EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32019R1148

Verordening (EU) 2019/1148 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 over het op de markt brengen en het gebruik van precursoren voor explosieven, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 98/2013 (Voor de EER relevante tekst)

PE/46/2019/REV/1

OJ L 186, 11.7.2019, p. 1–20 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force: This act has been changed. Current consolidated version: 11/07/2019

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/1148/oj

11.7.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 186/1


VERORDENING (EU) 2019/1148 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 20 juni 2019

over het op de markt brengen en het gebruik van precursoren voor explosieven, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 98/2013

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EU) nr. 98/2013 van het Europees Parlement en de Raad (3) werden geharmoniseerde voorschriften vastgesteld inzake het aanbieden, het binnenbrengen, het bezit en het gebruik van stoffen of mengsels die kunnen worden misbruikt voor de illegale vervaardiging van explosieven, teneinde de beschikbaarheid van die stoffen en mengsels voor particulieren te beperken, en ervoor te zorgen dat verdachte transacties in de gehele toeleveringsketen adequaat worden gemeld.

(2)

Verordening (EU) nr. 98/2013 heeft weliswaar bijgedragen tot een vermindering van de dreiging door precursoren voor explosieven in de Unie, maar toch moet het controlesysteem op precursoren die gebruikt kunnen worden voor de vervaardiging van zelfgemaakte explosieven worden versterkt. Gezien het aantal benodigde wijzigingen is het omwille van de duidelijkheid passend om Verordening (EU) nr. 98/2013 te vervangen.

(3)

Bij Verordening (EU) nr. 98/2013 werden de toegang tot, en het gebruik van precursoren voor explosieven door, particulieren beperkt. Niettegenstaande die beperking konden de lidstaten evenwel besluiten om particulieren toegang te verlenen tot die stoffen door middel van een vergunnings- en registratieregeling. Beperkingen en controles op precursoren voor explosieven in de lidstaten liepen derhalve uiteen en konden de handel in de Unie belemmeren, waardoor de werking van de interne markt werd gehinderd. Voorts hebben de bestaande beperkingen en controles geen voldoende niveaus van openbare veiligheid gewaarborgd, omdat zij criminelen niet afdoende afschrikten om precursoren voor explosieven te verwerven. De bedreiging die zelfgemaakte explosieven vormen, is groot gebleven en blijft zich ontwikkelen.

(4)

Het systeem ter voorkoming van de illegale vervaardiging van explosieven dient derhalve verder te worden versterkt en geharmoniseerd met het oog op de zich ontwikkelende bedreiging van de openbare veiligheid als gevolg van terrorisme en andere ernstige criminele activiteiten. Dergelijke versterking en harmonisatie moeten tevens het vrije verkeer van precursoren voor explosieven op de interne markt waarborgen en de mededinging tussen marktdeelnemers bevorderen en innovatie stimuleren, bijvoorbeeld door de ontwikkeling te faciliteren van veiligere chemische stoffen ter vervanging van precursoren voor explosieven.

(5)

De criteria aan de hand waarvan wordt bepaald welke maatregelen van toepassing moeten zijn op welke precursoren voor explosieven, zijn onder meer het dreigingsniveau van de desbetreffende precursor voor explosieven, de omvang van de handel in die precursor voor explosieven en of het mogelijk is om een concentratieniveau vast te stellen waaronder de precursor voor explosieven nog kan worden gebruikt voor het legitieme doel waarvoor hij wordt aangeboden en waarbij de kans aanzienlijk kleiner is dat die precursor kan worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van explosieven.

(6)

Het mag particulieren niet worden toegestaan bepaalde precursoren voor explosieven te verwerven, binnen te brengen, te bezitten of te gebruiken in concentraties die hoger zijn dan bepaalde grenswaarden uitgedrukt als een gewichtspercentage (g/g). Het moet particulieren echter wel worden toegestaan sommige precursoren voor explosieven in concentraties boven die grenswaarden voor legitieme doeleinden te verwerven, binnen te brengen, te bezitten of te gebruiken, mits zij daarvoor een vergunning hebben. Wanneer de aanvrager een rechtspersoon is, moet de bevoegde instantie van de lidstaat rekening houden met de achtergrond van de rechtspersoon en van personen die individueel handelen of als onderdeel van een orgaan van de rechtspersoon en die een leidende positie bekleden binnen de rechtspersoon, op basis van een bevoegdheid tot vertegenwoordiging van de rechtspersoon, een bevoegdheid om beslissingen te nemen namens de rechtspersoon of een bevoegdheid om controle uit te oefenen binnen de rechtspersoon.

(7)

Voor sommige precursoren voor explosieven waarvoor een beperking geldt in concentraties boven de in deze verordening vastgestelde grenswaarden, bestaat er geen legitiem gebruik door particulieren. Derhalve mogen er geen vergunningen meer worden verleend voor kaliumchloraat, kaliumperchloraat, natriumchloraat en natriumperchloraat. De vergunningsverlening mag alleen worden toegestaan voor een beperkt aantal precursoren voor explosieven waarvoor een beperking geldt en waarvoor een legitieme gebruiksreden voor particulieren bestaat. Dergelijke vergunningsverlening moet worden beperkt tot concentraties die de bovengrenswaarde van deze verordening niet overschrijden. Boven die bovengrenswaarde weegt het risico van de illegale vervaardiging van explosieven zwaarder dan het verwaarloosbare legitieme gebruik van die precursoren voor explosieven door particulieren, aangezien met een alternatief of een lagere concentratie van die precursoren hetzelfde effect kan worden bereikt. In deze verordening moet tevens worden vastgelegd met welke omstandigheden de bevoegde instanties minimaal rekening moeten houden bij de afweging om al dan niet een vergunning te verlenen. Samen met het in bijlage III vastgestelde model van een vergunning, moet dit de erkenning van door andere lidstaten verleende vergunningen faciliteren.

(8)

Wederzijdse erkenning van de door andere lidstaten verleende vergunningen moet bilateraal of multilateraal kunnen geschieden ter verwezenlijking van de doelstellingen van de interne markt.

(9)

Om de beperkingen en controles van deze verordening toe te passen moeten de marktdeelnemers die verkopen aan professionele gebruikers of particulieren met een vergunning zich kunnen baseren op informatie die hoger in de toeleveringsketen beschikbaar komt. Elke marktdeelnemer in de toeleveringsketen dient derhalve de ontvanger van gereguleerde precursoren voor explosieven ervan in kennis te stellen dat het aanbieden, het binnenbrengen, het bezit of het gebruik door particulieren van die precursoren voor explosieven onderworpen is aan deze verordening, bijvoorbeeld door een passend etiket op de verpakking aan te brengen of door na te gaan of er een passend etiket op de verpakking is aangebracht of door die informatie op te nemen in het veiligheidsinformatieblad dat is opgesteld overeenkomstig bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad (4).

(10)

Het verschil tussen een marktdeelnemer en een professionele gebruiker is dat de marktdeelnemer een precursor voor explosieven aanbiedt aan een andere persoon, terwijl een professionele gebruiker een precursor voor explosieven uitsluitend voor eigen gebruik verwerft of binnenbrengt. Marktdeelnemers die verkopen aan professionele gebruikers, andere marktdeelnemers of aan particulieren met een vergunning, dienen ervoor te zorgen dat hun bij de verkoop van de precursoren voor explosieven betrokken personeel ervan op de hoogte is welke producten die de marktdeelnemer aanbiedt, precursoren voor explosieven bevatten, bijvoorbeeld door de informatie dat een product een precursor voor explosieven bevat, op te nemen in de streepjescode van het product.

(11)

Bij het onderscheid tussen professionele gebruikers, aan wie precursoren voor explosieven waarvoor een beperking geldt, dienen te kunnen worden aangeboden, en particulieren, aan wie deze niet mogen worden aangeboden, gaat het erom of de persoon voornemens is de betreffende precursor voor explosieven te gebruiken voor doeleinden die verband houden met zijn specifieke handels-, bedrijfs- of beroepsactiviteit, met inbegrip van bosbouw-, tuinbouw- en landbouwactiviteiten, voltijds of deeltijds, en niet noodzakelijkerwijs gerelateerd aan de grootte van het landoppervlak waarop die activiteit wordt verricht. Derhalve mogen marktdeelnemers geen precursoren voor explosieven waarvoor een beperking geldt, aanbieden aan een natuurlijke of rechtspersoon die professioneel actief is op een gebied waar die specifieke precursor voor explosieven waarvoor een beperking geldt doorgaans niet voor professionele doeleinden wordt gebruikt, of aan natuurlijke of rechtspersonen die betrokken zijn bij activiteiten waaraan geen enkel professioneel doeleinde verbonden is.

(12)

Personeel van marktdeelnemers dat is betrokken bij het aanbieden van precursoren voor explosieven, dient onderworpen te zijn aan dezelfde regels van deze verordening die gelden voor particulieren, wanneer het zulke precursoren voor explosieven in persoonlijke hoedanigheid gebruikt.

(13)

Marktdeelnemers moeten transactiegegevens bewaren om de autoriteiten wezenlijk te helpen bij het voorkomen, opsporen, onderzoeken en vervolgen van ernstige criminaliteit, gepleegd met zelfgemaakte explosieven en bij de controle op de naleving van deze verordening. De identificatie van alle actoren in de toeleveringsketen en alle klanten is daartoe essentieel, ongeacht of dat particulieren, professionele gebruikers of marktdeelnemers zijn. Het illegaal vervaardigen en gebruiken van zelfgemaakte explosieven zou zich pas aanzienlijke tijd na de verkoop van de precursoren voor explosieven kunnen voordoen en daarom moeten transactiegegevens worden bewaard zolang dit noodzakelijk, proportioneel en passend is om het onderzoek te vergemakkelijken, rekening houdend met gemiddelde inspectieperiodes.

(14)

Deze verordening moet ook gelden voor marktdeelnemers die online actief zijn, met inbegrip van hen die actief zijn op onlinemarktplaatsen. Daarom moeten marktdeelnemers die online actief zijn, ook hun personeel opleiden en over passende procedures voor het opsporen van verdachte transacties beschikken. Voorts mogen zij uitsluitend precursoren voor explosieven waarvoor een beperking geldt aanbieden aan een particulier in een andere lidstaat waar overeenkomstig deze verordening een vergunningsregeling wordt behouden of ingevoerd, en uitsluitend na te hebben geverifieerd dat de betreffende particulier een geldige vergunning heeft. Nadat de marktdeelnemer de identiteit van de potentiële klant heeft geverifieerd, bijvoorbeeld via in Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad (5) bepaalde mechanismen, moet hij controleren of er voor de voorgenomen transactie een vergunning is verleend, bijvoorbeeld door een fysieke controle van de vergunning bij de levering van de precursor voor explosieven of, met toestemming van de potentiële klant, door contact op te nemen met de bevoegde instantie van de lidstaat die de vergunning heeft verleend. Marktdeelnemers die online actief zijn, moeten ook, net als zij die offline actief zijn, professionele gebruikers om een verklaring van eindgebruik vragen.

(15)

Onlinemarktplaatsen treden uitsluitend op als tussenpersoon tussen marktdeelnemers enerzijds en particulieren of professionele gebruikers of andere marktdeelnemers anderzijds, Daarom moeten onlinemarktplaatsen niet vallen onder de definitie van een marktdeelnemer en moet van hen niet te worden verlangd dat zij hun personeel dat betrokken is bij de verkoop van precursoren voor explosieven waarvoor een beperking geldt, instructies geven over de verplichtingen uit hoofde van deze verordening om de identiteit en, in voorkomend geval, de vergunning van de potentiële klant te verifiëren of om de potentiële klant om nadere informatie te verzoeken. Gezien de centrale rol van onlinemarktplaatsen bij online transacties, waaronder voor de verkoop van gereguleerde precursoren voor explosieven, moeten zij echter, op duidelijke en doeltreffende wijze, gebruikers die gereguleerde precursoren voor explosieven willen aanbieden met behulp van hun diensten, op de hoogte stellen van de verplichtingen uit hoofde van deze verordening. Daarnaast moeten onlinemarktplaatsen maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat hun gebruikers voldoen aan hun eigen verplichtingen ten aanzien van verificatie, bijvoorbeeld door instrumenten aan te bieden om de verificatie van vergunningen te vergemakkelijken. Gezien het toenemende belang van onlinemarktplaatsen voor alle soorten aanbod en het belang van dit aankoopkanaal, waaronder voor terroristische doeleinden, moeten dezelfde opsporings- en meldingsplichten gelden voor onlinemarktplaatsen als voor marktdeelnemers, hoewel de procedures voor het opsporen van verdachte transacties naar behoren moeten worden aangepast aan de specifieke onlineomgeving.

(16)

De verplichtingen uit hoofde van deze verordening voor een onlinemarktplaats mogen niet tot een algemene toezichtsverplichting leiden. In deze verordening moeten alleen specifieke verplichtingen worden vastgesteld voor onlinemarktplaatsen met betrekking tot de opsporing en melding van verdachte transacties die plaatsvinden op hun website of waarvoor hun computerdiensten worden gebruikt. Onlinemarktplaatsen mogen niet op grond van deze verordening aansprakelijk worden gesteld voor transacties die niet aan het licht zijn gekomen hoewel de onlinemarktplaats passende, redelijke en evenredige procedures heeft om dergelijke verdachte transacties op te sporen.

(17)

Deze verordening verlangt van marktdeelnemers dat zij verdachte transacties melden, ongeacht of de potentiële klant een particulier, een professionele gebruiker of een marktdeelnemer is. De verplichtingen met betrekking tot gereguleerde precursoren voor explosieven, met inbegrip van de verplichting om verdachte transacties te melden, dienen van toepassing te zijn op alle stoffen die zijn vermeld in de bijlagen I en II, ongeacht hun concentratie. Producten die echter precursoren voor explosieven bevatten in een dermate geringe mate en in dermate complexe mengsels dat het technisch extreem moeilijk is de precursoren voor explosieven eruit te extraheren, moeten uitgesloten zijn van het toepassingsgebied van deze verordening.

(18)

Om de toepassing van deze verordening te verbeteren, moeten zowel marktdeelnemers als overheidsinstanties voorzien in passende opleidingen met betrekking tot de verplichtingen van deze verordening. De lidstaten moeten inspectie-instanties hebben, regelmatig bewustmakingsacties organiseren, die gericht zijn op de specifieke kenmerken van elke sector, en een permanente dialoog onderhouden met marktdeelnemers op alle niveaus in de toeleveringsketen, met inbegrip van de marktdeelnemers die online actief zijn.

(19)

De keuze aan stoffen die criminelen gebruiken voor de illegale vervaardiging van explosieven, kan snel veranderen. Derhalve moet het mogelijk zijn om andere stoffen, zo nodig met spoed, onder de bij deze verordening ingestelde meldingsplicht te brengen. Om rekening te houden met de mogelijke ontwikkelingen in het misbruik van stoffen als precursoren voor explosieven, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen tot wijziging van deze verordening door de grenswaarden aan te passen waarboven bepaalde stoffen waarvoor op grond van deze verordening een beperking geldt niet aan particulieren mogen worden aangeboden, en tot opname van aanvullende grondstoffen met betrekking waartoe verdachte transacties gemeld dienen te worden. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen worden verricht overeenkomstig de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven (6). Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

(20)

Teneinde om te gaan met stoffen die nog niet worden vermeld in bijlage I of bijlage II, maar waarvan volgens een lidstaat op redelijke gronden kan worden aangenomen dat zij kunnen worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van explosieven, moet er een vrijwaringsclausule komen die voorziet in een adequate procedure op het niveau van de Unie. Met het oog op de specifieke risico’s die bij deze verordening moeten worden tegengegaan, is het voorts wenselijk de lidstaten toe te staan in bepaalde omstandigheden ook voor stoffen waarvoor krachtens deze verordening reeds maatregelen gelden, vrijwaringsmaatregelen vast te stellen. Voorts moet het de lidstaten worden toegestaan nationale maatregelen te behouden, waarvan zij de Commissie overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EU) nr. 98/2013 reeds op de hoogte hebben gesteld.

(21)

Het regelgevingskader zou eenvoudiger worden door de relevante op veiligheid gerichte beperkingen op het aanbieden van ammoniumnitraat van Verordening (EG) nr. 1907/2006 in deze verordening te verwerken. Daarom dient bijlage XVII bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 dienovereenkomstig te worden gewijzigd.

(22)

Deze verordening schrijft voor dat in het geval van verdachte transacties persoonsgegevens worden verwerkt en verder aan derden worden verstrekt. Dergelijke verwerking en verstrekking komt neer op een inbreuk op de grondrechten tot eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en de bescherming van persoonsgegevens. Bijgevolg moet ervoor worden gezorgd dat het grondrecht op bescherming van persoonsgegevens van de personen wier persoonlijke gegevens worden verwerkt in het kader van de toepassing van deze verordening, naar behoren wordt beschermd. Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad (7) regelt de verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze verordening. Derhalve moet de verwerking van persoonsgegevens die gepaard gaat met de vergunningverlening en de melding van verdachte transacties, worden verricht overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679, met inbegrip van de algemene beginselen van rechtmatigheid, behoorlijkheid en transparantie, doelbinding, minimale gegevensverwerking, juistheid, opslagbeperking, integriteit en vertrouwelijkheid, en het vereiste dat de rechten van de betrokkene naar behoren worden geëerbiedigd.

(23)

De Commissie dient een evaluatie van deze verordening uit te voeren op basis van de criteria van efficiëntie, doeltreffendheid, relevantie, samenhang en EU-meerwaarde. Die evaluatie dient een basis te verschaffen voor risicobeoordelingen van eventuele verdere maatregelen. Er dient regelmatig informatie te worden verzameld met het oog op de evaluatie van deze verordening.

(24)

Daar de doelstelling van deze verordening, namelijk de beperking van de toegang voor particulieren tot precursoren voor explosieven, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt maar vanwege de omvang en effecten van de beperking beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.

(25)

Verordening (EU) nr. 98/2013 moet worden ingetrokken,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp

Deze verordening stelt geharmoniseerde voorschriften vast inzake het aanbieden, het binnenbrengen, het bezit en het gebruiken van stoffen of mengsels die kunnen worden misbruikt voor de illegale vervaardiging van explosieven, teneinde de beschikbaarheid van die stoffen of mengsels voor particulieren te beperken, en om ervoor te zorgen dat verdachte transacties in de gehele toeleveringsketen adequaat worden gemeld.

Deze verordening laat andere strengere bepalingen van het Unierecht betreffende de in bijlagen I en II vermelde stoffen onverlet.

Artikel 2

Toepassingsgebied

1.   Deze verordening is van toepassing op de in de bijlagen I en II vermelde stoffen en op mengsels en stoffen die de vermelde stoffen bevatten.

2.   Deze verordening is niet van toepassing op:

a)

voorwerpen in de zin van artikel 3, punt 3, van Verordening (EG) nr. 1907/2006;

b)

pyrotechnische artikelen als omschreven in artikel 3, punt 1, van Richtlijn 2013/29/EU van het Europees Parlement en de Raad (8);

c)

pyrotechnische artikelen die bestemd zijn voor niet-commercieel gebruik, overeenkomstig het nationale recht, door strijdkrachten, rechtshandhavingsinstanties of brandweer;

d)

pyrotechnische uitrusting die valt onder Richtlijn 2014/90/EU van het Europees Parlement en de Raad (9);

e)

pyrotechnische artikelen bestemd voor gebruik in de lucht- en ruimtevaartindustrie;

f)

voor speelgoed bestemde slaghoedjes;

g)

geneesmiddelen die op legitieme wijze zijn aangeboden aan een particulier op basis van een medisch voorschrift dat overeenkomstig het toepasselijke nationale recht is verstrekt.

Artikel 3

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1)   "stof": een stof zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 1, van Verordening (EG) nr. 1907/2006;

2)   "mengsel": een mengsel zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 2, van Verordening (EG) nr. 1907/2006;

3)   "voorwerp": een voorwerp zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 3, van Verordening (EG) nr. 1907/2006;

4)   "aanbieden": elke levering, al dan niet tegen betaling;

5)   "binnenbrengen": het binnen het grondgebied van een lidstaat brengen van een stof, ongeacht de bestemming ervan binnen de Unie, vanuit een andere lidstaat of een derde land, onder elke douaneregeling zoals gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad (10), met inbegrip van doorvoer;

6)   "gebruik": gebruik zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 24, van Verordening (EG) nr. 1907/2006;

7)   "verdachte transactie": elke transactie met betrekking tot gereguleerde precursoren voor explosieven waarvan er, na inachtneming van alle relevante omstandigheden, redelijke vermoedens bestaan dat de betrokken stof of het betrokken mengsel bedoeld is voor de illegale vervaardiging van explosieven;

8)   "particulier": elke natuurlijke of rechtspersoon die handelt voor doeleinden die buiten zijn handels-, bedrijfs- of beroepsactiviteit vallen;

9)   "professionele gebruiker": elke natuurlijke of rechtspersoon die, elk openbaar lichaam dat, of elke combinatie van dergelijke personen of entiteiten die aantoonbaar een precursor voor explosieven waarvoor een beperking geldt nodig heeft voor doeleinden die verband houden met zijn handels-, bedrijfs-, of beroepsactiviteit, met inbegrip van landbouwactiviteiten, voltijds of deeltijds, en niet noodzakelijkerwijs gerelateerd aan de grootte van het landoppervlak waarop die landbouwactiviteit wordt verricht, mits dergelijke doeleinden niet omvatten het aanbieden van die precursor voor explosieven waarvoor een beperking geldt aan een andere persoon;

10)   "marktdeelnemer": elke natuurlijke of rechtspersoon die, elk openbaar lichaam dat of elke combinatie van zulke personen of entiteiten die gereguleerde precursoren voor explosieven op de markt aanbiedt, offline dan wel online, waaronder op onlinemarktplaatsen;

11)   "onlinemarktplaats": een aanbieder van een intermediaire dienst die marktdeelnemers enerzijds en particulieren, professionele gebruikers of andere marktdeelnemers anderzijds in staat stelt transacties met betrekking tot gereguleerde precursoren voor explosieven af te sluiten via onlineverkoop- of onlinedienstenovereenkomsten, hetzij op de website van de onlinemarktplaats dan wel op de website van een marktdeelnemer die gebruikmaakt van door de onlinemarktplaats verstrekte computerdiensten;

12)   "precursor voor explosieven waarvoor een beperking geldt": een in bijlage I vermelde stof in een concentratie die de in kolom 2 van de tabel in bijlage I bepaalde overeenkomstige grenswaarde overschrijdt, met inbegrip van een mengsel of een andere stof die een in die bijlage vermelde stof bevat in een concentratie die de overeenkomstige grenswaarde overschrijdt;

13)   "gereguleerde precursor voor explosieven": een in bijlage I of II vermelde stof, met inbegrip van een mengsel of een andere stof waarin een in deze bijlagen vermelde stof aanwezig is, met uitsluiting van homogene mengsels van meer dan 5 ingrediënten waarin de concentratie van elke in bijlage I of II vermelde stof lager is dan 1 % g/g;

14)   "landbouwactiviteit": het produceren, opfokken of kweken van landbouwproducten, met inbegrip van oogsten, melken, fokken van dieren en houden van dieren voor landbouwdoeleinden, of het in goede landbouw- en milieuconditie houden van het landbouwareaal, zoals bepaald in artikel 94 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad (11).

Artikel 4

Vrij verkeer

Tenzij in deze verordening of in andere rechtshandelingen van de Unie anders is bepaald, mogen lidstaten het aanbieden van een gereguleerde precursor voor explosieven niet verbieden, beperken of belemmeren om redenen die verband houden met de preventie van de illegale vervaardiging van explosieven.

Artikel 5

Aanbieden, binnenbrengen, bezit en gebruik

1.   Precursoren voor explosieven waarvoor een beperking geldt, worden niet aangeboden aan, of binnengebracht, in bezit gehouden of gebruikt door particulieren.

2.   De beperking op grond van lid 1 is ook van toepassing op mengsels die de in bijlage I vermelde chloraten of perchloraten bevatten, indien de totale concentratie van die stoffen in het mengsel hoger is dan de in kolom 2 van de tabel in bijlage I bepaalde grenswaarde voor elk van de stoffen.

3.   Een lidstaat kan een vergunningsregeling behouden of invoeren waarbij wordt toegestaan dat bepaalde precursoren voor explosieven waarvoor een beperking geldt worden aangeboden aan, of worden binnengebracht, in bezit gehouden of gebruikt door particulieren in een concentratie die de in kolom 3 van de tabel in bijlage I bepaalde overeenkomstige bovengrenswaarden niet overschrijdt.

Uit hoofde van dergelijke vergunningsregelingen moet een particulier een vergunning hebben, die hij op verzoek kan overleggen, voor het verwerven, binnenbrengen, bezitten of gebruiken van precursoren voor explosieven waarvoor een beperking geldt. Dergelijke vergunningen worden overeenkomstig artikel 6 verleend door een bevoegde instantie van de lidstaat waar het de bedoeling is dat de betreffende precursor voor explosieven waarvoor een beperking geldt, wordt verworven, binnengebracht, in bezit gehouden of gebruikt.

4.   De lidstaten stellen de Commissie onverwijld in kennis van alle maatregelen die zij nemen voor de uitvoering van de in lid 3 bedoelde vergunningsregeling. In de kennisgeving vermeldt de lidstaat voor welke precursoren voor explosieven waarvoor een beperking geldt, hij overeenkomstig lid 3 in een vergunningsregeling voorziet.

5.   De Commissie maakt een lijst openbaar van de overeenkomstig lid 4 door de lidstaten meegedeelde maatregelen.

Artikel 6

Vergunningen

1.   Een lidstaat die vergunningen verleent aan particulieren die een legitiem belang hebben bij het verwerven, binnenbrengen, bezitten of gebruiken van precursoren voor explosieven waarvoor een beperking geldt, stelt regels vast betreffende de verlening van vergunningen overeenkomstig artikel 5, lid 3. Bij de beoordeling of al dan niet een vergunning wordt verleend, houdt de bevoegde instantie van de lidstaat rekening met alle relevante omstandigheden, in het bijzonder:

a)

de aantoonbare noodzaak van de precursor voor explosieven waarvoor een beperking geldt en de legitimiteit van het beoogde gebruik ervan;

b)

de beschikbaarheid van de precursor voor explosieven waarvoor een beperking geldt met lagere concentraties of alternatieve stoffen met een gelijkaardige werking;

c)

de achtergrond van de aanvrager waaronder informatie over eerdere strafrechtelijke veroordelingen van de aanvrager waar dan ook in de Unie;

d)

de opslagvoorzieningen die zijn voorgesteld om ervoor te zorgen dat de precursor voor explosieven waarvoor een beperking geldt, veilig wordt opgeslagen.

2.   De bevoegde instantie weigert de vergunning te verlenen indien zij op redelijke gronden twijfelt aan de legitimiteit van het beoogde gebruik of aan het voornemen van de particulier om de precursor voor explosieven waarvoor een beperking geldt, voor een legitiem doel te gebruiken.

3.   De bevoegde instantie kan ervoor kiezen de geldigheid van de vergunning te beperken door enkelvoudig of meervoudig gebruik toe te staan. De geldigheidsduur van de vergunning bedraagt niet meer dan drie jaar. Tot op de aangegeven datum waarop de vergunning verstrijkt, kan de bevoegde instantie van de vergunninghouder eisen aan te tonen dat nog aan de voorwaarden voor de verlening van de vergunning wordt voldaan. In de vergunning wordt aangegeven voor welke precursoren voor explosieven waarvoor een beperking geldt, zij is verleend.

4.   De bevoegde instantie kan van de aanvrager een vergoeding verlangen voor de aanvraag van de vergunning. Een dergelijke vergoeding bedraagt niet meer dan de kosten van de behandeling van de aanvraag.

5.   De bevoegde instantie kan de vergunning schorsen of intrekken indien zij redelijke gronden heeft om aan te nemen dat niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden voor de verlening van de vergunning. De bevoegde instantie stelt vergunninghouders onverwijld in kennis van elke schorsing of intrekking van hun vergunning, tenzij hierdoor lopende onderzoeken in gevaar kunnen worden gebracht.

6.   Een krachtens het nationale recht daarvoor bevoegde instantie neemt kennis van bezwaarschriften tegen beslissingen van de bevoegde instantie en van geschillen betreffende de naleving van de vergunningsvoorwaarden.

7.   Een lidstaat kan krachtens deze verordening door andere lidstaten verleende vergunningen erkennen.

8.   De lidstaten kunnen voor een vergunning gebruikmaken van het in bijlage III opgenomen model.

9.   De bevoegde instantie ontvangt de informatie over eerdere strafrechtelijke veroordelingen van de aanvrager in andere lidstaten als bedoeld in lid 1, punt c), van dit artikel door middel van het bij Kaderbesluit 2009/315/JBZ van de Raad (12) opgezette systeem. De in artikel 3 van dat kaderbesluit genoemde centrale autoriteiten geven binnen tien werkdagen na de datum van ontvangst van het verzoek antwoorden op verzoeken om dergelijke informatie.

Artikel 7

De toeleveringsketen informeren

1.   Een marktdeelnemer die een precursor voor explosieven waarvoor een beperking geldt, aan een andere marktdeelnemer aanbiedt, stelt die marktdeelnemer ervan in kennis dat het verwerven, het binnenbrengen, het bezit of het gebruik door particulieren van die precursor voor explosieven waarvoor een beperking geldt, onderworpen is aan een beperking in de zin van artikel 5, leden 1 en 3.

Een marktdeelnemer die een gereguleerde precursor voor explosieven aan een andere marktdeelnemer aanbiedt, stelt deze marktdeelnemer ervan in kennis dat het verwerven, het binnenbrengen, het bezit of het gebruik door particulieren van die gereguleerde precursor voor explosieven, onderworpen is aan een meldingsplicht in de zin van artikel 9.

2.   Een marktdeelnemer die gereguleerde precursoren voor explosieven aanbiedt aan een professionele gebruiker of een particulier, zorgt ervoor en kan aantonen aan de in artikel 11 bedoelde nationale inspectie-instanties dat zijn bij de verkoop van gereguleerde precursoren voor explosieven betrokken personeel:

a)

weet welke van de aangeboden producten gereguleerde precursoren voor explosieven bevatten;

b)

in kennis wordt gesteld van de verplichtingen ingevolge de artikelen 5 tot en met 9.

3.   Een onlinemarktplaats neemt maatregelen om ervoor te zorgen dat de gebruikers van die marktplaats, wanneer zij via haar diensten gereguleerde precursoren voor explosieven aanbieden, geïnformeerd worden over hun verplichtingen ingevolge deze verordening.

Artikel 8

Verificatie bij verkoop

1.   Een marktdeelnemer die een precursor voor explosieven waarvoor een beperking geldt, overeenkomstig artikel 5, lid 3, aanbiedt aan een particulier, verifieert voor iedere transactie het legitimatiebewijs en de vergunning van die particulier overeenkomstig de vergunningsregeling die is ingesteld door de lidstaat waar de precursor voor explosieven waarvoor een beperking geldt wordt aangeboden en noteert de hoeveelheid van de precursoren voor explosieven waarvoor een beperking geldt op de vergunning.

2.   Om te verifiëren of een potentiële klant een professionele gebruiker is of een andere marktdeelnemer, verlangt de marktdeelnemer die een precursor voor explosieven waarvoor een beperking geldt aanbiedt aan een professionele gebruiker of een andere marktdeelnemer, voorafgaand aan elke transactie de volgende informatie, tenzij een dergelijke verificatie voor die potentiële klant reeds heeft plaatsgevonden binnen een termijn van één jaar vóór de datum van die transactie en de transactie niet aanzienlijk afwijkt van eerdere transacties:

a)

het legitimatiebewijs van de persoon die gemachtigd is de potentiële klant te vertegenwoordigen;

b)

de handels-, bedrijfs- of beroepsactiviteit van de potentiële klant, evenals de naam en het adres van zijn onderneming en het btw-nummer of enig ander eventueel relevant registratienummer van de onderneming;

c)

het door de potentiële klant beoogde gebruik van de precursor voor explosieven waarvoor een beperking geldt.

De lidstaten kunnen voor de verklaring van de klant gebruikmaken van het in bijlage IV opgenomen model.

3.   Met het oog op de verificatie van het beoogde gebruik van de precursor voor explosieven waarvoor een beperking geldt, beoordeelt de marktdeelnemer of het beoogde gebruik overeenstemt met de handels-, bedrijfs-, - of beroepsactiviteit van de potentiële klant. De marktdeelnemer kan de transactie weigeren indien hij redelijke gronden heeft om te twijfelen aan de legitimiteit van het beoogde gebruik van of het oogmerk van de potentiële klant bij het gebruik van de precursor voor explosieven waarvoor een beperking geldt voor een legitiem doeleinde. De marktdeelnemer meldt dergelijke transacties of dergelijke pogingen daartoe overeenkomstig artikel 9.

4.   Om de naleving van deze verordening te verifiëren en de illegale vervaardiging van explosieven te voorkomen en op te sporen, bewaren marktdeelnemers de in de leden 1 en 2 bedoelde informatie gedurende 18 maanden vanaf de transactiedatum. Gedurende die tijd is de informatie op verzoek van de bevoegde nationale inspectie- of rechtshandhavingsinstanties beschikbaar voor inspectie.

5.   Een onlinemarktplaats neemt maatregelen om ervoor te zorgen dat de gebruikers van die marktplaats, als zij precursoren voor explosieven waarvoor een beperking geldt aanbieden via de diensten van die marktplaats, voldoen aan hun verplichtingen overeenkomstig dit artikel.

Artikel 9

Melding van verdachte transacties, verdwijningen en diefstallen

1.   Om de illegale vervaardiging van explosieven te voorkomen en op te sporen, melden marktdeelnemers en onlinemarktplaatsen verdachte transacties. Marktdeelnemers en onlinemarktplaatsen melden dergelijke verdachte transacties na inachtneming van alle omstandigheden en met name wanneer de potentiële klant één of meer van onderstaande gedragingen vertoont:

a)

onduidelijk is over het beoogde gebruik van de gereguleerde precursoren voor explosieven;

b)

niet vertrouwd lijkt te zijn met het beoogde gebruik van de gereguleerde precursoren voor explosieven of er geen plausibele verklaring voor kan geven;

c)

voornemens is gereguleerde precursoren voor explosieven te kopen in hoeveelheden, combinaties of concentraties die ongebruikelijk zijn voor legitiem gebruik;

d)

geen bewijsstukken betreffende zijn identiteit, zijn verblijfplaats of, indien van toepassing, zijn status als professionele gebruiker of marktdeelnemer wil overleggen;

e)

nadrukkelijk verzoekt om op een ongebruikelijke wijze te betalen, onder meer met grote sommen contant geld.

2.   Marktdeelnemers en onlinemarktplaatsen beschikken over passende, redelijke en evenredige procedures voor het opsporen van verdachte transacties, aangepast aan de specifieke omgeving waarin de gereguleerde precursoren voor explosieven worden aangeboden.

3.   Elke lidstaat stelt een of meer nationale contactpunten in met een duidelijk aangegeven telefoonnummer en e-mailadres, webformulier of ander doeltreffend instrument voor het melden van verdachte transacties en aanmerkelijke verdwijningen en diefstallen. De nationale contactpunten zijn 24 uur per dag, zeven dagen per week bereikbaar.

4.   Marktdeelnemers en onlinemarktplaatsen kunnen de verdachte transactie weigeren. Zij melden de verdachte transactie of de poging daartoe binnen 24 uur nadat ze de transactie of de poging daartoe als verdacht hebben aangemerkt. Wanneer zij dergelijke transacties melden, delen zij zo mogelijk de identiteit van de klant en alle omstandigheden die hen ertoe hebben gebracht de transactie als verdacht te beschouwen, mee aan het nationale contactpunt van de lidstaat waar de verdachte transactie of de poging daartoe heeft plaatsgevonden.

5.   Marktdeelnemers en professionele gebruikers melden aanmerkelijke verdwijningen en diefstal van gereguleerde precursoren voor explosieven binnen 24 uur na de vaststelling daarvan aan het nationale contactpunt van de lidstaat waar de verdwijning of de diefstal heeft plaatsgevonden. Bij de beoordeling of het om de verdwijning of diefstal van een significante hoeveelheid gaat, houden zij rekening met de vraag of de hoeveelheid, gelet op alle omstandigheden van het geval ongebruikelijk is.

6.   Particulieren die precursoren voor explosieven waarvoor een beperking geldt, overeenkomstig artikel 5, lid 3, hebben verworven, melden aanmerkelijke verdwijningen en diefstal van precursoren voor explosieven waarvoor een beperking geldt binnen 24 uur na de vaststelling daarvan aan het nationale contactpunt van de lidstaat waar de verdwijning of de diefstal heeft plaatsgevonden.

Artikel 10

Opleiding en bewustmaking

1.   De lidstaten bieden voldoende middelen voor, en nemen de organisatie op zich van opleidingen voor rechtshandhavingsinstanties, eerstehulpverleners en douanefunctionarissen, zodat deze bij hun werkzaamheden gereguleerde precursoren voor explosieven kunnen herkennen en tijdig en passend op een verdachte activiteit kunnen reageren. De lidstaten kunnen het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking en opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol), opgericht bij Verordening (EU) 2015/2219 van het Europees Parlement en de Raad (13), om aanvullende specifieke opleidingen verzoeken.

2.   De lidstaten organiseren ten minste eens per jaar bewustmakingsacties die aangepast zijn aan de specifieke kenmerken van elk van de sectoren waar gereguleerde precursoren voor explosieven worden gebruikt.

3.   De lidstaten organiseren regelmatige uitwisselingen tussen de rechtshandhavingsinstanties, nationale inspectie-instanties, marktdeelnemers, onlinemarktplaatsen, en vertegenwoordigers van de sectoren die gebruikmaken van gereguleerde precursoren voor explosieven, teneinde de samenwerking te vergemakkelijken en ervoor te zorgen dat alle betrokken partijen deze verordening op doeltreffende wijze uitvoeren. Marktdeelnemers zijn verantwoordelijk voor het verstrekken van informatie aan hun personeel over de wijze waarop precursoren voor explosieven krachtens deze verordening moeten worden aangeboden en voor de bewustmaking van het personeel op dit gebied.

Artikel 11

Nationale inspectie-instanties

1.   Elke lidstaat zorgt ervoor dat er bevoegde instanties zijn om te inspecteren en te controleren of de artikelen 5 tot en met 9 correct worden toegepast ("nationale inspectie-instanties").

2.   Elke lidstaat zorgt ervoor dat de nationale inspectie-instanties over de nodige middelen en onderzoeksbevoegdheden beschikken om hun taken krachtens deze verordening goed te kunnen uitvoeren.

Artikel 12

Richtsnoeren

1.   De Commissie voorziet in regelmatig geactualiseerde richtsnoeren om de actoren in de chemische toeleveringsketen en de bevoegde instanties bij te staan, en om de samenwerking tussen de bevoegde instanties en marktdeelnemers te vergemakkelijken. De Commissie raadpleegt het Permanent Comité voor precursoren voor explosieven over ontwerprichtsnoeren of actualiseringen daarvan. De richtsnoeren omvatten met name:

a)

informatie over de uitvoering van inspecties;

b)

informatie over de toepassing van de beperkingen en controles op grond van deze verordening op gereguleerde precursoren voor explosieven die op afstand door particulieren of professionele gebruikers worden besteld;

c)

informatie over mogelijke door onlinemarktplaatsen te nemen maatregelen om de naleving van deze verordening te waarborgen;

d)

informatie over de uitwisseling van relevante informatie tussen de bevoegde instanties en nationale contactpunten en tussen lidstaten;

e)

informatie over hoe verdachte transacties kunnen worden herkend en gemeld;

f)

informatie over de opslagvoorzieningen die verzekeren dat een gereguleerde precursor voor explosieven veilig wordt bewaard;

g)

andere eventueel nuttig geachte informatie.

2.   De bevoegde instanties zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde richtsnoeren regelmatig worden verspreid op de wijze die volgens de bevoegde instanties het best beantwoordt aan de doelstellingen van de richtsnoeren.

3.   De Commissie zorgt ervoor dat de in lid 1 bedoelde richtsnoeren beschikbaar zijn in alle officiële talen van de Unie.

Artikel 13

Sancties

De lidstaten stellen de voorschriften vast inzake de sancties die in geval van inbreuk op deze verordening van toepassing zijn en nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de sancties worden toegepast. De vastgestelde sancties zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend.

Artikel 14

Vrijwaringsclausule

1.   Indien een lidstaat redelijke gronden heeft om aan te nemen dat een bepaalde, niet in bijlage I of II vermelde stof gebruikt zou kunnen worden voor de illegale vervaardiging van explosieven, kan hij het aanbieden, het binnenbrengen, het bezit en het gebruik van de stof of van mengsels of stoffen die de stof bevatten, beperken of verbieden, of bepalen dat de stof valt onder de meldingsplicht overeenkomstig artikel 9.

2.   Indien een lidstaat redelijke gronden heeft om aan te nemen dat een bepaalde in bijlage I vermelde stof in een concentratie die gelijk is aan of lager dan de in kolom 2 of 3 van de tabel in bijlage I vermelde grenswaarden, gebruikt zou kunnen worden voor de illegale vervaardiging van explosieven, kan hij het aanbieden, het binnenbrengen, het bezit en het gebruik van die stof verder beperken of verbieden door een lagere grenswaarde vast te stellen.

3.   Indien een lidstaat redelijke gronden heeft voor het vaststellen van een grenswaarde waarboven een in bijlage II vermelde stof onderworpen moet zijn aan de beperkingen die normaliter gelden voor precursoren voor explosieven waarvoor een beperking geldt, kan die lidstaat het aanbieden, het binnenbrengen, het bezit en het gebruik van die stof beperken of verbieden door die grenswaarde vast te stellen.

4.   Indien een lidstaat overeenkomstig de leden 1, 2 of 3 stoffen beperkt of verbiedt, brengt hij de Commissie en de andere lidstaten onmiddellijk op de hoogte van dergelijke beperkingen of verboden, met opgave van redenen.

5.   Een lidstaat die overeenkomstig de leden 1, 2 of 3 stoffen beperkt of verbiedt, maakt de marktdeelnemers en onlinemarktplaatsen op zijn grondgebied bewust van dergelijke beperkingen of verboden.

6.   Na ontvangst van de in lid 4 bedoelde informatie, onderzoekt de Commissie onmiddellijk of zij overeenkomstig artikel 15, lid 1, een wijziging van de bijlagen, dan wel een wetgevingsvoorstel tot wijziging van de bijlagen dient op te stellen. In voorkomend geval worden de nationale maatregelen door de betrokken lidstaat aangepast of ingetrokken, om rekening te houden met de wijzigingen van die bijlagen.

7.   Onverminderd lid 6 kan de Commissie, na raadpleging van de betrokken lidstaat en, indien passend, derde partijen, besluiten dat de door de lidstaat genomen maatregel niet gerechtvaardigd is en van die lidstaat verlangen dat hij de voorlopige maatregel intrekt of wijzigt. De Commissie besluit binnen 60 dagen na ontvangst van de in lid 4 bedoelde informatie. De betrokken lidstaat maakt de marktdeelnemers en onlinemarktplaatsen op zijn grondgebied bewust van dergelijke besluiten.

8.   Maatregelen waarvan de lidstaten de Commissie uit hoofde van artikel 13 van Verordening (EU) nr. 98/2013 op de hoogte hebben gesteld vóór 1 februari 2021, vallen niet onder dit artikel.

Artikel 15

Wijzigingen in de bijlagen

1.   De Commissie stelt overeenkomstig artikel 16 gedelegeerde handelingen vast tot wijziging van deze verordening door:

a)

aanpassing van de grenswaarden in bijlage I, voor zover dat nodig is om in te spelen op ontwikkelingen in het misbruik van stoffen als precursor voor explosieven of op grond van onderzoek en tests;

b)

de toevoeging van nieuwe stoffen aan bijlage II waar dat nodig is om in te spelen op ontwikkelingen in het misbruik van stoffen als precursor voor explosieven.

Bij de voorbereiding van die gedelegeerde handelingen raadpleegt de Commissie belanghebbenden, in het bijzonder uit de chemische industrie en de kleinhandel.

Indien zich een plotselinge verandering voordoet in de risicobeoordeling ten aanzien van het misbruik van stoffen voor de illegale vervaardiging van explosieven en indien dwingende redenen van spoed daartoe nopen, is de in artikel 17 neergelegde procedure van toepassing op krachtens dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen.

2.   Iedere aanpassing van de grenswaarden in bijlage I en iedere toevoeging van een stof aan bijlage II wordt door de Commissie bij afzonderlijke gedelegeerde handeling vastgesteld. Iedere gedelegeerde handeling is gebaseerd op een analyse waarin wordt aangetoond dat de wijziging waarschijnlijk niet zal leiden tot onevenredige lasten voor de marktdeelnemers of de consumenten, waarbij terdege rekening wordt gehouden met de nagestreefde doelen.

Artikel 16

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.   De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.   De in artikel 15 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van 31 juli 2019. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

3.   Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 15 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.   Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.

5.   Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdige kennisgevingen aan het Europees Parlement en de Raad.

6.   Een overeenkomstig artikel 15 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad vóór het verstrijken van die termijn aan de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 17

Spoedprocedure

1.   Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen gebruik wordt gemaakt van de spoedprocedure.

2.   Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 16, lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onmiddellijk in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

Artikel 18

Wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006

In bijlage XVII bij Verordening (EG) nr. 1907/2006, wordt in punt 58 (Ammoniumnitraat (AN)), kolom 2, leden 2 en 3, geschrapt.

Artikel 19

Verslaglegging

1.   De lidstaten voorzien de Commissie uiterlijk op 2 februari 2022 en vervolgens jaarlijks van informatie in inzake:

a)

het aantal meldingen van respectievelijk verdachte transacties, aanmerkelijke verdwijningen en diefstallen;

b)

het aantal uit hoofde van een krachtens artikel 5, lid 3, gehandhaafde of ingevoerde vergunningsregeling ontvangen vergunningsaanvragen alsmede het aantal verleende vergunningen en de meest voorkomende redenen voor het weigeren van de verlening van vergunningen;

c)

bewustmakingsacties als bedoeld in artikel 10, lid 2;

d)

de verrichte inspecties zoals bedoeld in artikel 11, met inbegrip van het aantal inspecties en de daarbij betrokken marktdeelnemers.

2.   Bij de verzending van de in lid 1, punten a), c) en d), bedoelde informatie naar de Commissie geven de lidstaten aan welke verslagen, acties en inspecties betrekking hebben op respectievelijk online- en offline-activiteiten.

Artikel 20

Monitoringprogramma

1.   Uiterlijk op 1 augustus 2020 stelt de Commissie een gedetailleerd programma op voor het monitoren van de outputs, resultaten en het effect van deze verordening.

2.   In het monitoringprogramma wordt vermeld met welke middelen en op welke tijdstippen gegevens en ander noodzakelijk bewijs moeten worden verzameld. In het programma wordt aangegeven welke acties de Commissie en de lidstaten moeten ondernemen om die gegevens en ander bewijs te verzamelen en te analyseren.

3.   De lidstaten verstrekken de Commissie de gegevens en het ander bewijs die nodig zijn voor de monitoring.

Artikel 21

Evaluatie

1.   Uiterlijk op 2 februari 2026 voert de Commissie een evaluatie uit van deze verordening en brengt zij over de belangrijkste bevindingen verslag uit aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité. De evaluatie wordt verricht overeenkomstig de richtsnoeren voor betere regelgeving van de Commissie.

2.   De lidstaten verstrekken de Commissie de nodige gegevens voor het opstellen van dit verslag.

Artikel 22

Intrekking

1.   Verordening (EU) nr. 98/2013 wordt ingetrokken met ingang van 1 februari 2021.

2.   Verwijzingen naar de ingetrokken Verordening (EU) nr. 98/2013 gelden als verwijzingen naar deze verordening.

Artikel 23

Inwerkingtreding en toepassing

1.   Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

2.   Deze verordening is van toepassing met ingang van 1 februari 2021.

3.   Niettegenstaande lid 2 blijven op grond van Verordening (EU) nr. 98/2013 geldig verleende vergunningen geldig tot de datum die oorspronkelijk is genoemd in die vergunningen, of tot 2 februari 2022, indien deze datum eerder is.

4.   Aanvragen voor de verlenging van de in lid 3 bedoelde vergunningen die worden ingediend op of na 1 februari 2021, geschieden overeenkomstig deze verordening.

5.   Niettegenstaande artikel 5, lid 1, worden het bezit, het binnenbrengen en gebruik door particulieren van precursoren voor explosieven waarvoor een beperking geldt en die legaal verworven zijn vóór 1 februari 2021, toegestaan 2 februari 2022.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 20 juni 2019.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

A. TAJANI

Voor de Raad

De voorzitter

G. CIAMBA


(1)  PB C 367 van 10.10.2018, blz. 35.

(2)  Standpunt van het Europees Parlement van 16 april 2019 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 14 juni 2019.

(3)  Verordening (EU) nr. 98/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2013 over het op de markt brengen en het gebruik van precursoren voor explosieven (PB L 39 van 9.2.2013, blz. 1).

(4)  Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1).

(5)  Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG (PB L 257 van 28.8.2014, blz. 73).

(6)  PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

(7)  Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

(8)  Richtlijn 2013/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen (PB L 178 van 28.6.2013, blz. 27).

(9)  Richtlijn 2014/90/EU van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 inzake uitrusting van zeeschepen en tot intrekking van Richtlijn 96/98/EG van de Raad (PB L 257 van 28.8.2014, blz. 146).

(10)  Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1).

(11)  Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549).

(12)  Kaderbesluit 2009/315/JBZ van de Raad van 26 februari 2009 betreffende de organisatie en de inhoud van uitwisseling van gegevens uit het strafregister tussen de lidstaten (PB L 93 van 7.4.2009, blz. 23).

(13)  Verordening (EU) 2015/2219 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol) en tot vervanging en intrekking van Besluit 2005/681/JBZ van de Raad (PB L 319 van 4.12.2015, blz. 1).


BIJLAGE I

PRECURSOREN VOOR EXPLOSIEVEN WAARVOOR EEN BEPERKING GELDT

Lijst van stoffen die niet mogen worden aangeboden aan, of binnengebracht, in bezit gehouden of gebruikt door particulieren, op zichzelf of in mengsels of stoffen die die stoffen bevatten, tenzij de concentratie gelijk is aan of lager is dan de in kolom 2 vermelde grenswaarden, en waarvoor verdachte transacties en aanmerkelijke verdwijningen en diefstallen binnen 24 uur moeten worden gemeld:

1.

Naam van de stof en het Chemical Abstracts Service Registry number (CAS RN)

2.

Grenswaarde

3.

Bovengrenswaarde ten behoeve van vergunningverlening op grond van artikel 5, lid 3

4.

Code van de gecombineerde nomenclatuur (GN) voor een geïsoleerde chemisch welbepaalde verbinding die voldoet aan de vereisten van aantekening 1 bij respectievelijk hoofdstuk 28 en hoofdstuk 29 van de GN (1)

5.

Code van de gecombineerde nomenclatuur (GN) voor een mengsel zonder bestanddelen (bv. kwik, edele metalen, zeldzame aardmetalen of radioactieve elementen) die zouden leiden tot een indeling onder een andere GN code (1)

Salpeterzuur (CAS RN 7697-37-2)

3 % g/g

10 % g/g

ex 2808 00 00

ex 3824 99 96

Waterstofperoxide (CAS RN 7722-84-1)

12 % g/g

35 % g/g

2847 00 00

ex 3824 99 96

Zwavelzuur (CAS RN 7664-93-9)

15 % g/g

40 % g/g

ex 2807 00 00

ex 3824 99 96

Nitromethaan (CAS RN 75-52-5)

16 % g/g

100 % g/g

ex 2904 20 00

ex 3824 99 92

Ammoniumnitraat (CAS RN 6484-52-2)

16 % g/g stikstof in verhouding tot ammoniumnitraat (4)

Geen verlening van vergunningen toegestaan

3102 30 10 (in waterige oplossing)

3102 30 90 (andere)

ex 3824 99 96

Kaliumchloraat (CAS RN 3811-04-9)

40 % g/g

Geen verlening van vergunningen toegestaan

ex 2829 19 00

ex 3824 99 96

Kaliumperchloraat (CAS RN 7778-74-7)

40 % g/g

Geen verlening van vergunningen toegestaan

ex 2829 90 10

ex 3824 99 96

Natriumchloraat (CAS RN 7775-09-9)

40 % g/g

Geen verlening van vergunningen toegestaan

2829 11 00

ex 3824 99 96

Natriumperchloraat (CAS RN 7601-89-0)

40 % g/g

Geen verlening van vergunningen toegestaan

ex 2829 90 10

ex 3824 99 96


(1)  Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1925 van de Commissie (2). Latere wijzigingen van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad (3) dienen te worden geraadpleegd met betrekking tot geactualiseerde GN-codes.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1925 van de Commissie van 12 oktober 2017 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 282 van 31.10.2017, blz. 1).

(3)  Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1).

(4)  16 % g/g stikstof in verhouding tot het ammoniumnitraat komt overeen met 45,7 % ammoniumnitraat na verwijdering onzuiverheden.


BIJLAGE II

PRECURSOREN VOOR EXPLOSIEVEN DIE MOETEN WORDEN GEMELD

Lijst van stoffen op zichzelf of in mengsels of in stoffen waarvoor verdachte transacties en aanmerkelijke verdwijningen en diefstallen binnen 24 uur moeten worden gemeld:

1.

Naam van de stof en het Chemical Abstracts Service Registry number (CAS RN)

2.

Code van de gecombineerde nomenclatuur (GN) (1)

3.

Code van de gecombineerde nomenclatuur (GN) voor mengsels zonder bestanddelen (bv. kwik, edele metalen, zeldzame aardmetalen of radioactieve elementen) die zouden leiden tot een indeling onder een andere GN-code (1)

Hexamine (CAS RN 100-97-0)

ex 2933 69 40

ex 3824 99 93

Aceton (CAS RN 67-64-1)

2914 11 00

ex 3824 99 92

Kaliumnitraat (CAS RN 7757-79-1)

2834 21 00

ex 3824 99 96

Natriumnitraat (CAS RN 7631-99-4)

3102 50 00

ex 3824 99 96

Calciumnitraat (CAS RN 10124-37-5)

ex 2834 29 80

ex 3824 99 96

Calciumammoniumnitraat (CAS RN 15245-12-2)

ex 3102 60 00

ex 3824 99 96

Magnesium, poeders (CAS RN 7439-95-4) (2)  (3)

ex 8104 30 00

 

Magnesiumnitraathexahydraat (CAS RN 13446-18-9)

ex 2834 29 80

ex 3824 99 96

Aluminium, poeders (CAS RN 7429-90-5) (2)  (3)

7603 10 00

ex 7603 20 00

 


(1)  Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1925. Latere wijzigingen van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 dienen te worden geraadpleegd met betrekking tot geactualiseerde GN-codes.

(2)  Met een deeltjesgrootte van minder dan 200 μm.

(3)  Als stof of in mengsels met minimaal 70 % g/g aluminium of magnesium.


BIJLAGE III

MODEL VOOR EEN VERGUNNING

Model van een vergunning voor een particulier voor het verwerven, binnenbrengen, bezitten en gebruiken van precursoren voor explosieven waarvoor een beperking geldt, zoals bedoeld in artikel 6, lid 8.

Image 1

Tekst van het beeld

Image 2

Tekst van het beeld

BIJLAGE IV

VERKLARING VAN DE KLANT

over het specifieke gebruik of de specifieke vormen van gebruik van een precursor voor explosieven waarvoor een beperking geldt, als bedoeld in Verordening (EU) 2019/1148 van het Europees Parlement en de Raad (1)

(In hoofdletters invullen) (*1)

Ondergetekende,

Naam (klant):

Legitimatiebewijs (nummer, afgegeven door):

Gemachtigde van:

(Hoofd)onderneming:

Btw-nummer of ander identificatienummer van de onderneming (*2)/Adres:

_

Handel/bedrijf/beroep:

Handelsnaam van het product

Precursor voor explosieven waarvoor een beperking geldt

CAS-nr.

Hoeveelheid (kg/liter)

Concentratie

Beoogd gebruik

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hierbij verklaar ik dat het commerciële product en de stof of het mengsel met deze stof alleen worden gebruikt voor het aangegeven gebruik, dat in ieder geval legitiem is, en uitsluitend worden verkocht of geleverd aan een andere klant indien deze een soortgelijke verklaring van gebruik opstelt, met inachtneming van de beperkingen die zijn vastgesteld in Verordening (EU) 2019/1148 voor het aanbieden aan particulieren.

Handtekening: Naam:

Functie: Datum:


(1)  Verordening (EU) 2019/1148 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 over het op de markt brengen en het gebruik van precursoren voor explosieven, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 98/2013 (PB L186 van 11.7.2019, blz. 1).

(*1)  U kunt in de tabel met stoffen de nodige rijen toevoegen.

(*2)  U kunt de geldigheid van een btw-nummer van een marktdeelnemer controleren op de VIES-website van de Commissie. Afhankelijk van de nationale regels inzake gegevensbescherming zullen sommige lidstaten ook naam en adres geven die gekoppeld zijn aan het opgegeven btw-nummer zoals vermeld in de nationale gegevensbanken.


Top