This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 31994L0068
Commission Directive 94/68/EC of 16 December 1994 adapting to technical progress Council Directive 78/318/EEC on the approximation of the laws of the Member States relating to the windscreen wiper and washer systems of motor vehicles
Richtlijn 94/68/EG van de Commissie van 16 december 1994 houdende aanpassing aan de technische vooruitgang van Richtlijn 78/318/EEG van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende ruitewissers en ruitesproeiers van motorvoertuigen
Richtlijn 94/68/EG van de Commissie van 16 december 1994 houdende aanpassing aan de technische vooruitgang van Richtlijn 78/318/EEG van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende ruitewissers en ruitesproeiers van motorvoertuigen
PB L 354 van 31.12.1994, pp. 1–9
(ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT) Dit document is verschenen in een speciale editie.
(FI, SV, CS, ET, LV, LT, HU, MT, PL, SK, SL, BG, RO, HR)
No longer in force, Date of end of validity: 31/10/2014; stilzwijgende opheffing door 32009R0661
Richtlijn 94/68/EG van de Commissie van 16 december 1994 houdende aanpassing aan de technische vooruitgang van Richtlijn 78/318/EEG van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende ruitewissers en ruitesproeiers van motorvoertuigen
Publicatieblad Nr. L 354 van 31/12/1994 blz. 0001 - 0009
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 13 Deel 27 blz. 0071
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 13 Deel 27 blz. 0071
RICHTLIJN 94/68/EG VAN DE COMMISSIE van 16 december 1994 houdende aanpassing aan de technische vooruitgang van Richtlijn 78/318/EEG van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende ruitewissers en ruitesproeiers van motorvoertuigen DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Richtlijn 70/156/EEG van de Raad van 6 februari 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 93/81/EEG van de Commissie (2), inzonderheid op artikel 13, lid 2, Gelet op Richtlijn 73/318/EEG van de Raad van 21 december 1977 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende ruitewissers en ruitesproeiers van motorvoertuigen (3), inzonderheid op artikel 5, Overwegende dat Richtlijn 78/318/EEG een van de bijzondere richtlijnen van de EEG-goedkeuringsprocedure vormt, welke bij Richtlijn 70/156/EEG is vastgesteld; dat derhalve de bepalingen van Richtlijn 70/156/EEG betreffende systemen, onderdelen en technische eenheden van voertuigen op de onderhavige richtlijn van toepassing zijn; Overwegende dat met name artikel 3, lid 4, en artikel 4, lid 3, van Richtlijn 70/156/EEG voorschrijven dat aan iedere bijzondere richtlijn een inlichtingenformulier, met daarin de relevante punten van bijlage I van die richtlijn, en een op bijlage VI van die richtlijn gebaseerd goedkeuringsformulier worden toegevoegd, met het oog op de computerisering van de typegoedkeuring; Overwegende dat bij Richtlijn 77/649/EEG van de Raad van 27 september 1977 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake het zichtveld van de bestuurder van motorvoertuigen (4), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 90/630/EEG van de Commissie (5), de procedure is vastgesteld voor het bepalen van verschillende kenmerken van een voertuig die moeten worden gehandhaafd; Overwegende dat het in het licht van de technische vooruitgang mogelijk is Richtlijn 78/318/EEG aan te passen teneinde de beproevingsspecificaties en -procedures beter bij de feitelijke bedrijfsomstandigheden voor deze systemen te doen aansluiten; Overwegende dat de bepalingen van deze richtlijn in overeenstemming zijn met het advies van het bij Richtlijn 70/156/EEG ingestelde Comité voor aanpassing aan de technische vooruitgang, HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD: Artikel 1 Richtlijn 78/318/EEG wordt als volgt gewijzigd: 1. In artikel 1 wordt in plaats van "bijlage I" gelezen "bijlage II A". 2. Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd: a) in het eerste streepje worden in plaats van de woorden "de bijlagen I, II, III, IV en V" de woorden "de bijlagen" gelezen; b) in het tweede en derde streepje wordt in plaats van "artikel 9 bis" gelezen "artikel 2". 3. Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd: a) lid 1 wordt als volgt gewijzigd: i) in het eerste streepje worden in plaats van de woorden "de bijlagen I, II, III, IV en V" de woorden "de desbetreffende bijlagen" gelezen; ii) in het tweede streepje wordt in plaats van "artikel 9 bis" gelezen "artikel 2"; b) in lid 2 wordt in plaats van "artikel 9 bis" gelezen "artikel 2". 4. In artikel 4 wordt in plaats van "punt 2.2" gelezen "punt 2.1". 5. In artikel 5, eerste alinea, wordt in plaats van de woorden "de bijlagen I, II, III, IV, V, VI en VII" de woorden "de bijlagen" gelezen. 6. De lijst van de bijlagen en de bijlagen I, II, VI en VII worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij de onderhavige richtlijn. Artikel 2 1. Met ingang van 1 juli 1995 mogen Lid-Staten: - voor een type motorvoertuig of ruitewissers en ruitesproeiers noch de EEG-typegoedkeuring, noch de nationale typegoedkeuring weigeren, - noch de verkoop, de registratie of het in het verkeer brengen van voertuigen dan wel de verkoop of het in gebruik nemen van ruitewissers en ruitesproeiers verbieden, om redenen die verband houden met de ruitewisser en ruitesproeier, indien deze aan de voorschriften van Richtlijn 78/318/EEG, zoals gewijzigd bij de onderhavige richtlijn, voldoen. 2. Met ingang van 1 januari 1996 mogen Lid-Staten: - geen EEG-typegoedkeuring meer verlenen en - de nationale typegoedkeuring weigeren voor een type voertuig om redenen die verband houden met de ruitewisser en ruitesproeier, en voor een type ruitewisser en ruitesproeier, indien niet aan de voorschriften van Richtlijn 78/318/EEG, zoals gewijzigd bij de onderhavige richtlijn, is voldaan. 3. Onverminderd lid 2 blijven de Lid-Staten ten behoeve van vervangingsonderdelen de EEG-typegoedkeuring voor ruitewissers en ruitesproeiers verlenen overeenkomstig de aan deze versie voorafgaande versies van Richtlijn 78/318/EEG, op voorwaarde dat deze ruitesproeiers en ruitewissers - bestemd zijn om op een reeds in gebruik zijnd voertuig te worden gemonteerd, en - voldoen aan de voorschriften van die richtlijn die van toepassing waren toen de voertuigen voor het eerst werden geregistreerd. Artikel 3 1. De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om vóór 1 juli 1995 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis. Wanneer de Lid-Staten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de Lid-Staten. 2. De Lid-Staten delen de Commissie de tekst van de bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen. Artikel 4 Deze richtlijn wordt van kracht op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Gedaan te Brussel, 16 december 1994. Voor de Commissie Martin BANGEMANN Lid van de Commissie (1) PB nr. L 42 van 23. 2. 1970, blz. 1.(2) PB nr. L 264 van 23. 10. 1993, blz. 49.(3) PB nr. L 81 van 28. 3. 1978, blz. 49.(4) PB nr. L 267 van 19. 10. 1977, blz. 1.(5) PB nr. L 341 van 6. 12. 1990, blz. 20. BIJLAGE 1. In de lijst van bijlagen: - komen de sterretjes achter de titels van de bijlagen I tot en met V en de bijbehorende voetnoot te vervallen; - de titel van bijlage I wordt gelezen: "toepassingsgebied, definities, aanvraag voor EEG-typegoedkeuring, verlening van EEG-typegoedkeuring, specificaties, beproevingsprocedure, markeringen, wijzigingen van goedkeuringen, overeenstemming van de produktie"; - de titel van bijlage VI wordt gelezen: "Inlichtingenformulier (voertuig)"; - de titel van bijlage VII wordt gelezen: "Inlichtingenformulier (technische eenheid)"; - aan het eind van de lijst wordt het volgende toegevoegd: "Bijlage VIII: Goedkeuringsformulier (voertuig) Bijlage IX: Goedkeuringsformulier (technische eenheid)". 2. Bijlage I wordt als volgt gewijzigd: - De titel wordt gelezen: "TOEPASSINGSGEBIED, AANVRAAG VOOR EEG-TYPEGOEDKEURING, VERLENING VAN EEG-TYPEGOEDKEURING, SPECIFICATIES, BEPROEVINGSPROCEDURE, MARKERINGEN, WIJZIGINGEN VAN GOEDKEURINGEN, OVEREENSTEMMING VAN DE PRODUKTIE". - Punt (2.1) vervalt. - De punten 2.2 tot en met 2.4 worden respectievelijk 2.1 tot en met 2.3. - Punt 2.1.2 (oud punt 2.2.2) wordt gelezen: "2.1.2. de vorm en de afmetingen van de voorruit en de montage daarvan voor zover deze van invloed kunnen zijn op de in bijlage IV bedoelde gezichtsvelden;". - Punt 2.5 vervalt. - De punten 2.6 en 2.7 worden punten 2.4 en 2.5 en het woord "rugleuning" wordt vervangen door "bovenlichaam". - De punten 2.8 tot en met 2.21 worden respectievelijk punten 2.6 tot en met 2.19. - Punt 2.18 (oud punt 2.20) wordt gelezen: "2.18. Sproeikop - Onder "sproeikop" verstaat men een inrichting met behulp waarvan de ruitesproeiervloeistof op de voorruit wordt gericht.". - Punt 3.1.1 wordt gelezen "3.1.1. De aanvraag voor EEG-typegoedkeuring overeenkomstig artikel 3, lid 4, van Richtlijn 70/156/EEG van een type voertuig voor wat de ruitewissers en ruitesproeiers betreft wordt door de fabrikant ingediend.". - Punt 3.1.2 wordt gelezen: "3.1.2. Een model van het inlichtingenformulier is in bijlage VI opgenomen.". - De punten 3.1.2.1 tot en met 3.1.2.3 komen te vervallen. Punt 3.1.2.4 wordt 3.1.3. - Punt 3.2.1 wordt gelezen: "3.2.1. De aanvraag voor EEG-typegoedkeuring overeenkomstig artikel 3, lid 4, van Richtlijn 70/156/EEG van een type ruitesproeier als een technische eenheid wordt door de fabrikant ingediend.". - Punt 3.2.2 wordt gelezen: "3.2.2. Een model van het inlichtingenformulier is in bijlage VII opgenomen.". - Punt 3.2.2.1 vervalt. Punt 3.2.2.2 wordt 3.2.3 en wordt gelezen: "3.2.3. Een exemplaar van het goed te keuren type ruitesproeier wordt ter beschikking gesteld van de technische dienst die met de goedkeuringsproeven is belast. De goedkeuringsinstanties kunnen, indien nodig, een extra exemplaar vragen. Op deze exemplaren moeten de firmanaam of het handelsmerk van de aanvrager en de type-aanduiding duidelijk leesbaar en onuitwisbaar voorkomen.". - Punt 4 wordt gelezen: "4. VERLENING VAN EEG-TYPEGOEDKEURING". - Punt (4.1) wordt gelezen: "4.1. Indien aan de desbetreffende voorschriften is voldaan, wordt de EEG-typegoedkeuring overeenkomstig artikel 4, leden 3 en 4, van Richtlijn 70/156/EEG verleend.". - Punt (4.2) vervalt. - De punten 4.3, 4.3.1 en 4.3.2 worden 4.2, 4.2.1 en 4.2.2 en worden gelezen: "4.2. Een model van het EEG-goedkeuringsformulier als bedoeld in punt 4.2.1 of punt 4.2.2 is opgenomen in: 4.2.1 bijlage VIII voor de in punt 3.1 bedoelde aanvragen; 4.2.2. bijlage IX voor de in punt 3.2 bedoelde aanvragen.". - Punt (4.4) wordt punt 4.3 en wordt gelezen: "4.3. Voor elk goedgekeurd type voertuig of ruitesproeier wordt een goedkeuringsnummer toegekend volgens het systeem van bijlage VII van Richtlijn 70/156/EEG. Dezelfde Lid-Staat mag niet hetzelfde nummer toekennen aan een ander type voertuig of ruitesproeier.". - De punten (4.4) tot en met (4.8) vervallen. - Punt 5.1.4 wordt gelezen: "5.1.4. De in punt 5.1.3 vermelde wissnelheden moeten worden verkregen zoals aangegeven in de punten 6.1.1 tot en met 6.1.6 en 6.1.8.". - Punt 5.1.7 wordt gelezen: "5.1.7. De inrichting moet bestand zijn tegen een blokkering van 15 seconden. Het gebruik van een automatische stroomkringbeveiliging is toegestaan, mits voor het eventueel opnieuw instellen geen andere bedieningsorganen behoeven te worden bediend dan dat van de ruitewisser. De beproevingsmethode en beproevingsomstandigheden zijn beschreven in punt 6.1.7.". - Punt 5.1.9.1 wordt gelezen: "5.1.9.1. Bij blootstelling aan een windkracht waarvan de snelheid gelijk is aan 80 % van de maximale snelheid van het voertuig, zonder evenwel meer dan 160 km/h te bedragen, moeten de ruitewissers bij de hoogste wissnelheid onder dezelfde omstandigheden als bedoeld in punt 6.1.10.2 en met onverminderde doelmatigheid een zone bestrijken die in overeenstemming is met de eisen van punt 5.1.2.1.". - Aan punt 5.1.10 wordt het volgende toegevoegd: "Dit voorschrift is niet van toepassing op inrichtingen die zich in rusttoestand in een zone van de voorruit bevinden die aan het gezicht wordt onttrokken door delen van het voertuig (zoals de motorkap, het instrumentenbord enz.).". - Punt 5.2.2 wordt gelezen: "5.2.2. De werking van de ruitesproeier mag niet worden verstoord door blootstelling aan de verschillende in de punten 6.2.3 en 6.2.4 vermelde temperaturen.". - Na punt 6.1.10.1 wordt het volgende nieuwe punt 6.1.10.2 ingevoegd: "6.1.10.2. Indien het buitenoppervlak van de voorruit de in de punten 6.1.8 en 6.1.9 beschreven behandelingen heeft ondergaan, mag de ruitesproeier bij alle proeven worden gebruikt.". - De tweede zin in punt 6.2.3.1 wordt gelezen: "De ruitesproeier wordt vervolgens blootgesteld aan een omgevingstemperatuur van 20°C ± 2°C tot het ijs volledig gesmolten is, maar in geen geval langer dan vier uur.". - De tweede zin in punt 6.2.5.1 wordt gelezen: "Bij stilstaand voertuig en zonder noemenswaardige invloed van de wind wordt (worden) de sproeikop(pen), voor zover deze verstelbaar is (zijn), naar de gewenste zone van het buitenoppervlak van de voorruit gericht.". - De punten (7), (8) en (9) worden gelezen: "7. MARKERINGEN 7.1. Op iedere sproeier die overeenkomt met het krachtens deze richtlijn als technische eenheid goedgekeurde type wordt een EEG-goedkeuringsmerk aangebracht. 7.2. Dit merk bestaat uit een rechthoek waarbinnen de kleine letter "e" is geplaatst, gevolgd door het kengetal of de kenletters van de Lid-Staat die de goedkeuring heeft verleend: 1 voor Duitsland 2 voor Frankrijk 3 voor Italië 4 voor Nederland 6 voor België 9 voor Spanje 11 voor het Verenigd Koninkrijk 13 voor Luxemburg 18 voor Denemarken 21 voor Portugal 23 voor Griekenland IRL voor Ierland. In de nabijheid van de rechthoek moet het "basisgoedkeuringsnummer" zijn aangebracht dat deel 4 vormt van het goedkeuringsnummer dat is vermeld in bijlage VII van Richtlijn 70/156/EEG, voorafgegaan door twee cijfers ter aanduiding van het reeksnummer van de meest recente belangrijke technische wijziging in Richtlijn 78/318/EEG op de datum waarop de EEG-typegoedkeuring is verleend. In deze richtlijn is het reeksnummer 00. 7.3. Het EEG-goedkeuringsmerk moet op zodanige wijze op het reservoir met de vloeistof voor de sproeier zijn aangebracht dat het ook als de inrichting op een voertuig is aangebracht onuitwisbaar en duidelijk leesbaar is. 7.4. Een voorbeeld van het EEG-goedkeuringsmerk wordt gegeven in het aanhangsel. 8. WIJZIGINGEN VAN GOEDKEURINGEN 8.1. Ingeval van wijzigingen van overeenkomstig deze richtlijn verleende goedkeuringen zijn de bepalingen van artikel 5 van Richtlijn 70/156/EEG van toepassing. 9. OVEREENSTEMMING VAN DE PRODUKTIE 9.1. Maatregelen om te waarborgen dat de produktie in overeenstemming is met het goedgekeurde type moeten worden getroffen overeenkomstig het bepaalde in artikel 10 van Richtlijn 70/156/EEG. - De punten (10) tot en met (12) vervallen. - Het volgende nieuwe aanhangsel wordt toegevoegd: "Aanhangsel Model voor het EEG-goedkeuringsmerk XTB:59239DE100 De sproeier waarop bovenstaand EEG-goedkeuringsmerk is aangebracht is een inrichting die is goedgekeurd in Spanje (e9) onder het basisgoedkeuringsnummer 0148 krachtens deze richtlijn. De gebruikte cijfers dienen alleen als voorbeeld.". 3. Bijlage II wordt gelezen: - Bijlage III van Richtlijn 77/649/EEG van de Raad is van toepassing. - Voetnoot (1) vervalt. 4. De bijlagen VI en VII komen te vervallen en worden vervangen door de onderstaande bijlagen VI en VII. "BIJLAGE VI Inlichtingenformulier nr. . . . . . . overeenkomstig bijlage I van Richtlijn 70/156/EEG van de Raad ten behoeve van de EEG-typegoedkeuring van een voertuig met betrekking tot de ruitewissers en ruitesproeiers (Richtlijn 78/318/EEG van de Raad, laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 94/68/EG) De onderstaande gegevens worden in voorkomend geval verstrekt in drievoud en gaan vergezeld van een lijst van de opgenomen elementen. De tekeningen worden in voorkomend geval op een passende schaal met voldoende details in formaat A4 of tot dat formaat gevouwen verstrekt. Op eventuele foto's zijn er voldoende details te zien. Indien de systemen, onderdelen en technische eenheden elektronisch gestuurde functies hebben, worden gegevens over de prestaties verstrekt. 0. ALGEMENE GEGEVENS 0.1. Merk (firmanaam): 0.2. Type en algemene handelsbenaming(en): 0.3. Middel tot identificatie van het type, indien het op het voertuig is aangegeven (b): 0.3.1. Plaats van het merkteken: 0.4. Categorie waartoe het voertuig behoort (c): 0.5. Naam en adres van de fabrikant: 0.8. Adres(sen) van de assemblagefabriek(en): 1. ALGEMENE BOUWWIJZE VAN HET VOERTUIG 1.1. Foto's en/of tekeningen van een representatief voertuig: 2. AFMETINGEN EN MASSA'S (e) (mm en kg) 2.6. Massa van het voertuig met carrosserie en in bedrijfsklare toestand of massa van het chassis met cabine indien de fabrikant niet de carrosserie levert (met koelvloeistof smeermiddelen, brandstof, outillage, reservewiel en bestuurder) (o) (maximum en minimum voor iedere uitvoering): 3. MOTOR (q) 3.2.1.8. Netto-maximumvermogen (t): . . . . . . kW bij . . . . . . min-1 3.2.5. Elektrische installatie. 3.2.5.1. Nominale spanning: . . . . . . V, positieve/negatieve (1) massaverbinding. 3.2.5.2. Generator. 3.2.5.2.2. Soort: 3.2.5.2.2. Nominaal vermogen: . . . . . . VA 4. KRACHTOVERBRENGING (v) 4.8. Maximumsnelheid van het voertuig en versnelling waarin deze wordt bereikt (in km/h) (w): 9. CARROSSERIE 9.4.1. Gegevens betreffende de primaire referentiemerken; deze moeten voldoende gedetailleerd zijn om ze gemakkelijk te kunnen identificeren en de plaats van elk merk ten opzichte van de andere en het punt R te kunnen controleren: 9.5.1. Voorruit. De in dit inlichtingenformulier gebruikte nummering van de punten en voetnoten stemt overeen met die van bijlage I bij Richtlijn 70/156/EEG. Voor deze richtlijn niet-relevante punten zijn weggelaten.9.5.1.2. Montage: 9.5.2.4. Goedkeuringsnummer(s): 9.6. Ruitewisser(s). 9.6.1. Gedetailleerde technische beschrijving (met foto's of tekeningen): 9.7. Ruitesproeier. 9.7.1. Gedetailleerde technische beschrijving (met foto's of tekeningen) of, indien goedgekeurd als technische eenheid, goedkeuringsnummer: 9.8. Ontdooiing en ontwaseming. 9.8.2. Maximaal-elektriciteitsverbruik: . . . . . . kW. 9.10. Binneninrichting. 9.10.3. Zitplaatsen. 9.10.3.5. Cooerdinaten of tekening van het punt R (x). 9.10.3.5.1. Zitplaats van de bestuurder: 9.10.3.6. Voorziene hellingshoek van de rugleuning. 9.10.3.6.1. Zitplaats van de bestuurder: 9.10.3.7. Bereik van de zitplaatsverstelling. 9.10.3.7.1. Zitplaats van de bestuurder: 9.10.5. Verwarming van het interieur. 9.10.5.3. Maximaal elektriciteitsverbruik: . . . . . . kW. BIJLAGE VII Inlichtingenformulier nr. . . . . . . ten behoeve van de EEG-typegoedkeuring als technische eenheid van een ruitesproeier (Richtlijn 78/318/EEG van de Raad, laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 94/68/EEG) De onderstaande gegevens worden in voorkomend geval verstrekt in drievoud en gaan vergezeld van een lijst van de opgenomen elementen. De tekeningen worden in voorkomend geval op een passende schaal met voldoende details in formaat A4 of tot dat formaat gevouwen verstrekt. Op eventuele foto's zijn voldoende details te zien. Indien de systemen, onderdelen en technische eenheden elektronisch gestuurde functies hebben, worden gegevens over de prestaties verstrekt. 0. ALGEMENE GEGEVENS 0.1. Merk (firmanaam): 0.2. Type en algemene handelsbenaming(en): 0.5. Naam en adres van de fabrikant: 0.7. In het geval van onderdelen en technische eenheden, plaats en wijze van aanbrenging van het EEG-goedkeuringsmerk: 0.8. Adres(sen) van de assemblagefabriek(en): 1. BESCHRIJVING VAN DE TECHNISCHE EENHEID 1.1. Gedetailleerde technische beschrijving (met foto's of tekeningen) met aanduiding van de onderdelen die in de motorruimte kunnen worden gemonteerd. 1.2. Eventuele beperkingen van het gebruik en montagevoorschriften:". 5. De onderstaande bijlagen VIII en IX worden als twee nieuwe bijlagen opgenomen. "BIJLAGE VIII MODEL (maximumformaat: A4 (210 × 297 mm)) EEG-GOEDKEURINGSFORMULIER Dienststempel Mededeling betreffende: - goedkeuring (2)- uitbreiding van de goedkeuring (3) - weigering van de goedkeuring (4) - intrekking van de goedkeuring (5) van een type voertuig/onderdeel/technische eenheid (6) met betrekking tot Richtlijn 78/318/EEG, laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 94/68/EG. Goedkeuringsnummer: Reden voor uitbreiding: Deel I 0.1. Merk (firmanaam): 0.2. Type en handelsbenaming(en): 0.3. Middel tot identificatie van het type, indien het op het voertuig/het onderdeel/de technische eenheid (7) is aangegeven (8): 0.3.1. Plaats van dat merkteken: 0.4. Categorie waartoe het voertuig behoort (9): 0.5. Naam en adres van de fabrikant: 0.7. In het geval van onderdelen en technische eenheden, plaats en wijze van aanbrenging van het EEG-goedkeuringsmerk: 0.8. Adres(sen) van de assemblagefabriek(en): Deel II 1. Eventueel aanvullende gegevens: zie aanhangsel. 2. Technische dienst die met de uitvoering van de proeven is belast: 3. Datum van het beproevingsverslag: 4. Nummer van het beproevingsverslag: 5. Eventuele opmerkingen: zie aanhangsel. 6. Plaats: 7. Datum: 8. Handtekening: 9. Hierbij is een index gevoegd van het bij de goedkeuringsinstantie ingediende informatiepakket dat op aanvraag kan worden verkregen. Aanhangsel bij EEG-goedkeuringsformulier nr. . . . . . . betreffende de typegoedkeuring van een voertuig met betrekking tot Richtlijn 78/318/EEG, laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 94/68/EG 1. Aanvullende gegevens: 1.1. Ruitewisser, aantal bladen: 1.2. Ruitesproeier - werkwijze: - eventueel goedkeuringsmerk: 5. Opmerkingen: (bij voorbeeld geldig voor voertuigen met linkse besturing en voor voertuigen met rechtse besturing). BIJLAGE IX MODEL (maximumformaat: A4 (210 x 297 mm)) EEG-GOEDKEURINGSFORMULIER Dienststempel Mededeling betreffende - goedkeuring (10) - uitbreiding van de goedkeuring (11) - weigering van de goedkeuring (12) - intrekking van de goedkeuring (13) van een type voertuig/onderdeel/technische eenheid (14) met betrekking tot Richtlijn 78/318/EEG, als laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 94/68/EG Goedkeuringsnummer: Reden voor uitbreiding: Deel I 0.1. Merk (firmanaam): 0.2. Type en handelsbenaming(en): 0.3. Middel tot identificatie van het type, indien het op het voertuig/het onderdeel/de technische eenheid is aangegeven (15) (16): 0.3.1. Plaats van dat merkteken: 0.4. Categorie waartoe het voertuig behoort (17): 0.5. Naam en adres van de fabrikant: 0.7. In het geval van onderdelen en technische eenheden, plaats en wijze van aanbrenging van het EEG-goedkeuringsmerk: 0.8. Adres(sen) van de assemblagefabriek(en): Deel II 1. Eventueel aanvullende gegevens: zie aanhangsel. 2. Technische dienst die met de uitvoering van de proeven is belast: 3. Datum van het beproevingsverslag: 4. Nummer van het beproevingsverslag: 5. Eventuele opmerkingen: zie aanhangsel. 6. Plaats: 7. Datum: 8. Handtekening: 9. Hierbij is een index gevoegd van het bij de goedkeuringsinstantie ingediende informatiepakket dat op aanvraag kan worden verkregen. Aanhangsel bij EEG-goedkeuringsformulier nr. . . . . . . betreffende de typegoedkeuring als technische eenheid van een ruitesproeier met betrekking tot Richtlijn 78/318/EEG laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 94/68/EG 1. Aanvullende gegevens: 1.1. Eventuele beperkingen van het gebruik en montagevoorschriften: 5. Opmerkingen:". (1) Doorhalen wat niet van toepassing is.(2) Doorhalen wat niet van toepassing is.(3) Indien de middelen ter identificatie van het type tekens bevatten die niet van betekenis zijn voor de beschrijving van het type voertuig, onderdeel of technische eenheid waarop dit goedkeuringsformulier betrekking heeft, moeten dergelijke tekens op het formulier worden weergegeven door het symbool "?" (bij voorbeeld ABC??123??).(4) Zoals gedefinieerd in bijlage II A van Richtlijn 70/156/EEG.(5) Doorhalen wat niet van toepassing is.(6) Indien de middelen ter identificatie van het type tekens bevatten die niet van betekenis zijn voor de beschrijving van het type voertuig, onderdeel of technische eenheid waarop dit goedkeuringsformulier betrekking heeft, moeten dergelijke tekens op het formulier worden weergegeven door het symbool "?" (bij voorbeeld ABC??123??).(7) Zoals gedefinieerd in bijlage II A van Richtlijn 70/156/EEG.