Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62014CN0397

Zaak C-397/14: Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Sąd Najwyższy (Polen) op 20 augustus 2014 — Polkomtel Sp. z o.o./Prezes Urzędu Komunikacji Elektronicznej

PB C 431 van 1.12.2014, p. 9–9 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

1.12.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 431/9


Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Sąd Najwyższy (Polen) op 20 augustus 2014 — Polkomtel Sp. z o.o./Prezes Urzędu Komunikacji Elektronicznej

(Zaak C-397/14)

(2014/C 431/14)

Procestaal: Pools

Verwijzende rechter

Sąd Najwyższy

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Polkomtel Sp. z o.o.

Verwerende partij: Prezes Urzędu Komunikacji Elektronicznej

Andere partij in de procedure: Telekomunikacja Polska S.A. w Warszawie (thans Orange Polska S.A. w Warszawie)

Prejudiciële vragen

1)

Moet artikel 28 van richtlijn 2002/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische-communicatienetwerken en -diensten (universeledienstrichtlijn) (1), in de oorspronkelijke versie, aldus worden uitgelegd dat de toegang tot niet-geografische nummers niet enkel gewaarborgd moet worden voor eindgebruikers uit andere lidstaten, maar ook voor eindgebruikers uit de lidstaat van de exploitant van een openbaar communicatienetwerk, met als gevolg dat de toetsing van de nakoming van deze verplichting door de nationale regelgevende instantie is onderworpen aan de vereisten die voortvloeien uit de beginselen van de doeltreffendheid van het Unierecht en Unierechtconforme uitlegging van het nationale recht?

2)

Ingeval vraag 1 bevestigend wordt beantwoord: moet artikel 28 van richtlijn 2002/22 juncto artikel 16 van het Handvest van de grondrechten aldus worden uitgelegd dat voor de nakoming van de in de eerste bepaling bedoelde verplichting de procedure kan worden toegepast die in artikel 5, lid 1, van richtlijn 2002/19/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake de toegang tot en interconnectie van elektronische-communicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten (toegangsrichtlijn) (2) voor de nationale regelgevende instanties is neergelegd?

3)

Moet artikel 8, lid 3, van richtlijn 2002/19 juncto artikel 28 van richtlijn 2002/22 en artikel 16 van het Handvest van de grondrechten, of artikel 8, lid 3, van richtlijn 2002/19 junctis artikel 5, lid 1, van richtlijn 2002/19 en artikel 16 van het Handvest van de grondrechten aldus worden uitgelegd dat de nationale regelgevende instantie, om ervoor te zorgen dat eindgebruikers van een nationale exploitant van een openbaar communicatienetwerk toegang hebben tot diensten die onder niet-geografische nummers in het netwerk van een andere nationale exploitant worden verricht, de grondslagen voor de facturering van de gespreksopbouw tussen de exploitanten kan regelen door aan te knopen bij de tarieven voor de gespreksafgifte voor een van de exploitanten die op basis van artikel 13 van richtlijn 2002/19 georiënteerd zijn op de kosten, in een situatie waarin de exploitant heeft voorgesteld dit tarief toe te passen in de loop van de overeenkomstig artikel 4 van richtlijn 2002/19 gevoerde verplichte, maar vruchteloos gebleven onderhandelingen?


(1)  PB L 108, blz. 51.

(2)  PB L 108, blz. 7.


Top