This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32014R0319
Commission Regulation (EU) No 319/2014 of 27 March 2014 on the fees and charges levied by the European Aviation Safety Agency, and repealing Regulation (EC) No 593/2007 Text with EEA relevance
Verordening (EU) nr. 319/2014 van de Commissie van 27 maart 2014 inzake de vergoedingen en rechten die worden geheven door het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 593/2007 Voor de EER relevante tekst
Verordening (EU) nr. 319/2014 van de Commissie van 27 maart 2014 inzake de vergoedingen en rechten die worden geheven door het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 593/2007 Voor de EER relevante tekst
PB L 93 van , pp. 58–80
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
No longer in force, Date of end of validity: 31/12/2019; opgeheven door 32019R2153
|
28.3.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 93/58 |
VERORDENING (EU) Nr. 319/2014 VAN DE COMMISSIE
van 27 maart 2014
inzake de vergoedingen en rechten die worden geheven door het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 593/2007
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, houdende intrekking van Richtlijn 91/670/EEG, Verordening (EG) nr. 1592/2002 en Richtlijn 2004/36/EG (1), en met name artikel 64, lid 1,
Na raadpleging van de raad van beheer van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, hierna „het Agentschap” genoemd, verkrijgt zijn ontvangsten uit een bijdrage van de Unie en van alle Europese derde landen die partij zijn bij de in artikel 66 van Verordening (EG) nr. 216/2008 bedoelde overeenkomsten, uit de rechten die worden betaald door de aanvragers van de certificaten en goedkeuringen die door het Agentschap worden afgegeven, verlengd of gewijzigd en uit de vergoedingen voor publicaties, behandeling van beroepen, opleiding en alle andere diensten die het Agentschap verricht. |
|
(2) |
Bij Verordening (EG) nr. 593/2007 van de Commissie (2) zijn vergoedingen en rechten vastgesteld die door het Agentschap worden geheven. De tarieven moeten echter worden aangepast om te zorgen voor een evenwicht tussen de kosten van het Agentschap voor bijbehorende certificeringstaken en verleende diensten, en de ontvangsten ter dekking van deze kosten. |
|
(3) |
De vergoedingen en rechten waarin deze verordening voorziet, moeten op transparante, billijke en uniforme wijze worden vastgesteld. |
|
(4) |
De door het Agentschap geheven vergoedingen mogen het concurrentievermogen van de betrokken Europese industrietakken niet in het gedrang brengen. Bij de berekening van de vergoedingen moet bovendien rekening worden gehouden met de draagkracht van kleine ondernemingen. |
|
(5) |
Hoewel de veiligheid van de burgerluchtvaart de hoofdzorg moet zijn, dient het Agentschap bij de uitvoering van zijn taken niettemin ten volle rekening te houden met kostenefficiëntie. |
|
(6) |
De vestigingsplaats van de ondernemingen op het grondgebied van de lidstaten mag niet tot ongelijke behandeling leiden. Bijgevolg moeten de reiskosten die verband houden met de ten behoeve van dergelijke ondernemingen uitgevoerde certificeringswerkzaamheden worden bijeengevoegd en over de aanvragers verdeeld. |
|
(7) |
Deze verordening voorziet in de mogelijkheid voor het Agentschap om een vergoeding te vragen voor certificeringswerkzaamheden die niet zijn vermeld in de bijlage bij de onderhavige verordening, maar die binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 216/2008 vallen. |
|
(8) |
De aanvrager moet de mogelijkheid hebben om een prijsopgave te vragen voor het bedrag dat hij waarschijnlijk zal moeten betalen voor de certificeringswerkzaamheid of -dienst. De criteria op basis waarvan het bedrag wordt vastgesteld, moeten duidelijk, uniform en openbaar zijn. Als het niet mogelijk is dit bedrag van tevoren precies vast te stellen, moet het Agentschap transparante beginselen vaststellen om het voor de certificeringswerkzaamheid of -dienst te betalen bedrag te bepalen. |
|
(9) |
Er moeten uiterste termijnen worden vastgesteld voor de betaling van de vergoedingen en rechten die krachtens deze verordening worden geheven. |
|
(10) |
Er moeten passende verhaalmiddelen worden vastgesteld in geval van wanbetaling, zoals het stopzetten van de desbetreffende aanvraagprocessen, het ongeldig verklaren van de bijbehorende goedkeuringen, het stopzetten van de verdere verstrekking van certificeringswerkzaamheden of -diensten aan de aanvrager in kwestie en het invorderen van de uitstaande bedragen met de beschikbare middelen. |
|
(11) |
Het bedrijfsleven moet een duidelijk beeld hebben van de financiële aspecten en op voorhand weten welke vergoedingen en rechten het zal moeten betalen. Tegelijk is het belangrijk een evenwicht te bewaren tussen de totale uitgaven van het Agentschap voor certificeringswerkzaamheden en -diensten en de totale ontvangsten van het Agentschap uit de vergoedingen en rechten. Overeenkomstig de bepalingen van de financiële kaderregeling (3), moeten de vergoedingen en rechten op een zodanig niveau worden vastgesteld dat een tekort of een aanzienlijk overschot wordt vermeden. Het niveau van de vergoedingen en rechten moet dan ook worden herzien als een aanzienlijk tekort of overschot duidelijk wordt op basis van de financiële resultaten en vooruitzichten van het Agentschap. |
|
(12) |
Vóór elke wijziging van de vergoedingen moeten de belanghebbende partijen worden geraadpleegd. Bovendien moet het Agentschap de belanghebbende partijen regelmatig informatie verstrekken over de wijze en de grondslag waarop de vergoedingen worden berekend. Dergelijke informatie moet de belanghebbende partijen inzicht verschaffen in de kosten en de productiviteit van het Agentschap. |
|
(13) |
De in deze verordening opgenomen tarieven moeten gebaseerd zijn op de voorspellingen van het Agentschap betreffende zijn werkbelasting en gerelateerde kosten. De herziening van de tarieven dient plaats te vinden volgens een procedure die het mogelijk maakt zonder onnodige vertraging wijzigingen aan te brengen op basis van de ervaring die het Agentschap heeft opgedaan met de toepassing van deze verordening, het permanent toezicht op de hulpmiddelen en werkmethode en de bijbehorende efficiëntiewinst, en de voortdurende beoordeling van de financiële behoeften. In dit verband moet worden opgemerkt dat het Agentschap uiterlijk in januari 2016 wordt verplicht om met de inkomsten uit de vergoedingen en rechten de bijdragen te dekken aan de pensioenregelingen van zijn personeel. De vergoedingen en rechten moeten worden aangepast om deze financiële verplichting te kunnen nakomen. |
|
(14) |
De kosten die verband houden met de door het Agentschap geleverde diensten op het gebied van luchtverkeersbeheer- en luchtvaartnavigatiediensten (ATM/ANS) moeten in aanmerking komen voor financiering door heffingen die worden opgelegd aan gebruikers van luchtvaartnavigatiediensten overeenkomstig artikel 6 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 van de Commissie (4). |
|
(15) |
Het is redelijk dat een beroep tegen een besluit van het Agentschap alleen ontvankelijk is als de vergoedingen voor een dergelijk beroep volledig zijn betaald. |
|
(16) |
De in artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 216/2008 bedoelde overeenkomsten moeten de basis vormen voor de beoordeling van de werkbelasting die de certificering van producten van derde landen met zich meebrengt. In beginsel is het proces waarbij het Agentschap certificaten valideert die zijn afgegeven door derde landen waarmee de Unie een passende overeenkomst heeft gesloten, beschreven in deze overeenkomsten en leidt dit proces tot een andere werkbelasting dan die welke vereist is voor de certificeringsactiviteiten van het Agentschap. |
|
(17) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 65, lid 1, van Verordening (EG) nr. 216/2008 ingestelde comité, |
|
(18) |
Verordening (EG) nr. 593/2007 moet derhalve worden ingetrokken, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
HOOFDSTUK 1
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
Onderwerp
Bij deze verordening wordt vastgesteld voor welke aangelegenheden vergoedingen en rechten verschuldigd zijn, wordt het bedrag van de vergoedingen en rechten bepaald, alsmede de wijze waarop zij moeten worden betaald.
Artikel 2
Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
a) „vergoedingen”: de door het Agentschap geheven bedragen die door de aanvragers verschuldigd zijn voor certificeringswerkzaamheden;
b) „rechten”: de door het Agentschap geheven bedragen die verschuldigd zijn door de aanvragers van andere diensten van het Agentschap dan certificering of, in geval van een beroep, door de natuurlijke persoon of rechtspersoon die het beroep instelt;
c) „certificeringswerkzaamheden”: alle direct of indirect door het Agentschap uitgevoerde activiteiten die noodzakelijk zijn voor de afgifte, verlenging of wijziging van certificaten krachtens Verordening (EG) nr. 216/2008 en de uitvoeringsregels daarvan;
d) „dienst”: alle door het Agentschap uitgevoerde activiteiten behalve certificeringswerkzaamheden, met inbegrip van de levering van goederen;
e) „aanvrager”: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die om een door het Agentschap verrichte certificeringswerkzaamheid of dienst verzoekt.
Artikel 3
Betaling van de vergoedingen en rechten
1. De vergoedingen en rechten worden uitsluitend in overeenstemming met deze verordening door het Agentschap verlangd en geheven.
2. De lidstaten heffen geen vergoedingen voor certificeringswerkzaamheden, zelfs niet wanneer zij deze voor rekening van het Agentschap uitvoeren. Het Agentschap vergoedt de lidstaten voor de certificeringswerkzaamheden die zij voor rekening van het Agentschap uitvoeren.
3. Alle vergoedingen en rechten worden uitgedrukt en betaald in euro.
4. De in de delen I en II van de bijlage vermelde bedragen worden jaarlijks aangepast aan de inflatie, in overeenstemming met de methode die in deel IV van de bijlage is uiteengezet.
5. In afwijking van de vergoedingen waarnaar wordt verwezen in de bijlage kunnen in een bilaterale overeenkomst specifieke bepalingen worden vastgesteld inzake vergoedingen voor certificeringswerkzaamheden die worden uitgevoerd in het kader van die bilaterale overeenkomst.
Artikel 4
Betaling van de vergoedingen en rechten
1. Het Agentschap stelt de wijze van betaling van de vergoedingen en rechten vast en geeft aan onder welke voorwaarden het Agentschap vergoedingen en heffingen oplegt voor certificeringswerkzaamheden en diensten. Het Agentschap publiceert de voorwaarden op zijn website.
2. De aanvrager moet het volledige verschuldigde bedrag, inclusief eventuele bankkosten, betalen binnen 30 kalenderdagen na de datum waarop de factuur naar de aanvrager is verstuurd.
3. Wanneer de betaling van een factuur niet binnen de in lid 2 bedoelde termijn is ontvangen, mag het Agentschap rente in rekening brengen voor elke kalenderdag vertraging.
4. Het rentepercentage is de op de eerste kalenderdag van de maand van de vervaldag door de Europese Centrale Bank voor haar basisherfinancieringstransacties toegepaste rentevoet zoals bekendgemaakt in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie, verhoogd met acht procentpunten.
5. Als het Agentschap over bewijzen beschikt dat de financiële draagkracht van de aanvrager in gevaar is, mag het een aanvraag weigeren, tenzij de aanvrager een bankgarantie of deposito verstrekt.
6. Het Agentschap mag een aanvraag ook weigeren als de aanvrager zijn betalingsverplichtingen ten gevolge van de door het Agentschap verrichte certificeringswerkzaamheden of -diensten niet is nagekomen, tenzij de aanvrager de uitstaande verschuldigde bedragen voor die certificeringswerkzaamheden of -diensten betaalt.
Artikel 5
Reiskosten
1. Als een certificeringswerkzaamheid of -dienst, zoals bedoeld in deel I en deel II, punt 1, van de bijlage, geheel of gedeeltelijk buiten het grondgebied van de lidstaten wordt uitgevoerd, dan betaalt de aanvrager de reiskosten overeenkomstig de formule:
2. Voor de diensten als bedoeld in deel II, punt 2, betaalt de aanvrager, ongeacht de geografische locatie waar de dienst wordt uitgevoerd, de reiskosten overeenkomstig de formule:
3. Voor de toepassing van de formules zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is het volgende van toepassing:
|
d |
= |
verschuldigde reiskosten; |
|
v |
= |
vervoerskosten; |
|
a |
= |
officiële dagvergoedingen van de Commissie, welke accommodatie, maaltijden, lokaal vervoer op de plaats van bestemming en diverse kosten omvatten (5); |
|
h1 |
= |
reistijd (uren die door deskundigen besteed zijn aan reizen), betaald tegen het uurtarief dat is uiteengezet in deel II, punt 1, van de bijlage; |
|
h2 |
= |
reistijd (uren die door deskundigen besteed zijn aan reizen), betaald tegen het uurtarief dat is uiteengezet in deel II, punt 2, van de bijlage; |
|
e |
= |
gemiddelde reiskosten op het grondgebied van de lidstaten, inclusief de gemiddelde vervoerskosten en de gemiddelde reistijd op het grondgebied van de lidstaten, vermenigvuldigd met het in deel II, punt 1, van de bijlage vermelde uurtarief. Het wordt jaarlijks herzien en geïndexeerd. |
Artikel 6
Prijsopgave
1. De aanvrager kan een prijsopgave voor de te betalen bedragen vragen.
2. Wanneer de aanvrager een prijsopgave of een wijziging ervan vraagt, worden de activiteiten opgeschort tot de prijsopgave door het Agentschap is verstrekt en door de aanvrager is aanvaard.
3. De prijsopgave wordt door het Agentschap aangepast indien blijkt dat de werkzaamheden eenvoudiger of sneller kunnen worden uitgevoerd dan aanvankelijk gepland of, in het tegenovergestelde geval, indien zij complexer zijn en meer tijd in beslag nemen dan het Agentschap redelijkerwijze kon verwachten.
HOOFDSTUK II
VERGOEDINGEN
Artikel 7
Algemene bepalingen met betrekking tot de betaling van vergoedingen
1. Het volledige bedrag van de verschuldigde vergoedingen moet worden betaald vóór de certificeringstaak wordt uitgevoerd, tenzij het Agentschap anders beslist na een afweging van de financiële risico’s. Het Agentschap mag de vergoeding in een keer factureren nadat het de aanvraag heeft ontvangen, of bij het begin van de jaarlijkse of de toezichtsperiode.
2. De door de aanvrager voor een bepaalde certificeringswerkzaamheid te betalen vergoeding bestaat uit:
|
a) |
een vaste vergoeding, zoals uiteengezet in deel I van de bijlage; of |
|
b) |
een variabele vergoeding. |
3. De in lid 2, onder b), vermelde variabele vergoeding wordt vastgesteld door vermenigvuldiging van het feitelijke aantal gewerkte uren en het in deel II, punt 1, van de bijlage vermelde uurtarief.
4. Bij de toepassing van toekomstige verordeningen in verband met certificeringstaken die door het Agentschap moeten worden uitgevoerd in overeenstemming met de relevante bepalingen van Verordening (EG) nr. 216/2008, mag het Agentschap overeenkomstig deel II, punt 1, van de bijlage vergoedingen heffen voor andere certificeringstaken dan die welke vermeld zijn in de bijlage, tot specifieke bepalingen inzake de relevante vergoedingen kunnen worden opgenomen in deze verordening.
Artikel 8
Betalingstermijnen
1. De in de tabellen 1 tot en met 4 van deel I van de bijlage vermelde vergoedingen worden geheven per aanvraag en per periode van twaalf maanden. Voor de periode na de eerste twaalf maanden bedragen de vergoedingen 1/365e van de relevante jaarvergoeding per dag.
2. De in tabel 5 van deel I van de bijlage vermelde vergoedingen worden geheven per aanvraag.
3. De in tabel 6 van deel I van de bijlage vermelde vergoedingen worden geheven per periode van twaalf maanden.
4. De vergoedingen voor organisaties als bedoeld in de tabellen 7 tot en met 11 van deel I van de bijlage, worden geheven als volgt:
|
a) |
vergoedingen voor goedkeuringen worden geheven per aanvraag; |
|
b) |
toezichtsvergoedingen worden geheven per periode van twaalf maanden; |
|
c) |
wijzigingen van de organisatie die gevolgen hebben voor de goedkeuring hebben met ingang van de volgende periode van twaalf maanden een herberekening van de verschuldigde toezichtsvergoeding tot gevolg. |
Artikel 9
Stopzetting van de aanvraag
1. De aanvraag kan worden verworpen als de verschuldigde vergoedingen voor certificeringswerkzaamheden niet zijn ontvangen na het verstrijken van de in artikel 4, lid 2, vermelde termijn en nadat het Agentschap overleg heeft gepleegd met de aanvrager.
2. Het saldo van alle verschuldigde vergoedingen, berekend op uurbasis voor de lopende periode van twaalf maanden, maar niet meer dan de vaste vergoeding, moet volledig worden betaald op het ogenblik dat het Agentschap zijn certificeringswerkzaamheid beëindigt, samen met de reiskosten en alle andere verschuldigde bedragen, in de volgende gevallen:
|
a) |
als het Agentschap de aanvraag verwerpt; of |
|
b) |
als de certificeringswerkzaamheid door het Agentschap moet worden stopgezet omdat de aanvrager:
|
3. Wanneer het Agentschap op verzoek van de aanvrager eerder stopgezette certificeringstaken opnieuw opneemt, brengt het Agentschap een nieuwe vergoeding in rekening, ongeacht de reeds betaalde vergoedingen voor de stopgezette taken.
Artikel 10
Opschorting of intrekking van het certificaat
1. Indien de verschuldigde vergoedingen niet zijn ontvangen na het verstrijken van de in artikel 4, lid 2, vermelde termijn kan het Agentschap het certificaat schorsen of intrekken, na raadpleging van de aanvrager.
2. Als het Agentschap het certificaat schorst wegens niet-betaling van de jaarvergoeding of toezichtsvergoeding of omdat de aanvrager niet voldoet aan de toepasselijke eisen, blijft de respectieve vergoedingsperiode lopen en moet de aanvrager betalen voor de schorsingssperiode.
3. Indien het Agentschap het certificaat intrekt, moet het saldo van de verschuldigde vergoedingen, berekend op uurbasis voor de lopende periode van twaalf maanden, maar niet meer dan de toepasselijke vaste vergoeding, volledig worden betaald, samen met alle andere op dat ogenblik verschuldigde bedragen.
Artikel 11
Teruggave of overdracht van certificaten
Indien de certificaathouder het certificaat teruggeeft of overdraagt, moet het saldo van de verschuldigde vergoedingen, berekend op uurbasis voor de lopende periode van twaalf maanden, maar niet meer dan de toepasselijke vaste vergoeding, volledig worden betaald op de datum waarop de teruggave of overdracht van kracht wordt, samen met de reiskosten en alle andere op dat ogenblik verschuldigde bedragen.
Artikel 12
Certificeringswerkzaamheden op uitzonderlijke basis
Om alle kosten te dekken die het Agentschap moet maken om tegemoet te komen aan het bijzondere verzoek van de aanvrager, wordt een buitengewone toeslag op de vergoeding in rekening gebracht indien ten gevolge van het verzoek een certificeringstaak uitzonderlijk als volgt wordt uitgevoerd:
|
a) |
door categorieën van personeelsleden in te zetten die het Agentschap volgens de gebruikelijke procedures niet zou inzetten, of |
|
b) |
door die personeelsleden in te zetten om de taak sneller uit te voeren dan het geval zou zijn volgens de gebruikelijke procedures van het Agentschap. |
HOOFDSTUK III
RECHTEN
Artikel 13
Rechten
1. Het bedrag van de door het Agentschap geheven rechten voor diensten die vermeld zijn in deel II, punt 1, van de bijlage is gelijk aan de werkelijke kosten van de geleverde dienst. Daartoe wordt de door het Agentschap gespendeerde tijd gefactureerd tegen het in die lijst vermelde uurtarief.
2. Het bedrag van de door het Agentschap geheven rechten voor andere diensten dan die welke vermeld zijn in deel II, punt 1, van de bijlage is gelijk aan de werkelijke kosten van de geleverde dienst. Daartoe wordt de tijd die door het Agentschap wordt gespendeerd aan het verlenen van de dienst gefactureerd tegen het in deel II, punt 2, van de bijlage bedoelde uurtarief.
3. Kosten die het Agentschap heeft gemaakt voor de uitvoering van specifieke diensten die niet naar behoren kunnen worden bepaald en in rekening gebracht volgens het uurtarief worden in rekening gebracht volgens de interne administratieve procedures.
Artikel 14
Tijdstip waarop de rechten worden geheven
Behoudens andersluidende beslissing van het Agentschap, worden de rechten, na een afweging van de financiële risico’s, geheven vóór de dienst wordt verleend.
HOOFDSTUK IV
BEROEP
Artikel 15
Behandeling van een beroep
1. Voor de behandeling van een overeenkomstig artikel 44 van Verordening (EG) nr. 216/2008 ingesteld beroep worden rechten geheven. Het bedrag van de rechten wordt berekend overeenkomstig de methode van deel III van de bijlage. Het beroep is slechts ontvankelijk nadat het recht voor het instellen van het beroep is betaald binnen de in lid 3 bedoelde termijn.
2. Als het beroep wordt ingesteld door een rechtspersoon, moet deze bij het Agentschap een door een daartoe bevoegde ambtenaar ondertekende verklaring indienen, met vermelding van de omzet van de aanvrager. Deze verklaring moet samen met het beroep worden ingediend.
3. Beroepsrechten worden betaald overeenkomstig de door het Agentschap vastgestelde toepasselijke procedure binnen 60 kalenderdagen na de datum waarop het beroep bij het Agentschap is ingediend.
4. Als het beroep in het voordeel van de aanvrager wordt uitgesproken, worden de beroepsrechten onmiddellijk door het Agentschap terugbetaald.
HOOFDSTUK V
DE PROCEDURES VAN HET AGENTSCHAP
Artikel 16
Algemene bepalingen
1. Het Agentschap moet bepalen welke ontvangsten en uitgaven zijn toe te schrijven aan certificeringswerkzaamheden en verleende diensten.
Om de ontvangsten en uitgaven te kunnen bepalen zoals bedoeld in de eerste alinea:
|
a) |
worden de vergoedingen en rechten die het Agentschap heft op een afzonderlijke rekening gestort en in een afzonderlijke boekhouding bijgehouden; |
|
b) |
stelt het Agentschap een analytische boekhouding op voor de ontvangsten en uitgaven. |
2. Aan het begin van elk boekjaar wordt een voorlopige algemene raming van de vergoedingen en rechten opgesteld. Deze raming is gebaseerd op de financiële resultaten die het Agentschap in het verleden heeft geboekt, op een raming van de uitgaven en ontvangsten en op het voorlopige werkprogramma.
3. Indien aan het einde van een boekjaar de totale ontvangsten uit vergoedingen, die bestemmingsontvangsten vormen overeenkomstig artikel 64, lid 5, van Verordening (EG) nr. 216/2008, de totale kosten van de certificeringswerkzaamheden overschrijden, wordt het overschot gebruikt voor het financieren van certificeringstaken overeenkomstig artikel 19, lid 1, onder a), van het financieel reglement van het Agentschap.
Artikel 17
Evaluatie en herziening
1. Het Agentschap verstrekt de Commissie, de raad van beheer en het adviesorgaan van de belanghebbende partijen die zijn opgericht overeenkomstig artikel 33, lid 4, van Verordening (EG) nr. 216/2008 jaarlijks informatie over de onderdelen die als basis dienen voor het bepalen van het bedrag van de vergoedingen. Deze informatie omvat met name een kostenspecificatie betreffende vorige en volgende jaren.
2. De bijlage bij deze verordening wordt periodiek opnieuw bekeken door het Agentschap om ervoor te zorgen dat belangrijke informatie met betrekking tot de aannamen waarop de schatting van de ontvangsten en uitgaven van het Agentschap is gebaseerd, wordt weerspiegeld in de vergoedingen of rechten die door het Agentschap worden geheven.
Voor zover nodig wordt deze verordening uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding herzien. Wanneer nodig wordt ze gewijzigd, met name rekening houdende met de inkomsten van het Agentschap en de daarmee samenhangende kosten.
3. Het Agentschap raadpleegt het adviesorgaan van de belanghebbende partijen, als bedoeld in lid 1, vóór het advies geeft over een voorgestelde wijziging van de in de bijlage vermelde bedragen. Tijdens deze raadpleging zet het Agentschap de redenen voor de voorgestelde wijziging uiteen.
HOOFDSTUK VI
OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 18
Intrekking
Verordening (EG) nr. 593/2007 wordt ingetrokken.
Artikel 19
Overgangsbepalingen
1. Deze verordening is als volgt van toepassing:
|
a) |
de aanvraagkosten die in deel I en deel II van de bijlage zijn uiteengezet, zijn van toepassing op elke aanvraag die is ingediend na de inwerkingtreding van deze verordening; |
|
b) |
de jaarvergoeding en de toezichtsvergoeding die zijn uiteengezet in de tabellen 1 tot en met 4 en 6 tot en met 12 van deel I van de bijlage zijn van toepassing op alle lopende certificeringstaken vanaf de volgende jaarlijkse termijn na de inwerkingtreding van deze verordening; |
|
c) |
de uurtarieven die zijn uiteengezet in deel II van de bijlage zijn vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening van toepassing op alle lopende taken die op uurbasis moeten worden betaald; |
|
d) |
de indexering als bedoeld in artikel 3, lid 4, vindt plaats op 1 januari van elk jaar na de inwerkingtreding van deze verordening, met ingang van januari 2015. |
2. Onverminderd artikel 18 blijven de bepalingen van Verordening (EG) nr. 488/2005 van de Commissie (6) en Verordening (EG) nr. 593/2007 van toepassing op alle vergoedingen en rechten die buiten het toepassingsgebied van deze verordening vallen, overeenkomstig artikel 20.
Artikel 20
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de eerste dag van de maand na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 27 maart 2014.
Voor de Commissie
De voorzitter
José Manuel BARROSO
(1) PB L 79 van 19.3.2008, blz. 1.
(2) Verordening (EG) nr. 593/2007 van de Commissie van 31 mei 2007 betreffende de door het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart geheven vergoedingen en rechten (PB L 140 van 1.6.2007, blz. 3).
(3) Ontwerp voor een gedelegeerde verordening van de Commissie houdende de financiële kaderregeling van de in artikel 208 bedoelde organen van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad, die naar verwachting van kracht wordt met ingang van 1 januari 2014.
(4) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 van de Commissie van 3 mei 2013 houdende vaststelling van een gemeenschappelijk heffingenstelsel voor luchtvaartnavigatiediensten (PB L 128 van 9.5.2013, blz. 31).
(5) Zie „huidige dagvergoedingen”, zoals bekendgemaakt op de EuropeAid-website van de Commissie (http://ec.europa.eu/europeaid/work/procedures/implementation/per_diems/index_en.htm), laatst geactualiseerd op 5 juli 2013.
(6) Verordening (EG) nr. 488/2005 van de Commissie van 21 maart 2005 betreffende de door het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart in rekening gebrachte vergoedingen en rechten (PB L 81 van 30.3.2005, blz. 7).
BIJLAGE
INHOUD
|
Deel I: |
Werkzaamheden waarvoor een vaste vergoeding in rekening wordt gebracht |
|
Deel II: |
Certificeringstaken of -diensten die op uurbasis in rekening worden gebracht |
|
Deel III: |
Rechten voor het instellen van beroep |
|
Deel IV: |
Jaarlijks inflatiepercentage |
|
Deel V: |
Toelichting |
DEEL I
Werkzaamheden waarvoor een vaste vergoeding in rekening wordt gebracht
Tabel 1
Typecertificaten en beperkte typecertificaten
(bedoeld in subdeel B en subdeel O van deel A van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 748/2012) (1)
|
|
Vaste vergoeding (EUR) |
|
Vliegtuigen met vaste vleugels |
|
|
Meer dan 150 000 kg |
1 785 000 |
|
Van 50 000 kg tot 150 000 kg |
1 530 000 |
|
Van 22 000 kg tot 50 000 kg |
510 000 |
|
Van 5 700 kg tot 22 000 kg (inclusief „high performance”-luchtvaartuigen) |
382 500 |
|
Van 2 000 kg tot 5 700 kg (met uitzondering van „high performance”-luchtvaartuigen) |
263 800 |
|
Tot 2 000 kg (met uitzondering van „high performance”-luchtvaartuigen) |
13 940 |
|
Heel lichte vliegtuigen, gemotoriseerde zweefvliegtuigen, zweefvliegtuigen |
6 970 |
|
Lichte sportvliegtuigen |
5 230 |
|
Draagschroefvliegtuigen |
|
|
Groot |
464 000 |
|
Middelgroot |
185 600 |
|
Klein |
23 240 |
|
Heel lichte draagschroefvliegtuigen |
23 240 |
|
Andere |
|
|
Ballonnen |
6 970 |
|
Luchtschepen grote |
38 630 |
|
Luchtschepen middelgrote |
15 450 |
|
Luchtschepen kleine |
7 730 |
|
Voortstuwing |
|
|
Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht van meer dan 25 KN of een opstijgvermogen van meer dan 2 000 kW |
395 000 |
|
Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht tot 25 KN of een opstijgvermogen tot 2 000 kW |
263 300 |
|
Niet-turbinemotoren |
34 860 |
|
CS-22.H, CS-VLR App. B motoren |
17 430 |
|
Propeller voor gebruik op een luchtvaartuig met een maximale opstijgmassa van meer dan 5 700 kg |
11 910 |
|
Propeller voor gebruik op een luchtvaartuig met een maximale opstijgmassa tot 5 700 kg |
3 400 |
|
Propeller van klasse CS-22J |
1 700 |
|
Onderdelen en uitrustingsstukken |
|
|
Waarde van meer dan 20 000 EUR |
8 780 |
|
Waarde tussen 2 000 en 20 000 EUR |
5 020 |
|
Waarde van minder dan 2 000 EUR |
2 910 |
|
Hulpaggregaten (APU’s) |
208 800 |
Tabel 2
Afgeleiden van typecertificaten of beperkte typecertificaten
|
|
Vaste vergoeding (2) (EUR) |
|
Vliegtuigen met vaste vleugels |
|
|
Meer dan 150 000 kg |
614 100 |
|
Van 50 000 kg tot 150 000 kg |
368 500 |
|
Van 22 000 kg tot 50 000 kg |
245 600 |
|
Van 5 700 kg tot 22 000 kg (inclusief „high performance”-luchtvaartuigen) |
196 500 |
|
Van 2 000 kg tot 5 700 kg (met uitzondering van „high performance”-luchtvaartuigen) |
93 000 |
|
Tot 2 000 kg (met uitzondering van „high performance”-luchtvaartuigen) |
3 250 |
|
Heel lichte vliegtuigen, gemotoriseerde zweefvliegtuigen, zweefvliegtuigen |
2 790 |
|
Lichte sportvliegtuigen |
2 090 |
|
Draagschroefvliegtuigen |
|
|
Groot |
185 600 |
|
Middelgroot |
116 000 |
|
Klein |
11 600 |
|
Heel lichte draagschroefvliegtuigen |
6 970 |
|
Andere |
|
|
Ballonnen |
2 790 |
|
Luchtschepen grote |
23 200 |
|
Luchtschepen middelgrote |
9 280 |
|
Luchtschepen kleine |
4 640 |
|
Voortstuwing |
|
|
Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht van meer dan 25 KN of een opstijgvermogen van meer dan 2 000 kW |
80 800 |
|
Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht tot 25 KN of een opstijgvermogen tot 2 000 kW |
69 600 |
|
Niet-turbinemotoren |
11 620 |
|
CS-22.H, CS-VLR App. B motoren |
5 810 |
|
Propeller voor gebruik op een luchtvaartuig met een maximale opstijgmassa van meer dan 5 700 kg |
2 910 |
|
Propeller voor gebruik op een luchtvaartuig met een maximale opstijgmassa tot 5 700 kg |
890 |
|
Propeller van klasse CS-22J |
450 |
|
Onderdelen en uitrustingsstukken |
|
|
Waarde van meer dan 20 000 EUR |
|
|
Waarde tussen 2 000 en 20 000 EUR |
|
|
Waarde van minder dan 2 000 EUR |
|
|
Hulpaggregaten (APU’s) |
53 900 |
Tabel 3
Aanvullende typecertificaten
(bedoeld in subdeel E van deel A van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 748/2012)
|
|
Vaste vergoeding (3) (EUR) |
||
|
|
Complex |
Standaard |
Eenvoudig |
|
Vliegtuigen met vaste vleugels |
|||
|
Meer dan 150 000 kg |
60 200 |
12 850 |
3 660 |
|
Van 50 000 kg tot 150 000 kg |
36 130 |
10 280 |
2 880 |
|
Van 22 000 kg tot 50 000 kg |
24 090 |
7 710 |
2 620 |
|
Van 5 700 kg tot 22 000 kg (inclusief „high performance”-luchtvaartuigen) |
14 450 |
5 140 |
2 620 |
|
Van 2 000 kg tot 5 700 kg (met uitzondering van „high performance”-luchtvaartuigen) |
4 420 |
2 030 |
1 020 |
|
Tot 2 000 kg (met uitzondering van „high performance”-luchtvaartuigen) |
1 860 |
1 160 |
580 |
|
Heel lichte vliegtuigen, gemotoriseerde zweefvliegtuigen, zweefvliegtuigen |
290 |
290 |
290 |
|
Lichte sportvliegtuigen |
220 |
220 |
220 |
|
Draagschroefvliegtuigen |
|||
|
Groot |
46 400 |
6 960 |
2 320 |
|
Middelgroot |
23 200 |
4 640 |
1 860 |
|
Klein |
9 280 |
3 480 |
1 160 |
|
Heel lichte draagschroefvliegtuigen |
1 050 |
460 |
290 |
|
Andere |
|||
|
Ballonnen |
990 |
460 |
290 |
|
Luchtschepen grote |
11 600 |
9 280 |
4 640 |
|
Luchtschepen middelgrote |
4 640 |
3 710 |
1 860 |
|
Luchtschepen kleine |
2 320 |
1 860 |
930 |
|
Voortstuwing |
|||
|
Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht van meer dan 25 KN of een opstijgvermogen van meer dan 2 000 kW |
11 600 |
6 960 |
4 640 |
|
Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht tot 25 KN of een opstijgvermogen tot 2 000 kW |
6 960 |
5 460 |
3 640 |
|
Niet-turbinemotoren |
3 250 |
1 450 |
730 |
|
CS-22.H, CS-VLR App. B motoren |
1 630 |
730 |
350 |
|
Propeller voor gebruik op een luchtvaartuig met een maximale opstijgmassa van meer dan 5 700 kg |
2 320 |
1 160 |
580 |
|
Propeller voor gebruik op een luchtvaartuig met een maximale opstijgmassa tot 5 700 kg |
1 740 |
870 |
440 |
|
Propeller van klasse CS-22J |
870 |
440 |
220 |
|
Onderdelen en uitrustingsstukken |
|||
|
Waarde van meer dan 20 000 EUR |
|
|
|
|
Waarde tussen 2 000 en 20 000 EUR |
|
|
|
|
Waarde van minder dan 2 000 EUR |
|
|
|
|
Hulpaggregaten (APU’s) |
6 960 |
4 640 |
2 320 |
Tabel 4
Grote wijzigingen en grote reparaties
(bedoeld in de subdelen D en M van deel A van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 748/2012)
|
|
Vaste vergoeding (4) (EUR) |
||
|
|
Complex |
Standaard |
Eenvoudig |
|
Vliegtuigen met vaste vleugels |
|||
|
Meer dan 150 000 kg |
50 800 |
9 330 |
3 330 |
|
Van 50 000 kg tot 150 000 kg |
25 420 |
7 000 |
2 140 |
|
Van 22 000 kg tot 50 000 kg |
20 340 |
4 670 |
1 670 |
|
Van 5 700 kg tot 22 000 kg (inclusief „high performance”-luchtvaartuigen) |
12 710 |
2 330 |
1 670 |
|
Van 2 000 kg tot 5 700 kg (met uitzondering van „high performance”-luchtvaartuigen) |
3 490 |
1 630 |
810 |
|
Tot 2 000 kg (met uitzondering van „high performance”-luchtvaartuigen) |
1 280 |
580 |
290 |
|
Heel lichte vliegtuigen, gemotoriseerde zweefvliegtuigen, zweefvliegtuigen |
290 |
290 |
290 |
|
Lichte sportvliegtuigen |
220 |
220 |
220 |
|
Draagschroefvliegtuigen |
|||
|
Groot |
34 800 |
6 960 |
2 320 |
|
Middelgroot |
18 560 |
4 640 |
1 620 |
|
Klein |
7 430 |
3 480 |
930 |
|
Heel lichte draagschroefvliegtuigen |
990 |
460 |
290 |
|
Andere |
|||
|
Ballonnen |
990 |
460 |
290 |
|
Luchtschepen grote |
9 280 |
6 960 |
4 640 |
|
Luchtschepen middelgrote |
3 710 |
2 780 |
1 860 |
|
Luchtschepen kleine |
1 860 |
1 390 |
930 |
|
Voortstuwing |
|||
|
Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht van meer dan 25 KN of een opstijgvermogen van meer dan 2 000 kW |
6 410 |
2 360 |
1 420 |
|
Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht tot 25 KN of een opstijgvermogen tot 2 000 kW |
3 480 |
1 180 |
710 |
|
Niet-turbinemotoren |
1 510 |
700 |
350 |
|
CS-22.H, CS-VLR App. B motoren |
700 |
350 |
290 |
|
Propeller voor gebruik op een luchtvaartuig met een maximale opstijgmassa van meer dan 5 700 kg |
1 250 |
290 |
290 |
|
Propeller voor gebruik op een luchtvaartuig met een maximale opstijgmassa tot 5 700 kg |
940 |
290 |
290 |
|
Propeller van klasse CS-22J |
470 |
150 |
150 |
|
Onderdelen en uitrustingsstukken |
|||
|
Waarde van meer dan 20 000 EUR |
|
|
|
|
Waarde tussen 2 000 en 20 000 EUR |
|
|
|
|
Waarde van minder dan 2 000 EUR |
|
|
|
|
Hulpaggregaten (APU’s) |
3 480 |
1 160 |
700 |
Tabel 5
Kleine wijzigingen en kleine reparaties
(bedoeld in de subdelen D en M van deel A van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 748/2012)
|
|
Vaste vergoeding (5) (EUR) |
|
Vliegtuigen met vaste vleugels |
|
|
Meer dan 150 000 kg |
890 |
|
Van 50 000 kg tot 150 000 kg |
890 |
|
Van 22 000 kg tot 50 000 kg |
890 |
|
Van 5 700 kg tot 22 000 kg (inclusief „high performance”-luchtvaartuigen) |
890 |
|
Van 2 000 kg tot 5 700 kg (met uitzondering van „high performance”-luchtvaartuigen) |
290 |
|
Tot 2 000 kg (met uitzondering van „high performance”-luchtvaartuigen) |
290 |
|
Heel lichte vliegtuigen, gemotoriseerde zweefvliegtuigen, zweefvliegtuigen |
290 |
|
Lichte sportvliegtuigen |
220 |
|
Draagschroefvliegtuigen |
|
|
Groot |
460 |
|
Middelgroot |
460 |
|
Klein |
460 |
|
Heel lichte draagschroefvliegtuigen |
290 |
|
Andere |
|
|
Ballonnen |
290 |
|
Luchtschepen grote |
810 |
|
Luchtschepen middelgrote |
460 |
|
Luchtschepen kleine |
460 |
|
Voortstuwing |
|
|
Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht van meer dan 25 KN of een opstijgvermogen van meer dan 2 000 kW |
600 |
|
Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht tot 25 KN of een opstijgvermogen tot 2 000 kW |
600 |
|
Niet-turbinemotoren |
290 |
|
CS-22.H, CS-VLR App. B motoren |
290 |
|
Propeller voor gebruik op een luchtvaartuig met een maximale opstijgmassa van meer dan 5 700 kg |
290 |
|
Propeller voor gebruik op een luchtvaartuig met een maximale opstijgmassa tot 5 700 kg |
290 |
|
Propeller van klasse CS-22J |
150 |
|
Onderdelen en uitrustingsstukken |
|
|
Waarde van meer dan 20 000 EUR |
|
|
Waarde tussen 2 000 en 20 000 EUR |
|
|
Waarde van minder dan 2 000 EUR |
|
|
Hulpaggregaten (APU’s) |
460 |
Tabel 6
Jaarlijkse rechten voor houders van typecertificaten en beperkte typecertificaten van het EASA en andere typecertificaten die aanvaardbaar worden geacht krachtens Verordening (EG) nr. 216/2008
(bedoeld in subdeel B en subdeel O van deel A van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 748/2012)
|
|
||
|
|
EU-ontwerp |
Niet-EU-ontwerp |
|
Vliegtuigen met vaste vleugels |
||
|
Meer dan 150 000 kg |
1 078 000 |
385 400 |
|
Van 50 000 kg tot 150 000 kg |
852 900 |
252 600 |
|
Van 22 000 kg tot 50 000 kg |
257 000 |
96 300 |
|
Van 5 700 kg tot 22 000 kg (inclusief „high performance”-luchtvaartuigen) |
42 010 |
14 270 |
|
Van 2 000 kg tot 5 700 kg (met uitzondering van „high performance”-luchtvaartuigen) |
4 650 |
1 630 |
|
Tot 2 000 kg (met uitzondering van „high performance”-luchtvaartuigen) |
2 320 |
780 |
|
Heel lichte vliegtuigen, gemotoriseerde zweefvliegtuigen, zweefvliegtuigen |
1 050 |
350 |
|
Lichte sportvliegtuigen |
780 |
260 |
|
Draagschroefvliegtuigen |
||
|
Groot |
105 600 |
33 780 |
|
Middelgroot |
52 800 |
18 610 |
|
Klein |
20 880 |
7 710 |
|
Heel lichte draagschroefvliegtuigen |
3 490 |
1 160 |
|
Andere |
||
|
Ballonnen |
1 050 |
350 |
|
Luchtschepen grote |
3 480 |
1 160 |
|
Luchtschepen middelgrote |
2 320 |
770 |
|
Luchtschepen kleine |
1 860 |
620 |
|
Voortstuwing |
||
|
Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht van meer dan 25 KN of een opstijgvermogen van meer dan 2 000 kW |
107 100 |
31 870 |
|
Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht tot 25 KN of een opstijgvermogen tot 2 000 kW |
53 550 |
26 650 |
|
Niet-turbinemotoren |
1 160 |
410 |
|
CS-22.H, CS-VLR App. B motoren |
580 |
290 |
|
Propeller voor gebruik op een luchtvaartuig met een maximale opstijgmassa van meer dan 5 700 kg |
870 |
290 |
|
Propeller voor gebruik op een luchtvaartuig met een maximale opstijgmassa tot 5 700 kg |
440 |
150 |
|
Propeller van klasse CS-22J |
220 |
70 |
|
Onderdelen en uitrustingsstukken |
||
|
Waarde van meer dan 20 000 EUR |
4 500 |
1 500 |
|
Waarde tussen 2 000 en 20 000 EUR |
2 250 |
750 |
|
Waarde van minder dan 2 000 EUR |
1 130 |
540 |
|
Hulpaggregaten (APU’s) |
85 000 |
26 000 |
Tabel 7 A
Erkenning als ontwerporganisatie
(bedoeld in subdeel J van deel A van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 748/2012)
|
(in EUR) |
|||||
|
Erkenningsvergoeding |
|||||
|
|
DOA 1 A |
DOA 1 B DOA 2 A |
DOA 1 C DOA 2 B DOA 3 A |
DOA 2 C DOA 3 B |
DOA 3 C |
|
Ingezette medewerkers minder dan 10 |
13 600 |
10 700 |
8 000 |
5 400 |
4 180 |
|
10 tot 49 |
38 250 |
27 320 |
16 390 |
10 930 |
|
|
50 tot 399 |
109 300 |
82 000 |
54 600 |
41 830 |
|
|
400 tot 999 |
218 600 |
163 900 |
136 600 |
115 000 |
|
|
1 000 tot 2 499 |
437 200 |
|
|
|
|
|
2 500 tot 5 000 |
655 700 |
|
|
|
|
|
Meer dan 5 000 |
3 643 000 |
|
|
|
|
|
Surveillancevergoeding |
|||||
|
Ingezette medewerkers minder dan 10 |
6 800 |
5 350 |
4 000 |
2 700 |
2 090 |
|
10 tot 49 |
19 130 |
13 660 |
8 200 |
5 460 |
|
|
50 tot 399 |
54 600 |
40 980 |
27 320 |
21 860 |
|
|
400 tot 999 |
109 300 |
82 000 |
68 300 |
60 100 |
|
|
1 000 tot 2 499 |
218 600 |
|
|
|
|
|
2 500 tot 5 000 |
327 900 |
|
|
|
|
|
Meer dan 5 000 |
1 822 000 |
|
|
|
|
Tabel 7 B
Alternatieve procedures voor erkenning als ontwerporganisatie
(bedoeld in subdeel J van deel A van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 748/2012)
|
(in EUR) |
||
|
Categorie |
Beschrijving |
Alternatieve procedure voor erkenning als ontwerporganisatie |
|
1 A |
Typecertificering |
7 500 |
|
1 B |
Typecertificering — Alleen blijvende luchtwaardigheid |
3 000 |
|
2 A |
Aanvullende typecertificaten en/of grote herstellingen |
6 000 |
|
2 B |
Aanvullende typecertificaten en/of grote herstellingen — Alleen permanente luchtwaardigheid |
2 500 |
|
3 A |
ETSOA |
6 000 |
|
3 B |
ETSOA — Alleen blijvende luchtwaardigheid |
3 000 |
Tabel 8
Erkenning als productieorganisatie
(bedoeld in subdeel G van deel A van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 748/2012)
|
(in EUR) |
||
|
|
Erkenningsvergoeding |
Surveillancevergoeding |
|
Omzet (9) minder dan 1 miljoen EUR |
10 460 |
7 550 |
|
Tussen 1 000 000 en 4 999 999 |
58 000 |
36 790 |
|
Tussen 5 000 000 en 9 999 999 |
206 400 |
49 050 |
|
Tussen 10 000 000 en 49 999 999 |
309 600 |
73 600 |
|
Tussen 50 000 000 en 99 999 999 |
358 000 |
174 000 |
|
Tussen 100 000 000 en 499 999 999 |
417 600 |
232 000 |
|
Tussen 500 000 000 en 999 999 999 |
732 100 |
464 000 |
|
Meer dan 999 999 999 |
2 784 000 |
2 207 000 |
Tabel 9
Erkenning als onderhoudsorganisatie
(bedoeld in bijlage I, subdeel F, en bijlage II bij Verordening (EG) nr. 2042/2003 van de Commissie (10)
|
(in EUR) |
||
|
|
Erkenningsvergoeding (11) |
Surveillancevergoeding (11) |
|
Ingezette medewerkers minder dan 5 |
3 490 |
2 670 |
|
Tussen 5 en 9 |
5 810 |
4 650 |
|
Tussen 10 en 49 |
15 000 |
12 000 |
|
Tussen 50 en 99 |
24 000 |
24 000 |
|
Tussen 100 en 499 |
32 080 |
32 080 |
|
Tussen 500 en 999 |
44 300 |
44 300 |
|
Meer dan 999 |
62 200 |
62 200 |
|
Technische classificaties |
Vaste vergoeding op basis van technische classificatie (12) |
Vaste vergoeding op basis van technische classificatie (12) |
|
A 1 |
12 780 |
12 780 |
|
A 2 |
2 910 |
2 910 |
|
A 3 |
5 810 |
5 810 |
|
A 4 |
580 |
580 |
|
B 1 |
5 810 |
5 810 |
|
B 2 |
2 910 |
2 910 |
|
B 3 |
580 |
580 |
|
C |
580 |
580 |
Tabel 10
Erkenning van een organisatie voor onderhoudstraining
(bedoeld in bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 2042/2003)
|
|
Erkenningsvergoeding (EUR) |
Surveillancevergoeding (EUR) |
|
Ingezette medewerkers minder dan 5 |
3 490 |
2 670 |
|
Tussen 5 en 9 |
9 880 |
7 670 |
|
Tussen 10 en 49 |
21 260 |
19 660 |
|
Tussen 50 en 99 |
41 310 |
32 730 |
|
Meer dan 99 |
54 400 |
50 000 |
|
|
||
|
Vergoeding voor de tweede en volgende aanvullende faciliteit |
3 330 |
2 500 |
|
Vergoeding voor de tweede en volgende aanvullende opleidingscursus |
3 330 |
|
|
Vergoeding voor de erkenning van opleidingscursussen |
|
3 330 |
Tabel 11
Erkenning van een organisatie voor permanent luchtwaardigheidsmanagement
(bedoeld in deel M, subdeel G, van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 2042/2003)
|
|
Vaste vergoeding (13) (EUR) |
|
Erkenningsvergoeding |
50 000 |
|
Surveillancevergoeding |
50 000 |
|
Technische classificaties |
Vaste vergoeding op basis van technische classificatie (14) (EUR) — Initiële erkenning |
Vaste vergoeding op basis van technische classificatie (14) (EUR) — Surveillance |
|
A1 = vliegtuigen boven 5,7 ton |
12 500 |
12 500 |
|
A2 = vliegtuigen onder 5,7 ton |
6 250 |
6 250 |
|
A3 = helikopters |
6 250 |
6 250 |
|
A4: alle andere |
6 250 |
6 250 |
Tabel 12
Aanvaarding van erkenningen die equivalent zijn aan „deel 145”- en „deel 147”-erkenningen in overeenstemming met toepasselijke bilaterale overeenkomsten
|
(in EUR) |
|
|
Nieuwe erkenningen, per aanvraag en per periode van eerste twaalf maanden |
1 700 |
|
Verlengingen van bestaande erkenningen, per periode van twaalf maanden |
850 |
DEEL II
Certificeringstaken of -diensten die op uurbasis in rekening worden gebracht
1. Uurtarief
|
Toepasselijk uurtarief (EUR/u) |
233 (*1) |
|
Uurbasis volgens de betrokken werkzaamheden (15): |
|
|
Productie zonder erkenning |
Werkelijk aantal uren |
|
Alternatieve methoden om de luchtwaardigheidsvoorschriften na te leven |
Werkelijk aantal uren |
|
Ondersteuning van valideringen (aanvaarding van EASA-certificering door buitenlandse overheden) |
Werkelijk aantal uren |
|
Aanvaarding van verslagen van de Maintenance Review Board door het EASA |
Werkelijk aantal uren |
|
Overdracht van certificaten |
Werkelijk aantal uren |
|
Certificaat van erkende opleidingsorganisatie |
Werkelijk aantal uren |
|
Certificaat van luchtvaartgeneeskundig centrum |
Werkelijk aantal uren |
|
Certificaat van ATM-ANS-organisatie |
Werkelijk aantal uren |
|
Certificaat van opleidingsorganisatie voor luchtverkeersleiders |
Werkelijk aantal uren |
|
Operationele gegevens met betrekking tot typecertificaten Wijzigingen van typecertificaten en aanvullende typecertificaten |
Werkelijk aantal uren |
|
Aanvaarding van verslagen van de Operational Evaluation Board door het EASA |
Werkelijk aantal uren |
|
Kwalificatiecertificaat voor vluchtsimulatietrainingstoestellen |
Werkelijk aantal uren |
|
Erkenning van vluchtcondities voor vliegvergunning |
3 uur |
|
Administratieve heruitreiking van documenten |
1 uur |
|
Exportcertificaat van luchtwaardigheid (E-CoA) voor CS 25-luchtvaartuigen |
6 uur |
|
Exportcertificaat van luchtwaardigheid (E-CoA) voor andere luchtvaartuigen |
2 uur |
2. Uurtarief voor diensten die niet vermeld zijn in punt 1
|
Toepasselijk uurtarief (EUR/u) |
221 (*2) |
DEEL III
Rechten voor het instellen van beroep
De rechten voor het instellen van beroep worden als volgt berekend: het vastte recht wordt vermenigvuldigd met de coëfficiënt die wordt vermeld voor de overeenkomstige rechtencategorie voor de persoon of organisatie in kwestie.
|
Vast recht |
10 000 EUR |
|
Categorie rechten voor natuurlijke personen |
Coëfficiënt |
|
|
0,1 |
|
Categorie rechten voor rechtspersonen, overeenkomstig de omzet (in EUR) van de organisatie die het beroep instelt |
Coëfficiënt |
|
minder dan 100 001 |
0,25 |
|
Tussen 1 100 001 en 1 200 000 |
0,5 |
|
Tussen 1 200 001 en 2 500 000 |
0,75 |
|
Tussen 2 500 001 en 5 000 000 |
1 |
|
Tussen 5 000 001 en 50 000 000 |
2,5 |
|
Tussen 50 000 001 en 500 000 000 |
5 |
|
Tussen 500 000 001 en 1 000 000 000 |
7,5 |
|
Meer dan 1 000 000 000 |
10 |
DEEL IV
Jaarlijks inflatiepercentage
|
Te gebruiken jaarlijks inflatiepercentage: |
Eurostat GICP (alle bestanddelen) — EU 27 (2005 = 100) Procentuele wijziging/gemiddelde van twaalf maanden |
|
Waarde van het in aanmerking te nemen percentage: |
Waarde van het percentage drie maanden vóór de toepassing van de indexering |
DEEL V
Toelichting
|
1. |
In deze bijlage opgenomen certificeringsspecificaties (CS) zijn vastgesteld ingevolge artikel 19, lid 2, van Verordening (EG) nr. 216/2008 en bekendgemaakt in de officiële publicatie van het Agentschap in overeenstemming met besluit 2003/8 van EASA van 30 oktober 2003 (www.easa.europa.eu). |
|
2. |
„Grote draagschroefvliegtuigen” heeft betrekking op CS 29 en CS 27 cat A; „kleine draagschroefvliegtuigen”heeft betrekking op CS 27 met maximaal startgewicht (MTOW) minder dan 3 175 kg en beperkt tot 4 zitplaatsen, inclusief piloot; „middelgrote draagschroefvliegtuigen” heeft betrekking op andere CS 27. |
|
3. |
In de tabellen 1, 2 en 6 van deel I verwijzen de waarden van de „onderdelen en uitrustingsstukken” naar de relevante catalogusprijzen van de fabrikant. |
|
4. |
De MSG van de initiële typecertificaten, en nadien de meerderheid (meer dan 50 %) van de betreffende modellen waarop dit typecertificaat betrekking heeft, bepaalt welk MSG categorie van toepassing is. |
|
5. |
Luchtvaartuigen met hoge prestaties in de gewichtscategorie tot 5 700 kg [12 500 lbs] zijn vliegtuigen met een Mmo van meer dan 0,6 en/of een maximumvlieghoogte van meer dan 25 000 ft. Ze worden in rekening gebracht zoals gedefinieerd in de categorieën „meer dan 5 700 kg [12 500 lbs] tot 22 000 kg”. |
|
6. |
Onder „afgeleide” wordt verstaan: een gewijzigd typecertificaat zoals gedefinieerd en toegepast door de houder van het typecertificaat. |
|
7. |
In de tabellen 3 en 4 van deel I verwijzen „Eenvoudig”, „Standaard” en „Complex” naar het volgende:
|
|
8. |
In tabel 7 A van deel I worden ontwerporganisaties als volgt gecategoriseerd:
|
|
9. |
In de tabellen 7, 9 en 10 van deel I wordt rekening gehouden met het aantal personeelsleden in verband met activiteiten die onder de werkingssfeer van de overeenkomst vallen. |
|
10. |
Certificering van producten overeenkomstig specifieke luchtwaardigheidsspecificaties, de bijbehorende wijzigingen en reparaties en de permanente luchtwaardigheid daarvan, worden in rekening gebracht als omschreven in de tabellen 1 tot en met 6. |
|
11. |
Op zichzelf staande herzieningen en/of wijzigingen van het vlieghandboek worden in rekening gebracht als een wijziging van het overeenkomstige product. |
|
12. |
Onder „kleine luchtschepen” wordt verstaan:
Onder „middelgrote luchtschepen” wordt verstaan: gasluchtschepen met een volume van meer dan 2 000 m3 tot 15 000 m3; Onder „grote luchtschepen” wordt verstaan: gasluchtschepen met een volume van meer dan 15 000 m3. |
(1) Verordening (EU) nr. 748/2012 van de Commissie van 3 augustus 2012 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften inzake de luchtwaardigheid en milieucertificering van luchtvaartuigen en aanverwante producten, onderdelen en uitrustingsstukken, alsmede voor de certificering van ontwerp- en productieorganisaties (PB L 224 van 21.8.2012, blz. 1).
(2) Voor afgeleiden die belangrijke grote wijzigingen van het typeontwerp omvatten, als beschreven in subdeel B van deel A van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 748/2012, is de respectieve vergoeding voor typecertificaten of beperkte typecertificaten, als vastgelegd in tabel 1, van toepassing.
(3) Voor aanvullende typecertificaten die belangrijke grote wijzigingen omvatten, als beschreven in subdeel B van deel A van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 748/2012, is de respectieve vergoeding voor typecertificaten of beperkte typecertificaten, als vastgelegd in tabel 1, van toepassing.
(4) Voor significante grote wijzigingen die belangrijke grote wijzigingen omvatten, als beschreven in subdeel B van deel A van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 748/2012, is de respectieve vergoeding voor typecertificaten of beperkte typecertificaten, als vastgelegd in tabel 1, van toepassing.
(5) De vergoedingen in deze tabel zijn niet van toepassing op kleine wijzigingen en reparaties die door ontwerporganisaties worden uitgevoerd in overeenstemming met deel 21A.263, onder c), punt 2, van subdeel J van deel A van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 748/2012.
(6) Voor vrachtversies van een luchtvaartuig met een eigen typecertificaat wordt een coëfficiënt van 0,85 toegepast op de vergoeding voor de equivalente passagiersversie.
(7) Voor houders van meerdere typecertificaten en/of meerdere beperkte typecertificaten wordt een korting op de jaarvergoeding toegepast voor het tweede en elk daaropvolgend typecertificaat of beperkt typecertificaat in dezelfde categorie zoals gedefinieerd door de maximale opstijgmassa of door de waarde van onderdelen en uitrustingsstukken, zoals aangegeven in onderstaande tabel:
|
Product in een identieke categorie |
Korting op de vaste vergoeding |
|
eerste |
0 % |
|
tweede |
10 % |
|
derde |
20 % |
|
vierde |
30 % |
|
vijfde |
40 % |
|
zesde |
50 % |
|
zevende |
60 % |
|
achtste |
70 % |
|
negende |
80 % |
|
tiende |
90 % |
|
elfde en volgende producten |
100 % |
(8) Voor luchtvaartuigen waarvan wereldwijd minder dan 50 exemplaren zijn geregistreerd, worden permanente-luchtwaardigheidsactiviteiten in rekening gebracht op uurbasis, tegen het in deel II, punt 1, van bijlage I vastgestelde uurtarief, tot maximaal de vergoeding voor de relevante categorie zoals gedefinieerd door de maximale opstijgmassa of door de waarde van onderdelen en uitrustingsstukken. De jaarlijkse vaste vergoeding is van toepassing tenzij de certificaathouder aantoont dat wereldwijd minder dan 50 exemplaren zijn geregistreerd. Voor producten, onderdelen en uitrustingsstukken die geen luchtvaartuig zijn, heeft de beperking betrekking op het aantal luchtvaartuigen waarop het product, onderdeel of uitrustingsstuk in kwestie is geïnstalleerd.
(9) De omzet waarmee rekening wordt gehouden is de omzet met betrekking tot de activiteiten die onder de werkingssfeer van de overeenkomst vallen.
(10) Verordening (EG) nr. 2042/2003 van de Commissie van 20 november 2003 betreffende de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de goedkeuring van bij voornoemde taken betrokken organisaties en personen (PB L 315 van 28.11.2003, blz. 1).
(11) De te betalen vergoeding bestaat uit de vaste vergoeding op basis van het aantal ingezette medewerkers plus de vaste vergoeding(en) op basis van de technische classificatie.
(12) Voor organisaties die verschillende A- en/of B-classificaties hebben, wordt enkel de hoogste vergoeding aangerekend. Voor organisaties die een of meer C- en/of D-classificaties hebben, wordt voor elke classificatie de vergoeding voor een „C-bevoegverklaringen” in rekening gebracht.
(13) De te betalen vergoeding bestaat uit de vaste vergoeding plus de vaste vergoeding(en) op basis van de technische classificatie.
(14) Voor organisaties die houder zijn van, wordt enkel de hoogste vergoeding aangerekend.
(*1) Inclusief reiskosten in de lidstaten.
(15) Dit is een niet-limitatieve lijst van werkzaamheden. De lijst van taken in dit deel wordt periodiek herzien. Uit de niet-opname van een werkzaamheid in dit deel mag niet automatisch worden geconcludeerd dat deze werkzaamheid niet door het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart mag worden uitgevoerd.
(*2) Exclusief reiskosten.
(*3) „Belangrijk” wordt gedefinieerd in punt 21A.101, onder b), van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 748/2012 (en evenzo in FAA 14CFR 21.101, onder b)).
(*4) Zie voor de definities van „fundamenteel”, „niet-fundamenteel”, „niveau 1”, „niveau 2”, „kritiek onderdeel” en „certificeringsautoriteit” de toepasselijke bilaterale overeenkomst krachtens dewelke de validering plaatsvindt.
(*5) De criteria voor automatische aanvaarding door EASA van grote ontwerpwijzigingen van niveau 2 zijn gedefinieerd in de toepasselijke bilaterale overeenkomst krachtens dewelke de validering plaatsvindt.