This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32025R0351
Commission Regulation (EU) 2025/351 of 21 February 2025 amending Regulation (EU) No 10/2011 on plastic materials and articles intended to come into contact with food, amending Regulation (EU) 2022/1616 on recycled plastic materials and articles intended to come into contact with foods, and repealing Regulation (EC) No 282/2008, and amending Regulation (EC) No 2023/2006 on good manufacturing practice for materials and articles intended to come into contact with food as regards recycled plastic and other matters related to quality control and manufacturing of plastic materials and articles intended to come into contact with food
Verordening (EU) 2025/351 van de Commissie van 21 februari 2025 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 10/2011 betreffende materialen en voorwerpen van kunststof, bestemd om met levensmiddelen in contact te komen, tot wijziging van Verordening (EU) 2022/1616 betreffende materialen en voorwerpen van gerecycleerde kunststof bestemd om met levensmiddelen in aanraking te komen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 282/2008, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2023/2006 betreffende goede fabricagemethoden voor materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen wat betreft gerecycleerde kunststof en andere aangelegenheden in verband met de kwaliteitscontrole en de fabricage van materialen en voorwerpen van kunststof bestemd om met levensmiddelen in contact te komen
Verordening (EU) 2025/351 van de Commissie van 21 februari 2025 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 10/2011 betreffende materialen en voorwerpen van kunststof, bestemd om met levensmiddelen in contact te komen, tot wijziging van Verordening (EU) 2022/1616 betreffende materialen en voorwerpen van gerecycleerde kunststof bestemd om met levensmiddelen in aanraking te komen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 282/2008, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2023/2006 betreffende goede fabricagemethoden voor materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen wat betreft gerecycleerde kunststof en andere aangelegenheden in verband met de kwaliteitscontrole en de fabricage van materialen en voorwerpen van kunststof bestemd om met levensmiddelen in contact te komen
C/2025/1085
PB L, 2025/351, 24.2.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/351/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
In force
|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2025/351 |
24.2.2025 |
VERORDENING (EU) 2025/351 VAN DE COMMISSIE
van 21 februari 2025
tot wijziging van Verordening (EU) nr. 10/2011 betreffende materialen en voorwerpen van kunststof, bestemd om met levensmiddelen in contact te komen, tot wijziging van Verordening (EU) 2022/1616 betreffende materialen en voorwerpen van gerecycleerde kunststof bestemd om met levensmiddelen in aanraking te komen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 282/2008, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2023/2006 betreffende goede fabricagemethoden voor materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen wat betreft gerecycleerde kunststof en andere aangelegenheden in verband met de kwaliteitscontrole en de fabricage van materialen en voorwerpen van kunststof bestemd om met levensmiddelen in contact te komen
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1935/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 2004 inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen en houdende intrekking van de Richtlijnen 80/590/EEG en 89/109/EEG (1), en met name artikel 5, lid 1, punten a), c), d), e), h), i) en j),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EU) nr. 10/2011 van de Commissie (2) zijn specifieke voorschriften vastgesteld betreffende materialen en voorwerpen van kunststof, bestemd om met levensmiddelen in contact te komen. Met name hoofdstuk II van die verordening bevat voorschriften inzake samenstelling voor materialen en voorwerpen van kunststof die ervoor moeten zorgen dat afgewerkte materialen van kunststof die bestemd zijn om met levensmiddelen in contact te komen, voldoende veilig zijn om aan de voorschriften van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1935/2004 te voldoen. |
|
(2) |
In dat hoofdstuk II wordt in de voorschriften inzake samenstelling voor stoffen die kunnen worden gebruikt bij de vervaardiging van materialen en voorwerpen van kunststof, specifiek verwezen naar “lagen van kunststof” in materialen en voorwerpen van kunststof. In veel gevallen echter hebben materialen en voorwerpen van kunststof geen structuur in lagen maar bestaan zij uit een enkelvoudig homogeen materiaal met een complexe vorm, waardoor onduidelijkheid ontstaat. Daarom moet in hoofdstuk II van Verordening (EU) nr. 10/2011 naar materialen en voorwerpen van kunststof in plaats van naar lagen van kunststof worden verwezen. Aangezien door de nieuwe formulering twijfels kunnen ontstaan over de vraag of de voorschriften inzake samenstelling van Verordening (EU) nr. 10/2011 van toepassing zijn op lagen die niet van kunststof zijn in materialen en voorwerpen van kunststof, zoals kleefstoffen, drukinkt, vernis en deklagen, moet worden verduidelijkt dat de voorschriften inzake samenstelling niet op die lagen van toepassing zijn. De verwijzing naar “lagen van kunststof” in hoofdstuk III van Verordening (EU) nr. 10/2011 moet echter wel worden gehandhaafd, aangezien door die verwijzing sommige bepalingen van dat hoofdstuk wat meerlaagse materialen en voorwerpen betreft, van toepassing kunnen zijn op bepaalde lagen en niet op andere. Met name mag bij meerlaagse materialen de laag van kunststof die door een functionele sperlaag van het levensmiddel is gescheiden, worden vervaardigd met stoffen die niet in de EU-lijst zijn opgenomen. Het moet ook mogelijk blijven om de overeenstemming met de migratielimieten overeenkomstig Verordening (EU) nr. 10/2011 te controleren van materialen en voorwerpen die binnen het toepassingsgebied van die verordening vallen en die met kleefstoffen aan elkaar zijn bevestigd of die zijn bedrukt en/of van een deklaag zijn voorzien. |
|
(3) |
Volgens de definitie van “kunststof” in Verordening (EU) nr. 10/2011 bestaat “kunststof” uit polymeren waaraan additieven of andere stoffen kunnen zijn toegevoegd om een fysisch of chemisch effect in de kunststof teweeg te brengen. Bij die verordening zijn additieven en uitgangsstoffen als twee verschillende categorieën toegelaten. Daarom kan een additief niet als uitgangsstof worden gebruikt als het niet als zodanig is toegelaten en omgekeerd. Additieven zijn meestal niet chemisch gebonden aan de polymeren. Bepaalde deeltjes, vezels of andere vaste materialen die in kunststoffen worden gebruikt om een fysisch effect teweeg te brengen, zijn echter met of zonder bindmiddel aan het polymeer gebonden om de algehele integriteit van het materiaal te waarborgen. Gezien de definities van kunststof, additieven, polymeren en uitgangsstoffen in Verordening (EU) nr. 10/2011, kan er twijfel bestaan over de vraag of een dergelijk vast materiaal moet worden beschouwd als additief of als uitgangsstof wanneer deze binding een chemische binding is. Er ontstaat dus onzekerheid over de vraag of dat vaste materiaal als additief of als uitgangsstof moet worden toegelaten. Bijgevolg moet de definitie van additieven worden verduidelijkt. Aangezien de aard van uitgangsstoffen ze geschikt maakt voor polymerisatie, een proces dat aanzienlijke chemische veranderingen met zich meebrengt, en vaste materialen die als additieven worden gebruikt, daarentegen in wezen de vorm behouden waarin ze zijn toegevoegd, moet met name in overweging worden genomen dat een vast materiaal dat chemisch aan het polymeer is gebonden waaraan het is toegevoegd, als additief en niet als uitgangsstof fungeert, ook al kan het oppervlak van het vaste materiaal nog steeds reageren met de polymeren in de kunststof. |
|
(4) |
Bepaalde in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 10/2011 opgenomen toegelaten stoffen zijn verkregen uit materialen van natuurlijke oorsprong, waaronder mineralen en levende organismen, die ook als additieven in kunststoffen in de vorm van vezels of kleine deeltjes worden gebruikt. Deze materialen werden van oudsher als stoffen beschouwd die worden gebruikt voor de vervaardiging van kunststoffen en derhalve als stoffen die binnen het toepassingsgebied van die verordening vallen. De samenstelling van deze stoffen is echter complex en variabel en is mogelijk niet volledig bekend. Het is daardoor moeilijk om de identiteit van die stoffen vast te stellen, hetgeen problemen oplevert omdat het belangrijk is om die stoffen duidelijk te definiëren zodat ze elk voor zich duidelijk van andere stoffen kunnen worden onderscheiden. Deze stoffen worden in Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad (3) aangeduid als stoffen met een onbekende of variabele samenstelling, complexe reactieproducten of biologische materialen (UVCB). Om te zorgen voor een betere afstemming van Verordening (EU) nr. 10/2011 op Verordening (EG) nr. 1907/2006 en met name om de toekomstige afstemming van de risicobeoordeling en de toelating van dergelijke stoffen te vergemakkelijken, is het passend om dit concept van UVCB-stoffen ook in de context van Verordening (EU) nr. 10/2011 toe te passen. |
|
(5) |
Overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EU) nr. 10/2011 bevat de EU-lijst van stoffen die in bijlage I bij die verordening is vastgesteld, de stoffen die zijn toegelaten voor “opzettelijk” gebruik bij de vervaardiging van materialen en voorwerpen van kunststof. In bepaalde gevallen bevat bijlage I ook specificaties voor de verontreinigingen die in de stof aanwezig kunnen zijn, mits deze relevant zijn voor de risicobeoordeling en gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid van de mens. Hetzelfde geldt voor alle aan de stof gerelateerde reactie- en afbraakproducten die tijdens de vervaardiging van het materiaal of voorwerp van kunststof kunnen ontstaan. De aanwezigheid van die verontreinigingen, reactie- en afbraakproducten in het materiaal of voorwerp van kunststof is echter niet opzettelijk. Daarom is het passend het woord “opzettelijk” in artikel 5 van Verordening (EU) nr. 10/2011 te schrappen. |
|
(6) |
De in tabel 1 van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 10/2011 opgenomen stoffen worden aangeduid met hun FCM-stofnummer, referentienummer en chemische naam en, indien beschikbaar, met hun respectieve door de Chemical Abstracts Service (CAS) toegekende registratienummer. De ervaring leert echter dat er twijfels blijven bestaan over de precieze identiteit van de toegelaten stoffen. Aangezien de aanvraag om toelating van een stof informatie moet bevatten over de identiteit van de stof, zoals de chemische naam, chemische samenstelling, zuiverheidsgraad en molecuulmassa en de spectroscopische gegevens, en deze informatie door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) wordt gecontroleerd, moet de aangeduide identiteit van de in tabel 1 van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 10/2011 vermelde stoffen in overweging worden genomen met betrekking tot de identiteit van de in het advies van de EFSA gespecificeerde stof. Als er twijfels blijven bestaan over de aanduiding van een stof, moet daarom de EFSA worden geraadpleegd. |
|
(7) |
Biociden die werkzame stoffen bevatten, kunnen in verschillende materialen worden verwerkt, waaronder kunststoffen, die met levensmiddelen in contact kunnen komen. In Verordening (EU) nr. 10/2011 is bepaald dat stoffen waarvan het de bedoeling is dat zij aanwezig zijn in afgewerkte materialen en voorwerpen van kunststof en die een biocide werking hebben, moeten zijn toegelaten door de Commissie of, in afwachting van een dergelijke toelating, tot de stoffen moeten behoren die in de in artikel 7 van die verordening bedoelde voorlopige lijst zijn opgenomen, om te mogen worden gebruikt bij de vervaardiging van materialen en voorwerpen van kunststof die met levensmiddelen in contact komen. Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad (4) bevat echter regels voor de toelating van de in bijlage V bij die verordening vermelde soorten biociden, met inbegrip van biociden die bestemd zijn om te worden verwerkt in materialen en voorwerpen die met levensmiddelen in contact komen, en voor het in de handel brengen van behandelde voorwerpen die dergelijke producten bevatten, zoals materialen en voorwerpen die met levensmiddelen in contact komen. Overeenkomstig die verordening mag een biocide dat een werkzame stof bevat, worden verwerkt in materialen die met levensmiddelen in contact komen, op voorwaarde dat zowel de stof als het product dat die stof bevat, krachtens Verordening (EU) nr. 528/2012 voor dat gebruik respectievelijk zijn goedgekeurd en toegelaten. Daarom moet in Verordening (EU) nr. 10/2011 wat betreft de werkzame stoffen van biociden en de biociden die mogen worden gebruikt bij de vervaardiging van en die opzettelijk aanwezig zijn in materialen van kunststof die met levensmiddelen in contact komen, worden verwezen naar Verordening (EU) nr. 528/2012. |
|
(8) |
Op dit moment is in Verordening (EU) nr. 10/2011 bepaald dat stoffen die bij de vervaardiging van lagen van kunststof in materialen en voorwerpen van kunststof worden gebruikt, een zuiverheidsgraad moeten hebben die ze geschikt maakt voor het beoogde en te verwachten gebruik van de materialen en voorwerpen. De ervaring leert dat om een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van de mens te waarborgen en exploitanten van bedrijven te helpen beoordelen of materialen en voorwerpen in overeenstemming zijn met Verordening (EU) nr. 10/2011, het begrip “zuiverheid” ten aanzien van stoffen die worden gebruikt bij de vervaardiging van materialen en voorwerpen die met levensmiddelen in contact komen, moet worden gedefinieerd. Gezien de stand van de wetenschappelijke kennis en de regelgeving voor de toelating van stoffen die worden gebruikt bij de vervaardiging van voorwerpen die met levensmiddelen in contact komen, moet de hoge zuiverheidsgraad worden gedefinieerd voor stoffen die worden gebruikt bij de vervaardiging van materialen en voorwerpen die met levensmiddelen in contact komen, met betrekking tot hun identiteit en, waar nodig, de in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 10/2011 vastgestelde specificaties of restricties, een risicobeoordeling overeenkomstig artikel 19 of de relevante richtsnoeren van de (EFSA). Wat dit betreft heeft de EFSA in haar richtsnoeren voor het opstellen van een aanvraag voor de veiligheidsbeoordeling van een in materialen van kunststof die met levensmiddelen in contact komen, te gebruiken stof (Note for Guidance for the preparation of an application for the safety assessment of a substance to be used in plastic food contact materials) (5) het beginsel vastgesteld dat hoe hoger de blootstelling van de consument is als gevolg van de migratie naar levensmiddelen van stoffen uit materialen of voorwerpen van kunststof die met levensmiddelen in contact komen, des te meer toxicologische gegevens er nodig zijn. De EFSA is met name van oordeel dat wanneer een stof die wordt gebruikt bij de vervaardiging van materialen of voorwerpen die met levensmiddelen in contact komen, een migratie naar levensmiddelen vertoont van minder dan 0,00015 mg stof/kg levensmiddel (0,15 μg/kg), er waarschijnlijk geen risico op genotoxiciteit is en er geen onderzoek naar toxiciteit van de migrerende stof nodig is (6), en dat wanneer de stof een migratie vertoont van meer dan (0,15 μg/kg) maar minder dan 0,05 mg/kg, er alleen gegevens over genotoxiciteitstests (7) nodig zijn. In de vroege fasen van de vervaardiging van materialen en voorwerpen van kunststof kunnen echter de vervolgstappen in de vervaardiging en/of het uiteindelijke gebruik van de materialen en voorwerpen niet voldoende bekend zijn om de migratie van een stof naar levensmiddelen te kunnen berekenen. Om te beoordelen of een stof die wordt gebruikt bij de vervaardiging van een materiaal of voorwerp dat met levensmiddelen in contact komt, aan deze drempelwaarden voldoet, moet daarom rekening worden gehouden met factoren die van invloed zijn op hun concentratie in en migratie naar levensmiddelen uit de afgewerkte materialen en voorwerpen. Wanneer de genotoxiciteit van een afzonderlijke stof moet worden beoordeeld, moet het bovendien mogelijk zijn deze beoordeling te vervangen door die van de genotoxiciteit van een groep stoffen, maar alleen met inachtneming van specifieke vereisten (8). |
|
(9) |
In Verordening (EU) nr. 10/2011 zijn geen beperkingen vastgesteld voor de bron van de stoffen die kunnen worden gebruikt bij de vervaardiging van materialen en voorwerpen van kunststof, en daarom mogen die stoffen uit afvalstoffen worden vervaardigd. Stoffen die uit afvalstoffen worden vervaardigd, kunnen incidentele verontreiniging bevatten. Om de gezondheid van de mens te beschermen en aangezien bepaalde vervaardigingsprocessen van stoffen de aanwezigheid van incidentele verontreinigingen kunnen elimineren of zodanig verminderen dat de verontreiniging in het afgewerkte materiaal van kunststof geen risico voor de gezondheid van de mens oplevert, moet worden vereist dat uit afvalstoffen geproduceerde stoffen ook een hoge zuiverheidsgraad hebben. |
|
(10) |
Er moeten specifieke voorschriften worden vastgesteld wat betreft de zuiverheid van stoffen van natuurlijke oorsprong, de zogenaamde UVCB-stoffen. In sommige gevallen is een stof afkomstig van een deel van een organisme waarvan geen van de bestanddelen is verwijderd, of van een natuurlijk materiaal dat slechts gedeeltelijk is gezuiverd, zodat de volledige samenstelling ervan onbekend of variabel kan zijn. In andere gevallen waarin de natuurlijke stof echter uit het natuurlijke materiaal kan worden geëxtraheerd en verder kan worden gezuiverd, kan een stof met een bekende chemische samenstelling worden verkregen. Wat stoffen van natuurlijke oorsprong betreft, moet daarom worden gespecificeerd hoe hun identiteit moet worden bepaald om het vereiste van een hoge zuiverheidsgraad te kunnen toepassen. Op basis van de meest recente kennis beschrijft de EFSA de identiteit van dergelijke stoffen zo gedetailleerd mogelijk, met inbegrip van een beschrijving van de samenstelling, de bron en het proces dat is gebruikt om de stof te verkrijgen, en omschrijft zij de niet-gekarakteriseerde fractie zo uitgebreid mogelijk. Wanneer in het verleden niet zo’n gedetailleerde aanduiding werd verstrekt, moet de naam van de stof echter bepalend zijn voor de identificatie ervan. |
|
(11) |
Tijdens de vervaardiging van materialen en voorwerpen van kunststof is het niet mogelijk om volledig te vermijden dat er afsnijdsels, snippers en andere bijproducten worden geproduceerd. Door toe te staan dat deze bijproducten worden herverwerkt voor de vervaardiging van materialen en voorwerpen van kunststof, kan worden bijgedragen tot de beperking van de aanwezigheid van materialen die onbruikbaar zijn voor vervaardigingsprocessen. Indien bijproducten direct kunnen worden gebruikt bij de vervaardiging van kunststoffen zonder dat er meer bewerkingen nodig zijn dan normale industriële praktijken zoals versnipperen en hergranuleren, worden zij niet als afvalstoffen beschouwd. Aangezien Verordening (EU) 2022/1616 van de Commissie (9) niet van toepassing is op deze bijproducten en er duidelijk moet worden aangegeven welke bijproducten als veilig voor herverwerking kunnen worden beschouwd, moeten voorschriften worden vastgesteld om de veiligheid van het gebruik ervan te waarborgen. Om te zorgen voor een duidelijke afbakening tussen de producten waarop Verordening (EU) nr. 10/2011 van toepassing is en die waarop Verordening (EU) 2022/1616 van toepassing is, is het daarom passend een definitie van herverwerking op te nemen en voorschriften vast te stellen voor de veilige herverwerking van deze bijproducten. |
|
(12) |
Aangezien in Richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees Parlement en de Raad (10) het gebruik van materialen van kunststof die met levensmiddelen in contact komen voor eenmalig gebruik, vanwege de milieugevolgen van die materialen wordt ontmoedigd, worden materialen en voorwerpen van kunststof die met levensmiddelen in contact komen, steeds vaker ontworpen voor herhaald gebruik. Herhaald gebruik van materialen of voorwerpen van kunststof kan echter leiden tot aantasting ervan, waardoor de migratie van bestanddelen naar levensmiddelen toeneemt, wat weer gevaar voor de gezondheid van de mens kan opleveren. Er zijn verschillende dingen die kunnen wijzen op een dergelijke aantasting van materialen en voorwerpen van kunststof, bijvoorbeeld scheuren en barsten in het oppervlak, blaren, afbladderen, krimp of andere vervormingen, en vergeling of andere permanente verkleuring of permanent verlies van glans of transparantie. Gebruiksgerelateerde veranderingen zoals vlekken door kleurstoffen uit levensmiddelen, bijvoorbeeld lycopeen en curcumine, betekenen in beginsel echter niet dat er sprake is van aantasting van het materiaal of voorwerp. Om te voorkomen dat aangetaste voorwerpen van kunststof worden gebruikt, moet de fabrikant of andere exploitant die verantwoordelijk is voor het in de handel brengen van het afgewerkte voorwerp van kunststof dat met levensmiddelen in contact komt, gebruikers van voorwerpen van kunststof die met levensmiddelen in contact komen, voorzien van informatie over hoe zij aantasting kunnen voorkomen of vertragen en over de veranderingen die wijzen op aantasting door herhaald gebruik. |
|
(13) |
In artikel 15 van Verordening (EG) nr. 1935/2004 is bepaald dat materialen en voorwerpen die nog niet met levensmiddelen in contact zijn gebracht, bij het in de handel brengen, indien nodig, moeten worden voorzien van speciale instructies die voor een veilig en passend gebruik moeten worden opgevolgd. Er moet in overweging worden genomen dat wanneer Verordening (EU) nr. 10/2011 beperkingen bevat voor het gebruik van voorwerpen van kunststof, dergelijke speciale instructies altijd aan de consument moeten worden verstrekt. |
|
(14) |
In artikel 14, lid 4, van Verordening (EU) nr. 10/2011 is bepaald dat de in de artikelen 11 en 12 van die verordening vastgestelde voorschriften voor migratielimieten niet gelden voor lagen van kunststof in meerlaagse, uit meerdere materialen bestaande materialen en voorwerpen. Aangezien afgewerkte meerlaagse, uit meerdere materialen bestaande materialen en voorwerpen, waarvan de laag die rechtstreeks met levensmiddelen in contact komt, van kunststof is, tot dezelfde potentiële gezondheidsrisico’s kunnen leiden als materialen of voorwerpen van kunststof, moet deze laag echter aan de bepalingen betreffende migratie van Verordening (EU) nr. 10/2011 voldoen. De artikelen 11 en 12 van Verordening (EU) nr. 10/2011 mogen daarentegen nog steeds niet van toepassing zijn op lagen die niet van kunststof zijn in meerlaagse, uit meerdere materialen bestaande materialen. Er kan andere wetgeving van de Unie of er kunnen nationale voorschriften van toepassing zijn. Niettemin blijven de in Verordening (EU) nr. 10/2011 vastgestelde migratielimieten van toepassing op lagen van kunststof in materialen en voorwerpen die bedrukt, van een deklaag voorzien of met kleefstoffen aan elkaar zijn bevestigd. |
|
(15) |
Met het oog op een nadere specificatie van de verplichtingen van exploitanten van bedrijven ten aanzien van de informatie die zij aan de bevoegde autoriteiten moeten verstrekken, moet van exploitanten van bedrijven worden verlangd dat zij de bevoegde autoriteiten in elke fase van het vervaardigingsproces voorzien van bewijsstukken en van informatie over de samenstelling van uitgangsstoffen. Uit deze documentatie moet ook blijken dat de bij deze verordening ingevoerde voorschriften inzake de hoge zuiverheidsgraad worden nageleefd. |
|
(16) |
Om overeenstemming met Verordening (EU) nr. 10/2011 te waarborgen, moeten de lidstaten beschikken over doeltreffende controlemaatregelen, waaronder de bemonstering van materialen en voorwerpen van kunststof en van tussenproducten en halffabricaten van materialen en voorwerpen van kunststof. De ervaring leert echter dat inspecteurs praktische problemen kunnen ondervinden bij het nemen van monsters in fabrieken in bepaalde fasen van het vervaardigingsproces. Daarom is het passend te eisen dat fabrikanten inspecties vergemakkelijken door ervoor te zorgen dat inspecteurs in de relevante fasen van het vervaardigingsproces monsters kunnen nemen en dat zij monsters kunnen nemen van stoffen en (tussen)materialen die worden gebruikt bij de vervaardiging en die aanwezig zijn in de fabriek. |
|
(17) |
De werkelijke oppervlakte-volumeverhouding van het afgewerkte voorwerp van kunststof dat met levensmiddelen in contact komt, dient als basis voor de in Verordening (EU) nr. 10/2011 vastgestelde regels voor migratietesten. In die verordening is echter ook bepaald dat wat bepaalde materialen en voorwerpen betreft, een vaste oppervlakte-volumeverhouding moet worden toegepast om het bepalen van de migratie te vergemakkelijken, met name bij het testen van voorwerpen die nog niet met levensmiddelen in contact zijn gebracht en waarvoor het niet haalbaar is om het oppervlak dat met levensmiddelen in contact komt, te bepalen of om de verwachte mate van over- of onderschatting van de blootstelling van consumenten aan bestanddelen in die materialen en voorwerpen te compenseren. In bepaalde gevallen kan de toepassing van een vaste oppervlakte-volumeverhouding echter leiden tot een onderschatting van de blootstelling van de consument aan bestanddelen in die materialen en voorwerpen, die gevaar voor de gezondheid van de mens kan opleveren. Daarom is het passend dat bedrijfsexploitanten de mogelijkheid hebben om te kiezen voor de werkelijke oppervlakte-volumeverhouding in plaats van te worden verplicht de vaste oppervlakte-volumeverhouding te gebruiken die voor deze uitzonderingen is vastgesteld. |
|
(18) |
In punt 07.04 van tabel 2 van bijlage III bij Verordening (EU) nr. 10/2011 worden levensmiddelsimulanten aan categorieën kaas toegewezen. De huidige toewijzingen, met name die in de categorieën 07.04.B en 07.04.C, komen echter niet overeen met hoe de uitdrukkingen “natuurlijke kaas” en “verwerkte kaas” gewoonlijk worden geïnterpreteerd en gebruikt. Meer in het bijzonder wordt smeltkaas doorgaans als verwerkte kaas beschouwd, terwijl kazen die vergelijkbaar zijn met cottage cheese, meestal als onverwerkte natuurlijke kaas worden beschouwd. Met de huidige toewijzingen wordt evenmin de terminologie gevolgd die wordt gebruikt in de door de EFSA vastgestelde “FoodEx2-classificatie” (11), met name wat ongerijpte (verse) en gerijpte kaas betreft. Daarom is het passend om de respectieve categorieën te wijzigen zodat natuurlijke en verwerkte kazen en gerijpte en ongerijpte kaas beter worden ingedeeld, en tegelijkertijd op basis van de bestaande toewijzingen simulanten toe worden gewezen die passen bij deze nieuwe categorieën kaas. |
|
(19) |
Om de veiligheid te waarborgen, moeten exploitanten van bedrijven alle informatie ontvangen die relevant is voor de veiligheid van de materialen en voorwerpen van kunststof die zij vervaardigen of gebruiken. Bij Verordening (EU) nr. 10/2011 wordt echter alleen vereist dat de schriftelijke verklaring van overeenstemming informatie bevat over de gebruikte stoffen of afbraakproducten daarvan waarvoor beperkingen en/of specificaties zijn vastgesteld in de bijlagen I en II bij die verordening. Om de veiligheid verder te vergroten, moet worden vereist dat de verklaring van overeenstemming ook informatie bevat over niet-opzettelijk toegevoegde stoffen, zoals verontreinigingen en tussenproducten, ontledings- of reactieproducten die tijdens het vervaardigingsproces van het kunststof materiaal of voorwerp zijn gevormd en die aanwezig kunnen zijn in het afgewerkte materiaal of voorwerp dat met levensmiddelen in contact komt. |
|
(20) |
Hoewel uit afvalstoffen vervaardigde stoffen verontreinigingen kunnen bevatten die afkomstig zijn van afvalstoffen en die gevaar voor de gezondheid van de mens kunnen opleveren, hoeft er op grond van de huidige voorschriften inzake de schriftelijke verklaring van overeenstemming niet te worden gespecificeerd of het materiaal van kunststof is vervaardigd met stoffen die uit afvalstoffen zijn vervaardigd. Daarom moeten de bepalingen voor de verklaring van overeenstemming worden gewijzigd, zodat de fabrikant van het eindproduct van kunststof voldoende informatie krijgt om hem in staat te stellen te voldoen aan de eis van artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1935/2004 dat materialen en voorwerpen van kunststof geen gevaar voor de gezondheid van de mens mogen opleveren. |
|
(21) |
Om resultaten te verkrijgen die onderling vergelijkbaar zijn, moeten laboratoria de migratietesten onder gestandaardiseerde testomstandigheden uitvoeren. Daarnaast moeten de testresultaten consequent worden geanalyseerd. Daarom is het passend om de regels voor de controle inzake de migratietesten in bijlage V bij Verordening (EU) nr. 10/2011 nader te specificeren. |
|
(22) |
Op grond van Verordening (EU) 2022/1616 moeten materialen en voorwerpen van gerecycleerde kunststof voldoen aan de hoofdstukken II, III en V van Verordening (EU) nr. 10/2011. Het bij deze verordening in hoofdstuk II van Verordening (EU) nr. 10/2011 vastgestelde vereiste van een hoge zuiverheidsgraad is van toepassing op stoffen die worden gebruikt bij de vervaardiging van materialen en voorwerpen van kunststof. Het is echter niet nodig dat het vereiste van een hoge zuiverheidsgraad van toepassing is wat betreft stoffen in de input en de output van het decontaminatieproces van kunststofafval, aangezien Verordening (EU) 2022/1616 waarborgt dat incidentele verontreiniging tijdens de vervaardiging van materialen van gerecycleerde kunststof die bestemd zijn om met levensmiddelen in contact te komen, in zodanige mate uit het materiaal wordt verwijderd, dat aan de eisen van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1935/2004 wordt voldaan. Wat de vervaardiging van materialen en voorwerpen van gerecycleerde kunststof betreft, moet daarom het vereiste van een hoge zuiverheidsgraad alleen van toepassing zijn op stoffen die tijdens het recyclageproces worden toegevoegd en op eventuele tussenproducten, ontledings- of reactieproducten die uit die stoffen ontstaan. Daarom moet in deze verordening nader worden gespecificeerd welke bepalingen van Verordening (EU) nr. 10/2011 van toepassing zijn op materialen en voorwerpen van gerecycleerde kunststof. |
|
(23) |
Verordening (EU) 2022/1616 bevat voorschriften betreffende kwaliteitsborgingssystemen voor de inzameling, voorbewerking, decontaminatie en recycling van kunststofafvalmateriaal. Bij deze verordening worden voorschriften ingevoerd voor de herverwerking van bijproducten van kunststof afkomstig van de vervaardiging van kunststof. Om de veiligheid van levensmiddelen verder te vergroten, moeten in Verordening (EG) nr. 2023/2006 van de Commissie (12) gedetailleerde voorschriften voor goede fabricagemethoden met betrekking tot herverwerking en recycling worden vastgesteld. |
|
(24) |
Bijproducten van kunststof die bestemd zijn voor herverwerking, kunnen worden herverwerkt op een andere productielocatie dan waar zij oorspronkelijk van afkomstig zijn. Als niet duidelijk is voor welk doeleinde deze bijproducten geschikt zouden zijn, of als zij gedurende de opslag of het vervoer vanaf de productiefaciliteit waarvan zij afkomstig zijn, verontreinigd worden, kan herverwerking van deze bijproducten echter risico’s opleveren. Om te voorkomen dat bijproducten van kunststof worden gebruikt voor doeleinden waarvoor zij niet geschikt zijn, en om te voorkomen dat bijproducten van kunststof vanaf de plaats waar zij worden geproduceerd tot de plaats waar zij worden herverwerkt, worden verontreinigd, moeten daarom voorschriften worden vastgesteld in Verordening (EG) nr. 2023/2006. Wanneer dergelijke bijproducten in de handel worden gebracht, moet de in artikel 15 van Verordening (EU) nr. 10/2011 bedoelde verklaring van overeenstemming bovendien de informatie bevatten die nodig is voor de herverwerking van die bijproducten, met name wat hun geschiktheid voor specifieke toepassingen betreft. |
|
(25) |
Teneinde exploitanten in staat te stellen zich aan te passen aan de wijzigingen waarin deze verordening voorziet, is het passend te bepalen dat materialen en voorwerpen van kunststof die voldoen aan Verordening (EU) nr. 10/2011, zoals van toepassing vóór de datum van inwerkingtreding van deze verordening, en aan andere desbetreffende wetgeving van de Unie, voor het eerst in de handel mogen worden gebracht gedurende een periode van 18 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening en in de handel mogen blijven tot de voorraden zijn uitgeput. Voor de productie van afgewerkte materialen en voorwerpen van kunststof moeten doorgaans echter verschillende stoffen en producten uit tussenfasen van de vervaardiging door andere exploitanten worden geleverd. In het belang van de veiligheid van de consument moet de overgang naar volledige overeenstemming met deze verordening zo efficiënt mogelijk en met minimale vertraging worden verwezenlijkt. Exploitanten die vanaf negen maanden vóór het verstrijken van de overgangsperiode van 18 maanden producten en stoffen uit tussenfasen in de handel brengen die nog niet aan deze verordening voldoen, moeten er daarom toe worden verplicht de gebruikers van die stoffen en producten op de hoogte brengen van het feit dat zij niet gebruikt kunnen worden voor de vervaardiging van materialen en voorwerpen van kunststof die na het verstrijken van de overgangsperiode in de handel worden gebracht. |
|
(26) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Wijzigingen van Verordening (EU) nr. 10/2011
1) In artikel 2 wordt lid 3 vervangen door:
“3. Deze verordening doet geen afbreuk aan de Unie- of nationale bepalingen die van toepassing zijn op stoffen die mogen worden gebruikt bij de vervaardiging van kleefstoffen, deklagen en drukinkt en die worden aangebracht op of verwerkt in materialen en voorwerpen van kunststof.”
2) Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
punt 7 wordt vervangen door:
|
|
2) |
de volgende punten worden toegevoegd:
|
3) Er wordt een nieuw artikel 3 bis toegevoegd:
“ Artikel 3 bis
Hoge zuiverheidsgraad
Een stof die bij de vervaardiging van materialen en voorwerpen van kunststof wordt gebruikt, wordt als stof met een hoge zuiverheidsgraad beschouwd wanneer alle bestanddelen ervan overeenstemmen met de identiteit van de stof en de stof verder slechts een geringe hoeveelheid niet-opzettelijk toegevoegde stoffen bevat die afzonderlijk aan een van de volgende voorwaarden voldoen:
|
i) |
indien van toepassing voldoen zij aan de specificaties en beperkingen die in tabel 1 van bijlage I zijn omschreven in het kader van de toelating van de stof; |
|
ii) |
er is voor deze stoffen een risicobeoordeling overeenkomstig artikel 19 uitgevoerd, en zij werden geacht in overeenstemming te zijn; |
|
iii) |
er is van deze stoffen een toxicologische beoordeling uitgevoerd in overeenstemming met de desbetreffende richtsnoeren die zijn vastgesteld door de EFSA, waarbij is geconcludeerd dat genotoxiciteit is uitgesloten en dat er op basis van de gedocumenteerde analyse van het verwachte gebruik van de stof, en kenmerken en lot tijdens de verdere vervaardigingsfasen, redelijkerwijs kan worden aangenomen dat niet één van de stoffen in het afgewerkte materiaal of voorwerp van kunststof aanwezig zal zijn in een concentratie die zou kunnen leiden tot een migratie waardoor deze stoffen afzonderlijk in een concentratie hoger dan 0,05 mg/kg in levensmiddelen aanwezig zouden zijn; |
|
iv) |
er is voor deze stoffen geen beoordeling uitgevoerd zoals bedoeld in punten ii) en iii), maar wel een risicobeoordeling op grond waarvan wordt geconcludeerd dat er op basis van de gedocumenteerde analyse van het verwachte gebruik van de stoffen, en kenmerken en lot tijdens de verdere vervaardigingsfasen, redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij niet in het afgewerkte materiaal of voorwerp van kunststof aanwezig zullen zijn in een concentratie die zou kunnen leiden tot een migratie naar levensmiddelen waardoor deze stoffen afzonderlijk in een concentratie hoger dan 0,00015 mg/kg in levensmiddelen aanwezig zouden zijn. |
Voor de toepassing van punt iii) kan de individuele beoordeling van de genotoxiciteit worden vervangen door een groepsbeoordeling, indien de beoordeelde stoffen chemisch verwant zijn en tot dezelfde of soortgelijke functionele groepen behoren die tot toxiciteit kunnen leiden, of indien de stoffen worden verkregen als een mengsel dat representatief is voor migratie naar levensmiddelen en dit mengsel aan de hand van passende methoden wordt beoordeeld.”
4) In artikel 4 wordt het volgende punt toegevoegd:
|
“f) |
voldoen aan Verordening (EU) 2022/1616 van de Commissie (*1) indien zij binnen het toepassingsgebied van die verordening vallen. |
5) In artikel 5 wordt lid 1 vervangen door:
“1. Bij de vervaardiging van materialen en voorwerpen van kunststof mogen alleen stoffen die zijn opgenomen in de EU-lijst van toegelaten stoffen van bijlage I, hierna de “EU-lijst” genoemd, worden gebruikt.”
6) In artikel 5 wordt het volgende lid toegevoegd:
“4. In geval van twijfel over de daaruit voortvloeiende aangeduide identiteit van een stof kan een lidstaat of de Commissie de EFSA raadplegen.”
7) Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
lid 1 wordt vervangen door: “1. In afwijking van artikel 5 mogen stoffen die niet in de EU-lijst zijn opgenomen, met inachtneming van de nationale wetgeving als polymerisatiehulpmiddel worden gebruikt bij de vervaardiging van materialen en voorwerpen van kunststof.” |
|
2) |
lid 2 wordt vervangen door: “2. In afwijking van artikel 5 mogen kleurstoffen en oplosmiddelen met inachtneming van de nationale wetgeving worden gebruikt bij de vervaardiging van materialen en voorwerpen van kunststof.” |
|
3) |
lid 4 wordt vervangen door: 7)“4. De volgende niet in de EU-lijst opgenomen stoffen mogen voorkomen in materialen en voorwerpen van kunststof:
|
|
4) |
lid 5 wordt vervangen door: “5. In afwijking van artikel 5 mogen stoffen met een biocidale werking die worden gebruikt in biociden die overeenkomstig Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad (*2) als biociden van productsoort 4 op de markt van de Unie mogen worden aangeboden voor een gebruik waarbij ze worden opgenomen in materialen en voorwerpen van kunststof die met levensmiddelen in contact kunnen komen, als additieven worden gebruikt bij de vervaardiging van materialen en voorwerpen van kunststof. (*2) Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2012/528/oj).”." |
8) Artikel 7 wordt geschrapt.
9) Artikel 8 wordt vervangen door:
“ Artikel 8
Algemene vereisten voor stoffen
1. Stoffen die worden gebruikt bij de vervaardiging van materialen en voorwerpen van kunststof die in het afgewerkte materiaal van kunststof aanwezig kunnen zijn, met inbegrip van de stoffen die uit afvalstoffen zijn vervaardigd, moeten een hoge zuiverheidsgraad hebben en van een technische kwaliteit zijn die ze geschikt maakt voor het beoogde en te verwachten gebruik van de materialen of voorwerpen.
De fabrikant moet de samenstelling van de stof kennen.
2. Wat de zuiverheid betreft, mogen UVCB-stoffen die in deze verordening worden geïdentificeerd met een naam die naar een natuurlijke stof met meerdere bestanddelen van biologische of minerale oorsprong verwijst, in afwijking van lid 1 worden gebruikt zoals zij uit hun natuurlijke bron zijn verkregen, mits zij geen stoffen of materialen bevatten die niet overeenkomen met de via die naam aangeduide identiteit. Alle aanvullende specificaties en vereisten die van toepassing zijn op een stof of materiaal van natuurlijke oorsprong vermeld in tabel 1 van bijlage I, en die van toepassing zijn op de stof of het materiaal, zijn van toepassing.”
10) In artikel 9, lid 1, worden de woorden “lagen van kunststof in” geschrapt.
11) Artikel 10 wordt vervangen door:
“Artikel 10
Algemene beperkingen en vereisten voor de samenstelling van materialen en voorwerpen van kunststof
1. Materialen en voorwerpen van kunststof moeten aan de in bijlage II vastgestelde beperkingen voor materialen en voorwerpen van kunststof voldoen.
11)2. Materialen en voorwerpen van kunststof mogen herverwerkte kunststof bevatten mits die herverwerkte kunststof aan de volgende voorwaarden voldoet:
|
a) |
het is een bijproduct overeenkomstig artikel 5 van Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad (*3); |
|
b) |
het wordt verzameld en gebruikt overeenkomstig afdeling C van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2023/2006; |
|
c) |
het is afkomstig van een van de volgende soorten afsnijdsels en snippers van materialen en voorwerpen van kunststof:
|
|
d) |
het bevat geen stoffen in een hoeveelheid:
|
3. Wanneer afgewerkte voorwerpen die met levensmiddelen in contact komen, bestemd zijn voor herhaald gebruik in contact met levensmiddelen, moeten de samenstelling en het ontwerp zodanig zijn, dat wordt gegarandeerd dat er geen toename van de migratie van bestanddelen van het materiaal of voorwerp naar het levensmiddel zal optreden wanneer de voorwerpen overeenkomstig de instructies voor het beoogde gebruik, zoals beschreven in de documentatie of op de etikettering, bij verdere gebruikscycli worden gebruikt.
12) Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
in lid 2, punt b), worden de woorden “of in de voorlopige lijst” geschrapt; |
|
2) |
in lid 4 worden de woorden “of de voorlopige lijst” geschrapt. |
13) De titel van hoofdstuk IV wordt vervangen door:
“ETIKETTERING, VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING EN BEWIJSSTUKKEN”.
14) Er wordt een nieuw artikel 14 bis toegevoegd:
“ Artikel 14 bis
Etikettering
14)1. De fabrikant of andere exploitant die verantwoordelijk is voor het in de handel brengen van een afgewerkt voorwerp van kunststof dat met levensmiddelen in contact komt en bestemd is voor herhaald gebruik, voorziet overeenkomstig artikel 15, leden 7 en 8, van Verordening (EG) nr. 1935/2004 de gebruikers van dat voorwerp van het volgende:
|
a) |
passende instructies om aantasting van het artikel te vertragen; |
|
b) |
een beschrijving van waarneembare wijzigingen van het voorwerp die kunnen wijzen op aantasting van het voorwerp of materiaal; |
|
c) |
een waarschuwing indien specifieke beschadigingen of te voorzien verkeerd gebruik zou(den) leiden tot een toename van migratie of ervoor zou(den) zorgen dat het voorwerp ongeschikt wordt voor verder gebruik in contact met levensmiddelen. |
14)2. Materialen en voorwerpen van kunststof die bestemd zijn om met levensmiddelen in contact te komen maar nog niet met levensmiddelen in contact zijn gebracht, moeten bij de verkoop of levering ervan in de detailhandel aan consumenten voorzien zijn van instructies voor gebruik, overeenkomstig artikel 15, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1935/2004, die gericht zijn tot de consument van dat afgewerkte voorwerp dat met levensmiddelen in contact komt, wanneer die materialen en voorwerpen van kunststof zijn vervaardigd met stoffen die zijn opgenomen in de EU-lijst van toegelaten stoffen en waarvoor kolom 10 van tabel 1 van bijlage I beperkingen bevat met betrekking tot een of meer van de volgende elementen:
|
— |
specifieke levensmiddelen of groepen levensmiddelen; |
|
— |
contacttijd en/of -temperatuur, en/of |
|
— |
verwarmingsomstandigheden zoals het gebruik van ovens en magnetronovens. |
In de instructies voor gebruik worden de beperkingen vermeld en wordt de consument van adequate informatie voorzien, zodat gebruik van het voorwerp onder omstandigheden die niet in overeenstemming zijn met deze beperkingen, wordt vermeden.”
15) Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
in de leden 2 en 3 worden de woorden “of de voorlopige lijst” geschrapt; |
|
2) |
lid 4 wordt vervangen door: “4. De artikelen 11 en 12 zijn van toepassing op meerlaagse materialen en voorwerpen die uit meerdere materialen bestaan, waarbij de oppervlaktelaag die met levensmiddelen in contact komt, is vervaardigd van een materiaal dat binnen het toepassingsgebied van deze verordening valt.” |
|
3) |
lid 6 wordt vervangen door: “6. Indien de oppervlaktelaag die met levensmiddelen in contact komt, is vervaardigd van een materiaal dat niet binnen het toepassingsgebied van deze verordening valt, kunnen in de nationale wetgeving specifieke en totale migratielimieten worden vastgesteld voor lagen van kunststof en voor het afgewerkte materiaal of voorwerp.” |
16) Artikel 16 wordt vervangen door:
“Artikel 16
Bewijsstukken
1. De exploitant verstrekt de nationale bevoegde autoriteiten op verzoek de nodige bewijsstukken om aan te tonen dat de materialen en voorwerpen, tussenproducten en halffabricaten daarvan en de voor de vervaardiging van die materialen en voorwerpen bestemde stoffen aan de voorschriften van deze verordening voldoen.
Voor stoffen die bij de vervaardiging van materialen en voorwerpen van kunststof worden gebruikt, worden op verzoek bewijsstukken over de samenstelling aan de bevoegde autoriteiten verstrekt, samen met eventuele bewijsstukken over de zuiverheidsgraad ervan.
2. Die bewijsstukken omvatten de testomstandigheden en testresultaten, berekeningen, met inbegrip van modellering, andere analyses en gegevens over de veiligheid of argumenten waarom aan de voorschriften wordt voldaan. Hoofdstuk V bevat voorschriften om experimenteel aan te tonen dat aan de voorschriften wordt voldaan.
3. Fabrikanten van materialen en voorwerpen van kunststof en van tussenproducten en halffabricaten daarvan zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde bewijsstukken documentatie omvatten waaruit blijkt dat aan artikel 8, leden 1 en 2, is voldaan.
4. Fabrikanten van materialen en voorwerpen van kunststof en van tussenproducten en halffabricaten daarvan zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten tijdens de uitvoering van officiële controles monsters kunnen nemen om de zuiverheidsgraad en de samenstelling ervan te controleren, met inbegrip van de zuiverheidsgraad en samenstelling van de stoffen en materialen die voor de vervaardiging ervan zijn gebruikt.”
17) In artikel 17 wordt lid 2 vervangen door:
17)“2. In afwijking van lid 1 kan voor de volgende materialen en voorwerpen een oppervlakte-volumeverhouding worden toegepast die gelijk is aan of hoger is dan 6 dm2 per kg levensmiddel:
|
a) |
recipiënten en andere voorwerpen die een volume van minder dan 500 ml dan wel meer dan 10 liter bevatten of voor dergelijke volumes bestemd zijn; |
|
b) |
een materiaal of voorwerp waarvoor vanwege de vorm ervan een schatting van de relatie tussen de oppervlakte ervan en de hoeveelheid levensmiddelen die hiermee in contact komt, onuitvoerbaar is; |
|
c) |
folie en film die nog niet met levensmiddelen in contact zijn gebracht; |
|
d) |
folie en film die een volume van minder dan 500 ml dan wel meer dan 10 liter bevatten. |
Dit lid is niet van toepassing op materialen en voorwerpen van kunststof die bestemd zijn om in contact te komen of al in contact komen met levensmiddelen voor zuigelingen en peuters zoals omschreven in Verordening (EU) nr. 609/2013 van het Europees Parlement en de Raad (*4).
18) De bijlagen III, IV en V worden gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening.
Artikel 2
Wijziging van Verordening (EU) 2022/1616
In artikel 4 wordt lid 2 vervangen door:
“2. De voorschriften van de hoofdstukken II, III en V van Verordening (EU) nr. 10/2011 zijn van toepassing op materialen en voorwerpen van gerecycleerde kunststof. Artikel 8, lid 1, van die verordening is niet van toepassing op de verontreinigingen in de input en de output van decontaminatieprocessen en de kwaliteit en zuiverheid van de input en output moeten in overeenstemming zijn met deze verordening.”.
Artikel 3
Wijzigingen van Verordening (EG) nr. 2023/2006
De bijlage bij Verordening (EG) nr. 2023/2006 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening.
Artikel 4
Overgangsmaatregelen
1. Materialen en voorwerpen van kunststof die voldoen aan Verordening (EU) nr. 10/2011, zoals van toepassing vóór de inwerkingtreding van deze verordening, en andere desbetreffende wetgeving van de Unie, die voor het eerst in de handel zijn gebracht vóór 16 september 2026, mogen verder in de handel worden gebracht totdat de voorraden zijn uitgeput.
2. Indien producten uit een tussenfase van de vervaardiging van materialen en voorwerpen van kunststof of stoffen die bestemd zijn voor de vervaardiging van een dergelijk product, materiaal of voorwerp, voldoen aan Verordening (EU) nr. 10/2011 zoals van toepassing vóór de inwerkingtreding van deze verordening, en voor het eerst in de handel worden gebracht na 16 december 2025, terwijl zij niet aan deze verordening voldoen, wordt in de verklaring van overeenstemming bij die stoffen of producten aangegeven dat zij niet aan deze verordening voldoen en alleen mogen worden gebruikt bij de vervaardiging van materialen en voorwerpen van kunststof die vóór 16 september 2026 in de handel worden gebracht.
Artikel 5
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 21 februari 2025.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 338 van 13.11.2004, blz. 4, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2004/1935/oj.
(2) Verordening (EU) nr. 10/2011 van de Commissie van 14 januari 2011 betreffende materialen en voorwerpen van kunststof, bestemd om met levensmiddelen in contact te komen (PB L 12 van 15.1.2011, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2011/10/oj).
(3) Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (Reach), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2006/1907/2024-06-06).
(4) Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2012/528/oj).
(5) EFSA-panel voor materialen die met levensmiddelen in contact komen, enzymen, aroma’s en technische hulpstoffen (CEF-panel), 2008, Note for Guidance for the preparation of an application for the safety assessment of a substance to be used in plastic Food Contact Materials, EFSA Journal 2008;6(7):21r, 41 blz., https://doi.org/10.2903/j.efsa.2008.21r.
(6) EFSA-panel voor materialen die met levensmiddelen in contact komen, enzymen, aroma’s en technische hulpstoffen (CEF-panel), 2016, Scientific opinion on recent developments in the risk assessment of chemicals in food and their potential impact on the safety assessment of substances used in food contact materials, EFSA Journal 2016;14(1):4357, 28 blz., https://doi.org/10.2903/j.efsa.2016.4357.
(7) EFSA-panel voor materialen die met levensmiddelen in contact komen, enzymen, aroma’s en technische hulpstoffen (CEF-panel), 2008, Note for Guidance for the preparation of an application for the safety assessment of a substance to be used in plastic Food Contact Materials, EFSA Journal 2008;6(7):21r, 41 blz., https://doi.org/10.2903/j.efsa.2008.21r.
(8) EFSA Scientific Committee, 2018, Genotoxicity assessment of chemical mixtures, EFSA Journal 2019;17(1):5519, 11 blz., https://doi.org/10.2903/j.efsa.2019.5519.
(9) Verordening (EU) 2022/1616 van de Commissie van 15 september 2022 betreffende materialen en voorwerpen van gerecycleerde kunststof bestemd om met levensmiddelen in aanraking te komen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 282/2008 (PB L 243 van 20.9.2022, blz. 3, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/1616/oj).
(10) Richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu (PB L 155 van 12.6.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2019/904/oj) is bedoeld om de effecten van bepaalde kunststofproducten voor eenmalig gebruik op het milieu te voorkomen en te verminderen.
(11) Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, 2015, The food classification and description system FoodEx2 (revision 2), EFSA Supporting Publications 2015: EN-804, 90 blz., https://doi.org/10.2903/sp.efsa.2015.EN-804.
(12) Verordening (EG) nr. 2023/2006 van de Commissie van 22 december 2006 betreffende goede fabricagemethoden voor materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen (PB L 384 van 29.12.2006, blz. 75, ELI: http://data.europa.eu/reg/2006/2023/oj).
BIJLAGE I
De bijlagen III, IV en V bij Verordening (EU) nr. 10/2011 worden als volgt gewijzigd:
|
1) |
In tabel 2 van bijlage III worden de beschrijvingen en simulanten voor kaas met referentienummer 07.04 vervangen door:
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
2) |
Bijlage IV wordt als volgt gewijzigd:
|
|
3) |
Bijlage V wordt als volgt gewijzigd:
|
(*1) Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles) (PB L 95 van 7.4.2017, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2017/625/oj).”;”
BIJLAGE II
De bijlage bij Verordening (EG) nr. 2023/2006 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
De titel van afdeling B en punt 1 van die afdeling worden vervangen door: “B. Minimumvoorschriften voor een kwaliteitsborgingssysteem dat in recyclage-inrichtingen moet worden gebruikt waar gerecycleerde kunststof wordt vervaardigd overeenkomstig Verordening (EU) 2022/1616
|
|
2) |
Aan afdeling B wordt het volgende punt toegevoegd:
|
|
3) |
De volgende afdeling C wordt toegevoegd: “C. Herverwerking van kunststof die binnen het toepassingsgebied van Verordening (EU) nr. 10/2011 valt
|
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/351/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)