This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32016D2382
Council Decision (CFSP) 2016/2382 of 21 December 2016 establishing a European Security and Defence College (ESDC) and repealing Decision 2013/189/CFSP
Besluit (GBVB) 2016/2382 van de Raad van 21 december 2016 tot oprichting van een Europese Veiligheids- en defensieacademie (EVDA) en houdende intrekking van Besluit 2013/189/GBVB
Besluit (GBVB) 2016/2382 van de Raad van 21 december 2016 tot oprichting van een Europese Veiligheids- en defensieacademie (EVDA) en houdende intrekking van Besluit 2013/189/GBVB
PB L 352 van 23.12.2016, pp. 60–73
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
No longer in force, Date of end of validity: 18/10/2020; opgeheven door 32020D1515
|
23.12.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 352/60 |
BESLUIT (GBVB) 2016/2382 VAN DE RAAD
van 21 december 2016
tot oprichting van een Europese Veiligheids- en defensieacademie (EVDA) en houdende intrekking van Besluit 2013/189/GBVB
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 28, lid 1 en artikel 42, lid 4, en artikel 43, lid 2,
Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Raad heeft op 18 juli 2005 Gemeenschappelijk Optreden 2005/575/GBVB tot oprichting van de Europese Veiligheids- en defensieacademie (EVDA) (1) vastgesteld. Dat gemeenschappelijk optreden is vervangen door Gemeenschappelijk Optreden 2008/550/GBVB (2). Bij Besluit 2013/189/GBVB van de Raad (3) is dat gemeenschappelijk optreden vervolgens weer ingetrokken. |
|
(2) |
In november 2008 heeft de Raad het Europees initiatief voor de uitwisseling van jonge officieren, naar het voorbeeld van Erasmus 1 (4), aangenomen en is overeengekomen dat een met de uitvoering belaste groep in het kader van de uitvoerende academische raad van de EVDA bijeen zal komen. |
|
(3) |
Het bestuur van de EVDA heeft op 15 juli 2016 overeenstemming bereikt over aanbevelingen betreffende de toekomstperspectieven van de EVDA. |
|
(4) |
De onderwijs- en opleidingsactiviteiten in EVDA-kader moeten worden verricht op het gebied van het GVDB/GBVB, inclusief de aspecten conflictstabilisering, conflictoplossing en de voorwaarden voor duurzame ontwikkeling. |
|
(5) |
Hoewel het personeel van de EVDA voornamelijk uit gedetacheerden zou moeten bestaan, kan het noodzakelijk zijn dat de vacatures van gedetacheerd projectmanager en financieel beheerder door contractuele personeelsleden worden ingevuld. |
|
(6) |
Overeenkomstig Besluit 2010/427/EU van de Raad (5) moet de EDEO de EVDA de ondersteuning bieden die voorheen door het secretariaat-generaal van de Raad werd verleend, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
HOOFDSTUK I
OPRICHTING, OPDRACHT, DOELSTELLINGEN EN TAKEN
Artikel 1
Oprichting
Hierbij wordt een Europese Veiligheids- en defensieacademie (EVDA) opgericht.
Artikel 2
Opdracht
De EVDA verstrekt onderwijs en opleiding in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid van de Unie (GVDB), zulks in de bredere context van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) op Europees niveau, teneinde bij militair en burgerpersoneel een gemeenschappelijke inzicht in het GVDB en het GBVB te ontwikkelen en te bevorderen, en door middel van haar onderwijs- en opleidingsactiviteiten („EVDA-onderwijs- en opleidingsactiviteiten”) beste praktijken inzake diverse GVDB- en GVDB-thema's in kaart te brengen en te verspreiden.
Artikel 3
Doelstellingen
De doelstellingen van de EVDA zijn:
|
a) |
de gemeenschappelijke Europese veiligheids- en defensiecultuur verder versterken binnen de Unie en de beginselen in artikel 21, lid 1, VEU propageren buiten de Unie; |
|
b) |
een beter inzicht in het GVDB als essentieel onderdeel van het GBVB bevorderen; |
|
c) |
de instanties van de Unie de beschikking geven over deskundig personeel dat efficiënt kan werken op alle GVDB en GBVB-gebieden; |
|
d) |
de administraties en de staven van de lidstaten de beschikking geven over deskundig personeel dat vertrouwd is met het beleid, de instellingen en de procedures van de Unie op GVDB- en GBVB-gebied; |
|
e) |
het personeel van GVDB-missies en -operaties voorzien van een gemeenschappelijk inzicht in de functioneringsbeginselen van de GVDB-missies en -operaties, en van een gemeenschappelijk Europees identiteitsgevoel; |
|
f) |
onderwijs en opleiding op maat van de onderwijs- en opleidingsbehoeften van GVDB-missies en -operaties verstrekken; |
|
g) |
Unie-partnerschappen op het gebied van het GVDB en het GBVB ondersteunen, met name partnerschappen met de landen die deelnemen aan GVDB-missies; |
|
h) |
civiele crisisbeheersing ondersteunen, onder meer op het gebied van conflictpreventie, en voorwaarden voor duurzame ontwikkeling vaststellen of handhaven; |
|
i) |
het Europees initiatief voor de uitwisseling van jonge officieren bevorderen; |
|
j) |
professionele contacten en contacten tussen de deelnemers aan de onderwijs- en opleidingsactiviteiten helpen bevorderen; |
Waar dit van toepassing is wordt gestreefd naar samenhang met andere activiteiten van de Unie.
Artikel 4
Taken van de EVDA
1. Overeenkomstig de opdracht en de doelstellingen bestaan de voornaamste taken van de EVDA in het organiseren en uitvoeren van EVDA-onderwijs- en -opleidingsactiviteiten op het gebied van het GVDB en het GBVB.
2. De onderwijs- en opleidingsactiviteiten van de EVDA omvatten:
|
a) |
cursussen op basis- en gevorderd niveau ter bevordering van het inzicht in het GVDB en het GBVB; |
|
b) |
cursussen ter ontwikkeling van leiderschap; |
|
c) |
cursussen die rechtstreeks dienen ter ondersteuning van GVDB-missies en -operaties, onder meer onderwijs en opleiding voorafgaand aan de uitzending en tijdens de missies of operaties; |
|
d) |
cursussen ter ondersteuning van EU-partnerschappen en landen die aan GVDB-missies en -operaties deelnemen; |
|
e) |
Modules ter ondersteuning van civiele en militaire opleiding en scholing op het gebied van het GVDB en het GBVB; |
|
f) |
GVDB en GBVB-cursussen, -seminars, -programma's en -conferenties voor een gespecialiseerd publiek of met een specifiek aandachtsveld; |
|
g) |
gemeenschappelijke modules in het kader van het Europees initiatief voor de uitwisseling van jonge officieren, dat op het Erasmus-programma is geïnspireerd. |
Hoewel deze formeel niet tot de onderwijs- en opleidingsactiviteiten van het EVDA behoren, zal het EVDA ook Europese semesters en gezamenlijke masterdiploma's die gebruikmaken van de in de eerste alinea genoemde gemeenschappelijke modules steunen en bevorderen.
Andere onderwijs- en opleidingsactiviteiten vinden plaats telkens als het in artikel 9 bedoelde bestuur („de stuurgroep”) daartoe besluit.
3. Naast de in lid 2 bedoelde activiteiten doet de EDVA met name het volgende:
|
a) |
ondersteuning van de betrekkingen die tussen de in artikel 5, lid 1, bedoelde instituten die in het in dat lid bedoelde netwerk („het netwerk”) betrokken zijn, moeten worden aangeknoopt; |
|
b) |
beheer en nadere uitwerking van een e-learningsysteem om de GVDB- en GBVB-onderwijs- en -opleidingsactiviteiten te ondersteunen of, in uitzonderlijke omstandigheden, om gebruikt te worden als zelfstandige onderwijs- en opleidingsactiviteit; |
|
c) |
onderwijs- en opleidingsmateriaal voor Unie-opleidingen op GVDB- en GBVB-gebied ontwikkelen en vervaardigen, met gebruikmaking van bestaand toepasselijk materiaal; |
|
d) |
een alumnivereniging voor voormalige deelnemers aan opleidingen steunen; |
|
e) |
ondersteuning van uitwisselingsprogramma's op het gebied van GVDB en GBVB tussen de onderwijs- en opleidingsinstituten van de lidstaten; |
|
f) |
optreden als afdelingsbeheerder van de Schoolmastermodule van het Goalkeeperproject en via deze module bijdragen leveren voor het jaarlijkse opleidingsprogramma van de Unie inzake GVDB; |
|
g) |
ondersteuning verlenen bij het beheer van onderwijs en opleiding op het gebied van conflictpreventie, civiele crisisbeheersing, het vaststellen of handhaven van voorwaarden voor duurzame ontwikkeling en initiatieven tot hervorming van de veiligheidssector, alsmede bevordering van de voorlichting over cyberveiligheid en hybride dreigingen; |
|
h) |
jaarlijks een netwerkconferentie beleggen waarbij civiele en militaire experts inzake onderwijs en opleiding in GVDB-aangelegenheden uit onderwijs- en opleidingsinstituten en ministeries van de lidstaten en, waar dit aangewezen is, relevante externe onderwijs- en opleidingsactoren bij elkaar worden gebracht, en |
|
i) |
de betrekkingen onderhouden met relevante actoren op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, op het gebied van ontwikkeling en samenwerking, en met relevante internationale organisaties. |
HOOFDSTUK II
ORGANISATIE
Artikel 5
Netwerk
1. De EVDA wordt georganiseerd als een netwerk van civiele en militaire instituten, hogescholen, academies, universiteiten, instellingen en andere actoren in de Unie die zich bezighouden met veiligheids- en defensieaangelegenheden, die door de lidstaten en het Instituut voor veiligheidsstudies van de Europese Unie (EUISS) zijn aangewezen.
De EVDA onderhoudt nauwe banden met de instellingen van de Unie en de bevoegde agentschappen van de Unie, in het bijzonder met
|
a) |
het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (CEPOL), |
|
b) |
het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex), |
|
c) |
het Europees Defensieagentschap (EDA), |
|
d) |
het Satellietcentrum van de Europese Unie (EU SatCen), en |
|
e) |
de Europese Politiedienst (Europol). |
2. In voorkomend geval kunnen internationale, intergouvernementele, gouvernementele en niet-gouvernementele organisaties de status van „geassocieerde netwerkpartner” krijgen. De nadere regels daarvoor moeten worden goedgekeurd door het bestuur.
3. De EVDA verricht haar taken onder de algehele verantwoordelijkheid van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (HR).
Artikel 6
De rol van het Instituut voor veiligheidsstudies van de Europese Unie
1. Als onderdeel van het EVDA-netwerk, werkt het EUISS samen met de EVDA door haar deskundigheid en capaciteiten op het gebied van kennisgaring beschikbaar te stellen voor de EVDA-opleidingsactiviteiten, onder meer via EUISS-publicaties, binnen de grenzen van haar eigen capaciteiten.
2. Met name zorgt het EUISS voor lezingen van EUISS-analisten en draagt het bij aan de verdere ontwikkeling van de e-learning-content van de EVDA.
3. Het EUISS ondersteunt ook de alumnivereniging van de EVDA.
Artikel 7
Handelingsbevoegdheid
1. De EVDA beschikt over de nodige handelingsbevoegdheid om:
|
a) |
haar taken te vervullen en haar doelstellingen te verwezenlijken; |
|
b) |
om de voor haar werking noodzakelijke contracten en administratieve regelingen te sluiten, waaronder regelingen voor de detachering van personeelsleden, en arbeidscontractanten te werven; materiaal, met name didactisch materiaal aan te kopen; |
|
c) |
bankrekeningen aan te houden, en |
|
d) |
in rechte op te treden. |
2. De eventueel uit door de EVDA gesloten overeenkomsten voortvloeiende aansprakelijkheid komt ten laste van de middelen waarover zij uit hoofde van de artikelen 16 en 17 beschikt.
Artikel 8
Structuur
De volgende structuur wordt in EVDA-verband opgezet:
|
a) |
De stuurgroep die is belast met de algemene coördinatie en leiding van de EVDA-onderwijs- en opleidingsactiviteiten; |
|
b) |
de uitvoerende academische raad („de raad”) die zorg draagt voor de kwaliteit en de samenhang van de EVDA-onderwijs- en opleidingsactiviteiten; |
|
c) |
het hoofd van de EVDA („het hoofd”), de enige wettelijke vertegenwoordiger van de EVDA, dat is belast met het financiële en administratieve beheer van de EVDA, alsmede met het adviseren van het bestuur en de raad bij de organisatie en het beheer van de activiteiten van de EVDA; |
|
d) |
het EVDA-secretariaat („het secretariaat”) moet het hoofd van de EVDA helpen bij de vervulling van zijn taken, met name door de raad te helpen de algemene kwaliteit en coherentie van de EVDA- onderwijs- en opleidingsactiviteiten te garanderen. |
Artikel 9
Stuurgroep
1. De stuurgroep, die bestaat uit één vertegenwoordiger per lidstaat, is het besluitvormingsorgaan van de EVDA. Elk lid van de stuurgroep mag door een plaatsvervanger vertegenwoordigd of vergezeld worden.
2. De leden van de stuurgroep kunnen zich op hun vergaderingen door deskundigen laten vergezellen.
3. De stuurgroep wordt voorgezeten door een vertegenwoordiger van de HR, die over de nodige ervaring beschikt. Zij komt ten minste vier keer per jaar bijeen.
4. Vertegenwoordigers van landen die tot de Unie toetreden mogen de vergaderingen van de stuurgroep bijwonen als actief waarnemer.
5. Het hoofd van de EVDA, ander EVDA-personeel, de voorzitter van de raad en in voorkomend geval de voorzitters van de verschillende samenstellingen daarvan, alsmede een vertegenwoordiger van de Commissie en andere EU-instellingen, inclusief de EDEO, nemen deel aan de vergaderingen van de stuurgroep, maar hebben geen stemrecht.
6. De taken van de stuurgroep zijn:
|
a) |
het EVDA-onderwijs- en opleidingsconcept, waarin de overeengekomen EVDA-onderwijs- en opleidingsactiviteiten tot uiting komen, goed te keuren en geregeld te toetsen; |
|
b) |
het academisch jaarprogramma van de EVDA goed te keuren; |
|
c) |
de onderwijs- en opleidingsactiviteiten te kiezen en te prioriteren die de EVDA moet uitvoeren, rekening houdend met de middelen waarover de EVDA beschikt en met de vastgestelde behoeften inzake onderwijs en opleiding; |
|
d) |
de lidstaten te selecteren die als gastland voor de EVDA-onderwijs- en opleidingsactiviteiten optreden, alsook de instituten die deze activiteiten uitvoeren; |
|
e) |
besluiten te nemen met betrekking tot het laten deelnemen van derde landen aan de EVDA-onderwijs- en opleidingsactiviteiten binnen de door het Politiek en Veiligheidscomité vastgelegde algemene beleidslijnen; |
|
f) |
de curricula voor alle EVDA onderwijs- en opleidingsactiviteiten vast te stellen; |
|
g) |
nota te nemen van de evaluatieverslagen van de cursussen; |
|
h) |
nota te nemen van het algemeen jaarverslag over EVDA-activiteiten onderwijs- en opleidingsactiviteiten en de daarin vervatte aanbevelingen goed te keuren, en deze toe te zenden aan de betrokken Raadsinstanties; |
|
i) |
algemene richtsnoeren te verstrekken voor de werkzaamheden van de raad; |
|
j) |
de voorzitters van de uitvoerende academische raad en de verschillende samenstellingen daarvan te benoemen |
|
k) |
de nodige besluiten betreffende de werking van de EVDA te nemen, voor zover de beslissingsbevoegdheid niet bij andere instanties berust; |
|
l) |
op voorstel van het hoofd van de EVDA de jaarbegroting en eventuele gewijzigde begrotingen goed te keuren; |
|
m) |
de jaarrekeningen goed te keuren en het hoofd van de EVDA kwijting te verlenen; |
|
n) |
de aanvullende voorschriften die van toepassing zijn op de door de EVDA beheerde uitgaven goed te keuren; |
|
o) |
zijn goedkeuring te hechten aan eventuele financieringsovereenkomsten en/of technische regelingen betreffende de financiering en/of het verrichten van de uitgaven van de EVDA die met de Commissie, de EDEO, een Unieagentschap of een lidstaat zijn overeengekomen; |
|
p) |
mee te werken aan het selectieproces van het hoofd van de EVDA, als omschreven in artikel 11, lid 3. |
7. De stuurgroep keurt haar reglement van orde goed.
8. Met uitzondering van het geval bedoeld in artikel 2, lid 6, van de financiële regels die van toepassing zijn op de door de EVDA bekostigde uitgaven en de financiering daarvan, besluit de stuurgroep met gekwalificeerde meerderheid, als neergelegd in artikel 16, lid 4, van het Verdrag betreffende de Europese Unie.
Artikel 10
De uitvoerende academische raad
1. De raad bestaat uit hoge vertegenwoordigers van de civiele en militaire instituten en andere actoren die door de lidstaten zijn aangeduid ter ondersteuning van de opleidings- en onderwijsactiviteiten van de EVDA, en de directeur van het EUISS of zijn vertegenwoordiger.
2. De voorzitter van de raad wordt door het bestuur uit de leden van de raad aangesteld.
3. Vertegenwoordigers van de Commissie en van de EDEO worden op de vergaderingen van de raad uitgenodigd.
4. Hoge vertegenwoordigers van de geassocieerde netwerkpartners worden uitgenodigd om de vergaderingen van het bestuur als actief waarnemer bij te wonen.
5. Academische deskundigen en hoge functionarissen van EU-en nationale instellingen kunnen op de vergaderingen van de raad worden uitgenodigd als waarnemers. Indien zinvol, en per geval te bepalen, kunnen academische deskundigen en hoge functionarissen die de instellingen die geen lid zijn van het netwerk vertegenwoordigen worden uitgenodigd om de vergaderingen van de raad bij te wonen.
6. De raad heeft tot taak:
|
a) |
academisch advies en aanbevelingen ten behoeve van de stuurgroep te verstrekken; |
|
b) |
het overeengekomen academisch jaarprogramma uit te voeren via het netwerk; |
|
c) |
toe te zien op het systeem voor e-leren; |
|
d) |
de curricula voor alle EVDA onderwijs- en opleidingsactiviteiten op te stellen; |
|
e) |
te zorgen voor de algemene coördinatie van EVDA-onderwijs- en opleidingsactiviteiten tussen alle instituten; |
|
f) |
het niveau te evalueren van de onderwijs- en opleidingsactiviteiten in het vorige academisch jaar; |
|
g) |
voorstellen voor onderwijs- en opleidingsactiviteiten in het volgende academisch jaar bij de stuurgroep in te dienen; |
|
h) |
te zorgen voor een systematische evaluatie van alle EVDA-onderwijs- en opleidingsactiviteiten en de evaluatieverslagen van de cursussen goed te keuren; |
|
i) |
bij te dragen aan het ontwerp van algemeen jaarverslag over EVDA-activiteiten; |
|
j) |
de tenuitvoerlegging te ondersteunen van het Europese initiatief voor de uitwisseling van jonge officieren, dat op het Erasmus-programma is geïnspireerd. |
7. Om zijn taken te vervullen kan de raad in verschillende projectgerichte samenstellingen bijeenkomen. De stuurgroep keurt deze samenstellingen goed en de raad stelt de voorschriften en regelingen voor de instelling en werking van deze samenstellingen op. Elke samenstelling brengt ten minste eenmaal per jaar verslag uit aan de raad over haar activiteiten, waarna haar mandaat kan worden verlengd.
8. Een lid van het EVDA-secretariaat ondersteunt en assisteert de raad en elke samenstelling van de raad. Hij of zij neemt deel aan de vergaderingen, zonder stemrecht. Indien er geen andere kandidaat wordt gevonden, kan hij of zij tevens de vergaderingen voorzitten.
9. De stuurgroep stelt het reglement van orde van de raad en elk van diens samenstellingen vast.
Artikel 11
Het hoofd van de EVDA
1. Het hoofd van de EVDA:
|
a) |
is verantwoordelijk voor de EVDA-activiteiten; |
|
b) |
is de enige wettelijke vertegenwoordiger van het EVDA; |
|
c) |
is verantwoordelijk voor het financieel en administratief beheer van de EVDA; |
|
d) |
adviseert de stuurgroep en de Raad en ondersteunt hun werkzaamheden, en |
|
e) |
treedt op als vertegenwoordiger van de EVDA voor de onderwijs- en opleidingsactiviteiten binnen en buiten het netwerk. |
2. Kandidaten voor de functie van hoofd van de EVDA moeten beschikken over een erkende en bewezen deskundigheid en ervaring op het gebied van onderwijs en opleiding. De lidstaten kunnen kandidaten voordragen voor de functie van hoofd van de EVDA. Personeel van EU-instellingen en de EDEO kunnen solliciteren voor deze functie, overeenkomstig de toepasselijke regels.
3. De voorselectie vindt plaats onder de verantwoordelijkheid van de HV. De voorselectiecommissie bestaat uit drie vertegenwoordigers van de EDEO. Zij wordt voorgezeten door de voorzitter van de stuurgroep. De HV verstrekt destuurgroep, op basis van de resultaten van de voorselectie, een aanbeveling met een beperkte lijst van ten minste drie kandidaten, opgesteld in de volgorde van voorkeur van de voorselectiecommisie. Ten minste de helft van de geselecteerde kandidaten moet afkomstig zijn uit de lidstaten. De kandidaten presenteren hun visie voor de EVDA aan de stuurgroep, waarna de lidstaten wordt verzocht om bij schriftelijke, geheime stemming de rangorde van de kandidaten vast te stellen. De HR als lid van het EDEO-personeel benoemt het hoofd van de EVDA.
4. De taken van het hoofd van de EVDA zijn:
|
a) |
alle nodige maatregelen te nemen, zoals het vaststellen van interne administratieve instructies en het bekendmaken van mededelingen, teneinde het vlotte verloop van de EVDA-activiteiten te waarborgen; |
|
b) |
het voorontwerp op te stellen van het jaarverslag en van het werkprogramma van de EVDA, die aan de stuurgroep dienen te worden gepresenteerd op basis van de door de raad ingediende voorstellen; |
|
c) |
de uitvoering van het EVDA-werkprogramma te coördineren; |
|
d) |
de contacten met de bevoegde autoriteiten in de lidstaten te onderhouden; |
|
e) |
de contacten met betrokken externe opleidings- en onderwijsactoren op GBVB- en GVDB-gebied te onderhouden; |
|
f) |
indien nodig technische afspraken over EVDA-onderwijs- en opleidingsactiviteiten te maken met de bevoegde autoriteiten en onderwijs- en opleidingsactoren op GBVB- en GVDB-gebied; |
|
g) |
de overige hem door de stuurgroep opgedragen taken te verrichten. |
5. Het hoofd van de EVDA is belast met het financiële en administratieve beheer van de EVDA, en met name met:
|
a) |
het opstellen van alle ontwerpbegrotingen en het indienen daarvan bij de stuurgroep; |
|
b) |
het vaststellen van de begrotingen nadat deze door de stuurgroep zijn goedgekeurd; |
|
c) |
het vervullen van de functie van ordonnateur voor de begroting van de EVDA; |
|
d) |
het openen, namens de EVDA, van een of meer bankrekeningen; |
|
e) |
de onderhandelingen, met de Commissie, de EDEO of een lidstaat, over eventuele financieringsovereenkomsten en/of technische regelingen betreffende de financiering en/of het verrichten van de uitgaven van de EVDA, en met de indiening bij de stuurgroep en de sluiting van die overeenkomsten of regelingen; |
|
f) |
het selecteren van het personeel van het secretariaat, bijgestaan door een selectiecommissie, |
|
g) |
de onderhandelingen, namens de EVDA, over briefwisseling voor de detachering van personeel van het secretariaat bij de EVDA en het ondertekenen daarvan; |
|
h) |
de onderhandelingen, namens de EVDA, over arbeidsovereenkomsten voor personeel dat wordt betaald uit de EVDA-begroting, en de ondertekening daarvan; |
|
i) |
meer in het algemeen, het vertegenwoordigen van de EVDA voor alle rechtshandelingen met financiële gevolgen; |
|
j) |
de indiening van de jaarrekening van de EVDA bij het bestuur. |
6. Het hoofd van de EVDA legt voor zijn activiteiten rekenschap af aan de stuurgroep.
Artikel 12
Het secretariaat van de EVDA
1. Het secretariaat verleent het hoofd van de EVDA bijstand bij het verrichten van de taken van het hoofd van de EVDA;
2. Het secretariaat verleent aan de stuurgroep, de raad en zijn verschillende samenstellingen, alsmede aan instellingen, ondersteuning bij het beheer, de coördinatie en de organisatie van de EVDA-onderwijs- en opleidingsactiviteiten;
3. Het secretariaat ondersteunt en assisteert de raad van bestuur om de algehele kwaliteit en samenhang van de EVDA-opleidings- en onderwijsactiviteiten te garanderen en ze te laten aansluiten bij de beleidsontwikkelingen van de Unie. Zij helpen ervoor te zorgen dat alle stappen in de uitvoering van een onderwijs- en opleidingsactiviteit — van leerplanontwikkeling en inhoud tot de methodologische aanpak — aan de hoogst mogelijke normen voldoen;
4. Elk instituut van het EVDA-netwerk wijst een contactpunt met het secretariaat aan voor de organisatorische en administratieve aangelegenheden in verband met het organiseren van de EVDA-onderwijs- en opleidingsactiviteiten;
5. Het secretariaat werkt nauw samen met de Commissie en de EDEO.
Artikel 13
EVDA-personeel
1. Het personeel van de EVDA bestaat uit:
|
a) |
door de instellingen van de Unie, de EDEO en de agentschappen van de Unie bij de EVDA gedetacheerd personeel; |
|
b) |
door de lidstaten bij de EVDA gedetacheerde nationale deskundigen; |
|
c) |
arbeidscontractanten wanneer er geen nationaal deskundige is aangewezen voor de functie van administratief en financieelassistent, na goedkeuring door de stuurgroep. |
2. De EVDA kan stagiairs en gastdocenten ontvangen.
3. De stuurgroep stelt het aantal EVDA-personeelsleden vast, tegelijkertijd met de begroting voor het volgende jaar, en daarbij moet er een duidelijk verband zijn met het aantal EVDA-onderwijs- en opleidingsactiviteiten en andere taken zoals omschreven in artikel 4.
4. Het besluit van de HR (6) tot vaststelling van de regeling die van toepassing is op nationale deskundigen die zijn gedetacheerd bij de EEAS is van overeenkomstige toepassing op nationale deskundigen die door de lidstaten zijn gedetacheerd bij de EVDA. Het personeelsstatuut van de Unie blijft van toepassing op het door de instellingen van de Europese Unie bij de EVDA gedetacheerde personeel, inclusief arbeidscontractanten die worden betaald uit de begroting van de EVDA.
5. Op voorstel van de HR bepaalt de stuurgroep, voor zover nodig, de voorwaarden die gelden voor stagiairs en gastdocenten.
6. EVDA-personeel kan geen contracten sluiten of enige vorm van financiële verplichtingen namens de EVDA aangaan zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het hoofd.
HOOFDSTUK III
FINANCIERING
Artikel 14
Bijdragen in natura aan de onderwijs- en opleidingsactiviteiten
1. De lidstaten, instellingen van de Unie, agentschappen van de Unie en instituten, en de EDEO dragen zelf alle kosten die zijn verbonden aan hun deelname aan de EVDA, met inbegrip van salarissen, vergoedingen, reis- en verblijfkosten en kosten in verband met de organisatorische en administratieve ondersteuning van de EVDA-onderwijs-en opleidingsactiviteiten.
2. Deelnemers aan EVDA-onderwijs- en opleidingsactiviteiten dragen alle kosten die zijn verbonden aan hun deelname.
Artikel 15
Ondersteuning door de EDEO
1. De EDEO draagt de kosten voor de huisvesting van het hoofd van de EVDA en het EVDA-secretariaat in haar gebouwen, alsmede de kosten voor de informatietechnologie, de detachering van het hoofd van de EVDA en de detachering van een assistent-personeelslid bij het EVDA-secretariaat.
2. De EDEO verleent de EVDA de administratieve ondersteuning die nodig is om haar personeel te werven en te beheren, en haar begroting uit te voeren.
Artikel 16
Bijdrage uit de begroting van de Unie
1. De EVDA ontvangt een jaarlijkse of meerjarige bijdrage uit de algemene begroting van de Europese Unie. Deze bijdrage kan met name de kosten voor de ondersteuning van onderwijs- en opleidingsactiviteiten en de kosten voor de door de lidstaten bij de EVDA gedetacheerde nationale deskundigen en een arbeidscontractant dekken.
2. Het financiële referentiebedrag voor de uitgaven in verband met de EVDA voor de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017 bedraagt 700 000 EUR. De financiële referentiebedragen voor de volgende perioden worden bepaald door de Raad, op aanbeveling van de stuurgroep.
3. Conform het in lid 2 bedoelde besluit van de Raad onderhandelt het hoofd van de EVDA over een financieringsovereenkomst met de Commissie.
Artikel 17
Vrijwillige bijdragen
1. Voor de financiering van specifieke activiteiten kan de EVDA vrijwillige bijdragen van de lidstaten en de instellingen of van andere donoren ontvangen en beheren. Deze bijdragen worden door de EVDA specifiek voor die doelen bestemd.
2. Over de technische regelingen voor de in lid 1 bedoelde bijdragen wordt onderhandeld door het hoofd van de EVDA.
Artikel 18
Uitvoering van de projecten
1. De EVDA kan een aanvraag doen voor onderzoek en andere projecten op het gebied van het GBVB. De EVDA kan optreden als projectcoördinator of als lid. Het hoofd van de EVDA kan worden toegevoegd aan de „adviesraad” van een dergelijk project. Het hoofd van de EVDA kan deze taak delegeren aan een van de voorzitters van een van de samenstellingen van de uitvoerende academische raad of aan een lid van het EVDA-secretariaat.
2. De bijdragen uit deze projecten moeten zichtbaar zijn in de (gewijzigde) begroting van de EVDA, een specifieke bestemming hebben en gebruikt worden overeenkomstig de taken en doelstellingen van de EVDA.
Artikel 19
Financiële regeling
De in de bijlage opgenomen financiële regeling geldt voor de door de EVDA gefinancierde uitgaven en de financiering van deze uitgaven.
HOOFDSTUK IV
DIVERSE BEPALINGEN
Artikel 20
Deelname aan EVDA-onderwijs- en opleidingsactiviteiten
1. Alle EVDA-onderwijs- en opleidingsactiviteiten staan open voor deelname door onderdanen van alle lidstaten en toetredende staten. De instituten die de opleiding organiseren en verzorgen, zien erop toe dat dit beginsel onverkort wordt toegepast.
2. De EVDA-opleidings- en onderwijsactiviteiten, en met name de in artikel 4, lid 2, onder d) bedoelde onderwijs- en opleidingsactiviteiten, staan in beginsel ook open voor deelname door onderdanen van kandidaat-lidstaten van de Unie en, in voorkomend geval, onderdanen van andere derde landen.
3. De deelnemers zijn burger/diplomatiek/politie-/militair personeel dat zich bezighoudt met aspecten op GVDB-gebied en deskundigen die in GVDB-missies of -operaties zullen worden ingezet.
Vertegenwoordigers van onder meer internationale organisaties, niet-gouvernementele organisaties, academische instellingen en de media, alsook mensen uit het bedrijfsleven, kunnen worden uitgenodigd om deel te nemen aan EVDA-onderwijs- en opleidingsactiviteiten.
4. Aan deelnemers die een EVDA-cursus hebben gevolgd, wordt een door de HR ondertekend getuigschrift afgegeven. De nadere regelingen voor het getuigschrift worden door het bestuur aan toetsing onderworpen. Het getuigschrift wordt door de lidstaten en de instellingen van de Unie erkend.
Artikel 21
Samenwerking
De EVDA werkt samen met internationale organisaties en andere betrokken actoren, zoals nationale opleidings- en onderwjjsinstellingen van derde staten, met name doch niet uitsluitend die welke in artikel 5, lid 2, worden genoemd, en maakt gebruik van hun deskundigheid.
Artikel 22
Beveiligingsvoorschriften
De bepalingen van Besluit 2013/488/EU (7) zijn van toepassing op de EVDA.
HOOFDSTUK V
SLOTBEPALINGEN
Artikel 23
Continuïteit
De ter uitvoering van Besluit 2013/189/GBVB van de Raad vastgestelde regels en voorschriften blijven, met het oog op de toepassing van en mits verenigbaar met het onderhavige besluit, van kracht totdat zij worden gewijzigd of ingetrokken.
Artikel 24
Intrekking
Besluit 2013/189/GBVB wordt ingetrokken.
Artikel 25
Inwerkingtreding en einde geldigheid
1. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2017. Het wordt geëvalueerd wanneer dit nodig is, en in ieder geval uiterlijk zes maanden vóór het verstrijken ervan.
2. Dit besluit verstrijkt op 2 januari 2021.
Gedaan te Brussel, 21 december 2016.
Voor de Raad
De voorzitter
M. LAJČÁK
(1) Gemeenschappelijk Optreden 2005/575/GBVB van 18 juli 2005 tot oprichting van de Europese Veiligheids- en defensieacademie („EVDA”) (PB L 194 van 26.7.2005, blz. 15).
(2) Gemeenschappelijk Optreden 2008/550/GBVB van 23 juni 2008 tot oprichting van de Europese Veiligheids- en defensieacademie („EVDA”) en houdende intrekking van Gemeenschappelijk Optreden 2005/575/GBVB (PB L 176 van 4.7.2008, blz. 20).
(3) Gemeenschappelijk Optreden 2013/189/GBVB van 22 april 2013 tot oprichting van de Europese Veiligheids- en defensieacademie („EVDA”) en houdende intrekking van Gemeenschappelijk Optreden 2008/550/GBVB (PB L 112 van 24.4.2013, blz. 22).
(4) Conclusies van de Raad over het EVDB, 2903e zitting van de Raad Externe Betrekkingen.
(5) Besluit 2010/427/EU van de Raad van 26 juli 2010 tot vaststelling van de organisatie en werking van de Europese Dienst voor extern optreden (PB L 201 van 3.8.2010, blz. 30).
(6) Besluit van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van 23 maart 2011 tot vaststelling van de regels van toepassing op bij de Europese Dienst voor extern optreden gedetacheerde nationale deskundigen.(PB C 12 van 14.1.2012, blz. 8).
(7) Besluit 2013/488/EU van de Raad van 23 september 2013 betreffende de beveiligingsvoorschriften voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie (PB L 274 van 15.10.2013, blz. 1).
BIJLAGE
Financiële voorschriften van toepassing op de door de EVDA gefinancierde uitgaven en de financiering daarvan
Artikel 1
Beginselen met betrekking tot de begroting
1. De in euro opgestelde begroting van de EVDA is het besluit waarbij voor elk begrotingsjaar wordt voorzien in en machtiging gegeven tot alle ontvangsten en alle uitgaven die door de EVDA worden gefinancierd.
2. De ontvangsten en uitgaven van de begroting moeten in evenwicht zijn.
3. Slechts door aanwijzing op een begrotingsonderdeel kunnen ontvangsten en door de EVDA gefinancierde uitgaven worden verricht.
Artikel 2
Vaststelling van begrotingen
1. Het hoofd van de EVDA stelt ieder jaar een ontwerpbegroting op voor het volgende begrotingsjaar, dat begint op 1 januari en eindigt op 31 december van hetzelfde jaar. De ontwerpbegroting bevat de kredieten die noodzakelijk worden geacht om de door de EVDA in die periode te financieren uitgaven te dekken en een raming van de inkomsten die naar verwachting deze uitgaven zullen dekken.
2. De kredieten worden indien nodig ingedeeld naar soort of doel en ondergebracht in hoofdstukken en artikelen. De artikelen worden uitvoerig toegelicht in het ontwerp.
3. De inkomsten bestaan uit de vrijwillige bijdragen van de lidstaten of andere donoren, alsmede uit de jaarlijkse bijdrage uit de begroting van de Europese Unie.
4. Uiterlijk 31 maart legt het hoofd van de EVDA een gedetailleerd begrotingsverslag over het voorgaande boekjaar voor. Het hoofd van de EVDA stelt vóór 31 juli de ontwerpbegroting voor het volgende begrotingsjaar voor aan het de stuurgroep.
5. De stuurgroep keurt de ontwerpbegroting uiterlijk 31 oktober goed.
6. Indien de EVDA een meerjarige bijdrage uit de algemene begroting van de Unie ontvangt, keurt de stuurgroep de jaarbegroting met eenparigheid van stemmen goed.
Artikel 3
Kredietoverschrijvingen
In geval van onvoorziene omstandigheden kan tot het verrichten van kredietoverschrijvingen tussen begrotingsposten of rubrieken van de in artikel 16 bedoelde bijdrage, voor maximum 25 % van deze begrotingsposten of rubrieken, worden besloten door het hoofd van de EVDA, die de stuurgroep van deze overschrijvingen op de hoogte brengt. Kredietoverschrijvingen tussen begrotingsposten of rubrieken van meer dan 25 % van de begrotingsposten of rubrieken worden in een gewijzigde begroting ter goedkeuring aan de stuurgroep voorgelegd.
Artikel 4
Overdracht van kredieten
1. Kredieten ter financiering van vóór 31 december van een begrotingsjaar aangegane juridische verbintenissen worden overgedragen naar het volgende begrotingsjaar.
2. Kredieten uit vrijwillige bijdragen worden overgedragen naar het volgende begrotingsjaar.
3. Kredieten uit projecten worden overgedragen naar het volgende begrotingsjaar.
4. Het hoofd van de EVDA kan, na goedkeuring door de stuurgroep andere kredieten in de begroting naar het volgende begrotingsjaar overdragen.
5. Andere kredieten worden op het einde van het begrotingsjaar geannuleerd.
Artikel 5
Uitvoering van de begroting en personeelsbeheer
Voor de uitvoering van haar begroting en het beheer van haar personeel gebruikt de EVDA zoveel mogelijk de bestaande administratieve structuren van de Unie, met name de EDEO.
Artikel 6
Bankrekeningen
1. Bankrekeningen van de EVDA worden geopend in een eersteklas financiële instelling die in een lidstaat gevestigd is, en zijn rekeningen-courant of kortlopende depositorekeningen in euro.
2. Geen enkele bankrekening van de EVDA mag een negatief saldo vertonen.
Artikel 7
Betalingen
Voor van de bankrekening van de EVDA uitgaande betalingen is de handtekening van het hoofd van de EVDA en van een ander personeelslid van de EVDA vereist.
Artikel 8
Boekhouding
1. Het hoofd van de EVDA zorgt ervoor dat de boekhouding met de inkomsten, de uitgaven en de inventaris van de activa volgens de internationaal aanvaarde boekhoudnormen voor de publieke sector wordt gevoerd.
2. Het hoofd van de EVDA legt de jaarrekening van een begrotingsjaar uiterlijk 31 maart van het volgende begrotingsjaar voor aan het bestuur, samen met het in artikel 2.4 bedoelde gedetailleerd begrotingsverslag.
3. De nodige boekhoudkundige diensten worden uitbesteed.
Artikel 9
Accountantscontrole
1. Jaarlijks vindt een audit van de boekhouding van de EVDA plaats.
2. De nodige auditdiensten kunnen worden uitbesteed.
3. De auditverslagen worden samen met het in artikel 2, lid 4 bedoelde gedetailleerd begrotingsverslag aan de stuurgroep ter beschikking gesteld.
Artikel 10
Kwijting
1. De stuurgroep beslist op grond van het gedetailleerde begrotingsverslag, de jaarrekening en het jaarlijkse auditverslag of het hoofd van de EVDA kwijting verleent voor de uitvoering van de begroting van de EVDA.
2. Het hoofd van de EVDA neemt de nodige initiatieven om het bestuur ervan te overtuigen dat kwijting kan worden verleend en om zich te schikken naar eventuele opmerkingen in de kwijtingsbesluiten.