Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52017IR3202

Advies van het Europees Comité van de Regio’s over versterking van de territoriale weerbaarheid: regio’s en steden de instrumenten verschaffen om de globalisering het hoofd te bieden

PB C 54 van 13.2.2018, pp. 32–37 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

13.2.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 54/32


Advies van het Europees Comité van de Regio’s over versterking van de territoriale weerbaarheid: regio’s en steden de instrumenten verschaffen om de globalisering het hoofd te bieden

(2018/C 054/07)

Algemeen rapporteur:

Micaela FANELLI (IT/PSE), burgemeester van Riccia, Campobasso

Referentiedocument:

Discussienota over het in goede banen leiden van de mondialisering

COM(2017) 240 final

HET EUROPEES COMITÉ VAN DE REGIO'S (CvdR),

I.   ALGEMENE OPMERKINGEN

1.

verheugt zich erover dat de Commissie met haar discussienota over het in goede banen leiden van de mondialisering erkent dat de mondialisering een essentieel thema is in de denkoefening over de toekomst van de Europese Unie (1). Het vermogen van de EU om de globalisering vorm te geven en het hoofd te bieden aan de gevolgen ervan is van cruciaal belang in het publieke debat over de toekomst van Europa en zijn legitimiteit, gelet op wat de burgers ter zake van de Unie verwachten.

2.

De Commissie heeft deze kwestie tot dusverre globaal en weloverwogen aangepakt, met name door op 14 september 2017 snelle vervolgmaatregelen op de discussienota te presenteren in de vorm van een handelspakket waarmee een Europees kader wordt geschetst om directe buitenlandse investeringen te screenen en een permanent multilateraal investeringsgerecht op te richten. Dit handelspakket zal in een apart CvdR-advies aan de orde komen. Niettemin wijst het CvdR erop dat de Commissie de mondialisering holistisch zou moeten benaderen, met name door aandacht te besteden aan het sociale beleid, het beleid inzake menselijk kapitaal en innovatie, alsook migratie, de demografische veranderingen en de ruimtelijke gevolgen daarvan.

3.

Ook is het CvdR te spreken over de evenwichtige wijze waarop de kansen en uitdagingen van de mondialisering in de Discussienota over het in goede banen leiden van de mondialisering worden belicht. De mondialisering heeft in vele regio's van de wereld bijgedragen aan de economische groei, en daardoor ook de levensstandaard van vele Europese burgers verbeterd. Niet alle regio's en bevolkingsgroepen hebben echter in dezelfde mate van de effecten van de mondialisering geprofiteerd. De ingrijpende veranderingen leiden bij veel mensen bovendien tot onzekerheid. De EU moet een actieve rol blijven spelen bij het in goede banen leiden van de mondialisering, en de kansen die eruit voortvloeien actief benutten. Zo moet ervoor gezorgd worden dat de mogelijkheden van de mondialisering eerlijker worden verdeeld, zowel binnen de EU als mondiaal gezien.

4.

Strategisch beraad over financiering, de sociale pijler en het cohesiebeleid is voor de Commissie van cruciaal belang voor het ontwikkelen van de nodige capaciteit om constructief te reageren op de uitdagingen van de mondialisering. Ook moet dringend werk worden gemaakt van meer en betere coördinatie ter zake.

5.

Het CvdR steunt het voornemen van de Commissie om samen met internationale partners de governance op mondiaal niveau te versterken, zodat de kansen die de mondialisering biedt eerlijker worden verdeeld. Het draagvlak voor internationale beleidsmaatregelen moet worden vergroot door te zorgen voor meer democratische discussies, waarbij er rekening mee moet worden gehouden dat deze de nodige tijd vergen. De ervaringen die de EU bij het Europese integratieproces heeft opgedaan, kunnen in dit verband van pas komen. Op die manier kan de EU zich inzetten voor een vreedzame internationale orde die op multilateralisme en solide regels is gebaseerd.

6.

Terecht erkent de Commissie dat de globalisering op de verschillende beleidsterreinen een sterke regionale dimensie alsook een ongelijke territoriale impact heeft (2). Alle bestuursniveaus delen volgens haar de verantwoordelijkheid om de Europese economie concurrerender, duurzamer en veerkrachtiger ten opzichte van de globalisering te maken, en zoals wordt benadrukt in de jaarlijkse groeianalyse (JGA) 2017, om ervoor te zorgen dat „de voordelen van de globalisering en technologische veranderingen eerlijk worden verdeeld over verschillende groepen in de samenleving, met name onder jongeren, en dat de bezorgdheid voor gelijkheid, billijkheid en inclusiviteit resulteert in een grotere bewustwording op alle niveaus van de impact van beleidsmaatregelen en hervormingen op de inkomensverdeling” (3).

7.

Niettemin wordt in het document, net als bij de bespreking van de ongelijke gevolgen van de globalisering voor de arbeidsmarkten, onvoldoende ingegaan op de territoriale variabiliteit van deze gevolgen binnen de Unie, hun interactie met de crisis en het bezuinigingsbeleid, het belang van het verschijnsel „skills-inflation” en het feit dat hoger geschoolde arbeidskrachten — met name jongeren — onder hun niveau werken, terwijl tegelijkertijd het werkaanbod voor lager geschoolden afneemt.

8.

Het is van essentieel belang dat lokale en regionale overheden hun investeringscapaciteit als factor van weerbaarheid tegen de globalisering behouden. Het Comité herhaalt dan ook dat overheidsuitgaven door de lidstaten en de lokale en regionale overheden in het kader van ESIF- en EIB-cofinanciering niet mogen worden aangemerkt als structurele uitgaven zoals bedoeld in het SGP: dergelijke investeringen zijn immers per definitie investeringen van algemeen Europees belang die een aantoonbaar hefboomeffect hebben op de economische groei (4).

9.

Groei mag volgens het Comité niet gepaard gaan met ongelijkheid en sociale uitsluiting. In artikel 3, lid 3, VEU verbindt de EU zich ertoe zich in te zetten voor een sociale markteconomie met een groot concurrentievermogen die gericht is op volledige werkgelegenheid en sociale vooruitgang. En in artikel 9 VWEU, d.i. de horizontale „sociale” clausule van het VWEU, wordt de EU ertoe aangespoord in haar beleid en optreden rekening te houden met de eisen in verband met de waarborging van een adequate sociale bescherming en de bestrijding van sociale uitsluiting.

10.

Uit recente studies blijkt dat de kosten van sociaal beleid het concurrentievermogen niet schaden, en dat de nationale socialezekerheidsstelsels bijgevolg veeleer als een productieve dan als een remmende factor voor de economie moeten worden beschouwd. In dit verband merkt ook de OESO (5) integratie voor het eerst aan als een primaire doelstelling, naast productiviteit en werkgelegenheid, en wijst ze erop dat regeringen meer aandacht moeten schenken aan de sociale groepen die het meest gebukt gaan onder de kosten van hervormingen.

11.

Helaas maken de Europese begrotingsregels soms dat sociaal achtergestelde groepen maar moeilijk mee kunnen profiteren van de vruchten van de mondialisering en maken zij de moeilijkheden zelfs nog groter door mechanismen voor sociale bescherming en herverdeling van rijkdom af te bouwen. Regionale en lokale overheden spelen een cruciale rol bij het verlenen van openbare diensten (6) maar ondervinden helaas, precies omwille van die begrotingsregels, steeds meer moeilijkheden om daarbij de nodige kwaliteit te garanderen en innovatie te verzekeren. Het CvdR zou dan ook graag zien dat er met name in het kader van het Europees semester meer erkenning komt voor de rol die lokale en regionale overheden spelen bij de verwezenlijking van nr. 11 van de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen, betreffende inclusiviteit, veiligheid, veerkracht en duurzaamheid.

12.

Het discussiestuk van de Commissie over de sociale dimensie van Europa (7) en haar voorstel voor een Europese pijler van sociale rechten zijn een goede zaak. Beide initiatieven zijn belangrijke stappen voorwaarts in het streven naar meer convergentie wat goede levens- en werkomstandigheden in Europa betreft en naar een betere verdeling van de voordelen van de mondialisering. Het Comité steunt voorts het voorstel voor een sociaal scorebord en wil er graag bindende sociale doelstellingen in opgenomen zien.

13.

Aan structurele hervormingen waarbij geen rekening wordt gehouden met de territoriale dimensie (space-blind) moet een halt worden toegeroepen. Wel moet werk worden gemaakt van een EU-strategie om de globalisering in goede banen te leiden en die gebaseerd is op drie actielijnen: een duidelijke proactieve strategie om vaardigheden, kennis, infrastructuur en regionaal concurrentievermogen te verbeteren teneinde alle Europese regio’s te helpen om de kansen van de globalisering optimaal te benutten, een mitigatiestrategie met inbegrip van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering en andere sociale beleidsmaatregelen, en een participatieve strategie op basis van democratische verantwoording op Europees, nationaal, regionaal en lokaal niveau om burgers meer te betrekken bij de EU-beleidsvorming.

14.

Van cruciaal belang blijft een nieuwe en sterkere plaatsgebonden benadering van het Europese beleid die kan zorgen voor een doeltreffende governance van de processen van territoriale reorganisatie en agglomeratie ten gevolge van de mondiale integratie van markten. Een dergelijke heroriëntering, die al centraal staat in het cohesiebeleid, is onontbeerlijk om de groeiende sociaal-territoriale ongelijkheden binnen metropolitane en stedelijke gebieden alsook tussen deze en landelijke gebieden te temperen. De negatieve effecten op het sociale welzijnsniveau kunnen immers een bedreiging vormen voor het politieke en institutionele evenwicht in de Unie.

II.   BELEIDSAANBEVELINGEN

Met betrekking tot het handelsbeleid

15.

Handel is geen doel op zich maar moet worden beschouwd als een middel ter verwezenlijking van de overkoepelende doelstellingen van de EU, vastgesteld in artikel 3 van het VEU en de Europa 2020-strategie, de agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling en de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling (8).

16.

Het is een goede zaak dat de Commissie heeft toegezegd de handelsbesprekingen transparanter te maken. Het CvdR verzoekt de Europese Commissie om tijdens het onderhandelings- en besluitvormingsproces over handelsovereenkomsten alle bestuursniveaus en belanghebbenden daadwerkelijk te betrekken bij het vaststellen van een gemeenschappelijk EU-standpunt en om de resultaten van de onderhandelingen op adequate wijze mede te delen. Ook worden de lidstaten verzocht om de transparantie reeds te verbeteren in het stadium waarin handelsbeleidsdoelstellingen voor bepaalde handelsbesprekingen worden geformuleerd.

17.

Krachtens artikel 3, lid 1, VWEU valt het gemeenschappelijk handelsbeleid onder de exclusieve bevoegdheid van de EU. Mede gelet op het subsidiariteitsbeginsel moet zo spoedig mogelijk worden verduidelijkt hoe het is gesteld met de verdeling van de bevoegdheden bij handelsbesprekingen wanneer de onderhandelingen in kwestie betrekking hebben op gebieden waarop ook de lidstaten bevoegdheden hebben.

18.

De Commissie en de lidstaten zouden maatregelen moeten nemen om te garanderen dat lokale en regionale overheden bij processen inzake handelsbesprekingen worden betrokken.

19.

Slechts enkele dagen na de publicatie van de discussienota van de Commissie (10 mei 2017) heeft het Europees Hof van Justitie (HvJ-EU) op 16 mei 2017 zijn advies 2/2015 over de vrijhandelsovereenkomst met Singapore gepresenteerd. Daarin komt het Hof tot de conclusie dat een overeenkomst van dit type onder de exclusieve bevoegdheid van de EU valt, met uitzondering van de bepalingen inzake de bescherming van investeringen, hetgeen een gedeelde bevoegdheid van de EU en de lidstaten vormt. De Commissie kan er daarom in de toekomst toe geneigd zijn alleen handelsovereenkomsten voor te stellen op gebieden waarvoor uitsluitend de EU bevoegd is. Deze benadering mag er echter niet toe leiden dat de Commissie haar ambities m.b.t. transparantie en inclusiviteit voor alle bestuursniveaus afzwakt. Het CvdR gaat er dan ook vanuit dat de Commissie plaats zal inruimen voor het CvdR in de adviesgroep over de EU-handelsbesprekingen, waarvan de oprichting is aangekondigd in haar mededeling van 13 september 2017„Een evenwichtig en vooruitstrevend handelsbeleid om de mondialisering in goede banen te leiden” (9).

20.

Het CvdR verzoekt de Commissie werk te maken van de doelstellingen van Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling door middel van de nieuwe Europese consensus inzake het ontwikkelingsbeleid. Bestrijding van de structurele oorzaken van armoede en de toenemende ongelijkheid in de wereld kan ook helpen de oorzaken waarom mensen vluchten aan te pakken.

21.

Het grootste deel van de mondiale groei zal in de toekomst afkomstig zijn van buiten de EU. Tegelijkertijd zijn de tarifaire belemmeringen reeds aanzienlijk verlaagd door middel van multilaterale en bilaterale overeenkomsten. Daarom wordt verwacht dat meer druk zal worden uitgeoefend op non-tarifaire belemmeringen (NTB’s) en regelgevingskwesties. Hoe dan ook moet nog steeds ten volle rekening worden gehouden met het recht van Europese, nationale, regionale en lokale overheden om regelgeving vast te stellen in het openbaar belang, alsook met de rol en de ruime discretionaire bevoegdheid van nationale, regionale en lokale overheden bij de organisatie en levering van diensten van algemeen economisch belang. Samenwerking bij regelgeving mag geen afbreuk doen aan democratische wetgevingsprocessen.

22.

Het CvdR is het met de Commissie eens dat er op intensievere samenwerking met de particuliere sector moet worden ingezet om in ontwikkelingslanden duurzame groei te bevorderen en werkgelegenheid te creëren met het plan voor investeringen in derde landen dat in het kader van het Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling (EFDO) is voorgesteld. In dit verband moet worden voorzien in adequate instrumenten om een duurzame en eerlijke werking van particuliere investeringen te waarborgen die ook de belangen van de ontwikkelingslanden dient en niet uitsluitend gericht is op het maken van winst.

23.

In zijn advies 2/2015 is het HvJ-EU van mening dat de liberalisering van het handelsverkeer gekoppeld moet worden aan de voorwaarde dat de partijen voldoen aan hun internationale verplichtingen op het gebied van sociale bescherming van werknemers en milieubescherming (par. 166). In de richtsnoeren voor onderhandelingen over vrijhandelsovereenkomsten moet dan ook de verplichting tot een voorafgaande duurzaamheidseffectbeoordeling behouden blijven. Handelsovereenkomsten moeten bestaande regelgevingsnormen en arbeidswetten in acht nemen, waaraan in toekomstige vrijhandelsovereenkomsten een afzonderlijk hoofdstuk moet worden gewijd.

24.

Het CvdR steunt het voornemen van de Commissie om zich te blijven inzetten voor een vreedzame internationale orde die op multilateralisme en solide regels is gebaseerd. Het gaat daarbij ook om de naleving, effectieve implementatie en transparante verdere ontwikkeling van handelsovereenkomsten teneinde eerlijke concurrentievoorwaarden te waarborgen, de basisrechten voor werknemers overeenkomstig de acht verdragen betreffende fundamentele arbeidsrechten van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) te versterken en de hoge Europese beschermingsnormen veilig te stellen, juist ook ten opzichte van de landen in het zuiden.

25.

De Raad wordt opgeroepen om snel overeenstemming te bereiken over de hervorming van handelsbeschermingsinstrumenten en met name de nieuwe antidumpingmethode van de EU. Voorts zou het een goede zaak zijn om op basis van artikel XXI van de GATT-overeenkomst en de artikelen 65 en 346 VWEU de criteria voor het definiëren van „strategische investeringen” te harmoniseren, zowel wat waarde (drempels) als sectoren betreft, wanneer de openbare veiligheid in het geding is en de handelspartners geen wederkerigheid garanderen. In dit verband is het CvdR te spreken over de gedachte achter het voorstel voor een verordening dat de Commissie op 13 september heeft ingediend om buitenlandse investeringen in strategische EU-sectoren te screenen. Dit is een belangrijke stap op weg naar een gelijk speelveld in Europa en betere bescherming, met name in het geval van bedrijfsovernames in de EU door ondernemingen die door de overheid van derde landen worden gecontroleerd.

26.

Bij het sluiten van verdere vrijhandelsovereenkomsten moet erop worden gelet dat de in de EU geldende hoge normen op het gebied van bijv. consumenten-, milieu-, natuur- en gegevensbescherming in acht worden genomen.

27.

In een exportgerichte economie kan de EU erbij winnen als openbare aanbestedingen in internationale handelsovereenkomsten worden opgenomen. Op dit gebied is de EU, op grond van de geldende Overeenkomst inzake overheidsopdrachten (GPA) in het kader van de WTO, al een van de meest open economieën ter wereld. Een verdere asymmetrische openstelling van de markten voor overheidsopdrachten is niet zinvol. Aangezien de discrepantie tussen de openheid van de Europese markten voor overheidsopdrachten en de restrictieve praktijken van belangrijke handelspartners groot is en de garantie ontbreekt dat de openheid wederzijds is, moet een vrijwillig, niet-bindend initiatief in de EU worden overwogen zoals een „Buy from European Regions Charter”, ter ondersteuning van lokale en regionale Europese producten van hoge kwaliteit. Zo'n initiatief zou o.a. duidelijk kunnen maken hoe het kopen van „Made in European Regions”-producten kan worden aangemoedigd. Het CvdR herhaalt voorts andermaal zijn verzoek aan de Commissie om met een wetgevingsvoorstel te komen betreffende de uitbreiding van de bescherming van geografische aanduidingen tot niet-landbouwproducten.

28.

Het percentage kleine en middelgrote bedrijven die internationaal actief zijn, is nog steeds heel laag. Economische diplomatie van de EU is belangrijk om dit onaangeboorde potentieel ten volle te benutten. Het CvdR benadrukt dat er betere coördinatie nodig is tussen de EU, lidstaten, lokale en regionale overheden en financiële instellingen zoals de Europese Investeringsbank (EIB) om hardnekkige markttoegangsbelemmeringen uit de weg te ruimen en beter gebruik te maken van het netwerk van EU-delegaties in de wereld en van de Europese kamers van koophandel en industrie.

29.

De EU moet van fiscale transparantie, billijkheid en doeltreffendheid topprioriteiten van haar handelsbeleid maken en aandringen op de wereldwijde harmonisering van de toepassing van gemeenschappelijke normen, zoals die welke zijn voorgesteld door de OESO in het initiatief inzake grondslaguitholling en winstverschuiving (BEPS).

30.

Ook ondersteunt het CvdR de in het kader van het belastingbeleid gedane oproep dat de Commissie — in het verlengde van haar richtlijnvoorstellen betreffende een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting — met een voorstel zou moeten komen voor een zgn. 'compenserende belasting' op de omzet die in Europa wordt behaald door digitale ondernemingen. Met een dergelijke belasting, gebaseerd op artikel 116 VWEU, zouden scheve concurrentieverhoudingen op de interne markt moeten worden voorkomen.

31.

Ondanks de uitvoerige analyse door Eurofound, met name via de Europese Reshoring Monitor, maakt het Comité zich zorgen over het gebrek aan passende instrumenten om op basis van concrete gegevens de mogelijke asymmetrische effecten van de globalisering op regionaal niveau te meten en pleit het daarom nogmaals voor systematische territoriale effectbeoordelingen. Deze moeten worden uitgevoerd door de Commissie in samenwerking met het CvdR en het GCO-kenniscentrum voor territoriaal beleid vooraleer handelsonderhandelingen worden aangevat.

Met betrekking tot binnenlands beleid

32.

Het Comité had verwacht dat in de discussienota concrete maatregelen zouden worden voorgesteld voor een upgrade van het EFAG, waarbij ook de tekortkomingen zouden worden aangepakt zoals o.a. de beperkte begroting ervan (150 miljoen EUR per jaar voor de periode 2014-2020), de omslachtige procedures omdat het EFAG geen deel uitmaakt van het meerjarig financieel kader van de EU (MFK), en het hoge percentage vereiste cofinanciering door de lidstaten (minimaal 40 %). Het CvdR dringt dan ook aan op: aanvulling van het EFAG met een onderdeel preventie; verhoging van de begroting ervan tot minstens 500 miljoen per jaar; opname ervan in het MFK; aanzienlijke afzwakking van de criteria om van het EFAG gebruik te kunnen maken (10); verzekering van synergieën met de Europese structuur- en investeringsfondsen; verzekering van meer flexibiliteit om op de specifieke behoeften van regio’s en gemeenten in te spelen.

33.

De huidige mondiale spanningen vereisen een alomvattende en plaatsgebonden industriestrategie (11) van de EU, waarbij de desbetreffende EU-beleidsmaatregelen en -instrumenten op elkaar moeten worden afgestemd.

34.

Terecht merkt de Commissie in haar documenten op dat de fundamentele economische transformatie plaatsvindt op lokaal niveau, waar de industrie en de burger samenkomen. Daarom is het van prioritair belang dat we ons richten op regionale en lokale behoeften aan investeringen, om ervoor te zorgen dat alle regio's kunnen profiteren van de interne markt en zich beter kunnen voorbereiden op de mondialisering. De Europese structuur- en investeringsfondsen, en in het bijzonder het Europees Fonds voor strategische investeringen, moeten op elkaar afgestemd worden om regio's te helpen met slimme specialisatiestrategieën, en moeten daadwerkelijke toegankelijk zijn voor alle regio's via een proces van geleidelijke innovatie waarbij alle regionale belanghebbenden moeten worden betrokken.

35.

De EU, die thans ’s werelds grootste importeur en exporteur van levensmiddelen is, is steeds meer afhankelijk van derde landen. De landbouwprijzen in Europa hangen steeds meer af van de laagste prijs op de wereldmarkt. De concurrentie voor de Europese landbouwers neemt dus toe, terwijl ze strengere milieu-, sociale en gezondheidsnormen moeten respecteren. De grotere Europese invoerafhankelijkheid staat ook haaks op haar doelstelling om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Voorts vormt de EU-uitvoer van overschotten tegen prijzen onder de productiekosten in Europa een bedreiging voor het inkomen van boeren in ontwikkelingslanden en moedigt dit de plattelandsbevolking aan om het platteland te verlaten, hetgeen indruist tegen het streven van de EU om de VN-doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling (SDG’s) te halen. Het Comité herhaalt derhalve zijn verzoek om het GLB zo te hervormen dat het eerlijker en duurzamer wordt (12).

36.

Het CvdR maakt zich zorgen over het verlies aan arbeidsplaatsen als gevolg van het feit dat Europese bedrijven wegtrekken naar gebieden buiten Europa met minder strenge eisen op sociaal, fiscaal en milieugebied.

37.

De Europese pijler van sociale rechten kan bijdragen aan de verbetering van de leef- en werkomstandigheden en de bestrijding van armoede als een en ander wordt vertaald in concrete follow-upwetgevingsmaatregelen en als de rol en zichtbaarheid van de sociale indicatoren kracht wordt bijgezet in het Europees semester.

38.

Het Comité beklemtoont dat de internationale migratiestromen centraal moeten staan bij de formulering van een Europese strategie voor de globalisering en spreekt nogmaals zijn steun uit voor de Europese migratieagenda 2015 (13). Daarbij herinnert het met name aan de noodzaak om de toezeggingen na te komen m.b.t. de vaststelling van een krachtig gemeenschappelijk beleid op het gebied van asiel en legale migratie, de opbouw van partnerschappen met derde landen waarbij de rol van regionale en lokale overheden wordt erkend, en de lancering van een internationaal investeringsplan met het oog op de verwezenlijking van de VN-ontwikkelingsdoelstellingen.

39.

Legale migratie van goed opgeleide werknemers uit derde landen draagt bij aan de duurzame groei van de EU-economie, maar het is wel belangrijk om rekening te houden met de negatieve impact van een dergelijke braindrain op de toekomstige economische ontwikkeling van de partnerlanden.

40.

Het cohesiebeleid moet beter in staat worden gesteld om de negatieve gevolgen van de globalisering voor regionale en lokale overheden op te vangen, door juist de positieve gevolgen ervan te baat te nemen via het opstellen en ten uitvoer leggen van lokale ontwikkelingsstrategieën die de Europese economie concurrerender, duurzamer en veerkrachtiger helpen maken. Met het oog daarop moet worden geïnvesteerd in de rol van lokale overheden en in hun capaciteit om de nodige middelen — informatie, competenties en legitimiteit — in te zetten voor de ontwikkeling van deze strategieën. Daarbij zij met name gedacht aan de regio's die het sterkst geconfronteerd worden met de uitdagingen die de internationale concurrentie met zich meebrengt.

41.

Het CvdR wijst op de bijdrage van migranten aan de economieën van hun gastlanden. Het zou graag zien dat er meer aandacht uitgaat naar hun doeltreffende integratie via onderwijs en beroepsopleiding.

42.

In het document wordt helaas onvoldoende ingegaan op de noodzaak tot verbetering van de institutionele capaciteit van alle bestuursniveaus, die een absolute voorwaarde is voor een doeltreffende tenuitvoerlegging van alle instrumenten ter bevordering van territoriale ontwikkeling. Uit een analyse van het CvdR blijkt immers dat 53 % van de landenspecifieke aanbevelingen van 2017 daarop betrekking heeft en dat qua tenuitvoerlegging juist op dat gebied ook het minst vooruitgang is geboekt. Het CvdR pleit nogmaals voor een gedragscode om decentrale overheden te betrekken bij het Europees Semester, dat het belangrijkste instrument is voor de coördinatie van het economisch en begrotingsbeleid op EU-niveau, maar dat de verwachtingen niet waarmaakt als gevolg van de gebrekkige uitvoering van de landenspecifieke aanbevelingen en zwak ownership.

43.

De stedelijke agenda voor de EU — Pact van Amsterdam — levert een aanzienlijke bijdrage aan de ontwikkeling van territoriale ontwikkelingsmaatregelen. De uitvoeringsinstrumenten (Urbact, Stedelijke Innovatieve Acties, het Burgemeestersconvenant, Slimme Steden en Gemeenschappen) moet dan ook verder kracht worden bijgezet en de Commissie wordt tegelijkertijd verzocht te zorgen voor een hoger gebruiksniveau van belangrijke instrumenten van het cohesiebeleid als de geïntegreerde territoriale investeringen (ITI — Integrated Territorial Investment) en door de gemeenschap aangestuurde lokale ontwikkeling (CLLD — Community Led Local Development), waarop tot nu toe maar zelden een beroep wordt gedaan.

44.

Het CvdR verzoekt de Commissie om bij de verdere ontwikkeling van het EFG vooral ook rekening te houden met regio's en gemeenten die in het bijzonder te lijden hebben van de negatieve gevolgen van de mondialisering, zodat zij niet worden achtergelaten als „verliezers van de mondialisering”. De met de mondialisering gepaard gaande ontwikkelingen moeten voor alle EU-burgers voordelen met zich meebrengen.

45.

Aansluitend bij de hervorming van het cohesiebeleid (14) zijn een gedifferentieerde aanpak en place-based hervormingen nodig die o.a. optimaal gebruikmaken van de specificiteit en het potentieel van plattelandsgebieden, teneinde een duurzamer ontwikkelingsmodel uit te werken, gebaseerd op de instandhouding van ecologische en demografische evenwichten op het Europese grondgebied en de volledige benutting van zijn hulpbronnen (15).

46.

De Commissie wordt verzocht het concept „territoriale weerbaarheid” nader uit te werken via een Europees model dat geleidelijk de maatregelen van de Europese Unie kan gaan aansturen. Bij de ontwikkeling van dit model moet aandacht worden geschonken aan een aantal belangrijke thema’s als de diversificatie van de territoriale economische en productiebasis, de ontwikkeling van productieve, sociale en institutionele linkage tussen stedelijke, voorstedelijke en plattelandsgebieden, de duurzame verandering van hulpbronnencycli, het vermogen om in te spelen op opkomende risico’s en uitdagingen zoals de klimaatverandering, en de proactieve ontwikkeling van sociaal kapitaal op plaatselijk niveau.

Brussel, 10 oktober 2017.

De voorzitter van het Europees Comité van de Regio's

Karl-Heinz LAMBERTZ


(1)  Aansluitend bij de op 12 mei 2017 goedgekeurde CvdR-resolutie over het witboek van de Europese Commissie over de toekomst van Europa — Overwegingen en scenario’s voor de EU-27 in 2025 heeft het CvdR een raadpleging gelanceerd waarvan het de resultaten zal presenteren in een advies dat medio 2018 ter stemming zal worden voorgelegd.

(2)  Discussienota over de toekomst van de financiën, blz. 16.

(3)  COM(2016) 725 final, 16.11.2016.

(4)  CvdR-advies over bevordering van de kwaliteit van overheidsuitgaven op gebieden die het voorwerp zijn van EU-optreden, BUDG-V-009, ref.: COR-2014-04885, rapporteur: Catiuscia Marini (IT/PSE); CvdR-advies over het optimaal benutten van de flexibiliteit binnen de bestaande regels van het stabiliteits- en groeipact, ECON-VI/002, ref.: COR-2015-01185, rapporteur: Olga Zrihen (BE/PSE); CvdR-advies over het overbruggen van de investeringskloof: hoe gaan we de uitdagingen aan?, ECONVI/014, rapporteur: Markku Markkula (FI/EVP), 8-9 februari 2017.

(5)  OESO, „Going for Growth”, 2017.

(6)  Europese Commissie, zesde verslag inzake economische, sociale en territoriale cohesie, 2014.

(7)  Het CvdR werkt aan een advies over de Europese pijler van sociale rechten en aan een discussiestuk over de sociale dimensie van Europa (rapporteur: Mauro D'Attis (IT/EVP)), waarvan de goedkeuring is gepland voor de CvdR-zitting van 9-11 oktober 2017.

(8)  CvdR-advies over de volgende stappen voor een duurzame Europese toekomst, Europese duurzaamheidsmaatregelen, CIVEX-VI/020, rapporteur: Franco Iacop (IT/PSE), 6 april 2017.

(9)  COM(2017) 492.

(10)  In aanmerking nemend dat er met name in het Amerikaanse vergelijkbare programma („Trade Adjustment Assistance/TAA”) geen sprake is van een vereist minimumaantal ontslagen.

(11)  Een CvdR-initiatiefadvies over een Europese strategie voor de industrie: de rol en het perspectief van lokale en regionale overheden wordt thans voorbereid door Heinz Lehmann (DE/EVP).

(12)  Zie het CvdR-advies over het GLB na 2020, rapporteur: Guillaume Cros (FR/PSE), goedgekeurd op 12 juli 2017, AC NAT-VI /21 (PB C 342 van 12.10.2017, blz. 10).

(13)  Zie het CvdR-advies over het partnerschapskader met derde landen inzake migratie, rapporteur: Peter Bossman (SI/PSE), goedgekeurd op 9 februari 2017, COR-2016-04555-00-00-AC.

(14)  Fabrizio Barca, „Documento di posizione: Politica di coesione UE, una prospettiva di lungo periodo. La grande opportunità dell’UE”, 7e Cohesieforum, Brussel, 26-27 juni 2017.

(15)  Zie vooreerst de Italiaanse nationale strategie voor „binnenlandse gebieden” (www.agenziacoesione.gov.it/it/arint/).


Top