Use quotation marks to search for an "exact phrase". Append an asterisk (*) to a search term to find variations of it (transp*, 32019R*). Use a question mark (?) instead of a single character in your search term to find variations of it (ca?e finds case, cane, care).
2007/843/EC: Commission Decision of 11 December 2007 concerning approval of Salmonella control programmes in breeding flocks of Gallus gallus in certain third countries in accordance with Regulation (EC) No 2160/2003 of the Eurpoean Parliament and of the Council and amending Decision 2006/696/EC, as regards certain public health requirements at import of poultry and hatching eggs (notified under document number C(2007) 6094) (Text with EEA relevance)
2007/843/EG: Beschikking van de Commissie van 11 december 2007 tot goedkeuring van programma’s ter bestrijding van salmonella bij vermeerderingskoppels van Gallus gallus in bepaalde derde landen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Beschikking 2006/696/EG wat betreft bepaalde volksgezondheidsvoorschriften bij de invoer van pluimvee en broedeieren (Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 6094) (Voor de EER relevante tekst)
2007/843/EG: Beschikking van de Commissie van 11 december 2007 tot goedkeuring van programma’s ter bestrijding van salmonella bij vermeerderingskoppels van Gallus gallus in bepaalde derde landen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Beschikking 2006/696/EG wat betreft bepaalde volksgezondheidsvoorschriften bij de invoer van pluimvee en broedeieren (Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 6094) (Voor de EER relevante tekst)
PB L 332 van 18.12.2007, pp. 81–100
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Dit document is verschenen in een speciale editie.
(HR)
⏵Dit document is verschenen in een speciale editie.
(HR)
Bijzondere uitgave in het Kroatisch: Hoofdstuk 03 Deel 017 blz. 240 - 259
In force: This act has been changed. Current consolidated version: 01/05/2011
tot goedkeuring van programma’s ter bestrijding van salmonella bij vermeerderingskoppels van Gallus gallus in bepaalde derde landen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Beschikking 2006/696/EG wat betreft bepaalde volksgezondheidsvoorschriften bij de invoer van pluimvee en broedeieren
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 6094)
(Voor de EER relevante tekst)
(2007/843/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake de bestrijding van salmonella en andere specifieke door voedsel overgedragen zoönoseverwekkers (1), en met name op artikel 10, lid 2,
Gelet op Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (2), en met name op artikel 9,
Gelet op Verordening (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (3), en met name op artikel 11, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)
Bij Verordening (EG) nr. 2160/2003 worden voorschriften voor de bestrijding van salmonella bij diverse pluimveepopulaties in de lidstaten vastgesteld. De voorschriften gelden voor de lidstaten vanaf de in bijlage I bij die verordening vermelde data, met name 18 maanden nadat een doelstelling voor de vermindering van de prevalentie van salmonella is vastgelegd.
(2)
Voor die vermindering geldt een doelstelling voor vermeerderingskoppels van Gallus gallus vanaf 1 juli 2005 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1003/2005 van de Commissie (4), voor legkippen vanaf 1 augustus 2006 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1168/2006 (5) en voor slachtkuikens vanaf 1 juli 2007 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 646/2007.
(3)
Canada, Israël, Tunesië en de Verenigde Staten hebben hun programma’s ter bestrijding van salmonella bij fokpluimvee van Gallus gallus, broedeieren daarvan en voor de fok bestemde eendagskuikens van Gallus gallus bij de Commissie ingediend. Aangezien werd geconstateerd dat deze programma’s garanties bieden die gelijkwaardig zijn aan de door Verordening (EG) nr. 2160/2003 geboden garanties, moeten zij worden goedgekeurd.
(4)
Beschikking 2006/696/EG van de Commissie van 28 augustus 2006 tot vaststelling van een lijst van derde landen waaruit pluimvee, broedeieren, eendagskuikens, vlees van pluimvee, loopvogels en vrij vederwild, eieren en eiproducten en van specifieke pathogenen vrije eieren (SPF-eieren) kunnen worden ingevoerd in en doorgevoerd door de Gemeenschap en van de toepasselijke voorschriften inzake veterinaire certificering en tot wijziging van de Beschikkingen 93/342/EEG, 200/585/EG en 2003/812/EG (6) heeft betrekking op de invoer in en de doorvoer door de Gemeenschap van met name fok- en gebruikspluimvee, broedeieren en eendagskuikens en bevat een lijst van derde landen waaruit de lidstaten de desbetreffende dieren en broedeieren mogen invoeren.
(5)
Krachtens Verordening (EG) nr. 2160/2003 hangt de toelating of handhaving op de in de communautaire regelgeving opgenomen lijsten van derde landen waaruit de lidstaten de desbetreffende onder die verordening vallende dieren of broedeieren mogen invoeren, af van de indiening door het betrokken derde land bij de Commissie van een programma dat gelijkwaardig is aan de door de lidstaten vast te stellen nationale programma’s ter bestrijding van salmonella en van de goedkeuring ervan door de Commissie.
(6)
Als gevolg van de goedkeuring van de programma’s moeten Canada, Israël, Tunesië en de Verenigde Staten worden gehandhaafd op de in Beschikking 2006/696/EG opgenomen lijst van derde landen waaruit de lidstaten fokpluimvee van Gallus gallus, broedeieren daarvan en voor de fok bestemde eendagskuikens van Gallus gallus mogen invoeren.
(7)
Bepaalde andere derde landen die momenteel in de lijst van Beschikking 2006/696/EG zijn opgenomen, hebben nog geen programma ter bestrijding van salmonella bij de Commissie ingediend. Daar in de Gemeenschap reeds voorschriften gelden voor fokpluimvee van Gallus gallus, broedeieren daarvan en voor de fok bestemde eendagskuikens van Gallus gallus, mag de invoer van dergelijk pluimvee en dergelijke eieren uit die derde landen dan ook niet langer worden toegestaan. De in bijlage I, deel 1, bij Beschikking 2006/696/EG opgenomen lijst van derde landen of delen daarvan moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.
(8)
Om garanties te bieden die gelijkwaardig zijn aan die van de voorschriften in de Gemeenschap, moeten derde landen waaruit de lidstaten fok- en gebruikspluimvee van Gallus gallus, broedeieren daarvan en eendagskuikens van Gallus gallus mogen invoeren, verklaren dat het programma ter bestrijding van salmonella is toegepast op het koppel van herkomst en dat dat koppel is getest op de aanwezigheid van salmonellaserotypen die van belang zijn voor de volksgezondheid, zodra de voorschriften van toepassing zijn op de verschillende pluimveepopulaties in de Gemeenschap.
(9)
Bovendien mogen koppels van Gallus gallus krachtens Verordening (EG) nr. 2160/2003 sinds 1 januari 2007 in de Gemeenschap niet voor fokdoeleinden worden gebruikt en mogen de eieren daarvan niet als broedeieren worden gebruikt indien zij besmet zijn met Salmonella Enteritidis en/of Salmonella Typhimurium. Daarom mag de invoer van fokpluimvee, voor de fok bestemde eendagskuikens en broedeieren in de Gemeenschap slechts worden toegestaan indien de koppels van herkomst werden getest en vrij van Salmonella Enteritidis en Salmonella Typhimurium waren.
(10)
Bij Verordening (EG) nr. 1177/2006 van de Commissie van 1 augustus 2006 ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft voorschriften voor het gebruik van specifieke bestrijdingsmethoden in het kader van de nationale programma’s voor de bestrijding van salmonella bij pluimvee (7) zijn voorschriften vastgesteld voor het gebruik van antimicrobiële stoffen en vaccins in het kader van de nationale bestrijdingsprogramma’s die krachtens Verordening (EG) nr. 2160/2003 worden goedgekeurd.
(11)
Derde landen waaruit de lidstaten fok- en gebruikspluimvee van Gallus gallus, broedeieren en eendagskuikens van Gallus gallus mogen invoeren, moeten verklaren dat de specifieke voorschriften van Verordening (EG) nr. 1177/2006 voor het gebruik van antimicrobiële stoffen en vaccins zijn toegepast zodra de voorschriften van toepassing zijn op de verschillende pluimveepopulaties in de Gemeenschap. Indien bij eendagskuikens antimicrobiële stoffen zijn gebruikt voor andere doeleinden dan de bestrijding van salmonella, moet dit ook in het certificaat worden vermeld omdat het gebruik daarvan de test op salmonella bij invoer kan beïnvloeden.
(12)
De modellen van veterinaire certificaten voor de invoer van fok- en gebruikspluimvee, eendagskuikens en broedeieren in Beschikking 2006/696/EG moeten dienovereenkomstig worden gewijzigd. Om te vermijden dat opnieuw wijzigingen in de modellen van veterinaire certificaten moeten worden aangebracht op het moment dat de invoerbepalingen van Verordening (EG) nr. 2160/2003 van toepassing worden op gebruikspluimvee en niet voor de fok bestemde eendagskuikens, moeten de modellen van veterinaire certificaten ook voor de invoer van die dieren worden gewijzigd, met duidelijke opgave van het tijdstip waarop die wijzigingen van toepassing worden op de verschillende populaties.
(13)
Bulgarije en Roemenië zijn op 1 januari 2007 tot de Europese Unie toegetreden. Vanaf die datum zijn de bepalingen van Beschikking 2006/696/EG inzake het intracommunautaire handelsverkeer van toepassing op die nieuwe lidstaten. Bulgarije en Roemenië moeten derhalve worden geschrapt van de in deel 1 van de bijlagen I en II bij Beschikking 2006/696/EG opgenomen lijsten van derde landen waaruit invoer door de lidstaten is toegestaan.
(14)
Om verstoring van het handelsverkeer te vermijden, moet het gebruik van overeenkomstig Beschikking 2006/696/EG afgegeven veterinaire certificaten in de huidige formulering worden toegestaan gedurende een periode van zestig dagen na de datum van toepassing van deze beschikking.
(15)
Om echter te vermijden dat opnieuw wijzigingen in de modellen van veterinaire certificaten moeten worden aangebracht op het moment dat de invoerbepalingen van Verordening (EG) nr. 2160/2003 van toepassing worden op legkippen en slachtkuikens van Gallus gallus, moeten de modellen van veterinaire certificaten ook voor de invoer van die dieren worden gewijzigd, met duidelijke opgave van het tijdstip waarop die wijzigingen van toepassing worden op de verschillende populaties. De datum van toepassing van deze wijzigingen moet derhalve voor zover nodig worden uitgesteld.
(16)
Beschikking 2006/696/EG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.
(17)
De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
De bestrijdingsprogramma’s die Canada, Israël, Tunesië en de Verenigde Staten overeenkomstig artikel 10, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2160/2003 hebben ingediend, worden goedgekeurd wat betreft salmonella bij vermeerderingskoppels.
Artikel 2
De bijlagen I en II bij Beschikking 2006/696/EG worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze beschikking.
Artikel 3
Zendingen van fok- of gebruikspluimvee met uitzondering van loopvogels, eendagskuikens met uitzondering van die van loopvogels en broedeieren van pluimvee met uitzondering van loopvogels waarvoor overeenkomstig Beschikking 2006/696/EG veterinaire certificaten zijn afgegeven in de versie die vóór de datum van toepassing van deze beschikking van toepassing was, mogen in de Gemeenschap worden ingevoerd gedurende een periode van zestig dagen na de datum van toepassing van deze beschikking.
Artikel 4
Deze beschikking is van toepassing met ingang van 15 februari 2008.
De punten II.2.5 van het modelcertificaat voor fok- of gebruikspluimvee met uitzondering van loopvogels en II.2.4 van het modelcertificaat voor eendagskuikens met uitzondering van die van loopvogels in bijlage I bij Beschikking 2006/696/EG, zoals gewijzigd bij deze beschikking, zijn van toepassing vanaf 1 januari 2009 als het gebruikspluimvee of de eendagskuikens uitsluitend bestemd zijn voor de productie van vlees.
in de afdeling met de subtitel „Aanvullende garanties (AG)” wordt het volgende toegevoegd:
„IV
:
Voor fokpluimvee van Gallus gallus, voor de fok bestemde eendagskuikens van Gallus gallus en broedeieren van Gallus gallus zijn overeenkomstig de EU-bepalingen inzake bestrijding van salmonella relevante garanties verstrekt, die respectievelijk overeenkomstig de modellen BPP, DOC en HEP moeten worden gecertificeerd.”
ii)
na de afdeling met de subtitel „Aanvullende garanties (AG)” wordt de volgende afdeling ingevoegd:
„Specifieke voorwaarden:
„A”
:
Verbod van invoer in de Gemeenschap van fokpluimvee van Gallus gallus, voor de fok bestemde eendagskuikens van Gallus gallus en broedeieren van Gallus gallus omdat geen programma ter bestrijding van salmonella overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2160/2003 bij de Commissie is ingediend of door haar is goedgekeurd.”
iii)
het model van veterinair certificaat voor fok- of gebruikspluimvee met uitzondering van loopvogels (BPP) wordt vervangen door:
„Model van veterinair certificaat voor fok- of gebruikspluimvee met uitzondering van loopvogels (BPP)
Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart dat het in dit certificaat beschreven pluimvee (1) aan de volgende voorwaarden voldoet:
II.1.1. het voldoet aan Richtlijn 90/539/EEG;
II.1.2. het heeft ten minste de laatste drie maanden of sedert het is uitgebroed indien het jonger is dan drie maanden, op het grondgebied met code … (2) verbleven. Indien het in het land van herkomst is ingevoerd, vond dit plaats overeenkomstig veterinaire voorschriften die ten minste even stringent zijn als de desbetreffende eisen van Richtlijn 90/539/EEG en van de op grond daarvan vastgestelde besluiten;
II.1.3. het komt uit het gebied met code … (2), dat, op de datum van afgifte van dit certificaat, vrij was van aviaire influenza en Newcastle disease als omschreven in Beschikking 93/342/EEG;
II.1.4. het is op de dag van afgifte van dit certificaat onderzocht en vertoonde geen klinische ziekteverschijnselen en werd er niet van verdacht te zijn besmet;;
II.1.5. het heeft sedert het is uitgebroed of ten minste de laatste zes weken vóór uitvoer verbleven in de in vak I.11 van deel I genoemde inrichting(en) die officieel is (zijn) erkend overeenkomstig voorschriften die ten minste gelijkwaardig zijn aan die welke zijn vastgesteld in bijlage II bij Richtlijn 90/539/EEG:
a) waarvan de erkenning niet is geschorst of ingetrokken;
b) waarvoor geen veterinairrechtelijke verbodsbepalingen gelden;
c) waaromheen zich in een gebied met een straal van 25 km dat, in voorkomend geval, ook grondgebied van een buurland kan omvatten, ten minste in de laatste 30 dagen geen enkele uitbraak van aviaire influenza of van Newcastle disease heeft voorgedaan;
II.1.6. het is in de onder II.1.5 genoemde periode niet in contact geweest met pluimvee dat niet aan de voorwaarden van dit certificaat voldoet, noch met wilde vogels;
II.1.7. het is afkomstig uit een koppel:
a) dat maximaal 24 uur voor het inladen is onderzocht en geen klinische ziekteverschijnselen vertoonde en er niet van werd verdacht te zijn besmet;
b) waarvoor een gezondheidsbewakingsprogramma is toegepast ten aanzien van
(3) hetzij [i) Salmonella pullorum, S. gallinarum et Mycoplasma gallisepticum (kippen);]
(3) en/of [ii) Salmonella arizonae, S. pullorum en S. gallinarum, Mycoplasma meleagridis en M. gallisepticum (kalkoenen);]
(3) en/of [iii) Salmonella pullorum en S. gallinarum (parelhoenders, kwartels, fazanten, patrijzen en eenden)]
overeenkomstig hoofdstuk III van bijlage II bij Richtlijn 90/539/EEG, waarbij is gebleken dat het koppel niet met deze agentia besmet is en er evenmin van verdacht wordt te zijn besmet;
(3) hetzij [c) dat niet is ingeënt tegen Newcastle disease;]
(3) of [dat tegen Newcastle disease is ingeënt met:
(naam en type (levend of geïnactiveerd) van de in het vaccin/de vaccins gebruikte NDV-stam)
op de leeftijd van … weken;]
(3) [d) dat met een officieel goedgekeurd vaccin is ingeënt op
(5) [II.2.1. de zending bestemd is voor een lidstaat of een gebied met de in artikel 12, lid 2, van Richtlijn 90/539/EEG genoemde status, is het in dit certificaat beschreven pluimvee:
a) niet ingeënt tegen Newcastle disease;
b) de laatste 14 dagen vóór verzending onder toezicht van een officiële dierenarts afgezonderd gehouden op het bedrijf of in een quarantainestation. In dit verband heeft op het bedrijf van herkomst of in het quarantainestation, naar gelang van het geval, geen pluimvee verbleven dat tegen Newcastle disease is ingeënt in de laatste 21 dagen vóór verzending, en is in die periode, met uitzondering van de voor verzending bestemde dieren, geen enkele vogel op het bedrijf of in het quarantainestation binnengebracht; bovendien zijn in het quarantainestation geen inentingen gedaan;
c) in de laatste 14 dagen vóór verzending negatief gebleken bij een serologische test op de aanwezigheid van antilichamen tegen Newcastle disease;]
II.2.2. aan de volgende aanvullende garanties, die door de lidstaat van bestemming zijn gevraagd overeenkomstig artikel 13 en/of artikel 14 van Richtlijn 90/539/EEG, is voldaan:
…;
(4) II.2.3. [wanneer het fokpluimvee bestemd is voor Finland of Zweden, heeft het negatief gereageerd op testen overeenkomstig Beschikking 2003/644/EG van de Commissie;]
(4) II.2.4. [wanneer de legkippen (gebruikspluimvee dat wordt gehouden voor de productie van consumptie-eieren) bestemd zijn voor Finland of Zweden, hebben zij negatief gereageerd op testen overeenkomstig Beschikking 2004/235/EEG van de Commissie;]
(6) II.2.5. [het in artikel 10 van Verordening (EG) nr. 2160/2003 bedoelde programma ter bestrijding van salmonella en de specifieke voorschriften van Verordening (EG) nr. 1177/2006 voor het gebruik van antimicrobiële stoffen en vaccins zijn toegepast op het koppel van herkomst en het koppel is getest op salmonellaserotypen die van belang zijn voor de volksgezondheid.
Datum van de laatste bemonstering van het koppel waarvan het testresultaat bekend is: …
Resultaat van alle testen in het koppel:
(3) (7) hetzij [positief;]
(3) (7) of [négatief;]
De laatste drie weken vóór invoer werden om andere redenen dan het programma ter bestrijding van salmonella:
(3) hetzij geen antimicrobiële stoffen toegediend aan het fok of gebruikspluimvee met uitzondering van loopvogels;
(3) (4) of de volgende antimicrobiële stoffen toegediend aan het fok of gebruikspluimvee met uitzondering van loopvogels: …;]
(6) II.2.6. [in het geval van fokpluimvee werden noch Salmonella Enteritidis, noch Salmonella Typhimurium gevonden in het kader van het in punt II.2.5 bedoelde bestrijdingsprogramma.]
(8) [II.3. Aanvullende gezondheidsvoorschriften
Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart dat, hoewel het gebruik van vaccins tegen Newcastle disease die niet voldoen aan de specifieke eisen van bijlage B, hoofdstuk 2, bij Beschikking 93/342/EEG niet verboden is in … (2), het in dit certificaat beschreven pluimvee:
a) sedert minstens 12 maanden niet met dergelijke vaccins is ingeënt;
b) afkomstig is uit een koppel dat in een officieel laboratorium in de 14 dagen vóór verzending een virusisolatietest op Newcastle disease heeft ondergaan, uitgevoerd op een aselecte steekproef van cloacaswabs van ten minste 60 dieren per koppel en waarbij geen aviair paramyxovirus met een intracerebrale pathogeniteitsindex (I.C.P.I.) van meer dan 0,4 is gevonden;
c) in de 60 dagen vóór verzending niet in contact is geweest met pluimvee dat niet voldoet aan de voorwaarden onder a) en b);
d) in de onder b) genoemde 14 dagen onder officieel toezicht op het bedrijf van herkomst afgezonderd is gehouden.]
Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart dat het in dit certificaat beschreven pluimvee in kratten of kooien moet worden vervoerd:
a) die uitsluitend pluimvee van dezelfde soort, categorie en type, afkomstig van dezelfde inrichting, bevatten;
b) waarop het erkenningsnummer van de inrichting van herkomst is aangebracht;
c) die volgens de instructies van de bevoegde autoriteit zo zijn gesloten dat verwisseling van de inhoud onmogelijk is;
d) die, evenals de voertuigen waarmee ze worden vervoerd, zo zijn ontworpen dat:
i) tijdens het vervoer geen uitwerpselen en zo weinig mogelijk veren kunnen worden verloren;
ii) het pluimvee visueel kan worden geïnspecteerd;
iii) zij kunnen worden gereinigd en ontsmet;
e) die, evenals de voertuigen waarmee ze moeten worden vervoerd, vóór het laden zijn gereinigd en ontsmet volgens de instructies van de bevoegde autoriteit.
Opmerkingen
Deel I:
Vak I.8: indien nodig code van het gebied van herkomst vermelden, conform de gebiedscode in kolom 2 van deel 1 van bijlage I bij Beschikking 2006/696/EG [zoals laatstelijk gewijzigd].
Vak I.11: naam, adres en erkenningsnummer van het vermeerderings- en opfokbedrijf.
Vak I.15: registratienummer(s) van spoorwagons en vrachtwagens, namen van schepen en, indien bekend, vluchtnummers van vliegtuigen vermelden. Bij vervoer in containers of dozen dienen het totale aantal daarvan en, indien van toepassing, hun registratie- en zegelnummers te worden vermeld in vak I.23.
Vak I.19: toepasselijke GS-code gebruiken: 01.05 of 01.06.39.
Vak I.28 (categorie): kies een van de volgende categorieën: raszuivere dieren/grootouderdieren/ouderdieren/leghennen/andere.
Deel II:
(1) Fokpluimvee en gebruikspluimvee als omschreven in Beschikking 2006/696/EG [zoals laatstelijk gewijzigd].
(2) Gebiedscode als vermeld in kolom 2 van deel 1 van bijlage I bij Beschikking 2006/696/EG [zoals laatstelijk gewijzigd].
(3) Doorhalen wat niet van toepassing is.
(4) Invullen indien van toepassing.
(5) Wanneer de zending niet bestemd is voor de bedoelde lidstaten of gebieden (momenteel Finland en Zweden), moeten de garanties in punt II.2.1 worden geschrapt.
(6) De garanties in de punten II.2.5 en II.2.6 gelden alleen voor pluimvee dat tot de soort Gallus gallus behoort, en zij gelden pas vanaf 1 januari 2009 als het pluimvee uitsluitend voor de productie van vlees wordt gehouden.
(7) Als voor de hierna vermelde serotypen een of meer van de resultaten positief waren tijdens de levensduur van het koppel, aangeven als positief:
vermeerderingskoppels: Salmonella Hadar, Salmonella Virchow en Salmonella Infantis;
gebruikskoppels: Salmonella Enteritidis en Salmonella Typhimurium.
(8) Deze garantie is alleen vereist voor pluimvee afkomstig uit landen of delen daarvan waarop artikel 4, lid 4, van Beschikking 93/342/EEG van toepassing is. Dit deel moet worden geschrapt voor pluimvee afkomstig uit andere landen.
Dit certificaat is tien dagen geldig.
Officiële dierenarts
Naam (in hoofdletters):
Kwalificatie en titel:
Lokale bevoegde autoriteit:
Datum:
Handtekening:
Stempel:”
iv)
het model van veterinair certificaat voor eendagskuikens met uitzondering van die van loopvogels (DOC) wordt vervangen door:
„Model van veterinair certificaat voor eendagskuikens met uitzondering van die van loopvogels (DOC)
Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart dat de in dit certificaat beschreven eendagskuikens (1) aan de volgende voorwaarden voldoen:
II.1.1. zij voldoen aan het bepaalde in Richtlijn 90/539/EEG;
II.1.2. zij zijn uitgebroed op het gebied met code … (2). Indien de koppels waarvan de broedeieren zijn verkregen in het land van herkomst zijn ingevoerd, vond dit plaats overeenkomstig veterinaire voorschriften die ten minste even stringent zijn als de desbetreffende eisen van Richtlijn 90/539/EEG en van de op grond daarvan vastgestelde besluiten;
II.1.3. zij komen uit het gebied met code … (2), dat, op de datum van afgifte van dit certificaat, vrij was van aviaire influenza en Newcastle disease als omschreven in Beschikking 93/342/EEG;
II.1.4. zij zijn op de dag van afgifte van dit certificaat onderzocht en vertoonden geen klinische ziekteverschijnselen en werden er niet van verdacht te zijn besmet;
II.1.5. zij zijn uitgebroed in de in vak I.11 van deel I genoemde inrichting(en) die officieel is (zijn) erkend overeenkomstig voorschriften die ten minste gelijkwaardig zijn aan die welke zijn vastgesteld in bijlage II bij Richtlijn 90/539/EEG:
a) waarvan de erkenning niet is geschorst of ingetrokken;
b) waarvoor, op het tijdstip van verzending, geen veterinairrechtelijke verbodsbepalingen golden;
c) waaromheen zich in een gebied met een straal van 25 km dat, in voorkomend geval, ook grondgebied van een buurland kan omvatten, ten minste in de laatste 30 dagen geen enkele uitbraak van aviaire influenza of van Newcastle disease heeft voorgedaan;
II.1.6. zij zijn niet in contact geweest met pluimvee, dat niet aan de voorwaarden van dit certificaat voldoet, noch met wilde vogels;
II.1.7. zij zijn afkomstig van eieren uit koppels:
a) die ten minste de laatste zes weken vóór uitvoer in officieel erkende inrichtingen zijn gehouden waarvan de erkenning niet geschorst of ingetrokken was op het tijdstip van verzending van de broedeieren naar de broederij;
b) in gebieden die vrij zijn van aviaire influenza en Newcastle disease;
c) die op de dag van afgifte van dit certificaat geen klinische ziekteverschijnselen vertoonden en er niet van werden verdacht te zijn besmet;
d) die een gezondheidsbewakingsprogramma hebben ondergaan ten aanzien van
(3) hetzij [Salmonella pullorum, S. gallinarum en Mycoplasma gallisepticum (kippen)];
(3) en/of [Salmonella arizonae, S. pullorum en S. gallinarum, Mycoplasma meleagridis en M. gallisepticum (kalkoenen)];
(3) en/of [[Salmonella pullorum en S. gallinarum (parelhoenders, kwartels, fazanten, patrijzen en eenden)]
overeenkomstig hoofdstuk III van bijlage II bij Richtlijn 90/539/EEG, waarbij is gebleken dat het koppel niet met deze agentia besmet is en er evenmin van verdacht wordt te zijn besmet;
(3) hetzij [e) die niet zijn ingeënt tegen Newcastle disease;]
(3) of [die tegen Newcastle disease zijn ingeënt met:
(naam en type (levend of geïnactiveerd) van de in het vaccin/de vaccins gebruikte NDV-stam)
op de leeftijd van … weken;]
(3) [f) die met een officieel goedgekeurd vaccin zijn ingeënt
(5) [II.2.1. wanneer de zending bestemd is voor een lidstaat of een gebied met de in artikel 12, lid 2, van Richtlijn 90/539/EEG genoemde status, zijn de in dit certificaat beschreven eendagskuikens afkomstig van broedeieren uit koppels die:
(3) hetzij [i) niet zijn ingeënt tegen Newcastle disease;]
(3) of [ii) met een geïnactiveerd vaccin zijn ingeënt tegen Newcastle disease;]
(3) of [iii) ten minste 60 dagen vóór de datum waarop de eieren zijn verzameld, met een levend vaccin zijn ingeënt tegen Newcastle disease;]
II.2.2. aan de volgende aanvullende garanties, die door de lidstaat van bestemming zijn gevraagd overeenkomstig artikel 13 en/of artikel 14 van Richtlijn 90/539/EEG, is voldaan:
…;
(4) II.2.3. wanneer de lidstaat van bestemming Finland of Zweden is, zijn de voor koppels van fokpluimvee of gebruikspluimvee bestemde eendagskuikens afkomstig van koppels die negatief hebben gereageerd op testen overeenkomstig Beschikking 2003/644/EG van de Commissie;
(6) II.2.4. [het in artikel 10 van Verordening (EG) nr. 2160/2003 bedoelde programma ter bestrijding van salmonella en de specifieke voorschriften van Verordening (EG) nr. 1177/2006 voor het gebruik van antimicrobiële stoffen en vaccins zijn toegepast op het ouderkoppel van herkomst en dit ouderkoppel is getest op salmonellaserotypen die van belang zijn voor de volksgezondheid.
Datum van de laatste bemonstering van het ouderkoppel waarvan het testresultaat bekend is: …
Resultaat van alle testen in het ouderkoppel:
(3) (7) hetzij [positief;]
(3) (7) of [negatief.]
De specifieke voorschriften van Verordening (EG) nr. 1177/2006 voor het gebruik van antimicrobiële stoffen en vaccins zijn op de eendagskuikens toegepast.
Om andere redenen dan het programma ter bestrijding van salmonella werden:
(3) hetzij geen antimicrobiële stoffen toegediend aan de eendagskuikens (met inbegrip van in-ovo-injectie);
(3) (4) of de volgende antimicrobiële stoffen toegediend aan de eendagskuikens (met inbegrip van in-ovo-injectie): …;]
(6) II.2.5. [als de eendagskuikens voor de fok bestemd zijn, werden noch Salmonella Enteritidis, noch Salmonella Typhimurium gevonden in het kader van het in punt II.2.4 bedoelde bestrijdingsprogramma.]
(8) [II.3. Aanvullende gezondheidsvoorschriften
Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart dat, hoewel het gebruik van vaccins tegen Newcastle disease die niet voldoen aan de specifieke eisen van bijlage B, hoofdstuk 2, bij Beschikking 93/342/EEG niet verboden is in … (2):
II.3.1. het fokpluimvee waarvan de eendagskuikens afstammen:
a) sedert minstens 12 maanden niet met dergelijke vaccins is ingeënt;
b) afkomstig is uit een koppel dat in een officieel laboratorium in de 14 dagen vóór verzending een virusisolatietest op Newcastle disease heeft ondergaan, uitgevoerd op een aselecte steekproef van cloacaswabs van ten minste 60 dieren per koppel, waarbij geen aviair paramyxovirus met een intracerebrale pathogeniteitsindex (I.C.P.I.) van meer dan 0,4 is gevonden;
c) in de 60 dagen vóór verzending niet in contact is geweest met pluimvee dat niet voldoet aan de voorwaarden onder a) en b);
d) in de onder b) genoemde periode van 14 dagen onder officieel toezicht op het bedrijf van herkomst afgezonderd is gehouden en
II.3.2. de broedeieren waaruit de eendagskuikens verkregen zijn in de broederij en tijdens het vervoer niet in contact zijn geweest met eieren of pluimvee die niet aan bovengenoemde eisen voldoen.]
II.4.1. de in dit certificaat beschreven eendagskuikens moeten worden vervoerd in nieuwe wegwerpdozen:
a) die uitsluitend eendagskuikens van dezelfde soort, categorie en type, afkomstig van dezelfde inrichting, bevatten;
b) waarop de volgende informatie vermeld staat:
de naam van het land van verzending,
de betrokken soort pluimvee,
het aantal kuikens,
de categorie en het productietype waarvoor zij bestemd zijn,
de naam, het adres en het erkenningsnummer van het productiebedrijf,
het erkenningsnummer van de inrichting van herkomst,
de lidstaat van bestemming;
c) die volgens de instructies van de bevoegde autoriteit zo zijn gesloten dat verwisseling van de inhoud onmogelijk is;
II.4.2. de containers en transportmiddelen waarin de in punt II.4.1 bedoelde dozen worden vervoerd, zijn vóór het inladen gereinigd en ontsmet volgens de instructies van de bevoegde autoriteit.
Opmerkingen
Deel I:
Vak I.8: indien nodig code van het gebied van herkomst vermelden, conform de gebiedscode in kolom 2 van deel 1 van bijlage I bij Beschikking 2006/696/EG [zoals laatstelijk gewijzigd].
Vak I.11: naam, adres en erkenningsnummer van de broederij en het vermeerderingsbedrijf.
Vak I.15: registratienummer(s) van spoorwagons en vrachtwagens, namen van schepen en, indien bekend, vluchtnummers van vliegtuigen vermelden. Bij vervoer in containers of dozen dienen het totale aantal daarvan en, indien van toepassing, hun registratie- en zegelnummers te worden vermeld in vak I.23.
Vak I.19: toepasselijke GS-code gebruiken: 01.05 of 01.06.39.
Vak I.28: (categorie): kies een van de volgende categorieën: raszuivere dieren/grootouderdieren/ouderdieren/leghennen/vleeskuikens/andere.
(1) Eendagskuikens als omschreven in Beschikking 2006/696/EG [zoals laatstelijk gewijzigd].
(2) Gebiedscode als vermeld in kolom 2 van deel 1 van bijlage I bij Beschikking 2006/696/EG [zoals laatstelijk gewijzigd].
(3) Doorhalen wat niet van toepassing is.
(4) Invullen indien van toepassing.
(5) Wanneer de zending niet bestemd is voor de bedoelde lidstaten of gebieden (momenteel Finland en Zweden), moeten de garanties in punt II.2.1 worden geschrapt.
(6) De garanties in de punten II.2.4 en II.2.5 gelden alleen als de eendagskuikens tot de soort Gallus gallus behoren, en zij gelden pas vanaf 1 januari 2009 als de eendagskuikens uitsluitend bestemd zijn voor de productie van vlees.
(7) Als voor de volgende serotypen een of meer van de resultaten positief waren tijdens de levensduur van het ouderkoppel, aangeven als positief: Salmonella Infantis, Salmonella Virchow en Salmonella Hadar.
(8) Deze garantie is alleen vereist voor pluimvee afkomstig uit landen of delen daarvan waarop artikel 4, lid 4, van Beschikking 93/342/EEG van toepassing is. Dit deel moet worden geschrapt voor pluimvee afkomstig uit andere landen.
Dit certificaat is tien dagen geldig.
Officiële dierenarts
Naam (in hoofdletters):
Kwalificatie en titel:
Lokale bevoegde autoriteit:
Datum:
Handtekening:
Stempel:”
v)
het model van veterinair certificaat voor broedeieren van pluimvee met uitzondering van loopvogels (HEP) wordt vervangen door:
„Model van veterinair certificaat voor broedeieren van pluimvee met uitzondering van loopvogels (HEP)
Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart dat de in dit certificaat beschreven broedeieren (1) aan de volgende voorwaarden voldoen:
II.1.1. zij voldoen aan Richtlijn 90/539/EEG;
II.1.2. zij zijn afkomstig van koppels die sedert ten minste drie maanden op het gebied met code … (2) hebben verbleven. Indien de koppels in het land van herkomst zijn ingevoerd, vond dit plaats overeenkomstig veterinaire voorschriften die ten minste even stringent zijn als de desbetreffende eisen van Richtlijn 90/539/EEG en van de op grond daarvan vastgestelde besluiten;
II.1.3. zij komen uit het gebied met code … (2), dat, op de datum van afgifte van dit certificaat, vrij was van aviaire influenza en Newcastle disease als omschreven in Beschikking 93/342/EEG;
II.1.4. zij zijn afkomstig van koppels die:
a) op de dag van afgifte van dit certificaat zijn onderzocht en geen klinische ziekteverschijnselen vertoonden en er niet van verdacht werden te zijn besmet;
b) ten minste de laatste zes weken vóór uitvoer hebben verbleven in de in vak I.11 van deel I genoemde inrichting(en) die officieel is (zijn) erkend overeenkomstig voorschriften die ten minste gelijkwaardig zijn aan die welke zijn vastgesteld in bijlage II bij Richtlijn 90/539/EEG:
waarvan de erkenning niet is geschorst of ingetrokken,
waarvoor geen veterinairrechtelijke verbodsbepalingen gelden,
waaromheen zich in een gebied met een straal van 25 km dat, in voorkomend geval, ook grondgebied van een buurland kan omvatten, ten minste in de laatste 30 dagen geen enkele uitbraak van aviaire influenza of van Newcastle disease heeft voorgedaan;
c) in de onder b) genoemde periode niet in contact geweest zijn met pluimvee dat niet aan de voorwaarden van dit certificaat voldoet, noch met wilde vogels;
d) een gezondheidsbewakingsprogramma hebben ondergaan ten aanzien van
(3) hetzij [Salmonella pullorum, S. gallinarum en Mycoplasma gallisepticum (kippen);]
(3) en/of [Salmonella arizonae, S. pullorum en S. gallinarum, Mycoplasma meleagridis en M. gallisepticum (kalkoenen);]
(3) en/of [Salmonella pullorum en S. gallinarum (parelhoenders, kwartels, fazanten, patrijzen en eenden)]
overeenkomstig hoofdstuk III van bijlage II bij Richtlijn 90/539/EEG, waarbij is gebleken dat het koppel niet met deze agentia besmet is en er evenmin van verdacht wordt te zijn besmet;
(3) hetzij e) [niet zijn ingeënt tegen Newcastle disease;]
(3) of [tegen Newcastle disease zijn ingeënt met:
(naam en type (levend of geïnactiveerd) van de in het vaccin/de vaccins gebruikte NDV-stam)
op de leeftijd van … weken;]
(3) [f) met een officieel goedgekeurd vaccin zijn ingeënt
op … tegen … (indien nodig herhalen);]
II.1.5. zij zijn overeenkomstig mijn instructies ontsmet met … (kleur inkt);
II.1.6. zij zijn overeenkomstig mijn instructies ontsmet met … (naam van het product en de werkzame stof) gedurende … (minuten);
II.1.7 zij zijn verzameld van … tot en met … (datums).
(4) [II.2.1. wanneer de zending bestemd is voor een lidstaat of een gebied met de in artikel 12, lid 2, van Richtlijn 90/539/EEG genoemde status, zijn de in dit certificaat beschreven broedeieren afkomstig van pluimvee dat:
(3) hetzij a) niet is ingeënt tegen Newcastle disease;
(3) of b) met een geïnactiveerd vaccin is ingeënt tegen Newcastle disease;
(3) of c) ten minste 60 dagen vóór de eerste onder II.1.7 genoemde datum met een levend vaccin is ingeënt tegen Newcastle disease;]
II.2.2. aan de volgende aanvullende garanties, die door de lidstaat van bestemming zijn gevraagd overeenkomstig artikel 13 en/of artikel 14 van Richtlijn 90/539/EEG, is voldaan:
…;
(3) II.2.3. wanneer de broedeieren bestemd zijn voor Finland of Zweden, zijn zij afkomstig van koppels die negatief hebben gereageerd op testen overeenkomstig Beschikking 2003/644/EG van de Commissie;
(5) II.2.4. [het in artikel 10 van Verordening (EG) nr. 2160/2003 bedoelde programma ter bestrijding van salmonella en de specifieke voorschriften van Verordening (EG) nr. 1177/2006 voor het gebruik van antimicrobiële stoffen en vaccins zijn toegepast op het ouderkoppel van herkomst en dit ouderkoppel is getest op salmonellaserotypen die van belang zijn voor de volksgezondheid.
Datum van de laatste bemonstering van de ouderdieren waarvan het testresultaat bekend is: …
Resultaat van alle testen in het ouderkoppel:
(3) (6) hetzij [positief;]
(3) (6) of [negatief;]
(5) II.2.5. [noch Salmonella Enteritidis, noch Salmonella Typhimurium werden gevonden in het kader van het in punt II.2.4 bedoelde bestrijdingsprogramma.]
(7) [II.3. Aanvullende gezondheidsvoorschriften voor landen die niet vrij zijn van Newcastle disease
Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart dat, hoewel het gebruik van vaccins tegen Newcastle disease die niet voldoen aan de specifieke eisen van bijlage B, hoofdstuk 2, bij Beschikking 93/342/EEG niet verboden is in … (2), het pluimvee waarvan de broedeieren zijn verkregen:
a) sedert minstens 12 maanden niet met dergelijke vaccins is ingeënt;
b) afkomstig is uit een koppel dat in een officieel laboratorium in de 14 dagen vóór verzending een virusisolatietest op Newcastle disease heeft ondergaan, uitgevoerd op een aselecte steekproef van cloacaswabs van ten minste 60 dieren per koppel en waarbij geen aviair paramyxovirus met een intracerebrale pathogeniteitsindex (I.C.P.I.) van meer dan 0,4 is gevonden;
c) in de 60 dagen vóór verzending niet in contact is geweest met pluimvee dat niet voldoet aan de voorwaarden onder a) en b);
d) in de onder b) genoemde periode van 14 dagen onder officieel toezicht op het bedrijf van herkomst afgezonderd is gehouden.]
II.4.1. de broedeieren moeten worden vervoerd in schone, nieuwe wegwerpdozen::
a) die uitsluitend broedeieren van dezelfde soort, categorie en type, afkomstig van dezelfde inrichting, bevatten;
b) waarop de volgende informatie vermeld staat:
de naam van het land van verzending,
de betrokken soort pluimvee,
het aantal eieren,
de categorie en het productietype waarvoor zij bestemd zijn,
de naam, het adres en het erkenningsnummer van het productiebedrijf,
het erkenningsnummer van de inrichting van herkomst,
de lidstaat van bestemming;
c) die volgens de instructies van de bevoegde autoriteit zo zijn gesloten dat verwisseling van de inhoud onmogelijk is;
II.4.2. de containers en transportmiddelen waarin de in punt II.4.1 bedoelde dozen worden vervoerd, zijn vóór het inladen gereinigd en ontsmet volgens de instructies van de bevoegde autoriteit.
Opmerkingen
Deel I:
Vak I.8: indien nodig code van het gebied van herkomst vermelden, conform de gebiedscode in kolom 2 van deel 1 van bijlage I bij Beschikking 2006/696/EG [zoals laatstelijk gewijzigd].
Vak I.11: naam, adres en erkenningsnummer van het vermeerderingsbedrijf.
Vak I.15: registratienummer(s) van spoorwagons en vrachtwagens, namen van schepen en, indien bekend, vluchtnummers van vliegtuigen vermelden. Bij vervoer in containers of dozen dienen het totale aantal daarvan en, indien van toepassing, hun registratie- en zegelnummers te worden vermeld in vak I.23.
Vak I.28 (categorie): kies een van de volgende categorieën: raszuivere dieren/grootouderdieren/ouderdieren/leghennen/consumptie-eieren van kalkoenen/andere; (Identificatiesysteem en identificatienummer): merkteken op ei aanbrengen.
Deel II:
(1) Voor broedeieren van pluimvee als omschreven in Beschikking 2006/696/EG [zoals laatstelijk gewijzigd] met uitzondering van loopvogels.
(2) Gebiedscode als vermeld in kolom 2 van deel 1 van bijlage I bij Beschikking 2006/696/EG [zoals laatstelijk gewijzigd].
(3) Doorhalen wat niet van toepassing is.
(4) Wanneer de zending niet bestemd is voor de bedoelde lidstaten of gebieden (momenteel Finland en Zweden), moeten de garanties in punt II.2.1 worden geschrapt..
(5) De garanties in de punten II.2.4 en II.2.5 gelden alleen voor pluimvee dat tot de soort Gallus gallus behoort.
(6) Als voor de volgende serotypen een of meer van de resultaten positief waren tijdens de levensduur van het ouderkoppel, aangeven als positief: Salmonella Infantis, Salmonella Virchow en Salmonella Hadar.
(7) Deze garantie is alleen vereist voor pluimvee afkomstig uit landen of delen daarvan waarop artikel 4, lid 4, van Beschikking 93/342/EEG van toepassing is. Dit deel moet worden geschrapt voor pluimvee afkomstig uit andere landen.
Dit certificaat is tien dagen geldig.
Officiële dierenarts
Naam (in hoofdletters):
Kwalificatie en titel:
Lokale bevoegde autoriteit:
Datum:
Handtekening:
Stempel:”
2.
In deel 1 van bijlage II bij Beschikking 2006/696/EG worden de vermeldingen voor Bulgarije en Roemenië geschrapt.
(*1) Onverminderd de specifieke certificeringsvoorschriften in communautaire overeenkomsten met derde landen.
(*2) Certificaten overeenkomstig de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten, PB L 114 van 30.4.2002, blz. 132.”