Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52000PC0428

Gewijzigd voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaksproducten (algehele omwerking) - (door de Commissie overeenkomstig artikel 250, lid 2, van het EG-Verdrag ingediend)

/* COM/2000/0428 def. - COD 99/0244 */

PB C 337E van 28.11.2000, pp. 177–195 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

52000PC0428

Gewijzigd voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaksproducten (algehele omwerking) - (door de Commissie overeenkomstig artikel 250, lid 2, van het EG-Verdrag ingediend) /* COM/2000/0428 def. - COD 99/0244 */

Publicatieblad Nr. C 337 E van 28/11/2000 blz. 0177 - 0195


Gewijzigd voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaksproducten (Algehele omwerking)

(door de Commissie overeenkomstig artikel 250, lid 2 van het EG-verdrag ingediend)

TOELICHTING

1. ACHTERGROND

Op 16 november 1999 heeft de Commissie een voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaksproducten goedgekeurd. Dit voorstel is op 7 januari 2000 aan het Parlement en de Raad voorgelegd. Op 29 maart 2000 heeft het Economisch en Sociaal Comité zijn advies over het voorstel uitgebracht, en het Comité van de Regio's deed dat op 12 april 2000. Het Europees Parlement, geraadpleegd in het kader van de medebeslissingsprocedure, heeft het voorstel bestudeerd in de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en consumentenbeleid (commissie ten principale, verantwoordelijk voor het rapport), de Commissie juridische zaken en interne markt, de Commissie industrie, externe handel, onderzoek en energie, en de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (medeadviserende commissies). De Commissie milieubeheer heeft op 25 mei 2000 haar rapport goedgekeurd, na de adviezen van twee van de andere commissies (goedgekeurd op 16 mei 2000 en 24 mei 2000; de Commissie landbouw besloot op 19 april 2000 geen advies uit te brengen) te hebben bestudeerd. Het Parlement heeft zijn advies [1] goedgekeurd in de plenaire vergadering van 14 juni 2000; hierin wordt het voorstel van de Commissie goedgekeurd onder voorbehoud van de amendementen van het Parlement en wordt de Commissie uit hoofde van artikel 250, lid 2, van het EG-Verdrag verzocht om haar voorstel dienovereenkomstig aan te passen.

[1] EP-verslag (A5-0156/2000) van 14.6.2000.

2. HET GEWIJZIGDE VOORSTEL

In grote lijnen ondersteunt het Parlement de benadering en de hoofdlijnen van het voorstel van de Commissie. Dit is met name belangrijk met betrekking tot de aanvaarding door het Parlement van de beginselen van de interne markt waarop het voorstel is gebaseerd.

De door het Parlement voorgestelde amendementen zijn grotendeels van technische aard. De Commissie neemt de meeste daarvan geheel of gedeeltelijk over, in enkele gevallen in een gewijzigde formulering.

2.1. Volledig overgenomen amendementen

De door het Parlement voorgestelde amendementen die door de Commissie aanvaard en ongewijzigd overgenomen zijn, hebben betrekking op:

2.1.1. Amendementen op overwegingen

Amendementen betreffende de gevolgen van het voorstel:

Er is een nieuwe overweging 23bis ingevoerd, waardoor amendement 75 in de tekst is verwerkt; dit amendement wijst erop dat de prijs van tabaksproducten in belangrijke mate kan beïnvloeden of en wanneer met de consumptie van dergelijke producten begonnen of opgehouden wordt, met name wat jongeren betreft.

Een nieuwe overweging 17bis is ingevoerd om amendement 8 in de tekst te verwerken; hierin wordt opgeroepen tot het bevorderen van onderzoek met het oog op de ontwikkeling van nieuwe methoden voor het meten van teer, nicotine and koolmonoxidegehalten en tot het voorlopig accepteren van ISO-normen.

Amendementen betreffende de doelstelling en de onderliggende beginselen van het voorstel:

Een nieuwe overweging 21bis is ingevoerd om amendement 12 in de tekst te verwerken. Daarin wordt opgeroepen tot het aanmoedigen van onderzoek en technische vooruitgang om de mate van blootstelling aan toxines en andere schadelijke stoffen als gevolg van het gebruik van tabaksproducten vast te stellen, aangezien huidige machinaal gemeten teer- en nicotinegehaltes geen juist beeld geven van de feitelijke ervaringen van individuele rokers. Deze overweging houdt ook rekening met amendement 107 over het fonds voor onderzoek naar tabak.

Een nieuwe overweging 23bis is ingevoerd om amendement 15 in de tekst te verwerken. Hierin worden de lidstaten aangemoedigd om gebruik te maken van hun mogelijkheden om tabaksproducten zwaarder te belasten, aangezien het duurder maken van tabaksproducten een van meest effectieve middelen is om het gebruik ervan tegen te gaan.

Een nieuwe overweging 23ter is ingevoerd om amendement 16 in de tekst te verwerken; daarin wordt opgemerkt dat de richtlijn onderdeel dient te zijn van een algemene strategie ter bestrijding van tabaksgebruik, die vooral op jongeren en vrouwen gericht dient te zijn. Door deze nieuwe overweging wordt ook amendement 6 in de tekst verwerkt. Hierin wordt opgemerkt dat de directe en indirecte kosten van actief en passief gebruik van tabak regelmatig geëvalueerd en gepubliceerd zouden moeten worden.

Amendementen ter verduidelijking van bepaalde aspecten van het voorstel:

Overweging 4 is gewijzigd naar aanleiding van amendement 2; er is een verwijzing toegevoegd naar de noodzaak rekening te houden met nieuwe ontwikkelingen op basis van wetenschappelijke gegevens, zoals verplicht is ingevolge artikel 95 van het Verdrag.

Overweging 15 is gewijzigd op basis van amendement 7, waarin jongeren als potentiële nieuwe consumenten worden genoemd.

Overweging 20 is gewijzigd op basis van amendement 13. Deze overweging betreft vertrouwelijke behandeling van productgegevens, voorzover dat niet strijdig is met het algemeen belang; daaraan is toegevoegd "met de bescherming van de gezondheid en de doelstellingen van deze richtlijn".

Een nieuwe overweging 21ter is ingevoerd om amendement 14 in de tekst te verwerken; daarin wordt benadrukt dat maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de Richtlijn dienen te worden vastgesteld overeenkomstig de comitologieprocedure als bepaald in Besluit 1999/468/EG van de Raad.

Amendementen betreffende de internationale dimensie van de regelgeving inzake tabaksproducten:

Een nieuwe overweging 11bis is ingevoerd om amendement 4 betreffende de ontwikkeling van internationale normen voor tabaksproducten in het kader van de Wereldgezondheidsorganisatie in de tekst te verwerken. De Raad heeft de Commissie in oktober 1999 een onderhandelingsmandaat verleend, op basis van artikel 300 van het Verdrag, en de onderhandelingen over het WGO-Kaderverdrag zullen naar verwachting in oktober 2000 geopend worden.

2.1.2. Amendementen op artikelen

Artikel 2

De definitie van de term "ingrediënt" in artikel 2, lid 5, is aangepast naar aanleiding van amendement 18.

Artikel 3

In artikel 3 is een vierde lid toegevoegd betreffende de overgangsperiode voor producten die niet bestemd zijn om binnen de Gemeenschap in de handel gebracht te worden, als bedoeld in de amendementen 19 en 98.

Artikel 5

De verwijzingen naar gehaltes op de verpakkingen van sigaretten in lid 1 zijn geschrapt naar aanleiding van amendement 22.

De jaarlijkse kennisgeving van testresultaten in lid 4 is vervangen door kennisgeving wanneer er een verandering optreedt in de samenstelling van een tabaksproduct, naar aanleiding van amendement 24.

Lid 5 is naar aanleiding van amendement 25 gewijzigd om de mededeling van testresultaten aan de consumenten door de lidstaten en de Commissie mogelijk te maken, evenwel zonder afbreuk te doen aan de bescherming van fabrieksgeheimen.

Artikel 6

In lid 1 is de informatie over gehaltes beperkt tot de maximale toegestane niveaus en het voor de informatie beschikbare oppervlak is vergroot tot 30%, overeenkomstig amendement 26.

Lid 4 is gewijzigd en betreft nu alleen informatie over maximale toegestane gehaltes en de technische eisen betreffende de tekst zijn herzien overeenkomstig amendement 29.

In lid 5 is de verwijzing naar de onderkant van de verpakking geschrapt, de eis betreffende de bedrukking van het etiket is ingevoegd, en er is voorzien in de mogelijkheid van niet-verwijderbare stickers, overeenkomstig amendement 30.

Er is een nieuw lid 9 ingevoegd om de traceerbaarheid van tabaksproducten te verzekeren, zoals bedoeld in amendement 35.

Artikel 7

De noodzaak van het mededelen, door de lidstaten en de Commissie, van gegevens en informatie over toegevoegde ingrediënten aan de consumenten, zonder afbreuk te doen aan de bescherming van fabrieksgeheimen, is weerspiegeld in artikel 7, lid 2, naar aanleiding van amendement 39.

Artikel 9

Er is een nieuw artikel 9 toegevoegd betreffende een regelgevingsprocedure voor de technische aanpassing van de richtlijn aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang. Dit artikel weerspiegelt amendement 43.

Artikel 11

Artikel 11 is zodanig gewijzigd dat de termijn voor de indiening van het eerste verslag van de Commissie een jaar is vervroegd (december 2004), overeenkomstig amendement 44.

2.2. Amendementen die met wijzigingen zijn overgenomen

De volgende door het Parlement voorgestelde amendementen zijn door de Commissie geheel of gedeeltelijk overgenomen met wijzigingen, meestal met betrekking tot de formulering, en/of vergezeld van verdere verduidelijking:

2.2.1. Amendementen op overwegingen

Amendementen betreffende de gevolgen van het voorstel:

Er is een nieuwe overweging 17ter ingevoerd om amendement 5 betreffende de ontwikkeling van normen voor het testen van de gehaltes in sigarettenrook van andere bestanddelen dan teer, nicotine en koolmonoxide in de tekst te verwerken. De verwijzing naar een Werkgroep tabakscontrole is niet overgenomen. De Commissie is van mening dat ISO-normen voor het meten van andere bestanddelen wenselijk zijn, maar dit is geen taak voor een wetenschappelijk comité van de Commissie. Harmonisatie op internationaal niveau zal noodzakelijk zijn. Het Kaderverdrag van de WGO zal ook dit punt bestrijken.

Deze nieuwe overweging neemt ook gedeeltelijk de elementen van amendement 22 betreffende het aanvullen van ISO-criteria met meetmethoden die aansluiten bij de huidige stand van de of technisch-wetenschappelijke kennis. Dit aspect zal worden behandeld in toekomstige verslagen van de Commissie als bedoeld in artikel 11.

Amendementen betreffende de doelstelling en de onderliggende beginselen van het voorstel:

Er is een nieuwe overweging 14bis ingevoerd naar aaanleiding van amendement 113, waarin gewezen wordt op wetenschappelijk bewijsmateriaal betreffende de gevaren van passief roken, met name voor ongeboren vruchten en zuigelingen, en waarin verlangd wordt dat in de waarschuwingen op deze feiten wordt gewezen.

Een nieuwe overweging 23bis is ingevoegd om rekening te houden met het deel van amendement 11 waarin wordt benadrukt dat druk op de prijzen van tabaksproducten van invloed is op consumptie, met name door jongeren.

2.2.2. Amendementen op artikelen

Artikel 5

Lid 2 is gewijzigd om lidstaten te verplichten om tests te laten uitvoeren of verifiëren door erkende testlaboratoria, om de werking van deze bepaling te versterken. De Commissie verlangt echter niet dat deze laboratoria "onafhankelijk" zijn, aangezien veel door de lidstaten erkende laboratoria banden hebben met de industrie.

Artikel 6

De gezondheidswaarschuwing voor tabaksproducten voor oraal gebruik, die voorheen in bijlage II stond, is in lid 2 opgenomen naar aanleiding van amendement 120. Deze waarschuwing luidt nu: "Dit tabaksproduct kan uw gezondheid schaden en leidt tot verslaving".

Lid 6 is zodanig gewijzigd dat de minimale grootte van de algemene waarschuwing op 30% in plaats van 25% van het oppervlak wordt gesteld (dan wel op 32% of 35%, indien er meerdere officiële talen zijn), waardoor amendement 116 gedeeltelijk is overgenomen.

Lid 7 is zodanig gewijzigd dat de grootte van de bijkomende waarschuwing is verhoogd van 25% tot 40% (45%, 50%, indien meerdere officiële talen), waardoor amendement 116 gedeeltelijk is overgenomen.

Er is een nieuw lid 8 ingevoegd met specifieke regels voor grotere verpakkingen van andere producten dan sigaretten, om amendement 33 gedeeltelijk over te nemen.

Artikel 7

Artikel 7, lid 1, is gewijzigd met het oog op het structureren en nader bepalen van de informatie die producenten en importeurs dienen te verstrekken, zoals verlangd in amendement 38. De Commissie meent echter dat de nodige bepalingen betreffende rapportage al in artikel 11 zijn opgenomen en hier niet herhaald hoeven te worden.

In artikel 7, lid 2, is een verwijzing naar de verspreiding, via verschillende wegen, van de in lid 1 bedoelde informatie en gegevens om de consument te informeren, toegevoegd. Deze wijzigingen weerspiegelen amendement 27.

Artikel 11

Artikel 11 is gewijzigd om te verduidelijken welke thema's in het eerste verslag van de Commissie behandeld zullen worden, met inbegrip van de mogelijkheid van een geharmoniseerde lijst van bestanddelen, zoals verlangd in amendement 44. Artikel 11 omvat nu ook de evaluatie van tabaksproducten waarvan beweerd wordt dat zij minder schadelijk zijn, zoals verlangd in amendement 3, De Commissie is voornemens om op ruime schaal wetenschappelijk en technisch advies in te winnen bij het opstellen van in artikel 11 bedoelde verslagen.

Artikel 11 bestrijkt nu ook werkzaamheden voor het aanvullen van de toepassing van de ISO-normen met methoden die aansluiten bij de huidige stand van de technische en wetenschappelijke kennis, als bedoeld in het tweede deel van amendement 22. Wat amendement 108 betreft, verwijst artikel 11, onder a), naar de ontwikkeling van gestandaardiseerde testmethoden en naar het voornemen van de Commissie om uitvoerig wetenschappelijk en technisch advies in te winnen bij het opstellen van de in artikel 11 bedoelde verslagen.

Bijlage I

Bijlage I is gewijzigd om een meer gedetailleerde lijst van bijkomende waarschuwingen te bieden, zoals verlangd in amendement 119.

De in de amendementen 28, 87 en 115 voorgestelde algemene waarschuwingen zijn hier opgenomen als bijkomende waarschuwingen. Het laatste deel van amendement 28 is ook terug te vinden in de nieuwe bijkomende waarschuwing 11, die bedoeld is om rokers die willen stoppen te helpen.

Bijlage II

Bijlage II is geschrapt en amendement 120 is gedeeltelijk terug te vinden in artikel 6, lid 2.

2.3. Amendementen of delen van amendementen die niet zijn overgenomen

Er zijn amendementen die de Commissie niet bereid is over te nemen om een of meer van de volgende redenen:

2.3.1. Omdat doel en formulering onvoldoende duidelijk zijn, hetgeen tot verkeerde interpretatie en rechtsonzekerheid zou kunnen leiden.

De tweede zin van amendement 27 is in strijd met de bepalingen van artikel 6, lid 1, en kan daarom niet worden aanvaard.

2.3.2. Omdat zij niet aansluiten bij het Gemeenschapsrecht, met name bij andere richtlijnen.

Amendement 17 betreft het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Dit beleid kan geen onderwerp zijn van deze richtlijn, die vooral betrekking heeft op de interne markt.

Het gedeelte van amendement 28 betreffende automaten kan niet in het voorstel worden opgenomen, aangezien dergelijke machines geen onderwerp van deze richtlijn zijn.

Amendement 37 betreft sigarettenautomaten en kan om dezelfde reden niet worden overgenomen: automaten vallen niet binnen de werkingssfeer van de voorgestelde richtlijn.

2.3.3. Omdat zij het evenwicht van belangen dat op een aantal punten van het oorspronkelijke voorstel is bereikt, zouden verstoren.

De amendementen 40 en 41 zijn niet aanvaardbaar. De bepaling die de lidstaten de mogelijkheid biedt om bepaalde handelsnamen in bijzondere gevallen toe te staan, voorziet in het gebruik van beschrijvende termen die bij het publiek geen misleidende indruk wekken.

Volgens amendement 46 zou de verkoop van bestaande producten die niet aan de richtlijn voldoen nog gedurende twee jaar na de termijn voor van omzetting zijn toegestaan, in plaats van twee jaar na de datum van inwerkingtreding van de richtlijn. Dit zou betekenen dat niet-conforme producten aanzienlijk langer in de handel zouden blijven, hetgeen misschien uit economisch oogpunt verdedigbaar is, maar de gevolgen voor de volksgezondheid komen in dit amendement niet aan de orde. Nadere toelichting op de noodzaak van dit amendement is vereist.

2.3.4. Omdat zij in dit stadium te ambitieus zouden zijn, gezien het niveau van integratie van de Gemeenschap.

Amendement 9 houdt een verbod van bepaalde stoffen in. Dit is voorbarig gezien de noodzaak van nader onderzoek van de gegevens over toevoegingen (en is ook niet consistent met de amendementen 20 en 36).

Amendement 20 bepaalt regels met betrekking tot bepaalde bestanddelen en dat is in dit stadium voorbarig. Het voorstel voorziet in melding van andere bestanddelen dan tabak door de producenten, en vervolgens analyse en verslag door de Commissie.

Amendement 36 verbiedt het gebruik van ammoniak of ammoniakverbindingen. De Commissie meent dat regels betreffende specifieke bestanddelen in dit stadium voorbarig zouden zijn. Het voorstel voorziet in melding van dergelijke bestanddelen door de producenten, en vervolgens analyse en verslag door de Commissie.

1999/0244 (COD)

Gewijzigd voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaksproducten (Algehele omwerking)

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 95,

Gezien het voorstel van de Commissie [2],

[2] PB C, blz. .

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité [3],

[3] PB C, blz. .

Gezien het advies van het Comité van de Regio's [4],

[4] PB C, blz. .

Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Richtlijn 89/622/EEG van de Raad van 13 november 1989 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de etikettering van tabaksproducten alsmede het verbod van bepaalde tabaksproducten voor oraal gebruik [5] is ingrijpend gewijzigd bij Richtlijn 92/41/EEG [6]. Daar deze richtlijnen en Richtlijn 90/239/EEG van de Raad van 17 mei 1990 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake het maximale teergehalte van sigaretten [7] verder moeten worden gewijzigd, moet om wille van de duidelijkheid tot een algehele omwerking van deze richtlijnen worden overgegaan.

[5] PB L 359 van 8.12.1989, blz. 1.

[6] PB L 158 van 11.6.1992, blz. 30.

[7] PB L 137 van 30.5.1990, blz. 36.

(2) Er bestaan aanzienlijke verschillen tussen de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaksproducten. De productie, de presentatie en de verkoop van tabaksproducten hebben een grensoverschrijdend karakter en deze verschillen kunnen een belemmering voor het vrije verkeer van tabaksproducten tussen de lidstaten vormen en tot verstoring van de concurrentieverhoudingen leiden, zodat de werking van de interne markt wordt belemmerd.

(3) Om deze belemmeringen te verminderen en op langere termijn geheel uit de weg te ruimen, moeten de voorschriften inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaksproducten onderling worden aangepast. Tegelijkertijd moeten de lidstaten onder bepaalde voorwaarden alle maatregelen kunnen nemen die zij nodig achten om de bescherming van de menselijke gezondheid te waarborgen.

(4) Overeenkomstig artikel 95, lid 3, van het Verdrag moet de Commissie bij het indienen van in artikel 95, lid 1, bedoelde voorstellen op het gebied van de volksgezondheid, de veiligheid, de milieubescherming en de consumentenbescherming uitgaan van een hoog beschermingsniveau, in het bijzonder rekening houdend met nieuwe ontwikkelingen op basis van wetenschappelijke gegevens.

(5) Richtlijn 90/239/EEG bepaalt hoeveel teer in de lidstaten verkochte sigaretten sinds 31 december 1992 maximaal mogen bevatten. Wegens het kankerverwekkende karakter van teer moet het teergehalte van sigaretten verder worden verlaagd.

(6) Richtlijn 89/622/EEG bepaalt dat op de verpakkingseenheden van alle tabaksproducten een algemene waarschuwing en op de verpakkingseenheden van sigaretten bijkomende waarschuwingen moeten worden aangebracht. Sinds 1992 bepaalt deze richtlijn dat ook op andere tabaksproducten bijkomende waarschuwingen moeten worden aangebracht.

(7) Op grond van Richtlijn 89/622/EEG is de verkoop van bepaalde soorten tabak voor oraal gebruik in de lidstaten verboden. Artikel 151 van de Akte van Toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden staat Zweden op dit punt een afwijking van de bepalingen van deze richtlijn toe.

(8) Aangetoond is dat sigaretten hoeveelheden koolmonoxide produceren die gevaarlijk zijn voor de menselijke gezondheid en tot het verkrijgen van hartziekten en andere aandoeningen kunnen bijdragen. Verschillen tussen de voorschriften inzake koolmonoxide kunnen een belemmering voor het handelsverkeer vormen en de vlotte werking van de interne markt belemmeren.

(9) Er bestaan verschillen tussen de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de beperking van het maximale nicotinegehalte van sigaretten. Deze verschillen kunnen een belemmering voor het handelsverkeer vormen en de vlotte werking van de interne markt belemmeren. Enige lidstaten en wetenschappelijke autoriteiten hebben gewezen op specifieke problemen in verband met de volksgezondheid in een sector die reeds eerder het voorwerp van harmonisatiemaatregelen is geweest, en de Commissie heeft deze problemen onderzocht.

(10) Om deze belemmeringen uit de weg te ruimen, moeten er met het oog op de vrijgave voor het vrije verkeer, het in de handel brengen en het vrije verkeer van sigaretten gemeenschappelijke voorschriften in verband met het maximale nicotine- en koolmonoxidegehalte worden opgesteld.

(11) Wegens de omvang van de interne markt voor tabaksproducten en het feit dat de tabaksproducenten de productie voor de hele Gemeenschap meer en meer in een klein aantal fabrieken in de lidstaten concentreren, is er om de interne markt voor tabaksproducten goed te laten verlopen, behoefte aan juridische maatregelen op communautair eerder dan op nationaal niveau.

(11bis) De vaststelling van mondiale normen voor tabaksproducten is ook onderwerp van de onderhandelingen over een Kaderverdrag inzake tabakscontrole van de Wereldgezondheidsorganisatie.

(12) Met het oog op de toepassing van deze richtlijn moeten termijnen worden vastgelegd die enerzijds de mogelijkheid bieden het reeds door Richtlijn 90/239/EEG begonnen omschakelingsproces zo doeltreffend mogelijk te voltooien, en anderzijds de consumenten en de producenten in staat stellen zich aan producten met een lager teer-, nicotine- en koolmonoxidegehalte aan te passen.

(13) Richtlijn 90/239/EEG heeft Griekenland toegestaan van de termijnen voor het invoeren van grenswaarden voor het teergehalte af te wijken. Deze afwijking geldt nog steeds.

(14) Aangetoond is dat tabaksproducten vele schadelijke stoffen en bekende kankerverwekkende agentia bevatten en uitstoten die in verbrande vorm gevaarlijk voor de menselijke gezondheid zijn. De consument heeft bij de aankoop of het verbruik van tabaksproducten recht op duidelijke, leesbare en begrijpelijke informatie over de aanwezigheid van deze stoffen. Een van de doeltreffendste manieren voor de aanbieding van deze informatie is het aanbrengen van waarschuwingen op de verpakking van tabaksproducten.

(14bis) In de afgelopen jaren is de wetenschappelijk kennis van de gevaren van passief roken toegenomen. Het is bewezen dat roken in aanwezigheid van zuigelingen een van de oorzaken van wiegedood kan zijn en dat roken tijdens de zwangerschap schadelijk is voor de ongeboren vrucht. De waarschuwingen dienen daarom te wijzen op de gevaren voor anderen, met name kinderen.

(15) De opgedane ervaring met de bepalingen van Richtlijn 89/622/EEG aangaande de etikettering van tabaksproducten heeft geleerd dat de daarin opgenomen voorschriften tekortschieten, vooral gezien het gevaarlijke en verslavende karakter van tabaksproducten en het feit dat veel en ingewikkelde informatie op de verpakkingen moet worden aangebracht, alsook gezien de beoogde consumenten, aangezien 80% van de beginnende rokers in de Europese Unie jonger is dan 18 jaar.

(16) Er bestaan nog steeds verschillen tussen de lidstaten in de wijze waarop waarschuwingen en informatie over het teer-, nicotine- en koolmonoxidegehalte worden aangebracht, zodat de consumenten niet in alle lidstaten even goed over de risico's van tabaksproducten worden ingelicht. Dit is onaanvaardbaar en kan een belemmering voor het handelsverkeer vormen en de werking van de interne markt voor tabaksproducten belemmeren. De bestaande wetgeving moet worden aangescherpt en verduidelijkt. Een hoog niveau van bescherming van de gezondheid moet worden gewaarborgd.

(17) Om deze belemmeringen uit de weg te ruimen zijn met het oog op de vrijgave voor het vrije verkeer, het in de handel brengen en het vrije verkeer van tabaksproducten, duidelijkere en strengere voorschriften aangaande de waarschuwingen en de informatie over het teer-, nicotine- en koolmonoxidegehalte noodzakelijk.

(17bis) De Gemeenschap en de lidstaten dienen onderzoek en technische vooruitgang te bevorderen met het oog op de ontwikkeling van nauwkeurige en betrouwbare methoden voor het meten van de teer-, nicotine- en koolmonoxidegehaltes van sigaretten en andere tabaksproducten. Voorlopig moet daarbij worden uitgegaan van de normen ISO 4387, ISO 10315 en ISO 8454, de enige normen die internationaal worden erkend.

(17ter) Er bestaan geen internationaal erkende normen of proeven voor het kwantificeren en beoordelen van gehaltes in sigarettenrook van andere bestanddelen dan teer, nicotine en koolmonoxide; er moet derhalve worden voorzien in een procedure voor het ontwikkelen van dergelijke normen, in overleg met de ISO.

(18) In een aantal lidstaten ontbreekt het aan wetten of vrijwillige overeenkomsten inzake de ingrediënten en de additieven die bij de productie van tabaksproducten worden gebruikt. Sommige lidstaten waar dergelijke wetten of vrijwillige overeenkomsten wel bestaan, krijgen geen gegevens van de tabaksproducenten over de hoeveelheden ingrediënten en additieven die voor elk afzonderlijk merk van een bepaald tabaksproduct worden gebruikt.

(19) Door dit gebrek aan inlichtingen en toxicologische gegevens kunnen de bevoegde autoriteiten in de lidstaten de giftigheid van tabaksproducten en de gevaren ervan voor de gezondheid van de consument niet op een zinvolle manier beoordelen. Dit druist in tegen de plicht van de Gemeenschap een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid te waarborgen.

(20) De Gemeenschap en de lidstaten moeten ervoor zorgen dat de commerciële en intellectuele eigendomsrechten van de tabaksproducenten door nationale en internationale rechtsregels worden beschermd. Daarom moet een vertrouwelijke behandeling van de productgegevens worden gewaarborgd, voorzover dit niet strijdig is met het algemeen belang, de bescherming van de volksgezondheid en de doelstellingen van deze richtlijn.

(21) De technische en wetenschappelijke vooruitgang in de sector tabaksproducten vereist dat de bepalingen van deze richtlijn en de toepassing ervan in de lidstaten op gezette tijden opnieuw worden geëvalueerd. Daarom moet een procedure voor regelmatige rapportage door de Commissie worden vastgelegd.

(21bis) De Gemeenschap en de lidstaten dienen onderzoek en technische vooruitgang aan te moedigen om de mate van blootstelling aan toxines en andere schadelijke stoffen als gevolg van het gebruik van tabaksproducten vast te stellen, teneinde door middel van de regulering van dergelijke producten een hoog niveau van gezondheidsbescherming te waarborgen en consumenten te voorzien van zinvolle informatie. Het Communautair Tabaksfonds biedt mogelijkheden om dergelijk onderzoek uit te voeren.

(21ter) De maatregelen die moeten worden genomen voor de tenuitvoerlegging van deze richtlijn dienen te worden vastgesteld overeenkomstig Besluit nr. 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden [8].

[8] PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

(22) Richtlijn 89/552/EEG van de Raad [9], laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 97/36/EG van het Europees Parlement en de Raad [10], verbiedt elke vorm van televisiereclame voor sigaretten en andere tabaksproducten. Richtlijn 98/43/EG van het Europees Parlement en de Raad [11] onderwerpt rechtstreekse en onrechtstreekse reclame voor tabaksproducten, met inbegrip van sponsoring, aan wettelijke voorschriften.

[9] PB L 298 van 17.10.1989, blz. 23.

[10] PB L 202 van 30.7.1997, blz. 60.

[11] PB L 213 van 30.7.1998, blz. 9.

(23) In zijn resolutie van 26 november 1996 betreffende de terugdringing van het roken in de Europese Gemeenschap [12] vraagt de Raad de Commissie bij al haar beleidsmaatregelen in verband met tabak en tabaksproducten vooral rekening te houden met de schadelijke gevolgen van roken voor de gezondheid en de levenskwaliteit van de burgers van de Gemeenschap. In dezelfde resolutie verzoekt de Raad de Commissie verder na te gaan welke maatregelen de Gemeenschap en de lidstaten kunnen nemen om het roken terug te dringen.

[12] PB C 374 van 11.12.1996, blz. 4.

(23bis) De Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement betreffende de huidige en voorgestelde rol van de Gemeenschap bij de bestrijding van het tabaksgebruik [13] bevat vele voorstellen voor communautaire actie ter bestrijding van het tabaksgebruik; onder andere worden de lidstaten aangemoedigd om gebruik te maken van de beschikbare mogelijkheden om tabak zwaarder te belasten. De prijs van tabaksproducten kan het beginnen dan wel stoppen met het gebruik van deze producten in sterke mate beïnvloeden; opwaartse druk op de prijzen is van invloed op de consumptie, met name door jongeren.

[13] COM(96) 609 def.

(23ter) Met name dienen, zoals aanbevolen in die Mededeling van de Commissie, alle nodige maatregelen genomen te worden om een doelmatige voorlichtings- en preventiestrategie te ontwikkelen en om onderzoek en studies op dit terrein te bevorderen. De directe en indirecte sociaal-economische kosten van het actieve en passieve gebruik van tabak dienen regelmatig te worden geëvalueerd en gepubliceerd.

(24) In deze mededeling beveelt de Commissie ook aan de toegestane grenswaarden voor teer en nicotine te herzien en pleit zij voor een herziening van de bestaande voorschriften inzake het aanbrengen van waarschuwingen. In dezelfde mededeling vraagt de Commissie het begrip "laag teergehalte" duidelijk te definiëren, omdat een dergelijk begrip de consumenten kan misleiden doordat het de gezondheidsrisico's van de betrokken producten afzwakt. Voorts wijst de Commissie er in haar mededeling op dat er geen communautaire wetgeving bestaat om de toxiciteit van additieven in tabaksproducten en de gevolgen van het gebruik van dergelijke stoffen voor de gezondheid te evalueren en aan wettelijke voorschriften te onderwerpen, terwijl er wel communautaire wetgeving bestaat inzake het gebruik van additieven in een groot aantal andere producten die gevolgen voor de gezondheid van de consument kunnen hebben.

(25) Het gebruik van woorden als 'laag teergehalte' op sigarettenverpakkingen kan bij de consument de misleidende indruk wekken dat dergelijke producten intrinsiek veiliger zijn dan andere soorten sigaretten. Het feit dat de nationale voorschriften over de omschrijving van dergelijke sigaretten niet in het Gemeenschapsrecht worden weerspiegeld, kan ertoe leiden dat de werking van de interne markt wordt belemmerd en op dit specifieke gebied onvoldoende maatregelen worden genomen om een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid te waarborgen. Sommige rokers krijgen door hun rookgedrag meer teer binnen dan op de sigarettenpakjes met de vermelding 'laag teergehalte' staat aangegeven.

(26) In zijn verslag van 4 november 1997 over de mededeling van de Commissie eist het Europees Parlement dat uitsluitend niet-toxische stoffen waarvan vaststaat dat zij noch in verbrande noch in onverbrande vorm schadelijke gevolgen voor de gezondheid hebben, aan tabak worden toegevoegd. Het verslag zegt steun toe aan initiatieven die bedoeld zijn om de gezondheidswaarschuwingen op een meer in het oog springende wijze en in duidelijk leesbare zwarte letters op een witte achtergrond aan te brengen.

(27) In zijn aanbevelingen inzake tabak naar aanleiding van de consensusconferentie van Helsinki over tabak beveelt het Comité van vooraanstaande kankerdeskundigen [14] de Gemeenschap aan maatregelen te nemen om de toxiciteit van de ingrediënten, met inbegrip van additieven, van sigaretten en de schadelijke gevolgen ervan voor de gezondheid aan wettelijke voorschriften te onderwerpen. Het Comité is van oordeel dat zo spoedig mogelijk een grenswaarde voor het nicotinegehalte van sigaretten moet worden vastgelegd. Het Comité raadt aan de bepalingen inzake de etikettering van sigaretten aan te scherpen en een meer in het oog springend karakter te verlenen, en de consument nauwkeurig over roken en de gevolgen ervan voor de gezondheid in te lichten.

[14] Bijlage bij COM(96) 609 def.

(28) Deze richtlijn mag geen afbreuk doen aan de verplichtingen van de lidstaten wat de in bijlage II vermelde termijnen voor de omzetting van de ingetrokken richtlijnen betreft.

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1 - Voorwerp

Het voorwerp van deze richtlijn is de geleidelijke harmonisatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake het teergehalte van sigaretten en de waarschuwingen betreffende de gezondheid op de verpakking van tabaksproducten, alsmede inzake het nicotine- en koolmonoxidegehalte van tabaksproducten en de ingrediënten van tabaksproducten, waarbij wordt uitgegaan van een hoog niveau van bescherming van de gezondheid.

Artikel 2 - Definities

In deze richtlijn wordt verstaan onder:

1. "Tabaksproducten": producten die voor roken, snuiven, zuigen of pruimen bestemd zijn en die, al is het slechts ten dele, uit tabak bestaan;

2. "Teer": het ongezuiverde water- en nicotinevrije condensaat van rook;

3. "Nicotine": nicotinealkaloïden;

4. "Tabak voor oraal gebruik": alle producten voor oraal gebruik met uitzondering van producten die bestemd zijn om te worden gerookt of gepruimd, die geheel of gedeeltelijk uit tabak bestaan, in de vorm van poeder, fijne deeltjes of een combinatie van deze vormen - met name die welke in portiezakjes of poreuze builtjes worden aangeboden - of in vormen die eruitzien als levensmiddelen;

5. "Ingrediënt": elke stof - met uitzondering van natuurlijke tabaksbladeren of delen van de tabaksplant - die bij de productie of de bereiding van tabaksproducten als additief wordt gebruikt en nog in het eindproduct aanwezig is, al dan niet in veranderde vorm, met inbegrip van papier, filter, inkt en kleefstoffen.

Artikel 3 - Sigaretten: het teer-, nicotine- en koolmonoxidegehalte

1. Het teergehalte van sigaretten die in de lidstaten worden verkocht, geproduceerd of in het vrije verkeer gebracht, mag met ingang van 31 december 2003 niet meer dan 10 mg per sigaret bedragen.

2. Het nicotinegehalte van sigaretten die in de lidstaten worden verkocht, geproduceerd of in het vrije verkeer gebracht, mag met ingang van 31 december 2003 niet meer dan 1,0 mg per sigaret bedragen.

3. Het koolmonoxidegehalte van sigaretten die in de lidstaten worden verkocht, geproduceerd of in het vrije verkeer gebracht, mag met ingang van 31 december 2003 niet meer dan 10 mg per sigaret bedragen.

4. De lidstaten kunnen vanaf december 2004 dit artikel toepassen op sigaretten die niet bestemd zijn om in de lidstaten te worden verkocht of in het vrije verkeer te worden gebracht, maar moeten de desbetreffende bepalingen uiterlijk met ingang van december 2006 toepassen.

Artikel 4 - Afwijking

Bij wijze van tijdelijke afwijking gelden voor Griekenland als grenswaarde voor het teergehalte en datum van invoering 10 mg teer met ingang van 31 december 2006.

Deze afwijking mag echter niet worden aangegrepen om controles aan de binnengrenzen van de Gemeenschap te rechtvaardigen.

Artikel 5 - Meetmethoden

1. Het in artikel 3, bedoelde teer-, nicotine- en koolmonoxidegehalte wordt gemeten volgens ISO-methoden 4387 (teer), 10315 (nicotine) en 8454 (koolmonoxide).

De juistheid wordt geverifieerd aan de hand van ISO-norm 8243.

2. De lidstaten eisen dat een door hun bevoegde nationale autoriteiten erkend testlaboratorium de in lid 1 genoemde tests uitvoert of verifieert.

3. Voorts kunnen de lidstaten eisen dat de tabaksproducenten en -importeurs alle door de bevoegde nationale autoriteiten voorgeschreven tests uitvoeren om na te gaan welke hoeveelheid andere stoffen hun tabaksproducten (opgesplitst naar merk) produceren. Bovendien kunnen de lidstaten eisen dat deze tests in erkende testlaboratoria worden uitgevoerd, zoals bepaald in lid 2.

4. De bevoegde nationale autoriteiten worden telkens wanneer er een verandering optreedt in de samenstelling van een tabaksproduct in kennis gesteld van de resultaten van alle tests die krachtens lid 3 worden uitgevoerd.

5. De lidstaten en de Commissie zorgen voor de verspreiding, met behulp van alle passende middelen, van de resultaten van de in dit artikel bedoelde tests, teneinde de consumenten hiervan in kennis te stellen, zonder afbreuk te doen aan maatregelen ten behoeve van de bescherming van de vertrouwelijkheid van informatie over het fabricageprocédé.

6. De lidstaten doen de krachtens dit artikel verstrekte gegevens en informatie jaarlijks en uiterlijk op 31 mei aan de Commissie toekomen.

Artikel 6 - Etikettering

1. De in artikel 3, lid 1 bedoelde vermelding van het maximaal toegestane teer-, nicotine- en koolmonoxidegehalte van sigaretten moet op één kant van het sigarettenpakje worden aangebracht in de officiële taal, respectievelijk de officiële talen, van de lidstaat waar het product op de markt wordt gebracht, en minstens 30% van het betreffende oppervlak beslaan.

Dit percentage wordt voor landen met twee officiële talen op 35% gebracht en voor landen met drie officiële talen op 40%.

2. Op alle verpakkingseenheden tabaksproducten - met uitzondering van niet voor roken bestemde tabaksproducten en tabaksproducten voor oraal gebruik - moet een van de volgende algemene waarschuwingen worden aangebracht:

- "Roken is dodelijk."

- "Roken kan dodelijk zijn."

Op alle verpakkingseenheden tabaksproducten - met uitzondering van niet voor roken bestemde tabaksproducten en tabaksproducten voor oraal gebruik - moet een uitsluitend uit bijlage I gekozen bijkomende waarschuwing worden aangebracht.

Op tabaksproducten voor oraal gebruik - althans in landen waar deze producten krachtens artikel 10 op de markt mogen worden gebracht - en op niet voor roken bestemde tabaksproducten moet de waarschuwing worden aangebracht: "Dit tabaksproduct kan uw gezondheid schaden en leidt tot verslaving". Deze waarschuwing moet op het duidelijkst zichtbare oppervlak van de verpakkingseenheid en op elke in de detailverkoop gebruikte buitenverpakking worden aangebracht. Om aan de taalvereisten te kunnen voldoen mogen de lidstaten zelf bepalen waar de waarschuwing op het betreffende oppervlak wordt aangebracht.

3. De in lid 2, eerste alinea, bedoelde algemene waarschuwing moet op het duidelijkst zichtbare oppervlak van de verpakkingseenheid en op elke in de detailverkoop gebruikte buitenverpakking worden aangebracht. Om aan de taalvereisten te kunnen voldoen mogen de lidstaten zelf bepalen waar de waarschuwing op het betreffende oppervlak wordt aangebracht.

De in lid 2, tweede alinea, bedoelde waarschuwing moet op het andere duidelijkst zichtbare oppervlak van de verpakkingseenheid en op elke in de detailverkoop gebruikte buitenverpakking worden aangebracht. Om aan de taalvereisten te kunnen voldoen mogen de lidstaten zelf bepalen waar de waarschuwing op het betreffende oppervlak wordt aangebracht.

4. De krachtens dit artikel vereiste waarschuwingen en vermeldingen van het maximale teer-, nicotine- en koolmonoxidegehalte moeten worden aangebracht:

- in zwarte vetgedrukte Helvetica-letters (gevuld raster of 100% kleurdiepte) op een witte achtergrond. Om aan de taalvereisten te kunnen voldoen mogen de lidstaten de puntgrootte van het lettertype zelf bepalen, mits de in hun wetgeving bepaalde lettergrootte een zo groot mogelijk deel van de voor de tekst bestemde ruimte beslaat;

- in kleine letters, met uitzondering van de eerste letter van de boodschap;

- gecentreerd op de voor de tekst bestemde ruimte en evenwijdig met de bovenrand van het pakje;

- omgeven door een minstens 3 mm en hoogstens 4 mm brede zwarte rand die geen belemmering vormt voor de leesbaarheid van de waarschuwingen of de overige vermeldingen;

- in de officiële taal, respectievelijk de officiële talen, van de lidstaat waar het product op de markt wordt gebracht.

5. De krachtens dit artikel vereiste teksten mogen niet op de fiscale zegels van de verpakkingseenheden worden aangebracht. Zij moeten met onuitwisbare letters worden afgedrukt en op een zodanige manier dat ze onmogelijk verwijderd kunnen worden. Voorts mogen ze in geen geval verborgen, bedekt of gescheiden zijn door andere aanduidingen of afbeeldingen. Ze mogen ook geen beschadiging oplopen bij het openen van het pakje. Bij andere tabaksproducten dan sigaretten mag de tekst met behulp van stickers worden aangebracht, mits deze niet kunnen worden verwijderd.

6. De krachtens lid 2, eerste alinea, vereiste algemene waarschuwing en de in lid 2, derde alinea, bedoelde waarschuwing op niet voor roken bestemde tabaksproducten en tabaksproducten voor oraal gebruik moeten minstens 30% beslaan van de buitenkant van het betreffende oppervlak van de verpakkingseenheid waarop zij worden aangebracht. Dit percentage wordt voor landen met twee officiële talen op 32% gebracht en voor landen met drie officiële talen op 35%.

7. De in lid 2, tweede alinea, bedoelde bijkomende waarschuwing moet minstens 40% beslaan van de buitenkant van het betreffende oppervlak van de verpakkingseenheid waarop zij wordt aangebracht. Dit percentage wordt voor landen met twee officiële talen op 45% gebracht en voor landen met drie officiële talen op 50%.

Deze bijkomende waarschuwingen wisselen elkaar op zodanige wijze af, dat elke waarschuwing regelmatig voorkomt.

8. De in lid 2 bedoelde waarschuwingen beslaan op verpakkingen van andere tabaksproducten dan sigaretten, waarvan het duidelijkst zichtbare oppervlak meer dan 100 cm bedraagt, ten minste 25 cm aan elke zijde. Dit percentage wordt voor landen met twee officiële talen op 27 cm gebracht en voor landen met drie officiële talen op 30 cm .

9. Teneinde de traceerbaarheid van de producten te waarborgen, wordt het nummer van de partij van het tabaksproduct op elke verpakkingseenheid aangegeven in een zodanige vorm dat het mogelijk is de herkomst van het product te achterhalen.

Artikel 7 - Verdere productinformatie

1. Alle producenten en importeurs van tabaksproducten dienen bij de lidstaten een lijst in van alle ingrediënten en de hoeveelheden ervan die bij de productie van hun voor verkoop in die lidstaat bestemde tabaksproducten voor elk merk en type product worden gebruikt. Bij deze lijst wordt een verklaring gevoegd waarin de betrokkenen toelichten waarom zij deze ingrediënten aan hun tabaksproducten toevoegen, alsmede de toxicologische gegevens betreffende deze ingrediënten in onverbrande en verbrande toestand, en betreffende de gevolgen voor de gezondheid, rekening houdende met onder andere de verslavende werking ervan.

De producenten en importeurs van tabaksproducten moeten deze inlichtingen op jaarlijkse basis verstrekken, te beginnen binnen een jaar na de in artikel 13, lid 1, genoemde datum.

2. De lidstaten en de Commissie zorgen voor de verspreiding, met behulp van alle passende middelen, van de in lid 1 bedoelde informatie en gegevens, teneinde de consument hiervan in kennis te stellen, zonder afbreuk te doen aan maatregelen ten behoeve van de bescherming van de vertrouwelijkheid van informatie over het fabricageprocédé.

3. De lidstaten doen de krachtens dit artikel verstrekte toxicologische gegevens en inlichtingen jaarlijks uiterlijk op 31 mei aan de Commissie toekomen, die daarmee rekening zal houden bij het opstellen van de in artikel 11 bedoelde verslagen.

Artikel 8 - Productbeschrijvingen

1. Het is verboden de woorden "laag teergehalte"(low tar) , "light", "ultra light", "mild" of soortgelijke woorden, met inbegrip van vermeldingen van de gehaltes, te gebruiken met als doel of als rechtstreeks of onrechtstreeks gevolg de indruk te wekken dat bepaalde tabaksproducten minder schadelijk zijn dan andere, tenzij de lidstaten waar de betrokken tabaksproducten worden verkocht of geproduceerd, het gebruik van dergelijke woorden uitdrukkelijk toestaan.

2. Lidstaten die het gebruik van dergelijke woorden toestaan, moeten de Commissie hiervan in kennis stellen en toelichten onder welke voorwaarden het gebruik van deze woorden is toegestaan. De Commissie neemt deze gegevens op in het in artikel 11 genoemde verslag, met eventuele voorstellen om geconstateerde dispariteiten in de interne markt te verhelpen.

Artikel 9 - Comitéprocedure

De maatregelen die ten aanzien van:

- de definities (artikel 2)

- de meetmethoden (artikel 5)

- de waarschuwingen die op pakje sigaretten moeten worden afgedrukt, en de afwisseling daarvan (artikel 6)

moeten worden genomen met het oog op de tenuitvoerlegging en de aanpassing van de richtlijn aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang, worden vastgesteld door toepassing van de regelgevingsprocedure zoals bedoeld in artikel 5 van Besluit nr. 1999/468/EG, met inachtneming van de artikelen 7 en 8 van dit besluit.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit nr. 1999/468/EG bedoelde termijn is drie maanden.

Artikel10 - Tabak voor oraal gebruik

De lidstaten verbieden het in de handel brengen van tabak voor oraal gebruik, onverminderd artikel 151 van de Akte van toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden.

Artikel 11 - Verslag

Uiterlijk op 31 december 2004 - en daarna om de twee jaar - dient de Commissie bij het Europees Parlement, de Raad en het Economisch en Sociaal Comité een verslag over de toepassing van deze richtlijn in. Indien nodig, doet de Commissie, rekening houdend met nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen en met de ontwikkelingen ten aanzien van internationaal overeengekomen productnormen, bijkomende voorstellen om de richtlijn op zodanige wijze aan de ontwikkelingen in de sector van de tabaksproducten aan te passen als voor de totstandbrenging en de werking van de interne markt noodzakelijk is.

In haar eerste verslag besteedt de Commissie met het oog op het verbeteren van de werking van de interne markt in het bijzonder aandacht aan:

a. Methodologieën om blootstelling aan giftige stoffen en schadelijkheid realistischer te beoordelen en te reglementeren;

b. Verdere verlaging, van de in artikel 3, lid 1, vastgestelde maximale gehaltes, en ontwikkeling van normen voor andere producten dan sigaretten;

c. Evaluatie van tabaksproducten die de schadelijkheid mogelijk kunnen verminderen;

d. Met bewijzen gestaafde verbeteringen van gezondheidswaarschuwingen, in termen van grootte, plaats en bewoordingen;

e. De kwestie van de criteria die worden gehanteerd voor de erkenning van de in artikel 5 bedoelde testlaboratoria;

f. De mogelijkheid een gemeenschappelijke lijst op te stellen van de in artikel 7 bedoelde ingrediënten.

Bij de opstelling van het verslag doet de Commissie een beroep op erkende wetenschappelijke en technische deskundigheid.

Artikel 12 - Invoer, Verkoop en verbruik van tabaksproducten

1. De lidstaten mogen de invoer, de verkoop en het verbruik van tabaksproducten die aan deze richtlijn voldoen, niet verbieden of beperken om redenen die verband houden met de beperking van het teer-, nicotine- of koolmonoxidegehalte van sigaretten, de etikettering of andere bepalingen van deze richtlijn.

2. Deze richtlijn laat het recht van de lidstaten onverlet, met inachtneming van het Verdrag en met het oog op de bescherming van de volksgezondheid, strengere voorschriften omtrent de invoer, de verkoop en het verbruik van tabaksproducten vast te stellen.

Artikel 13 - Tenuitvoerlegging

1. Onverminderd het in artikel 14 bepaalde aangaande de termijnen voor omzetting, doen de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 31 december 2001 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

Wanneer de lidstaten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar deze richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van de bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2. Producten die op de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn niet aan deze richtlijn voldoen, mogen nog gedurende twee jaar na deze datum worden verkocht.

3. De lidstaten delen de Commissie mee welke bepalingen van intern recht zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 14 - Intrekking

De Richtlijnen 89/622/EEG, 90/239/EEG en 92/41/EEG van de Raad worden ingetrokken, onverminderd de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage II opgenomen termijnen voor de omzetting en de toepassing van deze richtlijnen.

Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijnen gelden als verwijzingen naar deze richtlijn en worden overeenkomstig de in bijlage III opgenomen concordantietabel gelezen.

Artikel 15 - Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 16 - Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, op

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De Voorzitster De Voorzitter

BIJLAGE I

Lijst van bijkomende gezondheidswaarschuwingen als bedoeld in artikel 6, lid 2

1. Rokers sterven eerder.

2. Roken veroorzaakt hartziekten en beroerten.

3. Roken veroorzaakt kanker.

4. Roken tijdens de zwangerschap schaadt de gezondheid van uw kind.

5. . Passief roken is schadelijk voor de mensen om u heen, met name voor kinderen.

6. Uw arts kan u helpen met roken te stoppen.

7. Roken werkt verslavend.

8. Stop met roken indien u het gevaar van ernstige ziekten wilt beperken.

9. Ieder jaar sterven in de Europese Unie een half miljoen mensen aan de gevolgen van het roken.

10. U vermoordt uzelf door te roken.

11. Vraag om hulp om met roken te stoppen: [telefoonnummer; postbusadres; internetadres; Raadpleeg uw arts of apotheker].

BIJLAGE II

Termijnen voor de omzetting en de toepassing van de ingetrokken richtlijnen

(vermeld in artikel 14)

Richtlijn Termijnen voor de omzetting Uiterste data voor de toepassing

89/622/EEG (PB L 359, 8.12.1989, blz. 1) 1 juli 1990 31 december 1991

31 december 1992

31 december 1993

90/239/EEG (PB L 137, 30.5.1990, blz. 36) 18 november 1991 31 december 1992 [15]

[15] Voor alle lidstaten behalve Griekenland.

31 december 1997 [16]

[16] Id.

31 december 1992 [17]

[17] Uitsluitend voor Griekenland geldende afwijking.

31 december 1998 [18]

[18] Id.

31 december 2000 [19]

[19] Id.

31 december 2006 [20]

[20] Id.

92/41/EEG (PB L 158, 11.6.1992, blz. 30) 1 juli 1992 1 juli 1992

1 januari 1994

31 december 1994

BIJLAGE III CONCORDANTIETABEL

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Top