Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32010R0570

Verordening (EU) nr. 570/2010 van de Commissie van 29 juni 2010 tot registratie van de invoer van wireless wide area networking (WWAN)-modems van oorsprong uit de Volksrepubliek China

PB L 163 van 30.6.2010, pp. 34–36 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 01/03/2011; opgeheven door 32011R0209

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2010/570/oj

30.6.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 163/34


VERORDENING (EU) Nr. 570/2010 VAN DE COMMISSIE

van 29 juni 2010

tot registratie van de invoer van wireless wide area networking (WWAN)-modems van oorsprong uit de Volksrepubliek China

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) („de basisverordening”), en met name op artikel 10, lid 4, en artikel 14, lid 5,

Na raadpleging van het Raadgevend Comité,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Commissie heeft een verzoek ontvangen op grond van artikel 14, lid 5, van de basisverordening, om registratie van de invoer van wireless wide area networking (WWAN)-modems van oorsprong uit de Volksrepubliek China verplicht te stellen.

A.   BETROKKEN PRODUCT

(2)

Het product waarop deze registratie betrekking heeft, zijn wireless wide area networking (WWAN)-modems met radioantenne die Internet Protocol (IP)-gegevensverbindingen voor computers bieden, met inbegrip van WiFi-routers die uitgerust zijn met een WWAN-modem (WWAN/WiFi-routers), van oorsprong uit de Volksrepubliek China („het betrokken product”), momenteel ingedeeld onder GN-codes ex 8471 80 00 en ex 8517 62 00 .

B.   VERZOEK

(3)

De Commissie heeft een klacht ontvangen van Option NV („de indiener van het verzoek”) en heeft vastgesteld dat er voldoende aanwijzingen zijn om een procedure in te leiden. Overeenkomstig artikel 5 van de basisverordening heeft zij dan ook met een in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt bericht (het „bericht van inleiding”) de inleiding aangekondigd van een antidumpingprocedure betreffende de invoer van wireless wide area networking (WWAN)-modems van oorsprong uit de Volksrepubliek China.

(4)

Met betrekking tot de bevoegdheid om een klacht in te dienen, is de indiener van het verzoek de enige producent van het betrokken product in de Europese Unie, die 100 % van de totale productie in de Unie voor zijn rekening neemt.

(5)

Wat dumping betreft, wordt het betrokken land ingevolge de bepalingen van artikel 2, lid 7, van de basisverordening niet als een land met een markteconomie beschouwd. Bij het ontbreken van bekende productie van het betrokken product buiten de Europese Unie en het betrokken land, heeft de klager de normale waarde voor het betrokken land vastgesteld aan de hand van de in de EU werkelijk betaalde of te betalen prijzen van het soortgelijke product, indien nodig verhoogd met een redelijke winstmarge. De bewering dat het betrokken product met dumping wordt ingevoerd, is gebaseerd op een vergelijking van de aldus vastgestelde normale waarde met de prijzen (af fabriek) van het onderzochte product bij uitvoer naar de Unie. De aldus berekende dumpingmarge voor het betrokken land van uitvoer blijkt aanzienlijk te zijn, namelijk meer dan 150 %.

(6)

De indiener van het verzoek verzoekt er voorts om dat de invoer van het betrokken product overeenkomstig artikel 14, lid 5, van de basisverordening aan registratieplicht wordt onderworpen, zodat op deze invoer vanaf de datum van registratie achteraf maatregelen kunnen worden toegepast.

C.   MOTIVERING VAN DE REGISTRATIE

(7)

Overeenkomstig artikel 7, lid 1, van de basisverordening worden voorlopige rechten niet eerder dan 60 dagen na de inleiding van de procedure ingesteld. Overeenkomstig artikel 10, lid 4, van de basisverordening kan evenwel een definitief antidumpingrecht worden geheven op producten die ten hoogste 90 dagen vóór de datum van inwerkingtreding van de voorlopige maatregelen ten gebruike zijn aangegeven, op voorwaarde dat aan de voorwaarden van dat lid is voldaan en dat de invoer overeenkomstig artikel 14, lid 5, is geregistreerd. Volgens artikel 14, lid 5, van de basisverordening kan de Commissie, na overleg in het Raadgevend Comité, de douaneautoriteiten opdracht geven passende maatregelen te nemen om de invoer te registreren, zodat met ingang van de datum van registratie maatregelen met betrekking tot deze invoer kunnen worden genomen. Tot registratie van de invoer kan worden overgegaan naar aanleiding van een door de bedrijfstak van de Unie ingediend verzoek dat voldoende bewijsmateriaal bevat om een dergelijke maatregel te rechtvaardigen.

(8)

Het verzoek bevat voldoende bewijsmateriaal om registratie te rechtvaardigen. Registratie wordt ook gerechtvaardigd door bewijsmateriaal uit andere bronnen.

(9)

Wat dumping betreft, beschikt de Commissie over voldoende voorlopig bewijsmateriaal dat het betrokken product van oorsprong uit de Volksrepubliek China met dumping wordt ingevoerd en dat de exporteurs aan dumping doen. De klacht wegens dumping en het verzoek om registratie bevatten bewijsmateriaal voor de uitvoerprijzen in de periode van het tweede kwartaal van 2009 tot het eerste kwartaal van 2010. Voorts bevat de klacht informatie over de uitvoerprijzen vanaf 2006. In dit stadium en rekening houdend met het feit dat tijdens het onderzoek misschien bijkomende gegevens beschikbaar worden, bestaat het bewijsmateriaal met betrekking tot de normale waarde in de klacht wegens dumping en het verzoek om registratie uit gedetailleerde gegevens over binnenlandse prijzen en productiekosten van de enige producent in de Unie over de periode van 2006 tot het eerste kwartaal van 2010. Bij het ontbreken van een bekend referentieland dat als uitgangspunt voor een betrouwbare normale waarde kan dienen, is dit de meest nauwkeurige en geschikte informatie die in dit stadium kan worden gebruikt. Na correctie voor geschatte transport- en andere kosten, lijken deze gegevens op het eerste gezicht betrekking te hebben op hetzelfde product, dezelfde periode en hetzelfde handelsstadium, en dus grotendeels vergelijkbaar te zijn. Algemeen genomen en gezien de hoogte van de vermeende dumpingmarge wijst het bewijsmateriaal er in dit stadium in voldoende mate op dat de betrokken exporteurs met dumping uitvoeren en dat er al geruime tijd sprake van dumping is.

(10)

Wat de schade betreft, beschikt de Commissie over voldoende voorlopig bewijsmateriaal dat de dumpingpraktijken van de exporteurs aanmerkelijke schade berokkenen of zouden berokkenen. Dat bewijsmateriaal bestaat uit gedetailleerde gegevens uit de klacht wegens dumping en het verzoek om registratie en wordt bevestigd door informatie uit andere bronnen betreffende de in artikel 3, lid 5, van de basisverordening vastgestelde belangrijkste schadefactoren. Bovendien beschikt de Commissie over voldoende voorlopig bewijsmateriaal dat de praktijken van de exporteurs ernstige schade berokkenen of zouden berokkenen. Dit was voldoende reden om een vrijwaringsonderzoek in te leiden. Hierbij moet worden benadrukt dat de totale invoer van oorsprong uit de Volksrepubliek China lijkt te komen.

(11)

De Commissie beschikt eveneens over voldoende voorlopig bewijsmateriaal uit de klacht wegens dumping en het verzoek om registratie, dat wordt bevestigd door informatie uit andere bronnen, waaruit blijkt dat de importeurs ervan op de hoogte waren of hadden moeten zijn dat de exporteurs aan dumping doen die schadelijk is of waarschijnlijk schadelijk is voor de bedrijfstak van de Unie. Zo is in diverse artikelen die sinds geruime tijd in de gespecialiseerde pers verschijnen, gesuggereerd dat de bedrijfstak van de Unie schade kan lijden door de invoer tegen lage prijzen uit China. Gezien de omvang van de vermeende dumping kan voorts redelijkerwijs worden geconcludeerd dat de importeurs van de situatie op de hoogte zijn of moeten zijn.

(12)

De Commissie beschikt voorts over voldoende voorlopig bewijsmateriaal dat deze schade wordt veroorzaakt of zou worden veroorzaakt door massale invoer met dumping tijdens een relatief korte periode, die het gunstige effect van definitieve antidumpingrechten door het tijdstip van de invoer, de hoeveelheden die met dumping worden ingevoerd en andere omstandigheden (zoals de snelle verslechtering van de situatie van de bedrijfstak van de Unie (2), het feit dat er één producent in de Unie is, de cyclus van contractonderhandelingen in deze markt, de relatief korte levensduur van de producten in de sector, de aanzienlijke O&O-uitgaven die moeten worden gedaan om deze te ontwikkelen) waarschijnlijk aanzienlijk zouden ondermijnen, tenzij deze rechten met terugwerkende kracht worden geheven. De klacht wegens dumping en het verzoek om registratie bevatten bewijsmateriaal met betrekking tot deze omstandigheden, dat wordt bevestigd door informatie uit andere bronnen

(13)

Aan de voorwaarden voor registratie is in dit geval bijgevolg voldaan.

D.   PROCEDURE

(14)

In het licht van het bovenstaande heeft de Commissie geconcludeerd dat het verzoek van de indiener voldoende bewijsmateriaal bevat om de invoer van het betrokken product overeenkomstig artikel 14, lid 5, van de basisverordening aan registratieplicht te onderwerpen.

(15)

Alle belanghebbenden wordt verzocht hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten en bewijsmateriaal te verstrekken. Voorts kan de Commissie belanghebbenden horen, mits zij daar schriftelijk om verzoeken en kunnen aantonen dat er bijzondere redenen zijn om hen te horen.

E.   REGISTRATIE

(16)

Overeenkomstig artikel 14, lid 5, van de basisverordening wordt de invoer van het betrokken product aan registratieplicht onderworpen om ervoor te zorgen dat, indien op grond van de bevindingen van het onderzoek antidumpingrechten worden ingesteld, deze rechten overeenkomstig de geldende wettelijke bepalingen met terugwerkende kracht kunnen worden geheven wanneer de voorwaarden daarvoor zijn vervuld.

(17)

Een eventueel toekomstig recht zal uit de bevindingen van het antidumpingonderzoek voortvloeien. Volgens de beweringen in de klacht waarin om de opening van een onderzoek wordt verzocht, bedraagt de dumping ruim 150 % en de schade ruim 150 %. Als het onderzoek deze beweringen bevestigt, zou de maatregel ruim 60 euro per eenheid bedragen.

F.   VERWERKING VAN PERSOONSGEGEVENS

(18)

Persoonsgegevens die in het kader van dit onderzoek worden verzameld, zullen worden behandeld in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (3),

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De douaneautoriteiten wordt overeenkomstig artikel 14, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 opdracht gegeven, de nodige maatregelen te nemen om de invoer in de Unie te registreren van wireless wide area networking (WWAN)-modems met radioantenne die Internet Protocol (IP)-gegevensverbindingen voor computers bieden, met inbegrip van WiFi-routers die uitgerust zijn met een WWAN-modem (WWAN/WiFi-routers) van oorsprong uit de Volksrepubliek China, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 8471 80 00 en ex 8517 62 00 (Taric-codes 8471 80 00 10, 8517 62 00 11 en 8517 62 00 91). De registratie wordt negen maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening beëindigd.

2.   Belanghebbenden wordt verzocht binnen 20 dagen na de bekendmaking van deze verordening hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten, bewijsmateriaal te verstrekken of een verzoek in te dienen om te worden gehoord.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 29 juni 2010.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)   PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51.

(2)  Voorbeelden van deze snelle verslechtering zijn te vinden in de klacht waarin wordt verzocht om de inleiding van een antidumpingonderzoek. Het gaat onder andere om een halvering van de productie, een verviervoudiging van de financiële verliezen en een daling van de werkgelegenheid met ca. 40 % van 2008 tot 2009.

(3)   PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.


Top