Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32000R1925

Verordening (EG) nr. 1925/2000 van de Commissie van 11 september 2000 tot vaststelling van de ontstaansfeiten van de wisselkoersen die moeten worden toegepast voor de berekening van bepaalde bedragen die gelden in het kader van de mechanismen van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijproducten en producten van de aquacultuur

PB L 230 van 12.9.2000, pp. 7–9 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

Dit document is verschenen in een speciale editie. (CS, ET, LV, LT, HU, MT, PL, SK, SL, BG, RO, HR)

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 31/12/2013; opgeheven door 32013R1420

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2000/1925/oj

32000R1925

Verordening (EG) nr. 1925/2000 van de Commissie van 11 september 2000 tot vaststelling van de ontstaansfeiten van de wisselkoersen die moeten worden toegepast voor de berekening van bepaalde bedragen die gelden in het kader van de mechanismen van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijproducten en producten van de aquacultuur

Publicatieblad Nr. L 230 van 12/09/2000 blz. 0007 - 0009


Verordening (EG) nr. 1925/2000 van de Commissie

van 11 september 2000

tot vaststelling van de ontstaansfeiten van de wisselkoersen die moeten worden toegepast voor de berekening van bepaalde bedragen die gelden in het kader van de mechanismen van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijproducten en producten van de aquacultuur

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2799/98 van de Raad van 15 december 1998 tot vaststelling van het agromonetaire stelsel voor de euro(1), en met name op artikel 3, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Alle specifieke definities van ontstaansfeiten van de wisselkoersen voor de berekeningen in het kader van de mechanismen waarin is voorzien bij Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad van 17 december 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijproducten en producten van de aquacultuur(2) moeten worden samengebracht in één enkele verordening.

(2) Bij Verordening (EG) nr. 104/2000 is een aantal wijzigingen aangebracht in de steunregeling voor producentenorganisaties, met name door de invoering van werkprogramma's en door wijzigingen in de steunregeling voor de particuliere opslag. De vorige uitvoeringsverordening, Verordening (EG) nr. 3516/93 van de Commissie(3), gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 963/1999(4), bevat geen bepalingen inzake de wisselkoersen die voor deze nieuwe regelingen moeten worden toegepast. Daarom moet Verordening (EG) nr. 3516/93 worden vervangen door deze verordening.

(3) Mede vanwege de herziene agromonetaire regelingen waarin is voorzien bij Verordening (EG) nr. 2799/98 moet Verordening (EG) nr. 3516/93 worden vervangen, daar de verwijzingen naar de landbouwomrekeningskoers niet langer relevant zijn.

(4) Het ontstaansfeit voor de financiële vergoeding en dat voor de steun voor verkoopuitstel moeten in overeenstemming zijn met de ontstaansfeiten voor de ophoudprijzen en de andere bedragen die bij de berekening ervan in aanmerking worden genomen.

(5) De mogelijkheid voor producentenorganisaties om bij de toepassing van de ophoudprijs en andere prijzen in het kader van de gemeenschappelijke marktordening voor visserijproducten en producten van de aquacultuur een tolerantiemarge te hanteren, is beperkt doordat de lidstaat van het niveau van de gewijzigde prijs in kennis moet worden gesteld ten minste twee dagen voordat deze prijs van toepassing wordt. De producentenorganisaties moeten derhalve de wisselkoers voor deze prijzen kennen vóór het begin van de periode waarvoor deze koers zal gelden, om te kunnen voldoen aan deze verplichting om de bevoegde instanties vooraf te informeren. Als ontstaansfeit moet derhalve een tijdstip worden bepaald dat voorafgaat aan de periode waarvoor het van toepassing is.

(6) Er moet een ontstaansfeit worden vastgesteld voor de financiële vergoeding voor de werkprogramma's. Dat moet de eerste dag van het visseizoen zijn, zodat de producentenorganisatie het niveau van de steun van tevoren kan kennen.

(7) Er moet een ontstaansfeit worden vastgesteld voor de wisselkoers die moet worden toegepast op de verschillende prijzen die aan de Commissie worden meegedeeld in het kader van de gemeenschappelijke marktordening. Dit ontstaansfeit moet betrekking hebben op één enkele dag van de periode waarvoor de prijs wordt berekend. Daar in de praktijk achteraf van deze informatie gebruik wordt gemaakt, dient de laatste dag van de periode waarvoor de prijs wordt berekend als ontstaansfeit te worden aangehouden.

(8) De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor visserijproducten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bij deze verordening worden de ontstaansfeiten vastgesteld voor de wisselkoersen die moeten worden gehanteerd voor de steunregelingen die zijn ingesteld bij Verordening (EG) nr. 104/2000.

De toe te passen wisselkoers is de meest recente aan de datum van het ontstaansfeit voorafgaande wisselkoers die door de Europese Centrale Bank (ECB) is vastgesteld, zoals bepaald in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 2808/98 van de Commissie(5).

Artikel 2

Voor de visserijsector is het ontstaansfeit van de wisselkoers voor de berekening van de ophoudprijs en de met die prijs samenhangende bedragen, die zijn bepaald in bijlage I, de tweeënwintigste dag van de maand vóór die waarin de verrichting heeft plaatsgevonden.

Artikel 3

Het ontstaansfeit voor de wisselkoers die moet worden toegepast voor de in artikel 21 van Verordening (EG) nr. 104/2000 bedoelde financiële vergoeding, is de tweeëntwintigste dag van de maand vóór die waarin de verrichting heeft plaatsgevonden.

Artikel 4

Het ontstaansfeit voor de wisselkoers die moet worden toegepast voor de in artikel 23 van Verordening (EG) nr. 104/2000 bedoelde steun voor verkoopuitstel, voor de in artikel 24, lid 4, van dezelfde verordening bedoelde forfaitaire steun en voor de in artikel 25 van dezelfde verordening bedoelde steun voor particuliere opslag is de tweeëntwintigste dag van de maand vóór die waarin de opgeslagen producten uit de markt zijn genomen.

Artikel 5

Het ontstaansfeit voor de wisselkoers die moet worden toegepast voor de financiële vergoeding voor werkprogramma's, als bedoeld in artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 104/2000, is de laatste dag van het visseizoen waarvoor het werkprogramma is vastgesteld.

Artikel 6

Het ontstaansfeit voor de wisselkoers die moet worden toegepast voor de in artikel 27, lid 1, van Verordening (EG) nr. 104/2000 bedoelde compenserende vergoeding voor tonijn voor de conservenindustrie, is de tweede dag van de maand waarin het product wordt geleverd.

Artikel 7

In alle gevallen waarin een voorschot kan worden verstrekt in het kader van maatregelen waarin is voorzien bij Verordening (EG) nr. 104/2000, is het ontstaansfeit van de wisselkoers het feit dat correspondeert met de genomen maatregel, zoals bepaald in de artikelen 2 tot en met 6.

Artikel 8

Het ontstaansfeit voor de gemiddelde marktprijzen die worden meegedeeld krachtens Verordening (EEG) nr. 2210/93 van de Commissie(6), is de wisselkoers die geldt op de laatste dag van de periode waarvoor de prijs wordt berekend.

Artikel 9

Verordening (EG) nr. 3516/93 wordt hierbij ingetrokken.

Verwijzingen naar de ingetrokken Verordening (EG) nr. 3516/93 gelden als verwijzingen naar deze verordening en worden gelezen volgens de in bijlage II opgenomen concordantietabel.

Artikel 10

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2001.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 11 september 2000.

Voor de Commissie

Franz Fischler

Lid van de Commissie

(1) PB L 349 van 24.12.1998, blz. 1.

(2) PB L 17 van 21.1.2000, blz. 22.

(3) PB L 320 van 22.12.1993, blz. 10.

(4) PB L 119 van 7.5.1999, blz. 26.

(5) PB L 349 van 24.12.1998, blz. 36.

(6) PB L 197 van 6.8.1993, blz. 8.

BIJLAGE I

1. Communautaire ophoudprijs, als bedoeld in artikel 20, lid 1, van Verordening (EG) nr. 104/2000.

2. Communautaire verkoopprijs, als bedoeld in artikel 22 van Verordening (EG) nr. 104/2000.

3. Forfaitaire waarde waarmee de financiële vergoeding wordt verminderd, als bedoeld in artikel 21, lid 5, van Verordening (EG) nr. 104/2000.

4. Eenheidsbedrag van de communautaire steun voor verkoopuitstel, als bedoeld in artikel 23 van Verordening (EG) nr. 104/2000.

5. Eenheidsbedrag van de forfaitaire steun voor autonome ophoudmaatregelen, als bedoeld in artikel 24, lid 4, van Verordening (EG) nr. 104/2000.

6. Communautaire verkoopprijs voor de steun voor particuliere opslag, als bedoeld in artikel 25, lid 1, van Verordening (EG) nr. 104/2000.

BIJLAGE II

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Top