Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52021DP0443

Besluit van het Europees Parlement van 11 november 2021 over het verzoek om opheffing van de immuniteit van Fulvio Martusciello (2021/2049(IMM))

PB C 205 van 20.5.2022, pp. 53–54 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

20.5.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 205/53


P9_TA(2021)0443

Verzoek om opheffing van de immuniteit van Fulvio Martusciello

Besluit van het Europees Parlement van 11 november 2021 over het verzoek om opheffing van de immuniteit van Fulvio Martusciello (2021/2049(IMM))

(2022/C 205/06)

Het Europees Parlement,

gezien het verzoek om opheffing van de immuniteit van Fulvio Martusciello, dat werd ingediend op 31 maart 2021 door de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk België, en van de ontvangst waarvan op 26 april 2021 ter plenaire vergadering kennis werd gegeven,

na Fulvio Martusciello te hebben gehoord, overeenkomstig artikel 9, lid 6, van zijn Reglement,

gezien de artikelen 8 en 9 van protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, en artikel 6, lid 2, van de Akte van 20 september 1976 betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen,

gezien de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 21 oktober 2008, 19 maart 2010, 6 september 2011, 17 januari 2013 en 19 december 2019 (1),

gezien artikel 5, lid 2, artikel 6, lid 1, en artikel 9 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A9-0302/2021),

A.

overwegende dat de procureur-generaal bij het Hof van Beroep te Brussel heeft verzocht om opheffing van de immuniteit van Fulvio Martusciello, Italiaans lid van het Europees Parlement, in verband met een snelheidsovertreding die een inbreuk vormt op artikel 11, lid 2, punt 1, a), van het Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg en artikel 29, lid 3, van de Wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer;

B.

overwegende dat de verkeerspolitie op 25 november 2020 in het kader van een “snelheidsactie” een voertuig op de autosnelweg E411 heeft onderschept waarvan de radar een snelheid had gemeten van 179 km/h, op een plaats waar de toegestane maximumsnelheid 120 km/h bedraagt;

C.

overwegende dat de bestuurder van dat voertuig door de politie geïdentificeerd werd als de heer Martusciello, die zijn hoedanigheid van lid van het Europees Parlement kenbaar heeft gemaakt; overwegende dat Fulvio Martusciello, in antwoord op het verzoek om eventuele opmerkingen vervat in een kopie van het proces-verbaal dat op 15 december 2020 door de procureur des Konings van Waals-Brabant is verzonden, de snelheidsoverschrijding niet heeft betwist;

D.

overwegende dat het Parlement niet als een rechtbank kan worden beschouwd en dat het lid in het kader van een procedure tot opheffing van de immuniteit niet als een “verdachte” kan worden beschouwd (2);

E.

overwegende dat het vermeende strafbare feit geen duidelijk of rechtstreeks verband houdt met de uitoefening door Fulvio Martusciello van zijn ambt van lid van het Europees Parlement, en evenmin met een mening of een stem die hij in de uitoefening van zijn ambt heeft uitgebracht, in de zin van artikel 8 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie;

F.

artikel 9 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie luidt als volgt:

“Tijdens de zittingsduur van het Europees Parlement genieten de leden:

a)

op hun eigen grondgebied, de immuniteiten welke aan de leden van de volksvertegenwoordiging in hun land zijn verleend,

b)

op het grondgebied van elke andere lidstaat, vrijstelling van aanhouding en gerechtelijke vervolging in welke vorm ook.

De immuniteit beschermt hen eveneens, wanneer zij zich naar de plaats van de bijeenkomst van het Europees Parlement begeven of daarvan terugkeren.

Op deze immuniteit kan geen beroep worden gedaan in geval van ontdekking op heterdaad, terwijl zij evenmin kan verhinderen dat het Europees Parlement het recht uitoefent de immuniteit van een van zijn leden op te heffen.”;

G.

overwegende dat het Parlement in dit geval geen bewijs heeft gevonden dat duidt op fumus persecutionis, dat wil zeggen feiten die erop wijzen dat de gerechtelijke procedure is ingeleid om de politieke activiteit van het lid in zijn hoedanigheid van lid van het Europees Parlement schade toe te brengen;

1.   

besluit de immuniteit van Fulvio Martusciello op te heffen;

2.   

verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en het verslag van zijn bevoegde commissie onmiddellijk te doen toekomen aan de bevoegde autoriteit van het Koninkrijk België en aan Fulvio Martusciello.


(1)  Arrest van het Hof van Justitie van 21 oktober 2008, Marra/De Gregorio en Clemente, C-200/07 en C-201/07, ECLI:EU:C:2008:579; arrest van het Gerecht van 19 maart 2010, Gollnisch/Parlement, T-42/06, ECLI:EU:T:2010:102; arrest van het Hof van Justitie van 6 september 2011, Patriciello, C-163/10, ECLI:EU:C:2011:543; arrest van het Gerecht van 17 januari 2013, Gollnisch/Parlement, T-346/11 en T-347/11, ECLI:EU:T:2013:23; arrest van het Hof van Justitie van 19 december 2019, Junqueras Vies, C-502/19, ECLI:EU:C:2019:1115.

(2)  Arrest van het Gerecht van 30 april 2019, Briois/Parlement, T-214/18, ECLI:EU:T:2019:266.


Top