This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32013R1342
Council Implementing Regulation (EU) No 1342/2013 of 12 December 2013 repealing the anti-dumping measures on imports of certain iron or steel ropes and cables originating in the Russian Federation following an expiry review pursuant to Article 11(2) of Regulation (EC) No 1225/2009
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1342/2013 van de Raad van 12 december 2013 tot intrekking van de antidumpingmaatregelen op de invoer van bepaalde soorten ijzeren of stalen kabels van oorsprong uit de Russische Federatie naar aanleiding van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1342/2013 van de Raad van 12 december 2013 tot intrekking van de antidumpingmaatregelen op de invoer van bepaalde soorten ijzeren of stalen kabels van oorsprong uit de Russische Federatie naar aanleiding van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad
PB L 338 van 17.12.2013, pp. 1–10
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
In force
|
17.12.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 338/1 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1342/2013 VAN DE RAAD
van 12 december 2013
tot intrekking van de antidumpingmaatregelen op de invoer van bepaalde soorten ijzeren of stalen kabels van oorsprong uit de Russische Federatie naar aanleiding van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) („de basisverordening”), en met name artikel 9, lid 2, en artikel 11, lid 2, van die verordening,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie, ingediend na raadpleging van het Raadgevend Comité,
Overwegende hetgeen volgt:
A. PROCEDURE
1. Geldende maatregelen
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 1601/2001 (2) heeft de Raad een definitief antidumpingrecht ingesteld op bepaalde soorten ijzeren of stalen kabels („staalkabel”) van oorsprong uit de Russische Federatie, Turkije, Thailand en Tsjechië. Deze maatregelen worden hierna „de oorspronkelijke maatregelen” genoemd en het onderzoek dat tot die maatregelen heeft geleid, wordt hierna aangeduid als „het oorspronkelijke onderzoek”. |
|
(2) |
De Commissie had in augustus 2001 een aanbod van een Russische producent (JSC Severstal-Metiz) voor een prijsverbintenis aanvaard. Deze prijsverbintenis werd in oktober 2007 ingetrokken (3) omdat ze als onwerkbaar werd beschouwd vanwege moeilijkheden bij het correct classificeren van het grote aantal productsoorten dat het bedrijf exporteerde. |
|
(3) |
Bij Verordening (EG) nr. 1279/2007 (4) heeft de Raad, na een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek en een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen, de oorspronkelijke maatregelen voor de Russische Federatie overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening gehandhaafd. Deze maatregelen worden hierna aangeduid als „de geldende maatregelen” en het nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen wordt hierna aangeduid als „het laatste onderzoek”. Verordening (EG) nr. 1279/2007 beëindigde de maatregelen ten aanzien van de invoer van staalkabels van oorsprong uit Turkije en Thailand. |
|
(4) |
Momenteel (5) gelden er maatregelen ten aanzien van stalen kabels uit Oekraïne en de Volksrepubliek China, die zijn uitgebreid tot de invoer van stalen kabels verzonden uit Marokko, Moldavië en de Republiek Korea. |
2. Verzoek om een nieuw onderzoek
|
(5) |
De Commissie heeft op 27 oktober 2012 door de bekendmaking van een bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie („het bericht van opening”) (6) de opening van een nieuw onderzoek overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening aangekondigd bij het vervallen van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van bepaalde stalen kabels van oorsprong uit de Russische Federatie. |
|
(6) |
Het nieuwe onderzoek werd geopend na een met bewijsmateriaal onderbouwd verzoek dat was ingediend door het Liaison Committee of European Union Wire Rope Industries (EWRIS of „de indiener van het verzoek”) namens producenten in de Unie die meer dan 50 % van de totale productie van bepaalde ijzeren of stalen kabels in de Unie voor hun rekening nemen. Het verzoek werd ingediend omdat het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk zal leiden tot voortzetting van dumping en herhaling van schade voor de bedrijfstak van de Unie. |
3. Onderzoek
3.1. Tijdvak van het nieuwe onderzoek en beoordelingsperiode
|
(7) |
Het onderzoek naar de mogelijke voortzetting of herhaling van dumping en schade had betrekking op de periode van 1 oktober 2011 tot en met 30 september 2012 (het tijdvak van het nieuwe onderzoek ofwel „TNO”). Het onderzoek van de ontwikkelingen die relevant zijn voor de beoordeling van de waarschijnlijkheid van het voortduren of opnieuw optreden van de schade had betrekking op de periode van 1 januari 2009 tot het eind van het TNO („de beoordelingsperiode”). |
3.2. Bij de procedure betrokken partijen
|
(8) |
De Commissie bracht de exporterende producenten, producenten in de Unie, importeurs en gebruikers die bij haar bekend waren op de hoogte, alsook de indiener van het verzoek en de autoriteiten van het land van uitvoer. De belanghebbenden werden in de gelegenheid gesteld om binnen de in het bericht van opening vermelde termijn hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken en te verzoeken om te worden gehoord. |
|
(9) |
Gezien het mogelijkerwijs grote aantal producenten-exporteurs in de Russische Federatie dat bij het onderzoek betrokken is, is in het bericht van opening in eerste instantie vermeld dat werd overwogen om overeenkomstig artikel 17 van de basisverordening tot een steekproef over te gaan. Om de Commissie in staat te stellen te beslissen of een steekproef inderdaad noodzakelijk was en, zo ja, deze samen te stellen, heeft zij producenten-exporteurs uit de Russische Federatie verzocht zich binnen 15 dagen na de opening van het nieuwe onderzoek kenbaar te maken en haar de in het bericht van opening gevraagde gegevens te verstrekken. |
|
(10) |
Gezien het feit dat slechts twee producenten-exporteurs in de Russische Federatie de in het bericht van opening gevraagde gegevens hebben verstrekt en bereid waren om verder mee te werken met de Commissie, is besloten om voor de producenten-exporteurs geen gebruik te maken van een steekproef. |
|
(11) |
De Commissie kondigde in het bericht van opening aan een voorlopige steekproef te hebben samengesteld van producenten in de Unie en nodigde de belanghebbenden uit er opmerkingen over te maken binnen de deadline die in het bericht van opening werd vastgesteld. De voorlopige steekproef bestond uit vijf producenten in de Unie die wegens de omvang van hun productie en verkoop van het soortgelijk product in de Unie representatief werden geacht voor de bedrijfstak van de Unie. |
|
(12) |
Aangezien geen opmerkingen werden gemaakt, werden de voorgestelde ondernemingen opgenomen in de uiteindelijke steekproef, en werden belanghebbende partijen in kennis gesteld. Een van de ondernemingen die in de uiteindelijke steekproef waren opgenomen, trok zich daar vervolgens echter uit terug. De Commissie heeft derhalve besloten de steekproef te beperken tot de vier resterende ondernemingen, die wegens de omvang van hun productie (29,3 %) en verkoop (20,9 %) van het soortgelijk product nog steeds representatief werden geacht voor de bedrijfstak van de Unie. |
|
(13) |
Hoewel in het bericht van opening was voorzien in een steekproef voor niet-verbonden importeurs, hebben zich noch niet-verbonden importeurs, noch gebruikers gemeld. Bijgevolg werd voor onafhankelijke importeurs geen steekproef samengesteld. |
|
(14) |
Er werden vragenlijsten verstuurd naar de vier in de steekproef opgenomen producenten in de Unie, de twee producenten-exporteurs in de Russische Federatie, en de verbonden importeur. |
3.3. Antwoorden op de vragenlijsten
|
(15) |
Er werden antwoorden op de vragenlijst ontvangen van de vier in de steekproef opgenomen producenten in de Unie, van de verbonden importeur en van een producent-exporteur uit de Russische Federatie. |
|
(16) |
Oorspronkelijk hadden zich twee producenten-exporteurs uit de Russische Federatie gemeld, maar slechts één van hen heeft de vragenlijst beantwoord, en wordt nu beschouwd als medewerkend aan het onderzoek. De medewerkend producent-exporteur is volledig eigenaar van een in Italië gevestigde dochteronderneming, die eveneens stalen kabels produceert en dat product vanuit de Russische Federatie invoert. De andere producent-exporteur maakte opmerkingen bij de opening van het onderzoek, maar vulde de vragenlijst hoewel hij daartoe werd uitgenodigd. Er wordt derhalve van uitgegaan dat de tweede producent-exporteur niet aan het onderzoek heeft medegewerkt. |
3.4. Controlebezoeken
|
(17) |
De Commissie verzamelde en controleerde alle gegevens die zij nodig achtte om vast te stellen of het waarschijnlijk was dat de dumping zou voortduren en daaruit resulterende schade opnieuw zou optreden, alsook om het belang van de Unie te bepalen. Bij de volgende ondernemingen werd ter plaatse een controle uitgevoerd.
|
B. BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT
1. Betrokken product
|
(18) |
Het betrokken product is hetzelfde als in het oorspronkelijk onderzoek en in het laatste onderzoek dat heeft geleid tot het instellen van de geldende maatregelen, d.w.z. ijzeren en stalen kabels, gesloten kabels daaronder begrepen, met uitzondering van roestvrijstalen kabels, met een grootste afmeting van de dwarsdoorsnede van meer dan 3 mm, al dan niet voorzien van hulpstukken (fittings) (hierna „stalen kabels” genoemd), momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 7312 10 81 , ex 7312 10 83 , ex 7312 10 85 , ex 7312 10 89 en ex 7312 10 98 („het betrokken product”). |
2. Soortgelijk product
|
(19) |
Het huidige onderzoek bij het vervallen van de maatregelen heeft bevestigd dat stalen kabels die in de Russische Federatie worden geproduceerd en naar de Unie wordt uitgevoerd, en stalen kabels die in de Unie door de producenten in de Unie worden geproduceerd en verkocht dezelfde fysieke en technische basiskenmerken hebben en voor dezelfde doeleinden worden gebruikt, en bijgevolg als soortgelijke producten worden beschouwd in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening. |
C. WAARSCHIJNLIJKHEID VAN VOORTZETTING OF HERHALING VAN DUMPING
1. Voorafgaande opmerkingen
|
(20) |
Overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening is nagegaan of dumping plaatsvond en of het waarschijnlijk was dat het vervallen van de geldende maatregelen tot voortzetting of herhaling van dumping zou leiden. |
|
(21) |
Zoals is uiteengezet in overweging 10 was het niet noodzakelijk om een steekproef van producenten-exporteurs uit de Russische Federatie samen te stellen. De medewerkende producent-exporteur nam tijdens het TNO 99 % van de uitvoer van het betrokken product vanuit de Russische Federatie naar de Unie voor zijn rekening. Op grond hiervan werd geconcludeerd dat de mate van medewerking groot was. |
|
(22) |
Aangezien twee andere bekende producenten in de Russische Federatie niet aan het onderzoek meewerkten, moesten de bevindingen betreffende de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van de dumping die hieronder zijn aangegeven, worden gebaseerd op de beste beschikbare gegevens, met inbegrip van gegevens van Eurostat, de officiële Russische statistische gegevens en beperkte gegevens van een tweede producent. |
2. Invoer met dumping in het TNO
|
(23) |
Volgens het verzoek om een nieuw onderzoek werd de uitvoer uit de Russische Federatie naar de Unie gedumpt met een gemiddelde marge van 130,8 %. Zoals vermeld in het bericht van opening (punt 4.1) vergeleek de indiener van het verzoek de uitvoerprijzen van de Russische Federatie naar de Unie (op het niveau af fabriek) met de binnenlandse prijzen in de Russische Federatie. |
2.1. Normale waarde
|
(24) |
In overeenstemming met artikel 2, lid 2, van de basisverordening werd eerst vastgesteld of de verkoop van het soortgelijke product door de medewerkende producent-exporteur op de Russische binnenlandse markt representatief was, d.w.z. of de totale op de binnenlandse markt verkochte hoeveelheid ten minste 5 % bedroeg van de totale naar de Unie uitgevoerde hoeveelheid. De binnenlandse verkoop van het soortgelijk product door de medewerkende producent-exporteur werd als algemeen representatief bevonden. |
|
(25) |
Vervolgens heeft de Commissie vastgesteld welke soorten van het soortgelijke product die door de producent-exporteur op de binnenlandse markt werden verkocht, identiek of rechtstreeks vergelijkbaar waren met de naar de Unie uitgevoerde soorten. |
|
(26) |
Voorts werd onderzocht of de binnenlandse verkoop van de medewerkende producent-exporteur voor elke productsoort representatief was, d.w.z. of de totale in het binnenland verkochte hoeveelheid van elke productsoort ten minste 5 % uitmaakte van de totale aan de Unie verkochte hoeveelheid van dezelfde soort. Voor de productsoorten waarvan de verkochte hoeveelheid representatief was, werd vervolgens in overeenstemming met artikel 2, lid 4, van de basisverordening nagegaan of die verkoop in het kader van normale handelstransacties plaatsvond. |
|
(27) |
Om na te gaan of de representatieve binnenlandse verkoop van elke productsoort in het kader van normale handelstransacties had plaatsgevonden, werd het aandeel van de winstgevende verkoop aan onafhankelijke afnemers van de betrokken soort vastgesteld. In alle gevallen waarin de binnenlandse verkoop van een bepaalde productsoort in voldoende hoeveelheden en in het kader van normale handelstransacties had plaatsgevonden, werd de normale waarde gebaseerd op de werkelijke binnenlandse prijs, die werd berekend als een gewogen gemiddelde van alle binnenlandse verkoop van die soort tijdens het TNO. |
|
(28) |
Voor de overige productsoorten, waarvan de binnenlandse verkoop niet representatief was of niet in het kader van normale handelstransacties had plaatsgevonden, werd de normale waarde in overeenstemming met artikel 2, lid 3, van de basisverordening door berekening vastgesteld. Daartoe werd bij de productiekosten van de uitgevoerde soorten, zo nodig na correctie, een redelijk percentage voor verkoopkosten, algemene kosten, administratiekosten en winst opgeteld; dit percentage werd in overeenstemming met de eerste zin van artikel 2, lid 6, van de basisverordening gebaseerd op feitelijke gegevens over de productie en de verkoop van het soortgelijke product in het kader van normale handelstransacties. |
2.2. Uitvoerprijs
|
(29) |
Voor de uitvoer door de medewerkende producent-exporteur in Rusland naar de markt van de Unie die rechtstreeks naar de onafhankelijke afnemers gaat, werd de uitvoerprijs overeenkomstig artikel 2, lid 8, van de basisverordening vastgesteld op grond van de werkelijk betaalde of te betalen prijzen voor het betrokken product. |
|
(30) |
Voor de uitvoertransactie waar de uitvoer naar de Unie gebeurde via een verbonden handelsonderneming werd de uitvoerprijs overeenkomstig artikel 2, lid 9, van de basisverordening vastgesteld op basis van de eerste wederverkoopprijs van deze verbonden handelsonderneming aan onafhankelijke afnemers in de Unie. Correcties werden uitgevoerd om rekening te houden met alle kosten, gemaakt tussen invoer en wederverkoop, en voor winst, zodat een betrouwbare uitvoerprijs kon worden vastgesteld. Bij gebrek aan gegevens van onafhankelijke importeurs betreffende de winstmarge tijdens het TNO werd een gemiddelde winstmarge van 5 % gehanteerd. |
2.3. Vergelijking
|
(31) |
De vergelijking tussen de gewogen gemiddelde normale waarde en de gewogen gemiddelde uitvoerprijs geschiedde op basis van de prijs af fabriek en in hetzelfde handelsstadium. |
|
(32) |
Om te zorgen voor een billijke vergelijking tussen de normale waarde en de uitvoerprijs werd in overeenstemming met artikel 2, lid 10, van de basisverordening rekening gehouden met verschillen in factoren waarvan werd aangetoond dat zij van invloed waren op de prijzen en de vergelijkbaarheid daarvan. Daartoe werd, waar dat van toepassing en gerechtvaardigd was, gecorrigeerd voor verschillen in vervoer, verzekering, lading, overlading, lossing en aanverwante kosten, financiële kosten, verpakkingskosten, commissies en rabatten. |
2.4. Dumpingmarge
|
(33) |
Overeenkomstig artikel 2, lid 11, van de basisverordening werd de gewogen gemiddelde normale waarde per soort vergeleken met de gewogen gemiddelde uitvoerprijs van de overeenkomstige soort van het betrokken product. Uit deze vergelijking bleek dat de dumpingmarge voor de producent-exporteur de 4,7 % bedroeg. |
3. Ontwikkeling van de invoer indien de maatregelen worden ingetrokken
3.1. Voorafgaande opmerkingen
|
(34) |
In aansluiting op de analyse waaruit bleek dat gedurende het TNO met dumping werd ingevoerd, werd eveneens nagegaan hoe waarschijnlijk het was dat voortzetting van dumping zou plaatsvinden indien de maatregelen zouden worden ingetrokken. Hiervoor werden de volgende elementen onderzocht: de omvang en prijzen van de invoer met dumping uit de Russische Federatie, de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie en andere derde markten, en de productiecapaciteit en overcapaciteit voor uitvoer in de Russische Federatie. |
3.2. Volume en prijzen van de invoer met dumping uit de Russische Federatie
|
(35) |
Volgens Eurostat steeg de invoer uit de Russische Federatie in de beoordelingsperiode van 2 005 ton in 2009 naar 2 343 ton in het TNO, wat goed was voor ongeveer 1 % van verbruik in de Unie in het TNO en in de beoordelingsperiode. Zoals aangegeven in overweging 33 werd de invoer van de medewerkende producent-exporteur gedaan tegen dumpingprijzen (4,7 %), ondanks het geldende antidumpingrecht. |
3.3. Aantrekkelijkheid van de markt van de Unie en van de markten van andere derde landen
|
(36) |
De uitvoer naar de Unie vertegenwoordigde 3 % van de totale verkoop van de medewerkende producent, en de meerderheid van de verkoop (85 %) vond plaats op de binnenlandse Russische markt. De binnenlandse markt is in de beoordelingsperiode met 38 % gegroeid (7) en verdere groei is mogelijk indien het bbp van de Russische Federatie blijft groeien, zoals wordt voorzien door publiek beschikbare bronnen gespecialiseerd in economische analyse. Daarnaast bleek uit de informatie die tijdens het onderzoek werd verzameld dat de medewerkende producent niet alle soorten van het betrokken product produceert, en daarom een beperkte concurrentiedruk op de Unie heeft. Dit is waarschijnlijk ook het geval voor de twee andere producenten gezien het ontbreken van informatie betreffende de investeringen in nieuwe machines waarmee het betrokken product bijvoorbeeld met een grotere diameter zou kunnen worden geproduceerd. De beperkte concurrentiedruk van de producenten-exporteurs van de Russische Federatie lijkt verder eveneens te worden bevestigd door de aanwezigheid van producenten van de Unie op de Russische markt. Volgens de officiële statistieken van de Russische douaneautoriteiten vertegenwoordigt de uitvoer door de producenten van de Unie van het soortgelijke product naar de Russische Federatie 30 % van alle invoer van het soortgelijke product naar de Russische markt in het TNO, wat van de producenten van de Unie de grootste exporteur naar de Russische markt maakt. |
|
(37) |
In antwoord op de mededeling van de definitieve bevindingen voerde de aanvrager aan dat de voorziene groei van het bbp van Rusland (ongeveer 3 %) redelijk bescheiden is en de Russische markt voor stalen kabels niet in staat zal stellen verder uit te breiden. Bijgevolg kan de Russische markt wellicht geen verdere hoeveelheden van het betrokken product absorberen. In dit verband wordt erop gewezen dat de groei van het Russische bbp tijdens de beoordelingsperiode, dwz. van 2009 tot het eind van het OT, lager was dan de voorziene groei voor het jaar 2014, maar dat de markt voor stalen kabels in Rusland desondanks met 38 % is gegroeid. Het argument werd derhalve van de hand gewezen. |
|
(38) |
Dezelfde partij wees ook op de nieuwe productsoorten die de medewerkende producent-exporteur recentelijk heeft ontwikkeld (in samenwerking met de in de Unie gevestigde dochteronderneming) en beweerde dat dit een bevestiging is van de investeringen die deze producent in de beoordelingsperiode heeft gemaakt. Dit feit is echter niet in tegenspraak met de bevindingen betreffende het onvermogen van medewerkende producent om alle soorten kabels te produceren (in het bijzonder stalen kabels in het topsegment van de markt). Het argument werd derhalve van de hand gewezen. |
|
(39) |
De aantrekkelijkheid van de markt van de Unie dient ook te worden gezien in het licht van bepaalde aankopen van producenten van de Unie door Russische producenten-exporteurs. Twee Russische producenten hebben namelijk momenteel dochterondernemingen in de Unie. Bij het controlebezoek aan de in de EU gevestigde dochteronderneming van de medewerkende exporteur bleek dat de verkopen van de dochterondernemingen voornamelijk plaatsvonden op de Europese markt en dat de verbonden verkopen tussen de medewerkende producent en zijn dochteronderneming in het TNO beperkt bleven. |
|
(40) |
Op basis van de gegevens van de medewerkende exporteur moet worden opgemerkt dat de omvang van de Russische uitvoer van het betrokken product naar derde landen vier keer zo hoog was als de omvang van de uitvoer naar de Unie tijdens het TNO. De uitvoerprijzen van de medewerkende producent-exporteur naar derde landen bleken gemiddeld lager dan de binnenlandse verkoopprijs in de Russische Federatie, maar gemiddeld hoger dan de uitvoerprijzen naar de markt van de Unie. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de uitvoer naar de markten van derde landen aantrekkelijker zijn dan verkoop naar de markt van de Unie. Tegen deze achtergrond wordt ook opgemerkt dat al sinds lange tijd verkoopkanalen bestaan met de markten van het Gemenebest van onafhankelijke staten (GOS). |
|
(41) |
In antwoord op de mededeling van de definitieve bevindingen voerde de indiener van het verzoek aan dat de uitvoerprijzen van de Russische producenten naar derde markten in werkelijkheid lager zijn dan de uitvoerprijzen naar de Unie. Er werd gewezen op een vergelijking tussen gemiddelde uitvoerprijzen naar Oekraïne en naar bepaalde Europese landen die zou zijn gebaseerd op statistieken van de Russische douaneautoriteiten. Er werden geen originele gegevens ingediend waarop de vergelijking was gebaseerd. In dit verband wordt opgemerkt dat de vergelijking van het prijsverschil tussen Russische uitvoerprijzen naar de Unie en naar derde markten die in het onderzoek is uitgevoerd, gebaseerd was op de gecontroleerde gegevens die de medewerkende producent-exporteur in de vragenlijst had ingevuld. Die prijsvergelijking werd uitgevoerd op het niveau af fabriek, waarbij rekening werd gehouden met de verschillen tussen de productsoorten en het handelsstadium. De gemiddelde prijzen die de aanvrager heeft ingediend geven geen beeld van de complexiteit van de prijscomponenten en -klassen die in de markt voor stalen kabels bestaan, en die het gevolg zijn van een aanzienlijk aantal verschillende producten en verschillende handelsstadia. Het argument werd derhalve van de hand gewezen. |
|
(42) |
Dezelfde partij voerde aan dat de omvang van de uitvoer van de bedrijfstak van de Unie naar de Russische Federatie in dit geval niet ter zake doet, en legde de nadruk bij de verhoogde invoer uit de Volksrepubliek China in de Russische Federatie en de noodzaak om deze in beschouwing te nemen bij de analyse, aangezien die invoer een concurrentiedreiging vormt voor de aanwezigheid van de Russische producenten op de Russische markt en de markten van het GOS. In dit opzicht is het feit dat de producenten in de Unie de leidende exporteurs op de Russische markt blijven relevant omdat het onder meer bevestigt dat de Russische producenten niet in staat zijn om alle soorten stalen kabels te produceren waar op de Russische markt vraag naar is. Voor wat betreft de Chinese uitvoer naar de Russische Federatie wordt opgemerkt dat die de snelle groei van de vraag op de Russische markt heeft gevolgd. Er werd bijvoorbeeld geen informatie geleverd met betrekking tot de Chinese uitvoerprijzen naar de Russische Federatie of GOS-landen, of de eigenschappen van het ingevoerde product in kwestie om een verdere analyse mogelijk te maken. Tot slot wordt opgemerkt dat volgens de statistieken van de Russische douaneautoriteiten de Russische producenten van het betrokken product marktleider bleven op hun binnenlandse markt voor stalen kabels in het TNO en dat de totale invoer naar deze markt goed was voor slechts zo’n 15 % van de Russische markt voor stalen kabels. Het argument werd derhalve van de hand gewezen. |
3.4. Productiecapaciteit en voor uitvoer beschikbare overcapaciteit in de Russische Federatie
|
(43) |
Volgens het verzoek om een nieuw onderzoek bedroeg de productiecapaciteit van alle Russische producenten-exporteurs 115 000 ton. Tijdens het onderzoek gaf de aanvrager een nieuwe schatting van de Russische productiecapaciteit van tussen de 220 000 en 250 000 ton, hetgeen echter niet door enig bewijs werd ondersteund. Op basis van de gecontroleerde gegevens van de medewerkende exporteur, de gegevens die door een tweede bekende exporteur werden verstrekt, en de gegevens in een verzoek over de derde exporteur werd de productiecapaciteit van alle Russische producenten van het betrokken product vastgesteld op zo’n 158 000 ton. Tegen deze achtergrond wordt opgemerkt dat de productiecapaciteit van de medewerkende producent-exporteur in de beoordelingsperiode structurele aanpassingen onderging, waardoor een productiewerkplaats was gesloten. |
|
(44) |
In antwoord op de mededeling van de definitieve bevindingen voerde een partij aan dat sommige productieapparatuur van de gesloten productiewerkplaats naar een andere productieplaats van de medewerkende producent was overgebracht. Er werd echter geen bewijs geleverd dat deze bewering staaft. In dit verband wordt bevestigd dat uit het bewijs dat tijdens het onderzoek werd vergaard, inderdaad blijkt dat de medewerkende producent tijdens de beoordelingsperiode structurele aanpassingen onderging, waarbij sommige productieapparatuur werd gesloopt in alle drie de productieplaatsen, en een productiewerkplaats werd gesloten. Het kan echter niet worden uitgesloten dat bepaalde apparatuur van de gesloten productiewerkplaats is overgeplaatst naar de overgebleven werkplaatsen. Dit doet hoe dan ook geen afbreuk aan de schatting van de productiecapaciteit van deze producent en van Rusland in zijn geheel, hetgeen de partij niet betwistte. Het argument werd derhalve van de hand gewezen. |
|
(45) |
Wat de kwestie van bezetting en overcapaciteit, volgens de gegevens van de twee producenten, betreft, werd bij gebrek aan precieze gegevens over de bezetting van de derde producent aangenomen dat deze bezetting vergelijkbaar was met die van de andere twee producenten, namelijk 90 % in het TNO. Het bovenstaande in beschouwing nemende werd geconcludeerd dat de totale reservecapaciteit in de Russische Federatie zo’n 17 000 ton bedraagt. Dit kwam overeen met ongeveer 8 % van het verbruik in de Unie in het TNO. |
3.5. Conclusie
|
(46) |
Gezien de bevindingen dat uitvoer uit de Russische Federatie nog steeds wordt gedumpt tijdens het TNO, is voortzetting van dumping op de markt van de Unie waarschijnlijk indien de huidige antidumpingmaatregelen worden opgeheven. |
|
(47) |
De aandacht moet evenwel worden gevestigd op de volgende punten: ten eerste is er beperkte reservecapaciteit beschikbaar in de Russische Federatie, die zou kunnen worden gebruikt door de snel groeiende vraag op de binnenlandse markt. Ten tweede beschikken de Russische producenten niet over de capaciteit om alle soorten kabels te produceren, en hun concurrentiedruk op de markt van de Unie is derhalve beperkt. Ten derde zijn twee van de drie bekende producenten-exporteurs volledig eigenaar van dochterondernemingen in de Unie die het soortgelijk product produceren. Op basis van de gegevens verstrekt door de dochteronderneming van de medewerkende producent-exporteur kan worden opgemaakt dat het soortgelijk product dat door de dochteronderneming wordt geproduceerd voornamelijk op de markt van de Unie wordt verkocht, en dat de producent-exporteur het soortgelijk product voornamelijk voor de Russische markt produceert en het voornamelijk daar verkoopt. Bovendien hebben de Russische producenten-exporteurs sterke commerciële banden met de markten van derde landen, in het bijzonder met de GOS-markten, die aantrekkelijker zijn voor de Russische exporteurs omdat op deze markten gemiddeld een hogere prijs wordt gevraagd dan in de Unie. Op basis hiervan werd geconcludeerd dat het niet waarschijnlijk is dat de invoer van het betrokken product uit de Russische Federatie aanzienlijk zal stijgen indien de maatregelen komen te vervallen. |
D. DEFINITIE VAN DE BEDRIJFSTAK VAN DE UNIE
|
(48) |
Tijdens het TNO werden stalen kabels geproduceerd door meer dan 30 producenten in de Unie. De output van die producenten (vastgesteld op grond van informatie van medewerkende producenten, en voor de andere producenten in de Unie op grond van de gegevens van de aanvrager) wordt bijgevolg geacht de productie in de Unie te vormen in de zin van artikel 4, lid 1, van de basisverordening. |
|
(49) |
Zoals uitgelegd in overweging 12 werd vanwege het grote aantal producenten in de Unie een steekproef samengesteld. De indicatoren voor de schadeanalyse zijn op de volgende twee niveaus vastgesteld:
|
E. SITUATIE OP DE MARKT VAN DE UNIE
1. Verbruik in de Unie
|
(50) |
Het verbruik in de Unie is tussen 2009 en het eind van het TNO met 8 % gestegen, namelijk van 195 426 ton tot 211 380 ton.
|
2. Huidige invoer uit de Russische Federatie
2.1. Omvang, marktaandeel en prijzen van de invoer uit de Russische Federatie
|
(51) |
Volgens gegevens van Eurostat steeg de invoer van het betrokken product uit de Russische Federatie tussen 2009 en het eind van het TNO van 2 005 ton tot 2 343 ton. Ondanks deze stijging is de omvang van deze invoer lager dan de invoer uit de Russische Federatie tijdens het laatste onderzoek, toen de invoer 2 908 ton bedroeg voor 2005 en 3 323 ton voor de periode van 1 juli 2005 tot 30 juni 2006 (laatste TNO). Bovendien is de uitvoer uit Rusland sinds het eind van het TNO gedaald (met 20 %). |
|
(52) |
Het marktaandeel van de Russische invoer was 1,03 % in 2009 en 1,11 % in het TNO. |
|
(53) |
De invoerprijzen zijn in de beoordelingsperiode geleidelijk met in totaal 12 % gestegen.
|
2.2. Prijsonderbieding
|
(54) |
De prijsonderbieding werd beoordeeld aan de hand van de uitvoerprijzen van de medewerkende Russische producent, zonder antidumpingrecht, en bleek tussen de 54,7 % en de 69,0 % te bedragen, afhankelijk van de productsoorten en met een gewogen gemiddelde prijsonderbiedingsmarge van 63,4 %. Gezien de geringe omvang van de invoer uit de Russische Federatie en de verscheidenheid aan soorten stalen kabels die bestaat, kon de prijsonderbieding alleen worden vastgesteld op basis van een zeer beperkt aantal identieke productsoorten waarvan slechts kleine hoeveelheden werden ingevoerd (19,9 ton). De prijsonderbiedingsmarge kan derhalve enkel als indicatie worden gebruikt. |
3. Invoer uit andere landen
3.1. Omvang, marktaandeel en prijzen van de invoer uit andere landen
|
(55) |
De invoer uit andere landen dan de Russische Federatie is tijdens de beoordelingsperiode met 10,6 % gestegen, hetgeen een grotere stijging is dan de stijging van het verbruik van de markt van de Unie (+ 8 %). Ondanks een verhoogd marktaandeel van de Unie voor andere landen dan de Russische Federatie kunnen de respectieve marktaandelen als stabiel beschouwd worden. |
|
(56) |
De belangrijkste landen van uitvoer tijdens het TNO waren Zuid-Korea (met een marktaandeel van 16 %), gevolgd door de Volksrepubliek China (1,78 %), Thailand (ongeveer 1,65 %) en de Russische Federatie (zie hierboven, 1,11 % marktaandeel). Het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie lag tegen de 60 % aan.
|
3.2. Prijsonderbieding
|
(57) |
De totale gemiddelde invoerprijzen van het soortgelijk product uit andere landen bleef stabiel en onveranderd tijdens de beoordelingsperiode en onderboden de prijzen van de bedrijfstak van de Unie met gemiddeld 57 %. |
4. Situatie van de bedrijfstak van de Unie
|
(58) |
Overeenkomstig artikel 3, lid 5, van de basisverordening heeft de Commissie een beoordeling gemaakt van alle relevante economische factoren en indicatoren die op de situatie van de bedrijfstak van de Unie van invloed zijn. |
4.1. Voorafgaande opmerkingen
|
(59) |
Aangezien voor de bedrijfstak van de Unie gebruik werd gemaakt van een steekproef, is de schade beoordeeld aan de hand van de gegevens over de gehele bedrijfstak van de Unie (macro-economische elementen zoals gedefinieerd in overweging 49), en aan de hand van de gegevens over de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie (micro-economische elementen zoals gedefinieerd in overweging 49). |
a)
|
(60) |
De productie van de bedrijfstak van de Unie is tussen 2009 en het eind van het TNO met 6 % gestegen, namelijk van 214 475 ton naar 228 368 ton. In de context van gestegen verbruik (+ 8 %), zoals vermeld in overweging 52, is de productieomvang van de bedrijfstak van de Unie gestegen met 6 %.
|
b)
|
(61) |
De stijging van het verbruik van de Unie (+ 8 %) veroorzaakte ook een stijging van de productie van de bedrijfstak van de Unie van 6 %.
|
c)
|
(62) |
De verkoop van de bedrijfstak van de Unie op de markt van de Unie is tussen 2009 en het eind van het TNO met 7 % gestegen.
|
d)
|
(63) |
De bedrijfstak van de Unie slaagde erin zijn marktaandeel relatief stabiel te houden tijdens de beoordelingsperiode, namelijk op 60 % in 2009 en op 59 % tijdens het TNO.
|
e)
|
(64) |
Tussen 2009 en het eind van het TNO, toen het verbruik in de Unie met 8 % steeg, steeg de omvang van de verkoop van de bedrijfstak van de Unie eveneens, namelijk met 7 %. Het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie kan derhalve als stabiel worden beschouwd, hoewel er sprake was van een lichte daling, terwijl de invoer uit de Russische Federatie licht steeg. |
f)
|
(65) |
Bij de producenten in de Unie die in de steekproef waren opgenomen, was sprake van een stijging van 5 % tijdens de beoordelingsperiode, maar in de schatting van de aanvrager is het niveau van werkgelegenheid in de gehele bedrijfstak van de Unie anders, en is er sprake van een negatieve tendens met een daling van 6 % tussen 2009 en het eind van het TNO.
|
g)
|
(66) |
De gevolgen voor de bedrijfstak van de Unie van de vastgestelde werkelijke dumpingmarges (4,7 %) kunnen als gevolg van de geringe totale omvang van de invoer uit de Russische Federatie en de relatief lage dumpingmarge niet als aanzienlijk worden beschouwd. |
h)
|
(67) |
De eindvoorraden van de bedrijfstak van de Unie zijn tussen 2009 en het eind van het TNO afgenomen.
|
i)
|
(68) |
De verkoopprijzen per eenheid van de bedrijfstak van de Unie zijn tussen 2009 en het eind van het TNO met 8 % gestegen. Deze prijsontwikkeling is gekoppeld aan het feit dat de bedrijfstak van de Unie de stijging van de productiekosten (8 %) kon doorberekenen aan de gebruikers. De ontwikkeling is ook gekoppeld aan het feit dat de bedrijfstak van de Unie geleidelijk overstapt naar de productie van stalen kabels met een grotere diameter, en een grotere nadruk legt op kabels voor specifiek gebruik.
|
j)
|
(69) |
Tussen 2009 en het eind van het TNO is het gemiddelde loon per voltijdequivalent (VTE) met 20 % gestegen. Als gevolg van de herstructurering van sommige in de steekproef opgenomen ondernemingen is het aantal hoofdarbeiders in verhouding tot de handarbeiders tijdens de beoordelingsperiode toegenomen, hetgeen zichtbaar is in een verhoging van de gemiddelde salariskosten per werknemer.
|
k)
|
(70) |
De productiviteit van de werknemers van de bedrijfstak van de Unie, uitgedrukt in productie per VTE, fluctueerde sterk tijdens de beoordelingsperiode: in 2010 daalde zij, waarna zij in 2011 en in het TNO weer steeg.
|
l)
|
(71) |
Investeringen in stalen kabels stegen in de beoordelingsperiode met 271 %, waren aanzienlijk, en hadden een waarde van bijna 16 miljoen EUR tijdens het TNO. De in de steekproef opgenomen producenten ondervonden in de beoordelingsperiode geen problemen om kapitaal aan te trekken. Daarnaast kon een groot deel van de investeringen worden gefinancierd door zelf gegenereerde kasstromen.
|
m)
|
(72) |
De in de steekproef opgenomen producenten hebben gedurende de volledige beoordelingsperiode winst behaald. De winst die werd behaald tussen 2009 en het eind van het TNO lag — ondanks de daling in vergelijking met 2009 — ruimschoots boven de doelwinst van 5 % die in het oorspronkelijk onderzoek was vastgesteld.
|
n)
|
(73) |
Het rendement van investeringen, uitgedrukt in de totale winst die is gegenereerd door de activiteiten op het gebied van stalen kabels in percentage van de netto boekwaarde van activa die direct en indirect verbonden zijn met de productie van stalen kabels, volgde gedurende de hele beoordelingsperiode in grote lijnen bovenstaande winstgevendheidtrends. Ondanks de daling blijft deze indicator betrekkelijk hoog.
|
o)
|
(74) |
De situatie met betrekking tot de kasstroom blijft over het geheel genomen zeer positief, ondanks enige verslechtering tussen 2009 en het eind van het TNO, en volgt tot op zekere hoogte de winstgevendheidtrends over de gehele beoordelingsperiode.
|
p)
|
(75) |
De meerderheid van de indicatoren geeft aan dat de bedrijfstak van de Unie haar productieapparatuur heeft aangepast om beter bestand te zijn tegen het nieuwe economische klimaat en om in staat te zijn op de markt van de Unie en ook buiten de Unie gebruik te maken van de kansen in marktsegmenten waar hoge marges kunnen worden bereikt. De verbetering in de economische en financiële situatie van de bedrijfstak van de Unie, na het instellen van antidumpingmaatregelen in 2001, vormt het bewijs dat de maatregelen effectief zijn en dat de bedrijfstak van de Unie zich van de gevolgen van eerdere dumpingpraktijken heeft hersteld. |
4.2. Conclusie
|
(76) |
Tijdens de beoordelingsperiode is de bedrijfstak van de Unie er min of meer in geslaagd zijn marktaandeel te behouden, zijn de prijzen met 8 % gestegen en bleven de voorraden op een redelijk niveau, terwijl de omvang van de productie en van het gebruik zijn gestegen. De bedrijfstak van de Unie was gedurende de hele beoordelingsperiode winstgevend, al was de winst tijdens het TNO lager dan in 2009. Gezien het bovenstaande kan er worden geconcludeerd dat de bedrijfstak van de Unie gedurende de beoordelingsperiode geen aanmerkelijke schade heeft geleden. |
F. WAARSCHIJNLIJKHEID VAN HERHALING VAN DE SCHADE
|
(77) |
Tevens is nagegaan of herhaling van schade waarschijnlijk is indien de maatregelen komen te vervallen. Naar het oordeel van de Raad is dat niet waarschijnlijk. Uit de beoordeling bleek dat het niet waarschijnlijk is dat dit gebeurt, om de hieronder uiteengezette redenen. |
|
(78) |
Zoals benadrukt in overweging 54 is vastgesteld dat de prijzen van de invoer uit de Russische Federatie de prijzen van de Unie onderboden. Gezien de geringe hoeveelheid identieke productsoorten kan deze onderbiedingsmarge echter alleen worden gebruikt als indicatie. |
|
(79) |
Zoals uiteengezet in overweging 51 bedroeg de omvang van de invoer van het betrokken product vanuit de Russische Federatie 2 005 ton in 2009 en 2 343 ton tijdens het TNO, hetgeen goed was voor een marktaandeel van respectievelijk 1,03 % en 1,11 %. |
|
(80) |
Zoals uiteengezet in de overwegingen 43 en 45 wordt de totale Russische capaciteit geschat op 158 000 ton, terwijl de schatting tijdens het laatste onderzoek ongeveer gelijkstond aan de omvang van het totale gebruik in de Unie, namelijk 220 000 ton. Bovendien lijken de reservecapaciteiten momenteel beperkt te zijn. |
|
(81) |
Gedurende het laatste onderzoek werd geoordeeld dat de Russische markt niet in staat was om de omvang van geleverde producten te absorberen. Tijdens dit onderzoek bleek, zoals uiteengezet in overweging 36, dat het binnenlandse verbruik van stalen kabels in Rusland een aanzienlijke groei kende (38 %) gedurende de beoordelingsperiode. Daarnaast voorspellen openbaar beschikbare economische prognoses een sterke groei van het bbp in de Russische Federatie voor de komende jaren. Het is, zoals uiteengezet in overweging 45, derhalve waarschijnlijk dat de Russische reservecapaciteit wordt geabsorbeerd door de groeiende Russische markt, aangezien Russische prijzen ongeveer 11 % hoger zijn dan de uitvoerprijzen naar de EU. Bovendien zijn Russische uitvoerprijzen naar andere markten, in het bijzonder de CIS-landen, gemiddeld 5,6 % hoger dan de uitvoerprijzen naar de EU. Het is daarom niet waarschijnlijk dat aanzienlijke hoeveelheden van ofwel de reservecapaciteit ofwel de huidige verkoop op de meer winstgevende binnenlandse markt en/of op de markten van GOS-landen naar de markt van de Unie zullen worden verplaatst. |
|
(82) |
In het licht van bovenstaande wordt geconcludeerd dat intrekking van de maatregelen ten aanzien van invoer van oorsprong uit de Russische Federatie waarschijnlijk niet zal leiden tot de herhaling van aanmerkelijke schade voor de bedrijfstak van de Unie als geheel. |
G. ANTIDUMPINGMAATREGELEN
|
(83) |
In het licht van het bovenstaande moeten de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van stalen kabels uit de Russische Federatie worden ingetrokken en de huidige procedure worden beëindigd overeenkomstig artikel 9, lid 2, en artikel 11, lid 2, van de basisverordening. |
|
(84) |
Alle partijen werden in kennis gesteld van de belangrijkste feiten en overwegingen op grond waarvan de Commissie voornemens is de aanbeveling te doen de thans geldende maatregelen ten aanzien van de invoer vanuit de Russische Federatie te beëindigen. Zij konden hierover binnen een bepaalde termijn opmerkingen maken. Opmerkingen werden ontvangen van een belanghebbende, die tevens verzocht te worden gehoord. De hoorzitting vond plaats in het bijzijn van de daartoe bevoegde ambtenaar, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer van stalen kabels (gesloten kabels daaronder begrepen), met uitzondering van roestvrijstalen kabels, met een grootste dwarsdoorsnede van meer dan 3 mm, al dan niet voorzien van hulpstukken (fittings), van oorsprong uit de Russische Federatie en momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 7312 10 81 , ex 7312 10 83 , ex 7312 10 85 , ex 7312 10 89 en ex 7312 10 98 worden ingetrokken en de procedure met betrekking tot deze invoer wordt beëindigd.
Artikel 2
De procedure betreffende het nieuwe onderzoek bij het vervallen van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van ijzeren of stalen kabels (gesloten kabels daaronder begrepen), met uitzondering van roestvrijstalen kabels, met een grootste dwarsdoorsnede van meer dan 3 mm, al dan niet voorzien van hulpstukken (fittings), momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 7312 10 81 , ex 7312 10 83 , ex 7312 10 85 , ex 7312 10 89 en ex 7312 10 98 en van oorsprong uit de Russische Federatie geopend op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009, wordt hierbij beëindigd.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 12 december 2013.
Voor de Raad
De voorzitter
J. NEVEROVIC
(1) PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51.
(2) PB L 211 van 4.8.2001, blz. 1.
(3) PB L 285 van 31.10.2007, blz. 52.
(4) PB L 285 van 31.10.2007, blz. 1.
(5) PB L 36 van 9.2.2012, blz. 1.
(6) PB C 330 van 27.10.2012, blz. 5.
(7) Volgens gegevens verkregen van Prommetiz — Russische vereniging van producenten van ijzerwaren.