten zoals vermeld in de in die uitvoeringsverordening opgenomen tabel. Die tabel bevat onder andere soorten en groepen soorten waterdieren en vectorsoorten voor waterdierziekten. |
|
(6) |
De in deze verordening vastgestelde regels en risicobeperkingsmaatregelen moeten de diergezondheidsvoorschriften van Verordening (EU) 2016/429 aanvullen wat betreft de verplaatsing binnen de Unie van waterdieren, met inbegrip van voor menselijke consumptie bestemde waterdieren, en producten van dierlijke oorsprong van aquacultuurdieren om ervoor te zorgen dat die producten geen significant risico inhouden op de verspreiding van de aquatische ziekten die in bijlage II bij Verordening (EU) 2016/429 zijn opgenomen en die vervolgens in Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 zijn gedefinieerd als ziekten van categorie D, die naargelang het geval ziekten van categorieën A, B en C omvatten. Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689 van de Commissie (3) bevat regels betreffende verplichte en optionele uitroeiingsprogramma’s voor specifieke in de lijst opgenomen ziekten. Bepaalde lidstaten passen uitroeiingsprogramma’s voor ziekten van categorieën B en C toe om die in de lijst opgenomen ziekten uit te roeien of om aan te tonen dat zij ten aanzien van die in de lijst opgenomen ziekten de ziektevrije status hebben. Rekening houdend met die programma’s moet worden bepaald dat verplaatsingen van waterdieren en andere producten van dierlijke oorsprong van aquacultuurdieren dan levende aquacultuurdieren van soorten die voor de desbetreffende ziekte van categorie B of C in de lijst zijn opgenomen, daarom alleen mogen worden toegestaan als zij het slagen van die uitroeiingsprogramma’s niet in het gedrang brengen of als ten aanzien van die in de lijst opgenomen ziekten de ziektevrije status is bereikt. |
|
(7) |
Wat ziekten van categorie C betreft, mogen exploitanten van inrichtingen waarvoor geen optioneel uitroeiingsprogramma geldt bovendien een vrijwillig bewakingsprogramma voor een specifieke ziekte van categorie C uitvoeren overeenkomstig de regels van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689. Die inrichtingen zullen niet ziektevrij worden verklaard, maar zullen wel het voordeel hebben dat zij alleen verplaatsingen zullen ontvangen van aquacultuurdieren van voor de desbetreffende ziekte van categorie C in de lijst opgenomen soorten, die het slagen van het bewakingsprogramma niet in het gedrang brengen. |
|
(8) |
In deze verordening moeten daarom de aanvullende regels voor de verplaatsing van waterdieren en producten van dierlijke oorsprong daarvan worden vastgesteld die nodig zijn om het slagen van die uitroeiings- en bewakingsprogramma’s te waarborgen in de lidstaten, zones of compartimenten waar zij worden uitgevoerd alsook in lidstaten, zones en compartimenten die de ziektevrije status hebben bereikt. |
|
(9) |
In artikel 192 van Verordening (EU) 2016/429 worden ziektepreventiemaatregelen voor het vervoer van waterdieren vastgesteld en wordt aan de Commissie de bevoegdheid verleend om aanvullende regels vast te stellen voor de reiniging en ontsmetting van de voor waterdieren gebruikte vervoermiddelen, waterverversing, waterafvoer en biobeveiligingsmaatregelen teneinde de mogelijke risico’s die met het vervoer van die waterdieren binnen de Unie verbonden zijn, te beperken. In deze verordening moeten daarom nadere voorschriften worden vastgesteld voor het vervoer van waterdieren, met inbegrip van het vervoer met een schip met leeftank. |
|
(10) |
In Verordening (EU) 2016/429 wordt bepaald dat zendingen waterdieren van in de lijst opgenomen soorten die worden binnengebracht in een gebied met ziektevrije status of in een gebied waarvoor een uitroeiingsprogramma geldt, vergezeld moeten gaan van een diergezondheidscertificaat, behalve in bepaalde zeer specifieke omstandigheden. Aangezien bepaalde zendingen commercieel worden vervoerd in gemengde partijen die van verschillende diergezondheidscertificaten vergezeld kunnen gaan, is het van essentieel belang om ervoor te zorgen dat elke zending op haar beoogde plaats van bestemming wordt gelost. De etikettering van zendingen op een zodanige wijze dat het etiket de zending waterdieren duidelijk aan het overeenkomstige diergezondheidscertificaat linkt, is een noodzakelijke risicobeperkende stap om de traceerbaarheid te waarborgen en ervoor te zorgen dat enkel zendingen die naar behoren zijn gecertificeerd om naar ziektevrije gebieden te worden verzonden, in die gebieden terechtkomen. In deze verordening moeten daarom aanvullende regels voor de etikettering van dergelijke zendingen worden vastgesteld. |
|
(11) |
In artikel 197 van Verordening (EU) 2016/429 is bepaald dat aquacultuurdieren van in de lijst opgenomen soorten die relevant zijn voor ziekten van categorieën B en C, uit gebieden met ziektevrije status afkomstig moeten zijn als zij bestemd zijn voor lidstaten, zones of compartimenten die vrij zijn van die in de lijst opgenomen ziekten of waarvoor een uitroeiingsprogramma voor die in de lijst opgenomen soorten geldt. In bepaalde situaties zijn dergelijke beperkingen echter niet te rechtvaardigen op basis van de risico’s voor de diergezondheid. Deze verordening moet daarom voorzien in een afwijking van de in artikel 197 van Verordening (EU) 2016/429 vastgestelde beperkingen en waarborgen dat de nodige risicobeperkingsmaatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat dergelijke verplaatsingen van aquacultuurdieren de gezondheidsstatus en de geldende uitroeiingsprogramma’s niet in gevaar brengen. |
|
(12) |
Er moeten ook aanvullende regels worden vastgesteld die voorzien in afwijkingen voor levende waterdieren van in de lijst opgenomen soorten die voor menselijke consumptie bestemd zijn en die naar een ziektevrij(e) lidstaat, zone of compartiment of naar een lidstaat, zone of compartiment waarvoor een uitroeiingsprogramma geldt, worden verplaatst en die niet afkomstig zijn uit een ziektevrij(e) lidstaat, zone of compartiment. In dergelijke gevallen kunnen die waterdieren behoren tot soorten die als vectorsoorten in de vierde kolom van de tabel in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 worden vermeld, maar niet in contact zijn gekomen met de in de derde kolom van die tabel vermelde in de lijst opgenomen soorten die vatbaar zijn voor de desbetreffende in de lijst opgenomen ziekte, en dus niet als vectoren worden beschouwd. Een andere mogelijkheid is dat die waterdieren bestemd zijn om in een ziektebestrijdende inrichting voor aquatische levensmiddelen te worden geslacht en verwerkt, nadat de bevoegde autoriteit de verplaatsing ervan heeft toegestaan uit een gebied waarvoor ziektebestrijdingsmaatregelen gelden ten aanzien van een in de lijst opgenomen of nieuwe ziekte. In deze verordening moet worden bepaald dat er aanvullende risicobeperkingsmaatregelen in verband met de verpakking en etikettering overeenkomstig Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad (4) moeten worden toegepast op voor menselijke consumptie bestemde week- en schaaldieren, zodat die waterdieren naar een gebied met ziektevrije status of een gebied waarvoor een uitroeiingsprogramma geldt, kunnen worden verplaatst zonder dat dit een risico op de verspreiding van een relevante in de lijst opgenomen of nieuwe ziekte inhoudt. |
|
(13) |
Er moeten ook aanvullende regels worden vastgesteld voor de verplaatsing van aquacultuurdieren van in de lijst opgenomen soorten naar geconsigneerde aquacultuurinrichtingen. Het moet toegestaan zijn om aquacultuurdieren die behoren tot vectorsoorten die in de vierde kolom van de tabel in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 worden vermeld en die niet in contact zijn gekomen met de in de derde kolom van diezelfde tabel vermelde vatbare soorten, alsook aquacultuurdieren die in een overeenkomstig artikel 15 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/691 van de Commissie (5) erkende inrichting of in een andere geconsigneerde inrichting, met inbegrip van de inrichting van bestemming, in quarantaine zijn gehouden, naar geconsigneerde inrichtingen te verplaatsen. Aangezien voor de onderlinge uitwisseling van aquacultuurdieren tussen geconsigneerde inrichtingen minder verplaatsingsvoorschriften gelden dan voor andere typen aquacultuurinrichtingen, is het belangrijk dat de in deze verordening vastgestelde specifieke regels en afwijkingen waarborgen dat dergelijke verplaatsingen waarbij geconsigneerde inrichtingen betrokken zijn, geen risico op de verspreiding van in de lijst opgenomen of nieuwe ziekten vormen. |
|
(14) |
Wilde waterdieren zijn een belangrijke hulpbron die beschermd moet worden. Derhalve geeft artikel 199 van Verordening (EU) 2016/429 de lidstaten de mogelijkheid om voor te schrijven dat alleen waterdieren uit ziektevrije gebieden in het wild mogen worden vrijgelaten, ook als de wateren waarin de dieren worden vrijgelaten, geen ziektevrije status hebben. In artikel 205, lid 2, van die verordening wordt aan de Commissie bovendien de bevoegdheid verleend om gedelegeerde handelingen vast te stellen die aanvullende regels bevatten voor de verplaatsing van waterdieren met het oog op sportvisserij, onder meer op aas voor de visvangst. In deze verordening moeten daarom aanvullende regels worden vastgesteld betreffende een procedure waarmee de lidstaten die mogelijkheid kunnen verwezenlijken. Aangezien op grond van Verordening (EU) 2016/429 geen diergezondheidscertificering vereist is voor dergelijke verplaatsingen van zendingen waterdieren naar gebieden die niet ziektevrij zijn, moeten in deze verordening regels worden vastgesteld om ervoor te zorgen dat de bevoegde autoriteiten in beide lidstaten de verplaatsingen van die zendingen kunnen traceren. |
|
(15) |
Levend visaas dat met een in de lijst opgenomen of nieuwe aquatische ziekte besmet is, vormt een groot ziekterisico voor wilde waterdieren en dus mogelijk ook voor aquacultuurdieren. Daarom moet, om dat risico aan te pakken, in deze verordening worden bepaald dat levend visaas uitsluitend afkomstig mag zijn uit een gebied met ziektevrije status als het bestemd is om te worden gebruikt in een lidstaat, zone of compartiment met ziektevrije status of in lidstaten die de in artikel 199 van Verordening (EU) 2016/429 bedoelde maatregelen hebben getroffen. |
|
(16) |
De artikelen 208 en 209 van Verordening (EU) 2016/429 bevatten regels met betrekking tot de typen verplaatsingen van waterdieren die moeten worden gecertificeerd. Uit de ervaring die bij de toepassing van de in Richtlijn 2006/88/EG van de Raad (6) vastgestelde regels is opgedaan, is echter gebleken dat in een zeer beperkt aantal specifieke omstandigheden met de toestemming van de Commissie en de betrokken lidstaten kan worden afgeweken van de in de artikelen 208 en 209 van Verordening (EU) 2016/429 vastgestelde regels wat ziekten van categorie C betreft. In deze verordening moeten daarom de voorwaarden worden vastgesteld waaronder zendingen waterdieren van in de lijst opgenomen soorten niet van een diergezondheidscertificaat vergezeld hoeven te gaan wanneer zij voor ziektevrije lidstaten bestemd zijn. |
|
(17) |
Exploitanten geven overeenkomstig artikel 218 van Verordening (EU) 2016/429 documenten met eigen verklaring af voor zendingen die bestemd zijn om tussen lidstaten te worden verplaatst maar die niet van een diergezondheidscertificaat vergezeld hoeven te gaan. Er moeten regels worden vastgesteld betreffende de informatie die dergelijke documenten met eigen verklaring moeten bevatten om de traceerbaarheid van zendingen te waarborgen en veilige handel te ondersteunen. Documenten met eigen verklaring hebben een toegevoegde waarde wat betreft verplaatsingen van aquacultuurdieren tussen aquacultuurinrichtingen waar bewakingsprogramma’s voor (een) ziekte(n) van categorie C worden uitgevoerd. In deze verordening moet daarom worden bepaald dat documenten met eigen verklaring de nodige informatie moeten bevatten om te bevestigen dat de aquacultuurinrichting van oorsprong aan een bewakingsprogramma deelneemt en dat er geen vermoeden of bevestiging van de aanwezigheid van die ziekte(n) van categorie C in de aquacultuurinrichting is. |
|
(18) |
Om aan de in artikel 216, lid 3, van Verordening (EU) 2016/429 vastgestelde regels betreffende diergezondheidscertificering te voldoen, moet de officiële dierenarts documentencontroles en een klinische inspectie en, in voorkomend geval, klinische onderzoeken uitvoeren in de aquacultuurinrichting van oorsprong, alvorens het diergezondheidscertificaat te ondertekenen. Het doel van die controles is te waarborgen dat er geen aanwijzingen zijn dat er in de aquacultuurinrichting een in de lijst opgenomen of nieuwe ziekte aanwezig is en veilige handel mogelijk te maken. In deze verordening moeten daarom aanvullende regels betreffende die controles worden vastgesteld. |
|
(19) |
Bij bepaalde categorieën aquacultuurdieren, zoals eieren en weekdieren, zijn klinische tekenen van ziekte minder opvallend. Derhalve zou het een onverantwoord gebruik van middelen zijn om te eisen dat dergelijke categorieën aquacultuurdieren vóór elke verplaatsing vanuit een aquacultuurinrichting worden onderworpen aan een klinische inspectie. Deze verordening moet daarom voorzien in een afwijking van de vereiste dat klinische inspecties van eieren en weekdieren moeten worden uitgevoerd telkens zij moeten worden gecertificeerd, op voorwaarde dat bepaalde controles worden uitgevoerd in verband met de documentatie, de datum van de vorige klinische inspectie van de in de aquacultuurinrichting gehouden aquacultuurdieren en de nadere gegevens over verplaatsingen naar de inrichting. |
|
(20) |
Uit de ervaring die bij de toepassing van Richtlijn 2006/88/EG is opgedaan, blijkt dat deze verordening ook moet voorzien in bepaalde andere afwijkingen van de vereiste om binnen 72 uur vóór het tijdstip van verzending een klinische inspectie uit te voeren. Deze afwijkingen zijn bedoeld om de bevoegde autoriteit de flexibiliteit te bieden om de klinische inspectie binnen een periode van zeven dagen vóór het tijdstip van verzending uit te voeren in bepaalde specifieke omstandigheden waarin de waarschijnlijkheid van het verschijnen van ziektesymptomen of het risico op verspreiding van een in de lijst opgenomen of nieuwe ziekte als laag wordt ingeschat. |
|
(21) |
De artikelen 219 en 220 van Verordening (EU) 2016/429 bevatten de voor exploitanten, met uitzondering van vervoerders, en voor de bevoegde autoriteiten in de lidstaten geldende verplichtingen om verplaatsingen van waterdieren tussen lidstaten van te voren te melden. In deze verordening moeten aanvullende regels worden vastgesteld betreffende de informatie die exploitanten voorafgaand aan een dergelijke verplaatsing aan de bevoegde autoriteit moeten verstrekken en betreffende de informatie die de bevoegde autoriteit in de lidstaat van oorsprong moet verstrekken aan de bevoegde autoriteit in de lidstaat van bestemming. Deze verplichting om verplaatsingen tussen lidstaten van te voren te melden, moet zowel voor aquacultuurdieren als voor wilde waterdieren gelden. |
|
(22) |
Er moeten regels worden vastgesteld betreffende de informatie die op voorhand moet worden verstrekt in het geval van verplaatsingen van aquacultuurdieren van in de lijst opgenomen soorten tussen een inrichting in een lidstaat die aan een bewakingsprogramma voor een bepaalde ziekte van categorie C deelneemt en een inrichting in een andere lidstaat die aan een bewakingsprogramma voor dezelfde ziekte van categorie C deelneemt, zodat de inrichting van bestemming aquacultuurdieren met de passende gezondheidsstatus ontvangt. In deze verordening moeten daarom regels worden vastgesteld betreffende de informatie die de exploitant van de inrichting van oorsprong aan de bevoegde autoriteit in de lidstaat van oorsprong moet verstrekken en betreffende de informatie die de bevoegde autoriteit moet verstrekken aan de bevoegde autoriteit in de lidstaat van bestemming. |
|
(23) |
Aangezien de kennisgeving van verplaatsingen tussen lidstaten een belangrijke stap is in de waarborging van de traceerbaarheid van waterdieren en andere producten van dierlijke oorsprong van aquacultuurdieren dan levende aquacultuurdieren alsook in de ondersteuning van veilige handel, moeten in deze verordening nadere regels worden vastgesteld betreffende de voorschriften voor voorafgaande kennisgeving, met inbegrip van nadere voorschriften betreffende de informatie die exploitanten moeten verstrekken, alsook noodprocedures voor die kennisgevingen. In artikel 219, lid 2, artikel 220, lid 2, en artikel 221, lid 1, van Verordening (EU) 2016/429 en artikel 46 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1715 van de Commissie (7) wordt de informatie beschreven die de exploitanten en de bevoegde autoriteiten in verband met dergelijke kennisgevingen moeten verstrekken alsook de noodprocedures die de bevoegde autoriteit moet instellen voor het geval zich stroomonderbrekingen of andere storingen van Traces voordoen. |
|
(24) |
Op grond van artikel 222, lid 3, van Verordening (EU) 2016/429 moet de Commissie gedelegeerde handelingen vaststellen met betrekking tot de verplichtingen van exploitanten wat betreft verplaatsingen van andere producten van dierlijke oorsprong van waterdieren dan levende waterdieren, met inbegrip van de risicobeperkingsmaatregelen die op de plaats van oorsprong en op de plaats van bestemming moeten worden toegepast op die producten. In artikel 222, lid 4, van die verordening wordt bepaald dat de in dat artikel vastgestelde regels niet van toepassing zijn op producten van dierlijke oorsprong van in het wild levende waterdieren die voor rechtstreekse menselijke consumptie zijn verzameld of gevangen. Derhalve moeten de in deze verordening vastgestelde aanvullende regels uitsluitend op producten van dierlijke oorsprong van aquacultuurdieren van toepassing zijn en moeten zij maatregelen omvatten die moeten worden genomen wanneer bepaalde andere producten van dierlijke oorsprong van aquacultuurdieren van in de lijst opgenomen soorten dan levende aquacultuurdieren in een gebied met ziektevrije status worden binnengebracht voor verdere verwerking of wanneer de bevoegde autoriteit de verplaatsing ervan uit een aan noodmaatregelen of verplaatsingsbeperkingen onderworpen inrichting of zone heeft toegestaan. De aanvullende regels moeten ook de voorschriften inzake diergezondheidscertificering en kennisgeving omvatten die op dergelijke verplaatsingen van toepassing moeten zijn om de traceerbaarheid van die producten te waarborgen. |
|
(25) |
De regels betreffende de verplaatsing van levende waterdieren die in deze verordening worden vastgesteld, moeten betrekking hebben op de in de derde en vierde kolom van de tabel in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 vermelde soorten, met bepaalde afwijkingen voor de in de vierde kolom vermelde vectorsoorten. Gezien het lagere risico dat andere producten van dierlijke oorsprong van aquacultuurdieren dan levende aquacultuurdieren inhouden, moeten de in deze verordening vastgestelde regels betreffende de verplaatsing van dergelijke producten echter alleen gelden voor de in de derde kolom van de tabel in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 vermelde vatbare soorten en niet voor de in de vierde kolom van die tabel vermelde vectorsoorten. |
|
(26) |
Andere producten van dierlijke oorsprong van aquacultuurdieren dan levende aquacultuurdieren moeten overeenkomstig artikel 223 van Verordening (EU) 2016/429 in bepaalde gevallen vergezeld gaan van een diergezondheidscertificaat. De inhoud van die diergezondheidscertificaten moet in deze verordening nader worden bepaald. |
|
(27) |
Deze verordening moet overeenkomstig de toepassingsdatum van Verordening (EU) 2016/429 met ingang van 21 april 2021 van toepassing zijn, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
DEEL I
ONDERWERP, TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES
Artikel 1
Onderwerp en toepassingsgebied
Deze verordening vormt een aanvulling op de in deel IV, titel II, hoofdstukken 2 en 3, van Verordening (EU) 2016/429 vastgestelde regels wat de verplaatsing binnen de Unie van waterdieren en producten van waterdieren betreft.
Deze verordening bevat meer bepaald regels betreffende:
|
a) |
de verplichtingen voor exploitanten, met inbegrip van vervoerders, betreffende het vervoer van waterdieren; |
|
b) |
aanvullende diergezondheidsvoorschriften voor de verplaatsing van waterdieren die voor specifieke gebruikswijzen of doeleinden bestemd zijn, met inbegrip van voorschriften inzake certificering en kennisgeving; |
|
c) |
de productie, verwerking en distributie van andere producten van dierlijke oorsprong van aquacultuurdieren dan levende aquacultuurdieren. |
Artikel 2
Definities
Voor de toepassing van deze verordening gelden de definities van artikel 4 van Verordening (EU) 2016/429 en artikel 2 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/691.
Verder wordt voor de toepassing van deze verordening verstaan onder:
|
1. |
“laadkist”: een krat, bak, houder of andere stijve constructie die voor het vervoer van waterdieren of eieren van waterdieren wordt gebruikt en niet het vervoermiddel is; |
|
2. |
“schip met leeftank”: een schip dat beschikt over een leeftank of reservoir voor de opslag, het vervoer of de behandeling van levende aquacultuurdieren in water; |
|
3. |
“vectorsoorten”: in de vierde kolom van de tabel in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 vermelde soorten die voldoen aan de voorwaarden om als vectoren te worden beschouwd zoals vastgesteld in bijlage I, derde kolom, bij deze verordening; |
|
4. |
“visaas”: een waterdier dat wordt gebruikt om een ander waterdier te lokken of te vangen; |
|
5. |
“nationale maatregelen”: nationale maatregelen ter beperking van de gevolgen van andere ziekten dan de in de lijst opgenomen ziekten zoals bedoeld in artikel 226 van Verordening (EU) 2016/429; |
|
6. |
“habitat”: waterzones met bijzondere geografische, abiotische en biotische kenmerken die zowel geheel natuurlijk als halfnatuurlijk kunnen zijn; |
|
7. |
“ziektevrij(e) lidstaat, zone of compartiment”: een lidstaat, een zone of een compartiment daarvan die/dat overeenkomstig artikel 36, lid 4, of artikel 37, lid 4, van Verordening (EU) 2016/429 ziektevrij is verklaard; |
|
8. |
“uitroeiingsprogramma”: een verplicht uitroeiingsprogramma dat overeenkomstig artikel 31, lid 1, van Verordening (EU) 2016/429 is opgesteld of een optioneel uitroeiingsprogramma dat overeenkomstig artikel 31, lid 2, van die verordening is opgesteld; |
|
9. |
“geregistreerde aquacultuurinrichting”: een inrichting die door de bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 173 van Verordening (EU) 2016/429 is geregistreerd; |
|
10. |
“erkende aquacultuurinrichting”: een inrichting die door de bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 176 van Verordening (EU) 2016/429 is erkend; |
|
11. |
“erkende groep aquacultuurinrichtingen”: een groep aquacultuurinrichtingen die overeenkomstig artikel 177 van Verordening (EU) 2016/429 door de bevoegde autoriteit is erkend. |
DEEL II
VERPLAATSINGEN VAN WATERDIEREN
HOOFDSTUK 1
Algemene voorschriften voor exploitanten betreffende het vervoer van waterdieren
Artikel 3
Algemene verplichtingen voor exploitanten wat betreft biobeveiligingsvoorschriften voor het vervoer van waterdieren
1. Exploitanten, met inbegrip van vervoerders, zorgen ervoor dat waterdieren:
|
a) |
worden geladen en vervoerd in water dat hun gezondheidsstatus niet wijzigt; |
|
b) |
vanaf het tijdstip van lading tot het tijdstip van aankomst op de plaats van bestemming niet worden vervoerd in hetzelfde water of in dezelfde laadkist als waterdieren met een lagere gezondheidsstatus. |
2. Exploitanten, met inbegrip van vervoerders, zorgen ervoor dat:
|
a) |
de vervoermiddelen en de laadkisten zodanig zijn ontworpen en gebouwd dat zij tussen zendingen doeltreffend kunnen worden gereinigd en ontsmet om de gezondheidsstatus van de waterdieren niet in gevaar te brengen tijdens het vervoer; |
|
b) |
de laadkist, indien die niet voor eenmalig gebruik is, of het schip alsook andere voor het vervoer gebruikte uitrusting tussen zendingen worden gereinigd en ontsmet. |
3. Exploitanten, met inbegrip van vervoerders, zorgen ervoor dat de op grond van lid 2, onder b), vereiste reiniging en ontsmetting wordt uitgevoerd overeenkomstig een door de bevoegde autoriteit van de plaats van oorsprong goedgekeurd protocol waarin wordt bepaald waar en wanneer de reiniging en ontsmetting moet worden uitgevoerd en welk type ontsmettingsmiddelen moet worden gebruikt.
Artikel 4
Algemene verplichtingen voor exploitanten wat betreft voorschriften inzake de verversing en afvoer van water tijdens het vervoer van waterdieren
1. Exploitanten, met inbegrip van vervoerders, zorgen ervoor dat indien het water moet worden ververst, dat als volgt gebeurt:
|
a) |
in het geval van vervoer over land: op waterverversingspunten waar de verversing geen invloed heeft op de gezondheidsstatus van de waterdieren die worden vervoerd of van de waterdieren op de plaats van bestemming of op weg naar de plaats van bestemming; |
|
b) |
in het geval van vervoer met een schip met leeftank: op een afstand van ten minste 10 km van aquacultuurinrichtingen die zich op de route van de plaats van lading naar de plaats van bestemming bevinden. |
2. Exploitanten, met inbegrip van vervoerders, zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde verversing van water niet plaatsvindt in gebieden waarvoor verplaatsingsbeperkingen of noodmaatregelen gelden.
Artikel 5
Verplichtingen voor exploitanten wat betreft specifieke vervoers- en etiketteringsvoorschriften betreffende vervoermiddelen waarmee en laadkisten waarin waterdieren worden vervoerd
1. Exploitanten, met inbegrip van vervoerders, van zendingen waterdieren die van een diergezondheidscertificaat vergezeld gaan zoals bedoeld in artikel 208 of 209 van Verordening (EU) 2016/429, zorgen ervoor dat de vervoermiddelen waarmee of de laadkisten waarin die waterdieren worden vervoerd, geïdentificeerd zijn door middel van een leesbaar etiket dat:
|
a) |
op een goed zichtbare plaats op de laadkist of het vervoermiddel is aangebracht, naargelang wat praktisch haalbaar is; |
|
b) |
de gegevens bevat die nodig zijn om zich ervan te kunnen vergewissen dat de zending en het diergezondheidscertificaat bij elkaar horen. |
2. In afwijking van lid 1, onder b), mag het etiket in het geval van vervoer met een schip met leeftank worden vervangen door een vermelding in het scheepsmanifest, dat de nodige gegevens bevat om zich ervan te kunnen vergewissen dat de zending en het in lid 1 bedoelde diergezondheidscertificaat bij elkaar horen.
HOOFDSTUK 2
Aanvullende diergezondheidsvoorschriften voor verplaatsingen van waterdieren
Artikel 6
Afwijkingen van het voorschrift dat aquacultuurdieren van in de lijst opgenomen soorten afkomstig moeten zijn uit een ziektevrij(e) lidstaat, zone of compartiment
In afwijking van artikel 197, leden 1 en 2, van Verordening (EU) 2016/429 mogen exploitanten, met inbegrip van vervoerders, aquacultuurdieren van in de lijst opgenomen soorten die relevant zijn voor de ziekten van categorie B of C waarvoor de lidstaat, de zone of het compartiment van bestemming de ziektevrije status heeft verkregen of aan een uitroeiingsprogramma onderworpen is, verplaatsen vanuit lidstaten, zones of compartimenten die niet vrij zijn van die in de lijst opgenomen ziekten, in de volgende omstandigheden:
|
a) |
de aquacultuurdieren behoren tot een in de vierde kolom van de tabel in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 vermelde soort en worden niet als vectoren van de desbetreffende ziekten van categorie B of C beschouwd, of |
|
b) |
de aquacultuurdieren behoren tot een in de vierde kolom van de tabel in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 vermelde soort en zijn vectoren, maar zij worden als vrij van de desbetreffende ziekten van categorie B of C beschouwd aangezien zij in quarantaine zijn gehouden in een quarantaine-inrichting die overeenkomstig artikel 15 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/691 is erkend volgens de voorschriften van bijlage I, deel 8, punt 2, bij die gedelegeerde verordening, of |
|
c) |
de aquacultuurdieren behoren tot een in de vierde kolom van de tabel in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 vermelde soort en zijn vectoren, maar zij zijn in een aquacultuurinrichting gehouden die overeenkomstig artikel 16 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/691 is erkend volgens de voorschriften van bijlage I, deel 9, punt 2, bij die gedelegeerde verordening en worden niet langer als vectoren van de desbetreffende ziekten van categorie B of C beschouwd, of |
|
d) |
de aquacultuurdieren zijn bestemd voor een geconsigneerde inrichting met het oog op wetenschappelijke doeleinden. |
Artikel 7
Verplichtingen voor exploitanten wat betreft ziektepreventie- en risicobeperkingsmaatregelen voor verplaatsingen van wilde waterdieren naar aquacultuurinrichtingen
In afwijking van artikel 197, leden 1 en 2, van Verordening (EU) 2016/429, in samenhang met artikel 200, lid 1, van die verordening, mogen exploitanten, met inbegrip van vervoerders, wilde waterdieren van in de lijst opgenomen soorten die relevant zijn voor de ziekten van categorie B of C waarvoor de lidstaat, de zone of het compartiment van bestemming de ziektevrije status heeft verkregen of aan een uitroeiingsprogramma onderworpen is, verplaatsen vanuit lidstaten, zones of compartimenten die niet vrij zijn van die in de lijst opgenomen ziekten, op voorwaarde dat die wilde waterdieren voor een aquacultuurinrichting bestemd zijn en de volgende omstandigheden van toepassing zijn:
|
a) |
zij worden als vrij van de desbetreffende ziekten van categorie B of C beschouwd aangezien zij in quarantaine zijn gehouden in een quarantaine-inrichting die overeenkomstig artikel 15 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/691 is erkend volgens de voorschriften van bijlage I, deel 8, punt 2, bij die gedelegeerde verordening, of |
|
b) |
wilde waterdieren die behoren tot een in de vierde kolom van de tabel in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 vermelde soort en die vectoren zijn, zijn in een aquacultuurinrichting gehouden die overeenkomstig artikel 16 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/691 is erkend volgens de voorschriften van bijlage I, deel 9, punt 2, bij die gedelegeerde verordening en worden niet langer als vectoren beschouwd. |
Artikel 8
Afwijkingen van de voorschriften voor de verplaatsing van levende waterdieren van in de lijst opgenomen soorten bestemd voor menselijke consumptie in een lidstaat, zone of compartiment die/dat de ziektevrije status heeft verkregen of waarvoor een uitroeiingsprogramma geldt
Wanneer levende waterdieren voor menselijke consumptie bestemd zijn, mogen de lidstaten in afwijking van artikel 201, lid 1, van Verordening (EU) 2016/429, in samenhang met artikel 202, lid 1, van die verordening, exploitanten toestemming geven om dieren die behoren tot soorten die in de lijst zijn opgenomen voor de ziekten van categorie B of C waarvoor de lidstaat, de zone of het compartiment van bestemming de ziektevrije status heeft verkregen of aan een uitroeiingsprogramma onderworpen is, te verplaatsen indien een of meer van de volgende omstandigheden van toepassing zijn:
|
a) |
de levende waterdieren behoren tot een in de vierde kolom van de tabel in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 vermelde soort en zijn geen vectoren van de desbetreffende ziekten van categorie B of C, of |
|
b) |
de levende waterdieren zijn bestemd om in een ziektebestrijdende inrichting voor aquatische levensmiddelen te worden geslacht en vervolgens te worden verwerkt en zijn afkomstig uit een gebied waarvoor verplaatsingsbeperkingen of noodmaatregelen gelden zoals bedoeld in artikel 191, lid 2, onder b), i) en ii), van Verordening (EU) 2016/429, en dergelijke verplaatsingen worden door de bevoegde autoriteit toegelaten en vinden plaats overeenkomstig de in die toelating vastgestelde voorwaarden, of |
|
c) |
de levende waterdieren zijn weekdieren of schaaldieren die voor menselijke consumptie zijn verpakt en geëtiketteerd overeenkomstig de specifieke voorschriften voor die dieren in bijlage III, secties VII en VIII, bij Verordening (EG) nr. 853/2004 en zij zouden niet langer als levende dieren kunnen overleven als zij zouden worden teruggezet in het aquatisch milieu, of |
|
d) |
de levende waterdieren zijn weekdieren of schaaldieren die voor menselijke consumptie zijn verpakt en geëtiketteerd overeenkomstig de specifieke voorschriften voor die dieren in bijlage III, secties VII en VIII, bij Verordening (EG) nr. 853/2004 en zij zijn bestemd voor verdere verwerking zonder tijdelijke opslag op de plaats van verwerking, of |
|
e) |
de levende waterdieren zijn weekdieren of schaaldieren die bestemd zijn voor menselijke consumptie zonder verdere verwerking en zij zijn verpakt voor de detailverkoop overeenkomstig de specifieke voorschriften voor die dieren in bijlage III, secties VII en VIII, bij Verordening (EG) nr. 853/2004. |
Artikel 9
Diergezondheidsvoorschriften voor verplaatsingen van aquacultuurdieren naar geconsigneerde inrichtingen
1. Exploitanten verplaatsen aquacultuurdieren van in de lijst opgenomen soorten alleen van een geconsigneerde inrichting naar een geconsigneerde inrichting in een andere lidstaat als die dieren op basis van de resultaten van het in artikel 9, onder c), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/691 bedoelde bewakingsplan geen significant risico vormen op verspreiding van de ziekten waarvoor zij in de lijst zijn opgenomen.
2. Exploitanten verplaatsen aquacultuurdieren van in de lijst opgenomen soorten die relevant zijn voor ziekten van categorie D alleen van andere aquacultuurinrichtingen dan een geconsigneerde inrichting naar een geconsigneerde inrichting als die aquacultuurdieren voldoen aan één of meer van de volgende vereisten:
|
a) |
zij zijn afkomstig uit een ziektevrij(e) lidstaat, zone of compartiment; |
|
b) |
zij worden in gepaste omstandigheden in quarantaine gehouden in:
|
|
c) |
zij behoren tot een in de vierde kolom van de tabel in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 vermelde soort en zij zijn vectoren, maar zij zijn in een aquacultuurinrichting gehouden die overeenkomstig artikel 16 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/691 is erkend volgens de voorschriften van bijlage I, deel 9, punt 2, bij die gedelegeerde verordening en worden niet langer als vectoren beschouwd. |
3. In afwijking van lid 2 mogen exploitanten aquacultuurdieren die niet aan de in dat lid vastgestelde vereisten voldoen, naar een geconsigneerde inrichting verplaatsen voor wetenschappelijke doeleinden.
Artikel 10
Aanvullende voorschriften voor het in het wild vrijlaten van waterdieren
Exploitanten verplaatsen waterdieren die bestemd zijn voor de sportvisserij, onder meer op aas voor de visvangst, zoals bedoeld in artikel 205, lid 2, onder a), iii), van Verordening (EU) 2016/429, alleen voor vrijlating in het wild in een lidstaat die overeenkomstig artikel 199 van die verordening maatregelen heeft getroffen, als zij afkomstig zijn uit een lidstaat, zone of compartiment met ziektevrije status en voldoen aan de volgende vereisten:
|
a) |
de lidstaat van bestemming heeft de Commissie en de andere lidstaten ervan in kennis gesteld dat hij overeenkomstig artikel 199 van Verordening (EU) 2016/429 maatregelen treft voor waterdieren die bestemd zijn voor de sportvisserij, onder meer op aas voor de visvangst, zoals bedoeld in artikel 205, lid 2, onder a), iii), van die verordening; |
|
b) |
de bevoegde autoriteit in de lidstaat van oorsprong heeft toestemming gegeven voor de verplaatsing; |
|
c) |
de bevoegde autoriteit in de lidstaat van oorsprong en de bevoegde autoriteit in de lidstaat van bestemming treffen maatregelen om de traceerbaarheid van de waterdieren die overeenkomstig dit artikel worden verplaatst, te waarborgen. |
Artikel 11
Diergezondheidsvoorschriften voor verplaatsingen van waterdieren voor gebruik als levend visaas
Exploitanten verplaatsen levend visaas dat bestaat uit waterdieren van in de lijst opgenomen soorten die relevant zijn voor ziekten van categorie D, met uitzondering van de in de vierde kolom van de tabel in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 vermelde waterdieren die niet als vectoren worden beschouwd, alleen naar een lidstaat, zone of compartiment met ziektevrije status of waarvoor een uitroeiingsprogramma geldt om de ziektevrije status ten aanzien van één of meer van de desbetreffende ziekten van categorie D te bereiken, als dat levend visaas afkomstig is uit een ziektevrij(e) lidstaat, zone of compartiment.
HOOFDSTUK 3
Diergezondheidscertificaten, eigen verklaringen en kennisgeving van verplaatsingen
Artikel 12
Afwijkingen van het voorschrift inzake diergezondheidscertificaten voor bepaalde soorten aquacultuurdieren
In afwijking van de in artikel 208, lid 1, van Verordening (EU) 2016/429 vastgestelde voorschriften inzake diergezondheidscertificering mogen exploitanten aquacultuurdieren van in de lijst opgenomen soorten die relevant zijn voor ziekten van categorie C, verplaatsen zonder diergezondheidscertificaat indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
|
a) |
de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming heeft de Commissie en de andere lidstaten ervan in kennis gesteld dat dergelijke verplaatsingen zijn toegestaan indien aan de onder c) en d) vastgestelde voorwaarden is voldaan; |
|
b) |
de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong heeft toestemming gegeven voor de verplaatsing; |
|
c) |
de desbetreffende ziekte van categorie C is nooit voorgekomen in de lidstaat van oorsprong noch in de lidstaat van bestemming; |
|
d) |
zowel de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong als de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming beschikt over systemen om de traceerbaarheid te waarborgen van de aquacultuurdieren die overeenkomstig de onder a), b) en c) vastgestelde voorwaarden worden verplaatst. |
Artikel 13
Regels betreffende de inhoud van diergezondheidscertificaten voor de verschillende soorten en categorieën waterdieren van in de lijst opgenomen soorten
1. Exploitanten zorgen ervoor dat de in artikel 208, lid 1, van Verordening (EU) 2016/429 bedoelde diergezondheidscertificaten voor aquacultuurdieren en de in artikel 209 van die verordening bedoelde diergezondheidscertificaten voor andere waterdieren dan aquacultuurdieren het volgende bevatten:
|
a) |
de in bijlage II, deel A, punt 1 of 2, bedoelde algemene informatie voor aquacultuurdieren of wilde waterdieren, naargelang het geval; |
|
b) |
de specifieke diergezondheidsgaranties overeenkomstig lid 2 voor de desbetreffende soort en categorie waterdieren; |
|
c) |
nadere gegevens over het doeleinde waarvoor de waterdieren zullen worden gebruikt overeenkomstig bijlage II, deel A, punt 3. |
2. De in lid 1, onder b), bedoelde specifieke diergezondheidsgaranties voor waterdieren van desbetreffende soorten zijn de volgende:
|
a) |
de waterdieren die worden verplaatst, vertonen geen ziektesymptomen en zij zijn afkomstig uit:
|
|
b) |
de waterdieren die worden verplaatst, zijn afkomstig uit een lidstaat, zone of compartiment die/dat voldoet aan één van de volgende voorwaarden:
|
|
c) |
als de lidstaten van bestemming nationale maatregelen hebben getroffen, voldoen de waterdieren van de desbetreffende soorten aan de gezondheidsgaranties die de naleving van die nationale maatregelen waarborgen; |
|
d) |
wanneer de aquacultuurdieren vanuit andere dan de in lid 2, onder a), iii), bedoelde aquacultuurinrichtingen worden verplaatst, is een documentencontrole van de sterfte-, verplaatsings-, gezondheids- en productiegegevens van de aquacultuurinrichting uitgevoerd en daaruit blijkt dat er geen vermoeden van de aanwezigheid van een in de lijst opgenomen of nieuwe ziekte in de aquacultuurinrichting is. |
Artikel 14
Informatie die in documenten met eigen verklaring moet worden vermeld voor verschillende soorten en categorieën aquacultuurdieren
1. Exploitanten zorgen ervoor dat documenten met eigen verklaring voor de verplaatsing van aquacultuurdieren van de plaats van oorsprong in één lidstaat naar de plaats van bestemming in een andere lidstaat die overeenkomstig artikel 218 van Verordening (EU) 2016/429 zijn afgegeven, de volgende informatie bevatten:
|
a) |
de specifieke informatie zoals bedoeld in de leden 2 en 3 voor de desbetreffende categorie aquacultuurdieren; |
|
b) |
de in bijlage II, deel B, punt 1, bedoelde algemene informatie; |
|
c) |
nadere gegevens over het doeleinde waarvoor de aquacultuurdieren zullen worden gebruikt overeenkomstig bijlage II, deel B, punt 2. |
2. Naast de vereisten van lid 1 zorgen exploitanten er ook voor dat documenten met eigen verklaring voor aquacultuurdieren van in de lijst opgenomen soorten de volgende specifieke informatie bevatten:
|
a) |
een verklaring dat de aquacultuurdieren die worden verplaatst, geen ziektesymptomen vertonen en afkomstig zijn uit:
|
|
b) |
wanneer de aquacultuurdieren bestemd zijn voor een aquacultuurinrichting die deelneemt aan een bewakingsprogramma voor een gespecificeerde ziekte van categorie C, een verklaring dat de aquacultuurdieren afkomstig zijn uit een aquacultuurinrichting:
|
3. Naast de vereisten van lid 1 zorgen exploitanten er ook voor dat documenten met eigen verklaring voor aquacultuurdieren van niet in de lijst opgenomen soorten en voor aquacultuurdieren die behoren tot een in de vierde kolom van de tabel in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 vermelde soort en die niet als vectoren voor de desbetreffende ziekte van categorie C worden beschouwd, informatie bevatten waaruit blijkt dat de aquacultuurdieren die worden verplaatst, geen ziektesymptomen vertonen en afkomstig zijn uit:
|
a) |
een aquacultuurinrichting of habitat zonder verhoogde sterfte met onbekende oorzaak, of |
|
b) |
een deel van de aquacultuurinrichting dat onafhankelijk is van de epidemiologische eenheid waar zich een verhoogde sterfte of andere ziektesymptomen hebben voorgedaan, indien de lidstaat van bestemming en de eventuele lidstaten van doorvoer toestemming voor een dergelijke verplaatsing hebben gegeven. |
Artikel 15
Regels betreffende de verantwoordelijkheid van de bevoegde autoriteit voor diergezondheidscertificering
1.
|
a) |
een documentencontrole van de sterfte-, verplaatsings-, gezondheids- en productiegegevens die in de aquacultuurinrichting worden bijgehouden, en |
|
b) |
een klinische inspectie en, in voorkomend geval, een klinisch onderzoek van:
|
2. In afwijking van lid 1, onder b), hoeft in het geval van eieren en weekdieren geen klinische inspectie te worden uitgevoerd als een zending bestemd is om binnen vier weken na de datum van voltooiing van de laatste klinische inspectie uit een aquacultuurinrichting te worden verplaatst, op voorwaarde dat binnen de periode van 72 uur vóór het tijdstip waarop de zending wordt verplaatst, een documentencontrole zoals bedoeld in lid 1, onder a), wordt uitgevoerd en dat uit die documentencontrole blijkt dat:
|
a) |
er sinds de laatste klinische inspectie geen verplaatsingen van in de lijst opgenomen soorten naar de aquacultuurinrichting hebben plaatsgevonden, en |
|
b) |
er geen vermoeden is dat in de aquacultuurinrichting in de lijst opgenomen of nieuwe ziekten aanwezig zijn. |
3. Nadat de officiële dierenarts de in lid 1 bedoelde controles, inspecties en, in voorkomend geval, onderzoeken heeft voltooid, geeft zij/hij voor de zending aquacultuurdieren of ‐eieren een diergezondheidscertificaat af binnen een periode van 72 uur vóór het tijdstip van vertrek van de zending uit de inrichting van oorsprong.
4. Het in artikel 216, lid 2, onder a), van Verordening (EU) 2016/429 bedoelde diergezondheidscertificaat is geldig gedurende een periode van tien dagen die begint op de datum waarop het door de officiële dierenarts wordt afgegeven.
In afwijking van de eerste alinea mag in het geval van vervoer van aquacultuurdieren over binnenwateren of zee de periode van tien dagen worden verlengd met de duur van de reis over binnenwateren of zee.
Artikel 16
Afwijkingen van bepaalde voorschriften in verband met klinische onderzoeken en certificering vóór de verplaatsing
1. In afwijking van artikel 15, lid 3, mag de periode waarbinnen de officiële dierenarts de klinische inspectie en, in voorkomend geval, het klinische onderzoek uitvoert en een diergezondheidscertificaat voor andere dan de in artikel 15, lid 2, bedoelde aquacultuurdieren van in de lijst opgenomen soorten afgeeft, worden verlengd van 72 uur tot zeven dagen vóór de datum van vertrek uit de aquacultuurinrichting van oorsprong, in de volgende omstandigheden:
|
a) |
er vinden meerdere verplaatsingen van dezelfde soort aquacultuurdieren vanuit dezelfde aquacultuurinrichting van oorsprong naar dezelfde aquacultuurinrichting van bestemming plaats met een tussenpoos van niet meer dan zeven dagen; |
|
b) |
er wordt een documentencontrole van de sterfte-, verplaatsings-, gezondheids- en productiegegevens uitgevoerd vóór de verplaatsing van elke zending, en er wordt een klinische inspectie en, in voorkomend geval, een klinisch onderzoek uitgevoerd binnen de periode van 72 uur vóór het tijdstip van de eerste verplaatsing en daarna ten minste om de zeven dagen tot de laatste van de onder a) bedoelde verplaatsingen heeft plaatsgevonden; |
|
c) |
elke zending is volledig traceerbaar. |
2. De officiële dierenarts geeft een diergezondheidscertificaat af zoals bedoeld in artikel 216, lid 2, onder a), van Verordening (EU) 2016/429, voor elke zending die wordt verplaatst gedurende de periode van zeven dagen tussen de klinische inspecties zoals bedoeld in lid 1, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
|
a) |
er sinds de laatste klinische inspectie geen verplaatsingen van in de lijst opgenomen soorten naar de aquacultuurinrichting hebben plaatsgevonden, en |
|
b) |
er is geen vermoeden dat in de aquacultuurinrichting een in de lijst opgenomen of nieuwe ziekte aanwezig is. |
Artikel 17
Voorafgaande kennisgeving van verplaatsingen van aquacultuurdieren naar een andere lidstaat vanuit een aquacultuurinrichting waarvoor een bewakingsprogramma ten aanzien van een ziekte van categorie C geldt
Exploitanten van inrichtingen waar overeenkomstig artikel 3, lid 2, onder b), iv), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689 een bewakingsprogramma ten aanzien van een gespecificeerde ziekte van categorie C wordt uitgevoerd, die aquacultuurdieren verplaatsen naar een in een andere lidstaat gelegen aquacultuurinrichting waar een bewakingsprogramma voor dezelfde ziekte van categorie C wordt uitgevoerd, stellen de bevoegde autoriteit in de lidstaat van oorsprong op voorhand in kennis van de geplande verplaatsing.
Artikel 18
Informatieverplichting voor exploitanten met betrekking tot de kennisgeving van verplaatsingen van waterdieren naar een andere lidstaat
Exploitanten die de bevoegde autoriteit in de lidstaat van oorsprong overeenkomstig artikel 219 van Verordening (EU) 2016/429 in kennis moeten stellen van verplaatsingen van zendingen waterdieren naar een andere lidstaat, verstrekken die bevoegde autoriteit de volgende gegevens betreffende die zendingen zoals vastgesteld in:
|
a) |
bijlage II, deel A, punten 1 en 3, voor aquacultuurdieren, met uitzondering van de onder c) van dit artikel bedoelde aquacultuurdieren, die bestemd zijn om naar een andere lidstaat te worden verplaatst; |
|
b) |
bijlage II, deel A, punten 2 en 3, voor wilde waterdieren die bestemd zijn om naar een andere lidstaat te worden verplaatst; |
|
c) |
bijlage II, deel B, voor de in artikel 17 bedoelde aquacultuurdieren die bestemd zijn om naar een andere lidstaat te worden verplaatst. |
Artikel 19
Informatieverplichting voor de bevoegde autoriteit met betrekking tot de kennisgeving van verplaatsingen van waterdieren naar een andere lidstaat
1.
|
a) |
bijlage II, deel A, punten 1 en 3, voor aquacultuurdieren, met uitzondering van de in artikel 18, onder c), bedoelde aquacultuurdieren, die bestemd zijn om naar een andere lidstaat te worden verplaatst; |
|
b) |
bijlage II, deel A, punten 2 en 3, voor wilde waterdieren die bestemd zijn om naar een andere lidstaat te worden verplaatst. |
2. De bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming in kennis van verplaatsingen van de in artikel 17 bedoelde aquacultuurdieren, bevestigt de deelname van de aquacultuurinrichting aan het in dat artikel bedoelde bewakingsprogramma, en verstrekt de gegevens zoals vastgesteld in bijlage II, deel B.
Artikel 20
Noodprocedures voor de kennisgeving van verplaatsingen van waterdieren tussen de lidstaten bij stroomonderbrekingen en andere storingen in Traces
Als Traces niet beschikbaar is, neemt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong van de waterdieren die bestemd zijn om naar een andere lidstaat te worden verplaatst, de overeenkomstig artikel 46 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1715 vastgestelde noodmaatregelen in acht.
Artikel 21
Aanwijzing van regio’s voor het beheer van kennisgevingen van verplaatsingen
De lidstaten wijzen regio’s van hun grondgebied aan voor het beheer van kennisgevingen van verplaatsingen van waterdieren naar andere lidstaten zoals bedoeld in de artikelen 17, 18 en 19.
Bij de aanwijzing van die regio’s zorgen de lidstaten ervoor dat:
|
a) |
alle delen van hun grondgebied onder ten minste één aangewezen regio vallen; |
|
b) |
elke aangewezen regio onder de verantwoordelijkheid valt van een bevoegde autoriteit die voor de certificering van de diergezondheid in die aangewezen regio is aangewezen; |
|
c) |
de voor de aangewezen regio verantwoordelijke bevoegde autoriteit toegang heeft tot Traces; |
|
d) |
het personeel van de bevoegde autoriteit die voor de aangewezen regio verantwoordelijk is, over de nodige bekwaamheid en kennis beschikt en een specifieke opleiding heeft genoten of gelijkwaardige praktische ervaring heeft opgedaan met het gebruik van Traces om de in de artikelen 17, 18 en 19 bedoelde informatie te kunnen produceren, behandelen en verzenden. |
DEEL III
PRODUCTIE, VERWERKING EN DISTRIBUTIE VAN ANDERE PRODUCTEN VAN DIERLIJKE OORSPRONG VAN AQUACULTUURDIEREN DAN LEVENDE AQUACULTUURDIEREN
Artikel 22
Verplichtingen van exploitanten die andere producten van dierlijke oorsprong van aquacultuurdieren dan levende aquacultuurdieren verplaatsen voor verdere verwerking in een lidstaat, zone of compartiment die/dat de ziektevrije status heeft verkregen of waarvoor een uitroeiingsprogramma geldt
1. Wanneer zij voor verdere verwerking bestemd zijn, verplaatsen exploitanten andere producten van dierlijke oorsprong van aquacultuurdieren dan levende aquacultuurdieren van soorten die in de derde kolom van de tabel in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 zijn opgenomen voor de ziekten van categorie B of C waarvoor de lidstaat, de zone of het compartiment van bestemming de ziektevrije status heeft verkregen of aan een uitroeiingsprogramma onderworpen is, alleen als zij afkomstig zijn uit een lidstaat, zone of compartiment die/dat vrij is van de desbetreffende ziekte.
2. In afwijking van lid 1 hoeven de volgende andere producten van dierlijke oorsprong van aquacultuurdieren van in de lijst opgenomen soorten dan levende aquacultuurdieren niet te voldoen aan lid 1:
|
a) |
voor menselijke consumptie bestemde vis die vóór de verplaatsing wordt geslacht en van de ingewanden wordt ontdaan; |
|
b) |
producten van dierlijke oorsprong die bestemd zijn voor een ziektebestrijdende inrichting voor aquatische levensmiddelen. |
Artikel 23
Verplichtingen van exploitanten die andere producten van dierlijke oorsprong van aquacultuurdieren dan levende aquacultuurdieren verplaatsen vanuit bepaalde inrichtingen en zones
Exploitanten verplaatsen andere producten van dierlijke oorsprong van aquacultuurdieren dan levende aquacultuurdieren die afkomstig zijn uit inrichtingen en zones waarvoor de noodmaatregelen met betrekking tot de in de lijst opgenomen en nieuwe ziekten zoals bedoeld in artikel 222, lid 2, onder a), van Verordening (EU) 2016/429 of de verplaatsingsbeperkingen zoals bedoeld in artikel 222, lid 2, onder b), van die verordening gelden, alleen naar een ander(e) lidstaat, zone of compartiment als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
|
a) |
de bevoegde autoriteit van de plaats van bestemming heeft toestemming gegeven voor de verplaatsing, en |
|
b) |
de betrokken producten van dierlijke oorsprong voldoen aan de voorwaarden die bij de onder a) bedoelde toelating zijn gevoegd. |
Artikel 24
Specifieke voorschriften inzake het vervoer en de etikettering van andere producten van dierlijke oorsprong van aquacultuurdieren dan levende aquacultuurdieren
Exploitanten, met inbegrip van vervoerders, zorgen ervoor dat zendingen van andere producten van dierlijke oorsprong van aquacultuurdieren dan levende aquacultuurdieren zoals bedoeld in de artikelen 22 en 23 die overeenkomstig artikel 223, lid 1, van Verordening (EU) 2016/429 vergezeld moeten gaan van een diergezondheidscertificaat, voldoen aan de volgende vereisten:
|
a) |
de zendingen zijn tijdens het vervoer traceerbaar; |
|
b) |
de zendingen zijn geïdentificeerd door middel van een leesbaar etiket dat op een goed zichtbare plaats op het vervoermiddel of de laadkist is aangebracht, naargelang wat praktisch haalbaar is, of in het geval van vervoer over zee door middel van een vermelding in het scheepsmanifest; en het etiket of het scheepsmanifest moet de gegevens bevatten die nodig zijn om zich ervan te kunnen vergewissen dat de zending en het diergezondheidscertificaat bij elkaar horen. |
Artikel 25
Inhoud van diergezondheidscertificaten voor andere producten van dierlijke oorsprong van aquacultuurdieren dan levende aquacultuurdieren zoals bedoeld in artikel 22
Het diergezondheidscertificaat dat de bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 223, lid 4, van Verordening (EU) 2016/429 afgeeft voor de verplaatsing van andere producten van dierlijke oorsprong van aquacultuurdieren dan levende aquacultuurdieren, bevat voor de in artikel 22 van deze verordening bedoelde producten naast de in artikel 224 van Verordening (EU) 2016/429 bedoelde gegevens ook het volgende:
|
a) |
de in bijlage III, punt 1, bedoelde algemene informatie; |
|
b) |
nadere gegevens over het doeleinde waarvoor de producten van dierlijke oorsprong zullen worden gebruikt overeenkomstig bijlage III, punt 2; |
|
c) |
een door de officiële dierenarts ondertekende verklaring dat de producten van dierlijke oorsprong van de betrokken aquacultuurdieren voldoen aan de in artikel 22, lid 1, vastgestelde voorschriften. |
Artikel 26
Inhoud van diergezondheidscertificaten voor andere producten van dierlijke oorsprong van aquacultuurdieren dan levende aquacultuurdieren zoals bedoeld in artikel 23
Het diergezondheidscertificaat dat de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong overeenkomstig artikel 223, lid 4, van Verordening (EU) 2016/429 afgeeft voor de verplaatsing van andere producten van dierlijke oorsprong van aquacultuurdieren dan levende aquacultuurdieren, bevat naast de in artikel 224 van die verordening bedoelde gegevens ook:
|
a) |
de in bijlage III, punt 1, bedoelde algemene informatie; |
|
b) |
nadere gegevens over het doeleinde waarvoor de producten van dierlijke oorsprong zullen worden gebruikt overeenkomstig bijlage III, punt 2; |
|
c) |
een door de officiële dierenarts ondertekende verklaring zoals bedoeld in bijlage III, punt 3, dat is voldaan aan de voorwaarden van artikel 23, onder b). |
Artikel 27
Informatieverplichting voor exploitanten betreffende de kennisgeving van verplaatsingen van andere producten van dierlijke oorsprong van aquacultuurdieren dan levende aquacultuurdieren tussen lidstaten
In kennisgevingen van verplaatsingen van andere producten van dierlijke oorsprong van aquacultuurdieren dan levende aquacultuurdieren naar andere lidstaten zoals bedoeld in artikel 225, lid 1, van Verordening (EU) 2016/429, verstrekken exploitanten de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong de in bijlage III bedoelde gegevens voor elke zending andere producten van dierlijke oorsprong van aquacultuurdieren dan levende aquacultuurdieren.
Artikel 28
Informatieverplichting voor de bevoegde autoriteit betreffende de kennisgeving van verplaatsingen van andere producten van dierlijke oorsprong van aquacultuurdieren dan levende aquacultuurdieren tussen lidstaten
De bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong die de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming overeenkomstig artikel 225, lid 2, van Verordening (EU) 2016/429 in kennis stelt van de verplaatsing van andere producten van dierlijke oorsprong van aquacultuurdieren dan levende aquacultuurdieren, verstrekt voor elke zending andere producten van dierlijke oorsprong van aquacultuurdieren dan levende aquacultuurdieren de in bijlage III bedoelde gegevens.
Artikel 29
Noodprocedures
Als Traces niet beschikbaar is, neemt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong van de andere producten van dierlijke oorsprong van aquacultuurdieren dan levende aquacultuurdieren die bestemd zijn om naar een andere lidstaat te worden verplaatst, de overeenkomstig artikel 46 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1715 vastgestelde noodmaatregelen in acht.
DEEL IV
SLOTBEPALINGEN
Artikel 30
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 21 april 2021.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 28 april 2020.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 84 van 31.3.2016, blz. 1.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 van de Commissie van 3 december 2018 betreffende de toepassing, op de categorieën in de lijst opgenomen ziekten, van bepaalde regels voor de preventie en bestrijding van ziekten en tot vaststelling van een lijst van soorten en groepen soorten die een aanzienlijk risico vormen in verband met de verspreiding van die ziekten (PB L 308 van 4.12.2018, blz. 21).
(3) Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor bewaking, uitroeiingsprogramma’s en de ziektevrije status voor bepaalde in de lijst opgenomen ziekten en nieuwe ziekten (PB L 174 van 3.6.2020, blz. 211).
(4) Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55).
(5) Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/691 van de Commissie van 30 januari 2020 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor aquacultuurinrichtingen en vervoerders van waterdieren (PB L 174 van 3.6.2020, blz. 345).
(6) Richtlijn 2006/88/EG van de Raad van 24 oktober 2006 betreffende veterinairrechtelijke voorschriften voor aquacultuurdieren en de producten daarvan en betreffende de preventie en bestrijding van bepaalde ziekten bij waterdieren (PB L 328 van 24.11.2006, blz. 14).
(7) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1715 van de Commissie van 30 september 2019 tot vaststelling van regels inzake de werking van het informatiemanagementsysteem voor officiële controles en de systeemcomponenten ervan (“de Imsoc-verordening”) (PB L 261 van 14.10.2019, blz. 37).
BIJLAGE I
Vectorsoorten die in de vierde kolom van de tabel in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 zijn opgenomen, en de voorwaarden waaronder die soorten in verband met verplaatsingen als vectoren worden beschouwd
|
Lijst van ziekten |
Vectorsoorten |
Voorwaarden in verband met verplaatsingen vanuit de plaats van oorsprong van waterdieren die behoren tot de in de vierde kolom van de tabel in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 opgenomen vectorsoorten |
||||
|
Epizoötische hematopoëtische necrose |
Zoals vermeld in de vierde kolom van de tabel in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 |
Waterdieren die behoren tot de in de vierde kolom van de tabel in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 opgenomen soorten, worden in alle omstandigheden als vectoren van epizoötische hematopoëtische necrose beschouwd. |
||||
|
Virale hemorragische septikemie |
Zoals vermeld in de vierde kolom van de tabel in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 |
Waterdieren die behoren tot de in de vierde kolom van de tabel in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 opgenomen soorten, worden als vectoren van virale hemorragische septikemie beschouwd als zij afkomstig zijn uit:
|
||||
|
Infectieuze hematopoëtische necrose |
Zoals vermeld in de vierde kolom van de tabel in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 |
Waterdieren die behoren tot de in de vierde kolom van de tabel in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 opgenomen soorten, worden als vectoren van infectieuze hematopoëtische necrose beschouwd als zij afkomstig zijn uit:
|
||||
|
Infectie met zalmanemievirus met HPR-deletie (deletie in de hypervariabele regio) |
In de lijst zijn geen vectorsoorten opgenomen voor infectie met zalmanemievirus met HPR-deletie. |
|
||||
|
Infectie met Mikrocytos mackini |
In de lijst zijn geen vectorsoorten opgenomen voor infectie met Mikrocytos mackini. |
|
||||
|
Infectie met Perkinsus marinus |
Zoals vermeld in de vierde kolom van de tabel in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 |
Waterdieren die behoren tot de in de vierde kolom van de tabel in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 opgenomen soorten, worden als vectoren van infectie met Perkinsus marinus beschouwd als zij afkomstig zijn uit:
|
||||
|
Infectie met Bonamia ostreae |
Zoals vermeld in de vierde kolom van de tabel in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 |
Waterdieren die behoren tot de in de vierde kolom van de tabel in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 opgenomen soorten, worden als vectoren van infectie met Bonamia ostreae beschouwd als zij afkomstig zijn uit:
|
||||
|
Infectie met Bonamia exitiosa |
Zoals vermeld in de vierde kolom van de tabel in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 |
Waterdieren die behoren tot de in de vierde kolom van de tabel in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 opgenomen soorten, worden als vectoren van infectie met Bonamia exitiosa beschouwd als zij afkomstig zijn uit:
|
||||
|
Infectie met Marteilia refringens |
Zoals vermeld in de vierde kolom van de tabel in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 |
Waterdieren die behoren tot de in de vierde kolom van de tabel in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 opgenomen soorten, worden als vectoren van infectie met Marteilia refringens beschouwd als zij afkomstig zijn uit:
|
||||
|
Infectie met het taurasyndroomvirus |
Zoals vermeld in de vierde kolom van de tabel in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 |
Waterdieren die behoren tot de in de vierde kolom van de tabel in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 opgenomen soorten, worden als vectoren van infectie met het taurasyndroomvirus beschouwd als zij afkomstig zijn uit:
|
||||
|
Infectie met het yellowheadvirus |
Zoals vermeld in de vierde kolom van de tabel in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 |
Waterdieren die behoren tot de in de vierde kolom van de tabel in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 opgenomen soorten, worden als vectoren van infectie met het yellowheadvirus beschouwd als zij afkomstig zijn uit:
|
||||
|
Infectie met het wittevlekkensyndroomvirus |
Zoals vermeld in de vierde kolom van de tabel in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 |
Waterdieren die behoren tot de in de vierde kolom van de tabel in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 opgenomen soorten, worden als vectoren van infectie met het wittevlekkensyndroomvirus beschouwd als zij afkomstig zijn uit:
|
BIJLAGE II
A. Informatie die moet worden opgenomen in het diergezondheidscertificaat of de kennisgeving voor waterdieren
|
1. |
Het diergezondheidscertificaat of de kennisgeving voor aquacultuurdieren moet ten minste de volgende gegevens bevatten:
|
|
2. |
Het diergezondheidscertificaat of de kennisgeving voor verplaatsingen van wilde waterdieren moet ten minste de volgende gegevens bevatten:
|
|
3. |
In het diergezondheidscertificaat of de kennisgeving voor verplaatsingen van waterdieren moeten nadere gegevens worden opgenomen over het doeleinde waarvoor de waterdieren bestemd zijn en moet één van de volgende doeleinden worden vermeld:
|
B. Informatie die moet worden opgenomen in het document met eigen verklaring voor aquacultuurdieren die naar een andere lidstaat worden verplaatst
|
1. |
Het document met eigen verklaring voor aquacultuurdieren, met inbegrip van aquacultuurdieren bestemd voor menselijke consumptie, moet ten minste de volgende gegevens bevatten:
|
|
2. |
In het document met eigen verklaring voor verplaatsingen van aquacultuurdieren, met inbegrip van aquacultuurdieren bestemd voor menselijke consumptie, moeten nadere gegevens worden opgenomen over het doeleinde waarvoor de aquacultuurdieren bestemd zijn en moet één van de volgende doeleinden worden vermeld:
|
BIJLAGE III
Informatie die moet worden opgenomen in het diergezondheidscertificaat of de kennisgeving voor andere producten van dierlijke oorsprong van aquacultuurdieren dan levende aquacultuurdieren
1.
Het diergezondheidscertificaat of de kennisgeving voor andere producten van dierlijke oorsprong van aquacultuurdieren dan levende aquacultuurdieren moet ten minste de volgende gegevens bevatten:|
a) |
de naam en het adres van de verzender en de ontvanger; |
|
b) |
de naam en het adres van de inrichting of plaats van oorsprong, en
|
|
c) |
de naam en het adres van de inrichting of plaats van bestemming, en
|
|
d) |
de wetenschappelijke naam van de soort aquacultuurdieren waarvan de producten van dierlijke oorsprong afkomstig zijn, en het aantal, volume of gewicht van de producten van dierlijke oorsprong, naargelang het geval; |
|
e) |
de datum, het tijdstip en de plaats van afgifte en de geldigheidsduur van het diergezondheidscertificaat, alsmede de naam, hoedanigheid en handtekening van de officiële dierenarts en het stempel van de bevoegde autoriteit van de plaats van oorsprong van de zending. |
2.
In het diergezondheidscertificaat of de kennisgeving voor verplaatsingen van andere producten van dierlijke oorsprong van aquacultuurdieren dan levende aquacultuurdieren moeten nadere gegevens worden opgenomen over het doeleinde waarvoor de producten bestemd zijn en moet één van de volgende doeleinden worden vermeld:|
a) |
rechtstreekse menselijke consumptie; |
|
b) |
verwerking in een ziektebestrijdende inrichting voor aquatische levensmiddelen; |
|
c) |
andere (gelieve te specificeren). |
3.
De verklaring die moet worden opgenomen in het diergezondheidscertificaat voor andere producten van dierlijke oorsprong van aquacultuurdieren dan levende aquacultuurdieren die vanuit een beperkingszone worden verplaatst, luidt als volgt:“Producten van dierlijke oorsprong die voldoen aan de voorwaarden die zijn vastgesteld in de toelating [xxx, met inbegrip van de titel en datum van bekendmaking van de desbetreffende rechtshandeling] met betrekking tot ziektebestrijdingsmaatregelen ten aanzien van [naam van de desbetreffende ziekte invullen] in [gegevens over de beperkingszone van oorsprong invullen]”.