Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document C2006/086/28

Zaak C-70/06: Beroep, op 7 februari 2006 ingesteld door Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Portugese Republiek

PB C 86 van 8.4.2006, pp. 15–16 (ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)

8.4.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 86/15


Beroep, op 7 februari 2006 ingesteld door Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Portugese Republiek

(Zaak C-70/06)

(2006/C 86/28)

Procestaal: Portugees

Bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen is op 7 februari 2006 beroep ingesteld tegen Portugese Republiek door de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door X. Lewis en A. Caeiros als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg.

De Commissie van de Europese Gemeenschappen concludeert dat het het Hof behage:

1)

vast te stellen dat de Portugese Republiek, door niet de maatregelen te nemen welke nodig zijn ter uitvoering van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 14 oktober 2004 in zaak C-275/03, Commissie /Portugese Republiek, betreffende de omzetting van richtlijn 89/665/EEG van de Raad van 21 december 1989 houdende de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toepassing van de beroepsprocedures inzake het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen en voor de uitvoering van werken (1), de krachtens artikel 228, lid 1, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen;

2)

de Portugese Republiek te gelasten de Commissie op de in artikel 9 van verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 (2) van de Raad bedoelde rekening „eigen middelen” van de Europese Gemeenschap een dwangsom van 21.450 euro te betalen per dag die zij in gebreke blijft met de uitvoering van het arrest in zaak C-275/03, vanaf de dag waarop het arrest in de onderhavige zaak zal zijn gewezen tot de dag waarop het arrest in zaak C-275/03 zal zijn uitgevoerd;

3)

de Portugese Republiek te verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Volgens de Commissie voorziet de wet betreffende de niet-contractuele aansprakelijkheid van de staat en de overige overheidsinstanties, die de Portugese regering aan het Portugese Parlement heeft gezonden, niet in de middelen welke nodig ter uitvoering van het arrest van het Hof van Justitie van 14 oktober 2004 in zaak C-275/03; aangezien haar tot dusver geen andere middelen ter uitvoering van dat arrest zijn medegedeeld, is de Commissie van mening dat de Portugese Republiek de krachtens artikel 228, lid 1, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.


(1)  PB L 395, blz. 33.

(2)  van 22 mei 2000 houdende toepassing van Besluit 94/728/EG, Euratom betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 130, blz. 1).


Top