Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52019AP0194

P8_TA(2019)0194 Bestrijding van fraude en vervalsing in verband met andere betaalmiddelen dan contanten ***I Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 13 maart 2019 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bestrijding van fraude en vervalsing in verband met andere betaalmiddelen dan contanten en ter vervanging van Kaderbesluit 2001/413/JBZ (COM(2017)0489 — C8-0311/2017 — 2017/0226(COD)) P8_TC1-COD(2017)0226 Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 13 maart 2019 met het oog op de vaststelling van Richtlijn (EU) 2019/… van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bestrijding van fraude met en vervalsing van niet-contante betaalmiddelen en ter vervanging van Kaderbesluit 2001/413/JBZ van de Raad

PB C 23 van 21.1.2021, p. 575–575 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

21.1.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 23/575


P8_TA(2019)0194

Bestrijding van fraude en vervalsing in verband met andere betaalmiddelen dan contanten ***I

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 13 maart 2019 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bestrijding van fraude en vervalsing in verband met andere betaalmiddelen dan contanten en ter vervanging van Kaderbesluit 2001/413/JBZ (COM(2017)0489 — C8-0311/2017 — 2017/0226(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

(2021/C 23/78)

Het Europees Parlement,

gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2017)0489),

gezien artikel 294, lid 2, en artikel 83, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0311/2017),

gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

gezien de bijdragen die de Tsjechische Kamer van Afgevaardigden, de Tsjechische Senaat en het Spaanse parlement hebben ingediend over het ontwerp van wetgevingshandeling,

gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 18 januari 2018 (1),

gezien het overeenkomstig artikel 69 septies, lid 4, van zijn Reglement door de bevoegde commissie goedgekeurde voorlopig akkoord en de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 19 december 2018 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren

gezien artikel 59 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0276/2018),

1.

stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.

verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

(1)  PB C 197 van 8.6.2018, blz. 24.


P8_TC1-COD(2017)0226

Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 13 maart 2019 met het oog op de vaststelling van Richtlijn (EU) 2019/… van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bestrijding van fraude met en vervalsing van niet-contante betaalmiddelen en ter vervanging van Kaderbesluit 2001/413/JBZ van de Raad

(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement overeen met de definitieve rechtshandeling: Richtlijn (EU) 2019/713.)


Top