EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31998L0082

Richtlijn 98/82/EG van de Commissie van 27 oktober 1998 houdende wijziging van de bijlagen van de Richtlijnen 86/362/EEG, 86/363/EEG en 90/642/EEG van de Raad tot vaststelling van maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen in en op respectievelijk granen, levensmiddelen van dierlijke oorsprong en bepaalde producten van plantaardige oorsprong, met inbegrip van groenten en fruit (Voor de EER relevante tekst)

OJ L 290, 29.10.1998, p. 25–54 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 03 Volume 024 P. 72 - 101
Special edition in Estonian: Chapter 03 Volume 024 P. 72 - 101
Special edition in Latvian: Chapter 03 Volume 024 P. 72 - 101
Special edition in Lithuanian: Chapter 03 Volume 024 P. 72 - 101
Special edition in Hungarian Chapter 03 Volume 024 P. 72 - 101
Special edition in Maltese: Chapter 03 Volume 024 P. 72 - 101
Special edition in Polish: Chapter 03 Volume 024 P. 72 - 101
Special edition in Slovak: Chapter 03 Volume 024 P. 72 - 101
Special edition in Slovene: Chapter 03 Volume 024 P. 72 - 101
Special edition in Bulgarian: Chapter 03 Volume 026 P. 3 - 32
Special edition in Romanian: Chapter 03 Volume 026 P. 3 - 32

No longer in force, Date of end of validity: 31/08/2008; stilzwijgende opheffing door 32005R0396 . Latest consolidated version: 01/11/1998

ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1998/82/oj

31998L0082

Richtlijn 98/82/EG van de Commissie van 27 oktober 1998 houdende wijziging van de bijlagen van de Richtlijnen 86/362/EEG, 86/363/EEG en 90/642/EEG van de Raad tot vaststelling van maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen in en op respectievelijk granen, levensmiddelen van dierlijke oorsprong en bepaalde producten van plantaardige oorsprong, met inbegrip van groenten en fruit (Voor de EER relevante tekst)

Publicatieblad Nr. L 290 van 29/10/1998 blz. 0025 - 0054


RICHTLIJN 98/82/EG VAN DE COMMISSIE van 27 oktober 1998 houdende wijziging van de bijlagen van de Richtlijnen 86/362/EEG, 86/363/EEG en 90/642/EEG van de Raad tot vaststelling van maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen in en op respectievelijk granen, levensmiddelen van dierlijke oorsprong en bepaalde producten van plantaardige oorsprong, met inbegrip van groenten en fruit (Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 86/362/EEG van de Raad van 24 juli 1986 tot vaststelling van maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen in en op granen (1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 97/71/EG van de Commissie (2), en met name op artikel 10,

Gelet op Richtlijn 86/363/EEG van de Raad van 24 juli 1986 tot vaststelling van maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen in en op levensmiddelen van dierlijke oorsprong (3), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 97/71/EG, en met name op artikel 10,

Gelet op Richtlijn 90/642/EEG van de Raad van 27 november 1990 tot vaststelling van maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen in en op bepaalde producten van plantaardige oorsprong, met inbegrip van groenten en fruit (4), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 97/71/EG, en met name op artikel 7,

Gelet op Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (5), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 98/47/EG van de Commissie (6),

Overwegende dat bij de Richtlijnen 93/57/EEG (7) en 93/58/EEG (8) van de Raad de bijlagen II van de Richtlijnen 86/362/EEG, 86/363/EEG en 90/642/EEG zijn gewijzigd om voor een eerste lijst van bestrijdingsmiddelen maximumgehalten aan residuen vast te stellen voor respectievelijk granen, producten van dierlijke oorsprong en bepaalde producten van plantaardige oorsprong, met inbegrip van groenten en fruit; dat sommige maximumgehalten evenwel nog niet zijn vastgesteld omdat de beschikbare gegevens daarvoor onvoldoende waren, en dat de belanghebbende partijen in de gelegenheid werden gesteld om binnen een bepaalde termijn de ontbrekende gegevens te produceren; dat, als niet tegen 31 oktober 1998 maximumgehalten worden vastgesteld, de passende ondergrens van de analytische bepaling zal gelden;

Overwegende dat overeenkomstig Richtlijn 91/414/EEG de lidstaten verantwoordelijk zijn voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen voor gebruik op specifieke gewassen; dat dergelijke toelatingen moeten worden gebaseerd op een beoordeling van de effecten op de gezondheid van mens en dier en van de invloed op het milieu; dat tot de elementen waarmee bij een dergelijke beoordeling rekening moet worden gehouden, onder meer behoren de blootstelling van degenen die met het middel omgaan en van de omstanders, de milieueffecten in bodem, water en lucht en de gevolgen bij mens en dier van het binnenkrijgen van residuen op behandelde gewassen;

Overwegende dat voor granen en producten van plantaardige oorsprong, met inbegrip van groenten en fruit, maximumgehalten aan residuen worden bepaald op basis van een zodanige toepassing van de minimumhoeveelheden bestrijdingsmiddelen die voor een effectieve gewasbescherming nodig zijn, dat de hoeveelheid residu zo klein mogelijk is en, met name uit het oogpunt van milieubescherming en gelet op de geschatte opname via de voeding, toxicologisch aanvaardbaar blijft; dat voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong maximumgehalten aan residuen worden bepaald op basis van de vervoedering van met bestrijdingsmiddelen behandelde granen en producten van plantaardige oorsprong die tot residuen in de dieren en de dierlijke producten leidt, alsmede, zo nodig, met inachtneming van de rechtstreekse gevolgen van de toediening van diergeneesmiddelen;

Overwegende dat maximumgehalten aan residuen op de ondergrens van de analytische bepaling worden vastgesteld wanneer toegelaten toepassingen van gewasbeschermingsmiddelen niet tot waarneembare gehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen in of op het levensmiddel leiden, of wanneer er geen toegelaten toepassingen zijn, of wanneer door de lidstaten toegelaten toepassingen niet met de nodige gegevens zijn onderbouwd, of wanneer toepassingen in derde landen die leiden tot residuen in of op levensmiddelen die op de markt van de Gemeenschap verkrijgbaar kunnen zijn, niet met de overeenkomstige nodige gegevens zijn onderbouwd;

Overwegende dat de mate waarin de verbruikers van levensmiddelen die met de onder deze richtlijn vallende bestrijdingsmiddelen zijn behandeld, in de loop van hun hele leven aan de betrokken residuen worden blootgesteld, is geschat en beoordeeld volgens de in de Europese Gemeenschap gebruikelijke procedures en methoden, met inachtneming van de door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) gepubliceerde richtsnoeren (9);

Overwegende dat op het niveau van de Europese Gemeenschap nog geen overeenstemming is bereikt over de wetenschappelijke aanpak en procedures voor de berekening van acute referentiedoses en de schatting van een korte acute blootstelling via de voeding; dat het Wetenschappelijk Comité voor planten, zich op het standpunt stellend dat de bij de FAO/WHO-beraadslaging van 1997 (10) ontwikkelde wetenschappelijke aanpak en procedures geschikt zijn in afwachting van overeenstemming op communautair niveau, de toxicologisch aanvaardbare maximumgehalten aan residuen van methamidofos heeft berekend voor pitvruchten, perziken, abrikozen en pepers (11); dat voor perziken en abrikozen op basis van informatie over goede landbouwpraktijken en onder toezicht verrichte veldproeven maximumgehalten aan residuen van methamidofos kunnen worden vastgesteld op de niveaus die als toxicologisch aanvaardbaar zijn aangemerkt; dat dergelijke informatie voor pitvruchten ontbreekt, maar dat voor die producten eveneens een maximumgehalte aan residuen van methamidofos op het toxicologisch aanvaardbare niveau dient te worden vastgesteld met het oog op de residuen van methamidofos die het gevolg zijn van het gebruik van acefaat; dat de lidstaten, met name voor de bovengenoemde landbouwproducten, de bestaande goede landbouwpraktijken aan een onderzoek moeten onderwerpen om te garanderen dat de vastgestelde maximumgehalten aan residuen van acefaat en methamidofos in acht worden genomen;

Overwegende dat het nodig is waakzaam te blijven wat de maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen betreft; dat de gehalten op grond van nieuwe informatie en gegevens kunnen worden gewijzigd en vooral met spoed opnieuw dienen te worden bezien met het oog op verlaging ervan indien op nieuwe of herbeoordeelde informatie gebaseerde bezorgdheid over de blootstelling van verbruikers aan residuen via de voeding onder de aandacht van de Commissie wordt gebracht, met name ter uitvoering van artikel 9 van Richtlijn 86/362/EEG, artikel 9 van Richtlijn 86/363/EEG of artikel 8 van Richtlijn 90/642/EEG; dat met name de bij deze richtlijn voor acefaat, methamidofos en vinchlozolin vastgestelde maximumgehalten aan residuen tezamen met de bij de Richtlijnen 93/57/EEG en 93/58/EEG voor deze bestrijdingsmiddelen vastgestelde maximumgehalten aan residuen met spoed opnieuw dienen te worden bezien op basis van de beoordeling van deze werkzame stoffen overeenkomstig artikel 8, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG;

Overwegende dat de communautaire maximumgehalten aan residuen en de door de Codex Alimentarius aanbevolen gehalten volgens vergelijkbare procedures worden vastgesteld en beoordeeld; dat de informtie in de relevante beoordelingen van de Gemeenschappelijke Vergadering over residuen van bestrijdingsmiddelen (JMPR) van de FAO en de WHO evenwel zo is opgesteld dat de toegelaten gebruiksdoeleinden/goede landbouwpraktijken en de onder toezicht verrichte proeven inzake residuen te beknopt zijn samengevat en dat geen duidelijke grondslag voor het aanbevolen maximumgehalte is vermeld; dat bij toelatingen van gewasbeschermingsmiddelen in derde landen sprake kan zijn van de noodzaak het gebruik van grotere hoeveelheden gewasbeschermingsmiddelen of de toepassing van kortere wachttijden vóór de oogst toe te staan dan in de Gemeenschap het geval is, zodat mogelijk ook hogere gehalten aan residuen moeten worden toegestaan; dat de handelspartners van de Gemeenschap via de Wereldhandelsorganisatie over de in deze richtlijn vastgestelde gehalten zijn geraadpleegd en dat hun opmerkingen over deze gehalten door het Permanent Plantenziektekundig Comité zijn bestudeerd en besproken; dat de Europese Gemeenschap op basis van te verstrekken gegevens die kunnen worden aanvaard, zal onderzoeken of voor specifieke combinaties van bestrijdingsmiddelen en gewassen als tolerantiewaarde bij invoer geldende maximumgehalten aan residuen kunnen worden vastgesteld;

Overwegende dat de in deze richtlijn vastgestelde maximumgehalten aan residuen opnieuw zullen moeten worden bezien in het kader van de herbeoordeling van werkzame stoffen waarin is voorzien in het werkprogramma als bedoeld in artikel 8, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG;

Overwegende dat met het advies van het Wetenschappelijk Comité voor planten, vooral terzake van de bescherming van de verbruikers van met bestrijdingsmiddelen behandelde levensmiddelen, rekening is gehouden;

Overwegende dat de in deze richtlijn vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Permanent Plantenziektekundig Comité,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

In bijlage II van Richtlijn 86/362/EEG worden de lijsten van maximumgehalten aan residuen voor chloorthalonil, chloorpyrifos, chloorpyrifos-methyl, cypermethrin, deltamethrin, fenvaleraat, glyfosaat, imazalil, iprodione, permethrin, de "benomyl-groep" (benomyl, carbendazim, thiofaanaat-methyl), de "maneb-groep" (maneb, mancozeb, metiram, propineb, zineb) en procymidon vervangen door de in bijlage A van deze richtlijn vastgestelde lijsten.

Artikel 2

In bijlage II van Richtlijn 86/363/EEG worden de lijsten van maximumgehalten aan residuen voor chloorthalonil, chloorpyrifos, chloorpyrifos-methyl, cypermethrin, deltamethrin, fenvaleraat, glyfosaat, imazalil, iprodione, permethrin, de "benomyl-groep" (benomyl, carbendazim, thiofaanaat-methyl), de "maneb-groep" (maneb, mancozeb, metiram, propineb, zineb) en procymidon vervangen door de in bijlage B van deze richtlijn vastgestelde lijsten.

Artikel 3

In bijlage II van Richtlijn 90/642/EEG worden de lijsten van maximumgehalten aan residuen voor chloorthalonil, chloorpyrifos, chloorpyrifos-methyl, cypermethrin, deltamethrin, fenvaleraat, glyfosaat, imazalil, iprodione, permethrin, de "benomyl-groep" (benomyl, carbendazim, thiofaanaat-methyl), de "maneb-groep" (maneb, mancozeb, metiram, propineb, zineb) en procymidon en de specifiek voor thee vastgestelde maximumgehalten vervangen door de in bijlage C van deze richtlijn vastgestelde lijsten.

Artikel 4

De in bijlage D van deze richtlijn opgenomen maximumgehalten aan residuen van acefaat, methamidofos en vinchlozolin worden op tijdelijke basis vastgesteld in afwachting dat op basis van de beoordeling van deze werkzame stoffen overeenkomstig artikel 8, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG voor alle landbouwproducten herziene maximumgehalten aan residuen van deze drie bestrijdingsmiddelen worden vastgesteld, zulks uiterlijk vóór 30 april 2001 in het geval van acefaat en methamidofos en uiterlijk vóór 31 december 1999 in het geval van vinchlozolin.

Artikel 5

1. Deze richtlijn treedt in werking op 1 november 1998.

2. De wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen om aan deze richtlijn te voldoen worden uiterlijk op 30 april 1999 door de lidstaten aangenomen en bekendgemaakt. De lidstaten stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

De lidstaten passen die bepalingen toe met ingang van 1 augustus 1999.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

Artikel 6

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 27 oktober 1998.

Voor de Commissie

Franz FISCHLER

Lid van de Commissie

(1) PB L 221 van 7. 8. 1986, blz. 37.

(2) PB L 347 van 18. 12. 1997, blz. 42.

(3) PB L 221 van 7. 8. 1986, blz. 43.

(4) PB L 350 van 14. 12. 1990, blz. 71.

(5) PB L 230 van 10. 8. 1991, blz. 1.

(6) PB L 191 van 7. 7. 1998, blz. 50.

(7) PB L 211 van 23. 8. 1993, blz. 1.

(8) PB L 211 van 23. 8. 1993, blz. 6.

(9) Richtsnoeren voor het voorspellen van de opname via de voeding van residuen van bestrijdingsmiddelen (herzien), uitgewerkt door GEMS (mundiaal milieubewakingssysteem) - Voedselprogramma in samenwerking met het Codex-Comité voor residuen van bestrijdingsmiddelen, gepubliceerd door de Wereldgezondheidsorganisatie, 1997.

(10) Beraadslaging over de beoordeling van de inname van chemicaliën bij het verbruik van levensmiddelen, Genève, Zwitserland, 10-14 februari 1997: Eenheid Voedselveiligheid, Programma op het gebied van voedselveiligheid en voedselhulp, Wereldgezondheidsorganisatie 1997; WHO/FSF/FOS.97.5.

(11) Advies van het Wetenschappelijk Comité voor planten over vraagstukken met betrekking tot de wijziging van de bijlagen van de Richtlijnen 86/362/EEG, 86/363/EEG en 90/642/EEG van de Raad: SCP/RESI/024 Final van 4 augustus 1998.

BIJLAGE A

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE B

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE C

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE D

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Top