This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 51999PC0385
Amended proposal for a European Parliament and Council Directive concerning the distance marketing of consumer financial services and amending Directives 97/7/EC and 98/27/EC
Gewijzigd voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten en tot wijziging van de Richtlijnen 97/7/EG en 98/27/EG
Gewijzigd voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten en tot wijziging van de Richtlijnen 97/7/EG en 98/27/EG
/* COM/99/0385 def. - COD 99/0245 */
PB C 177E van 27.6.2000, pp. 21–27
(ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Gewijzigd voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten en tot wijziging van de Richtlijnen 97/7/EG en 98/27/EG /* COM/99/0385 def. - COD 99/0245 */
Publicatieblad Nr. C 177 E van 27/06/2000 blz. 0021 - 0027
Gewijzigd voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten en tot wijziging van de richtlijnen 97/7/EG en 98/27/EG (door de Commissie overeenkomstig artikel 250, lid 2 van het EG-verdrag ingediend) TOELICHTING 1. Overzicht van de procedure Op 19 november 1998 heeft de Commissie een voorstel aangenomen voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten en tot wijziging van de Richtlijnen 90/619/EEG van de Raad en 97/7/EG en 98/27/EG [1]. [1] PB L 385 van 11.12.1998, blz. 10. Het Economisch en Sociaal Comité heeft tijdens zijn 363e plenaire vergadering (zitting van 29 april 1999) op voorstel van zijn rapporteur, de heer ATAIDE FERREIRA, een advies goedgekeurd [2]. [2] ESC 458/99. Het Europees Parlement heeft op 5 mei 1999 op voorstel van de rapporteur, mevrouw OOMEN-RUIJTEN, een wetgevingsresolutie goedgekeurd [3]. [3] A4-190/99. Werkgroepen van de Raad zijn op 8 en 15 december 1998 alsmede op 18 januari, 8 februari, 8 maart, 17 mei en 22 juni 1999 bijeengekomen. Tijdens de 2171e vergadering van de Raad, op 13 april 1999 in Luxemburg, is een politiek debat gehouden [4]. [4] Doc. 7206/99. Bij de opstelling van het gewijzigd voorstel is rekening gehouden met de amendementen van het Europees Parlement, met een aantal wijzigingen als gevolg van de harmonisatie van dit voorstel en de noodzaak het duidelijk op de reeds bestaande teksten af te stemmen. Voorts is bij de opstelling van dit voorstel rekening gehouden met de werkzaamheden van de Raad en het Economisch en Sociaal Comité. 2. Commentaar bij de wijzigingen * Aanhalingen Amendement 1 is niet overgenomen aangezien de aanhaling van artikel 153, dat naar artikel 95 verwijst, overbodig is. * Overwegingen De amendementen 2 en 3, die beogen de overwegingen 3 en 5 beter te formuleren, zijn overgenomen. Amendement 4, dat bepaalt dat de uit hoofde van deze richtlijn aangenomen gemeenschappelijke regels niet mogen leiden tot een verlaging van het niveau van consumentenbescherming in enige lidstaat, is overgenomen aangezien het niet vooruitloopt op het totale harmonisatieniveau van het voorstel. Amendement 7, tot schrapping van de verwijzing naar het recht van de consument om zich te beraden, is overgenomen. Amendement 42 is niet overgenomen aangezien amendement 43, tot wijziging van artikel 1; lid 2, niet is overgenomen. Amendement 9 is niet overgenomen aangezien amendement 45, tot wijziging van artikel 2; sub a), niet is overgenomen. Amendement 10 is gedeeltelijk overgenomen. Amendement 11 is overgenomen. Overweging 18 is, gezien de wijziging van artikel 4, geschrapt, en amendement 12 is derhalve overgenomen. Amendement 13, dat uitsluitend van redactionele aard is, is niet overgenomen. Amendement 14 is overgenomen, maar als overweging 16 bis ingevoegd. * Artikel 1: Toepassingsgebied Amendement 57 (tot invoeging in een lid 1 bis van een bepaling die de lidstaten verbiedt andere bepalingen vast te stellen dan die welke in de richtlijn zijn bepaald) is niet overgenomen. Aangezien de richtlijn de lidstaten niet uitdrukkelijk toestaat maatregelen aan te nemen dan wel te handhaven die een hoger niveau van consumentenbescherming garanderen dan de door de richtlijn voorgeschreven maatregelen (zogenaamde minimumclausule), kunnen de lidstaten geen andere dan de door de richtlijn bedoelde maatregelen vaststellen. Dit wordt nu ook duidelijk gesteld in overweging 9. Een dergelijke bepaling zou immers ook twijfel hebben doen ontstaan over de draagwijdte van de andere richtlijnen. Amendement 43 (tot wijziging van lid 2 betreffende opeenvolgende of in de tijd gespreide verrichtingen) is niet overgenomen. De tekst van artikel 1, lid 2, van het oorspronkelijke voorstel is namelijk nauwkeuriger. De amendementen 40 en 44 (tot invoering van een artikel 1, lid 2 bis, waarbij notariële overeenkomsten van het toepassingsgebied van de artikelen 3 en 11 worden uitgesloten), zijn niet overgenomen. Door een dergelijke bepaling zou dit type overeenkomsten onder het toepassingsgebied van de richtlijn vallen, maar zouden de lidstaten geen enkele bepaling met betrekking tot deze overeenkomsten kunnen vaststellen. De moeilijkheid met dit type overeenkomsten ligt overigens in de toepassing van het herroepingsrecht. De toepassing van de overige bepalingen van de richtlijn vormt geen bijzonder probleem, maar de moeilijkheid ligt in artikel 4. * Artikel 2: Definities - De definitie van "op afstand gesloten overeenkomst" is gewijzigd teneinde ze af te stemmen op overeenkomsten waarvoor de leverancier uitsluitend gebruik maakt van technieken voor communicatie op afstand, zulks tot en met de sluiting van de overeenkomst. Hiermee wordt de definitie op een lijn gebracht met die van Richtlijn 97/7/EG. Met deze wijziging wordt het tweede deel van amendement 45 van het EP overgenomen. Het eerste deel van dit amendement beoogt alle op afstand gesloten overeenkomsten te bestrijken, ongeacht of deze al dan niet in het kader van een door de leverancier georganiseerd systeem voor verkoop of dienstverlening is gesloten. Dit eerste deel is niet overgenomen omdat de Commissie niet wenst dat de richtlijn betrekking heeft op occasioneel door een dienstverlener verstrekte diensten en omdat zij zich wil houden aan de definitie van Richtlijn 97/7/EG, die ook op het begrip "georganiseerd systeem" is gebaseerd. - De definitie van financiële diensten is in vergelijking met het oorspronkelijke voorstel vereenvoudigd: elke verwijzing naar bestaande richtlijnen is verwijderd teneinde enerzijds te garanderen dat elke financiële dienst die aan een consument kan worden aangeboden onder het toepassingsgebied valt en anderzijds leemten te vermijden, hetgeen met de vorige definitie het geval was. Met deze wijziging wordt tegemoetgekomen aan de in amendement 46 van het Parlement geuite bezorgdheid. Voorts wordt de bijlage van indicatieve aard weggelaten teneinde interpretatieproblemen te vermijden. De verwijzingen ernaar worden nu rechtstreeks in de artikelen verwerkt. - Een nieuwe definitie van "hypothecair krediet" was noodzakelijk om tegemoet te komen aan de vraag van het Parlement om specifieke bepalingen betreffende hypothecair krediet. - In navolging van amendement 19 van het Parlement is de definitie van "consument" vereenvoudigd en op een lijn gebracht met de doorgaans gebruikte definities; de verwijzing naar de woonplaats op het grondgebied van de Gemeenschap, die voor interpretatieproblemen zorgde, is geschrapt. - De definitie van "duurzame drager" is gewijzigd teneinde de draagwijdte ervan te verduidelijken. Deze wens tot verduidelijking was ook geuit in amendement 20 van het Parlement. Toch is dat amendement niet als zodanig overgenomen gezien de gevolgen die deze formulering zou hebben voor de elektronische handel. * Artikel 3: Voorafgaande informatie Amendement 21 van het Parlement, dat in wezen beoogt te voorzien in de verstrekking van informatie aan de consument voordat deze de overeenkomst ondertekent, is overgenomen in een gewijzigde formulering die enerzijds beoogt een lijst op te stellen van inlichtingen die toegevoegde waarde opleveren voor op afstand gesloten overeenkomsten en anderzijds tot doel heeft deze lijst af te stemmen op de bestaande bepalingen van de sectoriële richtlijnen (niet-levensverzekeringen, levensverzekeringen, ICBE's, prospectussen en investeringsdiensten). Dit is een essentiële bepaling waarom zowel het Parlement als de Raad en het Economisch en Sociaal Comité hadden gevraagd. Van deze bepaling is nu werk gemaakt, maar zulks in combinatie met een aangepaste lijst van inlichtingen en met aanvullingen gezien de noodzaak van een volledige harmonisatie. De tekst is verder aangepast en aangevuld om hem op de andere richtlijnen af te stemmen, met de bepaling dat de bedoelde informatie uit hoofde van deze richtlijn slechts de inlichtingen hoeft te omvatten die nog niet door de overige sectoriële richtlijnen zijn voorgeschreven Lid 2 is overgenomen in de door het Parlement voorgestelde vorm. Deze bepaling komt ook in Richtlijn 97/7/EG voor. Het door het Parlement voorgestelde lid 2 bis is niet overgenomen omdat het betrekking heeft op de sluiting van de overeenkomst en deze niet onder dit artikel valt. De leden 3 en 4 van het oorspronkelijke voorstel zijn geschrapt aangezien is afgestapt van de benadering op basis van een recht op bedenktijd voorafgaand aan de sluiting van de overeenkomst. * Artikel 3 bis : Mededeling van de contractvoorwaarden en voorafgaande informatie Amendement 21 van het Parlement bepaalt dat voorafgaand aan de sluiting van de overeenkomst de contractvoorwaarden alsmede een samenvatting daarvan die de voorafgaande informatie bevat schriftelijk dan wel op een voor de consument toegankelijke en leesbare duurzame drager moeten worden verstrekt. Dit onderdeel van amendement 21 zou de sluiting van bepaalde overeenkomsten met onmiddellijke uitvoering (bijvoorbeeld per telefoon gesloten overeenkomsten) kunnen verhinderen. De Commissie aanvaardt echter het algemene streven van het Parlement, namelijk de consument de informatie en contractvoorwaarde ter beschikking te stellen. Derhalve bepaalt artikel 3 bis dat de contractvoorwaarden en de in artikel 3 bedoelde informatie onmiddellijk na de sluiting van de overeenkomst schriftelijk dan wel op een voor de consument toegankelijke en leesbare duurzame drager moeten worden verstrekt indien de consument daar op het moment van de sluiting niet over beschikte. Deze beide gevallen vormen voorts het uitgangspunt voor het in artikel 4 bedoelde herroepingsrecht. De vorm waarin de voorwaarden worden verstrekt, wordt door de partijen onderling overeengekomen. Tot slot is het amendement van het ESC voor een verbod op het betalen van voorschotten niet overgenomen, zulks om de samenhang te bewaren met Richtlijn 97/7/EG, die evenmin een dergelijk verbod bevat. * Artikel 4: Herroepingsrecht De amendementen 38, 39 rev., 22, 48, 49 en 50 stellen een algemeen herroepingsrecht vast gedurende een periode van dertig dagen, bepalen vanaf wanneer deze periode ingaat en voorzien in een reeks uitzonderingen op dit beginsel. De Commissie neemt het door het Parlement nagestreefde beginsel van een algemeen herroepingsrecht over. Artikel 4 is derhalve gewijzigd teneinde rekening te houden met de voornaamste wensen van het Parlement, maar met enkele wijzigingen in de formulering. Daarbij gaat het erom rekening te houden met het feit dat het voorstel een grote verscheidenheid van financiële diensten bestrijkt, waarvan sommige meer en andere minder complex zijn, sommige grote en langdurige verplichtingen inhouden en andere onmiddellijk uitgevoerde verrichtingen van gering belang betreffen. - Het gewijzigde voorstel voorziet in een algemeen herroepingsrecht. - De termijn waarbinnen de consument zich uit een overeenkomst kan terugtrekken bedraagt 14 tot 30 dagen en kan door de lidstaten worden vastgesteld al naargelang de consument voor de betrokken financiële diensten meer of minder bescherming behoeft. Deze bepaling maakt het bijvoorbeeld mogelijk om een langere termijn toe te kennen voor overeenkomsten betreffende grotere bedragen of overeenkomsten voor langere duur. - Teneinde het vrij verkeer van financiële diensten niet te belemmeren, hoeft de leverancier echter, indien hij de herroepingstermijn respecteert die vastgesteld is in de wetgeving van de lidstaat waarin hij is gevestigd, geen rekening te houden met een daarvan verschillende herroepingstermijn in de lidstaat waar de consument woont. - Het tijdstip waarop de periode ingaat, wordt geregeld in het nieuwe artikel 3 bis. Voor de uitzonderingen is ten dele uitgegaan van de amendementen van het Parlement; zij betreffen: - financiële diensten waarbij de uitoefening van het herroepingsrecht het risico van speculatie inhoudt (punt 5 tot 7 van de nu geschrapte bijlage); - niet-levensverzekeringen met een duur van minder dan twee maanden (in plaats van een maand); - overeenkomsten die reeds volledig zijn uitgevoerd voordat de consument gebruik maakt van zijn herroepingsrecht, dat in dat geval geen betekenis meer heeft. Uitsluiting van alle vormen van krediet leek niet wenselijk. Wel zijn, om tegemoet te komen aan de door het Parlement en de Raad geuite wensen, voor hypothecair krediet specifieke bepalingen vastgesteld: - gezien de grote betekenis van deze diensten voor de consument is het van belang dat zij onder het toepassingsgebied van de richtlijn vallen en dat de bepalingen daarvan volledig op dit type diensten van toepassing zijn; - gelet op de verscheidenheid van de nationale rechtsstelsels inzake hypothecaire leningen en de uiteenlopende vormen die deze kunnen aannemen, zijn met betrekking tot het herroepingsrecht echter bijzondere bepalingen noodzakelijk: 1. de lidstaten kunnen bepalen dat de consument geen gebruik meer kan maken van het herroepingsrecht wanneer het bedrag van de financiering met zijn instemming aan de verkoper van het onroerend goed dan wel aan diens vertegenwoordigers is overgemaakt; 2. de lidstaten kunnen bepalen dat de consument geen gebruik meer kan maken van het herroepingsrecht zodra een notariële akte betreffende een hypothecair krediet waarbij hij partij is op geldige en wettige wijze verleden is. Deze formulering houdt met name rekening met de volgende overwegingen: de waarborg die de aanwezigheid van een notaris voor de consument biedt, geldt slechts wanneer deze laatste bij de sluiting van de kredietovereenkomst aanwezig is. In sommige lidstaten kan de kredietovereenkomst echter reeds worden gesloten voordat de notariële akte wordt verleden. In dat geval moet de consument zich uit de overeenkomst kunnen terugtrekken tot de akte verleden is. Zodra de akte verleden is, kan hem dat worden geweigerd. Voorts zij benadrukt dat in de meeste gevallen wanneer de overeenkomst alleen via een notaris kan worden gesloten, de akte in aanwezigheid van de partijen wordt verleden en het derhalve niet om een overeenkomst op afstand in de zin van de definitie van artikel 2 gaat. 3. Inzake hypothecair krediet op basis van hypothecaire obligaties (zoals pandbrieven) kunnen de lidstaten bepalen dat de consument geen gebruik kan maken van het herroepingsrecht. Lid 2 van artikel 4, betreffende het op oneerlijke wijze aanzetten tot het aangaan van een overeenkomst, is op wens van het Parlement gewijzigd, maar met een enigszins andere formulering. Tot slot is lid 4 geschrapt aangezien de bedoelde leningen reeds deel uitmaken van de hierboven bedoelde lijst van uitzonderingen. * Artikel 5: Uitvoering van de overeenkomst en betaling van de voorafgaand aan de herroeping geleverde diensten Amendement 23 van het Parlement, dat verduidelijkingen aanbrengt in de formulering van deze bepalingen, is gedeeltelijk in de tekst van het gewijzigde voorstel overgenomen. In artikel 5 is namelijk een lid opgenomen dat bepaalt dat de instemming van de consument nodig is om nog voor de afloop van de herroepingstermijn een aanvang te maken met de uitvoering van de overeenkomst. De door het Parlement voorgestelde zinsnede dat de prijs die moet worden betaald niet als boete mag worden opgevat, is in een licht gewijzigde vorm overgenomen. Voorts is de bepaling inzake voorafgaande informatie betreffende de te betalen prijs nu opgenomen in de in artikel 3 van het voorstel bedoelde lijst met voorafgaande inlichtingen. Lid 2 is dienovereenkomstig gewijzigd. Tot slot stelde het amendement van het Parlement een uiterste termijn vast waarbinnen de leverancier in geval van herroeping de reeds betaalde bedragen moet terugstorten. Het principe is overgenomen, maar de termijn is vastgesteld op dertig dagen (dezelfde termijn als in Richtlijn 97/7/EG). * Artikel 6: Voorafgaande informatie Aangezien de voorafgaande informatie aan de consument betreffende het herroepingsrecht nu in artikel 3 wordt vermeld, en het recht op bedenktijd achterwege is gelaten, is artikel 6 geschrapt. * Artikel 7: Mededeling op een duurzame drager De mededeling, schriftelijk dan wel op een andere duurzame drager al naargelang de partijen zijn overeengekomen, van de voorafgaande informatie alsmede de contractvoorwaarden valt nu geheel onder artikel 3 bis en artikel 4, lid 3. De verplichting voor de partijen om hierover overeenstemming te bereiken komt tegemoet aan de door het Parlement in amendement 51 geuite wens. Ook is voldaan aan de vereiste uit hoofde van andere richtlijnen dat een en ander "schriftelijk" moet worden vastgelegd - hetzij op papier, hetzij op een andere duurzame drager. Derhalve is artikel 7 geschrapt. * Artikel 8: Niet beschikbaar zijn van de dienst Amendement 25 van het Parlement betreffende de leden 1 tot 3 van artikel 8 stelt een uiterste termijn vast voor terugbetaling bij het niet beschikbaar zijn van de dienst. Dit amendement is overgenomen, maar de termijn is vastgesteld op 30 dagen in plaats van de door het Parlement voorgestelde veertien dagen. * Artikel 8 bis : Betaling met betaalkaart Het tweede deel van amendement 25 voegt in de tekst van het voorstel het in artikel 8 van Richtlijn 97/7/EG voorziene beschermingsmechanisme in voor fraude bij betaling met een betaalkaart. Dit amendement is overgenomen, maar voor de duidelijkheid in artikel 8 bis. * Artikel 8 ter: Teruggave van originele documenten Amendement 26 van het Parlement verplicht de consument om in geval van herroeping van de overeenkomst of wanneer de dienst niet beschikbaar is de documenten waarover hij beschikt terug te sturen om mogelijke fraude te voorkomen. Het principe van dit amendement is overgenomen. De verplichting documenten terug te sturen is echter beperkt tot originele documenten waarop de handtekening van de leverancier voorkomt, aangezien dit de enige zijn die rechtsgeldigheid kunnen bezitten. Deze verplichting kan niet worden uitgebreid tot kopieën, aangezien de reproductie daarvan niet kan worden gecontroleerd, noch tot reclamedocumenten. * Artikel 9: Ongevraagde diensten Amendement 27 van het Parlement is niet overgenomen aangezien het de oorspronkelijke verbodsbepaling schrapt en slechts de gevolgen van dit verbod behandelt. * Artikel 10: Ongevraagde mededelingen De amendementen 52 en 28 voegen enerzijds elektronische post (e-mail) en telefoon toe aan de lijst van communicatiemiddelen die slechts met voorafgaande instemming van de consument mogen worden gebruikt en verduidelijken anderzijds de verplichtingen van de lidstaten betreffende het mechanisme waarbij de consument zijn weigering om via andere middelen voor communicatie op afstand te worden gecontacteerd kan laten registreren. Tot slot is, net als in Richtlijn 97/7/EG, bepaald dat bij telefoongesprekken de identiteit van de leverancier en het doel van het gesprek aan het begin van elk gesprek moeten worden meegedeeld. Deze amendementen zijn slechts gedeeltelijk overgenomen. Met het oog op een zekere samenhang met de bepalingen van de richtlijnen 97/7/EG en 97/66/EG moet voorafgaande instemming slechts worden gevraagd voor oproepautomaten en fax. Voor de overige communicatiemiddelen kan de consument worden gecontacteerd zolang hij niet te kennen gegeven heeft dat hij dergelijke oproepen niet meer wenst te ontvangen. De formulering van deze beginselen is, met het oog op duidelijkheid en samenhang, evenwel ten dele afgestemd op die van Richtlijn 97/7/EG. Het onderdeel van het amendement dat betrekking heeft op de bij telefoongesprekken te verstrekken verduidelijkingen is overgenomen. Tot slot is de sanctie bij inbreuken op deze bepalingen, die voordien deel uitmaakte van artikel 11, gewijzigd en in lid 5 opgenomen. * Artikel 11: Dwingend karakter van de bepalingen Voor dit artikel heeft het Parlement geen amendementen voorgesteld. Het is niettemin licht gewijzigd - lid 2 is geschrapt. Dit lid gaf aan welke sancties dienden te worden ingesteld bij inbreuken op de artikelen 6 en 10. Aangezien artikel 6 is geschrapt, is de sanctie betreffende artikel 10 rechtstreeks in artikel 10 (lid 5) opgenomen en is lid 2 van artikel 11 derhalve geschrapt. * Artikel 12: Rechterlijk of administratief beroep Amendement 29 van het Parlement tot wijziging van de formulering in lid 1 van artikel 12 (vervanging van "indien passend" door "indien aanwezig") is niet overgenomen aangezien dit amendement niets aan de oorspronkelijke tekst toevoegt. Wel wordt artikel 12 in die zin gewijzigd dat alleen nog rechterlijk en administratief beroep onder dit artikel vallen (zulks met het oog op de samenhang met Richtlijn 97/7/EG), terwijl de buitengerechtelijke beroepsmogelijkheden voortaan in artikel 12 bis aan bod komen. Amendement 31, dat voorziet in specifieke bevoegdheidsbepalingen teneinde de consument gemakkelijker toegang te verlenen tot de rechtbanken van de lidstaat waar hij woonachtig is en dat regels invoert die verschillen van die in het Verdrag van Brussel, is niet overgenomen omdat het van dit Verdrag afwijkt. * Artikel 12 bis: Buitengerechtelijk beroep Aan de buitengerechtelijke beroepsmogelijkheden wordt een nieuw artikel 12 bis gewijd, dat lid 3 van het oorspronkelijke voorstel overneemt. * Artikel 13: Bewijslast Dit artikel is niet gewijzigd. * Amendement 34 tot invoering van een nieuw artikel 13 bis Dit amendement, dat bepaalt dat het burgerlijk recht van de lidstaten van toepassing blijft behalve in de gevallen waarin deze richtlijn in uitzonderingen voorziet, is niet overgenomen omdat de draagwijdte ervan niet duidelijk is en het slechts een bestaande juridische realiteit lijkt te bevestigen. * Artikel 14 : Richtlijn 90/619/EEG Artikel 4 voorziet in zijn gewijzigde vorm in een herroepingstermijn van veertien tot dertig dagen. Deze termijn is identiek aan de in Richtlijn 90/619/EEG vastgestelde termijn, en het is dus van geen nut deze laatste te wijzigen. Derhalve is het artikel geschrapt. * De artikelen 15, 16, 17, 18 en 19 Deze artikelen zijn niet gewijzigd. Amendement 35 tot verkorting van de omzettingstermijn is niet overgenomen omdat de door het Parlement vastgestelde termijn te kort is. Amendement 36, dat de Commissie verplicht uiterlijk vier jaar na de inwerkingtreding van de richtlijn verslag uit te brengen en eventuele wijzigingen voor te stellen, is niet overgenomen. 3. Overzicht * Werkzaamheden van het Economisch en Sociaal Comité Belangrijkste punten van het advies van het ESC // Reactie van de Commissie 3.1 Artikel 1; lid 1 : "nader tot elkaar brengen" vervangen door "harmoniseren" 3.2. Artikel 1, lid 2 : spreken van "iedere aparte, nieuwe overeenkomst" 3.3. Artikel 2, sub a): in de definitie het woord "uitsluitend" invoegen 3.4.1 nieuwe alinea in artikel 3 betreffende een verbod op betaling van voorschotten 3.4.2. wijzigingen niet van toepassing op de Nederlandse tekst 3.5.1. en 3.5.2 redactionele wijzigingen 3.5.3. diensten voor vermogensbeheer en beleggingsadvies uitsluiten 3.6. diensten waarop het herroepingsrecht niet van toepassing is 3.7. mogelijkheid een papieren versie te eisen in plaats van een "duurzame drager" 3.8. redactionele wijziging van artikel 9 3.9. Artikel 10: alleen een duidelijke keuze (opting in) komt in aanmerking 3.10. artikel 11, lid 2 3.11. het begrip "nauwe band" vervangen door "nauwere betrekking" 3.12. uitbreiding van de bevoegdheid van de rechtbanken van het land waar de consument woonachtig is 3.13. verslag over de toepassing * minimumclausule * rechtsgrondslag (artikel 153) // Verworpen; er is geen verschil. Verworpen (zie commentaar bij artikel 1, lid 2) Overgenomen Verworpen Artikel 3 is volledig gewijzigd met betrekking tot de voorafgaande informatie; het amendement is achterhaald. Artikel 4 is volledig gewijzigd; het amendement is achterhaald. Verworpen Gedeeltelijk overgenomen door de uitsluiting van diensten die volledig zijn verstrekt voordat van het herroepingsrecht gebruik werd gemaakt Geweigerd Zie evenwel wijzigingen in artikel 3 bis betreffende overeenstemming tussen de partijen inzake de duurzame drager Verworpen Verworpen (zie commentaar bij artikel 10) Gedeeltelijk aan tegemoetgekomen (zie wijzigingen in de artikelen 10 en 11) Verworpen Verworpen (zie commentaar bij artikel 12) Verworpen (zie commentaar bij artikel 17) Verworpen (zie overweging 9) Verworpen (zie eerste aanhaling) * Werkzaamheden van het Parlement >RUIMTE VOOR DE TABEL> Gewijzigd voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten en tot wijziging van de richtlijnen 97/7/EG en 98/27/EG HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 47, lid 2, artikel 55 en artikel 95, Gezien het voorstel van de Commissie, Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité, Overeenkomstig de procedure van artikel 251 van het Verdrag, (1) Overwegende dat in het kader van de verwezenlijking van de doelstellingen van de interne markt maatregelen dienen te worden genomen om deze interne markt geleidelijk te versterken en dat deze maatregelen dienen bij te dragen tot een hoog niveau van consumentenbescherming overeenkomstig de artikelen 95 en 153 van het Verdrag; (2) Overwegende dat de verkoop op afstand van financiële diensten voor de consumenten zowel als voor de leveranciers van financiële diensten een van de voornaamste tastbare resultaten van de voltooiing van de interne markt zal zijn; (3) Overwegende dat het in het kader van de interne markt van belang is voor de consumenten om zonder discriminatie toegang te hebben tot een zo breed mogelijke verscheidenheid van in de Gemeenschap verkrijgbare financiële diensten, zodat zij de dienst kunnen kiezen die het best in hun behoeften voorziet; dat om de keuzevrijheid - een essentieel recht voor de consument - te garanderen een hoog niveau van consumentenbescherming nodig is teneinde het vertrouwen van de consument in de verkoop op afstand te versterken; (4) Overwegende dat het voor de goede werking van de interne markt essentieel is dat de consumenten kunnen onderhandelen en overeenkomsten kunnen sluiten met een buiten hun land gevestigde leverancier, ongeacht of deze leverancier tevens een vestiging heeft in het land waar de consument woont; (5) Overwegende dat financiële diensten wegens hun immaterieel karakter bijzonder geschikt zijn voor verkoop op afstand en dat de invoering van een wettelijk kader het vertrouwen van de consument in het gebruik van nieuwe technieken voor het kopen op afstand van financiële diensten, zoals de elektronische handel, moet versterken; (6) Overwegende dat Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 1997 [5] betreffende de bescherming van de consument bij op afstand gesloten overeenkomsten de voornaamste bepalingen betreffende op afstand gesloten overeenkomsten inzake goederen en diensten tussen een leverancier en een consument bevat; dat deze richtlijn echter geen betrekking heeft op financiële diensten; [5] PB L 144 van 04.6.1997, blz. 19. (7) Overwegende dat de Commissie in de door haar verrichte beoordeling, die erop gericht was te bepalen of specifieke maatregelen op dit gebied noodzakelijk zijn, alle belanghebbende partijen heeft uitgenodigd om hun mening kenbaar te maken, met name in haar Groenboek "Financiële diensten: voldoen aan de verwachtingen van de consument" [6]; dat uit het in dit verband gevoerde overleg de noodzaak is gebleken om de consumentenbescherming op dit gebied te versterken; dat de Commissie derhalve besloten heeft een specifiek voorstel inzake de verkoop op afstand van financiële diensten te formuleren [7]; [6] COM(96) 209 def. van 22 mei 1996. [7] Mededeling van de Commissie: "Financiële diensten: het vertrouwen van de consument versterken", COM (97) 309 def, 26.06.1997. (8) Overwegende dat indien de lidstaten afwijkende of uiteenlopende regelingen zouden nemen om de consumenten bij de verkoop op afstand van financiële diensten te beschermen, dit een negatief effect zou hebben op de werking van de interne markt en op de concurrentie tussen bedrijven in deze markt; dat het derhalve noodzakelijk is ter zake op communautair niveau gemeenschappelijke regels in te voeren, zonder daarbij de algemene bescherming van de consument in de lidstaten aan te tasten; (9) Overwegende dat gezien het hoge niveau van bescherming dat deze richtlijn de consumenten biedt de lidstaten, teneinde het vrije verkeer van financiële diensten te waarborgen, geen andere bepalingen mogen opleggen dan die welke deze richtlijn voor de door haar geharmoniseerde gebieden vaststelt; (10) Overwegende dat deze richtlijn alle financiële diensten bestrijkt die op afstand kunnen worden verleend; dat sommige financiële diensten evenwel onder specifieke communautaire regelgeving vallen; dat deze specifieke regelgeving op deze financiële diensten van toepassing blijft; dat het niettemin wenselijk is beginselen vast te stellen met betrekking tot de verkoop op afstand van dergelijke diensten; (11) Overwegende dat overeenkomstig het subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel zoals vervat in artikel 5 van het Verdrag de doelstellingen van deze richtlijn niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en derhalve beter door de Gemeenschap kunnen worden verwezenlijkt; (12) Overwegende dat een overeenkomst op afstand wordt gekenmerkt door het gebruik van een of meer technieken voor communicatie op afstand; dat die verschillende technieken worden gebruikt in het kader van een georganiseerd systeem voor verkoop of dienstverlening op afstand zonder dat de leverancier en de consument gelijktijdig aanwezig zijn; dat de voortdurende ontwikkeling van deze technieken ertoe noopt beginselen vast te stellen die ook voor nog maar weinig gebruikte technieken gelden; dat derhalve overeenkomsten op afstand diegene zijn waarbij het aanbod, de onderhandeling en de sluiting op afstand gebeuren; (13) Overwegende dat eenzelfde overeenkomst bestaande uit opeenvolgende verrichtingen in de verschillende lidstaten uiteenlopende juridische kwalificaties kan krijgen; dat het echter van belang is dat de richtlijn in alle lidstaten op dezelfde wijze wordt toegepast; dat met het oog hierop moet worden beschouwd dat de onderhavige richtlijn van toepassing is op de eerste van een reeks opeenvolgende verrichtingen of de eerste van een reeks over een bepaalde tijdspanne gespreide aparte verrichtingen die geacht kunnen worden een geheel te vormen, zulks ongeacht de vraag of die verrichting of reeksen verrichtingen in slechts één overeenkomst of in opeenvolgende aparte overeenkomsten is of zijn geregeld; (14) Overwegende dat de richtlijn betrekking heeft op een door de financiële dienstverlener georganiseerd dienstverleningsstelsel en daardoor de strikt occasionele verlening van diensten die plaatsvindt buiten een commerciële structuur die tot doel heeft overeenkomsten op afstand te sluiten, van haar toepassingsgebied uitsluit; (15) Overwegende dat de leverancier de persoon is die de diensten op afstand verleent; dat deze richtlijn echter ook van toepassing dient te zijn indien bij een of meer stadia van de verkoop een tussenpersoon betrokken is; dat, gelet op de aard en de mate van deze betrokkenheid, de desbetreffende bepalingen van deze richtlijn ook op een dergelijke tussenpersoon van toepassing dienen te zijn, ongeacht diens juridische status; (16) Overwegende dat het gebruik van technieken voor communicatie op afstand niet tot een ongerechtvaardigde vermindering van de aan de consument verstrekte informatie mag leiden; dat deze richtlijn met het oog op doorzichtigheid minimumvereisten bevat om ervoor te zorgen dat de consument voldoende wordt ingelicht, zowel voorafgaand aan de sluiting van de overeenkomst als daarna; dat de consument vóór de sluiting van de overeenkomst de nodige informatie moet ontvangen om de aangeboden financiële dienst op zijn waarde te kunnen schatten en zo een beter geïnformeerde keuze te kunnen maken; dat de leverancier uitdrukkelijk moet vermelden hoe lang zijn aanbod ongewijzigd van kracht blijft; (16bis) Overwegende dat het voor een optimale bescherming van de consument belangrijk is dat deze voldoende wordt ingelicht over de bepalingen van deze richtlijn en van eventuele gedragscodes ter zake; (17) Overwegende dat moet worden voorzien in een herroepingsrecht, zonder betaling van een boete en zonder verplichte opgave van redenen; (18) (geschrapt) (19) Overwegende dat de consument tegen ongevraagde diensten moet worden beschermd; dat de consument bij ongevraagde verstrekking van diensten van elke verplichting moet worden vrijgesteld, waarbij het feit dat de consument niet reageert niet betekent dat hij met de verstrekking instemt; dat deze regel echter geen afbreuk doet aan de stilzwijgende hernieuwing van tussen partijen op geldige wijze gesloten overeenkomsten, indien het recht van de lidstaten een dergelijke stilzwijgende hernieuwing toestaat; (20) Overwegende dat de lidstaten passende maatregelen dienen te nemen om consumenten die niet via bepaalde communicatiemiddelen wensen te worden benaderd op doeltreffende wijze tegen dergelijke contacten te beschermen; dat deze richtlijn geen afbreuk doet aan de specifieke waarborgen die de consument geboden worden door de communautaire wetgeving op het gebied van de bescherming van persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer; (21) Overwegende dat het voor de bescherming van de consument van belang is het vraagstuk van geschillen te behandelen; dat de lidstaten voor de beslechting van eventuele geschillen tussen klanten en leveranciers in passende en doelmatige klachten- en verhaalsprocedures dienen te voorzien, eventueel gebruik makend van bestaande procedures; (22) Overwegende dat met betrekking tot de toegang van de consumenten tot de justitie, met name tot de gerechtelijke instanties bij grensoverschrijdende geschillen, rekening dient te worden gehouden met de Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement "Naar meer doelmatigheid bij het verkrijgen en uitvoeren van rechterlijke beslissingen binnen de Europese Unie" [8]; [8] PB L 33 van 31.1.1998, blz. 3. (23) Overwegende dat het wenselijk is dat de lidstaten de publiekrechtelijke of privaatrechtelijke instanties die voor de buitengerechtelijke schikking van geschillen zijn opgericht aanmoedigen samen te werken teneinde grensoverschrijdende geschillen op te lossen; dat deze samenwerking met name zou kunnen beogen de consument in staat te stellen zich met klachten over in andere lidstaten gevestigde leveranciers te richten tot de buitengerechtelijke organen in de lidstaat waar hij woont; (24) Overwegende dat de Europese Gemeenschap en de lidstaten in het kader van de WTO-overeenkomst inzake de handel in diensten verbintenissen zijn aangegaan betreffende de mogelijkheid voor de consumenten om in het buitenland bancaire en investeringsdiensten aan te kopen; dat de GATS de lidstaten toestaat op bedrijfseconomische gronden maatregelen te nemen, onder andere ter bescherming van investoren, depositohouders, polishouders of personen jegens wie een verrichter van financiële diensten een fiduciaire verplichting heeft; dat dergelijke maatregelen geen verdergaande beperkingen mogen opleggen dan wat voor de bescherming van de consumenten noodzakelijk is, (25) (geschrapt) (26) Overwegende dat na de goedkeuring van deze richtlijn het toepassingsgebied van de richtlijnen 97/7/EG en 98/27/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 1998 betreffende het doen staken van inbreuken in het kader van de bescherming van de consumentenbelangen [9] dient te worden aangepast, [9] PB L 166 van 11 juni 1998, blz. 51. HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD: Artikel 1: Toepassingsgebied a) Deze richtlijn heeft tot doel de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten nader tot elkaar te brengen. b) Voor overeenkomsten betreffende financiële diensten die opeenvolgende verrichtingen omvatten, dan wel een reeks van in de tijd gespreide aparte verrichtingen, zijn de bepalingen van de onderhavige richtlijn slechts van toepassing op de eerste verrichting, zulks ongeacht de vraag of die verrichtingen krachtens de nationale wetgeving als onderdeel van slechts één overeenkomst dan wel van aparte overeenkomsten beschouwd worden. Artikel 2: Definities In deze richtlijn wordt verstaan onder: a) "overeenkomst op afstand": elke overeenkomst inzake financiële diensten tussen een leverancier en een consument die wordt gesloten in het kader van een door de leverancier georganiseerd systeem voor verkoop of dienstverlening op afstand waarbij voor deze overeenkomst tot en met de sluiting ervan uitsluitend gebruik gemaakt wordt van een of meer technieken voor communicatie op afstand; b) "financiële diensten": alle bancaire, verzekerings-, investerings- en betaaldiensten; b bis) "hypothecair krediet": elk krediet, ongeacht de garantie of zekerheid die ermee is verbonden, dat hoofdzakelijk bestemd is voor de aankoop of het behoud van eigendomsrechten op een perceel grond dan wel een opgetrokken of nog op te trekken gebouw of dat bedoeld is voor de renovatie of verbetering van een gebouw; c) "leverancier": iedere natuurlijke of rechtspersoon die, in het kader van zijn beroeps- of bedrijfsactiviteit, optreedt als daadwerkelijk verlener van diensten die het voorwerp vormen van overeenkomsten in de zin van deze richtlijn dan wel als tussenpersoon bij de levering van deze diensten of de sluiting op afstand van een overeenkomst tussen de partijen; d) "consument": iedere natuurlijke persoon die bij overeenkomsten in de zin van deze richtlijn handelt voor doeleinden die buiten zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit vallen; e) "techniek voor communicatie op afstand": ieder middel dat, zonder gelijktijdige fysieke aanwezigheid van leverancier en consument, kan worden gebruikt voor de verkoop op afstand van een dienst tussen deze partijen; f) "duurzame drager": elk hulpmiddel dat de consument in staat stelt om persoonlijk en specifiek aan hem gerichte informatie op te slaan, met name computerdiskettes, cd-roms en de harde schijf van de computer van de consument voor de opslag van elektronische boodschappen; g) "exploitant of leverancier van een communicatietechniek": iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon, publiekrechtelijk of privaatrechtelijk, wiens beroepsactiviteit inhoudt een of meer technieken voor communicatie op afstand aan leveranciers ter beschikking te stellen. Artikel 3 : Voorlichting van de consument vóór de sluiting van de overeenkomst 1. De consument moet tijdig voor de sluiting van de overeenkomst over de volgende inlichtingen beschikken: a) identiteit en adres van de leverancier en van een eventuele vertegenwoordiger van de leverancier in het land waar de consument woont en tot wie hij zich kan wenden; b) een beschrijving van de hoofdkenmerken van de financiële dienst; c) de totale prijs van de financiële dienst, inclusief alle belastingen; d) de wijze van betaling en van levering of uitvoering van de overeenkomst; e) de geldigheidsduur van de offerte of de prijs; f) indien de prijs tussen het tijdstip waarop de informatie wordt verstrekt en het tijdstip waarop de overeenkomst wordt gesloten kan schommelen, een verwijzing naar deze mogelijke schommelingen en gegevens aan de hand waarvan de consument de prijs op het tijdstip van ondertekening van de overeenkomst kan controleren; g) de kosten voor het gebruik van de techniek voor communicatie op afstand, indien deze op een andere grondslag dan het basistarief wordt berekend; h) het bestaan, de duur, de voorwaarden en regelingen voor de uitoefening van het in artikel 4 bedoelde herroepingsrecht; i) het ontbreken van een herroepingsrecht voor de in artikel 4, lid 1, tweede alinea, bedoelde financiële diensten; j) het in artikel 5, lid 1, sub a), bedoelde bedrag dan wel, in het in artikel 5, lid 1, sub b), bedoelde geval, het bedrag dat wordt gebruikt als basis voor de berekening van de prijs die de consument moet betalen indien hij gebruik maakt van zijn herroepingsrecht; k) de eventuele minimumduur van de overeenkomst, bij overeenkomsten voor de levering van permanente of periodieke financiële diensten; l) inlichtingen betreffende de opzegging van de overeenkomst; m) het voor de overeenkomst geldende recht, indien een bepaling van de overeenkomst een ander recht dan dat van de woonplaats van de consument voor geldend verklaart; n) de bevoegde rechtbanken bij een geschil, indien de overeenkomst een bepaling bevat die andere rechtbanken dan die van de woonplaats van de consument voor geschillen bevoegd verklaart, zonder afbreuk te doen aan het Verdrag van Brussel; o) inlichtingen over de bevoegde toezichthoudende autoriteit, indien de leverancier aan een dergelijk toezicht onderworpen is; p) buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures. Daarentegen: - hoeven voor de in Richtlijn 92/49/EEG bedoelde diensten, zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van artikel 43 van deze richtlijn, slechts de onder c), d), e), f), g), h), i), j), k), l) en p) bedoelde inlichtingen te worden verstrekt; - hoeven voor de in Richtlijn 92/96/EEG bedoelde diensten, zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van artikel 31 en bijlage 2 van deze richtlijn, slechts de onder c), e), f), g), j) en o) bedoelde inlichtingen te worden verstrekt; - hoeven voor de in Richtlijn 85/611/EEG bedoelde diensten, zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van de artikelen 27 tot en met 35 en 44 tot en met 47 alsmede de bijlagen A en B van deze richtlijn, slechts de onder g), i), m), n), o) en p) bedoelde inlichtingen te worden verstrekt; - hoeven voor de in Richtlijn 89/298/EEG bedoelde diensten, zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van de artikelen 7 tot en met 18 en artikel 21 van deze richtlijn, slechts de onder g), i), m), n), o) en p) bedoelde inlichtingen te worden verstrekt; - hoeven voor de in Richtlijn 93/22/EEG bedoelde diensten, zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van artikel 11 van deze richtlijn, slechts de onder e), f), g), h), i), j), m), n), o) en p) bedoelde inlichtingen te worden verstrekt. 2. De in lid 1 bedoelde inlichtingen, waaruit het commerciële doel ondubbelzinnig moet blijken, moeten met behulp van een middel dat passend is voor de gebruikte techniek voor communicatie op afstand op duidelijke en begrijpelijke wijze worden meegedeeld, met name rekening houdend met de beginselen van goede trouw bij handelstransacties en de beginselen inzake de bescherming van handelingsonbekwame personen, zoals minderjarigen, al naargelang hun nationale wetgeving. 3. geschrapt 4. geschrapt Artikel 3 bis : Mededeling van de contractvoorwaarden en voorafgaande informatie 1. Zodra de overeenkomst is gesloten, verstrekt de leverancier aan de consument, schriftelijk of op een voor de consument toegankelijke en leesbare duurzame drager, alle contractvoorwaarden alsmede de in artikel 3, lid 1, bedoelde inlichtingen, in een duidelijke en begrijpelijke vorm. 2. De leverancier wordt van deze verplichting ontslagen indien hij vóór de ondertekening van de overeenkomst de contractvoorwaarden en de in artikel 3, lid 1, bedoelde inlichtingen schriftelijk of op een duurzame drager aan de consument heeft meegedeeld 3. De vorm waarin de voorwaarden worden verstrekt, wordt door de partijen onderling overeengekomen. Artikel 4: Recht van herroeping na sluiting van de overeenkomst 1. De lidstaten kennen de consument een herroepingsrecht van 14 tot 30 dagen toe, zonder betaling van een boete en zonder opgave van redenen, dat kan verschillen naargelang de betrokken financiële dienst; a) te rekenen vanaf de sluiting van de overeenkomst indien de contractvoorwaarden en de in artikel 3, lid 1, bedoelde inlichtingen overeenkomstig artikel 3, lid 2, vóór de sluiting van de overeenkomst aan de consument zijn verstrekt; b) indien de overeenkomst op uitdrukkelijk verzoek van de consument is gesloten vooraleer de contractvoorwaarden en de in artikel 3; lid 1, bedoelde inlichtingen aan hem waren verstrekt, geldt het herroepingsrecht vanaf de dag van ontvangst van deze inlichtingen dan wel de laatste van deze inlichtingen overeenkomstig artikel 3 bis, lid 1. Indien de leverancier de herroepingstermijn respecteert die vastgesteld is in de wetgeving van de lidstaat waarin hij is gevestigd, dan hoeft hij geen rekening te houden met een daarvan verschillende herroepingstermijn in de lidstaat waar de consument woont. 1 bis Het herroepingsrecht geldt niet voor overeenkomsten: a) betreffende valutadiensten; b) betreffende de ontvangst, overbrenging en/of uitvoering van opdrachten en van diensten op het gebied van of verband houdend met de volgende financiële producten: - geldmarktinstrumenten - overdraagbare effecten - icbe's en andere collectieve beleggingsregelingen - financiële futures en opties - wisselkoers- en rentevoetinstrumenten waarvan de prijs gebonden is aan schommelingen op de financiële markt waarop de leverancier geen vat heeft; c) betreffende niet-levensverzekeringen voor een duur van minder dan 2 maanden; d) overeenkomsten die volledig zijn uitgevoerd voordat de consument van zijn herroepingsrecht gebruik maakt. 1 ter Inzake onroerend krediet kunnen de lidstaten bepalen dat het herroepingsrecht niet meer door de consument kan worden ingeroepen: - indien het bedrag van de financiering met zijn instemming aan de verkoper van het onroerend goed dan wel aan diens vertegenwoordiger is overgemaakt; - zodra een notariële akte betreffende een hypothecair krediet waarbij hij partij is op geldige en wettige wijze verleden is. De lidstaten kunnen echter bepalen dat de consument voor kredieten op basis van hypotheekverplichtingen geen gebruik kan maken van het in lid 1 bedoelde herroepingsrecht. 2. Wanneer de consument er door de leverancier op oneerlijke manier toe is aangezet de overeenkomst te sluiten, kan de overeenkomst worden opgezegd, met alle wettelijke gevolgen die daaruit krachtens het op de overeenkomst toepasselijke recht voortvloeien, zulks zonder afbreuk te doen aan het herroepingsrecht of het recht van de consument op vergoeding uit hoofde van het nationaal recht voor eventuele schade die hij zou hebben geleden. De mededeling door de leverancier aan de consument van objectieve informatie betreffende de prijs van de financiële dienst die afhankelijk is van schommelingen op de markt geldt niet als oneerlijk aanzetten in de zin van deze bepaling. 3. De consument oefent zijn herroepingsrecht uit door de herroeping schriftelijk of op een voor de leverancier toegankelijke en leesbare duurzame drager mee te delen. 4. (geschrapt) 5. De overige juridische gevolgen en de voorwaarden voor herroeping worden geregeld overeenkomstig het recht dat op de overeenkomst van toepassing is. Artikel 5: Uitvoering van de overeenkomst en betaling van de voorafgaand aan de herroeping geleverde diensten -1 De leverancier mag voordat de in artikel 4, lid 1, bedoelde termijn is verlopen niet met de uitvoering van de overeenkomst beginnen, tenzij de consument daar uitdrukkelijk mee instemt. 1. Indien de consument gebruik maakt van het herroepingsrecht waarover hij krachtens artikel 4, lid 1, beschikt, dan is hij slechts verplicht tot zo spoedig mogelijke betaling van: a) hetzij een forfaitair bedrag dat overeenstemt met de prijs van de financiële dienst die de leverancier daadwerkelijk heeft geleverd voordat de consument van zijn herroepingsrecht gebruik maakt, ongeacht het tijdstip waarop deze herroeping plaatsvindt; b) hetzij, indien het bedrag van de daadwerkelijk door de leverancier geleverde dienst afhangt van het tijdstip waarop de consument van zijn herroepingsrecht gebruik heeft gemaakt, een bedrag aan de hand waarvan de consument de te betalen prijs kan berekenen naar rata van de tijdspanne tussen de dag waarop de overeenkomst is gesloten en de dag waarop hij van zijn herroepingsrecht gebruik maakt. In de onder a) en b) bedoelde gevallen mag het te betalen bedrag niet zo hoog zijn dat het een boete kan uitmaken. 2. Indien de leverancier niet kan bewijzen dat de consument daadwerkelijk van deze prijs op de hoogte is gebracht, kan de leverancier geen enkel bedrag van de consument vorderen wanneer deze van zijn herroepingsrecht gebruik maakt. 3. De leverancier betaalt aan de consument zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen dertig dagen alle bedragen terug die hij bij de sluiting van de overeenkomst op afstand van hem heeft ontvangen, met uitzondering van de in lid 1 bedoelde bedragen. Artikel 6 geschrapt Artikel 7 geschrapt Artikel 8: Niet beschikbaar zijn van de dienst 1. Zonder afbreuk te doen aan de regels van het burgerlijk recht van de lidstaten inzake niet-uitvoering van overeenkomsten stelt de leverancier, indien de financiële dienst waarop de overeenkomst betrekking heeft in zijn geheel of gedeeltelijk niet beschikbaar is, de consument daar dadelijk van op de hoogte. 2. Is de financiële dienst helemaal niet beschikbaar, dan betaalt de leverancier dadelijk, en uiterlijk binnen dertig dagen, alle door de consument betaalde bedragen terug. 3. Is de financiële dienst gedeeltelijk niet beschikbaar, dan mag de overeenkomst alleen met uitdrukkelijke instemming van de consument en de leverancier worden uitgevoerd. Bij gebrek aan deze uitdrukkelijke instemming betaalt de leverancier dadelijk, en uiterlijk binnen dertig dagen, de door de consument betaalde bedragen terug. Indien de dienstverlening slechts gedeeltelijk wordt uitgevoerd, betaalt de leverancier aan de consument alle bedragen terug die betrekking hebben op het niet-uitgevoerde deel, zulks dadelijk en uiterlijk binnen dertig dagen. Artikel 8 bis : Betaling met betaalkaart De lidstaten zorgen voor passende maatregelen waardoor de consument: - om annulering van een betaling kan vragen in geval van frauduleus gebruik van zijn betaalkaart in het kader van onder deze richtlijn vallende overeenkomsten; - in geval van frauduleus gebruik de betaalde bedragen terugbetaald krijgt. Artikel 8 ter: Teruggave van originele documenten Wanneer de consument gebruik maakt van de rechten waarover hij krachtens artikel 4, lid 1, beschikt, alsmede in de onder artikel 8 bedoelde gevallen, stuurt de consument alle originele contractdocumenten waarop de handtekening van de leverancier voorkomt en die hij bij de ondertekening van de overeenkomst heeft ontvangen, dadelijk aan de leverancier terug. Artikel 9: Ongevraagde diensten Zonder afbreuk te doen aan eventuele wetgeving van de lidstaten betreffende de stilzwijgende verlenging van overeenkomsten nemen de lidstaten de nodige maatregelen om: - de levering op afstand van financiële diensten aan een consument zonder voorafgaand verzoek van deze laatste te verbieden indien deze levering een verzoek om onmiddellijke dan wel uitgestelde betaling omvat; - de consument vrij te stellen van elke verplichting in geval van niet-gevraagde levering, waarbij het feit dat de consument niet reageert niet betekent dat hij met de levering instemt. Artikel 10: Ongevraagde mededelingen 1. Voor het gebruik van de volgende technieken door een leverancier is de voorafgaande instemming van de consument vereist: - geautomatiseerde oproepsystemen zonder menselijke tussenkomst (oproepautomaten); - fax. 2. De lidstaten waken erover dat andere dan de in lid 1 genoemde technieken voor communicatie op afstand, indien daarmee een individuele communicatie tot stand kan worden gebracht, a) niet toegestaan zijn behalve met instemming van de betrokken consumenten b) slechts mogen worden gebruikt indien de consument daar kennelijk geen bezwaar tegen heeft. 3. De in de leden 1 en 2 bedoelde maatregelen mogen geen kosten voor de consumenten met zich brengen. 4. Bij telefoongesprekken moeten de identiteit van de leverancier en het commerciële doel van het gesprek duidelijk worden meegedeeld bij het begin van elk gesprek met de consument 5. De lidstaten voorzien in passende, doeltreffende en evenredige sancties voor inbreuken door de leverancier op de bepalingen van artikel 10. Daartoe kunnen zij met name erop toezien dat de consument de overeenkomst op elk moment kan opzeggen, zonder kosten en zonder betaling van een boete. Artikel 11: Dwingend karakter van de bepalingen van de richtlijn 1. De consument kan geen afstand doen van de rechten die hem krachtens deze richtlijn worden toegekend. 2. geschrapt 3. De consument kan de door deze richtlijn geboden bescherming niet worden ontzegd indien op de overeenkomst het recht van een derde land van toepassing is, mits enerzijds de consument op het grondgebied van een van de lidstaten van de Europese Gemeenschap woonachtig is en er anderzijds een nauwe band bestaat tussen de overeenkomst en de Gemeenschap. Artikel 12: Gerechtelijk of administratief beroep 1. De lidstaten zorgen met het oog op de beslechting van geschillen tussen een consument en een leverancier voor passende en doeltreffende klacht- en verhaalsprocedures. 2. De in lid 1 bedoelde procedures omvatten bepalingen volgens welke een of meer van onderstaande, naar nationaal recht bepaalde, instanties zich overeenkomstig het nationale recht tot de bevoegde rechterlijke of administratieve instanties kunnen wenden om de nationale bepalingen ter uitvoering van deze richtlijn te doen toepassen: a) overheidsinstanties of hun vertegenwoordigers; b) consumentenorganisaties die een legitiem belang hebben bij de bescherming van de consument; c) beroepsorganisaties die een legitiem belang hebben bij een optreden in rechte. 3. geschrapt 4. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de exploitanten en leveranciers van technieken voor communicatie op afstand, indien dit technisch mogelijk is en op basis van een aan hen betekende rechterlijke beslissing, een administratief besluit of een besluit van een controle-instantie, een einde maken aan praktijken die niet stroken met de bepalingen van deze richtlijn. Artikel 12 bis: Buitengerechtelijk beroep De lidstaten moedigen de buitengerechtelijke instanties die voor de buitengerechtelijke schikking van geschillen zijn opgericht ertoe aan samen te werken teneinde grensoverschrijdende geschillen op te lossen. Artikel 13: Bewijslast De bewijslast met betrekking tot de naleving van de verplichtingen inzake voorlichting van de consument door de leverancier en met betrekking tot de instemming van de consument met de sluiting van de overeenkomst en eventueel met de uitvoering ervan rust op de leverancier. Een contractvoorwaarde die de bewijslast voor de naleving door de leverancier van een deel van dan wel alle verplichtingen die krachtens deze richtlijn op de leverancier rusten, bij de consument legt, geldt als een oneerlijk beding in de zin van Richtlijn 93/13/EEG [10]. [10] PB L 95 van 21.4.1993, blz. 29. Artikel 14 : Richtlijn 90/619/EEG geschrapt Artikel 15 : Richtlijn 97/7/EG Richtlijn 97/7/EG wordt als volgt gewijzigd: 1. De tekst van artikel 3, lid 1, eerste streepje, wordt vervangen door de volgende tekst: «- betreffende de financiële diensten waarop Richtlijn . ./. . ./EG van het Europees Parlement en de Raad (*)van toepassing is. (*) PB L . . .» 2. Bijlage II bij deze richtlijn wordt geschrapt. Artikel 16 : Richtlijn 98/27/EG Aan de bijlage bij Richtlijn 98/27/EG wordt het volgende punt 10 toegevoegd: «10. Richtlijn . ./. . ./EG van het Europees Parlement en de Raad van . inzake de verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten (*). (*) PB L . . .» Artikel 17 : Omzetting 1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om vóór 30 juni 2002 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan dadelijk in kennis. In de bepalingen die de lidstaten aannemen, dan wel bij de officiële bekendmaking ervan, wordt naar deze richtlijn verwezen. De regels voor deze verwijzing worden door de lidstaten vastgesteld. 2. De lidstaten delen de Commissie de tekst mee van de bepalingen van intern recht die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen. Zij laten deze mededeling vergezeld gaan van een tabel waarin de met betrekking tot elk artikel van deze richtlijn bestaande of ingevoerde nationale bepalingen zijn weergegeven. Artikel 18 : Inwerkingtreding Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Artikel 19 : Adressaten Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten. Brussel, Voor het Europees Parlement Voor de Raad De Voorzitter De Voorzitter