This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52011DC0831
COMMUNICATION FROM THE COMMISSION TO THE EUROPEAN PARLIAMENT, THE COUNCIL, THE EUROPEAN ECONOMIC AND SOCIAL COMMITTEE AND THE COMMITTEE OF THE REGIONS on the European Earth monitoring programme (GMES) and its operations (from 2014 onwards)
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S betreffende het Europees programma voor monitoring van de aarde (GMES) en zijn operationele diensten (vanaf 2014)
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S betreffende het Europees programma voor monitoring van de aarde (GMES) en zijn operationele diensten (vanaf 2014)
/* COM/2011/0831 definitief */
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S betreffende het Europees programma voor monitoring van de aarde (GMES) en zijn operationele diensten (vanaf 2014) /* COM/2011/0831 definitief */
1.
Inleiding
Het Europees programma voor monitoring van de
aarde, het GMES genaamd, werd vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 911/2010[1]
van het Europees Parlement en de Raad inzake het GMES. Het GMES is een
vlaggenschip van het ruimtevaartbeleid van de Europese Unie[2]
overeenkomstig artikel 189 van het Verdrag betreffende de werking van de
Europese Unie, dat de EU in staat stelt om ruimtegerelateerde activiteiten uit
te voeren. Het GMES is ook een van de programma's die moeten worden uitgevoerd
onder de Europa 2020-strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei[3] en het werd ook opgenomen in
het industriebeleidsinitiatief van Europa 2020, gezien zijn voordelen voor het
beleid van de Unie op tal van gebieden. Om te reageren op de steeds groeiende uitdagingen
op wereldniveau heeft Europa een eigen goed gecoördineerd en betrouwbaar
aardobservatiesysteem nodig. Het GMES is dat systeem. Het GMES is een langetermijnprogramma gebouwd
op partnerschappen tussen de Unie, de lidstaten, het Europees Ruimteagentschap
(ESA) en andere relevante Europese belanghebbenden. Het is ook een programma
waarbij de EU een efficiëntere rol kan spelen dan individuele lidstaten op het
gebied van internationale samenwerking via bilaterale samenwerkingen met andere
ruimtevaartlanden of medewerking aan wereldwijde inspanningen op het gebied van
aardobservatie (bv. de groep voor aardobservatie - Group on Earth
Observations). Het GMES zal zorgen voor een beter begrip van
hoe en op welke manier onze planeet mogelijk verandert en hoe dit ons dagelijks
leven kan beïnvloeden. Het GMES garandeert een ononderbroken verstrekking van
nauwkeurige en betrouwbare gegevens en informatie over milieuproblematiek,
klimaatverandering en veiligheidskwesties aan besluitvormers in de EU en haar
lidstaten. De overheidsinstanties in de lidstaten en regio's die
verantwoordelijk zijn voor het ontwerp en de uitvoering van het beleid hebben
deze informatie nodig. De Commissie heeft deze informatie ook nodig voor op feiten
gebaseerde beleidsvorming en monitoring. Het GMES zal ook bijdragen tot
economische stabiliteit en groei door het versterken van commerciële
toepassingen in een groot aantal verschillende sectoren via volledige en open
toegang tot aardobservatiegegevens en informatiediensten. Sinds 1998 en tot 2013 hebben de EU en het
Europees Ruimteagentschap (ESA) hoofdzakelijk voor ontwikkelingsactiviteiten
middelen aan het GMES toegewezen. Daarnaast is een eerste operationele
financiering toegewezen voor de overgang naar de initiële operationele diensten
in de periode 2011-2013. In 2014 gaat de volledige operationele fase van het
GMES in. In de Resolutie van het Europees Parlement van
20 november 2008 over het Europees ruimtevaartbeleid: hoe brengen we de ruimte
dichterbij, wordt het belang van de tijdige uitvoering van het GMES benadrukt.
In haar mededeling van 4 april 2011 getiteld “Naar een ruimtevaartstrategie van
de Europese Unie ten dienste van de burger”2 benadrukte de Commissie
het belang van een volledig operationeel GMES-programma tegen 2014. Op zijn
vergadering van 31 mei 2011 nodigde de Raad Concurrentievermogen de Commissie
uit om uiterlijk eind 2011 een voorstel voor de operationele diensten in te
dienen en om de governance van het GMES vanaf 2014 te verduidelijken. In haar mededeling getiteld “Een begroting
voor Europa 2020”[4]
wees de Commissie erop dat, gezien de limieten van de EU-begroting, werd
voorgesteld het GMES gedurende 2014-2020 buiten het meerjarige financiële kader
te financieren. Niettemin zet de Commissie zich er nog steeds voor in om het
succes van het GMES te garanderen, en in deze context heeft zij deze mededeling
opgesteld met het oog op het definiëren van de passende governance en
langetermijnfinanciering van het GMES-programma vanaf 2014. Met deze mededeling
wordt het startsein gegeven voor het debat met het Europees Parlement, de Raad,
het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's over de
toekomst van het GMES-programma.
2.
GMES: een door de gebruikers gestuurd programma
voor aardobservatie
Het GMES is een programma voor aardobservatie
dat de verzameling van informatie over de fysieke, chemische en biologische
systemen van de planeet Aarde mogelijk maakt. GMES-diensten verlenen voordelen
aan een breed scala aan gebruikers, van lokale tot internationale niveaus. Ze
zijn ontwikkeld om te voldoen aan de behoeften van de gebruikers: hun
toepassingsgebied is geleidelijk beter op de behoeften afgestemd via
regelmatige en consistente interacties met gebruikersgemeenschappen. Uit hoofde
van de GMES-verordening is een gebruikersforum opgericht om dit mechanisme te
formaliseren. Het GMES verschaft cruciale informatie om ons
milieu op een meer duurzame manier te beheren, om de bescherming van
biodiversiteit te versterken, de staat van de oceanen en de samenstelling van
de atmosfeer te monitoren en voorspellen, de oorzaken en de gevolgen van
klimaatverandering te begrijpen, te reageren op natuurlijke en door de mens
veroorzaakte rampen, het ontwikkelingsbeleid te ondersteunen alsmede de
veiligheid van Europese burgers te beschermen. Het helpt om besluitvorming en
de uitvoering van EU-beleid op tal van vlakken te verbeteren (vervoer,
landbouw, milieu, energie, regionaal beleid, humanitaire hulp, civiele
bescherming, ontwikkelingshulp aan derde landen …). Om in dit brede scala aan
toepassingen te voorzien is de GMES-architectuur gebaseerd op drie componenten:
een dienstencomponent die informatie levert ter ondersteuning van milieu- en
veiligheidsbeleid, en twee observatiecomponenten (satellieten en in-situ-infrastructuren)
die de nodige gegevens verstrekken om de diensten te verlenen.
3.
Meerwaarde voor de EU
In de voorbije dertig jaar zijn in Europa via
nationale of internationale programma's aanzienlijke R&D-inspanningen op
het gebied van aardobservatie gedaan met het oog op het ontwikkelen van
infrastructuur en toepassingen. Bestaande capaciteiten zijn echter onvoldoende
wegens infrastructurele tekortkomingen en gebrek aan garanties inzake hun
beschikbaarheid op lange termijn. Via de totstandbrenging van een consistent
politiek kader op Europees niveau voor het structureren van gemeenschappen van
gebruikers, het consolideren van hun behoeften en het organiseren van de
Europese respons werd het GMES ontworpen om het verstrekken van de vereiste
gegevens en diensten op lange termijn en op een duurzame basis te garanderen,
voortbouwend op bestaande voorzieningen. De EU-investering is erop gericht de lacunes
op het gebied van observatie aan te vullen, toegang tot bestaande voorzieningen
te verschaffen en operationele diensten te ontwikkelen. De Europese dimensie
van het GMES leidt tot schaalvoordelen, vergemakkelijkt gemeenschappelijke
investeringen in grote infrastructuren, bevordert de coördinatie van
inspanningen en observatienetwerken, maakt de harmonisatie en het onderling
kalibreren van gegevens mogelijk, en verschaft de noodzakelijke impuls voor de
opkomst van kenniscentra van wereldklasse in Europa. Harmonisatie en normalisatie van de
geospatiale informatie op Europees niveau is een grote uitdaging voor de
uitvoering van EU-beleid op tal van vlakken. Veel milieuaandachtsgebieden – zoals
beleidsmaatregelen voor beperking van en aanpassing aan de klimaatverandering –
vereisen mondiaal denken en lokaal handelen. Met het GMES garandeert de EU haar
autonome toegang tot betrouwbare, traceerbare en duurzame informatie over
milieu en veiligheid, draagt zij via het internationale initiatief GEOSS
(Global Earth Observation System of Systems, wereldwijd overkoepelend
aardobservatiesysteem) bij tot de samenstelling van mondiale
gegevensverzamelingen en informatie betreffende aardobservatie en verhoogt zij
haar invloed in internationale onderhandelingen en verdragen zoals de drie Rio-conventies,
het post-Kyoto-verdrag en andere bilaterale of multilaterale overeenkomsten. Het
GMES wordt erkend als de Europese bijdrage tot de totstandbrenging van het
Global Earth Observation System of Systems, ontwikkeld in het kader van de
Group on Earth Observations (GEO).
4.
Kosten en voordelen
Gerekend vanaf het begin in 1998 is de totale
door de EU en het ESA aan het GMES toegekende financiering tot 2013 opgelopen
tot meer dan 3,2 miljard euro voor de ontwikkeling en initiële exploitatie van
de diensten en van de satellieten en in-situ-infrastructuren. Voor de
dienstencomponent heeft de EU financiële middelen ten belope van 520 miljoen
euro en de ESA ten belope van 240 miljoen euro verstrekt. Voor de
ruimtecomponent heeft de ESA ongeveer 1 650 miljoen euro en de EU 780
miljoen euro beschikbaar gesteld (KP7 en initiële exploitatie van het GMES )
inclusief toegang tot ruimtegegevens van nationale satellieten. Na 2013 zal de volledige continuïteit van alle
GMES-componenten hun volledige stationering, onderhoud, evolutie en upgrades
omvatten en zal een geraamde begroting van 5 841 miljoen euro[5]
nodig zijn voor de periode tussen 2014 en 2020, waarvan 1 091 miljoen euro[6] voor de diensten, 350 miljoen
euro[7] voor de in-situcomponent en 4 400
miljoen euro (ESA-ramingen) voor de ruimtecomponent, inclusief toegang tot
bijdragende missies. In het verleden was er voor het GMES geen sprake van
kostenoverschrijdingen en de kans is klein dat er in de toekomst
kostenoverschrijdingen zullen zijn, aangezien het is gebaseerd op een structuur
die, indien nodig, herprioritering van de inhoud en doelstellingen van de
verschillende componenten toelaat om binnen de voorziene kosten te blijven. Volgens een kosten-batenanalyse[8] zal het GMES naar verwachting
voordelen opleveren ter waarde van minstens twee keer de investeringskosten
voor de periode tot 2020 en vier keer de investeringskosten tot 2030. Het
betekent een enorm potentieel voor economische groei en het scheppen van
werkgelegenheid met de ontwikkeling van innovatieve diensten en commerciële
toepassingen in de downstreamsector. Aardobservatie is een domein waarin de EU een
belangrijke rol speelt die wereldwijd wordt erkend. Indien de EU-investering
niet is gegarandeerd, dreigen de lidstaten en Europese bedrijven het gelijke
speelveld verloren te zien gaan ten gunste van de opkomende naties (bv.
Brazilië, India, Rusland en China) die zwaar investeren in aardobservatie.
5.
Financiering
Op basis van de mededeling van de Commissie
getiteld “Een begroting voor Europa 2020” heeft de Commissie voorgesteld dat het
GMES vanaf 2014 buiten het financiële kader wordt gefinancierd. Onder de mogelijke financieringsoplossingen
voor het GMES heeft de Commissie drie opties overwogen: een specifiek
GMES-fonds (vergelijkbaar met het model gekozen voor het Europees
Ontwikkelingsfonds), een optie van nauwere samenwerking (hierbij zouden
lidstaten met een grote interesse voor het programma betrokken zijn) en tot
slot, de optie van deelname van de industrie, waarbij verantwoordelijkheden en
financiering zouden worden gedeeld met economische actoren. In haar beoordeling
is de Commissie geen voorstander van de laatste twee opties, aangezien
enerzijds nauwere samenwerking de EU-27-dimensie van het programma in gevaar
zou brengen, en anderzijds de ervaring die is opgedaan met het Galileoproject
reeds heeft aangetoond dat het aantrekken en behouden van de privésector op
korte termijn moeilijk zullen zijn en niet zullen stroken met de dimensie algemeen
nut van het programma. Daarom wordt voorgesteld om een specifiek
GMES-fonds op te richten met financiële bijdragen van alle 27 EU-lidstaten
gebaseerd op hun bruto nationaal inkomen (BNI). Het beheer van het fonds zal
worden gedelegeerd aan de Commissie. Dit vereist een intergouvernementele
overeenkomst tussen de EU-lidstaten, in het kader van de Raad bijeen. Bijlage I
bij deze mededeling bevat een beknopt overzicht van de overeenkomst. Het fonds
zal worden beheerd volgens financiële voorschriften die door de Raad op basis
van een voorstel van de Commissie moeten worden vastgesteld. Om de continuïteit van het programma te
garanderen moeten sommige bepalingen van de interne overeenkomst vanaf 1
januari 2014 voorlopig worden toegepast in afwachting dat zij door de 27
lidstaten wordt geratificeerd. Volgens de in hoofdstuk 4 gespecificeerde
kostenraming bedragen de maximale financiële middelen die nodig zijn voor de
GMES-activiteiten (2014-2020) 5 841 miljoen euro5.
6.
Governance
De governance van het GMES-programma vereist
politieke coördinatie en toezicht, beheer van taken en begrotingen, en technische
coördinatie van de uitvoering. Vanaf 2014 moet een passend governanceplan in
werking worden gesteld om te voorzien in de behoeften van de operationele fase.
6.1.
Politiek toezicht en beheer
Aangenomen wordt dat de Commissie namens de
Unie verantwoordelijk moet blijven voor de algemene politieke coördinatie, met
inbegrip van de onderhandelingen over internationale overeenkomsten, de
raadpleging van gebruikersgemeenschappen op basis van de ervaring die is
opgedaan met het bestaande gebruikersforum, het vaststellen van de
werkprogramma's, het verzekeren van links met sectoraal beleid, het definiëren
van beleidsaspecten op het gebied van veiligheid en gegevens, en aspecten van
internationale samenwerking. Er is echter nood aan passende regelingen om
tegemoet te komen aan de toename van activiteiten op het gebied van
programmabeheer in de operationele fase, waardoor de betrokkenheid van
gespecialiseerd personeel vereist is, personeel dat moeilijk te rekruteren is
binnen de centrale diensten van de Commissie. Het oprichten van een nieuw
agentschap binnen het toegestane tijdskader wordt niet als realistisch
beschouwd en derhalve kunnen deze taken aan een bestaande Europese instantie
worden gedelegeerd. De mogelijkheid om het beheer van het totale programma te
delegeren aan het Europees Ruimteagentschap werd besproken, maar lijkt om
verschillende redenen niet gepast: ten eerste is het ESA een onderzoeks- en
ontwikkelingsagentschap; ten tweede is het ESA een ruimteagentschap terwijl een
groot deel van het GMES verder gaat dan activiteiten in de ruimte; en ten derde,
rekening houdend met het feit dat het GMES ten goede moet komen aan burgers in
de gehele EU, is de Commissie voorstander van een communautaire aanpak waarbij
alle 27 lidstaten betrokken zijn. Bijgevolg moeten, ook om toekomstige
synergieën met het beheer van het Galileoprogramma toe te laten, bepaalde taken
betreffende het programmabeheer, zoals de evaluatie, de onderhandelingen over
en de follow-up van contracten, worden gedelegeerd aan het GNSS-agentschap (Global
Navigation Satellite System, het Europees wereldwijd satellietnavigatiesystem),
het GSA. Voorgesteld wordt dat, onder het politieke
toezicht van de Commissie, de activiteiten op het gebied van programmabeheer
die zijn toevertrouwd aan het Europees GNSS-agentschap geen exploitatieactiviteiten
omvatten en verband houden met, onder andere, het beheer van fondsen die zijn
toegewezen aan het programma en het toezicht op de uitvoering van taken. De
administratieve kosten van het Europees GNSS-agentschap in verband met het
beheer van het GMES-programma moeten worden gedekt door het in hoofdstuk 5
vermelde GMES-fonds.
6.2.
Technische coördinatie en uitvoering van de exploitatieactiviteiten
Ter ondersteuning van de Commissie zou de
technische coördinatie van diensten kunnen worden toevertrouwd aan Europese
entiteiten die beschikken over passende kennis en expertise op verwante
gebieden. De kwaliteitscontrole en validatie van producten in verband met de
uitvoering van sectoraal beleid blijft de verantwoordelijkheid van de
Commissie. (1)
De exploitatieactiviteiten van de
GMES-dienstencomponent zouden omvatten: (a)
operationele activiteiten: i) wereldwijde
systematische/routineactiviteiten voor de monitoring en voorspelling van de
staat van de subsystemen van de aarde op regionaal en wereldniveau, in het
bijzonder met betrekking tot het mariene milieu, de atmosfeer en
luchtkwaliteit, wereldwijde landmonitoring en monitoring van
klimaatverandering; ii) regionale/lokale activiteiten op
verzoek die met name betrekking hebben op diensten voor rampenbeheer,
veiligheid en pan-Europese landmonitoring; (b)
ontwikkelingsactiviteiten bestaande in het
verbeteren van de kwaliteit en de prestaties van bestaande diensten, het
ontwikkelen van nieuwe dienstelementen en het bevorderen van de downstreamacceptatie. De technische coördinatie van de
landmonitoringdienst kan worden toevertrouwd aan het Europees Milieuagentschap
(EEA). De technische coördinatie van de diensten voor
rampenbeheer kan worden toevertrouwd aan het Europese Emergency Response Centre
(ERC). De technische coördinatie van de atmosfeerdienst
kan worden toevertrouwd aan het Europees Centrum voor Middellange
Weersvoorspelling (ECMWF). De technische coördinatie van de andere diensten
(klimaatverandering, monitoring van het mariene milieu, en veiligheid) wordt
momenteel voorbereid om tijdige diensten van hoge kwaliteit te garanderen
overeenkomstig de specifieke behoeften waarin ze moeten voorzien. Voor de
implementatie ervan kan een beroep worden gedaan op de diensten van de
Commissie en andere Europese entiteiten (bijvoorbeeld het Europees Agentschap
voor maritieme veiligheid (EMSA), het Satellietcentrum van de Europese Unie
(EUSC), het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele
samenwerking aan de buitengrenzen (FRONTEX) of het Europees Defensieagentschap
(EDA). (2)
De exploitatieactiviteiten van de
GMES-ruimtecomponent zouden omvatten: (a)
operationele activiteiten: exploitatie van de
specifieke ruimte-infrastructuur (d.w.z. Sentinel-missies); toegang tot missies
van derden; distributie van gegevens; technische bijstand aan de Commissie voor
het bundelen van vereisten voor dienstgegevens, het identificeren van lacunes
op het gebied van observatie, het bijdragen aan de specificatie van nieuwe
ruimtemissies. De operationele activiteiten van de
GMES-ruimtecomponent kunnen worden toevertrouwd aan: (1)
het Europees Ruimteagentschap (ESA), ad interim,
voor de observaties via hogeresolutiebeelden boven land en doelspecifieke
gebieden; (2)
de Europese organisatie voor de exploitatie van
meteorologische satellieten (EUMETSAT) voor de systematische en wereldwijde
observaties van de atmosfeer en oceanen; (b)
ontwikkelingsactiviteiten: ontwerp en aankoop van
nieuwe elementen van de ruimte-infrastructuur; verlenen van technische
ondersteuning aan de Commissie voor het omzetten van dienstvereisten in
specificaties van nieuwe ruimtemissies met de steun van exploitanten van
ruimte-infrastructuur; coördinatie van de ontwikkeling van ruimteactiviteiten,
inclusief ontwikkelingen gericht op het moderniseren en het aanvullen van de
GMES-ruimtecomponent. De ontwikkelingsactiviteiten kunnen worden
toevertrouwd aan het Europees Ruimteagentschap, met technische betrokkenheid
van relevante diensten van de Europese Commissie. (3)
De operationele activiteiten van de in-situcomponent
van het GMES zouden omvatten: (a)
coördinatie van de verstrekking van in-situgegevens
aan GMES-diensten met administratieve ad-hocregelingen met de in-situ-exploitanten; (b)
coördinatie van de verstrekking van in-situgegevens
van derden op internationaal niveau; (c)
verlening van technische bijstand voor het omzetten
van GMES-dienstvereisten in specificaties van in-situ-observatie-infrastructuur
en netwerken; (d)
interactie met in-situ-exploitanten ter bevordering
van consistentie van ontwikkelingsactiviteiten in verband met de GMES
in-situcomponent. De technische coördinatie van de GMES
in-situcomponent kan worden toevertrouwd aan het Europees Milieuagentschap
(EEA) binnen de omvang van zijn mandaat. Voor alle drie de componenten moet de
uitvoering van GMES-exploitatieactiviteiten worden toevertrouwd aan
operationele entiteiten via overheidsopdrachten, serviceniveau-overeenkomsten
of subsidies waar van toepassing.
6.3.
Gegevens- en informatiebeleid
Het GMES-gegevens‑ en ‑informatiebeleid
zal verder bouwen op het principe van een volledige en open toegang (met
inachtneming van beperkingen van juridische aard en om veiligheidsredenen),
rekening houdend met bestaande wetgeving (bv. richtlijn inzake het hergebruik
van overheidsinformatie en INSPIRE), om de doelstellingen van Verordening
911/2010 te verwezenlijken, namelijk: (1)
bevorderen van het gebruik en de uitwisseling van
GMES-informatie en ‑gegevens;[A1] (2)
versterken van aardobservatiemarkten in Europa, in
het bijzonder de downstreamsector, om groei mogelijk te maken en werkgelegenheid
te scheppen;[A2] (3)
bijdragen aan de duurzaamheid en continuïteit van
de verschaffing van GMES-gegevens en ‑informatie;[A3] (4)
ondersteunen van de Europese onderzoeks-,
technologie- en innovatiegemeenschappen. [A4]
7.
Conclusies
Met deze mededeling wordt gevolg gegeven aan het verzoek van de Raad
Concurrentievermogen van 31 mei 2011 om uiterlijk eind 2011 een voorstel voor
de exploitatieactiviteiten en een verduidelijking van de governance van het GMES
in de periode 2014-2020 in te dienen, en wordt het startsein gegeven voor het
debat met de andere instellingen. Zij effent ook het pad voor de duurzame
governance en financiering van het GMES-programma op lange termijn. Bijlage Beknopt
overzicht voor een INTERNE OVEREENKOMST[9] tussen de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het
kader van de raad bijeen, betreffende de financiering van het Europees
programma voor aardobservatie (GMES) onder het meerjarige financiële kader voor
de periode 2014 tot 2020 FINANCIËLE MIDDELEN van het GMES-fonds –
De lidstaten komen overeen een fonds voor het
Europees programma voor monitoring van de aarde in te stellen, hierna het
"GMES- fonds" genoemd. –
Het GMES-fonds is als volgt samengesteld: (a)
een bedrag van maximaal 5 841 miljoen euro5
bijgedragen door de lidstaten in overeenstemming met de verdeelsleutels op
basis van het bruto nationaal inkomen (BNI) van de lidstaten; (b)
andere vrijwillige bijdragen van andere entiteiten
(bv. een nieuwe staat die toetreedt tot de EU, een derde land dat wil meewerken
aan het programma, internationale organisaties, en/of alle andere vrijwillige
bijdragen) kunnen worden toegevoegd aan het onder a) vermelde bedrag. –
Het GMES-fonds zal beschikbaar zijn vanaf de
inwerkingtreding van het meerjarige financiële kader. –
Het totale bedrag van de middelen van het
GMES-fonds geldt voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december
2020. GEBRUIK VAN DE FINANCIËLE MIDDELEN –
Het GMES-fonds zal acties op de volgende gebieden
omvatten: (a)
exploitatieactiviteiten van het GMES: i. dienstencomponent (monitoring van
de atmosfeer, monitoring van klimaatverandering ter ondersteuning van
beleidsmaatregelen voor aanpassing aan of beperking van de klimaatverandering,
rampenbeheer, landmonitoring, monitoring van het mariene milieu, veiligheid); ii. een ruimtecomponent die voor
duurzame satellietobservatie voor de onder i) genoemde dienstensectoren zorgt; iii. steun voor het in situ verzamelen
van gegevens; iv. gegevenstoegang; v. ondersteuning van de acceptatie van
de diensten; vi. maatregelen om de bescherming van
infrastructuur te garanderen; (b)
ondersteunende maatregelen die erop gericht zijn de
kosten verbonden aan de programmering en implementatie van het GMES-fonds te
dekken. De middelen voor ondersteunende maatregelen kunnen uitgaven dekken in
verband met: i. de voorbereidende werkzaamheden en de follow-up‑,
toezicht‑, boekhoud‑, audit‑ en evaluatieactiviteiten die
rechtstreeks noodzakelijk zijn voor de programmering en implementatie van de
middelen van het door de Commissie beheerde GMES-fonds; ii. de verwezenlijking van deze
doelstellingen, via beleidsactiviteiten voor ontwikkeling, studies, bijeenkomsten,
informatie‑, bewustmakings‑, opleidings‑ en
publicatieactiviteiten; en iii. alle andere uitgaven voor
administratieve of technische bijstand die de Commissie eventueel maakt voor
het beheer van het GMES-fonds. TENUITVOERLEGGING –
De overeenkomst zal voorzien in tenuitvoerlegging wat
betreft programmering, beheer en implementatie van het GMES-fonds en daarbij
procedures van de Unie en van het GMES-fonds zoveel mogelijk harmoniseren. In
dit verband zal de Raad op voorstel van de Commissie een verordening
vaststellen. –
De overeenkomst zal voorzien in een financieel
reglement met voorschriften voor de vaststelling en de financiële implementatie
van de middelen van het GMES-fonds, en voor de presentatie en auditing van de
boekhouding. Dit reglement wordt door de Raad op voorstel van de Commissie
vastgesteld. –
De Commissie wordt bijgestaan door een comité (het
"GMES-comité"). (a)
Het Comité is samengesteld uit vertegenwoordigers
van de regeringen van de lidstaten; het wordt voorgezeten door een
vertegenwoordiger van de Commissie en het secretariaat wordt gevoerd door de
Commissie. (b)
Het GMES-comité stelt op basis van een voorstel van
de Commissie zijn reglement van orde vast, inclusief zijn stemregels en taken. (c)
Het GMES-comité kan in specifieke configuraties bijeenkomen
voor de behandeling van concrete kwesties, met name op veiligheidsgebied (de
"Beveiligingsraad"). SLOTBEPALINGEN –
Elke lidstaat keurt deze overeenkomst goed
overeenkomstig zijn grondwettelijke bepalingen. De regering van elke lidstaat
stelt het Secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie in kennis van
de voltooiing van de procedures die voor de inwerkingtreding van deze overeenkomst
vereist zijn. –
Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste
dag van de tweede maand volgend op de kennisgeving van de goedkeuring van deze
overeenkomst door de laatste lidstaat. –
Deze overeenkomst wordt gesloten voor dezelfde duur
als het meerjarige financiële kader 2014-2020. [1] PB L 276 van 20.10.2010, blz. 1. [2] COM(2011) 152 definitief van 4.4.2011. [3] COM(2010) 2020 van 3.3.2010. [4] COM(2011) 500 definitief
van 29.6.2011. [5] Prijzen 2011. [6] Cijfers gebaseerd op precursordiensten (projecten
gefinancierd door KP7). [7] Cijfers gebaseerd op EER-ramingen in het kader van
het met KP7-middelen gefinancierde project GISC
http://gisc.ew.eea.europa.eu/gisc-project. [8] Cijfers gebaseerd op Booz & Company, Cost Benefit
Analysis for GMES, definitieve versie, 19 september 2011. [9] Het is de bedoeling om met de hier voorgestelde
bijlage enkel de voornaamste elementen aan te dragen en de hoofdrubrieken voor
een interne overeenkomst voor te stellen, gebaseerd op de huidige overeenkomst inzake
het Europees Ontwikkelingsfonds (PB L 247 van 9.9.2006, blz. 32). De bijlage
laat het resultaat van eventuele besprekingen met de lidstaten over een
definitieve tekst onverlet. [A1]Error:
Manually applied numbering [A2]Error:
Manually applied numbering [A3]Error:
Manually applied numbering [A4]Error:
Manually applied numbering