Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document C2005/304E/03

NOTULEN
Woensdag, 23 februari 2005

PB C 304E van 1.12.2005, pp. 135–272 (ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)

1.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

CE 304/135


NOTULEN

(2005/C 304 E/03)

VERLOOP VAN DE VERGADERING

VOORZITTER: Josep BORRELL FONTELLES

Voorzitter

1.   Opening van de vergadering

De vergadering wordt om 09.00 uur geopend.

2.   In memoriam

De Voorzitter gedenkt, namens het Parlement, de heer Renzo Imbeni, voormalig lid van het Parlement.

Het Parlement neemt een minuut stilte in acht.

3.   Verklaring van de Voorzitter

De Voorzitter brengt in het kort verslag uit over de bijeenkomst gisteren in Brussel van staatshoofden en regeringsleiders, de voorzitters van Raad, Commissie en het Europees Parlement en George W. Bush, president van de Verenigde Staten.

4.   Welkomstwoord

De Voorzitter verwelkomt, namens het Parlement, Sam Rainsy, leider van een van de oppositiepartijen in Cambodja die op de officiële tribune heeft plaatsgenomen, en wijst op de mensenrechtensituatie in dat land.

5.   Betrekkingen van de Europese Unie met het Middellandse-Zeegebied (debat)

Verklaringen van de Raad en de Commissie: Betrekkingen van de Europese Unie met het Middellandse-Zeegebied

Nicolas Schmit (fungerend voorzitter van de Raad) en Benita Ferrero-Waldner (lid van de Commissie) leggen de verklaringen af.

Het woord wordt gevoerd door Hans-Gert Poettering, namens de PPE-DE-Fractie, Pasqualina Napoletano, namens de PSE-Fractie, Philippe Morillon, namens de ALDE-Fractie, Hélène Flautre, namens de Verts/ALEFractie, Miguel Portas, namens de GUE/NGL-Fractie, Bastiaan Belder, namens de IND/DEM-Fractie, Sebastiano (Nello) Musumeci, namens de UEN-Fractie, Edward McMillan-Scott, Carlos Carnero González, Ignasi Guardans Cambó en Cem Özdemir.

VOORZITTER: Antonios TRAKATELLIS

Ondervoorzitter

Het woord wordt gevoerd door: Adriana Poli Bortone, Louis Grech, Elmar Brok, Véronique De Keyser, Tokia Saïfi, Panagiotis Beglitis, Giorgos Dimitrakopoulos, Béatrice Patrie, Jana Hybášková, Jamila Madeira, Francisco José Millán Mon, Camiel Eurlings, Ioannis Kasoulides, Armin Laschet, Nicolas Schmit (fungerend voorzitter van de Raad) en Benita Ferrero-Waldner (lid van de Commissie).

Ontwerpresoluties ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement, tot besluit van het debat:

Pasqualina Napoletano en Carlos Carnero González, namens de PSE-Fractie, over het Middellandse-Zeebeleid (B6-0095/2005);

Luisa Morgantini, Adamos Adamou, Dimitrios Papadimoulis, Kyriacos Triantaphyllides en Umberto Guidoni, namens de GUE/NGL-Fractie, over de betrekkingen van de EU met het Middellandse-Zeegebied (B6-0100/2005);

Hélène Flautre, Raül Romeva i Rueda, David Hammerstein Mintz en Daniel Marc Cohn-Bendit, namens de Verts/ALE-Fractie, over het Euromedproces (B6-0101/2005);

Adriana Poli Bortone en Sebastiano (Nello) Musumeci, namens de UEN-Fractie, over de betrekkingen van de Europese Unie en het Middellandse-Zeegebied (B6-0108/2005);

João de Deus Pinheiro, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra en Tokia Saïfi, namens de PPE-DE-Fractie, over het Europees-mediterrane partnerschap (B6-0114/2005);

Philippe Morillon, Emma Bonino, Marielle De Sarnez en Ignasi Guardans Cambó, namens de ALDE-Fractie, over de betrekkingen van de Europese Unie met het Middellandse-Zeegebied (B6-0117/2005).

Het debat wordt gesloten.

Stemming: punt 9.5 van de notulen van 23.02.2005

6.   Mensenrechten (Genève, 14 maart tot 22 april 2005) (debat)

Verklaringen van de Raad en de Commissie: 61e zitting van de Commissie voor de Mensenrechten bij de Verenigde Naties (Genève, 14 maart tot 22 april 2005)

Nicolas Schmit (fungerend voorzitter van de Raad) en Benita Ferrero-Waldner (lid van de Commissie) leggen de verklaringen af.

Het woord wordt gevoerd door José Ribeiro e Castro, namens de PPE-DE-Fractie, María Elena Valenciano Martínez-Orozco, namens de PSE-Fractie, Cecilia Malmström, namens de ALDE-Fractie, Hélène Flautre, namens de Verts/ALE-Fractie, Vittorio Agnoletto, namens de GUE/NGL-Fractie, Francesco Enrico Speroni, namens de IND/DEM-Fractie, Irena Belohorská, niet-ingeschrevene, Charles Tannock, Józef Pinior, Thierry Cornillet, Raül Romeva i Rueda, Koenraad Dillen, Geoffrey Van Orden, Margrietus van den Berg, Johan Van Hecke en Eija-Riitta Korhola.

Aangezien het tijdstip van de stemmingen is aangebroken, wordt het debat thans onderbroken.

Het zal om 15.00 uur worden voortgezet. (punt 14 van de notulen van 23.02.2005)

VOORZITTER: Luigi COCILOVO

Ondervoorzitter

Het woord wordt gevoerd door Jean-Louis Bourlanges.

7.   Stemmingen

Nadere bijzonderheden betreffende de uitslagen van de stemmingen (amendementen, aparte stemmingen, stemmingen in onderdelen) zijn opgenomen in bijlage I bij de notulen.

7.1.   Euro-mediterrane overeenkomst EG/Egypte *** (artikel 131 van het Reglement) (stemming)

Aanbeveling betreffende het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting van een protocol bij de Euro-mediterrane overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Arabische Republiek Egypte, anderzijds, teneinde rekening te houden met de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie [05100/2005 — C6-0027/2005 — 2004/0131(AVC)] — Commissie buitenlandse zaken.

Rapporteur: Elmar Brok (A6-0041/2005)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage I, punt 1)

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE

Aangenomen bij één enkele stemming (P6_TA(2005)0036)

Het Parlement verleent hiermede zijn instemming.

7.2.   Communautair douanewetboek *** II (artikel 131 van het Reglement) (stemming)

Aanbeveling voor de tweede lezing betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de verordening van het Europees Parlement en de Raad houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek [12060/2/2004 — C6-0211/2004 — 2003/0167(COD)] — Commissie interne markt en consumentenbescherming.

Rapporteur: Janelly Fourtou (A6-0021/2005)

(Gekwalificeerde meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage I, punt 2)

GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT VAN DE RAAD

Het woord wordt gevoerd door Benita Ferrero-Waldner (lid van de Commissie).

Goedgekeurd (P6_TA(2005)0037)

7.3.   Statistiek van de bij- en nascholing in ondernemingen *** I (artikel 131 van het Reglement) (stemming)

Verslag over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de statistiek van de bij- en nascholing in ondernemingen [COM(2004)0095 — C5-0083/2004 — 2004/0041(COD)] — Commissie werkgelegenheid en sociale zaken.

Rapporteur: Ottaviano Del Turco (A6-0033/2005)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage I, punt 3)

VOORSTEL VAN DE COMMISSIE, AMENDEMENTEN en ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE

Ottaviano Del Turco (rapporteur) legt overeenkomstig artikel 131, lid 4 van het Reglement een verklaring af.

Aangenomen bij één enkele stemming (P6_TA(2005)0038)

7.4.   Identiteitsbewijzen van zeevarenden * (artikel 131 van het Reglement) (stemming)

Verslag over het voorstel voor een beschikking van de Raad waarbij de lidstaten worden gemachtigd in het belang van de Europese Gemeenschap het Verdrag van de Internationale Arbeidsorganisatie betreffende de identiteitsbewijzen van zeevarenden (verdrag nr. 185) te bekrachtigen [COM(2004)0530 — C6-0167/2004 — 2004/0180(CNS)] — Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken.

Rapporteur: Ioannis Varvitsiotis (A6-0037/2005)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage I, punt 4)

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE

Aangenomen bij één enkele stemming (P6_TA(2005)0039)

7.5.   Verontreiniging vanaf schepen *** II (stemming)

Aanbeveling voor de tweede lezing betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake verontreiniging vanaf schepen en invoering van sancties voor inbreuken [11964/3/2004 — C6-0157/2004 — 2003/0037(COD)] — Commissie vervoer en toerisme.

Rapporteur: Corien Wortmann-Kool (A6-0015/2005)

(Gekwalificeerde meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage I, punt 5)

GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT VAN DE RAAD

Als geamendeerd goedgekeurd (P6_TA(2005)0040)

7.6.   Rijbewijs *** I (stemming)

Verslag over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende het rijbewijs [COM(2003)0621 — C5-0610/2003 — 2003/0252(COD)] — Commissie vervoer en toerisme.

Rapporteur: Mathieu Grosch (A6-0016/2005)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage I, punt 6)

VOORSTEL VAN DE COMMISSIE

Als geamendeerd goedgekeurd (P6_TA(2005)0041)

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE

Aangenomen (P6_TA(2005)0041)

VOORZITTER: Josep BORRELL FONTELLES

Voorzitter

8.   Plechtige vergadering — Oekraïne

Van 12.20 uur tot 12.50 uur komt het Parlement in plechtige vergadering bijeen ter gelegenheid van het bezoek van de heer Viktor Joetsjenko, president van Oekraïne.

VOORZITTER: Luigi COCILOVO

Ondervoorzitter

9.   Stemmingen (voortzetting)

9.1.   River Traffic Information Services *** I (stemming)

Verslag over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende geharmoniseerde River Traffic Information Services op de binnenwateren in de Gemeenschap [COM(2004)0392 — C6-0042/2004 — 2004/0123(COD)] — Commissie vervoer en toerisme.

Rapporteur: Renate Sommer (A6-0055/2004)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage I, punt 7)

VOORSTEL VAN DE COMMISSIE

Als geamendeerd goedgekeurd (P6_TA(2005)0042)

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE

Aangenomen (P6_TA(2005)0042)

9.2.   Erkenning van beroepsbekwaamheid van zeevarenden *** I (stemming)

Verslag over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de erkenning van door de lidstaten afgegeven bewijzen van beroepsbekwaamheid van zeevarenden en tot wijziging van Richtlijn 2001/25/EG [COM(2004)0311 — C6-0033/2004 — 2004/0098(COD)] — Commissie vervoer en toerisme.

Rapporteur: Robert Evans (A6-0057/2004)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage I, punt 8)

VOORSTEL VAN DE COMMISSIE

Als geamendeerd goedgekeurd (P6_TA(2005)0043)

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE

Aangenomen (P6_TA(2005)0043)

Opmerkingen in het kader van de stemming:

Robert Evans, rapporteur, over de stemming in onderdelen over amendement 32.

9.3.   Communautair Bureau voor visserijcontrole * (stemming)

Verslag over het voorstel voor een verordening van de Raad tot oprichting van een Communautair Bureau voor visserijcontrole en houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 2847/93 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid [COM(2004)0289 — C6-0021/2004 — 2004/0108(CNS)] — Commissie visserij.

Rapporteur: Elspeth Attwooll (A6-0022/2005)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage I, punt 9)

VOORSTEL VAN DE COMMISSIE

Als geamendeerd goedgekeurd (P6_TA(2005)0044)

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE

Aangenomen (P6_TA(2005)0044)

Opmerkingen in het kader van de stemming:

Elspeth Attwooll, rapporteur, wees erop dat van de Spaanse versie van amendement 13 moest worden uitgegaan.

9.4.   Actieplan voor milieu en gezondheid 2004-2010 (stemming)

Verslag over het Europees actieplan voor milieu en gezondheid 2004-2010 [2004/2132(INI)] — Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid.

Rapporteur: Frédérique Ries (A6-0008/2005)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage I, punt 10)

ONTWERPRESOLUTIE

Aangenomen (P6_TA(2005)0045)

9.5.   Betrekkingen van de Europese Unie met het Middellandse-Zeegebied (stemming)

Ontwerpresoluties B6-0095/2005, B6-0100/2005, B6-0101/2005, B6-0108/2005, B6-0114/2005 en B6-0117/2005

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage I, punt 11)

ONTWERPRESOLUTIE RC-B6-0095/2005

(ter vervanging van B6-0095/2005, B6-0100/2005, B6-0101/2005, B6-0108/2005, B6-0114/2005 en B6-0117/2005):

ingediend door de volgende leden:

João de Deus Pinheiro, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra en Tokia Saïfi, namens de PPE-DE-Fractie,

Pasqualina Napoletano en Carlos Carnero González, namens de PSE-Fractie,

Philippe Morillon en Emma Bonino, namens de ALDE-Fractie,

Hélène Flautre, Raül Romeva i Rueda, David Hammerstein Mintz en Daniel Marc Cohn-Bendit, namens de Verts/ALE-Fractie,

Luisa Morgantini en Adamos Adamou, namens de GUE/NGL-Fractie,

Adriana Poli Bortone en Sebastiano (Nello) Musumeci, namens de UEN-Fractie

Aangenomen (P6_TA(2005)0046)

Opmerkingen in het kader van de stemming:

Philippe Morillon diende een mondeling amendement in op paragraaf 9.

Carlos Carnero González diende een mondeling amendement in strekkende tot inlassing van een nieuwe paragraaf na paragraaf 18.

José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra voerde het woord over het mondeling amendement van de heer Philippe Morillon en merkte op dat met de instemming van de fracties de laatste zin van paragraaf 9 in een nieuwe paragraaf moest worden omgezet (De Voorzitter antwoordde dat dat zou gebeuren).

10.   Stemverklaringen

Schriftelijke stemverklaringen:

De schriftelijke stemverklaringen in de zin van artikel 163, lid 3 van het Reglement zijn opgenomen in het volledig verslag van deze vergadering.

Mondelinge stemverklaringen:

Verslag Corien Wortmann-Kool — A6-0015/2005

Gilles Savary, Rodi Kratsa-Tsagaropoulou

Verslag Elspeth Attwooll — A6-0022/2005

Catherine Stihler

Verslag Frédérique Ries -A6-0008/2005

Linda McAvan

11.   Rectificaties stemgedrag

Maria da Assunção Esteves en Piia-Noora Kauppi waren weliswaar aanwezig, maar hebben niet deelgenomen aan het eerste deel van de stemmingen (d.w.z. tot de hervatting van de stemmingen na de plechtige vergadering).

María Isabel Salinas García heeft om technische redenen niet deelgenomen aan de stemming over amendement 37 op het verslag Corien Wortmann-Kool (A6-0015/2005)

(De vergadering wordt om 13.35 uur onderbroken en om 15.00 uur hervat.)

VOORZITTER: Janusz ONYSZKIEWICZ

Ondervoorzitter

12.   Verzoek om opheffing van de immuniteit

De bevoegde Britse autoriteiten hebben een verzoek om opheffing van de immuniteit van de heer Ashley Mote ingediend in het kader van een bij de Britse justitie lopende gerechtelijke procedure.

Overeenkomstig artikel 6, lid 2 van het Reglement wordt dit verzoek verwezen naar: de bevoegde commissie, te weten de Commissie JURI.

13.   Goedkeuring van de notulen van de vorige vergadering

Raffaele Lombardo heeft laten weten dat hij weliswaar aanwezig was, maar dat zijn naam niet op de presentielijst staat.

Rectificaties stemgedrag

Verslag in 't Veld — A6-0034/2005

Wijziging 3

tegen: Véronique De Keyser

amendement 3

vóór: Véronique De Keyser, Alain Lipietz

amendement 4

vóór: Véronique De Keyser

resolutie (als geheel)

tegen: Robert Navarro

***

De notulen van de vorige vergadering worden goedgekeurd.

14.   Mensenrechten (Genève, 14 maart tot 22 april 2005) (voortzetting van het debat)

Het woord wordt gevoerd door Richard Howitt, Ursula Stenzel, Nicolas Schmit (fungerend voorzitter van de Raad) en Benita Ferrero-Waldner (lid van de Commissie).

— Ontwerpresolutie ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement, tot besluit van het debat:

Hélène Flautre, namens de Commissie AFET, over de prioriteiten en aanbevelingen van de EU voor de 61ste zitting van de VN-Commissie voor de rechten van de mens in Genève (14 maart t/m 22 april 2005) (B6-0086/2005).

Het debat wordt gesloten.

Stemming: punt 7.5 van de notulen van 24.02.2005

15.   Verkiezingen in Moldavië (debat)

Verklaringen van de Raad en de Commissie: Verkiezingen in Moldavië

Nicolas Schmit (fungerend voorzitter van de Raad) en Benita Ferrero-Waldner (lid van de Commissie) leggen de verklaringen af.

Het woord wordt gevoerd door Zdzisław Zbigniew Podkański, namens de PPE-DE-Fractie, Jan Marinus Wiersma, namens de PSE-Fractie, Jelko Kacin, namens de ALDE-Fractie, Elisabeth Schroedter, namens de Verts/ALE-Fractie, Jiří Maštálka, namens de GUE/NGL-Fractie, Ryszard Czarnecki, niet-ingeschrevene, Charles Tannock, Marianne Mikko, Jorgo Chatzimarkakis, Erik Meijer, Laima Liucija Andrikienė, Giovanni Pittella, Athanasios Pafilis en Nicolas Schmit.

VOORZITTER: Mario MAURO

Ondervoorzitter

Het woord wordt gevoerd door Benita Ferrero-Waldner.

Ontwerpresoluties ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement, tot besluit van het debat:

Jorgo Chatzimarkakis en Jelko Kacin, namens de ALDE-Fractie, over de parlementsverkiezingen in Moldavië (B6-0122/2005);

Elisabeth Schroedter, Hélène Flautre en Milan Horáček, namens de Verts/ALE-Fractie, over de parlementsverkiezingen in Moldavië (B6-0123/2005);

Jan Marinus Wiersma, Marianne Mikko en Giovanni Pittella, namens de PSE-Fractie, over de parlementsverkiezingen in Moldavië (B6-0124/2005);

Jiří Maštálka en Helmuth Markov, namens de GUE/NGL-Fractie, over de verkiezingen in de Republiek Moldavië (B6-0143/2005);

Armin Laschet, Charles Tannock en Bogdan Klich, namens de PPE-DE-Fractie, over de parlementsverkiezingen in Moldavië (B6-0144/2005);

Cristiana Muscardini en Anna Elzbieta Fotyga, namens de UEN-Fractie, over de verkiezingen in Moldavië (B6-0145/2005).

Het debat wordt gesloten.

Stemming: punt 7.9 van de notulen van 24.02.2005

16.   Actie tegen honger en armoede (debat)

Mondelinge vraag van Enrique Barón Crespo, namens de Commissie INTA, en Luisa Morgantini, namens de Commissie DEVE, aan de Raad: Actie tegen honger en armoede (B6-0005/2005)

Mondelinge vraag van Enrique Barón Crespo, namens de Commissie INTA, en Luisa Morgantini, namens de Commissie DEVE, aan de Commissie: Actie tegen honger en armoede (B6-0006/2005)

Enrique Barón Crespo en Luisa Morgantini lichten de mondelinge vraag toe.

Nicolas Schmit (fungerend voorzitter van de Raad) beantwoordt de vraag (B6-0005/2005).

Benita Ferrero-Waldner (lid van de Commissie) beantwoordt de vraag (B6-0006/2005).

Het woord wordt gevoerd door Zbigniew Zaleski, namens de PPE-DE-Fractie, Margrietus van den Berg, namens de PSE-Fractie, Johan Van Hecke, namens de ALDE-Fractie, Marie-Hélène Aubert, namens de Verts/ALE-Fractie, Miloslav Ransdorf, namens de GUE/NGL-Fractie, Jan Tadeusz Masiel, niet-ingeschrevene, Maria Martens, Luis Yañez-Barnuevo García, Witold Tomczak, Anna Záborská, Ana Maria Gomes, John Bowis, Kader Arif, Filip Andrzej Kaczmarek, Karin Scheele, Linda McAvan, Pierre Schapira, Hélène Goudin, Nicolas Schmit en Benita Ferrero-Waldner.

Ontwerpresoluties ingediend overeenkomstig artikel 108, lid 5 van het Reglement, tot besluit van het debat:

Nirj Deva, Maria Martens, John Bowis, Filip Andrzej Kaczmarek, Ioannis Kasoulides, Eija-Riitta Korhola, Geoffrey Van Orden, Anna Záborská en Zbigniew Zaleski, namens de PPE-DE-Fractie, over het optreden tegen honger en armoede (B6-0103/2005);

Frithjof Schmidt, Marie-Hélène Aubert, Margrete Auken, Carl Schlyter en Jean Lambert, namens de Verts/ALE-Fractie, over actie tegen honger en armoede (B6-0105/2005);

Brian Crowley, Cristiana Muscardini, Eoin Ryan en Umberto Pirilli, namens de UEN-Fractie, over de bestrijding van honger en armoede (B6-0107/2005);

Luisa Morgantini, Vittorio Agnoletto, Helmuth Markov, Gabriele Zimmer, Pedro Guerreiro, Marco Rizzo en Miguel Portas, namens de GUE/NGL-Fractie, over de bestrijding van honger en armoede (B6-0110/2005);

Miguel Angel Martínez Martínez, Enrique Barón Crespo, Luis Yañez-Barnuevo García en Pasqualina Napoletano, namens de PSE-Fractie, over het optreden tegen honger en armoede (B6-0116/2005);

Johan Van Hecke en Thierry Cornillet, namens de ALDE-Fractie, over acties tegen honger en armoede (B6-0118/2005).

Het debat wordt gesloten.

Stemming: punt 7.6 van de notulen van 24.02.2005

17.   Het verstrijken van het WHO-akkoord over textiel en kleding (debat)

Mondelinge vraag van Luisa Morgantini, namens de Commissie DEVE, Enrique Barón Crespo, namens de Commissie INTA, Giles Chichester, namens de Commissie ITRE, aan de Raad: Het verstrijken van het WTOakkoord over textiel en kleding (B6-0007/2005)

Mondelinge vraag van Luisa Morgantini, namens de Commissie DEVE, Enrique Barón Crespo, namens de Commissie INTA, Giles Chichester, namens de Commissie ITRE, aan de Commissie: Het verstrijken van het WTO-akkoord over textiel en kleding (B6-0008/2005)

Luisa Morgantini licht de mondelinge vragen toe.

VOORZITTER: Alejo VIDAL-QUADRAS ROCA

Ondervoorzitter

Enrique Barón Crespo licht de mondelinge vragen toe.

Nicolas Schmit (fungerend voorzitter van de Raad) beantwoordt de vraag (B5-0007/2005).

Benita Ferrero-Waldner (lid van de Commissie) beantwoordt de vraag (B5-0008/2005).

Het woord wordt gevoerd door Maria Martens, namens de PPE-DE-Fractie, Joan Calabuig Rull, namens de PSE-Fractie, Johan Van Hecke, namens de ALDE-Fractie, Ilda Figueiredo, namens de GUE/NGL-Fractie, Nils Lundgren, namens de IND/DEM-Fractie, Adriana Poli Bortone, namens de UEN-Fractie, Carl Lang, niet-ingeschrevene, Tokia Saïfi, Francisco Assis, Anne Laperrouze, Bernat Joan i Marí, Diamanto Manolakou, Cristiana Muscardini, Ryszard Czarnecki, José Albino Silva Peneda, Panagiotis Beglitis, Ivo Belet, Harald Ettl, Elisa Ferreira, Erika Mann, Pia Elda Locatelli, Brigitte Douay, Nicolas Schmit (fungerend voorzitter van de Raad) en Benita Ferrero-Waldner (lid van de Commissie).

Het debat wordt gesloten.

VOORZITTER: Sylvia-Yvonne KAUFMANN

Ondervoorzitter

18.   Vragenuur (vragen aan de Raad)

Het Parlement behandelt een reeks vragen aan de Raad (B6-0009/2005).

Vraag 1 (Bernd Posselt): Onderhandelingen met Kroatië.

Nicolas Schmit (fungerend voorzitter van de Raad) beantwoordt de vraag alsmede de aanvullende vragen van Bernd Posselt, Paul Rübig en Michl Ebner.

Vraag 2 (Kyriacos Triantaphyllides): Beperking van de rechten van Mordechai Vanunu.

Nicolas Schmit beantwoordt de vraag alsmede de aanvullende vragen van Kyriacos Triantaphyllides en David Martin.

Vraag 3 (Dimitrios Papadimoulis): Ontwikkeling van een Europees systeem voor vroegtijdige waarschuwing voor rampen.

Nicolas Schmit beantwoordt de vraag alsmede de aanvullende vragen van Dimitrios Papadimoulis en Georgios Papastamkos.

Vraag 4 (Georgios Papastamkos): De Lissabon-strategie.

Nicolas Schmit beantwoordt de vraag alsmede de aanvullende vragen van Georgios Papastamkos en Dimitrios Papadimoulis.

Vraag 5 (Georgios Karatzaferis): Plafond voor landbouwproducten waarbij de EU een tekort vertoont.

Nicolas Schmit beantwoordt de vraag alsmede de aanvullende vragen van Matteo Salvini (ter vervanging van de auteur) en Francesco Enrico Speroni.

Vraag 6 (Marilisa Xenogiannakopoulou): Bescherming van kinderen in de door de tsunami getroffen gebieden.

Nicolas Schmit beantwoordt de vraag alsmede de aanvullende vragen van Marilisa Xenogiannakopoulou en David Martin.

Vraag 7 (Robert Evans): Belastingparadijzen in de EU.

Nicolas Schmit beantwoordt de vraag alsmede de aanvullende vragen van Robert Evans, Paul Rübig en Jean Lambert.

Vraag 8 (David Martin): Invloed van de tsunamigolf op de begroting voor Afrika.

Nicolas Schmit beantwoordt de vraag alsmede een aanvullende vraag van David Martin.

Vraag 9 (Jonas Sjöstedt): Opslag van verkeersgegevens.

Nicolas Schmit beantwoordt de vraag alsmede de aanvullende vragen van Jonas Sjöstedt en Ole Krarup.

De vragen die wegens tijdgebrek niet zijn beantwoord, zullen schriftelijk worden beantwoord.

Het vragenuur aan de Raad wordt gesloten.

(De vergadering wordt om 19.10 uur onderbroken en om 21.05 uur hervat.)

VOORZITTER: Luigi COCILOVO

Ondervoorzitter

19.   Oneerlijke handelspraktijken *** II (debat)

Aanbeveling voor de tweede lezing betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 84/450/EEG van de Raad, van de Richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad, en van Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad („Richtlijn oneerlijke handelspraktijken”) [11630/2/2004 — C6-0190/2004 — 2003/0134(COD)] — Commissie interne markt en consumentenbescherming.

Rapporteur: Mercedes Bresso (A6-0027/2005)

Het woord wordt gevoerd door Markos Kyprianou (lid van de Commissie).

Mercedes Bresso licht de aanbeveling voor de tweede lezing toe.

Het woord wordt gevoerd door Marianne Thyssen, namens de PPE-DE-Fractie, Evelyne Gebhardt, namens de PSE-Fractie, Diana Wallis, namens de ALDE-Fractie, Malcolm Harbour, Phillip Whitehead, Anneli Jäätteenmäki, Joachim Wuermeling, Bernadette Vergnaud, José Ribeiro e Castro, Anna Hedh, Arlene McCarthy, Béatrice Patrie en Markos Kyprianou.

Het debat wordt gesloten.

Stemming: punt 7.2 van de notulen van 24.02.2005

20.   Gezondheid en veiligheid op het werk (debat)

Verslag over de bevordering van de gezondheid en de veiligheid op het werk [2004/2205(INI)] — Commissie werkgelegenheid en sociale zaken.

Rapporteur: Jiří Maštálka (A6-0029/2005)

Jiří Maštálka leidt het verslag in.

Het woord wordt gevoerd door Vladimír Špidla (lid van de Commissie), Rodi Kratsa-Tsagaropoulou (rapporteur voor advies van de Commissie FEMM), Anja Weisgerber, namens de PPE-DE-Fractie, Ole Christensen, namens de PSE-Fractie, Elizabeth Lynne, namens de ALDE-Fractie, Sepp Kusstatscher, namens de Verts/ALEFractie, Mary Lou McDonald, namens de GUE/NGL-Fractie, Kathy Sinnott, namens de IND/DEM-Fractie, José Albino Silva Peneda, Marios Matsakis, Philip Bushill-Matthews, Ljudmila Novak en Vladimír Špidla.

Het debat wordt gesloten.

Stemming: punt 7.10 van de notulen van 24.02.2005

21.   Staalsector (debat)

Verklaring van de Commissie: Staalsector

Vladimír Špidla (lid van de Commissie) legt de verklaring af.

Het woord wordt gevoerd door Antonio Tajani, namens de PPE-DE-Fractie, Pier Antonio Panzeri, namens de PSE-Fractie, Alfonso Andria, namens de ALDE-Fractie, Sepp Kusstatscher, namens de Verts/ALE-Fractie, Roberto Musacchio, namens de GUE/NGL-Fractie, Roberta Angelilli, namens de UEN-Fractie, Alessandro Battilocchio, niet-ingeschrevene, Werner Langen, Stephen Hughes, Anne Laperrouze, Marco Rizzo, Paul Rübig, Reino Paasilinna, Armando Dionisi, Guido Sacconi, Alfredo Antoniozzi en Vladimír Špidla.

Ontwerpresoluties ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement, tot besluit van het debat:

Roberta Angelilli, namens de UEN-Fractie, over de crisis in de staalsector (B6-0091/2005);

Antonio Tajani, namens de PPE-DE-Fractie, over de toekomstperspectieven voor de staalsector (B6-0096/2005);

Nicola Zingaretti, Guido Sacconi, namens de PSE-Fractie, Lapo Pistelli, Antonio Di Pietro, Luciana Sbarbati, namens de ALDE-Fractie, Monica Frassoni, Sepp Kusstatscher, namens de Verts/ALE-Fractie, Roberto Musacchio en Umberto Guidoni, namens de GUE/NGL-Fractie, over de crisis in de staalsector (Thyssen Krupp Terni) (B6-0119/2005).

Het debat wordt gesloten.

Stemming: punt 7.4 van de notulen van 24.02.2005

22.   Agenda van de volgende vergadering

De agenda voor de vergadering van morgen is vastgesteld (PE 354.151/OJJE).

23.   Sluiting van de vergadering

De vergadering wordt om 23.40 uur gesloten.

Julian Priestley

Secretaris-generaal

Alejo Vidal-Quadras Roca

Ondervoorzitter


PRESENTIELIJST

Ondertekend door:

Adamou, Agnoletto, Allister, Alvaro, Andersson, Andrejevs, Andria, Andrikienė, Angelilli, Antoniozzi, Arif, Ashworth, Assis, Atkins, Attard-Montalto, Attwooll, Aubert, Auken, Ayala Sender, Aylward, Ayuso González, Bachelot-Narquin, Baco, Badía i Cutchet, Barón Crespo, Barsi-Pataky, Batten, Battilocchio, Batzeli, Bauer, Beaupuy, Beazley, Becsey, Beer, Beglitis, Belder, Belet, Belohorská, Bennahmias, Beňová, Berès, van den Berg, Berger, Berlato, Berlinguer, Berman, Bersani, Bertinotti, Bielan, Birutis, Blokland, Bobošíková, Böge, Bösch, Bonde, Bonino, Bono, Bonsignore, Booth, Borghezio, Borrell Fontelles, Bourlanges, Bowis, Bozkurt, Bradbourn, Mihael Brejc, Brepoels, Bresso, Breyer, Březina, Brie, Brok, Budreikaitė, van Buitenen, Bullmann, van den Burg, Bushill-Matthews, Busk, Busquin, Busuttil, Buzek, Calabuig Rull, Callanan, Camre, Capoulas Santos, Carlotti, Carlshamre, Carnero González, Casa, Casaca, Cashman, Caspary, Castex, Castiglione, del Castillo Vera, Catania, Cavada, Cederschiöld, Cercas, Chatzimarkakis, Chichester, Chiesa, Chmielewski, Christensen, Chruszcz, Cirino Pomicino, Claeys, Clark, Cocilovo, Coelho, Cohn-Bendit, Corbett, Corbey, Cornillet, Correia, António Costa, Costa, Cottigny, Coveney, Cramer, Crowley, Marek Aleksander Czarnecki, Ryszard Czarnecki, D'Alema, Daul, Davies, de Brún, Degutis, Dehaene, De Keyser, Del Turco, Demetriou, De Michelis, Deprez, De Rossa, De Sarnez, Descamps, Désir, Deß, Deva, De Veyrac, De Vits, Díaz de Mera García Consuegra, Dičkutė, Díez González, Dillen, Dimitrakopoulos, Dionisi, Dobolyi, Dombrovskis, Doorn, Douay, Dover, Doyle, Drčar Murko, Duchoň, Dührkop Dührkop, Duff, Duin, Duka-Zólyomi, Duquesne, Ebner, Ehler, Ek, El Khadraoui, Elles, Esteves, Estrela, Ettl, Eurlings, Jillian Evans, Jonathan Evans, Robert Evans, Fajmon, Falbr, Farage, Fatuzzo, Fava, Fazakas, Ferber, Fernandes, Fernández Martín, Anne Ferreira, Elisa Ferreira, Figueiredo, Fjellner, Flasarová, Flautre, Florenz, Foglietta, Fontaine, Ford, Fotyga, Fourtou, Fraga Estévez, Frassoni, Freitas, Friedrich, Fruteau, Gahler, Gál, Gaľa, Galeote Quecedo, García- Margallo y Marfil, García Pérez, Gargani, Garriga Polledo, Gauzès, Gawronski, Gebhardt, Gentvilas, Geremek, Geringer de Oedenberg, Gibault, Gierek, Giertych, Gill, Gklavakis, Glante, Glattfelder, Goebbels, Goepel, Golik, Gollnisch, Gomes, Gomolka, Goudin, Genowefa Grabowska, Grabowski, Graça Moura, Graefe zu Baringdorf, Gräßle, Grech, Griesbeck, Gröner, de Groen-Kouwenhoven, Grosch, Grossetête, Gruber, Guardans Cambó, Guellec, Guerreiro, Gurmai, Gutiérrez-Cortines, Guy-Quint, Gyürk, Hänsch, Hall, Hammerstein Mintz, Hamon, Handzlik, Hannan, Harbour, Harkin, Harms, Hassi, Hatzidakis, Haug, Hazan, Heaton-Harris, Hedh, Hedkvist Petersen, Hegyi, Helmer, Henin, Hennicot-Schoepges, Hennis-Plasschaert, Herczog, Herranz García, Herrero-Tejedor, Hieronymi, Higgins, Hökmark, Honeyball, Hoppenstedt, Horáček, Hortefeux, Howitt, Hudacký, Hudghton, Hughes, Huhne, Hutchinson, Hybášková, Ibrisagic, Ilves, in 't Veld, Itälä, Iturgaiz Angulo, Jackson, Jäätteenmäki, Jałowiecki, Janowski, Jarzembowski, Jeggle, Jensen, Joan i Marí, Jöns, Jørgensen, Jonckheer, Jordan Cizelj, Jelko Kacin, Kaczmarek, Kallenbach, Kamiński, Karas, Karatzaferis, Karim, Kasoulides, Kaufmann, Kauppi, Tunne Kelam, Kindermann, Kirkhope, Klamt, Klaß, Klich, Klinz, Knapman, Koch, Koch-Mehrin, Kohlíček, Konrad, Korhola, Koterec, Kozlík, Krahmer, Krarup, Krasts, Kratsa-Tsagaropoulou, Krehl, Kreissl-Dörfler, Kristensen, Kristovskis, Krupa, Kuc, Kudrycka, Kuhne, Kułakowski, Kušķis, Kusstatscher, Kuźmiuk, Lagendijk, Laignel, Lamassoure, Lambert, Lambrinidis, Lambsdorff, Lang, Langen, Langendries, Laperrouze, La Russa, Laschet, Lauk, Lax, Lechner, Lehideux, Lehne, Lehtinen, Leichtfried, Leinen, Marine Le Pen, Fernand Le Rachinel, Lévai, Janusz Lewandowski, Libicki, Lichtenberger, Lienemann, Liese, Liotard, Locatelli, Lombardo, López-Istúriz White, Louis, Lucas, Ludford, Lulling, Lundgren, Lynne, Maat, Maaten, McAvan, McCarthy, McDonald, McGuinness, McMillan- Scott, Madeira, Malmström, Manders, Maňka, Erika Mann, Thomas Mann, Manolakou, Mantovani, Markov, Marques, Martens, David Martin, Hans-Peter Martin, Martinez, Martínez Martínez, Masiel, Masip Hidalgo, Maštálka, Mastenbroek, Mathieu, Mato Adrover, Matsakis, Matsis, Mauro, Mavrommatis, Mayer, Mayor Oreja, Medina Ortega, Meijer, Méndez de Vigo, Menéndez del Valle, Meyer Pleite, Miguélez Ramos, Mikko, Mikolášik, Millán Mon, Mitchell, Mölzer, Mohácsi, Montoro Romero, Moraes, Moreno Sánchez, Morgan, Morgantini, Morillon, Moscovici, Mote, Mulder, Musacchio, Muscardini, Muscat, Musotto, Musumeci, Myller, Napoletano, Nassauer, Nattrass, Navarro, Newton Dunn, Annemie Neyts-Uyttebroeck, Nicholson, Niebler, van Nistelrooij, Novak, Obiols i Germà, Öger, Özdemir, Olajos, Olbrycht, Ó Neachtain, Onesta, Onyszkiewicz, Oomen-Ruijten, Ortuondo Larrea, Őry, Ouzký, Oviir, Paasilinna, Pack, Pafilis, Borut Pahor, Paleckis, Pálfi, Panayotopoulos-Cassiotou, Pannella, Panzeri, Papadimoulis, Papastamkos, Parish, Patrie, Pavilionis, Peillon, Pęk, Alojz Peterle, Pflüger, Piecyk, Pieper, Pīks, Pinheiro, Pinior, Piotrowski, Piskorski, Pittella, Pleguezuelos Aguilar, Pleštinská, Podestà, Podkański, Poettering, Poignant, Polfer, Poli Bortone, Pomés Ruiz, Portas, Posselt, Prets, Prodi, Protasiewicz, Purvis, Queiró, Quisthoudt-Rowohl, Rack, Radwan, Ransdorf, Rapkay, Rasmussen, Remek, Resetarits, Reul, Reynaud, Ribeiro e Castro, Riera Madurell, Ries, Riis- Jørgensen, Rizzo, Rocard, Rogalski, Roithová, Romagnoli, Romeva i Rueda, Rosati, Roszkowski, Roth- Behrendt, Rothe, Rouček, Roure, Rudi Ubeda, Rübig, Rühle, Rutowicz, Ryan, Sacconi, Saïfi, Sakalas, Salafranca Sánchez-Neyra, Salinas García, Salvini, Samaras, Samuelsen, Sánchez Presedo, Santoro, dos Santos, Sartori, Saryusz-Wolski, Savary, Schapira, Scheele, Schenardi, Schierhuber, Schlyter, Ingo Schmitt, Pál Schmitt, Schnellhardt, Schöpflin, Schröder, Schroedter, Schulz, Schuth, Schwab, Seeber, Seeberg, Segelström, Siekierski, Sifunakis, Silva Peneda, Sinnott, Siwiec, Sjöstedt, Skinner, Škottová, Smith, Sommer, Sonik, Sousa Pinto, Spautz, Staes, Staniszewska, Starkevičiūtė, Šťastný, Stenzel, Sterckx, Stevenson, Stihler, Stockmann, Strejček, Strož, Stubb, Sturdy, Sudre, Sumberg, Surján, Svensson, Swoboda, Szájer, Szejna, Szent-Iványi, Szymański, Tabajdi, Tajani, Takkula, Tannock, Tarabella, Tarand, Tatarella, Thomsen, Thyssen, Titford, Titley, Toia, Tomczak, Toussas, Trakatellis, Trautmann, Triantaphyllides, Trüpel, Turmes, Tzampazi, Uca, Ulmer, Väyrynen, Vaidere, Vakalis, Valenciano Martínez-Orozco, Van Hecke, Van Lancker, Van Orden, Varela Suanzes-Carpegna, Varvitsiotis, Vatanen, Vaugrenard, Vergnaud, Vernola, Vidal-Quadras Roca, de Villiers, Villiers, Vincenzi, Virrankoski, Vlasák, Voggenhuber, Wagenknecht, Wallis, Walter, Watson, Henri Weber, Manfred Weber, Weiler, Weisgerber, Westlund, Whitehead, Whittaker, Wieland, Wiersma, Wierzejski, Wijkman, Wise, von Wogau, Wohlin, Wojciechowski, Wortmann-Kool, Wuermeling, Wurtz, Wynn, Xenogiannakopoulou, Yañez-Barnuevo García, Záborská, Zahradil, Zaleski, Zappalà, Zatloukal, Ždanoka, Železný, Zieleniec, Zingaretti, Zvěřina, Zwiefka


BIJLAGE 1

STEMMINGSUITSLAGEN

Afkortingen en tekens

+

aangenomen

-

verworpen

vervallen

Ing.

ingetrokken

HS (..., ..., ...)

hoofdelijke stemming (aantal stemmen vóór, aantal stemmen tegen, onthoudingen)

ES (..., ..., ...)

elektronische stemming (aantal stemmen vóór, aantal stemmen tegen, onthoudingen)

so

stemming in onderdelen

as

aparte stemming

am

amendement

CA

compromisamendement

DD

desbetreffend deel

S

amendement tot schrapping

=

gelijkluidende amendementen

§

paragraaf

art

artikel

overw

overweging

OR

ontwerpresolutie

GOR

gezamenlijke ontwerpresolutie

Geh. S

geheime stemming

1.   Euro-mediterrane overeenkomst EG/Egypte ***

Aanbeveling: Elmar BROK (A6-0041/2005)

Betreft

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

één enkele stemming

 

+

 

2.   Communautair douanewetboek *** II

Aanbeveling voor de tweede lezing: Janelly FOURTOU (A6-0021/2005)

Betreft

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

goedkeuring zonder stemming

 

+

 

3.   Statistiek van de bij- en nascholing in ondernemingen *** I

Verslag: Ottaviano DEL TURCO (A6-0033/2005)

Betreft

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

één enkele stemming

 

+

 

Amendementen 15 en 16 betreffen niet alle talen en worden niet in stemming gebracht (artikel 151, lid 1, letter d) van het Reglement)

4.   Identiteitsbewijzen van zeevarenden *

Verslag: Ioannis VARVITSIOTIS (A6-0037/2005)

Betreft

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

één enkele stemming

 

+

 

5.   Verontreiniging vanaf schepen *** II

Aanbeveling voor de tweede lezing: Corien WORTMANN-KOOL(A6-0015/2005)

Betreft

Am. nr.

van

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

Blok nr. 1

compromis

25-36

PPE-DE, PSE en Verts/ALE

 

+

 

37

PPE-DE, PSE en Verts/ALE

vs/AN

+

574, 64, 3

Blok nr. 2

1

3-8

14-15

commissie

 

 

16

commissie

as

 

Blok nr. 3

9

10

17

commissie

 

+

 

Blok nr. 4

2

12

13

18

commissie

 

-

 

Art 5 (2)

21

23

ALDEVARVITSIOTIS e.a.

 

Ing.

 

Art 8 (2)

19

GUE/NGL

 

-

 

11

commissie

 

-

 

22

ALDE

 

Ing.

 

Na overweging 10

20

ALDE

 

Ing.

 

Amendement 24 is geannuleerd.

Verzoek om hoofdelijke stemming

PPE-DE: am 37

Diversen

De ALDE-Fractie heeft amendement 20, 21 en 22 ingetrokken

6.   Rijbewijs

Verslag: Mathieu GROSCH (A6-0016/2005) *** I

Betreft

Am. nr.

van

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

Amendementen van de commissie ten principale — stemming en bloc

3

6-8

10-12

14

20-28

31-34

38-39

44

47

50-53

56-60

62-66

68

70-75

77-79

84-85

commissie

 

+

 

Amendementen van de commissie ten principale — aparte stemming

2

commissie

as/ES

+

408, 232, 7

5

commissie

as

+

 

9

commissie

as

+

 

13

commissie

as

+

 

15

commissie

as

+

 

16

commissie

as

+

 

17

commissie

as

+

 

18

commissie

as

+

 

29

commissie

as

+

 

30

commissie

as

+

 

35

commissie

as

+

 

36

commissie

so

 

 

1

+

 

2

+

 

37

commissie

as

+

 

41

commissie

as

+

 

42

commissie

as

+

 

43

commissie

as/ES

+

399, 226, 16

45

commissie

as/ES

-

306, 327, 16

54

commissie

as

+

 

55

commissie

as

+

 

61

commissie

as

+

 

67

commissie

as

+

 

80

commissie

HS

+

380, 268, 4

81

commissie

HS

+

362, 270, 17

82

commissie

as/ES

+

365, 267, 15

83

commissie

as

+

 

86

commissie

as/ES

+

343, 290, 19

Art. 4, § 1, categorie A2

122

PSE

 

-

 

Art. 4, § 1, categorie B

87

BRADBOURN e.a.

 

-

 

19

commissie

 

+

 

Art 6, § 3, inleidend gedeelte

107

PPE-DE

ES

-

230, 412, 7

Art. 6, § 3, letter b)

101=

114=

BRADBOURN e.a.

ALDE

ES

+

417, 223, 19

Art. 6, § 4, na letter b)

103

KOCH e.a.

 

+

 

Art. 7, § 1, letter a)

116

115

ALDE

 

-

 

Art. 7, § 1, letter c), streepje 1

108=

117=

127=

PPE-DE ALDE

DIONISI e.a.

HS

+

377,264,18

40dd

commissie

 

 

Art. 7, § 1, rest van letter c)

40 dd

commissie

 

+

 

Art. 7, § 1, letter d), streepje 1

118=

128=

ALDE

DIONISI e.a.

 

-

 

Art 7, § 2, sub-§ 2

119

ALDE

 

-

 

Art 7, § 2, na sub-§ 3

123

PSE

 

+

 

124

PSE

ES

+

361, 287, 8

Art. 8, § 1, letter c)

125

PSE

ES

-

320, 320, 10

Art. 8, § 1, letter d)

46

commissie

ES

+

341, 284, 26

100

BRADBOURN e.a.

 

 

126

PSE

 

-

 

Art 8, § 2, sub-§ 1

88

BRADBOURN e.a.

 

-

 

109

PPE-DE

HS

-

254, 389, 16

48

commissie

 

+

 

Art 8, § 2, sub-§ 2

89

BRADBOURN e.a.

 

-

 

49

commissie

 

+

 

Art 8, § 3, inleidend gedeelte

110

PPE-DE

HS

-

262, 392, 5

Art. 15, vóór § 1

130

Verts/ALE

 

-

 

Bijlage 2, punt 5.2, categorie A1

102

BRADBOURN e.a.

 

-

 

Bijlage 2, punt 5.2, categorie A2

129

DIONISI e.a.

 

-

 

Bijlage 2, punt 5.2, categorie A

111

PPE-DE

 

+

 

Bijlage 3, punt 6, sub-§ 1

112

PPE-DE

ES

-

251, 389, 13

Bijlage 3, punt 6.3

90

BRADBOURN e.a.

 

-

 

Bijlage 3, punt 7

91

BRADBOURN e.a.

 

-

 

Bijlage 3, punt 8, 2, sub-§ 1

113

PPE-DE

 

-

 

Bijlage 3, punt 9, 2

92

BRADBOURN e.a.

 

-

 

Bijlage 3, punt 9, 4

93

BRADBOURN e.a.

 

-

 

Bijlage 3, punt 12, 1

121

ALDE

HS

-

236, 403, 21

94

BRADBOURN e.a.

 

-

 

120

ALDE

 

+

 

Bijlage 3, punt 14, 1, sub-§ 1

95

BRADBOURN e.a.

 

-

 

Bijlage 3, punt 15, 1

96

BRADBOURN e.a.

 

-

 

Bijlage 3, punt 16, 1

97

BRADBOURN e.a.

 

-

 

Bijlage 3, punt 17, 1

98

BRADBOURN e.a.

 

-

 

Bijlage 3, punt 18

99

BRADBOURN e.a.

 

-

 

Overweging 3

104

PPE-DE

 

-

 

1

commissie

 

+

 

Overweging 4

105

PPE-DE

 

-

 

Overweging 5

4

commissie

 

+

 

106

PPE-DE

ES

+

431, 204, 16

stemming: gewijzigd voorstel

 

+

 

stemming: wetgevingsresolutie

HS

+

548, 103, 9

Amendementen 69 en 76 betreffen niet alle talen en worden niet in stemming gebracht (artikel 151, lid 1, letter d) van het Reglement)

Verzoeken om hoofdelijke stemming

PPE-DE: amendement 80, 81, 109, 110 + eindstemming

PSE: eindstemming

ALDE: ams. 117 en 121

Verzoek om stemming in onderdelen

PPE-DE

am 36

deel 1:„d) de rijbewijzen ... ook geldig voor voertuigen van categorie AM.”

deel 2:„Voor rijbewijzen ... afgifte van een rijbewijs voor voertuigen van categorie AM.”

Verzoek om aparte stemming

PPE-DE: am 2, 13, 43, 54 + am 5, 15, 16, 17, 18, 29, 30, 35, 37, 55, 82, 86

IND/DEM: am 13

PSE: amendement 45, 80, 81, 82, 86

ALDE: amendement 41, 42, 61, 67, 9, 83

7.   River Traffic Information Services

Verslag: Renate SOMMER (A6-0055/2004) *** I

Betreft

Am. nr.

van

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

Blok nr. 1

compromis

1

3

8

9

11

13

16

18

19

24

26

31-34

+

35-52

54-66

commissie

PPE-DE

 

+

 

53

PPE-DE

so

 

 

1

+

 

2/RCV

+

490, 82, 7

Blok nr. 2

2

4-7

10

12

14

15

17

20-23

25

27-30

commissie

 

 

stemming: gewijzigd voorstel

 

+

 

stemming: wetgevingsresolutie

 

+

 

Verzoeken om hoofdelijke stemming

ALDE

amendement 53, 2de deel

Verzoek om stemming in onderdelen

ALDE

am 53

deel 1: gehele tekst met uitzondering van de schrapping van de woorden „en van een concordantietabel tussen die bepalingen en deze richtlijn.”

deel 2: de schrapping van deze woorden

8.   Erkenning van beroepsbekwaamheid van zeevarenden

Verslag: Robert EVANS (A6-0057/2004) *** I

Betreft

Am. nr.

van

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

Blok nr. 1

Blok nr. 1

10-31

PSE

 

+

 

32

PSE

so

 

 

1

+

 

2/HS

+

534, 82, 17

Blok nr. 2

1-9

commissie

 

 

stemming: gewijzigd voorstel

 

+

 

stemming: wetgevingsresolutie

HS

+

619, 20, 3

Verzoeken om hoofdelijke stemming

PPE-DE: eindstemming

ALDE: amendement 32, 2de deel

Verzoek om stemming in onderdelen

ALDE

am 32

deel 1: gehele tekst met uitzondering van de schrapping van de woorden „alsmede een tabel ter weergave van het verband tusen die bepalingen en deze richtlijn.”

deel 2: de schrapping van deze woorden

9.   Communautair Bureau voor visserijcontrole

Verslag: Elspeth ATTWOOLL (A6-0022/2005) *

Betreft

Am. nr.

van

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

Amendementen van de commissie ten principale — stemming en bloc

1-2

5-16

19-21

25-26

28-34

commissie

 

+

 

Amendementen van de commissie ten principale — aparte stemming

3

commissie

as

+

 

4

commissie

as

+

 

23

commissie

as

+

 

24

commissie

as

+

 

27

commissie

as

+

 

Art. 11, § 2, na letter d)

35

ALDE

 

-

 

Art. 12, titel

36

ALDE

 

-

 

Art. 12, § 1

37

ALDE

 

-

 

Art. 12, § 2

38

ALDE

taalkundig

 

 

Art. 12, § 3

39

ALDE

 

-

 

Art. 13, § 2, letter b)

40

ALDE

 

-

 

Art. 13, § 2, letter c)

41

ALDE

 

-

 

Art. 14

42

ALDE

 

-

 

18

commissie

 

+

 

Art. 24, § 2, letter c)

43

ALDE

 

-

 

22

commissie

 

+

 

stemming: gewijzigd voorstel

 

+

 

stemming: wetgevingsresolutie

 

+

 

Amendementen 17 en 38 betreffen niet alle talen en worden niet in stemming gebracht (artikel 151, lid 1 van het Reglement)

Verzoek om aparte stemming

Verts/ALE: amendement 3, 4, 23, 24, 27

10.   Actieplan voor milieu en gezondheid 2004-2010

Verslag: Frédérique RIES (A6-0008/2005)

Betreft

Am. nr.

van

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

§ 2

10

Verts/ALE

 

-

 

§ 3

11

Verts/ALE

 

-

 

§ 5

1

PPE-DE

ES

-

303, 326, 4

§ 6

6

Schnellhardt e.a.

ES

-

184, 430, 19

2

PPE-DE

so

 

 

1/RCV

+

600, 27, 7

2

-

 

3

-

 

§

originele tekst

 

 

§ 13

 

originele tekst

so

 

 

1

+

 

2

+

 

§ 20

9/rev

Schnellhardt e.a.

 

Ing.

 

8

Schnellhardt e.a.

 

-

249, 376, 12

7

Schnellhardt e.a.

 

-

 

4

ALDE

HS

+

544, 65, 24

§

originele tekst

 

 

§ 23

3

PPE-DE

 

-

 

§ 28

 

originele tekst

so

 

 

1

+

 

2

+

 

stemming: resolutie (als geheel)

HS

+

576, 48, 13

Amendement 5 is geannuleerd

Verzoeken om hoofdelijke stemming

ALDE amendement 2 — deel 1, amendement 4 + eindstemming

Verts/ALE am 2

Verzoeken om aparte stemming

PPE-DE

§ 13

deel 1: t/m „... welke effecten dat op hen heeft”

deel 2: rest

§ 28

deel 1: t/m „van industriële oorsprong,”

deel 2: rest

Verts/ALE

am 2

deel 1: gehele amendement, met uitzondering van de woorden „gelet op” en „in het kader van Richtlijn 91/414/EEG

deel 2:gelet op

deel 3:in het kader van Richtlijn 91/414/EEG

Diversen

De leden KLAMT en FLORENZ zijn niet langer medeondertenaars van amendement 7, 8 en 9/rev. Bijgevolg is amendement 9/rev. niet langer door het vereiste aantal leden ondertekend en ingetrokken.

11.   Betrekkingen van de EU met het Middellandse-Zeegebied

Ontwerpresoluties: B6-0095/2005, B6-0100/2005, B6-0101/2005, B6-0108/2005, B6-0114/2005 en B6-0117/2005

Betreft

Am. nr.

van

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

Gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B6-0095/2005 (PPE-DE, PSE, ALDE, Verts/ALE, GUE/NGL en UEN)

§ 9

 

originele tekst

 

+

mondeling am

Na § 18

 

nieuwe tekst

 

+

mondeling am

stemming: resolutie (als geheel)

 

+

 

Ontwerpresoluties fracties

B6-0095/2005

 

PSE

 

 

B6-0100/2005

 

GUE/NGL

 

 

B6-0101/2005

 

Verts/ALE

 

 

B6-0108/2005

 

UEN

 

 

B6-0114/2005

 

PPE-DE

 

 

B6-0117/2005

 

ALDE

 

 

Diversen

In onderling akkoord tussen de fracties, wordt de laatste zin van § 9 van de gezamenlijke ontwerpresolutie een nieuwe paragraaf:

9. neemt nota van de komende ondertekening van de Associatieovereenkomst EU-Syrië, die Damascus verplicht tot grondige en substantiële hervormingen, met het oog op de opstarting van een echt proces van democratisering van de Syrische structuren; verzoekt Syrië geen enkele vorm van terrorisme te dulden, hetgeen ook inhoudt dat het land geen steun verleent aan de militaire vleugel van de Hezbollah, en zich niet te mengen in Libanese interne aangelegenheden; verlangt dat het onmiddellijk zijn troepen uit Libanon terugtrekt, overeenkomstig de resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties;

9bis. verzoekt de Raad de mogelijkheid te onderzoeken om een delegatie van EU-waarnemers naar de verkiezingen in Libanon te sturen;

M. De heer Morillon stelde het volgend mondeling amendement als toevoeging aan § 9 voor:

9. neemt nota van de komende ondertekening van de Associatieovereenkomst EU-Syrië, die Damascus verplicht tot grondige en substantiële hervormingen, met het oog op de opstarting van een echt proces van democratisering van de Syrische structuren; verzoekt Syrië geen enkele vorm van terrorisme te dulden, hetgeen ook inhoudt dat het land geen steun verleent aan de militaire vleugel van de Hezbollah, en zich niet te mengen in Libanese interne aangelegenheden; verlangt dat het onmiddellijk zijn troepen uit Libanon terugtrekt, overeenkomstig de resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, en zal deze voorwaarde als cruciaal beschouwen voor zijn evaluatie met het oog op de ondertekening van de associatieovereenkomst;

M. De heer Carnero González, PSE, diende een mondeling amendement in strekkende tot inlassing van een nieuwe paragraaf na paragraaf 18:

wenst dat de Raad besluit een Euromediterrane top van staatshoofden en regeringsleiders te organiseren om de tiende verjaardag van het Barcelonaproces te herdenken; onderstreept het belang, in dit verband, van de parlementaire dimensie van dit proces en verzoekt de APEM, die bijeenkomt in Caïro van 12 tot 15 maart 2005, een buitengewone vergadering te voorzien om deze tiende verjaardag te herdenken;


BIJLAGE II

UITSLAG VAN DE HOOFDELIJKE STEMMINGEN

1.   Aanbeveling Wortmann-Kool A6-0015/2005

Amendement 37

Voor: 574

ALDE: Alvaro, Andrejevs, Attwooll, Beaupuy, Birutis, Bourlanges, Budreikaitė, Busk, Carlshamre, Cavada, Chatzimarkakis, Chiesa, Cocilovo, Cornillet, Costa Paolo, Davies, Degutis, Deprez, De Sarnez, Dičkutė, Duff, Duquesne, Ek, Fourtou, Gentvilas, Geremek, Gibault, Griesbeck, Guardans Cambó, Hall, Harkin, Hennis-Plasschaert, Huhne, in 't Veld, Jäätteenmäki, Jensen, Kacin, Karim, Klinz, Koch-Mehrin, Krahmer, Kułakowski, Lambsdorff, Laperrouze, Lax, Lehideux, Ludford, Lynne, Maaten, Malmström, Manders, Matsakis, Morillon, Mulder, Neyts-Uyttebroeck, Onyszkiewicz, Ortuondo Larrea, Oviir, Polfer, Prodi, Ries, Riis-Jørgensen, Samuelsen, Schuth, Staniszewska, Starkevičiūtė, Sterckx, Szent-Iványi, Takkula, Toia, Väyrynen, Van Hecke, Virrankoski, Wallis, Watson

GUE/NGL: Adamou, Brie, Catania, de Brún, Figueiredo, Flasarová, Guerreiro, Henin, Kaufmann, Kohlíček, Liotard, McDonald, Markov, Maštálka, Meijer, Meyer Pleite, Morgantini, Papadimoulis, Portas, Ransdorf, Remek, Rizzo, Sjöstedt, Stroz, Svensson, Triantaphyllides, Uca, Wagenknecht, Wurtz

IND/DEM: Belder, Blokland, Bonde, Chruszcz, Giertych, Grabowski, Krupa, Pęk, Piotrowski, Rogalski, Salvini, Sinnott, Speroni, Tomczak, Wierzejski

NI: Belohorská, Czarnecki Marek Aleksander, Czarnecki Ryszard, De Michelis, Martin Hans-Peter, Masiel, Resetarits, Rutowicz

PPE-DE: Andrikienė, Antoniozzi, Ayuso González, Barsi Pataky, Bauer, Becsey, Belet, Brejc, Brepoels, Březina, Brok, Busuttil, Buzek, Casa, Caspary, Castiglione, del Castillo Vera, Cederschiöld, Chmielewski, Cirino Pomicino, Coelho, Coveney, Daul, Dehaene, Demetriou, Descamps, Deß, De Veyrac, Díaz de Mera García Consuegra, Dimitrakopoulos, Dionisi, Doorn, Doyle, Duka-Zólyomi, Ebner, Eurlings, Fatuzzo, Ferber, Fernández Martín, Florenz, Fontaine, Fraga Estévez, Freitas, Friedrich, Gahler, Gál, Gaľa, Galeote Quecedo, García-Margallo y Marfil, Gargani, Garriga Polledo, Gauzès, Gklavakis, Glattfelder, Goepel, Gomolka, Graça Moura, Gräßle, Grosch, Grossetête, Guellec, Gutiérrez-Cortines, Gyürk, Handzlik, Hatzidakis, Hennicot-Schoepges, Herranz García, Herrero-Tejedor, Hieronymi, Higgins, Hoppenstedt, Hudacký, Hybášková, Itälä, Iturgaiz Angulo, Jałowiecki, Jarzembowski, Jeggle, Jordan Cizelj, Kaczmarek, Karas, Kasoulides, Kelam, Klamt, Klaß, Klich, Koch, Konrad, Korhola, Kratsa-Tsagaropoulou, Kudrycka, Kušķis, Kuźmiuk, Lamassoure, Langen, Langendries, Lauk, Lechner, Lehne, Lewandowski, Liese, López-Istúriz White, Lulling, Lombardo, Maat, McGuinness, McMillan-Scott, Mann Thomas, Mantovani, Marques, Martens, Mathieu, Mato Adrover, Matsis, Mauro, Mavrommatis, Mayer, Mayor Oreja, Méndez de Vigo, Mikolášik, Millán Mon, Mitchell, Montoro Romero, Musotto, Nassauer, Niebler, van Nistelrooij, Novak, Olajos, Olbrycht, Oomen-Ruijten, Őry, Pack, Pálfi, Panayotopoulos-Cassiotou, Papastamkos, Peterle, Pieper, Pīks, Pinheiro, Piskorski, Pleštinská, Podestà, Podkański, Poettering, Pomés Ruiz, Posselt, Protasiewicz, Queiró, Quisthoudt-Rowohl, Rack, Radwan, Reul, Ribeiro e Castro, Roithová, Rudi Ubeda, Rübig, Saïfi, Salafranca Sánchez-Neyra, Samaras, Sartori, Saryusz-Wolski, Schierhuber, Schmitt Ingo, Schmitt Pál, Schnellhardt, Schöpflin, Schröder, Schwab, Seeber, Seeberg, Siekierski, Silva Peneda, Škottová, Sommer, Sonik, Spautz, Šťastný, Stenzel, Stubb, Sudre, Surján, Szájer, Tajani, Thyssen, Trakatellis, Ulmer, Vakalis, Varela Suanzes-Carpegna, Varvitsiotis, Vlasák, Weber Manfred, Weisgerber, Wieland, Wijkman, von Wogau, Wojciechowski, Wortmann-Kool, Wuermeling, Záborská, Zahradil, Zaleski, Zappalà, Zatloukal, Zieleniec, Zvěřina, Zwiefka

PSE: Andersson, Arif, Assis, Ayala Sender, Badía i Cutchet, Barón Crespo, Batzeli, Beglitis, Beňová, Berès, van den Berg, Berger, Berlinguer, Berman, Bersani, Bösch, Bono, Bozkurt, Bresso, Bullmann, van den Burg, Busquin, Calabuig Rull, Capoulas Santos, Carlotti, Carnero González, Casaca, Cashman, Castex, Cercas, Christensen, Corbett, Corbey, Correia, Costa António, Cottigny, D'Alema, De Keyser, Del Turco, De Rossa, Désir, De Vits, Díez González, Dobolyi, Douay, Dührkop Dührkop, Duin, El Khadraoui, Estrela, Ettl, Evans Robert, Falbr, Fava, Fazakas, Fernandes, Ferreira Anne, Ferreira Elisa, Ford, Fruteau, García Pérez, Gebhardt, Geringer de Oedenberg, Gierek, Gill, Glante, Goebbels, Golik, Gomes, Grabowska, Grech, Gröner, Gruber, Gurmai, Guy-Quint, Hänsch, Hamon, Haug, Hazan, Hedh, Hedkvist Petersen, Honeyball, Howitt, Hughes, Hutchinson, Ilves, Jöns, Jørgensen, Kindermann, Koterec, Krehl, Kreissl-Dörfler, Kristensen, Kuc, Kuhne, Laignel, Lambrinidis, Lehtinen, Leichtfried, Leinen, Lévai, Lienemann, Locatelli, McAvan, McCarthy, Madeira, Maňka, Mann Erika, Martin David, Martínez Martínez, Masip Hidalgo, Mastenbroek, Medina Ortega, Menéndez del Valle, Miguélez Ramos, Mikko, Moraes, Moreno Sánchez, Morgan, Moscovici, Muscat, Myller, Napoletano, Navarro, Obiols i Germà, Öger, Paasilinna, Pahor, Paleckis, Panzeri, Patrie, Peillon, Piecyk, Pinior, Pittella, Pleguezuelos Aguilar, Poignant, Prets, Rapkay, Rasmussen, Reynaud, Riera Madurell, Rocard, Rosati, Roth-Behrendt, Rothe, Rouček, Roure, Sacconi, Sakalas, Sánchez Presedo, Santoro, dos Santos, Savary, Schapira, Scheele, Schulz, Segelström, Sifunakis, Siwiec, Skinner, Stihler, Stockmann, Swoboda, Szejna, Tabajdi, Tarabella, Thomsen, Titley, Trautmann, Tzampazi, Valenciano Martínez-Orozco, Van Lancker, Vaugrenard, Vergnaud, Vincenzi, Walter, Weber Henri, Weiler, Westlund, Whitehead, Wiersma, Xenogiannakopoulou, Yañez-Barnuevo García, Zingaretti

UEN: Angelilli, Aylward, Bielan, Foglietta, Fotyga, Janowski, Kamiński, Kristovskis, Libicki, Muscardini, Musumeci, Ó Neachtain, Poli Bortone, Roszkowski, Ryan, Szymański, Tatarella, Vaidere

Verts/ALE: Aubert, Auken, Beer, Bennahmias, Buitenweg, Cohn-Bendit, Cramer, Evans Jillian, Flautre, Frassoni, Graefe zu Baringdorf, de Groen-Kouwenhoven, Hammerstein Mintz, Harms, Hassi, Horáček, Hudghton, Joan i Marí, Jonckheer, Kallenbach, Kusstatscher, Lagendijk, Lambert, Lichtenberger, Lipietz, Lucas, Özdemir, Onesta, Romeva i Rueda, Rühle, Schlyter, Schroedter, Smith, Staes, Trüpel, Turmes, Voggenhuber, Ždanoka

Tegen: 64

GUE/NGL: Manolakou, Pafilis, Toussas

IND/DEM: Batten, Booth, Clark, Farage, Goudin, Karatzaferis, Knapman, Louis, Lundgren, Nattrass, Titford, de Villiers, Whittaker, Wise, Wohlin, Železný

NI: Allister, Bobošíková, Claeys, Dillen, Gollnisch, Lang, Le Pen Marine, Le Rachinel, Mölzer, Mote, Schenardi

PPE-DE: Ashworth, Atkins, Beazley, Bonsignore, Bowis, Bradbourn, Bushill-Matthews, Callanan, Chichester, Deva, Dover, Duchoň, Elles, Evans Jonathan, Fajmon, Fjellner, Hannan, Harbour, Heaton-Harris, Helmer, Hökmark, Ibrisagic, Jackson, Kirkhope, Nicholson, Parish, Purvis, Stevenson, Strejček, Sturdy, Sumberg, Tannock, Van Orden, Villiers

Onthoudingen: 3

NI: Kozlík, Romagnoli

PSE: Wynn

2.   Verslag Grosch A6-0016/2005

Amendement 80

Voor: 380

ALDE: Alvaro, Andrejevs, Andria, Attwooll, Beaupuy, Birutis, Bourlanges, Budreikaitė, Busk, Carlshamre, Cavada, Chatzimarkakis, Chiesa, Cocilovo, Cornillet, Costa Paolo, Davies, Degutis, Deprez, De Sarnez, Dičkutė, Duff, Duquesne, Ek, Fourtou, Gentvilas, Geremek, Gibault, Griesbeck, Guardans Cambó, Hall, Hennis-Plasschaert, Huhne, in 't Veld, Jäätteenmäki, Jensen, Kacin, Karim, Koch-Mehrin, Kułakowski, Laperrouze, Lax, Lehideux, Ludford, Lynne, Maaten, Malmström, Manders, Matsakis, Mohácsi, Morillon, Mulder, Neyts-Uyttebroeck, Onyszkiewicz, Ortuondo Larrea, Oviir, Polfer, Prodi, Ries, Riis-Jørgensen, Samuelsen, Schuth, Staniszewska, Starkevičiūtė, Sterckx, Szent-Iványi, Takkula, Toia, Väyrynen, Van Hecke, Virrankoski, Wallis, Watson

GUE/NGL: de Brún, McDonald, Sjöstedt, Svensson

IND/DEM: Batten, Belder, Blokland, Booth, Chruszcz, Clark, Farage, Giertych, Goudin, Grabowski, Karatzaferis, Knapman, Krupa, Louis, Lundgren, Nattrass, Pęk, Piotrowski, Rogalski, Salvini, Sinnott, Speroni, Titford, Tomczak, de Villiers, Whittaker, Wierzejski, Wise, Wohlin, Železný

NI: Allister, Belohorská, Bobošíková, Claeys, Czarnecki Marek Aleksander, Czarnecki Ryszard, De Michelis, Dillen, Gollnisch, Lang, Le Pen Marine, Le Rachinel, Martin Hans-Peter, Masiel, Mölzer, Resetarits, Romagnoli, Rutowicz, Schenardi

PPE-DE: Andrikienė, Antoniozzi, Ashworth, Atkins, Ayuso González, Bachelot-Narquin, Barsi Pataky, Bauer, Beazley, Becsey, Bonsignore, Bowis, Bradbourn, Brejc, Březina, Brok, Bushill-Matthews, Busuttil, Buzek, Callanan, Casa, Caspary, Castiglione, del Castillo Vera, Cederschiöld, Chichester, Chmielewski, Cirino Pomicino, Coelho, Daul, Demetriou, Descamps, Deß, Deva, De Veyrac, Díaz de Mera García Consuegra, Dionisi, Doorn, Dover, Duchoň, Duka-Zólyomi, Ebner, Elles, Esteves, Eurlings, Evans Jonathan, Fajmon, Fatuzzo, Ferber, Fernández Martín, Fjellner, Florenz, Fontaine, Fraga Estévez, Freitas, Friedrich, Gahler, Gál, Gaľa, Galeote Quecedo, García-Margallo y Marfil, Gargani, Garriga Polledo, Gauzès, Glattfelder, Goepel, Gomolka, Graça Moura, Gräßle, Grossetête, Guellec, Gutiérrez-Cortines, Gyürk, Handzlik, Hannan, Harbour, Heaton-Harris, Helmer, Herrero-Tejedor, Hieronymi, Hökmark, Hoppenstedt, Hudacký, Hybášková, Ibrisagic, Itälä, Iturgaiz Angulo, Jackson, Jałowiecki, Jarzembowski, Jeggle, Jordan Cizelj, Kaczmarek, Karas, Kelam, Kirkhope, Klamt, Klich, Kudrycka, Kušķis, Kuźmiuk, Lamassoure, Langen, Laschet, Lehne, Lewandowski, López-Istúriz White, Lombardo, Maat, McMillan-Scott, Mann Thomas, Mantovani, Marques, Martens, Mathieu, Mato Adrover, Mauro, Mayer, Mayor Oreja, Méndez de Vigo, Mikolášik, Millán Mon, Montoro Romero, Musotto, Nassauer, Nicholson, Niebler, van Nistelrooij, Novak, Olajos, Olbrycht, Őry, Pack, Pálfi, Parish, Peterle, Pieper, Pīks, Pinheiro, Piskorski, Pleštinská, Podestà, Podkański, Poettering, Posselt, Protasiewicz, Purvis, Queiró, Quisthoudt-Rowohl, Rack, Radwan, Reul, Ribeiro e Castro, Roithová, Rudi Ubeda, Rübig, Saïfi, Salafranca Sánchez-Neyra, Sartori, Saryusz-Wolski, Schierhuber, Schmitt Ingo, Schmitt Pál, Schnellhardt, Schöpflin, Schröder, Schwab, Seeber, Seeberg, Siekierski, Silva Peneda, Škottová, Sommer, Sonik, Spautz, Šťastný, Stenzel, Stevenson, Strejček, Stubb, Sturdy, Sudre, Sumberg, Surján, Szájer, Tajani, Tannock, Ulmer, Van Orden, Varela Suanzes-Carpegna, Varvitsiotis, Villiers, Vlasák, Weber Manfred, Weisgerber, Wieland, Wijkman, von Wogau, Wojciechowski, Wortmann-Kool, Wuermeling, Záborská, Zahradil, Zaleski, Zappalà, Zatloukal, Zieleniec, Zvěřina, Zwiefka

PSE: D'Alema, Santoro

UEN: Angelilli, Foglietta, Musumeci, Poli Bortone, Tatarella

Verts/ALE: Aubert, Auken, Beer, Bennahmias, Breyer, Buitenweg, Cohn-Bendit, Cramer, Evans Jillian, Flautre, Frassoni, Graefe zu Baringdorf, de Groen-Kouwenhoven, Hammerstein Mintz, Harms, Hassi, Horáček, Hudghton, Joan i Marí, Jonckheer, Kallenbach, Kusstatscher, Lagendijk, Lambert, Lichtenberger, Lipietz, Lucas, Özdemir, Onesta, Romeva i Rueda, Rühle, Schlyter, Smith, Staes, Trüpel, Turmes, Voggenhuber, Ždanoka

Tegen: 268

GUE/NGL: Adamou, Agnoletto, Brie, Catania, Figueiredo, Flasarová, Guerreiro, Henin, Kaufmann, Kohlíček, Liotard, Manolakou, Markov, Maštálka, Meijer, Meyer Pleite, Morgantini, Musacchio, Pafilis, Papadimoulis, Portas, Ransdorf, Remek, Stroz, Toussas, Triantaphyllides, Uca, Wagenknecht, Wurtz

IND/DEM: Bonde

NI: Mote

PPE-DE: Belet, Brepoels, Coveney, Dehaene, Dimitrakopoulos, Doyle, Gklavakis, Grosch, Hatzidakis, Hennicot-Schoepges, Herranz García, Higgins, Kasoulides, Klaß, Koch, Konrad, Korhola, Kratsa-Tsagaropoulou, Langendries, Lauk, Lechner, Liese, Lulling, McGuinness, Matsis, Mavrommatis, Mitchell, Oomen-Ruijten, Panayotopoulos-Cassiotou, Papastamkos, Pomés Ruiz, Samaras, Thyssen, Trakatellis, Vakalis

PSE: Andersson, Arif, Assis, Attard-Montalto, Ayala Sender, Badía i Cutchet, Barón Crespo, Batzeli, Beglitis, Beňová, Berès, van den Berg, Berger, Berlinguer, Berman, Bersani, Bösch, Bono, Bozkurt, Bresso, Bullmann, van den Burg, Busquin, Calabuig Rull, Capoulas Santos, Carlotti, Carnero González, Casaca, Cashman, Castex, Cercas, Christensen, Corbett, Corbey, Correia, Costa António, Cottigny, De Keyser, Del Turco, De Rossa, Désir, De Vits, Díez González, Dobolyi, Douay, Dührkop Dührkop, Duin, El Khadraoui, Estrela, Ettl, Evans Robert, Falbr, Fava, Fazakas, Fernandes, Ferreira Anne, Ferreira Elisa, Ford, Fruteau, García Pérez, Gebhardt, Geringer de Oedenberg, Gierek, Gill, Glante, Goebbels, Golik, Gomes, Grabowska, Grech, Gröner, Gruber, Gurmai, Guy-Quint, Hänsch, Hamon, Haug, Hazan, Hedh, Hedkvist Petersen, Hegyi, Herczog, Honeyball, Howitt, Hughes, Hutchinson, Ilves, Jöns, Jørgensen, Kindermann, Koterec, Krehl, Kreissl-Dörfler, Kristensen, Kuc, Kuhne, Laignel, Lambrinidis, Lehtinen, Leichtfried, Leinen, Lévai, Lienemann, Locatelli, McAvan, McCarthy, Madeira, Maňka, Mann Erika, Martin David, Martínez Martínez, Masip Hidalgo, Mastenbroek, Medina Ortega, Menéndez del Valle, Miguélez Ramos, Mikko, Moraes, Moreno Sánchez, Morgan, Moscovici, Muscat, Myller, Napoletano, Navarro, Obiols i Germà, Öger, Paasilinna, Pahor, Paleckis, Panzeri, Patrie, Peillon, Piecyk, Pinior, Pittella, Pleguezuelos Aguilar, Poignant, Prets, Rapkay, Rasmussen, Reynaud, Riera Madurell, Rocard, Rosati, Roth-Behrendt, Rothe, Rouček, Roure, Sacconi, Sakalas, Salinas García, Sánchez Presedo, dos Santos, Savary, Schapira, Scheele, Schulz, Segelström, Sifunakis, Siwiec, Skinner, Stihler, Stockmann, Swoboda, Szejna, Tabajdi, Tarabella, Thomsen, Titley, Trautmann, Tzampazi, Valenciano Martínez-Orozco, Van Lancker, Vaugrenard, Vergnaud, Vincenzi, Walter, Weber Henri, Weiler, Westlund, Whitehead, Wiersma, Wynn, Xenogiannakopoulou, Yañez-Barnuevo García, Zingaretti

UEN: Aylward, Bielan, Crowley, Fotyga, Janowski, Kamiński, Krasts, Kristovskis, Libicki, Ó Neachtain, Pavilionis, Roszkowski, Ryan, Szymański, Vaidere

Onthoudingen: 4

ALDE: Klinz, Krahmer

NI: Kozlík

Verts/ALE: van Buitenen

3.   Verslag Grosch A6-0016/2005

Amendement 81

Voor: 362

ALDE: Alvaro, Andrejevs, Andria, Attwooll, Beaupuy, Birutis, Bourlanges, Budreikaitė, Busk, Carlshamre, Cavada, Chatzimarkakis, Chiesa, Cocilovo, Cornillet, Costa Paolo, Davies, Degutis, Deprez, De Sarnez, Dičkutė, Drčar Murko, Duff, Duquesne, Fourtou, Gentvilas, Geremek, Gibault, Griesbeck, Guardans Cambó, Hall, Hennis-Plasschaert, Huhne, in 't Veld, Jäätteenmäki, Jensen, Kacin, Karim, Koch-Mehrin, Kułakowski, Lambsdorff, Laperrouze, Lax, Lehideux, Ludford, Lynne, Maaten, Manders, Matsakis, Mohácsi, Morillon, Mulder, Neyts-Uyttebroeck, Onyszkiewicz, Ortuondo Larrea, Oviir, Polfer, Prodi, Ries, Riis-Jørgensen, Schuth, Staniszewska, Starkevičiūtė, Sterckx, Szent-Iványi, Takkula, Toia, Väyrynen, Van Hecke, Virrankoski, Wallis, Watson

GUE/NGL: de Brún, McDonald, Sjöstedt, Svensson

IND/DEM: Belder, Blokland, Chruszcz, Giertych, Grabowski, Karatzaferis, Krupa, Louis, Piotrowski, Rogalski, Salvini, Sinnott, Speroni, Tomczak, de Villiers, Wierzejski, Železný

NI: Allister, Belohorská, Bobošíková, Claeys, Czarnecki Marek Aleksander, Czarnecki Ryszard, De Michelis, Dillen, Gollnisch, Lang, Le Pen Marine, Le Rachinel, Martin Hans-Peter, Masiel, Mölzer, Resetarits, Romagnoli, Rutowicz, Schenardi

PPE-DE: Andrikienė, Antoniozzi, Ashworth, Atkins, Ayuso González, Bachelot-Narquin, Barsi Pataky, Bauer, Beazley, Becsey, Bonsignore, Bowis, Bradbourn, Brejc, Březina, Brok, Bushill-Matthews, Busuttil, Buzek, Callanan, Casa, Caspary, Castiglione, del Castillo Vera, Cederschiöld, Chichester, Chmielewski, Cirino Pomicino, Coelho, Daul, Demetriou, Descamps, Deß, Deva, De Veyrac, Díaz de Mera García Consuegra, Dionisi, Doorn, Dover, Duka-Zólyomi, Ebner, Elles, Esteves, Eurlings, Evans Jonathan, Fajmon, Fatuzzo, Ferber, Fernández Martín, Fjellner, Florenz, Fontaine, Fraga Estévez, Freitas, Friedrich, Gahler, Gál, Gaľa, Galeote Quecedo, García-Margallo y Marfil, Gargani, Garriga Polledo, Gauzès, Glattfelder, Goepel, Gomolka, Graça Moura, Gräßle, Grossetête, Guellec, Gyürk, Handzlik, Hannan, Harbour, Heaton-Harris, Helmer, Herrero-Tejedor, Hieronymi, Hökmark, Hudacký, Hybášková, Ibrisagic, Itälä, Iturgaiz Angulo, Jackson, Jałowiecki, Jarzembowski, Jeggle, Jordan Cizelj, Kaczmarek, Karas, Kelam, Kirkhope, Klamt, Klich, Konrad, Korhola, Kudrycka, Kušķis, Kuźmiuk, Lamassoure, Langen, Laschet, Lehne, Lewandowski, López-Istúriz White, Lombardo, Maat, McMillan-Scott, Mann Thomas, Mantovani, Marques, Martens, Mathieu, Mato Adrover, Mauro, Mayer, Mayor Oreja, Méndez de Vigo, Mikolášik, Millán Mon, Montoro Romero, Musotto, Nassauer, Nicholson, Niebler, van Nistelrooij, Novak, Olajos, Olbrycht, Őry, Pack, Pálfi, Parish, Peterle, Pieper, Pīks, Pinheiro, Piskorski, Pleštinská, Podestà, Podkański, Poettering, Pomés Ruiz, Posselt, Protasiewicz, Purvis, Queiró, Quisthoudt-Rowohl, Rack, Radwan, Reul, Ribeiro e Castro, Roithová, Rudi Ubeda, Rübig, Saïfi, Salafranca Sánchez-Neyra, Sartori, Saryusz-Wolski, Schierhuber, Schmitt Ingo, Schmitt Pál, Schnellhardt, Schöpflin, Schröder, Schwab, Seeber, Seeberg, Siekierski, Silva Peneda, Škottová, Sommer, Sonik, Šťastný, Stenzel, Stevenson, Strejček, Stubb, Sturdy, Sudre, Sumberg, Surján, Szájer, Tajani, Tannock, Ulmer, Van Orden, Varela Suanzes-Carpegna, Villiers, Vlasák, Weber Manfred, Weisgerber, Wieland, Wijkman, von Wogau, Wojciechowski, Wortmann-Kool, Wuermeling, Záborská, Zahradil, Zaleski, Zappalà, Zatloukal, Zieleniec, Zvěřina, Zwiefka

PSE: Santoro

UEN: Angelilli, Foglietta, Musumeci, Poli Bortone, Tatarella

Verts/ALE: Aubert, Beer, Bennahmias, Breyer, Buitenweg, Cramer, Evans Jillian, Flautre, Frassoni, Graefe zu Baringdorf, de Groen-Kouwenhoven, Hammerstein Mintz, Harms, Hassi, Horáček, Hudghton, Joan i Marí, Jonckheer, Kallenbach, Kusstatscher, Lagendijk, Lambert, Lichtenberger, Lipietz, Lucas, Özdemir, Onesta, Romeva i Rueda, Rühle, Schlyter, Schroedter, Smith, Staes, Trüpel, Turmes, Voggenhuber, Ždanoka

Tegen: 270

ALDE: Ek, Malmström, Samuelsen

GUE/NGL: Adamou, Agnoletto, Brie, Catania, Figueiredo, Flasarová, Guerreiro, Henin, Kaufmann, Kohlíček, Liotard, Manolakou, Markov, Maštálka, Meijer, Meyer Pleite, Morgantini, Musacchio, Pafilis, Papadimoulis, Portas, Ransdorf, Remek, Stroz, Toussas, Triantaphyllides, Uca, Wagenknecht, Wurtz

IND/DEM: Bonde

NI: Mote

PPE-DE: Belet, Brepoels, Coveney, Dehaene, Dimitrakopoulos, Dombrovskis, Doyle, Gklavakis, Grosch, Gutiérrez-Cortines, Hatzidakis, Hennicot-Schoepges, Herranz García, Higgins, Kasoulides, Klaß, Koch, Kratsa-Tsagaropoulou, Langendries, Lauk, Lechner, Liese, Lulling, McGuinness, Matsis, Mavrommatis, Mitchell, Oomen-Ruijten, Panayotopoulos-Cassiotou, Papastamkos, Samaras, Spautz, Thyssen, Trakatellis, Vakalis

PSE: Andersson, Arif, Assis, Attard-Montalto, Ayala Sender, Badía i Cutchet, Barón Crespo, Batzeli, Beglitis, Beňová, Berès, van den Berg, Berger, Berlinguer, Berman, Bersani, Bösch, Bono, Bozkurt, Bresso, Bullmann, van den Burg, Busquin, Calabuig Rull, Capoulas Santos, Carlotti, Carnero González, Casaca, Cashman, Castex, Cercas, Christensen, Corbett, Corbey, Correia, Costa António, Cottigny, D'Alema, Del Turco, De Rossa, Désir, De Vits, Díez González, Dobolyi, Douay, Dührkop Dührkop, Duin, El Khadraoui, Estrela, Ettl, Evans Robert, Falbr, Fava, Fazakas, Fernandes, Ferreira Anne, Ferreira Elisa, Ford, Fruteau, García Pérez, Gebhardt, Geringer de Oedenberg, Gierek, Gill, Glante, Goebbels, Golik, Gomes, Grabowska, Grech, Gröner, Gruber, Gurmai, Guy-Quint, Hänsch, Hamon, Haug, Hazan, Hedh, Hedkvist Petersen, Hegyi, Herczog, Honeyball, Howitt, Hughes, Hutchinson, Ilves, Jöns, Jørgensen, Kindermann, Koterec, Krehl, Kreissl-Dörfler, Kristensen, Kuc, Kuhne, Laignel, Lambrinidis, Lehtinen, Leichtfried, Leinen, Lévai, Lienemann, Locatelli, McAvan, McCarthy, Madeira, Maňka, Mann Erika, Martin David, Martínez Martínez, Masip Hidalgo, Mastenbroek, Medina Ortega, Menéndez del Valle, Miguélez Ramos, Mikko, Moraes, Moreno Sánchez, Morgan, Moscovici, Muscat, Myller, Napoletano, Navarro, Obiols i Germà, Öger, Paasilinna, Pahor, Paleckis, Panzeri, Patrie, Peillon, Piecyk, Pinior, Pittella, Pleguezuelos Aguilar, Poignant, Prets, Rapkay, Rasmussen, Reynaud, Riera Madurell, Rocard, Rosati, Roth-Behrendt, Rothe, Rouček, Roure, Sacconi, Sakalas, Salinas García, Sánchez Presedo, dos Santos, Savary, Schapira, Scheele, Schulz, Segelström, Sifunakis, Siwiec, Skinner, Stihler, Stockmann, Swoboda, Szejna, Tabajdi, Tarabella, Titley, Trautmann, Tzampazi, Valenciano Martínez-Orozco, Van Lancker, Vaugrenard, Vergnaud, Vincenzi, Walter, Weber Henri, Weiler, Westlund, Whitehead, Wiersma, Wynn, Xenogiannakopoulou, Yañez-Barnuevo García, Zingaretti

UEN: Aylward, Bielan, Crowley, Fotyga, Janowski, Kamiński, Krasts, Kristovskis, Libicki, Ó Neachtain, Pavilionis, Roszkowski, Ryan, Szymański, Vaidere

Onthoudingen: 17

ALDE: Klinz, Krahmer

IND/DEM: Batten, Booth, Clark, Farage, Goudin, Knapman, Lundgren, Nattrass, Titford, Whittaker, Wise, Wohlin

NI: Kozlík

PPE-DE: Varvitsiotis

Verts/ALE: van Buitenen

4.   Verslag Grosch A6-0016/2005

Amendement 108

Voor: 377

ALDE: Alvaro, Andrejevs, Andria, Attwooll, Beaupuy, Birutis, Bourlanges, Budreikaitė, Busk, Carlshamre, Cavada, Chatzimarkakis, Chiesa, Cocilovo, Cornillet, Costa Paolo, Davies, Degutis, Deprez, De Sarnez, Dičkutė, Drčar Murko, Duff, Duquesne, Ek, Fourtou, Gentvilas, Geremek, Gibault, Griesbeck, Guardans Cambó, Hall, Harkin, Hennis-Plasschaert, Huhne, in 't Veld, Jäätteenmäki, Jensen, Kacin, Karim, Koch-Mehrin, Kułakowski, Laperrouze, Lax, Lehideux, Ludford, Lynne, Maaten, Malmström, Manders, Matsakis, Mohácsi, Morillon, Mulder, Newton Dunn, Neyts-Uyttebroeck, Onyszkiewicz, Oviir, Polfer, Prodi, Ries, Riis-Jørgensen, Samuelsen, Schuth, Staniszewska, Starkevičiūtė, Sterckx, Szent-Iványi, Takkula, Toia, Väyrynen, Van Hecke, Virrankoski, Wallis, Watson

GUE/NGL: Adamou, Agnoletto, Brie, Catania, Figueiredo, Flasarová, Guerreiro, Henin, Kaufmann, Kohlíček, Liotard, Manolakou, Markov, Maštálka, Meijer, Meyer Pleite, Morgantini, Musacchio, Pafilis, Papadimoulis, Portas, Ransdorf, Remek, Rizzo, Stroz, Toussas, Triantaphyllides, Uca, Wagenknecht, Wurtz

IND/DEM: Chruszcz, Giertych, Grabowski, Krupa, Louis, Pęk, Piotrowski, Rogalski, Salvini, Speroni, Tomczak, de Villiers, Wierzejski

NI: Allister, Bobošíková, Claeys, Czarnecki Marek Aleksander, Czarnecki Ryszard, De Michelis, Dillen, Gollnisch, Lang, Le Pen Marine, Le Rachinel, Martinez, Masiel, Mölzer, Romagnoli, Rutowicz, Schenardi

PPE-DE: Andrikienė, Antoniozzi, Ashworth, Atkins, Ayuso González, Bachelot-Narquin, Barsi Pataky, Bauer, Beazley, Becsey, Bonsignore, Bowis, Bradbourn, Brejc, Březina, Brok, Bushill-Matthews, Busuttil, Buzek, Callanan, Casa, Caspary, Castiglione, del Castillo Vera, Cederschiöld, Chichester, Chmielewski, Cirino Pomicino, Coelho, Daul, Demetriou, Descamps, Deß, Deva, De Veyrac, Díaz de Mera García Consuegra, Dionisi, Dombrovskis, Doorn, Dover, Duchoň, Duka-Zólyomi, Ebner, Elles, Esteves, Evans Jonathan, Fajmon, Fatuzzo, Ferber, Fernández Martín, Fjellner, Florenz, Fontaine, Fraga Estévez, Freitas, Friedrich, Gahler, Gál, Gaľa, Galeote Quecedo, García-Margallo y Marfil, Gargani, Garriga Polledo, Gauzès, Glattfelder, Goepel, Gomolka, Graça Moura, Gräßle, Grossetête, Guellec, Gutiérrez-Cortines, Gyürk, Handzlik, Hannan, Harbour, Heaton-Harris, Helmer, Herrero-Tejedor, Hieronymi, Higgins, Hökmark, Hoppenstedt, Hudacký, Hybášková, Ibrisagic, Itälä, Iturgaiz Angulo, Jackson, Jałowiecki, Jarzembowski, Jeggle, Jordan Cizelj, Kaczmarek, Karas, Kelam, Kirkhope, Klamt, Klich, Korhola, Kudrycka, Kušķis, Kuźmiuk, Lamassoure, Langen, Laschet, Lehne, Lewandowski, López-Istúriz White, Lombardo, Maat, McMillan-Scott, Mann Thomas, Mantovani, Marques, Martens, Mathieu, Mato Adrover, Mauro, Mayer, Mayor Oreja, Méndez de Vigo, Mikolášik, Millán Mon, Montoro Romero, Musotto, Nassauer, Nicholson, Niebler, van Nistelrooij, Novak, Olajos, Olbrycht, Őry, Pack, Pálfi, Parish, Peterle, Pieper, Pīks, Pinheiro, Podestà, Podkański, Poettering, Pomés Ruiz, Posselt, Protasiewicz, Purvis, Queiró, Quisthoudt-Rowohl, Rack, Radwan, Reul, Ribeiro e Castro, Roithová, Rudi Ubeda, Rübig, Saïfi, Salafranca Sánchez-Neyra, Sartori, Saryusz-Wolski, Schierhuber, Schmitt Ingo, Schmitt Pál, Schnellhardt, Schöpflin, Schröder, Schwab, Seeber, Seeberg, Siekierski, Silva Peneda, Škottová, Sommer, Sonik, Spautz, Šťastný, Stenzel, Stevenson, Strejček, Stubb, Sturdy, Sudre, Sumberg, Surján, Szájer, Tajani, Tannock, Ulmer, Van Orden, Varela Suanzes-Carpegna, Vatanen, Vidal-Quadras Roca, Villiers, Vlasák, Weber Manfred, Weisgerber, Wieland, Wijkman, von Wogau, Wojciechowski, Wortmann-Kool, Wuermeling, Záborská, Zahradil, Zaleski, Zappalà, Zatloukal, Zieleniec, Zvěřina, Zwiefka

PSE: Assis, Beglitis, Cottigny, D'Alema, Dührkop Dührkop, Hutchinson, Mikko, Obiols i Germà, Öger, Paleckis, Santoro

UEN: Angelilli, Aylward, Bielan, Crowley, Foglietta, Fotyga, Janowski, Kamiński, Krasts, Kristovskis, Muscardini, Musumeci, Ó Neachtain, Pavilionis, Poli Bortone, Roszkowski, Ryan, Szymański, Tatarella, Vaidere

Tegen: 264

GUE/NGL: de Brún, McDonald, Sjöstedt, Svensson

IND/DEM: Belder, Blokland, Karatzaferis, Sinnott, Železný

NI: Martin Hans-Peter, Mote, Resetarits

PPE-DE: Belet, Brepoels, Coveney, Dehaene, Dimitrakopoulos, Doyle, Eurlings, Gklavakis, Grosch, Hatzidakis, Hennicot-Schoepges, Herranz García, Kasoulides, Klaß, Koch, Konrad, Kratsa-Tsagaropoulou, Langendries, Lauk, Lechner, Liese, Lulling, McGuinness, Matsis, Mavrommatis, Mitchell, Oomen-Ruijten, Panayotopoulos-Cassiotou, Papastamkos, Piskorski, Pleštinská, Samaras, Thyssen, Trakatellis, Vakalis, Varvitsiotis

PSE: Andersson, Arif, Attard-Montalto, Ayala Sender, Badía i Cutchet, Barón Crespo, Batzeli, Beňová, Berès, van den Berg, Berger, Berlinguer, Berman, Bersani, Bösch, Bono, Bozkurt, Bresso, Bullmann, van den Burg, Busquin, Calabuig Rull, Capoulas Santos, Carlotti, Carnero González, Casaca, Cashman, Castex, Cercas, Christensen, Corbett, Corbey, Correia, Costa António, De Keyser, Del Turco, De Rossa, Désir, De Vits, Díez González, Dobolyi, Douay, Duin, El Khadraoui, Estrela, Ettl, Evans Robert, Falbr, Fava, Fazakas, Fernandes, Ferreira Anne, Ferreira Elisa, Ford, Fruteau, García Pérez, Gebhardt, Geringer de Oedenberg, Gierek, Gill, Glante, Goebbels, Golik, Gomes, Grabowska, Grech, Gröner, Gruber, Gurmai, Guy-Quint, Hänsch, Hamon, Haug, Hazan, Hedh, Hedkvist Petersen, Hegyi, Herczog, Honeyball, Howitt, Hughes, Ilves, Jöns, Jørgensen, Kindermann, Koterec, Krehl, Kreissl-Dörfler, Kristensen, Kuc, Kuhne, Laignel, Lambrinidis, Lehtinen, Leichtfried, Leinen, Lévai, Lienemann, Locatelli, McAvan, McCarthy, Madeira, Maňka, Mann Erika, Martin David, Martínez Martínez, Masip Hidalgo, Mastenbroek, Medina Ortega, Menéndez del Valle, Miguélez Ramos, Moraes, Moreno Sánchez, Morgan, Moscovici, Muscat, Myller, Napoletano, Navarro, Paasilinna, Pahor, Panzeri, Patrie, Peillon, Piecyk, Pinior, Pittella, Pleguezuelos Aguilar, Poignant, Prets, Rapkay, Rasmussen, Reynaud, Riera Madurell, Rocard, Rosati, Roth-Behrendt, Rothe, Rouček, Roure, Sacconi, Sakalas, Salinas García, Sánchez Presedo, dos Santos, Savary, Schapira, Scheele, Schulz, Segelström, Sifunakis, Siwiec, Skinner, Stihler, Stockmann, Szejna, Tabajdi, Tarabella, Thomsen, Titley, Trautmann, Tzampazi, Valenciano Martínez-Orozco, Van Lancker, Vaugrenard, Vergnaud, Vincenzi, Walter, Weber Henri, Weiler, Westlund, Whitehead, Wiersma, Wynn, Xenogiannakopoulou, Yañez-Barnuevo García, Zingaretti

Verts/ALE: Aubert, Auken, Beer, Bennahmias, Breyer, Buitenweg, Cohn-Bendit, Cramer, Evans Jillian, Flautre, Frassoni, Graefe zu Baringdorf, de Groen-Kouwenhoven, Hammerstein Mintz, Harms, Hassi, Horáček, Hudghton, Joan i Marí, Jonckheer, Kallenbach, Kusstatscher, Lagendijk, Lambert, Lichtenberger, Lipietz, Lucas, Özdemir, Onesta, Romeva i Rueda, Rühle, Schlyter, Schroedter, Smith, Staes, Trüpel, Turmes, Voggenhuber, Ždanoka

Onthoudingen: 18

ALDE: Klinz, Krahmer

IND/DEM: Batten, Bonde, Booth, Clark, Farage, Goudin, Knapman, Lundgren, Nattrass, Titford, Whittaker, Wise, Wohlin

NI: Belohorská, Kozlík

Verts/ALE: van Buitenen

5.   Verslag Grosch A6-0016/2005

Amendement 109

Voor: 254

ALDE: Harkin

GUE/NGL: de Brún, McDonald, Sjöstedt, Svensson

IND/DEM: Bonde, Chruszcz, Giertych, Goudin, Grabowski, Krupa, Louis, Lundgren, Pęk, Piotrowski, Rogalski, Salvini, Speroni, Tomczak, de Villiers, Wierzejski, Wohlin

NI: Allister, Belohorská, Claeys, Czarnecki Marek Aleksander, Czarnecki Ryszard, De Michelis, Dillen, Gollnisch, Lang, Le Pen Marine, Le Rachinel, Martinez, Masiel, Mölzer, Romagnoli, Rutowicz, Schenardi

PPE-DE: Andrikienė, Antoniozzi, Ashworth, Atkins, Ayuso González, Bachelot-Narquin, Barsi Pataky, Bauer, Beazley, Becsey, Bonsignore, Bowis, Bradbourn, Brejc, Březina, Brok, Bushill-Matthews, Busuttil, Buzek, Callanan, Casa, Caspary, Castiglione, del Castillo Vera, Cederschiöld, Chichester, Chmielewski, Cirino Pomicino, Coelho, Daul, Demetriou, Descamps, Deß, Deva, De Veyrac, Díaz de Mera García Consuegra, Dionisi, Dombrovskis, Dover, Duchoň, Duka-Zólyomi, Ebner, Ehler, Elles, Esteves, Evans Jonathan, Fajmon, Fatuzzo, Ferber, Fernández Martín, Fjellner, Florenz, Fontaine, Fraga Estévez, Freitas, Friedrich, Gahler, Gál, Gaľa, Galeote Quecedo, García-Margallo y Marfil, Gargani, Garriga Polledo, Gauzès, Glattfelder, Goepel, Gomolka, Graça Moura, Gräßle, Grossetête, Guellec, Gutiérrez-Cortines, Gyürk, Handzlik, Hannan, Harbour, Heaton-Harris, Helmer, Herrero-Tejedor, Hieronymi, Higgins, Hökmark, Hoppenstedt, Hudacký, Hybášková, Ibrisagic, Itälä, Iturgaiz Angulo, Jackson, Jałowiecki, Jarzembowski, Jeggle, Jordan Cizelj, Kaczmarek, Karas, Kelam, Kirkhope, Klamt, Klaß, Klich, Koch, Konrad, Korhola, Kudrycka, Kušķis, Kuźmiuk, Lamassoure, Laschet, Lehne, Lewandowski, López-Istúriz White, Lombardo, McMillan-Scott, Mann Thomas, Mantovani, Marques, Mathieu, Mato Adrover, Mauro, Mayer, Mayor Oreja, Méndez de Vigo, Mikolášik, Millán Mon, Montoro Romero, Musotto, Nassauer, Nicholson, Niebler, Novak, Olajos, Olbrycht, Őry, Pack, Pálfi, Parish, Peterle, Pieper, Pīks, Pinheiro, Piskorski, Podestà, Podkański, Poettering, Protasiewicz, Purvis, Queiró, Quisthoudt-Rowohl, Rack, Radwan, Reul, Ribeiro e Castro, Roithová, Rudi Ubeda, Rübig, Saïfi, Salafranca Sánchez-Neyra, Sartori, Saryusz-Wolski, Schierhuber, Schmitt Ingo, Schmitt Pál, Schnellhardt, Schöpflin, Schröder, Schwab, Seeber, Seeberg, Siekierski, Silva Peneda, Škottová, Sommer, Sonik, Spautz, Šťastný, Stenzel, Stevenson, Strejček, Stubb, Sturdy, Sudre, Sumberg, Surján, Szájer, Tajani, Tannock, Ulmer, Van Orden, Varela Suanzes-Carpegna, Vatanen, Vidal-Quadras Roca, Villiers, Vlasák, Weisgerber, Wieland, von Wogau, Wojciechowski, Wuermeling, Záborská, Zahradil, Zaleski, Zappalà, Zatloukal, Zieleniec, Zvěřina, Zwiefka

UEN: Angelilli, Berlato, Foglietta, Libicki, Muscardini, Musumeci, Poli Bortone, Tatarella

Verts/ALE: Schlyter

Tegen: 389

ALDE: Alvaro, Andrejevs, Andria, Attwooll, Beaupuy, Birutis, Bourlanges, Budreikaitė, Busk, Carlshamre, Cavada, Chatzimarkakis, Chiesa, Cocilovo, Cornillet, Costa Paolo, Davies, Degutis, Deprez, De Sarnez, Dičkutė, Drčar Murko, Duff, Duquesne, Ek, Fourtou, Gentvilas, Geremek, Gibault, Griesbeck, Guardans Cambó, Hall, Hennis-Plasschaert, Huhne, in 't Veld, Jäätteenmäki, Jensen, Kacin, Karim, Koch-Mehrin, Kułakowski, Lambsdorff, Laperrouze, Lax, Lehideux, Ludford, Lynne, Maaten, Malmström, Manders, Matsakis, Mohácsi, Morillon, Mulder, Newton Dunn, Neyts-Uyttebroeck, Onyszkiewicz, Oviir, Polfer, Prodi, Ries, Riis-Jørgensen, Samuelsen, Schuth, Staniszewska, Starkevičiūtė, Sterckx, Szent-Iványi, Toia, Väyrynen, Van Hecke, Virrankoski, Wallis, Watson

GUE/NGL: Adamou, Agnoletto, Brie, Catania, Flasarová, Henin, Kaufmann, Kohlíček, Liotard, Manolakou, Markov, Maštálka, Meijer, Meyer Pleite, Morgantini, Musacchio, Pafilis, Papadimoulis, Portas, Ransdorf, Remek, Rizzo, Stroz, Toussas, Triantaphyllides, Uca, Wagenknecht, Wurtz

IND/DEM: Belder, Blokland, Karatzaferis, Sinnott, Železný

NI: Bobošíková, Martin Hans-Peter, Mote, Resetarits

PPE-DE: Belet, Brepoels, Coveney, Dehaene, Dimitrakopoulos, Doorn, Doyle, Eurlings, Gklavakis, Grosch, Hatzidakis, Hennicot-Schoepges, Herranz García, Kasoulides, Kratsa-Tsagaropoulou, Langen, Langendries, Lauk, Lechner, Liese, Lulling, Maat, McGuinness, Martens, Matsis, Mavrommatis, Mitchell, van Nistelrooij, Oomen-Ruijten, Panayotopoulos-Cassiotou, Papastamkos, Pleštinská, Posselt, Samaras, Thyssen, Trakatellis, Vakalis, Varvitsiotis, Wijkman, Wortmann-Kool

PSE: Andersson, Arif, Assis, Attard-Montalto, Ayala Sender, Badía i Cutchet, Barón Crespo, Batzeli, Beglitis, Beňová, Berès, van den Berg, Berger, Berlinguer, Berman, Bersani, Bösch, Bono, Bozkurt, Bresso, Bullmann, van den Burg, Busquin, Calabuig Rull, Capoulas Santos, Carlotti, Carnero González, Casaca, Cashman, Castex, Cercas, Christensen, Corbett, Corbey, Correia, Costa António, Cottigny, D'Alema, De Keyser, Del Turco, De Rossa, Désir, De Vits, Díez González, Dobolyi, Douay, Dührkop Dührkop, Duin, El Khadraoui, Estrela, Ettl, Evans Robert, Falbr, Fava, Fazakas, Fernandes, Ferreira Anne, Ferreira Elisa, Ford, Fruteau, García Pérez, Gebhardt, Geringer de Oedenberg, Gierek, Gill, Glante, Goebbels, Golik, Gomes, Grabowska, Grech, Gröner, Gruber, Gurmai, Guy-Quint, Hänsch, Hamon, Haug, Hazan, Hedh, Hedkvist Petersen, Hegyi, Herczog, Honeyball, Howitt, Hughes, Hutchinson, Ilves, Jöns, Jørgensen, Kindermann, Koterec, Krehl, Kreissl-Dörfler, Kristensen, Kuc, Kuhne, Laignel, Lambrinidis, Lehtinen, Leichtfried, Leinen, Lévai, Lienemann, Locatelli, McAvan, McCarthy, Madeira, Maňka, Mann Erika, Martin David, Martínez Martínez, Masip Hidalgo, Mastenbroek, Medina Ortega, Menéndez del Valle, Miguélez Ramos, Mikko, Moraes, Moreno Sánchez, Morgan, Moscovici, Muscat, Myller, Napoletano, Navarro, Obiols i Germà, Öger, Paasilinna, Pahor, Paleckis, Panzeri, Patrie, Peillon, Piecyk, Pinior, Pittella, Pleguezuelos Aguilar, Poignant, Prets, Rapkay, Rasmussen, Reynaud, Riera Madurell, Rocard, Rosati, Roth-Behrendt, Rothe, Rouček, Roure, Sacconi, Sakalas, Salinas García, Sánchez Presedo, Santoro, dos Santos, Savary, Scheele, Schulz, Segelström, Siwiec, Skinner, Stihler, Stockmann, Swoboda, Szejna, Tabajdi, Tarabella, Thomsen, Titley, Trautmann, Tzampazi, Valenciano Martínez-Orozco, Van Lancker, Vaugrenard, Vergnaud, Vincenzi, Walter, Weber Henri, Weiler, Westlund, Whitehead, Wiersma, Wynn, Xenogiannakopoulou, Yañez-Barnuevo García, Zingaretti

UEN: Aylward, Bielan, Crowley, Fotyga, Janowski, Kamiński, Krasts, Kristovskis, Ó Neachtain, Pavilionis, Roszkowski, Ryan, Szymański, Vaidere

Verts/ALE: Aubert, Auken, Beer, Bennahmias, Breyer, Buitenweg, Cohn-Bendit, Evans Jillian, Flautre, Frassoni, Graefe zu Baringdorf, de Groen-Kouwenhoven, Hammerstein Mintz, Harms, Hassi, Horáček, Hudghton, Isler Béguin, Joan i Marí, Jonckheer, Kallenbach, Kusstatscher, Lagendijk, Lambert, Lichtenberger, Lipietz, Lucas, Özdemir, Onesta, Romeva i Rueda, Rühle, Smith, Staes, Trüpel, Turmes, Voggenhuber, Ždanoka

Onthoudingen: 16

ALDE: Klinz, Krahmer, Takkula

IND/DEM: Batten, Booth, Clark, Farage, Knapman, Nattrass, Titford, Whittaker, Wise

NI: Kozlík

UEN: Camre

Verts/ALE: van Buitenen, Schroedter

6.   Verslag Grosch A6-0016/2005

Amendement 110

Voor: 262

ALDE: Takkula

GUE/NGL: de Brún, McDonald, Sjöstedt, Svensson

IND/DEM: Chruszcz, Giertych, Goudin, Grabowski, Krupa, Louis, Lundgren, Pęk, Piotrowski, Rogalski, Salvini, Speroni, Tomczak, de Villiers, Wierzejski, Wohlin

NI: Allister, Belohorská, Bobošíková, Claeys, Czarnecki Marek Aleksander, Czarnecki Ryszard, De Michelis, Dillen, Gollnisch, Lang, Le Pen Marine, Le Rachinel, Martinez, Masiel, Mölzer, Romagnoli, Rutowicz, Schenardi

PPE-DE: Andrikienė, Antoniozzi, Ashworth, Atkins, Ayuso González, Bachelot-Narquin, Barsi Pataky, Bauer, Beazley, Becsey, Bonsignore, Bowis, Bradbourn, Brejc, Březina, Brok, Bushill-Matthews, Busuttil, Buzek, Callanan, Casa, Caspary, Castiglione, del Castillo Vera, Cederschiöld, Chichester, Chmielewski, Cirino Pomicino, Coelho, Coveney, Daul, Demetriou, Descamps, Deß, Deva, De Veyrac, Díaz de Mera García Consuegra, Dionisi, Dombrovskis, Dover, Duchoň, Duka-Zólyomi, Ebner, Ehler, Elles, Esteves, Evans Jonathan, Fajmon, Fatuzzo, Ferber, Fernández Martín, Fjellner, Florenz, Fontaine, Fraga Estévez, Freitas, Gahler, Gál, Gaľa, Galeote Quecedo, García-Margallo y Marfil, Gargani, Garriga Polledo, Gauzès, Glattfelder, Goepel, Gomolka, Graça Moura, Gräßle, Grossetête, Guellec, Gutiérrez-Cortines, Gyürk, Handzlik, Harbour, Heaton-Harris, Helmer, Herrero-Tejedor, Hieronymi, Higgins, Hökmark, Hoppenstedt, Hudacký, Hybášková, Ibrisagic, Itälä, Iturgaiz Angulo, Jackson, Jałowiecki, Jarzembowski, Jeggle, Jordan Cizelj, Kaczmarek, Karas, Kelam, Kirkhope, Klamt, Klich, Korhola, Kudrycka, Kušķis, Kuźmiuk, Lamassoure, Laschet, Lehne, Lewandowski, Lombardo, McMillan-Scott, Mann Thomas, Mantovani, Mathieu, Mato Adrover, Mauro, Mayer, Mayor Oreja, Méndez de Vigo, Mikolášik, Millán Mon, Montoro Romero, Musotto, Nassauer, Nicholson, Niebler, Novak, Olajos, Olbrycht, Őry, Pack, Pálfi, Parish, Peterle, Pieper, Pīks, Pinheiro, Piskorski, Podestà, Podkański, Poettering, Protasiewicz, Purvis, Queiró, Quisthoudt-Rowohl, Rack, Radwan, Reul, Ribeiro e Castro, Roithová, Rudi Ubeda, Rübig, Saïfi, Salafranca Sánchez-Neyra, Sartori, Saryusz-Wolski, Schierhuber, Schmitt Ingo, Schmitt Pál, Schnellhardt, Schöpflin, Schröder, Schwab, Seeber, Seeberg, Siekierski, Silva Peneda, Škottová, Sommer, Sonik, Spautz, Stenzel, Stevenson, Strejček, Stubb, Sturdy, Sudre, Sumberg, Surján, Szájer, Tajani, Tannock, Ulmer, Van Orden, Varela Suanzes-Carpegna, Vatanen, Vidal-Quadras Roca, Villiers, Vlasák, Weisgerber, Wieland, von Wogau, Wojciechowski, Wuermeling, Záborská, Zahradil, Zaleski, Zappalà, Zatloukal, Zieleniec, Zvěřina, Zwiefka

UEN: Angelilli, Aylward, Berlato, Bielan, Camre, Crowley, Foglietta, Fotyga, Janowski, Kamiński, Krasts, Kristovskis, Libicki, Muscardini, Musumeci, Ó Neachtain, Pavilionis, Poli Bortone, Roszkowski, Ryan, Szymański, Vaidere

Verts/ALE: Schlyter, Schroedter

Tegen: 392

ALDE: Alvaro, Andrejevs, Andria, Attwooll, Beaupuy, Birutis, Bourlanges, Budreikaitė, Busk, Carlshamre, Cavada, Chatzimarkakis, Chiesa, Cocilovo, Cornillet, Costa Paolo, Davies, Degutis, Deprez, De Sarnez, Dičkutė, Drčar Murko, Duff, Duquesne, Ek, Fourtou, Gentvilas, Geremek, Gibault, Griesbeck, Guardans Cambó, Hall, Harkin, Hennis-Plasschaert, Huhne, in 't Veld, Jäätteenmäki, Jensen, Kacin, Karim, Koch-Mehrin, Kułakowski, Lambsdorff, Laperrouze, Lax, Lehideux, Ludford, Lynne, Maaten, Malmström, Manders, Matsakis, Mohácsi, Morillon, Mulder, Newton Dunn, Neyts-Uyttebroeck, Onyszkiewicz, Oviir, Polfer, Prodi, Ries, Riis-Jørgensen, Samuelsen, Schuth, Staniszewska, Starkevičiūtė, Sterckx, Szent-Iványi, Toia, Väyrynen, Van Hecke, Virrankoski, Wallis, Watson

GUE/NGL: Adamou, Agnoletto, Brie, Catania, Flasarová, Henin, Kaufmann, Kohlíček, Liotard, Manolakou, Markov, Maštálka, Meijer, Meyer Pleite, Morgantini, Musacchio, Pafilis, Papadimoulis, Portas, Ransdorf, Remek, Rizzo, Stroz, Toussas, Triantaphyllides, Uca, Wagenknecht, Wurtz

IND/DEM: Batten, Belder, Blokland, Booth, Clark, Farage, Karatzaferis, Knapman, Nattrass, Sinnott, Titford, Whittaker, Wise, Železný

NI: Martin Hans-Peter, Mote, Resetarits

PPE-DE: Belet, Brepoels, Dehaene, Dimitrakopoulos, Doorn, Doyle, Eurlings, Friedrich, Gklavakis, Grosch, Hannan, Hatzidakis, Hennicot-Schoepges, Herranz García, Kasoulides, Klaß, Koch, Konrad, Kratsa-Tsagaropoulou, Langen, Langendries, Lauk, Lechner, Liese, López-Istúriz White, Lulling, Maat, McGuinness, Marques, Martens, Matsis, Mavrommatis, Mitchell, van Nistelrooij, Oomen-Ruijten, Panayotopoulos-Cassiotou, Papastamkos, Pleštinská, Posselt, Samaras, Thyssen, Trakatellis, Vakalis, Varvitsiotis, Wijkman, Wortmann-Kool

PSE: Andersson, Arif, Assis, Attard-Montalto, Ayala Sender, Badía i Cutchet, Barón Crespo, Batzeli, Beglitis, Beňová, Berès, van den Berg, Berger, Berlinguer, Berman, Bersani, Bösch, Bono, Bozkurt, Bresso, Bullmann, van den Burg, Busquin, Calabuig Rull, Capoulas Santos, Carlotti, Carnero González, Casaca, Cashman, Castex, Cercas, Christensen, Corbett, Corbey, Correia, Costa António, Cottigny, D'Alema, De Keyser, Del Turco, De Rossa, Désir, De Vits, Díez González, Dobolyi, Douay, Dührkop Dührkop, Duin, El Khadraoui, Estrela, Ettl, Evans Robert, Falbr, Fava, Fazakas, Fernandes, Ferreira Anne, Ferreira Elisa, Ford, Fruteau, García Pérez, Gebhardt, Geringer de Oedenberg, Gierek, Gill, Glante, Goebbels, Golik, Gomes, Grabowska, Grech, Gröner, Gruber, Gurmai, Guy-Quint, Hänsch, Hamon, Haug, Hazan, Hedh, Hedkvist Petersen, Hegyi, Herczog, Honeyball, Howitt, Hughes, Hutchinson, Ilves, Jöns, Jørgensen, Kindermann, Koterec, Krehl, Kreissl-Dörfler, Kristensen, Kuc, Kuhne, Laignel, Lambrinidis, Lehtinen, Leichtfried, Leinen, Lévai, Lienemann, Locatelli, McAvan, McCarthy, Madeira, Maňka, Mann Erika, Martin David, Martínez Martínez, Masip Hidalgo, Mastenbroek, Medina Ortega, Menéndez del Valle, Miguélez Ramos, Mikko, Moraes, Moreno Sánchez, Morgan, Moscovici, Muscat, Myller, Napoletano, Navarro, Obiols i Germà, Öger, Paasilinna, Pahor, Paleckis, Panzeri, Patrie, Peillon, Piecyk, Pinior, Pittella, Pleguezuelos Aguilar, Poignant, Prets, Rapkay, Rasmussen, Reynaud, Riera Madurell, Rocard, Rosati, Roth-Behrendt, Rothe, Rouček, Roure, Sacconi, Sakalas, Salinas García, Sánchez Presedo, Santoro, dos Santos, Savary, Schapira, Scheele, Schulz, Segelström, Sifunakis, Siwiec, Skinner, Stihler, Stockmann, Swoboda, Szejna, Tabajdi, Tarabella, Thomsen, Titley, Trautmann, Tzampazi, Valenciano Martínez-Orozco, Van Lancker, Vaugrenard, Vergnaud, Vincenzi, Walter, Weber Henri, Weiler, Westlund, Whitehead, Wiersma, Wynn, Xenogiannakopoulou, Yañez-Barnuevo García, Zingaretti

Verts/ALE: Aubert, Auken, Beer, Bennahmias, Breyer, Buitenweg, Cohn-Bendit, Cramer, Evans Jillian, Flautre, Graefe zu Baringdorf, de Groen-Kouwenhoven, Hammerstein Mintz, Harms, Hassi, Horáček, Hudghton, Isler Béguin, Joan i Marí, Jonckheer, Kallenbach, Kusstatscher, Lagendijk, Lambert, Lichtenberger, Lipietz, Lucas, Özdemir, Onesta, Romeva i Rueda, Rühle, Smith, Staes, Trüpel, Turmes, Voggenhuber, Ždanoka

Onthoudingen: 5

ALDE: Klinz, Krahmer

IND/DEM: Bonde

NI: Kozlík

Verts/ALE: van Buitenen

7.   Verslag Grosch A6-0016/2005

Amendement 121

Voor: 236

ALDE: Alvaro, Andrejevs, Andria, Attwooll, Beaupuy, Birutis, Bourlanges, Budreikaitė, Busk, Carlshamre, Cavada, Chatzimarkakis, Chiesa, Cocilovo, Cornillet, Costa Paolo, Davies, Degutis, De Sarnez, Dičkutė, Drčar Murko, Duff, Duquesne, Ek, Fourtou, Gentvilas, Geremek, Gibault, Griesbeck, Guardans Cambó, Hall, Harkin, Hennis-Plasschaert, Huhne, in 't Veld, Jäätteenmäki, Jensen, Kacin, Karim, Koch-Mehrin, Kułakowski, Lambsdorff, Laperrouze, Lax, Lehideux, Ludford, Lynne, Maaten, Malmström, Manders, Matsakis, Mohácsi, Morillon, Mulder, Newton Dunn, Neyts-Uyttebroeck, Onyszkiewicz, Oviir, Polfer, Prodi, Ries, Riis-Jørgensen, Samuelsen, Schuth, Staniszewska, Starkevičiūtė, Sterckx, Szent-Iványi, Takkula, Toia, Väyrynen, Van Hecke, Virrankoski, Wallis, Watson

GUE/NGL: Adamou, Agnoletto, Brie, Catania, Figueiredo, Flasarová, Henin, Kaufmann, Kohlíček, Liotard, Manolakou, Markov, Maštálka, Meijer, Meyer Pleite, Morgantini, Musacchio, Pafilis, Papadimoulis, Portas, Ransdorf, Remek, Stroz, Toussas, Triantaphyllides, Uca, Wagenknecht, Wurtz

IND/DEM: Bonde, Chruszcz, Giertych, Grabowski, Krupa, Louis, Pęk, Piotrowski, Rogalski, Tomczak, de Villiers, Wierzejski

NI: Allister, Belohorská, Bobošíková, Claeys, Czarnecki Marek Aleksander, De Michelis, Dillen, Gollnisch, Lang, Le Rachinel, Martin Hans-Peter, Martinez, Mölzer, Resetarits, Romagnoli, Schenardi

PPE-DE: Ashworth, Atkins, Beazley, Bonsignore, Bowis, Bradbourn, Bushill-Matthews, Cederschiöld, Chichester, Deva, Doorn, Dover, Duchoň, Elles, Eurlings, Evans Jonathan, Fjellner, Hannan, Harbour, Heaton-Harris, Helmer, Hökmark, Ibrisagic, Jackson, Kirkhope, Maat, McMillan-Scott, Martens, Nicholson, van Nistelrooij, Parish, Podkański, Protasiewicz, Škottová, Stevenson, Strejček, Sturdy, Tannock, Van Orden, Villiers, Vlasák, Wortmann-Kool, Zahradil, Zvěřina

PSE: García Pérez, Santoro

UEN: Angelilli, Aylward, Berlato, Camre, Crowley, Foglietta, Fotyga, Janowski, Kamiński, Krasts, Kristovskis, Libicki, Ó Neachtain, Pavilionis, Poli Bortone, Roszkowski, Ryan, Szymański, Vaidere

Verts/ALE: Aubert, Auken, Beer, Bennahmias, Breyer, Buitenweg, Cohn-Bendit, Cramer, Evans Jillian, Flautre, Frassoni, Graefe zu Baringdorf, de Groen-Kouwenhoven, Hammerstein Mintz, Harms, Hassi, Horáček, Hudghton, Isler Béguin, Joan i Marí, Jonckheer, Kallenbach, Kusstatscher, Lagendijk, Lambert, Lichtenberger, Lipietz, Lucas, Özdemir, Onesta, Romeva i Rueda, Rühle, Schlyter, Schroedter, Smith, Staes, Trüpel, Turmes, Voggenhuber, Ždanoka

Tegen: 403

ALDE: Deprez

GUE/NGL: de Brún, McDonald, Rizzo, Sjöstedt, Svensson

IND/DEM: Belder, Blokland, Karatzaferis, Salvini, Sinnott, Železný

NI: Masiel, Mote

PPE-DE: Andrikienė, Antoniozzi, Ayuso González, Bachelot-Narquin, Barsi Pataky, Bauer, Becsey, Belet, Brejc, Brepoels, Březina, Brok, Busuttil, Buzek, Casa, Caspary, Castiglione, del Castillo Vera, Chmielewski, Cirino Pomicino, Coelho, Coveney, Daul, Dehaene, Demetriou, Descamps, Deß, De Veyrac, Díaz de Mera García Consuegra, Dimitrakopoulos, Dionisi, Dombrovskis, Doyle, Duka-Zólyomi, Ebner, Ehler, Esteves, Fajmon, Fatuzzo, Ferber, Fernández Martín, Florenz, Fontaine, Fraga Estévez, Freitas, Friedrich, Gahler, Gál, Gaľa, Galeote Quecedo, García-Margallo y Marfil, Gargani, Garriga Polledo, Gauzès, Gklavakis, Glattfelder, Goepel, Gomolka, Graça Moura, Gräßle, Grosch, Grossetête, Guellec, Gutiérrez-Cortines, Gyürk, Handzlik, Hatzidakis, Hennicot-Schoepges, Herranz García, Herrero-Tejedor, Hieronymi, Higgins, Hoppenstedt, Hudacký, Hybášková, Itälä, Iturgaiz Angulo, Jałowiecki, Jarzembowski, Jeggle, Jordan Cizelj, Kaczmarek, Karas, Kasoulides, Kelam, Klamt, Klaß, Klich, Koch, Konrad, Korhola, Kratsa-Tsagaropoulou, Kudrycka, Kušķis, Kuźmiuk, Lamassoure, Langen, Langendries, Laschet, Lauk, Lechner, Lehne, Lewandowski, Liese, López-Istúriz White, Lulling, Lombardo, McGuinness, Mann Thomas, Mantovani, Marques, Mathieu, Mato Adrover, Matsis, Mauro, Mavrommatis, Mayer, Mayor Oreja, Méndez de Vigo, Mikolášik, Millán Mon, Mitchell, Montoro Romero, Musotto, Nassauer, Niebler, Novak, Olajos, Olbrycht, Oomen-Ruijten, Őry, Ouzký, Pack, Pálfi, Panayotopoulos-Cassiotou, Papastamkos, Peterle, Pieper, Pīks, Pinheiro, Piskorski, Pleštinská, Podestà, Poettering, Posselt, Purvis, Queiró, Quisthoudt-Rowohl, Rack, Radwan, Reul, Ribeiro e Castro, Roithová, Rudi Ubeda, Rübig, Saïfi, Salafranca Sánchez-Neyra, Samaras, Sartori, Saryusz-Wolski, Schierhuber, Schmitt Ingo, Schmitt Pál, Schnellhardt, Schöpflin, Schröder, Schwab, Seeber, Seeberg, Siekierski, Silva Peneda, Sommer, Sonik, Spautz, Šťastný, Stenzel, Stubb, Sudre, Surján, Szájer, Tajani, Thyssen, Trakatellis, Ulmer, Vakalis, Varela Suanzes-Carpegna, Varvitsiotis, Vatanen, Vidal-Quadras Roca, Weber Manfred, Weisgerber, Wieland, Wijkman, von Wogau, Wojciechowski, Wuermeling, Záborská, Zaleski, Zappalà, Zatloukal, Zieleniec, Zwiefka

PSE: Andersson, Arif, Assis, Attard-Montalto, Ayala Sender, Badía i Cutchet, Barón Crespo, Batzeli, Beglitis, Beňová, Berès, van den Berg, Berger, Berlinguer, Berman, Bersani, Bösch, Bono, Bozkurt, Bresso, Bullmann, van den Burg, Busquin, Calabuig Rull, Capoulas Santos, Carlotti, Carnero González, Casaca, Cashman, Castex, Cercas, Christensen, Corbett, Corbey, Correia, Costa António, Cottigny, D'Alema, De Keyser, Del Turco, De Rossa, Désir, De Vits, Díez González, Dobolyi, Douay, Dührkop Dührkop, Duin, El Khadraoui, Estrela, Ettl, Evans Robert, Falbr, Fava, Fazakas, Fernandes, Ferreira Anne, Ferreira Elisa, Ford, Fruteau, Gebhardt, Geringer de Oedenberg, Gierek, Gill, Glante, Goebbels, Golik, Gomes, Grabowska, Grech, Gröner, Gruber, Gurmai, Guy-Quint, Hänsch, Hamon, Haug, Hazan, Hedh, Hedkvist Petersen, Hegyi, Herczog, Honeyball, Howitt, Hughes, Hutchinson, Ilves, Jöns, Jørgensen, Kindermann, Koterec, Krehl, Kreissl-Dörfler, Kristensen, Kuc, Kuhne, Laignel, Lambrinidis, Lehtinen, Leichtfried, Leinen, Lévai, Lienemann, Locatelli, McAvan, McCarthy, Madeira, Maňka, Mann Erika, Martin David, Martínez Martínez, Masip Hidalgo, Mastenbroek, Medina Ortega, Menéndez del Valle, Miguélez Ramos, Mikko, Moraes, Moreno Sánchez, Morgan, Moscovici, Muscat, Myller, Napoletano, Navarro, Obiols i Germà, Öger, Paasilinna, Pahor, Paleckis, Panzeri, Patrie, Peillon, Piecyk, Pinior, Pittella, Pleguezuelos Aguilar, Poignant, Prets, Rasmussen, Reynaud, Riera Madurell, Rocard, Rosati, Roth-Behrendt, Rothe, Rouček, Roure, Sacconi, Sakalas, Salinas García, Sánchez Presedo, dos Santos, Savary, Schapira, Scheele, Schulz, Segelström, Sifunakis, Siwiec, Skinner, Stihler, Stockmann, Swoboda, Szejna, Tabajdi, Tarabella, Thomsen, Titley, Trautmann, Tzampazi, Valenciano Martínez-Orozco, Van Lancker, Vaugrenard, Vergnaud, Vincenzi, Walter, Weber Henri, Weiler, Westlund, Whitehead, Wiersma, Wynn, Xenogiannakopoulou, Yañez-Barnuevo García, Zingaretti

UEN: Muscardini

Onthoudingen: 21

ALDE: Klinz, Krahmer

IND/DEM: Batten, Booth, Clark, Farage, Goudin, Knapman, Lundgren, Nattrass, Speroni, Titford, Whittaker, Wise, Wohlin

NI: Czarnecki Ryszard, Kozlík, Rutowicz

UEN: Musumeci, Tatarella

Verts/ALE: van Buitenen

8.   Verslag Grosch A6-0016/2005

Resolutie

Voor: 548

ALDE: Alvaro, Andrejevs, Andria, Attwooll, Beaupuy, Birutis, Bourlanges, Budreikaitė, Busk, Carlshamre, Cavada, Chatzimarkakis, Chiesa, Cocilovo, Cornillet, Costa Paolo, Davies, Degutis, Deprez, De Sarnez, Dičkutė, Drčar Murko, Duff, Duquesne, Fourtou, Gentvilas, Geremek, Gibault, Griesbeck, Guardans Cambó, Hall, Harkin, Hennis-Plasschaert, Huhne, in 't Veld, Jäätteenmäki, Jensen, Kacin, Karim, Koch-Mehrin, Kułakowski, Laperrouze, Lax, Lehideux, Ludford, Lynne, Maaten, Manders, Matsakis, Mohácsi, Morillon, Mulder, Newton Dunn, Neyts-Uyttebroeck, Onyszkiewicz, Oviir, Polfer, Prodi, Ries, Riis-Jørgensen, Schuth, Staniszewska, Starkevičiūtė, Sterckx, Szent-Iványi, Takkula, Toia, Väyrynen, Van Hecke, Virrankoski, Wallis, Watson

GUE/NGL: Adamou, Agnoletto, Brie, Catania, Flasarová, Henin, Kaufmann, Kohlíček, Liotard, Manolakou, Markov, Maštálka, Meijer, Meyer Pleite, Morgantini, Musacchio, Pafilis, Papadimoulis, Portas, Ransdorf, Remek, Stroz, Toussas, Triantaphyllides, Uca, Wagenknecht, Wurtz

IND/DEM: Belder, Blokland, Sinnott

NI: Belohorská, Bobošíková, Claeys, Czarnecki Marek Aleksander, Czarnecki Ryszard, De Michelis, Dillen, Gollnisch, Kozlík, Lang, Le Pen Marine, Le Rachinel, Martin Hans-Peter, Martinez, Masiel, Mölzer, Resetarits, Romagnoli, Rutowicz, Schenardi

PPE-DE: Andrikienė, Antoniozzi, Ayuso González, Bachelot-Narquin, Barsi Pataky, Bauer, Becsey, Belet, Bonsignore, Brejc, Brepoels, Březina, Brok, Busuttil, Buzek, Casa, Castiglione, del Castillo Vera, Chmielewski, Cirino Pomicino, Coelho, Coveney, Daul, Dehaene, Demetriou, Descamps, Deß, De Veyrac, Díaz de Mera García Consuegra, Dimitrakopoulos, Dionisi, Dombrovskis, Doorn, Doyle, Duka-Zólyomi, Ebner, Esteves, Eurlings, Fatuzzo, Fernández Martín, Fontaine, Fraga Estévez, Freitas, Gaľa, Galeote Quecedo, García-Margallo y Marfil, Gargani, Garriga Polledo, Gauzès, Gklavakis, Glattfelder, Gomolka, Graça Moura, Gräßle, Grosch, Grossetête, Guellec, Gutiérrez-Cortines, Gyürk, Handzlik, Hatzidakis, Hennicot-Schoepges, Herranz García, Herrero-Tejedor, Higgins, Hudacký, Hybášková, Itälä, Iturgaiz Angulo, Jałowiecki, Jordan Cizelj, Kaczmarek, Karas, Kasoulides, Kelam, Klaß, Klich, Koch, Konrad, Korhola, Kratsa-Tsagaropoulou, Kudrycka, Kušķis, Kuźmiuk, Lamassoure, Langendries, Lechner, Lewandowski, Liese, López-Istúriz White, Lulling, Lombardo, Maat, McGuinness, Mann Thomas, Mantovani, Marques, Martens, Mathieu, Mato Adrover, Matsis, Mauro, Mavrommatis, Mayer, Mayor Oreja, Méndez de Vigo, Mikolášik, Millán Mon, Mitchell, Montoro Romero, Musotto, van Nistelrooij, Novak, Olajos, Olbrycht, Oomen-Ruijten, Őry, Ouzký, Pálfi, Panayotopoulos-Cassiotou, Papastamkos, Peterle, Pīks, Pinheiro, Piskorski, Pleštinská, Podestà, Podkański, Poettering, Pomés Ruiz, Protasiewicz, Queiró, Rack, Ribeiro e Castro, Roithová, Rudi Ubeda, Rübig, Saïfi, Samaras, Sartori, Saryusz-Wolski, Schierhuber, Schmitt Ingo, Schmitt Pál, Schöpflin, Seeber, Seeberg, Siekierski, Silva Peneda, Sonik, Spautz, Šťastný, Stenzel, Stubb, Sudre, Surján, Szájer, Tajani, Thyssen, Trakatellis, Vakalis, Varela Suanzes-Carpegna, Varvitsiotis, Vatanen, Vidal-Quadras Roca, Weber Manfred, Weisgerber, Wieland, Wijkman, Wojciechowski, Wortmann-Kool, Wuermeling, Záborská, Zaleski, Zappalà, Zatloukal, Zieleniec, Zwiefka

PSE: Andersson, Arif, Assis, Attard-Montalto, Ayala Sender, Badía i Cutchet, Barón Crespo, Batzeli, Beglitis, Beňová, Berès, van den Berg, Berger, Berlinguer, Berman, Bersani, Bösch, Bono, Bozkurt, Bresso, Bullmann, van den Burg, Busquin, Calabuig Rull, Capoulas Santos, Carlotti, Carnero González, Casaca, Cashman, Castex, Cercas, Christensen, Corbett, Corbey, Correia, Costa António, Cottigny, D'Alema, De Keyser, Del Turco, De Rossa, Désir, De Vits, Díez González, Dobolyi, Douay, Dührkop Dührkop, Duin, El Khadraoui, Estrela, Ettl, Evans Robert, Falbr, Fava, Fazakas, Fernandes, Ferreira Anne, Ferreira Elisa, Ford, Fruteau, García Pérez, Gebhardt, Geringer de Oedenberg, Gierek, Gill, Glante, Golik, Gomes, Grabowska, Grech, Gröner, Gruber, Gurmai, Guy-Quint, Hänsch, Hamon, Haug, Hazan, Hedh, Hedkvist Petersen, Hegyi, Herczog, Honeyball, Howitt, Hughes, Hutchinson, Ilves, Jöns, Jørgensen, Kindermann, Koterec, Krehl, Kreissl-Dörfler, Kristensen, Kuc, Kuhne, Laignel, Lambrinidis, Lehtinen, Leichtfried, Leinen, Lévai, Lienemann, Locatelli, McAvan, McCarthy, Madeira, Maňka, Mann Erika, Martin David, Martínez Martínez, Masip Hidalgo, Mastenbroek, Medina Ortega, Menéndez del Valle, Miguélez Ramos, Mikko, Moraes, Moreno Sánchez, Morgan, Moscovici, Muscat, Myller, Napoletano, Navarro, Obiols i Germà, Öger, Paasilinna, Pahor, Paleckis, Panzeri, Patrie, Peillon, Piecyk, Pinior, Pittella, Pleguezuelos Aguilar, Poignant, Prets, Rasmussen, Reynaud, Riera Madurell, Rocard, Rosati, Roth-Behrendt, Rothe, Rouček, Roure, Sacconi, Sakalas, Salinas García, Sánchez Presedo, Santoro, dos Santos, Savary, Schapira, Scheele, Schulz, Segelström, Sifunakis, Siwiec, Skinner, Stihler, Stockmann, Swoboda, Szejna, Tabajdi, Tarabella, Thomsen, Titley, Trautmann, Tzampazi, Valenciano Martínez-Orozco, Van Lancker, Vaugrenard, Vergnaud, Vincenzi, Walter, Weber Henri, Weiler, Westlund, Whitehead, Wiersma, Wynn, Xenogiannakopoulou, Yañez-Barnuevo García, Zingaretti

UEN: Angelilli, Aylward, Berlato, Bielan, Camre, Crowley, Foglietta, Fotyga, Janowski, Kamiński, Krasts, Kristovskis, Libicki, Muscardini, Musumeci, Ó Neachtain, Pavilionis, Poli Bortone, Roszkowski, Ryan, Szymański, Tatarella, Vaidere

Verts/ALE: Aubert, Auken, Bennahmias, Breyer, Buitenweg, Cohn-Bendit, Cramer, Evans Jillian, Flautre, Frassoni, Graefe zu Baringdorf, de Groen-Kouwenhoven, Hammerstein Mintz, Harms, Hassi, Horáček, Hudghton, Isler Béguin, Joan i Marí, Jonckheer, Kallenbach, Kusstatscher, Lagendijk, Lambert, Lichtenberger, Lipietz, Lucas, Özdemir, Onesta, Romeva i Rueda, Rühle, Schroedter, Smith, Staes, Trüpel, Turmes, Voggenhuber, Ždanoka

Tegen: 103

ALDE: Ek, Krahmer, Malmström

GUE/NGL: de Brún, McDonald, Sjöstedt, Svensson

IND/DEM: Batten, Bonde, Booth, Chruszcz, Clark, Farage, Giertych, Goudin, Grabowski, Karatzaferis, Knapman, Krupa, Louis, Lundgren, Nattrass, Pęk, Piotrowski, Rogalski, Salvini, Speroni, Titford, Tomczak, de Villiers, Whittaker, Wierzejski, Wise, Wohlin, Železný

NI: Allister, Mote

PPE-DE: Ashworth, Atkins, Beazley, Bowis, Bradbourn, Bushill-Matthews, Callanan, Caspary, Cederschiöld, Chichester, Deva, Dover, Duchoň, Elles, Evans Jonathan, Fajmon, Ferber, Fjellner, Florenz, Gahler, Gál, Goepel, Hannan, Harbour, Heaton-Harris, Helmer, Hieronymi, Hökmark, Hoppenstedt, Ibrisagic, Jackson, Jeggle, Kirkhope, Klamt, Langen, Lauk, Lehne, McMillan-Scott, Nassauer, Nicholson, Niebler, Pack, Parish, Pieper, Posselt, Purvis, Quisthoudt-Rowohl, Radwan, Salafranca Sánchez-Neyra, Schröder, Schwab, Škottová, Sommer, Stevenson, Strejček, Sturdy, Sumberg, Tannock, Ulmer, Van Orden, Villiers, Vlasák, von Wogau, Zahradil, Zvěřina

Verts/ALE: Schlyter

Onthoudingen: 9

ALDE: Klinz, Lambsdorff, Samuelsen

PPE-DE: Jarzembowski, Laschet, Reul, Schnellhardt

PSE: Goebbels

Verts/ALE: van Buitenen

9.   Verslag Sommer A6-0055/2004

Amendement 53, 2de deel

Voor: 490

GUE/NGL: Adamou, Agnoletto, Brie, Catania, de Brún, Figueiredo, Flasarová, Henin, Kohlíček, Liotard, McDonald, Manolakou, Markov, Maštálka, Meijer, Morgantini, Musacchio, Remek, Sjöstedt, Stroz, Svensson, Toussas, Triantaphyllides, Uca, Wagenknecht, Wurtz

IND/DEM: Belder, Blokland, Chruszcz, Giertych, Goudin, Grabowski, Karatzaferis, Lundgren, Pęk, Piotrowski, Rogalski, Salvini, Sinnott, Speroni, Tomczak, Wierzejski, Wohlin, Železný

NI: Bobošíková, Claeys, Czarnecki Ryszard, De Michelis, Dillen, Gollnisch, Lang, Le Pen Marine, Le Rachinel, Martin Hans-Peter, Martinez, Masiel, Mölzer, Resetarits, Romagnoli, Rutowicz, Schenardi

PPE-DE: Ashworth, Atkins, Ayuso González, Bachelot-Narquin, Barsi Pataky, Bauer, Beazley, Becsey, Belet, Bowis, Bradbourn, Brejc, Brepoels, Březina, Brok, Bushill-Matthews, Busuttil, Buzek, Callanan, Casa, Caspary, Castiglione, del Castillo Vera, Cederschiöld, Chichester, Chmielewski, Cirino Pomicino, Coelho, Daul, Dehaene, Demetriou, Descamps, Deß, Deva, De Veyrac, Díaz de Mera García Consuegra, Dimitrakopoulos, Dionisi, Dombrovskis, Doorn, Dover, Doyle, Duchoň, Duka-Zólyomi, Ebner, Ehler, Elles, Esteves, Eurlings, Evans Jonathan, Fajmon, Fatuzzo, Ferber, Fernández Martín, Fjellner, Florenz, Fontaine, Fraga Estévez, Freitas, Friedrich, Gahler, Gál, Gaľa, Galeote Quecedo, García-Margallo y Marfil, Garriga Polledo, Gauzès, Glattfelder, Goepel, Gomolka, Graça Moura, Gräßle, Grossetête, Guellec, Gyürk, Handzlik, Hannan, Harbour, Hatzidakis, Helmer, Herranz García, Herrero-Tejedor, Hieronymi, Higgins, Hökmark, Hoppenstedt, Hudacký, Hybášková, Ibrisagic, Itälä, Iturgaiz Angulo, Jackson, Jałowiecki, Jeggle, Jordan Cizelj, Kaczmarek, Karas, Kasoulides, Kauppi, Kelam, Kirkhope, Klamt, Klaß, Klich, Koch, Konrad, Korhola, Kudrycka, Kušķis, Kuźmiuk, Lamassoure, Langen, Langendries, Lauk, Lehne, Lewandowski, López-Istúriz White, Lulling, Lombardo, Maat, McGuinness, McMillan-Scott, Mann Thomas, Martens, Mathieu, Mato Adrover, Mauro, Mavrommatis, Mayer, Mayor Oreja, Méndez de Vigo, Mikolášik, Millán Mon, Mitchell, Montoro Romero, Musotto, Nassauer, Nicholson, Niebler, van Nistelrooij, Novak, Olajos, Olbrycht, Oomen-Ruijten, Őry, Ouzký, Pack, Pálfi, Panayotopoulos-Cassiotou, Papastamkos, Parish, Peterle, Pīks, Pinheiro, Piskorski, Pleštinská, Podestà, Poettering, Pomés Ruiz, Posselt, Protasiewicz, Purvis, Queiró, Quisthoudt-Rowohl, Rack, Radwan, Reul, Ribeiro e Castro, Roithová, Rudi Ubeda, Rübig, Saïfi, Salafranca Sánchez-Neyra, Samaras, Sartori, Saryusz-Wolski, Schierhuber, Schmitt Ingo, Schmitt Pál, Schnellhardt, Schöpflin, Schröder, Schwab, Seeber, Seeberg, Siekierski, Silva Peneda, Škottová, Sommer, Sonik, Šťastný, Stenzel, Stevenson, Strejček, Stubb, Sturdy, Sudre, Sumberg, Surján, Szájer, Tajani, Tannock, Thyssen, Trakatellis, Ulmer, Vakalis, Van Orden, Varela Suanzes-Carpegna, Varvitsiotis, Vidal-Quadras Roca, Villiers, Vlasák, Weber Manfred, Weisgerber, von Wogau, Wuermeling, Záborská, Zahradil, Zaleski, Zappalà, Zatloukal, Zieleniec, Zvěřina, Zwiefka

PSE: Assis, Attard-Montalto, Ayala Sender, Badía i Cutchet, Barón Crespo, Beglitis, Beňová, Berès, van den Berg, Berger, Berlinguer, Berman, Bösch, Bono, Bullmann, van den Burg, Busquin, Calabuig Rull, Capoulas Santos, Carlotti, Carnero González, Casaca, Cashman, Cercas, Christensen, Corbett, Corbey, Correia, Costa António, Cottigny, D'Alema, De Keyser, De Rossa, De Vits, Díez González, Dobolyi, Douay, Dührkop Dührkop, El Khadraoui, Estrela, Ettl, Evans Robert, Fava, Fazakas, Fernandes, Ferreira Anne, Ferreira Elisa, Ford, Fruteau, García Pérez, Gebhardt, Geringer de Oedenberg, Gierek, Gill, Glante, Golik, Gomes, Grabowska, Grech, Gruber, Gurmai, Guy-Quint, Hänsch, Hamon, Haug, Hedh, Hedkvist Petersen, Honeyball, Howitt, Hughes, Hutchinson, Ilves, Jöns, Jørgensen, Kindermann, Krehl, Kreissl-Dörfler, Kristensen, Kuc, Kuhne, Laignel, Lambrinidis, Lehtinen, Leichtfried, Leinen, Lienemann, Locatelli, McAvan, McCarthy, Madeira, Maňka, Mann Erika, Martin David, Martínez Martínez, Masip Hidalgo, Medina Ortega, Menéndez del Valle, Miguélez Ramos, Moreno Sánchez, Morgan, Moscovici, Muscat, Myller, Napoletano, Öger, Paasilinna, Pahor, Panzeri, Patrie, Peillon, Piecyk, Pinior, Pittella, Pleguezuelos Aguilar, Poignant, Prets, Rasmussen, Riera Madurell, Rocard, Rosati, Roth-Behrendt, Rothe, Rouček, Roure, Sacconi, Sakalas, Salinas García, Sánchez Presedo, Santoro, dos Santos, Savary, Schapira, Scheele, Schulz, Segelström, Siwiec, Skinner, Stihler, Stockmann, Swoboda, Szejna, Tabajdi, Tarabella, Titley, Trautmann, Tzampazi, Valenciano Martínez-Orozco, Van Lancker, Vaugrenard, Vergnaud, Vincenzi, Walter, Weber Henri, Weiler, Westlund, Wynn, Xenogiannakopoulou, Yañez-Barnuevo García

UEN: Angelilli, Aylward, Berlato, Bielan, Camre, Crowley, Fotyga, Janowski, Kamiński, Krasts, Libicki, Musumeci, Pavilionis, Poli Bortone, Roszkowski, Ryan, Szymański, Vaidere

Verts/ALE: Aubert, Auken, Breyer, Buitenweg, Cramer, Evans Jillian, Flautre, Graefe zu Baringdorf, de Groen-Kouwenhoven, Harms, Hassi, Horáček, Hudghton, Kallenbach, Lagendijk, Lambert, Lichtenberger, Lucas, Özdemir, Onesta, Romeva i Rueda, Rühle, Schlyter, Schroedter, Smith, Staes, Trüpel, Voggenhuber, Ždanoka

Tegen: 82

ALDE: Alvaro, Andrejevs, Andria, Attwooll, Beaupuy, Birutis, Bonino, Bourlanges, Budreikaitė, Busk, Chatzimarkakis, Chiesa, Cocilovo, Cornillet, Costa Paolo, Davies, Degutis, Deprez, De Sarnez, Dičkutė, Drčar Murko, Duff, Duquesne, Ek, Fourtou, Gentvilas, Geremek, Gibault, Griesbeck, Guardans Cambó, Hall, Harkin, Hennis-Plasschaert, Huhne, in 't Veld, Jäätteenmäki, Jensen, Kacin, Klinz, Koch-Mehrin, Krahmer, Kułakowski, Lambsdorff, Laperrouze, Lax, Lehideux, Lynne, Maaten, Malmström, Manders, Matsakis, Mohácsi, Morillon, Mulder, Newton Dunn, Neyts-Uyttebroeck, Onyszkiewicz, Oviir, Pannella, Polfer, Prodi, Ries, Samuelsen, Schuth, Staniszewska, Starkevičiūtė, Sterckx, Szent-Iványi, Takkula, Väyrynen, Van Hecke, Virrankoski, Wallis, Watson

IND/DEM: Clark, Knapman, Titford, Whittaker, Wise

NI: Mote

PPE-DE: Coveney

Verts/ALE: Lipietz

Onthoudingen: 7

IND/DEM: Bonde, Louis, de Villiers

NI: Allister, Belohorská, Kozlík

Verts/ALE: van Buitenen

10.   Verslag Evans Robert A6-0057/2004

Amendement 32, 2de deel

Voor: 534

ALDE: Bourlanges, Costa Paolo, De Sarnez, Morillon

GUE/NGL: Adamou, Agnoletto, Brie, Catania, de Brún, Figueiredo, Flasarová, Henin, Kaufmann, Kohlíček, Liotard, McDonald, Manolakou, Markov, Maštálka, Meijer, Morgantini, Musacchio, Pafilis, Papadimoulis, Ransdorf, Remek, Sjöstedt, Stroz, Svensson, Toussas, Triantaphyllides, Uca, Wagenknecht, Wurtz

IND/DEM: Belder, Blokland, Chruszcz, Giertych, Grabowski, Karatzaferis, Krupa, Pęk, Piotrowski, Rogalski, Salvini, Sinnott, Speroni, Tomczak, Wierzejski, Železný

NI: Belohorská, Bobošíková, Czarnecki Marek Aleksander, De Michelis, Martin Hans-Peter, Masiel, Resetarits, Romagnoli

PPE-DE: Antoniozzi, Ashworth, Atkins, Ayuso González, Bachelot-Narquin, Barsi Pataky, Bauer, Beazley, Becsey, Belet, Bonsignore, Bowis, Bradbourn, Brejc, Brepoels, Březina, Brok, Bushill-Matthews, Busuttil, Buzek, Callanan, Casa, Caspary, Castiglione, del Castillo Vera, Cederschiöld, Chichester, Chmielewski, Cirino Pomicino, Coelho, Coveney, Daul, Dehaene, Demetriou, Descamps, Deß, Deva, De Veyrac, Díaz de Mera García Consuegra, Dimitrakopoulos, Dionisi, Dombrovskis, Doorn, Dover, Doyle, Duchoň, Duka-Zólyomi, Ebner, Ehler, Elles, Esteves, Eurlings, Evans Jonathan, Fajmon, Fatuzzo, Ferber, Fernández Martín, Fjellner, Florenz, Fontaine, Fraga Estévez, Freitas, Friedrich, Gahler, Gál, Gaľa, Galeote Quecedo, García-Margallo y Marfil, Gargani, Garriga Polledo, Gauzès, Gklavakis, Glattfelder, Goepel, Gomolka, Graça Moura, Gräßle, Grossetête, Guellec, Gyürk, Handzlik, Hannan, Harbour, Hatzidakis, Heaton-Harris, Helmer, Hennicot-Schoepges, Herranz García, Herrero-Tejedor, Hieronymi, Higgins, Hökmark, Hoppenstedt, Hudacký, Hybášková, Ibrisagic, Itälä, Iturgaiz Angulo, Jackson, Jałowiecki, Jeggle, Jordan Cizelj, Kaczmarek, Karas, Kasoulides, Kauppi, Kelam, Kirkhope, Klamt, Klaß, Klich, Koch, Konrad, Korhola, Kratsa-Tsagaropoulou, Kudrycka, Kušķis, Kuźmiuk, Lamassoure, Langen, Lauk, Lechner, Lehne, Lewandowski, Liese, López-Istúriz White, Lulling, Lombardo, Maat, McGuinness, McMillan-Scott, Mann Thomas, Marques, Martens, Mathieu, Mato Adrover, Matsis, Mauro, Mavrommatis, Mayer, Mayor Oreja, Méndez de Vigo, Mikolášik, Millán Mon, Mitchell, Montoro Romero, Musotto, Nassauer, Nicholson, Niebler, van Nistelrooij, Novak, Olajos, Olbrycht, Oomen-Ruijten, Őry, Ouzký, Pack, Pálfi, Panayotopoulos-Cassiotou, Papastamkos, Parish, Peterle, Pieper, Pīks, Pinheiro, Piskorski, Pleštinská, Podestà, Podkański, Poettering, Pomés Ruiz, Posselt, Protasiewicz, Purvis, Queiró, Quisthoudt-Rowohl, Rack, Radwan, Reul, Ribeiro e Castro, Roithová, Rudi Ubeda, Rübig, Saïfi, Salafranca Sánchez-Neyra, Samaras, Sartori, Saryusz-Wolski, Schierhuber, Schmitt Ingo, Schmitt Pál, Schnellhardt, Schöpflin, Schröder, Schwab, Seeber, Seeberg, Siekierski, Silva Peneda, Škottová, Sommer, Sonik, Spautz, Šťastný, Stenzel, Stevenson, Strejček, Stubb, Sturdy, Sudre, Sumberg, Surján, Szájer, Tajani, Tannock, Thyssen, Trakatellis, Ulmer, Vakalis, Van Orden, Varela Suanzes-Carpegna, Varvitsiotis, Vidal-Quadras Roca, Villiers, Vlasák, Weber Manfred, Weisgerber, Wieland, Wijkman, von Wogau, Wojciechowski, Wortmann-Kool, Wuermeling, Záborská, Zahradil, Zaleski, Zappalà, Zatloukal, Zieleniec, Zvěřina, Zwiefka

PSE: Andersson, Arif, Assis, Attard-Montalto, Ayala Sender, Badía i Cutchet, Barón Crespo, Beglitis, Beňová, Berès, van den Berg, Berger, Berlinguer, Berman, Bösch, Bono, Bresso, Bullmann, van den Burg, Busquin, Calabuig Rull, Capoulas Santos, Carlotti, Carnero González, Casaca, Cashman, Castex, Cercas, Christensen, Corbett, Corbey, Costa António, Cottigny, D'Alema, De Keyser, De Rossa, Désir, De Vits, Díez González, Dobolyi, Douay, Dührkop Dührkop, Duin, El Khadraoui, Estrela, Ettl, Evans Robert, Falbr, Fava, Fazakas, Fernandes, Ferreira Anne, Ferreira Elisa, Ford, Fruteau, García Pérez, Gebhardt, Geringer de Oedenberg, Gierek, Gill, Glante, Goebbels, Golik, Gomes, Grabowska, Grech, Gröner, Gruber, Gurmai, Guy-Quint, Hänsch, Hamon, Haug, Hazan, Hedh, Hedkvist Petersen, Hegyi, Herczog, Honeyball, Howitt, Hughes, Hutchinson, Ilves, Jöns, Jørgensen, Kindermann, Koterec, Krehl, Kreissl-Dörfler, Kristensen, Kuc, Kuhne, Laignel, Lambrinidis, Lehtinen, Leichtfried, Leinen, Lévai, Lienemann, Locatelli, McAvan, McCarthy, Madeira, Maňka, Mann Erika, Martin David, Martínez Martínez, Masip Hidalgo, Mastenbroek, Medina Ortega, Menéndez del Valle, Miguélez Ramos, Mikko, Moraes, Moreno Sánchez, Morgan, Moscovici, Muscat, Myller, Napoletano, Öger, Paasilinna, Pahor, Paleckis, Panzeri, Patrie, Peillon, Piecyk, Pinior, Pittella, Pleguezuelos Aguilar, Poignant, Prets, Rapkay, Rasmussen, Reynaud, Riera Madurell, Rocard, Rosati, Roth-Behrendt, Rothe, Rouček, Roure, Sacconi, Sakalas, Salinas García, Sánchez Presedo, Santoro, dos Santos, Savary, Scheele, Schulz, Segelström, Siwiec, Skinner, Stihler, Stockmann, Swoboda, Szejna, Tabajdi, Tarabella, Thomsen, Titley, Trautmann, Tzampazi, Valenciano Martínez-Orozco, Van Lancker, Vaugrenard, Vergnaud, Vincenzi, Walter, Weber Henri, Weiler, Westlund, Whitehead, Wiersma, Wynn, Xenogiannakopoulou, Yañez-Barnuevo García, Zingaretti

UEN: Angelilli, Aylward, Berlato, Bielan, Camre, Crowley, Fotyga, Janowski, Kamiński, Krasts, Kristovskis, Libicki, Muscardini, Musumeci, Ó Neachtain, Pavilionis, Poli Bortone, Roszkowski, Ryan, Szymański, Vaidere

Verts/ALE: Aubert, Auken, Bennahmias, Breyer, Buitenweg, Cramer, Evans Jillian, Frassoni, Graefe zu Baringdorf, de Groen-Kouwenhoven, Hammerstein Mintz, Harms, Hassi, Horáček, Hudghton, Kallenbach, Lagendijk, Lambert, Lichtenberger, Lipietz, Lucas, Özdemir, Onesta, Romeva i Rueda, Rühle, Schlyter, Schroedter, Smith, Staes, Trüpel, Turmes, Voggenhuber, Ždanoka

Tegen: 82

ALDE: Alvaro, Andrejevs, Andria, Attwooll, Beaupuy, Birutis, Bonino, Budreikaitė, Busk, Carlshamre, Cavada, Chatzimarkakis, Chiesa, Cornillet, Davies, Degutis, Dičkutė, Drčar Murko, Duff, Duquesne, Ek, Fourtou, Gentvilas, Geremek, Gibault, Griesbeck, Guardans Cambó, Hall, Hennis-Plasschaert, Huhne, in 't Veld, Jäätteenmäki, Jensen, Kacin, Karim, Klinz, Krahmer, Lambsdorff, Laperrouze, Lax, Lehideux, Ludford, Lynne, Maaten, Malmström, Manders, Matsakis, Mohácsi, Mulder, Newton Dunn, Neyts-Uyttebroeck, Onyszkiewicz, Pannella, Polfer, Prodi, Ries, Samuelsen, Schuth, Staniszewska, Sterckx, Szent-Iványi, Takkula, Väyrynen, Van Hecke, Virrankoski, Wallis, Watson

GUE/NGL: Rizzo

IND/DEM: Clark, Farage, Knapman, Louis, Nattrass, Titford, de Villiers, Whittaker, Wise, Wohlin

NI: Czarnecki Ryszard, Mote, Rutowicz

Verts/ALE: Flautre

Onthoudingen: 17

ALDE: Cocilovo, Deprez, Harkin, Kułakowski, Starkevičiūtė

IND/DEM: Bonde, Goudin, Lundgren

NI: Allister, Gollnisch, Kozlík, Lang, Le Pen Marine, Martinez, Mölzer, Schenardi

Verts/ALE: van Buitenen

11.   Verslag Evans Robert A6-0057/2004

Resolutie

Voor: 619

ALDE: Alvaro, Andrejevs, Andria, Attwooll, Beaupuy, Birutis, Bonino, Bourlanges, Budreikaitė, Busk, Carlshamre, Cavada, Chatzimarkakis, Chiesa, Cocilovo, Cornillet, Costa Paolo, Davies, Degutis, Deprez, De Sarnez, Dičkutė, Drčar Murko, Duff, Duquesne, Ek, Fourtou, Gentvilas, Geremek, Gibault, Griesbeck, Guardans Cambó, Hall, Harkin, Hennis-Plasschaert, Huhne, in 't Veld, Jäätteenmäki, Jensen, Kacin, Karim, Klinz, Koch-Mehrin, Krahmer, Kułakowski, Lambsdorff, Laperrouze, Lax, Lehideux, Ludford, Lynne, Maaten, Malmström, Manders, Matsakis, Mohácsi, Morillon, Mulder, Newton Dunn, Neyts-Uyttebroeck, Onyszkiewicz, Pannella, Polfer, Prodi, Ries, Samuelsen, Schuth, Staniszewska, Starkevičiūtė, Sterckx, Szent-Iványi, Takkula, Väyrynen, Van Hecke, Virrankoski, Wallis, Watson

GUE/NGL: Adamou, Agnoletto, Brie, Catania, de Brún, Figueiredo, Flasarová, Henin, Kaufmann, Kohlíček, Liotard, McDonald, Manolakou, Markov, Maštálka, Meijer, Morgantini, Musacchio, Pafilis, Papadimoulis, Ransdorf, Remek, Rizzo, Sjöstedt, Stroz, Svensson, Toussas, Triantaphyllides, Uca, Wagenknecht, Wurtz

IND/DEM: Belder, Blokland, Bonde, Chruszcz, Giertych, Grabowski, Karatzaferis, Krupa, Louis, Pęk, Piotrowski, Rogalski, Salvini, Sinnott, Speroni, Tomczak, de Villiers, Wierzejski, Železný

NI: Belohorská, Bobošíková, Czarnecki Marek Aleksander, Czarnecki Ryszard, De Michelis, Martin Hans-Peter, Masiel, Resetarits, Romagnoli, Rutowicz

PPE-DE: Andrikienė, Antoniozzi, Ashworth, Atkins, Ayuso González, Bachelot-Narquin, Barsi Pataky, Bauer, Beazley, Becsey, Belet, Bonsignore, Bowis, Bradbourn, Brejc, Brepoels, Březina, Brok, Bushill-Matthews, Busuttil, Buzek, Callanan, Casa, Caspary, Castiglione, del Castillo Vera, Cederschiöld, Chichester, Chmielewski, Cirino Pomicino, Coelho, Coveney, Daul, Dehaene, Demetriou, Descamps, Deß, Deva, De Veyrac, Díaz de Mera García Consuegra, Dimitrakopoulos, Dionisi, Dombrovskis, Doorn, Dover, Doyle, Duka-Zólyomi, Ebner, Ehler, Elles, Esteves, Eurlings, Evans Jonathan, Fajmon, Fatuzzo, Ferber, Fernández Martín, Fjellner, Florenz, Fontaine, Fraga Estévez, Freitas, Friedrich, Gahler, Gál, Gaľa, Galeote Quecedo, García-Margallo y Marfil, Gargani, Garriga Polledo, Gauzès, Gklavakis, Glattfelder, Goepel, Gomolka, Graça Moura, Gräßle, Grosch, Grossetête, Guellec, Gyürk, Handzlik, Hannan, Harbour, Hatzidakis, Heaton-Harris, Helmer, Hennicot-Schoepges, Herranz García, Herrero-Tejedor, Hieronymi, Higgins, Hökmark, Hoppenstedt, Hudacký, Hybášková, Ibrisagic, Itälä, Iturgaiz Angulo, Jackson, Jałowiecki, Jeggle, Jordan Cizelj, Kaczmarek, Karas, Kasoulides, Kauppi, Kelam, Kirkhope, Klamt, Klaß, Klich, Koch, Konrad, Korhola, Kratsa-Tsagaropoulou, Kudrycka, Kušķis, Kuźmiuk, Lamassoure, Langen, Lauk, Lechner, Lehne, Liese, López-Istúriz White, Lulling, Lombardo, Maat, McGuinness, McMillan-Scott, Mann Thomas, Marques, Martens, Mathieu, Mato Adrover, Matsis, Mauro, Mavrommatis, Mayer, Mayor Oreja, Méndez de Vigo, Mikolášik, Millán Mon, Mitchell, Montoro Romero, Musotto, Nassauer, Nicholson, Niebler, van Nistelrooij, Novak, Olajos, Olbrycht, Oomen-Ruijten, Őry, Ouzký, Pack, Pálfi, Panayotopoulos-Cassiotou, Papastamkos, Parish, Peterle, Pieper, Pīks, Pinheiro, Piskorski, Pleštinská, Podestà, Podkański, Poettering, Pomés Ruiz, Posselt, Protasiewicz, Purvis, Queiró, Quisthoudt-Rowohl, Rack, Radwan, Reul, Ribeiro e Castro, Roithová, Rudi Ubeda, Rübig, Saïfi, Salafranca Sánchez-Neyra, Samaras, Sartori, Saryusz-Wolski, Schierhuber, Schmitt Ingo, Schmitt Pál, Schnellhardt, Schöpflin, Schröder, Schwab, Seeber, Seeberg, Siekierski, Silva Peneda, Škottová, Sommer, Sonik, Spautz, Šťastný, Stenzel, Stevenson, Strejček, Sturdy, Sudre, Sumberg, Surján, Szájer, Tajani, Tannock, Thyssen, Trakatellis, Ulmer, Vakalis, Van Orden, Varela Suanzes-Carpegna, Varvitsiotis, Vidal-Quadras Roca, Villiers, Vlasák, Weber Manfred, Weisgerber, Wieland, Wijkman, von Wogau, Wojciechowski, Wortmann-Kool, Wuermeling, Záborská, Zahradil, Zaleski, Zappalà, Zatloukal, Zieleniec, Zvěřina, Zwiefka

PSE: Andersson, Arif, Assis, Attard-Montalto, Ayala Sender, Badía i Cutchet, Barón Crespo, Beglitis, Beňová, Berès, van den Berg, Berger, Berlinguer, Berman, Bösch, Bono, Bresso, Bullmann, van den Burg, Busquin, Calabuig Rull, Capoulas Santos, Carlotti, Carnero González, Casaca, Cashman, Castex, Cercas, Christensen, Corbett, Corbey, Correia, Costa António, Cottigny, D'Alema, De Keyser, De Rossa, Désir, De Vits, Díez González, Dobolyi, Douay, Dührkop Dührkop, Duin, El Khadraoui, Estrela, Ettl, Evans Robert, Falbr, Fava, Fazakas, Fernandes, Ferreira Anne, Ferreira Elisa, Ford, Fruteau, García Pérez, Gebhardt, Geringer de Oedenberg, Gierek, Gill, Glante, Goebbels, Golik, Gomes, Grabowska, Grech, Gröner, Gruber, Gurmai, Guy-Quint, Hänsch, Hamon, Haug, Hazan, Hedh, Hedkvist Petersen, Hegyi, Herczog, Honeyball, Howitt, Hughes, Hutchinson, Ilves, Jöns, Jørgensen, Kindermann, Koterec, Krehl, Kreissl-Dörfler, Kristensen, Kuc, Kuhne, Laignel, Lambrinidis, Lehtinen, Leichtfried, Leinen, Lévai, Lienemann, Locatelli, McAvan, McCarthy, Madeira, Maňka, Mann Erika, Martin David, Martínez Martínez, Masip Hidalgo, Mastenbroek, Medina Ortega, Menéndez del Valle, Miguélez Ramos, Mikko, Moraes, Moreno Sánchez, Morgan, Moscovici, Muscat, Myller, Napoletano, Navarro, Öger, Paasilinna, Pahor, Paleckis, Panzeri, Patrie, Peillon, Piecyk, Pinior, Pittella, Pleguezuelos Aguilar, Poignant, Prets, Rapkay, Rasmussen, Reynaud, Riera Madurell, Rocard, Rosati, Roth-Behrendt, Rothe, Rouček, Roure, Sacconi, Sakalas, Salinas García, Sánchez Presedo, Santoro, dos Santos, Savary, Scheele, Schulz, Segelström, Sifunakis, Siwiec, Skinner, Stihler, Stockmann, Swoboda, Szejna, Tabajdi, Tarabella, Thomsen, Titley, Trautmann, Tzampazi, Valenciano Martínez-Orozco, Van Lancker, Vaugrenard, Vergnaud, Vincenzi, Walter, Weber Henri, Weiler, Westlund, Whitehead, Wiersma, Wynn, Xenogiannakopoulou, Yañez-Barnuevo García, Zingaretti

UEN: Angelilli, Aylward, Berlato, Bielan, Camre, Crowley, Fotyga, Janowski, Kamiński, Krasts, Kristovskis, Libicki, Muscardini, Musumeci, Ó Neachtain, Pavilionis, Poli Bortone, Roszkowski, Ryan, Szymański, Vaidere

Verts/ALE: Aubert, Auken, Bennahmias, Breyer, Buitenweg, Cohn-Bendit, Cramer, Evans Jillian, Flautre, Frassoni, Graefe zu Baringdorf, de Groen-Kouwenhoven, Hammerstein Mintz, Harms, Hassi, Horáček, Hudghton, Joan i Marí, Jonckheer, Kallenbach, Lagendijk, Lambert, Lichtenberger, Lipietz, Lucas, Özdemir, Onesta, Romeva i Rueda, Rühle, Schlyter, Schroedter, Smith, Staes, Trüpel, Turmes, Voggenhuber, Ždanoka

Tegen: 20

IND/DEM: Clark, Farage, Goudin, Knapman, Lundgren, Nattrass, Titford, Whittaker, Wise, Wohlin

NI: Claeys, Dillen, Gollnisch, Lang, Le Pen Marine, Le Rachinel, Martinez, Mölzer, Mote, Schenardi

Onthoudingen: 3

NI: Allister, Kozlík

Verts/ALE: van Buitenen

12.   Verslag Ries A6-0008/2005

Amendement 2, 1ste deel

Voor: 600

ALDE: Alvaro, Andrejevs, Andria, Attwooll, Beaupuy, Birutis, Bonino, Bourlanges, Budreikaitė, Busk, Carlshamre, Cavada, Chatzimarkakis, Cocilovo, Cornillet, Costa Paolo, Davies, Degutis, Deprez, De Sarnez, Dičkutė, Drčar Murko, Duff, Duquesne, Ek, Fourtou, Gentvilas, Geremek, Gibault, Griesbeck, Guardans Cambó, Hall, Harkin, Hennis-Plasschaert, Huhne, in 't Veld, Jäätteenmäki, Jensen, Kacin, Karim, Klinz, Koch-Mehrin, Krahmer, Kułakowski, Lambsdorff, Laperrouze, Lax, Lehideux, Ludford, Lynne, Maaten, Malmström, Manders, Matsakis, Mohácsi, Morillon, Mulder, Newton Dunn, Neyts-Uyttebroeck, Onyszkiewicz, Oviir, Pannella, Polfer, Prodi, Ries, Riis-Jørgensen, Samuelsen, Schuth, Staniszewska, Starkevičiūtė, Sterckx, Szent-Iványi, Takkula, Väyrynen, Van Hecke, Virrankoski, Wallis, Watson

GUE/NGL: Adamou, Agnoletto, Brie, Catania, de Brún, Figueiredo, Flasarová, Guerreiro, Henin, Kaufmann, Kohlíček, Liotard, McDonald, Manolakou, Markov, Maštálka, Meijer, Morgantini, Musacchio, Pafilis, Papadimoulis, Ransdorf, Remek, Sjöstedt, Stroz, Svensson, Toussas, Triantaphyllides, Uca, Wagenknecht, Wurtz

IND/DEM: Belder, Blokland, Louis, Sinnott, de Villiers

NI: Belohorská, Bobošíková, Claeys, Czarnecki Marek Aleksander, De Michelis, Dillen, Gollnisch, Lang, Le Pen Marine, Le Rachinel, Martin Hans-Peter, Martinez, Resetarits, Schenardi

PPE-DE: Andrikienė, Antoniozzi, Ashworth, Atkins, Ayuso González, Bachelot-Narquin, Barsi Pataky, Bauer, Beazley, Becsey, Belet, Bonsignore, Bowis, Bradbourn, Brejc, Brepoels, Březina, Brok, Bushill-Matthews, Busuttil, Buzek, Callanan, Casa, Caspary, Castiglione, del Castillo Vera, Cederschiöld, Chichester, Chmielewski, Cirino Pomicino, Coelho, Coveney, Daul, Descamps, Deß, Deva, De Veyrac, Díaz de Mera García Consuegra, Dimitrakopoulos, Dionisi, Dombrovskis, Doorn, Dover, Doyle, Duchoň, Duka-Zólyomi, Ebner, Ehler, Elles, Esteves, Eurlings, Evans Jonathan, Fajmon, Fatuzzo, Ferber, Fernández Martín, Fjellner, Florenz, Fontaine, Fraga Estévez, Freitas, Friedrich, Gahler, Gál, Gaľa, Galeote Quecedo, García-Margallo y Marfil, Gargani, Garriga Polledo, Gauzès, Gklavakis, Glattfelder, Gomolka, Graça Moura, Gräßle, Grosch, Grossetête, Guellec, Gyürk, Handzlik, Hannan, Harbour, Hatzidakis, Heaton-Harris, Helmer, Hennicot-Schoepges, Herranz García, Herrero-Tejedor, Hieronymi, Higgins, Hökmark, Hoppenstedt, Hudacký, Hybášková, Ibrisagic, Itälä, Iturgaiz Angulo, Jackson, Jałowiecki, Jeggle, Jordan Cizelj, Kaczmarek, Karas, Kasoulides, Kauppi, Kelam, Kirkhope, Klamt, Klaß, Klich, Koch, Konrad, Korhola, Kratsa-Tsagaropoulou, Kudrycka, Kušķis, Kuźmiuk, Lamassoure, Langen, Langendries, Lauk, Lechner, Lehne, Lewandowski, Liese, López-Istúriz White, Lulling, Lombardo, Maat, McGuinness, McMillan-Scott, Mann Thomas, Marques, Martens, Mathieu, Mato Adrover, Matsis, Mauro, Mavrommatis, Mayer, Méndez de Vigo, Mikolášik, Millán Mon, Mitchell, Montoro Romero, Musotto, Nassauer, Nicholson, Niebler, van Nistelrooij, Novak, Olajos, Olbrycht, Oomen-Ruijten, Őry, Ouzký, Pack, Pálfi, Panayotopoulos-Cassiotou, Papastamkos, Parish, Peterle, Pieper, Pīks, Pinheiro, Piskorski, Pleštinská, Podestà, Podkański, Poettering, Pomés Ruiz, Posselt, Protasiewicz, Purvis, Queiró, Quisthoudt-Rowohl, Rack, Radwan, Reul, Ribeiro e Castro, Roithová, Rudi Ubeda, Rübig, Saïfi, Salafranca Sánchez-Neyra, Samaras, Sartori, Saryusz-Wolski, Schmitt Ingo, Schmitt Pál, Schnellhardt, Schöpflin, Schwab, Seeber, Seeberg, Siekierski, Silva Peneda, Škottová, Sommer, Sonik, Spautz, Šťastný, Stenzel, Stevenson, Strejček, Stubb, Sturdy, Sudre, Sumberg, Surján, Szájer, Tajani, Tannock, Thyssen, Trakatellis, Vakalis, Van Orden, Varela Suanzes-Carpegna, Varvitsiotis, Vidal-Quadras Roca, Villiers, Vlasák, Weber Manfred, Weisgerber, Wieland, Wijkman, von Wogau, Wojciechowski, Wortmann-Kool, Wuermeling, Záborská, Zahradil, Zaleski, Zappalà, Zatloukal, Zieleniec, Zvěřina, Zwiefka

PSE: Andersson, Arif, Attard-Montalto, Ayala Sender, Badía i Cutchet, Barón Crespo, Beglitis, Beňová, Berès, van den Berg, Berger, Berlinguer, Berman, Bösch, Bono, Bozkurt, Bresso, Bullmann, van den Burg, Busquin, Calabuig Rull, Carlotti, Carnero González, Casaca, Cashman, Castex, Cercas, Christensen, Corbett, Corbey, Correia, Costa António, Cottigny, D'Alema, De Keyser, De Rossa, Désir, De Vits, Díez González, Dobolyi, Douay, Dührkop Dührkop, Duin, El Khadraoui, Estrela, Ettl, Evans Robert, Falbr, Fava, Fazakas, Fernandes, Ferreira Anne, Ferreira Elisa, Ford, Fruteau, García Pérez, Gebhardt, Geringer de Oedenberg, Gierek, Gill, Glante, Goebbels, Golik, Gomes, Grabowska, Grech, Gröner, Gruber, Gurmai, Guy-Quint, Hänsch, Hamon, Haug, Hazan, Hedh, Hedkvist Petersen, Hegyi, Herczog, Honeyball, Howitt, Hughes, Hutchinson, Ilves, Jöns, Jørgensen, Kindermann, Koterec, Krehl, Kreissl-Dörfler, Kristensen, Kuc, Kuhne, Laignel, Lambrinidis, Lehtinen, Leichtfried, Leinen, Lévai, Lienemann, Locatelli, McAvan, McCarthy, Madeira, Maňka, Mann Erika, Martin David, Martínez Martínez, Masip Hidalgo, Mastenbroek, Medina Ortega, Menéndez del Valle, Miguélez Ramos, Mikko, Moraes, Moreno Sánchez, Morgan, Moscovici, Muscat, Myller, Napoletano, Navarro, Öger, Pahor, Paleckis, Panzeri, Patrie, Peillon, Piecyk, Pinior, Pittella, Pleguezuelos Aguilar, Poignant, Prets, Rapkay, Rasmussen, Reynaud, Riera Madurell, Rocard, Rosati, Roth-Behrendt, Rothe, Rouček, Roure, Sacconi, Sakalas, Salinas García, Sánchez Presedo, Santoro, dos Santos, Savary, Scheele, Schulz, Segelström, Siwiec, Skinner, Stihler, Stockmann, Swoboda, Szejna, Tabajdi, Tarabella, Thomsen, Titley, Trautmann, Tzampazi, Valenciano Martínez-Orozco, Van Lancker, Vaugrenard, Vergnaud, Vincenzi, Walter, Weber Henri, Weiler, Westlund, Whitehead, Wiersma, Wynn, Xenogiannakopoulou, Yañez-Barnuevo García, Zingaretti

UEN: Angelilli, Berlato, Bielan, Crowley, Foglietta, Fotyga, Janowski, Kamiński, Krasts, Kristovskis, Libicki, Muscardini, Pavilionis, Poli Bortone, Roszkowski, Szymański

Verts/ALE: Aubert, Auken, Beer, Bennahmias, Breyer, Buitenweg, Cohn-Bendit, Cramer, Evans Jillian, Flautre, Frassoni, Graefe zu Baringdorf, de Groen-Kouwenhoven, Hammerstein Mintz, Harms, Hassi, Horáček, Hudghton, Joan i Marí, Jonckheer, Kallenbach, Lagendijk, Lambert, Lichtenberger, Lipietz, Lucas, Özdemir, Onesta, Romeva i Rueda, Rühle, Schlyter, Schroedter, Smith, Staes, Trüpel, Turmes, Voggenhuber, Ždanoka

Tegen: 27

ALDE: Chiesa

IND/DEM: Batten, Bonde, Booth, Chruszcz, Clark, Farage, Giertych, Grabowski, Knapman, Krupa, Nattrass, Pęk, Piotrowski, Rogalski, Salvini, Speroni, Titford, Tomczak, Whittaker, Wierzejski, Wise, Železný

NI: Czarnecki Ryszard, Masiel, Mote, Rutowicz

Onthoudingen: 7

NI: Allister, Kozlík, Romagnoli

PPE-DE: Ulmer

PSE: Paasilinna

UEN: Camre

Verts/ALE: van Buitenen

13.   Verslag Ries A6-0008/2005

Amendement 4

Voor: 544

ALDE: Alvaro, Andrejevs, Andria, Attwooll, Beaupuy, Birutis, Bonino, Bourlanges, Budreikaitė, Busk, Carlshamre, Cavada, Chatzimarkakis, Chiesa, Cocilovo, Cornillet, Costa Paolo, Davies, Degutis, Deprez, De Sarnez, Dičkutė, Duff, Duquesne, Ek, Fourtou, Gentvilas, Geremek, Gibault, Griesbeck, Hall, Hennis-Plasschaert, Huhne, in 't Veld, Jäätteenmäki, Jensen, Kacin, Karim, Klinz, Koch-Mehrin, Krahmer, Kułakowski, Laperrouze, Lax, Lehideux, Ludford, Lynne, Maaten, Malmström, Manders, Matsakis, Mohácsi, Morillon, Mulder, Neyts-Uyttebroeck, Onyszkiewicz, Oviir, Pannella, Polfer, Prodi, Ries, Riis-Jørgensen, Samuelsen, Schuth, Staniszewska, Starkevičiūtė, Sterckx, Szent-Iványi, Takkula, Toia, Väyrynen, Van Hecke, Virrankoski, Wallis, Watson

GUE/NGL: Adamou, Kaufmann, Manolakou, Pafilis, Toussas

IND/DEM: Bonde, Chruszcz, Giertych, Grabowski, Karatzaferis, Krupa, Pęk, Piotrowski, Rogalski, Salvini, Speroni, Tomczak, Wierzejski, Železný

NI: Bobošíková, Claeys, Czarnecki Marek Aleksander, Czarnecki Ryszard, De Michelis, Dillen, Gollnisch, Lang, Le Pen Marine, Le Rachinel, Martin Hans-Peter, Martinez, Masiel, Resetarits, Romagnoli, Rutowicz, Schenardi

PPE-DE: Andrikienė, Antoniozzi, Ashworth, Atkins, Ayuso González, Bachelot-Narquin, Barsi Pataky, Bauer, Beazley, Becsey, Belet, Bowis, Brejc, Brepoels, Březina, Brok, Busuttil, Buzek, Callanan, Casa, Caspary, Castiglione, del Castillo Vera, Cederschiöld, Chichester, Chmielewski, Cirino Pomicino, Coelho, Daul, Dehaene, Demetriou, Descamps, Deß, Deva, De Veyrac, Díaz de Mera García Consuegra, Dimitrakopoulos, Dionisi, Dombrovskis, Doorn, Dover, Duchoň, Duka-Zólyomi, Ebner, Ehler, Eurlings, Fajmon, Fatuzzo, Ferber, Fernández Martín, Fjellner, Florenz, Fontaine, Fraga Estévez, Freitas, Friedrich, Gahler, Gál, Gaľa, Galeote Quecedo, García-Margallo y Marfil, Gargani, Garriga Polledo, Gauzès, Gklavakis, Glattfelder, Gomolka, Graça Moura, Gräßle, Grosch, Grossetête, Guellec, Gyürk, Handzlik, Hannan, Harbour, Hatzidakis, Heaton-Harris, Helmer, Hennicot-Schoepges, Herranz García, Herrero-Tejedor, Hieronymi, Hökmark, Hoppenstedt, Hudacký, Hybášková, Ibrisagic, Itälä, Iturgaiz Angulo, Jackson, Jałowiecki, Jeggle, Jordan Cizelj, Kaczmarek, Karas, Kasoulides, Kauppi, Kelam, Kirkhope, Klamt, Klaß, Klich, Koch, Konrad, Korhola, Kratsa-Tsagaropoulou, Kudrycka, Kušķis, Kuźmiuk, Lamassoure, Langen, Langendries, Lauk, Lechner, Lehne, Lewandowski, Liese, López-Istúriz White, Lulling, Lombardo, Maat, McMillan-Scott, Mann Thomas, Marques, Martens, Mathieu, Mato Adrover, Matsis, Mauro, Mavrommatis, Mayer, Mayor Oreja, Méndez de Vigo, Mikolášik, Millán Mon, Montoro Romero, Musotto, Nassauer, Nicholson, Niebler, van Nistelrooij, Novak, Olajos, Olbrycht, Oomen-Ruijten, Őry, Ouzký, Pack, Pálfi, Panayotopoulos-Cassiotou, Papastamkos, Parish, Peterle, Pīks, Pinheiro, Piskorski, Pleštinská, Podestà, Podkański, Poettering, Pomés Ruiz, Posselt, Protasiewicz, Queiró, Quisthoudt-Rowohl, Rack, Radwan, Reul, Ribeiro e Castro, Roithová, Rudi Ubeda, Rübig, Saïfi, Salafranca Sánchez-Neyra, Samaras, Sartori, Saryusz-Wolski, Schmitt Ingo, Schmitt Pál, Schnellhardt, Schöpflin, Schwab, Seeber, Seeberg, Siekierski, Silva Peneda, Škottová, Sommer, Sonik, Šťastný, Stenzel, Stevenson, Strejček, Stubb, Sturdy, Sudre, Sumberg, Surján, Szájer, Tajani, Tannock, Thyssen, Trakatellis, Ulmer, Vakalis, Van Orden, Varela Suanzes-Carpegna, Varvitsiotis, Vidal-Quadras Roca, Vlasák, Weber Manfred, Weisgerber, Wieland, Wijkman, von Wogau, Wojciechowski, Wortmann-Kool, Wuermeling, Záborská, Zahradil, Zaleski, Zappalà, Zatloukal, Zieleniec, Zvěřina, Zwiefka

PSE: Andersson, Arif, Assis, Attard-Montalto, Ayala Sender, Badía i Cutchet, Barón Crespo, Beglitis, Beňová, Berès, van den Berg, Berger, Berlinguer, Berman, Bösch, Bono, Bozkurt, Bresso, Bullmann, van den Burg, Busquin, Calabuig Rull, Capoulas Santos, Carlotti, Carnero González, Casaca, Cashman, Castex, Cercas, Corbett, Corbey, Correia, Costa António, Cottigny, D'Alema, De Keyser, De Rossa, Désir, De Vits, Díez González, Douay, Dührkop Dührkop, Duin, El Khadraoui, Estrela, Ettl, Falbr, Fava, Fazakas, Fernandes, Ferreira Anne, Ferreira Elisa, Ford, Fruteau, García Pérez, Gebhardt, Geringer de Oedenberg, Gierek, Glante, Golik, Gomes, Grabowska, Grech, Gröner, Gruber, Gurmai, Guy-Quint, Hänsch, Hamon, Haug, Hazan, Hedh, Hedkvist Petersen, Hegyi, Herczog, Hughes, Hutchinson, Ilves, Jöns, Kindermann, Koterec, Krehl, Kreissl-Dörfler, Kristensen, Kuc, Kuhne, Laignel, Lambrinidis, Lehtinen, Leichtfried, Leinen, Lévai, Lienemann, Locatelli, Madeira, Maňka, Mann Erika, Martínez Martínez, Masip Hidalgo, Mastenbroek, Medina Ortega, Menéndez del Valle, Miguélez Ramos, Mikko, Moreno Sánchez, Moscovici, Muscat, Napoletano, Navarro, Öger, Paasilinna, Pahor, Paleckis, Panzeri, Patrie, Peillon, Piecyk, Pinior, Pittella, Pleguezuelos Aguilar, Poignant, Prets, Rapkay, Rasmussen, Reynaud, Riera Madurell, Rocard, Rosati, Roth-Behrendt, Rothe, Rouček, Roure, Sacconi, Sakalas, Salinas García, Sánchez Presedo, Santoro, dos Santos, Savary, Schapira, Scheele, Schulz, Segelström, Siwiec, Stockmann, Swoboda, Szejna, Tabajdi, Tarabella, Thomsen, Trautmann, Tzampazi, Valenciano Martínez-Orozco, Van Lancker, Vaugrenard, Vergnaud, Vincenzi, Walter, Weber Henri, Weiler, Westlund, Wiersma, Xenogiannakopoulou, Yañez-Barnuevo García, Zingaretti

UEN: Foglietta, Krasts, Kristovskis, Libicki, Pavilionis

Verts/ALE: Aubert, Auken, Beer, Breyer, Buitenweg, Cohn-Bendit, Cramer, Evans Jillian, Flautre, Frassoni, Graefe zu Baringdorf, de Groen-Kouwenhoven, Hammerstein Mintz, Harms, Hassi, Horáček, Hudghton, Joan i Marí, Jonckheer, Kallenbach, Lagendijk, Lambert, Lichtenberger, Lipietz, Lucas, Özdemir, Onesta, Romeva i Rueda, Rühle, Schroedter, Smith, Staes, Trüpel, Turmes, Voggenhuber, Ždanoka

Tegen: 65

ALDE: Guardans Cambó, Harkin

GUE/NGL: Agnoletto, Brie, Catania, de Brún, Figueiredo, Flasarová, Guerreiro, Henin, Kohlíček, Liotard, McDonald, Markov, Maštálka, Meijer, Morgantini, Musacchio, Papadimoulis, Ransdorf, Remek, Rizzo, Sjöstedt, Stroz, Svensson, Triantaphyllides, Uca, Wagenknecht, Wurtz

IND/DEM: Belder, Blokland, Goudin, Louis, Lundgren, Sinnott, de Villiers, Wohlin

NI: Allister

PPE-DE: Coveney, Doyle, Higgins, McGuinness, Mitchell, Purvis

PSE: Christensen, Evans Robert, Gill, Goebbels, Honeyball, Howitt, Jørgensen, McAvan, McCarthy, Martin David, Moraes, Morgan, Myller, Skinner, Stihler, Titley, Whitehead, Wynn

UEN: Camre, Fotyga

Verts/ALE: Schlyter

Onthoudingen: 24

ALDE: Newton Dunn

IND/DEM: Batten, Booth, Clark, Farage, Knapman, Nattrass, Titford, Whittaker, Wise

NI: Belohorská, Kozlík, Mote

PPE-DE: Pieper

UEN: Angelilli, Berlato, Bielan, Crowley, Janowski, Kamiński, Muscardini, Poli Bortone, Szymański

Verts/ALE: van Buitenen

14.   Verslag Ries A6-0008/2005

Resolutie

Voor: 576

ALDE: Alvaro, Andrejevs, Andria, Attwooll, Beaupuy, Birutis, Bonino, Bourlanges, Budreikaitė, Busk, Cavada, Chatzimarkakis, Chiesa, Cocilovo, Cornillet, Costa Paolo, Davies, Degutis, Deprez, De Sarnez, Dičkutė, Drčar Murko, Duff, Duquesne, Ek, Fourtou, Gentvilas, Geremek, Gibault, Griesbeck, Guardans Cambó, Hall, Harkin, Hennis-Plasschaert, Huhne, in 't Veld, Jäätteenmäki, Jensen, Kacin, Karim, Klinz, Koch-Mehrin, Krahmer, Kułakowski, Lambsdorff, Laperrouze, Lax, Lehideux, Ludford, Lynne, Maaten, Malmström, Manders, Matsakis, Mohácsi, Morillon, Mulder, Newton Dunn, Neyts-Uyttebroeck, Onyszkiewicz, Oviir, Pannella, Polfer, Ries, Riis-Jørgensen, Samuelsen, Schuth, Staniszewska, Starkevičiūtė, Sterckx, Szent-Iványi, Takkula, Toia, Väyrynen, Van Hecke, Virrankoski, Wallis, Watson

GUE/NGL: Adamou, Agnoletto, Brie, Catania, de Brún, Figueiredo, Flasarová, Guerreiro, Henin, Kaufmann, Kohlíček, Liotard, McDonald, Markov, Maštálka, Meijer, Morgantini, Musacchio, Papadimoulis, Ransdorf, Remek, Rizzo, Sjöstedt, Stroz, Svensson, Triantaphyllides, Uca, Wagenknecht, Wurtz

IND/DEM: Belder, Blokland, Chruszcz, Giertych, Goudin, Grabowski, Karatzaferis, Krupa, Louis, Lundgren, Pęk, Piotrowski, Rogalski, Salvini, Sinnott, Speroni, Tomczak, de Villiers, Wierzejski, Wohlin, Železný

NI: Belohorská, Bobošíková, Claeys, Czarnecki Marek Aleksander, Czarnecki Ryszard, De Michelis, Dillen, Gollnisch, Kozlík, Lang, Le Pen Marine, Le Rachinel, Martin Hans-Peter, Martinez, Masiel, Resetarits, Romagnoli, Rutowicz, Schenardi

PPE-DE: Andrikienė, Antoniozzi, Ashworth, Atkins, Ayuso González, Bachelot-Narquin, Barsi Pataky, Bauer, Beazley, Becsey, Belet, Bonsignore, Bowis, Brejc, Brepoels, Březina, Brok, Busuttil, Buzek, Callanan, Casa, Castiglione, del Castillo Vera, Cederschiöld, Chichester, Chmielewski, Cirino Pomicino, Coelho, Coveney, Daul, Dehaene, Demetriou, Descamps, Deß, Deva, De Veyrac, Díaz de Mera García Consuegra, Dimitrakopoulos, Dionisi, Dombrovskis, Doorn, Dover, Doyle, Duka-Zólyomi, Ebner, Elles, Esteves, Eurlings, Fajmon, Fatuzzo, Fernández Martín, Fjellner, Florenz, Fontaine, Fraga Estévez, Freitas, Gál, Gaľa, Galeote Quecedo, Gargani, Garriga Polledo, Gauzès, Gklavakis, Glattfelder, Gomolka, Graça Moura, Gräßle, Grosch, Grossetête, Guellec, Gyürk, Handzlik, Harbour, Hatzidakis, Herranz García, Herrero-Tejedor, Hieronymi, Higgins, Hökmark, Hoppenstedt, Hudacký, Hybášková, Ibrisagic, Itälä, Iturgaiz Angulo, Jackson, Jałowiecki, Jordan Cizelj, Kaczmarek, Karas, Kasoulides, Kauppi, Kelam, Kirkhope, Klich, Korhola, Kratsa-Tsagaropoulou, Kudrycka, Kušķis, Kuźmiuk, Lamassoure, Langendries, Lehne, Lewandowski, López-Istúriz White, Lulling, Lombardo, McGuinness, McMillan-Scott, Marques, Martens, Mathieu, Mato Adrover, Matsis, Mauro, Mavrommatis, Mayer, Mayor Oreja, Méndez de Vigo, Mikolášik, Millán Mon, Mitchell, Montoro Romero, Musotto, Nicholson, van Nistelrooij, Novak, Olajos, Olbrycht, Oomen-Ruijten, Őry, Ouzký, Pack, Pálfi, Panayotopoulos-Cassiotou, Papastamkos, Parish, Peterle, Pīks, Pinheiro, Piskorski, Pleštinská, Podestà, Podkański, Poettering, Pomés Ruiz, Posselt, Protasiewicz, Purvis, Queiró, Ribeiro e Castro, Rudi Ubeda, Saïfi, Salafranca Sánchez-Neyra, Samaras, Sartori, Saryusz-Wolski, Schmitt Pál, Seeber, Seeberg, Siekierski, Silva Peneda, Škottová, Spautz, Šťastný, Stevenson, Strejček, Stubb, Sturdy, Sudre, Sumberg, Surján, Szájer, Tajani, Tannock, Thyssen, Trakatellis, Vakalis, Van Orden, Varela Suanzes-Carpegna, Vidal-Quadras Roca, Villiers, Vlasák, Wieland, Wijkman, von Wogau, Wojciechowski, Wortmann-Kool, Zahradil, Zaleski, Zappalà, Zatloukal, Zieleniec, Zvěřina, Zwiefka

PSE: Andersson, Arif, Assis, Attard-Montalto, Ayala Sender, Badía i Cutchet, Barón Crespo, Beglitis, Beňová, Berès, van den Berg, Berger, Berlinguer, Berman, Bösch, Bono, Bozkurt, Bresso, Bullmann, van den Burg, Busquin, Calabuig Rull, Capoulas Santos, Carlotti, Carnero González, Casaca, Cashman, Castex, Cercas, Christensen, Corbett, Corbey, Correia, Costa António, Cottigny, D'Alema, De Keyser, De Rossa, Désir, De Vits, Díez González, Dobolyi, Douay, Dührkop Dührkop, Duin, El Khadraoui, Estrela, Ettl, Evans Robert, Falbr, Fava, Fazakas, Fernandes, Ferreira Anne, Ferreira Elisa, Ford, Fruteau, García Pérez, Gebhardt, Geringer de Oedenberg, Gierek, Gill, Glante, Golik, Gomes, Grabowska, Grech, Gröner, Gruber, Gurmai, Guy-Quint, Hänsch, Hamon, Haug, Hazan, Hedh, Hedkvist Petersen, Hegyi, Herczog, Honeyball, Howitt, Hughes, Hutchinson, Ilves, Jöns, Jørgensen, Kindermann, Koterec, Krehl, Kreissl-Dörfler, Kristensen, Kuc, Kuhne, Laignel, Lambrinidis, Lehtinen, Leichtfried, Leinen, Lévai, Lienemann, Locatelli, McAvan, McCarthy, Madeira, Maňka, Mann Erika, Martin David, Martínez Martínez, Masip Hidalgo, Mastenbroek, Medina Ortega, Menéndez del Valle, Miguélez Ramos, Mikko, Moraes, Moreno Sánchez, Morgan, Moscovici, Muscat, Myller, Napoletano, Navarro, Öger, Paasilinna, Pahor, Paleckis, Panzeri, Patrie, Peillon, Piecyk, Pinior, Pittella, Pleguezuelos Aguilar, Poignant, Prets, Rapkay, Rasmussen, Reynaud, Riera Madurell, Rocard, Rosati, Roth-Behrendt, Rothe, Rouček, Roure, Sacconi, Sakalas, Salinas García, Sánchez Presedo, dos Santos, Savary, Scheele, Schulz, Segelström, Siwiec, Skinner, Stihler, Stockmann, Swoboda, Szejna, Tabajdi, Tarabella, Thomsen, Titley, Trautmann, Tzampazi, Valenciano Martínez-Orozco, Van Lancker, Vaugrenard, Vergnaud, Vincenzi, Walter, Weber Henri, Weiler, Westlund, Whitehead, Wiersma, Wynn, Xenogiannakopoulou, Yañez-Barnuevo García, Zingaretti

UEN: Angelilli, Berlato, Bielan, Camre, Crowley, Foglietta, Janowski, Kamiński, Krasts, Kristovskis, Libicki, Muscardini, Pavilionis, Poli Bortone, Roszkowski, Szymański

Verts/ALE: Aubert, Auken, Beer, Bennahmias, Breyer, Buitenweg, Cohn-Bendit, Cramer, Evans Jillian, Frassoni, Graefe zu Baringdorf, de Groen-Kouwenhoven, Hammerstein Mintz, Harms, Hassi, Horáček, Hudghton, Joan i Marí, Jonckheer, Kallenbach, Lagendijk, Lambert, Lichtenberger, Lipietz, Lucas, Özdemir, Onesta, Romeva i Rueda, Rühle, Schlyter, Schroedter, Smith, Staes, Trüpel, Turmes, Voggenhuber, Ždanoka

Tegen: 48

IND/DEM: Batten, Bonde, Booth, Clark, Farage, Knapman, Nattrass, Titford, Whittaker, Wise

NI: Allister, Mote

PPE-DE: Ehler, Ferber, Friedrich, Gahler, García-Margallo y Marfil, Hennicot-Schoepges, Jeggle, Klaß, Koch, Konrad, Langen, Lauk, Lechner, Maat, Mann Thomas, Nassauer, Niebler, Pieper, Quisthoudt-Rowohl, Rack, Radwan, Reul, Rübig, Schmitt Ingo, Schnellhardt, Schöpflin, Schwab, Sommer, Sonik, Stenzel, Ulmer, Weber Manfred, Weisgerber, Wuermeling, Záborská

PSE: Santoro

Onthoudingen: 13

ALDE: Prodi

GUE/NGL: Manolakou, Pafilis, Toussas

PPE-DE: Caspary, Hannan, Heaton-Harris, Helmer, Liese, Varvitsiotis

PSE: Goebbels

UEN: Fotyga

Verts/ALE: van Buitenen


AANGENOMEN TEKSTEN

 

P6_TA(2005)0036

Euro-mediterrane overeenkomst EG/Egypte ***

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement betreffende het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting van een protocol bij de Euro-mediterrane overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Arabische Republiek Egypte, anderzijds, teneinde rekening te houden met de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie (5100/2005 — COM(2004)0428 — C6-0027/2005 — 2004/0131(AVC))

(Instemmingsprocedure)

Het Europees Parlement,

gezien het voorstel voor een besluit van de Raad (5100/2005 — COM(2004)0428) (1),

gezien het verzoek van de Raad om instemming overeenkomstig artikel 300, lid 3, tweede alinea juncto artikel 300, lid 2, eerste alinea, tweede zin en artikel 310 van het EG-Verdrag (C6-0027/2005),

gelet op artikel 43, lid 1, artikel 75 en artikel 83, lid 7 van zijn Reglement,

gezien de aanbeveling van de Commissie buitenlandse zaken (A6-0041/2005),

1.

stemt in met de sluiting van het Protocol;

2.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten en de Arabische Republiek Egypte.


(1)  Nog niet in het PB gepubliceerd.

P6_TA(2005)0037

Communautair douanewetboek *** II

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de verordening van het Europees Parlement en de Raad houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (12060/2/2004 — C6-0211/2004 — 2003/0167(COD))

(Medebeslissingsprocedure: tweede lezing)

Het Europees Parlement,

gezien het gemeenschappelijk standpunt van de Raad (12060/2/2004 — C6-0211/2004),

gezien zijn in eerste lezing geformuleerde standpunt (1) inzake het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2003)0452) (2),

gelet op artikel 251, lid 2 van het EG-Verdrag,

gelet op artikel 67 van zijn Reglement,

gezien de aanbeveling voor de tweede lezing van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (A6-0021/2005),

1.

hecht zijn goedkeuring aan het gemeenschappelijk standpunt;

2.

constateert dat het besluit is vastgesteld overeenkomstig het gemeenschappelijk standpunt;

3.

verzoekt zijn Voorzitter het besluit samen met de voorzitter van de Raad overeenkomstig artikel 254, lid 1 van het EG-Verdrag te ondertekenen;

4.

verzoekt zijn secretaris-generaal het besluit te ondertekenen nadat is nagegaan of alle procedures naar behoren zijn uitgevoerd, en samen met de secretaris-generaal van de Raad zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

5.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.


(1)  Aangenomen teksten van 20.4.2004, P5_TA(2004)0281.

(2)  Nog niet in het PB gepubliceerd.

P6_TA(2005)0038

Statistiek van de bij- en nascholing in ondernemingen *** I

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de statistiek van de bij- en nascholing in ondernemingen (COM(2004)0095 — C5-0083/2004 — 2004/0041(COD))

(Medebeslissingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2004)0095) (1),

gelet op artikel 251, lid 2 en artikel 285, lid 1 van het EG-Verdrag, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C5-0083/2004),

gelet op artikel 51 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken en de adviezen van de Begrotingscommissie en de Commissie economische en monetaire zaken (A6-0033/2005),

1.

hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.

verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in dit voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.


(1)  Nog niet in het PB gepubliceerd.

P6_TC1-COD(2004)0041

Standpunt van het Europees Parlement, in eerste lezing vastgesteld op 23 februari 2005, met het oog op de aanneming van Verordening (EG) nr. .../2005 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de statistiek van de bij- en nascholing in ondernemingen

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 285, lid 1,

Gezien het voorstel van de Commissie (1),

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (2),

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag (3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op de Europese Raad van Lissabon van maart 2000 heeft de Europese Unie de strategische doelstelling geformuleerd om de meest concurrerende en dynamische kennismaatschappij van de wereld te worden, die in staat is tot duurzame economische groei met meer en betere banen en een hechtere sociale samenhang.

(2)

Om deze doelstelling te halen zijn de inzetbaarheid, het aanpassingsvermogen en de mobiliteit van de burgers van Europa van vitaal belang.

(3)

Levenslang leren is een belangrijk element bij de ontwikkeling en bevordering van een gekwalificeerde en geschoolde arbeidskracht die in staat is zich aan te passen.

(4)

De Conclusies van de Raad van 5 mei 2003 over referentieniveaus van Europese gemiddelde prestaties in onderwijs en opleiding (benchmarks) (4) bevatten de volgende benchmark: „Daarom moet in 2010 de gemiddelde deelneming aan levenslang leren in de Europese Unie ten minste 12, 5% van de volwassen beroepsbevolking bedragen (25 tot 64-jarigen).”

(5)

De Europese Raad van Lissabon bevestigde dat levenslang leren een basiscomponent van het Europese sociale model is.

(6)

De nieuwe Europese werkgelegenheidsstrategie, die werd bevestigd bij Besluit 2003/578/EG van de Raad van 22 juli 2003 betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten (5) heeft ten doel een betere bijdrage tot de strategie van Lissabon te leveren en coherente en globale strategieën voor levenslang leren te implementeren.

(7)

Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het begrip „mensen met een achterstandspositie op de arbeidsmarkt”, zoals bedoeld in de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten.

(8)

Er moet speciale aandacht worden besteed aan de scholing op de werkplek en tijdens werkuren , aangezien dit cruciale elementen van levenslang leren zijn .

(9)

Vergelijkbare statistische informatie op Gemeenschapsniveau, met speciale aandacht voor scholing in de onderneming, is van wezenlijk belang voor de ontwikkeling van strategieën voor levenslang leren en voor het toezicht op de vorderingen bij de implementatie ervan.

(10)

De opstelling van specifieke communautaire statistieken valt onder Verordening (EG) nr. 322/97 van de Raad van 17 februari 1997 betreffende de communautaire statistiek (6).

(11)

Op de indiening van gegevens die onder de statistische geheimhoudingsplicht vallen, zijn Verordening (EG) nr. 322/97 en Verordening (Euratom, EEG) nr. 1588/90 van de Raad van 11 juni 1990 betreffende de toezending van onder de statistische geheimhoudingsplicht vallende gegevens aan het Bureau voor de Statistiek van de Europese Gemeenschappen (7) van toepassing.

(12)

Verordening (EG) nr. 831/2002 van de Commissie van 17 mei 2002 tot tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 322/97 van de Raad betreffende de communautaire statistiek, met betrekking tot de toegang tot vertrouwelijke gegevens voor wetenschappelijke doeleinden (8) noemt de voorwaarden waaronder toegang kan worden verleend tot vertrouwelijke gegevens die aan de communautaire instantie zijn verstrekt.

(13)

Aangezien de doelstelling van deze verordening, namelijk de invoering van gemeenschappelijke statistische normen die de productie van geharmoniseerde gegevens mogelijk maken, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en derhalve beter door de Gemeenschap kan worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan wat nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.

(14)

De voor de uitvoering van deze verordening vereiste maatregelen worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (9). In deze maatregelen moet rekening worden gehouden met de beschikbare capaciteit in de lidstaten op het gebied van het verzamelen en verwerken van gegevens.

(15)

Het Comité statistisch programma is geraadpleegd in overeenstemming met artikel 3 van Besluit 89/382/EEG, Euratom van de Raad van 19 juni 1989 tot oprichting van een Comité statistisch programma van de Europese Gemeenschappen (10),

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp

In deze verordening wordt een gemeenschappelijk kader voor de opstelling van communautaire statistieken over bij- en nascholing in ondernemingen vastgesteld.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening gelden de volgende definities:

a)

„onderneming': de onderneming als gedefinieerd in Verordening (EEG) nr. 696/93 van de Raad van 15 maart 1993 inzake de statistische eenheden voor waarneming en analyse van het productiestelsel in de Gemeenschap (11);”

(b)

„NACE Rev.1': de algemene classificatie van economische activiteiten in de Europese Gemeenschap, die is vastgesteld bij Verordening (EEG) nr. 3037/90 van de Raad van 9 oktober 1990 betreffende de statistische nomenclatuur van de economische activiteiten in de Europese Gemeenschap  (12).”

Artikel 3

Te verzamelen gegevens

1.   Met het oog op de opstelling van communautaire statistieken ten behoeve van de analyse van de bijen nascholing in ondernemingen verzamelen de lidstaten gegevens op de volgende gebieden:

a)

het scholingsbeleid en de scholingsstrategieën van ondernemingen bij de ontwikkeling van de kwalificaties van hun personeel;

b)

het beheer, de organisatie en de vormen van bij- en nascholing in ondernemingen;

c)

de rol van de sociale partners bij het waarborgen van bij- en nascholing op de werkplek in al haar aspecten ;

d)

de toegang tot en de omvang en inhoud van bij- en nascholing, met name in de context van economische activiteit en omvang van de onderneming;

e)

specifieke maatregelen van ondernemingen op het gebied van bij- en nascholing ter verbetering van de ICT-vaardigheden van hun personeel;

f)

kansen van werknemers in het MKB op bij- en nascholing en het leren van nieuwe vaardigheden, en de bijzondere behoeften van het MKB bij het geven van scholing;

g)

de weerslag van overheidsmaatregelen op de bij- en nascholing in ondernemingen;

h)

gelijke kansen op bij- en nascholing in ondernemingen voor alle werknemers, met name voor mannen en vrouwen en specifieke leeftijdscategorieën ;

i)

specifieke maatregelen ten aanzien van bij- en nascholing voor groepen die op de arbeidsmarkt achtergesteld zijn;

j)

maatregelen voor bij- en nascholing afgestemd op diverse vormen van arbeidscontracten;

k)

de uitgaven voor bij- en nascholing: omvang van de financiering en financieringsbron, stimulansen voor bij- en nascholing;

l)

procedures voor de evaluatie van en het toezicht op de ondernemingen ten aanzien van bij- en nascholing in ondernemingen.

2.   De lidstaten verzamelen ten aanzien van de basisberoepsopleiding in ondernemingen specifieke gegevens over:

a)

deelnemers aan de basisopleiding;

b)

totale uitgaven voor de basisopleiding.

Artikel 4

Waarnemingsgebied

De statistieken over bij- en nascholing hebben ten minste betrekking op alle economische activiteiten die vallen onder de secties C tot en met K en O van de NACE Rev.1.

Artikel 5

Statistische eenheden

Statistische eenheden voor het verzamelen van de gegevens zijn ondernemingen met 10 of meer werknemers die in een van de in artikel 4 bedoelde economische activiteiten werkzaam zijn.

Rekening houdend met de specifieke grootteverdeling van de ondernemingen in de lidstaten en de evolutie van de beleidsbehoeften, kunnen de lidstaten de definitie van statistische eenheid in hun land verruimen. De Commissie kan ook besluiten om deze definitie overeenkomstig de in artikel 14, lid 2 bedoelde procedure te verruimen, als zo'n verruiming in belangrijke mate de representativiteit en de kwaliteit van de enquête in de betrokken lidstaten verbetert.

Artikel 6

Gegevensbronnen

1.   Overeenkomstig de beginselen van een lage belasting van de respondenten en van administratieve vereenvoudiging verzamelen de lidstaten de vereiste gegevens door middel van hetzij een enquête bij de ondernemingen, hetzij een combinatie van een enquête bij de ondernemingen en andere bronnen.

2.    De lidstaten stellen de voorwaarden vast waaronder de ondernemingen de enquête beantwoorden .

3.   Bij een enquête wordt de ondernemingen met klem verzocht binnen de gestelde termijn correcte en volledige gegevens te verstrekken.

4.   Er kunnen ook andere bronnen, waaronder administratieve gegevens, worden gebruikt om de te verzamelen gegevens aan te vullen, mits deze bronnen relevant en actueel zijn.

Artikel 7

Kenmerken van de enquête

1.   Bij de enquête gaat het om een steekproefenquête .

2.   De lidstaten nemen de noodzakelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat de ingediende gegevens een beeld geven van de structuur van de populatie van statistische eenheden. De enquête wordt op zodanige wijze gehouden dat een indeling van de resultaten op communautair niveau in tenminste de volgende categorieën mogelijk is:

a)

economische activiteiten volgens NACE Rev.1;

b)

omvang van de ondernemingen.

3.   De eisen in verband met de steekproeftrekking en de nauwkeurigheid , de omvang van de steekproef die nodig is om aan deze eisen te beantwoorden, de specificaties van de op grond van de NACE en de omvang vastgestelde categorieën waarin de resultaten kunnen worden ingedeeld, worden door de Commissie vastgesteld volgens de procedure van artikel 14, lid 2.

Artikel 8

Opzet van de enquête

1.   Om de belasting van de respondenten te verlichten wordt de enquête zo opgezet dat het verzamelen van gegevens kan worden aangepast naargelang het gaat om:

a)

ondernemingen die scholing geven en ondernemingen die dit niet doen;

b)

verschillende vormen van scholing.

2.   De specifieke gegevens die moeten worden verzameld voor ondernemingen die scholing geven en ondernemingen die dit niet doen en voor de verschillende vormen van scholing, worden door de Commissie vastgesteld volgens de procedure van artikel 14, lid 2.

Artikel 9

Toezicht op de kwaliteit en verslagen

1.   De lidstaten nemen alle nodige maatregelen om de kwaliteit van de ingediende gegevens te waarborgen.

2.   Uiterlijk 21 maanden na het einde van de referentieperiode verstrekkende lidstaten de Commissie (Eurostat) een verslag met alle informatie en gegevens die zij verlangt om de kwaliteit van de ingediende gegevens te controleren. Zij specificeren eventuele afwijkingen van de methodologische vereisten.

3.    Op grond van de in lid 2 bedoelde verslagen evalueert de Commissie (Eurostat) de kwaliteit van de ingediende gegevens , en zorgt met name voor de vergelijkbaarheid van de gegevens tussen de lidstaten .

4.   De kwaliteitsvereisten voor de gegevens over de scholing in ondernemingen die ten behoeve van de communautaire statistiek moeten worden verzameld en ingediend, de structuur van de kwaliteitsverslagen die de lidstaten moeten indienen en de maatregelen die nodig mochten zijn om de kwaliteit van de gegevens te beoordelen of te verbeteren, worden door de Commissie vastgesteld volgens de procedure van artikel 14, lid 2.

Artikel 10

Referentieperiode en frequentie

1.   De referentieperiode voor de te verzamelen gegevens is het kalenderjaar.

2.   De Commissie stelt de eerste referentieperiode waarvoor gegevens moeten worden verzameld, vast volgens de procedure van artikel 14, lid 2.

3.   De lidstaten verzamelen de gegevens om de vijf jaar.

Artikel 11

Indiening van de gegevens

1.   De lidstaten en de Commissie scheppen binnen het kader van hun respectieve bevoegdheden de voorwaarden voor een ruimer gebruik van elektronische verzameling en indiening van gegevens en automatische gegevensverwerking.

2.   De lidstaten verstrekken de Commissie (Eurostat) de individuele gegevens van ondernemingen overeenkomstig de bestaande bepalingen van de Gemeenschap op het gebied van de indiening van vertrouwelijke gegevens, als neergelegd in Verordening (EG) nr. 322/97 en Verordening (Euratom, EEG) nr. 1588/90. De lidstaten zorgen ervoor dat aan de hand van de ingediende gegevens geen directe identificatie van de statistische eenheden mogelijk is.

3.   De lidstaten dienen de gegevens in elektronische vorm in, in overeenstemming met het passende technische formaat en de uitwisselingsnorm, die door de Commissie worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 14, lid 2.

4.   De lidstaten dienen de volledige, correcte gegevens uiterlijk achttien maanden na het einde van het referentiejaar in.

Artikel 12

Verslag over de uitvoering

1.   Binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze verordening en na raadpleging van het Comité statistisch programma legt de Commissie een verslag over de uitvoering van deze verordening voor aan het Europees Parlement en de Raad. Met name zal in dit verslag:

a)

een evaluatie worden gegeven van de voordelen voor de Gemeenschap, de lidstaten en de gebruikers van de statistieken in relatie tot de belasting van de respondenten;

b)

worden vastgesteld op welke gebieden in het licht van de resultaten verbeteringen en wijzigingen nodig zijn.

2.   Naar aanleiding van het verslag over de uitvoering kan de Commissie maatregelen ter verbetering van de toepassing van deze verordening voorstellen.

Artikel 13

Uitvoeringsmaatregelen

De maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van deze verordening, waaronder de maatregelen in verband met de economische en technische ontwikkelingen betreffende het verzamelen, indienen en verwerken van gegevens, worden goedgekeurd volgens de procedure van artikel 14, lid 2.

Artikel 14

Comité

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het Comité statistisch programma.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van de bepalingen van artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde periode wordt vastgesteld op drie maanden.

Artikel 15

Financiering

1.   Voor het eerste referentiejaar waarvoor de in deze verordening bedoelde communautaire statistieken worden opgesteld, verstrekt de Commissie een financiële bijdrage aan de lidstaten om hen te helpen bij de bestrijding van hun kosten voor het verzamelen, verwerken en indienen van de gegevens.

2.   Het bedrag van de financiële bijdrage wordt vastgesteld in het kader van de desbetreffende jaarlijkse begrotingsprocedure. De begrotingsautoriteit stelt de beschikbare kredieten vast.

3.   Bij de toepassing van deze verordening kan de Commissie een beroep doen op deskundigen of organisaties die technische bijstand verlenen; de financiering is mogelijk binnen het algemene financiële raamwerk van deze verordening. De Commissie kan seminars, studiebijeenkomsten en andere vergaderingen van deskundigen organiseren wanneer dit de tenuitvoerlegging van deze verordening waarschijnlijk zal vereenvoudigen; ook kan zij passende acties ondernemen op het gebied van informatie, publicatie en verspreiding.

Artikel 16

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te ..., op ...

Voor het Europees Parlement

De Voorzitter

Voor de Raad

De Voorzitter


(1)  PB C ... van ..., blz. ...

(2)  PB C ... van ..., blz. ...

(3)  Standpunt van het Europees Parlement van 23 februari 2005.

(4)  PB C 134 van 7.6.2003, blz. 3.

(5)  PB L 197 van 5.8.2003, blz. 13.

(6)  PB L 52 van 22.2.1997, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).

(7)  PB L 151 van 15.6.1990, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003.

(8)  PB L 133 van 18.5.2002, blz. 7.

(9)  PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

(10)  PB L 181 van 28.6.1989, blz. 47.

(11)  PB L 76 van 30.3.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003.

(12)  PB L 293 van 24.10.1990, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003.

P6_TA(2005)0039

Identiteitsbewijzen van zeevarenden *

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een beschikking van de Raad waarbij de lidstaten worden gemachtigd in het belang van de Europese Gemeenschap het Verdrag van de Internationale Arbeidsorganisatie betreffende de identiteitsbewijzen van zeevarenden (verdrag nr. 185) te bekrachtigen (COM(2004)0530 — C6-0167/2004 — 2004/0180(CNS))

(Raadplegingsprocedure)

Het Europees Parlement,

gezien het voorstel voor een beschikking van de Raad (COM(2004)0530) (1),

gelet op artikel 62, punt 2, letter b) onder i) en artikel 300, lid 2, eerste alinea van het EG-Verdrag,

gelet op artikel 300, lid 3, eerste alinea van het EG-Verdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6-0167/2004),

gelet op de artikelen 51 en 83, lid 7 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A6-0037/2005),

1.

hecht zijn goedkeuring aan het voorstel voor een beschikking van de Raad;

2.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.


(1)  Nog niet in het PB gepubliceerd.

P6_TA(2005)0040

Verontreiniging vanaf schepen *** II

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake verontreiniging vanaf schepen en invoering van sancties voor inbreuken (11964/3/2004 — C6-0157/2004 — 2003/0037(COD))

(Medebeslissingsprocedure: tweede lezing)

Het Europees Parlement,

gezien het gemeenschappelijk standpunt van de Raad ((11964/3/2004 — C6-0157/2004),

gezien zijn in eerste lezing geformuleerde standpunt (1) inzake het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2003)0092) (2),

gelet op artikel 251, lid 2 van het EG-Verdrag,

gelet op artikel 62 van zijn Reglement,

gezien de aanbeveling voor de tweede lezing van de Commissie vervoer en toerisme (A6-0015/2005),

1.

hecht zijn goedkeuring aan het gemeenschappelijk standpunt, als geamendeerd;

2.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.


(1)  Aangenomen teksten van 13.1.2004, P5_TA(2004)0009.

(2)  Nog niet in het PB gepubliceerd.

P6_TC2-COD(2003)0037

Standpunt van het Europees Parlement, in tweede lezing vastgesteld op 23 februari 2005, met het oog op de aanneming van Richtlijn 2005/.../EG van het Europees Parlement en de Raad inzake verontreiniging vanaf schepen en invoering van sancties voor inbreuken

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 80, lid 2,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Gezien het advies van het Comité van de Regio's (2),

Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag (3),

OVERWEGENDE HETGEEN VOLGT:

(1)

Het maritieme veiligheidsbeleid van de Gemeenschap heeft tot doel een hoog niveau van veiligheid en milieubescherming te bewerkstelligen en gaat ervan uit dat alle bij goederenvervoer over zee betrokken partijen een verantwoordelijkheid hebben ervoor te zorgen dat de in Gemeenschapswateren ingezette schepen voldoen aan de geldende voorschriften en normen.

(2)

De materiële normen voor lozingen van verontreinigende stoffen vanaf schepen zijn in alle lidstaten gebaseerd op het Marpol 73/78 Verdrag; deze regels worden echter dagelijks door een zeer groot aantal in Gemeenschapswateren varende schepen genegeerd, zonder dat hiertegen wordt opgetreden.

(3)

De implementatie door de lidstaten van Marpol 73/78 in de Gemeenschap verloopt niet uniform, en daarom is er behoefte aan harmonisatie op Gemeenschapsniveau; met name wat betreft de oplegging van sancties wegens lozingen van verontreinigende stoffen vanaf schepen hanteren de lidstaten sterk verschillende praktijken.

(4)

Afschrikkende maatregelen vormen een integrerend deel van het maritieme veiligheidsbeleid van de Gemeenschap, omdat zij de verantwoordelijkheid van elk van de bij het vervoer van verontreinigende goederen over zee betrokken partijen koppelt aan de dreiging van sancties; een doeltreffende bescherming van het milieu vereist daarom doeltreffende, afschrikkende en evenredige sancties.

(5)

In dit verband is het van essentieel belang om , met behulp van de juiste rechtsinstrumenten, te komen tot een onderlinge aanpassing van de bestaande rechtsregels, in het bijzonder van de precieze omschrijving van de inbreuk in kwestie, de gevallen waarin deze niet bestraft wordt en de minimumvoorschriften voor straffen, en van de aansprakelijkheid en de rechtsmacht.

(6)

Deze richtlijn wordt aangevuld door gedetailleerde regels inzake misdrijven en sancties alsmede andere bepalingen zoals opgenomen in Kaderbesluit 2005/.../JBZ van de Raad van ... ter versterking van het strafrechtelijk kader voor de bestrijding van verontreiniging vanaf schepen .

(7)

Noch van de internationale regels inzake burgerlijke aansprakelijkheid en schadevergoeding voor olieverontreiniging noch van de internationale regels met betrekking tot verontreiniging met andere gevaarlijke of schadelijke stoffen gaat een voldoende afschrikkende werking uit om de bij het vervoer van gevaarlijke ladingen over zee betrokken partijen van ongeoorloofde praktijken te weerhouden; de vereiste afschrikkende werking kan uitsluitend worden bereikt door invoering van sancties die van toepassing zijn op eenieder die verontreiniging van de zee veroorzaakt of daartoe bijdraagt; de sancties dienen niet alleen van toepassing te zijn op de eigenaar of de kapitein van het schip, maar ook op de eigenaar van de lading, het classificatiebureau en andere betrokkenen.

(8)

Het lozen van verontreinigende stoffen vanaf schepen dient als inbreuk te worden beschouwd wanneer het met opzet, door roekeloosheid of door ernstige nalatigheid gebeurt. Deze inbreuken worden beschouwd als misdrijven in de zin van, en onder de omstandigheden waarin is voorzien in, Kaderbesluit 2005/.../JBZ van de Raad ter aanvulling van de richtlijn.

(9)

Sancties voor lozingen van verontreinigende stoffen vanaf schepen staan los van de civiele aansprakelijkheid van de betrokken partijen; zij zijn dus niet onderworpen aan enige regelgeving met betrekking tot het beperken of kanaliseren van civiele aansprakelijkheid, noch beperken zij de efficiënte schadevergoeding aan slachtoffers van milieu-incidenten.

(10)

Om lozingen van verontreinigende stoffen vanaf schepen tijdig te kunnen ontdekken en de overtreders te identificeren is een verdergaande efficiënte samenwerking tussen de lidstaten noodzakelijk. Om deze reden moet het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid een sleutelrol spelen bij de samenwerking met de lidstaten ter ontwikkeling van technische oplossingen en het verschaffen van technische bijstand in verband met de uitvoering van deze richtlijn en moet het de Commissie bijstaan bij de verrichting van iedere taak die haar is toevertrouwd met het oog op de doeltreffende uitvoering van deze richtlijn.

(11)

Om verontreiniging van de zee beter te voorkomen en te bestrijden, moeten er synergieën tussen de handhavingsautoriteiten, zoals de nationale kustwachtdiensten, worden gecreëerd. In dit verband moet de Commissie een haalbaarheidsstudie uitvoeren naar een Europese kustwacht die zich op de voorkoming van verontreiniging en de reactie daarop richt, waarin de kosten en baten duidelijk worden gemaakt. Deze studie moet, indien deze positief uitvalt, worden gevolgd door een voorstel voor een Europese kustwacht.

(12)

Wanneer er duidelijke objectieve bewijzen zijn van een lozing die ernstige schade veroorzaakt of dreigt te veroorzaken, dienen de lidstaten de zaak aan hun bevoegde autoriteiten voor te leggen met het oog op het instellen van rechtsvervolging in overeenstemming met artikel 220 van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee van 1982.

(13)

De handhaving van Richtlijn 2000/59/EG (4) is, samen met deze richtlijn, een sleutelinstrument in het pakket maatregelen ter voorkoming van verontreiniging vanaf schepen.

(14)

Deze richtlijn is in overeenstemming met de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid als omschreven in artikel 5 van het Verdrag. De opname van de internationale voor verontreiniging vanaf schepen geldende normen in het gemeenschapsrecht en de vaststelling van sancties, die onder andere van strafrechtelijke of administratieve aard kunnen zijn, op overtredingen daarvan is een maatregel die nodig is om een hoog niveau van veiligheid en milieubescherming in het zeevervoer te bereiken. De Gemeenschap kan dit alleen daadwerkelijk bereiken door middel van geharmoniseerde voorschriften. De richtlijn beperkt zich tot wat minimaal vereist is om deze doelstelling te bereiken en gaat niet verder dan wat hiervoor nodig is. Zij belet niet dat de lidstaten strengere maatregelen tegen verontreiniging vanaf schepen nemen die in overeenstemming zijn met het internationaal recht.

(15)

Deze richtlijn eerbiedigt volledig het Handvest van grondrechten van de Europese Unie; personen die van inbreuken worden verdacht hebben recht op een rechtvaardig en onpartijdig onderzoek, en de sancties moeten evenredig zijn.

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Doel

1.   Doel van deze richtlijn is de internationale normen inzake verontreiniging vanaf schepen in het Gemeenschapsrecht op te nemen en ervoor te zorgen dat de voor lozingen verantwoordelijke personen passende sancties , zoals bedoeld in artikel 8, opgelegd krijgen, om aldus de veiligheid van de zeevaart te verbeteren en het mariene milieu beter te beschermen tegen verontreiniging door schepen.

2.   Deze richtlijn belet niet dat de lidstaten strengere maatregelen tegen verontreiniging vanaf schepen nemen die in overeenstemming zijn met het internationaal recht.

Artikel 2

Definities

In deze richtlijn wordt verstaan onder:

1.

„Marpol 73/78”: het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973 en het daarbij behorende Protocol van 1978, in de laatst bijgewerkte versie.

2.

„Verontreinigende stoffen”: stoffen die vallen onder de bijlagen I (olie) en II (schadelijke vloeistoffen in bulk) van Marpol 73/78.

3.

„Lozen”: elk vrijkomen van stoffen van een schip, hoe ook veroorzaakt, als bedoeld in artikel 2 van Marpol 73/78.

4.

„Schip”: een zeegaand vaartuig dat wordt gebruikt in het mariene milieu, ongeacht de vlag waaronder het vaart, van welk type ook, waaronder begrepen draagvleugelboten, luchtkussenvoertuigen, afzinkbare vaartuigen en drijvend materieel.

Artikel 3

Toepassingsgebied

1.   Deze richtlijn is overeenkomstig internationaal recht van toepassing op lozingen van verontreinigende stoffen in:

a)

de binnenwateren, inclusief de havens, van een lidstaat, voorzover het Marpol-regime van toepassing is;

b)

de territoriale zee van een lidstaat;

c)

door de internationale scheepvaart gebruikte zeestraten die vallen onder het doorvaartregime als vervat in deel III, hoofdstuk 2, van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee van 1982, voorzover deze zeestraten onder de jurisdictie van een lidstaat vallen;

d)

de exclusieve economische of daaraan gelijkwaardige zone van een lidstaat, die is vastgesteld in overeenstemming met het internationaal recht; en

e)

de volle zee.

2.   Deze richtlijn is van toepassing op lozingen van verontreinigende stoffen vanaf ieder schip ongeacht zijn vlag, met uitzondering van oorlogsschepen, mariene hulpschepen of andere schepen die eigendom zijn van of varen voor een staat en tijdelijk uitsluitend voor niet-commerciële overheidsdiensten worden gebruikt.

Artikel 4

Inbreuken

De lidstaten dragen er zorg voor dat het lozen van verontreinigende stoffen vanaf schepen in een van de in artikel 3, lid 1, bedoelde gebieden als inbreuk wordt aangemerkt, indien het met opzet, uit roekeloosheid of door ernstige nalatigheid gebeurt. Deze inbreuken worden beschouwd als misdrijven in de zin van, en onder de omstandigheden waarin is voorzien in, Kaderbesluit 2005/.../JBZ van de Raad ter aanvulling van deze richtlijn.

Artikel 5

Uitzonderingen

1.   Een lozing van verontreinigende stoffen in een van de in artikel 3, lid 1, bedoelde gebieden wordt niet als inbreuk aangemerkt, wanneer zij voldoet aan de voorwaarden van bijlage I, voorschriften 9, 10, 11(a) of 11(c), of bijlage II, voorschriften 5, 6(a) of 6(c) van Marpol 73/78.

2.   Een lozing van verontreinigende stoffen in de in artikel 3, lid 1, onder c), d) en e) bedoelde gebieden wordt voor de eigenaar, de kapitein of de bemanning die onder de verantwoordelijkheid van de kapitein handelt niet als inbreuk aangemerkt, wanneer zij voldoet aan de voorwaarden van bijlage I, voorschrift 11(b), of bijlage II, voorschrift 6(b), van Marpol 73/78 .

Artikel 6

Handhaving ten aanzien van schepen in een haven van een lidstaat

1.   Indien op grond van onregelmatigheden of van informatie het vermoeden bestaat, dat een schip dat vrijwillig in een haven of bij een off-shore-terminal van een lidstaat ligt in een van de in artikel 3, lid 1, bedoelde gebieden verontreinigende stoffen heeft geloosd of loost, zorgt de lidstaat ervoor dat er overeenkomstig zijn nationaal recht een passende inspectie wordt uitgevoerd, rekening houdend met de toepasselijke richtlijnen van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO).

2.   Voorzover de in lid 1 bedoelde inspectie feiten aan het licht brengt die kunnen wijzen op een inbreuk in de zin van artikel 4, worden de bevoegde autoriteiten van die lidstaat en van de vlaggenstaat gewaarschuwd.

Artikel 7

Handhaving door kuststaten ten aanzien van schepen op doorvaart

1.   Indien de vermoedelijke lozing van verontreinigende stoffen plaatsvindt in de in artikel 3, lid 1, onder b), c), d) of e), bedoelde gebieden en het van de lozing verdachte schip geen haven in de betreffende lidstaat aandoet die over de gegevens met betrekking tot de vermoedelijke lozing beschikt, zijn onderstaande bepalingen van toepassing:

a)

indien de volgende aanloophaven van het schip een haven in een andere lidstaat is, werken de betrokken lidstaten nauw samen bij de in artikel 6, lid 1, bedoelde inspectie, en beslissen zij samen over passende maatregelen ten aanzien van die lozing;

b)

indien de volgende aanloophaven van het schip een haven in een staat buiten de Gemeenschap is, neemt de lidstaat de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de volgende aanloophaven van het schip wordt ingelicht over de vermoedelijke lozing, en verzoekt hij de staat van de volgende aanloophaven om passende maatregelen ten aanzien van die lozing te nemen.

2.   Wanneer er duidelijke objectieve bewijzen zijn dat een schip dat vaart in de in artikel 3, lid 1, onder b) of d), bedoelde gebieden een inbreuk heeft begaan in het in artikel 3, lid 1, onder d), bedoelde gebied, resulterend in een lozing die ernstige schade veroorzaakt of dreigt te veroorzaken aan de kustlijn of daaraan gelieerde belangen van de betrokken lidstaat, dan wel aan enige rijkdommen van de in artikel 3, lid 1, onder b) of d), bedoelde gebieden, legt deze staat, op voorwaarde dat het bewijsmateriaal dit rechtvaardigt, de zaak overeenkomstig zijn nationaal recht voor aan zijn bevoegde autoriteiten voor met het oog op het instellen van rechtsvervolging uit hoofde van Deel XII, Afdeling 7, van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee van 1982, met inbegrip van het vasthouden van het schip.

3.   De autoriteiten van de vlaggenstaat worden van ieder geval op de hoogte gebracht.

Artikel 8

Sancties

1.   De lidstaten nemen de maatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat voor de in artikel 4 bedoelde inbreuken doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties, die onder andere van strafrechtelijke of administratieve aard kunnen zijn, worden opgelegd.

2.   Iedere lidstaat neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de in lid 1 bedoelde sancties van toepassing zijn op eenieder die verantwoordelijk wordt bevonden voor een in artikel 4 bedoelde inbreuk.

Artikel 9

Naleving van het internationaal recht

De lidstaten passen de bepalingen van deze richtlijn toe zonder formele of feitelijke discriminatie van buitenlandse schepen, en overeenkomstig het geldende internationaal recht, inclusief Deel XII, Hoofdstuk 7, van het Verdrag inzake het recht van de zee van de Verenigde Naties van 1982; zij stellen de vlaggenstaat van het vaartuig en alle andere betrokken staten onverwijld op de hoogte van de maatregelen die overeenkomstig deze richtlijn zijn genomen.

Artikel 10

Begeleidende maatregelen

1.    De lidstaten en de Commissie werken voor de toepassing van deze richtlijn in voorkomend geval nauw samen met het Europees Agentschap voor de veiligheid van de zeevaart, rekening houdend met het bij Beschikking nr. 2850/2000/EG (5) opgezette actieprogramma ter bestrijding van door ongevallen veroorzaakte of opzettelijke verontreiniging van de zee en, indien nodig, met de toepassing van Richtlijn 2000/59/EG , teneinde

a)

de nodige informatiesystemen te ontwikkelen die voor de doeltreffende toepassing van deze richtlijn vereist zijn;

b)

gemeenschappelijke praktijken en richtlijnen vast te stellen, op basis van de op internationaal niveau reeds bestaande praktijken en richtlijnen, voor met name:

het volgen en vroegtijdig identificeren van schepen die in strijd met deze richtlijn verontreinigende stoffen lozen, inclusief, zo nodig, voor bewakingsapparatuur aan boord;

betrouwbare methoden voor het traceren van verontreinigende stoffen in zee tot een bepaald schip, en

de daadwerkelijke handhaving van deze richtlijn.

2.     Overeenkomstig zijn in Verordening (EG) nr. 1406/2002 (6) omschreven taken heeft het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid de volgende opdrachten:

a)

samenwerken met de lidstaten bij de ontwikkeling van technische oplossingen en het verlenen van technische bijstand in verband met de uitvoering van deze richtlijn, bij acties als het opsporen van lozingen door middel van satellietcontroles en toezicht;

b)

bijstaan van de Commissie bij de uitvoering van deze richtlijn, waaronder, indien van toepassing, door middel van inspectiebezoeken aan de lidstaten overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1406/2002.

Artikel 11

Haalbaarheidsstudie

Om verontreiniging van de zee beter te voorkomen en te bestrijden, moeten er synergieën tussen de handhavingsautoriteiten, zoals de nationale kustwachtdiensten, worden gecreëerd. In dit verband legt de Commissie het Europees Parlement en de Raad vóór eind 2006 een haalbaarheidsstudie voor over een Europese kustwacht die zich op de voorkoming van verontreiniging en de reactie daarop richt, waarin de kosten en de baten duidelijk worden gemaakt.

Artikel 12

Rapportage

Om de drie jaar dienen de lidstaten een verslag in bij de Commissie over de toepassing van deze richtlijn door de bevoegde autoriteiten. Op basis van die verslagen dient de Commissie een communautair verslag in bij het Europees Parlement en de Raad. In dit verslag beoordeelt zij onder meer de wenselijkheid van de herziening van de richtlijn of van de uitbreiding van het toepassingsgebied ervan. Het verslag bevat tevens een beschrijving van de ontwikkeling van de relevante jurisprudentie in de lidstaten, alsmede een bespreking van de mogelijkheid een publiek toegankelijke databank van deze jurisprudentie op te zetten.

Artikel 13

Comité

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS) dat is opgericht bij artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2099/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende de oprichting van het Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS) (7).

2.   De Commissie brengt het bij Beschikking nr. 2850/2000/EG ingestelde comité regelmatig op de hoogte van eventuele voorgestelde maatregelen of andere relevante activiteiten in verband met de respons op mariene verontreiniging.

Artikel 14

Wijzigingsprocedure

Wijzigingen van Marpol 73/78 genoemd in artikel 2, onder 1), kunnen overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 2099/2002 van het toepassingsgebied van deze richtlijn worden uitgesloten.

Artikel 15

Tenuitvoerlegging

De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk ... (8) aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in de bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor de verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

Artikel 16

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 17

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te ..., op ...

Voor het Europees Parlement

De Voorzitter

Voor de Raad

De Voorzitter


(1)  PB C 220 van 16.9.2003, blz. 72.

(2)  PB C ...

(3)  Advies van het Europees Parlement van 13 januari 2004 (PB C 92 E van 21.4.2004, blz. 77), gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 7 oktober 2004 (PB C 25 E van 1.2.2005, blz. 29) en standpunt van het Europees Parlement van 23 februari 2005.

(4)  Richtlijn 2000/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2000 betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen (PB L 332 van 28.12.2000, blz. 81). Richtlijn gewijzigd bij Richtlijn 2002/84/EG (PB L 324 van 29.11.2002, blz. 53).

(5)  Beschikking nr. 2850/2000/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2000 tot opzetting van een actieprogramma ter bestrijding van door ongevallen veroorzaakte of opzettelijke verontreiniging van de zee (PB L 332 van 28.12.2000, blz. 1). Beschikking gewijzigd bij Beschikking nr. 787/2004/EG (PB L 138 van 30.4.2004, blz. 12).

(6)  Verordening (EG) nr. 1406/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 tot oprichting van een Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (PB L 208 van 5.8.2002, blz. 1).

(7)  PB L 324 van 29.11.2002, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 415/2004 van de Commissie (PB L 68 van 6.3.2004, blz. 10).

(8)  18 maanden na de inwerkingtreding.

BIJLAGE

Als referentie bedoeld overzicht van de lozingsvoorschriften van Marpol 73/78 met betrekking tot de lozingen van olie en schadelijke vloeistoffen, als bedoeld in artikel 2, punt 2

Deel I: Olie (Marpol 73/78, bijlage I)

Voor de toepassing van Marpol 73/78, bijlage I, wordt onder „olie” verstaan minerale olie in elke vorm, daaronder begrepen ruwe olie, stookolie, oliehoudend slik, olieafval en geraffineerde producten (anders dan petrochemische producten die vallen onder de bepalingen van Marpol 73/78, bijlage II), en onder „oliehoudend mengsel” een mengsel dat olie bevat, in elk gehalte.

Uittreksels uit de desbetreffende bepalingen van Marpol 73/78, bijlage I:

Voorschrift 9: Regeling van het lozen van olie

(1)

Onverlet de bepalingen van de voorschriften 10 en 11 van deze bijlage, en onder (2) van dit voorschrift, is elke lozing in zee van olie of oliehoudende mengsels vanaf schepen waarop deze bijlage van toepassing is, verboden, tenzij voldaan wordt aan alle onderstaande voorwaarden:

a)

voor olietankschepen, behalve zoals bepaald onder b):

i)

het tankschip bevindt zich niet in een bijzonder gebied;

ii)

het tankschip bevindt zich meer dan 50 zeemijlen van het dichtstbijzijnde land;

iii)

het tankschip vervolgt zijn vaarroute;

iv)

de hoeveelheid geloosde olie bedraagt op geen enkel moment van het lozen meer dan 30 liter per zeemijl;

v)

de totale hoeveelheid in zee geloosde olie bedraagt voor bestaande tankschepen niet meer dan 1/15 000ste van de totale hoeveelheid van de lading waarvan het restant deel uitmaakte, en voor nieuwe tankschepen niet meer dan 1/30.000ste van de totale hoeveelheid van de lading waarvan het restant deel uitmaakte;

vi)

het tankschip heeft een systeem voor de bewaking en regeling van de olielozing in bedrijf en een sloptankinstallatie zoals vereist in voorschrift 15 van deze bijlage.

b)

voor andere schepen dan olietankschepen, met een brutotonnage van 400 ton of meer, en voor olietankschepen vanuit de vullings van de machineruimten, met uitzondering van de vullings van de ladingpompkamers, tenzij de vloeistof is vermengd met ladingolierestanten:

i)

het schip bevindt zich niet in een bijzonder gebied;

ii)

het schip vervolgt zijn vaarroute;

iii)

het oliegehalte van de geloosde vloeistof zonder verdunning is lager dan 15 delen per miljoen; en

iv)

het schip heeft [een bewakings- en regelsysteem en filtreerapparatuur] in bedrijf, zoals vereist in voorschrift 16 van deze bijlage.

(2)

Bij andere schepen dan olietankschepen, met een brutotonnage van minder dan 400 ton, buiten het bijzondere gebied, draagt de [vlaggenstaat] administratie er zorg voor dat deze zijn uitgerust, voorzover praktisch uitvoerbaar en redelijk, met installaties voor het aan boord opslaan van olierestanten en de afgifte daarvan aan ontvangstinrichtingen of lozing in zee overeenkomstig het gestelde in (1) (b) van dit voorschrift.

[...]

(3)

De bepalingen in (1) van dit voorschrift zijn niet van toepassing op de lozing van schone of van gescheiden ballast of van onbehandelde oliehoudende mengsels met een oliegehalte, zonder verdunning, van niet meer dan 15 delen per miljoen, en die niet afkomstig zijn uit de vullings van ladingpompkamers en niet zijn vermengd met olierestanten van de lading.

(4)

Lozingen in zee mogen geen chemicaliën of andere stoffen bevatten in hoeveelheden of concentraties die schadelijk zijn voor het mariene milieu, noch chemicaliën of andere stoffen welke worden aangewend om de in dit voorschrift aangegeven lozingsvoorwaarden te ontduiken.

(5)

De olierestanten die niet volgens de bepalingen onder (1), (2) en (4) van dit voorschrift in zee kunnen worden geloosd dienen aan boord te worden gehouden of aan ontvangstinrichtingen te worden afgegeven.

[...]

Voorschrift 10: Methoden ter voorkoming van die verontreiniging door in bijzondere gebieden in bedrijf zijnde schepen

(1)

Voor de toepassing van deze bijlage worden onder bijzondere gebieden verstaan de gebieden van de Middellandse Zee, de Oostzee, de Zwarte Zee, de Rode Zee, de „Golf”, de Golf van Aden, het Antarctisch gebied en de Noordwest-Europese wateren [als nader omschreven en gespecificeerd].

2)

Onverminderd de bepalingen van voorschrift 11 van deze bijlage:

a)

is elke lozing in zee verboden van olie of oliehoudende mengsels vanaf olietankschepen en vanaf andere schepen dan olietankschepen met een brutotonnage van 400 ton en meer, wanneer deze zich in een bijzonder gebied bevinden [...].

b)

is elke lozing in zee verboden van olie of oliehoudende mengsels vanaf andere schepen dan olietankschepen met een brutotonnage van minder dan 400 ton, wanneer deze zich in een bijzonder gebied bevinden, behalve wanneer het oliegehalte van de geloosde vloeistof, zonder verdunning, niet meer is dan 15 delen per miljoen.

(3)

a)

De bepalingen in (2) van dit voorschrift zijn niet van toepassing op de lozing van schone of gescheiden ballast.

b)

De bepalingen van (2), (a), van dit voorschrift zijn niet van toepassing op de lozing van behandeld lenswater uit machineruimten, mits aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan:

i)

het lenswater is niet afkomstig uit de vullings van ladingpompkamers;

ii)

het lenswater is niet vermengd met olierestanten van de lading;

iii)

het schip vervolgt zijn vaarroute;

iv)

het oliegehalte van de geloosde vloeistof, zonder verdunning, is niet meer dan 15 delen per miljoen;

v)

het schip heeft een oliefiltreersysteem in bedrijf volgens het bepaalde in voorschrift 16(5), van deze bijlage; en

vi)

het filtreersysteem is uitgerust met een stopmechanisme waardoor wordt verzekerd dat de lozing automatisch wordt gestopt wanneer het oliegehalte van de geloosde vloeistof meer is dan 15 delen per miljoen.

(4)

a)

Lozingen in zee mogen geen chemicaliën of andere stoffen bevatten in hoeveelheden of concentraties die schadelijk zijn voor het mariene milieu, noch chemicaliën of andere stoffen welke worden aangewend om de in dit voorschrift aangegeven lozingsvoorwaarden te ontduiken.

b)

De olierestanten die niet volgens de bepalingen van (2) of (3) van dit voorschrift in zee kunnen worden geloosd dienen aan boord te worden gehouden of aan ontvangstinrichtingen te worden afgegeven.

(5)

Niets in dit voorschrift verbiedt een schip, dat slechts tijdens een gedeelte van zijn reis in een bijzonder gebied vaart, buiten dat gebied te lozen overeenkomstig voorschrift 9 van deze bijlage.

[...]

Voorschrift 11: Uitzonderingen

De voorschriften 9 en 10 van deze bijlage zijn niet van toepassing op:

a)

het lozen in zee van olie of oliehoudende mengsels indien dit noodzakelijk is om de veiligheid van een schip te verzekeren of om mensenlevens op zee te redden; of

b)

het lozen in zee van olie of oliehoudende mengsels ten gevolge van schade aan het schip of aan de uitrusting daarvan:

i)

mits na het ontstaan van de schade of na het ontdekken van de lozing alle redelijke voorzorgen zijn getroffen om de lozing te voorkomen of tot een minimum te beperken;

ii)

tenzij de eigenaar of de kapitein handelde met de bedoeling om schade te veroorzaken, ofwel roekeloos handelde en in de wetenschap dat er waarschijnlijk schade zou ontstaan; of

c)

het lozen in zee van oliehoudende stoffen met toestemming van de [vlaggenstaat] administratie, indien dit geschiedt om bepaalde verontreinigingsvoorvallen te bestrijden, teneinde de schade door de verontreiniging tot een minimum te beperken. Elke lozing van dien aard behoeft de goedkeuring van elke regering binnen wier rechtsgebied wordt overwogen de lozing te doen plaatsvinden.

Deel II: Schadelijke vloeistoffen (Marpol 73/78, bijlage II)

Uittreksels uit de desbetreffende bepalingen van Marpol 73/78, bijlage II:

Voorschrift 3: Indeling in categorieën en opsomming van schadelijke vloeistoffen

(1)

Voor de toepassing van de voorschriften van deze bijlage worden schadelijke vloeistoffen ingedeeld in de volgende vier categorieën:

(a)

Categorie A: schadelijke vloeistoffen die, wanneer zij bij het schoonmaken van tanks of het verwijderen van ballast in zee worden geloosd, een groot gevaar zouden opleveren voor mariene hulpbronnen of de gezondheid van de mens, of die ernstige schade zouden toebrengen aan het genoegen dat de zee verschaft of aan andere vormen van rechtmatig gebruik van de zee, en derhalve de toepassing rechtvaardigen van strikte maatregelen ter voorkoming van verontreiniging.

(b)

Categorie B: schadelijke vloeistoffen die, wanneer zij bij het schoonmaken van tanks of het verwijderen van ballast in zee worden geloosd, gevaar zouden opleveren voor mariene hulpbronnen of de gezondheid van de mens, of die schade zouden toebrengen aan het genoegen dat de zee verschaft of aan andere vormen van rechtmatig gebruik van de zee, en derhalve de toepassing rechtvaardigen van bijzondere maatregelen ter voorkoming van verontreiniging.

(c)

Categorie C: schadelijke vloeistoffen die, wanneer zij bij het schoonmaken van tanks of het verwijderen van ballast in zee worden geloosd, een gering gevaar zouden opleveren voor mariene hulpbronnen of de gezondheid van de mens, of die geringe schade zouden toebrengen aan het genoegen dat de zee verschaft of aan andere vormen van rechtmatig gebruik van de zee, en derhalve een bijzondere behandeling vereisen.

(d)

Categorie D: schadelijke vloeistoffen die, wanneer zij bij het schoonmaken van tanks of het verwijderen van ballast in zee worden geloosd, een waarneembaar gevaar zouden opleveren voor mariene hulpbronnen of de gezondheid van de mens, of minimale schade zouden toebrengen aan het genoegen dat de zee verschaft of aan andere vormen van rechtmatig gebruik van de zee, en derhalve enige aandacht bij de behandeling ervan vergen.

[...]

[Verdere richtlijnen voor de indeling van de stoffen in categorieën, inclusief een lijst van in categorieën ingedeelde stoffen, worden gegeven in voorschrift 3, (2) tot en met (4), voorschrift 4 en de aanhangsels van Marpol 73/78, bijlage II]

[...]

Voorschrift 5: Lozen van schadelijke vloeistoffen

Stoffen van de categorieën A, B en C buiten bijzondere gebieden, en stoffen van categorie D in alle gebieden

Behoudens het bepaalde in [...] voorschrift 6 van deze bijlage,

1)

is het lozen in zee verboden van stoffen van categorie A zoals omschreven in voorschrift 3(1)(a) van deze bijlage, of van stoffen die voorlopig als zodanig zijn ingedeeld, of van ballastwater, tankwaswater, of andere restanten of mengsels die dergelijke stoffen bevatten. Ingeval tanks die dergelijke stoffen of mengsels bevatten, moeten worden gewassen, dienen de aldus ontstane restanten in een ontvangstinstallatie te worden geloosd, totdat de concentratie van de stof in de in deze installatie uitstromende vloeistof is gedaald tot of onder 0, 1 gewichtsprocent en totdat de tank leeg is, met uitzondering van fosfor (geel of wit) waarvoor de concentratie in de resterende vloeistof 0,01 gewichtsprocent dient te zijn. Al het water dat daarna in de tank wordt gebracht, mag in zee worden geloosd, indien ook aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:

a)

het schip vervolgt zijn vaarroute met een snelheid van ten minste 7 knopen, in geval van schepen met eigen voortstuwing, of van ten minste 4 knopen, in geval van schepen zonder eigen voortstuwing;

b)

het lozen geschiedt onder de waterlijn, rekening houdende met de plaats van de zeewaterinlaten; en

c)

het lozen geschiedt op een afstand van ten minste 12 zeemijlen van het dichtstbijzijnde land en in water van ten minste 25 meter diepte.

2)

is het lozen in zee verboden van stoffen van categorie B zoals omschreven in voorschrift 3(1)(b) van deze bijlage, of van stoffen die voorlopig als zodanig zijn ingedeeld, of van ballastwater, tankwaswater, of andere restanten of mengsels die dergelijke stoffen bevatten, behalve wanneer aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:

a)

het schip vervolgt zijn vaarroute met een snelheid van ten minste 7 knopen, in geval van schepen met eigen voortstuwing, of van ten minste 4 knopen, in geval van schepen zonder eigen voortstuwing;

b)

de werkwijze en voorzieningen voor het lozen zijn goedgekeurd door de [vlaggenstaat] administratie. Deze werkwijze en voorzieningen moeten zijn gebaseerd op door de [IMO] ontwikkelde normen, en dienen te verzekeren dat concentratie, snelheid en hoeveelheid van de uitstromende vloeistof zodanig zijn, dat de concentratie van de stof in de volgstroom van het schip 1 deel per miljoen niet overschrijdt;

c)

de maximum hoeveelheid van de uit elke tank en de daarmee verbonden pijpleidingen geloosde lading bedraagt niet meer dan de maximum hoeveelheid, toegelaten in overeenstemming met de werkwijzen bedoeld onder (b) van deze paragraaf, welke hoeveelheid in geen geval groter mag zijn dan 1 m3 of 1/3 000ste van de tankinhoud in m3, al naar gelang welke de grootste is;

d)

het lozen geschiedt onder de waterlijn, rekening houdende met de plaats van de zeewaterinlaten; en

e)

het lozen geschiedt op een afstand van ten minste 12 zeemijlen van het dichtstbijzijnde land en in water van ten minste 25 meter diepte.

3)

is het lozen in zee verboden van stoffen van categorie C zoals omschreven in voorschrift 3(1)(c) van deze bijlage, of van stoffen die voorlopig als zodanig zijn ingedeeld, of van ballastwater, tankwaswater of van andere restanten of mengsels die dergelijke stoffen bevatten, behalve wanneer aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:

a)

het schip vervolgt zijn vaarroute met een snelheid van ten minste 7 knopen, in geval van schepen met eigen voortstuwing, of van ten minste 4 knopen, in geval van schepen zonder eigen voortstuwing;

b)

de werkwijze en voorzieningen voor het lozen zijn goedgekeurd door de [vlaggenstaat] administratie. Deze werkwijze en voorzieningen moeten gebaseerd zijn op de door de [IMO] ontwikkelde normen en dienen te verzekeren dat concentratie, snelheid en hoeveelheid van de uitstromende vloeistof zodanig zijn, dat de concentratie van de stof in de volgstroom van het schip 10 delen per miljoen niet overschrijdt;

c)

de maximum hoeveelheid van de uit elke tank en de daarmee verbonden pijpleidingen geloosde lading bedraagt niet meer dan de maximum hoeveelheid, toegelaten in overeenstemming met de werkwijze bedoeld onder (b) van deze paragraaf, welke hoeveelheid in geen geval groter mag zijn dan 3 m3 of 1/1 000ste van de tankinhoud in m3, al naar gelang welke de grootste is;

d)

het lozen geschiedt onder de waterlijn, rekening houdende met de plaats van de zeewaterinlaten; en

e)

het lozen geschiedt op een afstand van ten minste 12 zeemijlen van het dichtstbijzijnde land en in water van ten minste 25 meter diepte.

4)

is het lozen in zee verboden van stoffen van categorie D zoals bedoeld als omschreven in voorschrift 3(1)(d) van deze bijlage, of van stoffen die voorlopig als zodanig zijn ingedeeld, of van ballastwater, tankwaswater, of andere restanten of mengsels die dergelijke stoffen bevatten, behalve wanneer aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:

a)

het schip vervolgt zijn vaarroute met een snelheid van ten minste 7 knopen, in geval van schepen met eigen voortstuwing, of van ten minste 4 knopen, in geval van schepen zonder eigen voortstuwing;

b)

deze mengsels hebben een concentratie die niet groter is dan één deel stof op tien delen water; en

c)

het lozen geschiedt op een afstand van ten minste 12 zeemijlen van het dichtstbijzijnde land.

5)

mogen voor het verwijderen van ladingrestanten uit een tank ventilatiemethoden worden toegepast die door de [vlaggenstaat] administratie zijn goedgekeurd. Deze methoden dienen te zijn gebaseerd op door de [IMO] ontwikkelde normen. Al het water dat daarna in de tank wordt toegelaten, wordt als schoon aangemerkt, en daarop is het bepaalde in (1), (2), (3) of (4) van dit voorschrift niet van toepassing.

6)

is het lozen in zee verboden van stoffen die niet in een categorie zijn ingedeeld, niet voorlopig zijn ingedeeld, of niet zijn ingedeeld zoals bedoeld in voorschrift 4(1) van deze bijlage, of van ballastwater, tankwaswater, of van andere restanten of mengsels die dergelijke stoffen bevatten.

Stoffen van de categorieën A, B en C binnen bijzondere gebieden [als omschreven in Marpol 73/78, bijlage II, voorschrift 1, de Oostzee inbegrepen]

Behoudens het bepaalde in (14) van dit voorschrift en van voorschrift 6 van deze bijlage,

7)

is het lozen in zee verboden van stoffen van categorie A zoals omschreven in voorschrift 3(1)(a), van deze bijlage, of van stoffen die voorlopig als zodanig zijn ingedeeld, of van ballastwater, tankwaswater of andere restanten of mengsels die dergelijke stoffen bevatten. Ingeval tanks die dergelijke stoffen of mengsels bevatten, moeten worden gewassen, dienen de aldus ontstane restanten in een ontvangstinstallatie te worden geloosd, waarvoor de staten wier grondgebied aan het bijzondere gebied grenst, zorg moeten dragen ingevolge het bepaalde in voorschrift 7 van deze bijlage, totdat de concentratie van de stof in de in deze installatie uitstromende vloeistof is gedaald tot of onder 0, 05 gewichtsprocent en totdat de tank leeg is, met uitzondering van fosfor (geel of wit) waarvoor de concentratie in de resterende vloeistof 0, 005 gewichtsprocent dient te zijn. Al het water dat daarna in de tank wordt toegelaten, mag in zee worden geloosd, wanneer ook aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:

a)

het schip vervolgt zijn vaarroute met een snelheid van ten minste 7 knopen in geval van schepen met eigen voortstuwing, of van ten minste 4 knopen in geval van schepen zonder eigen voortstuwing;

b)

het lozen geschiedt onder de waterlijn, rekening houdende met de plaats van de zeewaterinlaten; en

c)

het lozen geschiedt op een afstand van ten minste 12 zeemijlen van het dichtstbijzijnde land en in water van ten minste 25 meter diepte.

8)

is het lozen in zee verboden van stoffen van categorie B zoals omschreven in voorschrift 3(1)(b) van deze bijlage, of van stoffen die voorlopig als zodanig zijn ingedeeld, of van ballastwater, tankwaswater of andere restanten of mengsels die dergelijke stoffen bevatten, behalve wanneer aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:

a)

de tank heeft een voorwas ondergaan overeenkomstig de methode die door de [vlaggenstaat] administratie is goedgekeurd en is gebaseerd op door de [IMO] ontwikkelde normen, en het aldus ontstane tankwaswater is afgegeven aan een ontvangstvoorziening;

b)

het schip vervolgt zijn vaarroute met een snelheid van ten minste 7 knopen in geval van schepen met eigen voortstuwing, en van ten minste 4 knopen in geval van schepen zonder eigen voortstuwing;

c)

de werkwijze en voorzieningen voor het lozen en schoonmaken zijn goedgekeurd door de [vlaggenstaat] administratie. Deze werkwijze en voorzieningen moeten gebaseerd zijn op door de [IMO] ontwikkelde normen en dienen te verzekeren dat de concentratie, snelheden en hoeveelheden van de uitstromende vloeistof zodanig zijn, dat de concentratie van de stof in de volgstroom van het schip 1 deel per miljoen niet overschrijdt;

d)

het lozen geschiedt onder de waterlijn, rekening houdende met de plaats van de zeewaterinlaten; en

e)

het lozen geschiedt op een afstand van ten minste 12 zeemijlen van het dichtstbijzijnde land en in water van ten minste 25 meter diepte.

9)

is het lozen in zee verboden van stoffen van categorie C zoals omschreven in voorschrift 3(1)(c) van deze bijlage, of van stoffen die voorlopig als zodanig zijn ingedeeld, of van ballastwater, tankwaswater of andere restanten of mengsels die dergelijke stoffen bevatten, behalve wanneer aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:

a)

het schip vervolgt zijn vaarroute met een snelheid van ten minste 7 knopen in geval van schepen met eigen voortstuwing, en van ten minste 4 knopen in geval van schepen zonder eigen voortstuwing;

b)

de werkwijze en voorzieningen voor het lozen zijn goedgekeurd door de [vlaggenstaat] administratie. Deze werkwijze en voorzieningen moeten gebaseerd zijn op door de [IMO] ontwikkelde normen en dienen te verzekeren dat de concentratie, snelheid en hoeveelheid van de uitstromende vloeistof zodanig zijn, dat de concentratie van de stof in de volgstroom van het schip 1 deel per miljoen niet overschrijdt;

c)

de maximum hoeveelheid van de uit elke tank en de daarmee verbonden pijpleidingen geloosde lading bedraagt niet meer dan de maximum hoeveelheid, toegelaten in overeenstemming met de werkwijzen bedoeld onder (b) van deze paragraaf, welke hoeveelheid in geen geval groter mag zijn dan 1 m3 of 1/3 000ste van de tankinhoud in m3, al naar gelang welke de grootste is;

d)

het lozen geschiedt onder de waterlijn, rekening houdende met de plaats van de zeewaterinlaten; en

e)

het lozen geschiedt op een afstand van ten minste 12 zeemijlen van het dichtstbijzijnde land en in water van ten minste 25 meter diepte.

10)

mogen voor het verwijderen van ladingrestanten uit een tank ventilatiemethoden worden toegepast die door de [vlaggenstaat] administratie zijn goedgekeurd. Deze methoden dienen te zijn gebaseerd op door de [IMO] ontwikkelde normen. Al het water dat daarna in de tank wordt toegelaten, wordt als schoon aangemerkt en daarop is het bepaalde in (7), (8) of (9) van dit voorschrift niet van toepassing.

11)

is het lozen in zee verboden van stoffen die niet in een categorie zijn ingedeeld, niet voorlopig zijn beoordeeld, of niet zijn beoordeeld zoals bedoeld in voorschrift 4(1) van deze bijlage, of van ballastwater, tankwaswater of andere restanten of mengsels die deze stoffen bevatten.

(12)

Niets in dit voorschrift zal verhinderen dat een schip de restanten van een lading van categorie B of C aan boord houdt en deze restanten in zee loost buiten een bijzonder gebied ingevolge het bepaalde in paragraaf (2) of (3) van dit voorschrift.

Voorschrift 6: Uitzonderingen

Voorschrift 5 van deze bijlage is niet van toepassing op:

a)

het lozen in zee van schadelijke vloeistoffen of mengsels die dergelijke stoffen bevatten, wanneer dit noodzakelijk is om de veiligheid van het schip te verzekeren of mensenlevens op zee te redden; of

b)

het lozen in zee van schadelijke vloeistoffen of mengsels die dergelijke stoffen bevatten, ten gevolge van schade aan het schip of aan de uitrusting daarvan:

i)

mits na optreden van de beschadiging of na het ontdekken van het lozen alle redelijke voorzorgen zijn getroffen om de lozing te voorkomen of tot een minimum te beperken; en

ii)

tenzij de eigenaar of de kapitein handelde met de bedoeling om schade te veroorzaken, ofwel roekeloos handelde en in de wetenschap dat er waarschijnlijk schade zou ontstaan; of

c)

het lozen in zee van schadelijke vloeistoffen of mengsels die dergelijke stoffen bevatten, welke zijn goedgekeurd door de [vlaggenstaat] administratie, indien dit geschiedt om bepaalde verontreinigingsgevallen te bestrijden, teneinde de schade door de verontreiniging tot een minimum te beperken. Elke lozing van dien aard behoeft de goedkeuring van elke regering binnen wier rechtsgebied wordt overwogen de lozing te doen plaatsvinden.

P6_TA(2005)0041

Rijbewijs *** I

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende het rijbewijs (COM(2003)0621 — C5-0610/2003 — 2003/0252(COD))

(Medebeslissingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2003)0621) (1),

gelet op artikel 251, lid 2 en artikel 71, lid 1 van het EG-Verdrag, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C5-0610/2003),

gelet op artikel 51 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme (A6-0016/2005),

1.

hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.

verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in dit voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.


(1)  Nog niet in het PB gepubliceerd.

P6_TC1-COD(2003)0252

Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 23 februari 2005 met het oog op de aanneming van Richtlijn 2005/.../EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het rijbewijs

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 71,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Richtlijn 91/439/EEG van de Raad van 29 juli 1991 betreffende het rijbewijs (3) is herhaaldelijk en ingrijpend gewijzigd. Aangezien nieuwe wijzigingen nodig zijn, dient ter wille van de duidelijkheid tot herschikking van deze richtlijn te worden overgegaan.

(2)

Ondanks de vorderingen op het gebied van harmonisatie van de voorschriften betreffende het rijbewijs blijven er tussen de wetgevingen van de lidstaten elementaire verschillen bestaan die, teneinde bij te dragen tot het verwezenlijken van het communautaire beleid, een diepgaandere harmonisatie vereisen. De voorschriften betreffende het rijbewijs zijn een onontbeerlijk bestanddeel om het gemeenschappelijk vervoersbeleid te verwezenlijken en de veiligheid van het wegverkeer te verbeteren alsook om het verkeer te vergemakkelijken van personen die zich in een andere lidstaat vestigen dan de lidstaat die het rijbewijs heeft afgegeven. Rekening gehouden met het belang van individuele vervoermiddelen, bevordert het bezit van een door de gaststaat naar behoren erkend rijbewijs aldus het vrije verkeer van burgers.

(3)

De bevoegdheid tot het opleggen van nationale bepalingen inzake de geldigheidsduur waarin Richtlijn 91/439/EEG voorziet, heeft tot gevolg dat verschillende voorschriften van verschillende lidstaten naast elkaar bestaan en dat in de lidstaten meer dan 110 verschillende rechtsgeldige rijbewijsmodellen in omloop zijn. Dit doet doorzichtigheidsproblemen ontstaan voor de burger, de politie en de overheidsinstanties die verantwoordelijk zijn voor het beheer van de rijbewijzen en leidt tot vervalsingen van documenten die soms verscheidene decennia oud zijn.

(4)

In alle landen dienen de oude rijbewijzen te worden ingewisseld, om te vermijden dat er alleen maar een Europees rijbewijsmodel bijkomt in plaats van dat er één enkel Europees model wordt ingevoerd. Voor de oude papieren rijbewijsmodellen dient voor het inwisselen een termijn te gelden van 10 jaar, voor de oude rijbewijsmodellen van het plastic „creditcard”-type een termijn van 20 jaar.

(5)

Bestaande rechten die aan de rijbewijzen voor de verschillende categorieën verbonden zijn, mogen door deze inwisseling niet beperkt worden.

(6)

De invoering van een administratieve geldigheidsduur zal het mogelijk maken de rijbewijzen regelmatig te verlengen teneinde de nieuwste maatregelen om vervalsing tegen te gaan, toe te passen en op het moment van de periodieke verlenging medische onderzoeken of andere door de lidstaten vastgestelde maatregelen uit te voeren, zoals het geven van cursussen om de theoretische kennis of praktische vaardigheden weer op peil te brengen.

(7)

De lidstaten kunnen medische onderzoeken opleggen teneinde de naleving te waarborgen van de minimumnormen inzake lichamelijke en geestelijke geschiktheid voor het besturen van een motorvoertuig. Zo zouden o.a. oogtests vanaf de leeftijd van 45 jaar tot een grotere verkeersveiligheid kunnen leiden.

(8)

De naleving van de minimumnormen inzake lichamelijke en geestelijke geschiktheid voor het besturen van een motorvoertuig, ten aanzien van bestuurders van een voertuig dat bestemd is voor het vervoer van personen of goederen en dat tot bepaalde categorieën behoort, moet worden gecontroleerd in het kader van een medisch onderzoek op het ogenblik van de afgifte van het rijbewijs en vervolgens periodiek, overeenkomstig de nationale wettelijke bepalingen. Het is nodig de periodiciteit van deze medische onderzoeken te harmoniseren, teneinde bij te dragen tot de verwezenlijking van het vrije verkeer van werknemers, mededingingvervalsing te voorkomen en rekening te houden met de verantwoordelijkheid van de bestuurders van deze voertuigen.

(9)

Met betrekking tot de minimumleeftijden is het nodig het beginsel van geleidelijke toegang tot de categorieën verder te versterken. Voor de verschillende categorieën van tweewielige en driewielige voertuigen en voor de verschillende categorieën van voertuigen bestemd voor het vervoer van personen of goederen is het passend meer variatie te brengen in de regels voor de toegang tot de rijbewijscategorieën. Categorie B1 moet facultatief blijven, met, teneinde de mogelijkheid te behouden tot invoering in de toekomst van een geleidelijke toegang tot deze categorie, een mogelijkheid tot afwijking voor de minimumleeftijd.

(10)

De categorieën moeten worden geharmoniseerd om het beginsel van geleidelijke toegang te versterken.

(11)

De lidstaten dienen de mogelijkheid te hebben de minimumleeftijd voor de categorieën auto's en motorrijwielen te wijzigen, om de verkeersveiligheid respectievelijk de mobiliteit te vergroten. Bij de categorieën motorrijwielen moet echter het beginsel van gefaseerde toegang blijven bestaan. Er dient zorgvuldig te worden nagegaan of het principe van gefaseerde toegang in de toekomst niet ook moet gaan gelden voor personenauto's.

(12)

De definities van zowel de nieuwe als de bestaande categorieën dienen een betere afspiegeling te zijn van de technische kenmerken van de betrokken voertuigen en van de voor het besturen van de voertuigen noodzakelijke kennis en vaardigheden.

(13)

De invoering van een rijbewijscategorie voor bromfietsen beoogt in het bijzonder een verhoging van de verkeersveiligheid ten aanzien van de jongste bestuurders, die volgens de statistieken het meest betrokken zijn bij verkeersongevallen.

(14)

Om aan de eisen inzake de veiligheid van het wegverkeer te voldoen dienen dus minimumvoorwaarden te worden vastgesteld voor de afgifte van het rijbewijs.

(15)

Er dienen specifieke voorschriften te worden vastgesteld om de toegang van lichamelijk gehandicapten tot het besturen van voertuigen te bevorderen.

(16)

Het is passend dat de lidstaten er, voorzover mogelijk, toe worden verplicht om redenen die verband houden met de veiligheid van het wegverkeer of met het wegverkeer, hun nationale bepalingen die betrekking hebben op de intrekking, schorsing , beperking en nietigverklaring van het rijbewijs, toe te passen op iedere houder van een rijbewijs die zijn gewone verblijfplaats op hun grondgebied heeft verworven.

(17)

Het model van het rijbewijs zoals vastgesteld bij Richtlijn 91/439/EEG dient te worden vervangen door één model in de vorm van een plastic kaart. Tegelijkertijd dient dit model van het rijbewijs te worden aangepast wegens de invoering van een nieuwe rijbewijscategorie voor bromfietsen.

(18)

De inbouw van een facultatieve microchip in het model van het rijbewijs in de vorm van een kredietkaart dient de lidstaten in staat stellen de bescherming tegen fraude verder te verbeteren. De technische specificaties van de microchip zullen worden vastgesteld door de Commissie, bijgestaan door het Comité voor het rijbewijs.

(19)

De lidstaten mogen aanvullende informatie op de microchip opslaan, voorzover dit het eigenlijke gebruik daarvan niet nadelig beïnvloedt. Daarnaast moet de gegevensbescherming gewaarborgd blijven.

(20)

Teneinde de kennis en kunde van de examinatoren te verbeteren, een objectievere beoordeling van kandidaten voor een rijbewijs mogelijk te maken, tot een grotere harmonisering van de rijexamens te komen en het algemene beginsel van wederzijdse erkenning van rijbewijzen te versterken, dienen minimumnormen betreffende de toegang tot het beroep van examinator en continue bijscholing te worden vastgesteld.

(21)

Het is dienstig de Commissie toe te staan de bijlagen I tot en met IV aan de technische vooruitgang aan te passen.

(22)

De voor de uitvoering van deze richtlijn vereiste maatregelen dienen te worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (4).

(23)

Daar de doelstellingen van het overwogen optreden niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en zij derhalve wegens hun omvang en effect beter door de Gemeenschap kunnen worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan wat nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(24)

Deze richtlijn dient de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage VIII, deel B, genoemde termijnen voor omzetting in nationaal recht en toepassing van de aldaar genoemde richtlijnen onverlet te laten,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Model van het rijbewijs

1.   De lidstaten stellen het nationale rijbewijs op volgens het in bijlage I bedoelde Europees model en overeenkomstig deze richtlijn.

2.   Zodra de technische specificaties overeenkomstig de in artikel 10 bedoelde procedure door de Commissie zijn vastgesteld, hebben de lidstaten het recht de rijbewijzen die zij afgeven te voorzien van een microchip. De Commissie ziet erop toe dat de technische specificaties betreffende de in het rijbewijs in te bouwen microchip een EG-goedkeuring vereisen die slechts kan worden toegekend wanneer is aangetoond dat deze microchip bestand is tegen pogingen tot manipulatie of verandering van de gegevens.

3.     De microchip bevat de in bijlage I vermelde geharmoniseerde informatie op het rijbewijs.

De lidstaten kunnen, na raadpleging van de Commissie, aanvullende informatie op de microchip opslaan, voorzover dit niet leidt tot nadelige beïnvloeding van de toepassing van deze richtlijn en de toepasselijke voorschriften inzake gegevensbescherming niet worden overtreden.

De Commissie kan bijlage I overeenkomstig de procedure van artikel 9 aanpassen, om de toekomstige interoperabiliteit te waarborgen.

Artikel 2

Onderlinge erkenning

De door de lidstaten afgegeven rijbewijzen worden onderling erkend.

Artikel 3

Maatregelen om vervalsing tegen te gaan

1.   In het embleem op bladzijde 1 van het Europees model van het rijbewijs staat het onderscheidingsteken van de lidstaat die het rijbewijs afgeeft.

2.   De lidstaten nemen alle dienstige maatregelen om vervalsing van rijbewijzen te voorkomen, hieronder begrepen met betrekking tot modellen van vóór de inwerkingtreding van deze richtlijn afgegeven rijbewijzen. Zij stellen de Commissie daarvan in kennis.

3.     Het materiaal dat overeenkomstig bijlage I voor het rijbewijs wordt gebruikt, moet middels specificaties, die door de Commissie overeenkomstig de procedure van artikel 10 worden vastgesteld, tegen vervalsing worden beschermd. De lidstaten mogen aanvullende veiligheidskenmerken invoeren.

4.     Uiterlijk ... (5) worden alle rijbewijzen die niet in overeenstemming zijn met bijlage I van deze richtlijn noch met bijlage I bis van Richtlijn 91/439/EEG, die door Richtlijn 96/47/EG werd ingevoegd, vervangen door het model in bijlage I van deze richtlijn.

Uiterlijk ... (6) worden alle rijbewijzen die niet in overeenstemming zijn met bijlage I van deze richtlijn, vervangen door het model in bijlage I.

Een voor ... (7) afgegeven rijbewijs voor een bepaalde categorie kan niet op grond van deze richtlijn ingetrokken of op enigerlei wijze beperkt worden.

Artikel 4

Categorieën

1.   Met het in artikel 1 bedoelde rijbewijs mogen voertuigen van de volgende categorieën worden bestuurd:

categorie AM:

bromfietsen, d.w.z. twee- of driewielige voertuigen met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van meer dan 6 kilometer per uur en ten hoogste 45 kilometer per uur en gekenmerkt door een motor met een cilinderinhoud van ten hoogste 50 cm3 indien het een motor met inwendige verbranding betreft, of een nominaal continu maximumvermogen van ten hoogste 4 kW indien het een elektrische motor betreft, of, met betrekking tot driewielige bromfietsen, door een motor waarvan het nettomaximumvermogen ten hoogste 4 kW bedraagt indien het een andere motor met inwendige verbranding betreft;

lichte gemotoriseerde vierwielers met een lege massa van ten hoogste 350 kg, hieronder niet begrepen de massa van de accu's in elektrische voertuigen, met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van ten hoogste 45 kilometer per uur en met een cilinderinhoud van ten hoogste 50 cm3 indien het een motor met ontstekingsregeling betreft, of een nettomaximumvermogen van ten hoogste 4 kW indien het andere verbrandingsmotoren betreft, of een nominaal continu maximumvermogen van ten hoogste 4 kW indien het een elektrische motor betreft;

categorie A1:

lichte motorrijwielen met een maximale cilinderinhoud van 125 cm3, een maximumvermogen van 11 kW en een vermogen/gewichtsverhouding van minder dan 0, 1 kW per kg;

gemotoriseerde driewielers met een vermogen van ten hoogste 15 kW;

categorie A2:

motorrijwielen, met of zonder zijspan, met een maximumvermogen van 35 kW en een vermogen/gewichtsverhouding van minder dan 0, 2 kW per kg. Deze motorrijwielen mogen niet afgeleid zijn van een versie die meer dan het dubbele van het maximumvermogen ontwikkelt. Aan deze motorrijwielen kan een zijspan worden bevestigd;

gemotoriseerde driewielers met een vermogen van ten hoogste 35kW;

categorie A:

motorrijwielen, met of zonder zijspan;

gemotoriseerde driewielers met een vermogen van meer dan 35kW;

categorie B1:

gemotoriseerde driewielers met een vermogen van ten hoogste 15 kW en gemotoriseerde vierwielers die niet onder de lichte gemotoriseerde vierwielers van categorie AM, tweede streepje vallen, met een lege massa van ten hoogste 400 kg (550 kg bij voertuigen voor het vervoer van goederen), hieronder niet begrepen de massa van de accu's in elektrische voertuigen, met een nuttig vermogen van ten hoogste 15 kW en een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van 80 kilometer per uur;

categorie B:

a)

motorvoertuigen:

met een maximaal toegestane massa van ten hoogste 3 500 kg;

ontworpen en gebouwd voor het vervoer van ten hoogste acht personen, de bestuurder niet meegerekend.

Onverminderd de bepalingen betreffende de goedkeuring van de betrokken voertuigen, kan aan deze motorvoertuigen een aanhangwagen worden gekoppeld, voorzover het maximaal toegestane gewicht van dit samenstel van voertuigen 3 500 kg niet overschrijdt. Indien de bestuurder een bestuurdersopleiding zoals bedoeld in bijlage V heeft gevolgd, kan, onverminderd de bepalingen betreffende de goedkeuring van de betrokken voertuigen, aan deze motorvoertuigen een aanhangwagen worden gekoppeld, voorzover het maximaal toegestane gewicht van dit samenstel van voertuigen 4 250 kg niet overschrijdt en het samenstel niet voor commerciële doeleinden wordt gebruikt; de bijkomende bestuurdersopleiding is niet verplicht indien het gewicht van de aanhangwagen 750 kg niet overschrijdt. Indien de bestuurder een bestuurdersopleiding zoals bedoeld in bijlage VI heeft gevolgd, bedraagt het maximaal toegestane gewicht van het motorvoertuig 4 250 kg, voorzover het een kampeerwagen betreft zoals bedoeld in bijlage II, deel A, punt 5.1. van Richtlijn 2001/116/EG van de Commissie van 20 december 2001 tot aanpassing aan de stand van de techniek van Richtlijn 70/156/EEG van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (8), het nuttig laadvermogen ten hoogste 1 000 kg bedraagt en het voertuig niet voor commerciële doeleinden wordt gebruikt;

b)

gemotoriseerde driewielers met een vermogen van ten hoogste 35 kW;

c)

gemotoriseerde driewielers met een vermogen van meer dan 35 kW, voorzover de houder van dit rijbewijs ten minste 21 jaar oud is;

categorie B + E:

onverminderd de bepalingen betreffende de goedkeuring van de betrokken voertuigen, samenstellen van voertuigen bestaande uit een trekkend voertuig van categorie B en een aanhangwagen of oplegger, waarbij de maximaal toegestane massa van de aanhangwagen of oplegger ten hoogste 3 500 kg bedraagt ;

categorie C1:

motorvoertuigen van een andere categorie dan D1 of D met een maximaal toegestane massa van meer dan 3 500 kg en ten hoogste 7 500 kg en ontworpen en gebouwd voor het vervoer van niet meer dan acht personen , de bestuurder niet meegerekend. Aan de motorvoertuigen die met een rijbewijs van categorie C1 mogen worden bestuurd kan een aanhangwagen worden gekoppeld met een maximaal toegestane massa van ten hoogste 750 kg;

categorie C1 + E:

onverminderd de bepalingen betreffende de typegoedkeuring van de betrokken voertuigen, samenstellen van voertuigen bestaande uit een trekkend voertuig van categorie C1 en een aanhangwagen of oplegger met een maximaal toegestane massa van meer dan 750 kg, mits de maximaal toegestane massa van het aldus gevormde samenstel 12 000 kg niet overschrijdt ;

onverminderd de bepalingen betreffende de typegoedkeuring van de betrokken voertuigen, samenstellen van voertuigen bestaande uit een trekkend voertuig van categorie B en een aanhanger of oplegger met een maximaal toegestane massa van meer dan 3 500 kg, voorzover de maximaal toegestane massa van het aldus gevormde samenstel 12 000 kg niet overschrijdt;

categorie C:

motorvoertuigen van een andere categorie dan D1 of D , met een maximaal toegestane massa van meer dan 3 500 kg en ontworpen en gebouwd voor het vervoer van niet meer dan acht personen , de bestuurder niet meegerekend. Aan de motorvoertuigen die met een rijbewijs van categorie C mogen worden bestuurd kan een aanhangwagen worden gekoppeld waarvan de maximaal toegestane massa niet meer dan 750 kg bedraagt;

categorie C + E:

onverminderd de bepalingen betreffende de typegoedkeuring van de betrokken voertuigen, samenstellen van voertuigen bestaande uit een trekkend voertuig van categorie C en een aanhangwagen of oplegger met een maximaal toegestane massa van meer dan 750 kg;

categorie D1:

motorvoertuigen ontworpen en gebouwd voor het vervoer van niet meer dan zestien personen, de bestuurder niet meegerekend, en met een maximumlengte van acht meter. Aan motorvoertuigen die met een rijbewijs van categorie D1 mogen worden bestuurd, kan een aanhangwagen worden gekoppeld met een maximaal toegestane massa van ten hoogste 750 kg;

categorie D1 + E:

onverminderd de bepalingen betreffende de typegoedkeuring van de betrokken voertuigen, samenstellen van voertuigen bestaande uit een trekkend voertuig van categorie D1 en een aanhangwagen met een maximaal toegestane massa van meer dan 750 kg, mits de maximaal toegestane massa van het aldus gevormde samenstel 12 000 kg niet overschrijdt ;

categorie D:

motorvoertuigen ontworpen en gebouwd voor het vervoer van niet meer dan acht personen, de bestuurder niet meegerekend. Aan de motorvoertuigen die met een rijbewijs van categorie D mogen worden bestuurd kan een aanhangwagen worden gekoppeld met een maximaal toegestane massa van ten hoogste 750 kg;

categorie D + E:

onverminderd de bepalingen betreffende de typegoedkeuring van de betrokken voertuigen, samenstellen van voertuigen bestaande uit een trekkend voertuig van categorie D en een aanhangwagen met een maximaal toegestane massa van meer dan 750 kg. De aanhangwagens mogen — met uitzondering van stadslijndiensten — niet worden gebruikt voor het vervoer van personen.

2.   Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:

a)

„gemotoriseerd voertuig”, elk zichzelf over de weg voortbewegend wegvoertuig, anders dan een voertuig dat op rails wordt voortbewogen;

b)

„bromfiets”, geen rijwielen met trapondersteuning;

c)

„driewieler”, een voertuig op drie symmetrisch geplaatste wielen met een motor waarvan de cilinderinhoud meer dan 50 cm3 bedraagt indien het een motor met inwendige verbranding betreft, en/of met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van meer dan 45 kilometer per uur;

d)

„motorrijwiel” , elk voertuig op twee wielen waarvan de door de constructie bepaalde maximumsnelheid meer bedraagt dan 45 kilometer per uur of, indien dit voertuig met een thermische aandrijfmotor is uitgerust, waarvan de cilinderinhoud meer bedraagt dan 50 cm3. Een motorrijwiel met zijspanwagen wordt met dit soort voertuig gelijkgesteld;

e)

„motorvoertuig”, elk gemotoriseerd voertuig, motorrijwielen uitgezonderd, dat gewoonlijk wordt gebruikt voor het vervoer van personen of goederen over de weg, of om voertuigen voor het vervoer van personen of goederen over de weg voort te trekken. Deze term omvat mede trolleybussen, dat wil zeggen voertuigen die in verbinding staan met een elektrische leiding en niet rijden op spoorstaven. De term heeft geen betrekking op landbouw- en bosbouwtrekkers;

f)

landbouw- of bosbouwtrekker, elk gemotoriseerd voertuig op wielen of rupsbanden, met ten minste twee assen, voornamelijk bestemd voor tractiedoeleinden en in het bijzonder ontworpen voor het trekken, duwen, dragen of in beweging brengen van bepaalde werktuigen, machines of aanhangwagens die voor gebruik in de land- of bosbouw zijn bestemd, en die slechts bijkomstig voor personen- of goederenvervoer over de weg of voor het trekken van voertuigen voor personen- of goederenvervoer over de weg worden gebruikt.

3.   Categorie B1 is facultatief. In de lidstaten die deze categorie rijbewijzen niet invoeren, is het rijbewijs van categorie B voor het besturen van een desbetreffend voertuig verplicht.

4.   Na instemming van de Commissie kunnen de lidstaten bepaalde bijzondere typen van gemotoriseerde voertuigen, zoals speciale voertuigen voor gehandicapten, uitsluiten van dit artikel.

Artikel 5

Voorwaarden — Beperkingen

1.   Op het rijbewijs wordt vermeld onder welke voorwaarden de houder een voertuig mag besturen.

2.   Wanneer iemand wegens lichamelijke gebreken slechts bepaalde typen van voertuigen of aangepaste voertuigen mag besturen, geschiedt het in artikel 8 bedoeld examen inzake rijvaardigheid en rijgedrag in een dergelijk voertuig.

Artikel 6

Gelijkwaardigheid van categorieën

1.   De afgifte van het rijbewijs hangt van de volgende voorwaarden af:

a)

het rijbewijs voor de categorieën C1, C , D1 en D kan slechts worden afgegeven aan bestuurders die reeds bevoegd zijn voor categorie B;

b)

het rijbewijs voor de categorieën B + E, C1 + E, C + E , D1 + E en D + E kan slechts worden afgegeven aan bestuurders die reeds bevoegd zijn voor respectievelijk categorie B, C1, C , D1 of D.

2.   De geldigheid van het rijbewijs wordt als volgt vastgesteld:

a)

het rijbewijs voor de categorieën C1 + E, C + E , D1 + E of D + E is ook geldig voor het besturen van samenstellen van categorie B + E;

b)

het rijbewijs voor categorie C + E is ook geldig voor categorie D + E, indien de houder reeds bevoegd is voor categorie D;

c)

het rijbewijs voor de categorieën A, B, C of D is ook geldig voor respectievelijk categorie A1 en A2, B1, C1 of D1;

d)

het rijbewijs voor de categorie A2 is ook geldig voor de categorie A1;

e)

het rijbewijs voor de categorieën C + E en D + E is ook geldig voor samenstellen van voertuigen van de categorieën C1 + E, respectievelijk D1 + E;

f)

de rijbewijzen voor alle categorieën zijn ook geldig voor voertuigen van categorie AM. Voor rijbewijzen die op hun grondgebied zijn afgegeven, kunnen de lidstaten de gelijkwaardigheid voor categorie AM evenwel beperken tot de categorieën A1, A2 en A, wanneer zij een praktische opleiding inzake rijvaardigheid en rijgedrag verplicht stellen voor de afgifte van een rijbewijs voor voertuigen van categorie AM.

3.   Voor het verkeer op hun grondgebied kunnen de lidstaten de volgende rijbewijzen gelijkwaardig verklaren:

een rijbewijs van categorie B, voor bromfietsen en lichte motorrijwielen.

Omdat deze bepaling alleen op het desbetreffende grondgebied van toepassing is, vermelden de lidstaten op het rijbewijs niet dat de houder ervan het recht heeft deze voertuigen te besturen.

4.   De lidstaten kunnen, na raadpleging van de Commissie, machtiging verlenen voor het besturen op hun grondgebied van:

a)

voertuigen van categorie D1 met een maximaal toegestane massa van 3 500 kg, gespecialiseerde inrichtingen voor het vervoer van gehandicapte passagiers daaronder niet begrepen), door bestuurders van ten minste 21 jaar die sedert ten minste twee jaar houder zijn van een rijbewijs van categorie B, op voorwaarde dat de betrokken voertuigen voor sociale doeleinden door niet-commerciële organisaties worden gebruikt en dat zij door vrijwilligers worden bestuurd;

b)

voertuigen met een maximaal toegestane massa van meer dan 3 500 kg, door bestuurders van ten minste 21 jaar die sedert ten minste twee jaar houder zijn van een rijbewijs van categorie B, op voorwaarde dat de betrokken voertuigen hoofdzakelijk bestemd zijn stilstaand te worden gebruikt voor opleidings- of recreatiedoeleinden, dat zij voor sociale doeleinden door niet-commerciële organisaties worden gebruikt, dat zij zodanig zijn verbouwd dat zij niet kunnen worden gebruikt voor het vervoer van meer dan negen personen, noch voor het vervoer van allerlei goederen, behalve die welke strikt noodzakelijk zijn voor het beoogde gebruik;

c)

voertuigen met een maximaal toegestane massa van meer dan 3 500 kg, door bestuurders van ten minste 21 jaar die sedert ten minste twee jaar houder zijn van een rijbewijs van categorie B, op voorwaarde dat de voertuigen meer dan 25 jaar oud zijn, op correcte, milieuvriendelijke en historisch verantwoorde wijze worden onderhouden en voor niet-commerciële doeleinden worden gebruikt;

d)

voertuigen van de categorieën D en D1, door houders van een rijbewijs van categorie C, C1 en C + E, indien het korte verplaatsingen van lege voertuigen betreft.

Artikel 7

Minimumleeftijd

1.   De afgifte van het rijbewijs is aan de volgende voorwaarden inzake leeftijd onderworpen:

a)

leeftijdsgrens 16 jaar:

voor categorie AM;

voor categorie A1;

voor categorie B1;

b)

leeftijdsgrens 18 jaar:

voor categorie A 2;

categorieën B en B + E;

voor de categorieën C1 en C1 + E, onverminderd de bepalingen die voor het besturen van deze voertuigen zijn vastgesteld bij Richtlijn 2003/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2003 betreffende de vakbekwaamheid en de opleiding en nascholing van bestuurders van bepaalde voor goederen- en personenvervoer over de weg bestemde voertuigen (9);

c)

leeftijdsgrens 21 jaar:

voor categorie A;

voor de categorieën C, C + E, D1 en D1 + E, onverminderd de bepalingen die voor het besturen van deze voertuigen zijn vastgesteld bij Richtlijn 2003/59/EG;

voor de categorieën D en D + E, onverminderd de bepalingen die voor het besturen van deze voertuigen zijn vastgesteld bij Richtlijn 2003/59/EG;

d)

leeftijdsgrens 24 jaar:

voor categorie A;

voor de categorieën D en D + E, onverminderd de bepalingen die voor het besturen van deze voertuigen zijn vastgesteld bij Richtlijn 2003/59/EG.

2.   De lidstaten kunnen van de voor de categorieën B en B + E vastgestelde minimumleeftijd afwijken en het desbetreffende rijbewijs afgeven vanaf 17 jaar. Zij kunnen van de voor categorie B1 vastgestelde minimumleeftijd afwijken en het desbetreffende rijbewijs enkel vanaf 18 jaar afgeven. De lidstaten kunnen weigeren een rijbewijs van de categorieën B en B1 waarvan de houder nog geen 18 jaar oud is, als een op hun grondgebied geldig rijbewijs te erkennen.

De lidstaten kunnen van de voor de categorie AM vastgestelde minimumleeftijd afwijken en het desbetreffende rijbewijs afgeven vanaf 14 jaar. De lidstaten kunnen weigeren een rijbewijs van de categorie AM waarvan de houder nog geen 16 jaar oud is, als een op hun grondgebied geldig rijbewijs te erkennen.

De lidstaten mogen de minimumleeftijd voor de categorieën A1, A2 en A verhogen, op voorwaarde dat

tussen de minimumleeftijd voor categorie A1 en de minimumleeftijd voor categorie A2 ten minste twee jaar zit;

vóór de afgifte van het rijbewijs voor categorie A hetzij drie jaar rijervaring met een motorrijwiel van categorie A2 is opgedaan, hetzij de minimumleeftijd voor categorie A zonder rijervaring op een motorrijwiel van categorie A2 ten minste zes jaar hoger ligt dan die voor categorie A2.

De minimumleeftijd voor categorie A zonder rijervaring op een motorrijwiel van categorie A2 bedraagt ten hoogste 26 jaar.

De lidstaten die de minimumleeftijd voor de categorieën A1, A2 of A verhoogd hebben, erkennen de rijbewijzen van andere lidstaten.

De lidstaten kunnen de minimumleeftijd voor de afgifte van rijbewijzen voor voertuigen van categorie D1 tot 18 jaar verlagen voor voertuigen die bij ongevallen of voor evacuaties worden gebruikt.

De lidstaten die een examen inzake rijvaardigheid en rijgedrag verplicht stellen voor de afgifte van een rijbewijs voor categorie AM, kunnen van de voor de categorie A2 vastgestelde minimumleeftijd afwijken, en het desbetreffende rijbewijs afgeven vanaf 17 jaar.

De lidstaten kunnen afwijken van de minimumleeftijd voor de afgifte van een rijbewijs voor motorfietsen van categorie A (met uitzondering van motorfietsen van de categorieën A1 en A2) en kunnen de minimumleeftijd voor de afgifte van dergelijke rijbewijzen tot 21 jaar verlagen of tot 26 jaar verhogen.

Artikel 8

Afgifte — Geldigheid — Verlenging

1.   De afgifte van het rijbewijs is aan de volgende voorwaarden onderworpen:

a)

de aanvrager moet overeenkomstig het bepaalde in bijlage II met goed gevolg een examen inzake rijvaardigheid en rijgedrag en een theoretisch examen ondergaan, alsmede voldoen aan de medische normen van bijlage III;

b)

de aanvrager van een rijbewijs van categorie AM moet enkel slagen voor een theoretisch examen. De lidstaten kunnen voor de afgifte van een rijbewijs van categorie AM eisen dat de aanvrager slaagt voor een examen inzake rijvaardigheid en rijgedrag en een medisch onderzoek ondergaat.

Voor gemotoriseerde drie- en vierwielers van deze categorie kunnen de lidstaten een praktische bestuurdersopleiding voorschrijven. Voor het differentiëren tussen de voertuigen in categorie AM kan op het rijbewijs een nationale code worden vermeld;

c)

een aanvrager van een rijbewijs van categorie A2 die ten minste twee jaar ervaring heeft opgedaan op een motorrijwiel met rijbewijs A1 moet enkel slagen voor een examen inzake rijvaardigheid en rijgedrag;

d)

een aanvrager van een rijbewijs van categorie A die minstens drie jaar ervaring heeft opgedaan op een motorrijwiel met rijbewijs A2 moet enkel deelnemen aan een bestuurdersopleiding als bedoeld in bijlage VII; een aanvrager van een rijbewijs van categorie A die minstens drie jaar ervaring heeft opgedaan op een motorrijwiel met rijbewijs A2 en twee jaar ervaring heeft opgedaan op een motorrijwiel met rijbewijs A1, hoeft geen verder examen af te leggen ;

e)

een aanvrager van een rijbewijs van categorie A1, A2 of A die al in het bezit is van een rijbewijs van categorie AM, A1 of A2, moet enkel slagen voor een examen inzake rijvaardigheid en rijgedrag;

f)

de aanvrager moet zijn gewone verblijfplaats hebben op het grondgebied van de lidstaat die het rijbewijs afgeeft, of het bewijs leveren dat hij ten minste 6 maanden in een onderwijsinstelling in de lidstaat is ingeschreven.

2.   Vanaf ... (10) hebben de door de lidstaten voor de categorieën AM, A1, A2, A, B, B1 en B + E afgegeven rijbewijzen een administratieve geldigheidsduur van tien jaar. De lidstaten kunnen de geldigheidsduur van het eerste rijbewijs dat wordt afgegeven aan beginnende bestuurders voor de categorieën A en B beperken tot drie jaar teneinde op deze bestuurders specifieke maatregelen te kunnen toepassen die beogen hun verkeersveiligheid te verbeteren.

Vanaf ... (10) zijn de door de lidstaten voor de categorieën C, C + E, C1, C1 + E, D, D + E, D1, D1 + E afgegeven rijbewijzen vijf jaar geldig. De lidstaten kunnen de geldigheidsduur van het eerste rijbewijs dat wordt afgegeven aan beginnende bestuurders voor de categorieën C en D, tot drie jaar beperken, teneinde bijzondere maatregelen te kunnen nemen voor het verbeteren van de verkeersveiligheid van deze bestuurders.

Wanneer echter een vóór de inwerkingtreding van de richtlijn afgegeven rijbewijs moet worden verlengd omdat de geldigheidsduur ervan afloopt, zijn de verschillende in de eerste en tweede alinea vastgestelde geldigheidsduren van toepassing op deze verlenging.

De aanwezigheid van een microchip zoals bedoeld in artikel 1 is geen voorwaarde voor de geldigheid van een rijbewijs. Verlies, onleesbaarheid of andere vormen van beschadiging van de microchip zijn niet van invloed op de geldigheid van het document.

3.   De verlenging van het rijbewijs op het moment dat dit komt te vervallen is afhankelijk van:

a)

het duurzaam voldoen aan de minimumnormen inzake lichamelijke en geestelijke geschiktheid voor het besturen van een motorrijtuig zoals beschreven in bijlage III voor de rijbewijzen van de categorieën C, C + E, C1, C1 + E, D, D + E, D1, D1 + E;

b)

de betrokkene heeft zijn gewone verblijfplaats, of toont aan dat hij in een onderwijsinstelling is ingeschreven, op het grondgebied van de lidstaat die het rijbewijs afgeeft, zonder dat de verplichting bestaat daar gedurende een periode van minstens zes maanden te wonen.

De lidstaten kunnen bij de verlenging van een rijbewijs van de categorieën A, A1, A2, B, B1 en B + E een controle verplicht stellen of voldaan is aan de minimumnormen inzake lichamelijke en geestelijke geschiktheid voor het besturen van een motorrijtuig zoals beschreven in bijlage III.

De lidstaten mogen de in lid 2 vastgestelde geldigheidsduur van rijbewijzen in afzonderlijke gevallen bij alle categorieën beperken, indien zij frequentere medische onderzoeken of andere maatregelen, zoals beperkingen naar aanleiding van verkeersovertredingen, noodzakelijk achten.

De lidstaten kunnen systemen voor de berekening van verkeersovertredingen puntenstelsels vaststellen die tot gevolg hebben dat de in lid 2 vastgestelde geldigheidsduur van rijbewijzen van elke categorie wordt beperkt. Deze systemen moeten doelmatig, afschrikwekkend en evenredig zijn en variëren naar gelang het beroep of de categorie van de bestuurder.

4.   Onverminderd de nationale strafrechtelijke en politiële bepalingen kunnen de lidstaten na raadpleging van de Commissie voor de afgifte van het rijbewijs nationale voorschriften laten gelden die andere dan de in deze richtlijn vervatte voorwaarden behelzen.

5.

a)

Eenieder kan slechts houder zijn van één enkel rijbewijs.

b)

De lidstaten weigeren een rijbewijs af te geven aan een aanvrager die houder is van een geldig rijbewijs dat door de autoriteiten van een andere lidstaat is afgegeven. Een lidstaat kan ook weigeren een rijbewijs af te geven aan een aanvrager tegen wie in een andere lidstaat een van de in artikel 12, lid 2 bedoelde maatregelen is getroffen.

c)

De lidstaten nemen stappen ter uitvoering van het bepaalde onder b).

De noodzakelijke stappen met betrekking tot de afgifte, vervanging of verlenging van een rijbewijs omvatten dat bij andere lidstaten wordt nagetrokken of er redelijke gronden zijn te vermoeden dat de aanvrager reeds houder van een rijbewijs is. De noodzakelijke stappen met betrekking tot de inwisseling van een rijbewijs afgegeven door een andere lidstaat omvatten dat bij de lidstaat die het rijbewijs heeft afgegeven wordt nagetrokken of tegen de aanvrager een van de in artikel 12, lid 2 bedoelde maatregelen is getroffen;

d)

Om gemakkelijker de internationale controles ter ondersteuning van het bepaalde onder b) te kunnen uitvoeren, ontwerpt, organiseert en beheert de Commissie samen met de lidstaten een netwerk voor de internationale uitwisseling van rijbewijsgegevens tussen alle lidstaten.

Artikel 9

Comité

De noodzakelijke wijzigingen om de bijlagen I tot en met VII aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang, worden aangenomen volgens de in artikel 10 bedoelde procedure.

Article 10

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door een „comité voor het rijbewijs”, hierna „het comité” genoemd.

2.   Wanneer naar dit artikel wordt verwezen zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

3.   Het comité stelt zijn reglement van orde vast.

Artikel 11

Examinatoren

Vanaf de inwerkingtreding van deze richtlijn moeten de examinatoren voor het rijbewijs voldoen aan de minimumnormen van bijlage IV. Examinatoren voor het rijbewijs die hun functie uitoefenen vóór ... (11) zijn alleen onderworpen aan de bepalingen inzake kwaliteitsborging en regelmatige bijscholingsmaatregelen .

Artikel 12

Diverse bepalingen betreffende de erkenning van rijbewijzen

1.   Indien de houder van een door een lidstaat afgegeven geldig rijbewijs zijn gewone verblijfplaats naar een andere lidstaat heeft overgebracht, kan hij om inwisseling van zijn rijbewijs tegen een gelijkwaardig rijbewijs verzoeken. De lidstaat die tot inwisseling overgaat, moet in voorkomend geval nagaan of de geldigheidsduur van het overgelegde rijbewijs niet is verstreken.

2.   Onder voorbehoud van de naleving van het territorialiteitsbeginsel van de strafrechtelijke en politiële bepalingen, kan de lidstaat van gewone verblijfplaats op de houder van een door een andere lidstaat afgegeven rijbewijs zijn nationale bepalingen toepassen die betrekking hebben op de beperking, schorsing, intrekking of nietigverklaring van de rijbevoegdheid en daartoe zo nodig overgaan tot inwisseling van dat rijbewijs.

3.   De lidstaat die tot inwisseling overgaat, zendt het oude rijbewijs terug naar de autoriteiten van de lidstaat die het heeft afgegeven en vermeldt de redenen van die procedure.

4.   Een lidstaat weigert , wanneer op zijn grondgebied tegen een persoon een van de in lid 2 bedoelde maatregelen is getroffen, de geldigheid van een door een andere lidstaat aan deze persoon verstrekt rijbewijs te erkennen.

Een lidstaat weigert een rijbewijs af te geven aan een aanvrager wiens rijbevoegdheid in een andere lidstaat beperkt, geschorst of ingetrokken is.

Een lidstaat kan eveneens weigeren een rijbewijs af te geven aan een aanvrager wiens rijbewijs in een andere lidstaat nietig is verklaard .

Een lidstaat kan eveneens weigeren de geldigheid te erkennen van een rijbewijs dat door een andere lidstaat is afgegeven aan een persoon die op het tijdstip van afgifte zijn woonplaats niet had in de lidstaat van afgifte.

5.   Een rijbewijs dat met name verloren of gestolen is, kan worden vervangen door de bevoegde autoriteiten van de Staat waar de houder zijn gewone verblijfplaats heeft. Die autoriteiten vervangen het rijbewijs aan de hand van de gegevens die zij bezitten of, in voorkomend geval, op grond van een verklaring van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat die het aanvankelijke rijbewijs heeft afgegeven.

6.   Wanneer een lidstaat een door een derde land afgegeven rijbewijs inwisselt tegen een rijbewijs van Europees model, wordt deze inwisseling op het Europees model vermeld; dit geldt ook voor iedere latere verlenging of vervanging.

Inwisseling is slechts mogelijk, indien het door een derde land afgegeven rijbewijs is ingeleverd bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat. Indien de houder van dat rijbewijs zijn normale verblijfplaats naar een andere lidstaat overbrengt, kan deze laatste besluiten het inartikel 2 neergelegde beginsel van wederzijdse erkenning niet toe te passen.

Artikel 13

Gewone verblijfplaats

Voor de toepassing van deze richtlijn wordt onder „gewone verblijfplaats” verstaan de plaats waar iemand gewoonlijk verblijft, dat wil zeggen gedurende ten minste 185 dagen per kalenderjaar, wegens persoonlijke en beroepsmatige bindingen of, voor iemand zonder beroepsmatige bindingen, wegens persoonlijke bindingen waaruit nauwe banden blijken tussen hemzelf en de plaats waar hij woont.

De gewone verblijfplaats van iemand die zijn beroepsmatige bindingen op een andere plaats dan zijn persoonlijke bindingen heeft en daardoor afwisselend op verschillende plaatsen in twee of meer lidstaten verblijft, wordt evenwel geacht zich op dezelfde plaats als zijn persoonlijke bindingen te bevinden, op voorwaarde dat hij daar op geregelde tijden terugkeert. Deze laatste voorwaarde vervalt, wanneer de betrokkene voor een opdracht van een bepaalde duur in een lidstaat verblijft. Het volgen van onderwijs aan een universiteit of een school impliceert niet dat de gewone verblijfplaats is verplaatst.

Artikel 14

Gelijkwaardigheid van rijbewijzen naar een niet-Europees model

Na instemming van de Commissie stellen de lidstaten de gelijkwaardigheid vast tussen de categorieën rijbewijzen die zijn afgegeven vóór de tenuitvoerlegging van deze richtlijn en die welke in artikel 4 zijn omschreven.

Na raadpleging van de Commissie kunnen de lidstaten in hun nationale wetgevingen de nodige wijzigingen voor de tenuitvoerlegging van artikel 12, leden 4, 5 en 6, aanbrengen.

Artikel 15

Beoordeling

De Commissie beoordeelt uiterlijk op ... (12) de communautaire bepalingen betreffende de in artikel 4 bedoelde categorieën en de in artikel 7 vastgestelde minimumleeftijden, en de weerslag ervan op de verkeersveiligheid, alsmede een mogelijke invoering van een geleidelijke toegang tot categorie B, waaronder begrepen categorie B1.

Artikel 16

Samenwerking tussen lidstaten

De lidstaten verlenen elkaar bijstand bij de toepassing van deze richtlijn en wisselen informatie uit over de rijbewijzen die zij hebben afgegeven, ingewisseld of vervangen. Ze maken gebruik van het voor dit doel opgerichte rijbewijsnetwerk, zodra dit operationeel is.

Artikel 17

Omzetting

1.   De lidstaten dienen uiterlijk op ... (13) de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken om aan artikel 1, lid 2, artikel 3, lid 2, artikel 4, leden 1 tot 3, artikel 6, lid 2, onder c en d, artikel 7, artikel 8, leden 1 tot 3 en 5, artikel 11, de artikelen 16 tot 20, alsmede de bijlagen II, punt 5.2 en IV te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede, alsmede een tabel ter weergave van het verband tussen die bepalingen en deze richtlijn.

2.   Zij passen die bepalingen toe vanaf ... (14).

3.   Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. In de bepalingen wordt tevens vermeld dat verwijzingen in bestaande wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen naar de bij deze richtlijn ingetrokken richtlijnen gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn. De regels voor deze verwijzing en de formulering van deze vermelding worden vastgesteld door de lidstaten.

4.   De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

5.     Artikel 2, lid 4 van Richtlijn 91/439/EEG, zoals gewijzigd door Richtlijn 96/47/EG, wordt ingetrokken op de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.

Artikel 18

Intrekking

Richtlijn 91/439/EEG, zoals gewijzigd bij de in bijlage VIII, deel A, genoemde richtlijnen wordt met ingang van ... (14) ingetrokken, onverminderd de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage VIII, deel B, genoemde termijnen voor omzetting in nationaal recht van de aldaar genoemde richtlijnen.

Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage IX.

Artikel 19

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 1, lid 1, artikel 2, artikel 3, lid 1, artikel 4, lid 4, artikel 5, artikel 6, lid 1,lid 2, onder a) en b), en leden 3 en 4, artikel 8, lid 4, artikel 9, artikel 10, de artikelen 12 tot en met 15 en de bijlagen I, II en III zijn van toepassing vanaf ... (15).

Artikel 20

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te ..., op ...

Voor het Europees Parlement

De Voorzitter

Voor de Raad

De Voorzitter


(1)  PB C ...

(2)  Standpunt van het Europees Parlement van 23.2.2005.

(3)  PB L 237 van 24.8.1991, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).

(4)  PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

(5)  Tien jaar na de in artikel 17, lid 2 vastgestelde datum.

(6)  Twintig jaar na de in artikel 17, lid 2 vastgestelde datum.

(7)  De in artikel 17, lid 2, vastgestelde datum.

(8)  PB L 18 van 21.1.2002, blz. 1.

(9)  PB L 226 van 10.9.2003, blz. 4. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2004/66/EG van de Raad (PB L 168 van 1.5.2004, blz. 35).

(10)  De in artikel 17, lid 2 vastgestelde datum.

(11)  De in artikel 17, lid 2 vastgestelde datum.

(12)  Vijf jaar na de in artikel 17, lid 2 vastgestelde datum.

(13)  2 jaar na de in artikel 19 vastgestelde datum.

(14)  2 jaar na de in artikel 17, lid 1 vastgestelde datum.

(15)  2 jaar na de in artikel 19, lid 1, vastgestelde datum.

BIJLAGE I

VOORSCHRIFTEN BETREFFENDE HET EUROPEES MODEL VAN HET RIJBEWIJS

1.   De fysieke kenmerken van de kaart van het rijbewijs van Europees model zijn in overeenstemming met de ISO-normen 7810 en 7816-1.

De kaart bestaat uit polycarbonaat.

De methodes voor toetsing van de kenmerken van de rijbewijzen aan de internationale normen zijn in overeenstemming met ISO-norm 10373.

2.   Fysieke veiligheid van rijbewijzen

De fysieke veiligheid van rijbewijzen wordt bedreigd door:

de vervaardiging van valse kaarten: het vervaardigen van een nieuwe kaart die sterke gelijkenis vertoont met het document, hetzij door deze geheel zelf te vervaardigen of door een authentiek document te kopiëren;

materiële wijziging: het veranderen van een eigenschap van een authentiek document, bijvoorbeeld door bepaalde op het document gedrukte gegevens te wijzigen.

De totale veiligheid is afhankelijk van het systeem als geheel, dat uit de volgende afzonderlijke elementen bestaat: aanvraagprocedure, overdracht van gegevens, basismateriaal van de kaart („support”), druktechniek, minimumaantal veiligheidskenmerken en personalisering.

a)

Het voor het rijbewijs gebruikte basismateriaal („support”) wordt beveiligd tegen vervalsing door middel van de volgende technieken (verplichte veiligheidskenmerken):

basismateriaal („support”) van de kaart zonder optisch bleekmiddel;

veiligheidsondergrondpatroon, dat door de toepassing van irisdruk met meerkleuren-veiligheidsinkt en positieve/negatieve guilloche-bedrukking tegen vervalsing door middel van scannen, drukken of kopiëren is beveiligd. Het patroon mag niet uit de primaire kleuren (CMYK) zijn samengesteld. Er moet sprake zijn van een complexe patroonopbouw in ten minste twee speciale kleuren en microschrift;

optisch variabele componenten, met een passende bescherming tegen kopiëren en manipulatie van de foto;

lasergravure;

bij de foto moeten de veiligheidsondergrond en de foto elkaar ten minste aan de rand van de foto overlappen (verlopend patroon);

b)

Daarnaast moet het basismateriaal („support”) van het rijbewijs door middel van ten minste drie van de volgende technieken aanvullend tegen vervalsing zijn beveiligd (aanvullende veiligheidskenmerken):

inkt met kijkhoekafhankelijke kleuren;

inkt met temperatuurafhankelijke kleuren;

speciale hologrammen;

variabele laserbeelden;

zichtbare en transparante fluorescerende UV-inkt;

irisdruk;

digitaal watermerk in de ondergrond;

IR-pigmenten of fosforescerende pigmenten;

voelbare kenmerken, symbolen of patronen.

Het staat de lidstaten vrij aanvullende veiligheidskenmerken in te voeren. Als basis verdienen de met een asterisk gemerkte technieken de voorkeur, aangezien zij de handhavingsinstanties in staat stellen zonder bijzondere hulpmiddelen na te gaan of een kaart authentiek is.

3.   Het rijbewijs heeft twee zijden:

Bladzijde 1 bevat:

a)

de vermelding „rijbewijs”, in hoofdletters, gedrukt in de taal/talen van de lidstaat die het rijbewijs afgeeft;

b)

de vermelding van de naam van de lidstaat die het rijbewijs afgeeft; deze vermelding is facultatief;

c)

het onderscheidingsteken van de lidstaat die het rijbewijs afgeeft, negatief afgedrukt in een door twaalf gele sterren omringde blauwe rechthoek; de onderscheidingstekens zijn:

B

:

België

CZ

:

Tsjechische Republiek

DK

:

Denemarken

D

:

Duitsland

EST

:

Estland

GR

:

Griekenland

E

:

Spanje

F

:

Frankrijk

IRL

:

Ierland

I

:

Italië

CY

:

Cyprus

LV

:

Letland

LT

:

Litouwen

L

:

Luxemburg

H

:

Hongarije

M

:

Malta

NL

:

Nederland

A

:

Oostenrijk

PL

:

Polen

P

:

Portugal

SLO

:

Slovenië

SK

:

Slowakije

FIN

:

Finland

S

:

Zweden

UK

:

Verenigd Koninkrijk;

d)

de gegevens die specifiek zijn voor het afgegeven rijbewijs, met de volgende nummers:

1.

de naam van de houder,

2.

de voornaam van de houder,

3.

geboortedatum en -plaats van de houder,

4.

a)

de datum van afgifte van het rijbewijs,

b)

de datum waarop de administratieve geldigheidsduur van het rijbewijs afloopt of een streepje wanneer de geldigheidsduur onbeperkt is,

c)

de naam van de bevoegde instantie die het rijbewijs afgeeft (mag op bladzijde 2 worden afgedrukt),

d)

ander nummer dan dat in rubriek 5, dat nuttig is voor de administratie van het rijbewijs (facultatieve vermelding),

5.

nummer van het rijbewijs,

6.

de foto van de houder,

7.

de handtekening van de houder,

8.

de verblijfplaats, de woonplaats of het postadres (facultatieve vermelding),

9.

de categorieën voertuigen die de houder gerechtigd is te besturen (de nationale categorieën worden in een ander lettertype gedrukt dan de geharmoniseerde categorieën);

e)

de vermelding „Model van de Europese Gemeenschappen” in de taal/talen van de lidstaat die het rijbewijs afgeeft en de vermelding „rijbewijs” in de overige talen van de Gemeenschap, gedrukt in roze letters en op een zodanige wijze dat deze de achtergrond van het rijbewijs vormen:

Permiso de Conducción

Řidičský průkaz

Kørekort

Führerschein

Juhiluba

Άδεια Οδήγησης

Driving Licence

Ajokortti

Permis de Conduire

Ceadúas Tiomána

Patente di guida

Vadītāja apliecība Vairuotojo pažymėjimas Vezetői engedély Liċenzja tas-Sewqan

Rijbewijs

Prawo Jazdy

Carta de Condução

Vodičský preukaz Vozniško dovoljenje

Körkort;

f)

referentiekleuren:

blauw: Reflex blauw Pantone;

geel: Pantone Geel.

Bladzijde 2 bevat:

a)

9.

de categorieën voertuigen die de houder gerechtigd is te besturen (de nationale categorieën worden in een ander lettertype gedrukt dan de geharmoniseerde categorieën);

10.

de datum van eerste afgifte per categorie (deze datum moet bij iedere latere vervanging of inwisseling op het nieuwe rijbewijs worden vermeld);

11.

de datum waarop de geldigheidsduur afloopt voor elke categorie;

12.

de eventuele aanvullende of beperkende gegevens in code naast elke desbetreffende categorie.

De codes worden als volgt vastgesteld:

codes 01 tot en met 99: geharmoniseerde codes van de Gemeenschap

BESTUURDER (medische redenen)

01.

Correctie en/of bescherming van het gezichtsvermogen

01.01

Bril

01.02

Contactlenzen

01.03

Beschermend glas

01.04

Gekleurde lenzen

01.05

Ooglap

01.06

Bril of contactlenzen

02.

Gehoorprothese/hulp communicatie

02.01

Gehoorprothese één oor

02.02

Gehoorprothese beide oren

03.

Prothese/orthese van de ledematen

03.01

Prothese/orthese arm

03.02

Prothese/orthese been

05.

Beperkte rijbevoegdheid (vermelding van subcode is verplicht, autorijden onderhevig aan beperkingen om medische redenen)

05.01

Alleen rijden bij daglicht (bijvoorbeeld vanaf een uur na zonsopgang tot een uur voor zonsondergang)

05.02

Alleen rijden binnen een straal van ... km vanaf de woonplaats van de rijbewijshouder of alleen binnen de stad/regio...

05.03

Alleen rijden zonder passagiers

05.04

Rijden met maximale snelheid van... km per uur

05.05

Rijden alleen toegestaan in gezelschap van andere rijbewijshouder

05.06

Rijden zonder aanhangwagen

05.07

Rijden op snelweg niet toegestaan

05.08

Alcohol niet toegestaan

AANPASSINGEN VOERTUIG

10.

Aangepaste versnellingsbak

10.01

Handschakeling

10.02

Automatische schakeling

10.03

Elektronisch bediende schakeling

10.04

Aangepaste hendel

10.05

Geen hulpversnellingsbak

15.

Aangepaste koppeling

15.01

Aangepast koppelingspedaal

15.02

Handkoppeling

15.03

Automatische koppeling

15.04

Afscherming vóór/opklapbaar/uitneembaar koppelingspedaal

20.

Aangepaste remsystemen

20.01

Aangepast rempedaal

20.02

Groter rempedaal

20.03

Rempedaal geschikt voor bediening met linkervoet

20.04

Rempedaal met slof

20.05

Kantelbaar rempedaal

20.06

(Aangepaste) handbedrijfsrem

20.07

Maximale bedieningskracht bedrijfsrem

20.08

Maximale bedieningskracht voor noodrem geïntegreerd in bedrijfsrem

20.09

Aangepaste parkeerrem

20.10

Elektrisch bediende parkeerrem

20.11

(Aangepaste) voetbediende parkeerrem

20.12

Afscherming vóór/opklapbaar/uitneembaar rempedaal

20.13

Knierem

20.14

Elektrisch bediende bedrijfsrem

25.

Aangepaste acceleratiesystemen

25.01

Aangepast gaspedaal

25.02

Gaspedaal met slof

25.03

Kantelbaar gaspedaal

25.04

Handmatig gas geven

25.05

Gas geven met knie

25.06

Servo-acceleratiesysteem (elektronisch, pneumatisch, enz.)

25.07

Gaspedaal links van rempedaal

25.08

Gaspedaal aan linkerkant

25.09

Afscherming vóór/opklapbaar/uitneembaar gaspedaal

30.

Aangepaste rem- en acceleratiesystemen, gecombineerd

30.01

Parallelpedalen

30.02

Pedalen op (nagenoeg) gelijke hoogte

30.03

Gas geven en remmen door middel van schuifsysteem

30.04

Gas geven en remmen door middel van schuifsysteem met orthese

30.05

Opklapbare/uitneembare gas- en rempedalen

30.06

Vloerverhoging

30.07

Afscherming aan de kant van het rempedaal

30.08

Afscherming voor prothese aan de kant van het rempedaal

30.09

Afscherming vóór gas- en rempedalen

30.10

Hiel- of beenondersteuning

30.11

Gas geven en remmen via elektrische bediening

35.

Aangepaste bedieningsorganen

(verlichting, ruitenwisser, ruitensproeier, claxon, richtingaanwijzers, enz.)

35.01

Bedieningsorganen bedienbaar zonder dat het rijgedrag nadelig wordt beïnvloed

35.02

Bedieningsorganen bedienbaar zonder het stuur en toebehoren los te laten (knop, gaffel, enz.)

35.03

Bedieningsorganen bedienbaar zonder het stuur en toebehoren (knop, gaffel, enz.) met de linkerhand los te laten

35.04

Bedieningsorganen bedienbaar zonder het stuur en toebehoren (knop, gaffel, enz.) met de rechterhand los te laten

35.05

Bedieningsorganen bedienbaar zonder het stuur en toebehoren (knop, gaffel, enz.) en de gecombineerde gas- en remmechanismen los te laten

40.

Aangepaste stuurinrichting

40.01

Standaard stuurbekrachtiging

40.02

Extra stuurbekrachtiging

40.03

Stuurinrichting met back-upsysteem

40.04

Verlengde stuurkolom

40.05

Aangepast stuurwiel (groter en/of dikker stuurwiel, kleinere diameter stuurwiel, enz.)

40.06

Kantelbaar stuurwiel

40.07

Verticaal stuurwiel

40.08

Horizontaal stuurwiel

40.09

Voetbediend stuur

40.10

Eventuele andere aangepaste stuurinrichting (joystick, enz.)

40.11

Stuurknop

40.12

Handspalk op stuurwiel

40.13

Polsspalk op stuurwiel

42.

Aangepaste achteruitkijkspiegel(s)

42.01

(Linker- of) rechterbuitenspiegel

42.02

Buitenspiegel op voorspatbord

42.03

Extra binnenspiegel voor goed zicht op het verkeer

42.04

Panoramische binnenspiegel

42.05

Dodehoekspiegel

42.06

Elektrisch bediende buitenspiegel(s)

43.

Aangepaste bestuurdersstoel

43.01

Bestuurdersstoel op een goede kijkhoogte en op normale afstand van het stuurwiel en de pedalen

43.02

Bestuurdersstoel aangepast aan lichaamsvorm

43.03

Bestuurdersstoel met zijsteun voor goede zitstabiliteit

43.04

Bestuurdersstoel met armleuningen

43.05

Verlengde stoelslede van bestuurdersstoel

43.06

Aangepaste veiligheidsgordel

43.07

Vierpuntsveiligheidsgordel

44.

Aanpassingen van het motorrijwiel (vermelding subcode verplicht)

44.01

Eén remelement voor alle remhandelingen

44.02

(Aangepaste) handbediende rem (voorwiel)

44.03

(Aangepaste) voetbediende rem (achterwiel)

44.04

(Aangepaste) gashendel

44.05

(Aangepaste) handschakeling en handkoppeling

44.06

(Aangepaste) achteruitkijkspiegel(s)

44.07

(Aangepaste) bedieningsorganen (richtingaanwijzers, remlichten, enz.)

44.08

Zithoogte waarbij de bestuurder in zittende positie beide voeten tegelijk op de grond kan plaatsen

45.

Motorrijwiel uitsluitend met zijspan

50.

Alleen het voertuig met chassisnummer (voertuigidentificatienummer, VIN)

51.

Alleen het voertuig met kenteken (voertuigregistratienummer, VRN)

ADMINISTRATIEVE VERMELDINGEN

70.

Ingewisseld voor rijbewijs nr. ... afgegeven door ... (voor een derde land: EU/VN-symbool, bijvoorbeeld 70.0123456789.NL)

71.

Duplicaat van rijbewijs nr. ... (voor een derde land: EU/VN-symbool, bijvoorbeeld 71.987654321.HR)

72.

Alleen voertuigen van categorie A met een maximale cilinderinhoud van 125 cc en een maximumvermogen van 11 kW (A1)

73.

Alleen drie- of vierwielige motorvoertuigen van categorie B (B1)

74.

Alleen voertuigen van categorie C met een maximaal toegestane massa van 7 500 kg (C1)

75.

Alleen voertuigen van categorie D met ten hoogste 16 zitplaatsen, die van de bestuurder niet meegerekend (D1)

76.

Alleen voertuigen van categorie C met een maximaal toegestane massa van 7 500 kg (C1), met een aanhangwagen waarvan de maximaal toegestane massa meer dan 750 kg bedraagt, mits de maximaal toegestane massa van het aldus gevormde samenstel ten hoogste 12 000 kg bedraagt en de maximaal toegestane massa van de aanhangwagen de ledige massa van het trekkende voertuig niet overschrijdt (C1 + E)

77.

Alleen voertuigen van categorie D met ten hoogste 16 zitplaatsen, die van de bestuurder niet meegerekend (D1), met een aanhangwagen waarvan de maximaal toegestane massa meer dan 750 kg bedraagt, mits a) de maximaal toegestane massa van het aldus gevormde samenstel ten hoogste 12 000 kg bedraagt en de maximaal toegestane massa van de aanhangwagen de ledige massa van het trekkende voertuig niet overschrijdt en b) de aanhangwagen niet wordt gebruikt om personen te vervoeren (D1 + E)

78.

Alleen voertuigen met automatische schakeling (Richtlijn 91/439/EEG, bijlage II, punt 5.1)

79.

(...) Alleen voertuigen conform de specificaties tussen haken, in het kader van de toepassing van artikel 10, lid 1, van de richtlijn:

90.01:

links van

90.02:

rechts van

90.03:

links

90.04:

rechts

90.05:

hand

90.06:

voet

90.07:

bedienbaar

95.

Bestuurder, houder van het getuigschrift, die voldoet aan de vakbekwaamheidsvereisten van Richtlijn 2003/59/EG tot ... (bv.: 1.1.2012)

96.

Bestuurder die een opleiding, als bedoeld in bijlage V, heeft gevolgd en op grond daarvan gerechtigd is een voertuig van categorie B met een aanhangwagen, waarvan de totale massa tussen 3 500 kg en 4 250 kg ligt, voor niet commerciële doeleinden te besturen

97.

Bestuurder die een opleiding, als bedoeld in bijlage VI, heeft gevolgd en op grond daarvan gerechtigd is een kampeerwagen, zoals gedefinieerd in bijlage II, deel A, punt 5.1. van Richtlijn 2001/116/EG, waarvan de totale massa tussen 3 500 kg en 4 250 kg ligt en het nuttig laadvermogen maximaal 1 000 kg bedraagt, voor niet commerciële doeleinden te besturen.

code 100 en hoger: nationale codes die alleen gelden voor het verkeer op het grondgebied van de Staat die het rijbewijs heeft afgegeven.

Wanneer een code geldt voor alle categorieën waarvoor het rijbewijs is afgegeven, kan hij worden afgedrukt onder de kolommen 9, 10 en 11;

13.

een ruimte voor de eventuele vermelding door de lidstaat van ontvangst, in het kader van de toepassing van punt 3, onder a), van deze bijlage, van de voor de administratie van het rijbewijs noodzakelijke gegevens;

14.

een ruimte voor de eventuele vermelding door de lidstaat die het rijbewijs afgeeft, van de gegevens die noodzakelijk zijn voor de administratie of met betrekking tot de verkeersveiligheid (facultatieve vermelding). Indien de vermelding onder een in deze bijlage omschreven rubriek valt, moet deze vermelding worden voorafgegaan door het nummer van de overeenkomstige rubriek.

Met uitdrukkelijke schriftelijke instemming van de houder kunnen gegevens die geen verband houden met de administratie van het rijbewijs of de verkeersveiligheid eveneens in deze ruimte worden opgenomen; de toevoeging van deze vermeldingen heeft geen gevolgen voor het gebruik van het model als rijbewijs;

15.

medische gegevens voor noodgevallen moeten in punt 14 worden vermeld.

b)

een toelichting bij de genummerde rubrieken op de bladzijden 1 en 2 van het rijbewijs (ten minste voor de rubrieken 1, 2, 3, 4 a), 4 b), 4 c), 5, 10, 11 en 12).

Indien een lidstaat deze vermeldingen in een andere nationale taal dan een van de volgende talen (Deens, Duits, Engels, Ests, Fins, Frans, Grieks, Hongaars, Italiaans, Lets, Litouws, Maltees, Nederlands, Pools, Portugees, Sloveens, Slowaaks, Spaans, Tsjechisch, Zweeds) wenst te stellen, moet hij het rijbewijs opstellen in twee talen waaronder een van de bovengenoemde talen, onverminderd de overige bepalingen van deze bijlage.

c)

Op het rijbewijs van Europees model moet ruimte worden vrijgehouden voor een eventuele microprocessor of gelijkwaardige geïnformatiseerde voorziening.

4.   Bijzondere bepalingen

a)

Wanneer de houder van een door een lidstaat overeenkomstig deze bijlage afgegeven rijbewijs zijn gewone verblijfplaats naar een andere lidstaat heeft overgebracht, kan laatstgenoemde lidstaat op het rijbewijs de voor de administratie van het rijbewijs vereiste vermeldingen opnemen, mits hij die vermeldingen ook opneemt op de rijbewijzen die hij zelf afgeeft en daarvoor over de nodige ruimte beschikt.

b)

Na overleg met de Commissie kunnen de lidstaten kleuren of markeringen, zoals een streepjescode, nationale symbolen en beveiligingsvoorzieningen toevoegen, onverminderd de overige bepalingen van deze bijlage.

In het kader van de wederzijdse erkenning van rijbewijzen mag de streepjescode geen andere informatie bevatten dan die welke reeds leesbaar op het rijbewijs voorkomt of die noodzakelijk is voor de afgifte van het rijbewijs.

EUROPEES MODEL VAN HET RIJBEWIJS

Bladzijde 1

RIJBEWIJS [LIDSTAAT]

Image

Bladzijde 2

Image

1. Naam, 2. Voornaam, 3. Geboortedatum en-plaats, 4a. Datum van afgifte rijbewijs, 4b. Administratieve geldigheid tot, 4c. Afgegeven door, 5. Rijbewijsnummer, 8. Adres, 9. Categorie, 10. Datum afgifte per categorie, 11. Categorie geldig tot, 12. Beperkingen.

VOORBEELD VAN EEN RIJBEWIJS VOLGENS HET MODEL

Belgisch rijbewijs (bij wijze van indicatie)

Image

Image

BIJLAGE II

I.   MINIMUMEISEN VOOR RIJEXAMENS

De lidstaten nemen de nodige maatregelen om zich ervan te vergewissen dat de toekomstige bestuurders voldoen aan de eisen inzake kennis, rijvaardigheid en rijgedrag voor het besturen van een motorvoertuig. Het daartoe ingestelde examen behelst:

een theoretisch examen, en vervolgens

een examen inzake rijvaardigheid en rijgedrag.

Hieronder volgt de examenprocedure.

A.   THEORETISCH EXAMEN

1.   Vorm

Er dient een zodanige vorm te worden gekozen dat kan worden nagegaan of de kandidaat de vereiste kennis bezit met betrekking tot de in de punten 2 tot en met 4 van deze bijlage genoemde onderwerpen.

Indien de kandidaat houder is van een rijbewijs voor een andere categorie waarvoor met goed gevolg een theoretisch examen is afgelegd, kan vrijstelling worden verleend van die delen van het programma die overeenstemmen met de bepalingen in punt 2 tot en met 4, met dien verstande dat nog steeds examen moet worden afgelegd .

2.   Inhoud van het theoretisch examen voor alle categorieën voertuigen

2.1.

Het examen moet betrekking hebben op elk van de onderstaande punten, waarbij het aan de lidstaten wordt overgelaten om voor elk punt de inhoud en de vorm vast te stellen:

2.1.1.

Verkeersregels:

in het bijzonder inzake verkeerstekens, wegmarkeringen, signalen, voorrangsregels en snelheidsbeperkingen;

2.1.2.

Bestuurder:

het belang van oplettendheid en van de houding ten opzichte van medeweggebruikers;

waarneming, beoordeling en reactie, met name reactietijd, en gedragsveranderingen bij de bestuurder ten gevolge van alcohol, drugs en geneesmiddelen, gemoedsgesteldheid en vermoeidheid;

2.1.3.

Weg:

de belangrijkste richtlijnen voor het bewaren van afstand, remweg en wegligging van het voertuig in uiteenlopende weg- en weersomstandigheden;

verkeersrisico's in verband met de wegomstandigheden, in het bijzonder veranderingen ten gevolge van de weerstoestand en het tijdstip van de dag of de nacht;

kenmerken van de verschillende soorten wegen en daarop betrekking hebbende wettelijke voorschriften;

2.1.4.

Medeweggebruikers:

specifieke risico's in verband met de onervarenheid van medeweggebruikers en de deelneming aan het verkeer van de meest kwetsbare categorieën, zoals kinderen, voetgangers, fietsers , motorrijders en passagiers die in hun mobiliteit beperkt zijn;

risico's in verband met de deelneming aan het verkeer en het besturen van diverse typen voertuigen en in verband met het verschillende gezichtsveld van de bestuurders van deze voertuigen;

2.1.5.

Algemene voorschriften en diversen:

voorschriften voor administratieve bescheiden in verband met het gebruik van het voertuig;

algemene regels voor de door de bestuurder te volgen gedragslijn bij ongevallen (plaatsen van de gevarendriehoek, waarschuwen, enz.) en maatregelen die hij/zij in voorkomend geval kan nemen om hulp te verlenen aan verkeersslachtoffers;

veiligheidseisen met betrekking tot het voertuig, de lading en de passagiers;

2.1.6.

Voorzorgsmaatregelen bij het verlaten van het voertuig;

2.1.7.

De mechanische onderdelen die voor de rijveiligheid van belang zijn: de kandidaten moeten in staat zijn de meest voorkomende defecten te ontdekken, in het bijzonder aan de stuurinrichting, wielophanging, remmen, banden, verlichting en richtingaanwijzers, reflectoren, achteruitkijkspiegels, voorruit en ruitenwissers, uitlaatsysteem, veiligheidsgordels en claxon;

2.1.8.

Veiligheidsinrichtingen van de voertuigen, met name het gebruik van veiligheidsgordels, hoofdsteunen en veiligheidsvoorzieningen voor kinderen;

2.1.9.

Regels voor het milieuvriendelijke gebruik van het voertuig (alleen claxonneren indien nodig, matig brandstofgebruik, beperking van uitlaatgassen, enz.).

3.   Specifieke voorschriften voor de categoriëen A, A2 en A1

3.1.

Verplichte toetsing van de algemene kennis van:

3.1.1.

Het gebruik van beschermende uitrusting, zoals handschoenen, schoeisel, kleding en helm;

3.1.2.

Zichtbaarheid van motorrijders voor medeweggebruikers;

3.1.3.

Specifieke risico's in verband met uiteenlopende wegomstandigheden zoals hierboven genoemd, met bijzondere aandacht voor gladde delen als putdeksels, wegmarkeringen zoals strepen en pijlen, tramrails, enz.;

3.1.4.

Mechanische onderdelen die voor de verkeersveiligheid van belang zijn zoals hierboven genoemd, met bijzondere aandacht voor de noodstopschakelaar, het oliepeil en de ketting.

4.   Specifieke voorschriften voor de categorieën C, C + E, C1, C1 + E, D, D + E, D1, D1 + E

4.1.

Verplichte toetsing van de algemene kennis van:

4.1.1.

Voorschriften inzake rij- en rusttijden zoals beschreven in Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad van 20 december 1985 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer  (1); het gebruik van controleapparatuur zoals beschreven in Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer  (2);

4.1.2.

Voorschriften inzake het type vervoer: goederen of personen;

4.1.3.

Voertuig- en vervoersdocumenten die zijn vereist voor nationaal en internationaal vervoer van goederen en personen;

4.1.4.

Maatregelen bij ongevallen; kennis van de maatregelen die moeten worden genomen na een ongeval of vergelijkbare gebeurtenis, met inbegrip van noodmaatregelen zoals de evacuatie van passagiers en de grondbeginselen van eerste hulp;

4.1.5.

De voorzorgsmaatregelen die moeten worden genomen bij het verwisselen van wielen;

4.1.6.

Voorschriften inzake gewichten en afmetingen; voorschriften inzake snelheidsbegrenzers;

4.1.7.

Beperking van het gezichtsveld die door de kenmerken van het voertuig wordt veroorzaakt;

4.1.8.

Lezen van een wegenkaart, routeplanner, inclusief het gebruik van elektronische navigatiesystemen (optioneel);

4.1.9.

Veiligheidseisen bij het laden van het voertuig: het beheersen van de lading (laden en vastzetten), problemen met verschillende soorten lading (bijvoorbeeld vloeistoffen, hangende lading, enz.), het laden en lossen van goederen en het gebruik van laadapparatuur (alleen categorieën C, C + E, C1, C1 + E);

4.1.10.

De verantwoordelijkheid van de bestuurder met betrekking tot het vervoer van passagiers; het comfort en de veiligheid van passagiers; het vervoeren van kinderen; de nodige controles vóór het wegrijden; in het theoretische examen moeten verschillende bussen aan de orde komen (bussen voor openbaar vervoer, touringcars, bussen met speciale afmetingen, enz.) (alleen categorieën D, D + E, D1, D1 + E).

4.2.

Verplichte toetsing van de algemene kennis van de volgende aanvullende voorschriften die betrekking hebben op de categorieën C, C + E, D en D + E en de volgende zaken betreffen:

4.2.1.

De principes van de constructie en werking van: verbrandingsmotoren, vloeistoffen (bijvoorbeeld motorolie, koelvloeistof, ruitensproeiervloeistof), het brandstofsysteem, het elektrische systeem, de ontsteking, het transmissiesysteem (koppeling, versnellingsbak, enz.);

4.2.2.

Smering en antivriesbescherming;

4.2.3.

De principes van de constructie, montage, correct gebruik en onderhoud van banden;

4.2.4.

De principes van de typen, werking, belangrijkste onderdelen, montage, gebruik en dagelijks onderhoud van reminrichtingen en snelheidsbegrenzers;

4.2.5.

De principes van de typen, werking, belangrijkste onderdelen, montage, gebruik en dagelijks onderhoud van het koppelmechanisme (alleen categorieën C + E, D + E);

4.2.6.

Methoden voor het opsporen van oorzaken van defecten;

4.2.7.

Preventief onderhoud van voertuigen en noodzakelijke lopende reparaties;

4.2.8.

De verantwoordelijkheid van de bestuurder voor de ontvangst, het vervoer en de aflevering van goederen volgens afspraak (alleen categorieën C, C + E).

B.   EXAMEN INZAKE RIJVAARDIGHEID EN RIJGEDRAG

5.   Voertuig en uitrusting

5.1.

Om een voertuig met handschakeling te mogen besturen, moet de kandidaat slagen voor een in een voertuig met dergelijke schakeling afgelegd examen waarbij de rijvaardigheid en het rijgedrag worden getoetst.

Indien de kandidaat bovengenoemd examen aflegt in een voertuig met automatische schakeling, dient dit in het op grond van een dergelijk examen afgegeven rijbewijs te worden vermeld. Rijbewijzen waarin die vermelding is opgenomen, gelden uitsluitend voor het besturen van voertuigen met automatische schakeling.

Indien de kandidaat vervolgens slaagt voor een rijvaardigheidsexamen waarin de nadruk uitsluitend ligt op de bediening van de schakeling van een handgeschakeld voertuig, wordt deze vermelding verwijderd.

Onder „voertuig met automatische schakeling” wordt een voertuig verstaan waarbij de overbrengingsverhouding tussen motor en wielen slechts door het bedienen van het gas- en rempedaal wordt gewijzigd.

5.2.

De voertuigen die gebruikt worden voor het examen inzake de rijvaardigheid en het rijgedrag moeten voldoen aan de volgende minimumnormen.

 

Categorie A1:

Motorrijwiel van categorie A1 zonder zijspan met een cilinderinhoud van ten minste 120 cm3 dat een snelheid van ten minste 90 kilometer per uur kan bereiken

 

Categorie A2:

Motorrijwiel van categorie A2 zonder zijspan met een cilinderinhoud van ten minste 375 cm3 en een vermogen van ten minste 25 kW

 

Categorie A:

Motorrijwiel van categorie A zonder zijspan en een vermogen van ten minste 35 kW

 

Categorie B:

Vierwielig voertuig van categorie B waarmee een snelheid van ten minste 100 km per uur kan worden bereikt

 

Categorie B + E:

Samenstel van een examenvoertuig van categorie B en een aanhangwagen met een maximaal toegestane massa van ten minste 1 000 kg, met welk samenstel, dat niet onder categorie B valt, een snelheid van ten minste 100 km per uur kan worden bereikt; de laadruimte van de aanhangwagen moet bestaan uit een gesloten opbouw die ten minste even breed en hoog is als het motorvoertuig; de gesloten opbouw mag ook nagenoeg even breed zijn als het motorvoertuig zolang het zicht naar achteren alleen door middel van de buitenspiegels van het motorvoertuig mogelijk is; de feitelijke totale massa van de aanhangwagen moet minimaal 800 kg bedragen;

 

Categorie B1:

Gemotoriseerde drie- of vierwieler waarmee een snelheid van ten minste 60 km per uur kan worden bereikt;

 

Categorie C:

Voertuig van categorie C met een maximaal toegestane massa van ten minste 12 000 kg, een lengte van ten minste 8 m en een breedte van ten minste 2, 40 m, waarmee een snelheid van ten minste 80 km per uur kan worden bereikt; uitgerust met ABS, met een versnellingsbak met ten minste acht voorwaartse versnellingen en met controleapparatuur als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 3821/85; de laadruimte moet bestaan uit een gesloten opbouw die ten minste even breed en hoog is als de cabine; de feitelijke totale massa van het voertuig moet minimaal 10 000 kg bedragen;

 

Categorie C + E:

Geleed voertuig of een samenstel bestaande uit een examenvoertuig van categorie C en een aanhangwagen van ten minste 7, 5 m lang; dit voertuig of samenstel moet een maximaal toegestane massa van ten minste 20 000 kg hebben, een lengte van ten minste 14 m en een breedte van ten minste 2, 40 m; met dit gelede voertuig of samenstel moet een snelheid van ten minste 80 km per uur kunnen worden bereikt en het moet zijn uitgerust met ABS, met een versnellingsbak met ten minste acht voorwaartse versnellingen en met controleapparatuur als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 3821/85; de laadruimte moet bestaan uit een gesloten opbouw die ten minste even breed en hoog is als de cabine; de feitelijke totale massa van het gelede voertuig of het samenstel moet minimaal 15 000 kg bedragen;

 

Categorie C1:

Voertuig van categorie C1 met een maximaal toegestane massa van ten minste 4 000 kg en een lengte van ten minste 5 m, waarmee een snelheid van ten minste 80 km per uur kan worden bereikt; uitgerust met ABS en met controleapparatuur als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 3821/85; de laadruimte moet bestaan uit een gesloten opbouw die ten minste even breed en hoog is als de cabine;

 

Categorie C1 + E:

Samenstel bestaande uit een examenvoertuig van categorie C1 en een aanhangwagen met een maximaal toegestane massa van ten minste 1 250 kg; het samenstel moet een lengte hebben van ten minste 8 m en met dit samenstel moet een snelheid van ten minste 80 km per uur kunnen worden bereikt; de laadruimte van de aanhangwagen moet bestaan uit een gesloten opbouw die ten minste even breed en hoog is als de cabine van het motorvoertuig; de gesloten opbouw mag ook nagenoeg even breed zijn als het motorvoertuig zolang het zicht naar achteren alleen door middel van de buitenspiegels van het motorvoertuig mogelijk is; de feitelijke totale massa van de aanhangwagen moet minimaal 800 kg bedragen;

 

Categorie D:

Voertuig van categorie D met een lengte van ten minste 10 m en een breedte van ten minste 2, 40 m, waarmee een snelheid van ten minste 80 km per uur kan worden bereikt; uitgerust met ABS en met controleapparatuur als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 3821/85;

 

Categorie D + E:

Samenstel bestaande uit een examenvoertuig van categorie D en een aanhangwagen met een maximaal toegestane massa van ten minste 1 250 kg en een breedte van ten minste 2, 40 m, waarmee een snelheid van ten minste 80 km per uur kan worden bereikt; de laadruimte van de aanhangwagen moet bestaan uit een gesloten opbouw die ten minste 2 m breed en 2 m hoog is; de feitelijke totale massa van de aanhangwagen moet minimaal 800 kg bedragen;

 

Categorie D1:

Voertuig van categorie D1 met een maximaal toegestane massa van ten minste 4 000 kg, en een lengte van ten minste 5 m, waarmee een snelheid van ten minste 80 km per uur kan worden bereikt; uitgerust met ABS en met controleapparatuur als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 3821/85;

 

Categorie D1 + E:

Samenstel bestaande uit een examenvoertuig van categorie D1 en een aanhangwagen met een maximaal toegestane massa van ten minste 1 250 kg, met welk samenstel een snelheid van ten minste 80 km per uur kan worden bereikt; de laadruimte van de aanhangwagen moet bestaan uit een gesloten opbouw die ten minste 2 m breed en 2 m hoog is; de feitelijke totale massa van de aanhangwagen moet minimaal 800 kg bedragen;

Examenvoertuigen van de categorieën B + E, C, C + E, C1, C1 + E, D, D + E, D1 en D1 + E die niet voldoen aan de bovenstaande minimumnormen maar die wel vóór of op de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn worden gebruikt, mogen nog tot maximaal tien jaar na deze datum worden gebruikt. Aan de bepalingen met betrekking tot de lading moet uiterlijk tien jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn door de lidstaten uitvoering zijn gegeven.

6.   Rijvaardigheid en rijgedrag met betrekking tot de categorieën A, A2 en A1

6.1.

Rijklaar maken en technische controle van het voertuig in verband met de verkeersveiligheid

De kandidaten moeten door middel van de onderstaande handelingen aantonen dat zij goed voorbereid aan het examen kunnen beginnen en het voertuig rijklaar kunnen maken:

6.1.1.

Correct dragen van beschermende uitrusting, zoals handschoenen, schoeisel, kleding en helm;

6.1.2.

Steekproefsgewijze controle van banden, remmen, stuurinrichting, noodstopschakelaar (indien aanwezig), ketting, oliepeil, verlichting, reflectoren, richtingaanwijzers en claxon.

6.2.

Bijzondere verrichtingen in verband met de verkeersveiligheid

6.2.1.

Motorrijwiel op de standaard plaatsen, er vanaf halen en zonder hulp van de motor het rijwiel verplaatsen door ernaast te lopen;

6.2.2.

Motorrijwiel op de standaard plaatsen;

6.2.3.

Ten minste twee verrichtingen bij een lage snelheid, waaronder een slalom ter beoordeling van de bediening van de koppeling in combinatie met de rem, balans, kijkrichting en de houding op het motorrijwiel, en de positie van de voeten op de voetsteunen;

6.2.4.

Ten minste twee verrichtingen bij een hogere snelheid, waaronder één verrichting in tweede of derde versnelling, minimaal 30 km per uur, en één verrichting voor het ontwijken van obstakels bij een snelheid van minimaal 50 km per uur, ter beoordeling van de houding op het motorrijwiel, kijkrichting, balans, stuurtechniek en schakeltechniek;

6.2.5.

Remmen: er moeten minimaal twee remoefeningen worden uitgevoerd, waaronder een noodstop bij een snelheid van minimaal 50 km per uur, ter beoordeling van de bediening van de voor- en achterrem, kijkrichting en de houding op het motorrijwiel.

Aan de bepalingen inzake de bijzondere verrichtingen in de punten 6.2.3 tot en met 6.2.5 moet uiterlijk vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn uitvoering zijn gegeven.

6.3.

Rijgedrag

De kandidaten moeten in normale verkeerssituaties veilig en met de vereiste voorzichtigheid de volgende handelingen uitvoeren:

6.3.1.

Wegrijden: na parkeren, na een stop in het verkeer, na verlaten van een oprit;

6.3.2.

Rijden op rechte wegen; tegenliggers passeren, ook bij wegversmallingen;

6.3.3.

Rijden door bochten;

6.3.4.

Kruispunten: naderen en oversteken van kruispunten en overwegen;

6.3.5.

Veranderen van richting: naar links en rechts; veranderen van rijstrook;

6.3.6.

Oprijden/verlaten van snelwegen of vergelijkbare wegen (indien aanwezig): invoegen vanaf de invoegstrook; uitvoegen op de uitvoegstrook;

6.3.7.

Inhalen/passeren: inhalen van ander verkeer (indien mogelijk); obstakels voorbijrijden, bijvoorbeeld geparkeerde auto's; ingehaald worden (indien mogelijk);

6.3.8.

Speciale verkeerselementen (indien aanwezig): rotondes; gelijkvloerse spoorwegovergangen, tram-/bushaltes; voetgangersoversteekplaatsen; stijgende/dalende weg over een lange afstand;

6.3.9.

De nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het afstappen van het voertuig.

7.   Rijvaardigheid en rijgedrag met betrekking tot de categorieën B, B1 en B + E

7.1.

Rijklaar maken en technische controle van het voertuig in verband met de verkeersveiligheid

De kandidaten moeten door middel van de onderstaande handelingen aantonen dat zij goed voorbereid aan het examen kunnen beginnen en het voertuig rijklaar kunnen maken:

7.1.1.

Verstellen van de zitplaats van de bestuurder voor een juiste zithouding;

7.1.2.

Afstellen van de achteruitkijkspiegels, veiligheidsgordel en hoofdsteun (indien aanwezig);

7.1.3.

Controleren of de portieren goed gesloten zijn;

7.1.4.

Steekproefsgewijze controle van banden, stuurinrichting, remmen, vloeistoffen (bijvoorbeeld motorolie, koelvloeistof, ruitensproeiervloeistof), verlichting, reflectoren, richtingaanwijzers en claxon;

7.1.5.

Controle van de veiligheid met betrekking tot de lading van het voertuig: carrosserie, plaatwerk, laaddeuren, cabineslot, manier van laden, vastzetten lading (alleen categorie B + E);

7.1.6.

Controle van het koppelmechanisme en de elektrische en remverbindingen (alleen categorie B + E);

7.2.

Categorieën B en B1: bijzondere verrichtingen in verband met de verkeersveiligheid

Een aantal van de onderstaande verrichtingen moet worden getest (ten minste twee van de vier punten, waarvan één achteruitrijdend):

7.2.1.

In rechte lijn achteruitrijden of achteruitrijdend rechts of links een bocht omgaan en daarbij op de juiste rijstrook blijven;

7.2.2.

Keren met voor- en achteruitschakeling;

7.2.3.

Parkeren op en verlaten van een parkeerruimte (evenwijdig aan of schuin of loodrecht ten opzichte van de weg gelegen, vooruit en achteruit, zowel op een vlakke weg als op een stijgende of dalende weg);

7.2.4.

Remmen tot stilstand; een noodstop is optioneel.

7.3.

Categorie B + E: bijzondere verrichtingen in verband met de verkeersveiligheid

7.3.1.

Koppelen en loskoppelen van een aanhangwagen aan/van een motorvoertuig; aan het begin van deze verrichting moeten het voertuig en de aanhangwagen naast elkaar staan (niet in elkaars verlengde);

7.3.2.

Achteruitrijdend een bocht maken met een door de lidstaten vast te stellen loop;

7.3.3.

Veilig parkeren voor laden/lossen.

7.4.

Rijgedrag

De kandidaten moeten in normale verkeerssituaties veilig en met de vereiste voorzichtigheid de volgende handelingen uitvoeren:

7.4.1.

Wegrijden: na parkeren, na een stop in het verkeer, na verlaten van een oprit;

7.4.2.

Rijden op rechte wegen; tegenliggers passeren, ook bij wegversmallingen;

7.4.3.

Rijden door bochten;

7.4.4.

Kruispunten: naderen en oversteken van kruispunten en overwegen;

7.4.5.

Veranderen van richting: naar links en rechts; veranderen van rijstrook;

7.4.6.

Oprijden/verlaten van snelwegen of vergelijkbare wegen (indien aanwezig): invoegen vanaf de invoegstrook; uitvoegen op de uitvoegstrook;

7.4.7.

Inhalen/passeren: inhalen van ander verkeer (indien mogelijk); obstakels voorbijrijden, bijvoorbeeld geparkeerde auto's; ingehaald worden (indien mogelijk);

7.4.8.

Speciale verkeerselementen (indien aanwezig): rotondes; gelijkvloerse spoorwegovergangen, tram-/bushaltes; voetgangersoversteekplaatsen; stijgende/dalende weg over een lange afstand;

7.4.9.

De nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het verlaten van het voertuig.

8.   Rijvaardigheid en rijgedrag met betrekking tot de categorieën C, C + E, C1, C1 + E, D, D + E, D1 en D1 + E.

8.1.

Rijklaar maken en technische controle van het voertuig in verband met de verkeersveiligheid

De kandidaten moeten door middel van de onderstaande handelingen aantonen dat zij goed voorbereid aan het examen kunnen beginnen en het voertuig rijklaar kunnen maken:

8.1.1.

Verstellen van de zitplaats van de bestuurder voor een juiste zithouding;

8.1.2.

Afstellen van de achteruitkijkspiegels, veiligheidsgordel en hoofdsteun (indien aanwezig);

8.1.3.

Steekproefsgewijze controle van banden, stuurinrichting, remmen, verlichting, reflectoren, richtingaanwijzers en claxon;

8.1.4.

Controle van de rembekrachtiging en stuurinrichting; controle van de wielen, wielmoeren, spatborden, voorruit, ruiten en ruitenwissers, vloeistoffen (bijvoorbeeld motorolie, koelvloeistof en ruitensproeiervloeistof); controle en gebruik van alle onderdelen op het dashboard, inclusief de controleapparatuur als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 3821/85;

8.1.5.

Controle van de luchtdruk, luchttanks en de wielophanging;

8.1.6.

Controle van de veiligheid met betrekking tot de lading van het voertuig: carrosserie, plaatwerk, laaddeuren, laadmechanisme (indien aanwezig), cabineslot (indien aanwezig), manier van laden, vastzetten lading (alleen categorieën C, C + E, C1, C1 + E);

8.1.7.

Controle van het koppelmechanisme en de elektrische en remverbindingen (alleen categorieën C + E, C1 + E, D + E, D1 + E);

8.1.8.

In staat zijn bijzondere maatregelen te treffen voor de veiligheid van het voertuig; controle van carrosserie, bedrijfsdeuren, nooduitgangen, EHBO-benodigdheden, brandblussers en andere veiligheidsvoorzieningen (alleen categorieën D, D + E, D1, D1 + E);

8.1.9.

Lezen van een wegenkaart, routeplanner, inclusief het gebruik van elektronische navigatiesystemen (optioneel).

8.2.

Bijzondere verrichtingen in verband met de verkeersveiligheid

8.2.1.

Koppelen en loskoppelen van een aanhangwagen of oplegger aan/van een motorvoertuig; aan het begin van deze verrichting moeten het voertuig en de aanhangwagen of oplegger naast elkaar staan (niet in elkaars verlengde) (alleen categorieën C + E, C1 + E, D + E, D1 + E);

8.2.2.

Achteruitrijdend een bocht maken met een door de lidstaten vast te stellen loop;

8.2.3.

Veilig parkeren voor laden/lossen bij een laadvloer/laadhelling of soortgelijke inrichting (alleen categorieën C, C + E, C1, C1 + E);

8.2.4.

Parkeren om passagiers veilig in of uit de bus te laten stappen (alleen categorieën D, D + E, D1, D1 + E).

8.3.

Rijgedrag

De kandidaten moeten in normale verkeerssituaties veilig en met de vereiste voorzichtigheid de volgende handelingen uitvoeren:

8.3.1.

Wegrijden: na parkeren, na een stop in het verkeer, na verlaten van een oprit;

8.3.2.

Rijden op rechte wegen; tegenliggers passeren, ook bij wegversmallingen;

8.3.3.

Rijden door bochten;

8.3.4.

Kruispunten: naderen en oversteken van kruispunten en overwegen;

8.3.5.

Veranderen van richting: naar links en rechts; veranderen van rijstrook;

8.3.6.

Oprijden/verlaten van snelwegen of vergelijkbare wegen (indien aanwezig): invoegen vanaf de invoegstrook; uitvoegen op de uitvoegstrook;

8.3.7.

Inhalen/passeren: inhalen van ander verkeer (indien mogelijk); obstakels voorbijrijden, bijvoorbeeld geparkeerde auto's; ingehaald worden (indien mogelijk);

8.3.8.

Speciale verkeerselementen (indien aanwezig): rotondes; gelijkvloerse spoorwegovergangen, tram-/bushaltes; voetgangersoversteekplaatsen; stijgende/dalende weg over een lange afstand;

8.3.9.

De nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het verlaten van het voertuig.

9.   Beoordeling tijdens het praktische examen

9.1.

Tijdens elke rijsituatie wordt beoordeeld in hoeverre de kandidaat in staat is het voertuig te bedienen en of hij/zij in staat is volkomen veilig aan het verkeer deel te nemen. De examinator moet zich tijdens het gehele examen veilig voelen. Rijfouten of gevaarlijk rijgedrag die de veiligheid van het examenvoertuig, de passagiers of de medeweggebruikers direct in gevaar brengen, hebben ongeacht of de examinator al dan niet heeft moeten ingrijpen, tot gevolg dat de kandidaat wordt afgewezen. Het staat de examinator in dat geval vrij het praktische examen voortijdig te beëindigen.

De examinatoren moeten worden opgeleid om de vaardigheid van de kandidaten om in alle opzichten veilig te rijden, correct te beoordelen. Op de werkzaamheden van de examinatoren moet door een door de lidstaat erkend lichaam controle en toezicht worden uitgeoefend met het oog op een correcte en consequente foutenbeoordeling, overeenkomstig de in deze bijlage vastgestelde normen.

9.2.

Tijdens de beoordeling moet de examinator in het bijzonder aandacht schenken aan het feit of de kandidaat defensief en sociaal rijgedrag vertoont. Dit gedrag moet overeenkomen met de algehele rijstijl en de examinator moet hiermee rekening houden bij de beeldvorming van de kandidaat. Hiertoe behoren het aanpassend en zelfverzekerd (veilig) rijden. Daarbij moet echter rekening worden gehouden met de weg- en weersomstandigheden, medeweggebruikers, de veiligheid van de overige weggebruikers (met name de kwetsbaardere) en anticipatievermogen.

9.3.

De examinator moet tevens beoordelen of de kandidaat op de onderstaande punten voldoende presteert:

9.3.1.

Beheersing van het voertuig. Hierbij moet worden gekeken naar: correct gebruik van de veiligheidsgordels, achteruitkijkspiegels, hoofdsteunen, zitplaats; correct gebruik van verlichting en andere voorzieningen; correct gebruik van de koppeling, versnellingsbak, gaspedaal, reminrichting (inclusief de derde reminrichting, indien aanwezig), stuurinrichting; beheersing van het voertuig onder uiteenlopende omstandigheden, bij verschillende snelheden; evenwichtig rijgedrag; gewicht, afmetingen en eigenschappen van het voertuig; gewicht en type lading (alleen categorieën B + E, C, C + E, C1, C1 + E, D + E, D1 + E); het comfort van de passagiers (alleen categorieën D, D + E, D1, D1 + E) (niet te snel optrekken, soepel rijgedrag en gelijkmatig remmen);

9.3.2.

Zuinig en milieuvriendelijk rijden. Hierbij moet worden gelet op het aantal omwentelingen per minuut en het schakelen, remmen en versnellen (alleen categorieën B + E, C, C + E, C1, C1 + E, D, D + E, D1, D1 + E);

9.3.3.

Goed kijken: rondom kijken, spiegels goed gebruiken; dichtbij, verder weg, ver kijken;

9.3.4.

Voorrang verlenen: voorrang op kruispunten en overwegen; voorrang verlenen op andere punten (bijvoorbeeld bij het veranderen van richting of rijstrook en bij bijzondere verrichtingen);

9.3.5.

De juiste positie kiezen op de weg: juiste positie op de weg, de rijstrook, de rotonde en door bochten, die past bij het type en de eigenschappen van het voertuig; voorsorteren;

9.3.6.

Afstand bewaren: voldoende afstand bewaren voor en naast het voertuig; voldoende afstand bewaren van medeweggebruikers;

9.3.7.

Snelheid: de maximumsnelheid niet overschrijden; snelheid aanpassen aan de weers- en verkeersomstandigheden en indien nodig aan de nationale snelheidslimiet; rijden met een snelheid waarbij het tot stilstand komen vóór een zichtbare en vrije weg mogelijk is; snelheid aanpassen aan die welke wordt aangehouden door andere, soortgelijke weggebruikers;

9.3.8.

Verkeerslichten, verkeerstekens en andere voorzieningen: correct gedrag bij verkeerslichten, opvolgen van de instructies van verkeersregelaars: correct gedrag bij verkeerstekens (verbods- of gebodsborden); correct gedrag bij wegmarkeringen;

9.3.9.

Het geven van signalen: signalen geven op de juiste momenten; correct richting aangeven; correct reageren op signalen van andere weggebruikers;

9.3.10.

Remmen en stoppen: tijdig gas minderen, afremmen of stoppen, waarbij rekening moet worden gehouden met de omstandigheden; anticipatievermogen; gebruik van de verschillende reminrichtingen (alleen categorieën C, C + E, D, D + E); gebruik van andere snelheidsbegrenzers dan remmen (alleen categorieën C, C + E, D, D + E).

10.   Duur van het examen

De duur van het examen en de af te leggen afstand moeten voldoende zijn voor de in deel B van deze bijlage genoemde beoordeling van de rijvaardigheid en het rijgedrag. Het examen met betrekking tot het rijgedrag mag voor de categorieën A, A2, A1, B, B1 en B + E nooit minder dan 25 minuten en voor de overige categorieën nooit minder dan 45 minuten duren. Niet inbegrepen zijn de kennismaking met de kandidaat, het rijklaar maken van het voertuig, de technische controle van het voertuig in verband met de verkeersveiligheid, de bijzondere verrichtingen en de bekendmaking van de uitslag van het praktische examen.

11.   Plaats van het examen

Het examenonderdeel voor de beoordeling van de bijzondere verrichtingen kan op een speciaal terrein plaatsvinden. Het examenonderdeel voor de beoordeling van het rijgedrag wordt zo mogelijk afgenomen op wegen buiten de bebouwde kom, autowegen en autosnelwegen (of gelijkwaardig), alsmede straten in de stad van uiteenlopende aard (zoals woonwijken, gebieden waar niet harder dan 30 of 50 km per uur mag worden gereden en auto-/snelwegen binnen de stad), waar zich de verschillende moeilijkheden voordoen waarmee een bestuurder kan worden geconfronteerd. Het is wenselijk dat het examen in verschillende situaties van verkeersdrukte plaatsvindt. De examinator moet de tijd die op de weg wordt doorgebracht optimaal gebruiken door uiteenlopende verkeerssituaties op te zoeken, zodat het rijgedrag van de kandidaat in de verschillende situaties goed kan worden beoordeeld. Daarbij moet met name worden gelet op de overgang tussen de verschillende situaties.

II.   EISEN INZAKE KENNIS, RIJVAARDIGHEID EN RIJGEDRAG VOOR HET BESTUREN VAN EEN MOTORVOERTUIG

Bestuurders van motorvoertuigen moeten op elk willekeurig moment voldoen aan eisen inzake kennis, rijvaardigheid en rijgedrag zoals beschreven in de punten 1 tot en met 9 hierboven, zodat zij in staat zijn:

verkeersrisico's te onderkennen en de ernst ervan te beoordelen;

controle over hun voertuig te hebben om geen gevaarlijke situaties te scheppen, en adequaat te reageren wanneer dergelijke situaties zich voordoen;

de verkeersregels in acht te nemen, met name die welke gericht zijn op het voorkomen van verkeersongevallen en het verzekeren van een vlotte doorstroming van het verkeer;

de voornaamste technische defecten van hun voertuig te ontdekken, met name die welke de veiligheid in gevaar brengen, en die adequaat te laten verhelpen;

rekening te houden met alle factoren die het rijgedrag nadelig beïnvloeden (alcohol, vermoeidheid, verminderd gezichtsvermogen, enz.), teneinde volledig in staat te blijven tot veilig rijgedrag;

bij te dragen tot de veiligheid van alle weggebruikers, in het bijzonder de zwaksten en kwetsbaarsten, door naar behoren rekening te houden met de medeweggebruikers.

De lidstaten kunnen de nodige maatregelen nemen om er voor te zorgen dat bestuurders die niet meer voldoen aan de eisen inzake kennis, rijvaardigheid en rijgedrag zoals beschreven in de punten 1 tot en met 9 hierboven, deze kennis en vaardigheden terugkrijgen en het vereiste rijgedrag voor het besturen van een motorvoertuig kunnen voortzetten.


(1)  PB L 370 van 31.12.1985, blz. 1.

(2)  PB L 370 van 31.12.1985, blz. 8.

BIJLAGE III

MINIMUMNORMEN INZAKE LICHAMELIJKE EN GEESTELIJKE GESCHIKTHEID VOOR HET BESTUREN VAN EEN MOTORRIJTUIG

DEFINITIES

1.

In het kader van deze bijlage worden de bestuurders in twee groepen ingedeeld, namelijk:

1.1.

Groep 1:

bestuurders van voertuigen van de categorieën AM, A, A1, A2, B, B1 en B + E

1.2.

Groep 2:

bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C + E, C1, C1 + E, D, D + E, D1 en D1 + E.

1.3.

In de nationale wetgeving kunnen bepalingen worden opgenomen om de voor de bestuurders van groep 2 bestemde bepalingen van deze bijlage toe te passen op de bestuurders van voertuigen van categorie B die hun rijbewijs voor de uitoefening van hun beroep gebruiken (taxi's, ziekenauto's, enz.).

2.

Naar analogie hiervan worden de aanvragers van een rijbewijs of verlenging van een rijbewijs ingedeeld in de groep waartoe zij behoren, nadat het rijbewijs is afgegeven of verlengd.

MEDISCHE ONDERZOEKEN

3.

Groep 1

De aanvragers moeten een medisch onderzoek ondergaan, indien bij het vervullen van de vereiste formaliteiten of tijdens het examen dat zij moeten afleggen voor het verkrijgen van een rijbewijs, blijkt dat zij één of meer van de in deze bijlage vermelde lichamelijke of geestelijke gebreken hebben.

4.

Groep 2

De aanvragers moeten een medisch onderzoek ondergaan vóór de eerste afgifte van een rijbewijs; vervolgens dienen de bestuurders overeenkomstig de nationale voorschriften van de lidstaat waar hun gewone verblijfplaats is, de periodieke onderzoeken te ondergaan bij elke verlenging van het rijbewijs.

5.

De lidstaten kunnen voor de afgifte of verlenging van een rijbewijs strengere normen vaststellen dan de in deze bijlage vervatte normen.

GEZICHTSVERMOGEN

6.

Iedere aanvrager van een rijbewijs dient de nodige onderzoeken te ondergaan om vast te stellen of hij beschikt over voldoende gezichtsscherpte voor het besturen van motorvoertuigen. Indien daarover twijfel bestaat, moet hij door een bevoegde medische instantie worden onderzocht. Bij dat onderzoek moet vooral gelet worden op de gezichtsscherpte, het gezichtsveld, het gezichtsvermogen in het schemerdonker en progressieve oogziekten.

Intraoculaire lenzen worden in het kader van deze bijlage niet als corrigerende lenzen beschouwd.

Groep 1

6.1.

Iedere aanvrager van een rijbewijs of verlenging van een rijbewijs dient, zo nodig met optische correctie, een binoculaire gezichtsscherpte te hebben van ten minste 0,5. Het rijbewijs mag niet worden afgegeven of verlengd, indien bij het medische onderzoek blijkt dat het horizontale gezichtsveld kleiner is dan 120°, behalve in uitzonderingsgevallen op grond van een gunstig medisch advies en een positieve praktische test, of indien blijkt dat het gezichtsvermogen van de betrokkene op een zodanige andere wijze is aangetast dat hij niet veilig kan rijden. Indien een progressieve oogziekte wordt ontdekt of gemeld, kan het rijbewijs worden afgegeven of verlengd mits de aanvrager zich periodiek door een bevoegde medische instantie laat onderzoeken.

6.2.

Iedere aanvrager van een rijbewijs of verlenging van een rijbewijs die het gezichtsvermogen van een oog volledig is kwijtgeraakt of die, bij voorbeeld in geval van diplopie, slechts één oog gebruikt, dient een gezichtsscherpte, zo nodig met optische correctie, van ten minste 0,6 te hebben. De bevoegde medische instantie dient daarbij te verklaren dat dit monoculaire zien al zolang bestaat dat de betrokkene zich daaraan heeft aangepast, en dat het gezichtsveld van het oog normaal is.

Groep 2

6.3.

Iedere aanvrager van een rijbewijs of verlenging van een rijbewijs dient, zo nodig met optische correctie, te beschikken over een gezichtsscherpte van minstens 0,8 voor het beste oog en 0,5 voor het minder goede oog. Indien de waarden 0,8 en 0,5 met een optische correctie worden bereikt, dient de ongecorrigeerde gezichtsscherpte voor elk van beide ogen niet minder dan 0,05 te bedragen of dient de correctie van de minimale gezichtsscherpte (0,8 en 0,5) te zijn verkregen door brilleglazen die niet sterker mogen zijn dan ± 8 dioptrieën, of door contactlenzen (niet gecorrigeerd gezichtsvermogen =0,05). De correctie moet goed worden verdragen. Het rijbewijs mag niet worden afgegeven of verlengd, indien de aanvrager of bestuurder geen normaal binoculair gezichtsveld heeft of aan diplopie lijdt.

GEHOOR

7.

Onder voorbehoud van het advies van de bevoegde medische instanties kan het rijbewijs voor iedere aanvrager of bestuurder van groep 2 worden afgegeven of verlengd; bij het medische onderzoek wordt met name rekening gehouden met de mogelijkheden van compensatie.

MOTORISCH GEHANDICAPTEN

8.

Het rijbewijs mag niet worden afgegeven of verlengd indien de aanvrager of bestuurder aan motorische aandoeningen of afwijkingen lijdt waardoor het besturen van een motorvoertuig gevaar oplevert.

Groep 1

8.1.

Een rijbewijs met eventueel beperkende voorwaarde mag, nadat daarover door een bevoegde medische instantie advies is uitgebracht, worden afgegeven aan aanvragers of bestuurders die lichamelijk gehandicapt zijn. Dat advies moet gebaseerd zijn op een medische beoordeling van de betreffende aandoening of afwijking en zo nodig op een praktische test; daarin moet ook worden aangegeven hoe het voertuig moet worden aangepast en of de bestuurder orthopedische apparatuur nodig heeft. Uit het onderzoek naar de rijvaardigheid en het rijgedrag moet echter blijken dat die apparatuur geen gevaar voor het rijden oplevert.

8.2.

Het rijbewijs mag worden afgegeven of verlengd indien de aanvrager aan een progressieve aandoening lijdt, mits aan de hand van periodieke controles wordt geverifieerd of de betrokkene nog in staat is zijn voertuig volkomen veilig te besturen.

Een rijbewijs mag zodra de handicap zich heeft gestabiliseerd zonder geregelde medische controle worden afgegeven of verlengd.

Groep 2

8.3.

De bevoegde medische instantie dient naar behoren rekening te houden met de extra risico's en gevaren in verband met het besturen van voertuigen die aan de definitie van deze groep beantwoorden.

HART- EN VAATZIEKTEN

9.

Aandoeningen die aanvragers van een rijbewijs of verlenging van een rijbewijs vatbaar maken voor acute stoornissen aan het cardiovasculaire systeem met acute beschadiging van de hersenfunctie, leveren gevaar voor de verkeersveiligheid op.

Groep 1

9.1.

Het rijbewijs mag niet worden afgegeven of verlengd indien de aanvrager aan ernstige aritmie lijdt.

9.2.

Het rijbewijs mag worden afgegeven of verlengd indien de aanvrager of bestuurder een pacemaker heeft, onder voorbehoud van een officieel medisch advies en geregelde medische controle.

9.3.

In het algemeen mag het rijbewijs niet worden afgegeven of verlengd indien de aanvrager of bestuurder lijdt aan benauwdheid tijdens rust of bij opwinding. Voor de afgifte of verlenging van een rijbewijs indien de aanvrager of bestuurder aan een hartinfarct heeft geleden, is een officieel medisch advies en zo nodig een geregelde medische controle vereist.

Groep 2

9.4.

De bevoegde medische instantie houdt naar behoren rekening met de extra risico's en gevaren in verband met het besturen van voertuigen die aan de definitie van deze groep beantwoorden.

DIABETES MELLITUS

10.

Het rijbewijs mag worden afgegeven of verlengd indien de aanvrager of bestuurder aan diabetes mellitus lijdt, op voorwaarde dat de bestuurder niet met insuline moet worden behandeld of, indien dit wel het geval is (type 1), onder voorbehoud van een medische toestemming .

Groep 2

10.1.

Rijbewijzen mogen worden afgegeven of verlengd indien de tot deze groep behorende aanvrager of bestuurder aan diabetes mellitus lijdt die met insuline moet worden behandeld, op grond van een officieel medisch advies. De bestuurder stelt de betreffende nationale autoriteiten in kennis van elke wijziging in zijn gezondheidstoestand.

NEUROLOGISCHE ZIEKTEN

11.

Rijbewijzen mogen niet worden afgegeven of verlengd indien de aanvrager of bestuurder lijdt aan een ernstige neurologische aandoening, tenzij de aanvraag door een officieel medisch advies wordt ondersteund.

Daartoe worden neurologische stoornissen ten gevolge van aandoeningen of operaties van het centrale of perifere zenuwstelsel die door sensoriële of motorische defecten en evenwichts- en coördinatiestoornissen tot uiting komen, beoordeeld op grond van het effect daarvan en de kans op progressie. Aan de afgifte of verlenging van het rijbewijs kan in die gevallen de voorwaarde worden verbonden dat er periodiek onderzoek moet plaatsvinden, indien er kans op progressie bestaat.

12.

Epileptische aanvallen en andere acute bewustzijnsstoornissen vormen een ernstig gevaar voor de verkeersveiligheid, wanneer zij zich tijdens het besturen van een motorvoertuig voordoen.

Groep 1

12.1.

Rijbewijzen mogen worden afgegeven of verlengd onder voorbehoud van een onderzoek door een bevoegde medische instantie en een geregelde medische controle. De bevoegde medische instantie beoordeelt de epilepsie of andere bewustzijnsstoornissen, de klinische vorm en het verloop van de ziekte (bij voorbeeld geen aanvallen in de laatste twee jaren), de gevolgde behandeling en de resultaten daarvan.

Tijdens deze procedure heeft de patiënt het recht zich te laten vertegenwoordigen door een arts van zijn of haar keuze.

Groep 2

12.2.

Rijbewijzen mogen niet worden afgegeven of verlengd, indien de aanvrager of bestuurder aan epileptische aanvallen of andere acute bewustzijnsstoornissen lijdt of daarvoor vatbaar is.

PSYCHISCHE AANDOENINGEN

Groep 1

13.1.

Rijbewijzen mogen niet worden afgegeven of verlengd, indien de aanvrager of bestuurder lijdt aan:

congenitale of door ziekten, trauma's of neurochirurgische ingrepen ontstane ernstige psychische aandoeningen;

ernstige mentale retardatie;

ernstige uit het verouderingsproces voortvloeiende gedragsstoornissen of ernstige met de individuele psychische gesteldheid verband houdende stoornissen van het oordeels- en aanpassingsvermogen of gedragsstoornissen,

tenzij de aanvraag door een officieel medisch advies wordt ondersteund en de betrokkene zo nodig geregeld medisch wordt gecontroleerd.

Groep 2

13.2.

De bevoegde medische instantie houdt naar behoren rekening met de extra risico's en gevaren in verband met het besturen van voertuigen die aan de definitie van deze groep beantwoorden.

ALCOHOL

14.

Alcoholgebruik vormt een groot gevaar voor de verkeersveiligheid. Gezien de ernst van het probleem, dient de medicus grote waakzaamheid aan de dag te leggen.

Groep 1

14.1.

Rijbewijzen mogen niet worden afgegeven of verlengd indien de aanvrager of bestuurder aan alcohol verslaafd is of niet kan afzien van alcoholgebruik wanneer hij aan het verkeer deelneemt.

Rijbewijzen mogen worden afgegeven of verlengd indien de aanvrager of bestuurder aan alcohol verslaafd is geweest, na een periode van bewezen onthouding en onder voorbehoud van een officieel medisch advies en geregelde medische controle.

Groep 2

14.2.

De bevoegde medische instantie houdt naar behoren rekening met de extra risico's en gevaren in verband met het besturen van voertuigen die aan de definitie van deze groep beantwoorden.

VERDOVENDE MIDDELEN EN GENEESMIDDELEN

15.

Misbruik

Rijbewijzen mogen niet worden afgegeven of verlengd indien de aanvrager of bestuurder verslaafd is aan psychotrope stoffen of zonder daaraan verslaafd te zijn die stoffen overmatig gebruikt, ongeacht de categorie van het aangevraagde rijbewijs.

Regelmatig gebruik

Groep 1

15.1.

Rijbewijzen mogen niet worden afgegeven of verlengd indien de aanvrager of bestuurder regelmatig, in welke vorm dan ook, psychotrope stoffen gebruikt die van nadelige invloed op de rijvaardigheid kunnen zijn, indien dusdanige hoeveelheden worden gebruikt dat het rijgedrag daardoor ongunstig wordt beïnvloed. Hetzelfde geldt voor alle andere geneesmiddelen of geneesmiddelencombinaties die de rijvaardigheid beïnvloeden.

Groep 2

15.2.

De bevoegde medische instantie houdt naar behoren rekening met de extra risico's en gevaren in verband met het besturen van voertuigen die aan de definitie van deze groep beantwoorden.

NIERAANDOENINGEN

Groep 1

16.1.

Rijbewijzen mogen worden afgegeven of verlengd indien de aanvrager of bestuurder aan ernstige nierinsufficiëntie lijdt, op voorwaarde dat een officieel medisch advies wordt verstrekt en de betrokkene geregeld medisch wordt onderzocht.

Groep 2

16.2.

Rijbewijzen mogen niet worden afgegeven of verlengd indien de aanvrager of bestuurder aan ernstige irreversibele nierinsufficiëntie lijdt, tenzij in uitzonderingsgevallen op grond van een officieel medisch advies en geregelde medische controle.

DIVERSE BEPALINGEN

Groep 1

17.1.

Rijbewijzen mogen worden afgegeven of verlengd indien het een aanvrager of bestuurder betreft met getransplanteerde organen of artificiële implantaten die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden, onder voorbehoud van een officieel medisch advies en zo nodig een geregeld medisch onderzoek.

Groep 2

17.2.

De bevoegde medische instantie houdt naar behoren rekening met de extra risico's en gevaren in verband met het besturen van voertuigen die aan de definitie van deze groep beantwoorden.

18.

In het algemeen mogen rijbewijzen niet worden afgegeven of verlengd indien de aanvrager of bestuurder aan een niet in de voorgaande alinea's vermelde aandoening lijdt die aanleiding kan vormen tot lichamelijke klachten, waardoor bij het besturen van een motorvoertuig de verkeersveiligheid in gevaar komt, tenzij de aanvraag door een officieel medisch advies wordt ondersteund en de betrokkene, zo nodig, geregeld medisch wordt onderzocht.

BIJLAGE IV

BASISBEKWAAMHEID EN BIJSCHOLING VAN DE EXAMINATOREN VOOR HET RIJBEWIJS

Minimumeisen die gelden voor personen die praktische rijexamens afnemen

1.

Vereiste bekwaamheid van de examinator:

1.1.

Een persoon die bevoegd is in een voertuig de praktische rijprestaties van een kandidaat te beoordelen, moet ten aanzien van de in de punten 1.2 tot 1.6 genoemde onderwerpen beschikken over de vereiste kennis en vaardigheden en over het vereiste begrip.

1.2.

De examinator moet een zodanige bekwaamheid bezitten dat hij de rijprestatie kan beoordelen van een kandidaat die een rijbewijs wil verwerven voor de categorie waarvoor het rijexamen plaatsvindt.

1.3.

Kennis en begrip met betrekking tot rijden en beoordeling:

theorie van het rijgedrag;

het onderkennen van gevaren en het vermijden van ongevallen;

bekendheid met de lijst van eisen die gelden voor het rijexamen;

eisen die gelden voor het rijexamen;

relevante voorschriften voor het wegverkeer, inclusief de relevante communautaire en nationale rechtsvoorschriften en interpretatierichtsnoeren;

theorie en praktijk van de beoordeling;

defensief rijden.

1.4.

Oordeelsvermogen:

het vermogen de prestatie van de kandidaat in haar geheel nauwkeurig waar te nemen, te controleren en te beoordelen, in het bijzonder:

het correct en volledig onderkennen van gevaarlijke situaties;

het nauwkeurig bepalen van de oorzaak en de te verwachten gevolgen van dergelijke situaties;

geschiktheidsniveau en onderkennen van fouten;

uniformiteit en samenhang van de beoordeling;

het zich snel eigen maken van informatie en het onderscheiden van de kernpunten;

anticiperend optreden, herkennen van potentiële problemen en ontwikkelen van de nodige tegenstrategieën;

tijdige en constructieve feedback.

1.5.

Persoonlijke rijvaardigheid:

Een persoon die bevoegd is een praktisch examen voor een rijbewijscategorie af te nemen, moet in staat zijn voertuigen van de betrokken categorie met een gelijkblijvend grote rijvaardigheid te besturen.

1.6.

Kwaliteit van de dienstverlening:

bepalen en duidelijk maken waarop de klant zich bij het examen moet instellen;

duidelijk communiceren, inhoud, stijl en woordkeuze doen aansluiten bij de doelgroep en ingaan op vragen van de klanten;

heldere feedback over de uitslag van het examen;

niet-discriminerende en respectvolle omgang met alle klanten.

1.7.

Kennis van voertuigtechniek en -fysica:

kennis van voertuigtechniek, bijv. ten aanzien van stuurinrichting, banden, remmen, verlichting, met name bij motorfietsen en vrachtwagens;

vastzetten van de lading;

kennis van voertuigfysica, bijv. snelheid, wrijving, dynamiek, energie.

1.8.

Zuinig en milieuvriendelijk rijgedrag.

2.

Algemene voorwaarden

2.1.

Een examinator voor het rijbewijs van categorie B

a)

moet sedert ten minste drie jaar houder zijn van een rijbewijs van categorie B;

b)

moet de leeftijd van 23 jaar hebben bereikt;

c)

moet de basisbekwaamheid hebben behaald waarin punt 3 voorziet en vervolgens aan de kwaliteitsborging en de regelmatige bijscholing overeenkomstig punt 4 hebben deelgenomen;

d)

moet een beroepsopleiding met een getuigschrift van niveau 3, als bedoeld in Besluit 85/368/EEG van de Raad van 16 juli 1985 inzake de vergelijkbaarheid van de getuigschriften van vakbekwaamheid tussen lidstaten van de Europese Gemeenschap (1), hebben afgesloten;

e)

mag niet gelijktijdig beroepsmatig als rij-instructeur bij een rijschool werkzaam zijn.

2.2.

Een examinator voor het rijbewijs van de overige categorieën:

a)

moet houder zijn van een rijbewijs van de betrokken categorie;

b)

moet de basisbekwaamheid hebben behaald waarin punt 3 voorziet en vervolgens aan de kwaliteitsborging en de regelmatige bijscholing overeenkomstig punt 4 hebben deelgenomen;

c)

moet gedurende ten minste drie jaar examinator voor het rijbewijs van categorie B zijn geweest; deze duur kan worden beperkt tot één jaar indien de examinator kan aantonen

dat hij beschikt over een rijervaring van ten minste vijf jaar in de betrokken categorie, of

dat hij theoretisch en praktisch beschikt over rijervaring van een hoger niveau dan voor het verkrijgen van een rijbewijs vereist is, waardoor de betrokken eis komt te vervallen;

d)

moet een beroepsopleiding met een getuigschrift van niveau 3, als bedoeld in Besluit 85/368/EEG hebben afgesloten;

e)

mag niet gelijktijdig beroepsmatig als rij-instructeur bij een rijschool werkzaam zijn.

2.3.

Gelijkwaardigheid

2.3.1.

De lidstaten kunnen een examinator toestaan examens voor de categorieën AM, A1, A2 en A af te nemen, indien hij voor één van deze categorieën de basisbekwaamheid, als bedoeld in punt 3, heeft verworven.

2.3.2.

De lidstaten kunnen een examinator toestaan examens voor de categorieën C1, C, D1 en D af te nemen, indien hij voor één van deze categorieën de basisbekwaamheid, als bedoeld in punt 3, heeft verworven.

2.3.3.

De lidstaten kunnen een examinator toestaan examens voor de categorieën BE, C1E, CE, D1E en DE af te nemen, indien hij voor één van deze categorieën de basisbekwaamheid, als bedoeld in punt 3, heeft verworven.

3.

Basisbekwaamheid

3.1.

Basisopleiding

3.1.1.

Alvorens aan een persoon toestemming wordt verleend tot het afnemen van rijexamens, moet deze overeenkomstig de eventueel door de betrokken lidstaat gestelde eisen met goed gevolg een opleidingsprogramma hebben afgesloten om de in punt 1 omschreven bekwaamheid te verwerven.

3.1.2.

De lidstaten moeten bepalen of de inhoud van een bepaald opleidingsprogramma gericht is op het verkrijgen van een vergunning voor het afnemen van rijexamens voor één of meer categorieën.

3.2.

Examens

3.2.1.

Alvorens aan een persoon toestemming wordt verleend tot het afnemen van rijexamens, moet deze aantonen ten aanzien van alle in punt 1 vermelde onderwerpen over voldoende kennis, begrip, vaardigheden en geschiktheid te beschikken.

3.2.2.

De lidstaten stellen een examenprocedure vast waarmee op pedagogisch verantwoorde wijze wordt getoetst of betrokkene beschikt over de bekwaamheid, als bedoeld in punt 1 en met name in punt 1.4. Deze examenprocedure moet zowel een theoretisch als een praktisch onderdeel omvatten. Computergesteunde beoordelingsmethoden zijn in voorkomend geval toegestaan. De bijzonderheden inzake type en duur van de afzonderlijke toetsen en de beoordelingen in het kader van het examen vallen onder de discretionaire bevoegdheid van de betrokken lidstaat.

3.2.3.

De lidstaten moeten bepalen of de inhoud van een bepaald examen gericht is op het verkrijgen van een vergunning voor het afnemen van rijexamens voor één of meer categorieën.

4.

Kwaliteitsborging en regelmatige bijscholing

4.1.

Kwaliteitsborging

4.1.1.

De lidstaten moeten beschikken over regelingen inzake kwaliteitsborging waarmee handhaving van de aan examinatoren gestelde eisen wordt gegarandeerd.

4.1.2.

De regelingen inzake kwaliteitsborging dienen het volgende te omvatten: toezicht op de examinator bij zijn werkzaamheden, zijn bijscholing en hernieuwde vergunningverlening, continue ontwikkeling van zijn beroepsloopbaan en regelmatige controle op de resultaten van de door hem afgenomen rijexamens.

4.1.3.

De lidstaten moeten er in het kader van de in punt 4.1.2. genoemde regelingen inzake kwaliteitsborging voor zorgen dat elke examinator aan jaarlijks toezicht wordt onderworpen. Voorts moeten de lidstaten ervoor zorgen dat elke examinator eenmaal in de vijf jaar gedurende in totaal minstens een halve dag bij het afnemen van rijexamens wordt gevolgd, zodat verscheidene rijexamens kunnen worden waargenomen. Aan de met het toezicht belaste persoon moet door de betrokken lidstaat een vergunning voor dit doel zijn verleend.

4.1.4.

Indien een examinator gerechtigd is tot het afnemen van rijexamens voor verscheidene categorieën, kunnen de lidstaten bepalen dat met het toezicht op rijexamens voor één categorie is voldaan aan het vereiste van toezicht met betrekking tot verscheidene categorieën.

4.1.5.

Het afnemen van rijexamens moet door een door de betrokken lidstaat gemachtigde instantie worden gevolgd en gecontroleerd om een correcte en uniforme beoordeling te waarborgen.

4.2.

Regelmatige bijscholing

4.2.1.

De lidstaten zorgen ervoor dat examinatoren zich met het oog op het behoud van hun vergunning, ongeacht het aantal categorieën waarvoor die vergunning geldt:

regelmatig gedurende in totaal ten minste vier dagen in een periode van twee jaar laten bijscholen om:

de nodige kennis en examenvaardigheden op peil te houden en op te frissen;

nieuwe vaardigheden te ontwikkelen die voor de uitoefening van het beroep noodzakelijk zijn geworden;

ervoor te zorgen dat de examinatoren de examens aan de hand van eerlijke, uniforme eisen blijven afnemen;

regelmatig gedurende in totaal ten minste vijf dagen in een periode van vijf jaar laten bijscholen om de vereiste praktische rijvaardigheid te ontwikkelen en in stand te houden.

4.2.2.

De lidstaten treffen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat examinatoren bij wie met behulp van het geldende kwaliteitsborgingsstelsel ernstige tekortkomingen zijn vastgesteld, onverwijld een speciale bijscholing ondergaan.

4.2.3.

De regelmatige bijscholing kan worden verzorgd in de vorm van besprekingen, onderwijs en traditionele of computergesteunde overdracht, en dit individueel of groepsgewijs. Indien de lidstaten dit nodig achten, kunnen daarbij nieuwe eisen worden vastgesteld.

4.2.4.

Indien een examinator gerechtigd is tot het afnemen van rijexamens voor verscheidene categorieën, kunnen de lidstaten bepalen dat met bijscholing van de examinator voor één categorie is voldaan aan het vereiste van bijscholing met betrekking tot verscheidene categorieën, mits aan de in punt 4.2.5. gestelde eisen is voldaan.

4.2.5.

Indien een examinator in een periode van 24 maanden geen rijexamens voor een categorie heeft afgenomen, moet hij zich aan een herkeuring onderwerpen voordat hem wordt toegestaan verdere rijexamens voor deze categorie af te nemen. De herkeuring kan plaatsvinden in het kader van de in punt 4.2.1. gestelde eis.

5.

Verworven rechten

5.1.

De lidstaten kunnen personen die onmiddellijk voor de inwerkingtreding van deze bepalingen gerechtigd waren tot het afnemen van rijexamens, toestaan rijexamens te blijven afnemen, ook al is hun geen vergunning verleend overeenkomstig de algemene voorwaarden in punt 2 of de procedure voor de basisbekwaamheid, als bedoeld in punt 3.

5.2.

De betrokken examinatoren vallen echter onder de bepalingen inzake regelmatig toezicht en de regelingen voor kwaliteitsborging, als bedoeld in punt 4.


(1)  PB L 199 van 31.7.1985, blz. 56.

BIJLAGE V

OPLEIDING VAN BESTUURDERS (VOERTUIGEN VAN CATEGORIE B MET EEN AANHANGWAGEN)

1.

Wie gebruikmaakt van een voertuig van categorie B met een aanhangwagen, waarvan de totale massa tussen 3 500 kg en 4 250 kg ligt, moet deelnemen aan een opleiding voor bestuurders.

2.

Deze opleiding moet worden verzorgd door een opleidingsinstantie die officieel erkend is en gecontroleerd wordt door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de bestuurder zijn gewone verblijfplaats heeft. De lidstaat regelt de nadere bijzonderheden.

3.

Inhoud van de opleiding:

eendagskursus (minimaal 7 uur);

theoriegedeelte en voornamelijk praktijkgedeelte en slotgesprek;

rijdynamiek en veiligheidscriteria, trekkend voertuig en aanhanger, correct laden en veiligheidsaccessoires;

praktijkgedeelte op afgesloten terrein, waarbij de volgende onderdelen worden geoefend: remmen, remtraject, veranderen van rijbaan, remmen/uitwijken, slingeren van de aanhanger, manoeuvreren, inparkeren.

BIJLAGE VI

OPLEIDING VAN BESTUURDERS (KAMPEERWAGENS)

1.

Wie gebruik maakt van een kampeerwagen, zoals gedefinieerd in bijlage II, deel A, deel 5, lid 1 van Richtlijn 2001/116/EG, waarvan de totale massa tussen 3 500 kg en 4 250 kg ligt en het nuttig laadvermogen maximaal 1 000 kg bedraagt, moet deelnemen aan een opleiding voor bestuurders.

2.

Deze opleiding moet worden verzorgd door een opleidingsinstantie die officieel erkend is en gecontroleerd wordt door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de bestuurder zijn gewone verblijfplaats heeft. De lidstaat regelt de nadere bijzonderheden.

3.

Inhoud van de opleiding:

eendagskursus (minimaal 7 uur);

theoriegedeelte en voornamelijk praktijkgedeelte en slotgesprek;

rijdynamiek en veiligheidscriteria, correct laden en veiligheidsaccessoires;

praktijkgedeelte op afgesloten terrein, waarbij de volgende onderdelen worden geoefend: remmen, remtraject, veranderen van rijbaan, remmen/uitwijken, manoeuvreren, inparkeren.

BIJLAGE VII

OPLEIDING VAN BESTUURDERS (OVERGANG TUSSEN CATEGORIEEN MOTORRIJWIELEN)

1.

Opleiding met het oog op de overgang tussen categorieën motorrijwielen.

2.

De opleiding moet worden verzorgd door een opleidingsinstantie die officieel erkend is en gecontroleerd wordt door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de bestuurder zijn gewone verblijfplaats heeft. De lidstaat regelt de nadere bijzonderheden.

3.

Inhoud van de opleiding:

duur: minimaal vijf uur;

bijzondere aandacht voor de bijzonderheden van de diverse categorieën;

praktijkgedeelte op afgesloten terrein met oefeningen op de volgende onderdelen: remmen, remweg, remmen/uitwijken, manoeuvreren, accelereren;

praktijkgedeelte over verkeersgedrag.

BIJLAGE VIII

Deel A

Ingetrokken richtlijn met de achtereenvolgende wijzigingen ervan

(bedoeld in artikel 18)

Richtlijn 91/439/EEG van de Raad (1)

(PB L 237 van 24.8.1991, blz. 1)

Richtlijn 94/72/EG van de Raad

(PB L 337 van 24.12.1994, blz. 86)

Richtlijn 96/47/EG van de Raad

(PB L 235 van 17.9.1996, blz. 1)

Richtlijn 97/26/EG van de Raad

(PB L 150 van 7.6.1997, blz. 41)

Richtlijn 2000/56/EG van de Commissie

(PB L 237 van 21.9.2000, blz. 45)

Richtlijn 2003/59/EG van het Europees Parlement en de Raad, enkel artikel 10, lid 2

(PB L 226 van 10.9.2003, blz. 4)

Deel B

Termijnen voor de omzetting in nationaal recht en toepassing

(bedoeld in artikel 18)

Richtlijn

Omzettingstermijn

Toepassingsdatum

Richtlijn 91/439/EEG

1 juli 1994

1 juli 1996

Richtlijn 94/72/EG

xx.xx.1995

Beschikking 96/427/EG

16 juli 1996

Richtlijn 96/47/EG

1 juli 1996

1 juli 1996

Richtlijn 97/26/EG

1 januari 1998

1 januari 1998

Richtlijn 2000/56/EG

30 september 2003

30 september 2003, 30 september 2008 (Bijlage II, punt 6.2.5) en 30 september 2013 (Bijlage II punt 5.2)

Richtlijn 2003/59/EG

10 september 2006

10 september 2008 (reizigersvervoer) en 10 september 2009 (goederenvervoer)


(1)  Richtlijn 91/439/EEG is eveneens gewijzigd bij het volgende niet ingetrokken besluit: Besluit betreffende de toetreding van de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden (PB C 241 van 29.8.1994, blz. 21).

BIJLAGE IX

CONCORDANTIETABEL

Richtlijn 91/439/EEG

De onderhavige richtlijn

Artikel 1, lid 1, eerste zin

Artikel 1, lid 1

Artikel 1, lid 1, tweede zin

Artikel 1, lid 2

Artikel 1, lid 2

Artikel 2

Artikel 1, lid 3

Artikel 2, lid 1

Artikel 3, lid 1

Artikel 2, lid 2

Artikel 3, lid 2, eerste zin

Artikel 3, lid 2, tweede zin

Artikel 2, lid 3

Artikel 2, lid 4

Artikel 3, lid 1, eerste alinea, inleidende woorden

Artikel 4, lid 1, eerste alinea, inleidende woorden

Artikel 4, lid 1, eerste alinea, eerste streepje

Artikel 4, lid 1, eerste alinea, derde streepje

Artikel 3, lid 1, eerste alinea, eerste streepje

Artikel 4, lid 1, eerste alinea, vierde streepje

Artikel 3, lid 1, eerste alinea, tweede streepje

Artikel 4, lid 1, eerste alinea, zesde streepje

Artikel 3, lid 1, eerste alinea, derde streepje

Artikel 3, lid 1, eerste alinea, vierde streepje

Artikel 4, lid 1, eerste alinea, zevende streepje

Artikel 3, lid 1, eerste alinea, vijfde streepje

Artikel 4, lid 1, eerste alinea, tiende streepje

Artikel 3, lid 1, eerste alinea, zesde streepje

Artikel 4, lid 1, eerste alinea, elfde streepje

Artikel 3, lid 1, eerste alinea, zevende streepje

Artikel 4, lid 1, eerste alinea, veertiende streepje

Artikel 3, lid 1, eerste alinea, achtste streepje

Artikel 4, lid 1, eerste alinea, vijftiende streepje

Artikel 3, lid 2, eerste alinea, inleidende woorden

Artikel 3, lid 2, eerste alinea, eerste streepje

Artikel 4, lid 1, eerste alinea, tweede streepje

Artikel 3, lid 2, eerste alinea, tweede streepje

Artikel 4, lid 1, eerste alinea, vijfde streepje

Artikel 3, lid 2, eerste alinea, derde streepje

Artikel 4, lid 1, eerste alinea, achtste streepje

Artikel 3, lid 2, eerste alinea, vierde streepje

Artikel 4, lid 1, eerste alinea, negende streepje

Artikel 3, lid 2, eerste alinea, vijfde streepje

Artikel 4, lid 1, eerste alinea, twaalfde streepje

Artikel 3, lid 2, eerste alinea, zesde streepje, inleidende woorden

Artikel 4, lid 1, eerste alinea, dertiende streepje

Artikel 3, lid 2, eerste alinea, zesde streepje, 1ste substreepje

Artikel 4, lid 1, eerste alinea, dertiende streepje

Artikel 3, lid 2, eerste alinea, tweede streepje, 2de substreepje

Artikel 4, lid 1, tweede alinea

Artikel 3, lid 3, inleidende woorden

Artikel 4, lid 2, inleidende woorden

Artikel 3, lid 3, eerste streepje

Artikel 4, lid 2, onder a

Artikel 4, lid 2, onder b

Artikel 3, lid 3, tweede streepje, eerste alinea

Artikel 4, lid 2, onder c

Artikel 3, lid 3, tweede streepje, tweede alinea

Artikel 3, lid 3, derde streepje

Artikel 4, lid 2, onder d

Artikel 3, lid 3, vierde streepje

Artikel 4, lid 2, onder e

Artikel 3, lid 3, vijfde streepje

Artikel 4, lid 2, onder f

Artikel 4, lid 3

Artikel 3, lid 4

-

Artikel 3, lid 5

Artikel 3, lid 6

Artikel 4, lid 4

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 5, lid 1

Artikel 6, lid 1

Artikel 5, lid 2, inleidende woorden

Artikel 6, lid 2, inleidende woorden

Artikel 5, lid 2, onder a

Artikel 6, lid 2, onder a

Artikel 5, lid 2, onder b

Artikel 6, lid 2, onder b

Artikel 6, lid 2, onder c

Artikel 6, lid 2, onder d

Artikel 5, lid 3

Artikel 6, lid 3

Artikel 5, lid 4

Artikel 6, lid 4

Artikel 6, lid 1, inleidende woorden

Artikel 7, lid 1, inleidende woorden

Artikel 7, lid 1, onder a, eerste streepje

Artikel 6, lid 1, onder a, eerste streepje

Artikel 7, lid 1, onder a, tweede streepje

Artikel 6, lid 1, onder a, tweede streepje

Artikel 7, lid 1, onder a, derde streepje

Artikel 6, lid 1, onder b, eerste streepje

Artikel 7, lid 1, onder b, eerste streepje

Artikel 6, lid 1, onder b, tweede streepje

Artikel 7, lid 1, onder b, tweede streepje

Artikel 6, lid 1, onder b, derde streepje

Artikel 7, lid 1, onder b, derde streepje

Artikel 7, lid 1, onder c, eerste streepje

Artikel 6, lid 1, onder c, eerste streepje

Artikel 7, lid 1, onder c, tweede streepje

Artikel 7, lid 1, onder d

Artikel 6, lid 2

Artikel 7, lid 2, eerste alinea, eerste zin

Artikel 7, lid 2, eerste alinea, tweede zin

Artikel 7, lid 2, tweede alinea

Artikel 6, lid 3

Artikel 7, lid 1, inleidende woorden

Artikel 8, lid 1, inleidende woorden

Artikel 7, lid 1, onder a

Artikel 8, lid 1, onder a

Artikel 8, lid 1, onder b

Artikel 8, lid 1, onder c

Artikel 8, lid 1, onder d

Artikel 7, lid 1, onder b

Artikel 8, lid 1, onder e

Artikel 7, lid 2

Artikel 7, lid 3

Artikel 8, lid 2

Artikel 8, lid 3

Artikel 7, lid 4

Artikel 8, lid 4

Artikel 7, lid 5

Artikel 8, lid 5, eerste zin

Artikel 8, lid 5, tweede zin

Artikel 7bis, lid 1

Artikel 7bis, lid 2

Artikel 9

Artikel 7ter

Artikel 10

Artikel 11

Artikel 8

Artikel 12

Artikel 9

Artikel 13

Artikel 10

Artikel 14

Artikel 11

Artikel 15

Artikel 12, lid 1

Artikel 12, lid 2

Artikel 12, lid 3

Artikel 16

Artikel 17

Artikel 13

Artikel 18, eerste alinea

Artikel 18, tweede alinea

Artikel 19

Artikel 14

Artikel 20

Bijlage I

Bijlage Ibis

Bijlage I

Bijlage II

Bijlage II

Bijlage III

Bijlage III

Bijlage IV

Bijlage V

Bijlage VI

Bijlage VII

Bijlage VIII

Bijlage IX

P6_TA(2005)0042

River Traffic Information Services *** I

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende geharmoniseerde River Traffic Information Services op de binnenwateren in de Gemeenschap (COM(2004)0392 — C6-0042/2004 — 2004/0123(COD))

(Medebeslissingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2004)0392) (1),

gelet op artikel 251, lid 2 en artikel 71, lid 1 van het EG-Verdrag, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C6-0042/2004),

gelet op artikel 67 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme en het advies van de Commissie industrie, onderzoek en energie (A6-0055/2004),

1.

hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.

verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in dit voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.


(1)  Nog niet in het PB gepubliceerd.

P6_TC1-COD(2004)0123

Standpunt van het Europees Parlement, in eerste lezing vastgesteld op 23 februari 2005, met het oog op de aanneming van Richtlijn 2005/.../EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende geharmoniseerde River Information Services (RIS) op de binnenwateren in de Gemeenschap

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, met name op artikel 71,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Gezien het advies van het Comité van de Regio's (2),

Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag (3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het inzetten van informatie- en communicatietechnologieën op de binnenwateren draagt bij tot een aanzienlijke verbetering van de veiligheid en doeltreffendheid van het vervoer over de binnenwateren.

(2)

In sommige lidstaten worden al nationale toepassingen van informatiediensten gebruikt op diverse binnenwateren. Om te garanderen dat de navigatiehulpmiddelen en navigatiesystemen op de binnenwateren van de Gemeenschap geharmoniseerd, interoperabel en vrij toegankelijk zijn, moeten gemeenschappelijke richtsnoeren en technische specificaties worden opgesteld.

(3)

Om veiligheidsredenen en in het belang van een pan-Europese harmonisatie moet de inhoud van dergelijke gemeenschappelijke richtsnoeren en technische specificaties gebaseerd zijn op de werkzaamheden van op dit gebied erkende internationale organisaties, zoals de Internationale Scheepvaartorganisatie (PIANC), de Centrale Commissie voor de scheepvaart op de Rijn (CCNR) en de Economische Commissie van de Verenigde Naties voor Europa (UNECE).

(4)

De „River Information Services” (RIS) moeten interoperabele systemen zijn, die op open en openbare normen berusten, en op een niet-discriminerende wijze toegankelijk zijn voor alle systeemaanbieders en -gebruikers.

(5)

Deze richtsnoeren en technische specificaties zijn niet verplicht voor de binnenwateren van een lidstaat die niet verbonden zijn met het waterwegennet van een andere lidstaat. Het strekt echter tot aanbeveling RIS, zoals gedefinieerd in deze richtlijn, ook op die binnenwateren toe te passen en de bestaande systemen interoperabel te maken met de RIS .

(6)

De ontwikkeling van RIS heeft tot doel de veiligheid, doeltreffendheid en milieuvriendelijkheid van de binnenvaart te verbeteren. Dit kan worden verwezenlijkt door verkeers- en vervoersbeheer, bescherming van het milieu en de infrastructuur en door het opleggen van specifieke regels.

(7)

De RIS-richtsnoeren moeten minstens betrekking hebben op de informatiediensten die de lidstaten moeten verlenen.

(8)

De technische specificaties moeten onder meer betrekking hebben op systemen zoals elektronische navigatiekaarten, elektronische scheepsrapportering, met inbegrip van een uniform Europees scheepsnummer, berichten aan schippers en tracking en tracing van schepen. De werkzaamheden van het RIS-comité moeten ervoor zorgen dat de voor het gebruik van RIS noodzakelijke apparatuur technisch compatibel is.

(9)

Het is de verantwoordelijkheid van de lidstaten om, in samenwerking met de Europese Unie de gebruikers aan te moedigen de procedures en voorschriften inzake apparatuur na te leven, rekening houdend met het kleine en middelgrote karakter van de ondernemingen in de binnenvaart.

(10)

De invoering van RIS brengt verwerking van persoonsgegevens met zich mee. Deze verwerking moet plaatsvinden overeenkomstig de Europese regels, zoals vastgesteld in, onder meer, Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (4) en Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (5). De invoering van RIS mag niet leiden tot een ongecontroleerde verwerking van economisch gevoelige gegevens van marktdeelnemers.

(11)

Wanneer voor RIS een nauwkeurige plaatsbepaling vereist is, moet het gebruik van technologieën voor plaatsbepaling per satelliet worden aanbevolen. Deze technologieën moeten zoveel mogelijk, overeenkomstig de geldende besluiten op dit gebied, interoperabel met andere relevante systemen zijn en daarmee worden geïntegreerd.

(12)

Daar de doelstelling van de voorgenomen maatregel, namelijk de invoering van geharmoniseerde RIS in de Gemeenschap, in onvoldoende mate door de lidstaten kan worden bereikt en derhalve wegens haar Europese dimensie beter door de Gemeenschap kan worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.

(13)

De uitvoeringsbepalingen van deze richtlijn moeten worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden  (6).

(14)

De Raad dient, overeenkomstig paragraaf 34 van het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven, de lidstaten te stimuleren voor eigen gebruik en in het belang van de Gemeenschap eigen tabellen op te stellen, die zoveel mogelijk de correlatie tussen de richtlijn en de uitvoeringsmaatregelen weergeven, en deze te publiceren,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp

Bij deze richtlijn wordt een kader vastgesteld voor de invoering en het gebruik van geharmoniseerde River Information Services (RIS) in de Gemeenschap, dat tot doel heeft het vervoer over de binnenwateren te ondersteunen door de veiligheid, doeltreffendheid en milieuvriendelijkheid van deze vervoerswijze te verbeteren en de koppeling met andere vervoerswijzen te vergemakkelijken.

Bij deze richtlijn wordt een kader vastgesteld voor de vaststelling en de ontwikkeling van technische richtsnoeren, specificaties en voorwaarden voor geharmoniseerde, interoperabele en vrij toegankelijke RIS op de binnenwateren in de Gemeenschap. Deze technische richtsnoeren, specificaties en voorwaarden worden vastgesteld en ontwikkeld door de Commissie, bijgestaan door het voor dit doel ingestelde RIS-comité. De Commissie zal in dit verband op passende wijze rekening houden met de maatregelen die ontwikkeld zijn door de op dit gebied actieve internationale organisaties, zoals de Internationale Scheepvaartorganisatie (PIANC), de Centrale Commissie voor de scheepvaart op de Rijn (CCNR) en de Economische Commissie van de Verenigde Naties voor Europa (UNECE). De samenhang met de verkeersbeheersdiensten van andere vervoerswijzen, in het bijzonder het verkeersbeheer en de informatiediensten met betrekking tot maritiem scheepsverkeer, wordt gegarandeerd.

Artikel 2

Toepassingsgebied

1.   Deze richtlijn is van toepassing op de invoering en het gebruik van RIS op alle binnenwateren van de lidstaten die tot klasse IV of hoger behoren en die via een vaarweg van klasse IV of hoger een verbinding hebben met een vaarweg van klasse IV of hoger van een andere lidstaat, en op de havens in zulke vaarwateren waarnaar wordt verwezen in Beschikking nr. 1346/2001/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 tot wijziging van Beschikking nr. 1692/96/EG ten aanzien van zeehavens, binnenhavens en intermodale terminals alsmede ten aanzien van project nr. 8 in bijlage III (7). Voor deze richtlijn geldt de classificatie van Europese binnenwateren die is vastgesteld in resolutie nr. 30 van 12 november 1992 van UNECE.

2.     Een lidstaat mag de bepalingen van deze richtlijn toepassen op niet in het eerste lid genoemde binnenwateren en binnenhavens.

Artikel 3

Definities

In deze richtlijn wordt verstaan onder:

a)

River Information Services (RIS): de geharmoniseerde informatiediensten ter ondersteuning van het verkeers- en vervoersbeheer voor de binnenvaart, inclusief technisch haalbare koppelingen met andere vervoerswijzen. RIS heeft geen betrekking op interne commerciële activiteiten tussen een of meer betrokken bedrijven, maar kan wel aan commerciële activiteiten worden gekoppeld. RIS omvat diensten als vaarweginformatie, verkeersinformatie, verkeersbeheer, ondersteuning van calamiteitenbestrijding, informatie voor vervoersbeheer, statistieken en douanediensten en waterwegheffingen en havengelden.

b)

Vaarweginformatie: geografische, hydrologische en administratieve informatie over de waterweg (vaarweg). Vaarweginformatie is informatie in één richting: van de wal naar het schip of van de wal naar kantoor.

c)

Tactische verkeersinformatie: informatie waarop onmiddellijke navigatiebeslissingen in de actuele verkeerssituatie en de nabije geografische omgeving zijn gebaseerd.

d)

Strategische verkeersinformatie: informatie waarop de RIS-gebruikers hun middellange- en langetermijnbeslissingen baseren.

e)

RIS-toepassing: het verlenen van River Information Services via specifieke systemen.

f)

RIS-centrum: de plaats waar de diensten worden beheerd door de operateurs .

g)

RIS-gebruikers: alle gebruikersgroepen, waaronder schippers, RIS-operateurs, sluis- en brugwachters, waterwegautoriteiten, haven- en terminalexploitanten, operateurs in calamiteitencentra van nooddiensten, vlootbeheerders, vrachtverschepers en tussenpersonen op het gebied van vervoer.

h)

Interoperabiliteit: de diensten, de inhoud van de gegevens, de formaten voor gegevensuitwisseling en de frequenties worden zodanig geharmoniseerd dat RIS- gebruikers in heel Europa toegang kunnen krijgen tot dezelfde diensten en informatie.

Artikel 4

Toepassing van River Information Services

1.   De lidstaten nemen de nodige maatregelen om RIS op de binnenwateren toe te passen, overeenkomstig artikel 2 .

2.    De lidstaten moeten deze diensten zodanig ontwikkelen dat de RIS-toepassing doeltreffend, uitbreidbaar en interoperabel is, zodat ze aan andere RIS-toepassingen en eventueel aan systemen voor andere vervoerswijzen kan worden gekoppeld. Het moet ook mogelijk zijn de toepassing aan vervoerbeheerssystemen en commerciële activiteiten te koppelen.

3.   Voor het opzetten van RIS moeten de lidstaten:

a)

alle relevante gegevens over binnenvaart en reisplanning in een toegankelijk elektronisch formaat ter beschikking stellen van de RIS-gebruikers;

b)

voor alle Europese binnenwateren die overeenkomstig de classificering van Europese binnenwateren tot klasse Va of hoger behoren, naast de onder (a) vermelde gegevens ook elektronische navigatiekaarten ter beschikking stellen van de RIS-gebruikers;

c)

de bevoegde instanties in staat stellen om langs elektronische weg de vereiste scheepsgegevens te ontvangen, voorzover scheepsrapportering krachtens de nationale of internationale regelgeving vereist is. In het geval van grensoverschrijdend vervoer wordt deze informatie doorgestuurd naar de bevoegde instanties van de naburige lidstaat . Zulks moet gebeurd zijn alvorens de schepen de grens bereiken;

d)

de berichten aan de schippers, waaronder meldingen van de waterstand (of maximaal toegestane diepgang) en van ijsvorming op hun binnenwateren, doorgeven in gestandaardiseerde, gecodeerde en downloadbare vorm. Het gestandaardiseerde bericht moet ten minste de informatie bevatten die nodig is om veilige navigatie mogelijk te maken. De berichten aan schippers moeten in een toegankelijk elektronisch formaat worden meegedeeld.

Aan de in dit punt vermelde verplichtingen moet overeenkomstig de specificaties van de bijlagen I en II worden voldaan.

4.   De bevoegde autoriteiten van de lidstaten richten RIS-centra op, op basis van regionale behoeften.

5.    Bij het gebruik van automatische identificatiesystemen is de regionale regeling betreffende de radiotelefoondienst op binnenwateren, die op 6 april 2000 in Basel is gesloten in het kader van de radioreglementen van de Internationale Telecommunicatie-unie (ITU) van toepassing .

6.   De lidstaten stimuleren, zo nodig in samenwerking met de Europese Unie de schippers, de exploitanten of reders van de schepen die op hun binnenwateren varen, de verschepers of eigenaars van de vracht die aan boord van die schepen wordt vervoerd om volledig gebruik te maken van de in deze richtlijn beschikbaar gestelde diensten .

7.     De Commissie neemt passende maatregelen om de interoperabiliteit, de betrouwbaarheid en de veiligheid van RIS te controleren.

Artikel 5

Technische richtsnoeren en specificaties

1.   Om de in artikel 3, sub a), vermelde diensten te ondersteunen en, overeenkomstig artikel 4, lid 2, de interoperabiliteit van deze diensten te garanderen, stelt de Commissie in lid 2 technische richtsnoeren voor de planning, de toepassing en het gebruik van de diensten (RIS-richtsnoeren) vast. Zij stelt ook technische specificaties op de volgende gebieden vast:

a)

Electronic Chart Display and Information System for Inland Navigation (Inland-ECDIS),

b)

elektronische scheesprapportering,

c)

berichten aan schippers,

d)

tracking- en tracingsystemen,

e)

compatibiliteit van de voor het gebruik van RIS noodzakelijke apparatuur.

Deze richtsnoeren en specificaties zijn gebaseerd op de technische beginselen van bijlage II en houden rekening met de werkzaamheden op dit gebied van erkende internationale organisaties .

2.   De in lid 1 vermelde technische richtsnoeren en specificaties worden door de Commissie vastgesteld en indien nodig gewijzigd volgens de procedure van artikel 11, lid 3 . Dit gebeurt overeenkomstig het volgende tijdschema:

a)

de RIS-richtsnoeren: uiterlijk [...] (8) ;

b)

de technische specificaties voor inland-ECDIS, de elektronische scheepsrapportering en de berichten aan schippers: uiterlijk [...] (9) ;

c)

de technische specificaties voor de tracking- en tracingsystemen: uiterlijk [...] (10) .

3.   De RIS-richtsnoeren en -specificaties worden gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 6

Plaatsbepaling per satelliet

Wanneer voor RIS een nauwkeurige plaatsbepaling vereist is, wordt het gebruik van technologieën voor plaatsbepaling per satelliet aanbevolen .

Artikel 7

Typegoedkeuring van RIS-apparatuur

1.   Indien de relevante technische specificaties dit voorschrijven, moet er een typegoedkeuring worden ingevoerd waarin staat dat de RIS-apparatuur voor terminals en netwerken en de softwaretoepassingen met die specificaties overeenstemmen, voorzover dit nodig is met het oog op de veiligheid van de binnenvaart , voordat deze op de binnenwateren mogen worden gebruikt.

2.   De lidstaten moeten de nationale instanties die bevoegd zijn voor de typegoedkeuring aanmelden bij de Commissie ; de Commissie doet deze informatie aan de andere lidstaten toekomen .

3.     De typegoedkeuringen die door de bevoegde instanties worden uitgereikt, worden door alle lidstaten erkend.

Artikel 8

Bevoegde instanties

De lidstaten stellen instanties aan die bevoegd zijn voor de RIS-toepassingen en voor de internationale uitwisseling van gegevens. Deze instanties moeten bij de Commissie worden aangemeld.

Artikel 9

Regels inzake privacy, veiligheid en het hergebruik van informatie

1.   De lidstaten zien er op toe dat de verwerking van persoonsgegevens die gepaard gaat met het gebruik van RIS, plaatsvindt overeenkomstig de Europese regels ter bescherming van de individuele vrijheden en grondrechten, die onder meer zijn vastgelegd in Richtlijn 95/46/EG en Richtlijn 2002/58/EG .

2.   De lidstaten passen veiligheidsmaatregelen toe en maken gebruik van diensten om de RIS-berichten en -archieven te beschermen tegen ongewenste gebeurtenissen of misbruik, zoals illegale toegang en wijziging of verlies van de gegevens.

3.   Richtlijn 2003/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake het hergebruik van overheidsinformatie (11) is van toepassing.

Artikel 10

Wijzigingsprocedure

De bijlagen I en II kunnen overeenkomstig de procedure van artikel 11, lid 3, worden gewijzigd naar aanleiding van de ervaring die is opgedaan met de toepassing van de richtlijn of kunnen worden aangepast aan de technische vooruitgang.

Artikel 11

RIS-comité

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het krachtens artikel 7 van Richtlijn 91/672/EEG (12) opgerichte comité.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 3 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, gezien het bepaalde in artikel 8 daarvan.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, gezien het bepaalde in artikel 8 daarvan.

4.   De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG vastgestelde termijn bedraagt drie maanden.

5.     De Commissie raadpleegt regelmatig vertegenwoordigers van de sector.

Artikel 12

Omzetting

1.   De lidstaten met binnenwateren die onder het toepassingsgebied van artikel 2 vallen, doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op [...] (13) aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie onverwijld in kennis van de tekst van deze bepalingen.

Wanneer de lidstaten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar deze richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van de bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.   De lidstaten nemen de nodige maatregelen om uiterlijk 30 maanden na de inwerkingtreding van de in artikel 5 vermelde relevante technische richtsnoeren en specificaties aan de voorschriften van artikel 4 te voldoen. De technische richtsnoeren en specificaties treden in werking op de dag volgende op die van hun publicatie in het Publicatieblad van de Europese Unie.

3.   Op verzoek van een lidstaat kan de Commissie overeenkomstig de procedure van artikel 11, lid 2, de in lid 2 vermelde termijn voor de toepassing van een of meer voorschriften van artikel 4 verlengen met betrekking tot de in artikel 2 vermelde waterwegen, voorzover de verkeersdichtheid op deze waterwegen laag is , of met betrekking tot binnenwateren waarvoor de kosten van een dergelijke toepassing niet in verhouding staan tot de voordelen . Deze termijn kan door middel van een eenvoudig besluit van de Commissie worden verlengd en de verlenging kan worden herhaald. In de motivering die de lidstaat samen met haar verzoek moet indienen, moet worden verwezen naar: de lage verkeersdichtheid en naar de economische omstandigheden op de desbetreffende waterweg. Tot het moment waarop de Commissie een besluit neemt, kan de lidstaat die verlenging heeft aangevraagd, zijn operaties voortzetten alsof de verlenging zou zijn goedgekeurd.

4.   De lidstaten delen de Commissie de belangrijkste bepalingen van nationaal recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

5.   De lidstaten zijn elkaar bij de toepassing van deze richtlijn zo nodig wederzijds behulpzaam.

6.     De Commissie ziet toe op de invoering van RIS in de Gemeenschap en legt het Europees Parlement en de Raad uiterlijk op [...] (14) een verslag terzake voor.

Artikel 13

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 14

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten die binnenwateren hebben, zoals bedoeld in artikel 2 .

Gedaan te ..., op ...

Voor het Europees Parlement

De Voorzitter

Voor de Raad

De Voorzitter


(1)  PB C [...] van [...], blz. [...].

(2)  PB C [...] van [...], blz. [...].

(3)  Standpunt van het Europees Parlement van 23.2.2005.

(4)  PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31. Richtlijn gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).

(5)  PB L 201 van 31.7.2002, blz. 37.

(6)  PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

(7)  PB L 185 van 6.7.2001, blz. 1.

(8)  Negen maanden na datum van de inwerkingtreding van deze richtlijn.

(9)  Twaalf maanden na datum van de inwerkingtreding van deze richtlijn.

(10)  Vijftien maanden na datum van de inwerkingtreding van deze richtlijn.

(11)   PB L 345 van 31.12.2003, blz. 90.

(12)  Richtlijn 91/762/EEG van de Raad van 16 december 1991 inzake de wederzijdse erkenning van de nationale vaarbewijzen voor het besturen van schepen in het goederen- en personenvervoer over de binnenwateren (PB L 373 van 31.12.1991, blz. 29). Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003.

(13)  24 maanden na datum van de inwerkingtreding van deze richtlijn.

(14)  Drie jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.

BIJLAGE I

MINIMUMVEREISTEN VOOR DE GEGEVENS

Zoals aangegeven in artikel 4, lid 3, onder a), worden met name de volgende gegevens verstrekt:

as van de waterweg, met kilometeraanduiding,

beperkingen met betrekking tot de lengte, breedte, diepgang en hoogte boven de waterlijn van schepen en konvooien,

bedieningstijd van sluizen, bruggen en andere structuren die de binnenvaart belemmeren,

plaats van havens en overslaginstallaties,

referentiegegevens voor waterstanden met betrekking tot de binnenvaart.

BIJLAGE II

BEGINSELEN VOOR DE RIS-RICHTSNOEREN EN TECHNISCHE SPECIFICATIES

RIS-richtsnoeren

Bij het opstellen van de in artikel 5 vermelde RIS-richtsnoeren moeten de volgende beginselen in acht worden genomen:

a)

de technische vereisten voor de planning, de toepassing en het gebruik van de diensten en aanverwante systemen moeten worden aangegeven,

b)

de architectuur en organisatie van RIS,

2.   met het oog op de individuele diensten en de stapsgewijze ontwikkeling van RIS, moeten schepen worden aangemoedigd om deel te nemen aan RIS.

Inland-ECDIS

Bij het opstellen van de in artikel 5 vermelde technische specificaties voor een Electronic Chart Display and Information System (Inland-ECDIS) moeten de volgende beginselen in acht worden genomen:

a)

inland-ECDIS moet compatibel zijn met maritieme ECDIS om het verkeer van binnenschepen in gemengde verkeerszones als riviermondingen en het zee-binnenwaterverkeer te vergemakkelijken;

b)

er moeten minimumvoorschriften met betrekking tot inland-ECDIS-apparatuur en de inhoud van elektronische navigatiekaarten worden vastgesteld om de veiligheid van de binnenvaart te bevorderen, met name met betrekking tot:

een hoog niveau van betrouwbaarheid en beschikbaarheid van de gebruikte inland-ECDIS-apparatuur,

de mate waarin de inland-ECDIS-apparatuur bestand is tegen de omstandigheden die aan boord van een schip heersen, zonder dat de kwaliteit of de betrouwbaarheid achteruitgaat,

het opnemen in de elektronische navigatiekaarten van diverse soorten geografische objecten (bv. vaarweggrenzen, walconstructies, bakens) die bijdragen tot de veiligheid,

de controle van de elektronische kaart aan de hand van radarbeeld-overlay, wanneer het schip op basis van deze kaart wordt bestuurd,

het opnemen van informatie over de diepte van de vaarweg in de elektronische navigatiekaart en het weergeven tot een vooraf bepaald of werkelijk waterpeil,

het opnemen van aanvullende informatie (bv. van andere partijen dan de bevoegde instanties) in de elektronische navigatiekaart en het weergeven van deze informatie op de inland-ECDIS, zonder dat dit ten koste gaat van de informatie die nodig is om de veiligheid van de navigatie te garanderen.

c)

de beschikbaarheid van elektronische navigatiekaarten voor RIS- gebruikers;

d)

het beschikbaar stellen van de gegevens van elektronische navigatiekaarten aan alle fabrikanten van toepassingen, eventueel tegen een passende, op de feitelijke kosten gebaseerde, vergoeding .

3.   Elektronische scheepsrapportering

Bij het opstellen van de technische specificaties voor elektronische scheepsrapportering in de binnenvaart, overeenkomstig artikel 5, moeten de volgende beginselen in acht worden genomen:

a)

de elektronische uitwisseling van gegevens tussen de bevoegde instanties van de lidstaten, de deelnemers aan binnenvaart, de zeevaart en het multimodaal vervoer, voorzover de binnenvaart er deel van uitmaakt, moet worden vergemakkelijkt,

b)

om informatie over het vervoer door te sturen van het schip naar de bevoegde instantie, van de bevoegde instantie naar het schip en van bevoegde instantie naar bevoegde instantie moet gebruik worden gemaakt van gestandaardiseerde berichten, die compatibel moeten zijn met de berichten die in de zeevaart worden gebruikt,

c)

er dienen internationaal aanvaarde codelijsten en classificaties te worden gebruikt, eventueel met aanvullende informatie om tegemoet te komen aan specifieke behoeften van de binnenvaart,

d)

het beschikbaar stellen van de gegevens van elektronische navigatiekaarten aan alle fabrikanten van toepassingen.

4.   Berichten aan schippers

Bij het opstellen van de technische specificaties voor berichten aan schippers, overeenkomstig artikel 5, met name wat vaarweginformatie, verkeersinformatie, verkeersbeheer en reisplanning betreft, moeten de volgende beginselen in acht worden genomen:

a)

de gestandaardiseerde gegevensstructuur moet gebruik maken van vooraf gedefinieerde tekstmodules die in grote mate gecodeerd zijn, zodat de belangrijkste inhoud automatisch in andere talen kan worden vertaald en de berichten aan schippers gemakkelijk in reisplanningssystemen kunnen worden geïntegreerd,

b)

de gestandaardiseerde gegevensstructuur moet compatibel zijn met de gegevensstructuur van inland-ECDIS, om de integratie van de berichten aan schippers in inland-ECDIS te vergemakkelijken.

5.   Tracking- en tracingsystemen

Bij het opstellen van de technische specificaties voor tracking- en tracingssystemen, overeenkomstig artikel 5, moeten de volgende beginselen in acht worden genomen:

a)

er dient te worden nagegaan welke vereisten tracking- en tracingssystemen stellen aan systemen en er moeten standaardberichten en -procedures worden vastgesteld, zodat deze automatisch kunnen worden doorgegeven,

b)

er moet een onderscheid worden gemaakt tussen systemen die aan de vereisten van tactische verkeersinformatie voldoen en systemen die aan de vereisten van strategische verkeersinformatie voldoen, zowel wat de nauwkeurigheid van de plaatsbepaling als de vereiste bijwerkingssnelheid betreft,

c)

de relevante technische tracking- en tracingssystemen, zoals inland-AIS (automatisch identificatiesysteem), moeten worden omschreven,

d)

de gegevensvorm moet compatibel zijn met het AIS-systeem voor de zeevaart .

P6_TA(2005)0043

Erkenning van beroepsbekwaamheid van zeevarenden *** I

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de erkenning van door de lidstaten afgegeven bewijzen van beroepsbekwaamheid van zeevarenden en tot wijziging van Richtlijn 2001/25/EG (COM(2004)0311 — C6-0033/2004 — 2004/0098(COD))

(Medebeslissingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2004)0311) (1),

gelet op artikel 251, lid 2 en artikel 80, lid 2 van het EG-Verdrag, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C6-0033/2004),

gelet op artikel 51 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme (A6-0057/2004),

1.

hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.

verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in dit voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.


(1)  Nog niet in het PB gepubliceerd.

P6_TC1-COD(2004)0098

Standpunt van het Europees Parlement, in eerste lezing vastgesteld op 23 februari 2005, met het oog op de aanneming van Richtlijn 2005/.../EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de erkenning van door de lidstaten afgegeven bewijzen van beroepsbekwaamheid van zeevarenden en tot wijziging van Richtlijn 2001/25/EG

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 80, lid 2,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Gezien het advies van het Comité van de Regio's (2),

Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag (3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In zijn conclusies van 5 juni 2003 betreffende de bevordering van het imago van het zeevervoer in de Gemeenschap en het interesseren van jongeren voor beroepen in de zeevaart benadrukte de Raad de noodzaak om de professionele mobiliteit van zeevarenden binnen de Europese Unie te stimuleren, in het bijzonder de noodzaak van procedures voor de erkenning van de bewijzen van beroepsbekwaamheid, waarbij volledige naleving wordt gewaarborgd van de voorschriften van het Verdrag van de Internationale Maritieme Organisatie betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst van 1978, in de laatst regelmatig bijgewerkte versie (STCW-Verdrag).

(2)

Het zeevervoer is een uiterst dynamische sector met specifieke internationale kenmerken. Gezien het groeiend tekort aan communautaire zeevarenden kan het evenwicht tussen de vraag naar en het aanbod van personeel derhalve doeltreffender op communautair niveau dan op nationaal niveau worden gehandhaafd. Daarom moet het gemeenschappelijk vervoersbeleid in de sector zeevervoer worden uitgebreid om het vrij verkeer van zeevarenden binnen de Gemeenschap te vergemakkelijken.

(3)

Wat de kwalificaties van zeevarenden betreft, heeft de Gemeenschap de minimumeisen inzake beroepsopleiding en diplomering in de maritieme sector vastgelegd in het kader van Richtlijn 2001/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 april 2001 inzake het minimumopleidingsniveau van zeevarenden (4). Bij die richtlijn worden de internationale normen inzake opleiding, diplomering en wachtdienst van het STCW-Verdrag in het Gemeenschapsrecht opgenomen.

(4)

Richtlijn 2001/25/EG bepaalt dat zeevarenden een bewijs van beroepsbekwaamheid moeten bezitten dat door de bevoegde autoriteit van een lidstaat is afgegeven en van een officiële verklaring is voorzien, in overeenstemming met die richtlijn, dat de rechtmatige houder ervan het recht geeft op een schip dienst te doen in de daarin beschreven hoedanigheid en de daarbij behorende functies te vervullen op het daarin omschreven verantwoordelijkheidsniveau.

(5)

Krachtens artikel 18, leden 1 en 2, van Richtlijn 2001/25/EG gelden voor wederzijdse erkenning door de lidstaten van de bewijzen van beroepsbekwaamheid van zeevarenden, ongeacht of zij al dan niet onderdaan van een lidstaat zijn, de bepalingen van de Richtlijnen 89/48/EEG (5) en 92/51/EEG (6), waarbij respectievelijk een eerste en een tweede algemeen stelsel van erkenning van beroepsonderwijs en -opleiding wordt ingevoerd. Die richtlijnen voorzien niet in automatische erkenning van formele kwalificaties van zeevarenden, aangezien voor zeevarenden compenserende maatregelen kunnen gelden.

(6)

In overeenstemming met Richtlijn 2001/25/EG dient iedere lidstaat de door een andere lidstaat afgegeven bewijzen van beroepsbekwaamheid of andere opleidingstitels te erkennen. Derhalve dient iedere lidstaat zeevarenden die hun bewijs van beroepsbekwaamheid in een andere lidstaat hebben verworven, voorzover dit aan de eisen van die richtlijn voldoet, toe te staan het zeevaartberoep waarvoor zij gekwalificeerd zijn op te nemen of uit te oefenen, zonder andere voorwaarden op te leggen dan die welke voor zijn eigen onderdanen gelden.

(7)

Deze richtlijn heeft tot doel de wederzijdse erkenning van bewijzen van beroepsbekwaamheid te vergemakkelijken en legt niet de voorwaarden vast voor toegang tot werkgelegenheid geregeld.

(8)

In het STCW-Verdrag zijn specifieke eisen met betrekking tot de talenkennis van zeevarenden vastgelegd. Deze eisen dienen in het Gemeenschapsrecht te worden opgenomen om een efficiënte communicatie op schepen te waarborgen en het vrije verkeer van zeevarenden binnen de Gemeenschap te vergemakkelijken.

(9)

Het toenemende aantal op bedrieglijke wijze verkregen bewijzen van beroepsbekwaamheid van zeevarenden vormt thans een ernstig gevaar voor de veiligheid op zee en de bescherming van het mariene milieu. In de meeste gevallen voldoen de houders van valse bewijzen van beroepsbekwaamheid niet aan de minimumdiplomeringseisen van het STCW-Verdrag. Deze zeevarenden kunnen gemakkelijk bij ongevallen op zee betrokken raken.

(10)

De lidstaten dienen derhalve specifieke maatregelen te nemen en uit te voeren om frauduleuze praktijken in samenhang met bewijzen van beroepsbekwaamheid te voorkomen en te bestraffen en dienen zich binnen de Internationale Maritieme Organisatie te blijven inzetten voor harde en afdwingbare afspraken over de mondiale bestrijding van dergelijke praktijken. Het Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen is in dit opzicht een geschikt forum voor uitwisseling van informatie, ervaringen en beste praktijken.

(11)

Bij Verordening (EG) nr. 1406/2002 (7) werd een Europees Agentschap voor Maritieme Veiligheid (het Agentschap) opgericht, met het doel een hoog, uniform en effectief veiligheidsniveau op zee te waarborgen en vervuiling door schepen te voorkomen. Een van de taken van het Agentschap is de Commissie bij te staan bij de uitvoering van taken waarmee zij krachtens de Gemeenschapswetgeving op het gebied van opleiding, diplomering en wachtdienst van scheepsbemanningen is belast.

(12)

Het Agentschap dient de Commissie derhalve bij te staan bij de controle op de naleving door de lidstaten van de voorschriften van de onderhavige richtlijn en van Richtlijn 2001/25/EG.

(13)

Voor de wederzijdse erkenning door de lidstaten van bewijzen van beroepsbekwaamheid van zeevarenden, ongeacht of zij al dan niet onderdaan van een lidstaat zijn, dienen niet langer de Richtlijnen 89/48/EEG en 92/51/EEG te gelden, maar de onderhavige richtlijn.

(14)

De Raad dient, overeenkomstig punt 34 van het Interinstitutioneel Akkoord „Beter Wetgeven” (8), de lidstaten aan te sporen voor zichzelf en in het belang van de Gemeenschap hun eigen tabellen op te stellen, die voorzover mogelijk het verband weergeven tussen deze richtlijn en hun omzettingsmaatregelen, en deze openbaar te maken.

(15)

Richtlijn 2001/25/EG dient derhalve dienovereenkomstig te worden gewijzigd.

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Toepassingsgebied

Deze richtlijn is van toepassing op zeevarenden die:

a)

onderdaan zijn van een lidstaat, of

b)

onderdaan zijn van een derde land en houder zijn van een door een lidstaat afgegeven bewijs van beroepsbekwaamheid.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:

a)

zeevarende: een persoon die door een lidstaat is opgeleid en van die lidstaat een bewijs van beroepsbekwaamheid heeft ontvangen, één en ander ten minste overeenkomstig de in bijlage I bij Richtlijn 2001/25/EG vastgelegde eisen;

b)

„bewijs van beroepsbekwaamheid”: een geldig document in de zin van artikel 4 van Richtlijn 2001/25/EG;

c)

„passend vaarbevoegdheidsbewijs”: een bewijs als omschreven in artikel 1, punt (27), van Richtlijn 2001/25/EG;

d)

„officiële verklaring”: een geldig document dat door de bevoegde autoriteit van een lidstaat is afgegeven in overeenstemming met artikel 5, lid 2 en lid 6 van Richtlijn 2001/25/EG ;

e)

„erkenning”: de aanvaarding door de bevoegde autoriteiten van een gastland van een door een andere lidstaat afgegeven bewijs van beroepsbekwaamheid of passend vaarbevoegdheidsbewijs;

f)

„gastland”: een lidstaat waarin een zeevarende om erkenning vraagt van zijn bewijs/ bewijzen van beroepsbekwaamheid of andere opleidingstitel/ andere opleidingstitels ;

g)

„STCW-Verdrag”: het internationaal verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst van 1978, in de laatst bijgewerkte versie ;

h)

„STCW-code”: de code voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst, aangenomen in Resolutie 2 van de STCW-conferentie van partijen van 1995, in de laatst bijgewerkte versie ;

i)

„het Agentschap”: het Europees Agentschap voor Maritieme Veiligheid, opgericht bij Verordening (EG) nr. 1406/2002.

Artikel 3

Erkenning van bewijzen

1.   Elke lidstaat erkent passende vaarbevoegdheidsbewijzen of andere bewijzen van beroepsbekwaamheid die overeenkomstig de eisen van Richtlijn 2001/25/EG zijn afgegeven door een andere lidstaat .

2.    De erkenning van passende vaarbevoegdheidsbewijzen is beperkt tot de daarin omschreven functies , taken en verantwoordelijkheidsniveaus en gaat vergezeld van een officiële verklaring ten bewijze van deze erkenning .

3.     De lidstaten garanderen een recht van beroep tegen de weigering om een geldig bewijs van beroepsbekwaamheid te erkennen, of tegen het uitblijven van een besluit, overeenkomstig de nationale wetgeving en procedures.

4.     Niettegenstaande lid 3 kunnen de bevoegde autoriteiten van een gastland verdere beperkingen stellen aan de functies, taken en verantwoordelijkheidsniveaus inzake reizen nabij de kust, als bedoeld in artikel 7 van Richtlijn 2001/25/EG, of alternatieve vaarbevoegdheidsbewijzen die zijn afgegeven uit hoofde van Voorschrift VII/1 van Bijlage I bij Richtlijn 2001/25/EG.

5.     Het gastland ziet erop toe dat zeevarenden die bewijzen aanbieden voor erkenning voor functies op managementsniveau, beschikken over een passende kennis van het zeerecht van die lidstaat met betrekking tot de functies die zij mogen uitoefenen.

Artikel 4

Wijziging van Richtlijn 2001/25/EG

Richtlijn 2001/25/EG wordt als volgt gewijzigd:

1.

Artikel 4 wordt vervangen door:

Artikel 4

Bewijs van beroepsbekwaamheid

Een bewijs van beroepsbekwaamheid is ieder geldig document, onder welke naam dit ook bekend mag zijn, dat is uitgegeven door of onder de verantwoordelijkheid van de bevoegde autoriteit van een lidstaat in overeenstemming met artikel 5 en de in Bijlage I vastgelegde voorwaarden.

2.

Het volgende artikel 7 bis wordt ingevoegd:

Artikel 7 bis

Preventie van fraude en andere onrechtmatige praktijken

1.     De lidstaten dragen zorg voor de vaststelling en uitvoering van passende maatregelen om fraude en andere onrechtmatige praktijken bij de verlening van bewijzen van beroepsbekwaamheid of in samenhang met bewijzen die door hun bevoegde autoriteiten zijn afgegeven en van een officiële verklaring voorzien; te voorkomen en voeren sancties in die doeltreffend, evenredig en afschrikwekkend zijn.

2.     De lidstaten wijzen de nationale autoriteiten aan die bevoegd zijn tot het opsporen en bestrijden van frauduleuze praktijken en het uitwisselen van informatie met de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten over de verlening van bewijzen van beroepsbekwaamheid van zeevarenden.

De lidstaten stellen de andere lidstaten en de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

De lidstaten stellen daarvan ook onverwijld derde landen in kennis, waarmee zij een afspraak hebben gemaakt in overeenstemming met Voorschrift 1/10, lid 1.2 van het STCW-Verdrag.

3.     Op verzoek van het gastland verstrekken de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat een schriftelijke bevestiging of ontkenning van de echtheid van de bewijzen van beroepsbekwaamheid van zeevarenden, de daarbij behorende officiële verklaringen of andere opleidingstitels die in die andere lidstaat werden afgegeven.

3.

Artikel 18, leden 1 en 2, wordt met ingang van [...] (9) geschrapt.

4.

Het volgende artikel 21 bis wordt ingevoegd:

Artikel 21 bis

Regelmatig toezicht op de naleving

Onverminderd haar bevoegdheden krachtens artikel 226 van het Verdrag, controleert de Commissie met hulp van het Agentschap op regelmatige basis en tenminste om de vijf jaar, of de lidstaten aan de bij deze richtlijn vastgestelde minimumeisen voldoen.”

5.

Het volgende artikel 21 ter wordt ingevoegd:

Artikel 21 ter

Verslag over naleving

Uiterlijk [...] (10) legt de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad een evaluatieverslag voor dat is opgesteld op basis van de ingevolge artikel 21 bis verkregen informatie. In dit verslag analyseert de Commissie de naleving van deze richtlijn door de lidstaten en doet ze, indien nodig, voorstellen voor aanvullende maatregelen.

6.

Aan Bijlage I, hoofdstuk I wordt een alinea 1 bis toegevoegd:

De lidstaten zien erop toe dat zeevarenden passende talenkennis verwerven, zoals vastgelegd in de secties A-II/1, A-III/1, A-IV/2 en A-II/4 van de STCW-code opdat zij in staat zijn hun specifieke taken uit te voeren op een vaartuig dat onder de vlag van een gastland vaart.

Artikel 5

Omzetting

1.   De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk [...] (11)

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.   De lidstaten delen de Commissie de tekst van de bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 6

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 7

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te ..., op ...

Voor het Europees Parlement

De Voorzitter

Voor de Raad

De Voorzitter


(1)  PB C [...] van [...], blz. [...].

(2)  PB C [...] van [...], blz. [...].

(3)  Standpunt van het Europees Parlement van 23 februari 2005.

(4)  PB L 136 van 18.5.2001, blz. 17. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2003/103/EG (PB L 326 van 13.12.2003, blz. 28).

(5)  Richtlijn 89/48/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende een algemeen stelsel van erkenning van hoger-onderwijsdiploma's waarmee beroepsopleidingen van ten minste drie jaar worden afgesloten (PB L 19 van 24.1.1989, blz. 16). Richtlijn gewijzigd bij Richtlijn 2001/19/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 206 van 31.7.2001, blz. 1).

(6)  Richtlijn 92/51/EEG van de Raad van 18 juni 1992 betreffende een tweede algemeen stelsel van erkenning van beroepsopleidingen, ter aanvulling van Richtlijn 89/48/EEG (PB L 209 van 24.7.1992, blz. 25). Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2004/108/EG van de Commissie (PB L 32 van 5.2.2004, blz. 15).

(7)  Verordening (EG) nr. 1406/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 tot oprichting van een Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (PB L 208 van 5.8.2002, blz. 1). Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 724/2004 (PB L 129 van 29.4.2004, blz. 1 ).

(8)  PB C 321 van 31.12.2003, blz. 1.

(9)  5 jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn.

(10)  5 jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn.

(11)   24 maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn. aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede .

P6_TA(2005)0044

Communautair Bureau voor visserijcontrole *

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een verordening van de Raad tot oprichting van een Communautair Bureau voor visserijcontrole en houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 2847/93 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid (COM(2004)0289 — C6-0021/2004 — 2004/0108(CNS))

(Raadplegingsprocedure)

Het Europees Parlement,

gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2004)0289) (1),

gelet op artikel 37 van het EG-Verdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6-0021/2004),

gelet op artikel 51 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie visserij en het advies van de Begrotingscommissie (A6-0022/2005),

1.

hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.

verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 250, lid 2 van het EG-Verdrag dienovereenkomstig te wijzigen;

3.

verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

4.

wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

5.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

DOOR DE COMMISSIE VOORGESTELDE TEKST

AMENDEMENTEN VAN HET PARLEMENT

Amendement 1

OVERWEGING 2

(2) Om aan deze verplichtingen te voldoen, moeten de lidstaten de controles en inspecties in communautaire en internationale wateren coördineren ten aanzien van de activiteiten van communautaire vaartuigen, daarbij in het bijzonder rekening houdend met de verplichtingen van de Gemeenschap in het kader van regionale visserijorganisaties en overeenkomsten met derde landen.

(2) Om aan deze verplichtingen te voldoen, moeten de lidstaten de controles en inspecties in communautaire, internationale wateren en wateren van derde landen waarmee de Gemeenschap een visserijovereenkomst heeft gesloten die voorziet in een controleregeling, coördineren ten aanzien van de activiteiten van communautaire vaartuigen, daarbij in het bijzonder rekening houdend met de verplichtingen van de Gemeenschap in het kader van regionale visserijorganisaties en overeenkomsten met derde landen.

Amendement 2

OVERWEGING 3

(3) Een dergelijke samenwerking moet, door middel van een operationele coördinatie van de controles en inspecties, bijdragen tot de duurzame exploitatie van levende aquatische hulpbronnen en zorgen voor gelijke voorwaarden voor de gehele bij deze exploitatie betrokken visserijsector, waardoor de concurrentieverstoring afneemt .

(3) Een dergelijke samenwerking moet, door middel van een operationele coördinatie van de controles en inspecties, bijdragen tot de duurzame exploitatie van levende aquatische hulpbronnen en zorgen voor gelijke voorwaarden voor de gehele bij deze exploitatie betrokken visserijsector, waardoor de concurrentieverstoring zo veel mogelijk wordt beperkt, met name als gevolg van illegale, niet gemelde en niet gereglementeerde visserij. Een dergelijke samenwerking moet tevens gericht zijn op het scheppen van voorwaarden waaronder de lidstaten zo kostenefficiënt mogelijk aan hun verplichtingen kunnen voldoen.

Amendement 3

OVERWEGING 16

(16) De Commissie en de lidstaten moeten zijn vertegenwoordigd in een raad van bestuur die moet toezien op het correct en doelmatig functioneren van het Bureau.

(16) De Commissie, de lidstaten en de visserijsector moeten zijn vertegenwoordigd in een raad van bestuur die moet toezien op het correct en doelmatig functioneren van het Bureau.

Amendement 4

OVERWEGING 18

(18) Bij de stemprocedure in de raad van bestuur moet rekening worden gehouden met het belang dat de lidstaten en de Commissie hebben bij een goede werking van het Bureau. Een beperkt aantal vertegenwoordigers zonder stemrecht van de visserijsector moet deel uitmaken van de raad van bestuur.

(18) Bij de stemprocedure in de raad van bestuur moet rekening worden gehouden met het belang dat de lidstaten, de Commissie en de visserijsector hebben bij een goede werking van het Bureau.

Amendement 5

ARTIKEL 1, ALINEA 1 BIS (nieuw)

 

Het Bureau verleent de lidstaten en de Commissie de nodige technische en wetenschappelijke ondersteuning om hen te helpen de bepalingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid correct toe te passen, met inbegrip van de voorschriften inzake veiligheid en hygiëne op het werk.

Amendement 6

ARTIKEL 2, INLEIDENDE FORMULE

De operationele coördinatie van het Bureau heeft betrekking op de controle en inspectie van visserijactiviteiten, tot het eerste punt van verkoop van visserijproducten, die plaatsvinden:

De operationele coördinatie van het Bureau heeft betrekking op de controle en inspectie van visserijactiviteiten, met inbegrip van de import, het transport en de verkoop van visserijproducten, tot het eerste punt van verkoop van alle visserijproducten, die plaatsvinden:

Amendement 7

ARTIKEL 2, LETTER c)

c)

buiten de communautaire wateren door vaartuigen van de Gemeenschap.

c)

buiten de communautaire wateren door vaartuigen van de Gemeenschap met in begrip van de wateren van derde landen waarmee de Gemeenschap een visserijovereenkomst heeft gesloten die voorziet in een controleregeling .

Amendement 8

ARTIKEL 2, LETTER c bis (nieuw)

 

c bis)

door vaartuigen die hun activiteit op illegale, niet gemelde en niet gereglementeerde wijze uitoefenen onder de vlag van een derde land;

Amendement 9

ARTIKEL 2, LETTER c ter (nieuw)

 

c ter)

op het grondgebied van derde landen ingeval van bilaterale samenwerkingsprotocollen tussen inspectiediensten in het kader van de regionale visserijorganisaties.

Amendement 10

ARTIKEL 4, LETTER b bis (nieuw)

 

b bis)

het coördineren van de acties ter bestrijding van de illegale, niet gemelde en niet gereglementeerde visserij overeenkomstig de communautaire wetgeving;

Amendement 11

ARTIKEL 4, LETTER d bis (nieuw)

 

d bis)

ondersteuning van de lidstaten en de Commissie bij de harmonisatie van de toepassing van het gemeenschappelijk visserijbeleid in de gehele Europese Unie;

Amendement 12

ARTIKEL 4, LETTER d ter (nieuw)

 

d ter)

het coördineren van de inwinning door de nationale autoriteiten van de basisgegevens voor het Bureau;

Amendement 13

ARTIKEL 4, LETTER d quater (nieuw)

 

d quater)

samenwerking met de lidstaten en de Commissie bij het onderzoek naar en de ontwikkeling van technische oplossingen op het gebied van controle en inspectie;

Amendement 14

ARTIKEL 4, LETTER d quiquies (nieuw)

 

d quinquies)

informatieverstrekking over de toepasbaarheid en de kosten-batenverhouding van de GVB-voorschriften en de controle en inspectie in verband hiermee.

Amendement 15

ARTIKEL 7

Het Bureau kan, op verzoek van een lidstaat, aan die lidstaat op contractbasis diensten verlenen die betrekking hebben op de controle en inspectie in verband met de verplichtingen ten aanzien van de visserij in communautaire en/of internationale wateren, zoals het huren, exploiteren en bemannen van controle- en inspectieplatforms en het ter beschikking stellen van waarnemers voor gezamenlijke operaties door de betrokken lidstaten.

Het Bureau kan aan een lidstaat of de Commissie desgewenst op contractbasis diensten verlenen die betrekking hebben op de controle en inspectie in verband met de verplichtingen van de lidstaten ten aanzien van de visserij in communautaire en/of internationale wateren, zoals het huren, exploiteren en bemannen van controle- en inspectieplatforms en het ter beschikking stellen van waarnemers voor gezamenlijke operaties door de betrokken lidstaten.

Amendement 16

ARTIKEL 8, LETTER a)

a)

het opzetten en ontwikkelen van een kerncurriculum voor de opleiding van de instructeurs van de visserij-inspecteurs van de lidstaten en kan het zorgen voor aanvullende trainingscursussen en seminars voor die inspecteurs;

a)

het oprichten van een opleidingscentrum en het opzetten en ontwikkelen van een kerncurriculum voor de opleiding van de instructeurs van de visserij-inspecteurs van de lidstaten en kan het zorgen voor seminars voor die inspecteurs;

Amendement 18

ARTIKEL 14

Elk jaar beoordeelt het Bureau de doeltreffendheid van elk gezamenlijk inzetplan en analyseert het, aan de hand van het beschikbare bewijs, of het risico bestaat dat de visserijactiviteiten niet in overeenstemming zijn met de geldende instandhoudingsen controlemaatregelen. Deze beoordelingen moeten onmiddellijk aan de Commissie worden toegezonden .

Elk jaar beoordeelt het Bureau de doeltreffendheid van elk gezamenlijk inzetplan en analyseert het, aan de hand van het beschikbare bewijs, of het risico bestaat dat de visserijactiviteiten niet in overeenstemming zijn met de geldende instandhoudingsen controlemaatregelen. De beoordelingen worden zo spoedig mogelijk toegezonden aan het Europees Parlement, de Commissie, de lidstaten en het Raadgevend Comité voor de visserij en de aquacultuur (RCVA).

Amendement 19

ARTIKEL 17, PUNT 1

1. De Commissie, het Bureau en de bevoegde autoriteiten van de lidstaten wisselen de relevante beschikbare informatie uit met betrekking tot de controles en inspecties in communautaire en internationale wateren.

1. De Commissie, het Bureau en de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en derde landen waarmee de Gemeenschap een visserijovereenkomst heeft gesloten die voorziet in een controleregeling, wisselen de relevante beschikbare informatie uit met betrekking tot de controles en inspecties in communautaire en internationale wateren.

Amendement 20

ARTIKEL 19, PUNT 4

4. Het Bureau zal zijn zetel hebben in [...], Spanje.

4. Het Bureau zal zijn zetel hebben in Vigo, Spanje.

Amendement 21

ARTIKEL 19, PUNT 4 BIS (nieuw)

 

4 bis. De lidstaat van ontvangst kan een bijdrage leveren aan de oprichting van het Bureau, met name in de vorm van gebuwen, terreinen en infrastructuur.

Amendement 22

ARTIKEL 24, PUNT 2, LETTER c), eerste alinea

c)

stelt vóór 31 oktober van elk jaar en rekening houdend met het advies van de Commissie en de lidstaten het werkprogramma van het Bureau voor het komende jaar vast en zendt het toe aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de lidstaten;

c)

stelt vóór 31 oktober van elk jaar en rekening houdend met het advies van de Commissie en de lidstaten het werkprogramma van het Bureau voor het komende jaar vast en zendt het toe aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, de lidstaten en het RCVA;

Amendement 23

ARTIKEL 25, PUNT 1, ALINEA 1

1. De raad van bestuur bestaat uit een vertegenwoordiger uit iedere lidstaat waarvan vaartuigen betrokken zijn bij de visserij op levende mariene hulpbronnen, en vier vertegenwoordigers van de Commissie, alsmede vier door de Commissie benoemde vertegenwoordigers van de visserijsector zonder stemrecht.

1. De raad van bestuur bestaat uit een vertegenwoordiger uit iedere lidstaat waarvan vaartuigen betrokken zijn bij de visserij op levende mariene hulpbronnen, en vier vertegenwoordigers van de Commissie, alsmede vier door het RCVA benoemde vertegenwoordigers van de visserijsector.

Amendement 24

ARTIKEL 25, PUNT 2

2. Iedere lidstaat en de Commissie benoemen hun leden van de raad van bestuur, alsmede een plaatsvervanger die dat lid bij diens afwezigheid vertegenwoordigt.

2. Iedere lidstaat, de Commissie en het RCVA benoemen hun leden van de raad van bestuur, alsmede een plaatsvervanger die dat lid bij diens afwezigheid vertegenwoordigt.

Amendement 25

ARTIKEL 27, PUNT 3

3. De raad van bestuur houdt eenmaal per jaar een gewone vergadering. Daarnaast komt de raad van bestuur op initiatief van de voorzitter of op verzoek van de Commissie of van een derde van de in de raad van bestuur vertegenwoordigde lidstaten bijeen.

3. De raad van bestuur houdt eenmaal per jaar een gewone vergadering. Daarnaast komt de raad van bestuur op initiatief van de voorzitter of op verzoek van de Commissie, van een derde van de in de raad van bestuur vertegenwoordigde lidstaten of een meerderheid van de vertegenwoordigers van de sector bijeen.

Amendement 26

ARTIKEL 27, PUNT 4

4. De raad van bestuur kan, wanneer het gaat om een vertrouwelijke kwestie of een belangenconflict, besluiten specifieke agendapunten te bespreken zonder dat daarbij de leden die door de Commissie zijn benoemd in hun hoedanigheid van vertegenwoordigers van de visserijsector, aanwezig zijn. Nadere voorschriften voor de toepassing van deze bepaling kunnen worden vastgelegd in het reglement van orde.

Schrappen.

Amendement 27

ARTIKEL 28, PUNT 2, ALINEA 1

2. Elk lid dat door een lidstaat is benoemd, heeft één stem. De door de Commissie benoemde leden hebben samen tien stemmen. De uitvoerend directeur van het Bureau neemt niet aan de stemming deel.

2. Elk lid heeft één stem, met uitzondering van de vertegenwoordigers van de Commissie , die samen tien stemmen hebben . De uitvoerend directeur van het Bureau neemt niet aan de stemming deel.

Amendement 28

ARTIKEL 29, PUNT 1

1. De leden van de raad van bestuur die door de Commissie zijn benoemd als vertegenwoordigers van de visserijsector, leggen een verbintenisverklaring af, alsmede een verklaring omtrent hun belangen, waarin zij hetzij verklaren dat zij geen belangen hebben waarvan zou kunnen worden geoordeeld dat zij afbreuk doen aan hun onafhankelijkheid, hetzij al hun directe en indirecte belangen vermelden waarvan zou kunnen worden geoordeeld dat zij afbreuk doen aan hun onafhankelijkheid. Deze verklaringen worden jaarlijks schriftelijk afgelegd.

1. De leden van de raad van bestuur leggen een verbintenisverklaring af, alsmede een verklaring omtrent hun belangen, waarin zij hetzij verklaren dat zij geen belangen hebben waarvan zou kunnen worden geoordeeld dat zij afbreuk doen aan hun onafhankelijkheid, hetzij al hun directe en indirecte belangen vermelden waarvan zou kunnen worden geoordeeld dat zij afbreuk doen aan hun onafhankelijkheid. Deze verklaringen worden jaarlijks schriftelijk afgelegd.

Amendement 29

ARTIKEL 29, PUNT 2

2. De leden van de raad van bestuur die door de Commissie zijn benoemd als vertegenwoordigers van de visserijsector, vermelden op elke vergadering al hun belangen waarvan zou kunnen worden geoordeeld dat zij afbreuk doen aan hun onafhankelijkheid met betrekking tot de op de agenda voorkomende punten.

2. De leden van de raad van bestuur vermelden op elke vergadering al hun belangen waarvan zou kunnen worden geoordeeld dat zij afbreuk doen aan hun onafhankelijkheid met betrekking tot de op de agenda voorkomende punten en zijn niet gerechtigd om over dergelijke punten hun stem uit te brengen .

Amendement 30

ARTIKEL 30, PUNT 3, LETTER g bis (nieuw)

 

(g bis)

hij/zij zal jaarlijks verslag uitbrengen aan het Europees Parlement over de werkzaamheden en het functioneren van het Bureau.

Amendement 31

ARTIKEL 31, PUNT 1

1. De uitvoerend directeur wordt op grond van zijn verdienste en gedocumenteerde relevante ervaring op het gebied van visserijbeleid door de raad van bestuur benoemd uit een lijst van drie kandidaten die door de Commissie zijn voorgesteld na een selectieprocedure, nadat de post in het Publicatieblad van de Europese Unie en elders was bekendgemaakt of na een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling.

1. De uitvoerend directeur wordt op grond van zijn verdienste en gedocumenteerde relevante ervaring op het gebied van het gemeenschappelijk visserijbeleid en visserijcontrole en -inspectie door de raad van bestuur benoemd uit een lijst van drie kandidaten die door de Commissie zijn voorgesteld na een selectieprocedure, nadat de post in het Publicatieblad van de Europese Unie en elders was bekendgemaakt of na een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling.

Amendement 32

ARTIKEL 31, PUNT 3

3. De raad van bestuur heeft de bevoegdheid om op voorstel van de Commissie de uitvoerend directeur te ontslaan.

3. De raad van bestuur heeft de bevoegdheid om op voorstel van één van zijn leden de uitvoerend directeur te ontslaan. Een besluit hierover wordt met tweederde meerderheid van de leden genomen.

Amendement 33

ARTIKEL 39, PUNT 1

1. Binnen [ vijf ] jaar nadat het Bureau een begin heeft gemaakt met de uitvoering van zijn taken geeft de raad van bestuur de opdracht tot een onafhankelijke externe evaluatie van de uitvoering van deze verordening. De Commissie verstrekt het Bureau alle gegevens welke het voor deze evaluatie relevant acht.

1. Binnen [ drie ] jaar nadat het Bureau een begin heeft gemaakt met de uitvoering van zijn taken geeft de raad van bestuur de opdracht tot een onafhankelijke externe evaluatie van de uitvoering van deze verordening. De Commissie verstrekt het Bureau alle gegevens welke het voor deze evaluatie relevant acht.

Amendement 34

ARTIKEL 41, PUNT 1

Artikel 34 c, lid 1, alinea 1 (Verordening (EEG) nr. 2847/93)

1. De Commissie bepaalt overeenkomstig de procedure van artikel 30, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid en in overleg met de betrokken lidstaten, voor welke visserijtakken waarbij twee of meer lidstaten zijn betrokken, specifieke controle- en inspectieprogramma's worden uitgevoerd, en aan welke voorwaarden deze programma's moeten voldoen.

1. De Commissie , bijgestaan door het Comité voor de visserij en de aquacultuur, ingesteld middels artikel 30, lid 1 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid, en handelend overeenkomstig de procedure van de artikelen 4 en 7 van Besluit nr. 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 waarin de procedures zijn vastgelegd voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (2) en in overleg met de betrokken lidstaten, bepaalt voor welke visserijtakken waarbij twee of meer lidstaten zijn betrokken, specifieke controle- en inspectieprogramma's worden uitgevoerd, en aan welke voorwaarden deze programma's moeten voldoen. De in artikel 4, lid 3 van Besluit nr. 1999/468/EG bedoelde termijn wordt bepaald op 20 werkdagen.


(1)  Nog niet in het PB gepubliceerd.

(2)   PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

P6_TA(2005)0045

Actieplan voor milieu en gezondheid 2004-2010

Resolutie van het Europees Parlement over het Europees actieplan voor milieu en gezondheid 2004-2010 (2004/2132(INI))

Het Europees Parlement,

gezien de mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement en het Europees Economisch en Sociaal Comité over het Europees actieplan voor milieu en gezondheid 2004-2010 (COM(2004)0416),

gezien zijn resolutie van 31 maart 2004 over een Europese strategie voor milieu en gezondheid (1),

gezien het actieplan van de Wereldgezondheidsorganisatie dat is goedgekeurd op de vierde paneuropese ministeriële conferentie over milieu en gezondheid die van 23 tot 25 juni 2004 in Boedapest heeft plaatsgehad,

gelet op artikel 45 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A6-0008/2005),

A.

overwegende dat de Europese burgers zich ernstig zorgen maken over de gezondheidsrisico's ten gevolge van de diverse milieufactoren en dat de Europese Unie derhalve niet mag wachten met het vastleggen van een daadwerkelijk beleid voor de veiligheid van het milieu- en de gezondheid,

B.

overwegende dat milieu en natuur een waardevolle bijdrage kunnen leveren voor de volksgezondheid in de Europese Unie,

C.

overwegende dat het door de Commissie voorgestelde Europees actieplan voor milieu en gezondheid tot doel heeft invulling te geven aan de Europese strategie voor milieu en gezondheid, ook gekend als het SCALE-initiatief (gebaseerd op wetenschap (Science), met nadruk op kinderen (Children), leidend tot meer bewustwording van de relatie tussen milieu en gezondheid (Awareness), gebruik makend van rechtsinstrumenten (Legal instruments) en met permanente evaluatie (Evaluation) (COM(2003)0338),

D.

overwegende dat de beoordeling van de risico's die milieuvervuiling meebrengt voor kwetsbare bevolkingsgroepen en met name kinderen, onvoldoende aandacht krijgt in het actieplan in tegenstelling tot wat was afgesproken in het SCALE-initiatief,

E.

overwegende evenwel dat in de Europese Unie bijna een derde van de kinderziekten die voorkomen tussen de geboorte en de leeftijd van 19 jaar, kan worden toegeschreven aan milieufactoren, en dat meer dan 40 % hiervan kinderen treft van minder dan 5 jaar,

F.

overwegende dat kinderen bijzonder kwetsbaar zijn voor vroege of permanente blootstelling aan vervuiling, hetgeen kan leiden tot chronische ziekten welke soms slechts tientallen jaren later de kop opsteken,

G.

overwegende dat andere groepen in de maatschappij, met inbegrip van gezinnen met een laag inkomen of éénoudergezinnen en minderheidsgroepen, ook buitenproportioneel veel gezondheidsrisico's lopen ten gevolge van hun sociale of economische positie, en overwegende dat deze groepen ook extra aandacht moeten krijgen,

H.

overwegende dat kinderen niet overal in Europa op gelijke wijze zijn blootgesteld aan de verschillende factoren van vervuiling van het leefmilieu en dat elk optreden van de Europese Unie op dit gebied voortaan ook als doelstelling moet hebben de ongelijkheden op gebied van kindergezondheid te bestrijden,

I.

overwegende dat de volgende ziekten in de afgelopen 20 jaar aanzienlijk en onrustbarend zijn toegenomen:

acute luchtwegeninfecties, die de voornaamste oorzaak zijn van kindersterfte bij kinderen onder de vijf jaar en waarvan bewezen is dat ze in verband staan met de vervuiling van de lucht binnens- en buitenshuis,

neurologische ontwikkelingsstoornissen, welke soms onomkeerbaar zijn en die worden veroorzaakt door een vroege blootstelling aan gevaarlijke stoffen, zoals lood, methylkwik, PCB's, bepaalde oplosmiddelen en pesticiden,

J.

overwegende dat de Raad op zijn vergadering van 1 en 2 juni 2004 conclusies heeft goedgekeurd inzake astma bij kinderen en de Commissie en de lidstaten verzocht heeft ten volle rekening te houden met de belangrijke uitdaging die de volksgezondheid moet aangaan in verband met astma bij kinderen,

K.

overwegende dat het huidige actieplan voor de „eerste cyclus” 2004-2010 als voorrangspunt heeft vastgelegd, de coördinatie en de dwarsverbinding te versterken van de acties die gevoerd worden door de verschillende actoren op het gebied van onderzoek, gezondheid en milieu, met als eerste doelstelling beter kennis te verwerven in verband met de invloed van milieuvervuiling op de gezondheid,

L.

overwegende dat een dergelijke aanpak fundamenteel ontoereikend is aangezien ze geen rekening houdt met het grote aantal gepubliceerde gezaghebbende wetenschappelijke studies, die aantonen dat er een verband bestaat tussen de blootstelling aan milieuvervuiling en de 4 ziektes waaraan in deze mededeling met voorrang aandacht wordt besteed: astma en allergieën bij kinderen, neurologische ontwikkelingsstoornissen, kanker en hormoonontregeling,

M.

overwegende dat nergens in het actieplan sprake is van het gebruik van rechtsinstrumenten (Legal instruments), in tegenstelling tot wat was afgesproken in het SCALE-initiatief (letter „L”),

N.

overwegende dat twee van de drie uiteindelijke doelstellingen van het SCALE-initiatief — de vermindering van de ziektelast die door milieufactoren wordt veroorzaakt en de signalering en preventie van nieuwe door milieufactoren veroorzaakte bedreigingen voor de gezondheid — niet zijn opgenomen in het actieplan,

O.

overwegende dat een van de drie hoofdpijlers van de eerste cyclus van het SCALE-initiatief — verlaging van de blootstelling — niet in het actieplan terug te vinden is,

P.

overwegende evenwel dat zowel het Europees Parlement in zijn resolutie van 31 maart 2004, als de 52 Europese ministers van gezondheid en milieu in hun actieplan van 25 juni 2004, opnieuw hebben bevestigd dat het voorzorgsbeginsel moet worden toegepast wanneer de mogelijke kosten en risico's voor onze gezondheid en ons milieu van niet-optreden te groot zijn,

Q.

overwegende dat onlangs een bemoedigend signaal is gegeven door de Raad „Concurrentievermogen”, die in toepassing van het voorzorgsbeginsel het besluit heeft genomen een verbod te leggen op zes chemische producten uit de familie van de ftalaten die gebruikt worden voor de vervaardiging van plastic kinderspeelgoed,

R.

overwegende dat er een duidelijk gebrek aan politieke wil is in het actieplan, waarin op geen enkel moment een voorstel wordt gedaan om het voorzorgsbeginsel toe te passen, zelfs wanneer de invloed van een vervuilende stof op de gezondheid vrij gemakkelijk vast te stellen is, hetgeen in de eerste plaats het geval is voor de besmettelijke ziekten en bepaalde types van kanker,

S.

overwegende dat in het kader van actieplan een permanente evaluatie dient te worden uitgevoerd om „na te gaan in hoeverre de maatregelen efficiënt en kosteneffectief zijn voor een vermindering van milieu-gerelateerde gezondheidsproblemen”, in overeenstemming met wat was afgesproken in het SCALE-initiatief (letter „E”),

T.

overwegende dat de bepalingen van het Verdrag van Aarhus en Richtlijn 2003/4/EG (2) inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie een ideaal kader vormen voor het EU-systeem van toezicht op milieu en gezondheid, en dat nu dus concrete maatregelen moeten worden genomen,

U.

overwegende dat alle maatregelen die tot doel hebben de gezondheidswerkers op te leiden en te mobiliseren ten aanzien van het verband tussen milieu en gezondheid welkom zijn, aangezien zij een onontbeerlijke stap zijn naar de bewustmaking van de burger voor deze nieuwe problematiek,

V.

overwegende dat de Commissie in het Europees actieplan voor milieu en gezondheid 2004-2010 geen concrete voorstellen heeft gedaan inzake de financiële middelen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de betreffende maatregelen,

1.

betreurt de grote achteruitgang inzake aanpak en ambitie tussen enerzijds de Europese strategie voor milieu en gezondheid van de Commissie en anderzijds het actieplan, dat de uitvoering van deze strategie zou moeten zijn; meent dat het actieplan op zijn best als een onderzoeksactieplan kan worden beschouwd, dat op zichzelf waarschijnlijk niet de ziektelast die door milieufactoren wordt veroorzaakt, zal verminderen;

2.

betreurt dat van de dertien acties die zijn vastgelegd in de strategie van de Commissie inzake milieu en gezondheid voor 2004-2010, er slechts vier acties betrekking hebben op specifieke maatregelen en dat voor geen enkele actie becijferde doelstellingen worden vastgelegd;

3.

stelt vast dat er geen sprake is van de onmiddellijke instelling van een systeem van biomonitoring op het niveau van de Unie, dat gericht is op een controle van de biomarkers, om de blootstelling te meten aan vervuilende stoffen die in het milieu aanwezig zijn, en dat verbonden moet worden met de waarneming van de effecten door specialisten in de milieugeneeskunde;

4.

vindt dat biomonitoring moet bijdragen tot een beleid van risicobeoordeling en in de eerste plaats betrekking moet hebben op de besmettelijke ziekten, zoals legionellosis en kankers die worden veroorzaakt door bepaalde vervuilende stoffen en voor dewelke het verband tussen oorzaak en gevolg gemakkelijker aan te tonen is: verband tussen asbest en borstvlieskanker, arsenicum en nierkanker, verband tussen bepaalde pesticiden en leukemie, klierkanker en prostaatkanker;

5.

herinnert eraan dat het ontbreken van wetenschappelijke zekerheid en de noodzaak om bijkomend onderzoek te doen voor de multifactoriële aandoeningen, niet als voorwendsel kunnen dienen voor vertragingen bij de uitvoering van noodzakelijke en dringende maatregelen die tot doel hebben de blootstelling van kinderen en volwassenen aan milieuvervuilende stoffen te verminderen;

6.

vindt dat, onverminderd de bestaande communautaire wetgeving en overeenkomstig het advies van het relevante wetenschappelijk comité, dringend aandacht moet worden besteed aan het beperken van het in de handel brengen van en/of het gebruik van de volgende gevaarlijke stoffen, waaraan vooral pasgeboren baby's, kinderen, zwangere vrouwen, ouderen, werknemers en andere risicogroepen sterk blootgesteld zijn, aangezien er veiliger alternatieven beschikbaar worden:

zes producten van de familie van de ftalaten (DEHP, DINP, DBP, DIDP, DNOP, BBP) in huishoudelijke producten voor gebruik binnenshuis en in medische apparatuur, behalve wanneer een dergelijke beperking negatieve gevolgen zou hebben voor de medische behandeling,

gechloreerde oplosmiddelen in de vervaardiging van verf, bekledingen en polymeren,

kwik dat wordt gebruikt in tandvullingen en in niet-elektrische of niet-elektronische meet- en controleapparaten,

cadmium, in zijn diverse toepassingen,

drie producten van de organofosforbestrijdingsmiddelen (chlorpyriphos, diazinon en malathion) en endosulfan, een organochloorhoudend pesticide, in alle gebruiksvormen;

7.

vraagt de Commissie voorrang te verlenen aan onderzoek naar de productie en het gebruik van categorieën van alledaagse consumptiegoederen, die chemicaliën bevatten welke allergieën en kanker bij de mens kunnen veroorzaken;

8.

dringt erop aan dat er onder auspiciën van de Commissie een epidemiologische studie betreffende kinderen wordt uitgevoerd, naar het model van de „National children study” in de Verenigde Staten, om vanaf de zwangerschap tot de volwassenheid de verbanden na te gaan tussen aandoeningen die met het milieu in verband staan en de blootstelling aan de belangrijkste vervuilers;

9.

benadrukt dat ervoor moet worden gezorgd dat er in het kader van het actieplan geen toename is van dierproeven en dat volle aandacht moet gaan naar de ontwikkeling en het gebruik van alternatieve testmethodes;

10.

verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat in alle risicobeoordelingen die zullen worden uitgevoerd, bijzondere aandacht wordt besteed aan de risico's voor ongeboren kinderen, zuigelingen en kinderen, waar er mogelijke blootstelling is van deze bijzonder kwetsbare groepen;

11.

onderstreept dat de Wereldhandelsorganisatie op het terrein van milieu en gezondheid nuttig werk verzet en benadrukt het belang van wereldwijde samenwerking om de relatie tussen milieu en gezondheid beter te doorgronden en effectieve maatregelen in te voeren;

12.

benadrukt dat het belangrijk is het publiek op te leiden en voor te lichten over kwesties van milieu en gezondheid, met name de voordelen van een rijke en gevarieerde natuurlijk en gevormd milieu voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid en het welzijn van de mens; onderstreept dat een gezond milieu en levenstijl niet enkel en alleen het resultaat zijn van individuele keuzes, iets wat met name waar is voor kansarme bevolkingsgroepen zoals mensen met een laag inkomen; vindt dat plaatselijke voorlichtingsprojecten steun moeten krijgen en daarbij profijt moet worden getrokken uit de kennis die de gezondheidswerkers in gezondheidscentra en ziekenhuizen en de sociale werkers hebben van de plaatselijke problemen, teneinde te vermijden dat de bewustwording van deze kwesties van bovenaf wordt opgelegd;

13.

wijst erop dat het verzamelen van gegevens op dusdanige wijze dient te gebeuren dat kan worden geanalyseerd hoe verschillende groepen van de samenleving aan verschillende soorten verontreiniging worden blootgesteld en welke invloed dit heeft; is van oordeel dat grotere kennis over de wijze waarop vrouwen resp. mannen aan verontreiniging worden blootgesteld en welke effecten dat op hen heeft bijvoorbeeld, volledig bepaald wordt door het ter beschikking zijn van geslachtsspecifieke statistieken;

14.

betreurt dat de gevolgen van de vervuiling voor de geestelijke en neurologische gezondheid niet ter sprake komen;

15.

vraagt dat in dit actieplan voorrang wordt gegeven aan behoorlijke milieuomstandigheden in ruimtes waarin vaak en gedurende lange tijd kinderen verblijven, zoals bijvoorbeeld kribbes, speelplaatsen en scholen;

16.

steunt alle voorgestelde maatregelen die tot doel hebben de toegang van het publiek tot de informatie te vergemakkelijken en herhaalt zijn vraag om nationale registers te creëren waarin enerzijds belangrijke emissies en anderzijds ernstige ziektes per grote geografische zone in kaart worden gebracht; meent dat de Commissie voor dit doel gebruik zou kunnen maken van het nieuwe Europees instrument voor geografische gegevens, INSPIRE;

17.

wil er in dit verband op wijzen dat er ook meer maatregelen nodig zijn tegen door een ongezonde levensstijl, bijvoorbeeld tabak, alcohol, ongezonde voeding en gebrek aan beweging, veroorzaakte kwalen;

18.

dringt erop aan dat onderzoek wordt verricht naar de gevolgen voor de gezondheid van nieuwe bouwmaterialen;

19.

vindt dat, indien men het individueel en collectief gedrag aanmerkelijk wil beïnvloeden, de Commissie in samenwerking met de lidstaten moet zorgen voor een systeem van etiketteren van de gezondheids- en milieu-effecten van producten en bouwmaterialen;

20.

is verheugd dat de Commissie de wil betoont om voort te gaan met de acties om het roken in gesloten ruimtes te verbieden of roken toe te staan in daartoe aangewezen, fysiek gescheiden, behoorlijk geventileerde rokersruimtes en spoort haar ertoe aan om zo snel mogelijk tabaksrook in het milieu te klasseren als kankerverwekkende stof van klasse 1; vraagt de Commissie evenwel voorrang te verlenen aan grensoverschrijdende problemen en gezondheidsproblemen die duidelijk in verband staan met milieu en stelt voor meer middelen uit te trekken voor onderzoek naar door chemicaliën veroorzaakte ziektes en de resultaten daarvan te gebruiken voor acties ter bevordering van de gezondheid;

21.

herinnert eraan dat de kwaliteit van de lucht binnen de gebouwen niet kan worden verbeterd zonder een globale aanpak waarin rekening wordt gehouden met de veelvoudige bronnen van vervuiling: verbrandingstoestellen, uitrusting en meubilair en menselijke activiteit, en vraagt aan de Commissie een groenboek te redigeren dat gewijd is aan de specifieke problematiek van de verontreiniging binnenshuis;

22.

vraagt de Commissie om in dit actieplan een lijst op te nemen van gevaarlijke werkplaatsen en beroepen, te voorzien in het toezicht op de gevolgen voor de gezondheid en beste praktijken voor de bescherming van de gezondheid vast te stellen;

23.

vraagt de Commissie een nieuw initiatief met kracht te promoten dat in een aantal lidstaten gelanceerd is, namelijk het opzetten van mobiele eenheden, „milieuambulances” genaamd, dat tot doel heeft te komen tot een algemene analyse van het milieu ter ondersteuning van risicobeoordeling overeenkomstig de bestaande wetgeving en het opsporen van vervuilers binnenshuis die mogelijk een negatief effect hebben op de gezondheid van de mens;

24.

vindt het noodzakelijk dat het onderwijzend personeel alsook de andere personen die in contact komen met kinderen en kleuters, worden voorgelicht en opgeleid met betrekking tot de milieufactoren die de gezondheid schaden;

25.

onderstreept het grote belang van voorlichting over de blootstelling aan zonnestralen (zonnebrand) en de daarmee gepaard gaande risico's van huidkanker;

26.

dringt erop aan dat systematisch wetenschappelijk wordt onderzocht welk effect het wonen in een stad op de gezondheid en het welzijn heeft, aangezien in de meeste landen meer dan 70 % van de bevolking in stedelijke gebieden woont;

27.

dringt er bij de Commissie op aan dat zij ervoor zorgt dat de lidstaten de bestaande Europese wetgeving inzake luchtkwaliteit correct uitvoeren; vraagt de Commissie inbreukprocedures op te starten tegen die lidstaten die er niet in slagen een hoog niveau van luchtkwaliteit voor hun burgers te waarborgen;

28.

herhaalt zijn verzoek om bijzondere aandacht te besteden aan bevolkingsgroepen die in verontreinigde gebieden wonen, en vraagt dat de Commissie een initiatief lanceert voor het verminderen tegen 2010 van de emissies in de lucht van toxische stoffen van industriële oorsprong, bij voorrang voor dioxine, cadmium, lood, monomeervinylchloride en benzeen, en dit volgens percentages en binnen referentiejaren die moeten worden vastgelegd;

29.

onderstreept dat de mogelijkheid om gevaarlijke chemische stoffen te identificeren en uit de handel te nemen een uiterst belangrijk instrument is om de volksgezondheid te verbeteren;

30.

betreurt dat het actieplan dat de Commissie heeft voorgesteld geen financieel memorandum bevat en ook dat er slechts een vage vermelding is van het gebruik van de bestaande (financiële) middelen voor de uitvoering van de acties voor milieu en gezondheid voor de periode 2004-2007;

31.

acht het noodzakelijk dat de financiële middelen die zijn uitgetrokken voor de acties voor milieu en gezondheid in het kader van het Besluit nr. 1786/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2002 tot vaststelling van een communautair actieprogramma op het gebied van de volksgezondheid (2003-2008) (3), ten volle worden aangewend, dat gebruik wordt gemaakt van de resultaten en de ervaring van dit programma en dat overlappingen worden vermeden;

32.

vindt dat het verzamelen van gegevens in het kader van het actieplan voor milieu en gezondheid betrekking moet hebben op gebieden die niet zijn opgenomen in het Besluit nr. 1786/2002/EG;

33.

verzoekt de Commissie een concreet financieel memorandum te presenteren voor de toepassing van de prioritaire acties 2004-2007 alsook een raming voor de toepassing van de geïntegreerde acties voor milieu en gezondheid in het kader van het vastleggen van de nieuwe financiële vooruitzichten van de EU;

34.

onderstreept dat indien men de samenhang en de doeltreffendheid van het actieplan wil garanderen, er onmiddellijk moet worden voorzien in een adequate financiering voor de periode 2004-2007, voegt daaraan toe dat de projecten „milieu en gezondheid” moeten worden gezien als een op zichzelf staande thematiek in het Zevende Kaderprogramma voor onderzoek (2007-2010) en een aangepaste financiering moeten krijgen welke minstens 300 miljoen euro moet bedragen, gezien de hoge verwachtingen en de grote sociaal-economische uitdagingen op het gebied van milieu en gezondheid;

35.

vraagt de Commissie dat

zij het Parlement op de hoogte stelt van wijzigingen van het actieplan en de redenen daarvoor;

het Parlement op regelmatige basis in kennis stelt van de vorderingen in de uitvoering van het actieplan;

aan het Europees Parlement en de Raad een jaarlijks verslag voorlegt waarin de doeltreffendheid en de kosteneffectiviteit van de acties van het actieplan voor wat betreft de vermindering van de met het milieu gerelateerde gezondheidsproblemen worden geverifieerd;

36.

verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.


(1)  Aangenomen teksten, P5_TA(2004)0246.

(2)  PB L 41 van 14.02.2003, blz. 26.

(3)  PB L 271 van 9.10.2002, blz. 1.

P6_TA(2005)0046

Betrekkingen van de Europese Unie met het Middellandse-Zeegebied

Resolutie van het Europees Parlement over het Euromediterraan partnerschap

Het Europees Parlement,

gezien zijn vroegere resoluties over het Euromediterraan partnerschap,

gezien de Verklaring van Barcelona van november 1995 en het desbetreffende werkprogramma,

gezien de conclusies van de tien voorgaande Euromediterrane ministerconferenties,

gezien de oprichting van de Euromediterrane Parlementaire Vergadering (APEM),

gezien de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement met als titel: „Een nieuwe impuls voor EU-maatregelen inzake mensenrechten en democratisering met mediterrane partners — Strategische richtsnoeren” (COM(2003)0294),

gezien de conclusies van de Burgerfora die parallel aan de voornoemde ministerconferenties plaatsvonden,

gelet op artikel 103, lid 2 van zijn Reglement,

A.

overwegende dat het proces van Barcelona de afgelopen 10 jaar het kader heeft geleverd voor een partnerschap tussen de landen en volkeren van de twee kusten van de Middellandse Zee,

B.

overwegende dat de Middellandse Zee voor de Europese Unie strategisch belangrijk is, zodat ten aanzien hiervan een solidair beleid moet worden gevoerd, om de talrijke gemeenschappelijke uitdagingen, namelijk vrede en stabiliteit, het terrorisme en veiligheid, wederzijds begrip en de strijd tegen de mensenhandel (inclusief clandestiene en illegale immigratie) aan te gaan, en naar een gebied van gemeenschappelijke welvaart moet worden gestreefd,

C.

overwegende dat de Verklaring van Barcelona de deelnemende landen ertoe verplicht onderling een regelmatige dialoog over de politieke, economische en sociale aspecten en de mensenrechten te voeren,

D.

overwegende dat de Europese Unie een nieuw nabuurschapsbeleid heeft vastgesteld, dat erop is gericht dit samenwerkingsverband te bevorderen, extra mogelijkheden te scheppen om de banden aan te halen, de politieke dialoog te intensiveren, de partnerlanden bij het EU-beleid te betrekken om vrede, stabiliteit en democratie in de buurlanden te bevorderen,

E.

overwegende dat de eerste, door de Raad goedgekeurde actieplannen met Marokko, Tunesië, Jordanië, Israël en de Palestijnse Nationale Autoriteit de Unie en de partnerlanden ertoe verbinden een nauwe, niet exclusieve dialoog te voeren, en moeten streven naar een coherente en gemeenschappelijke regionale aanpak,

F.

benadrukkend dat de hervatting van de dialoog tussen de partijen in het Israëlisch-Palestijnse conflict een kans biedt op een algemene en duurzame oplossing, die het hele Euromediterrane proces zal stimuleren,

G.

overwegende dat de Commissie en Syrië op 19 oktober 2004 officieel het einde van de onderhandelingen voor een Associatieovereenkomst tussen de EG en Syrië aankondigden, waarmee een einde kwam aan de fase van bilaterale overeenkomsten in het kader van het Euromediterrane partnerschap,

H.

overwegende dat het gemeenschappelijk standpunt 2004/698/GBVB van de Raad van 14 oktober 2004 (1) de restrictieve maatregelen en het wapenembargo tegen Libië intrekt en zo de weg vrijmaakt voor de volledige betrokkenheid van dit land bij het proces van Barcelona,

I.

overwegende dat door de omvorming van het Euromediterraan Parlementair Forum tot de Euromediterrane Parlementaire Vergadering (APEM) met haar drie commissies de parlementaire dimensie van het Euromediterrane proces wordt versterkt, zodat de democratische aansprakelijkheid vergroot; overwegende dat door de oprichting van dit nieuwe orgaan de algemene dialoog tussen de beide regio's zal worden geïntensiveerd,

J.

diep verontwaardigd over de moord op Rafiq Hariri en bezorgd over de situatie die deze misdaad in Libanon heeft veroorzaakt,

K.

verontrust over de opheffing van de parlementaire immuniteit en de hechtenis van Ayman Nour, voorzitter van de partij „al-Ghad” in Egypte,

1.

is tevreden met het besluit van de ministers waarbij 2005 wordt uitgeroepen tot het jaar van de Middellandse Zee en verzoekt de Raad en de Commissie hun inspanningen op te voeren om de democratie in de Middellandse-Zeelanden te bevorderen, tot de nodige politieke, economische en sociale hervormingen bij te dragen en deze hervormingen te ondersteunen;

2.

is van mening dat de bedoelde politieke dialoog nog niet overal in de regio tot tastbare resultaten heeft geleid; is van mening dat het mensenrechtenaspect van het Barcelonaproces jammer genoeg nog steeds onvoldoende ontwikkeld is, terwijl de toestand in tal van landen geen teken van verbetering vertoont; betreurt dat de mensenrechtenclausule van de Euromediterrane akkoorden niet in acht wordt genomen; doet nogmaals een beroep op de Commissie om als grondslag voor de verdere ontwikkeling van het samenwerkingsverband een openbaar jaarlijks verslag op te stellen over de mensenrechten in de Middellandse-Zeelanden;

3.

verzoekt alle landen van de regio nauw samen te werken om met gedeelde verantwoordelijkheid het hoofd te bieden aan de al maar toenemende uitdagingen van de immigratie;

4.

verzoekt de Commissie op een transparante manier en in overleg met de partnerlanden en in samenwerking met het Europees Parlement en de APEM een nieuw financieel „nabuurschapsinstrument” uit te werken dat effectief de nodige impuls kan geven aan ontwikkeling en investeringen kan aanmoedigen;

5.

spreekt zijn waardering uit voor de oprichting van het niet-gouvernementeel euromediterraan platform voor het Burgerforum, dat in april 2005 in Luxemburg zijn constituerende vergadering zal houden; wijst in dit verband op het belang van het opzetten van nauwe samenwerking met dit platform door de leden ervan uit te nodigen regelmatig hun mening te kennen te geven in de APEM;

6.

verzoekt de Commissie in verband hiermee het Parlement te betrekken bij de evaluatie van de tenuitvoerlegging van de actieprogramma's;

7.

is van mening dat het Europees initiatief voor democratie en mensenrechten een cruciale rol moet spelen bij de bevordering van de centrale waarden van de Europese Unie in het kader van het Barcelonaproces; verzoekt de Commissie met aandrang haar verantwoordelijkheid op te nemen, door te zorgen voor de eerbiediging van de mensenrechtenclausule die in de akkoorden is opgenomen;

8.

verzoekt de Commissie en de lidstaten om, in de geest van het rapport van het ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties, bij de uitvoering van de financiële en technische bijstand aan de partnerlanden aan te dringen op eerbiediging van de rechten van de vrouw;

9.

neemt nota van de komende ondertekening van de Associatieovereenkomst EG-Syrië, die Damascus verplicht tot grondige en substantiële hervormingen, met het oog op de opstarting van een echt proces van democratisering van de Syrische structuren; verzoekt Syrië geen enkele vorm van terrorisme te dulden, hetgeen ook inhoudt dat het land geen steun verleent aan de militaire vleugel van de Hezbollah, en zich niet te mengen in Libanese interne aangelegenheden; verlangt dat het onmiddellijk zijn troepen uit Libanon terugtrekt, overeenkomstig de resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, en zal deze voorwaarde als cruciaal beschouwen voor zijn evaluatie met het oog op de ondertekening van de associatieovereenkomst;

10.

verzoekt de Raad de mogelijkheid te onderzoeken om een delegatie van EU-waarnemers naar de verkiezingen in Libanon te sturen;

11.

veroordeelt krachtig de terroristische aanslag waarbij de oud-premier van Libanon, de heer Hariri, en zijn escorte om het leven kwamen en wijst erop dat het de bevindingen van het aan de gang zijnde internationale onderzoek zeer aandachtig zal bestuderen;

12.

dringt aan op de vrijlating van Dr. Nour; is van mening dat de opheffing van de parlementaire onschendbaarheid en de hechtenis van een lid van het Egyptische parlement indruisen tegen de geest en de letter van de Associatieovereenkomst tussen de EG en Egypte; verzoekt de Commissie, de Raad en de hoge vertegenwoordiger van de EU voor het GBVB hun invloed te doen gelden om de Egyptische autoriteiten te herinneren aan de geest van die overeenkomst;

13.

verzoekt Libië de nodige stappen en actie te ondernemen, inclusief de onmiddellijk vrijlating van buitenlandse medische hulpverleners uit de gevangenis, om volledig bij het Euromediterrane partnerschap te worden betrokken en zo tot een beter verloop van het Barcelonaproces bij te dragen;

14.

is tevreden met de recente positieve ontwikkelingen in het Midden-Oosten-conflict, die beslissende gevolgen zullen hebben voor de volledige tenuitvoerlegging van alle onderdelen van het Euromediterrane partnerschap, en verzoekt alle partnerlanden de nodige inspanningen te leveren om de hervatting van de dialoog te steunen en van de routekaart een realiteit te maken;

15.

verzoekt de Raad en de Commissie in de betrekkingen met de mediterrane partners concrete voorstellen te formuleren om voortgang te boeken op het gebied van de veiligheid; hierbij kan worden uitgegaan van de Europese veiligheidsstrategie en de instrumenten voor crisisbeheersing waarover de Commissie al beschikt;

16.

spreekt zijn tevredenheid uit over de aanzienlijke en gestage verbetering van de rendabiliteit van de MEDA-financieringen;

17.

benadrukt dat de bevordering en uitbreiding van de trans-Europese netwerken, met name op het gebied van energie en vervoer, voor de betrekkingen en de samenwerking met de mediterrane partners belangrijk is;

18.

steunt het voorstel een mediterraan systeem voor vroegtijdige waarschuwing ter voorkoming van rampen te ontwikkelen, gelet op de lessen die uit de tsunami die Zuidoost-Azië heeft getroffen, moeten worden getrokken;

19.

beschouwt de sluiting van de Overeenkomst van Agadir tussen Marokko, Tunesië, Egypte en Jordanië in februari 2004 als een positief signaal van de intensivering van de zuid-zuidsamenwerking, als aanvulling van de noord-zuidsamenwerking, en spoort alle landen aan de Middellandse Zee ertoe aan hun directe onderlinge banden aan te halen, inclusief hun handelsbetrekkingen, en zo nodig alle factoren die dit belemmeren uit te weg te ruimen;

20.

wenst dat de Raad besluit een Euromediterrane top van staatshoofden en regeringsleiders te organiseren om de tiende verjaardag van het Barcelonaproces te herdenken; onderstreept het belang, in dit verband, van de parlementaire dimensie van dit proces en verzoekt de APEM, die bijeenkomt in Caïro van 12 tot 15 maart 2005, een buitengewone vergadering te voorzien om deze tiende verjaardag te herdenken;

21.

kijkt uit naar de openingszitting van de Euromediterrane Stichting Anna Lindh voor de dialoog tussen culturen; is ervan overtuigd dat de activiteiten hiervan kunnen bijdragen tot meer wederzijds begrip en een maximale benutting van het gemeenschappelijke erfgoed;

22.

verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsook aan de regeringen en de parlementen van de lidstaten, van de mediterrane landen die de Verklaring van Barcelona hebben ondertekend en aan de Voorzitter van de APEM.


(1)  PB L 317 van 17.10.2004, blz. 40.


Top