This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 21998A0912(01)
Final Act of the International Conference and Decision by the Energy Charter Conference in respect of the amendment to the trade-related provisions of the Energy Charter Treaty - Joint Declarations - Annex I: Amendment to the Trade-Related Provisions of the Energy Charter Treaty - Annex II: Decisions in connection with the Adoption of the Amendment to the Trade-Related Provisions of the Energy Charter Treaty
Slotakte van de internationale conferentie en besluit van de conferentie over het Energiehandvest betreffende de wijziging van de met de handel verband houdende bepalingen van het Verdrag inzake het Energiehandvest - Gezamenlijke verklaringen - Bijlage I: Wijziging van de met handel verband houdende bepalingen van het verdrag inzake het energiehandvest - Bijlage II: Verklaring in verband met de aanneming van de wijziging van de met de handel verband houdende bepalingen van het op 24 april 1998 goedgekeurde verdrag inzake het energiehandvest
Slotakte van de internationale conferentie en besluit van de conferentie over het Energiehandvest betreffende de wijziging van de met de handel verband houdende bepalingen van het Verdrag inzake het Energiehandvest - Gezamenlijke verklaringen - Bijlage I: Wijziging van de met handel verband houdende bepalingen van het verdrag inzake het energiehandvest - Bijlage II: Verklaring in verband met de aanneming van de wijziging van de met de handel verband houdende bepalingen van het op 24 april 1998 goedgekeurde verdrag inzake het energiehandvest
PB L 252 van 12.9.1998, pp. 23–46
(ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV) Dit document is verschenen in een speciale editie.
(CS, ET, LV, LT, HU, MT, PL, SK, SL, BG, RO, HR)
In force
ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/1998/537/oj
Slotakte van de internationale conferentie en besluit van de conferentie over het Energiehandvest betreffende de wijziging van de met de handel verband houdende bepalingen van het Verdrag inzake het Energiehandvest - Gezamenlijke verklaringen - Bijlage I: Wijziging van de met handel verband houdende bepalingen van het verdrag inzake het energiehandvest - Bijlage II: Verklaring in verband met de aanneming van de wijziging van de met de handel verband houdende bepalingen van het op 24 april 1998 goedgekeurde verdrag inzake het energiehandvest
Publicatieblad Nr. L 252 van 12/09/1998 blz. 0023 - 0046
SLOTAKTE VAN DE INTERNATIONALE CONFERENTIE EN BESLUIT VAN DE CONFERENTIE OVER HET ENERGIEHANDVEST BETREFFENDE DE WIJZIGING VAN DE MET DE HANDEL VERBAND HOUDENDE BEPALINGEN VAN HET VERDRAG INZAKE HET ENERGIEHANDVEST SLOTAKTE VAN DE INTERNATIONALE CONFERENTIE EN BESLUIT VAN DE CONFERENTIE INZAKE HET ENERGIEHANDVEST I. Tussen 17 december 1994 en 18 december 1997 heeft de conferentie over het voorlopige Energiehandvest onderhandeld over een wijziging van de met de handel verband houdende bepalingen van het Verdrag inzake het Energiehandvest. Op 23 en 24 april 1998 werd in Brussel een conferentie gehouden om de wijziging aan te nemen. Vertegenwoordigers van de Republiek Albanië, de Republiek Armenië, Australië, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Azerbeidzjan, het Koninkrijk België, de Republiek Wit-Rusland, de Republiek Bulgarije, Canada, de Republiek Kroatië, de Republiek Cyprus, de Tsjechische Republiek, het Koninkrijk Denemarken, de Republiek Estland, de Europese Gemeenschappen, de Republiek Finland, de Franse Republiek, de Republiek Georgië, de Bondsrepubliek Duitsland, de Helleense Republiek, de Republiek Hongarije, de Republiek IJsland, de Italiaanse Republiek, Japan, de Republiek Kazachstan, de Republiek Kirgizië, de Republiek Letland, het Prinsdom Liechtenstein, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, de Republiek Malta, de Republiek Moldavië, het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk Noorwegen, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, Roemenië, de Russische Federatie, de Slowaakse Republiek, de Republiek Slovenië, het Koninkrijk Spanje, het Koninkrijk Zweden, de Zwitserse Bondsstaat, de Republiek Tadzjikistan, de Republiek Turkije, Turkmenistan, Oekraïne, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, de Verenigde Staten van Amerika en de Republiek Oezbekistan (hierna "de vertegenwoordigers" genoemd) namen aan de conferentie deel, evenals waarnemers die door bepaalde landen en internationale organisaties op verzoek gezonden waren. II. Ook de conferentie over het Energiehandvest die definitief werd ingesteld bij de inwerkingtreding op 16 april 1998 van het verdrag inzake het Energiehandvest 1994, besprak op 23 en 24 april 1998 de aanneming van de wijziging in de met de handel verband houdende bepalingen van het Energiehandvest overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag inzake het Energiehandvest. WIJZIGING VAN DE MET DE HANDEL VERBAND HOUDENDE BEPALINGEN VAN HET VERDRAG INZAKE HET ENERGIEHANDVEST III. De tekst van de wijziging in de met de handel verband houdende bepalingen van het Verdrag inzake het Energiehandvest (hierna "de wijziging" te noemen) in bijlage I en de desbetreffende besluiten in bijlage II zijn aangenomen overeenkomstig de procedures van de daartoe bijeengeroepen internationale conferentie en uit hoofde van het Verdrag inzake het Energiehandvest overeenkomstig de in het Verdrag vastgelegde procedure. AFSPRAKEN IV. Met betrekking tot de overeenkomst zijn de volgende afspraken aangenomen: 1. Met betrekking tot artikel 29, lid 2, onder a), en bijlage W Ongeacht de opneming van lid 6 van artikel XXIV van GATT 1994 in bijlage W, A, 1, a), i), heeft een ondertekenende partij die wordt getroffen door een verhoging van de douanerechten of andere heffingen welke terzake van of in verband met de invoer of uitvoer bedoeld in de eerste zin van dat lid, het recht overleg in het kader van de conferentie over het Energiehandvest te vragen. 2. Met betrekking tot artikel 29, lid 7 Ingeval van een in bijlage BR of bijlage BRQ of beide bijlagen opgenomen ondertekenende partij die geen lid is van de WTO, worden alle tijdens de toetreding tot de WTO formeel aangeboden concessies met betrekking tot energiegrondstoffen of energieproducten vermeld in bijlage EM II of uitrusting op energiegebied vermeld in bijlage EQ II, voor de toepassing van dit artikel als een verplichting in het kader van de WTO beschouwd. 3. Met betrekking tot de artikelen 29, leden 6 en 7, en 34, lid 3, onder o) De conferentie over het Energiehandvest onderzoekt jaarlijks de mogelijkheid om energiegrondstoffen, energieproducten of uitrusting op energiegebied van bijlagen EM I of EQ I over te brengen naar bijlagen EM II of EQ II. VERKLARINGEN V. Met betrekking tot de wijziging zijn de volgende verklaringen afgelegd: Gezamenlijke verklaring over met de handel verband houdende intellectuele eigendomsrechten De ondertekenende partijen bevestigen hun toezegging om de intellectuele eigendom daadwerkelijk overeenkomstig de hoogste internationale normen te beschermen. Voor de toepassing van deze verklaring omvatten de rechten uit hoofde van de intellectuele eigendom met name het auteursrecht en naburige rechten (met inbegrip van computerprogramma's en databanken), handelsmerken, geografische aanduidingen, octrooien, ontwerpen, topografieën van halfgeleiderproducten en niet-openbaar gemaakte informatie. Gezamenlijke verklaring van de Russische Federatie en de Europese Unie De Russische Federatie heeft het vraagstuk van de handel in kernmaterialen aan de orde gesteld. De Russische Federatie en de Europese Unie zijn het erover eens dat de Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Russische Federatie, de Europese Unie en haar lidstaten, die op 1 december 1997 in werking is getreden, het passende kader is voor de behandeling van dit vraagstuk, zoals in de conclusies van de samenwerkingsraad van 27 januari 1998 wordt bevestigd. BIJLAGE I WIJZIGING VAN DE MET HANDEL VERBAND HOUDENDE BEPALINGEN VAN HET VERDRAG INZAKE HET ENERGIEHANDVEST Artikel 1 Artikel 29 van het Verdrag wordt vervangen door: "Artikel 29 Tussentijdse bepalingen inzake met de handel verband houdende aangelegenheden 1. Zolang een of meer verdragsluitende partijen geen lid zijn van de WTO, zijn de bepalingen van dit artikel van toepassing op de handel in energiegrondstoffen, energieproducten en uitrusting op energiegebied. 2. a) De handel in energiegrondstoffen, energieproducten en uitrusting op energiegebied tussen verdragsluitende partijen waarvan er ten minste één geen lid is van de WTO, wordt geregeld, behoudens het bepaalde onder b) en de uitzonderingen en voorschriften van bijlage W, door de bepalingen van de WTO-overeenkomst zoals deze worden toegepast en ten aanzien van energiegrondstoffen, energieproducten en uitrusting op energiegebied door de leden van de WTO onderling worden gehanteerd, alsof al die verdragsluitende partijen lid zijn van de WTO. b) De handel in energiegrondstoffen, energieproducten en uitrusting op energiegebied door een verdragsluitende partij die een staat is die deel uitmaakte van de voormalige Unie van Socialistische Sovjetrepublieken kan in plaats daarvan, behoudens de bepalingen van bijlage TFU, tot 1 december 1999 of totdat de betrokken verdragsluitende partij tot de WTO wordt toegelaten, al naargelang wat het eerste plaats vindt, door een overeenkomst tussen twee of meer van dergelijke staten worden geregeld. 3. a) Elke ondertekenende partij bij dit Verdrag en elke staat of regionale organisatie voor economische integratie die voor 24 april 1998 tot dit Verdrag toetreedt, deponeert op de datum van ondertekening of van nederlegging van zijn akte van toetreding bij het secretariaat een lijst van alle douanerechten en andere heffingen welke terzake van of in verband met de in- of uitvoer van energiegrondstoffen en energieproducten, onder vermelding van de hoogte daarvan, op die datum worden geheven. Elke ondertekenende partij bij dit Verdrag en elke staat of regionale organisatie voor economische integratie die voor 24 april 1998 tot dit Verdrag toetreedt, deponeert op die datum bij het secretariaat een lijst van alle douanerechten en andere heffingen welke terzake van of in verband met de in- of uitvoer van uitrusting op energiegebied, onder vermelding van de hoogte daarvan, op die datum worden geheven. b) Elke staat of regionale organisatie voor economische integratie die voor of na 24 april 1998 tot dit Verdrag toetreedt, deponeert op de datum van nederlegging van zijn akte van toetreding bij het secretariaat een lijst van alle douanerechten en andere heffingen welke terzake van of in verband met de in- of uitvoer van energiegrondstoffen, energieproducten en uitrusting op energiegebied, onder vermelding van de hoogte daarvan, op die datum worden geheven. Alle wijzigingen van die douanerechten en andere heffingen welke terzake van of in verband met de in- of uitvoer worden geheven, moeten worden medegedeeld aan het secretariaat, dat de overige verdragsluitende partijen daarvan in kennis stelt. 4. Elke verdragsluitende partij streeft ernaar douanerechten of andere heffingen welke terzake van of in verband met de in- of uitvoer worden geheven niet te verhogen: a) wat betreft de invoer van energiegrondstoffen en energieproducten als vermeld in bijlage EM I of uitrusting op energiegebied als vermeld in bijlage EQ I en omschreven in deel I van de in artikel II van GATT 1994 bedoelde, op de verdragsluitende partij betrekking hebbende lijst, boven het in die lijst vermelde niveau, indien de betrokken verdragsluitende partij lid is van de WTO; b) wat betreft de uitvoer van energiegrondstoffen en energieproducten als vermeld in bijlage EM I of uitrusting op energiegebied als vermeld in bijlage EQ I en de invoer daarvan indien de betrokken verdragsluitende partij geen lid is van de WTO, boven het meest recent aan het secretariaat medegedeelde niveau, behalve wanneer dit is toegestaan krachtens de uit hoofde van lid 2, onder a), geldende bepalingen. 5. Een verdragsluitende partij mag een dergelijk douanerecht of andere heffing alleen dan boven het in lid 4 bedoelde niveau verhogen indien: a) ingeval het een terzake van of in verband met de in- of uitvoer geheven douanerecht of andere heffing betreft, een dergelijke handeling niet in strijd is met de toepasselijke bepalingen van de WTO-overeenkomst, niet zijnde de in bijlage W genoemde bepalingen van de WTO-overeenkomst, of b) zij, in zo ruim mogelijke mate binnen de grenzen van haar wetgevingsprocedures, het secretariaat in kennis heeft gesteld van haar voorstel voor een dergelijke verhoging, andere belanghebbende verdragsluitende partijen een redelijke gelegenheid heeft gegeven tot overleg over haar voorstel en eventuele opmerkingen van die verdragsluitende partijen in beschouwing heeft genomen. 6. Wat betreft de handel tussen verdragsluitende partijen waarvan er ten minste één geen lid is van de WTO, worden de douanerechten of andere heffingen welke terzake van of in verband met de in- of uitvoer van energiegrondstoffen en energieproducten vermeld in bijlage EM II of van uitrusting op energiegebied vermeld in bijlage EQ II worden geheven, door de verdragsluitende partijen niet verhoogd boven het laagste niveau dat wordt toegepast op de datum waarop de conferentie over het Energiehandvest besluit de bedoelde post in de desbetreffende bijlage op te nemen. Een verdragsluitende partij mag een dergelijk douanerecht of andere heffing alleen dan boven dat niveau verhogen indien: a) ingeval het een terzake van of in verband met de invoer geheven douanerecht of andere heffing betreft, een dergelijke handeling niet in strijd is met de toepasselijke bepalingen van de WTO-overeenkomst, niet zijnde de in bijlage W genoemde bepalingen van de WTO-overeenkomst, of b) in buitengewone omstandigheden die niet elders in dit verdrag worden behandeld, de conferentie over het Energiehandvest besluit een verdragsluitende partij te ontslaan van de hem anders uit hoofde van dit lid opgelegde verplichting en instemt met de verhoging van het douanerecht, afhankelijk van de voorwaarden die zij daaraan kan verbinden. 7. Ongeacht het bepaalde in lid 6, worden de douanerechten of andere heffingen op de in dat lid bedoelde handel door de verdragsluitende partijen vermeld in bijlage BR wat betreft de in bijlage EM II opgenomen energiegrondstoffen en energieproducten of vermeld in bijlage BRQ wat betreft de in bijlage EQ II opgenomen uitrusting op energiegebied, niet verhoogd boven het niveau dat voortvloeit uit hun verplichtingen of uit de krachtens de WTO-overeenkomst op hen toepasselijke bepalingen. 8. Andere rechten en heffingen welke terzake van of in verband met de in- of uitvoer van energiegrondstoffen, energieproducten of uitrusting op energiegebied worden geheven, zijn onderworpen aan de bepalingen van de afspraak ten aanzien van de interpretatie van artikel II, lid 1, onder b), van GATT 1994 als gewijzigd overeenkomstig bijlage W. 9. Bijlage D is van toepassing op: a) geschillen met betrekking tot het naleven van de bepalingen die krachtens dit artikel van toepassing zijn op de handel, b) geschillen met betrekking tot het toepassen door een verdragsluitende partij van maatregelen, al dan niet strijdig met de bepalingen van dit artikel, die volgens een andere verdragsluitende partij alle voordelen welke voor haar rechtstreeks of middellijk uit dit artikel voortvloeien teniet doen of uithollen, en c) tenzij de verdragsluitende partijen die partij zijn bij het geschil dit anders overeenkomen, geschillen met betrekking tot het naleven van artikel 5 tussen verdragsluitende partijen waarvan er ten minste één geen lid is van de WTO, met dien verstande dat bijlage D niet van toepassing is op geschillen tussen verdragsluitende partijen die rijzen in verband met een overeenkomst: i) waarvan kennis is gegeven overeenkomstig de andere eisen van lid 2, onder b), en van bijlage TFU, en die daaraan voldoet, of ii) waarbij een vrijhandelszone of een douane-unie wordt ingesteld als omschreven in artikel XXIV van GATT 1994.". Artikel 2 Het Verdrag wordt als volgt gewijzigd: In de preambule wordt in de zevende considerans "Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel en de bijbehorende instrumenten" vervangen door "Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie". In de preambule wordt in de achtste considerans "daarmee verband houdende uitrusting" vervangen door "uitrusting op energiegebied". In de preambule wordt in de negende considerans "Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel" en "partij zijn bij" vervangen door "Wereldhandelsorganisatie" en "lid zijn van". In de preambule wordt in de tiende considerans "partij zijn bij de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel en de bijbehorende instrumenten" vervangen door "lid zijn van de Wereldhandelsorganisatie". In artikel 1, wordt punt 4 vervangen door: "4. "Energiegrondstoffen en energieproducten", op basis van het geharmoniseerde systeem van de Werelddouaneorganisatie en de gecombineerde nomenclatuur van de Europese Gemeenschappen: de in bijlagen EM I of EM II opgenomen posten.". In artikel 1 wordt na punt 4 het volgende punt toegevoegd: "4 bis. "Uitrusting op energiegebied", op basis van het geharmoniseerde systeem van de Werelddouaneorganisatie: de in bijlagen EQ I of EQ II opgenomen posten.". In artikel 1 wordt punt 11 vervangen door: "11.a) "WTO": de Wereldhandelsorganisatie opgericht bij de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie; b) "WTO-overeenkomst": de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie, haar bijlagen en daarop betrekking hebbende besluiten, verklaringen en memoranda van overeenstemming, zoals later gerectificeerd of gewijzigd; c) "GATT 1994": de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel die is opgenomen in bijlage 1 A van de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie, zoals later gerectificeerd of gewijzigd.". In artikel 3 wordt "energiegrondstoffen en energieproducten" vervangen door "energiegrondstoffen, energieproducten en uitrusting op energiegebied". In de titel van artikel 4 wordt "GATT en bijbehorende instrumenten" vervangen door "WTO-overeenkomst" en in artikel 4 wordt "partij zijn bij de GATT" vervangen door "lid zijn van de WTO" en "GATT en bijbehorende instrumenten" door "WTO-overeenkomst". In artikel 5, lid 1, wordt na "artikel III of artikel XI van de GATT" "1994" toegevoegd en wordt "GATT en bijbehorende instrumenten" vervangen door "WTO-overeenkomst". In artikel 14, lid 6, wordt "GATT en bijbehorende instrumenten" vervangen door "WTO-overeenkomst". In artikel 20, lid 1, wordt "GATT en de relevante bijbehorende instrumenten" vervangen door "WTO-overeenkomst" en "energiegrondstoffen en energieproducten" door "energiegrondstoffen, energieproducten en uitrusting op energiegebied". In artikel 21, lid 4, wordt "artikel 29, leden 2 tot en met 6" vervangen door "artikel 29, leden 2 tot en met 8". In artikel 25, lid 3, wordt "GATT en bijbehorende instrumenten" vervangen door "WTO-overeenkomst". In artikel 34, lid 3, worden na punt m) de volgende twee punten toegevoegd: "n) het bespreken en goedkeuren van de lijst van ondertekenende partijen in bijlagen BR of BRQ of in beide bijlagen; o) het bespreken en goedkeuren van de toevoeging van posten aan bijlage EM II uit bijlage EM I met de dienovereenkomstige schrapping van die posten in bijlage EM I en het bespreken en goedkeuren van de toevoeging van posten aan bijlage EQ II uit bijlage EQ I en de dienovereenkomstige schrapping van die posten in bijlage EQ I;". In artikel 34, lid 3, wordt de letter "n)" vervangen door "p)". In artikel 36, lid 1, onder d), wordt "G" vervangen door "W". Aan artikel 36, lid 1, dient na punt f) het volgende punt te worden toegevoegd: "g) de goedkeuring van de toevoeging van posten aan bijlage EM II uit bijlage EM I en de dienovereenkomstige schrapping van die posten in bijlage EM I en de goedkeuring van de toevoeging van posten aan bijlage EQ II uit bijlage EQ I en de dienovereenkomstige schrapping van die posten in bijlage EQ I.". In artikel 36, lid 4, wordt "f)" vervangen door "g)". In de "Inhoudsopgave" van de bijlagen bij het Verdrag inzake het Energiehandvest wordt "bijlage EM" vervangen door "bijlage EM I", en worden onder de nummers 2 tot en met 4 de bijkomende bijlagen "bijlage EM II Energiegrondstoffen en energieproducten (overeenkomstig artikel 1, punt 4)", "bijlage EQ I Lijst van uitrusting op energiegebied (overeenkomstig artikel 1, lid 4 bis)" en "bijlage EQ II Lijst van uitrusting op energiegebied (overeenkomstig artikel 1, lid 4 bis)" toegevoegd. In punt 9, bijlage G, wordt "Bijlage G" vervangen door "Bijlage W" en wordt "GATT-bepalingen en bijbehorende instrumenten" vervangen door "WTO-overeenkomst". Bijlagen 2 tot en met 10 worden vernummerd tot bijlagen 5 tot en met 13. Onder punten 14 en 15 worden de bijkomende bijlagen "Bijlage BR Lijst van verdragsluitende partijen die de douanerechten of andere heffingen niet zullen verhogen boven het niveau voortvloeiend uit hun verplichtingen of krachtens de WTO-overeenkomst op hen toepasselijke bepalingen (overeenkomstig artikel 29, lid 7)" en "Bijlage BRQ Lijst van verdragsluitende partijen die de douanerechten of andere heffingen niet zullen vervolgen boven het niveau voortvloeiend uit hun verplichtingen of krachtens de WTO-overeenkomst op hen toepasselijke bepalingen (overeenkomstig artikel 29, lid 7)" toegevoegd. Bijlagen 11 tot en met 14 worden vernummerd tot bijlagen 16 tot en met 19. In bijlage D wordt "(Overeenkomstig artikel 29, lid 7)" vervangen door "(Overeenkomstig artikel 29, lid 9)". In bijlage EM wordt "EM" vervangen door "EM I". In bijlage TRM wordt in lid 1, onder a) en b), en in lid 3, onder a) en b), "partij is bij de GATT" vervangen door "lid is van de WTO". In bijlage TFU wordt in lid 2, onder c), lid 4, eerste zin, en lid 6, eerste zin, "GATT en bijbehorende instrumenten" vervangen door "WTO-overeenkomst". Artikel 3 Bijlage D van het Verdrag dient als volgt te worden gewijzigd: In de titel wordt "(overeenkomstig artikel 29, lid 7)" vervangen door "(overeenkomstig artikel 29, lid 9)". Aan het eind van lid 1, onder a), wordt na "bepalingen" het volgende toegevoegd: ", of betreffende maatregelen die de voordelen welke voor een verdragsluitende partij rechtstreeks of middellijk uit de krachtens artikel 29 op de handel van toepassing zijnde bepalingen voortvloeien, kunnen teniet doen of uithollen.". Aan lid 1, onder b), wordt aan het eind van de eerste zin na "bepalingen" het volgende toegevoegd: ", of met betrekking tot maatregelen die de voordelen welke voor een verdragsluitende partij rechtstreeks of middellijk uit de krachtens artikel 29 op de handel van toepassing zijnde bepalingen voortvloeien, kunnen teniet doen of uithollen.". In lid 1, onder b), tweede zin, wordt "GATT en bijbehorende instrumenten" vervangen door "WTO-overeenkomst". Aan lid 1, onder d), wordt voor de komma na "artikel 29" het volgende toegevoegd: "of als een tenietdoening of uitholling van de voordelen welke voor haar rechtstreeks of middellijk voortvloeien uit de krachtens artikel 29 op de handel van toepassing zijnde bepalingen.". In lid 2, onder a), tweede zin, wordt "GATT en bijbehorende instrumenten" vervangen door "WTO-overeenkomst". In lid 3, onder a), tweede zin, wordt "GATT en bijbehorende instrumenten" vervangen door "WTO-overeenkomst" en wordt de voorlaatste zin vervangen door: "De panels laten zich leiden door de interpretaties die in het kader van de WTO-overeenkomst aan de WTO-overeenkomst worden gegeven en mogen de verenigbaarheid met artikel 5 of artikel 29 van praktijken die een verdragsluitende partij die lid is van de WTO toepast ten aanzien van andere leden van de WTO op welke het de WTO-overeenkomst toepast en die door de andere leden niet aan de WTO-geschillenbeslechting zijn onderworpen, niet ter discussie stellen.". In lid 4, onder b), eerste zin, wordt "GATT of een bijbehorend instrument" vervangen door "WTO-overeenkomst". In lid 5, onder c), wordt "GATT of de bijbehorende instrumenten" vervangen door "WTO-overeenkomst". In lid 7, eerste zin, wordt "partij zijn bij de GATT", vervangen door "lid zijn van de WTO" en wordt "personen zijn die thans zijn benoemd in de geschillenpanels van de GATT" vervangen door: "personen zijn waarvan de namen voorkomen op de indicatieve lijst van regeringsfunctionarissen en anderen, bedoeld in artikel 8 van het memorandum van overeenstemming inzake de regels en procedures betreffende de beslechting van de geschillen opgenomen in bijlage 2 bij de WTO-overeenkomst of die in het verleden lid zijn geweest van een GATT- of WTO-panel ter beslechting van geschillen.". Na lid 9 wordt het volgende lid toegevoegd: "10. Wanneer een verdragsluitende partij zich beroept op artikel 29, lid 9, onder b), is deze bijlage van toepassing, met inachtneming van de volgende wijzigingen: a) de klager dient een uitvoerige motivering in ter ondersteuning van een verzoek om overleg of tot oprichting van een panel in verband met een maatregel die zijns inziens de voordelen welke voor hem rechtstreeks of middellijk uit artikel 29 voortvloeien, teniet doet of uitholt; b) wanneer wordt vastgesteld dat een maatregel de uit artikel 29 voortvloeiende voordelen teniet doet of uitholt zonder dat artikel te schenden, bestaat er geen verplichting tot intrekking van de maatregel; in dergelijk geval zal het panel evenwel aanbevelen dat de betrokken verdragsluitende partij een voor beide partijen bevredigende aanpassing doorvoert; c) het in lid 6, onder b), bedoelde arbitragepanel kan, op verzoek van één van de partijen, vaststellen in welke mate de voordelen zijn tenietgedaan of uitgehold en kan ook middelen voorstellen om tot een wederzijds bevredigende oplossing te komen; dergelijke voorstellen zijn niet bindend voor de bij het geschil betrokken partijen.". Artikel 4 Bijlage G van het Verdrag wordt vervangen door de volgende bijlage: "Bijlage W UITZONDERINGEN EN REGELS BETREFFENDE DE TOEPASSING VAN DE BEPALINGEN VAN DE WTO-OVEREENKOMST (overeenkomstig artikel 29, lid 2, onder a)) A. Uitzonderingen op de toepassing van de bepalingen van de WTO-overeenkomst. De volgende bepalingen van de WTO-overeenkomst zijn niet van toepassing in het kader van artikel 29, lid 2, onder a): 1. Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie Alle bepalingen met uitzondering van artikel IX, leden 3 en 4 en XVI, leden 1, 3 en 4 a) Bijlage 1 A bij de WTO-overeenkomst: Multilaterale overeenkomsten inzake de handel in goederen: i) Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel 1994 >RUIMTE VOOR DE TABEL> Memorandum van overeenstemming betreffende de interpretatie van artikel II, lid 1, onder b), van GATT 1994 >RUIMTE VOOR DE TABEL> Memorandum van overeenstemming betreffende de interpretatie van artikel XVII van GATT 1994 >RUIMTE VOOR DE TABEL> Memorandum van overeenstemming betreffende de betalingsbalansbepalingen van GATT 1994 >RUIMTE VOOR DE TABEL> Memorandum van overeenstemming betreffende de interpretatie van artikel XXIV van GATT 1994 Volledig met uitzondering van lid 13 Memorandum van overeenstemming betreffende ontheffingen van verplichtingen krachtens GATT 1994 >RUIMTE VOOR DE TABEL> Memorandum van overeenstemming betreffende de interpretatie van artikel XXVIII van GATT 1994 Protocol van Marrakesh bij GATT 1994 ii) Overeenkomst inzake de landbouw iii) Overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen iv) Overeenkomst inzake textiel- en kledingproducten v) Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen Preambule (eerste, achtste en negende alinea) >RUIMTE VOOR DE TABEL> vi) Overeenkomst inzake de met de handel verband houdende investeringsmaatregelen vii) Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van GATT 1994 (antidumping) >RUIMTE VOOR DE TABEL> viii) Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van GATT 1994 (Bepalen van de douanewaarde) Preambule, tweede alinea, de zinsnede "en de internationale handel van de ontwikkelingslanden een extra stimulans te geven" >RUIMTE VOOR DE TABEL> ix) Overeenkomst inzake inspectie voor verzending Preambule, tweede en derde alinea >RUIMTE VOOR DE TABEL> x) Overeenkomst betreffende de oorsprongregels Preambule, achtste alinea >RUIMTE VOOR DE TABEL> xi) Overeenkomst inzake procedures op het gebied van invoervergunningen >RUIMTE VOOR DE TABEL> xii) Overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen >RUIMTE VOOR DE TABEL> xiii) Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen >RUIMTE VOOR DE TABEL> b) Bijlage 1B bij de WTO-overeenkomst: Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten c) Bijlage 1C bij de WTO-overeenkomst: Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom d) Bijlage 2 bij de WTO-overeenkomst: Memorandum van overeenstemming inzake de regels en procedures betreffende de beslechting van geschillen e) Bijlage 3 bij de WTO-overeenkomst: Regeling inzake toetsing van het handelsbeleid f) Bijlage 4 bij de WTO-overeenkomst: Plurilaterale handelsovereenkomsten: i) Overeenkomst inzake de handel in burgerluchtvaartuigen ii) Overeenkomst inzake overheidsopdrachten g) Ministeriële besluiten, verklaringen en memoranda van overeenstemming: i) Besluit inzake maatregelen ten behoeve van de minstontwikkelde landen ii) Verklaring inzake de bijdrage van de WTO om te komen tot een grotere samenhang in het mondiale economische beleid iii) Besluit inzake kennisgevingprocedure iv) Verklaring inzake de betrekkingen tussen de WTO en het IMF v) Besluit inzake maatregelen naar aanleiding van mogelijke negatieve effecten van het hervormingsprogramma op de minstontwikkelde landen en op de ontwikkelingslanden die netto-importeur van voedsel zijn vi) Besluit over de mededeling van de eerste integratie op grond van artikel 2, lid 6, van de Overeenkomst inzake textiel- en kledingproducten vii) Besluit inzake het onderzoek van de publicatie van het ISO/IEC-informatiecentrum viii) Besluit inzake een voorstel voor een memorandum van overeenstemming betreffende een informatiesysteem voor WTO-ISO-normen ix) Besluit inzake de ontduiking van antidumpingmaatregelen x) Besluit inzake de herziening van artikel 17, lid 6, van de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van GATT 1994 xi) Verklaring betreffende geschillenbeslechting in het kader van de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van GATT 1994 of deel V van de Overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen xii) Besluit betreffende gevallen waarin de douane redenen heeft om te twijfelen aan de juistheid of de nauwkeurigheid van de aangegeven waarde xiii) Besluit betreffende de teksten in verband met de minimumwaarden en de invoer door exclusieve agenten, exclusieve distributeurs en exclusieve concessiehouders xiv) Besluit betreffende institutionele regelingen voor de GATS xv) Besluit betreffende bepaalde geschillenbeslechtingsprocedures voor de GATS xvi) Besluit betreffende de handel in diensten en het milieu xvii) Besluit betreffende onderhandelingen over het verkeer van natuurlijke personen xviii) Besluit betreffende financiële diensten xix) Besluit betreffende onderhandelingen over zeevervoerdiensten xx) Besluit betreffende onderhandelingen over basistelecommunicatie xxi) Besluit betreffende diensten van deskundigen xxii) Besluit inzake de toetreding tot de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten xxiv) Besluit inzake de toepassing en toetsing van het memorandum van overeenstemming inzake de regels en procedures betreffende de beslechting van geschillen xxv) Memorandum van overeenstemming inzake verbintenissen betreffende financiële diensten xxvi) Besluit betreffende de aanvaarding van en toetreding tot de Overeenkomst tot oprichting van de WTO xxvii) Besluit inzake handel en milieu xxviii) Besluit inzake de organisatorische en financiële gevolgen van de tenuitvoerlegging van de Overeenkomst tot oprichting van de WTO xxix) Besluit betreffende de oprichting van de voorbereidende commissie voor de WTO. 2. Alle overige bepalingen van de WTO-overeenkomst die betrekking hebben op: a) overheidssteun voor de economische ontwikkeling en de behandeling van ontwikkelingslanden, met uitzondering van leden 1 tot en met 4, van het besluit van 28 november 1979 (L/4903) betreffende een gedifferentieerde en gunstigere behandeling, reciprociteit en vollediger deelneming van ontwikkelingslanden; b) het instellen of beheren van gespecialiseerde commissies en andere subsidiaire instellingen; c) ondertekening, toetreding, inwerkingtreding, intrekking, nederlegging en registratie. 3. Alle overeenkomsten, regelingen, besluiten, memorandums of andere gezamenlijke acties uit hoofde van de niet van toepassing zijnde bepalingen als vermeld in punten 1 of 2. 4. De handel in kernmaterialen mag worden geregeld door de overeenkomsten waarnaar in de op dit punt betrekking hebbende verklaringen in de slotakte van de conferentie over het Europees Energiehandvest wordt verwezen. B. Regels inzake de toepassing van de bepalingen van de WTO-overeenkomst 1. Bij gebrek aan een relevante interpretatie van de WTO-overeenkomst, door de ministeriële conferentie of de algemene raad van de Wereldhandelsorganisatie krachtens artikel IX, lid 2, van de WTO-overeenkomst aangenomen, met betrekking tot de uit hoofde van artikel 29, lid 2, onder a), van toepassing zijnde bepalingen mag de conferentie over het Energiehandvest een interpretatie aannemen. 2. Verzoeken om ontheffing uit hoofde van artikel 29, lid 2, en lid 6, onder b), moeten worden voorgelegd aan de conferentie over het Energiehandvest die bij de uitoefening van deze taken de procedures van artikel 9, leden 3 en 4, van de WTO-overeenkomst volgt. 3. In het kader van de WTO van kracht zijnde ontheffingen van verplichtingen worden voor de toepassing van artikel 29 geacht te gelden zolang zij in het kader van de WTO van kracht blijven. 4. De bepalingen van artikel II van GATT 1994 die nog steeds worden toegepast, worden, zonder afbreuk te doen aan artikel 29, leden 4, 5 en 7, als volgt gewijzigd: i) Alle energiegrondstoffen en energieproducten vermeld in bijlage EM II en uitrusting op energiegebied vermeld in bijlage EQ II die worden ingevoerd uit of uitgevoerd naar een andere verdragsluitende partij zijn ook vrijgesteld van alle andere rechten of heffingen welke terzake van of in verband met de invoer of uitvoer worden geheven en hoger zijn dan die welke op de datum van de in artikel 29, lid 6, eerste zin, bedoelde standstill of krachtens artikel 29, lid 7, gelden of hoger zijn dan die welke later bij of krachtens op de in artikel 29, lid 6, eerste zin, bedoelde datum in het gebied van invoer of uitvoer van kracht zijnde wetten zouden moeten worden geheven. ii) Geen enkele bepaling van artikel II van GATT 1994 belet een verdragsluitende partij bij de invoer of uitvoer van enig artikel te eniger tijd te heffen: a) een heffing gelijkwaardig aan een binnenlandse belasting die overeenkomstig het bepaalde in lid 2 van artikel III van GATT 1994 wordt geheven van het overeenkomstige binnenlandse product of van een product waaruit het geïmporteerde product geheel of gedeeltelijk is vervaardigd of geproduceerd; b) een antidumping- of compenserend recht toegepast overeenkomstig de bepalingen van artikel VI van GATT 1994; c) retributies of andere rechten evenredig aan de kosten van verleende diensten. iii) Een verdragsluitende partij mag niet haar methode voor het bepalen van de belastbare waarde of het omrekenen van valuta's zodanig wijzigen, dat daardoor de waarde van de in artikel 29, leden 6 of 7, bedoelde standstill-verplichtingen wordt aangetast. iv) Indien een verdragsluitende partij, hetzij rechtens, hetzij in feite, een monopolie op de invoer of uitvoer van enige energiegrondstof of enig energieproduct vermeld in bijlage EM II of ten aanzien van de in bijlage EQ II vermelde uitrusting op energiegebied instelt, handhaaft of goedkeurt, mag dit monopolie niet ten gevolge hebben dat zulks gemiddeld een grotere mate van bescherming verschaft dan door de in artikel 29, leden 6 of 7, bedoelde standstill-verplichting is toegestaan. Het bepaalde in dit lid legt de verdragsluitende partijen geen beperking op met betrekking tot enige vorm van steun aan binnenlandse producenten welke elders in dit verdrag wordt toegestaan. v) Indien een verdragsluitende partij van oordeel is, dat een product van de zijde van een andere verdragsluitende partij niet een zodanige behandeling geniet als, naar de mening van de eerste verdragsluitende partij, is beoogd op grond van de in artikel 29, leden 6 of 7, bedoelde standstill-verplichting, brengt zij de zaak terstond onder aandacht van de andere verdragsluitende partij. Geeft de laatste toe, dat de beoogde behandeling die is waarop de eerste partij zegt recht te hebben, doch verklaart zij dat zulk een behandeling niet kan worden verleend, aangezien een rechtsprekend orgaan of ander bevoegd lichaam heeft beslist, dat het betrokken product krachtens de tariefwetgeving van deze verdragsluitende partij niet zodanig kan worden ingedeeld, dat een behandeling als in dit verdrag bedoeld mogelijk is, dan treden de beide verdragsluitende partijen, tezamen met andere verdragsluitende partijen welke hierbij een aanmerkelijk belang hebben, terstond in nadere onderhandeling teneinde een billijke regeling te treffen welke in de plaats kan treden van de oorspronkelijk overeengekomene. vi) a) De specifieke rechten en heffingen welke zijn opgenomen in de "Tariff Record" (hierna de "lijst van tarieven") betrekking hebbende op verdragsluitende partijen die lid zijn van het Internationale Monetaire Fonds, en de preferentiële marges bij de specifieke rechten en heffingen welke door bedoelde verdragsluitende partijen worden toegepast, zijn in de desbetreffende valuta uitgedrukt tegen de pariwaarde welke op de datum van de in artikel 29, lid 6, eerste zin, of krachtens artikel 29, lid 7, bedoelde standstill door het Fonds is aangenomen of voorlopig erkend. Dientengevolge kunnen, ingeval deze pariwaarde overeenkomstig de Overeenkomst betreffende het Internationale Monetaire Fonds met meer dan twintig per honderd wordt verminderd, deze specifieke rechten en heffingen en preferentiële marges aan zulk een vermindering worden aangepast, mits de conferentie instemt met het feit dat zodanige aanpassingen de waarde van de in artikel 29, leden 6 of 7, of elders in dit verdrag bedoelde standstill-verplichting niet aantasten, rekening houdende met alle factoren die van invloed kunnen zijn op de noodzakelijkheid of de urgentie van zulke aanpassingen. b) Deze bepalingen zullen analoog van toepassing zijn op een verdragsluitende partij die geen lid van het Fonds is, van de dag af dat zij lid van het Fonds wordt of een speciale valuta-overeenkomst ingevolge artikel XV van GATT 1994 aangaat. vii) Elke verdragsluitende partij stelt het secretariaat in kennis van alle douanerechten en heffingen die van toepassing zijn op de datum van de in artikel 29, lid 6, eerste zin, bedoelde standstill. Het secretariaat houdt een lijst van tarieven bij van alle douanerechten en heffingen die van belang zijn voor de standstill-clausule inzake douanerechten en heffingen uit hoofde van artikel 29, leden 6 of 7. 5. Het besluit van 26 maart 1980 inzake de "Invoering van een losbladig systeem voor de lijsten van tariefconcessies" (BISD 27S/24) is niet van toepassing in het kader van artikel 29, lid 2, onder a). De toepasselijke bepalingen van het memorandum van overeenstemming betreffende de interpretatie van artikel II, lid 1, onder b), van GATT 1994 zijn, zonder af te doen aan artikel 29, leden 4, 5 of 7, van toepassing met de volgende wijzigingen: i) Met het oog op de doorzichtigheid van de wettelijke rechten en verplichtingen voortvloeiende uit lid 1, onder b), van artikel II van GATT 1994, worden de aard en het niveau van alle in die bepaling bedoelde "andere rechten of heffingen" die op de in- of uitvoer van alle energiegrondstoffen en energieproducten vermeld in bijlage EM II of uitrusting op energiegebied vermeld in bijlage EQ II worden geheven, met de op de datum van de in respectievelijk artikel 29, lid 6, eerste zin, of artikel 29, lid 7, bedoelde standstill geldende niveaus naast de tariefpost waarop zij betrekking hebben, vermeld. Overeengekomen wordt dat deze vermelding het wettelijk karakter van "andere rechten of heffingen" niet wijzigt. ii) Voor alle energiegrondstoffen en energieproducten vermeld in bijlage EM II en uitrusting op energiegebied vermeld in bijlage EQ II vindt vermelding van "andere rechten of heffingen" plaats. iii) Het staat elke verdragsluitende partij vrij om het bestaan van een "ander recht of andere heffing" te betwisten op grond van het feit dat een dergelijk "ander recht of een dergelijke andere heffing" op de datum van de in artikel 29, lid 6, eerste zin, of de desbetreffende datum in artikel 29, lid 7, bedoelde standstill voor de tariefpost in kwestie niet bestond alsmede op grond van de samenhang van het vermelde niveau van een "ander recht of andere heffing" met de in artikel 29, leden 6 of 7, bedoelde standstill-verplichting, en wel gedurende een periode van een jaar na de datum van inwerkingtreding van de wijziging op de met de handel verband houdende bepalingen van dit verdrag, aangenomen door de conferentie over het Energiehandvest op 24 april 1998, of een jaar na de datum van kennisgeving aan het secretariaat van het niveau van alle douanerechten en heffingen bedoeld in artikel 29, lid 6, eerste zin, of artikel 29, lid 7, indien die datum later valt. iv) De vermelding van "andere rechten of heffingen" in de lijst van tarieven laat hun verenigbaarheid met rechten en verplichtingen uit hoofde van GATT 1994 andere dan die waarop punt iii) betrekking heeft onverlet. Alle verdragsluitende partijen behouden het recht om de verenigbaarheid van een "ander recht of andere heffing" met die verplichtingen te allen tijde te betwisten. v) "Andere rechten of heffingen" die op een kennisgeving aan het secretariaat zijn weggelaten, worden later niet aan die kennisgeving toegevoegd en "andere rechten of heffingen" waarvoor een lager niveau werd vermeld dan het bestaande op de geldende datum worden niet tot dat niveau verhoogd, tenzij dergelijke toevoegingen of wijzigingen binnen zes maanden na de datum van kennisgeving aan het secretariaat geschieden. 6. Verwijzingen in de WTO-overeenkomst naar "in de lijst vermelde rechten" of naar "geconsolideerde rechten" worden vervangen door "het niveau van alle krachtens artikel 29, leden 4 tot en met 8, toegestane douanerechten en heffingen". 7. Wanneer de WTO-overeenkomst de datum van inwerkingtreding van de WTO-overeenkomst (of een soortgelijke bewoording) als referentiedatum voor een actie vermeldt, wordt deze datum vervangen door de datum van inwerkingtreding van de wijziging op de met de handel verband houdende bepalingen van dit verdrag, aangenomen door de conferentie over het Energiehandvest op 24 april 1998. 8. Met betrekking tot de kennisgevingen vereist uit hoofde van de krachtens artikel 29, lid 2, onder a), van toepassing zijnde bepalingen: a) doen de verdragsluitende partijen die geen lid zijn van de WTO kennisgeving aan het secretariaat. Het secretariaat stuurt kopieën van de kennisgevingen aan alle verdragsluitende partijen. De kennisgevingen aan het secretariaat moeten gebeuren in één van de authentieke talen van dit verdrag. De begeleidende documenten mogen volledig in de taal van de verdragsluitende partij zijn gesteld; b) gelden dergelijke eisen niet voor verdragsluitende partijen die ook lid zijn van de WTO die haar eigen kennisgevingsprocedure heeft. 9. Wanneer artikel 29, lid 2, onder a), of lid 6, onder b), van toepassing is, voert de conferentie over het Energiehandvest alle taken uit die de WTO-overeenkomst aan de in het kader van die overeenkomst bevoegde instellingen heeft toebedeeld. 10. a) Door de ministeriële conferentie of de algemene raad van de WTO krachtens artikel IX, lid 2, van de WTO-overeenkomst aangenomen interpretaties zijn van toepassing voorzover zij betrekking hebben op bepalingen die van toepassing zijn uit hoofde van artikel 29, lid 2, onder a). b) Wijzigingen van de WTO-overeenkomst op grond van artikel X van de WTO-overeenkomst die bindend zijn voor alle leden van de WTO (andere dan die bedoeld in artikel X, lid 9, zijn, voorzover zij op grond van artikel 29, lid 2, onder a), van toepassing zijnde bepalingen wijzigen of daarop betrekking hebben, van toepassing tenzij een verdragsluitende partij de conferentie over het Energiehandvest verzoekt dergelijke wijziging op te heffen of te veranderen. De conferentie over het Energiehandvest besluit met een drievierde meerderheid van de verdragsluitende partijen en stelt de datum van opheffing of verandering van een dergelijke wijziging vast. Een verzoek tot opheffing of verandering van een dergelijke wijziging kan ook een verzoek omvatten om de toepassing van de wijziging op te schorten tot de conferentie over het Energiehandvest een besluit heeft genomen. Een uit hoofde van dit lid tot de conferentie over het Energiehandvest gericht verzoek moet worden gedaan binnen zes maanden na de datum waarop het secretariaat kennisgeving heeft gedaan van de inwerkingtreding van de wijziging in het kader van de WTO-overeenkomst. c) Interpretaties, wijzigingen of nieuwe instrumenten die door de WTO zijn goedgekeurd, andere dan de uit hoofde van leden a) en b) toegepaste interpretaties en amendementen, zijn niet van toepassing.". Artikel 5 De volgende bijlagen worden toegevoegd aan de bijlagen bij het Verdrag: "2. Bijlage EM II ENERGIEGRONDSTOFFEN EN ENERGIEPRODUCTEN (overeenkomstig artikel 1, punt 4)". "3. Bijlage EQ I LIJST VAN UITRUSTING OP ENERGIEGEBIED (overeenkomstig artikel 1, punt 4 bis) Ten behoeve van deze bijlage zijn "ex-posten" opgenomen om aan te geven dat de productenomschrijving niet uitputtend is voor de gehele reeks producten van de posten van de nomenclatuur van de Werelddouaneorganisatie of van de codes van het geharmoniseerd systeem die hieronder volgen. >RUIMTE VOOR DE TABEL> ". "4. Bijlage EQ II LIJST VAN UITRUSTING OP ENERGIEGEBIED (overeenkomstig artikel 1, punt 4 bis)". "14. Bijlage BR LIJST VAN VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN DIE DE DOUANERECHTEN OF ANDERE HEFFINGEN NIET ZULLEN VERHOGEN BOVEN HET NIVEAU VOORTVLOEIEND UIT DE UIT HOOFDE VAN DE WTO-OVEREENKOMST VOOR HEN GELDENDE VERPLICHTINGEN OF BEPALINGEN (overeenkomstig artikel 29, lid 7)". "15. Bijlage BRQ LIJST VAN VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN DIE DE DOUANERECHTEN OF ANDERE HEFFINGEN NIET ZULLEN VERHOGEN BOVEN HET NIVEAU VOORTVLOEIEND UIT DE UIT HOOFDE VAN DE WTO-OVEREENKOMST VOOR HEN GELDENDE VERPLICHTINGEN OF BEPALINGEN (overeenkomstig artikel 29, lid 7)". Artikel 6 Voorlopige toepassing 1. Elke ondertekenende partij die het Verdrag inzake het Energiehandvest voorlopig toepast in overeenstemming met artikel 45, lid 1, en elke verdragsluitende partij stemt ermee in deze wijziging voorlopig toe te passen in afwachting van de inwerkingtreding voor deze ondertekenende of verdragsluitende partij, voorzover deze voorlopige toepassing niet strijdig is met haar constitutie, wetten of voorschriften. 2. a) Ongeacht lid 1: i) kan een ondertekenende partij die het Verdrag inzake het Energiehandvest voorlopig toepast of een verdragsluitende partij binnen de 90 dagen na de datum van aanneming van deze wijziging door de conferentie over het Energiehandvest bij de depositaris een verklaring indienen dat zij niet kan instemmen met de voorlopige toepassing van deze wijziging; ii) kan een ondertekenende partij die het Verdrag inzake het Energiehandvest niet voorlopig toepast in overeenstemming met artikel 45, lid 2, tot uiterlijk de datum waarop zij een verdragsluitende partij wordt of het verdrag voorlopig begint toe te passen bij de depositaris een verklaring indienen dat zij niet kan instemmen met de voorlopige toepassing van deze wijziging. De in lid 1 vermelde verplichting geldt niet voor een ondertekenende of verdragsluitende partij die een dergelijke verklaring aflegt. De ondertekenende of verdragsluitende partij kan te allen tijde haar verklaring intrekken door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de depositaris. b) Een ondertekenende of verdragsluitende partij die een verklaring aflegt als bedoeld onder a), en investeerders van die ondertekenende of verdragsluitende partij kunnen geen aanspraak maken op de voordelen van voorlopige toepassing krachtens lid 1. 3. Een ondertekenende of verdragsluitende partij kan de voorlopige toepassing van deze wijziging beëindigen door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de depositaris van haar voornemen deze wijziging niet te bekrachtigen, te aanvaarden noch goed te keuren. De beëindiging van de voorlopige toepassing wordt voor een ondertekenende of verdragsluitende partij van kracht na het verstrijken van 60 dagen na de datum waarop de schriftelijke kennisgeving van die ondertekenende of verdragsluitende partij door de depositaris is ontvangen. Elke ondertekenende partij die de voorlopige toepassing van het Verdrag inzake het Energiehandvest beëindigt in overeenstemming met artikel 45, lid 3, onder a), wordt geacht ook de voorlopige toepassing van deze wijziging met ingang van dezelfde datum te hebben beëindigd. Artikel 7 Status van het besluit Het in verband met de goedkeuring van deze wijziging aangenomen besluit maakt een integrerend deel uit van het Verdrag inzake het Energiehandvest. BIJLAGE II VERKLARING IN VERBAND MET DE AANNEMING VAN DE WIJZIGING VAN DE MET DE HANDEL VERBAND HOUDENDE BEPALINGEN VAN HET OP 24 APRIL 1998 GOEDGEKEURDE VERDRAG INZAKE HET ENERGIEHANDVEST 1. Een ondertekenende partij die de op 24 april 1998 goedgekeurde wijziging niet voorlopig toepast mag op het ogenblik dat zij maatregelen neemt om deze wijziging definitief dan wel voorlopig toe te passen het secretariaat schriftelijk mededelen dat zij tot haar opneming in bijlagen BR en BRQ de wijziging zal toepassen alsof alle posten van energiegrondstoffen, energieproducten en uitrusting op energiegebied nog in bijlagen EM I en EQ I waren opgenomen. De wijziging is dienovereenkomstig van toepassing op een dergelijke ondertekenende partij. Een ondertekenende partij kan bovenbedoelde kennisgeving middels een aan het secretariaat gericht schrijven te allen tijde intrekken. 2. De "Slotbepalingen" van de wijziging zijn gebaseerd op deel VIII van het Verdrag inzake het Energiehandvest, inzonderheid op artikel 42, voorzover relevant.