This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52009DC0076
Communication from the Commission to the Council on the opening of consultations with Guinea under Article 96 of the Cotonou Agreement
Mededeling van de Commissie aan de Raad betreffende het openen van overleg met Guinee krachtens artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou
Mededeling van de Commissie aan de Raad betreffende het openen van overleg met Guinee krachtens artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou
/* COM/2009/0076 def. */
Mededeling van de Commissie aan de Raad betreffende het openen van overleg met Guinee krachtens artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou /* COM/2009/0076 def. */
[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN | Brussel, 16.2.2009 COM(2009) 76 definitief MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD betreffende het openen van overleg met Guinee krachtens artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD betreffende het openen van overleg met Guinee krachtens artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou ACHTERGROND Gezien de verslechtering van de situatie van de democratie en de rechtsstaat in Guinee heeft de EU op 20 maart 2004 overleg geopend krachtens artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou. Het overleg eindigde op 14 april 2005 met een aantal verbintenissen van Guinee. Tijdens de uitvoeringstermijn van de verbintenissen werd een politieke dialoog ingesteld vergezeld van controlebezoeken. Deze periode gold eerst voor drie jaar, maar werd verlengd tot vier jaar, tot en met 14 april 2009, vanwege de vertragingen met de organisatie van parlementsverkiezingen, die de belangrijkste verbintenis was (de andere verbintenissen werden beschouwd als in voldoende mate nagekomen). De aankondiging van het overlijden van president Conté en van de benoeming van de voorzitter der nationale vergadering, de heer Aboubacar Somparé, op 23 december 2008 tot interim-president werd enkele uren later gevolgd door een militaire staatsgreep door een junta van 26 officieren en 6 burgers, verenigd in de Nationale Raad voor Democratie en Ontwikkeling ( Conseil National pour la Démocratie et le Développement - CNDD). Deze CNDD kondigde de opschorting van de grondwet en van alle syndicale en politieke activiteiten aan, alsook de ontbinding van de instellingen van de republiek, en stelde daarop een uitzonderingsregime in om het land te besturen in afwachting van de oprichting van een overgangsregering. De CNDD is gevestigd in het militaire kamp Alpha Yaya in Conakry en koos uit zijn midden als voorzitter kapitein Moussa Dadis Camara die zichzelf tot president van de republiek uitriep. Als rechtvaardiging voor de staatsgreep voerde de CNDD aan: verduistering van staatsgelden, algemene corruptie, het ontbreken van een legitieme regering en een legitiem parlement, systematische straffeloosheid en anarchie in het staatsapparaat, waardoor het land in een rampzalige situatie was terechtgekomen. De verantwoordelijkheid hiervoor werd bij de regering Souaré en de instellingen van de republiek gelegd. Vanwege het algemene verlangen om een einde te stellen aan het regime Conté en uit vrees voor een destabilisering van het land, werd de CNDD bij de publieke opinie in Guinee gunstig onthaald, ook door de leiders van de voornaamste politieke partijen, de syndicaten en de maatschappelijke organisaties. De staatsgreep ging gepaard met een herschikking binnen het leger, onder meer door het op pensioen stellen van een aantal generaals. De CNDD heeft te kennen gegeven voor eind 2010 presidents- en parlementsverkiezingen te willen houden en nodigde de politieke partijen en de vertegenwoordigers van de maatschappelijke organisaties uit om voorstellen te formuleren voor een vreedzame overgang naar een grondwettelijk en democratisch regime. Deze hebben vervolgens concrete voorstellen gedaan om de verkiezingen voor eind 2009 te organiseren. Op 31 december 2008 benoemde de CNDD Kabiné Komara, een internationale bankier, tot eerste minister met de opdracht een overgangsregering te vormen. Voordien waren reeds drie ministers voorlopig benoemd: generaal Toto Camara (minister van Veiligheid en Burgerbescherming), kolonel Sékouba Konaté (minister van Defensie) en kapitein Claude Pivi[1] (minister voor de Beveiliging van de President). Deze drie mannen en de voorzitter van de CNDD schijnen de meest toonaangevende figuren van de CNDD te zijn. Op 14 januari kondigde de eerste minister de vorming aan van zijn overgangsregering met 28 ministers. Hoewel deze regering door de CNDD eerst als een burgerregering was aangekondigd, omvat zij in feite 10 militairen (grotendeels leden van de CNDD)[2], waarvan een aantal op sleutelposten: justitie, veiligheid, defensie, handel en financiën. Vier sleutelministeries vallen rechtstreeks onder de president van de republiek (nationale defensie, bouw/ruimtelijke ordening, financiën en speciale diensten/drugsbestrijding)[3]. Geen enkele vertegenwoordiger van de politieke partijen, de syndicaten of maatschappelijke organisaties staat op de lijst van ministers. Tegelijk met deze aanstelling hield de voorzitter van de CNDD een programmarede waarin een reeks hervormingen werd aangekondigd om de nationale economie te herstellen, het sociale leven te stimuleren en het bestuur te moderniseren, met name door maatregelen op het gebied van water en elektriciteit, werkgelegenheid, monetair beleid, fiscaliteit, voedselzekerheid, openbare financiën, mijnbeheer, corruptiebestrijding. In deze programmarede werd niet verwezen naar de organisatie van de democratische overgang. Voorts werden een juridische raad en een audit- en toezichtcomité voor strategische sectoren van de nationale economie opgericht. De EU, de AU, de Economische Gemeenschap van de landen van West-Afrika (ECOWAS), de Verenigde Staten en Nigeria hebben de staatsgreep veroordeeld en de CNDD opgeroepen de grondwettelijke orde te herstellen. Het lidmaatschap van Guinee van de Afrikaanse Unie, van ECOWAS en van de Organisatie van Franssprekende landen werd opgeschort. De Verenigde Staten hebben de samenwerking opgeschort met uitzondering van de humanitaire hulp en van maatregelen die de overgang bevorderen; ook hebben zij de overgangsregering verzocht gegevens over de verkiezingen bekend te maken. Het regime werd daarentegen toegejuicht door Libië, Senegal, Mauritanië en Gambia. ECOWAS heeft bemiddelingspogingen ondernomen bij het militaire regime om de overgang te bespoedigen. Daarnaast waren er missies van de Afrikaanse Unie, de VN, Frankrijk en de Europese Unie, waarbij steeds werd gewezen op het belang spoedig verkiezingen te organiseren en de democratische beginselen te vrijwaren. CONCLUSIES VAN HET CONTROLEBEZOEK KRACHTENS ARTIKEL 96 VAN 14-16 JANUARI 2009 Dit verkennende bezoek werd georganiseerd in het kader van het lopende overleg krachtens artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou en had voornamelijk tot doel de nieuwe politieke situatie na de militaire staatsgreep te onderzoeken, met het oog op passende maatregelen, met name in het kader van eventueel nieuw overleg krachtens artikel 96. Het bezoek werd georganiseerd en uitgevoerd met deelname van de AU en ECOWAS. De conclusies van het bezoek kunnen als volgt worden samengevat: - bezorgdheid over de bedoelingen van de plegers van de coup en hun reële wil om een democratische overgang mogelijk te maken; - onzekerheid over de interne samenhang van de CNDD en hoog risico op interne problemen of een nieuwe staatsgreep; - geleidelijk verlies van vertrouwen van politieke partijen, vakbonden en maatschappelijke organisaties in de bedoelingen van de CNDD en geleidelijk verminderen van de kans op een overgang naar democratie; - zeer langzame registratie van kiezers; - risico van een snelle verslechtering van de toestand van de mensenrechten (opschorting van syndicale en politieke activiteiten, geweldplegingen door het leger, risico van een heksenjacht) en van de reacties van de bevolking van Guinee (betogingen); - geleidelijke beslaglegging door de junta op alle financiële instellingen, de centrale bank, het ministerie van Financiën, de douane, met als mogelijk gevolg de bevriezing of vertraging van het functioneren van de economie; - moeilijke technische en operationele situatie voor de democratische overgang en onduidelijkheid over de manier waarop deze moet plaatsvinden. Enkele convergentiepunten als basis voor een mogelijke democratische overgang kunnen echter worden vastgesteld; - belang om de druk op de CNDD te handhaven en zo spoedig mogelijk overleg te organiseren in het kader van artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou. VOORSTEL VAN DE COMMISSIE De Commissie onderschrijft de verklaring van het voorzitterschap van 31 december 2008 waarin een gewelddadige staatsgreep principieel wordt veroordeeld en roept de autoriteiten in Guinee op zich zo spoedig mogelijk en in een geest van consensus te verbinden tot een vreedzame, geordende en democratische overgang, ten einde zo spoedig mogelijk de normale gang van zaken op institutioneel vlak te herstellen, met name door het houden van presidents- en parlementsverkiezingen. De Commissie is bereid de initiatieven van ECOWAS en de AU te steunen om de democratische overgang te versnellen, met name door te helpen bij het organiseren van verkiezingen. Bij artikel 9, lid 2, van de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst, die op 23 juni 2000 in Cotonou is ondertekend en op 25 juni 2005 in Luxemburg is herzien, zijn de essentiële elementen vastgesteld waarop het partnerschap is gebaseerd. De democratische beginselen, de rechtsstaat en de rechten van de mens vormen de leidraad van het binnenlandse en internationale beleid van de partijen en zijn essentiële elementen van de overeenkomst. In het licht van dit artikel en van de omstandigheden waaronder een militaire junta de macht in Guinee heeft gegrepen, constateert de Commissie dat er sprake is van een bijzonder ernstige en flagrante schending van deze essentiële elementen en beschouwt zij deze situatie als een “bijzonder dringend geval” overeenkomstig artikel 96, lid 2, onder b), van genoemde overeenkomst. Zij acht het dus nodig overleg met de feitelijke autoriteiten van Guinee aan te knopen teneinde na te gaan welke oplossingen mogelijk zijn om de grondwettelijke orde te herstellen. Dit overleg zal worden gehouden overeenkomstig artikel 96 van de herziene Overeenkomst van Cotonou en zal in de eerste plaats bestaan uit gesprekken met de betrokken autoriteiten over een routekaart voor de democratische overgang, op basis van de volgende punten: - overeenstemming van alle partijen (CNDD, regering, politieke partijen, syndicaten en de maatschappelijke organisaties) over de fasen van de overgang; - instelling van een nationaal comité voor de overgang waarover overeenstemming bestaat en dat de macht en de bevoegdheden heeft van een constituerende vergadering; - actualisering van het wettelijke kader (grondwet en kieswetten)[4]; - organisatie van vrije en transparante parlements- en presidentsverkiezingen voor eind 2009; - tijdschema voor de diverse componenten van de routekaart. Het respect voor de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, met dringende aandacht voor de vrijheid en veiligheid van personen, de vrijheid van meningsuiting en het afzien van martelingen en elke andere onmenselijke of vernederende praktijk, worden beschouwd als fundamentele elementen van de overgang. Deze dialoog zal de militaire junta in Guinee de mogelijkheid bieden haar intenties en voorstellen voor een oplossing van de crisis te verduidelijken en zal de Europese Unie in staat stellen te bepalen in welke mate zij op basis van die dialoog steun zou kunnen verlenen aan initiatieven die een aanzet geven tot naleving van de beginselen van artikel 9, lid 2, van de herziene Overeenkomst van Cotonou. Derhalve stelt de Commissie de Raad voor de Republiek Guinee overeenkomstig de bijgevoegde ontwerpbrief uit te nodigen voor overleg krachtens artikel 96 van de herziene Overeenkomst van Cotonou. --- BIJLAGE Brussel, De eerste minister van de overgangsregeringvan de Republiek GuineeConakryGuinee ONTWERP Excellentie, In zijn verklaring van 31 december 2008 over de staatsgreep in Guinee heeft het voorzitterschap van de Europese Unie een strenge veroordeling uitgesproken van elke gewelddadige staatsgreep en de autoriteiten in Guinee opgeroepen zich zo spoedig mogelijk en in een geest van consensus te verbinden tot een vreedzame, geordende en democratische overgang, ten einde zo spoedig mogelijk de normale gang van zaken op institutioneel vlak te herstellen, met name door het houden van presidents- en parlementsverkiezingen. In dezelfde verklaring toonde het voorzitterschap van de Europese Unie zich bereid de initiatieven van ECOWAS en de AU te steunen om de democratische overgang te versnellen, met name door te helpen bij het organiseren van verkiezingen. Wij zijn van oordeel dat het hier gaat om een ernstige en flagrante schending van de in artikel 9 van de Overeenkomst van Cotonou genoemde essentiële onderdelen, en nodigen uw land derhalve namens de Gemeenschap en de lidstaten van de EU uit krachtens artikel 96, lid 2, onder b), van de Overeenkomst van Cotonou overleg te plegen om de situatie grondig te onderzoeken in het licht van de overeenkomst en eventueel recht te zetten. Dit overleg zal worden gehouden overeenkomstig artikel 96 van de herziene Overeenkomst van Cotonou en zal in de eerste plaats bestaan uit gesprekken met de betrokken autoriteiten over een routekaart voor de democratische overgang, die met name kan worden gebaseerd op de volgende fasen en bijbehorende kalender: - overeenstemming van alle partijen (CNDD, regering, politieke partijen, vakbonden en de maatschappelijke organisaties) over de fasen van de overgang; - instelling van een nationaal comité voor de overgang waarover overeenstemming bestaat en dat de macht en de bevoegdheden heeft van een constituerende vergadering; - actualisering van het wettelijke kader (grondwet en kieswetten)[5]; - organisatie van vrije en transparante parlements- en presidentsverkiezingen voor eind 2009; - tijdschema voor de diverse componenten van de routekaart. Het respect voor de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, met dringende aandacht voor de vrijheid en veiligheid van personen, de vrijheid van meningsuiting en het afzien van martelingen en elke andere onmenselijke of vernederende praktijk, worden beschouwd als fundamentele elementen van de overgang. Wij stellen voor dat dit overleg binnenkort plaatsvindt in het gebouw van de Raad van de Europese Unie in Brussel, op een in onderling overleg te bepalen datum. Het overleg zou de autoriteiten van Guinee in staat moeten stellen preciezer aan te geven wanneer de dringende en vreedzame overgang naar de democratie binnen de bestaande wettelijkheid en overeenkomstig de grondwet kan plaatsvinden en passende maatregelen te treffen om deze overgang te begeleiden. Met de meeste hoogachting, Voor de Raad Voor de Commissie Cc: Voorzitter van de ACS-EG-Raad van Ministers Voorzitter van het Comité van ambassadeurs van de ACS-landen Secretaris-generaal van de Groep van ACS-landen [1] Deze persoon wordt algemeen beschouwd als het brein achter de muiterij van het leger in mei 2008 en de belangrijkste initiator van de staatsgreep van december 2008. Volgens diverse bronnen zou hij met het drugsmilieu in verband staan. [2] Hierbij zij opgemerkt dat generaal Toto Camara en kolonel Konaté in hun functie werden gehandhaafd, terwijl kapitein Pivi, die niet langer op de lijst van ministers voorkwam, onlangs per decreet opnieuw als minister is bevestigd. [3] Volgens de voorzitter van de CNDD is de toevoeging van het ministerie van Financiën aan de president van de republiek verantwoord door de noodzaak om nauwgezet toezicht uit te oefenen op de openbare uitgaven; de toevoeging van het ministerie van Bouw/Ruimtelijke Ordening wordt gerechtvaardigd door de noodzaak controle te hebben op de verkoop van openbare gronden en de toekenning van openbare bouwcontracten. De voorzitter van de CNDD is van mening dat de diensten van deze ministeries momenteel niet voldoende betrouwbaar zijn. Vreemd genoeg werd het ministerie voor Mijnbouw niet toegevoegd aan de president van de republiek. [4] Dit punt omvat de registratie van de kiezers en de opstelling van een kiezersregister dat het vertrouwen geniet van alle betrokken partijen. [5] Dit punt omvat de registratie van de kiezers en de opstelling van een kiezersregister dat het vertrouwen geniet van alle betrokken partijen.