This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32012L0042
Commission Directive 2012/42/EU of 26 November 2012 amending Directive 98/8/EC of the European Parliament and of the Council to include hydrogen cyanide as an active substance in Annex I thereto Text with EEA relevance
Richtlijn 2012/42/EU van de Commissie van 26 november 2012 tot wijziging van Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad teneinde waterstofcyanide als werkzame stof in bijlage I bij die richtlijn op te nemen Voor de EER relevante tekst
Richtlijn 2012/42/EU van de Commissie van 26 november 2012 tot wijziging van Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad teneinde waterstofcyanide als werkzame stof in bijlage I bij die richtlijn op te nemen Voor de EER relevante tekst
PB L 327 van 27.11.2012, pp. 31–33
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV) Dit document is verschenen in een speciale editie.
(HR)
No longer in force, Date of end of validity: 31/08/2013; stilzwijgende opheffing door 32012R0528
|
27.11.2012 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 327/31 |
RICHTLIJN 2012/42/EU VAN DE COMMISSIE
van 26 november 2012
tot wijziging van Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad teneinde waterstofcyanide als werkzame stof in bijlage I bij die richtlijn op te nemen
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden (1), en met name artikel 16, lid 2, tweede alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In Verordening (EG) nr. 1451/2007 van de Commissie van 4 december 2007 inzake de tweede fase van het in artikel 16, lid 2, van Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van biociden bedoelde tienjarige werkprogramma (2) is een lijst vastgesteld van werkzame stoffen die met het oog op een mogelijke opneming daarvan in bijlage I, IA of IB bij Richtlijn 98/8/EG dienen te worden beoordeeld. Waterstofcyanide is in die lijst opgenomen. |
|
(2) |
Krachtens Verordening (EG) nr. 1451/2007 is waterstofcyanide overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Richtlijn 98/8/EG beoordeeld voor gebruik in de volgende productsoorten, zoals gedefinieerd in bijlage V bij die richtlijn: productsoort 8, houtconserveringsmiddelen, productsoort 14, rodenticiden, en productsoort 18, insecticiden, acariciden en producten voor de bestrijding van andere geleedpotigen. |
|
(3) |
Tsjechië is als rapporterende lidstaat aangewezen en heeft op 24 januari 2008 drie verslagen van de bevoegde instantie samen met aanbevelingen overeenkomstig artikel 14, leden 4 en 6, van Verordening (EG) nr. 1451/2007 bij de Commissie ingediend. |
|
(4) |
De verslagen van de bevoegde instantie zijn door de lidstaten en de Commissie getoetst. Overeenkomstig artikel 15, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1451/2007 zijn de conclusies van de toetsing binnen het Permanent Comité voor biociden op 25 mei 2012 in drie beoordelingsverslagen opgenomen. |
|
(5) |
Uit de onderzoeken blijkt dat van biociden die als houtconserveringsmiddelen, rodenticiden, insecticiden, acariciden en producten voor de bestrijding van andere geleedpotigen worden gebruikt en waterstofcyanide bevatten, kan worden verwacht dat ze aan de eisen van artikel 5 van Richtlijn 98/8/EG voldoen. Bijgevolg moet waterstofcyanide in bijlage I bij die richtlijn worden opgenomen. |
|
(6) |
Niet alle mogelijke toepassingen zijn op het niveau van de Unie beoordeeld. Daarom is het passend voor te schrijven dat de lidstaten de toepassingen of blootstellingsscenario’s en de risico’s voor bevolkingsgroepen en milieucompartimenten beoordelen die bij de risicobeoordeling op het niveau van de Unie niet op een representatieve wijze aan bod zijn gekomen, en dat zij er bij de verlening van toelatingen voor producten zorg voor dragen dat passende maatregelen worden genomen of specifieke voorwaarden worden opgelegd om de gesignaleerde risico’s tot een aanvaardbaar niveau te beperken. |
|
(7) |
Gezien de zeer toxische en ontvlambare eigenschappen van de werkzame stof en de veronderstellingen die aan de risicobeoordeling ten grondslag liggen, is het raadzaam te eisen dat de producten alleen voor gebruik door adequaat opgeleide professionele gebruikers worden toegelaten, dat voor gebruikers en omstanders veilige operationele procedures worden vastgesteld gedurende de fumigatie en ontluchting, met inbegrip van de volgende verplichtingen: de producten worden met adequate persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt, in voorkomend geval met inbegrip van onafhankelijke ademhalingsapparatuur en gasdichte kleding; het opnieuw betreden van gefumigeerde ruimten is verboden totdat de luchtconcentratie voor gebruikers en omstanders door ventilatie een veilig niveau heeft bereikt; de blootstelling aan concentraties die het veilige niveau voor gebruikers en omstanders overschrijden, wordt tijdens en na de ventilatie door de aanwijzing van een bewaakte „verboden zone” voorkomen; met uitzondering van het te behandelen hout worden vóór de fumigatie alle levensmiddelen en alle poreuze materialen, die de werkzame stof zouden kunnen absorberen ofwel uit de te fumigeren ruimte verwijderd, ofwel op adequate wijze tegen absorptie beschermd en wordt de te fumigeren ruimte tegen accidentele ontsteking beveiligd. |
|
(8) |
De bepalingen van deze richtlijn dienen in alle lidstaten tegelijkertijd te worden toegepast teneinde op de markt van de Unie een gelijke behandeling van biociden van de productsoorten 8, 14 en 18 die als werkzame stof waterstofcyanide bevatten, te waarborgen en tevens het goede functioneren van de markt voor biociden in het algemeen te vergemakkelijken. |
|
(9) |
Er dient een redelijke periode te verstrijken voordat een werkzame stof in bijlage I bij Richtlijn 98/8/EG wordt opgenomen, teneinde de lidstaten en de betrokken partijen de gelegenheid te geven zich voor te bereiden om aan de nieuwe eisen die dit meebrengt, te voldoen en ervoor te zorgen dat aanvragers die dossiers hebben samengesteld, volledig kunnen profiteren van de periode van tien jaar voor gegevensbescherming die overeenkomstig artikel 12, lid 1, onder c), ii), van Richtlijn 98/8/EG op de datum van opneming ingaat. |
|
(10) |
Na de opneming moeten de lidstaten over een redelijke termijn beschikken voor de tenuitvoerlegging van artikel 16, lid 3, van Richtlijn 98/8/EG. |
|
(11) |
Richtlijn 98/8/EG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(12) |
Overeenkomstig de gezamenlijke politieke verklaring van de lidstaten en de Commissie over toelichtende stukken van 28 september 2011 (3), hebben de lidstaten zich ertoe verbonden om in gerechtvaardigde gevallen de kennisgeving van hun omzettingsmaatregelen vergezeld te doen gaan van één of meer stukken waarin het verband tussen de onderdelen van een richtlijn en de overeenkomstige delen van de nationale omzettingsinstrumenten wordt toegelicht. |
|
(13) |
De in deze richtlijn vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor biociden, |
HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage I bij Richtlijn 98/8/EG wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze richtlijn.
Artikel 2
1. De lidstaten dienen uiterlijk op 30 september 2013 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken om aan deze richtlijn te voldoen.
Zij passen die bepalingen toe vanaf 1 oktober 2014.
Wanneer de lidstaten die bepalingen vaststellen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.
2. De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het gebied waarop deze richtlijn van toepassing is, vaststellen.
Artikel 3
Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van haar bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 4
Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 26 november 2012.
Voor de Commissie
De voorzitter
José Manuel BARROSO
(1) PB L 123 van 24.4.1998, blz. 1.
BIJLAGE
Aan bijlage I bij Richtlijn 98/8/EG wordt de volgende vermelding toegevoegd:
|
Nr. |
Triviale naam |
IUPAC-naam Identificatienummers |
Minimale zuiverheid van de werkzame stof in het biocide zoals het op de markt wordt gebracht |
Datum van opneming |
Termijn voor de naleving van artikel 16, lid 3 (behalve voor producten die meer dan één werkzame stof bevatten; in dat geval is de termijn voor de naleving van artikel 16, lid 3, de termijn die wordt vastgesteld in het laatste besluit voor de opneming van de werkzame stoffen daarvan) |
Datum waarop de opneming verstrijkt |
Productsoort |
Specifieke bepalingen (*1) |
||||||||||||
|
„60 |
Waterstofcyanide |
waterstofcyanide EC-nummer: 200-821-6 CAS-nr.: 74-90-8 |
976 g/kg |
1 oktober 2014 |
30 september 2016 |
30 september 2024 |
8, 14 en 18 |
Wanneer de lidstaten een aanvraag tot toelating van een product beoordelen overeenkomstig artikel 5 en bijlage VI, beoordelen zij, voor zover dit voor het product in kwestie relevant is, de toepassingen of blootstellingsscenario’s en de risico’s voor bevolkingsgroepen en milieucompartimenten die bij de risicobeoordeling op het niveau van de Unie niet op een representatieve wijze aan bod zijn gekomen. De lidstaten zorgen ervoor dat bij toelating van als fumigatiemiddelen gebruikte producten de volgende voorwaarden worden gesteld:
|
(*1) Met het oog op de toepassing van de gemeenschappelijke beginselen van bijlage VI zijn de inhoud en de conclusies van de beoordelingsverslagen beschikbaar op de website van de Commissie: http://ec.europa.eu/comm/environment/biocides/index.htm