EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32022R2039

Verordening (EU) 2022/2039 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1303/2013 en (EU) 2021/1060 met het oog op extra flexibiliteit om de gevolgen van de militaire agressie van de Russische Federatie op te vangen FAST (Flexible Assistance for Territories) — CARE

PE/48/2022/REV/1

PB L 275 van 25.10.2022, p. 23–29 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/2039/oj

25.10.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 275/23


VERORDENING (EU) 2022/2039 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 19 oktober 2022

tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1303/2013 en (EU) 2021/1060 met het oog op extra flexibiliteit om de gevolgen van de militaire agressie van de Russische Federatie op te vangen FAST (Flexible Assistance for Territories) — CARE

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 177,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Na raadpleging van het Europees Economisch en Sociaal Comité,

Na raadpleging van het Comité van de Regio’s,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De lidstaten — en vooral de centrale en oostelijke regio’s van de Europese Unie — zijn zwaar door de gevolgen van de militaire agressie door de Russische Federatie tegen Oekraïne getroffen op een ogenblik waarop de economieën van de lidstaten zich nog steeds herstellen van de gevolgen van de COVID-19-pandemie. Veel lidstaten hebben met een constante stroom vluchtelingen voor de Russische agressie te maken, maar worden tegelijkertijd ook geconfronteerd met tekorten aan arbeidskrachten, problemen in de toeleveringsketens en stijgende prijzen en energiekosten. Dat zorgt enerzijds voor uitdagingen voor de overheidsbegrotingen en anderzijds voor vertragingen bij de uitvoering van investeringen. Die uitzonderlijke omstandigheden vergen specifieke en doelgerichte maatregelen om te voorkomen dat de jaarlijkse maxima van het meerjarig financieel kader voor vastleggingen en betalingen zoals uiteengezet in bijlage I bij Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad (2) moeten worden gewijzigd en dat het huidige groene, digitale en veerkrachtige herstel van de economie wordt ondermijnd.

(2)

Om de toenemende druk op de nationale begrotingen te verlichten, heeft Verordening (EU) 2022/562 van het Europees Parlement en de Raad (3) een aantal gerichte wijzigingen in de Verordeningen (EU) nr. 1303/2013 (4) en (EU) nr. 223/2014 (5) van het Europees Parlement en de Raad aangebracht om het voor de lidstaten gemakkelijker te maken om zowel hun resterende toewijzingen uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (“EFRO”), het Europees Sociaal Fonds (“ESF”) en het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (“FEAD”) in het kader van het meerjarig financieel kader 2014-2020 als de middelen van React-EU te gebruiken om de migratieproblemen als gevolg van de militaire agressie van de Russische Federatie zo doeltreffend en zo snel mogelijk aan te pakken.

(3)

Bovendien voorziet Verordening (EU) 2022/613 van het Europees Parlement en de Raad (6) in extra mogelijkheden om snel middelen vrij te maken om de onmiddellijke budgettaire kosten van de lidstaten te compenseren en zijn bij dezelfde verordening eenheidskosten vastgesteld om de financiering te vergemakkelijken van de basisbehoeften en de ondersteuning van vluchtelingen voor de Russische agressie die tijdelijke bescherming genieten.

(4)

Gezien de omvang van de Russische invasie moet de lidstaten nog meer uitzonderlijke mogelijkheden geboden worden om hen in staat te stellen zich op de noodzakelijke respons op de ongekende sociaaleconomische situatie te concentreren en vooral om de migratieproblemen als gevolg van de militaire agressie van de Russische Federatie aan te pakken.

(5)

Gezien de extra druk op de overheidsbegrotingen als gevolg van de militaire agressie van de Russische Federatie, moet de flexibiliteit bij het gebruik van het EFRO en het ESF waarin artikel 98, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 voor dergelijke concrete acties voorziet, worden uitgebreid tot het Cohesiefonds, zodat ook de middelen van het Cohesiefonds kunnen worden gebruikt om concrete acties binnen de werkingssfeer van het EFRO of het ESF te ondersteunen overeenkomstig de op die fondsen toepasselijke regels. Daarnaast is het passend de in artikel 98, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 uiteengezette vereenvoudigde monitoringvereisten te verruimen tot door het ESF ondersteunde concrete acties die migratieproblemen aanpakken, wanneer die concrete acties in een prioritaire as zijn geprogrammeerd die alleen die migratieproblemen aanpakt. Voorts moet in de mogelijkheid worden voorzien dat prioriteiten ter bevordering van de sociaaleconomische integratie van onderdanen van derde landen — met inbegrip van prioriteiten die gewijd zijn aan concrete acties om migratieproblemen als gevolg van de Russische agressie aan te pakken — in beide programmeringsperioden van een medefinancieringspercentage tot 100 % kunnen profiteren om de lidstaten te helpen ontheemden zowel nu als in de toekomst bij te staan. Evenzo moet het bedrag voor de eenheidskosten om de financiering van de basisbehoeften en de ondersteuning van vluchtelingen te vergemakkelijken, worden verhoogd en de toepassing ervan in de tijd worden verlengd.

(6)

Bovendien is de begindatum — 24 februari 2022 — waarop concrete acties met betrekking tot migratieproblemen als gevolg van de militaire agressie van de Russische Federatie voor financiering in aanmerking komen, niet adequaat gebleken om ervoor te zorgen dat alle relevante concrete acties om die migratieproblemen aan te pakken, door de fondsen kunnen worden ondersteund. Daarom moet bij wijze van uitzondering in de mogelijkheid worden voorzien dat dergelijke concrete acties vóór de goedkeuring van een programmawijziging worden geselecteerd en dat uitgaven voor dergelijke fysiek voltooide of volledig uitgevoerde concrete acties voor financiering in aanmerking komen, waarbij die flexibiliteit ook wordt verruimd tot door het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV) ondersteunde concrete acties die de gevolgen van de Russische agressie voor de visserij en aquacultuur aanpakken. Gezien de beperkte middelen in de zwaarst getroffen regio’s moet het bovendien mogelijk zijn dergelijke concrete acties buiten de grenzen van het programmagebied binnen een lidstaat te ondersteunen, aangezien de situatie van vluchtelingen voor de Russische agressie die zich binnen en tussen lidstaten verplaatsen, een probleem vormt voor de economische, sociale en territoriale samenhang van de Unie als geheel. Dergelijke concrete acties moeten daarom voor financiering in aanmerking komen ongeacht waar ze binnen een lidstaat worden uitgevoerd, aangezien de locatie ervan uiteindelijk geen doorslaggevend criterium is bij de inspanningen om aan de onmiddellijke behoeften te voldoen.

(7)

Gezien de hoge lasten die worden opgelegd aan lokale autoriteiten en aan in plaatselijke gemeenschappen actieve maatschappelijke organisatiesom de migratieproblemen als gevolg van de militaire agressie van de Russische Federatie aan te pakken, moet bovendien ten minste 30 % steun voor dergelijke organen worden gereserveerd uit de middelen ter ondersteuning van concrete acties binnen het toepassingsgebied van het EFRO of het ESF overeenkomstig artikel 98, lid 4, eerste en tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 1303/2013.

(8)

Om de administratieve lasten voor de lidstaten — om rekening te houden met de veranderende behoeften en de financiële toewijzingen in een operationeel programma na te leven — te verlichten, moet het in het kader van de programmeringsperiode 2014-2020 gestelde vereiste van een formele programmawijziging wat betreft de overdrachten tussen thematische doelstellingen binnen een prioriteit van hetzelfde fonds en dezelfde regiocategorie, worden geschrapt.

(9)

Ten slotte moet — om het gebruik van de toewijzingen voor de periode 2014-2020 in het kader van de afsluiting van programma’s van de programmeringsperiode 2014-2020 te optimaliseren — het maximum van de flexibiliteit tussen prioriteiten voor de berekening van het eindsaldo van de bijdrage uit de fondsen worden verhoogd.

(10)

Ook in het rechtskader voor programma’s van de programmeringsperiode 2021-2027 moet worden voorzien in een zekere flexibiliteit om de ongekende situatie aan te pakken. Om de druk op de nationale begrotingen te verlichten, moet ook de voorfinanciering voor programma’s in het kader van de doelstelling “Investeren in werkgelegenheid en groei” worden verhoogd. Gezien de uitdagingen als gevolg van de ontheemding van mensen en de geïntegreerde respons waaraan de lidstaten behoefte hebben, moet — wanneer een lidstaat in het kader van een van zijn cohesieprogramma’s voor de periode 2021-2027 een prioriteit wijdt aan de ondersteuning van concrete acties ter bevordering van de sociaaleconomische integratie van onderdanen van derde landen — ook een medefinancieringspercentage tot 100 % voor die prioriteit mogelijk zijn tot en met 30 juni 2024, mits een passend niveau aan steun aan lokale autoriteiten en aan in plaatselijke gemeenschappen actieve maatschappelijke organisaties wordt toegekend en het totale in het kader van dergelijke prioriteiten in een lidstaat geprogrammeerde bedrag niet meer bedraagt dan 5 % van de initiële nationale toewijzing van die lidstaat uit het EFRO en het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) samen. Dat doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor de lidstaten om aanvullende bedragen voor dergelijke prioriteiten te programmeren met normale medefinancieringspercentages. Ook moet — gezien de door de militaire agressie van de Russische Federatie veroorzaakte verstoringen aan het einde van de programmeringsperiode 2014-2020 bovenop de langdurige gevolgen van de COVID-19-pandemie voor de uitvoering van projecten en de aanhoudende verstoringen van waardeketens — in extra flexibiliteit worden voorzien om rechtstreekse steun te verlenen en de concrete acties te voltooien waarvan de uitvoering overeenkomstig het wetgevingskader voor de periode 2014-2020 vóór de datum van het wetgevingsvoorstel voor deze verordening al was begonnen, zelfs wanneer dergelijke concrete acties niet binnen het toepassingsgebied van het desbetreffende fonds in de programmeringsperiode 2021-2027 vallen, behalve wanneer de fondsen werden gebruikt uit hoofde van artikel 98, lid 4, eerste of tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 1303/2013. Om ervoor te zorgen dat dergelijke concrete acties kunnen worden toegeschreven aan interventietypes, moet bijlage I bij Verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad (7) dienovereenkomstig worden aangepast. Steun voor dergelijke concrete acties mag geen afbreuk doen aan de verplichtingen van de lidstaten om te voldoen aan de vereisten inzake thematische concentratie en de klimaatdoelstellingen.

(11)

Daar de doelstellingen van deze verordening — namelijk de lidstaten de problemen helpen aanpakken als gevolg van de komst van uitzonderlijk grote aantallen vluchtelingen voor de militaire agressie van de Russische Federatie tegen Oekraïne en de continue inspanningen van de lidstaten ondersteunen met het oog op een veerkrachtig economisch herstel na de COVID-19-pandemie — niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang en de gevolgen van het voorgestelde optreden beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstellingen te verwezenlijken.

(12)

Verordeningen (EU) nr. 1303/2013 en (EU) 2021/1060 moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(13)

Gezien de noodzaak om de druk op de overheidsbegrotingen snel te verlichten om ervoor te zorgen dat de lidstaten het economische herstel kunnen blijven ondersteunen en om de snelle programmering van de fasering van concrete acties naar de programmeringsperiode 2021-2027 mogelijk te maken, moet deze verordening met spoed in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingen van Verordening (EU) nr. 1303/2013

Verordening (EU) nr. 1303/2013 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Aan artikel 30 worden de volgende leden toegevoegd:

“6.   In afwijking van de leden 1 en 2 kunnen de lidstaten voor door het EFRO, het ESF of het Cohesiefonds ondersteunde programma’s financiële toewijzingen overschrijven tussen verschillende thematische doelstellingen binnen dezelfde prioriteit van hetzelfde fonds en dezelfde regiocategorie van hetzelfde programma.

Dergelijke overschrijvingen worden als niet substantieel beschouwd en vereisen geen besluit van de Commissie tot wijziging van het programma. Niettemin moeten die overschrijvingen aan alle wettelijke voorschriften voldoen en op voorhand door het toezichtcomité worden goedgekeurd. De lidstaten delen de herziene financiële tabellen aan de Commissie mee.

7.   In afwijking van de leden 1 en 2 is geen besluit van de Commissie tot wijziging van het programma vereist om een medefinancieringspercentage tot 100 % krachtens artikel 120, lid 9, toe te passen op een in het kader van een programma vastgestelde prioritaire as ter bevordering van de sociaaleconomische integratie van onderdanen van derde landen — met inbegrip van prioritaire assen die gewijd zijn aan concrete acties om migratieproblemen als gevolg van de militaire agressie van de Russische Federatie aan te pakken. De wijziging moet op voorhand door het toezichtcomité worden goedgekeurd. De lidstaten delen de herziene financiële tabellen aan de Commissie mee.”.

2)

In artikel 65 wordt het volgende lid ingevoegd:

“10 bis.   Lid 6 is niet van toepassing op concrete acties om migratieproblemen als gevolg van de militaire agressie van de Russische Federatie aan te pakken.

Lid 6 is evenmin van toepassing op door het EFMZV ondersteunde concrete acties om de gevolgen van die agressie voor de visserij en de aquacultuur aan te pakken.

In afwijking van artikel 125, lid 3, punt b), kunnen dergelijke concrete acties voor steun uit het EFRO, het ESF, het Cohesiefonds of het EFMZV worden geselecteerd vóór de goedkeuring van het gewijzigde programma.”.

3)

In artikel 68 quater wordt de eerste alinea vervangen door:

“Voor de uitvoering van concrete acties om migratieproblemen als gevolg van de militaire agressie van de Russische Federatie aan te pakken, kunnen de lidstaten in de in betalingsaanvragen gedeclareerde uitgaven eenheidskosten opnemen met betrekking tot de basisbehoeften en de ondersteuning van personen aan wie overeenkomstig Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad (*1) en Richtlijn 2001/55/EG van de Raad (*2) tijdelijke bescherming of andere passende bescherming uit hoofde van het nationale recht is verleend. Die eenheidskosten bedragen 100 EUR per week voor elke hele week of elk deel van een week gedurende welke de persoon zich op het grondgebied van de betrokken lidstaat bevindt. De eenheidskosten mogen in totaal gedurende ten hoogste 26 weken worden toegepast, te rekenen vanaf de datum van aankomst van de persoon in de Unie.

(*1)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (PB L 71 van 4.3.2022, blz. 1)."

(*2)  Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (PB L 212 van 7.8.2001, blz. 12).”."

4)

Aan artikel 70, lid 2, wordt de volgende alinea toegevoegd:

“Wanneer door het EFRO, het ESF of het Cohesiefonds ondersteunde concrete acties om migratieproblemen als gevolg van de militaire agressie van de Russische Federatie aan te pakken, buiten het programmagebied maar binnen de lidstaat worden uitgevoerd, is alleen punt d) van de eerste alinea van toepassing.”.

5)

In artikel 70 wordt lid 4 vervangen door:

“4.   De leden 1, 2 en 3 zijn niet van toepassing op programma’s in het kader van de doelstelling “Europese territoriale samenwerking”. De leden 2 en 3 zijn niet van toepassing op door het ESF ondersteunde concrete acties, met uitzondering van lid 2, laatste alinea.”.

6)

In artikel 96 wordt lid 10 vervangen door:

“10.   Onverminderd artikel 30, leden 5 tot en met 7, stelt de Commissie door middel van een uitvoeringshandeling een besluit vast tot goedkeuring van alle elementen van het operationele programma — inclusief eventuele toekomstige wijzigingen ervan — dat onder dit artikel valt, met uitzondering van de elementen die vallen onder lid 2, eerste alinea, punt b), vi), punt c), v), en punt e), de leden 4 en 5, lid 6, punten a) en c), en lid 7, waarvoor de lidstaten verantwoordelijk blijven.”.

7)

In artikel 98 wordt lid 4 als volgt gewijzigd:

a)

na de eerste alinea wordt de volgende alinea ingevoegd:

“Bovendien kunnen dergelijke concrete acties ook door het Cohesiefonds worden gefinancierd op basis van de regels die van toepassing zijn op het EFRO of het ESF.”;

b)

na de tweede alinea wordt de volgende alinea ingevoegd:

“Wanneer voor een specifieke prioritaire as van de in de eerste of tweede alinea vermelde mogelijkheid wordt gebruikgemaakt, wordt ten minste 30 % van de financiële toewijzing voor die prioritaire as toegewezen aan concrete acties met begunstigden die lokale overheden of in plaatselijke gemeenschappen actieve maatschappelijke organisaties, of beide, zijn. De lidstaten brengen verslag uit over de naleving van die voorwaarde in het krachtens artikel 50, lid 1, en artikel 111 vereiste eindverslag over de uitvoering. Wanneer niet aan die voorwaarde is voldaan, wordt de vergoeding door de Commissie in het kader van de betrokken prioritaire as evenredig verlaagd om ervoor te zorgen dat die voorwaarde in acht wordt genomen bij de berekening van het aan het programma te betalen eindsaldo.”;

c)

de derde alinea wordt vervangen door:

“Wanneer gegevens over deelnemers moeten worden gerapporteerd voor concrete acties in het kader van de in de derde alinea bedoelde prioritaire as, worden die gegevens op gefundeerde ramingen gebaseerd en tot het totale aantal ondersteunde personen en het aantal kinderen jonger dan 18 jaar beperkt. Dezelfde rapportagevereisten gelden ook voor andere door het ESF ondersteunde prioritaire assen die alleen concrete acties ondersteunen om migratieproblemen als gevolg van de militaire agressie van de Russische Federatie aan te pakken.”;

8)

Aan artikel 120 wordt het volgende lid toegevoegd:

“9.   Binnen een operationeel programma kan een afzonderlijke prioritaire as ter bevordering van de sociaaleconomische integratie van onderdanen van derde landen worden vastgesteld met een medefinancieringspercentage tot 100 %. Een dergelijke prioritaire as mag volledig worden gewijd aan concrete acties om migratieproblemen als gevolg van de militaire agressie van de Russische Federatie aan te pakken, met inbegrip van de in artikel 98, lid 4, derde alinea, bedoelde specifieke prioritaire as.”.

9)

In artikel 130, lid 3, wordt de eerste alinea vervangen door:

“In afwijking van lid 2 is de bijdrage uit de Fondsen of het EFMZV via betalingen van het eindsaldo voor elke prioriteit per fonds en per regiocategorie in het laatste boekjaar hoogstens 15 % hoger dan de in het besluit van de Commissie tot goedkeuring van het operationele programma vastgestelde bijdrage uit de Fondsen of het EFMZV voor elke prioriteit per fonds en per regiocategorie.”.

Artikel 2

Wijzigingen van Verordening (EU) 2021/1060

Verordening (EU) 2021/1060 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Aan artikel 90, lid 2, wordt de volgende alinea toegevoegd:

“Er wordt in 2022 onmiddellijk na de inwerkingtreding van deze verordening een aanvullende voorfinanciering van 0,5 % en in 2023 een aanvullende voorfinanciering van 0,5 % betaald voor door het EFRO, het ESF+ of het Cohesiefonds ondersteunde programma’s in het kader van de doelstelling “Investeren in werkgelegenheid en groei”. Wanneer een programma na 31 december 2022 wordt goedgekeurd, wordt de tranche voor 2022 in het jaar van goedkeuring betaald.”.

2)

In artikel 90, lid 5, wordt de eerste alinea vervangen door:

“5.   Het als voorfinanciering betaalde bedrag voor de jaren 2021 en 2022 wordt — met uitzondering van de in lid 2, derde alinea, van dit artikel bedoelde aanvullende voorfinanciering — jaarlijks in de rekeningen van de Commissie vereffend. Alle andere als voorfinanciering betaalde bedragen worden uiterlijk met het laatste boekjaar — overeenkomstig artikel 100 — in de rekeningen van de Commissie vereffend.”.

3)

Aan artikel 112 wordt het volgende lid toegevoegd:

“7.   Wanneer een afzonderlijke prioriteit binnen een programma wordt vastgesteld ter ondersteuning van concrete acties om de sociaaleconomische integratie van onderdanen van derde landen te bevorderen, wordt een medefinancieringspercentage tot 100 % op de in betalingsaanvragen gedeclareerde uitgaven toegepast tot het einde van het boekjaar dat eindigt op 30 juni 2024. Na die datum is het medefinancieringspercentage van toepassing dat in het programma is vastgesteld overeenkomstig de in de leden 3 en 4 genoemde maximale medefinancieringspercentages.

Het totale in het kader van dergelijke prioriteiten in een lidstaat geprogrammeerde bedrag mag niet meer bedragen dan 5 % van de initiële nationale toewijzing uit het EFRO en het ESF+ samen.

De Commissie evalueert het medefinancieringspercentage uiterlijk op 30 juni 2024.

Ten minste 30 % van de financiële toewijzing van een dergelijke afzonderlijke prioriteit wordt toegewezen aan concrete acties met begunstigden die lokale overheden en in plaatselijke gemeenschappen actieve maatschappelijke organisaties zijn. De lidstaten brengen verslag uit over de naleving van die voorwaarde in het krachtens artikel 43 vereiste eindverslag over de prestaties. Wanneer niet aan die voorwaarde is voldaan, wordt de vergoeding door de Commissie in het kader van de betrokken prioriteit evenredig verlaagd om ervoor te zorgen dat die voorwaarde in acht wordt genomen bij de berekening van het aan het programma te betalen eindsaldo.”.

4)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

“Artikel 118 bis

Voorwaarden voor concrete acties die gefaseerd worden uitgevoerd en vóór 29 juni 2022 uit hoofde van Verordening (EU) nr. 1303/2013 voor steun zijn geselecteerd

1.   Niettegenstaande artikel 118 komt een concrete actie waarvan de totale kosten meer dan 1 000 000 EUR bedragen en die vóór 29 juni 2022 was geselecteerd en van start ging in het kader van Verordening (EU) nr. 1303/2013 en de fondsspecifieke Verordeningen (EU) nr. 1301/2013 (*3), (EU) nr. 1304/2013 (*4), (EU) nr. 1300/2013 (*5), (EU) nr. 1299/2013 (*6) en (EU) nr. 508/2014 (*7) van het Europees Parlement en de Raad, in aanmerking voor steun in het kader van deze verordening en de overeenkomstige fondsspecifieke verordeningen in de programmeringsperiode 2021-2027.

In afwijking van artikel 73, leden 1 en 2, kan de beheerautoriteit besluiten rechtstreeks steun voor een dergelijke concrete actie toe te kennen uit hoofde van deze verordening, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de concrete actie heeft twee financieel onderscheidbare fasen met afzonderlijke audittrails;

b)

de concrete actie valt onder acties die in het kader van een relevante specifieke doelstelling zijn geprogrammeerd, en is aan een interventietype overeenkomstig bijlage I toegewezen;

c)

uitgaven in een betalingsaanvraag met betrekking tot de eerste fase zijn niet opgenomen in betalingsaanvragen met betrekking tot de tweede fase;

d)

de lidstaat verbindt zich ertoe de tweede en laatste fase te voltooien en operationeel te maken in de programmeringsperiode, zoals blijkt uit het eindverslag over de uitvoering, dan wel, wat het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij betreft, uit het overeenkomstig artikel 141 van Verordening (EU) nr. 1303/2013 ingediende eindverslag over de uitvoering.

2.   Dit artikel is niet van toepassing op concrete acties om migratieproblemen als gevolg van de militaire agressie van de Russische Federatie aan te pakken die worden ondersteund door gebruik te maken van de in artikel 98, lid 4, eerste en tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 geboden mogelijkheid.

(*3)  Verordening (EU) nr. 1301/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en specifieke bepalingen met betrekking tot de doelstelling “Investeren in groei en werkgelegenheid”, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1080/2006 (PB L 347 van 20.12. 2013, blz. 289)."

(*4)  Verordening (EU) nr. 1304/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Sociaal Fonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1081/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 470)."

(*5)  Verordening (EU) nr. 1300/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1084/2006 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 281)."

(*6)  Verordening (EU) nr. 1299/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende specifieke bepalingen voor steun uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling ter verwezenlijking van de doelstelling “Europese territoriale samenwerking” (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 259)."

(*7)  Verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 2328/2003, (EG) nr. 861/2006, (EG) nr. 1198/2006 en (EG) nr. 791/2007 van de Raad en Verordening (EU) nr. 1255/2011 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 149 van 20.5.2014, blz. 1).”."

5)

In bijlage I worden de volgende regels toegevoegd aan het eind van tabel 1:

INTERVENTIEGEBIED3

Coëfficiënt voor de berekening van steun voor klimaatveranderingsdoelstellingen

Coëfficiënt voor de berekening van steun voor milieudoelstellingen

“Andere codes met betrekking tot concrete acties die krachtens artikel 118 bis gefaseerd worden uitgevoerd

183

Beheer van huishoudelijk afval: stortplaatsen

0  %

100  %

184

Elektriciteit (opslag en transmissie)

100  %

40  %

185

Aardgas: opslag, transmissie en distributie

0  %

0  %

186

Luchthavens

0  %

0  %

187

Productieve investeringen in grote bedrijven die verband houden met de koolstofarme economie

40  %

0  %”

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 19 oktober 2022.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

R. METSOLA

Voor de Raad

De voorzitter

M. BEK


(1)  Standpunt van het Europees Parlement van 4 oktober 2022 (nog niet bekendgemaakt in het publicatieblad) en besluit van de Raad van 13 oktober 2022.

(2)  Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027 (PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 11).

(3)  Verordening (EU) 2022/562 van het Europees Parlement en de Raad van 6 april 2022 tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1303/2013 en (EU) nr. 223/2014 wat betreft maatregelen uit hoofde van het cohesiebeleid ten behoeve van vluchtelingen in Europa (CARE) (PB L 109 van 8.4.2022, blz. 1).

(4)  Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320).

(5)  Verordening (EU) nr. 223/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 betreffende het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (PB L 72 van 12.3.2014, blz. 1).

(6)  Verordening (EU) 2022/613 van het Europees Parlement en de Raad van 12 april 2022 tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1303/2013 en (EU) nr. 223/2014 wat betreft de verhoging van de voorfinanciering uit de React-EU-middelen en de vaststelling van eenheidskosten (PB L 115 van 13.4.2022, blz. 38).

(7)  Verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid (PB L 231 van 30.6.2021, blz. 159).


Top