Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32014R0319

Verordening (EU) nr. 319/2014 van de Commissie van 27 maart 2014 inzake de vergoedingen en rechten die worden geheven door het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 593/2007 Voor de EER relevante tekst

PB L 93 van , pp. 58–80 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 31/12/2019; opgeheven door 32019R2153

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2014/319/oj

28.3.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 93/58


VERORDENING (EU) Nr. 319/2014 VAN DE COMMISSIE

van 27 maart 2014

inzake de vergoedingen en rechten die worden geheven door het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 593/2007

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, houdende intrekking van Richtlijn 91/670/EEG, Verordening (EG) nr. 1592/2002 en Richtlijn 2004/36/EG (1), en met name artikel 64, lid 1,

Na raadpleging van de raad van beheer van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, hierna „het Agentschap” genoemd, verkrijgt zijn ontvangsten uit een bijdrage van de Unie en van alle Europese derde landen die partij zijn bij de in artikel 66 van Verordening (EG) nr. 216/2008 bedoelde overeenkomsten, uit de rechten die worden betaald door de aanvragers van de certificaten en goedkeuringen die door het Agentschap worden afgegeven, verlengd of gewijzigd en uit de vergoedingen voor publicaties, behandeling van beroepen, opleiding en alle andere diensten die het Agentschap verricht.

(2)

Bij Verordening (EG) nr. 593/2007 van de Commissie (2) zijn vergoedingen en rechten vastgesteld die door het Agentschap worden geheven. De tarieven moeten echter worden aangepast om te zorgen voor een evenwicht tussen de kosten van het Agentschap voor bijbehorende certificeringstaken en verleende diensten, en de ontvangsten ter dekking van deze kosten.

(3)

De vergoedingen en rechten waarin deze verordening voorziet, moeten op transparante, billijke en uniforme wijze worden vastgesteld.

(4)

De door het Agentschap geheven vergoedingen mogen het concurrentievermogen van de betrokken Europese industrietakken niet in het gedrang brengen. Bij de berekening van de vergoedingen moet bovendien rekening worden gehouden met de draagkracht van kleine ondernemingen.

(5)

Hoewel de veiligheid van de burgerluchtvaart de hoofdzorg moet zijn, dient het Agentschap bij de uitvoering van zijn taken niettemin ten volle rekening te houden met kostenefficiëntie.

(6)

De vestigingsplaats van de ondernemingen op het grondgebied van de lidstaten mag niet tot ongelijke behandeling leiden. Bijgevolg moeten de reiskosten die verband houden met de ten behoeve van dergelijke ondernemingen uitgevoerde certificeringswerkzaamheden worden bijeengevoegd en over de aanvragers verdeeld.

(7)

Deze verordening voorziet in de mogelijkheid voor het Agentschap om een vergoeding te vragen voor certificeringswerkzaamheden die niet zijn vermeld in de bijlage bij de onderhavige verordening, maar die binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 216/2008 vallen.

(8)

De aanvrager moet de mogelijkheid hebben om een prijsopgave te vragen voor het bedrag dat hij waarschijnlijk zal moeten betalen voor de certificeringswerkzaamheid of -dienst. De criteria op basis waarvan het bedrag wordt vastgesteld, moeten duidelijk, uniform en openbaar zijn. Als het niet mogelijk is dit bedrag van tevoren precies vast te stellen, moet het Agentschap transparante beginselen vaststellen om het voor de certificeringswerkzaamheid of -dienst te betalen bedrag te bepalen.

(9)

Er moeten uiterste termijnen worden vastgesteld voor de betaling van de vergoedingen en rechten die krachtens deze verordening worden geheven.

(10)

Er moeten passende verhaalmiddelen worden vastgesteld in geval van wanbetaling, zoals het stopzetten van de desbetreffende aanvraagprocessen, het ongeldig verklaren van de bijbehorende goedkeuringen, het stopzetten van de verdere verstrekking van certificeringswerkzaamheden of -diensten aan de aanvrager in kwestie en het invorderen van de uitstaande bedragen met de beschikbare middelen.

(11)

Het bedrijfsleven moet een duidelijk beeld hebben van de financiële aspecten en op voorhand weten welke vergoedingen en rechten het zal moeten betalen. Tegelijk is het belangrijk een evenwicht te bewaren tussen de totale uitgaven van het Agentschap voor certificeringswerkzaamheden en -diensten en de totale ontvangsten van het Agentschap uit de vergoedingen en rechten. Overeenkomstig de bepalingen van de financiële kaderregeling (3), moeten de vergoedingen en rechten op een zodanig niveau worden vastgesteld dat een tekort of een aanzienlijk overschot wordt vermeden. Het niveau van de vergoedingen en rechten moet dan ook worden herzien als een aanzienlijk tekort of overschot duidelijk wordt op basis van de financiële resultaten en vooruitzichten van het Agentschap.

(12)

Vóór elke wijziging van de vergoedingen moeten de belanghebbende partijen worden geraadpleegd. Bovendien moet het Agentschap de belanghebbende partijen regelmatig informatie verstrekken over de wijze en de grondslag waarop de vergoedingen worden berekend. Dergelijke informatie moet de belanghebbende partijen inzicht verschaffen in de kosten en de productiviteit van het Agentschap.

(13)

De in deze verordening opgenomen tarieven moeten gebaseerd zijn op de voorspellingen van het Agentschap betreffende zijn werkbelasting en gerelateerde kosten. De herziening van de tarieven dient plaats te vinden volgens een procedure die het mogelijk maakt zonder onnodige vertraging wijzigingen aan te brengen op basis van de ervaring die het Agentschap heeft opgedaan met de toepassing van deze verordening, het permanent toezicht op de hulpmiddelen en werkmethode en de bijbehorende efficiëntiewinst, en de voortdurende beoordeling van de financiële behoeften. In dit verband moet worden opgemerkt dat het Agentschap uiterlijk in januari 2016 wordt verplicht om met de inkomsten uit de vergoedingen en rechten de bijdragen te dekken aan de pensioenregelingen van zijn personeel. De vergoedingen en rechten moeten worden aangepast om deze financiële verplichting te kunnen nakomen.

(14)

De kosten die verband houden met de door het Agentschap geleverde diensten op het gebied van luchtverkeersbeheer- en luchtvaartnavigatiediensten (ATM/ANS) moeten in aanmerking komen voor financiering door heffingen die worden opgelegd aan gebruikers van luchtvaartnavigatiediensten overeenkomstig artikel 6 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 van de Commissie (4).

(15)

Het is redelijk dat een beroep tegen een besluit van het Agentschap alleen ontvankelijk is als de vergoedingen voor een dergelijk beroep volledig zijn betaald.

(16)

De in artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 216/2008 bedoelde overeenkomsten moeten de basis vormen voor de beoordeling van de werkbelasting die de certificering van producten van derde landen met zich meebrengt. In beginsel is het proces waarbij het Agentschap certificaten valideert die zijn afgegeven door derde landen waarmee de Unie een passende overeenkomst heeft gesloten, beschreven in deze overeenkomsten en leidt dit proces tot een andere werkbelasting dan die welke vereist is voor de certificeringsactiviteiten van het Agentschap.

(17)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 65, lid 1, van Verordening (EG) nr. 216/2008 ingestelde comité,

(18)

Verordening (EG) nr. 593/2007 moet derhalve worden ingetrokken,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK 1

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Onderwerp

Bij deze verordening wordt vastgesteld voor welke aangelegenheden vergoedingen en rechten verschuldigd zijn, wordt het bedrag van de vergoedingen en rechten bepaald, alsmede de wijze waarop zij moeten worden betaald.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a)   „vergoedingen”: de door het Agentschap geheven bedragen die door de aanvragers verschuldigd zijn voor certificeringswerkzaamheden;

b)   „rechten”: de door het Agentschap geheven bedragen die verschuldigd zijn door de aanvragers van andere diensten van het Agentschap dan certificering of, in geval van een beroep, door de natuurlijke persoon of rechtspersoon die het beroep instelt;

c)   „certificeringswerkzaamheden”: alle direct of indirect door het Agentschap uitgevoerde activiteiten die noodzakelijk zijn voor de afgifte, verlenging of wijziging van certificaten krachtens Verordening (EG) nr. 216/2008 en de uitvoeringsregels daarvan;

d)   „dienst”: alle door het Agentschap uitgevoerde activiteiten behalve certificeringswerkzaamheden, met inbegrip van de levering van goederen;

e)   „aanvrager”: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die om een door het Agentschap verrichte certificeringswerkzaamheid of dienst verzoekt.

Artikel 3

Betaling van de vergoedingen en rechten

1.   De vergoedingen en rechten worden uitsluitend in overeenstemming met deze verordening door het Agentschap verlangd en geheven.

2.   De lidstaten heffen geen vergoedingen voor certificeringswerkzaamheden, zelfs niet wanneer zij deze voor rekening van het Agentschap uitvoeren. Het Agentschap vergoedt de lidstaten voor de certificeringswerkzaamheden die zij voor rekening van het Agentschap uitvoeren.

3.   Alle vergoedingen en rechten worden uitgedrukt en betaald in euro.

4.   De in de delen I en II van de bijlage vermelde bedragen worden jaarlijks aangepast aan de inflatie, in overeenstemming met de methode die in deel IV van de bijlage is uiteengezet.

5.   In afwijking van de vergoedingen waarnaar wordt verwezen in de bijlage kunnen in een bilaterale overeenkomst specifieke bepalingen worden vastgesteld inzake vergoedingen voor certificeringswerkzaamheden die worden uitgevoerd in het kader van die bilaterale overeenkomst.

Artikel 4

Betaling van de vergoedingen en rechten

1.   Het Agentschap stelt de wijze van betaling van de vergoedingen en rechten vast en geeft aan onder welke voorwaarden het Agentschap vergoedingen en heffingen oplegt voor certificeringswerkzaamheden en diensten. Het Agentschap publiceert de voorwaarden op zijn website.

2.   De aanvrager moet het volledige verschuldigde bedrag, inclusief eventuele bankkosten, betalen binnen 30 kalenderdagen na de datum waarop de factuur naar de aanvrager is verstuurd.

3.   Wanneer de betaling van een factuur niet binnen de in lid 2 bedoelde termijn is ontvangen, mag het Agentschap rente in rekening brengen voor elke kalenderdag vertraging.

4.   Het rentepercentage is de op de eerste kalenderdag van de maand van de vervaldag door de Europese Centrale Bank voor haar basisherfinancieringstransacties toegepaste rentevoet zoals bekendgemaakt in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie, verhoogd met acht procentpunten.

5.   Als het Agentschap over bewijzen beschikt dat de financiële draagkracht van de aanvrager in gevaar is, mag het een aanvraag weigeren, tenzij de aanvrager een bankgarantie of deposito verstrekt.

6.   Het Agentschap mag een aanvraag ook weigeren als de aanvrager zijn betalingsverplichtingen ten gevolge van de door het Agentschap verrichte certificeringswerkzaamheden of -diensten niet is nagekomen, tenzij de aanvrager de uitstaande verschuldigde bedragen voor die certificeringswerkzaamheden of -diensten betaalt.

Artikel 5

Reiskosten

1.   Als een certificeringswerkzaamheid of -dienst, zoals bedoeld in deel I en deel II, punt 1, van de bijlage, geheel of gedeeltelijk buiten het grondgebied van de lidstaten wordt uitgevoerd, dan betaalt de aanvrager de reiskosten overeenkomstig de formule:

Formula

2.   Voor de diensten als bedoeld in deel II, punt 2, betaalt de aanvrager, ongeacht de geografische locatie waar de dienst wordt uitgevoerd, de reiskosten overeenkomstig de formule:

Formula

3.   Voor de toepassing van de formules zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is het volgende van toepassing:

d

=

verschuldigde reiskosten;

v

=

vervoerskosten;

a

=

officiële dagvergoedingen van de Commissie, welke accommodatie, maaltijden, lokaal vervoer op de plaats van bestemming en diverse kosten omvatten (5);

h1

=

reistijd (uren die door deskundigen besteed zijn aan reizen), betaald tegen het uurtarief dat is uiteengezet in deel II, punt 1, van de bijlage;

h2

=

reistijd (uren die door deskundigen besteed zijn aan reizen), betaald tegen het uurtarief dat is uiteengezet in deel II, punt 2, van de bijlage;

e

=

gemiddelde reiskosten op het grondgebied van de lidstaten, inclusief de gemiddelde vervoerskosten en de gemiddelde reistijd op het grondgebied van de lidstaten, vermenigvuldigd met het in deel II, punt 1, van de bijlage vermelde uurtarief. Het wordt jaarlijks herzien en geïndexeerd.

Artikel 6

Prijsopgave

1.   De aanvrager kan een prijsopgave voor de te betalen bedragen vragen.

2.   Wanneer de aanvrager een prijsopgave of een wijziging ervan vraagt, worden de activiteiten opgeschort tot de prijsopgave door het Agentschap is verstrekt en door de aanvrager is aanvaard.

3.   De prijsopgave wordt door het Agentschap aangepast indien blijkt dat de werkzaamheden eenvoudiger of sneller kunnen worden uitgevoerd dan aanvankelijk gepland of, in het tegenovergestelde geval, indien zij complexer zijn en meer tijd in beslag nemen dan het Agentschap redelijkerwijze kon verwachten.

HOOFDSTUK II

VERGOEDINGEN

Artikel 7

Algemene bepalingen met betrekking tot de betaling van vergoedingen

1.   Het volledige bedrag van de verschuldigde vergoedingen moet worden betaald vóór de certificeringstaak wordt uitgevoerd, tenzij het Agentschap anders beslist na een afweging van de financiële risico’s. Het Agentschap mag de vergoeding in een keer factureren nadat het de aanvraag heeft ontvangen, of bij het begin van de jaarlijkse of de toezichtsperiode.

2.   De door de aanvrager voor een bepaalde certificeringswerkzaamheid te betalen vergoeding bestaat uit:

a)

een vaste vergoeding, zoals uiteengezet in deel I van de bijlage; of

b)

een variabele vergoeding.

3.   De in lid 2, onder b), vermelde variabele vergoeding wordt vastgesteld door vermenigvuldiging van het feitelijke aantal gewerkte uren en het in deel II, punt 1, van de bijlage vermelde uurtarief.

4.   Bij de toepassing van toekomstige verordeningen in verband met certificeringstaken die door het Agentschap moeten worden uitgevoerd in overeenstemming met de relevante bepalingen van Verordening (EG) nr. 216/2008, mag het Agentschap overeenkomstig deel II, punt 1, van de bijlage vergoedingen heffen voor andere certificeringstaken dan die welke vermeld zijn in de bijlage, tot specifieke bepalingen inzake de relevante vergoedingen kunnen worden opgenomen in deze verordening.

Artikel 8

Betalingstermijnen

1.   De in de tabellen 1 tot en met 4 van deel I van de bijlage vermelde vergoedingen worden geheven per aanvraag en per periode van twaalf maanden. Voor de periode na de eerste twaalf maanden bedragen de vergoedingen 1/365e van de relevante jaarvergoeding per dag.

2.   De in tabel 5 van deel I van de bijlage vermelde vergoedingen worden geheven per aanvraag.

3.   De in tabel 6 van deel I van de bijlage vermelde vergoedingen worden geheven per periode van twaalf maanden.

4.   De vergoedingen voor organisaties als bedoeld in de tabellen 7 tot en met 11 van deel I van de bijlage, worden geheven als volgt:

a)

vergoedingen voor goedkeuringen worden geheven per aanvraag;

b)

toezichtsvergoedingen worden geheven per periode van twaalf maanden;

c)

wijzigingen van de organisatie die gevolgen hebben voor de goedkeuring hebben met ingang van de volgende periode van twaalf maanden een herberekening van de verschuldigde toezichtsvergoeding tot gevolg.

Artikel 9

Stopzetting van de aanvraag

1.   De aanvraag kan worden verworpen als de verschuldigde vergoedingen voor certificeringswerkzaamheden niet zijn ontvangen na het verstrijken van de in artikel 4, lid 2, vermelde termijn en nadat het Agentschap overleg heeft gepleegd met de aanvrager.

2.   Het saldo van alle verschuldigde vergoedingen, berekend op uurbasis voor de lopende periode van twaalf maanden, maar niet meer dan de vaste vergoeding, moet volledig worden betaald op het ogenblik dat het Agentschap zijn certificeringswerkzaamheid beëindigt, samen met de reiskosten en alle andere verschuldigde bedragen, in de volgende gevallen:

a)

als het Agentschap de aanvraag verwerpt; of

b)

als de certificeringswerkzaamheid door het Agentschap moet worden stopgezet omdat de aanvrager:

i)

over onvoldoende middelen beschikt;

ii)

de toepasselijke voorschriften niet naleeft; of

iii)

zijn aanvraag intrekt of zijn project uitstelt.

3.   Wanneer het Agentschap op verzoek van de aanvrager eerder stopgezette certificeringstaken opnieuw opneemt, brengt het Agentschap een nieuwe vergoeding in rekening, ongeacht de reeds betaalde vergoedingen voor de stopgezette taken.

Artikel 10

Opschorting of intrekking van het certificaat

1.   Indien de verschuldigde vergoedingen niet zijn ontvangen na het verstrijken van de in artikel 4, lid 2, vermelde termijn kan het Agentschap het certificaat schorsen of intrekken, na raadpleging van de aanvrager.

2.   Als het Agentschap het certificaat schorst wegens niet-betaling van de jaarvergoeding of toezichtsvergoeding of omdat de aanvrager niet voldoet aan de toepasselijke eisen, blijft de respectieve vergoedingsperiode lopen en moet de aanvrager betalen voor de schorsingssperiode.

3.   Indien het Agentschap het certificaat intrekt, moet het saldo van de verschuldigde vergoedingen, berekend op uurbasis voor de lopende periode van twaalf maanden, maar niet meer dan de toepasselijke vaste vergoeding, volledig worden betaald, samen met alle andere op dat ogenblik verschuldigde bedragen.

Artikel 11

Teruggave of overdracht van certificaten

Indien de certificaathouder het certificaat teruggeeft of overdraagt, moet het saldo van de verschuldigde vergoedingen, berekend op uurbasis voor de lopende periode van twaalf maanden, maar niet meer dan de toepasselijke vaste vergoeding, volledig worden betaald op de datum waarop de teruggave of overdracht van kracht wordt, samen met de reiskosten en alle andere op dat ogenblik verschuldigde bedragen.

Artikel 12

Certificeringswerkzaamheden op uitzonderlijke basis

Om alle kosten te dekken die het Agentschap moet maken om tegemoet te komen aan het bijzondere verzoek van de aanvrager, wordt een buitengewone toeslag op de vergoeding in rekening gebracht indien ten gevolge van het verzoek een certificeringstaak uitzonderlijk als volgt wordt uitgevoerd:

a)

door categorieën van personeelsleden in te zetten die het Agentschap volgens de gebruikelijke procedures niet zou inzetten, of

b)

door die personeelsleden in te zetten om de taak sneller uit te voeren dan het geval zou zijn volgens de gebruikelijke procedures van het Agentschap.

HOOFDSTUK III

RECHTEN

Artikel 13

Rechten

1.   Het bedrag van de door het Agentschap geheven rechten voor diensten die vermeld zijn in deel II, punt 1, van de bijlage is gelijk aan de werkelijke kosten van de geleverde dienst. Daartoe wordt de door het Agentschap gespendeerde tijd gefactureerd tegen het in die lijst vermelde uurtarief.

2.   Het bedrag van de door het Agentschap geheven rechten voor andere diensten dan die welke vermeld zijn in deel II, punt 1, van de bijlage is gelijk aan de werkelijke kosten van de geleverde dienst. Daartoe wordt de tijd die door het Agentschap wordt gespendeerd aan het verlenen van de dienst gefactureerd tegen het in deel II, punt 2, van de bijlage bedoelde uurtarief.

3.   Kosten die het Agentschap heeft gemaakt voor de uitvoering van specifieke diensten die niet naar behoren kunnen worden bepaald en in rekening gebracht volgens het uurtarief worden in rekening gebracht volgens de interne administratieve procedures.

Artikel 14

Tijdstip waarop de rechten worden geheven

Behoudens andersluidende beslissing van het Agentschap, worden de rechten, na een afweging van de financiële risico’s, geheven vóór de dienst wordt verleend.

HOOFDSTUK IV

BEROEP

Artikel 15

Behandeling van een beroep

1.   Voor de behandeling van een overeenkomstig artikel 44 van Verordening (EG) nr. 216/2008 ingesteld beroep worden rechten geheven. Het bedrag van de rechten wordt berekend overeenkomstig de methode van deel III van de bijlage. Het beroep is slechts ontvankelijk nadat het recht voor het instellen van het beroep is betaald binnen de in lid 3 bedoelde termijn.

2.   Als het beroep wordt ingesteld door een rechtspersoon, moet deze bij het Agentschap een door een daartoe bevoegde ambtenaar ondertekende verklaring indienen, met vermelding van de omzet van de aanvrager. Deze verklaring moet samen met het beroep worden ingediend.

3.   Beroepsrechten worden betaald overeenkomstig de door het Agentschap vastgestelde toepasselijke procedure binnen 60 kalenderdagen na de datum waarop het beroep bij het Agentschap is ingediend.

4.   Als het beroep in het voordeel van de aanvrager wordt uitgesproken, worden de beroepsrechten onmiddellijk door het Agentschap terugbetaald.

HOOFDSTUK V

DE PROCEDURES VAN HET AGENTSCHAP

Artikel 16

Algemene bepalingen

1.   Het Agentschap moet bepalen welke ontvangsten en uitgaven zijn toe te schrijven aan certificeringswerkzaamheden en verleende diensten.

Om de ontvangsten en uitgaven te kunnen bepalen zoals bedoeld in de eerste alinea:

a)

worden de vergoedingen en rechten die het Agentschap heft op een afzonderlijke rekening gestort en in een afzonderlijke boekhouding bijgehouden;

b)

stelt het Agentschap een analytische boekhouding op voor de ontvangsten en uitgaven.

2.   Aan het begin van elk boekjaar wordt een voorlopige algemene raming van de vergoedingen en rechten opgesteld. Deze raming is gebaseerd op de financiële resultaten die het Agentschap in het verleden heeft geboekt, op een raming van de uitgaven en ontvangsten en op het voorlopige werkprogramma.

3.   Indien aan het einde van een boekjaar de totale ontvangsten uit vergoedingen, die bestemmingsontvangsten vormen overeenkomstig artikel 64, lid 5, van Verordening (EG) nr. 216/2008, de totale kosten van de certificeringswerkzaamheden overschrijden, wordt het overschot gebruikt voor het financieren van certificeringstaken overeenkomstig artikel 19, lid 1, onder a), van het financieel reglement van het Agentschap.

Artikel 17

Evaluatie en herziening

1.   Het Agentschap verstrekt de Commissie, de raad van beheer en het adviesorgaan van de belanghebbende partijen die zijn opgericht overeenkomstig artikel 33, lid 4, van Verordening (EG) nr. 216/2008 jaarlijks informatie over de onderdelen die als basis dienen voor het bepalen van het bedrag van de vergoedingen. Deze informatie omvat met name een kostenspecificatie betreffende vorige en volgende jaren.

2.   De bijlage bij deze verordening wordt periodiek opnieuw bekeken door het Agentschap om ervoor te zorgen dat belangrijke informatie met betrekking tot de aannamen waarop de schatting van de ontvangsten en uitgaven van het Agentschap is gebaseerd, wordt weerspiegeld in de vergoedingen of rechten die door het Agentschap worden geheven.

Voor zover nodig wordt deze verordening uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding herzien. Wanneer nodig wordt ze gewijzigd, met name rekening houdende met de inkomsten van het Agentschap en de daarmee samenhangende kosten.

3.   Het Agentschap raadpleegt het adviesorgaan van de belanghebbende partijen, als bedoeld in lid 1, vóór het advies geeft over een voorgestelde wijziging van de in de bijlage vermelde bedragen. Tijdens deze raadpleging zet het Agentschap de redenen voor de voorgestelde wijziging uiteen.

HOOFDSTUK VI

OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 18

Intrekking

Verordening (EG) nr. 593/2007 wordt ingetrokken.

Artikel 19

Overgangsbepalingen

1.   Deze verordening is als volgt van toepassing:

a)

de aanvraagkosten die in deel I en deel II van de bijlage zijn uiteengezet, zijn van toepassing op elke aanvraag die is ingediend na de inwerkingtreding van deze verordening;

b)

de jaarvergoeding en de toezichtsvergoeding die zijn uiteengezet in de tabellen 1 tot en met 4 en 6 tot en met 12 van deel I van de bijlage zijn van toepassing op alle lopende certificeringstaken vanaf de volgende jaarlijkse termijn na de inwerkingtreding van deze verordening;

c)

de uurtarieven die zijn uiteengezet in deel II van de bijlage zijn vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening van toepassing op alle lopende taken die op uurbasis moeten worden betaald;

d)

de indexering als bedoeld in artikel 3, lid 4, vindt plaats op 1 januari van elk jaar na de inwerkingtreding van deze verordening, met ingang van januari 2015.

2.   Onverminderd artikel 18 blijven de bepalingen van Verordening (EG) nr. 488/2005 van de Commissie (6) en Verordening (EG) nr. 593/2007 van toepassing op alle vergoedingen en rechten die buiten het toepassingsgebied van deze verordening vallen, overeenkomstig artikel 20.

Artikel 20

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de eerste dag van de maand na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 maart 2014.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)   PB L 79 van 19.3.2008, blz. 1.

(2)  Verordening (EG) nr. 593/2007 van de Commissie van 31 mei 2007 betreffende de door het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart geheven vergoedingen en rechten (PB L 140 van 1.6.2007, blz. 3).

(3)  Ontwerp voor een gedelegeerde verordening van de Commissie houdende de financiële kaderregeling van de in artikel 208 bedoelde organen van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad, die naar verwachting van kracht wordt met ingang van 1 januari 2014.

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 van de Commissie van 3 mei 2013 houdende vaststelling van een gemeenschappelijk heffingenstelsel voor luchtvaartnavigatiediensten (PB L 128 van 9.5.2013, blz. 31).

(5)  Zie „huidige dagvergoedingen”, zoals bekendgemaakt op de EuropeAid-website van de Commissie (http://ec.europa.eu/europeaid/work/procedures/implementation/per_diems/index_en.htm), laatst geactualiseerd op 5 juli 2013.

(6)  Verordening (EG) nr. 488/2005 van de Commissie van 21 maart 2005 betreffende de door het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart in rekening gebrachte vergoedingen en rechten (PB L 81 van 30.3.2005, blz. 7).


BIJLAGE

INHOUD

Deel I:

Werkzaamheden waarvoor een vaste vergoeding in rekening wordt gebracht

Deel II:

Certificeringstaken of -diensten die op uurbasis in rekening worden gebracht

Deel III:

Rechten voor het instellen van beroep

Deel IV:

Jaarlijks inflatiepercentage

Deel V:

Toelichting

DEEL I

Werkzaamheden waarvoor een vaste vergoeding in rekening wordt gebracht

Tabel 1

Typecertificaten en beperkte typecertificaten

(bedoeld in subdeel B en subdeel O van deel A van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 748/2012) (1)

 

Vaste vergoeding (EUR)

Vliegtuigen met vaste vleugels

Meer dan 150 000  kg

1 785 000

Van 50 000  kg tot 150 000  kg

1 530 000

Van 22 000  kg tot 50 000  kg

510 000

Van 5 700  kg tot 22 000  kg (inclusief „high performance”-luchtvaartuigen)

382 500

Van 2 000  kg tot 5 700  kg (met uitzondering van „high performance”-luchtvaartuigen)

263 800

Tot 2 000  kg (met uitzondering van „high performance”-luchtvaartuigen)

13 940

Heel lichte vliegtuigen, gemotoriseerde zweefvliegtuigen, zweefvliegtuigen

6 970

Lichte sportvliegtuigen

5 230

Draagschroefvliegtuigen

Groot

464 000

Middelgroot

185 600

Klein

23 240

Heel lichte draagschroefvliegtuigen

23 240

Andere

Ballonnen

6 970

Luchtschepen grote

38 630

Luchtschepen middelgrote

15 450

Luchtschepen kleine

7 730

Voortstuwing

Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht van meer dan 25 KN of een opstijgvermogen van meer dan 2 000  kW

395 000

Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht tot 25 KN of een opstijgvermogen tot 2 000  kW

263 300

Niet-turbinemotoren

34 860

CS-22.H, CS-VLR App. B motoren

17 430

Propeller voor gebruik op een luchtvaartuig met een maximale opstijgmassa van meer dan 5 700  kg

11 910

Propeller voor gebruik op een luchtvaartuig met een maximale opstijgmassa tot 5 700  kg

3 400

Propeller van klasse CS-22J

1 700

Onderdelen en uitrustingsstukken

Waarde van meer dan 20 000  EUR

8 780

Waarde tussen 2 000 en 20 000  EUR

5 020

Waarde van minder dan 2 000  EUR

2 910

Hulpaggregaten (APU’s)

208 800


Tabel 2

Afgeleiden van typecertificaten of beperkte typecertificaten

 

Vaste vergoeding (2) (EUR)

Vliegtuigen met vaste vleugels

Meer dan 150 000  kg

614 100

Van 50 000  kg tot 150 000  kg

368 500

Van 22 000  kg tot 50 000  kg

245 600

Van 5 700  kg tot 22 000  kg (inclusief „high performance”-luchtvaartuigen)

196 500

Van 2 000  kg tot 5 700  kg (met uitzondering van „high performance”-luchtvaartuigen)

93 000

Tot 2 000  kg (met uitzondering van „high performance”-luchtvaartuigen)

3 250

Heel lichte vliegtuigen, gemotoriseerde zweefvliegtuigen, zweefvliegtuigen

2 790

Lichte sportvliegtuigen

2 090

Draagschroefvliegtuigen

Groot

185 600

Middelgroot

116 000

Klein

11 600

Heel lichte draagschroefvliegtuigen

6 970

Andere

Ballonnen

2 790

Luchtschepen grote

23 200

Luchtschepen middelgrote

9 280

Luchtschepen kleine

4 640

Voortstuwing

Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht van meer dan 25 KN of een opstijgvermogen van meer dan 2 000  kW

80 800

Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht tot 25 KN of een opstijgvermogen tot 2 000  kW

69 600

Niet-turbinemotoren

11 620

CS-22.H, CS-VLR App. B motoren

5 810

Propeller voor gebruik op een luchtvaartuig met een maximale opstijgmassa van meer dan 5 700  kg

2 910

Propeller voor gebruik op een luchtvaartuig met een maximale opstijgmassa tot 5 700  kg

890

Propeller van klasse CS-22J

450

Onderdelen en uitrustingsstukken

Waarde van meer dan 20 000  EUR

 

Waarde tussen 2 000 en 20 000  EUR

 

Waarde van minder dan 2 000  EUR

 

Hulpaggregaten (APU’s)

53 900


Tabel 3

Aanvullende typecertificaten

(bedoeld in subdeel E van deel A van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 748/2012)

 

Vaste vergoeding (3) (EUR)

 

Complex

Standaard

Eenvoudig

Vliegtuigen met vaste vleugels

Meer dan 150 000  kg

60 200

12 850

3 660

Van 50 000  kg tot 150 000  kg

36 130

10 280

2 880

Van 22 000  kg tot 50 000  kg

24 090

7 710

2 620

Van 5 700  kg tot 22 000  kg (inclusief „high performance”-luchtvaartuigen)

14 450

5 140

2 620

Van 2 000  kg tot 5 700  kg (met uitzondering van „high performance”-luchtvaartuigen)

4 420

2 030

1 020

Tot 2 000  kg (met uitzondering van „high performance”-luchtvaartuigen)

1 860

1 160

580

Heel lichte vliegtuigen, gemotoriseerde zweefvliegtuigen, zweefvliegtuigen

290

290

290

Lichte sportvliegtuigen

220

220

220

Draagschroefvliegtuigen

Groot

46 400

6 960

2 320

Middelgroot

23 200

4 640

1 860

Klein

9 280

3 480

1 160

Heel lichte draagschroefvliegtuigen

1 050

460

290

Andere

Ballonnen

990

460

290

Luchtschepen grote

11 600

9 280

4 640

Luchtschepen middelgrote

4 640

3 710

1 860

Luchtschepen kleine

2 320

1 860

930

Voortstuwing

Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht van meer dan 25 KN of een opstijgvermogen van meer dan 2 000  kW

11 600

6 960

4 640

Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht tot 25 KN of een opstijgvermogen tot 2 000  kW

6 960

5 460

3 640

Niet-turbinemotoren

3 250

1 450

730

CS-22.H, CS-VLR App. B motoren

1 630

730

350

Propeller voor gebruik op een luchtvaartuig met een maximale opstijgmassa van meer dan 5 700  kg

2 320

1 160

580

Propeller voor gebruik op een luchtvaartuig met een maximale opstijgmassa tot 5 700  kg

1 740

870

440

Propeller van klasse CS-22J

870

440

220

Onderdelen en uitrustingsstukken

Waarde van meer dan 20 000  EUR

 

 

 

Waarde tussen 2 000 en 20 000  EUR

 

 

 

Waarde van minder dan 2 000  EUR

 

 

 

Hulpaggregaten (APU’s)

6 960

4 640

2 320


Tabel 4

Grote wijzigingen en grote reparaties

(bedoeld in de subdelen D en M van deel A van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 748/2012)

 

Vaste vergoeding (4) (EUR)

 

Complex

Standaard

Eenvoudig

Vliegtuigen met vaste vleugels

Meer dan 150 000  kg

50 800

9 330

3 330

Van 50 000  kg tot 150 000  kg

25 420

7 000

2 140

Van 22 000  kg tot 50 000  kg

20 340

4 670

1 670

Van 5 700  kg tot 22 000  kg (inclusief „high performance”-luchtvaartuigen)

12 710

2 330

1 670

Van 2 000  kg tot 5 700  kg (met uitzondering van „high performance”-luchtvaartuigen)

3 490

1 630

810

Tot 2 000  kg (met uitzondering van „high performance”-luchtvaartuigen)

1 280

580

290

Heel lichte vliegtuigen, gemotoriseerde zweefvliegtuigen, zweefvliegtuigen

290

290

290

Lichte sportvliegtuigen

220

220

220

Draagschroefvliegtuigen

Groot

34 800

6 960

2 320

Middelgroot

18 560

4 640

1 620

Klein

7 430

3 480

930

Heel lichte draagschroefvliegtuigen

990

460

290

Andere

Ballonnen

990

460

290

Luchtschepen grote

9 280

6 960

4 640

Luchtschepen middelgrote

3 710

2 780

1 860

Luchtschepen kleine

1 860

1 390

930

Voortstuwing

Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht van meer dan 25 KN of een opstijgvermogen van meer dan 2 000  kW

6 410

2 360

1 420

Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht tot 25 KN of een opstijgvermogen tot 2 000  kW

3 480

1 180

710

Niet-turbinemotoren

1 510

700

350

CS-22.H, CS-VLR App. B motoren

700

350

290

Propeller voor gebruik op een luchtvaartuig met een maximale opstijgmassa van meer dan 5 700  kg

1 250

290

290

Propeller voor gebruik op een luchtvaartuig met een maximale opstijgmassa tot 5 700  kg

940

290

290

Propeller van klasse CS-22J

470

150

150

Onderdelen en uitrustingsstukken

Waarde van meer dan 20 000  EUR

 

 

 

Waarde tussen 2 000 en 20 000  EUR

 

 

 

Waarde van minder dan 2 000  EUR

 

 

 

Hulpaggregaten (APU’s)

3 480

1 160

700


Tabel 5

Kleine wijzigingen en kleine reparaties

(bedoeld in de subdelen D en M van deel A van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 748/2012)

 

Vaste vergoeding (5) (EUR)

Vliegtuigen met vaste vleugels

Meer dan 150 000  kg

890

Van 50 000  kg tot 150 000  kg

890

Van 22 000  kg tot 50 000  kg

890

Van 5 700  kg tot 22 000  kg (inclusief „high performance”-luchtvaartuigen)

890

Van 2 000  kg tot 5 700  kg (met uitzondering van „high performance”-luchtvaartuigen)

290

Tot 2 000  kg (met uitzondering van „high performance”-luchtvaartuigen)

290

Heel lichte vliegtuigen, gemotoriseerde zweefvliegtuigen, zweefvliegtuigen

290

Lichte sportvliegtuigen

220

Draagschroefvliegtuigen

Groot

460

Middelgroot

460

Klein

460

Heel lichte draagschroefvliegtuigen

290

Andere

Ballonnen

290

Luchtschepen grote

810

Luchtschepen middelgrote

460

Luchtschepen kleine

460

Voortstuwing

Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht van meer dan 25 KN of een opstijgvermogen van meer dan 2 000  kW

600

Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht tot 25 KN of een opstijgvermogen tot 2 000  kW

600

Niet-turbinemotoren

290

CS-22.H, CS-VLR App. B motoren

290

Propeller voor gebruik op een luchtvaartuig met een maximale opstijgmassa van meer dan 5 700  kg

290

Propeller voor gebruik op een luchtvaartuig met een maximale opstijgmassa tot 5 700  kg

290

Propeller van klasse CS-22J

150

Onderdelen en uitrustingsstukken

Waarde van meer dan 20 000  EUR

 

Waarde tussen 2 000 en 20 000  EUR

 

Waarde van minder dan 2 000  EUR

 

Hulpaggregaten (APU’s)

460


Tabel 6

Jaarlijkse rechten voor houders van typecertificaten en beperkte typecertificaten van het EASA en andere typecertificaten die aanvaardbaar worden geacht krachtens Verordening (EG) nr. 216/2008

(bedoeld in subdeel B en subdeel O van deel A van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 748/2012)

 

Vaste vergoeding (6)  (7)  (8) (EUR)

 

EU-ontwerp

Niet-EU-ontwerp

Vliegtuigen met vaste vleugels

Meer dan 150 000  kg

1 078 000

385 400

Van 50 000  kg tot 150 000  kg

852 900

252 600

Van 22 000  kg tot 50 000  kg

257 000

96 300

Van 5 700  kg tot 22 000  kg (inclusief „high performance”-luchtvaartuigen)

42 010

14 270

Van 2 000  kg tot 5 700  kg (met uitzondering van „high performance”-luchtvaartuigen)

4 650

1 630

Tot 2 000  kg (met uitzondering van „high performance”-luchtvaartuigen)

2 320

780

Heel lichte vliegtuigen, gemotoriseerde zweefvliegtuigen, zweefvliegtuigen

1 050

350

Lichte sportvliegtuigen

780

260

Draagschroefvliegtuigen

Groot

105 600

33 780

Middelgroot

52 800

18 610

Klein

20 880

7 710

Heel lichte draagschroefvliegtuigen

3 490

1 160

Andere

Ballonnen

1 050

350

Luchtschepen grote

3 480

1 160

Luchtschepen middelgrote

2 320

770

Luchtschepen kleine

1 860

620

Voortstuwing

Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht van meer dan 25 KN of een opstijgvermogen van meer dan 2 000  kW

107 100

31 870

Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht tot 25 KN of een opstijgvermogen tot 2 000  kW

53 550

26 650

Niet-turbinemotoren

1 160

410

CS-22.H, CS-VLR App. B motoren

580

290

Propeller voor gebruik op een luchtvaartuig met een maximale opstijgmassa van meer dan 5 700  kg

870

290

Propeller voor gebruik op een luchtvaartuig met een maximale opstijgmassa tot 5 700  kg

440

150

Propeller van klasse CS-22J

220

70

Onderdelen en uitrustingsstukken

Waarde van meer dan 20 000  EUR

4 500

1 500

Waarde tussen 2 000 en 20 000  EUR

2 250

750

Waarde van minder dan 2 000  EUR

1 130

540

Hulpaggregaten (APU’s)

85 000

26 000


Tabel 7 A

Erkenning als ontwerporganisatie

(bedoeld in subdeel J van deel A van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 748/2012)

(in EUR)

Erkenningsvergoeding

 

DOA 1 A

DOA 1 B

DOA 2 A

DOA 1 C

DOA 2 B

DOA 3 A

DOA 2 C

DOA 3 B

DOA 3 C

Ingezette medewerkers minder dan 10

13 600

10 700

8 000

5 400

4 180

10 tot 49

38 250

27 320

16 390

10 930

 

50 tot 399

109 300

82 000

54 600

41 830

 

400 tot 999

218 600

163 900

136 600

115 000

 

1 000 tot 2 499

437 200

 

 

 

 

2 500 tot 5 000

655 700

 

 

 

 

Meer dan 5 000

3 643 000

 

 

 

 

Surveillancevergoeding

Ingezette medewerkers minder dan 10

6 800

5 350

4 000

2 700

2 090

10 tot 49

19 130

13 660

8 200

5 460

 

50 tot 399

54 600

40 980

27 320

21 860

 

400 tot 999

109 300

82 000

68 300

60 100

 

1 000 tot 2 499

218 600

 

 

 

 

2 500 tot 5 000

327 900

 

 

 

 

Meer dan 5 000

1 822 000

 

 

 

 


Tabel 7 B

Alternatieve procedures voor erkenning als ontwerporganisatie

(bedoeld in subdeel J van deel A van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 748/2012)

(in EUR)

Categorie

Beschrijving

Alternatieve procedure voor erkenning als ontwerporganisatie

1 A

Typecertificering

7 500

1 B

Typecertificering — Alleen blijvende luchtwaardigheid

3 000

2 A

Aanvullende typecertificaten en/of grote herstellingen

6 000

2 B

Aanvullende typecertificaten en/of grote herstellingen — Alleen permanente luchtwaardigheid

2 500

3 A

ETSOA

6 000

3 B

ETSOA — Alleen blijvende luchtwaardigheid

3 000


Tabel 8

Erkenning als productieorganisatie

(bedoeld in subdeel G van deel A van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 748/2012)

(in EUR)

 

Erkenningsvergoeding

Surveillancevergoeding

Omzet (9) minder dan 1 miljoen EUR

10 460

7 550

Tussen 1 000 000 en 4 999 999

58 000

36 790

Tussen 5 000 000 en 9 999 999

206 400

49 050

Tussen 10 000 000 en 49 999 999

309 600

73 600

Tussen 50 000 000 en 99 999 999

358 000

174 000

Tussen 100 000 000 en 499 999 999

417 600

232 000

Tussen 500 000 000 en 999 999 999

732 100

464 000

Meer dan 999 999 999

2 784 000

2 207 000


Tabel 9

Erkenning als onderhoudsorganisatie

(bedoeld in bijlage I, subdeel F, en bijlage II bij Verordening (EG) nr. 2042/2003 van de Commissie (10)

(in EUR)

 

Erkenningsvergoeding (11)

Surveillancevergoeding (11)

Ingezette medewerkers minder dan 5

3 490

2 670

Tussen 5 en 9

5 810

4 650

Tussen 10 en 49

15 000

12 000

Tussen 50 en 99

24 000

24 000

Tussen 100 en 499

32 080

32 080

Tussen 500 en 999

44 300

44 300

Meer dan 999

62 200

62 200

Technische classificaties

Vaste vergoeding op basis van technische classificatie (12)

Vaste vergoeding op basis van technische classificatie (12)

A 1

12 780

12 780

A 2

2 910

2 910

A 3

5 810

5 810

A 4

580

580

B 1

5 810

5 810

B 2

2 910

2 910

B 3

580

580

C

580

580


Tabel 10

Erkenning van een organisatie voor onderhoudstraining

(bedoeld in bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 2042/2003)

 

Erkenningsvergoeding (EUR)

Surveillancevergoeding (EUR)

Ingezette medewerkers minder dan 5

3 490

2 670

Tussen 5 en 9

9 880

7 670

Tussen 10 en 49

21 260

19 660

Tussen 50 en 99

41 310

32 730

Meer dan 99

54 400

50 000

 

Vergoeding voor de tweede en volgende aanvullende faciliteit

3 330

2 500

Vergoeding voor de tweede en volgende aanvullende opleidingscursus

3 330

 

Vergoeding voor de erkenning van opleidingscursussen

 

3 330

Tabel 11

Erkenning van een organisatie voor permanent luchtwaardigheidsmanagement

(bedoeld in deel M, subdeel G, van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 2042/2003)

 

Vaste vergoeding (13) (EUR)

Erkenningsvergoeding

50 000

Surveillancevergoeding

50 000


Technische classificaties

Vaste vergoeding op basis van technische classificatie (14) (EUR) — Initiële erkenning

Vaste vergoeding op basis van technische classificatie (14) (EUR) — Surveillance

A1 = vliegtuigen boven 5,7 ton

12 500

12 500

A2 = vliegtuigen onder 5,7 ton

6 250

6 250

A3 = helikopters

6 250

6 250

A4: alle andere

6 250

6 250

Tabel 12

Aanvaarding van erkenningen die equivalent zijn aan „deel 145”- en „deel 147”-erkenningen in overeenstemming met toepasselijke bilaterale overeenkomsten

(in EUR)

Nieuwe erkenningen, per aanvraag en per periode van eerste twaalf maanden

1 700

Verlengingen van bestaande erkenningen, per periode van twaalf maanden

850

DEEL II

Certificeringstaken of -diensten die op uurbasis in rekening worden gebracht

1.   Uurtarief

Toepasselijk uurtarief (EUR/u)

233  (*1)


Uurbasis volgens de betrokken werkzaamheden (15):

Productie zonder erkenning

Werkelijk aantal uren

Alternatieve methoden om de luchtwaardigheidsvoorschriften na te leven

Werkelijk aantal uren

Ondersteuning van valideringen (aanvaarding van EASA-certificering door buitenlandse overheden)

Werkelijk aantal uren

Aanvaarding van verslagen van de Maintenance Review Board door het EASA

Werkelijk aantal uren

Overdracht van certificaten

Werkelijk aantal uren

Certificaat van erkende opleidingsorganisatie

Werkelijk aantal uren

Certificaat van luchtvaartgeneeskundig centrum

Werkelijk aantal uren

Certificaat van ATM-ANS-organisatie

Werkelijk aantal uren

Certificaat van opleidingsorganisatie voor luchtverkeersleiders

Werkelijk aantal uren

Operationele gegevens met betrekking tot typecertificaten Wijzigingen van typecertificaten en aanvullende typecertificaten

Werkelijk aantal uren

Aanvaarding van verslagen van de Operational Evaluation Board door het EASA

Werkelijk aantal uren

Kwalificatiecertificaat voor vluchtsimulatietrainingstoestellen

Werkelijk aantal uren

Erkenning van vluchtcondities voor vliegvergunning

3 uur

Administratieve heruitreiking van documenten

1 uur

Exportcertificaat van luchtwaardigheid (E-CoA) voor CS 25-luchtvaartuigen

6 uur

Exportcertificaat van luchtwaardigheid (E-CoA) voor andere luchtvaartuigen

2 uur

2.   Uurtarief voor diensten die niet vermeld zijn in punt 1

Toepasselijk uurtarief (EUR/u)

221  (*2)

DEEL III

Rechten voor het instellen van beroep

De rechten voor het instellen van beroep worden als volgt berekend: het vastte recht wordt vermenigvuldigd met de coëfficiënt die wordt vermeld voor de overeenkomstige rechtencategorie voor de persoon of organisatie in kwestie.

Vast recht

10 000  EUR


Categorie rechten voor natuurlijke personen

Coëfficiënt

 

0,1


Categorie rechten voor rechtspersonen, overeenkomstig de omzet (in EUR) van de organisatie die het beroep instelt

Coëfficiënt

minder dan 100 001

0,25

Tussen 1 100 001 en 1 200 000

0,5

Tussen 1 200 001 en 2 500 000

0,75

Tussen 2 500 001 en 5 000 000

1

Tussen 5 000 001 en 50 000 000

2,5

Tussen 50 000 001 en 500 000 000

5

Tussen 500 000 001 en 1 000 000 000

7,5

Meer dan 1 000 000 000

10

DEEL IV

Jaarlijks inflatiepercentage

Te gebruiken jaarlijks inflatiepercentage:

Eurostat GICP (alle bestanddelen) — EU 27 (2005 = 100)

Procentuele wijziging/gemiddelde van twaalf maanden

Waarde van het in aanmerking te nemen percentage:

Waarde van het percentage drie maanden vóór de toepassing van de indexering

DEEL V

Toelichting

1.

In deze bijlage opgenomen certificeringsspecificaties (CS) zijn vastgesteld ingevolge artikel 19, lid 2, van Verordening (EG) nr. 216/2008 en bekendgemaakt in de officiële publicatie van het Agentschap in overeenstemming met besluit 2003/8 van EASA van 30 oktober 2003 (www.easa.europa.eu).

2.

„Grote draagschroefvliegtuigen” heeft betrekking op CS 29 en CS 27 cat A; „kleine draagschroefvliegtuigen”heeft betrekking op CS 27 met maximaal startgewicht (MTOW) minder dan 3 175 kg en beperkt tot 4 zitplaatsen, inclusief piloot; „middelgrote draagschroefvliegtuigen” heeft betrekking op andere CS 27.

3.

In de tabellen 1, 2 en 6 van deel I verwijzen de waarden van de „onderdelen en uitrustingsstukken” naar de relevante catalogusprijzen van de fabrikant.

4.

De MSG van de initiële typecertificaten, en nadien de meerderheid (meer dan 50 %) van de betreffende modellen waarop dit typecertificaat betrekking heeft, bepaalt welk MSG categorie van toepassing is.

5.

Luchtvaartuigen met hoge prestaties in de gewichtscategorie tot 5 700 kg [12 500 lbs] zijn vliegtuigen met een Mmo van meer dan 0,6 en/of een maximumvlieghoogte van meer dan 25 000 ft. Ze worden in rekening gebracht zoals gedefinieerd in de categorieën „meer dan 5 700 kg [12 500 lbs] tot 22 000 kg”.

6.

Onder „afgeleide” wordt verstaan: een gewijzigd typecertificaat zoals gedefinieerd en toegepast door de houder van het typecertificaat.

7.

In de tabellen 3 en 4 van deel I verwijzen „Eenvoudig”, „Standaard” en „Complex” naar het volgende:

 

Eenvoudig

Standaard

Complex

Aanvullend typecertificaat (EASA) (STC)

Grote ontwerpwijzigingen (EASA)

Grote reparaties (EASA)

STC, grote ontwerpwijziging of reparatie waarbij enkel actuele en beproefde rechtvaardigingsmethoden worden gevolgd, waarvoor bij de aanvraag een compleet pakket gegevens (beschrijving, conformiteitschecklist en -documenten) kan worden overgelegd, waarvoor de aanvrager ervaring heeft aangetoond, en die door de projectcertificeringsbeheerder alleen of met beperkte hulp van één specialist kan worden beoordeeld.

Alle andere STC’s, grote ontwerpwijzigingen of reparaties

Belangrijk (*3) STC of grote ontwerpwijziging.

Krachtens een bilaterale regeling gevalideerd aanvullend typecertificaat

Fundamenteel (*4)

Niet-fundamenteel (*4)

Niet-fundamenteel aanvullend typecertificaat (*4) wanneer de certificeringsautoriteit de wijziging als „significant” (*3) heeft geclassificeerd

Krachtens een bilaterale regeling gevalideerde grote ontwerpwijziging

Grote ontwerpwijzigingen van niveau 2 (*4) wanneer niet automatisch aanvaard (*5)

Niveau 1 (*4)

Grote ontwerpwijziging van niveau 1 (*4) wanneer de certificeringsautoriteit (*4) de wijziging als „significant” (*3) heeft geclassificeerd

Krachtens een bilaterale regeling gevalideerde grote reparatie

n.v.t.

(automatische aanvaarding)

Reparaties aan kritieke onderdelen (*4)

n.v.t.

8.

In tabel 7 A van deel I worden ontwerporganisaties als volgt gecategoriseerd:

Werkingssfeer van de overeenkomst betreffende de ontwerporganisatie (DOA)

Groep A

Groep B

Groep C

DOA 1

Houders van typecertificaten

Zeer complex/groot

Complex/klein-middelgroot

Minder complex/zeer klein

DOA 2

STC/wijzigingen/reparaties

Onbeperkt

Beperkt

(technische gebieden)

Beperkt

(vliegtuiggrootte)

DOA 3

Kleine wijzigingen/reparaties

9.

In de tabellen 7, 9 en 10 van deel I wordt rekening gehouden met het aantal personeelsleden in verband met activiteiten die onder de werkingssfeer van de overeenkomst vallen.

10.

Certificering van producten overeenkomstig specifieke luchtwaardigheidsspecificaties, de bijbehorende wijzigingen en reparaties en de permanente luchtwaardigheid daarvan, worden in rekening gebracht als omschreven in de tabellen 1 tot en met 6.

11.

Op zichzelf staande herzieningen en/of wijzigingen van het vlieghandboek worden in rekening gebracht als een wijziging van het overeenkomstige product.

12.

Onder „kleine luchtschepen” wordt verstaan:

alle warmelucht-luchtschepen, ongeacht hun omvang,

gasluchtschepen begrensd tot een volume van 2 000 m3;

Onder „middelgrote luchtschepen” wordt verstaan: gasluchtschepen met een volume van meer dan 2 000 m3 tot 15 000 m3;

Onder „grote luchtschepen” wordt verstaan: gasluchtschepen met een volume van meer dan 15 000 m3.


(1)  Verordening (EU) nr. 748/2012 van de Commissie van 3 augustus 2012 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften inzake de luchtwaardigheid en milieucertificering van luchtvaartuigen en aanverwante producten, onderdelen en uitrustingsstukken, alsmede voor de certificering van ontwerp- en productieorganisaties (PB L 224 van 21.8.2012, blz. 1).

(2)  Voor afgeleiden die belangrijke grote wijzigingen van het typeontwerp omvatten, als beschreven in subdeel B van deel A van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 748/2012, is de respectieve vergoeding voor typecertificaten of beperkte typecertificaten, als vastgelegd in tabel 1, van toepassing.

(3)  Voor aanvullende typecertificaten die belangrijke grote wijzigingen omvatten, als beschreven in subdeel B van deel A van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 748/2012, is de respectieve vergoeding voor typecertificaten of beperkte typecertificaten, als vastgelegd in tabel 1, van toepassing.

(4)  Voor significante grote wijzigingen die belangrijke grote wijzigingen omvatten, als beschreven in subdeel B van deel A van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 748/2012, is de respectieve vergoeding voor typecertificaten of beperkte typecertificaten, als vastgelegd in tabel 1, van toepassing.

(5)  De vergoedingen in deze tabel zijn niet van toepassing op kleine wijzigingen en reparaties die door ontwerporganisaties worden uitgevoerd in overeenstemming met deel 21A.263, onder c), punt 2, van subdeel J van deel A van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 748/2012.

(6)  Voor vrachtversies van een luchtvaartuig met een eigen typecertificaat wordt een coëfficiënt van 0,85 toegepast op de vergoeding voor de equivalente passagiersversie.

(7)  Voor houders van meerdere typecertificaten en/of meerdere beperkte typecertificaten wordt een korting op de jaarvergoeding toegepast voor het tweede en elk daaropvolgend typecertificaat of beperkt typecertificaat in dezelfde categorie zoals gedefinieerd door de maximale opstijgmassa of door de waarde van onderdelen en uitrustingsstukken, zoals aangegeven in onderstaande tabel:

Product in een identieke categorie

Korting op de vaste vergoeding

eerste

0  %

tweede

10  %

derde

20  %

vierde

30  %

vijfde

40  %

zesde

50  %

zevende

60  %

achtste

70  %

negende

80  %

tiende

90  %

elfde en volgende producten

100  %

(8)  Voor luchtvaartuigen waarvan wereldwijd minder dan 50 exemplaren zijn geregistreerd, worden permanente-luchtwaardigheidsactiviteiten in rekening gebracht op uurbasis, tegen het in deel II, punt 1, van bijlage I vastgestelde uurtarief, tot maximaal de vergoeding voor de relevante categorie zoals gedefinieerd door de maximale opstijgmassa of door de waarde van onderdelen en uitrustingsstukken. De jaarlijkse vaste vergoeding is van toepassing tenzij de certificaathouder aantoont dat wereldwijd minder dan 50 exemplaren zijn geregistreerd. Voor producten, onderdelen en uitrustingsstukken die geen luchtvaartuig zijn, heeft de beperking betrekking op het aantal luchtvaartuigen waarop het product, onderdeel of uitrustingsstuk in kwestie is geïnstalleerd.

(9)  De omzet waarmee rekening wordt gehouden is de omzet met betrekking tot de activiteiten die onder de werkingssfeer van de overeenkomst vallen.

(10)  Verordening (EG) nr. 2042/2003 van de Commissie van 20 november 2003 betreffende de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de goedkeuring van bij voornoemde taken betrokken organisaties en personen (PB L 315 van 28.11.2003, blz. 1).

(11)  De te betalen vergoeding bestaat uit de vaste vergoeding op basis van het aantal ingezette medewerkers plus de vaste vergoeding(en) op basis van de technische classificatie.

(12)  Voor organisaties die verschillende A- en/of B-classificaties hebben, wordt enkel de hoogste vergoeding aangerekend. Voor organisaties die een of meer C- en/of D-classificaties hebben, wordt voor elke classificatie de vergoeding voor een „C-bevoegverklaringen” in rekening gebracht.

(13)  De te betalen vergoeding bestaat uit de vaste vergoeding plus de vaste vergoeding(en) op basis van de technische classificatie.

(14)  Voor organisaties die houder zijn van, wordt enkel de hoogste vergoeding aangerekend.

(*1)  Inclusief reiskosten in de lidstaten.

(15)  Dit is een niet-limitatieve lijst van werkzaamheden. De lijst van taken in dit deel wordt periodiek herzien. Uit de niet-opname van een werkzaamheid in dit deel mag niet automatisch worden geconcludeerd dat deze werkzaamheid niet door het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart mag worden uitgevoerd.

(*2)  Exclusief reiskosten.

(*3)   „Belangrijk” wordt gedefinieerd in punt 21A.101, onder b), van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 748/2012 (en evenzo in FAA 14CFR 21.101, onder b)).

(*4)  Zie voor de definities van „fundamenteel”, „niet-fundamenteel”, „niveau 1”, „niveau 2”, „kritiek onderdeel” en „certificeringsautoriteit” de toepasselijke bilaterale overeenkomst krachtens dewelke de validering plaatsvindt.

(*5)  De criteria voor automatische aanvaarding door EASA van grote ontwerpwijzigingen van niveau 2 zijn gedefinieerd in de toepasselijke bilaterale overeenkomst krachtens dewelke de validering plaatsvindt.


Top