This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52010AP0280
European External Action Service * European Parliament legislative resolution of 8 July 2010 on the proposal for a Council decision establishing the organisation and functioning of the European External Action Service (08029/2010 – C7-0090/2010 – 2010/0816(NLE))#P7_TC1-NLE(2010)0816 Position of the European Parliament adopted on 8 July 2010 with a view to the adoption of Council decision establishing the organisation and functioning of the European External Action Service#ANNEX#ANNEX
Europese dienst voor extern optreden * Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 8 juli 2010 over het voorstel voor een besluit van de Raad tot vaststelling van de inrichting en werking van de Europese dienst voor extern optreden (08029/2010 – C7-0090/2010 – 2010/0816(NLE))
P7_TC1-NLE(2010)0816 Standpunt van het Europees Parlement vastgesteld op 8 juli 2010 met het oog op de aanneming van een besluit van de Raad tot vaststelling van de organisatie en werking van de Europese dienst voor extern optreden
BIJLAGE
BIJLAGE
Europese dienst voor extern optreden * Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 8 juli 2010 over het voorstel voor een besluit van de Raad tot vaststelling van de inrichting en werking van de Europese dienst voor extern optreden (08029/2010 – C7-0090/2010 – 2010/0816(NLE))
P7_TC1-NLE(2010)0816 Standpunt van het Europees Parlement vastgesteld op 8 juli 2010 met het oog op de aanneming van een besluit van de Raad tot vaststelling van de organisatie en werking van de Europese dienst voor extern optreden
BIJLAGE
BIJLAGE
PB C 351E van 2.12.2011, pp. 454–472
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
|
2.12.2011 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
CE 351/454 |
Donderdag 8 juli 2010
Europese dienst voor extern optreden *
P7_TA(2010)0280
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 8 juli 2010 over het voorstel voor een besluit van de Raad tot vaststelling van de inrichting en werking van de Europese dienst voor extern optreden (08029/2010 – C7-0090/2010 – 2010/0816(NLE))
2011/C 351 E/43
(Raadpleging)
Het Europees Parlement,
gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (08029/2010),
gezien de verklaring die de hoge vertegenwoordiger op 8 juli 2010 in de plenaire vergadering van het Europees Parlement heeft afgelegd over de fundamentele organisatie van de centrale administratie van de Europese dienst voor extern optreden (EDEO),
gezien de verklaring van de hoge vertegenwoordiger over politieke verantwoordingsplicht,
gelet op artikel 27, lid 3, van het EU-Verdrag op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C7-0090/2010),
gelet op artikel 55 van zijn Reglement,
gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken en de adviezen van de Commissie constitutionele zaken, de Commissie ontwikkelingssamenwerking, de Commissie internationale handel, de Begrotingscommissie, de Commissie begrotingscontrole en de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid (A7-0228/2010),
|
1. |
keurt het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid als gewijzigd goed; |
|
2. |
is vastbesloten om zijn samenwerking met de nationale parlementen van de lidstaten op het gebied van het extern optreden van de Unie en met name met betrekking tot het GBVB en het GVDB, zoals bedoeld in het Verdrag, te intensiveren; |
|
3. |
is van oordeel dat in amendementen op het Financieel Reglement, naast het onderhavige besluit, verder moet worden verduidelijkt wat de rol van de Commissie is betreffende het subdelegeren van bevoegdheden aan de hoofden van delegaties bij het uitvoeren van operationele kredieten, waarbij er in het Financieel Reglement met name voor moet worden gezorgd dat de Commissie alle noodzakelijke maatregelen neemt om te waarborgen dat subdelegatie van bevoegdheden niet van invloed is op de kwijtingsprocedure; |
|
4. |
verzoekt de Commissie om in haar alomvattende werkdocument over uitgaven op het gebied van het extern optreden van de EU, dat tegelijkertijd met het ontwerp van begroting van de EU moet worden opgesteld, ook details op te nemen met betrekking tot de personeelsformaties van de delegaties van de EU, alsook met betrekking tot de uitgaven op het gebied van het extern optreden per land en per missie; geeft aan dat het van plan is het Financieel Reglement dienovereenkomstig te wijzigen; |
|
5. |
herhaalt dat, in het geval van geschillen over instructies van de Commissie aan de hoofden van delegaties, die, overeenkomstig artikel 221, lid 2, van het VWEU, onder het gezag van de hoge vertegenwoordiger staan, en in het geval van meningsverschillen tussen de hoge vertegenwoordiger en de commissarissen die belast zijn met de programmering van de relevante instrumenten voor externe bijstand, het college van commissarissen de definitieve beslissing neemt; |
|
6. |
verzoekt de hoge vertegenwoordiger met klem ervoor te zorgen dat de bepalingen in artikel 6 van het besluit van de Raad, op basis waarvan ten minste 60 % van al het personeel van de Europese Dienst voor extern optreden op AD-niveau uit vaste EU-ambtenaren moet bestaan, voor alle rangen binnen de EDEO-hiërarchie gelden; |
|
7. |
is van oordeel dat de aanvullende speciale maatregelen, zoals bedoeld in artikel 6 van het besluit van de Raad, voor het versterken van het geografische en genderevenwicht wat het geografische evenwicht betreft maatregelen moeten omvatten zoals opgenomen in Verordening (EG, Euratom) nr. 401/2004 van de Raad (1); |
|
8. |
verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen; |
|
9. |
wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid; |
|
10. |
verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad, aan de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en aan de Commissie. |
(1) Verordening (EG, Euratom) nr. 401/2004 van 23 februari 2004 tot instelling van tijdelijke bijzondere maatregelen betreffende de aanwerving van ambtenaren van de Europese Gemeenschappen naar aanleiding van de toetreding van Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slowakije, Slovenië en de Tsjechische Republiek (PB L 67 van 5.3.2004, blz. 1).
Donderdag 8 juli 2010
P7_TC1-NLE(2010)0816
Standpunt van het Europees Parlement vastgesteld op 8 juli 2010 met het oog op de aanneming van een besluit van de Raad tot vaststelling van de organisatie en werking van de Europese dienst voor extern optreden
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op artikel 27, lid 3,
Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid („de hoge vertegenwoordiger”) (1),
Gezien het advies van het Europees Parlement (2),
Gezien de instemming van de Commissie (1),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Doel van dit besluit is de organisatie en werking vast te stellen van de Europese dienst voor extern optreden („EDEO”), een functioneel autonoom orgaan van de Unie dat onder het gezag van de hoge vertegenwoordiger staat en is ingesteld bij artikel 27, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), als gewijzigd bij het Verdrag van Lissabon. Dit besluit, met name wanneer daarin wordt verwezen naar de „hoge vertegenwoordiger”, wordt geïnterpreteerd overeenkomstig de taakomschrijving van de hoge vertegenwoordiger in artikel 18 van het VEU. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 21, lid 3, tweede alinea, van het VEU ziet de Unie toe op de samenhang tussen de diverse onderdelen van haar extern optreden en tussen het extern optreden en het beleid van de Unie op andere terreinen. De Raad en de Commissie, hierin bijgestaan door de hoge vertegenwoordiger, dragen zorg voor deze samenhang en werken daartoe samen. |
|
(3) |
De EDEO zal de hoge vertegenwoordiger, die tevens vicevoorzitter van de Commissie en voorzitter van de Raad Buitenlandse Zaken is , ondersteunen bij de uitoefening van haar mandaat om het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid („GBVB”) van de Europese Unie uit te voeren en zorg te dragen voor de samenhang van het extern optreden van de EU , zoals met name beschreven in de artikelen 18 en 27 van het VEU . De EDEO zal de hoge vertegenwoordiger ondersteunen in zijn hoedanigheid van voorzitter van de Raad Buitenlandse Zaken, onverminderd de normale taken van het secretariaat-generaal van de Raad. De EDEO zal de hoge vertegenwoordiger tevens ondersteunen in zijn hoedanigheid van vicevoorzitter van de Commissie bij de uitoefening, in de Commissie, van de taken van de Commissie op het gebied van de externe betrekkingen en bij de coördinatie van de overige aspecten van het extern optreden van de Unie, onverminderd de normale taken van de Commissiediensten. |
|
(4) |
De bijdrage die de EDEO aan de externe samenwerkingsprogramma's van de EU levert, dient erin te bestaan dat de dienst tracht ervoor te zorgen dat de programma's beantwoorden aan de doelstellingen van het extern optreden als vermeld in artikel 21 VEU, en meer bepaald in lid 2, punt d), alsook aan de doelstellingen van het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid van de EU conform artikel 208 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). In dit verband moet de EDEO tevens bevorderen dat de doelstellingen van de Europese consensus inzake ontwikkeling en de Europese consensus over humanitaire hulp worden verwezenlijkt. |
|
(5) |
Uit het Verdrag van Lissabon vloeit voort dat, ter uitvoering van de bepalingen ervan, de EDEO zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van het Verdrag operationeel moet worden. |
|
(6) |
Het Europees Parlement zal ten volle zijn rol vervullen in het extern optreden van de Unie, met name wat de in artikel 14, lid 1, van het VEU bedoelde politieke controle betreft, alsmede in wetgevings- en begrotingsaangelegenheden overeenkomstig de Verdragen. De hoge vertegenwoordiger zal voorts, overeenkomstig artikel 36 van het VEU, het Europees Parlement regelmatig raadplegen over de voornaamste aspecten en de fundamentele keuzen op het gebied van het GBVB en erop toezien dat de opvattingen van het Europees Parlement naar behoren in aanmerking worden genomen. De EDEO zal de hoge vertegenwoordiger daarin bijstaan. Er dient een specifieke regeling te worden vastgesteld met betrekking tot de toegang van leden van het Europees Parlement tot gerubriceerde documenten en informatie op het gebied van het GBVB. Tot de goedkeuring van die regeling blijven de bestaande bepalingen van het Interinstitutioneel Akkoord van 2002 over gerubriceerde documenten en informatie van toepassing. |
|
(7) |
De hoge vertegenwoordiger, of zijn vertegenwoordiger, moet ten aanzien van het Europees Defensieagentschap, het Satellietcentrum van de Europese Unie, het Instituut voor Veiligheidsstudies van de Europese Unie en de Europese veiligheids- en defensieacademie de verantwoordelijkheden uitoefenen waarin hun respectieve oprichtingsakten voorzien. De EDEO moet deze instanties de ondersteuning verlenen die thans door het secretariaat-generaal van de Raad wordt verleend. |
|
(8) |
Er moeten bepalingen worden aangenomen inzake de personeelsleden van de EDEO en hun aanwerving , waar dit noodzakelijk is voor de vaststelling van de organisatie en werking van de EDEO . Overeenkomstig artikel 336 van het VWEU dienen tegelijkertijd, onverminderd artikel 298 van het VWEU , de nodige wijzigingen te worden aangebracht in het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen („Statuut”) en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van die Gemeenschappen („RAP”). In personeelsaangelegenheden moet de EDEO worden beschouwd als een instelling in de zin van het Statuut. ▐ De hoge vertegenwoordiger zal het tot aanstelling bevoegde gezag zijn voor ambtenaren die vallen onder het Statuut, alsook voor functionarissen die vallen onder de RAP. ▐ Het aantal ambtenaren en andere personeelsleden van de EDEO zal jaarlijks worden vastgesteld in het kader van de begrotingsprocedure en zal worden opgenomen in de personeelsformatie. |
|
(9) |
De personeelsleden van de EDEO houden bij het uitoefenen van hun werkzaamheden en bij het bepalen van hun gedrag uitsluitend de belangen van de Unie voor ogen. |
|
(10) |
De aanwerving dient plaats te vinden op basis van verdienste, met inachtneming van een passend geografisch en genderevenwicht. In het EDEO-personeel is een adequate vertegenwoordiging van onderdanen van alle lidstaten gewaarborgd. In de in 2013 geplande evaluatie dient ook deze kwestie aan de orde te komen en dienen, waar nodig, voorstellen te worden gedaan voor bijkomende specifieke maatregelen om eventuele onevenwichtigheden te corrigeren. |
|
(11) |
Overeenkomstig artikel 27, lid 3, van het VEU zal de EDEO bestaan uit ambtenaren van het secretariaat-generaal van de Raad en de Commissie, alsmede personeelsleden die afkomstig zijn van de diplomatieke diensten van de lidstaten. Daartoe worden de relevante diensten en functies in het secretariaat-generaal van de Raad en in de Commissie naar de EDEO overgebracht, samen met de ambtenaren en tijdelijke functionarissen die een ambt in die diensten of functies bekleden. Vóór 1 juli 2013 werft de EDEO uitsluitend ambtenaren van het secretariaat-generaal van de Raad en de Commissie aan, alsmede personeelsleden die afkomstig zijn van de diplomatieke diensten van de lidstaten. Na die datum kunnen alle ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Unie op openstaande ambten van de EDEO solliciteren. |
|
(12) |
De EDEO kan in specifieke gevallen de hulp inroepen van gespecialiseerde gedetacheerde nationale deskundigen (GND's), die onder het gezag van de hoge vertegenwoordiger staan. Gedetacheerde nationale deskundigen die bij de EDEO een ambt bekleden, zullen niet meetellen in het derde deel van het personeel dat uit nationale personeelsleden moet bestaan zodra de EDEO op volle sterkte is. Gedurende de oprichtingsfase zullen zij niet automatisch maar louter met toestemming van de autoriteiten van hun lidstaat van herkomst worden overgeplaatst. Bij het verstrijken van het contract van een GND die uit hoofde van artikel 7 naar de EDEO was overgeplaatst, wordt de functie omgezet in een betrekking van tijdelijk ambtenaar wanneer de door de GND uitgevoerde functie overeenstemt met een normaliter door ambtenaren op AD-niveau uitgevoerde functie, op voorwaarde dat de benodigde betrekking beschikbaar is in de personeelsformatie. |
|
(13) |
De Commissie en de EDEO zullen in overleg een praktische regeling voor de instructies van de Commissie aan de delegaties uitwerken. Hierin moet met name worden bepaald dat wanneer de Commissie instructies aan de delegaties toezendt, zij tegelijkertijd een afschrift hiervan toezendt aan het hoofd van de delegatie en aan de centrale administratie van de EDEO. |
|
(14) |
Het Financieel Reglement moet zodanig worden gewijzigd dat de EDEO wordt opgenomen in artikel 1 van het Financieel Reglement, met een specifieke afdeling in de begroting van de Unie. Overeenkomstig de toepasselijke voorschriften en naar analogie van de overige instellingen zal een deel van het jaarverslag van de Rekenkamer worden gewijd aan de EDEO en zal de EDEO op dit verslag reageren. Voor de EDEO zullen de kwijtingsprocedures gelden die zijn bepaald in artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en in de artikelen 145 tot en met 147 van het Financieel Reglement. De EDEO verleent het Europees Parlement alle steun die het nodig heeft om zijn recht als kwijtingsautoriteit te kunnen uitoefenen. De uitvoering van de operationele begroting zal overeenkomstig artikel 317 van het VWEU onder de verantwoordelijkheid van de Commissie vallen. Bij besluiten met financiële gevolgen zullen met name de in titel IV van het Financieel Reglement bepaalde verantwoordelijkheden in acht worden genomen, in het bijzonder artikel 75 inzake uitgaven en de artikelen 64 tot en met 68 inzake de verantwoordelijkheid van de financiële actoren . |
|
(15) |
Op begrotingsneutraliteit gerichte kosteneffectiviteit moet het beginsel zijn dat aan de oprichting van de EDEO ten grondslag ligt. Hiertoe zal gebruik moeten worden gemaakt van overgangsregelingen en geleidelijke capaciteitsopbouw. Onnodig dupliceren van taken, functies en middelen met andere instanties moet worden vermeden. Alle mogelijkheden om te rationaliseren moeten worden benut. Voorts zal er behoefte zijn aan een aantal ambten voor tijdelijk personeel uit de lidstaten, die in het kader van het lopende meerjarenkader zullen moeten worden gefinancierd. |
|
(16) |
Er moeten voorschriften worden vastgesteld die de activiteiten van de EDEO en zijn personeelsleden regelen op het gebied van beveiliging, bescherming van gerubriceerde gegevens en transparantie. |
|
(17) |
Er zij aan herinnerd dat het protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Unie van toepassing is op de EDEO, alsmede op zijn ambtenaren en andere personeelsleden die vallen onder het statuut dan wel onder de RAP . |
|
(18) |
De Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie blijven over één enkel institutioneel kader beschikken. Derhalve is het essentieel te zorgen voor samenhang tussen beider externe betrekkingen, en de delegaties van de Unie in staat te stellen de vertegenwoordiging van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie op zich te nemen in derde landen en in internationale organisaties. |
|
(19) |
De hoge vertegenwoordiger dient uiterlijk medio 2013 de werking en de organisatie van de EDEO te evalueren en daarbij, zo nodig, voorstellen te doen voor een herziening van dit besluit. De herziening dient uiterlijk begin 2014 te worden goedgekeurd. |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Aard en werkingssfeer
1. Bij dit besluit worden de organisatie en werking van de Europese dienst voor extern optreden („EDEO”) vastgesteld.
2. De EDEO, met hoofdzetel te Brussel, is een functioneel autonoom orgaan van de Europese Unie, naast de Commissie en het secretariaat-generaal van de Raad, dat over de juridische bevoegdheid beschikt om zijn taken te kunnen uitvoeren en zijn doelstellingen te kunnen verwezenlijken.
3. De EDEO staat onder het gezag van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid („hoge vertegenwoordiger”).
4. De EDEO bestaat uit een centrale administratie en uit de delegaties van de Unie in derde landen en bij internationale organisaties.
Artikel 2
Taken
1. De EDEO ondersteunt de hoge vertegenwoordiger bij de uitoefening van zijn mandaat , zoals met name beschreven in de artikelen 18 en 27 van het VEU :
|
— |
bij de uitoefening van haar mandaat, omvattende het voeren van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid („GBVB”) van de Europese Unie , met inbegrip van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid („GVDB”), het met voorstellen bijdragen aan de ontwikkeling van dat beleid en het zorg ▐ dragen voor de samenhang van het extern optreden van de EU; |
|
— |
in zijn hoedanigheid als voorzitter van de Raad Buitenlandse Zaken, onverminderd de normale taken van het secretariaat-generaal van de Raad; |
|
— |
in zijn hoedanigheid van vicevoorzitter van de Commissie, bij de uitoefening, in de Commissie, van de taken van de Commissie op het gebied van de externe betrekkingen en bij de coördinatie van de overige aspecten van het extern optreden van de Unie, onverminderd de normale taken van de Commissiediensten. |
2. De EDEO staat de voorzitter van de Europese Raad, de voorzitter van de Commissie, en de Commissie ▐ bij bij de uitoefening van hun respectieve taken op het gebied van de externe betrekkingen.
Artikel 3
Samenwerking
1. De EDEO verleent steun aan en werkt samen met de diplomatieke diensten van de lidstaten alsook met het secretariaat-generaal van de Raad en de diensten van de Commissie, ▐ teneinde de samenhang tussen de verschillende gebieden van het extern optreden van de Unie en tussen het extern optreden en het beleid van de Unie op andere terreinen te verzekeren.
2. De EDEO en de diensten van de Commissie raadplegen elkaar bij de uitoefening van hun respectieve taken over alle aangelegenheden die betrekking hebben op het extern optreden van de Unie , uitgezonderd GVDB-aangelegenheden . De EDEO neemt deel aan de voorbereidende werkzaamheden en procedures betreffende handelingen die de Commissie op dit gebied dient op te stellen. Dit lid wordt uitgevoerd overeenkomstig Titel V, hoofdstuk 1, van het VEU en artikel 205 van het VWEU.
3. De EDEO kan regelingen inzake het dienstverleningsniveau treffen met de betrokken diensten van de Commissie, het secretariaat-generaal van de Raad, dan wel andere instanties of interinstitutionele organen van de Europese Unie.
4. De EDEO verleent passende steun en medewerking aan de andere instellingen en organen van de Unie , in het bijzonder aan het Europees Parlement. De EDEO kan een beroep doen op de steun en medewerking van deze instellingen en organen, met inbegrip, waar nodig, van de agentschappen. De interne controleur van de EDEO werkt met de interne controleur van de Commissie samen om voor samenhang in het controlebeleid te zorgen, met name waar het de verantwoordelijkheid van de Commissie voor de beleidsuitgaven betreft. Voorts werkt de EDEO overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1073/1999 samen met het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF). Met name keurt de EDEO spoedig het op grond van deze verordening vereiste besluit inzake de voorwaarden voor interne onderzoeken goed. Zoals in deze verordening bepaald, verlenen de lidstaten, overeenkomstig de nationale regelgeving, en de instellingen de nodige steun om de OLAF-medewerkers in staat te stellen hun taken uit te voeren.
Artikel 4
Centrale administratie
1. De EDEO wordt beheerd door een uitvoerend secretaris-generaal die onder het gezag van de hoge vertegenwoordiger functioneert . De uitvoerend secretaris-generaal neemt alle maatregelen die nodig zijn voor de vlotte werking van de EDEO, ook met betrekking tot het administratief en budgettair beheer van de dienst. De secretaris-generaal zorgt voor de effectieve coördinatie tussen alle afdelingen van de centrale administratie en met de delegaties van de Unie ▐.
2. De uitvoerend secretaris-generaal wordt bijgestaan door twee plaatsvervangende secretarissen-generaal.
3. De centrale administratie van de EDEO wordt ingedeeld in directoraten-generaal . Hierbij gaat het met name om het volgende:
|
— |
een aantal directoraten-generaal met geografische directies die alle landen en regio's ter wereld bestrijken, alsmede met multilaterale en thematische directies . Deze afdelingen zullen, waar nodig, hun werkzaamheden coördineren met de bevoegde diensten van de Commissie en met het secretariaat-generaal van de Raad; |
|
— |
een directoraat-generaal administratie, personeel, begroting, beveiliging en communicatie- en informatiesystemen, dat fungeert in het EDEO-kader dat wordt beheerd door de uitvoerend secretaris-generaal. De hoge vertegenwoordiger benoemt volgens de normale aanwervingsvoorschriften een directeur-generaal begroting en administratie, die onder het gezag van de hoge vertegenwoordiger werkt. Deze legt aan de hoge vertegenwoordiger verantwoording af voor het administratieve en interne begrotingsbeheer van de EDEO. Hij hanteert dezelfde begrotingslijnen en volgt dezelfde administratieve voorschriften als gelden voor het gedeelte van afdeling III van de EU-begroting dat in rubriek 5 van het meerjarig financieel kader valt; |
|
— |
het directoraat crisisbeheersing en planning, het civiel plannings- en uitvoeringsvermogen, de militaire staf van de Europese Unie en het situatiecentrum van de Europese Unie, onder het rechtstreekse gezag en de rechtstreekse verantwoordelijkheid van de hoge vertegenwoordiger , verlenen hem bijstand bij het overeenkomstig de Verdragsbepalingen uitvoeren van het GBVB van de Unie, met inachtneming, overeenkomstig artikel 40 van het VEU, van de overige bevoegdheden van de Unie. |
Er wordt recht gedaan aan de specifieke kenmerken van deze diensten, alsook aan de bijzonderheden van hun taken, het aan te werven personeel en de status van dat personeel.
Er wordt ingestaan voor volledige coördinatie tussen alle EDEO-diensten.
De centrale administratie omvat tevens:
|
— |
een afdeling strategische beleidsplanning; |
|
— |
een afdeling juridische zaken, die onder het administratieve gezag van de uitvoerend secretaris-generaal staat en nauw samenwerkt met de juridische diensten van de Raad en de Commissie; |
|
— |
afdelingen voor interinstitutionele betrekkingen, voorlichting en open diplomatie, interne controle en inspecties, en persoonsgegevensbescherming. |
4. De hoge vertegenwoordiger wijst ▐ de voorzitters aan van de voorbereidende instanties van de Raad die worden voorgezeten door een vertegenwoordiger van de hoge vertegenwoordiger, daaronder begrepen de voorzitter van het Politiek en Veiligheidscomité, overeenkomstig de voorschriften van bijlage II bij Besluit 2009/908/EU van de Raad van 1 december 2009 tot vaststelling van de voorschriften tot toepassing van het besluit van de Europese Raad betreffende de uitoefening van het voorzitterschap van de Raad en betreffende het voorzitterschap van de voorbereidende instanties van de Raad (3) .
5. De hoge vertegenwoordiger en de EDEO worden in voorkomend geval ondersteund door het secretariaat-generaal van de Raad en de bevoegde Commissiediensten. Daartoe kunnen regelingen inzake het dienstverleningsniveau worden getroffen door de EDEO, het secretariaat-generaal van de Raad en de bevoegde Commissiediensten.
Artikel 5
Delegaties van de Unie
1. Het besluit tot opening of sluiting van een delegatie wordt genomen door de hoge vertegenwoordiger, in overleg met de Raad en de Commissie. ▐
2. Elke delegatie van de Unie staat onder het gezag van een delegatiehoofd .
Het delegatiehoofd oefent gezag uit over alle personeelsleden van de delegatie, ongeacht hun statuut, alsook over al hun activiteiten. Het hoofd legt aan de hoge vertegenwoordiger verantwoording af voor het algehele beheer van de werkzaamheden van de delegatie en voor het verzekeren van de coördinatie van alle acties van de Unie.
Het personeel van de delegaties bestaat uit EDEO-personeel en, waar dit dienstig is voor de uitvoering van de begroting van de Unie en andere uniale beleidsterreinen die niet onder de bevoegdheid van de EDEO vallen, uit Commissiepersoneel.
3. Het delegatiehoofd ontvangt instructies van de hoge vertegenwoordiger en de EDEO, en is verantwoordelijk voor de uitvoering ervan.
Op gebieden waarop de Commissie haar bij de Verdragen verleende bevoegdheden uitoefent, kan zij, overeenkomstig artikel 221, lid 2, VWEU, ook instructies aan de delegaties verstrekken, die onder de algemene verantwoordelijkheid van het delegatiehoofd worden uitgevoerd.
4. Het delegatiehoofd voert, ingeval van subdelegatie door de Commissie, overeenkomstig het Financieel Reglement, operationele kredieten uit met betrekking tot EU-projecten in het betrokken derde land.
5. De werking van elke delegatie wordt op gezette tijden geëvalueerd door de secretaris-generaal van de EDEO; deze evaluatie omvat een financiële en administratieve controle. De secretaris-generaal van de EDEO kan daartoe ▐ de bevoegde Commissiediensten om bijstand verzoeken. Naast de interne maatregelen van de EDEO maakt OLAF van zijn bevoegdheden gebruik, met name door overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1073/1999 antifraudemaatregelen uit te voeren.
6. De hoge vertegenwoordiger treft de nodige regelingen met het gastland, de internationale organisatie of het betrokken derde land. De hoge vertegenwoordiger neemt met name de nodige maatregelen opdat de gastlanden de delegaties van de Unie, hun personeel en hun eigendommen voorrechten en immuniteiten verlenen die gelijkwaardig zijn aan die welke worden bedoeld in het Verdrag van Wenen van 18 april 1961 inzake diplomatiek verkeer.
7. De delegaties van de Unie hebben de bevoegdheid om de belangen te behartigen van andere EU-instellingen, met name ▐ het Europees Parlement, in hun ▐ contacten met de internationale organisaties of derde landen waar de delegaties geaccrediteerd zijn.
8. Het delegatiehoofd heeft de bevoegdheid om de EU te vertegenwoordigen in het land waar de delegatie is geaccrediteerd , met name om contracten te sluiten en in rechte op te treden.
9. De delegaties van de Unie werken nauw samen en delen informatie met de diplomatieke diensten van de lidstaten. ▐
10. De delegaties van de Unie ondersteunen overeenkomstig artikel 35, derde alinea, van het VEU de lidstaten op hun verzoek in hun diplomatieke betrekkingen en in hun taak burgers van de Unie in derde landen consulaire bescherming te bieden.
Artikel 6
Personeel
1. De bepalingen van dit artikel, met uitzondering van lid 3, zijn van toepassing onverminderd het statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen („Statuut”) en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van die Gemeenschappen („RAP”), met inbegrip van de wijzigingen die overeenkomstig artikel 336 van het VWEU in deze voorschriften worden aangebracht om ze aan te passen aan de behoeften van de EDEO.
2. De EDEO omvat ▐ ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Unie, met inbegrip van personeelsleden van diplomatieke diensten van de lidstaten die als tijdelijke ambtenaren zijn aangesteld (4) .
Het statuut en de RAP zijn van toepassing op deze personeelsleden.
3. Indien nodig kan de EDEO in specifieke gevallen een beroep doen op een beperkt aantal gespecialiseerde gedetacheerde nationale deskundigen (GND's).
De hoge vertegenwoordiger stelt de regels vast, gelijkwaardig aan die van Besluit 2003/479/EG van de Raad als gewijzigd bij Besluit 2007/829/EG van de Raad van 5 december 2007 (5), uit hoofde waarvan GND's ter beschikking van de EDEO worden gesteld met het oog op het verstrekken van gespecialiseerde expertise.
4. De personeelsleden van de EDEO houden bij het uitoefenen van hun werkzaamheden en bij het bepalen van hun gedrag uitsluitend de belangen van de Unie voor ogen. Onverminderd artikel 2, lid 1, derde streepje, en lid 2, en artikel 5, lid 3, vragen noch aanvaarden zij instructies van enige regering, autoriteit, organisatie of persoon buiten de EDEO dan wel van enige andere instantie of persoon dan de hoge vertegenwoordiger. Overeenkomstig artikel 11, lid 2, van het Statuut mogen de personeelsleden van de EDEO generlei betalingen aanvaarden van enige bron buiten de EDEO.
▐
5. De bevoegdheden die bij het Statuut aan het tot aanstelling bevoegde gezag en bij de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden aan het tot aangaan van overeenkomsten bevoegde gezag zijn toegekend, zullen door de hoge vertegenwoordiger worden uitgeoefend , die deze bevoegdheden binnen de EDEO kan delegeren.
6. De aanwerving bij de EDEO stoelt op verdienste en waarborgt een passend geografisch en genderevenwicht. In het EDEO-personeel moeten de onderdanen van alle lidstaten adequaat vertegenwoordigd zijn . De voor 2013 in het vooruitzicht gestelde evaluatie zal tevens hierop betrekking hebben, voor zover passend met inbegrip van voorstellen voor extra specifieke maatregelen om mogelijke onevenwichten te corrigeren;
7. Ambtenaren van de Europese Unie en tijdelijke ambtenaren uit de diplomatieke diensten van de lidstaten hebben dezelfde rechten en plichten, worden gelijk behandeld en komen met name op gelijke voorwaarden voor alle ambten in aanmerking. Bij het toewijzen van taken op alle door de EDEO bestreken activiteits- en beleidsgebieden wordt geen onderscheid gemaakt tussen uit nationale diplomatieke diensten afkomstige, tijdelijke ambtenaren en ambtenaren van de Europese Unie. Overeenkomstig de bepalingen van het Financieel Reglement ondersteunen de lidstaten de Unie bij de uitvoering van financiële verplichtingen die voortvloeien uit de aansprakelijkheid uit hoofde van artikel 66 van het Financieel Reglement van uit nationale diplomatieke diensten afkomstige tijdelijke ambtenaren van de EDEO.
8. De hoge vertegenwoordiger stelt de selectieprocedures voor het EDEO-personeel vast, die worden afgewikkeld volgens een transparante, op verdienste gebaseerde procedure, teneinde personeel in dienst te nemen dat voldoet aan de hoogste normen inzake geschiktheid, efficiëntie en integriteit, onder waarborging van een adequaat geografisch evenwicht en met inachtneming van de behoefte aan een relevante vertegenwoordiging van onderdanen uit alle lidstaten en het streven naar genderevenwicht. Bij de aanwervingsprocedure voor openstaande ambten in de EDEO worden vertegenwoordigers van de lidstaten, het secretariaat-generaal van de Raad en de Commissie betrokken. ▐
9. Zodra de EDEO op volle sterkte is, moet ten minste een derde deel van het EDEO-personeel (AD-niveau) bestaan uit personeelsleden uit de lidstaten, als bedoeld in lid 2, eerste alinea. Tevens moet ten minste 60 % van het EDEO-personeel (AD-niveau) bestaan uit vaste EU-ambtenaren, met inbegrip van uit de diplomatieke diensten van de lidstaten afkomstige personeelsleden die vast EU-ambtenaar zijn geworden overeenkomstig de bepalingen van het Statuut. De hoge vertegenwoordiger dient elk jaar bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de bezetting van de ambten in de EDEO.
10. De hoge vertegenwoordiger stelt de mobiliteitsregels vast, om te waarborgen dat voor de personeelsleden van de EDEO een hoge mobiliteitsgraad geldt. Op de in artikel 4, lid 3, derde streepje, bedoelde personeelsleden zijn specifieke bepalingen van toepassing. In het algemeen zijn alle EDEO-personeelsleden op gezette tijden in de Uniedelegaties werkzaam. De hoge vertegenwoordiger stelt de daartoe strekkende regels vast.
11. Overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van het nationale recht verstrekt elke lidstaat zijn ambtenaren die tijdelijk ambtenaar in de EDEO zijn geworden, de waarborg dat zij na afloop van hun dienstbetrekking bij de EDEO onmiddellijk weer in dienst worden genomen. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 50 ter van de RAP mag deze dienstbetrekking niet meer dan acht jaar duren, tenzij zij in uitzonderlijke omstandigheden en in het belang van de dienst met een periode van ten hoogste twee jaar is verlengd .
EU-ambtenaren die in de EDEO werken, hebben het recht zich kandidaat te stellen voor ambten in hun instelling van herkomst, en wel onder dezelfde voorwaarden als interne kandidaten.
12. Er wordt gezorgd voor een adequate gezamenlijke opleiding voor het EDEO-personeel, waarbij met name wordt uitgegaan van bestaande nationale en EU- praktijken en -structuren. De hoge vertegenwoordiger stelt binnen een jaar na de inwerkingtreding van dit besluit passende maatregelen daartoe vast.
Artikel 7
Overgangsbepalingen inzake het personeel
1. De in de bijlage vermelde betrokken diensten en functies in het secretariaat-generaal van de Raad en in de Commissie worden naar de EDEO overgeheveld. Ambtenaren en tijdelijke ambtenaren die een ambt in de in de bijlage vermelde diensten of functies bekleden, worden naar de EDEO overgeplaatst. Dat geldt mutatis mutandis voor contractueel en plaatselijk personeel voor die diensten en functies. GND's die in die diensten en functies werkzaam zijn, worden eveneens naar de EDEO overgeplaatst, mits de autoriteiten van de lidstaat van herkomst daarmee instemmen.
Deze overplaatsingen worden op 1 januari 2011 van kracht.
Overeenkomstig het Statuut wijst de hoge vertegenwoordiger iedere ambtenaar bij overplaatsing naar de EDEO een ambt toe in een functiegroep die overeenkomt met zijn rang.
2. De op de dag van de inwerkingtreding van dit besluit lopende procedures voor de aanwerving van personeelsleden voor ambten die naar de EDEO zijn overgeheveld, blijven van kracht. Zij worden onder het gezag van de hoge vertegenwoordiger voortgezet en voltooid in overeenstemming met de kennisgeving van de vacature en met de toepasselijke regels van het Statuut en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden.
Artikel 8
Begroting
1. De taken van de ordonnateur voor de afdeling EDEO in de algemene begroting van de Europese Unie worden overeenkomstig artikel 59 van het Financieel Reglement gedelegeerd. De hoge vertegenwoordiger stelt de interne regels voor het beheer van de huishoudelijke begrotingsonderdelen vast. De beleidsuitgaven blijven binnen de afdeling Commissie van de begroting .
2. De EDEO oefent zijn bevoegdheden uit overeenkomstig het Financieel Reglement dat van toepassing is op de algemene begroting van de Unie, binnen de grenzen van de aan de EDEO toegekende kredieten.
3. Bij de opstelling van ramingen voor de huishoudelijke uitgaven van de EDEO voert de hoge vertegenwoordiger overleg met het Commissielid voor ontwikkelingsbeleid en het Commissielid voor nabuurschapsbeleid met betrekking tot hun respectieve taakgebied.
4. Overeenkomstig artikel 314, lid 1, van het VWEU maakt de EDEO een raming op van zijn uitgaven voor het volgende begrotingsjaar. De Commissie voegt deze ramingen samen in een ontwerp-begroting, die afwijkende ramingen kan bevatten. De Commissie kan de ontwerp-begroting op grond van artikel 314, lid 2, van het VWEU wijzigen.
5. Om budgettaire transparantie op het gebied van het externe optreden van de Unie te waarborgen, zendt de Commissie de begrotingsautoriteit samen met de ontwerp-begroting van de EU een werkdocument toe met een volledig overzicht van alle uitgaven in verband met het externe optreden van de Unie.
6. De EDEO is onderworpen aan de kwijtingsprocedures van artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en van de artikelen 145 tot en met 147 van het Financieel Reglement. De EDEO werkt in dit verband volledig samen met de instellingen die bij de kwijtingsprocedure betrokken zijn, en verstrekt, waar nodig, de vereiste aanvullende informatie, onder meer in de vergaderingen van de relevante organen.
Artikel 9
Instrumenten voor extern optreden en programmering
1. Het beheer van de externe samenwerkingsprogramma's van de EU valt onder de verantwoordelijkheid van de Commissie, onverminderd de rol van de Commissie en de EDEO bij de programmering, zoals in de volgende leden omschreven.
2. De hoge vertegenwoordiger zorgt voor de algemene politieke coördinatie van het extern optreden van de EU en waarborgt de eenheid, samenhang en doeltreffendheid van het extern optreden van de EU, met name door middel van de instrumenten voor externe bijstand:
|
— |
het financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking, |
|
— |
het Europees Ontwikkelingsfonds, |
|
— |
het Europees instrument voor democratie en mensenrechten, |
|
— |
het Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument, |
|
— |
het financieringsinstrument voor de samenwerking met geïndustrialiseerde landen, |
|
— |
het instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid, |
|
— |
het stabiliteitsinstrument, voor wat betreft de bijstand bedoeld in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1717/2006 van 15 november 2006. |
3. De EDEO draagt met name bij aan de programmerings- en beheerscyclus voor de genoemde instrumenten op basis van de daarin gestelde beleidsdoelen. De EDEO is ▐ belast met het opstellen van de onderstaande Commissiebesluiten betreffende de strategische, over meerdere jaren gespreide maatregelen binnen de programmeringscyclus:
|
i) |
landentoewijzingen voor het bepalen van de totale financiële middelen voor elk gebied (onder voorbehoud van de indicatieve verdeling van de financiële vooruitzichten). Per regio zal een deel van de middelen worden gereserveerd voor regionale programma's; |
|
ii) |
landen- en regionalestrategiedocumenten (LSD's en RSD's); |
|
iii) |
nationale en regionale indicatieve programma's (NIP's en RIP's). |
Onverminderd artikel 1, lid 3, werken de hoge vertegenwoordiger en de EDEO overeenkomstig artikel 3 gedurende de hele cyclus van programmering, planning en uitvoering van die instrumenten samen met de bevoegde leden en diensten van de Commissie. Alle voorstellen worden volgens de Commissieprocedures voorbereid en ter fine van besluit aan de Commissie voorgelegd.
4. Met betrekking tot het Europees Ontwikkelingsfonds en het financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking worden alle voorstellen, met inbegrip van voorstellen voor het wijzigen van de basisverordeningen en van de in lid 3 bedoelde programmeringsdocumenten, gezamenlijk opgesteld door de bevoegde diensten van de EDEO en van de Commissie, onder de verantwoordelijkheid van het Commissielid dat bevoegd is voor het ontwikkelingsbeleid; zij worden vervolgens gezamenlijk met de hoge vertegenwoordiger ter fine van besluit aan de Commissie voorgelegd .
De thematische programma's , met uitzondering van het Europees instrument voor democratie en mensenrechten, het instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid en het in lid 2, zevende streepje, vermelde gedeelte van het stabiliteitsinstrument, worden door de bevoegde dienst van de Commissie onder leiding van het Commissielid voor ontwikkelingsbeleid opgesteld en worden met instemming van de hoge vertegenwoordiger en andere betrokken Commissieleden aan het college voorgelegd.
5. Met betrekking tot het Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument worden alle voorstellen, ook die voor het wijzigen van de basisverordeningen en van de in lid 3 bedoelde programmeringsdocumenten, gezamenlijk opgesteld door de bevoegde diensten van de EDEO en van de Commissie, onder de verantwoordelijkheid van het voor het nabuurschapsbeleid bevoegde Commissielid, dat vervolgens, samen met de hoge vertegenwoordiger, de voorstellen en documenten ter fine van besluit aan de Commissie voorlegt.
6. Maatregelen in het kader de GBVB-begroting, het stabiliteitsinstrument met uitzondering van het in lid 2, zevende streepje, bedoelde gedeelte, het financieringsinstrument voor de samenwerking met geïndustrialiseerde landen, communicatie en open diplomatie en de verkiezingswaarnemingsmissies vallen onder de verantwoordelijkheid van de hoge vertegenwoordiger/de EDEO. De Commissie is verantwoordelijk voor de financiële uitvoering ervan, onder het gezag van de hoge vertegenwoordiger in zijn hoedanigheid van vicevoorzitter van de Commissie. (6) De met deze uitvoering belaste Commissiedienst wordt op dezelfde locatie ondergebracht als de EDEO.
Artikel 10
Beveiliging
1. De hoge vertegenwoordiger besluit, na raadpleging van het in Besluit 2001/264/EG van de Raad bedoelde comité, over de beveiligingsvoorschriften voor de EDEO en treft de nodige maatregelen om te garanderen dat de EDEO de risico's voor zijn personeel, zijn materiële activa en zijn informatie doeltreffend beheert en dat de dienst zijn zorgplicht in acht neemt. Die voorschriften gelden voor alle personeelsleden van de EDEO en van de delegaties van de Unie, ongeacht hun administratieve status of herkomst.
2. In afwachting van het in lid 1 bedoelde besluit:
|
— |
past de EDEO, wat de bescherming van gerubriceerde gegevens betreft, Besluit 2001/264/EG van de Raad toe; |
|
— |
past de EDEO, wat de overige veiligheidsaspecten betreft, Besluit 2001/844/EG van de Commissie toe. |
3. De EDEO beschikt over een afdeling beveiliging, die door de bevoegde diensten van de lidstaten wordt bijgestaan.
4. De hoge vertegenwoordiger stelt de maatregelen voor de toepassing van de beveiligingsvoorschriften in de EDEO vast, met name ten aanzien van de bescherming van gerubriceerde gegevens en overtreding van de veiligheidsvoorschriften door een EDEO-personeelslid. Daartoe wint de EDEO advies in bij de Dienst beveiliging van het secretariaat-generaal van de Raad, bij de bevoegde diensten van de Commissie en bij de bevoegde diensten van de lidstaten.
Artikel 11
Toegang tot documenten, archief en gegevensbescherming
1. De EDEO past de regels toe van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie. De hoge vertegenwoordiger besluit over de uitvoeringsvoorschriften voor de EDEO.
2. De secretaris-generaal van de EDEO is verantwoordelijk voor de organisatie van het archief van de dienst. De relevante archieven uit de diensten van het secretariaat-generaal van de Raad en van de Commissie worden naar de EDEO overgebracht.
3. De EDEO beschermt de natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens. De hoge vertegenwoordiger besluit over de uitvoeringsvoorschriften voor de EDEO.
Artikel 12
Onroerend goed
1. Het secretariaat-generaal van de Raad en de bevoegde Commissiediensten treffen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de in artikel 7 bedoelde overbrenging en overplaatsing gepaard kunnen gaan met de voor de werking van de EDEO vereiste overdracht van Raads- en Commissiegebouwen.
2. De voorwaarden waaronder onroerende goederen aan de centrale administratie van de EDEO en aan de delegaties van de Unie ter beschikking worden gesteld, worden, naar gelang van het geval, gezamenlijk door de hoge vertegenwoordiger, het secretariaat-generaal van de Raad en de Commissie vastgesteld.
Artikel 13
Slotbepalingen
1. De hoge vertegenwoordiger, de Raad, de Commissie en de lidstaten zijn belast met de uitvoering van dit besluit en stellen de nodige maatregelen daartoe vast.
2. De hoge vertegenwoordiger dient uiterlijk eind 2011 bij het Europees Parlement , de Raad en de Commissie een verslag in over de werking van de EDEO. Dit verslag belicht in het bijzonder de uitvoering van het bepaalde in artikel 9 en in artikel 5, leden 3 en 10.
3. Uiterlijk medio 2013 voert de hoge vertegenwoordiger een evaluatie uit van de werking en de organisatie van de EDEO, waarin onder andere wordt ingegaan op de uitvoering van het bepaalde in artikel 6, leden 8 en 11. Deze evaluatie gaat, indien nodig, vergezeld van passende voorstellen tot herziening van dit besluit. In dat geval herziet de Raad overeenkomstig artikel 27 , lid 3, van het VWEU dit besluit uiterlijk begin 2014 in het licht van de evaluatie .
4. Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt aangenomen. De erin vervatte bepalingen inzake financieel beheer en aanwerving ▐ worden pas van kracht zodra de vereiste wijzigingen in het Statuut en het Financieel Reglement alsmede ▐ de gewijzigde begroting zijn aangenomen. Er wordt ▐ tussen de hoge vertegenwoordiger, het secretariaat-generaal van de Raad en de Commissie een regeling getroffen en er wordt ▐ met de lidstaten overleg gepleegd om een soepele overgang te garanderen .
5. Uiterlijk één maand na de inwerkingtreding van dit besluit dient de hoge vertegenwoordiger een raming van de inkomsten en uitgaven van de EDEO, inclusief een personeelsformatie, bij de Commissie in, zodat deze een ontwerp van gewijzigde begroting kan voorleggen.
6. Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, …
Voor de Raad
De voorzitter
(1) PB…
(2) PB…
(3) PB L 322 van 9.12.2009, blz. 28.
(4) Artikel 98, lid 1, alinea 2, van het Statuut komt als volgt te luiden: „Vanaf 1 juli 2013 neemt het tot aanstelling bevoegd gezag ook kandidaturen van ambtenaren van andere instellingen in aanmerking, zonder aan een van deze categorieën voorrang te verlenen.”.
(5) PB L 327 van 13.12.2007, blz. 10.
(6) De Commissie zal een verklaring afleggen met als strekking dat de hoge vertegenwoordiger het noodzakelijke gezag daartoe zal genieten, met volledige inachtneming van het Financieel Reglement.
Donderdag 8 juli 2010
BIJLAGE
DIENSTEN EN FUNCTIES DIE NAAR DE EDEO WORDEN OVERGEHEVELD (1)
De onderstaande lijst geeft een overzicht van alle diensten die en bloc naar de EDEO worden overgeheveld. Hiermee wordt niet vooruitgelopen op andere behoeften en toe te wijzen middelen waarover een besluit zal worden genomen in het kader van de onderhandelingen over de begrotingstoewijzing betreffende de oprichting van de EDEO, noch op besluiten over de terbeschikkingstelling van het nodige personeel voor ondersteunende diensten, en de daarmee samenhangende behoefte aan overeenkomsten op dienstniveau tussen het secretariaat-generaal van de Raad, de Commissie en de EDEO.
1. SECRETARIAAT-GENERAAL VAN DE RAAD
Al het personeel van de hieronder genoemde diensten en functies wordt en bloc overgeheveld naar de EDEO, met uitzondering van een zeer beperkt aantal personeelsleden die overeenkomstig artikel 2, lid 1, tweede streepje, de normale taken van het secretariaat-generaal van de Raad uitvoeren en van bepaalde hieronder vermelde specifieke functies:
|
|
|
|
Uitgezonderd:
|
|
|
|
|
|
2. COMMISSIE (INCLUSIEF DELEGATIES)
Alle personeelsleden in de hieronder genoemde diensten en functies worden en bloc naar de EDEO overgeheveld, met uitzondering van een beperkt aantal personeelsleden die hieronder als uitzonderingen vermeld staan.
|
|
Uitgezonderd:
|
|
|
Uitgezonderd:
|
|
|
|
(1) De financiering van de over te hevelen personele middelen valt volledig onder de uitgaven van rubriek 5 (Administratie) van het meerjarig financieel kader.
Donderdag 8 juli 2010
BIJLAGE
VERKLARING VAN DE HOGE VERTEGENWOORDIGER (1) OVER POLITIEKE VERANTWOORDING
In de betrekkingen met het Europees Parlement bouwt de hoge vertegenwoordiger (HV) voort op de afspraken inzake raadpleging, informatie en rapportering die tijdens de vorige legislatuur zijn gemaakt door het gewezen Commissielid voor externe betrekkingen, de gewezen hoge vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en het roulerende voorzitterschap van de Raad. Waar nodig, worden deze afspraken bijgesteld in het licht van de politiekecontrolerol van het Parlement en van de herdefiniëring van de rol van de hoge vertegenwoordiger zoals beschreven in de Verdragen en overeenkomstig artikel 36 VEU.
Concreet houdt dit het volgende in:
|
1. |
Wat het GBVB betreft, raadpleegt de HV het Europees Parlement over de voornaamste aspecten en de fundamentele keuzen op het gebied van dit beleid, overeenkomstig artikel 36 VEU. De gedachtewisselingen die voorafgaan aan de goedkeuring van mandaten en strategieën op het gebied van het GBVB, vinden in een passende vorm plaats, met inachtneming van de gevoeligheid en de vertrouwelijkheid van de behandelde onderwerpen. In deze context wordt ook de praktijk van gezamenlijke overlegbijeenkomsten met de bureaus van AFET en COBU verbeterd. De briefings op deze bijeenkomsten hebben met name betrekking op GBVB-missies die uit de EU-begroting worden gefinancierd, zowel missies die reeds worden uitgevoerd als missies die nog worden voorbereid. Indien nodig kunnen bijkomende gezamenlijke overlegbijeenkomsten plaatsvinden, bovenop de reguliere bijeenkomsten. Voor de EDEO zijn (op alle bijeenkomsten) naast de permanente voorzitter van het Politiek en Veiligheidscomité ook hoge, voor het beleid verantwoordelijke ambtenaren aanwezig. |
|
2. |
De HV past de resultaten van de lopende onderhandelingen over de kaderovereenkomst tussen het Europees Parlement en de Commissie inzake onderhandelingen over internationale overeenkomsten mutatis mutandis toe voor overeenkomsten die onder haar bevoegdheidsgebied vallen en waarvoor de instemming van het Parlement vereist is. Het Europees Parlement wordt overeenkomstig artikel 218, lid 10, VWEU in iedere fase van de procedure onverwijld en ten volle geïnformeerd, ook voor overeenkomsten die worden gesloten op het gebied van het GBVB. |
|
3. |
De HV zet de praktijk van een grondige dialoog over, en van toezending van alle documenten voor de strategische planningfasen van de financiële instrumenten (met uitzondering van het Europees Ontwikkelingsfonds) voort. Hetzelfde geldt voor alle discussiedocumenten die tijdens de voorbereidende fase aan de lidstaten worden voorgelegd. Deze praktijk doet geen afbreuk aan de resultaten van de onderhandelingen over de reikwijdte en de toepassing van artikel 290 VWEU inzake gedelegeerde handelingen. |
|
4. |
De huidige regeling waarbij vertrouwelijke informatie over GVDB-missies en -operaties wordt verstrekt (via de bijzondere EP-commissie IIA 2002 EVDB), blijft bestaan. De HV kan andere EP-leden op „need to know”-basis ook toegang verlenen tot andere documenten op GBVB-gebied, op voorwaarde dat zij, met name voor gerubriceerde documenten, overeenkomstig de toepasselijke regels een behoorlijk veiligheidsonderzoek hebben ondergaan, dat deze toegang voor de uitoefening van hun institutionele functie vereist is en dat hiertoe een verzoek is ingediend door de voorzitter van AFET, en indien nodig door de voorzitter van het EP. In dit verband herziet de HV de bestaande bepalingen inzake toegang van leden van het Europees Parlement tot gerubriceerde documenten en informatie op het gebied van het veiligheids- en defensiebeleid (IIA 2002 EVDB), en stelt zij waar nodig voor deze aan te passen. In afwachting van deze aanpassing neemt de HV een besluit over overgangsmaatregelen die zij nodig acht om naar behoren aangewezen EP-leden die een institutionele functie uitoefenen, gemakkelijker toegang tot bovengenoemde informatie te verlenen. |
|
5. |
De HV reageert positief op verzoeken van het Europees Parlement om nieuw te benoemen delegatiehoofden voor landen en organisaties die het Parlement als strategisch belangrijk beschouwt, voor een gedachtewisseling (geen hearing) voor AFET te laten verschijnen vooraleer zij hun ambt opnemen. Hetzelfde geldt ook voor speciale vertegenwoordigers van de EU (SVEU’s). Deze gedachtewisselingen vinden in een met de HV overeengekomen vorm plaats, met inachtneming van de gevoeligheid en de vertrouwelijkheid van de behandelde onderwerpen. |
|
6. |
Indien de hoge vertegenwoordiger niet kan deelnemen aan een debat in de plenaire vergadering van het Europees Parlement, beslist zij welk lid van een EU-instelling haar vervangt, hetzij een Commissielid voor kwesties die uitsluitend of hoofdzakelijk onder de bevoegdheid van de Commissie vallen, hetzij een lid van de Raad Buitenlandse Zaken voor kwesties die uitsluitend of hoofdzakelijk onder het GBVB vallen. In het laatste geval komt de vervanger hetzij uit het roulerende voorzitterschap, hetzij uit het voorzitterstrio, overeenkomstig artikel 26 van het reglement van orde van de Raad. Het Europees Parlement wordt ingelicht over het vervangingsbesluit van de hoge vertegenwoordiger. |
|
7. |
De HV zorgt ervoor dat de delegatiehoofden, SVEU’s, hoofden van GVDB-missies en hogere EDEO-ambtenaren aanwezig kunnen zijn op vergaderingen van relevante parlementaire commissies en subcommissies om deze regelmatig te briefen. |
|
8. |
Voor militaire GVDB-operaties, die door de lidstaten worden gefinancierd, wordt de informatie nog steeds verstrekt via de bijzondere EP-commissie IIA 2002 EVDB, in afwachting van een eventuele herziening van het IIA overeenkomstig punt 4 hierboven. |
|
9. |
Het Europees Parlement wordt geraadpleegd over de vaststelling en de planning van verkiezingswaarnemingsmissies en hun follow-up, met inachtneming van de budgettairecontrolerechten van het Parlement op het desbetreffende financieringsinstrument - het Europees instrument voor democratie en mensenrechten (EIDHR). De aanstelling van EU-hoofdwaarnemers gebeurt in overleg met de verkiezingscoördinatiegroep, en dit tijdig vóór het begin van de verkiezingswaarnemingsmissie. |
|
10. |
De HV speelt een actieve rol in het komende overleg over de aanpassing van bestaande regelingen betreffende de financiering van het GBVB zoals opgenomen in het IIA van 2006 over de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer, op basis van de in punt 1 genoemde afspraken. De door het Verdrag van Lissabon ingevoerde nieuwe begrotingsprocedure is volledig van toepassing op de begroting van het GBVB. De hoge vertegenwoordiger zet zich ook in voor meer transparantie in de GBVB-begroting, wat onder meer inhoudt dat grote GVDB-missies (zoals de huidige missies in Afghanistan, Kosovo en Georgië) in de begroting kunnen worden geïdentificeerd, waarbij tegelijkertijd ook de flexibiliteit van de begroting en de vereiste continuïteit voor reeds aangegane missies moeten worden gewaarborgd. |
VERKLARING DIE DE HOGE VERTEGENWOORDIGER IN DE PLENAIRE VERGADERING VAN HET EUROPEES PARLEMENT HEEFT AFGELEGD OVER DE INRICHTING VAN HET CENTRAAL BESTUUR VAN DE EDEO
De hoge vertegenwoordiger creëert binnen de EDEO de diensten en functies die nodig zijn voor de verwezenlijking van zijn doelstellingen en voor de versterking van de capaciteit van de EU voor een samenhangend extern optreden, waarbij overlappingen worden vermeden. In voorkomend geval ziet zij erop toe dat passende voorstellen worden ingediend bij de begrotingsautoriteit.
De diensten en functies worden van tijd tot tijd aan nieuwe prioriteiten en ontwikkelingen aangepast.
Vanaf het begin maken onder andere de volgende afdelingen deel uit van de EDEO:
|
— |
een afdeling die de hoge vertegenwoordiger bijstaat bij de institutionele betrekkingen met het Europees Parlement als bedoeld in de Verdragen en in de Verklaring over politiekeverantwoordingsplicht, alsmede bij de betrekkingen met de nationale parlementen. |
|
— |
een afdeling die de hoge vertegenwoordiger bijstaat bij haar taak toe te zien op de samenhang van het externe optreden van de Unie. Deze afdeling levert onder meer input aan de regelmatige ontmoetingen van de hoge vertegenwoordiger met andere leden van de Commissie en draagt tevens zorg voor de follow-up daarvan. De afdeling draagt op dienstniveau zorg voor de noodzakelijke interactie en coördinatie met de bevoegde diensten van de Commissie met betrekking tot de externe aspecten van intern beleid. |
|
— |
Een directeur-generaal begroting en administratie. Deze functie wordt bekleed door een hoge functionaris binnen de EEAS met gedegen ervaring op het gebied van EU-begroting en -administratie. |
Crisismanagement en vredesopbouw: de GVDB-structuren maken deel uit van de EDEO op de wijze zoals in oktober 2009 overeengekomen door de Europese Raad en zoals voorzien in het EDEO-besluit. Een passende structuur kan worden verwezenlijkt door integratie van relevante afdelingen van de Commissie die zich bezighouden met crisisbeheersing en vredesopbouw.
De hoge vertegenwoordiger zal erop toezien dat, rechtstreeks onder haar gezag en verantwoordelijkheid en binnen de geëigende structuur, tussen de naar de EDEO overgehevelde Commissie-eenheden voor crisisresponsplanning en -programmering, conflictpreventie en vredesopbouw, alsmede de GDVB-structuren, een hechte synergetische samenwerking plaatsvindt. Dit laat uiteraard het specifieke, met name intergouvernementele of communautaire, karakter van de beleidsmaatregelen onverlet.
Onder direct gezag en directe verantwoordelijkheid van de hoge vertegenwoordiger wordt de volledige coördinatie tussen alle diensten van de EDEO, met name tussen de GVDB-structuren en de andere relevante diensten van de EDEO gewaarborgd, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken van deze structuren.
De hoge vertegenwoordiger waarborgt dat tussen de speciale vertegenwoordigers van de EU en de relevante afdelingen in de EDEO de noodzakelijke coördinatie tot stand wordt gebracht.
De hoge vertegenwoordiger kent hoge prioriteit toe aan de bevordering van mensenrechten en goed bestuur in de hele wereld en zet zich in voor de integratie daarvan in het buitenlands beleid binnen de hele EDEO. Er worden op het niveau van het hoofdbureau structuren voor mensenrechten en democratie opgezet, alsmede centrale punten binnen de relevante delegaties van de Unie, die tot taak hebben toezicht te houden op de mensenrechtensituatie en de daadwerkelijke verwezenlijking van de beleidsdoelstellingen van de EU op het gebied van de mensenrechten.
(1) De term „hoge vertegenwoordiger” in deze verklaring omvat alle functies van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, die ook vicevoorzitter van de Europese Commissie en voorzitter van de Raad Buitenlandse Zaken is, onverminderd de specifieke verantwoordelijkheden uit hoofde van de specifieke functies die zij uitoefent.