This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 62004CJ0484
Samenvatting van het arrest
Samenvatting van het arrest
Sociale politiek – Bescherming van veiligheid en gezondheid van werknemers – Richtlijn 93/104 betreffende aantal aspecten van organisatie van arbeidstijd
(Richtlijn 93/104 van de Raad, art. 3, 5 en 17, lid 1)
Een lidstaat komt de verplichtingen niet na die op hem rusten krachtens de artikelen 17, lid 1, 3 en 5 van richtlijn 93/104 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd, zoals gewijzigd bij richtlijn 2000/34, wanneer hij de afwijking waarin artikel 17, lid 1, voorziet, toepast op werknemers wier arbeidstijd gedeeltelijk niet wordt gemeten of vooraf bepaald, of door de werknemer zelf kan worden bepaald, en hij niet de nodige maatregelen ter uitvoering van het recht van werknemers op dagelijkse en wekelijkse rusttijden treft.
In dit verband impliceert het nuttig effect van de bij richtlijn 93/104 aan de werknemers verleende rechten noodzakelijkerwijs dat de lidstaten verplicht zijn te waarborgen dat het recht op daadwerkelijke rusttijden wordt geëerbiedigd. Een lidstaat die in de nationale maatregel ter uitvoering van die richtlijn bepaalt dat de werknemers dergelijke rechten op rusttijden genieten en die in de aan de werkgevers en de werknemers gerichte richtsnoeren met betrekking tot de uitoefening van deze rechten te kennen geeft dat de werkgever evenwel niet gehouden is te verzekeren dat de werknemers daadwerkelijk van deze rechten gebruik maken, waarborgt noch de naleving van de in de artikelen 3 en 5 van deze richtlijn geformuleerde minimumvoorschriften, noch de naleving van het wezenlijk doel ervan. Door te kennen te geven dat hoewel de werkgevers niet mogen verhinderen dat de werknemers van de minimumrusttijden gebruik maken, zij geen enkele verplichting hebben om ervoor te zorgen dat laatstgenoemden daadwerkelijk in staat zijn dit recht uit te oefenen, kunnen de richtsnoeren duidelijk de door de artikelen 3 en 5 van deze richtlijn vastgestelde rechten uithollen en zijn zij niet in overeenstemming met het doel van de richtlijn, volgens welke minimumrusttijden onontbeerlijk zijn voor de bescherming van de veiligheid en de gezondheid van werknemers.
(cf. punten 40, 42, 44, 47 en dictum)