EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32023R2053

Verordening (EU) 2023/2053 van het Europees Parlement en de Raad van 13 september 2023 tot vaststelling van een meerjarig beheersplan voor blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1936/2001, (EU) 2017/2107 en (EU) 2019/833, en tot intrekking van Verordening (EU) 2016/1627

PE/52/2023/INIT

OJ L 238, 27.9.2023, p. 1–64 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2053/oj

27.9.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 238/1


VERORDENING (EU) 2023/2053 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 13 september 2023

tot vaststelling van een meerjarig beheersplan voor blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1936/2001, (EU) 2017/2107 en (EU) 2019/833, en tot intrekking van Verordening (EU) 2016/1627

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Een van de doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) zoals omschreven in Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad (3) is ervoor te zorgen dat de exploitatie van de biologische rijkdommen van de zee tot duurzame economische, ecologische en sociale voordelen leidt.

(2)

Door middel van Besluit 98/392/EG van de Raad (4) heeft de Unie haar goedkeuring gehecht aan het Verdrag van de Verenigde Naties van 10 december 1982 inzake het recht van de zee en aan de Overeenkomst inzake de toepassing van de bepalingen van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee die betrekking hebben op de instandhouding en het beheer van de grensoverschrijdende en de over grote afstanden trekkende visbestanden, waarin beginselen en regels met betrekking tot de instandhouding en het beheer van de levende rijkdommen van de zee zijn vastgesteld. De Unie neemt in het kader van haar ruimere internationale verplichtingen deel aan de inspanningen die in internationale wateren worden geleverd om de visbestanden in stand te houden.

(3)

De Unie is partij bij het Internationaal Verdrag voor de instandhouding van Atlantische tonijnen (5) (“het verdrag”).

(4)

De Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen (Iccat) heeft tijdens haar 21e bijzondere vergadering in 2018 Iccat-aanbeveling 18-02 tot vaststelling van een meerjarig beheersplan voor blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee (“het beheersplan”) vastgesteld. Het beheersplan volgt op het advies van het Permanent Comité voor onderzoek en statistiek van de Iccat (Standing Committee on Research and Statistics — SCRS), waarin staat dat de Iccat in 2018 een meerjarig beheersplan voor het bestand moet opstellen omdat de huidige toestand van het bestand niet langer lijkt te nopen tot de in het kader van het herstelplan voor blauwvintonijn bij Iccat-aanbeveling 17-07 tot wijziging van Iccat-aanbeveling 14-04 ingevoerde noodmaatregelen, zonder dat echter de bestaande monitoring- en controlemaatregelen worden verzwakt.

(5)

Iccat-aanbeveling 18-02 strekt tot intrekking van Iccat-aanbeveling 17-07, die in het Unierecht ten uitvoer is gelegd door middel van Verordening (EU) 2016/1627 van het Europees Parlement en de Raad (6).

(6)

Tijdens de 26e gewone vergadering in 2019 werd Iccat-aanbeveling 19-04 tot wijziging van het bij Iccat-aanbeveling 18-02 vastgestelde meerjarig beheersplan goedgekeurd. Iccat-aanbeveling 19-04 trekt Iccat-aanbeveling 18-02 in en vervangt die. Deze verordening moet Iccat-aanbeveling 19-04 in Unierecht omzetten.

(7)

Deze verordening moet ook, waar relevant, Iccat-aanbevelingen 06-07 inzake het kweken van blauwvintonijn, 18-10 inzake de minimumstandaard voor het volgsysteem voor vaartuigen in het Iccat-verdragsgebied, 96-14 inzake naleving in de visserijen op blauwvintonijn en op zwaardvis in het noordelijke deel van de Atlantische Oceaan, 13-13 inzake het aanleggen van een Iccat-register van vaartuigen met een lengte over alles van 20 meter of meer die gemachtigd zijn om in het verdragsgebied te opereren en 16-15 inzake overlading, geheel of gedeeltelijk ten uitvoer leggen.

(8)

De standpunten die de Unie inneemt in regionale organisaties voor visserijbeheer moeten op het beste beschikbare wetenschappelijke advies zijn gebaseerd, teneinde ervoor te zorgen dat de visbestanden overeenkomstig de doelstellingen van het GVB worden beheerd, met name overeenkomstig de doelstelling van een geleidelijk herstel en behoud van de populaties van visbestanden boven een biomassaniveau dat de maximale duurzame opbrengst (MDO) kan opleveren, en overeenkomstig de doelstelling om de voorwaarden te creëren om de visserijsector en de verwerkende industrie, alsook visserijgerelateerde activiteiten aan land economisch levensvatbaar en concurrerend te maken. Volgens het door het SCRS in oktober 2018 uitgebrachte verslag zijn vangsten van blauwvintonijn met een visserijsterfte F0,1 in lijn met een visserijsterfte die strookt met het bereiken van de MDO (Fmdo). Er wordt van uitgegaan dat de biomassa van het bestand zich bevindt op een peil dat de MDO waarborgt. De biomassawaarde B0,1 fluctueert in functie van de rekrutering: bij een gemiddeld en laag rekruteringsniveau ligt ze boven dat peil en bij een hoog rekruteringsniveau eronder.

(9)

Het beheersplan houdt rekening met de specifieke kenmerken van de verschillende soorten vistuig en visserijtechnieken. Bij de uitvoering van het beheersplan dienen de Unie en de lidstaten de kustvisserij en het gebruik van vistuigen en visserijtechnieken die selectief en minder milieubelastend zijn, in het bijzonder vistuig en technieken die in de traditionele en de ambachtelijke visserij worden gebruikt, te bevorderen om zo bij te dragen tot een billijke levensstandaard voor de lokale economie.

(10)

Er moet rekening worden gehouden met de specifieke kenmerken en behoeften van de kleinschalige en de ambachtelijke visserij. Naast de relevante bepalingen van Iccat-aanbeveling 19-04 die belemmeringen voor de deelname van kleinschalige kustvaartuigen aan de blauwvintonijnvisserij wegnemen, moeten de lidstaten bijkomende inspanningen leveren om te zorgen voor een eerlijke en transparante verdeling van de vangstmogelijkheden over de kleinschalige, ambachtelijke en grotere vloten, op een wijze die strookt met hun verplichtingen uit hoofde van artikel 17 van Verordening (EU) nr. 1380/2013.

(11)

Ter waarborging van de naleving van de regels van het GVB zijn rechtshandelingen van de Unie vastgesteld om een systeem voor controle, inspectie en handhaving op te zetten, die onder meer illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij (IOO-visserij) bestrijdt. In het bijzonder is bij Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad (7) een Unieregeling voor controle, inspectie en handhaving vastgesteld die een alomvattende en geïntegreerde aanpak biedt om aldus naleving van alle regels van het GVB te waarborgen. Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011 van de Commissie (8) zijn uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 1224/2009 vastgesteld. Bij Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad (9) is een communautair systeem opgezet om IOO-visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen. Die verordeningen bevatten reeds bepalingen die betrekking hebben op een aantal van de in Iccat-aanbeveling 19-04 vastgestelde maatregelen, zoals bepalingen inzake visvergunningen en -machtigingen, alsook bepaalde regels inzake volgsystemen voor vaartuigen. Het is derhalve niet nodig dat deze verordening bepalingen betreffende die maatregelen opneemt.

(12)

In Verordening (EU) nr. 1380/2013 is het begrip “minimuminstandhoudingsreferentiegrootte” vastgesteld. Omwille van de consistentie moet het Iccat-begrip “minimummaat” in het Unierecht worden omgezet als de “minimuminstandhoudingsreferentiegrootte”.

(13)

Volgens Iccat-aanbeveling 19-04 moet blauwvintonijn die is gevangen en die de minimuminstandhoudingsreferentiegrootte niet haalt, worden teruggegooid. Hetzelfde geldt voor de vangsten van blauwvintonijn die de in de jaarlijkse visserijplannen vastgelegde bijvangstlimieten overschrijden. Met het oog op de naleving door de Unie van haar internationale verplichtingen uit hoofde van de Iccat, voorziet artikel 4 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/98 van de Commissie (10) in afwijkingen van de overeenkomstig artikel 15, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 bepaalde aanlandingsverplichting voor blauwvintonijn. Bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/98 worden enkele bepalingen van Iccat-aanbeveling 19-04 omgezet die vaartuigen die hun toegewezen quotum of hun toegestane maximum aan bijvangsten hebben overschreden, ertoe verplichten om hun vangsten van blauwvintonijn terug te gooien. Onder het toepassingsgebied van die gedelegeerde verordening vallen ook vaartuigen die aan recreatievisserij doen. Het is derhalve niet nodig dat deze verordening betrekking heeft op dergelijke teruggooi- en vrijlatingsverplichtingen, en deze verordening laat de overeenkomstige bepalingen van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/98 onverlet.

(14)

Tijdens de jaarlijkse vergadering van 2018 erkenden de verdragsluitende partijen de noodzaak om de controles voor bepaalde activiteiten met betrekking tot blauwvintonijn te versterken. Daartoe is tijdens die jaarlijkse vergadering overeengekomen dat de voor kwekerijen verantwoordelijke verdragsluitende partijen ervoor moeten zorgen dat kooiverrichtingen volledig traceerbaar zijn en dat zij aselecte controles op basis van een risicoanalyse moeten uitvoeren.

(15)

Verordening (EU) nr. 640/2010 van het Europees Parlement en de Raad (11) voorziet in een elektronisch vangstdocument voor blauwvintonijn (electronic bluefin tuna catch document — eBCD), waarmee Iccat-aanbeveling 09-11 tot wijziging van Iccat-aanbeveling 08-12 wordt omgezet. De Iccat-aanbevelingen 17-09 en 11-20 over de toepassing van het eBCD zijn onlangs ingetrokken bij de Iccat-aanbevelingen 18-12 en 18-13. Daarom is Verordening (EU) nr. 640/2010 achterhaald en heeft de Commissie een voorstel voor een nieuwe verordening vastgesteld om uitvoering te geven aan de meest recente Iccat-voorschriften inzake het eBCD. Bijgevolg mag deze verordening niet verwijzen naar Verordening (EU) nr. 640/2010, maar meer in het algemeen naar het door de Iccat aanbevolen vangstdocumentatieprogramma.

(16)

Rekening houdend met het feit dat bepaalde Iccat-aanbevelingen frequent worden gewijzigd door de verdragsluitende partijen bij de Iccat en waarschijnlijk in de toekomst verder zullen worden gewijzigd, moet, om toekomstige Iccat-aanbevelingen tot wijziging of aanvulling van het beheersplan snel in het Unierecht om te zetten, aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) handelingen vast te stellen ten aanzien van de volgende zaken: termijnen voor het verstrekken van informatie, perioden voor visseizoenen; afwijkingen van het verbod op de overdracht van ongebruikte quota; minimuminstandhoudingsreferentiegrootten; percentages en parameters, de bij de Commissie in te dienen informatie; taken van nationale waarnemers en regionale waarnemers, redenen voor het weigeren van de toestemming om vis over te hevelen; redenen om vangsten in beslag te nemen en de vrijlating van vis te bevelen. Voorts stemt de Commissie, die de Unie in de vergaderingen van de Iccat vertegenwoordigt, jaarlijks in met een aantal zuiver technische Iccat-aanbevelingen, met name betreffende capaciteitsbeperkingen, logboekvoorschriften, vangstaangifteformulieren, overladingsaangiften en Iccat- overhevelingsaangiften, minimuminformatie voor vismachtigingen, het minimumaantal vissersvaartuigen in het kader van de Iccat-regeling inzake gezamenlijke internationale inspectie; specificaties van de inspectie- en waarnemersregeling, normen voor video-opname, vrijgaveprotocollen, normen voor de behandeling van dode vis, kooiverklaringen, of normen voor volgsystemen voor vaartuigen, die worden omgezet in het Unierecht door de bijlagen I tot en met XV bij deze verordening. De bevoegdheid om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen moet derhalve ook aan de Commissie worden overgedragen ten aanzien van de wijziging of aanvulling van de bijlagen I tot en met XV bij deze verordening overeenkomstig de gewijzigde of aangevulde Iccat-aanbevelingen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven (12). Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

(17)

De Iccat-aanbevelingen voor de visserij op blauwvintonijn, namelijk activiteiten in verband met de vangst, de overheveling, het vervoer, het kooien, de kweek, de oogst en de overdracht, zijn zeer dynamisch. Er worden constant nieuwe technologieën ontwikkeld voor de controle en het beheer van de visserij, zoals stereoscopische camera’s en alternatieve methoden, die op uniforme wijze door de lidstaten moeten worden toegepast. Evenzo moeten waar nodig operationele procedures worden ontwikkeld, om de lidstaten te helpen de door deze verordening in het Unierecht omgezette Iccat-regels na te leven. Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend met betrekking tot uitvoeringsbepalingen voor de overdracht van levende blauwvintonijn, overhevelingsverrichtingen en kooiverrichtingen. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (13).

(18)

De gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen waarin deze verordening voorziet, laten de omzetting van toekomstige Iccat-aanbevelingen in het Unierecht volgens de gewone wetgevingsprocedure onverlet.

(19)

Aangezien deze verordening in een nieuw en omvattend beheersplan voor blauwvintonijn zal voorzien, moeten de in de Verordeningen (EU) 2017/2107 (14) en (EU) 2019/833 (15) van het Europees Parlement en de Raad vastgelegde bepalingen betreffende blauwvintonijn worden geschrapt. Het deel van artikel 43 van Verordening (EU) 2017/2107 dat op zwaardvis in de Middellandse Zee betrekking heeft, is opgenomen in Verordening (EU) 2019/1154 van het Europees Parement en de Raad (16). Sommige bepalingen van Verordening (EG) nr. 1936/2001 van de Raad (17) moeten eveneens worden geschrapt. Verordeningen (EG) nr. 1936/2001, (EU) 2017/2107 en (EU) 2019/833 moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(20)

Iccat-aanbeveling 17-07 is ingetrokken bij Iccat-aanbeveling 18-02, aangezien de toestand van het bestand niet meer noopt tot de noodmaatregelen uit hoofde van het bij die aanbeveling vastgestelde herstelplan voor blauwvintonijn. Verordening (EU) 2016/1627, waarbij het herstelplan ten uitvoer is gelegd, moet derhalve worden ingetrokken,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

Algemene bepalingen

Artikel 1

Onderwerp

Bij deze verordening worden algemene regels vastgesteld voor de uniforme en doeltreffende uitvoering door de Unie van het meerjarig beheersplan voor blauwvintonijn (Thunnus thynnus) in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee, zoals vastgesteld door de Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen (“Iccat”).

Artikel 2

Toepassingsgebied

Deze verordening is van toepassing op:

a)

vissersvaartuigen van de Unie, en recreatievisserijvaartuigen van de Unie, die:

i)

blauwvintonijn vangen in het verdragsgebied, en

ii)

in het verdragsgebied gevangen blauwvintonijn, ook buiten het verdragsgebied, overladen of aan boord hebben;

b)

kwekerijen van de Unie;

c)

vissersvaartuigen van derde landen, en recreatievisserijvaartuigen van derde landen, die actief zijn in wateren van de Unie en blauwvintonijn vangen in het verdragsgebied;

d)

vaartuigen van derde landen die in havens van lidstaten worden geïnspecteerd en die in het verdragsgebied gevangen blauwvintonijn of visserijproducten van in wateren van de Unie gevangen blauwvintonijn die niet eerder in havens zijn aangeland of overgeladen, aan boord hebben.

Artikel 3

Doelstelling

De doelstelling van deze verordening bestaat erin het meerjarig beheersplan voor blauwvintonijn, zoals vastgesteld door de Iccat, dat bedoeld is om de biomassa van blauwvintonijn boven een niveau te houden dat de maximale duurzame opbrengst (MDO) kan opleveren, uit te voeren.

Artikel 4

Verband met andere rechtshandelingen van de Unie

Tenzij in deze verordening anders is bepaald, is deze verordening van toepassing onverminderd andere rechtshandelingen van de Unie met betrekking tot de visserijsector, met name:

1)

Verordening (EG) nr. 1224/2009;

2)

Verordening (EG) nr. 1005/2008;

3)

Verordening (EU) 2017/2403 van het Europees Parlement en de Raad (18);

4)

Verordening (EU) 2017/2107;

5)

Verordening (EU) 2019/1241 van het Europees Parlement en de Raad (19).

Artikel 5

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1)

“Iccat”: Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen;

2)

“het verdrag”: het Internationaal Verdrag voor de instandhouding van Atlantische tonijnen;

3)

“vissersvaartuig”: een motorvaartuig dat wordt ingezet voor de commerciële exploitatie van blauwvintonijnbestanden, inclusief vangstvaartuigen, verwerkingsvaartuigen, ondersteuningsvaartuigen, sleepvaartuigen, vaartuigen waarop vangsten worden overgeladen, transportvaartuigen die zijn uitgerust voor het vervoer van tonijnproducten, en hulpvaartuigen, met uitzondering van containerschepen;

4)

“levende blauwvintonijn”: blauwvintonijn die gedurende een bepaalde periode levend in een tonnara wordt gehouden, of die levend wordt overgeheveld naar een kweekvoorziening;

5)

“SCRS” (Standing Committee on Research and Statistics): Permanent Comité voor onderzoek en statistiek van de Iccat;

6)

“recreatievisserij”: niet-commerciële visserijactiviteiten waarmee de biologische rijkdommen van de zee worden geëxploiteerd;

7)

“sportvisserij”: niet-commerciële visserij door leden van een nationale sportorganisatie of houders van een nationale sportvergunning;

8)

“sleepvaartuig”: een vaartuig dat wordt gebruikt voor het slepen van kooien;

9)

“verwerkingsvaartuig”: een vaartuig aan boord waarvan visserijproducten een of meer van de volgende behandelingen ondergaan alvorens te worden verpakt: fileren of in moten verdelen, invriezen en/of verwerken;

10)

“hulpvaartuig”: een vaartuig dat wordt gebruikt om (niet-verwerkte) dode blauwvintonijn van een transport-/kweekkooi, een ringzegen of een tonnara naar een aangewezen haven en/of naar een verwerkingsvaartuig te vervoeren;

11)

“tonnara”: vast vistuig dat aan de bodem is verankerd en doorgaans een net heeft dat de blauwvintonijn naar vangkamers of een reeks vangkamers leidt waar hij wordt vastgehouden alvorens te worden geoogst of gekweekt;

12)

“ringzegen”: ringnet waarvan de bodem aan de onderkant wordt samengetrokken door een sluitlijn die door een reeks ringen langs de onderpees loopt, waardoor het net kan worden samengetrokken en gesloten;

13)

“kooien”: het verplaatsen van levende blauwvintonijn uit de transportkooi of de tonnara naar de kweek- of mestkooien;

14)

“vangstvaartuig”: een vaartuig dat wordt gebruikt voor de commerciële vangst van blauwvintonijn;

15)

“kwekerij”: een marien gebied dat duidelijk wordt afgebakend door geografische coördinaten, dat wordt gebruikt voor het mesten of het kweken van blauwvintonijn die is gevangen door tonnara’s en/of ringzegenvaartuigen; een kwekerij kan verscheidene kweeklocaties hebben, die elk worden afgebakend door geografische coördinaten, die duidelijk de lengte- en breedtegraad van elk van de punten van de veelhoek aangeven;

16)

“kweken” of “mesten”: het kooien van blauwvintonijn in kwekerijen en het voeren ervan, met als doel de blauwvintonijn te mesten en de totale biomassa ervan te verhogen;

17)

“oogsten”: het doden van blauwvintonijn in kwekerijen of tonnara’s;

18)

“stereoscopische camera”: een camera met twee of meer lenzen, met een aparte beeldsensor of een apart filmframe voor elke lens, zodat driedimensionale beelden kunnen worden vastgelegd om de lengte van de vis te meten, en te helpen het aantal of gemiddelde gewicht van de blauwvintonijn fijner vast te stellen;

19)

“kleinschalig kustvaartuig”: een vangstvaartuig met ten minste drie van de volgende vijf kenmerken:

a)

de lengte over alles is minder dan 12 meter;

b)

het vaartuig vist uitsluitend in de wateren die onder de jurisdictie van de vlaggenlidstaat vallen;

c)

de duur van de visreizen is minder dan 24 uur;

d)

het maximale aantal bemanningsleden is vastgesteld op vier personen, of

e)

het vaartuig vist met technieken die selectief zijn en een verminderd milieueffect hebben;

20)

“gezamenlijke visactie”: elke actie van twee of meer ringzegenvaartuigen waarbij de vangst van één ringzegenvaartuig volgens een vooraf overeengekomen verdeelsleutel aan een of meer ringzegenvaartuigen wordt toegewezen;

21)

“actief vissen”: de gerichte visserij op blauwvintonijn door een vangstvaartuig gedurende een bepaald visseizoen;

22)

“BCD” (bluefin tuna catch document): vangstdocument voor blauwvintonijn;

23)

“eBCD” (electronic bluefin tuna catch document): elektronisch vangstdocument voor blauwvintonijn;

24)

“verdragsgebied”: het in artikel 1 van het verdrag afgebakende geografische gebied;

25)

“overlading”: het overbrengen van alle aan boord van een vissersvaartuig aanwezige visserijproducten of een gedeelte daarvan naar een ander vissersvaartuig; het overbrengen van dode blauwvintonijn van de ringzegen, de tonnara of het sleepvaartuig naar een hulpvaartuig wordt echter niet als een overlading beschouwd;

26)

“controleoverheveling”: elke aanvullende overheveling die op verzoek van de visserij-/kwekerijexploitanten of de controleautoriteiten wordt verricht ter verificatie van de hoeveelheid vis die wordt overgeheveld;

27)

“controlecamera”: stereoscopische camera en/of conventionele videocamera’s ten behoeve van de controles uit hoofde van deze verordening;

28)

“CPC” (Contracting Party to the Convention): verdragsluitende partij bij het verdrag of een samenwerkende niet-verdragsluitende partij, entiteit of visserijentiteit;

29)

“groot pelagisch beugvisserijvaartuig”: een pelagisch beugvisserijvaartuig met een lengte over alles van meer dan 24 meter;

30)

“overheveling”: elke overheveling van:

a)

levende blauwvintonijn uit het net van het vangstvaartuig naar de transportkooi;

b)

levende blauwvintonijn uit de transportkooi naar een andere transportkooi;

c)

de kooi met levende blauwvintonijn van een sleepvaartuig naar een ander sleepvaartuig;

d)

de kooi met levende blauwvintonijn van een kwekerij naar een andere kwekerij, en levende blauwvintonijn tussen verschillende kooien in dezelfde kwekerij;

e)

levende blauwvintonijn van de tonnara naar de transportkooi, onafhankelijk van de aanwezigheid van een sleepvaartuig;

31)

“exploitant”: natuurlijke of rechtspersoon die een bedrijf exploiteert of bezit waarvan activiteiten betrekking hebben op een stadium van de productie-, verwerkings-, afzet-, distributie- of detailhandelsketen voor visserij- en aquacultuurproducten;

32)

“vistuiggroep”: een groep vissersvaartuigen die hetzelfde vistuig gebruiken en waaraan een groepsquotum is toegewezen;

33)

“visserijinspanning”: het product van de capaciteit en de activiteit van een vissersvaartuig; voor een groep vissersvaartuigen is dat de som van de visserijinspanning van alle vaartuigen in de groep;

34)

“verantwoordelijke lidstaat”: de vlaggenlidstaat of de lidstaat in de jurisdictie waarvan de betrokken kwekerij of tonnara zich bevindt.

HOOFDSTUK II

Beheersmaatregelen

Artikel 6

Voorwaarden voor visserijbeheersmaatregelen

1.   Elke lidstaat neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de visserijinspanning van zijn vangstvaartuigen en tonnara’s in verhouding staat tot de vangstmogelijkheden voor blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee waarover die lidstaat beschikt. De door de lidstaten genomen maatregelen omvatten de vaststelling van individuele quota voor hun vangstvaartuigen met een lengte over alles van meer dan 24 meter die zijn opgenomen in de in artikel 26 bedoelde lijst van gemachtigde vaartuigen.

2.   Elke lidstaat schrijft voor dat een onder zijn vlag varend vangstvaartuig zich onmiddellijk naar een door hen aangewezen haven begeeft wanneer het individuele quotum van het vaartuig wordt geacht te zijn opgebruikt, overeenkomstig artikel 35 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.

3.   Charteractiviteiten zijn niet toegestaan in de blauwvintonijnvisserij.

Artikel 7

Overdracht van niet-geoogste levende blauwvintonijn

1.   De overdracht binnen een kwekerij van niet-geoogste levende blauwvintonijn uit de vangst van voorgaande jaren kan alleen worden toegestaan indien een versterkt controlesysteem wordt ontwikkeld en door de lidstaat aan de Commissie wordt gemeld. Dat systeem maakt een integrerend deel uit van het in artikel 14 bedoelde jaarlijkse inspectieplan van de lidstaat, en omvat ten minste de op grond van de artikelen 53 en 61 vastgelegde maatregelen.

2.   Indien een overdracht overeenkomstig lid 1 is toegestaan, zijn de volgende punten van toepassing:

a)

uiterlijk op 25 mei van elk jaar vullen de voor kwekerijen verantwoordelijke lidstaten een jaarlijkse overdrachtaangifte, die de hiernavolgende gegevens bevat, in en dienen ze die jaarlijks in bij de Commissie:

i)

hoeveelheden (in kg) en aantal stuks die moeten worden overgedragen,

ii)

vangstjaar,

iii)

gemiddeld gewicht,

iv)

vlaggenlidstaat of CPC,

v)

de referentie van het BCD betreffende de overgedragen vangsten,

vi)

de naam en het Iccat-nummer van de kwekerij,

vii)

kooinummer, en

viii)

gegevens over de geoogste hoeveelheden (in kg), indien de oogst voltooid is;

b)

de op grond van lid 1 overgedragen hoeveelheden worden op de kwekerij per vangstjaar in aparte kooien of in aparte reeksen kooien geplaatst.

3.   Vóór het begin van een visseizoen zorgen de voor kwekerijen verantwoordelijke lidstaten voor een grondige beoordeling van alle levende blauwvintonijn die wordt overgedragen na bulkoogsten in onder hun jurisdictie vallende kwekerijen. Daartoe wordt alle overgedragen levende blauwvintonijn van het vangstjaar waarin bulkoogst in kwekerijen heeft plaatsgevonden, naar andere kooien overgeheveld met gebruikmaking van stereoscopische camerasystemen of alternatieve methoden, mits die hetzelfde niveau van precisie en nauwkeurigheid waarborgen, overeenkomstig artikel 51. Te allen tijde moet volledig gedocumenteerde traceerbaarheid gewaarborgd zijn. De overdracht van blauwvintonijn van jaren waarin geen bulkoogst heeft plaatsgevonden, wordt jaarlijks gecontroleerd door toepassing van dezelfde procedure op passende monsters op basis van een risicobeoordeling.

4.   De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen met nadere regels voor de ontwikkeling van een versterkt controlesysteem voor de overdracht van levende blauwvintonijn. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 68 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 8

Overdracht van ongebruikte quota

De overdracht van ongebruikte quota is niet toegestaan.

Artikel 9

Overdrachten van quota

1.   Overdrachten van quota tussen de Unie en andere CPC’s worden alleen verricht na voorafgaande machtiging door de betrokken lidstaten en/of CPC’s. De Commissie stelt het Iccat-secretariaat 48 uur op voorhand in kennis van dergelijke overdrachten van quota.

2.   De overdracht van quota binnen vistuiggroepen, van bijvangstquota en van individuele vangstquota van lidstaten is toegestaan, op voorwaarde dat de betrokken lidstaten de Commissie op voorhand in kennis stellen van dergelijke overdrachten, zodat de Commissie het Iccat-secretariaat op de hoogte kan brengen voordat de overdracht ingaat.

Artikel 10

Quotaverlagingen in geval van overbevissing

Indien de lidstaten de hun toegewezen quota overschrijden en de situatie niet kan worden verholpen door het uitwisselen van quota op grond van artikel 16, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013, zijn de artikelen 37 en 105 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van toepassing.

Artikel 11

Jaarlijkse visserijplannen

1.   Elke lidstaat die een quotum voor blauwvintonijn heeft, stelt een jaarlijks visserijplan op. Dat plan bevat ten minste de volgende informatie voor de vangstvaartuigen en tonnara’s:

a)

de aan elke vistuiggroep toegewezen quota, met inbegrip van de quota voor bijvangsten;

b)

in voorkomend geval, de voor de toewijzing en het beheer van de quota gebruikte methode;

c)

de maatregelen om de naleving van individuele quota te waarborgen;

d)

open visseizoenen voor elke vistuigcategorie;

e)

informatie over aangewezen havens;

f)

de regels inzake bijvangsten, en

g)

het aantal vangstvaartuigen met een lengte over alles van meer dan 24 meter, met uitzondering van bodemtrawlers en ringzegenvaartuigen die gemachtigd zijn om in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee op blauwvintonijn te vissen.

2.   De lidstaten met kleinschalige kustvaartuigen die gemachtigd zijn om op blauwvintonijn te vissen, wijzen aan die vaartuigen een specifiek sectoraal quotum toe en nemen een dergelijke toewijzing op in hun visserijplannen. Zij nemen in hun monitorings-, controle- en inspectieplannen ook aanvullende maatregelen op om de benutting van het quotum door die vloot nauwlettend te monitoren. De lidstaten kunnen een ander aantal vaartuigen machtigen om hun vangstmogelijkheden volledig te benutten, met behulp van de in lid 1 bedoelde parameters.

3.   Portugal en Spanje kunnen sectorale quota toewijzen aan met de hengel vissende vaartuigen in de wateren van de Unie rond de eilandengroepen van de Azoren, Madeira en de Canarische Eilanden. Die sectorale quota worden opgenomen in hun jaarlijkse visserijplannen, en in hun jaarlijkse monitoring-, controle- en inspectieplannen worden duidelijk aanvullende maatregelen vastgesteld om de benutting van die quota te monitoren.

4.   Indien de lidstaten overeenkomstig lid 2 of lid 3 sectorale quota toewijzen, is het minimumquotumvereiste van vijf ton, zoals vastgesteld in de op de toewijzing van de vangstmogelijkheden toepasselijke rechtshandeling van de Unie, niet van toepassing.

5.   Elke wijziging van het jaarlijkse visserijplan wordt door de betrokken lidstaat ten minste drie werkdagen vóór het begin van de visserijactiviteit waarop de wijziging betrekking heeft bij de Commissie ingediend. De Commissie zendt de wijziging ten minste één werkdag vóór het begin van de visserijactiviteit waarop de wijziging betrekking heeft door aan het Iccat-secretariaat.

Artikel 12

Toewijzing van vangstmogelijkheden

Overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 maken de lidstaten bij de toewijzing van de hun ter beschikking staande vangstmogelijkheden gebruik van transparante en objectieve criteria van onder meer ecologische, sociale en economische aard, en streven zij naar een eerlijke verdeling van de nationale quota over de diverse vlootsegmenten, met bijzondere aandacht voor de traditionele en de ambachtelijke visserijen, en naar het zorgen voor stimulansen voor vissersvaartuigen van de Unie die zijn uitgerust met selectief vistuig of die gebruikmaken van minder milieubelastende visserijtechnieken.

Artikel 13

Jaarlijkse beheersplannen voor de vangstcapaciteit

Elke lidstaat die een quotum voor blauwvintonijn heeft, stelt een jaarlijks beheersplan voor de vangstcapaciteit op. In dat plan passen de lidstaten het aantal vangstvaartuigen en tonnara’s aan op een wijze die waarborgt dat de vangstcapaciteit in verhouding staat tot de vangstmogelijkheden die zijn toegewezen aan vangstvaartuigen en tonnara’s voor de desbetreffende quotumperiode. De lidstaten passen de visserijcapaciteit aan met behulp van de parameters die zijn vastgelegd in de op de toewijzing van de vangstmogelijkheden toepasselijke rechtshandeling van de Unie. De aanpassing van de vangstcapaciteit van de Unie voor ringzegenvaartuigen wordt beperkt tot een maximale variatie van 20 % ten opzichte van de basisvangstcapaciteit in 2018.

Artikel 14

Jaarlijkse inspectieplannen

Elke lidstaat die een quotum voor blauwvintonijn heeft, stelt een jaarlijks inspectieplan op om de naleving van deze verordening te waarborgen. Elke lidstaat dient zijn respectieve plan in bij de Commissie. Elke lidstaat stelt zijn plan op in overeenstemming met:

a)

de doelstellingen, prioriteiten en procedures alsook de ijkpunten voor inspectieactiviteiten zoals die zijn opgenomen in het uit hoofde van artikel 95 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 vastgestelde speciale controle- en inspectieprogramma voor blauwvintonijn;

b)

het uit hoofde van artikel 46 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 vastgestelde nationale controleactieprogramma voor blauwvintonijn.

Artikel 15

Jaarlijkse beheersplannen voor de kweek

1.   Elke lidstaat die een quotum voor blauwvintonijn heeft, stelt een jaarlijks beheersplan voor de kweek op.

2.   In het jaarlijkse beheersplan voor de kweek waarborgt elke lidstaat dat de totale capaciteit voor het binnenbrengen en de totale kweekcapaciteit in verhouding staan tot de geraamde hoeveelheid blauwvintonijn die beschikbaar is voor de kweek.

3.   De lidstaten beperken hun capaciteit voor het kweken van tonijn tot de totale kweekcapaciteit zoals geregistreerd in het Iccat-register van kweekvoorzieningen voor blauwvintonijn of toegestaan en bij de Iccat aangemeld in 2018.

4.   In de kwekerijen van een lidstaat wordt niet meer in het wild gevangen blauwvintonijn binnengebracht dan het niveau van de binnengebrachte hoeveelheden die door de kwekerijen van die lidstaat in 2005, 2006, 2007 en 2008 bij de Iccat zijn geregistreerd in het “register van kweekvoorzieningen voor blauwvintonijn”.

5.   Indien een lidstaat de maximale hoeveelheid binnengebrachte in het wild gevangen tonijn in een of meer van zijn tonijnkwekerijen moet verhogen, staat die verhoging in verhouding tot de aan die lidstaat toegewezen vangstmogelijkheden, en tot alle invoer van levende blauwvintonijn uit een andere lidstaat of verdragsluitende partij.

6.   De voor de kwekerijen verantwoordelijke lidstaten zorgen ervoor dat de wetenschappers die door het SCRS zijn belast met proeven om de groeisnelheid tijdens de mestperiode vast te stellen, toegang hebben tot de kwekerijen en worden bijgestaan bij de uitvoering van hun taken.

7.   Waar passend dienen de lidstaten uiterlijk op 15 mei van elk jaar bij de Commissie herziene beheersplannen voor de kweek in.

Artikel 16

Toezending van de jaarlijkse plannen

1.   Elke lidstaat met een quotum voor blauwvintonijn dient elk jaar uiterlijk op 31 januari de volgende plannen bij de Commissie in:

a)

het overeenkomstig artikel 11 vastgestelde jaarlijkse visserijplan voor de vangstvaartuigen en tonnara’s waarmee op blauwvintonijn wordt gevist in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee;

b)

het overeenkomstig artikel 13 opgestelde jaarlijkse beheersplan voor de vangstcapaciteit;

c)

het overeenkomstig artikel 14 opgestelde jaarlijkse inspectieplan, en

d)

het overeenkomstig artikel 15 opgestelde jaarlijkse beheersplan voor de kweek.

2.   De Commissie bundelt de in lid 1 bedoelde plannen en gebruikt ze voor het opstellen van een jaarlijks plan van de Unie. De Commissie zendt het jaarlijks plan van de Unie elk jaar uiterlijk op 15 februari toe aan het Iccat-secretariaat ter bespreking en goedkeuring door de Iccat.

3.   In het geval dat een lidstaat een in lid 1 bedoeld plan niet binnen de in dat lid vastgelegde termijn bij de Commissie indient, kan de Commissie besluiten het plan van de Unie aan het Iccat-secretariaat toe te zenden zonder de plannen van de betrokken lidstaat. Op verzoek van de betrokken lidstaat streeft de Commissie ernaar rekening te houden met één van de in lid 1 bedoelde plannen dat is ingediend na de in dat lid vastgelegde termijn, maar vóór de termijn die is vastgelegd in lid 2. Indien een door een lidstaat ingediend plan niet voldoet aan de bepalingen van deze verordening met betrekking tot de jaarlijkse visserij-, capaciteits-, inspectie- en kweekplannen of een ernstige fout bevat die ertoe kan leiden dat het jaarlijks plan van de Unie niet wordt goedgekeurd door de Iccat-commissie, kan de Commissie besluiten het jaarlijks plan van de Unie aan het Iccat-secretariaat toe te zenden zonder de plannen van de betrokken lidstaat. De Commissie brengt de betrokken lidstaat zo spoedig mogelijk op de hoogte en streeft ernaar eventuele door die lidstaat ingediende herziene plannen op te nemen in het jaarlijks plan van de Unie of in wijzigingen van het jaarlijks plan van de Unie, mits die herziene plannen voldoen aan de bepalingen van deze verordening met betrekking tot de jaarlijkse visserij-, capaciteits-, inspectie- en kweekplannen.

HOOFDSTUK III

Technische maatregelen

Artikel 17

Visseizoenen

1.   Ringzegenvaartuigen mogen van 26 mei tot en met 1 juli van elk jaar op blauwvintonijn vissen in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee.

2.   In afwijking van lid 1 van dit artikel mogen Cyprus en Griekenland in hun in artikel 11 bedoelde jaarlijkse visserijplannen bepalen dat ringzegenvaartuigen die onder hun vlag varen, van 15 mei tot en met 1 juli van elk jaar op blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Middellandse Zee (FAO-visgebieden 37.3.1 en 37.3.2) mogen vissen.

3.   In afwijking van lid 1 van dit artikel mag Kroatië in zijn in artikel 11 bedoelde jaarlijkse visserijplan bepalen dat ringzegenvaartuigen die onder zijn vlag varen, van 26 mei tot en met 15 juli van elk jaar voor kweekdoeleinden op blauwvintonijn in de Adriatische Zee (FAO-visgebied 37.2.1) mogen vissen.

4.   In afwijking van lid 1 mogen lidstaten die aan de Commissie het bewijs leveren dat bepaalde van hun ringzegenvaartuigen die in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee op blauwvintonijn vissen, vanwege de weersomstandigheden hun normale visdagen niet konden benutten in de loop van een jaar, besluiten dat voor afzonderlijke ringzegenvaartuigen die door die situatie getroffen zijn, het in lid 1 bedoelde visseizoen wordt verlengd met een overeenkomstig aantal verloren dagen, met een maximum van tien dagen. De inactiviteit van de betrokken vaartuigen, en in het geval van een gezamenlijke visactie, van alle daarbij betrokken vaartuigen, wordt naar behoren gestaafd met weerberichten en VMS-posities (volgsysteem voor vaartuigen, vessel monitoring system).

5.   Voor grote pelagische beugvisserijvaartuigen is de visserij op blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee toegestaan van 1 januari tot en met 31 mei.

6.   De lidstaten nemen in hun jaarlijkse visserijplannen visseizoenen op voor hun vloten, met uitzondering van ringzegenvaartuigen en grote pelagische beugvisserijvaartuigen.

Artikel 18

Aanlandingsverplichting

Dit hoofdstuk doet geen afbreuk aan artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013, met inbegrip van de toepasselijke afwijkingen daarvan.

Artikel 19

Minimuminstandhoudingsreferentiegrootte

1.   Het is verboden om blauwvintonijn, met inbegrip van als bijvangst of in de recreatievisserij gevangen blauwvintonijn, met een gewicht van minder dan 30 kg of met een vorklengte van minder dan 115 cm te vangen, aan boord houden, over te laden, over te hevelen, aan te landen, te vervoeren, op te slaan, te verkopen, uit te stallen of te koop aan te bieden.

2.   In afwijking van lid 1 geldt voor blauwvintonijn een minimuminstandhoudingsreferentiegrootte van 8 kg of 75 cm vorklengte wanneer het gaat om:

a)

blauwvintonijn die in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan door met de hengel of met de sleeplijn vissende vaartuigen is gevangen;

b)

blauwvintonijn die in de Middellandse Zee in het kader van de kleinschalige kustvisserij op verse vis is gevangen door met de hengel, de beug of de handlijn vissende vaartuigen, en

c)

blauwvintonijn die in de Adriatische Zee wordt gevangen voor kweekdoeleinden door vaartuigen die onder de vlag van Kroatië varen.

3.   Specifieke voorwaarden die van toepassing zijn op de in lid 2 bedoelde afwijking, zijn vastgelegd in bijlage I.

4.   De lidstaten geven een vismachtiging af aan vaartuigen die vissen onder de in de punten 2 en 3 van bijlage I bedoelde afwijkingen. De betrokken vaartuigen worden vermeld in de in artikel 26 bedoelde lijst van vangstvaartuigen.

5.   Vis kleiner dan de in dit artikel vastgelegde minimuminstandhoudingsreferentiegrootten die dood wordt teruggegooid, wordt in mindering gebracht op het quotum van de betrokken lidstaat.

Artikel 20

Incidentele vangsten onder de minimuminstandhoudingsreferentiegrootte

1.   In afwijking van artikel 19, lid 1, zijn incidentele vangsten van maximaal 5 % blauwvintonijn in aantal met een gewicht tussen 8 en 30 kg of met een vorklengte tussen 75 en 115 cm toegestaan voor alle vangstvaartuigen en tonnara’s die actief op blauwvintonijn vissen.

2.   Het in lid 1 genoemde percentage van 5 % wordt berekend op basis van de totale vangsten van blauwvintonijn die op enig moment na elke visserijactiviteit aan boord van een vaartuig of in de tonnara worden gehouden.

3.   Incidentele vangsten worden in mindering gebracht op het quotum van de voor de vangstvaartuigen of de tonnara verantwoordelijke lidstaat.

4.   Voor incidentele vangsten van blauwvintonijn onder de minimuminstandhoudingsreferentiegrootte gelden de artikelen 31, 33, 34 en 35.

Artikel 21

Bijvangsten

1.   Elke lidstaat voorziet in de mogelijkheid van bijvangst van blauwvintonijn binnen zijn quotum en deelt dat aan de Commissie mee bij de indiening van zijn visserijplan.

2.   Het niveau van de toegestane bijvangsten, dat niet meer bedraagt dan 20 % van de totale vangsten die aan het einde van elke visreis aan boord aanwezig zijn, en de methode die wordt gebruikt voor de berekening van die bijvangsten in verhouding tot de totale vangst aan boord, wordt duidelijk gedefinieerd in het in artikel 11 bedoelde jaarlijkse visserijplan. Het percentage bijvangsten mag worden berekend op basis van het gewicht of het aantal exemplaren. De berekening op basis van het aantal exemplaren is alleen van toepassing op tonijn en tonijnachtigen die onder het beheer van de Iccat vallen. De omvang van de toegestane bijvangsten voor kleinschalige kustvaartuigen mag op jaarbasis worden berekend.

3.   Alle bijvangsten van dode blauwvintonijn die aan boord worden gehouden of worden teruggegooid, worden in mindering gebracht op het quotum van de vlaggenlidstaat, en geregistreerd en gerapporteerd aan de Commissie, overeenkomstig de artikelen 31 en 32.

4.   Voor de lidstaten die geen blauwvintonijnquotum hebben, worden de betrokken bijvangsten in mindering gebracht op het specifieke quotum van de Unie voor bijvangst van blauwvintonijn dat is vastgesteld overeenkomstig artikel 43, lid 3, VWEU en artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1380/2013.

5.   Indien het aan een lidstaat toegewezen quotum volledig is opgebruikt, wordt geen vangst van blauwvintonijn door vaartuigen die onder zijn vlag varen, toegestaan en neemt die lidstaat de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de als bijvangst gevangen blauwvintonijn wordt vrijgelaten. Als het specifieke quotum van de Unie voor bijvangst van blauwvintonijn als vastgesteld overeenkomstig artikel 43, lid 3, VWEU en artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 is opgebruikt, is de vangst van blauwvintonijn niet toegestaan door vaartuigen die onder de vlag varen van lidstaten zonder quotum voor blauwvintonijn, en nemen die lidstaten de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de als bijvangst gevangen blauwvintonijn wordt vrijgelaten. In die gevallen worden de verwerking en het in de handel brengen van dode blauwvintonijn verboden en worden alle vangsten geregistreerd. De lidstaten verstrekken op jaarbasis informatie over dergelijke hoeveelheden bijvangsten van dode blauwvintonijn aan de Commissie, die die gegevens doorzendt aan het Iccat-secretariaat.

6.   Vaartuigen die niet actief op blauwvintonijn vissen, houden aan boord gehouden hoeveelheden blauwvintonijn duidelijk gescheiden van andere soorten, zodat de controleautoriteiten de naleving van dit artikel kunnen monitoren. Dergelijke bijvangsten kunnen op de markt worden gebracht voor zover zij vergezeld gaan van het eBCD.

Artikel 22

Gebruik van luchttuigen

Het is verboden luchttuigen, inclusief vliegtuigen, helikopters of onbemande luchtvaartuigen, te gebruiken om naar blauwvintonijn te zoeken.

HOOFDSTUK IV

Recreatievisserij

Artikel 23

Specifieke quota voor de recreatievisserij

1.   Elke lidstaat die een quotum voor blauwvintonijn heeft, reguleert de recreatievisserij door een specifiek quotum ten behoeve van recreatievisserij toe te wijzen. Eventuele dode blauwvintonijn wordt in aanmerking genomen bij een dergelijke toewijzing, inclusief in het kader van de vispraktijk van vangen en terugzetten. De lidstaten stellen de Commissie bij de indiening van hun visserijplannen in kennis van het aan de recreatievisserij toegewezen quotum.

2.   Vangsten van dode blauwvintonijn worden gerapporteerd en in mindering gebracht op het quotum van de lidstaat.

Artikel 24

Specifieke voorwaarden voor de recreatievisserij

1.   Elke lidstaat met een quotum voor blauwvintonijn dat is toegewezen aan recreatievisserij, reglementeert de recreatievisserij door vismachtigingen af te geven aan vaartuigen voor de recreatievisserij. Op verzoek van de Iccat stellen de lidstaten aan de Commissie de lijst beschikbaar van de recreatievaartuigen waaraan een vismachtiging is verleend voor de vangst van blauwvintonijn. De Commissie zendt die lijst door aan de Iccat. Die lijst bevat voor elk vaartuig de volgende informatie:

a)

naam van het vaartuig;

b)

registernummer;

c)

Iccat-registratienummer (indien van toepassing);

d)

vroegere naam of namen (indien van toepassing), en

e)

naam en adres van de eigenaar(s) en de exploitant(en).

2.   Het is in de recreatievisserij verboden om meer dan één blauwvintonijn per vaartuig per dag te vangen, aan boord te houden, over te laden of aan te landen.

3.   Het op de markt brengen van in het kader van de recreatievisserij gevangen blauwvintonijn is verboden.

4.   Elke lidstaat registreert vangstgegevens van de recreatievisserij, met inbegrip van het gewicht en indien mogelijk de lengte van elke blauwvintonijn die is gevangen in het kader van de recreatievisserij, en meldt de gegevens van het voorgaande jaar elk jaar uiterlijk op 30 juni aan de Commissie. De Commissie zendt die informatie door aan het Iccat-secretariaat.

5.   Elke lidstaat neemt de nodige maatregelen om blauwvintonijnen, en met name jonge tonijnen, die levend zijn gevangen in het kader van de recreatievisserij, zo veel mogelijk vrij te laten. Alle aangelande blauwvintonijn bevindt zich in gehele staat of is ontdaan van kieuwen en/of ingewanden.

Artikel 25

Vangen, merken en terugzetten

1.   In afwijking van artikel 23, lid 1, mogen lidstaten die “vangen en terugzetten” door uitsluitend vaartuigen voor de sportvisserij in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan toestaan, een beperkt aantal van die vaartuigen toestaan gericht te vissen op blauwvintonijn voor de doeleinden van “vangen, merken en terugzetten”, zonder dat daarvoor aan die vaartuigen een specifiek quotum hoeft te worden toegewezen. Die vaartuigen opereren in het kader van een wetenschappelijk project van een onderzoeksinstituut dat deel uitmaakt van een wetenschappelijk onderzoeksprogramma. De resultaten van het project worden meegedeeld aan de bevoegde autoriteiten van de vlaggenlidstaat.

2.   Vaartuigen die wetenschappelijk onderzoek verrichten in het kader van het Iccat-onderzoeksprogramma voor blauwvintonijn worden niet geacht de in lid 1 bedoelde activiteiten in het kader van “vangen, merken en terugzetten” te verrichten.

3.   Lidstaten die activiteiten in het kader van “vangen, merken en terugzetten” toestaan:

a)

dienen een beschrijving van die activiteiten en van de daarop toepasselijke maatregelen in als een integrerend deel van hun in de artikelen 12 en 15 bedoelde visserij- en inspectieplannen;

b)

monitoren nauwlettend de activiteiten van de betrokken vaartuigen om te waarborgen dat zij deze verordening naleven;

c)

waarborgen dat de verrichtingen voor het merken en terugzetten worden verricht door daartoe opgeleid personeel, teneinde een hoog overlevingspercentage van de exemplaren te garanderen, en

d)

dienen uiterlijk op 30 juni bij de Commissie een jaarlijks verslag over de verrichte wetenschappelijk activiteiten in; de Commissie zendt het verslag zestig dagen vóór de SCRS-vergadering van het volgende jaar door aan het Iccat-secretariaat.

4.   Elke blauwvintonijn die sterft tijdens activiteiten in het kader van “vangen, merken en terugzetten” wordt gerapporteerd en op het quotum van de vlaggenlidstaat in mindering gebracht.

HOOFDSTUK V

Controlemaatregelen

Afdeling 1

Lijsten en registers van vaartuigen en tonnara’s

Artikel 26

Lijsten en registers van vaartuigen

1.   De lidstaten dienen elk jaar één maand vóór het begin van de machtigingsperiode in het in de laatste versie van de Iccat-richtsnoeren voor de indiening van gegevens en informatie vastgelegde formaat de volgende vaartuiglijsten bij de Commissie in:

a)

een lijst van alle vangstvaartuigen die gemachtigd zijn om actief op blauwvintonijn te vissen, en

b)

een lijst van alle andere vissersvaartuigen die worden gebruikt voor de commerciële exploitatie van blauwvintonijnbestanden.

De Commissie zendt die informatie 15 dagen vóór het begin van de visserijactiviteit door aan het Iccat-secretariaat, zodat die vaartuigen in het Iccat-register van gemachtigde vaartuigen kunnen worden opgenomen en, indien van toepassing, in het Iccat-register van vaartuigen met een lengte over alles van 20 meter of meer die gemachtigd zijn om in het verdragsgebied te opereren.

2.   Een vissersvaartuig mag tijdens een kalenderjaar in beide in lid 1 bedoelde lijsten worden opgenomen, op voorwaarde dat het niet in beide lijsten tegelijk is opgenomen.

3.   De in lid 1, punten a) en b), bedoelde informatie over vaartuigen bevat de naam van het vaartuig en het nummer in het vlootregister van de Unie (CFR) zoals vastgelegd in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/218 van de Commissie (20).

4.   De Commissie aanvaardt geen retroactieve indiening van de in lid 1 bedoelde lijsten.

5.   Latere wijzigingen die in de loop van een kalenderjaar worden aangebracht in de in lid 1 bedoelde lijsten, worden slechts aanvaard indien een aangemeld vissersvaartuig om legitieme operationele redenen of vanwege overmacht niet aan de visserij kan deelnemen. De betrokken lidstaat brengt in dat geval de Commissie onmiddellijk op de hoogte, met opgave van:

a)

alle bijzonderheden over het vissersvaartuig dat/de vissersvaartuigen die dat vissersvaartuig zal/zullen vervangen, en

b)

een volledig overzicht van de reden voor de vervanging, alsook alle relevante ondersteunende bewijsstukken of referenties.

6.   Overeenkomstig artikel 7, lid 6, van Verordening (EU) 2017/2403 wijzigt de Commissie in de loop van het jaar indien nodig de in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie over vangstvaartuigen door geactualiseerde gegevens te verstrekken aan het Iccat-secretariaat.

Artikel 27

Vismachtigingen voor vaartuigen

1.   De lidstaten geven vismachtigingen af aan vaartuigen die zijn opgenomen in een van de in artikel 26, leden 1 en 5, bedoelde lijsten. Vismachtigingen bevatten ten minste de in bijlage VII vastgelegde informatie en worden afgegeven in het in die bijlage vastgelegde formaat. De lidstaten zien erop toe dat de in de vismachtiging opgenomen gegevens correct zijn en in overeenstemming zijn met deze verordening.

2.   Onverminderd artikel 21, lid 6, worden vissersvaartuigen van de Unie die niet in de in artikel 26, lid 1, bedoelde Iccat-registers zijn opgenomen, geacht niet te zijn gemachtigd om in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee blauwvintonijn te bevissen, aan boord te houden, over te laden, te vervoeren, over te hevelen, te verwerken of aan te landen.

3.   Wanneer het aan de vaartuigen toegewezen individuele quotum is opgebruikt, trekt de vlaggenlidstaat de aan een vaartuig afgegeven vismachtiging voor blauwvintonijn in en kan hij het vaartuig verzoeken zich onmiddellijk naar een door hem aangewezen haven te begeven.

Artikel 28

Lijsten en registers van voor de blauwvintonijnvisserij gemachtigde tonnara’s

1.   Als onderdeel van hun visserijplannen dient elke lidstaat bij de Commissie een lijst in van de tonnara’s met een machtiging om op blauwvintonijn te vissen in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee. De Commissie zendt die informatie door aan het Iccat-secretariaat, zodat die tonnara’s kunnen worden opgenomen in het Iccat-register van voor de blauwvintonijnvisserij gemachtigde tonnara’s.

2.   De lidstaten geven vismachtigingen af voor tonnara’s die zijn opgenomen in de in lid 1 bedoelde lijst. Vismachtigingen bevatten ten minste de in bijlage VII bedoelde informatie en maken gebruik van in het in die bijlage vastgelegde formaat. De lidstaten zien erop toe dat de in de vismachtiging opgenomen gegevens correct zijn en in overeenstemming met deze verordening.

3.   Tonnara’s van de Unie die niet zijn opgenomen in het Iccat-register van tonnara’s die gemachtigd zijn om op blauwvintonijn te vissen, worden niet geacht te zijn gemachtigd om op blauwvintonijn te vissen in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee. Het is verboden door die tonnara’s gevangen blauwvintonijn aan boord te hebben, over te hevelen, te kooien of aan te landen.

4.   De vlaggenlidstaat trekt de aan tonnara’s afgegeven vismachtiging voor blauwvintonijn in op het moment dat het aan die tonnara’s toegewezen quotum wordt geacht te zijn opgebruikt.

Artikel 29

Informatie over visserijactiviteiten

1.   Elke lidstaat dient bij de Commissie elk jaar uiterlijk op 15 juli gedetailleerde informatie in over de blauwvintonijnvangsten in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee in het voorgaande jaar. De Commissie zendt die informatie elk jaar uiterlijk op 31 juli door aan het Iccat-secretariaat. Die informatie omvat:

a)

de naam en het Iccat-nummer van elk vangstvaartuig;

b)

de geldigheidsduur van de machtiging(en) voor elk vangstvaartuig;

c)

de totale vangsten van elk vangstvaartuig, inclusief nulvangsten, gedurende de hele geldigheidsduur van de machtiging(en);

d)

het totale aantal dagen dat elk vangstvaartuig in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee gedurende de hele geldigheidsduur van de machtiging(en) heeft gevist, en

e)

de totale vangst buiten de machtigingsperiode (bijvangst).

2.   De lidstaten dienen de volgende informatie in bij de Commissie voor onder hun vlag varende vissersvaartuigen die niet waren gemachtigd om actief op blauwvintonijn te vissen in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee, maar die blauwvintonijn als bijvangst hebben gevangen:

a)

de naam en het Iccat-nummer of, indien het vaartuig niet bij de Iccat is geregistreerd, het nationale registratienummer van het vaartuig, en

b)

de totale blauwvintonijnvangsten.

3.   De lidstaten delen de Commissie alle informatie mee over niet onder de leden 1 en 2 vallende vaartuigen die zeker of vermoedelijk op blauwvintonijn hebben gevist in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee. De Commissie zendt die informatie door aan het Iccat-secretariaat zodra die informatie beschikbaar is.

Artikel 30

Gezamenlijke visacties

1.   Een gezamenlijke visactie voor blauwvintonijn wordt alleen toegestaan indien de deelnemende vaartuigen zijn gemachtigd door de vlaggenlidstaat/vlaggenlidstaten. Om te worden gemachtigd, wordt elk ringzegenvaartuig verplicht te zijn uitgerust om op blauwvintonijn te vissen, een individueel quotum te hebben en de in artikel 32 vastgelegde rapportageverplichtingen na te leven.

2.   Het aan een gezamenlijke visactie toegewezen quotum is gelijk aan het totaal van de aan de deelnemende ringzegenvaartuigen toegewezen quota.

3.   Ringzegenvaartuigen van de Unie verrichten geen gezamenlijke visacties met ringzegenvaartuigen van andere CPC’s.

4.   Het aanvraagformulier voor de machtiging om aan een gezamenlijke visactie deel te nemen is opgenomen in bijlage IV. Elke lidstaat neemt de nodige maatregelen om van zijn aan een gezamenlijke visactie deelnemende ringzegenvaartuigen de volgende informatie te verkrijgen:

a)

de aangevraagde machtigingsperiode van de gezamenlijke visactie;

b)

de identiteit van de betrokken exploitanten;

c)

de quota van de individuele vaartuigen;

d)

de sleutel voor de verdeling van de betrokken vangsten tussen de vissersvaartuigen, en

e)

informatie over de kwekerijen van bestemming.

5.   Ten minste tien dagen vóór het begin van de gezamenlijke visactie dient elke lidstaat de in lid 4 bedoelde informatie in bij de Commissie in het in bijlage IV vastgelegde formaat. De Commissie zendt die informatie ten minste vijf dagen vóór het begin van de visactie door aan het Iccat-secretariaat en aan de vlaggenlidstaat van de andere vissersvaartuigen die aan de gezamenlijke visactie deelnemen.

6.   In geval van overmacht zijn de in lid 5 vastgelegde termijnen niet van toepassing op de informatie over de kwekerijen van bestemming. In zulke gevallen dienen de lidstaten zo snel mogelijk een actualisering van die informatie in bij de Commissie, samen met een beschrijving van de gebeurtenissen waardoor sprake is van overmacht. De Commissie zendt die informatie door aan het Iccat-secretariaat.

Afdeling 2

Vangstregistratie

Artikel 31

Registratievoorschriften

1.   Kapiteins van vangstvaartuigen van de Unie houden een visserijlogboek van hun activiteiten bij overeenkomstig de artikelen 14, 15, 23 en 24 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 en van afdeling A van bijlage II bij deze verordening.

2.   Kapiteins van sleepvaartuigen, hulpvaartuigen en verwerkingsvaartuigen van de Unie registreren hun activiteiten overeenkomstig de vereisten van de afdelingen B, C en D van bijlage II.

Artikel 32

Vangstrapporten door kapiteins en exploitanten van tonnara’s

1.   Kapiteins van actief vissende vangstvaartuigen van de Unie verzenden hun dagelijkse vangstaangiften aan hun vlaggenlidstaat gedurende de gehele periode waarin zij gemachtigd zijn om op blauwvintonijn te vissen. Die aangiften zijn niet verplicht voor vaartuigen in de haven, behalve als zij betrokken zijn bij een gezamenlijke visactie. De gegevens in de aangiften worden overgenomen uit de logboeken en omvatten de datum, het tijdstip, de locatie (lengte- en breedtegraad) en het gewicht en het aantal exemplaren van de in het verdragsgebied gevangen blauwvintonijnen, inclusief vrijlatingen en teruggooi van dode vis. De kapiteins verzenden de aangiften volgens het model in bijlage III of in een door de lidstaat voorgeschreven formaat.

2.   Kapiteins van ringzegenvaartuigen stellen voor elke visserijactiviteit de in lid 1 bedoelde dagelijkse vangstaangiften op, ook in geval van nulvangsten. De aangiften met betrekking tot de voorgaande dag worden uiterlijk om 9.00 uur GMT door de kapitein van het vaartuig of de gemachtigde vertegenwoordigers van de kapitein aan zijn vlaggenlidstaat verzonden.

3.   Exploitanten van tonnara’s die actief op blauwvintonijn vissen of hun gemachtigde vertegenwoordigers stellen dagelijkse aangiften op en verzenden die binnen elke 48 uur aan hun vlaggenlidstaat gedurende de gehele periode waarin zij gemachtigd zijn om op blauwvintonijn te vissen. Die aangiften bevatten het Iccat-registratienummer van de tonnara, de datum en het tijdstip van de vangst, het gewicht en het aantal exemplaren van de gevangen blauwvintonijnen, met inbegrip van nulvangsten, vrijlatingen en teruggooi van dode vis. Zij verzenden die informatie in het in bijlage III vastgelegde formaat.

4.   Kapiteins van andere vangstvaartuigen dan ringzegenvaartuigen zenden aan hun vlaggenlidstaat uiterlijk op dinsdag 12.00 uur GMT de in lid 1 bedoelde aangiften voor de voorgaande, op zondag eindigende week toe.

Afdeling 3

Aanlandingen en overladingen

Artikel 33

Aangewezen haven

1.   Elke lidstaat waaraan een quotum voor blauwvintonijn is toegewezen, wijst havens aan waar verrichtingen voor het aanlanden of overladen van blauwvintonijn zijn toegestaan. De informatie over aangewezen havens wordt opgenomen in het in artikel 11 bedoelde jaarlijkse visserijplan. De lidstaten stellen de Commissie onverwijld in kennis van elke wijziging van de informatie over aangewezen havens. De Commissie deelt die informatie onverwijld mee aan het Iccat-secretariaat.

2.   De havenlidstaat mag een haven slechts als aangewezen haven aanmerken indien hij waarborgt dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

vaststaande tijdstippen van aanlanding en van overlading;

b)

vaststaande plaatsen van aanlanding en van overlading, en

c)

vaste inspectie- en bewakingsprocedures die waarborgen dat tijdens alle tijdstippen van aanlanding en overlading en op alle plaatsen van aanlanding en overlading inspecties worden verricht overeenkomstig artikel 35.

3.   In het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee gevangen blauwvintonijn mag door vangstvaartuigen, alsook door verwerkingsvaartuigen en hulpvaartuigen, uitsluitend worden aangeland en overgeladen in door CPC’s en lidstaten aangewezen havens. Dode blauwvintonijn die is geoogst uit een tonnara of kooi mag bij wijze van uitzondering door een hulpvaartuig naar een verwerkingsvaartuig worden vervoerd, voor zover dat vervoer gebeurt in aanwezigheid van de controleautoriteit.

Artikel 34

Voorafgaande kennisgeving van aanlandingen

1.   Artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 geldt voor kapiteins van vissersvaartuigen van de Unie met een lengte over alles van minstens 12 meter die voorkomen op de in artikel 26 bedoelde lijst van vaartuigen. De voorafgaande kennisgeving uit hoofde van artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 wordt toegezonden aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat (en van de vlaggenlidstaat) of de CPC waarvan zij de havens of aanlandingsvoorzieningen wensen te gebruiken.

2.   Ten minste vier uur vóór de verwachte tijd van aankomst in de haven stellen de kapiteins van vissersvaartuigen van de Unie met een lengte over alles van minder dan 12 meter, met inbegrip van verwerkingsvaartuigen en hulpvaartuigen, die zijn opgenomen in de in artikel 26 bedoelde lijst van vaartuigen, of de vertegenwoordigers van dergelijke vaartuigen, de bevoegde autoriteit van de lidstaat (en van de vlaggenlidstaat) of de CPC waarvan zij de havens of aanlandingsvoorzieningen wensen te gebruiken, in kennis van ten minste de volgende informatie:

a)

de verwachte tijd van aankomst;

b)

de geraamde hoeveelheid aan boord gehouden blauwvintonijn;

c)

informatie betreffende het geografische gebied waar de vangsten zijn gedaan;

d)

het externe identificatienummer en de naam van de vissersvaartuigen.

3.   Indien de lidstaten krachtens het toepasselijke Unierecht gemachtigd zijn een kortere kennisgevingsperiode toe te passen dan de periode van vier uur vóór de verwachte tijd van aankomst, kan de geraamde hoeveelheid aan boord gehouden blauwvintonijn worden gemeld op het toepasselijke tijdstip van kennisgeving vóór aankomst. Als de visgronden zich op minder dan vier uur van de haven bevinden, kan de geraamde hoeveelheid aan boord gehouden blauwvintonijn te allen tijde worden gewijzigd vóór aankomst.

4.   De autoriteiten van de havenlidstaat houden een register bij van alle tijdens het lopende jaar gedane voorafgaande kennisgevingen.

5.   Alle aanlandingen in de Unie worden gecontroleerd door de bevoegde controleautoriteiten van de havenlidstaat en een percentage daarvan wordt geïnspecteerd op basis van een risicobeoordelingssysteem waarbij quota, omvang van de vloot en visserijinspanning in aanmerking worden genomen. Alle details van dergelijk door elke lidstaat vastgestelde controlesysteem worden opgenomen in het in artikel 14 bedoelde jaarlijkse inspectieplan.

6.   Kapiteins van vangstvaartuigen van de Unie dienen, ongeacht de lengte over alles van het vaartuig, binnen 48 uur nadat de aanlanding is voltooid, een aangifte van aanlanding in bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat of CPC waar de aanlanding plaatsvindt en bij zijn vlaggenlidstaat. De kapitein van het vangstvaartuig van de Unie is verantwoordelijk voor, en certificeert, de volledigheid en juistheid van de aangifte. De aangifte van aanlanding vermeldt ten minste de aangelande hoeveelheden blauwvintonijn en het gebied waar die zijn gevangen. Alle aangelande vangsten worden gewogen. De havenlidstaat zendt 48 uur nadat de aanlanding is voltooid een aanlandingsrapport toe aan de vlaggenlidstaat of CPC.

Artikel 35

Overladingen

1.   Het is vissersvaartuigen van de Unie en vaartuigen van derde landen in wateren van de Unie onder alle omstandigheden verboden om blauwvintonijn op zee over te laden.

2.   Onverminderd artikel 52, leden 2 en 3, artikel 54 en artikel 57 van Verordening (EU) 2017/2107 mogen vissersvaartuigen blauwvintonijnvangsten enkel overladen in aangewezen havens als bedoeld in artikel 33 van deze verordening.

3.   De kapitein van het ontvangende vissersvaartuig, of de vertegenwoordiger van de kapitein, verstrekt de betrokken autoriteiten van de havenstaat ten minste 72 uur vóór de verwachte tijd van aankomst in de haven de informatie in het in bijlage V vastgelegde model voor de aangifte van overlading. Voor elke overlading is voorafgaande machtiging van de vlaggenlidstaat of vlaggen-CPC van het betrokken overladende vissersvaartuig vereist. Voorts stelt de kapitein van het overladende vaartuig, ten tijde van de overlading, zijn vlaggenlidstaat of vlaggen-CPC in kennis van de uit hoofde van bijlage V vereiste datums.

4.   De havenlidstaat inspecteert het ontvangende vaartuig bij aankomst en controleert de hoeveelheden en de documentatie in verband met de overladingsverrichting.

5.   Kapiteins van vissersvaartuigen van de Unie die betrokken zijn bij overladingsverrichtingen vullen de Iccat-overladingsaangifte in en zenden ze binnen 15 dagen na de voltooiing van de overlading toe aan hun vlaggenlidstaat. De kapiteins van de overladende vissersvaartuigen vullen de Iccat-overladingsaangifte in overeenkomstig bijlage V. De aangifte van overlading bevat het referentienummer van het eBCD om kruiscontroles van de daarin opgenomen gegevens te vergemakkelijken.

6.   De havenlidstaat zendt binnen vijf dagen na de voltooiing van de overlading een rapport van de overlading toe aan de autoriteit van de vlaggenlidstaat of vlaggen-CPC van het overladende vissersvaartuig.

7.   Alle overladingen worden geïnspecteerd door de bevoegde autoriteiten van de aangewezen havenlidstaten.

Afdeling 4

Rapportageverplichtingen

Artikel 36

Wekelijkse rapporten inzake hoeveelheden

Elke lidstaat dient wekelijkse vangstrapporten in bij de Commissie. Die rapporten bevatten de krachtens artikel 32 vereiste gegevens met betrekking tot tonnara’s, ringzegenvaartuigen en andere vangstvaartuigen. De gegevens worden verstrekt per vistuigtype. De Commissie zendt die informatie onverwijld door aan het Iccat-secretariaat.

Artikel 37

Informatie over het opgebruiken van het quotum

1.   Elke lidstaat leeft artikel 34 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 na en deelt daarnaast aan de Commissie mee wanneer het quotum dat is toegewezen aan een vistuiggroep wordt geacht voor 80 % te zijn opgebruikt.

2.   Elke lidstaat leeft artikel 35 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 na en deelt daarnaast aan de Commissie mee wanneer het quotum dat is toegewezen aan een vistuiggroep, of aan een gezamenlijke visactie, of aan een ringzegenvaartuig, wordt geacht te zijn opgebruikt. Die informatie gaat vergezeld van officiële stukken waaruit blijkt dat de lidstaat een visserijstop heeft afgekondigd of een oproep tot terugkeer naar de haven heeft gedaan voor de vloot, de vistuiggroep, de gezamenlijke visactie of de vaartuigen met een individueel quotum, en waarin duidelijk de datum en het tijdstip van de sluiting worden vermeld.

3.   De Commissie stelt het Iccat-secretariaat in kennis van de datums waarop het quotum van de Unie voor blauwvintonijn is opgebruikt.

Afdeling 5

Waarnemersprogramma’s

Artikel 38

Nationaal waarnemersprogramma

1.   Elke lidstaat zorgt ervoor dat met de inzet van nationale waarnemers, aan wie een officieel identificatiedocument wordt verstrekt, op visvaartuigen en bij tonnara’s die actief zijn in de blauwvintonijnvisserij ten minste de volgende dekkingsgraad wordt bereikt:

a)

20 % van zijn actieve pelagische trawlers (met een lengte van meer dan 15 meter);

b)

20 % van zijn actieve beugvisserijvaartuigen (met een lengte van meer dan 15 meter);

c)

20 % van zijn actieve met de hengel vissende vaartuigen (met een lengte van meer dan 15 meter);

d)

100 % van de sleepvaartuigen;

e)

100 % van de oogstverrichtingen van tonnara’s.

Lidstaten met minder dan vijf vangstvaartuigen van de in de eerste alinea, punten a), b) en c), vermelde categorieën die gemachtigd zijn om actief op blauwvintonijn te vissen, zorgen ervoor dat ten minste 20 % van de tijd gedurende welke de vaartuigen actief zijn in de blauwvintonijnvisserij door de inzet van nationale waarnemers wordt gedekt.

2.   De taken van de nationale waarnemers bestaan met name in het volgende:

a)

monitoren van de naleving van deze verordening door vissersvaartuigen en tonnara’s;

b)

registreren en rapporteren van de visserijactiviteit, met inbegrip van het volgende:

i)

de gevangen hoeveelheid (inclusief bijvangst), en de toestand van de vangst (aan boord gehouden of dood of levend teruggegooid);

ii)

vangstgebied (lengte- en breedtegraad);

iii)

omvang van de inspanning (bijvoorbeeld aantal trekken, aantal haken), zoals gedefinieerd in de Iccat-handleiding voor verschillende vistuigtypes;

iv)

datum van de vangst;

c)

verifiëren van de in het logboek vermelde gegevens;

d)

observeren en registreren van vaartuigen die potentieel vissen op een wijze die indruist tegen de Iccat-instandhoudingsmaatregelen.

3.   Naast de in lid 2 bedoelde taken verrichten nationale waarnemers wetenschappelijke werkzaamheden, met inbegrip van het verzamelen van de nodige gegevens op basis van de richtsnoeren van het SCRS.

4.   In het kader van het waarnemersprogramma van elke lidstaat verzamelde gegevens en informatie worden aan de Commissie verstrekt. De Commissie zendt die gegevens en informatie door aan het SCRS of aan het Iccat-secretariaat, naargelang van het geval.

5.   Voor de toepassing van de leden 1, 2 en 3 zorgt elke lidstaat voor:

a)

een representatieve dekking in tijd en ruimte, teneinde de Commissie te voorzien van adequate en nuttige gegevens en informatie over de vangst, de inspanning en andere wetenschappelijke en beheersaspecten, met inachtneming van de kenmerken van de betrokken vloot en visserij;

b)

degelijke protocollen voor gegevensverzameling;

c)

een degelijke opleiding en erkenning van waarnemers alvorens zij worden ingezet;

d)

voor zover doenbaar, een minimale verstoring van de werkzaamheden van de vaartuigen en tonnara’s die in het verdragsgebied actief zijn.

Artikel 39

Regionaal waarnemersprogramma van de Iccat

1.   De lidstaten zorgen voor de doeltreffende uitvoering van het regionale waarnemersprogramma van de Iccat zoals vastgelegd in dit artikel en in bijlage VIII.

2.   De lidstaten zorgen ervoor dat er een regionale Iccat-waarnemer aanwezig is:

a)

op alle ringzegenvaartuigen die gemachtigd zijn om op blauwvintonijn te vissen;

b)

bij alle overhevelingen van blauwvintonijn uit ringzegenvaartuigen;

c)

bij alle overhevelingen van blauwvintonijn uit tonnara’s naar transportkooien;

d)

bij alle overhevelingen van blauwvintonijn uit één kwekerij naar een andere kwekerij;

e)

bij alle verrichtingen voor het kooien van blauwvintonijn in kwekerijen;

f)

bij alle verrichtingen voor het oogsten van blauwvintonijn in kwekerijen, en

g)

tijdens de vrijlating van blauwvintonijn uit kweekkooien in zee.

3.   Ringzegenvaartuigen waarop geen regionale Iccat-waarnemer aanwezig is, worden niet gemachtigd om op blauwvintonijn te vissen.

4.   De lidstaten zorgen ervoor dat aan elke kwekerij voor de gehele periode van kooiverrichtingen één regionale Iccat-waarnemer wordt toegewezen. In geval van overmacht, en nadat de lidstaat van de kwekerij de als overmacht aangemerkte omstandigheden heeft bevestigd, mag een regionale Iccat-waarnemer door meer dan één kwekerij worden gedeeld om de continuïteit van de kweekverrichtingen te waarborgen, mits de waarnemerstaken gegarandeerd naar behoren worden uitgevoerd. De voor de kwekerijen verantwoordelijke lidstaat verzoekt echter onmiddellijk om de inzet van een extra regionale waarnemer.

5.   De taken van de regionale Iccat-waarnemers behelzen met name het volgende:

a)

observeren en monitoren van de visserij- en kweekverrichtingen in overeenstemming met de desbetreffende instandhoudings- en beheersmaatregelen van de Iccat, waaronder door toegang tot beelden van stereoscopische camera’s op het ogenblik van het kooien zodat de lengte kan worden gemeten en het overeenkomstige gewicht kan worden geraamd;

b)

ondertekenen van de Iccat-overhevelingsaangiften en BCD’s wanneer de daarin vervatte informatie overeenstemt met hun eigen waarnemingen. Als dat niet het geval is, vermeldt de regionale Iccat-waarnemer op de Iccat-overhevelingsaangiften en de BCD’s zijn of haar aanwezigheid en de redenen voor het gebrek aan overeenstemming, met specifieke opgave van de regel(s) of procedure(s) die niet in acht is (zijn) genomen;

c)

verrichten van wetenschappelijke werkzaamheden, met inbegrip van het nemen van monsters, op basis van de richtsnoeren van het SCRS.

6.   Regionale waarnemers worden tijdens de uitvoering van hun taken niet gehinderd, geïntimideerd of op enigerlei wijze beïnvloed door kapiteins, bemanningsleden en exploitanten van tonnara’s en vaartuigen.

Afdeling 6

Overhevelingsverrichtingen

Artikel 40

Overhevelingstoestemming

1.   Vóór elke overhevelingsverrichting wordt door de kapitein van het vangst- of sleepvaartuig, of door de vertegenwoordigers van de kapitein, of door de exploitant van de kwekerij of tonnara waaruit wordt overgeheveld, een voorafgaande kennisgeving van overheveling aan de vlaggenlidstaat, of aan de voor de kwekerij of tonnara verantwoordelijke lidstaat, toegezonden met:

a)

de naam van het vangstvaartuig of de kwekerij of de tonnara en het Iccat-registernummer ervan;

b)

het verwachte tijdstip van overheveling;

c)

de geraamde hoeveelheid over te hevelen blauwvintonijn;

d)

informatie over de positie (lengte- en breedtegraad) waar de overheveling zal plaatsvinden en de identificatienummers van de kooien;

e)

de naam van het sleepvaartuig, het aantal gesleepte kooien en waar passend, het Iccat-registernummer, en

f)

de haven, de kwekerij of de kooi van bestemming van de blauwvintonijn.

2.   Voor de toepassing van lid 1 kennen de lidstaten aan elke transportkooi een uniek nummer toe. Indien bij de overheveling van een vangst die met één visactie overeenkomt meerdere kooien nodig zijn, is slechts één Iccat-overhevelingsaangifte vereist, maar worden de nummers van elke gebruikte transportkooi in de Iccat-overhevelingsaangifte geregistreerd, met een duidelijke vermelding van de in elke kooi vervoerde hoeveelheid blauwvintonijn.

3.   De kooinummers worden toegekend aan de hand van een uniek nummeringsysteem dat bestaat uit ten minste de drielettercode van de lidstaat van de kwekerij gevolgd door drie cijfers. De unieke kooinummers zijn permanent en zijn niet overdraagbaar van één kooi naar een andere kooi.

4.   Aan de kapitein van het vissersvaartuig, of, naargelang van het geval, aan de exploitant van de tonnara of kwekerij, wordt door de lidstaat waaraan op grond van lid 1 een kennisgeving van overheveling werd toegezonden, voor elke overhevelingsverrichting een toestemmingsnummer toegekend en meegedeeld. Het machtigingsnummer omvat de drielettercode van de lidstaat, vier cijfers voor het jaar en drie letters die aangeven of toestemming is verleend (AUT) of geweigerd (NEG), gevolgd door een volgnummer.

5.   De in lid 1 bedoelde lidstaat verleent of weigert de toestemming voor de overheveling binnen 48 uur na de indiening van de voorafgaande kennisgeving van overheveling. De overhevelingsverrichting begint pas nadat daarvoor toestemming is gegeven.

6.   De overhevelingstoestemming laat de bevestiging van de kooiverrichting onverlet.

Artikel 41

Weigering van de overhevelingstoestemming, en vrijlating van blauwvintonijn

1.   De lidstaat waaraan op grond van artikel 40, lid 1, een voorafgaande kennisgeving van overheveling werd toegezonden, weigert de overheveling wanneer hij na ontvangst van de voorafgaande overhevelingskennisgeving van oordeel is dat:

a)

het vangstvaartuig dat of de tonnara die volgens de aangifte de vis heeft gevangen, niet over een toereikend quotum beschikte;

b)

de hoeveelheid vis niet naar behoren door het vangstvaartuig of de tonnara is gemeld, of voor die hoeveelheid geen toestemming om te kooien is gegeven;

c)

het vangstvaartuig dat volgens de aangifte de vis heeft gevangen, niet beschikte over een geldige, overeenkomstig artikel 27 afgegeven machtiging om op blauwvintonijn te vissen, of

d)

het sleepvaartuig dat volgens de aangifte de overheveling zou ontvangen, niet in het in artikel 26 bedoelde Iccat-register van andere vissersvaartuigen is geregistreerd, of niet is uitgerust met een volledig functionerend VMS of gelijkwaardig traceersysteem.

2.   Indien de lidstaat waaraan op grond van artikel 40, lid 1, een kennisgeving van overheveling werd toegezonden, de overheveling weigert, vaardigt hij onmiddellijk een vrijlatingsbevel uit aan, naargelang van het geval, de kapitein van het vangst- of sleepvaartuig of de exploitant van de tonnara of kwekerij, om hen ervan in kennis te stellen dat de overheveling niet wordt toegestaan en hen op te dragen de vis vrij te laten in zee overeenkomstig bijlage XII.

3.   In het geval van een technisch mankement van zijn VMS tijdens het vervoer naar de kwekerij wordt het sleepvaartuig vervangen door een ander sleepvaartuig met een volledig functionerend VMS, of wordt een nieuw, operationeel VMS geïnstalleerd of gebruikt, en wel zo snel mogelijk en uiterlijk binnen 72 uur na dat technisch mankement. Die periode van 72 uur mag uitzonderlijk worden verlengd in geval van overmacht of gerechtvaardigde operationele beperkingen. Het technische mankement wordt onmiddellijk ter kennis gebracht van de Commissie, die het Iccat-secretariaat op de hoogte brengt. Vanaf het moment waarop het technische mankement is vastgesteld totdat het is verholpen, deelt de kapitein of de vertegenwoordiger van de kapitein door middel van passende telecommunicatiemiddelen om de vier uur aan de controleautoriteiten van de vlaggenlidstaat de geactualiseerde geografische coördinaten van het vissersvaartuig mee.

Artikel 42

Iccat-overhevelingsaangifte (ICCAT transfer declaration — ITD)

1.   De kapiteins van de vangst- of sleepvaartuigen of de exploitanten van de kwekerij of tonnara vullen na de overhevelingsverrichting de Iccat-overhevelingsaangifte in en zenden die door aan de verantwoordelijke lidstaat, overeenkomstig het in bijlage VI vastgelegde formaat.

2.   De Iccat-overhevelingsaangifteformulieren worden genummerd door de autoriteiten van de lidstaat die verantwoordelijk is voor het vissersvaartuig, de kwekerij of de tonnara waaruit wordt overgeheveld. Het nummer van het Iccat-overhevelingsaangifteformulier bevat de drielettercode van de lidstaat, gevolgd door vier cijfers voor het jaar en een uit drie cijfers bestaand volgnummer, gevolgd door de drie letters “ITD” (LS-20**/xxx/ITD).

3.   De overgehevelde vis gaat vergezeld van het origineel van de Iccat-overhevelingsaangifte. Het vangstvaartuig of de tonnara en de sleepvaartuigen bewaren een kopie van de aangifte.

4.   Kapiteins van vaartuigen die overhevelingsverrichtingen uitvoeren, rapporteren hun activiteiten overeenkomstig bijlage II.

5.   Informatie over dode vis wordt geregistreerd overeenkomstig de in bijlage XIII vastgelegde procedures.

Artikel 43

Monitoring met behulp van een videocamera

1.   De kapitein van het vangst- of sleepvaartuig of de exploitant van de kwekerij of tonnara zorgt ervoor dat de overheveling wordt gemonitord met behulp van een videocamera in het water om het aantal overgehevelde vissen te verifiëren. De video-opname wordt gemaakt overeenkomstig de in bijlage X vastgelegde minimumnormen en procedures.

2.   Wanneer het SCRS de Commissie verzoekt kopieën van de video-opnamen te verstrekken, verstrekken de lidstaten die kopieën aan de Commissie, die ze doorzendt aan het SCRS.

Artikel 44

Verificatie door regionale Iccat-waarnemers en uitvoering van onderzoeken

1.   Regionale Iccat-waarnemers aan boord van het vangstvaartuig en de tonnara, als bedoeld in artikel 39 en bijlage VIII:

a)

registreren en rapporteren de uitgevoerde overhevelingsactiviteiten;

b)

observeren en ramen de overgehevelde vangsten, en

c)

verifiëren de vermeldingen in de voorafgaande overhevelingstoestemming, als bedoeld in artikel 40, en in de Iccat-overhevelingsaangifte, als bedoeld in artikel 42.

2.   In gevallen waarin er een verschil van meer dan 10 % wat betreft het aantal exemplaren blauwvintonijn bestaat tussen de ramingen ofwel door de regionale waarnemer, de relevante controleautoriteiten of de kapitein van het vangst- of sleepvaartuig, ofwel door de exploitant van de tonnara of kwekerij, leidt de verantwoordelijke lidstaat een onderzoek in. Een dergelijk onderzoek wordt afgerond vóór het tijdstip van het kooien in de kwekerij en in elk geval binnen 96 uur nadat het onderzoek is ingeleid, behalve in gevallen van overmacht. Zolang de resultaten van dat onderzoek niet bekend zijn, is kooien niet toegestaan en wordt de desbetreffende rubriek van het BCD niet gevalideerd.

3.   In gevallen waarin de kwaliteit of duidelijkheid van de video-opname ontoereikend is om de overgehevelde hoeveelheden te ramen, mag de kapitein van het vaartuig of de exploitant van de kwekerij of tonnara de autoriteiten van de bevoegde lidstaten toestemming vragen om een nieuwe overhevelingsverrichting uit te voeren en de video-opname daarvan aan de regionale waarnemer te verstrekken. Indien die vrijwillige controleoverheveling geen bevredigende resultaten oplevert, leidt de verantwoordelijke lidstaat een onderzoek in. Indien uit dat onderzoek blijkt dat de video-opname van onvoldoende kwaliteit of helderheid is om de bij de overheveling betrokken hoeveelheden te ramen, gelasten de controleautoriteiten van de verantwoordelijke lidstaat nog een controleoverhevelingsverrichting en verstrekken zij de video-opname daarvan aan de regionale Iccat-waarnemer. Nieuwe overhevelingen worden als controleoverhevelingen verricht totdat de kwaliteit van de video-opname het mogelijk maakt de overgehevelde hoeveelheden te ramen.

4.   Onverminderd de door de inspecteurs verrichte verificaties, ondertekenen de regionale Iccat-waarnemers de Iccat-overhevelingsaangifte enkel wanneer hun waarnemingen in overeenstemming zijn met de instandhoudings- en beheersmaatregelen van de Iccat en de in de Iccat-overhevelingsaangifte vervatte informatie in overeenstemming is met hun waarnemingen en een deugdelijke video-opname overeenkomstig de leden 1, 2 en 3 omvat. De Iccat-waarnemers verifiëren ook dat de Iccat-overhevelingsaangifte wordt doorgezonden aan de kapitein van het sleepvaartuig of de exploitant van de kwekerij of de verantwoordelijke van de tonnara, indien van toepassing. Indien de Iccat-waarnemers niet akkoord gaan met de Iccat-overhevelingsaangifte, vermelden zij op de Iccat-overhevelingsaangiften en BCD’s hun aanwezigheid en de redenen voor het gebrek aan overeenstemming, met specifieke opgave van de regel(s) of procedure(s) die niet in acht zijn genomen.

5.   De kapitein van de vangst- of sleepvaartuigen of de exploitanten van de kwekerij of tonnara vullen na de overhevelingsverrichting de Iccat-overhevelingsaangifte in en zenden die door aan de verantwoordelijke lidstaat, overeenkomstig het in bijlage VI vastgelegde formaat. De lidstaten zenden de Iccat-overhevelingsaangifte door aan de Commissie.

Artikel 45

Uitvoeringshandelingen

De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen met operationele procedures voor de toepassing van deze afdeling. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 68 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Afdeling 7

Kooiverrichtingen

Artikel 46

Toestemming om te kooien en mogelijke weigering van toestemming

1.   Vóór het begin van kooiverrichtingen voor elke transportkooi is het verboden transportkooien te verankeren binnen 0,5 zeemijl van kweekvoorzieningen. Daartoe worden in de in artikel 15 bedoelde beheersplannen voor de kweek de geografische coördinaten opgenomen die overeenkomen met de veelhoek waarbinnen de kwekerij zich bevindt.

2.   Vóór elke kooiverrichting vraagt de voor de kwekerij verantwoordelijke lidstaat toestemming om te kooien aan de lidstaat of CPC die verantwoordelijk is voor het vangstvaartuig of de tonnara waarmee de te kooien blauwvintonijn is gevangen.

3.   De bevoegde autoriteit van de voor het vangstvaartuig of de tonnara verantwoordelijke lidstaat weigert de toestemming om te kooien indien zij van oordeel is dat:

a)

het vangstvaartuig dat, of de tonnara die, de vis heeft gevangen, geen toereikend quotum voor blauwvintonijn had;

b)

de hoeveelheid vis niet naar behoren door het vangstvaartuig of de tonnara is gemeld, of

c)

het vangstvaartuig dat, of de tonnara die, volgens de aangifte de vis heeft gevangen, niet beschikt over een geldige, overeenkomstig artikel 27 afgegeven, machtiging om op blauwvintonijn te vissen.

4.   Indien de voor het vangstvaartuig of de tonnara verantwoordelijke lidstaat de toestemming om te kooien weigert:

a)

stelt hij de bevoegde autoriteit van de voor de kwekerij verantwoordelijke lidstaat of CPC daarvan in kennis, en

b)

verzoekt hij die bevoegde autoriteit over te gaan tot de inbeslagname van de vangsten en de vrijlating van de vis in zee.

5.   Het kooien begint niet zonder de toestemming, die binnen één werkdag na het verzoek wordt verleend, van de voor het vangstvaartuig of de tonnara verantwoordelijke lidstaat of CPC, of van de voor de kwekerij verantwoordelijke lidstaat, indien dat is overeengekomen met de autoriteiten van de voor het vangstvaartuig of de tonnara verantwoordelijke lidstaat of CPC. Indien binnen één werkdag geen antwoord is ontvangen van de autoriteiten van de voor het vangstvaartuig of de tonnara verantwoordelijke lidstaat of CPC, mogen de bevoegde autoriteiten van de voor de kwekerij verantwoordelijke lidstaat toestemming voor de kooiverrichting geven.

6.   De vis wordt elk jaar vóór 22 augustus gekooid, tenzij de bevoegde autoriteiten van de voor de kwekerij verantwoordelijke lidstaat of CPC naar behoren gemotiveerde redenen, met inbegrip van overmacht, opgeven, die samen met het kooirapport worden ingediend. De vis wordt in geen geval gekooid na 7 september van elk jaar.

Artikel 47

Documentatie voor de vangst van blauwvintonijn

1.   Het is de voor kwekerijen verantwoordelijke lidstaten verboden om blauwvintonijn te kooien die niet vergezeld gaat van de door de Iccat voorgeschreven documenten in het kader van het vangstdocumentatieprogramma van Verordening (EU) nr. 640/2010. De documentatie is nauwkeurig en volledig, en wordt gevalideerd door de voor de vangstvaartuigen of tonnara’s verantwoordelijke lidstaat of CPC.

2.   De lidstaten mogen geen tonijn onderbrengen in een kwekerij die niet is erkend door een lidstaat of een CPC, of die niet is opgenomen in het Iccat-register van kweekvoorzieningen.

3.   De voor kwekerijen verantwoordelijke lidstaten zorgen ervoor dat vangsten van blauwvintonijn in aparte kooien of reeksen kooien worden geplaatst en per vlaggenlidstaat of CPC van oorsprong worden gescheiden. In afwijking daarvan zorgen de voor kwekerijen verantwoordelijke lidstaten ervoor dat, indien de blauwvintonijn wordt gevangen in het kader van een gezamenlijke visserijactiviteit met verschillende lidstaten, deze in aparte kooien of reeksen kooien wordt geplaatst en op basis van gezamenlijke visserijactiviteit en vangstjaar wordt gescheiden.

Artikel 48

Inspecties

De voor kwekerijen verantwoordelijke lidstaten nemen de nodige maatregelen om elke kooiverrichting in de kwekerijen te inspecteren.

Artikel 49

Monitoring met behulp van een videocamera

De voor kwekerijen verantwoordelijke lidstaten zorgen ervoor dat alle kooiverrichtingen door hun controleautoriteiten worden gemonitord met behulp van een videocamera in het water. Voor elke kooiverrichting wordt één video-opname gemaakt overeenkomstig de procedures in bijlage X.

Artikel 50

Instelling en uitvoering van onderzoeken

In gevallen waarin er een verschil van meer dan 10 % bestaat tussen de ramingen door ofwel de regionale Iccat-waarnemer, de relevante controleautoriteiten van de lidstaat en/of de exploitant van de kwekerij, stelt de voor de kwekerij verantwoordelijke lidstaat in samenwerking met de voor het vangstvaartuig en/of de tonnara verantwoordelijke lidstaat of CPC een onderzoek in. De lidstaat die het onderzoek verricht, mag gebruikmaken van andere informatie waarover hij beschikt, met inbegrip van de resultaten van de in artikel 51 bedoelde kooiprogramma’s.

Artikel 51

Maatregelen en programma’s ter raming van het aantal en het gewicht van de te kooien blauwvintonijn

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat op honderd procent van de kooiverrichtingen een programma wordt toegepast waarbij gebruik wordt gemaakt van stereoscopische camerasystemen of alternatieve methoden die dezelfde nauwkeurigheid waarborgen, om het aantal vissen en het gewicht ervan te ramen.

2.   Dat programma wordt verricht overeenkomstig de in bijlage XI vastgestelde procedures. Alternatieve methoden mogen enkel worden gebruikt indien zij door de Iccat zijn goedgekeurd tijdens zijn jaarlijkse vergadering.

3.   De voor de kwekerij verantwoordelijke lidstaten delen de resultaten van het programma mee aan de voor de vangstvaartuigen verantwoordelijke lidstaat of CPC, en aan de entiteit die het regionale waarnemersprogramma uitvoert namens de Iccat.

4.   Indien voor één enkele vangstverrichting uit de resultaten van het programma blijkt dat het aantal gekooide exemplaren blauwvintonijn meer dan 10 % verschilt van de gemelde gevangen en/of overgehevelde hoeveelheden, stelt de voor het vangstvaartuig of de tonnara verantwoordelijke lidstaat een onderzoek in om het juiste vangstgewicht te bepalen, dat overeenkomstig lid 9 van het nationale quotum voor blauwvintonijn wordt afgetrokken.

5.   Wanneer de voor het vangstvaartuig of de tonnara verantwoordelijke lidstaat of CPC een onderzoek instelt, verleent de voor de kwekerij verantwoordelijke lidstaat volledige medewerking en verstrekt hij de onderzoekende lidstaat of CPC alle gevraagde aanvullende informatie, met inbegrip van de resultaten van de analyse van de betrokken video-opnamen, en stelt hij de Commissie daarvan onmiddellijk in kennis.

6.   De bevoegde autoriteiten van de lidstaten, met inbegrip van die waarvan de vaartuigen betrokken waren bij het vervoer van de vis, werken actief samen, onder meer door de uitwisseling van alle informatie en documentatie waarover zij beschikken.

7.   De bevoegde autoriteit van de voor het vangstvaartuig of de tonnara verantwoordelijke lidstaat rondt het onderzoek af uiterlijk één maand nadat de bevoegde autoriteit van de voor de kwekerij verantwoordelijke lidstaat de kooiresultaten heeft meegedeeld.

8.   Indien er tussen de hoeveelheden blauwvintonijn die als gevangen door het vaartuig of de tonnara zijn gerapporteerd, en de hoeveelheid die door de bevoegde autoriteit van de voor het vangstvaartuig of de tonnara verantwoordelijke lidstaat als resultaat van het onderzoek is vastgesteld, een verschil van 10 % of meer is, dan is er sprake van een mogelijk geval van niet-naleving door het betrokken vaartuig of de betrokken tonnara.

9.   Indien uit een onderzoek blijkt dat exemplaren van blauwvintonijn ontbreken, wordt het gewicht van de ontbrekende vis afgetrokken van het quotum van de voor het visserijvaartuig of de tonnara verantwoordelijke lidstaat, naargelang van het geval, door het gemiddelde individuele gewicht bij het kooien dat door de bevoegde autoriteit van de voor de kwekerij verantwoordelijke lidstaat werd meegedeeld, toe te passen op de hoeveelheid blauwvintonijn in de vangst die door de bevoegde autoriteit van de voor het visserijvaartuig of de tonnara verantwoordelijke lidstaat werd vastgesteld bij haar analyse, in het kader van het onderzoek, van de videobeelden van de eerste overheveling.

10.   Niettegenstaande punt 9 kunnen de bevoegde autoriteiten van de voor het vangstvaartuig of de tonnara verantwoordelijke lidstaat of CPC en de Commissie, na raadpleging van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat of CPC die verantwoordelijk zijn voor het vervoer van vis naar de kwekerij van bestemming, besluiten om de bij het onderzoek als verloren aangemerkte vis niet af te trekken van het nationale quotum, indien de exploitant naar behoren heeft aangetoond dat de verliezen het gevolg zijn van overmacht, de desbetreffende informatie onmiddellijk na de gebeurtenis aan de bevoegde autoriteit van de voor de exploitant verantwoordelijke lidstaat en aan de Commissie is meegedeeld en de verliezen niet hebben geleid tot bekende sterftegevallen.

11.   De voor het vangstvaartuig of de tonnara verantwoordelijke lidstaat vaardigt een vrijlatingsbevel uit, overeenkomstig de in bijlage XII vastgestelde voorwaarden, voor de gekooide hoeveelheden die de volgens de aangiften gevangen en overgehevelde hoeveelheden overschrijden, indien:

a)

het in lid 4 bedoelde onderzoek niet binnen tien werkdagen na de mededeling van de resultaten van het programma is voltooid, voor een enkele kooiverrichting, of voor alle kooiverrichtingen van een gezamenlijke visactie, of

b)

uit het onderzoek blijkt dat het aantal en/of gemiddelde gewicht van de blauwvintonijn hoger is dan het als gevangen en overgeheveld aangegeven aantal of gewicht.

De vrijlating van de boventallige hoeveelheden blauwvintonijn wordt verricht in aanwezigheid van de controleautoriteiten.

12.   De resultaten van het programma worden gebruikt om te beslissen of er vrijlatingen nodig zijn en de kooiverklaringen en de desbetreffende rubrieken van het BCD worden dienovereenkomstig ingevuld. Wanneer er een vrijlatingsbevel is uitgevaardigd, verzoekt de exploitant van de kwekerij om de aanwezigheid van een nationale controleautoriteit en een regionale Iccat-waarnemer om de vrijlating te monitoren.

13.   De lidstaten dienen de resultaten van het programma elk jaar uiterlijk op 1 september bij de Commissie in. In geval van overmacht bij het kooien dienen de lidstaten die resultaten in vóór 12 september van elk jaar. De Commissie zendt die informatie elk jaar uiterlijk op 15 september voor evaluatie door aan het SCRS.

14.   De overheveling van levende blauwvintonijn van één kweekkooi naar een andere kweekkooi vindt niet plaats zonder de toestemming en de aanwezigheid van controleautoriteiten van de voor de kwekerij verantwoordelijke lidstaat of CPC. Van elke overheveling wordt een opname gemaakt om het aantal exemplaren te controleren. De nationale controleautoriteiten monitoren die overhevelingen en zorgen ervoor dat elke overheveling binnen een kwekerij in het eBCD-systeem wordt geregistreerd.

Artikel 52

Kooiverklaring en kooirapport

1.   Binnen 72 uur na afloop van elke kooiverrichting dient een exploitant van een kwekerij een kooiverklaring overeenkomstig bijlage XIV in bij zijn bevoegde autoriteit.

2.   Naast de in lid 1 bedoelde kooiverklaring dient een voor de kwekerij verantwoordelijke lidstaat binnen één week na de voltooiing van de kooiverrichting een kooirapport met de elementen als gepreciseerd in afdeling B van bijlage XI in bij de lidstaat of de CPC waarvan de vaartuigen of tonnara’s de blauwvintonijn hebben gevangen, en bij de Commissie. De Commissie zendt die informatie door aan het Iccat-secretariaat.

3.   Voor de toepassing van lid 2 wordt een kooiverrichting geacht niet te zijn voltooid tot elk onderzoek dat is ingesteld en elke vrijlating die is bevolen, is afgerond.

Artikel 53

Overhevelingen binnen kwekerijen en aselecte controles

1.   De voor een kwekerij verantwoordelijke lidstaten voeren een traceerbaarheidssysteem in, met inbegrip van de video-opname van interne overhevelingen.

2.   De controleautoriteiten van de voor een kwekerij verantwoordelijke lidstaten verrichten aselecte controles, op basis van een risicoanalyse, van in kwekerijkooien gehouden blauwvintonijn tussen het tijdstip van de voltooiing van de kooiverrichtingen in een jaar en het eerste kooien in het volgende jaar.

3.   Voor de toepassing van lid 2 van dit artikel stellen de voor een kwekerij verantwoordelijke lidstaten een minimumpercentage te controleren vis vast. Dat percentage wordt vastgesteld in het in artikel 14 bedoelde jaarlijkse inspectieplan. Elke lidstaat deelt aan de Commissie de resultaten mee van de aselecte controles die elk jaar worden verricht. De Commissie zendt die resultaten in april van het jaar dat volgt op de periode van het desbetreffende quotum door aan het Iccat-secretariaat.

Artikel 54

Toegang tot en vereisten inzake video-opnamen

1.   De voor een kwekerij verantwoordelijke lidstaten zorgen ervoor dat de in de artikelen 49 en 51 bedoelde video-opnamen op verzoek ter beschikking worden gesteld van de nationale inspecteurs, alsook van regionale en Iccat-inspecteurs en Iccat- en nationale waarnemers.

2.   De voor een kwekerij verantwoordelijke lidstaten nemen de nodige maatregelen om vervanging, wijziging of manipulatie van de originele video-opnamen te voorkomen.

Artikel 55

Jaarlijks kooirapport

De lidstaten die vallen onder de verplichting om kooiverklaringen en -rapporten in te dienen uit hoofde van artikel 52, dienen bij de Commissie elk jaar uiterlijk op 31 juli een kooirapport voor het voorgaande jaar in. De Commissie zendt die informatie elk jaar uiterlijk voor 31 augustus door aan het Iccat-secretariaat. Het rapport omvat de volgende informatie:

a)

de totale hoeveelheid gekooide blauwvintonijn per kwekerij, met inbegrip van het verlies per kwekerij in aantal en in gewicht tijdens het door vissersvaartuigen en tonnara’s verrichte vervoer naar de kooien;

b)

de lijst van de vaartuigen die blauwvintonijn voor kweekdoeleinden bevissen, leveren of vervoeren (naam van het vaartuig, vergunningsnummer, vistuigtype) en tonnara’s;

c)

de resultaten van het bemonsteringsprogramma voor de raming van het aantal gevangen blauwvintonijnen naar grootteklasse alsook de datum, het tijdstip en het gebied van de vangst en de gebruikte vismethode, om de statistieken voor bestandsbeoordelingsdoeleinden te verbeteren.

Het bemonsteringsprogramma schrijft voor dat de bemonstering van de grootte (lengte of gewicht) in kooien op één monster (d.i. 100 exemplaren) voor elke 100 ton levende vis moet worden verricht, of op een monster van 10 % van het totale aantal gekooide vissen. Groottemonsters worden verzameld tijdens de oogst in de kwekerij en bij de dode vis tijdens het vervoer, volgens de Iccat-richtsnoeren voor de indiening van gegevens en informatie. Voor vis die langer dan één jaar wordt gekweekt, worden aanvullende bemonsteringsmethoden vastgesteld. De bemonstering wordt verricht tijdens elke oogst, en ten aanzien van alle kooien;

d)

de in een kooi geplaatste hoeveelheden blauwvintonijn en een raming van de groei en sterfte in gevangenschap en van de verkochte hoeveelheden in ton. Die informatie wordt per kwekerij verstrekt;

e)

de tijdens het voorgaande jaar gekooide hoeveelheden blauwvintonijn, en

f)

de hoeveelheden, uitgesplitst naar oorsprong, die tijdens het voorgaande jaar op de markt zijn gebracht.

Artikel 56

Uitvoeringshandelingen

De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen met procedures voor de toepassing van de in deze afdeling vastgestelde bepalingen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 68 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Afdeling 8

Monitoring en bewaking

Artikel 57

Volgsysteem voor vaartuigen (VMS, vessel monitoring system)

1.   In afwijking van artikel 9, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 voeren de vlaggenlidstaten een VMS in voor hun vissersvaartuigen met een lengte over alles van 12 meter of meer overeenkomstig bijlage XV.

2.   Vissersvaartuigen met een lengte over alles van meer dan 15 meter die zijn opgenomen in de in artikel 26, lid 1, punt a) of punt b), bedoelde lijst van vaartuigen, beginnen ten minste vijf dagen vóór hun machtigingsperiode hun VMS-gegevens door te zenden aan de Iccat en blijven die ten minste vijf dagen na hun machtigingsperiode doorzenden, tenzij vooraf een verzoek aan de Commissie wordt gericht om het vaartuig te schrappen uit het Iccat-register van vaartuigen.

3.   Voor controledoeleinden waarborgt de kapitein of de vertegenwoordiger van de kapitein dat de doorgifte van VMS-gegevens van vangstvaartuigen die zijn gemachtigd om actief op blauwvintonijn te vissen, niet wordt onderbroken wanneer de vaartuigen in de haven zijn, tenzij er een systeem voor melding van het binnenvaren of verlaten van de haven is.

4.   De lidstaten zorgen ervoor dat hun visserijcontrolecentra de VMS-boodschappen van onder hun vlag varende vissersvaartuigen, in realtime en in “https data feed”-formaat doorzenden aan de Commissie en aan een door haar aangewezen instantie. De Commissie zendt die boodschappen door aan het Iccat-secretariaat.

5.   De lidstaten zorgen ervoor dat:

a)

de VMS-boodschappen van onder hun vlag varende vissersvaartuigen ten minste om de twee uur aan de Commissie worden doorgezonden;

b)

bij een technisch mankement van het VMS, alternatieve boodschappen van onder hun vlag varende vissersvaartuigen die worden ontvangen op grond van artikel 25, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011, binnen 24 uur na ontvangst ervan door hun visserijcontrolecentra worden doorgezonden aan de Commissie;

c)

de aan de Commissie doorgezonden boodschappen een volgnummer (met een unieke identificatiecode) krijgen om overlappingen te voorkomen;

d)

de aan de Commissie doorgezonden boodschappen in overeenstemming zijn met artikel 24, lid 3, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011.

6.   De lidstaten zorgen ervoor dat alle aan hun inspectievaartuigen ter beschikking gestelde gegevens vertrouwelijk worden behandeld en enkel worden gebruikt voor inspectie op zee.

Afdeling 9

Inspectie en handhaving

Artikel 58

Iccat-regeling inzake gezamenlijke internationale inspectie

1.   Gezamenlijke internationale inspectieactiviteiten worden verricht overeenkomstig de Iccat-regeling inzake gezamenlijke internationale inspectie (de “Iccat-regeling”) voor internationale controle buiten de wateren onder nationale jurisdictie, zoals vastgesteld in bijlage IX bij deze verordening.

2.   De lidstaten waarvan de vissersvaartuigen zijn gemachtigd om actief op blauwvintonijn te vissen wijzen inspecteurs aan en verrichten inspecties op zee uit hoofde van de Iccat-regeling.

3.   Indien in een bepaalde periode meer dan 15 onder de vlag van een lidstaat varende vissersvaartuigen bij de blauwvintonijnvisserij in het verdragsgebied zijn betrokken, zet de betreffende lidstaat, op basis van een risicobeoordeling, een inspectievaartuig in voor het verrichten van inspectie en controle op zee in het verdragsgebied gedurende de gehele periode waarin die vaartuigen daar aanwezig zijn. Aan die verplichting wordt geacht te zijn voldaan indien de lidstaten meewerken aan het inzetten van een inspectievaartuig of indien een inspectievaartuig van de Unie wordt ingezet in het verdragsgebied.

4.   De Commissie of een door haar aangewezen instantie kan inspecteurs van de Unie voor de Iccat-regeling inzetten.

5.   Voor de toepassing van lid 3 zorgt de Commissie of een door haar aangewezen instantie voor de coördinatie van de bewakings- en inspectiewerkzaamheden voor de Unie. De Commissie kan, in overleg met de betrokken lidstaten, gezamenlijke inspectieprogramma’s opstellen waarmee de Unie haar verplichtingen in het kader van de Iccat-regeling kan nakomen. De lidstaten waarvan de vissersvaartuigen bij de blauwvintonijnvisserij betrokken zijn, nemen de nodige maatregelen om de uitvoering van die programma’s te vergemakkelijken, met name met betrekking tot de vereiste personele en materiële middelen, alsook de perioden en geografische gebieden waarin die middelen moeten worden ingezet.

6.   De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op 1 april van elk jaar in kennis van de namen van de inspecteurs en de inspectievaartuigen die zij in de loop van het jaar voor de Iccat-regeling willen inzetten. Op basis van die gegevens stelt de Commissie, in samenwerking met de lidstaten, elk jaar een planning op voor de deelname van de Unie aan de regeling, die zij aan het Iccat-secretariaat en aan de lidstaten toezendt.

Artikel 59

Inspecties in geval van inbreuken

De vlaggenlidstaat ziet erop toe dat onder zijn gezag een fysieke inspectie van een onder zijn vlag varend vissersvaartuig in zijn havens wordt verricht of, wanneer het vissersvaartuig zich niet in een van zijn havens bevindt, door een andere door hem aangewezen inspecteur wordt verricht, indien het vissersvaartuig:

a)

de in de artikelen 31 en 32 vastgestelde registratie- en rapportageverplichtingen niet is nagekomen, of

b)

deze verordening heeft geschonden of een ernstige inbreuk als bedoeld in artikel 42 van Verordening (EG) nr. 1005/2008 of in artikel 90 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 heeft begaan.

Artikel 60

Kruiscontroles

1.   Elke lidstaat verifieert de informatie en de tijdige indiening van inspectieverslagen, waarnemingsverslagen en VMS-gegevens en, waar passend, eBCD’s, logboeken van zijn vissersvaartuigen, overhevelings- en overladingsdocumenten en vangstdocumenten, overeenkomstig artikel 109 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.

2.   Telkens wanneer wordt aangeland, overgeladen of gekooid, verricht elke lidstaat kruiscontroles tussen de per soort in het logboek van het vissersvaartuig geregistreerde hoeveelheden of de per soort in de overladingsaangifte geregistreerde hoeveelheden en de hoeveelheden die zijn geregistreerd in de aanlandingsaangifte of de kooiverklaring, en elk ander relevant document zoals facturen of verkoopdocumenten.

Afdeling 10

Handhaving

Artikel 61

Handhaving

Onverminderd de artikelen 89, 90 en 91 van Verordening (EG) nr. 1224/2009, en met name de verplichting van de lidstaten om passende handhavingsmaatregelen te nemen ten aanzien van een vissersvaartuig, neemt de voor een blauwvintonijnkwekerij verantwoordelijke lidstaat passende handhavingsmaatregelen ten aanzien van die kwekerij, wanneer overeenkomstig het nationale recht is geconstateerd dat die kwekerij de artikelen 46 tot en met 56 van deze verordening niet naleeft. Afhankelijk van de ernst van de inbreuk en overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het nationale recht kunnen die handhavingsmaatregelen met name de schorsing of intrekking van de machtiging of boeten omvatten, of beide. De lidstaten delen elke schorsing of intrekking van een machtiging mee aan de Commissie, die het Iccat-secretariaat daarvan op de hoogte brengt met het oog op een dienovereenkomstige wijziging van het register van kweekvoorzieningen voor blauwvintonijn.

HOOFDSTUK VI

Op de markt brengen

Artikel 62

Maatregelen inzake het op de markt brengen

1.   Onverminderd de Verordeningen (EG) nr. 1224/2009, (EG) nr. 1005/2008 en (EU) nr. 1379/2013 van het Europees Parlement en de Raad (21) zijn het verhandelen, aanlanden, invoeren, uitvoeren, kooien voor mest- of kweekdoeleinden, wederuitvoeren en overladen van blauwvintonijn zonder accurate, volledige en gevalideerde documentatie zoals vereist uit hoofde van deze verordening of uit hoofde van andere rechtshandelingen van de Unie tot uitvoering van de Iccat-regels inzake het documentatieprogramma voor de vangst van blauwvintonijn, in de Unie verboden.

2.   Het verhandelen, invoeren, aanlanden, kooien voor mest- of kweekdoeleinden, verwerken, uitvoeren, wederuitvoeren en overladen van blauwvintonijn zijn in de Unie verboden indien:

a)

de blauwvintonijn is gevangen door vissersvaartuigen of tonnara’s waarvan de vlaggenstaat niet beschikt over een quotum of vangstbeperking voor blauwvintonijn, uit hoofde van de voorwaarden van de beheers- en instandhoudingsmaatregelen van de Iccat, of

b)

de blauwvintonijn is gevangen door een vangstvaartuig of tonnara waarvan het individuele quotum op het tijdstip van de vangst was opgebruikt of waarvan de staat op het tijdstip van de vangst niet meer over vangstmogelijkheden beschikte.

3.   Onverminderd de Verordeningen (EG) nr. 1224/2009, (EG) nr. 1005/2008 en (EU) nr. 1379/2013 zijn het verhandelen, het invoeren, het aanlanden, het verwerken en het uitvoeren van blauwvintonijn door mestbedrijven of kwekerijen die niet voldoen aan de in lid 1 bedoelde verordeningen, in de Unie verboden.

HOOFDSTUK VII

Slotbepalingen

Artikel 63

Evaluatie

Op verzoek van de Commissie dienen de lidstaten onverwijld een gedetailleerd verslag over hun uitvoering van deze verordening in bij de Commissie. Op basis van de van de lidstaten ontvangen informatie dient de Commissie uiterlijk op de door de Iccat vastgestelde datum een gedetailleerd verslag over de uitvoering van Iccat-aanbeveling 19-04 in bij het Iccat-secretariaat.

Artikel 64

Financiering

Voor de toepassing van Verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad (22) geldt deze verordening als een meerjarig plan in de zin van artikel 9 van Verordening (EU) nr. 1380/2013.

Artikel 65

Vertrouwelijkheid

In het kader van deze verordening verzamelde en uitgewisselde gegevens worden behandeld overeenkomstig de toepasselijke regels inzake vertrouwelijkheid op grond van de artikelen 112 en 113 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.

Artikel 66

Procedure voor wijzigingen

1.   De Commissie is bevoegd om gedelegeerde handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 67 inzake wijzigingen van deze verordening teneinde haar aan te passen aan door de Iccat vastgestelde maatregelen die bindend zijn voor de Unie en haar lidstaten op het gebied van:

a)

afwijkingen van het verbod krachtens artikel 8 op de overdracht van ongebruikte quota;

b)

termijnen voor het rapporteren van informatie zoals vastgesteld in artikel 24, lid 4, artikel 26, lid 1, artikel 29, lid 1, artikel 32, leden 2 en 3, artikel 35, leden 5 en 6, artikel 36, artikel 41, lid 3, artikel 44, lid 2, artikel 51, lid 13, artikel 52, lid 2, artikel 55, artikel 57, lid 5, punt b), en artikel 58, lid 6;

c)

perioden voor visseizoenen zoals vastgesteld in artikel 17, leden 1 en 4;

d)

de in artikel 19, leden 1 en 2, en in artikel 20, lid 1, vastgestelde minimuminstandhoudingsreferentiegrootten;

e)

de in artikel 13, artikel 15, leden 3 en 4, artikel 20, lid 1, artikel 21, lid 2, artikel 38, lid 1, artikel 44, lid 2, artikel 50 en artikel 51, lid 8, vastgestelde percentages en referentieparameters;

f)

de bij de Commissie in te dienen informatie als bedoeld in de artikelen 11, lid 1, artikel 24, lid 1, artikel 25, lid 3, artikel 29, lid 1, artikel 30, lid 4, artikel 34, lid 2, artikel 40, lid 1, en artikel 55;

g)

taken voor nationale waarnemers en regionale Iccat-waarnemers als bepaald in respectievelijk artikel 38, lid 2, en artikel 39, lid 5;

h)

de in artikel 41, lid 1, vastgestelde redenen voor het weigeren van de overhevelingstoestemming;

i)

de in artikel 46, lid 4, vastgestelde redenen om vangsten in beslag te nemen en de vrijlating van de vis te bevelen;

j)

het aantal vaartuigen bepaald in artikel 58, lid 3;

k)

de bijlagen I tot en met XV.

2.   Wijzigingen die overeenkomstig lid 1 worden vastgesteld, hebben bij uitsluiting betrekking op de omzetting van wijzigingen van en/of op aanvullingen op de desbetreffende Iccat-aanbevelingen die bindend zijn voor de Unie.

Artikel 67

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.   De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.   De in artikel 66 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van 17 oktober 2023. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden vóór het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen die verlenging verzet.

3.   Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 66 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.   Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.

5.   Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.   Een op grond van artikel 66 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van de termijn van twee maanden de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 68

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het in artikel 47 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 bedoelde Comité voor de visserij en de aquacultuur. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 69

Wijzigingen van Verordening (EG) nr. 1936/2001

Verordening (EG) nr. 1936/2001 wordt als volgt gewijzigd:

a)

artikel 3, punten g) tot en met j), artikel 4 bis, 4 artikel ter, artikel 4 quater en bijlage I bis worden geschrapt;

b)

in bijlage I wordt het streepje “Blauwvintonijn: Thunnus thynnus” geschrapt;

c)

in bijlage II wordt de rij “Thunnus thynnus: Rode tonijn” geschrapt.

Artikel 70

Wijziging van Verordening (EU) 2017/2107

In Verordening (EU) 2017/2107 wordt artikel 43 geschrapt.

Artikel 71

Wijziging van Verordening (EU) 2019/833

In Verordening (EU) 2019/833 wordt artikel 53 geschrapt.

Artikel 72

Intrekking

1.   Verordening (EG) 2016/1627 wordt ingetrokken.

2.   Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar deze verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage XVI bij deze verordening.

Artikel 73

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 13 september 2023.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

R. METSOLA

Voor de Raad

De voorzitter

J. M. ALBARES BUENO


(1)   PB C 232 van 14.7.2020, blz. 36.

(2)  Standpunt van het Europees Parlement van 28 april 2021 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en standpunt van de Raad in eerste lezing van 26 juni 2023 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad). Standpunt van het Europees Parlement van 12 september 2023 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(3)  Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22).

(4)  Besluit van de Raad 98/392/EG van 23 maart 1998 betreffende de sluiting door de Europese Gemeenschap van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee van 10 december 1982 en de overeenkomst inzake de toepassing van deel XI van dat verdrag van 28 juli 1994 (PB L 179 van 23.6.1998, blz. 1).

(5)  Internationaal Verdrag voor de instandhouding van Atlantische tonijnen (PB L 162 van 18.6.1986, blz. 34).

(6)  Verordening (EU) 2016/1627 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 betreffende een meerjarig herstelplan voor blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 302/2009 van de Raad (PB L 252 van 16.9.2016, blz. 1).

(7)  Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een controleregeling van de Unie die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008 en (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1).

(8)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011 van de Commissie van 8 april 2011 houdende bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (PB L 112 van 30.4.2011, blz. 1).

(9)  Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad van 29 september 2008 houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1936/2001 en (EG) nr. 601/2004 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 1093/94 en (EG) nr. 1447/1999 (PB L 286 van 29.10.2008, blz. 1).

(10)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/98 van de Commissie van 18 november 2014 betreffende de uitvoering van de internationale verplichtingen van de Unie, als bedoeld in artikel 15, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad, in het kader van het Internationaal Verdrag voor de instandhouding van Atlantische tonijnen en van het Verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan (PB L 16 van 23.1.2015, blz. 23).

(11)  Verordening (EU) nr. 640/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2010 tot vaststelling van een vangstdocumentatieprogramma voor blauwvintonijn Thunnus thynnus en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1984/2003 van de Raad (PB L 194 van 24.7.2010, blz. 1).

(12)   PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

(13)  Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

(14)  Verordening (EU) 2017/2107 van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2017 tot vaststelling van in het verdragsgebied van de Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen (Iccat) geldende beheers-, instandhoudings- en controlemaatregelen en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1936/2001, (EG) nr. 1984/2003 en (EG) nr. 520/2007 van de Raad (PB L 315 van 30.11.2017, blz. 1).

(15)  Verordening (EU) 2019/833 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot vaststelling van instandhoudings- en handhavingsmaatregelen die van toepassing zijn in het gereglementeerde gebied van de Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan, tot wijziging van Verordening (EU) 2016/1627 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2115/2005 en (EG) nr. 1386/2007 van de Raad (PB L 141 van 28.5.2019, blz. 1).

(16)  Verordening (EU) 2019/1154 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 voor een meerjarig herstelplan voor mediterrane zwaardvis en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1967/2006 van de Raad en Verordening (EU) 2017/2107 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 188 van 12.7.2019, blz. 1).

(17)  Verordening (EG) nr. 1936/2001 van de Raad van 27 september 2001 tot vaststelling van technische maatregelen voor de instandhouding van bepaalde over grote afstanden trekkende visbestanden (PB L 263 van 3.10.2001, blz. 1).

(18)  Verordening (EU) 2017/2403 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 inzake het duurzame beheer van externe vissersvloten, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1006/2008 van de Raad (PB L 347 van 28.12.2017, blz. 81).

(19)  Verordening (EU) 2019/1241 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende de instandhouding van visbestanden en de bescherming van mariene ecosystemen door middel van technische maatregelen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1967/2006 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en de Verordeningen (EU) nr. 1380/2013, (EU) 2016/1139, (EU) 2018/973, (EU) 2019/472 en (EU) 2019/1022 van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 894/97, (EG) nr. 850/98, (EG) nr. 2549/2000, (EG) nr. 254/2002, (EG) nr. 812/2004 en (EG) nr. 2187/2005 van de Raad (PB L 198 van 25.7.2019, blz. 105).

(20)  Uitvoeringsverordening (EU) 2017/218 van de Commissie van 6 februari 2017 inzake het vissersvlootregister van de Unie (PB L 34 van 9.2.2017, blz. 9).

(21)  Verordening (EU) nr. 1379/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 houdende een gemeenschappelijke marktordening voor visserijproducten en aquacultuurproducten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1184/2006 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 1).

(22)  Verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 2328/2003, (EG) nr. 861/2006, (EG) nr. 1198/2006 en (EG) nr. 791/2007 van de Raad en Verordening (EU) nr. 1255/2011 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 149 van 20.5.2014, blz. 1).


BIJLAGE I

SPECIFIEKE VOORWAARDEN DIE VAN TOEPASSING ZIJN OP DE VANGSTVAARTUIGEN UIT HOOFDE VAN ARTIKEL 19

1.   

Elke lidstaat zorgt ervoor dat de volgende capaciteitsbeperkingen in acht worden genomen:

a)

Het aantal van zijn met de hengel of met de sleeplijn vissende vaartuigen die gemachtigd zijn om actief op blauwvintonijn te vissen bedraagt niet meer dan het aantal vaartuigen dat in 2006 deelnam aan de gerichte visserij op blauwvintonijn.

b)

Het aantal vaartuigen van zijn ambachtelijke vloot die gemachtigd zijn om actief op blauwvintonijn in de Middellandse Zee te vissen bedraagt niet meer dan het aantal vaartuigen dat in 2008 deelnam aan de visserij op blauwvintonijn.

c)

Het aantal van zijn vangstvaartuigen die gemachtigd zijn om actief op blauwvintonijn in de Adriatische Zee te vissen bedraagt niet meer dan het aantal vaartuigen dat in 2008 deelnam aan de visserij op blauwvintonijn.

Elke lidstaat wijst individuele quota toe aan de betrokken vaartuigen.

2.   

Elke lidstaat mag:

niet meer dan 7 % van zijn quotum voor blauwvintonijn toewijzen aan zijn met de hengel of met de sleeplijn vissende vaartuigen. In het geval van Frankrijk mag een maximum van 100 ton blauwvintonijn van niet minder dan 6,4 kg of 70 cm vorklengte worden gevangen door onder de vlag van Frankrijk varende vaartuigen met een lengte over alles van minder dan 17 meter die in de Golf van Biskaje opereren;

niet meer dan 2 % van zijn quotum voor blauwvintonijn toewijzen aan zijn ambachtelijke kustvisserij op verse vis in de Middellandse Zee;

niet meer dan 90 % van zijn quotum voor blauwvintonijn toewijzen voor kweekdoeleinden aan zijn vangstvaartuigen in de Adriatische Zee.

3.   

Voor maximaal 7 % van het gewicht van de door onder zijn vlag varende vaartuigen in de Adriatische Zee voor kweekdoeleinden gevangen exemplaren blauwvintonijn mag Kroatië een minimumgewicht van 6,4 kg of 66 cm vorklengte toepassen.

4.   

Lidstaten waarvan de met de hengel, de beug, de handlijn of de sleeplijn vissende vaartuigen zijn gemachtigd om op blauwvintonijn te vissen in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee stellen de volgende voorschriften inzake het staartmerk vast:

op elke blauwvintonijn wordt onmiddellijk na het lossen een staartmerk aangebracht;

elk staartmerk heeft een uniek identificatienummer en wordt opgenomen in BCD’s en leesbaar en onuitwisbaar aangebracht op de buitenkant van elke verpakking die tonijn bevat.


BIJLAGE II

LOGBOEKVOORSCHRIFTEN

A.   VANGSTVAARTUIGEN

Minimumspecificaties voor visserijlogboeken:

1.

De bladzijden van het logboek zijn genummerd.

2.

Het logboek wordt elke dag ingevuld (middernacht) en in elk geval vóór aankomst in de haven.

3.

In geval van inspecties op zee wordt het logboek aangevuld.

4.

Eén kopie van de bladzijden blijft aan het logboek gehecht.

5.

Logboeken worden aan boord bewaard en bestrijken één jaar.

Minimumstandaardinformatie in visserijlogboeken:

1.

Naam en adres van de kapitein.

2.

Datums en havens van vertrek, datums en havens van aankomst.

3.

Naam van het vaartuig, registratienummer, Iccat-nummer, internationale radioroepnaam en IMO-nummer (indien beschikbaar).

4.

Vistuig:

a)

soort naar FAO-code;

b)

afmetingen (bv. lengte, maaswijdte, aantal haken).

5.

Activiteiten op zee met (ten minste) één lijn per dag van de reis:

a)

activiteit (bv. vissen, stomen);

b)

positie: exacte dagelijkse posities (in graden en minuten), voor elke visserijactiviteit of op het middaguur op dagen waarop niet is gevist;

c)

vangstgegevens, waaronder:

FAO-code;

levend gewicht (RWT) in kg per dag;

aantal stuks per dag.

Voor ringzegenvaartuigen worden die gegevens per visserijactiviteit geregistreerd, ook in geval van nulvangsten.

6.

Handtekening van de kapitein.

7.

Manier van wegen: schatten, wegen aan boord.

8.

In het logboek wordt de hoeveelheid in equivalent levend gewicht genoteerd en worden de in de evaluatie gebruikte omrekeningsfactoren vermeld.

Minimuminformatie in visserijlogboeken in geval van aanlanding of overlading:

1.

Datums en haven van aanlanding of overlading.

2.

Producten:

a)

soorten en aanbiedingsvorm naar FAO-code;

b)

aantal vissen of dozen en hoeveelheid in kg.

3.

Handtekening van de kapitein of de vaartuiggemachtigde.

4.

In geval van overlading: naam, vlag en Iccat-nummer van het ontvangende vaartuig.

Minimuminformatie in visserijlogboeken in geval van overheveling naar kooien:

1.

Datum, tijd en positie (breedtegraad/lengtegraad) van de overheveling.

2.

Producten:

a)

identificatie van de soorten naar FAO-code;

b)

aantal en hoeveelheid in kg van de naar kooien overgehevelde vissen.

3.

Naam, vlag en Iccat-nummer van het sleepvaartuig.

4.

Naam en Iccat-nummer van de kwekerij van bestemming.

5.

In het geval van een gezamenlijke visactie noteren de kapiteins, in aanvulling op de in de punten 1 tot en met 4 vermelde informatie, het volgende in het logboek:

a)

met betrekking tot het vangstvaartuig dat de vis naar kooien overhevelt:

de hoeveelheid aan boord genomen vangsten,

de hoeveelheid van de op het individuele quotum in mindering gebrachte vangsten,

de namen van de andere bij de gezamenlijke visactie betrokken vaartuigen;

b)

met betrekking tot de andere vangstvaartuigen in dezelfde gezamenlijke visactie die niet bij de overheveling van de vis betrokken zijn:

de namen, internationale radioroepnamen en Iccat-nummers van die vaartuigen,

de vermelding dat geen vangsten aan boord zijn genomen of naar kooien zijn overgeheveld,

de hoeveelheid van de op hun individuele quota in mindering gebrachte vangsten,

de naam en het Iccat-nummer van het punt a) bedoelde vangstvaartuig.

B.   SLEEPVAARTUIGEN

1.

De kapitein van een sleepvaartuig noteert in het dagelijkse logboek het volgende: de datum, tijd en positie van de overheveling, de overgehevelde hoeveelheden (aantal vissen en hoeveelheid in kg), het nummer van de kooi, evenals de naam, de vlag en het Iccat-nummer van het vangstvaartuig, de naam en het Iccat-nummer van het andere betrokken vaartuig of de andere betrokken vaartuigen, de naam en het Iccat-nummer van de kwekerij van bestemming, en het nummer van de Iccat-overhevelingsaangifte.

2.

Verdere overhevelingen naar hulpvaartuigen of andere sleepvaartuigen worden gemeld, met dezelfde informatie als in punt 1, evenals de naam, de vlag en het Iccat-nummer van de hulpvaartuigen of sleepvaartuigen en het nummer van de Iccat-overhevelingsaangifte.

3.

Het dagelijkse logboek bevat de gegevens van alle gedurende het visseizoen uitgevoerde overhevelingen. Het dagelijkse logboek wordt aan boord gehouden en is te allen tijde beschikbaar voor controledoeleinden.

C.   HULPVAARTUIGEN

1.

De kapitein van een hulpvaartuig noteert de activiteiten dagelijks in het logboek, inclusief de datum, tijd en posities, de hoeveelheden aan boord genomen blauwvintonijn, en de naam van het vissersvaartuig, de kwekerij of de tonnara waarmee de kapitein van het hulpvaartuig werkt.

2.

Het dagelijkse logboek bevat de gegevens van alle gedurende het visseizoen uitgevoerde activiteiten. Het dagelijkse logboek wordt aan boord gehouden en is te allen tijde beschikbaar voor controledoeleinden.

D.   VERWERKINGSVAARTUIGEN

1.

De kapitein van een verwerkingsvaartuig noteert in het dagelijkse logboek het volgende: de datum, tijd en positie van de activiteiten, de overgeladen hoeveelheden en het aantal en gewicht van de blauwvintonijn die het vaartuig heeft ontvangen van kwekerijen, tonnara’s of vangstvaartuigen, indien van toepassing. De kapitein noteert tevens de namen en Iccat-nummers van die kwekerijen, tonnara’s of vangstvaartuigen.

2.

De kapitein van een verwerkingsvaartuig houdt een dagelijks logboek over de visverwerking bij, waarin het levend gewicht en het aantal vissen dat is overgeheveld of overgeladen, de gebruikte omrekeningsfactor, en de gewichten en hoeveelheden per aanbiedingsvorm van de producten worden gespecificeerd.

3.

De kapitein van een verwerkingsvaartuig houdt een opslagschema bij met de locatie en de hoeveelheden van elke soort en de aanbiedingsvorm.

4.

Het dagelijkse logboek bevat de gegevens van alle gedurende het visseizoen uitgevoerde overladingen. Het dagelijkse logboek, het logboek over de visverwerking, het opslagschema en de originelen van de Iccat-overladingsaangiften worden aan boord gehouden en zijn te allen tijde beschikbaar voor controledoeleinden.

BIJLAGE III

VANGSTAANGIFTEFORMULIER

Vangstaangifteformulier

Vlag

Iccat-nummer

Naam vaartuig

Startdatum aangifte

Einddatum aangifte

Duur aangifteperiode (dagen)

Datum van de vangst

Plaats van de vangst

Vangst

Toegewezen gewicht bij een gezamenlijke visactie (kg)

Breedtegraad

Lengtegraad

Gewicht (kg)

Aantal stuks

Gemiddeld gewicht (kg)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


BIJLAGE IV

AANVRAAGFORMULIER VOOR DE MACHTIGING OM DEEL TE NEMEN AAN EEN GEZAMENLIJKE VISACTIE

Gezamenlijke visactie

Vlaggenstaat

Naam vaartuig

Iccat-nummer

Duur van de actie

Identiteit van de exploitanten

Individueel quotum van het vaartuig

Sleutel voor verdeling per vaartuig

Kweek- en mestbedrijf van bestemming

CPC

Iccat-nummer

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Datum …

Validering door de vlaggenstaat:


BIJLAGE VI

ICCAT-OVERHEVELINGSAANGIFTE

Image 1


BIJLAGE V

ICCAT-OVERLADINGSAANGIFTE

Image 2


BIJLAGE VII

MINIMUMINFORMATIE VOOR VISSERIJMACHTIGINGEN  (1)

A.   IDENTIFICATIE

1.

Iccat-registratienummer

2.

Naam van het vissersvaartuig

3.

Extern registratienummer (letters en cijfers)

B.   VISSERIJVOORWAARDEN

1.

Datum van afgifte

2.

Geldigheidsperiode

3.

Voorwaarden voor vismachtiging, met inbegrip van, waar passend, soort, gebied, vistuig en andere toepasselijke voorwaarden die voortvloeien uit deze verordening en/of nationale wetgeving.

 

 

Van …/…/…

tot en met …/…/…

Van …/…/…

tot en met …/…/…

Van …/…/…

tot en met …/…/…

Van …/…/…

tot en met …/…/…

Van …/…/…

tot en met …/…/…

Van …/…/…

tot en met …/…/…

Gebieden

 

 

 

 

 

 

 

Soort

 

 

 

 

 

 

 

Vistuig

 

 

 

 

 

 

 

Overige voorwaarden

 

 

 

 

 

 

 


(1)  Opgenomen in Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011.


BIJLAGE VIII

REGIONAAL ICCAT-WAARNEMERSPROGRAMMA

AANWIJZING VAN REGIONALE ICCAT-WAARNEMERS

1.

Voor de uitvoering van hun taken beschikt elke regionale Iccat-waarnemer over de volgende kwalificaties:

a)

voldoende ervaring met het identificeren van vissoorten en vistuig;

b)

voldoende kennis van de instandhoudings- en beheersmaatregelen van de Iccat, die is gevalideerd aan de hand van een door de lidstaten beschikbaar gesteld certificaat en is gebaseerd op de opleidingsrichtsnoeren van de Iccat;

c)

de capaciteit tot accurate waarneming en registratie;

d)

voldoende kennis van de taal van de vlaggenstaat van het geobserveerde vaartuig of de geobserveerde kwekerij.

VERPLICHTINGEN VAN DE REGIONALE ICCAT-WAARNEMERS

2.

De regionale Iccat-waarnemers:

a)

hebben de technische opleiding gevolgd die volgens de door de Iccat opgestelde richtsnoeren is vereist;

b)

zijn onderdaan van een van de lidstaten en, voor zover mogelijk, niet van de lidstaat van de kwekerij of de tonnara of van de vlaggenstaat van het ringzegenvaartuig. Indien blauwvintonijn uit de kooi wordt geoogst en als versproduct wordt verhandeld, mag de regionale Iccat-waarnemer die de oogst observeert echter een onderdaan zijn van de voor de kwekerij verantwoordelijke lidstaat;

c)

zijn in staat de in punt 3 van deze bijlage vermelde taken uit te voeren;

d)

zijn opgenomen in de door de Iccat bijgehouden lijst van regionale Iccat-waarnemers;

e)

hebben geen lopende financiële belangen in, noch voordeel bij de blauwvintonijnvisserij.

TAKEN VAN REGIONALE ICCAT-WAARNEMERS

3.

De taken van de regionale Iccat-waarnemers behelzen het volgende:

a)

op ringzegenvaartuigen zien de waarnemers toe op de naleving van de betrokken, door de Iccat vastgestelde instandhoudings- en beheersmaatregelen; meer in het bijzonder doet de regionale Iccat-waarnemer het volgende:

1.

indien de regionale Iccat-waarnemer zaken constateert die erop kunnen wijzen dat de Iccat-aanbevelingen niet worden nageleefd, die informatie onverwijld indienen bij de uitvoerende onderneming van de regionale Iccat-waarnemer, die die informatie onverwijld doorzendt aan de autoriteiten van de vlaggenstaat van het vangstvaartuig;

2.

de visserijactiviteiten registreren en rapporteren;

3.

vangsten observeren en ramen en de in het logboek vermelde gegevens verifiëren;

4.

een dagelijks rapport van de overhevelingsverrichtingen van de ringzegenvaartuigen opstellen;

5.

vaartuigen die mogelijk vissen op een wijze die indruist tegen de Iccat-instandhoudings- en beheersmaatregelen, observeren en registreren;

6.

de uitgevoerde overhevelingsverrichtingen registreren en rapporteren;

7.

de positie verifiëren van vaartuigen wanneer zij overhevelingsverrichtingen uitvoeren;

8.

de overgehevelde producten waarnemen en ramen, onder meer aan de hand van video-opnamen;

9.

de naam en het Iccat-nummer van het betrokken vissersvaartuig waarnemen en registreren;

10.

op verzoek van de Iccat-Commissie wetenschappelijk werk verrichten, zoals het verzamelen van taak II-gegevens, op basis van richtsnoeren van het SCRS;

b)

wat kwekerijen en tonnara’s betreft, zien de regionale Iccat-waarnemers toe op de naleving van de desbetreffende, door de Iccat vastgestelde instandhoudings- en beheersmaatregelen; meer in het bijzonder doen de regionale Iccat-waarnemers het volgende:

1.

de gegevens in de Iccat-overhevelingsaangifte, de kooiverklaring en het BCD verifiëren, onder meer aan de hand van video-opnamen;

2.

de gegevens in de Iccat-overhevelingsaangifte, de kooiverklaring en de BCD’s certificeren;

3.

een dagelijks rapport van de overhevelingsverrichtingen van de kwekerijen en tonnara’s opstellen;

4.

de Iccat-overhevelingsaangifte, de kooiverklaring en de BCD’s alleen medeondertekenen als de regionale Iccat-waarnemer ermee instemt dat de daarin vermelde gegevens overeenstemmen met de waarnemingen van de waarnemers, inclusief een video-opname die voldoet aan de voorschriften bedoeld in artikel 42, lid 1, en artikel 43, lid 1;

5.

op verzoek van de Commissie wetenschappelijk werk, zoals het nemen van monsters, verrichten op basis van richtsnoeren van het SCRS;

6.

de aanwezigheid van alle soorten merken, met inbegrip van natuurlijke merken, registreren en verifiëren, en elke aanwijzing van recente merkverwijderingen melden;

c)

algemene rapporten opstellen aan de hand van de overeenkomstig dit punt verzamelde gegevens en de kapitein en exploitant van de kwekerij de gelegenheid geven daarin relevante informatie op te nemen;

d)

het onder punt c) bedoelde algemene rapport binnen 20 dagen na de waarnemingsperiode indienen bij het secretariaat;

e)

eventuele, andere, door de Iccat gedefinieerde taken uitvoeren.

4.

De regionale Iccat-waarnemers behandelen alle informatie over de visserijactiviteiten en de overhevelingsverrichtingen van de ringzegenvaartuigen en van de kwekerijen vertrouwelijk en zij gaan die verbintenis schriftelijk aan als voorwaarde voor hun aanstelling als regionaal Iccat-waarnemer.

5.

De regionale Iccat-waarnemers voldoen aan de wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften van de vlaggenstaat of de staat van de kwekerij met jurisdictie over het/de aan hen voor waarneming toegewezen vaartuig/kwekerij.

6.

De regionale Iccat-waarnemers eerbiedigen de hiërarchische verhoudingen en algemene gedragsregels die gelden voor alle bemanningsleden van het vaartuig en personeelsleden van de kwekerij, tenzij die regels de uitoefening van de taken van de regionale Iccat-waarnemers in het kader van dit programma in de weg staan en tenzij ze in strijd zijn met de in punt 7 van deze bijlage en artikel 39 bepaalde verplichtingen van de bemanningsleden van het vaartuig en de personeelsleden van de kwekerij.

VERPLICHTINGEN VAN DE VLAGGENLIDSTATEN TEN AANZIEN VAN REGIONALE ICCAT-WAARNEMERS

7.

Lidstaten die verantwoordelijk zijn voor een ringzegenvaartuig, kwekerij of tonnara, zorgen ervoor dat regionale Iccat-waarnemers:

a)

toegang wordt verleend tot het personeel van het vaartuig, de kwekerij en de tonnara, en tot het vistuig, de kooien en de apparatuur;

b)

indien zij daarom verzoeken, ook toegang wordt verleend tot de volgende apparatuur, als die aanwezig is op het vaartuig waaraan zij zijn toegewezen, om de uitvoering van hun taken als bepaald in punt 3 van deze bijlage te vergemakkelijken:

1.

satellietnavigatieapparatuur;

2.

radarschermen, als die worden gebruikt;

3.

elektronische-communicatieapparatuur;

c)

logies, maaltijden en adequate sanitaire voorzieningen van dezelfde kwaliteit als de officieren krijgen;

d)

voldoende ruimte op de brug of in het stuurhuis krijgen om hun administratieve werkzaamheden uit te voeren, evenals voldoende ruimte op het dek krijgen voor het uitoefenen van hun waarnemerstaken.

KOSTEN DIE VOORTVLOEIEN UIT HET REGIONAAL ICCAT-WAARNEMERSPROGRAMMA

8.

Alle kosten die voortvloeien uit de activiteiten van regionale Iccat-waarnemers zijn voor rekening van de exploitant van de kwekerij of de eigenaar van het ringzegenvaartuig.

BIJLAGE IX

ICCAT-REGELING INZAKE GEZAMENLIJKE INTERNATIONALE INSPECTIE

Tijdens haar vierde gewone zitting (Madrid, november 1975) en haar jaarvergadering van 2008 in Marrakesh is de Iccat het volgende overeengekomen.

Op grond van lid 3 van artikel IX van het Iccat-verdrag beveelt de Iccat aan de volgende regelingen vast te stellen inzake internationale controle buiten de wateren onder nationale jurisdictie met het oog op de toepassing van het verdrag en de maatregelen in het kader daarvan:

I.   ERNSTIGE INBREUKEN

1.

Voor de toepassing van deze procedures gelden de volgende inbreuken op de door de Iccat aangenomen instandhoudings- en beheersmaatregelen als ernstige inbreuken:

a)

het vissen zonder licentie, vergunning of machtiging van de vlaggen-CPC;

b)

het niet overeenkomstig de rapportagevoorschriften van de Iccat op voldoende wijze bijhouden van vangst- en vangstgerelateerde gegevens of het apert verkeerd rapporteren van dergelijke vangst- en/of vangstgerelateerde gegevens;

c)

het vissen in een gesloten gebied;

d)

het vissen tijdens een gesloten seizoen;

e)

het opzettelijk vangen of aan boord houden van soorten in strijd met door de Iccat aangenomen geldende instandhoudings- en beheersmaatregelen;

f)

het significant overschrijden van op grond van de Iccat-regels geldende vangstbeperkingen of quota;

g)

het gebruiken van verboden vistuig;

h)

het vervalsen of verbergen van de kentekens, de identiteit of het inschrijvingsnummer van een vissersvaartuig;

i)

het achterhouden, vervalsen of laten verdwijnen van bewijsmateriaal dat van belang is voor het onderzoek naar een inbreuk;

j)

het begaan van meerdere inbreuken die, samen, een ernstige schending van de geldende Iccat-maatregelen vormen;

k)

het belagen, weerstaan, intimideren, seksueel intimideren, beïnvloeden, hinderen of belemmeren van een erkende inspecteur of waarnemer;

l)

het knoeien met of onklaar maken van het satellietvolgsysteem voor vissersvaartuigen (VMS-systeem);

m)

andere eventueel door de Iccat omschreven inbreuken zodra die zijn opgenomen in een herziene versie van deze procedures en die verspreid is;

n)

het vissen met behulp van verkenningsvliegtuigen;

o)

het verstoren van de werking van het volgsysteem per satelliet en/of het exploiteren van een vaartuig zonder VMS;

p)

het overhevelen van vis zonder Iccat-overhevelingsaangifte;

q)

overlading op zee.

2.

Indien de erkende inspecteur bij een inspectie aan boord van een vissersvaartuig een activiteit of toestand opmerkt die een in punt 1 gedefinieerde ernstige inbreuk kan vormen, stellen de autoriteiten van de vlaggenstaat van de inspectievaartuigen de vlaggenstaat van het vissersvaartuig daarvan onmiddellijk in kennis, zowel rechtstreeks als via het Iccat- secretariaat. In dergelijke situaties stelt de inspecteur tevens elk inspectievaartuig van de vlaggenstaat van het vissersvaartuig waarvan bekend is dat het zich in de buurt bevindt, daarvan in kennis.

3.

De Iccat-inspecteur registreert de verrichte inspecties en alle eventueel geconstateerde inbreuken in het logboek van het vissersvaartuig.

4.

De vlaggenlidstaat zorgt ervoor dat als gevolg van een in punt 2 bedoelde inspectie het betrokken vissersvaartuig elke visserijactiviteit stopzet. De vlaggenlidstaat verzoekt het vissersvaartuig zich binnen 72 uur naar een door hem aangewezen haven te begeven, waar een onderzoek wordt ingesteld.

5.

Indien het vaartuig niet wordt verzocht zich naar een haven te begeven, motiveert de vlaggenlidstaat dat tijdig tegenover de Commissie, die de informatie doorzendt aan het Iccat-secretariaat, dat die motivering op verzoek ter beschikking stelt van de overige verdragsluitende partijen.

II.   UITVOERING VAN INSPECTIES

6.

De inspecties worden uitgevoerd door inspecteurs die door de verdragsluitende partijen zijn aangewezen. De namen van de daartoe bevoegde overheidsinstanties en elke daartoe door hun respectieve overheden aangewezen inspecteurs worden aan de Iccat gemeld.

7.

Vaartuigen die overeenkomstig deze bijlage internationale inspecties aan boord uitvoeren, varen onder een speciale vlag of wimpel die door de Iccat is goedgekeurd en door het Iccat- secretariaat is verstrekt. De namen van de vaartuigen die hiervoor worden gebruikt, worden vóór aanvang van de inspectieactiviteiten zo spoedig als praktisch haalbaar aan het Iccat- secretariaat gemeld. Het Iccat-secretariaat stelt informatie betreffende de aangewezen inspectievaartuigen beschikbaar aan alle CPC’s, onder meer door die informatie op zijn met een wachtwoord beveiligde website te publiceren.

8.

Elke inspecteur is in het bezit van een passend, door de autoriteiten van de vlaggenstaat verstrekt identiteitsbewijs volgens het model in punt 21 van deze bijlage.

9.

Onverminderd de op grond van punt 16 overeengekomen regelingen houdt een vaartuig dat onder de vlag vaart van een CPC en dat in het verdragsgebied buiten de onder nationale jurisdictie vallende wateren op tonijn of tonijnachtigen vist, halt wanneer het desbetreffende sein uit het internationale seinboek is gegeven door een vaartuig dat onder de in punt 7 beschreven Iccat-wimpel vaart en dat een inspecteur aan boord heeft, tenzij het vaartuig op dat ogenblik visserijactiviteiten uitoefent, in welk geval het onmiddellijk halt houdt zodra die activiteiten zijn beëindigd. De kapitein van het vaartuig staat het inspectieteam, zoals gespecificeerd in punt 10, toe aan boord van het vaartuig te komen, en zorgt voor een loodsladder. De kapitein stemt in met het onderzoeken door het inspectieteam van apparatuur, vangst, vistuig en relevante documenten die de inspecteur noodzakelijk acht om de naleving te verifiëren van de geldende Iccat-aanbevelingen ten aanzien van de vlaggenstaat van het vaartuig dat wordt geïnspecteerd. Voorts mogen inspecteurs alle uitleg vragen die zij nodig achten.

10.

De grootte van het inspectieteam wordt, rekening houdend met de relevante omstandigheden, bepaald door de commandant van het inspectievaartuig. Het inspectieteam is zo klein mogelijk om de in deze bijlage bepaalde taken veilig en beveiligd te kunnen uitvoeren.

11.

Bij het aan boord komen leggen de inspecteurs het in punt 8 beschreven identiteitsbewijs over. De inspecteurs houden zich aan de algemeen geaccepteerde internationale regelgeving, procedures en praktijken met betrekking tot de veiligheid van het geïnspecteerde vaartuig en zijn bemanning, verstoren de visserijactiviteiten of het stuwen van producten zo min mogelijk en vermijden, voor zover praktisch mogelijk, handelingen die een negatief effect kunnen hebben op de kwaliteit van de vangst aan boord.

Bij dat onderzoek gaat elke inspecteur uitsluitend na of de geldende Iccat-aanbevelingen ten aanzien van de vlaggenstaat van het betrokken vaartuig worden nageleefd. Hierbij kan een inspecteur de kapitein van het vissersvaartuig verzoeken om alle nodige medewerking. De inspecteur stelt een inspectieverslag op in een door de Iccat goedgekeurde vorm. De inspecteur ondertekent het verslag in aanwezigheid van de kapitein van het vaartuig, die het recht heeft om opmerkingen die de kapitein van het vaartuig nuttig acht toe te voegen of te laten toevoegen, en ondertekent die opmerkingen.

12.

Een kopie van het verslag wordt verstrekt aan de kapitein van het vaartuig en aan de overheid van het inspectieteam, die op haar beurt een kopie bezorgt aan de bevoegde autoriteiten van de vlaggenstaat van het geïnspecteerde vaartuig en aan de Iccat. Indien een schending van de Iccat-aanbevelingen wordt geconstateerd, stelt de inspecteur zo mogelijk ook elk inspectievaartuig van de vlaggenstaat van het vissersvaartuig waarvan bekend is dat het zich in de buurt bevindt, daarvan in kennis.

13.

Verzet tegen een inspecteur of niet-uitvoering van de instructies van een inspecteur wordt door de vlaggenstaat van het geïnspecteerde vaartuig op gelijke wijze behandeld als dergelijk gedrag ten opzichte van een nationale inspecteur.

14.

Inspecteurs voeren hun taken in het kader van deze regelingen uit overeenkomstig de regels in deze verordening, doch blijven onder het operationele toezicht van hun nationale autoriteiten staan en zijn aan hen verantwoording verschuldigd.

15.

De verdragsluitende partijen geven aan inspectieverslagen, waarnemingsinformatiebladen overeenkomstig Iccat-aanbeveling 94-09 en verklaringen op grond van documentinspecties door inspecteurs van andere verdragsluitende partijen in het kader van deze regelingen, dezelfde waarde en hetzelfde gevolg als zij overeenkomstig hun nationale wetgeving doen ten aanzien van de door hun eigen inspecteurs opgemaakte verslagen. Dit punt verplicht de verdragsluitende partijen er niet toe aan een verslag dat is opgesteld door een inspecteur van een andere verdragsluitende partij, grotere bewijskracht toe te kennen dan het in het eigen land van de inspecteur zou hebben. De verdragsluitende partijen werken samen teneinde gerechtelijke of andere procedures die voortvloeien uit een in het kader van deze regelingen door een inspecteur ingediend rapport, te vergemakkelijken.

16.

a)

De verdragsluitende partijen stellen de Iccat uiterlijk op 15 februari van elk jaar in kennis van hun voorlopige plannen voor de uitvoering van inspectieactiviteiten uit hoofde van de bij deze verordening ten uitvoer gelegde aanbeveling in dat kalenderjaar en de Iccat kan aan de verdragsluitende partijen suggesties doen voor de coördinatie van nationale activiteiten op dat gebied, ook ten aanzien van het aantal inspecteurs en het aantal vaartuigen met inspecteurs aan boord.

b)

De in Iccat-aanbeveling 19-04 vastgestelde regelingen en de plannen voor deelname zijn van toepassing tussen de verdragsluitende partijen, tenzij zij onderling anderszins zijn overeengekomen, in welk geval de Iccat van die overeenkomst in kennis wordt gesteld. De uitvoering van de regeling tussen twee verdragsluitende partijen wordt echter geschorst indien één van hen de Iccat hiervan, in afwachting van de sluiting van een dergelijke overeenkomst, in kennis heeft gesteld.

17.

a)

Het vistuig wordt geïnspecteerd overeenkomstig de regelgeving die van toepassing is in het sub-gebied waarin de inspectie plaatsvindt. De inspecteur vermeldt het sub-gebied waarvoor de inspectie heeft plaatsgevonden en beschrijft eventuele inbreuken die in het inspectieverslag zijn geconstateerd.

b)

De inspecteur heeft het recht om alle vistuig dat wordt gebruikt of dat zich aan boord bevindt, te inspecteren.

18.

De inspecteur brengt een door de Iccat goedgekeurd identificatiemerk aan op elk geïnspecteerd vistuig dat in strijd met de geldende aanbevelingen van de Iccat-Commissie ten aanzien van de vlaggenstaat van het betrokken vaartuig lijkt te zijn en vermeldt dat in het inspectieverslag.

19.

De inspecteur mag het vistuig, de apparatuur, de documentatie en elk ander element dat de inspecteur noodzakelijk acht, zodanig fotograferen dat kenmerken die volgens hem of haar niet in overeenstemming zijn met de geldende regelgeving, zichtbaar zijn. In dat geval worden de gefotografeerde elementen vermeld in het verslag en worden kopieën van de foto’s aan de kopie van het verslag aan de vlaggenstaat gehecht.

20.

De inspecteur inspecteert waar nodig de gehele vangst aan boord om vast te stellen of die in overeenstemming is met de Iccat-aanbevelingen.

21.

Het model voor de identiteitskaart van inspecteurs is als volgt:

Image 3


BIJLAGE X

MINIMUMNORMEN VOOR VIDEO-OPNAMEPROCEDURES

Overhevelingsverrichtingen

1.

Het elektronische opslagmedium met de originele video-opname wordt na afloop van de overhevelingsverrichting zo snel mogelijk verstrekt aan de regionale Iccat-waarnemer, die het onmiddellijk parafeert om latere manipulatie te voorkomen.

2.

De originele opname wordt gedurende de gehele machtigingsperiode bewaard aan boord van het vangstvaartuig of door de exploitant van de kwekerij of de tonnara.

3.

Er worden twee identieke kopieën van de video-opname gemaakt. Eén kopie wordt aan de regionale Iccat-waarnemer aan boord van het ringzegenvaartuig verstrekt en één kopie wordt aan de nationale waarnemer aan boord van het sleepvaartuig bezorgd. Laatstgenoemde kopie wordt bij de Iccat-overhevelingsaangifte en de daarbij behorende vangsten gevoegd. Die procedure is slechts van toepassing voor nationale waarnemers in het geval van overheveling tussen sleepvaartuigen.

4.

De Iccat-overhevelingstoestemming wordt getoond aan het begin of het einde van elke video-opname, of op beide momenten.

5.

Bij elke video-opname worden het tijdstip en de datum van de opname permanent getoond.

6.

Voordat de overheveling aanvangt, toont de video-opname het openen en sluiten van het net of de deur, en of de ontvangende kooien en overhevelende kooien al blauwvintonijn bevatten.

7.

De video-opname is doorlopend, zonder onderbrekingen of uitgeknipte beelden, en beslaat de volledige overhevelingsverrichting.

8.

De video-opname is van voldoende kwaliteit om het aantal overgehevelde blauwvintonijnen te kunnen ramen.

9.

Indien de video-opname van onvoldoende kwaliteit is om het aantal overgehevelde blauwvintonijnen te kunnen ramen, wordt een controleoverheveling uitgevoerd. De exploitant kan de vlaggenautoriteiten van het vaartuig of de tonnara verzoeken een controleoverheveling uit te voeren. Als de exploitant niet om een dergelijke controleoverheveling verzoekt of het resultaat van die vrijwillige overheveling niet bevredigend is, verzoeken de controleautoriteiten om zoveel controleoverhevelingen als nodig totdat een video-opname van voldoende kwaliteit beschikbaar is. Bij dergelijke controleoverhevelingen wordt alle blauwvintonijn in de ontvangende kooi naar een andere, lege kooi overgeheveld. Als de vis afkomstig is uit een tonnara, mag de blauwvintonijn die reeds is overgeheveld van de tonnara naar de ontvangende kooi, worden teruggestuurd naar de tonnara; in dat geval wordt de controleoverheveling onder toezicht van de regionale Iccat-waarnemer geannuleerd.

Kooiverrichtingen

1.

Het elektronische opslagmedium met de originele video-opname wordt na afloop van de kooiverrichting zo snel mogelijk verstrekt aan de regionale Iccat-waarnemer, die het onmiddellijk parafeert om latere manipulatie te voorkomen.

2.

De originele video-opname wordt gedurende de gehele machtigingsperiode door, waar dat van toepassing is, de kwekerij bewaard.

3.

Er worden twee identieke kopieën van de video-opname gemaakt. Eén kopie wordt verstrekt aan de regionale Iccat-waarnemer die in de kwekerij is ingezet.

4.

Het nummer van de Iccat-kooivergunning wordt getoond aan het begin of het einde van elke video-opname, of op beide momenten.

5.

Bij elke video-opname worden het tijdstip en de datum van de opname permanent getoond.

6.

Voordat het kooien aanvangt, toont de video-opname het openen en sluiten van het net of de deur, en of de ontvangende kooien en overhevelende kooien al blauwvintonijn bevatten.

7.

De video-opname is doorlopend, zonder onderbrekingen of uitgeknipte beelden, en beslaat de volledige kooiverrichting.

8.

De video-opname is van voldoende kwaliteit om het aantal overgehevelde blauwvintonijnen te kunnen ramen.

9.

Indien de video-opname van onvoldoende kwaliteit is om het aantal overgehevelde blauwvintonijnen te kunnen ramen, verzoeken de controleautoriteiten om een nieuwe kooiverrichting. Bij een dergelijke nieuwe kooiverrichting wordt alle blauwvintonijn in de ontvangende kooi van de kwekerij naar een andere, lege kooi van de kwekerij overgeheveld.

BIJLAGE XI

NORMEN EN PROCEDURES VOOR HET GEBRUIK VAN STEREOSCOPISCHE CAMERASYSTEMEN IN DE CONTEXT VAN KOOIVERRICHTINGEN

A.   Gebruik van stereoscopische camerasystemen

Het gebruik van stereoscopische camerasystemen in de context van kooiverrichtingen, zoals vereist overeenkomstig artikel 51, vindt plaats overeenkomstig de volgende punten:

1.

De bemonsteringsintensiteit van levende vis bedraagt ten minste 20 % van de hoeveelheid vis die wordt gekooid. Indien dat technisch mogelijk is, geschiedt de bemonstering van de levende vis sequentieel, door een op vijf exemplaren te meten; die monsters worden genomen door de vis te meten op een afstand tussen 2 en 8 meter van de camera.

2.

De doorgangssluis die de overhevelende kooi met de ontvangende kooi verbindt, is maximaal 10 meter breed en maximaal 10 meter hoog.

3.

Indien de lengtemetingen van de vis een multimodale verdeling te zien geven (twee of meer groepen van verschillende grootte), dient het mogelijk te zijn voor dezelfde kooiverrichting meer dan één omrekeningsalgoritme te gebruiken; het/de meest actuele algoritme(n) dat/die door het SCRS is/zijn vastgesteld, wordt/worden gebruikt om vorklengten om te rekenen naar totaalgewicht, overeenkomstig de groottecategorie van de vis die tijdens de kooiverrichting wordt gemeten.

4.

De validering van de stereoscopische lengtemetingen geschiedt voorafgaand aan elke kooiverrichting met gebruikmaking van een schaalstok op een afstand tussen 2 en 8 meter.

5.

Indiende resultaten van het stereoscopische programma worden meegedeeld, wordt de foutenmarge die inherent is aan de technische specificaties van het stereoscopische camerasysteem vermeld; de marge mag ten hoogste +/- 5 % bedragen.

6.

Het verslag over de resultaten van het stereoscopische programma omvat bijzonderheden over alle bovengenoemde technische specificaties, met inbegrip van de bemonsteringsintensiteit, de bemonsteringsmethode, de afstand tot de camera, de afmetingen van de doorgangssluis en de algoritmen (lengte-gewichtverhouding). Het SCRS beziet die specificaties opnieuw en doet indien nodig aanbevelingen tot wijziging ervan.

7.

In gevallen waarin de kwaliteit van het beeldmateriaal van de stereoscopische camera onvoldoende is om het gewicht van de blauwvintonijn die wordt gekooid, te ramen, geven de autoriteiten van de voor het vangstvaartuig, de tonnara of de kwekerij verantwoordelijke lidstaten opdracht tot een nieuwe kooiverrichting.

B.   Presentatie en gebruik van de resultaten van de programma’s

1.

Besluiten betreffende verschillen tussen de vangstaangifte en de resultaten van het stereoscopische-systeemprogramma worden ten aanzien van de gezamenlijke visactie of de totale tonnaravangsten genomen voor gezamenlijke visacties en tonnaravangsten bestemd voor een kweekvoorziening waarbij één CPC en/of lidstaat betrokken is. Het besluit betreffende verschillen tussen de vangstaangifte en de resultaten van het stereoscopische-systeemprogramma wordt genomen ten aanzien van de kooiverrichtingen voor gezamenlijke visacties waarbij meer dan één CPC en/of lidstaat betrokken is, tenzij door de autoriteiten van alle vlaggen-CPC’s/vlaggenlidstaten van de bij de gezamenlijke visactie betrokken vangstvaartuigen anders overeengekomen is.

2.

Binnen 15 dagen na de kooidatum verstrekt de voor de kwekerij verantwoordelijke lidstaat een verslag aan de voor het vangstvaartuig of de tonnara verantwoordelijke lidstaat of CPC en aan de Commissie, dat de volgende documenten omvat:

a)

een technisch verslag van het stereoscopische systeem met:

algemene informatie: soort, plaats, kooi, datum, algoritme;

statistische informatie over de groottesortering: gemiddeld gewicht en gemiddelde lengte, minimumgewicht en -lengte, maximumgewicht en -lengte, aantal bemonsterde exemplaren, gewichtsverdeling, grootteverdeling.

b)

gedetailleerde resultaten van het programma, met de grootte en het gewicht van elk bemonsterd exemplaar;

c)

een kooirapport met:

algemene informatie over de verrichting: nummer van de kooiverrichting, naam van de kwekerij, kooinummer, BCD-nummer, ITD-nummer (Iccat Transfer Document), naam en vlag van het vangstvaartuig of de tonnara, naam en vlag van het sleepvaartuig, datum van de verrichting met het stereoscopische systeem en bestandsnaam van het filmmateriaal;

het algoritme voor de omrekening van lengte in gewicht;

de vergelijking tussen de in het BCD opgegeven hoeveelheden en de met het stereoscopische systeem geconstateerde hoeveelheden, uitgedrukt in aantal exemplaren, gemiddeld gewicht en totaalgewicht (formule voor de berekening van het verschil: (Stereoscopisch systeem — BCD)/Stereoscopisch systeem * 100);

de foutenmarge van het systeem;

voor kooirapporten met betrekking tot gezamenlijke visacties/tonnara’s bevat het laatste kooirapport ook een samenvatting van alle informatie in voorgaande kooirapporten.

3.

Bij ontvangst van het kooirapport treffen de autoriteiten van de lidstaat van het vangstvaartuig of de tonnara alle nodige maatregelen in de volgende situaties:

a)

het totale door het vangstvaartuig of de tonnara in het BCD opgegeven gewicht ligt binnen de schaal van de met het stereoscopische systeem geregistreerde meetwaarden:

er wordt geen bevel tot vrijlating gegeven;

in het BCD wordt zowel het aantal (aan de hand van het aantal exemplaren dat is geconstateerd met controlecamera’s of alternatieve technieken) als het gemiddelde gewicht gewijzigd, terwijl het totale gewicht niet wordt gewijzigd;

b)

het totale door het vangstvaartuig of de tonnara in het BCD opgegeven gewicht ligt onder het laagste cijfer van de schaal van met het stereoscopische systeem geregistreerde meetwaarden:

er wordt bevel tot vrijlating gegeven met gebruikmaking van het laagste cijfer van de schaal van met het stereoscopische systeem geregistreerde meetwaarden;

de vis wordt vrijgelaten volgens de procedure van artikel 41, lid 2, en bijlage XII;

in het BCD wordt na de vrijlating zowel het aantal (aan de hand van het aantal exemplaren dat is geconstateerd met controlecamera’s, verminderd met het aantal vrijgelaten exemplaren) als het gemiddelde gewicht gewijzigd, terwijl het totale gewicht niet wordt gewijzigd;

c)

het totale door het vangstvaartuig of de tonnara in het BCD opgegeven gewicht ligt boven het hoogste cijfer van de schaal van met het stereoscopische systeem geregistreerde meetwaarden:

er wordt geen bevel tot vrijlating gegeven;

in het BCD wordt het volgende gewijzigd: totaalgewicht (aan de hand van het hoogste cijfer van de schaal van met het stereoscopische systeem geregistreerde meetwaarden), aantal exemplaren (aan de hand van de resultaten van de controlecamera’s) en, dienovereenkomstig, gemiddeld gewicht.

4.

Voor elke relevante wijziging van het BCD stroken de in rubriek 2 (aantal en gewicht) ingevoerde waarden met die in rubriek 6 en mogen de waarden in de rubrieken 3, 4 en 6 niet hoger zijn dan die in rubriek 2.

5.

In het geval van compensatie van in individuele kooirapporten geconstateerde verschillen tussen alle kooiverrichtingen van een gezamenlijke visactie/tonnara, ongeacht of er een vrijlatingsverrichting vereist is, worden alle relevante BCD’s gewijzigd op basis van de laagste schaal van met het stereoscopische systeem geregistreerde meetwaarden. De BCD’s die de hoeveelheden vrijgelaten blauwvintonijn betreffen, worden ook gewijzigd om rekening te houden met het aantal/gewicht van de vrijgelaten vis. De BCD’s betreffende blauwvintonijn die niet is vrijgelaten maar waarvoor de resultaten van de stereoscopische systemen of alternatieve technieken verschillen van de als gevangen en overgeheveld gerapporteerde blauwvintonijn, worden ook gewijzigd om rekening te houden met die verschillen.

De BCD’s betreffende de vangsten waarvoor de vrijlatingsverrichting heeft plaatsgevonden, worden ook gewijzigd om rekening te houden met het aantal/gewicht van de vrijgelaten vis.


BIJLAGE XII

VRIJLATINGSPROTOCOL

1.   

De vrijlating van blauwvintonijn uit kweekkooien in zee wordt opgenomen met een videocamera en geobserveerd door een regionale Iccat-waarnemer, die een verslag opstelt en dat samen met de video-opnamen bij het Iccat-secretariaat indient.

2.   

Indien een vrijlatingsbevel is gegeven, verzoekt de exploitant van de kwekerij erom dat een regionale Iccat-waarnemer wordt ingezet.

3.   

De vrijlating van de blauwvintonijn uit transportkooien of tonnara’s in zee wordt geobserveerd door een nationale waarnemer van de voor het sleepvaartuig of tonnara verantwoordelijke lidstaat, die een verslag opstelt en indient bij de controleautoriteiten van de verantwoordelijke lidstaat.

4.   

Voordat een vrijlatingsverrichting plaatsvindt, kunnen de controleautoriteiten van de lidstaat opdracht geven tot een controle-overheveling met gebruikmaking van standaard- en/of stereoscopische camera’s om het aantal en het gewicht van de vrij te laten vis te ramen.

5.   

De autoriteiten van de lidstaat kunnen alle extra maatregelen nemen die zij nodig achten om te waarborgen dat de vrijlatingsverrichtingen plaatsvinden op het moment dat en de plaats die het meest geschikt is om de kans te verhogen dat de vis terugkeert naar het bestand. De exploitant is verantwoordelijk voor de overleving van de vis totdat de vrijlatingsverrichting heeft plaatsgevonden. Die vrijlatingsverrichtingen vinden plaats binnen drie weken na afloop van de kooiverrichtingen.

6.   

Na afloop van de oogstverrichtingen wordt vis die overblijft in een kwekerij en niet onder het BCD valt, vrijgelaten volgens de in artikel 41, lid 2, en deze bijlage vastgelegde procedures.


BIJLAGE XIII

BEHANDELING VAN DODE VIS

Tijdens visserijactiviteiten door ringzegenvaartuigen worden de hoeveelheden dood in de ringzegen aangetroffen vis in het logboek van het vissersvaartuig geregistreerd en in mindering gebracht op het quotum van de lidstaat.

Registratie en behandeling van dode vis tijdens de eerste overheveling:

1.

Het BCD wordt aan de exploitant van het sleepvaartuig verstrekt met rubriek 2 (totale vangst), rubriek 3 (verhandeling van levende vis) en rubriek 4 (overheveling — inclusief “dode” vis) ingevuld.

De totale in de rubrieken 3 en 4 gerapporteerde hoeveelheden zijn gelijk aan de in rubriek 2 gerapporteerde hoeveelheden. Het BCD gaat vergezeld van de originele Iccat-overhevelingsaangifte (Iccat Transfer Declaration — ITD) overeenkomstig deze verordening. De in de Iccat-overhevelingsaangifte gerapporteerde hoeveelheden (levend overgeheveld) zijn gelijk aan de in rubriek 3 van het begeleidende BCD gerapporteerde hoeveelheden.

2.

Een deel van het BCD met rubriek 8 (handelsinformatie) wordt ingevuld en overhandigd aan de exploitant van het hulpvaartuig dat de dode blauwvintonijn naar de kust vervoert (of die wordt aan boord van het vangstvaartuig gehouden in geval van rechtstreekse aanlanding aan de kust). Die dode vis en dat deel van het BCD gaan vergezeld van een kopie van de Iccat-overhevelingsaangifte.

3.

De hoeveelheden dode vis worden geregistreerd in het BCD van het vangstvaartuig dat de vangst heeft verricht of, in geval van gezamenlijke visacties, in het BCD van de vangstvaartuigen of van een onder een andere vlag varend vaartuig dat aan de gezamenlijke visactie deelneemt.


BIJLAGE XIV

ICCAT-KOOIVERKLARING  (1)

Naam van het vaartuig

Vlag

Registratienummer Identificeerbaar kooinummer

Datum van de vangst

Plaats van de vangst Lengtegraad Breedtegraad

eBCD-nummer

Datum van het eBCD

Kooidatum

Gekooide hoeveelheid (t)

Aantal voor mesting gekooide vissen

Groottesamenstelling

Kweekvoorziening (*1)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


(1)  Dit is de in Iccat-aanbeveling 06-07 vastgestelde kooiverklaring.

(*1)  Voorziening gemachtigd voor het mesten van in het verdragsgebied gevangen blauwvintonijn.


BIJLAGE XV

MINIMUMNORMEN VOOR DE INVOERING VAN EEN VMS IN HET ICCAT-VERDRAGSGEBIED  (1)

1.   

Niettegenstaande strengere vereisten die van toepassing zijn in specifieke Iccat-visserijen voert elke vlaggenlidstaat een VMS in voor zijn vissersvaartuigen met een lengte over alles van meer dan 15 meter die gemachtigd zijn om in wateren buiten de jurisdictie van de vlaggenlidstaat te vissen en:

a)

verplicht hij zijn vissersvaartuigen te zijn uitgerust met een autonoom, manipulatieaantonend systeem dat continu, automatisch, en onafhankelijk van enige interventie door het vaartuig, boodschappen doorzendt aan het visserijcontrolecentrum van de vlaggenlidstaat (VCC) om de positie, koers en snelheid van een vissersvaartuig door de vlaggenlidstaat van dat vaartuig te volgen;

b)

zorgt hij ervoor dat de satellietvolgapparatuur die aan boord van het vissersvaartuig is geïnstalleerd de volgende gegevens continu verzamelt en doorzendt aan het VCC van de vlaggenlidstaat:

de identificatiegegevens van het vaartuig;

de geografische positie van het vaartuig (lengtegraad, breedtegraad) met een foutenmarge van minder dan 500 meter, met een betrouwbaarheidsinterval van 99 %, en

de datum en het tijdstip;

c)

zorgt hij ervoor dat het VCC van de vlaggenlidstaat een automatische kennisgeving ontvangt als de communicatie tussen het VCC en de satellietvolgapparatuur onderbroken is;

d)

zorgt hij ervoor, in samenwerking met de kuststaat, dat de positieberichten die door de onder zijn vlag varende vaartuigen worden doorgegeven wanneer zij opereren in wateren onder de jurisdictie van die kuststaat ook automatisch en in realtime worden doorgezonden aan het VCC van de kuststaat die de activiteit heeft gemachtigd. Bij de uitvoering van deze bepaling wordt passende aandacht besteed aan het minimaliseren van de operationele kosten, technische moeilijkheden en administratieve lasten die met de doorzending van die berichten gepaard gaan, en

e)

zorgt hij ervoor dat om de verzending en ontvangst van positieberichten, zoals beschreven in punt d), te faciliteren, het VCC van de vlaggenlidstaat of van de vlaggen-CPC en het VCC van de kuststaat hun contactinformatie uitwisselen en zij elkaar onverwijld in kennis stellen van wijzigingen van die contactinformatie. Het VCC van de kuststaat stelt het VCC van de vlaggenlidstaat of van de vlaggen-CPC in kennis van elke onderbreking in de ontvangst van de opeenvolgende positieberichten. De verzending van positieberichten tussen het VCC van de vlaggenlidstaat of van de vlaggen-CPC, en dat van de kuststaat gebeurt elektronisch via een beveiligd communicatiesysteem.

2.   

Elke lidstaat neemt passende maatregelen om te waarborgen dat de VMS-berichten worden verzonden en ontvangen, zoals vastgesteld in punt 1, en gebruikt die informatie om de positie van de onder zijn vlag varende vaartuigen continu te volgen.

3.   

Elke lidstaat ziet erop toe dat de kapiteins van de onder zijn vlag varende vissersvaartuigen ervoor zorgen dat de satellietvolgapparatuur permanent en continu operationeel is en dat de in punt 1, b), bedoelde informatie ten minste om het uur voor ringzegenvaartuigen en ten minste om de twee uur voor alle andere vaartuigen wordt verzameld en verzonden. Daarnaast vereisen de lidstaten dat hun vaartuigexploitanten erop toezien dat:

a)

op geen enkele wijze met de satellietvolgapparatuur wordt geknoeid;

b)

de VMS-gegevens op geen enkele wijze worden gewijzigd;

c)

de antenne van de satellietvolgapparatuur op geen enkele wijze wordt gestoord;

d)

de satellietvolgapparatuur in het vissersvaartuig is ingebouwd en de stroomtoevoer op geen enkele wijze opzettelijk wordt onderbroken, en

e)

de satellietvolgapparatuur niet uit het vaartuig wordt verwijderd, behalve om te worden gerepareerd of vervangen.

4.   

Wanneer de aan boord van een vissersvaartuig geïnstalleerde satellietvolgapparatuur met een technische storing kampt of anderszins niet functioneert, wordt de apparatuur binnen één maand gerepareerd of vervangen, tenzij het vaartuig, in voorkomend geval, van de lijst van gemachtigde grote vissersvaartuigen is geschrapt of, voor vaartuigen die niet in de Iccat-lijst van gemachtigde vaartuigen hoeven te zijn opgenomen, de machtiging om in gebieden buiten de jurisdictie van de vlaggen-CPC te vissen niet meer geldig is. Het wordt het vaartuig niet toegestaan met defecte satellietvolgapparatuur een visreis te ondernemen. Wanneer apparatuur tijdens een visreis ophoudt met functioneren of met een technische storing kampt, vindt de reparatie of vervanging plaats zodra het vaartuig een haven binnenvaart; het vissersvaartuig mag geen visreis ondernemen voordat de satellietvolgapparatuur is gerepareerd of vervangen.

5.   

Elke lidstaat of CPC zorgt ervoor dat een vissersvaartuig met defecte satellietvolgapparatuur ten minste dagelijks via andere communicatiemiddelen (radio, webgebaseerde rapportage, e-mail, telefax of telex) aan het VCC berichten met de in punt 1, b), bedoelde informatie toezendt.

6.   

Lidstaten of CPC’s mogen een vaartuig enkel toestaan zijn satellietvolgapparatuur uit te schakelen indien het vaartuig gedurende langere tijd niet zal vissen (bijvoorbeeld wegens reparatie in een droogdok), en het de bevoegde autoriteiten van zijn vlaggenlidstaat of vlaggen-CPC daarvan op voorhand in kennis stelt. De satellietvolgapparatuur moet worden gereactiveerd en verzendt ten minste één bericht en verzamelt daarvoor de gegevens, voordat het vissersvaartuig de haven verlaat.


(1)  Deze zijn opgenomen in Iccat-aanbeveling 18-10 inzake minimumnormen voor volgsystemen voor vaartuigen in het Iccat-verdragsgebied.


BIJLAGE XVI

CONCORDANTIETABEL TUSSEN VERORDENING (EU) 2016/1627 EN DEZE VERORDENING

Verordening (EU) 2016/1627

Deze verordening

Artikel 1

Artikel 1

Artikel 2

Artikel 1

Artikel 3

Artikel 5

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 6

Artikel 11

Artikel 7

Artikel 12

Artikel 8

Artikel 13

Artikel 9

Artikel 14

Artikel 10

Artikel 16

Artikel 11

Artikel 17 en bijlage I

Artikel 12

Artikel 17 en bijlage I

Artikel 13

Artikel 18

Artikel 14

Artikel 19

Artikel 15

Artikel 20

Artikel 16

Artikel 21

Artikel 17

Artikel 25

Artikel 18

Artikel 22

Artikel 19

Artikel 23

Artikel 20

Artikel 26

Artikel 21

Artikel 4

Artikel 22

Artikel 27

Artikel 23

Artikel 28

Artikel 24

Artikel 30

Artikel 25

Artikel 31

Artikel 26

Artikel 32

Artikel 27

Artikel 36

Artikel 28

Artikel 37

Artikel 29

Artikel 29

Artikel 30

Artikel 33

Artikel 31

Artikel 34

Artikel 32

Artikel 35

Artikel 33

Artikel 40

Artikel 34

Artikel 41

Artikel 35

Artikel 43

Artikel 36

Artikel 44

Artikel 37

Artikel 51

Artikel 38

Artikel 42

Artikel 39

Artikel 45

Artikel 40

Artikel 46

Artikel 41

Artikel 46

Artikel 42

Artikel 47

Artikel 43

Artikel 48

Artikel 44

Artikel 49

Artikel 45

Artikel 50

Artikel 46

Artikel 51

Artikel 47

Artikel 55

Artikel 48

Artikel 56

Artikel 49

Artikel 57

Artikel 50

Artikel 38

Artikel 51

Artikel 39

Artikel 52

Artikel 58

Artikel 53

Artikel 15

Artikel 54

Artikel 59

Artikel 55

Artikel 60

Artikel 56

Artikel 62

Artikel 57

Artikel 63

Artikel 58

Artikel 64

Artikel 59

Artikel 68

Artikel 60

Artikel 70

Artikel 61

Artikel 71

Bijlage I

Bijlage I

Bijlage II

Bijlage II

Bijlage III

Bijlage V

Bijlage IV

Bijlage VI

Bijlage V

Bijlage III

Bijlage VI

Bijlage IV

Bijlage VII

Bijlage VIII

Bijlage VIII

Bijlage IX

Bijlage IX

Bijlage X

Bijlage X

Bijlage XI

Bijlage XI

Bijlage XII

Bijlage XII

Bijlage XIII


Top