EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62022CN0436

Zaak C-436/22: Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tribunal Superior de Justicia de Castilla y León (Spanje) op 1 juli 2022 — Asociación para la Conservación y Estudio del Lobo Ibérico (ASCEL) / Administración de la Comunidad Autónoma de Castilla y León

PB C 359 van 19.9.2022, p. 45–46 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

19.9.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 359/45


Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tribunal Superior de Justicia de Castilla y León (Spanje) op 1 juli 2022 — Asociación para la Conservación y Estudio del Lobo Ibérico (ASCEL) / Administración de la Comunidad Autónoma de Castilla y León

(Zaak C-436/22)

(2022/C 359/54)

Procestaal: Spaans

Verwijzende rechter

Tribunal Superior de Justicia de Castilla y León

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Asociación para la Conservación y Estudio del Lobo Ibérico (ASCEL)

Verwerende partij: Administración de la Comunidad Autónoma de Castilla y León

Prejudiciële vragen

In aanmerking genomen dat elke maatregel die een lidstaat op grond van de habitatrichtlijn neemt, overeenkomstig artikel 2, lid 2, daarvan moet beogen om diersoorten van communautair belang, zoals de wolf (lupus canis), in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen:

1)

Verzetten artikel 2, lid 2, en de artikelen 4, 11, 12, 14, 16 en 17 van richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (1) zich ertegen dat een regionale wet (wet 4/1996 van 12 juli 1996 betreffende de jacht in Castilië en León en vervolgens wet 4/2021 van 1 juli 2021 betreffende de jacht en het duurzame beheer van de jachtbestanden in Castilië en León) de wolf verklaart tot een soort waarop mag worden gejaagd en bijgevolg de lokale exploitatie van wolven in jachtgebieden tijdens de seizoenen 2019/2020, 2020/2021 en 2021/2022 toestaat, terwijl de staat van instandhouding van deze soort “ongunstig — ontoereikend” is volgens het verslag over de zesjarige periode 2013-2018 dat Spanje in 2019 bij de Europese Commissie heeft ingediend, hetgeen voor de staat (de lidstaat, artikel 4 van de habitatrichtlijn) aanleiding is geweest om alle Spaanse wolvenpopulaties op te nemen in de lijst van in het wild levende diersoorten waarvoor een speciale beschermingsregeling geldt en in de Spaanse catalogus van bedreigde diersoorten, zodat ook de ten noorden van de Duero gelegen populaties strikt worden beschermd?

2)

Is het verenigbaar met deze doelstelling om de wolf een verschillende bescherming te verlenen naargelang hij ten noorden of ten zuiden van de rivier de Duero wordt aangetroffen, gelet op i) het feit dat dit onderscheid momenteel wetenschappelijk niet opportuun wordt geacht, ii) het feit dat de staat van instandhouding van de wolf in de drie gebieden waar hij in Spanje voorkomt, namelijk de alpiene regio, de Atlantische regio en de mediterrane regio, in de periode 2013-2018 als ongunstig is beoordeeld, iii) het feit dat het gaat om een strikt beschermde soort in nagenoeg alle lidstaten, met name ook in Portugal, waarmee Spanje een gebied deelt, en iv) de rechtspraak van het Hof inzake het natuurlijke verspreidingsgebied en de territoriale ruimte waarmee rekening moet worden gehouden bij de beoordeling van de staat van instandhouding van de soort, waarbij het meer in overeenstemming met de habitatrichtlijn zou zijn — zonder artikel 2, lid 3, uit het oog te verliezen — om de wolf op te nemen in de bijlagen II en IV bij de richtlijn zonder onderscheid te maken tussen het noorden en het zuiden van de Duero, zodat het slechts toegestaan zou zijn om de wolf te vangen en te doden wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat in de zin van artikel 16 en met inachtneming van de daarin vermelde vereisten?

Indien het onderscheid wel gerechtvaardigd blijkt te zijn:

3)

Omvat de term “exploitatie” in artikel 14 van de richtlijn ook het gebruik voor de jacht en mag er dus op deze soort worden gejaagd, gelet op het bijzondere belang ervan (in andere territoriale gebieden wordt de wolf als prioritair aangeduid), in aanmerking genomen dat de jacht op deze soort tot nu toe is toegestaan en de toestand ervan in de periode 2013-2018 ongunstig is bevonden?

4)

Staat artikel 14 van de richtlijn in de weg aan de wettelijke erkenning van de wolf ten noorden van de Duero als soort waarop mag worden gejaagd (artikel 7 en bijlage I bij wet 4/1996 van 12 juli 1996 betreffende de jacht in Castilië en León en artikel 6 van en bijlage I bij wet 4/2021 van 1 juli 2021 betreffende de jacht en het duurzame beheer van de jachtbestanden in Castilië en León) en aan de goedkeuring van een plan voor de lokale exploitatie van wolven in de jachtgebieden ten noorden van de rivier de Duero voor de seizoenen 2019/2020, 2020/2021 en 2021/2022, zonder enige informatie op basis waarvan kan worden nagegaan of het in artikel 11 van de richtlijn bedoelde toezicht plaats heeft gevonden, zonder telling sinds 2012-2013 en zonder dat er in het dossier sprake is van voldoende objectieve, wetenschappelijke en actuele informatie over de situatie van de wolf op basis waarvan het plan voor lokale exploitatie is opgesteld, terwijl in de periode 2013-2018 in de drie gebieden waar de wolf in Spanje voorkomt, namelijk de alpiene regio, de Atlantische regio en de mediterrane regio, de staat van instandhouding van de wolf als ongunstig wordt beoordeeld?

5)

Zijn op grond van de artikelen 4, 11 en 17 van de habitatrichtlijn de verslagen die in aanmerking moeten worden genomen om de staat van instandhouding van de wolf te bepalen (huidig werkelijk populatieniveau, huidige geografische verspreiding, voortplantingsindex, enz.) die welke om de zes jaar door de lidstaat worden opgesteld, of indien nodig op kortere termijn via een wetenschappelijk comité zoals het bij koninklijk besluit 139/2011 opgerichte comité, rekening houdend met het feit dat de populaties voorkomen op het grondgebied van verschillende autonome regio’s en met de noodzaak om de evaluatie van de maatregelen met betrekking tot een lokale populatie “op grotere schaal” uit te voeren, zoals is aangegeven in het arrest van het Hof van 10 oktober 2019 in zaak C-674/17 (2)?


(1)  PB 1992, L 206, blz. 7.

(2)  EU:C:2019:851.


Top