EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32005R1445

Verordening (EG) nr. 1445/2005 van de Commissie van 5 september 2005 tot vaststelling van geschikte kwaliteitsevaluatiecriteria en van de inhoud van de kwaliteitsverslagen voor afvalstoffenstatistieken ten behoeve van Verordening (EG) nr. 2150/2002 van het Europees Parlement en de Raad (Voor de EER relevante tekst)

OJ L 229, 6.9.2005, p. 6–12 (ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)
OJ L 322M , 2.12.2008, p. 82–88 (MT)
Special edition in Bulgarian: Chapter 15 Volume 015 P. 98 - 104
Special edition in Romanian: Chapter 15 Volume 015 P. 98 - 104
Special edition in Croatian: Chapter 15 Volume 009 P. 53 - 59

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2005/1445/oj

6.9.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 229/6


VERORDENING (EG) nr. 1445/2005 VAN DE COMMISSIE

van 5 september 2005

tot vaststelling van geschikte kwaliteitsevaluatiecriteria en van de inhoud van de kwaliteitsverslagen voor afvalstoffenstatistieken ten behoeve van Verordening (EG) nr. 2150/2002 van het Europees Parlement en de Raad

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2150/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2002 betreffende afvalstoffenstatistieken (1), en met name op artikel 6, onder d),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens artikel 6 van Verordening (EG) nr. 2150/2002 moet de Commissie de bepalingen voor de uitvoering van die verordening vaststellen.

(2)

Ingevolge artikel 6, onder d), van Verordening (EG) nr. 2150/2002 moet de Commissie geschikte kwaliteitsevaluatiecriteria en de inhoud van de in die verordening genoemde kwaliteitsverslagen vaststellen.

(3)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité statistisch programma, dat is opgericht bij Besluit 89/382/EEG, Euratom van de Raad (2),

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De kwaliteitsevaluatiecriteria en de inhoud van de kwaliteitsverslagen, als bedoeld in sectie 7 van de bijlagen I en II bij Verordening (EG) nr. 2150/2002, worden in de bijlage bij deze verordening vastgesteld. De lidstaten dienen een kwaliteitsverslag in overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

2.   Lid 1 is van toepassing op gegevens die worden ingediend voor het eerste referentiejaar 2004 en voor alle daaropvolgende referentieperioden.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 5 september 2005.

Voor de Commissie

Joaquín ALMUNIA

Lid van de Commissie


(1)  PB L 332 van 9.12.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 783/2005 van de Commissie (PB L 131 van 25.5.2005, blz. 38).

(2)  PB L 181 van 28.6.1989, blz. 47.


BIJLAGE

INHOUD VAN HET KWALITEITSVERSLAG EN EVALUATIECRITERIA VOOR AFVALSTOFFENSTATISTIEKEN

INLEIDING OVER DE INHOUD VAN HET KWALITEITSVERSLAG

Uiteenlopende methoden

Ingevolge Verordening (EG) nr. 2150/2002 moet bij elke toezending van een gegevensverzameling of van een combinatie van gegevensverzamelingen een kwaliteitsverslag worden ingediend. Die verordening schrijft geen specifieke methode voor het opstellen van afvalstoffenstatistieken voor. Er kunnen verschillen bestaan tussen de methoden van de landen, tussen de gegevensverzamelingen van eenzelfde land en zelfs binnen gegevensverzamelingen. De manier waarop de kwaliteit kan worden beoordeeld, hangt af van de gebruikte methoden. Om vast te stellen welke uiteenlopende methoden gebruikt zijn, geeft deel I van het kwaliteitsverslag een algemene beschrijving van de gegevens en een overzicht van de gehanteerde methoden. Deel II gaat uit van de standaardelementen die in het Europees statistisch systeem voor kwaliteitsbepaling worden gebruikt.

Structuur

Het door de lidstaten in te dienen kwaliteitsverslag moet de structuur volgen die is vastgesteld in het punt „Inhoud van het kwaliteitsverslag” hieronder. Het verslag omvat ook punten die niet van toepassing zijn of waarvoor geen informatie beschikbaar is; toch moet in het verslag uitdrukkelijk naar deze punten worden verwezen.

Herziening van de gegevens

Wanneer gegevens zijn herzien, moet aan het kwaliteitsverslag een noot worden toegevoegd. In de noot moet worden gespecificeerd op welk gebied de herziening betrekking heeft; ook moet worden verklaard waarom een herziening noodzakelijk was en moet het effect van de herziening op de resultaten worden verduidelijkt.

Voorlopige gegevens

Voorlopige gegevens indienen is niet in overeenstemming met de verordening betreffende afvalstoffenstatistieken. Indien een verzameling voorlopige gegevens bevat, moet dit in deel I worden toegelicht. Ook moet worden gemeld wanneer dergelijke gegevens zullen worden herzien.

Hoofdaggregaten

Soms is het noodzakelijk in het kwaliteitsverslag het effect van veronderstellingen of fouten te beoordelen. De beoordeling kan worden beperkt tot het effect op hoofdaggregaten. Voor het vrijkomen van afval zijn de hoofdaggregaten:

gevaarlijk huishoudelijk afval;

niet-gevaarlijk huishoudelijk afval;

gevaarlijk bedrijfsafval (totaal van alle NACE-categorieën);

niet-gevaarlijk bedrijfsafval (totaal van alle NACE-categorieën).

Voor de behandeling van afval zijn de hoofdaggregaten:

gevaarlijk als brandstof gebruikt afval;

niet-gevaarlijk als brandstof gebruikt afval;

gevaarlijk verbrand afval;

niet-gevaarlijk verbrand afval;

gevaarlijk teruggewonnen afval;

niet-gevaarlijk teruggewonnen afval;

gevaarlijk verwijderd afval;

niet-gevaarlijk verwijderd afval.

Bestandsnaam

Het kwaliteitsverslag moet in elektronische vorm worden ingediend in een document met een bestandsnaam die uit vijf delen bestaat:

Kwaliteitsverslag

2

Waarde: QR

Domein

5

Waarde: WASTE

Landcode

2

Landcode met twee tekens

Jaar

4

Referentiejaar (eerste referentiejaar 2004)

Herziening

1

Nummer herziening, nul (0) voor de eerste indiening

De delen van de bestandsnaam worden door een laag streepje gescheiden. Het kwaliteitsverslag uit België over 2004 krijgt bijvoorbeeld na de eerste herziening de naam QR_WASTE_BE_2004_1.

INHOUD VAN HET KWALITEITSVERSLAG

Deel I:   beschrijving van de gegevens

Identificatie:

land;

referentiejaar;

gegevensverzameling(en);

datum van toezending.

Contactinformatie van de voor de kwaliteit van afvalstoffenstatistieken verantwoordelijke persoon of personen:

naam;

telefoonnummer;

e-mailadres;

organisatie en eenheid.

Er moet worden gemeld welke afwijkingen voor de gegevensverzameling gelden.

Beschrijving van de bij de gegevensverzameling betrokken partijen en gebruikte bronnen. Relatie tussen deze partijen en bronnen en de gebieden van de verordening betreffende afvalstoffenstatistieken waarop ze betrekking hebben. Wat is de rechtsgrondslag voor de gegevensbron? Hoe wordt de continuïteit beoordeeld?

Algemene beschrijving van de voor de verschillende delen van de gegevensverzameling gebruikte methoden. Deze beschrijving wordt als referentie in deel II van het verslag gebruikt. De verschillende methoden zijn:

enquête;

administratieve bronnen;

gebruik van modellen;

andere (specificeren).

De ten opzichte van het voorgaande referentiejaar aangebrachte wijzigingen moeten worden gerapporteerd; ook moet een beoordeling van het effect ervan op de gegevenskwaliteit worden gegeven. Speciale aandacht moet worden besteed aan de vergelijkbaarheid in de tijd. De vergelijkbaarheid moet nader worden omschreven in deel II, punt 5: Vergelijkbaarheid. Voor het eerste referentiejaar hoeven geen gegevens te worden verstrekt over de vergelijkbaarheid met de vrijwillige gegevensverzameling, die was gebaseerd op de gezamenlijke OESO/Eurostat-vragenlijst over afvalstoffen.

De lidstaten moeten de voornaamste veranderingen opgeven in de methoden die voor het volgende referentiejaar zullen worden aangewend.

Deel II:   verslag over kwaliteitsaspecten

1.   Relevantie

Er moet een samenvatting, met een beschrijving van de gebruikers en de behoeften op nationaal niveau, worden verstrekt.

De lidstaten moeten de mate van volledigheid van de gegevensverzamelingen aangeven. Zij moeten de variabelen en/of uitsplitsingen aangeven die volgens de verordening betreffende afvalstoffenstatistieken vereist zijn, maar die niet beschikbaar zijn (de celwaarde in de toegezonden gegevensverzameling wordt bv. met „M” of „L” weergegeven). Voor gevallen waarvoor geen afwijking geldt, is een verklaring vereist. In geval van ontbrekende celwaarden moeten maatregelen worden genomen om de tekortkoming te verhelpen.

2.   Nauwkeurigheid

2.1.   Steekproeffouten

Voor de afbakening van het relevante enquêtegebied moet naar deel I worden verwezen. Er moet informatie worden verstrekt over de volgende aspecten:

gebruikt steekproefkader;

gebruikt steekproefschema;

stratificatie (bv. naar grootteklasse, NACE-groep enz.);

steekproefomvang: aantal bedrijven in een populatie en aantal bedrijven in de enquête (per stratum indien relevant);

variatiecoëfficiënt voor de totale hoeveelheid vrijgekomen afval en voor de uitsplitsing in vier hoofdaggregaten. De noemer van de coëfficiënt is de totale hoeveelheid vrijgekomen afval in het desbetreffende aggregaat, dus inclusief de strata die niet door middel van steekproefmethoden zijn geschat. Om de variatie te schatten, moet rekening worden gehouden met de non-respons;

variatiecoëfficiënt voor de totale hoeveelheid behandeld afval en voor de uitsplitsing in acht hoofdaggregaten. De noemer van de coëfficiënt is de totale hoeveelheid behandeld afval in het desbetreffende aggregaat, dus inclusief de strata die niet door middel van steekproefmethoden zijn geschat. Om de variatie te schatten, moet rekening worden gehouden met de non-respons.

2.2.   Niet-steekproeffouten

2.2.1.   Fouten bij de dekking

Voor bijlage I over het vrijkomen van afval: beschrijving van de gehanteerde methode(n) om 100 % dekking te bereiken;

Voor bijlage II over de behandeling van afval: beschrijving van de afvalbehandelingsinrichtingen die van rapportering zijn uitgezonderd en de reden voor de uitzondering;

Beschrijving van de manier waarop het aandeel van commercieel afval (van bedrijven en winkels) in het huishoudelijk afval wordt beoordeeld; welke methode wordt gebruikt om zuiver huishoudelijk afval te schatten;

Beschrijving van de voornaamste problemen bij de verzameling van gegevens in verband met een verkeerde indeling of een te geringe of te ruime dekking.

2.2.2.   Meetfouten

Welke statistische eenheden worden in welk deel van de gegevensverzameling toegepast? Wat is het resultaat van de beoordeling van potentiële fouten bij de toepassing van statistische eenheden?

Fouten in de nauwkeurigheid van hoeveelheden: beschrijving van de wijze waarop weging en vervolgens registratie worden uitgevoerd en de valideringsprocedures die voor de opsporing van wegingsfouten worden toegepast. Wat is het resultaat van de bestaande foutopsporingsprocedures?

Er moet een beschrijving worden gegeven van de informatiekwaliteit van het gegevensverzamelingsinstrument. Bijvoorbeeld in geval van steekproefenquêtes met een vragenlijst: werd de vragenlijst in een focusgroep gevalideerd? Voor administratieve gegevens: zijn er in de rapporterende eenheid of in de administratie zelf elementen die aanleiding kunnen geven tot over- of onderrapportering of tot lacunes?

2.2.3.   Verwerkingsfouten

Samenvatting van de verwerkingsstappen tussen de verzameling van de gegevens en de productie van statistieken, met inbegrip van maatregelen om verwerkingsfouten op te sporen en recht te zetten;

Lijst van opgespoorde verwerkingsfouten, omvang en effect ervan;

Codeerfouten bij de codering van de afvalcategorie, NACE-categorie, soort behandeling en regio. Er moet worden beschreven hoe de codering is uitgevoerd en welke valideringsprocedures worden toegepast om codeerfouten op te sporen. Wat is het resultaat van de bestaande foutopsporingsprocedures?

Percentage van de categorie „huishoudelijk afval” dat eigenlijk van bedrijven afkomstig is. Hoe wordt de verkeerde indeling beoordeeld?

2.2.4.   Fouten door non-respons

Responspercentage voor de hoofdaggregaten;

Beschrijving van de manier waarop gevallen van non-respons (voor eenheden en vragen) in enquêtes worden behandeld;

Bepaling van verwachte fouten als gevolg van non-respons.

2.2.5.   Fouten door het gebruik van modellen

Beschrijving van modellen, veronderstellingen in verband met het gebruik van modellen, verwachte fouten en hoe deze worden aangepakt;

Resultaten van de sensitiviteitsanalyse;

Aangewende bronnen (met verwijzing naar de beschrijving van de bronnen in deel I).

3.   Tijdigheid en punctualiteit

Beschrijving in een tijdschema van de voornaamste stappen bij de verzameling van gegevens voor het opstellen van gegevensverzamelingen;

Beschrijving in een tijdschema van de voornaamste stappen bij de verwerking van gegevens (bv. aanvangs- en einddata voor volledigheids-, coderings- en plausibiliteitscontroles, gegevensvalidering en maatregelen in verband met geheimhouding);

Beschrijving in een tijdschema van de voornaamste stappen bij de publicatie (bv. wanneer worden eerste en gedetailleerde resultaten berekend, gevalideerd en verspreid).

De punctualiteit van de toezending van de gegevens aan Eurostat zal worden geëvalueerd overeenkomstig de verordening betreffende afvalstoffenstatistieken, waarin de frequentie en de termijnen voor de toezending van de gegevens worden gespecificeerd. Voor elke vertraging moet een verklaring worden gegeven. Bovendien moet in het verslag worden vermeld welke maatregelen zijn genomen om in de toekomst vertragingen te voorkomen.

4.   Toegankelijkheid en duidelijkheid

De nationale rapporteringsinstantie (vermeld in deel I van het kwaliteitsverslag) moet een beschrijving geven van:

het beleid inzake de verspreiding van afvalstoffenstatistieken;

de maatregelen en hulpmiddelen die de duidelijkheid moeten verzekeren en verbeteren;

het geheimhoudingsbeleid.

5.   Vergelijkbaarheid

Ter beoordeling van de vergelijkbaarheid van nationale gegevens die aan de hand van verschillende methoden zijn geproduceerd, moet worden aangegeven wat het effect is van beperkingen met betrekking tot de dekking en nauwkeurigheid van de gegevens (op basis van de bovengenoemde nauwkeurigheidselementen);

Hoe wordt de regionale vergelijkbaarheid van gegevens over afvalbehandelingsinrichtingen gevalideerd? Welke statistische eenheid wordt gebruikt? Hoe worden mobiele afvalverwerkingsinrichtingen behandeld?

Vergelijkbaarheid in de tijd: zowel veranderingen ten opzichte van de voorgaande referentieperiode als verwachte veranderingen in de volgende referentieperiode moeten worden gerapporteerd. Veranderingen in definities, dekking of methoden moeten in detail worden gespecificeerd (met verwijzing naar deel I). Er moet een evaluatie van de gevolgen worden uitgevoerd.

6.   Samenhang

Milieustatistieken:

Samenhang tussen de op nationaal niveau verspreide gegevens en de in het kader van de verordening betreffende afvalstoffenstatistieken gerapporteerde gegevens.

Er hoeft geen melding te worden gemaakt van samenhang met:

de gezamenlijke OESO/Eurostat-vragenlijst;

specifieke rapporteringsvoorschriften voor afval (sloopauto’s, afval van elektrische en elektronische apparaten, verpakking en verpakkingsafval, overbrenging van afvalstoffen enz.);

in het kader van de geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (IPPC) gemelde gegevens;

aan het Europees Milieuagentschap gemelde gegevens.

De Commissie (Eurostat) zal dit rechtstreeks regelen.

Sociaal-economische statistieken:

De lidstaten wordt verzocht commentaar te geven op de samenhang met:

de handelsstatistieken;

de milieu-economische boekhouding, met inbegrip van nationale rekeningen;

de productie van structuurindicatoren.

Bij commentaar op deze elementen kan bijvoorbeeld worden gewezen op verschillen in de toepassing van statistische eenheden en classificaties.

7.   Belasting voor de respondenten

Er moet een evaluatie worden gemaakt van de feitelijke belasting voor respondenten (vereiste tijd voor beantwoording) en van het feitelijke aantal respondenten. Voor administratieve bronnen moet de belasting voor respondenten die het gevolg is van bijkomende vragen voor statistische doeleinden, worden geëvalueerd.

BEOORDELINGSCRITERIA

De Commissie (Eurostat) zal de gegevens die op grond van de verordening betreffende afvalstoffenstatistieken zijn verzameld, aan de hand van de volgende vijf ruime criteria evalueren:

1.

Volledige gegevensverzamelingen

De volledigheid van de gegevensverzamelingen wordt bepaald door het formaat waarin de afvalstoffenstatistieken worden toegezonden (Verordening (EG) nr. 782/2005 van de Commissie (1)).

2.

Volledig kwaliteitsverslag

De volledigheid van het kwaliteitsverslag wordt door deze verordening bepaald.

3.

Tijdigheid

De tijdigheid van de gegevensverzamelingen en van het begeleidende kwaliteitsverslag wordt bepaald door de verordening betreffende afvalstoffenstatistieken (binnen 18 maanden na het einde van het referentiejaar).

4.

Juiste toepassing van definities en classificaties

In het handboek over afvalstoffenstatistieken zal worden bepaald hoe definities en classificaties moeten worden geïnterpreteerd.

5.

De toepassing van degelijke statistische methoden

De verordening betreffende afvalstoffenstatistieken schrijft geen bepaalde methode voor het opstellen van afvalstoffenstatistieken voor. Het handboek over afvalstoffenstatistieken zal richtsnoeren voor goede werkwijzen geven.

De Commissie (Eurostat) stelt de persoon die in de lidstaat voor de kwaliteit van afvalstoffenstatistieken verantwoordelijk is, binnen twee maanden na de uiterste datum voor toezending van de gegevens in kennis van het resultaat van de evaluatie.


(1)  PB L 131 van 25.5.2005, blz. 26.


Top