This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52019AP0150
P8_TA(2019)0150 European Solidarity Corps programme ***I European Parliament legislative resolution of 12 March 2019 on the proposal for a regulation of the European Parliament and of the Council establishing the European Solidarity Corps programme and repealing [European Solidarity Corps Regulation] and Regulation (EU) No 375/2014 (COM(2018)0440 — C8-0264/2018 — 2018/0230(COD)) P8_TC1-COD(2018)0230 Position of the European Parliament adopted at first reading on 12 March 2019 with a view to the adoption of Regulation (EU) …/… of the European Parliament and of the Council establishing the European Solidarity Corps programme and repealing [European Solidarity Corps Regulation] and Regulation (EU) No 375/2014 (Text with EEA relevance)
P8_TA(2019)0150 Het programma “Europees Solidariteitskorps” ***I Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 12 maart 2019 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma “Europees Solidariteitskorps” en tot intrekking van [verordening inzake het Europees Solidariteitskorps] en Verordening (EU) nr. 375/2014 (COM(2018)0440 — C8-0264/2018 — 2018/0230(COD)) P8_TC1-COD(2018)0230 Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 12 maart 2019 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) …/… van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma “Europees Solidariteitskorps” en tot intrekking van [verordening inzake het Europees Solidariteitskorps] en Verordening (EU) nr. 375/2014 (Voor de EER relevante tekst)
P8_TA(2019)0150 Het programma “Europees Solidariteitskorps” ***I Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 12 maart 2019 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma “Europees Solidariteitskorps” en tot intrekking van [verordening inzake het Europees Solidariteitskorps] en Verordening (EU) nr. 375/2014 (COM(2018)0440 — C8-0264/2018 — 2018/0230(COD)) P8_TC1-COD(2018)0230 Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 12 maart 2019 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) …/… van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma “Europees Solidariteitskorps” en tot intrekking van [verordening inzake het Europees Solidariteitskorps] en Verordening (EU) nr. 375/2014 (Voor de EER relevante tekst)
PB C 23 van 21.1.2021, pp. 218–251
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
|
21.1.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 23/218 |
P8_TA(2019)0150
Het programma “Europees Solidariteitskorps” ***I
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 12 maart 2019 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma “Europees Solidariteitskorps” en tot intrekking van [verordening inzake het Europees Solidariteitskorps] en Verordening (EU) nr. 375/2014 (COM(2018)0440 — C8-0264/2018 — 2018/0230(COD))
(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)
(2021/C 23/42)
Het Europees Parlement,
|
— |
gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0440), |
|
— |
gezien artikel 294, lid 2, artikel 165, lid 4, artikel 166, lid 4, en artikel 214, lid 5, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0264/2018), |
|
— |
gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, |
|
— |
gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 17 oktober 2018 (1), |
|
— |
gezien het advies van het Comité van de Regio's van 6 december 2018 (2), |
|
— |
gezien artikel 59 van zijn Reglement, |
|
— |
gezien het verslag van de Commissie cultuur en onderwijs en de adviezen van de Commissie ontwikkelingssamenwerking, de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, de Begrotingscommissie en de Commissie regionale ontwikkeling (A8-0079/2019), |
|
1. |
stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast; |
|
2. |
verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen; |
|
3. |
verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen. |
P8_TC1-COD(2018)0230
Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 12 maart 2019 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) …/… van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma “Europees Solidariteitskorps” en tot intrekking van [verordening inzake het Europees Solidariteitskorps] en Verordening (EU) nr. 375/2014
(Voor de EER relevante tekst)
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 165, lid 4, artikel 166, lid 4, en artikel 214, lid 5,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),
Gezien het advies van het Comité van de Regio's (2),
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (3),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Europese Unie is gebouwd op solidariteit tussen burgers en tussen lidstaten. Deze in artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie verankerde gemeenschappelijke waarde geeft richting aan haar handelingen en zorgt voor de eenheid die nodig is om het hoofd te bieden aan de huidige en toekomstige maatschappelijke uitdagingen. Jonge Europeanen willen daarbij helpen door hun solidariteit in de praktijk te brengen. [Am. 1] |
|
(1 bis) |
Rekening houdend met de forse toename van het aantal humanitaire crises en noodsituaties in de wereld, moet de solidariteit tussen de lidstaten worden bevorderd, evenals de solidariteit met derde landen die getroffen zijn door natuurrampen of door de mens veroorzaakte crises, mede om de solidariteit en de zichtbaarheid van de humanitaire hulp bij de burgers van de Unie te bevorderen. [Am. 2] |
|
(1 ter) |
Humanitaire hulp is gebaseerd op de beginselen van onpartijdigheid, neutraliteit en non-discriminatie, die zijn verankerd in het internationaal humanitair recht en het recht van de Unie. Humanitaire hulp omvat op behoeften gebaseerde noodhulp die gericht is op het redden van levens, het voorkomen en verlichten van menselijk leed, het behoud van de menselijke waardigheid en het bieden van bescherming aan kwetsbare groepen die het slachtoffer zijn van door de mens of de natuur veroorzaakte crises of natuurrampen. Vermindering van het risico op rampen en versterking van de rampenparaatheid door middel van de opbouw van capaciteit en veerkracht vormen eveneens essentiële elementen van humanitaire hulp. [Am. 3] |
|
(2) |
In de toespraak over de Staat van de Unie van 14 september 2016 werd benadrukt dat Europa moet investeren in jongeren en werd de oprichting aangekondigd van een Europees Solidariteitskorps (“het programma”), dat voor jongeren in de hele Unie mogelijkheden moet scheppen om een betekenisvolle bijdrage te leveren aan de samenleving, solidariteit te tonen en hun vaardigheden te ontwikkelen, waardoor zij niet alleen aan het werk kunnen, maar ook uiterst waardevolle persoonlijke ervaring opdoen. |
|
(3) |
In haar mededeling “Een Europees Solidariteitskorps” van 7 december 2016 (4) benadrukte de Commissie dat het nodig is de basis voor solidair werk in heel Europa te versterken, jongeren meer en betere mogelijkheden te bieden voor solidariteitsactiviteiten op een groot aantal gebieden, en nationale , regionale en lokale actoren te ondersteunen bij het aanpakken van verscheidene uitdagingen en crises. Met de mededeling nam een eerste fase van het Europees Solidariteitskorps een aanvang. Daarbij werden verschillende programma's van de Unie ingeschakeld om jongeren in de hele Unie mogelijkheden te bieden voor vrijwilligerswerk, stages of banen. [Am. 4] |
|
(4) |
In artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie wordt benadrukt dat solidariteit een van de beginselen is die essentieel zijn voor de Europese Unie. Dat beginsel wordt in artikel 21, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie ook genoemd als een van de pijlers van het externe optreden van de EU. |
|
(4 bis) |
In het kader van deze verordening wordt solidariteit opgevat als een gevoel van verantwoordelijkheid van en voor iedereen om zich in te zetten voor het algemeen belang, dat wordt geuit door middel van concrete activiteiten zonder hiervoor een tegenprestatie te verwachten. [Am. 5] |
|
(4 ter) |
Het geven van hulp aan mensen en gemeenschappen buiten de Unie die worden geconfronteerd met rampen of die bijzonder kwetsbaar zijn voor rampen en behoefte hebben aan humanitaire hulp, op basis van de grondbeginselen van neutraliteit, humaniteit, onafhankelijkheid en onpartijdigheid, is een belangrijke uiting van solidariteit. [Am. 6] |
|
(4 quater) |
De deelnemende vrijwilligers en de organisaties die acties verrichten in het kader van het Europees vrijwilligerskorps voor humanitaire hulpverlening moeten zich houden aan de beginselen die zijn vermeld in de Europese consensus over humanitaire hulp. [Am. 7] |
|
(4 quinquies) |
Verdere ontwikkeling van de solidariteit met slachtoffers van crises en rampen in derde landen is noodzakelijk en humanitaire hulp en vrijwilligerswerk in het algemeen als activiteit die een leven lang uitgeoefend kan worden moeten beter onder de aandacht worden gebracht en zichtbaarder worden gemaakt voor de burgers van de Unie. [Am. 8] |
|
(4 sexies) |
De Unie en de lidstaten hebben zich ertoe verbonden de VN-Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling en de daaraan verbonden duurzameontwikkelingsdoelstellingen ten uitvoer te leggen, zowel bij intern als bij extern optreden. [Am. 9] |
|
(4 septies) |
In zijn conclusies van 19 mei 2017 over het operationeel maken van de koppeling tussen humanitaire bijstand en ontwikkelingshulp, erkende de Raad dat de veerkracht moet worden versterkt door humanitaire bijstand en ontwikkelingssamenwerking beter aan elkaar te koppelen, en door de operationele verbanden tussen de complementaire benaderingen van humanitaire hulp, ontwikkelingssamenwerking en conflictpreventie verder te versterken. [Am. 10] |
|
(5) |
Jongeren moeten laagdrempelige , inclusieve en zinvolle kansen krijgen om deel te nemen aan solidariteitsactiviteiten. Die kunnen hun de mogelijkheid bieden hun betrokkenheid bij de gemeenschappen uit te drukken en tegelijkertijd nuttige ervaring en kennis op te doen en vaardigheden en competenties te verwerven voor hun persoonlijke, educatieve, sociale en professionele ontwikkeling en hun ontwikkeling als burger, waardoor hun inzetbaarheid verbetert. Die activiteiten moeten ook de mobiliteit van jonge vrijwilligers, stagiairs en werknemers ondersteunen , evenals multiculturele uitwisseling . [Am. 11] |
|
(6) |
De aan jongeren aangeboden solidariteitsactiviteiten moeten van hoge kwaliteit zijn.: Z ij moeten tegemoetkomen aan onvervulde behoeften tot doel hebben de problemen van de samenleving, bijdragen aan te pakken , de solidariteit te bevorderen en bij te dragen tot de versterking van gemeenschappen en de democratische participatie. Zij moeten jongeren de mogelijkheid bieden waardevolle kennis , vaardigheden en competenties te verwerven . Zij moeten financieel toegankelijk zijn voor jongeren en worden uitgevoerd in veilige , inclusieve en gezonde omstandigheden. De dialoog met lokale en regionale overheden en Europese netwerken die gespecialiseerd zijn in urgente sociale problemen moet worden aangemoedigd om goed te kunnen bepalen aan welke maatschappelijke behoeften niet tegemoet wordt gekomen en te garanderen dat het programma op behoeften is georiënteerd. De solidariteitsactiviteiten mogen geen negatieve invloed hebben op bestaande banen of stages, moeten bijdragen aan het versterken van de toezeggingen van bedrijven op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen en mogen deze toezeggingen niet vervangen . [Am. 12] |
|
(7) |
Het Europees Solidariteitskorps biedt één contactpunt voor solidariteitsactiviteiten in de hele Unie en daarbuiten. Er moet worden gezorgd voor samenhang en complementariteit met andere relevante beleidsterreinen en programma's van de Unie. Het Europees Solidariteitskorps bouwt voort op de sterke punten en synergieën van de programma's die eraan voorafgingen en bestaande programma's, met name het Europees vrijwilligerswerk (5) en de EU-vrijwilligers voor humanitaire hulp (6). Het vormt ook een aanvulling op de inspanningen van de lidstaten om jongeren te ondersteunen en de overgang van school naar werk te vergemakkelijken in het kader van regelingen zoals de jongerengarantie door hun extra kansen te bieden om de arbeidsmarkt te betreden in de vorm van een stage of een baan op solidariteitsgerelateerde gebieden in hun eigen of een andere lidstaat. Daarnaast wordt gezorgd voor complementariteit met bestaande EU-netwerken die betrekking hebben op de activiteiten in het kader van het Europees Solidariteitskorps, zoals het Europees netwerk van openbare diensten voor arbeidsvoorziening, Eures en het Eurodesk-netwerk en relevante maatschappelijke organisaties, waaronder sociale partners en netwerken die jonge mensen en vrijwilligers vertegenwoordigen . Bovendien moet worden gezorgd voor complementariteit tussen bestaande regelingen, in het bijzonder nationale solidariteitsregelingen zoals vrijwilligerswerk, maatschappelijke dienstverlening en mobiliteitsprogramma's voor jongeren) en het Europees Solidariteitskorps door in voorkomend geval voort te bouwen op goede praktijken , om de doeltreffendheid en de kwaliteit van dergelijke regelingen te versterken en te verrijken en voort te bouwen op goede praktijken. Het Europees Solidariteitskorps mag niet in de plaats komen van nationale regelingen. Er moet voor worden gezorgd dat alle jongeren toegang hebben tot nationale solidariteitsactiviteiten. De Commissie moet praktische richtsnoeren opstellen over de wijze waarop het programma andere programma’s van de Unie kan aanvullen, over het vinden van financieringsbronnen en over synergieën tussen de verschillende programma’s . [Am. 13] |
|
(8) |
Wat de uitlegging van gerelateerde wetgeving op het niveau van de Unie betreft, moeten zowel de grensoverschrijdende vrijwilligersactiviteiten in het kader van het Europees Solidariteitskorps als de vrijwilligersactiviteiten die nog steeds worden ondersteund in het kader van Verordening (EU) nr. 1288/2013 worden beschouwd als gelijkwaardig met de activiteiten die in het kader van het Europees vrijwilligerswerk worden uitgevoerd. |
|
(8 bis) |
Certificering van uitzendende en gastorganisaties in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 375/2014 moet in het kader van het programma niet worden gedupliceerd en de gelijkwaardigheid ervan moet worden erkend bij de tenuitvoerlegging van deze verordening vanaf 2021. [Am. 14] |
|
(9) |
Het Europees Solidariteitskorps biedt jongeren nieuwe mogelijkheden niet-formele en informele leermogelijkheden om deel te nemen aan vrijwilligersactiviteiten, stages of banen in solidariteitsgerelateerde gebieden en om op eigen initiatief solidariteitsprojecten te bedenken en te ontwikkelen. Die mogelijkheden dragen bij aan hun persoonlijke, educatieve, sociale en professionele ontwikkeling en aan hun ontwikkeling als burger. Het Europees Solidariteitskorps ondersteunt ook netwerkactiviteiten voor de deelnemende personen en organisaties, naast maatregelen om de kwaliteit van de ondersteunde activiteiten te waarborgen en de validatie van de leerresultaten te verbeteren. Zo zal het ook een bijdrage leveren aan Europese samenwerking gericht op jongeren en de positieve effecten ervan onder de aandacht brengen. Het moet ook bijdragen aan de versterking van gemeenschappen en de ondersteuning van bestaande organisaties die solidariteitsacties uitvoeren. [Am. 15] |
|
(10) |
Die activiteiten moeten een duidelijke Europese toegevoegde waarde hebben en ten goede komen aan gemeenschappen en tegelijkertijd bijdragen aan de persoonlijke, educatieve, sociale en professionele ontwikkeling van een jongere jongeren en aan zijn hun ontwikkeling als burger, waarbij de activiteiten . Die moeten de vorm kunnen aannemen van vrijwilligerswerk, stages en banen, projecten of netwerkactiviteiten die zijn ontwikkeld met betrekking tot verschillende gebieden zoals onderwijs en opleiding, werkgelegenheid, gendergelijkheid, ondernemerschap (in het bijzonder sociaal ondernemerschap), burgerschap en democratische participatie, interculturele en interreligieuze dialoog, sociale inclusie, inclusie van mensen met een handicap, milieu en natuurbescherming, klimaatactie, rampenpreventie -paraatheid en hersteloperaties, landbouw en plattelandsontwikkeling, het verstrekken van levensmiddelen en non-foodartikelen, gezondheid en welzijn, creativiteit en cultuur, cultuur, met inbegrip van cultureel erfgoed, creativiteit , lichamelijke opvoeding en sport, sociale bijstand en welzijnszorg, de opvang en integratie van onderdanen van derde landen , met nadruk op het aanpakken van de uitdagingen waar migranten mee te maken hebben , territoriale samenwerking en cohesie, en grensoverschrijdende samenwerking. Dergelijke solidariteitsactiviteiten omvatten een solide leer- en opleidingsbasis, die wordt gelegd via zinvolle activiteiten die vóór, tijdens en na de solidariteitsactiviteit aan de deelnemers kunnen worden aangeboden. [Am. 16] |
|
(11) |
Vrijwilligersactiviteiten (zowel binnen als buiten de Unie) vormen een rijke ervaring in een niet-formele en informele leeromgeving, die bijdraagt tot de persoonlijke, sociaal-educatieve en professionele ontwikkeling van de jongeren en die hun actieve burgerschap , democratische participatie en inzetbaarheid vergroot. Vrijwilligerswerk moet gebaseerd zijn op een schriftelijke overeenkomst voor vrijwilligerswerk en vrijwilligersactiviteiten mogen geen negatieve gevolgen hebben voor potentiële of bestaande banen of als vervanging daarvan worden beschouwd. De Commissie en de lidstaten moeten via de open coördinatiemethode samenwerken bij beleid inzake vrijwilligerswerk voor jongeren. [Am. 17] |
|
(12) |
Stages en banen op solidariteitsgerelateerde gebieden kunnen jongeren extra kansen bieden om op de arbeidsmarkt te komen terwijl zij helpen maatschappelijke uitdagingen aan te pakken. Dergelijke ervaringen kunnen de inzetbaarheid en de productiviteit van jongeren helpen bevorderen en hun overgang van school naar werk vergemakkelijken, wat essentieel is om hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. De stageactiviteiten die in het kader van het Europees Solidariteitskorps worden aangeboden, moeten voldoen aan de kwaliteitsbeginselen van de Aanbeveling van de Raad inzake een kwaliteitskader voor stages. De aangeboden stages en banen fungeren voor jongeren als een springplank om de arbeidsmarkt te betreden, en worden daarom gecombineerd met adequate ondersteuning na afloop van de activiteit. De stages en banen worden gefaciliteerd door relevante arbeidsmarktactoren, met name openbare en particuliere diensten voor arbeidsvoorziening, sociale partners en kamers van koophandel, en worden door de deelnemende organisatie vergoed. Als Gemakkelijk toegankelijke stages en banen moeten zowel vanuit financieel als organisatorisch oogpunt duidelijk worden onderscheiden van vrijwilligerswerk. Stages mogen nooit in de plaats komen van banen. Betaalde stages en banen kunnen echter een stimulans vormen voor achtergestelde en kansarme jongeren om deel te nemen aan solidariteitsgerelateerde activiteiten waartoe zij anders wellicht geen toegang zouden hebben, en bieden tegelijkertijd een duidelijke Europese meerwaarde bij het aanpakken van onopgeloste maatschappelijke uitdagingen en versterken van lokale gemeenschappen. Stages kunnen voor jongeren de overgang van school naar werk vergemakkelijken, en kunnen hun inzetbaarheid vergroten, wat essentieel is om hun duurzame integratie op de arbeidsmarkt te verwezenlijken. De aangeboden stages en banen fungeren voor jongeren als een springplank om de arbeidsmarkt te betreden. Stages en banen die in het kader van het Europees Solidariteitskorps worden aangeboden, moeten altijd worden betaald door de deelnemende organisatie die de deelnemer een stageplaats of een baan aanbiedt. Stages moeten stoelen op een schriftelijke stage-overeenkomst overeenkomstig het toepasselijke regelgevingskader van het land waar de stage plaatsvindt, indien van toepassing, en moeten voldoen aan de beginselen van de Aanbeveling van de Raad van 10 maart 2014 inzake een kwaliteitskader voor stages (7) .Banen moeten stoelen op een arbeidsovereenkomst overeenkomstig de nationale wetgeving of de toepasselijke collectieve overeenkomsten, of beide, van het deelnemende land waar de baan wordt uitgeoefend. Financiële steun aan deelnemende organisaties die een baan aanbieden , mag niet langer dan twaalf maanden worden geboden . De deelnemende organisaties moeten zij financiering aanvragen via het bevoegde uitvoeringsorgaan van het Europees Solidariteitskorps voor de bemiddeling tussen de deelnemende jongeren en de werkgevers die stages en banen in solidariteitsgerelateerde sectoren aanbieden. Stages en banen moeten gepaard gaan met adequate voorbereiding, opleiding op de werkplek en ondersteuning na plaatsing, in functie van de deelname van de deelnemer. De stages en banen moeten worden gefaciliteerd door relevante arbeidsmarktactoren, met name openbare en particuliere diensten voor arbeidsvoorziening, sociale partners en kamers van koophandel, alsook organisaties die lid zijn van EURES, overeenkomstig Verordening (EU) 2016/589 van het Europees Parlement en de Raad (8) in het geval van grensoverschrijdende activiteiten. [Am. 18] |
|
(12 bis) |
Er moet voor worden gezorgd dat stages en banen beschikbaar zijn voor deelname door alle jongeren, en met name aan jongeren die minder kansen hebben, met inbegrip van jongeren met een beperking, sociaal of cultureel achtergestelde jongeren, jonge migranten en jongeren die in geïsoleerde plattelandsgebieden of in de ultraperifere gebieden van de Unie wonen. [Am. 19] |
|
(13) |
De zin voor initiatief van jongeren is een belangrijke troef voor de maatschappij en de arbeidsmarkt. Het Europees Solidariteitskorps helpt dit aspect bevorderen door jongeren de kans te bieden hun eigen projecten voor het aanpakken van specifieke uitdagingen ten bate van hun lokale gemeenschappen te bedenken en uit te voeren. Die projecten zijn een gelegenheid om ideeën uit te proberen en helpen voor de ontwikkeling van innovatieve oplossingen voor veelvoorkomende uitdagingen door middel van een bottom-upbenadering en jongeren te helpen om zelf de drijvende kracht achter solidariteitsactiviteiten te zijn. Zij dienen ook als springplank naar verdere betrokkenheid bij solidariteitsactiviteiten en zijn een eerste stap om de deelnemers aan het Europees Solidariteitskorps aan te moedigen als zelfstandige in de solidariteitsgerelateerde, non-profit- en jeugdsector aan de slag te gaan en actieve burgers te blijven als vrijwilliger, stagiair of werknemer bij of verenigingen, ngo's of andere organisaties in die sectoren op te zetten . Het Europees Solidariteitskorps is voornamelijk bedoeld om een omgeving te scheppen waarin jongeren steeds meer worden gemotiveerd om zich bezig te houden met solidariteitsactiviteiten en het openbaar belang te dienen. . [Am. 20] |
|
(13 bis) |
Vrijwilligers kunnen bijdragen aan vergroting van de capaciteit van de Unie om op behoeften gebaseerde en principiële humanitaire hulp te leveren en bijdragen aan de totstandbrenging van een effectievere humanitaire sector op voorwaarde dat zij op de juiste wijze worden geselecteerd, opgeleid en voorbereid om te worden ingezet, zodat zij over de nodige vaardigheden en competenties beschikken om mensen zo goed mogelijk te helpen, en zij op de plaats waar zij hun vrijwilligerswerk verrichten de juiste ondersteuning of begeleiding ontvangen. Daarom spelen hooggekwalificeerde, goed opgeleide en ervaren coaches/mentoren ter plaatse een belangrijke rol doordat zij de doeltreffendheid van de humanitaire respons helpen verbeteren en vrijwilligers helpen ondersteunen. [Am. 21] |
|
(14) |
Jongeren en organisaties die deelnemen aan het Europees Solidariteitskorps moeten voelen dat zij deel uitmaken van een gemeenschap van personen en entiteiten die zich inzetten voor meer solidariteit in heel Europa. Tegelijkertijd hebben de deelnemende organisaties behoefte aan ondersteuning om hun capaciteit te versterken zodat zij hoogwaardige activiteiten kunnen aanbieden aan een toenemend aantal deelnemers. Het Europees Solidariteitskorps ondersteunt netwerkactiviteiten om de betrokkenheid van de jongeren en de deelnemende organisaties bij deze gemeenschap te verstevigen, het teamgevoel binnen het Europees Solidariteitskorps te bevorderen en de uitwisseling van nuttige beste ervaringen en praktijken aan te moedigen. Die activiteiten dragen ook bij tot een grotere bekendheid van het Europees Solidariteitskorps onder openbare en particuliere actoren en tot het verzamelen van gedetailleerde en zinvolle feedback van deelnemers en deelnemende organisaties over verschillende stadia van de uitvoering van het Europees Solidariteitskorps. De feedback moet vragen bevatten met betrekking tot de doelstellingen van het programma om de verwezenlijking ervan beter te evalueren . [Am. 22] |
|
(14 bis) |
Om het programma tot een succes te maken moeten de zichtbaarheid ervan en de kennis erover worden vergroot en moeten de beschikbare financieringsmogelijkheden verder worden bevorderd, door middel van informatiecampagnes (met inbegrip van een jaarlijkse informatiedag over het Europees Solidariteitskorps) en dynamische communicatiemaatregelen met de nadruk op social media, om zo de doelgroep, zowel individuen als organisaties, optimaal te informeren. [Am. 23] |
|
(15) |
Er moet vooral aandacht worden besteed aan de kwaliteit van en de doelstelling van inclusiviteit die moet worden bereikt door middel van de activiteiten en de andere mogelijkheden die in het kader van het Europees Solidariteitskorps worden aangeboden. Dat kan met name door te voorzien in passende online of offline opleiding, taalondersteuning , passende accommodatie , verzekering, eenvoudige administratieve ondersteuning procedures en ondersteuning voorafgaand aan en na afloop van de activiteit en in de validatie van de kennis, vaardigheden en competenties die de deelnemers hebben opgedaan door hun ervaring bij het Europees Solidariteitskorps. Ondersteuningsmaatregelen moeten worden opgezet in samenwerking met jeugdorganisaties en andere non-profit- en maatschappelijke organisaties, zodat gebruik kan worden gemaakt van hun deskundigheid op dit gebied. De beveiliging en veiligheid van de vrijwilligers deelnemers en van de beoogde begunstigden blijven van het grootste belang . Alle activiteiten moeten in overeenstemming zijn met het “berokken geen schade”-beginsel. Deelnemers en vrijwilligers mogen niet worden ingezet bij operaties die plaatsvinden in gebieden waar zich internationale en niet-internationale gewapende conflicten afspelen , of bij faciliteiten die niet in overeenstemming zijn met de internationale mensenrechtennormen. Activiteiten waarmee direct contact met kinderen is gemoeid, moeten worden geleid door het beginsel dat rekening moet worden gehouden met de belangen van het kind en in voorkomend geval onderzoek van de antecedenten van deelnemers inhouden of het nemen van andere maatregelen met het oog op het waarborgen van de bescherming van de kinderen . [Am. 24] |
|
(15 bis) |
Overeenkomstig de EU-richtsnoeren voor de bevordering en bescherming van de rechten van het kind (2017) en artikel 9 van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap moeten de Unie en de lidstaten de overgang van de opname in instellingen van kwetsbare personen, zoals personen met een handicap en kinderen, naar gezins- en gemeenschapszorg bevorderen en ondersteunen. In die context mag het programma geen maatregelen of initiatieven ondersteunen die in de weg staan van het streven om een einde te maken aan de opname in instellingen of enige plaatsing die schadelijk zou zijn voor kinderen of personen met een handicap. [Am. 25] |
|
(15 ter) |
De beginselen inzake gelijke kansen en niet-discriminatie van de Unie moeten volledig worden geëerbiedigd in alle uitvoeringsstadia van het programma, met name bij de identificatie en selectie van vrijwilligers en organisaties. [Am. 26] |
|
(16) |
Om ervoor te zorgen dat de activiteiten in het kader van het Europees Solidariteitskorps daadwerkelijk een impact hebben op de persoonlijke, educatieve, sociale , culturele en professionele ontwikkeling van de deelnemers en op hun ontwikkeling als burger, moeten de kennis, vaardigheden en competenties die het leerresultaat van de activiteit zijn, duidelijk in kaart worden gebracht en gedocumenteerd. Daarbij moet rekening worden gehouden met de nationale omstandigheden en bijzonderheden, zoals aanbevolen in de Aanbeveling van de Raad van 20 december 2012 betreffende de validatie van niet-formeel en informeel leren (9). Om ervoor te zorgen dat geregistreerde kandidaten passende solidariteitsactiviteiten krijgen aangeboden, dienen de leerdoelstellingen van solidariteitsactiviteiten aan hen bekend te worden gemaakt alvorens ze besluiten deel te nemen. Hiertoe moet, in voorkomend geval, het gebruik van effectieve instrumenten op het niveau van de Unie en de lidstaten voor de erkenning van niet-formeel en informeel leren, zoals Youthpass en Europass, worden gestimuleerd. [Am. 27] |
|
(16 bis) |
Daarnaast moeten nationale agentschappen vrijwilligers aanmoedigen om ambassadeurs voor de programma's te worden en in die rol persoonlijke ervaringen te delen via jeugdnetwerken, onderwijsinstellingen en workshops. Voormalige vrijwilligers/ambassadeurs kunnen eveneens een bijdrage leveren aan de opleiding van toekomstige kandidaten. [Am. 28] |
|
(17) |
Met behulp van een kwaliteitskeurmerk moet worden gewaarborgd dat de deelnemende organisaties, wat betreft hun rechten en verantwoordelijkheden plichten en veiligheidsnormen gedurende alle fasen van de solidariteitservaring betreft , met inbegrip van de fases voorafgaand aan en na afloop van de activiteit , voldoen aan de waarden, beginselen en doelstellingen van de Unie, evenals aan de beginselen en vereisten van het Europees Solidariteitskorps. Het behalen van het kwaliteitskeurmerk is een voorwaarde voor deelname, maar mag niet automatisch leiden tot financiering uit hoofde van het Europees Solidariteitskorps. Kwaliteitskeurmerken moeten worden gedifferentieerd op basis van soort solidariteitsactiviteit . [Am. 29] |
|
(18) |
Elke entiteit die wil deelnemen aan het Europees Solidariteitskorps moet een kwaliteitskeurmerk ontvangen als aan de voorwaarden daarvoor is voldaan. Om ervoor te zorgen dat de deelnemende organisaties daadwerkelijk voldoen aan de beginselen en vereisten van het Europees Solidariteitskorps met betrekking tot hun rechten en plichten, moeten afzonderlijke kwaliteitslabels worden ingevoerd voor vrijwilligerswerk in het kader van solidariteitsactiviteiten, vrijwilligerswerk ter ondersteuning van humanitaire hulpoperaties, en voor stages en banen, en moeten deze ook variëren naar gelang van de functie van de deelnemende organisatie. Het proces waarmee het kwaliteitskeurmerk wordt toegekend, moet ononderbroken door de uitvoerende organen van het Europees Solidariteitskorps worden uitgevoerd. Het toegekende kwaliteitskeurmerk moet op gezette tijden regelmatig opnieuw worden beoordeeld en kan moet worden ingetrokken als bij een controle wordt vastgesteld dat niet langer aan de toekenningsvoorwaarden wordt voldaan. Het administratieve proces moet tot een minimum worden beperkt om te voorkomen dat kleinere organisaties worden afgeschrikt. [Am. 30] |
|
(19) |
Voordat een entiteit een financieringsaanvraag kan doen voor het aanbieden van activiteiten in het kader van het Europees Solidariteitskorps, moet zij eerst het kwaliteitskeurmerk hebben ontvangen. Die voorwaarde geldt niet voor natuurlijke personen die namens een informele groep deelnemers aan het Europees Solidariteitskorps financiële steun aanvragen voor hun solidariteitsprojecten. |
|
(19 bis) |
Als algemene regel geldt dat subsidieaanvragen moeten worden ingediend bij het nationale agentschap van het land waar de deelnemende organisatie is gevestigd. Subsidieaanvragen voor solidariteitsactiviteiten georganiseerd door Europese of internationale organisaties, solidariteitsactiviteiten van vrijwilligersteams op prioritaire gebieden die op Europees niveau zijn vastgesteld, en solidariteitsactiviteiten ter ondersteuning van humanitaire hulpacties in derde landen moeten worden ingediend bij het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur (EACEA), opgericht bij Uitvoeringsbesluit 2013/776/EU (10) van de Commissie. [Am. 31] |
|
(20) |
Deelnemende organisaties kunnen in het kader van het Europees Solidariteitskorps meerdere functies vervullen. In een functie als gastheer zijn zij actief bij het ontvangen van de deelnemers; hieronder vallen zaken als de organisatie van activiteiten en het verstrekken van voorlichting en ondersteuning van de deelnemers tijdens de activiteit alsmede feedback na de activiteit , voor zover van toepassing. In een ondersteunende functie zijn zij actief bij het uitzenden en voorbereiden van de deelnemers vóór hun vertrek en tijdens en na de solidariteitsactiviteit; onder deze functie vallen zaken als opleiding en het begeleiden van deelnemers naar lokale organisaties na afloop van de activiteit , teneinde de kansen te vergroten en ervaringen op het gebied van solidariteit te bevorderen. Verder moeten nationale agentschappen vrijwilligers worden aangemoedigd om ambassadeurs voor het programma te worden en persoonlijke ervaringen te delen via jeugdnetwerken en educatieve instellingen, en zodoende bij te dragen tot de bevordering van het programma. Hiertoe moeten nationale agentschappen de vrijwilligers voorzien van ondersteuning . [Am. 32] |
|
(20 bis) |
Ter ondersteuning van solidariteitsactiviteiten van jongeren moeten de deelnemende organisaties publieke of particuliere organisaties of internationale organisaties zonder winstoogmerk of met winstoogmerk zijn, waaronder jongerenorganisaties, religieuze instellingen en liefdadigheidsorganisaties, seculiere humanistische organisaties, NGO's of andere actoren uit het maatschappelijk middenveld. Onder het programma mag uitsluitend financiële steun worden verleend voor de activiteiten zonder winstoogmerk van de deelnemende organisaties. [Am. 33] |
|
(21) |
Schaalvergroting van het Europees Solidariteitskorps moet worden vergemakkelijkt. Tegelijkertijd moeten potentiële begunstigden worden voorzien van nauwkeurige en voortdurend geactualiseerde informatie over deze mogelijkheden. Er moeten specifieke maatregelen worden genomen om de initiatiefnemers van projecten in het kader van het Europees Solidariteitskorps te helpen om subsidies aan te vragen of om synergieën tot stand te brengen door middel van ondersteuning van de Europese structuur- en investeringsfondsen en de programma's op het gebied van migratie, veiligheid, justitie en burgerschap, gezondheid en cultuur. [Am. 34] |
|
(22) |
De uitvoerende organen en de deelnemende organisaties en jongeren moeten door kenniscentra van het Europees Solidariteitskorps worden bijgestaan om de kwaliteit van de uitvoering en de activiteiten van het Europees Solidariteitskorps te verhogen en de via de desbetreffende activiteiten verworven vaardigheden beter in kaart te brengen en te valideren, onder meer door het verstrekken van Youthpass-certificaten. |
|
(23) |
De portaalsite van het Europees Solidariteitskorps moet voortdurend verder worden ontwikkeld om een gemakkelijke, onbelemmerde en gebruikersvriendelijke toegang tot het Europees Solidariteitskorps goed toegankelijk te houden en te zorgen voor te waarborgen, in overeenstemming met de normen van Richtlijn (EU) 2016/2102 van het Europees Parlement en de Raad (11) . Het Europees Solidariteitskorps biedt een centraal contactpunt, zowel voor geïnteresseerde personen als organisaties, onder meer in verband met inschrijving, identificatie en afstemming van profielen en mogelijkheden, netwerkactiviteiten en virtuele uitwisselingen, online opleiding, taalondersteuning en ondersteuning voorafgaand aan en na afloop van de activiteit, mechanismes voor feedback en evaluatie en eventuele andere nuttige functies die in de toekomst kunnen worden toegevoegd. Hoewel een centraal contactpunt het voordeel biedt van geïntegreerde toegang tot verschillende activiteiten, ondervinden personen mogelijk fysieke, sociale en andere belemmeringen bij de toegang tot de portaalsite van het Europees Solidariteitskorps. Om dergelijke belemmeringen weg te nemen, moeten de deelnemende organisaties de deelnemers ondersteuning verlenen bij de registratie . [Am. 35] |
|
(24) |
De portaalsite van het Europees Solidariteitskorps moet verder worden ontwikkeld in overeenstemming met het Europees interoperabiliteitskader (12), dat specifieke richtsnoeren bevat over het opzetten van interoperabele digitale openbare diensten en dat in de lidstaten en andere leden van de Europese Economische Ruimte via nationale interoperabiliteitskaders in praktijk wordt gebracht. Het kader geeft overheidsdiensten 47 concrete aanbevelingen met betrekking tot het verbeteren van de governance van hun interoperabiliteitsactiviteiten, het opzetten van organisatieoverschrijdende verbanden, het stroomlijnen van processen ter ondersteuning van digitale eind-tot-einddiensten en het waarborgen dat bestaande en nieuwe wetgeving geen afbreuk doet aan de interoperabiliteitsinspanningen. Daarnaast moet het portaal worden opgezet volgens de normen van Richtlijn (EU) 2016/2102. [Am. 36] |
|
(24 bis) |
Teneinde de transparantie van het tenuitvoerleggingsproces en de effectiviteit van het programma te vergroten, moet de Commissie regelmatig overleggen met de belangrijkste belanghebbenden, met inbegrip van deelnemende organisaties, over de tenuitvoerlegging van het programma. [Am. 37] |
|
(24 ter) |
Om de goede werking van het programma en de tijdige uitvoering van de acties van het programma te waarborgen is het van wezenlijk belang dat er in het kader van de werkprogramma's van het programma mechanismen worden ingesteld die ervoor zorgen dat er binnen een redelijk en betrekkelijk voorspelbaar tijdsbestek plaatsen worden aangeboden aan ingeschreven kandidaten. Daarom moeten ingeschreven kandidaten op regelmatige basis informatie en updates toegestuurd krijgen over beschikbare plaatsen en actief betrokken deelnemende organisaties, zodat hun betrokkenheid bij het programma na hun inschrijving wordt gestimuleerd en ze tegelijk de kans krijgen om rechtstreeks contact op te nemen met de actoren die op nationaal en Europees niveau actief zijn op solidariteitsgerelateerde gebieden. [Am. 38] |
|
(25) |
Verordening [nieuw Financieel Reglement] (13) (het “Financieel Reglement”) is van toepassing op dit programma. Die verordening bevat regels voor de uitvoering van de Uniebegroting, daaronder begrepen regels voor subsidies, prijzen, aanbestedingen, indirecte uitvoering, financiële bijstand, financieringsinstrumenten en begrotingsgaranties. |
|
(26) |
In het bijzonder kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad (14) en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad (15) administratieve onderzoeken, daaronder begrepen controles en verificaties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad (16) kan het Europees Openbaar Ministerie (EOM) fraude en andere strafbare feiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, zoals omschreven in Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad (17), opsporen en vervolgen. Personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen, moeten overeenkomstig het Financieel Reglement ten volle meewerken aan de bescherming van de financiële belangen van de Unie, de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, OLAF, het EOM en de Europese Rekenkamer alsmede ervoor zorgen dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van middelen van de Unie gelijkwaardige rechten verlenen. |
|
(27) |
Het Europees Solidariteitskorps richt zich op jongeren in de leeftijd van 18-30 jaar, en een inschrijving op de portaalsite van het Europees Solidariteitskorps moet een voorwaarde zijn om te kunnen deelnemen aan de door het Europees Solidariteitskorps aangeboden activiteiten. |
|
(27 bis) |
Op grond van de beginselen van de Unie inzake gelijke kansen en non-discriminatie moeten burgers van de Unie en onderdanen van andere landen die langdurig in de EU verblijven, van alle leeftijden en achtergronden, actief als burger kunnen optreden. Met het oog op de specifieke uitdagingen in de humanitaire context, moeten de deelnemers aan het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp ten minste achttien jaar oud zijn. Het kan gaan om personen met allerlei verschillende profielen en uit verschillende generaties, die over competenties beschikken die relevant zijn om dergelijke humanitaire operaties succesvol te kunnen uitvoeren. [Am. 39] |
|
(28) |
In het bijzonder moet erop worden gelet dat de door het Europees Solidariteitskorps ondersteunde activiteiten toegankelijk zijn voor alle jongeren, met name voor de meest kansarme en vooral voor degenen met minder kansen, zoals nader omschreven in de inclusie- en diversiteitsstrategie die is ontwikkeld en toegepast in het kader van het Erasmus+-programma . Er moeten bijzondere maatregelen , zoals solidariteitsactiviteiten en persoonlijke advisering met passende formaten, worden getroffen om de sociale inclusie en de deelname van kansarme jongeren te bevorderen, en ook om rekening te houden met de problemen in verband met de afgelegenheid van een aantal plattelandsgebieden, van de ultraperifere gebieden van de Unie en de landen en gebieden overzee. Daartoe moeten kansarme jongeren, zonder afbreuk te doen aan de mogelijkheid om voltijds en in een ander land dan het land van de woonplaats te participeren, ook deeltijds of in het land van verblijf kunnen deelnemen, en moeten zij kunnen profiteren van andere maatregelen om hun deelname aan het programma te vergemakkelijken. De deelnemende landen moeten er ook naar streven alle nodige maatregelen te treffen om wettelijke en administratieve belemmeringen voor de goede werking van het Europees Solidariteitskorps weg te nemen. Dit moet — indien mogelijk en onverminderd het Schengenacquis en het Unierecht inzake de binnenkomst en het verblijf van onderdanen van derde landen — de administratieve kwesties oplossen die problemen veroorzaken bij het verkrijgen van visa en verblijfsvergunningen, en bij de afgifte van een Europese ziekteverzekeringskaart in het geval van grensoverschrijdende activiteiten. [Am. 40] |
|
(28 bis) |
Er is speciale aandacht en ondersteuning nodig voor de capaciteit van ontvangende partnerorganisaties in derde landen, terwijl tevens aandacht moet worden besteed aan de noodzaak om de activiteiten van vrijwilligers binnen de lokale context te verankeren en de interactie van vrijwilligers met lokale humanitaire actoren, de ontvangende gemeenschap en het maatschappelijk middenveld te bevorderen. [Am. 41] |
|
(29) |
Wegens het belang van de strijd tegen klimaatverandering overeenkomstig de verbintenissen van de Unie tot uitvoering van de Overeenkomst van Parijs en tot verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties, zal dit programma bijdragen aan de verdere integratie van klimaatactie in beleid en aan het algemene streven dat gedurende de periode 2021-2027 van het meerjarig financieel kader ten minste 25 % van de uitgaven op de begroting van de Unie klimaatdoelstellingen ondersteunen , en dat zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk in 2027, een streefcijfer van 30 % per jaar wordt gehaald . Tijdens de voorbereiding en uitvoering van het programma zal worden vastgesteld welke acties in dit opzicht relevant zijn, en dit zal opnieuw worden beoordeeld in het kader van de desbetreffende evaluatie- en beoordelingsprocessen. [Am. 42] |
|
(30) |
In deze verordening worden voor de periode 2021-2027 de financiële middelen vastgelegd die voor het Europees Parlement en de Raad gedurende de jaarlijkse begrotingsprocedure het voornaamste referentiebedrag vormen in de zin van punt 17 van het Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (18). |
|
(30 bis) |
Een passend deel van het budget dient te worden uitgetrokken voor de uitwisseling van beste praktijken door de lidstaten en de ontwikkeling van jeugdnetwerken. [Am. 43] |
|
(31) |
De in deze verordening bedoelde financieringsvormen en uitvoeringsmethoden moeten worden gekozen op basis van de mogelijkheden die zij bieden voor het verwezenlijken van de specifieke doelstellingen van de acties en voor het behalen van resultaten, waarbij met name rekening wordt gehouden met de kosten van controles, de administratieve lasten en het verwachte risico van niet-naleving. In het geval van subsidies houdt dit mede in dat het gebruik van vaste bedragen, vaste percentages en schalen van eenheidskosten wordt overwogen. |
|
(32) |
Derde landen die lid zijn van de Europese Economische Ruimte (EER) kunnen aan het programma deelnemen in het kader van de samenwerking waarin wordt voorzien door de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, die bepaalt dat programma's van de Unie worden uitgevoerd bij een op grond van die overeenkomst genomen besluit. Derde landen kunnen ook op grond van andere rechtsinstrumenten deelnemen. Deze verordening moet de verantwoordelijke ordonnateur, het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en de Europese Rekenkamer de nodige rechten en toegang verlenen om hun bevoegdheden ten volle te kunnen uitoefenen. De volledige deelneming van derde landen aan het programma moet afhankelijk worden gesteld van de voorwaarden in specifieke overeenkomsten betreffende de deelneming van het betrokken derde land aan het programma. Volledige deelname brengt bovendien de verplichting mee om een nationaal agentschap op te richten en sommige acties van het programma decentraal te beheren. Personen en entiteiten uit niet met het programma geassocieerde derde landen moeten kunnen deelnemen aan sommige acties van het programma, zoals omschreven in het werkprogramma en in de door de Commissie gepubliceerde oproepen tot het indienen van voorstellen. |
|
(33) |
Om het grootst mogelijke effect uit het Europees Solidariteitskorps te halen, moeten regelingen worden getroffen om het voor de deelnemende landen en andere programma's van de Unie mogelijk te maken aanvullende financiering ter beschikking te stellen overeenkomstig de regels van het Europees Solidariteitskorps. |
|
(34) |
Volgens [artikel 88 van nieuw besluit van de Raad inzake associatie van LGO's] (19) komen in landen en gebieden overzee gevestigde personen en entiteiten in aanmerking voor financiering, overeenkomstig de voorschriften en doelstellingen van het programma en eventuele regelingen die van toepassing zijn op de lidstaat waarmee het desbetreffende land of gebied overzee banden heeft. |
|
(35) |
Overeenkomstig de mededeling van de Commissie “Een nieuw en sterker strategisch partnerschap met de ultraperifere gebieden van de EU” (20) moet het programma rekening houden met de specifieke situatie van die gebieden. Er zullen maatregelen worden genomen om de deelname van de ultraperifere gebieden aan alle acties te vergroten , met inbegrip van meer publiciteit . Die maatregelen zullen regelmatig worden gemonitord en geëvalueerd. [Am. 44] |
|
(36) |
Overeenkomstig het Financieel Reglement moet de Commissie werkprogramma's vaststellen en Aangezien het programma over een periode van zeven jaar wordt uitgevoerd, moet voldoende flexibiliteit worden ingebouwd om het programma in staat te stellen zich aan te passen aan de veranderende realiteit en de politieke prioriteiten voor de uitvoering van solidariteitsactiviteiten. Als zodanig geeft deze verordening niet in detail aan op welke wijze de acties zullen worden opgezet en loopt zij niet vooruit op politieke prioriteiten of respectieve begrotingsprioriteiten voor de komende zeven jaar. In plaats daarvan moeten de secundaire beleidskeuzes en prioriteiten, met inbegrip van bijzonderheden over specifieke acties, die via de verschillende activiteiten moeten worden uitgevoerd, worden vastgesteld via een jaarlijks werkprogramma in overeenstemming met Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad (21) daarvan in kennis stellen (het Financieel Reglement) . Het werkprogramma moet ook de nodige maatregelen bevatten voor de uitvoering ervan in overeenstemming met de algemene en specifieke doelstellingen van het programma, de selectie- en gunningscriteria voor subsidies en alle andere noodzakelijke elementen. De werkprogramma's en de wijzigingen daarvan moeten door middel van uitvoeringshandelingen overeenkomstig de onderzoeksprocedure worden vastgesteld gedelegeerde handelingen worden vastgesteld. Om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen moet de Commissie bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen tijdens haar voorbereidende werkzaamheden passende raadplegingen houden, onder meer op deskundigenniveau, en ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en aan de Raad. [Am. 45] |
|
(37) |
Overeenkomstig de punten 22 en 23 van het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016 moet dit programma worden geëvalueerd op basis van gegevens die zijn verzameld op grond van specifieke monitoringvoorschriften, waarbij echter overregulering en administratieve lasten, in het bijzonder voor de lidstaten, worden vermeden. Die voorschriften moeten specifieke, meetbare en realistische indicatoren omvatten die gedurende langere tijd kunnen worden gemeten als een basis voor de evaluatie van het effect van het programma op het terrein. |
|
(38) |
Er moet op Europees, regionaal, nationaal en lokaal niveau worden gezorgd voor passende voorlichting, bekendmaking en verspreiding van de mogelijkheden en resultaten van de door het programma ondersteunde acties. Het programma moet worden gepromoot door middel van dynamische communicatiemiddelen, met bijzondere aandacht voor sociale media, om een groter aantal potentiële kandidaten te bereiken. Sociale ondernemingen moeten speciale aandacht krijgen en worden aangemoedigd om de activiteiten van het Europees Solidariteitskorps te ondersteunen. De activiteiten inzake outreach, bekendmaking en verspreiding moeten uitgaan van de uitvoeringsorganen van het programma, de websites van de Unie, en de programma's van de Unie die verband houden met het Europees Solidariteitskorps, en moeten, in voorkomend geval met de steun van andere centrale belanghebbenden omvatten . [Am. 46] |
|
(39) |
Om de doelstellingen van het programma beter te kunnen verwezenlijken, is het wenselijk dat dienen de Commissie, de lidstaten en de nationale agentschappen nauw samenwerken samen te werken , in partnerschap met niet-gouvernementele organisaties, sociale ondernemingen, jeugdorganisaties , organisaties die mensen met een handicap vertegenwoordigen, en lokale belanghebbenden die ervaring hebben met solidariteitsacties , met inbegrip van vrijwilligersinfrastructuur en ondersteunende instanties, zoals vrijwilligerscentra . [Am. 47] |
|
(40) |
Om te zorgen voor een efficiëntere communicatie met het brede publiek en een sterkere synergie tussen de op initiatief van de Commissie ondernomen communicatieactiviteiten, moeten de bij deze verordening voor communicatie toegewezen middelen ook worden gebruikt voor onbelemmerde en toegankelijke institutionele communicatie betreffende de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover deze verband houden met de algemene doelstellingen van deze verordening. [Am. 48] |
|
(41) |
Om een efficiënte en doeltreffende uitvoering van deze verordening te waarborgen, moet het programma maximaal gebruikmaken van reeds bestaande beheersregelingen. De uitvoering van het programma moet daarom worden toevertrouwd aan bestaande structuren, namelijk de Commissie en de nationale agentschappen die zijn aangewezen voor het beheer van de acties als bedoeld in hoofdstuk III van [nieuwe Erasmusverordening]. De Commissie moet regelmatig overleg plegen met de belangrijkste belanghebbenden, waaronder deelnemende organisaties, over de uitvoering van het Europees Solidariteitskorps. |
|
(42) |
Om te zorgen voor een gezond financieel beheer , kostenoptimalisering en rechtszekerheid in elk deelnemend land, moet elke nationale autoriteit een onafhankelijk auditorgaan aanwijzen. Waar mogelijk en om de efficiëntie te vergroten, kan het onafhankelijke auditorgaan hetzelfde zijn als het orgaan dat is aangewezen voor de in Hoofdstuk III van [nieuwe Erasmusverordening] bedoelde acties. [Am. 49] |
|
(43) |
De lidstaten moeten ernaar streven alle nodige maatregelen te treffen om wettelijke en administratieve belemmeringen voor de goede werking van het programma weg te nemen. Dat houdt in dat, waar mogelijk en onverminderd het Unierecht inzake de binnenkomst en het verblijf van onderdanen van derde landen, kwesties die problemen veroorzaken bij het verkrijgen van visa en verblijfsvergunningen en andere wettelijke problemen die toegang van jongeren tot het programma zouden kunnen verhinderen, moeten worden opgelost. Overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/801 van het Europees Parlement en de Raad (22) worden de lidstaten aangemoedigd verkorte toelatingsprocedures in te voeren. [Am. 50] |
|
(44) |
Het prestatieverslagleggingssysteem moet waarborgen dat de gegevens voor het monitoren van de uitvoering en voor de evaluatie van het programma op efficiënte en doeltreffende wijze en tijdig en op het juiste niveau van verfijning worden verzameld. Die gegevens moeten aan de Commissie worden meegedeeld op een wijze die strookt met de desbetreffende voorschriften inzake gegevensbescherming. |
|
(45) |
Om ervoor te zorgen dat deze verordening volgens eenvormige voorwaarden wordt uitgevoerd, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (23). [Am. 51] |
|
(46) |
Om de vereisten waaraan de begunstigden moeten voldoen te vereenvoudigen, moet zo veel mogelijk worden gebruikgemaakt van vereenvoudigde subsidies in de vorm van vaste bedragen, eenheidskosten en financiering volgens een vast percentage. De vereenvoudigde subsidies ter ondersteuning van de mobiliteitsacties van het programma, zoals door de Commissie gedefinieerd, moeten rekening houden met de kosten van levensonderhoud in het gastland. De lidstaten moeten voorts worden aangespoord die subsidies vrij te stellen van belasting en sociale premies, overeenkomstig het nationale recht. Die vrijstelling moet eveneens gelden voor publieke of particuliere entiteiten die dergelijke financiële steun toekennen aan de individuele begunstigden. |
|
(47) |
Overeenkomstig het Financieel Reglement, Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad (24), Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad moeten de financiële belangen van de Unie worden beschermd door evenredige maatregelen, daaronder begrepen voorkoming, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden, waaronder fraude, invordering van verloren gegane, onverschuldigd betaalde of onjuist bestede financiële middelen alsmede, in voorkomend geval, oplegging van administratieve sancties. Teneinde de prestatie-indicatoren van het programma te wijzigen en/of aan te vullen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Om met name te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, moeten het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde moment ontvangen als de deskundigen van de lidstaten, en moeten hun deskundigen systematisch toegang hebben tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van gedelegeerde handelingen. |
|
(48) |
Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name zijn erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (25). Deze verordening beoogt met name de volledige eerbiediging te waarborgen van het recht op gelijkheid tussen mannen en vrouwen en het recht op non-discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd, of seksuele geaardheid of socio-economische achtergrond en de toepassing van de artikelen 21 en 23 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie te bevorderen. [Am. 52] |
|
(49) |
Op deze verordening zijn horizontale financiële voorschriften van toepassing die door het Europees Parlement en de Raad zijn vastgesteld op grond van artikel 322 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Die voorschriften staan in het Financieel Reglement en bepalen met name de procedure voor de vaststelling en de uitvoering van de begroting door subsidies, aanbestedingen, prijzen en indirecte uitvoering, en voorzien in controles van de verantwoordelijkheid van financiële actoren. De op grond van artikel 322 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vastgestelde voorschriften betreffen ook de bescherming van de begroting van de Unie ingeval van algemene lacunes op het gebied van de rechtsstaat in de lidstaten, aangezien het respect voor de rechtsstaat een wezenlijke voorwaarde is voor goed financieel beheer en doeltreffende financiering door de Unie. |
|
(50) |
Aangezien de doelstelling van deze verordening, namelijk het betrekken van jongeren en organisaties bij toegankelijke en hoogwaardige solidariteitsactiviteiten, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt maar, vanwege de omvang en de gevolgen ervan, beter op het niveau van de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken. |
|
(51) |
[Verordening inzake het Europees Solidariteitskorps] moet met ingang van 1 januari 2021 worden ingetrokken. |
|
(52) |
Om te zorgen voor de continuïteit in de door het programma te bestrijken financieringssteun, moet deze verordening van toepassing zijn met ingang van 1 januari 2021, |
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
HOOFDSTUK I
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
Voorwerp
Bij deze verordening wordt het Europees Solidariteitskorps (“het programma”) opgericht.
In deze verordening worden de doelstellingen van het programma, de begroting voor de periode 2021-2027, de vormen van financiering door de Unie alsmede de regels voor de verstrekking van die financiering vastgelegd.
Artikel 2
Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
|
1) |
“solidariteitsactiviteit”: een tijdelijke inclusieve en naar behoren gefinancierde activiteit van hoge kwaliteit die belangrijke sociale uitdagingen aanpakt ten behoeve van een gemeenschap of van de maatschappij als geheel, bijdraagt tot de verwezenlijking van de doelstellingen van het Europees Solidariteitskorps en die de vorm kan hebben van vrijwilligerswerk, stages, banen, solidariteitsprojecten en netwerkactiviteiten op verschillende gebieden, waaronder die bedoeld in lid 13, waarbij de Europese meerwaarde en de naleving van de gezondheids- en veiligheidsvoorschriften en de internationale mensenrechtennormen worden gewaarborgd; [Am. 53] |
|
2) |
“ingeschreven kandidaat”: een persoon van 17 tot 30 jaar oud die legaal verblijft in een deelnemend land en die zich op de portaalsite van het Europees Solidariteitskorps heeft ingeschreven om blijk te geven van zijn belangstelling om mee te doen aan een solidariteitsactiviteit, maar nog niet aan zo'n activiteit deelneemt; [Am. 54] |
|
3) |
“deelnemer”: een persoon van 18 tot 30 jaar oud die legaal verblijft in een deelnemend land en die zich op de portaalsite van het Europees Solidariteitskorps heeft ingeschreven en deelneemt aan een solidariteitsactiviteit van het Europees Solidariteitskorps; [Am. 55] |
|
4) |
“kansarme jongeren”: jongeren die kampen met bepaalde belemmeringen die hen er om economische, sociale, culturele, geografische of gezondheidsredenen of redenen zoals een handicap en leerproblemen van weerhouden daadwerkelijk toegang te krijgen tot mogelijkheden in het kader van het programma personen die aanvullende ondersteuning nodig hebben als gevolg van uiteenlopende belemmeringen zoals een handicap, gezondheidsproblemen, leerproblemen, migratieachtergrond, culturele verschillen, economische, sociale en geografische belemmeringen, inclusief personen uit gemarginaliseerde gemeenschappen of personen die het risico lopen te worden gediscrimineerd op grond van een van de redenen als bedoeld in artikel 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie ; [Am. 56] |
|
5) |
“deelnemende organisatie”: een publieke of private entiteit met of zonder winstoogmerk , ongeacht of deze zich op lokaal, regionaal, nationaal of internationaal niveau bevindt, die het kwaliteitskeurmerk van het Europees Solidariteitskorps heeft gekregen , en die een organiserende functie, een ondersteunende functie of beide functies heeft, met dien verstande dat de entiteit in staat is hoogwaardige solidariteitsactiviteiten uit te voeren in overeenstemming met de doelstellingen van het programma ; [Am. 57] |
|
6) |
“vrijwilligerswerk”: een optionele solidariteitsactiviteit die als onbetaalde vrijwilligersactiviteit bestaat uit de uitvoering van een activiteit die ten goede komt aan het publiek en bijdraagt tot verhoging van het openbaar welzijn, die door een deelnemer wordt uitgevoerd in zijn of haar vrije tijd en uit vrije wil, zonder recht op vergoeding, voor een periode van ten hoogste twaalf maanden; [Am. 58] |
|
7) |
“stage”: betaalde solidariteitsactiviteit in de vorm van praktijkwerk in een deelnemende organisatie voor een periode van twee drie tot en met zes maanden, eenmalig te verlengen met maximaal twaalf maanden, die wordt aangeboden en betaald door de deelnemende organisatie die de deelnemer aan het Europees Solidariteitskorps ontvangt , en die een leercomponent omvat waarmee relevante vaardigheden en ervaring kunnen worden opgedaan ; [Am. 59] |
|
8) |
“baan”: een behoorlijk betaalde solidariteitsactiviteit voor een periode van twee drie tot en met twaalf maanden die een leercomponent omvat , gebaseerd is op een schriftelijke overeenkomst en aangeboden en betaald wordt door de deelnemende organisatie die de deelnemer aan het Europees Solidariteitskorps in dienst heeft genomen , en die niet in de plaats komt van een bestaande arbeidsmogelijkheid ; [Am. 60] |
|
9) |
“solidariteitsproject”: een onbetaalde solidariteitsactiviteit die in eigen land of in het buitenland voor een periode van twee tot twaalf maanden wordt uitgevoerd door groepen van ten minste vijf deelnemers aan het Europees Solidariteitskorps en die erop gericht is belangrijke uitdagingen in hun gemeenschappen aan te pakken en een duidelijke Europese meerwaarde te bieden; [Am. 61] |
|
10) |
“kwaliteitskeurmerk”: de certificering die , op basis van diverse specifieke vereisten afhankelijk van het type solidariteitsactiviteit dat wordt aangeboden, wordt toegekend aan een deelnemende organisatie die in het kader van het Europees Solidariteitskorps solidariteitsactiviteiten wil aanbieden in de rol van gastheer en/of in een ondersteunende functie , en waarmee wordt verklaard dat de organisatie in staat is toe te zien op de kwaliteit van de solidariteitsactiviteiten tijdens alle fasen van de solidariteitservaring overeenkomstig de beginselen en doelstellingen van het programma ; [Am. 62] |
|
11) |
“kenniscentra van het Europees Solidariteitskorps”: de aanvullende functies die worden uitgeoefend door aangewezen nationale agentschappen ter ondersteuning van de ontwikkeling, de uitvoering en de kwaliteit van activiteiten in het kader van het Europees Solidariteitskorps, alsmede het in kaart brengen van de door de deelnemers via hun solidariteitsactiviteiten verworven competenties; |
|
12) |
“instrumenten van de Unie voor transparantie en erkenning”: instrumenten die belanghebbenden in de Unie helpen om niet-formele en informele leerresultaten te begrijpen, op waarde te schatten en, voor zover van toepassing, te erkennen. Na de voltooiing van hun activiteiten ontvangen alle deelnemers een certificaat met de vermelding van de leerresultaten en de vaardigheden die zij tijdens hun werkzaamheden hebben ontwikkeld, zoals Youthpass of Europass; |
|
13) |
“humanitaire hulpactiviteit”: een activiteit ter ondersteuning van humanitaire operaties in derde landen waarmee op behoeften gebaseerde noodhulp wordt verleend die gericht is op het redden van levens, het voorkomen en verlichten van menselijk leed en het behoud van de menselijke waardigheid tijdens door de mens of de natuur veroorzaakte crises en natuurrampen, met inbegrip van bijstand, hulpverlening en bescherming in humanitaire crises of in de onmiddellijke nasleep daarvan, ondersteunende maatregelen om de toegang tot mensen in nood en de vrije aanvoer van hulpverlening te vergemakkelijken, alsmede maatregelen gericht op versterking van de paraatheid bij rampen en de beperking van het risico op rampen, het koppelen van noodhulp, rehabilitatie en ontwikkeling, en de versterking van de weerbaarheid en de capaciteit om het hoofd te bieden aan en te herstellen van crisissituaties; |
|
14) |
“derde land”: een land dat geen lid van de Unie is; |
|
15) |
“met het programma geassocieerd derde land”: een derde land dat partij is bij een overeenkomst met de Unie waarin de mogelijkheid tot deelname aan het programma is voorzien en die voldoet aan alle verplichtingen die in deze verordening met betrekking tot de lidstaten zijn vastgelegd; |
|
16) |
“niet met het programma geassocieerd derde land”: een derde land dat niet volledig aan het programma deelneemt, maar waarvan de juridische entiteiten bij wijze van uitzondering, in naar behoren gemotiveerde gevallen en in het belang van de Unie, van het programma kunnen profiteren. |
Artikel 3
Doelstellingen van het programma
1. De algemene doelstelling van het programma is het bevorderen van solidariteit als waarde, voornamelijk door vrijwilligerswerk, vergroten van de inzet van een generatie jongeren die meer geneigd is deel te nemen aan solidariteitsactiviteiten en organisaties bij toegankelijke en kwalitatief hoogwaardige solidariteitsactiviteiten, als middel om bij te dragen aan de versterking van de sociale cohesie, de solidariteit, en de democratie en de Europese identiteit en het actief burgerschap in de Unie en daarbuiten , het ondersteunen van gemeenschappen en het aanpakken van maatschappelijke en humanitaire uitdagingen aan te pakken, met een bijzondere inspanning voor het bevorderen van sociale inclusie en gelijke kansen . [Am. 63]
2. De specifieke doelstelling van het programma is jongeren, onder wie ook kansarme jongeren, laagdrempelige en inclusieve mogelijkheden te bieden om deel te nemen aan solidariteitsactiviteiten , leidend tot positieve maatschappelijke veranderingen, in Europa en daarbuiten, en daarbij hun competenties op het gebied van persoonlijke, educatieve, sociale, culturele, civiele en professionele ontwikkeling te verbeteren en naar behoren te valideren, en hun voortdurende betrokkenheid als actieve burgers, hun inzetbaarheid en de overgang naar de arbeidsmarkt te bevorderen. [Am. 64]
2 bis. Feedback die wordt gegeven door deelnemers en deelnemende organisaties omvat ook een evaluatie van de verwezenlijking van de doelstellingen van het programma. [Am. 65]
3. De doelstellingen van het programma worden gerealiseerd binnen de volgende onderdelen:
|
a) |
deelname van jongeren aan solidariteitsactiviteiten om maatschappelijke uitdagingen aan te pakken, zoals bedoeld in artikel 6 en inspanningen om de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling te verwezenlijken ; [Am. 66] |
|
b) |
deelname van jongeren en deskundigen aan solidariteitsactiviteiten die verband houden met humanitaire hulp (Europees vrijwilligerskorps voor humanitaire hulpverlening), zoals bedoeld in artikel 10 en acties binnen en buiten de Unie die gericht zijn op de capaciteitsopbouw van gastorganisaties voor humanitaire hulp in derde landen als bedoeld in artikel 11 . [Am. 67] |
3 bis. De operationele doelstellingen en de overeenkomstige beleidsprioriteiten van de acties die worden uitgevoerd door middel van de activiteiten in het kader van de in lid 3 van dit artikel bedoelde onderdelen, worden in detail beschreven in de overeenkomstig artikel 18 vast te stellen jaarlijkse werkprogramma’s. [Am. 68]
HOOFDSTUK II
ACTIES VAN HET EUROPEES SOLIDARITEITSKORPS
Artikel 4
Acties van het Europees Solidariteitskorps
1. Het programma streeft de in artikel 3 vermelde doelstellingen na door middel van de volgende soorten acties:
|
a) |
vrijwilligerswerk, als bedoeld in de artikelen 7 en 11; |
|
b) |
kwalitatief hoogwaardige stages en banen, als bedoeld in artikel 8; [Am. 69] |
|
c) |
solidariteitsprojecten, als bedoeld in artikel 9; |
|
d) |
netwerkactiviteiten, als bedoeld in artikel 5; |
|
e) |
kwaliteits- en ondersteuningsmaatregelen, als bedoeld in artikel 5. |
2. Het programma ondersteunt solidariteitsactiviteiten die een duidelijke Europese meerwaarde hebben, bijvoorbeeld vanwege:
|
a) |
hun transnationale karakter, met name wat betreft leermobiliteit en samenwerking; |
|
b) |
hun potentieel voor complementariteit met andere programma's en beleid op lokaal, regionaal, nationaal en internationaal niveau en op Unie-niveau; |
|
c) |
de Europese dimensie van hun onderwerpen, doelstellingen, aanpak, verwachte resultaten en andere aspecten van deze solidariteitsactiviteiten; |
|
d) |
de manier waarop ze het feit dat ze inclusief zijn en erin slagen om jongeren met verschillende achtergronden erbij te betrekken , waaronder jongeren met een beperking ; [Am. 70] |
|
e) |
hun bijdrage aan een doeltreffend gebruik van instrumenten van de Unie voor transparantie en erkenning. |
2 bis. De jaarlijkse werkprogramma's die worden goedgekeurd op grond van artikel 18 bevatten een lijst met activiteiten die potentieel schadelijk zijn voor deelnemers, begunstigden en de maatschappij of niet gepast zijn voor deelnemers, en die niet mogen worden uitgevoerd in het kader van het programma of die moeten worden voorafgegaan door speciale opleidingen, antecedentenonderzoeken of andere maatregelen. [Am. 71]
3. De solidariteitsactiviteiten zullen worden uitgevoerd overeenkomstig de specifieke voorschriften voor elk type activiteit in het kader van het programma zoals bedoeld in de artikelen 5, 7, 8, 9 en 11, en overeenkomstig de toepasselijke regelgevingskaders in de deelnemende landen.
4. Verwijzingen naar het Europees vrijwilligerswerk in de wetgeving van de Unie hebben ook betrekking op vrijwilligerswerk uit hoofde van Verordening (EU) nr. 1288/2013 en van deze verordening.
Artikel 5
Acties die gemeenschappelijk zijn aan beide onderdelen
1. Met netwerkactiviteiten als bedoeld in artikel 4, lid 1, onder d), wordt beoogd:
|
a) |
de capaciteit van de deelnemende organisaties te versterken om laagdrempelige en naar behoren gefinancierde projecten van goede hoge kwaliteit aan te bieden aan een toenemend aantal deelnemers aan het Europees Solidariteitskorps; [Am. 72] |
|
b) |
nieuwkomers aan te trekken, zowel jongeren als mensen met een zekere ervaring ten aanzien van het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp, en deelnemende organisaties; [Am. 73] |
|
b bis) |
de toegang voor personen met een handicap tot alle aangeboden activiteiten te faciliteren; [Am. 74] |
|
c) |
gelegenheid te bieden tot het geven van feedback over solidariteitsactiviteiten en het programma als ambassadeur te promoten ; en [Am. 75] |
|
d) |
bij te dragen aan de uitwisseling van ervaringen en de versterking van een gevoel van saamhorigheid onder de personen en entiteiten die deelnemen aan het Europees Solidariteitskorps en daarmee de bredere positieve invloed van het korps te ondersteunen. |
2. Onder de kwaliteits- en ondersteuningsmaatregelen als bedoeld in artikel 4, lid 1, onder e), vallen:
|
a) |
maatregelen die erop gericht zijn de kwaliteit van vrijwilligerswerk, stages of banen te waarborgen, met inbegrip van opleiding, taalondersteuning, aanvullende verzekering, ondersteuning voorafgaand aan of na de solidariteitsactiviteit, het verdere gebruik van Youthpass waarmee de tijdens de solidariteitsactiviteiten verworven competenties in kaart worden gebracht en worden gedocumenteerd, capaciteitsopbouw en administratieve ondersteuning voor deelnemende organisaties; |
|
a bis) |
maatregelen ter bescherming van de begunstigden van solidariteitsactiviteiten, met inbegrip van de gerichte opleiding van deelnemers die solidariteitsactiviteiten uitvoeren ten behoeve van kwetsbare groepen, waaronder kinderen, en achtergrondcontroles van deelnemers die met kinderen werken; [Am. 76] |
|
a ter) |
maatregelen die erop gericht zijn sociale inclusie en gelijke kansen te bevorderen, met name met betrekking tot de deelname van kansarme jongeren, onder meer in de vorm van solidariteitsactiviteiten en persoonlijke advisering met passende formaten; [Am. 77] |
|
a quater) |
maatregelen voor capaciteitsopbouw en administratieve ondersteuning van de deelnemende organisaties; [Am. 78] |
|
b) |
het ontwikkelen en onderhouden van een kwaliteitskeurmerk de kwaliteitskeurmerken voor entiteiten die solidariteitsactiviteiten voor het Europees Solidariteitskorps willen aanbieden; [Am. 79] |
|
c) |
de activiteiten van kenniscentra van het Europees Solidariteitskorps om de kwaliteit van de uitvoering van de acties van het Europees Solidariteitskorps te ondersteunen en te verbeteren en de validatie van de resultaten ervan te versterken; |
|
d) |
het opzetten, onderhouden en bijwerken van de een toegankelijke portaalsite van het Europees Solidariteitskorps in tenminste alle officiële talen van de Unie en andere relevante onlinediensten, alsook de nodige ondersteunende computersystemen en webinstrumenten , die zullen voldoen aan de toegankelijkheidseisen van Richtlijn (EU) 2016/2102; [Am. 80] |
|
d bis) |
maatregelen om sociale ondernemingen aan te moedigen om programma-activiteiten te ondersteunen of om werknemers in staat te stellen deel te nemen aan vrijwilligersactiviteiten in het kader van het programma; [Am. 81] |
|
d ter) |
de ontwikkeling van een duidelijke en gedetailleerde procedure voor deelnemers en deelnemende organisaties, waarbij de stappen en tijdschema's voor alle fasen van de solidariteitsactiviteiten worden vastgesteld. [Am. 82] |
HOOFDSTUK III
DEELNAME VAN JONGEREN AAN SOLIDARITEITSACTIVITEITEN OM MAATSCHAPPELIJKE UITDAGINGEN AAN TE PAKKEN
Artikel 6
Doel en soorten acties
1. Acties in het kader van het onderdeel “Deelname van jongeren aan solidariteitsactiviteiten om maatschappelijke uitdagingen aan te pakken” dragen met name bij tot de versterking van de cohesie, solidariteit , burgerschap en democratie in de Unie en daarbuiten en spelen in op maatschappelijke uitdagingen, met speciale aandacht voor het bevorderen van sociale inclusie en gelijke kansen . [Am. 83]
2. Het onderdeel ondersteunt activiteiten zoals bedoeld in artikel 4, lid 1, onder a), b), c), d) en e), op de volgende manieren:
|
a) |
vrijwilligerswerk, als bedoeld in artikel 7; |
|
b) |
kwalitatief hoogwaardige stages en banen, als bedoeld in artikel 8; [Am. 84] |
|
c) |
solidariteitsprojecten, als bedoeld in artikel 9; |
|
d) |
netwerkactiviteiten voor personen en organisaties die deelnemen aan dit onderdeel overeenkomstig artikel 5; |
|
e) |
kwaliteits- en ondersteuningsmaatregelen in overeenstemming met artikel 5. |
Artikel 7
Vrijwilligerswerk in het kader van solidariteitsactiviteiten
1. Vrijwilligerswerk als bedoeld in artikel 4, lid 1, onder a), omvat een leer- en opleidingscomponent degelijke onderwijs- en leerdimensie en online- en offline-opleiding op maat van de activiteit in kwestie, die vóór en tijdens de activiteit plaatsvindt, streeft naar een duidelijk effect op de vastgestelde behoeften van de gemeenschap , komt niet in de plaats van stages of banen, mag wordt niet worden gelijkgesteld aan een baan en is gebaseerd op een schriftelijke overeenkomst voor vrijwilligerswerk overeenkomstig de relevante nationale wetgeving. Een dergelijke overeenkomst voorziet in toereikende wettelijke, sociale en financiële bescherming van de deelnemer . [Am. 85]
2. Vrijwilligerswerk kan plaatsvinden vindt als regel plaats in een ander land dan het land van verblijf van de deelnemer (grensoverschrijdend) of . Vrijwilligerswerk kan plaatsvinden in het land van verblijf van de deelnemer (in eigen land) , maar staat alleen open voor deelname van kansarme jongeren en omvat de deelname van deelnemers die in een ander land wonen dan het land waar de activiteit plaatsvindt . [Am. 86]
Artikel 8
Stages en banen
1. Een stage als bedoeld in artikel 4, lid 1, onder b), is betaald en is gebaseerd op een schriftelijke stageovereenkomst die, voor zover gesloten aan het begin van toepassing, voldoet aan de stage, overeenkomstig het toepasselijke regelgevingskader van het land waar de stage plaatsvindt en die de . In de stageovereenkomst worden de onderwijsdoelstellingen, de arbeidsvoorwaarden en de duur van de stage, de beloning die de deelnemer ontvangt en de rechten en plichten van de partijen vermeld en wordt rekening gehouden met de beginselen van het kwaliteitskader voor stages volgt (PB C 2014/88, blz. 1). Stages komen niet in de plaats van banen. [Am. 87]
2. Een baan als bedoeld in artikel 4, lid 1, onder b), is gebaseerd op een schriftelijke arbeidsovereenkomst die voldoet aan het nationale regelgevingskader van het deelnemende land waar de baan wordt vervuld. Wanneer de duur van de arbeidsovereenkomst meer dan twaalf maanden bedraagt, bestrijkt de financiële steun aan de deelnemende organisaties die de banen aanbieden niet meer dan alle arbeidsvoorwaarden als vastgelegd in het nationale recht en/of de toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomsten van het land waarin de arbeid wordt verricht . De financiële ondersteuning van deelnemende organisaties die de deelnemer in dienst nemen wordt in gevallen waarin de arbeidsovereenkomst voor meer dan twaalf maanden geldt, toegekend voor maximaal twaalf maanden. [Am. 88]
3. Stages en banen omvatten een leer- en opleidingscomponent degelijke onderwijs en leercomponent voor en tijdens de activiteit, om de deelnemer te helpen nuttige ervaring op te doen met het oog op de ontwikkeling van competenties die nuttig zijn voor diens persoonlijke, educatieve, sociale, burgerschaps- en professionele ontwikkeling. [Am. 89]
4. Stages en banen kunnen plaatsvinden vinden in de regel plaats in een ander land dan het land van verblijf van de deelnemer (grensoverschrijdend) of . Stages en banen kunnen plaatsvinden in het land van verblijf van de deelnemer (in eigen land) , maar staan alleen open voor deelname van kansarme jongeren en omvatten de deelname van deelnemers die in een ander land wonen dan het land waar de activiteit plaatsvindt . [Am. 90]
4 bis. Er wordt een gepast budget uitgetrokken voor de financiering van redelijke aanpassingen die het mogelijk maken dat personen met een handicap op doeltreffende wijze en op voet van gelijkheid met anderen kunnen deelnemen, overeenkomstig artikel 27 van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap en Richtlijn 2000/78/EG van de Raad (26) . [Am. 91]
Artikel 9
Solidariteitsprojecten
Een solidariteitsproject als bedoeld in artikel 4, lid 1, onder c), komt niet in de plaats van stages en/of banen.
HOOFDSTUK IV
EUROPEES VRIJWILLIGERSKORPS VOOR HUMANITAIRE HULPVERLENING
Artikel 10
Doel en soorten acties
1. Acties in het kader van het onderdeel “Europees vrijwilligerskorps voor humanitaire hulpverlening” dragen in het bijzonder bij tot het verstrekken van op behoeften gebaseerde humanitaire hulp die gericht is op het redden van levens, het voorkomen en verlichten van menselijk leed en het behoud van de menselijke waardigheid, in de context van natuurrampen of door de mens veroorzaakte rampen, en aan tot de versterking van de capaciteit en de weerbaarheid van kwetsbare , zwakke of door natuurrampen dan wel door mensen veroorzaakte rampen getroffen gemeenschappen , en vergemakkelijken daarnaast de overgang van de humanitaire respons naar duurzame en inclusieve ontwikkeling op de langere termijn . [Am. 92]
2. De acties Acties in het kader van dit hoofdstuk worden uitgevoerd met inachtneming van de Europese consensus betreffende humanitaire hulp, waarin de fundamentele beginselen van humanitaire hulp worden bevorderd : menselijkheid, neutraliteit, onpartijdigheid en onafhankelijkheid worden bevorderd. Bovendien wordt hierin de vastberaden inzet van de Unie bekrachtigd voor een op behoeften gebaseerde benadering, zonder discriminatie tussen of binnen getroffen volkeren en met inachtneming van het internationaal recht . [Am. 93]
2 bis. De humanitaire hulp van de Unie wordt verleend in situaties waarin ook instrumenten op het gebied van ontwikkelingssamenwerking, crisisbeheer en civiele bescherming kunnen worden ingezet. Het werk van het Europees vrijwilligerskorps voor humanitaire hulpverlening moet samenhang en complementariteit vertonen en overlap met de desbetreffende Uniebeleidslijnen en -instrumenten moet worden voorkomen, in het bijzonder met het humanitaire beleid en het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid van de Unie en het Uniemechanisme voor civiele bescherming. [Am. 94]
2 ter. Met het oog op het bevorderen van een samenhangend internationaal antwoord op humanitaire crises, zijn de acties uit hoofde van dit hoofdstuk in overeenstemming met de acties die worden gecoördineerd door het Bureau van de Verenigde Naties voor de coördinatie van humanitaire zaken. [Am. 95]
2 quater. Het Europees vrijwilligerskorps voor humanitaire hulpverlening draagt bij tot versterking van het genderperspectief in de humanitaire hulp van de Unie, waarbij adequate humanitaire antwoorden op specifieke behoeften van vrouwen worden bevorderd. Er wordt speciale aandacht besteed aan samenwerking met vrouwengroepen en -netwerken teneinde de participatie in en het leiderschap van vrouwen bij humanitaire hulp te bevorderen en hun capaciteiten en ervaring in te zetten om een bijdrage te leveren aan herstel, vredesopbouw, vermindering van het risico op rampen en versterking van de veerkracht van getroffen gemeenschappen. [Am. 96]
2 quinquies. De specifieke voorwaarden voor inzet worden, in nauw overleg met de gastorganisatie, opgenomen in een overeenkomst tussen de uitzendende organisatie en het Europees vrijwilligerskorps voor humanitaire hulpverlening, met inbegrip van de rechten en plichten, de duur en locatie van inzet en de uit te voeren taken. [Am. 97]
3. Het onderdeel ondersteunt activiteiten zoals bedoeld in artikel 4, lid 1, onder a), d) en e), op de volgende manieren:
|
a) |
vrijwilligerswerk, als bedoeld in artikel 11; |
|
a bis) |
solidariteitsprojecten; [Am. 98] |
|
b) |
netwerkactiviteiten voor personen en organisaties die deelnemen aan dit onderdeel overeenkomstig artikel 5; |
|
c) |
kwaliteits- en ondersteuningsmaatregelen in overeenstemming met artikel 5, met bijzondere nadruk op maatregelen om de veiligheid en de beveiliging van de deelnemers te waarborgen. |
3 bis. Het doel van deze verordening bestaat erin om, op basis van een voorafgaande beoordeling van de behoeften in derde landen, acties te ondersteunen die de capaciteit voor humanitaire hulpverlening versterken teneinde de paraatheid op lokaal niveau om te reageren op humanitaire crises te verbeteren en de doeltreffendheid en duurzaamheid van het vrijwilligerswerk op het terrein te garanderen, met name:
|
a) |
risicobeheersing van, paraatheid bij en respons op rampen, coaching, opleiding op het gebied van het beheer van vrijwilligers, en andere terreinen die relevant zijn voor medewerkers en vrijwilligers van gastorganisaties; |
|
b) |
uitwisseling van beste praktijken, technische bijstand, twinningprogramma's en uitwisseling van medewerkers en vrijwilligers, oprichting van netwerken en andere passende acties. [Am. 99] |
3 ter. De Commissie houdt een databank bij van EU-vrijwilligers voor humanitaire hulp, met onder meer informatie over hun beschikbaarheid en geschiktheid, houdt deze up-to-date en reguleert de toegang ertoe en het gebruik ervan, zodat vrijwilligers die terugkeren constant kunnen worden ingezet. De verwerking van persoonsgegevens die worden verzameld in of voor die databank vindt, in voorkomend geval, plaats in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad (27) en Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (28) . [Am. 100]
Artikel 11
Vrijwilligerswerk ter ondersteuning van humanitaire operaties
1. Vrijwilligerswerk ter ondersteuning van humanitaire operaties als bedoeld in artikel 4, lid 1, onder a), omvat een leer- en opleidingscomponent, omvat adequate leer- en opleidingsmogelijkheden, onder meer voorafgaand aan de plaatsing, in verband met de projecten waar de jonge vrijwilligers bij zullen worden betrokken, met de nodige nadruk op de in artikel 10, lid 2, bedoelde beginselen van humanitaire hulp, waaronder het beginsel “geen schade berokkenen”, en komt niet in de plaats van stages of banen en is gebaseerd op een schriftelijke overeenkomst voor vrijwilligerswerk. [Am. 101]
1 bis. Het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp moet de deelname van plaatselijke vrijwilligers uit derde landen bevorderen. [Am. 102]
2. Vrijwilligerswerk in het kader van dit onderdeel mag alleen plaatsvinden in derde landen: [Am. 103]
|
a) |
waar humanitaire hulpactiviteiten en -operaties plaatsvinden; en |
|
b) |
waar zich geen internationale of niet-internationale gewapende conflicten afspelen. |
2 bis. Op basis van een voorafgaande beoordeling van de behoeften in derde landen door uitzendende en gastorganisaties en andere relevante actoren, ondersteunt het Europees vrijwilligerskorps voor humanitaire hulpverlening acties die zijn gericht op:
|
a) |
versterking van de capaciteit van gastorganisaties voor humanitaire hulp in derde landen teneinde de plaatselijke paraatheid voor en respons op humanitaire crises te vergroten en ervoor te zorgen dat de werkzaamheden van het Europees vrijwilligerskorps voor humanitaire hulpverlening ter plaatse doeltreffend zijn en duurzame effecten hebben, door middel van risicobeheersing bij, voorbereiding voor en respons op rampen, de overgang van humanitaire respons naar duurzame, plaatselijke ontwikkeling, begeleiding en opleiding in het beheer van vrijwilligerswerk; |
|
b) |
uitwisseling van beste praktijken, technische bijstand, jumelageprogramma's en uitwisseling van medewerkers en vrijwilligers. [Am. 104] |
2 ter. Er wordt prioriteit gegeven aan de risicoanalyse betreffende de beveiliging en veiligheid van vrijwilligers, met name in landen of regio's die instabiel worden geacht of waar onmiddellijk gevaar bestaat. [Am. 105]
2 quater. De communicatiecampagnes betreffende het Europees Solidariteitskorps moeten voornamelijk op het grondgebied van de Unie worden gevoerd wanneer zij het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp betreffen en handelen over de werkzaamheden die de vrijwilligers en humanitaire helpers verrichten op basis van de humanitaire beginselen menselijkheid, onafhankelijkheid, neutraliteit en onpartijdigheid die dienen als leidende beginselen voor hun werkzaamheden. [Am. 106]
2 quinquies. Het vrijwilligerswerk komt tegemoet aan de reële tekorten en behoeften die door de gastorganisaties ter plaatse zijn vastgesteld. [Am. 107]
Artikel 11 bis
Identificatie en selectie van kandidaat-vrijwilligers
1. Op basis van een voorafgaande beoordeling van de behoeften in derde landen identificeert en selecteert de Commissie in overleg met de nationale agentschappen en de gastorganisaties de kandidaat-vrijwilligers die wensen deel te nemen en een opleiding wensen te volgen.
2. Kandidaat-vrijwilligers worden geïdentificeerd en geselecteerd volgens artikel 14 met naleving van de beginselen inzake non-discriminatie, gendergelijkheid en gelijke kansen.
3. De in de artikelen 2 en 15 genoemde leeftijdsgrenzen zijn niet van toepassing op vrijwilligerswerk ter ondersteuning van humanitaire operaties uit hoofde van dit artikel. [Am. 108]
Artikel 11 ter
Opleiding van kandidaat-vrijwilligers
1. De Commissie stelt op basis van bestaande programma's en procedures het opleidingsprogramma vast aan de hand waarvan kandidaat-vrijwilligers worden voorbereid op de ondersteuning en uitvoering van humanitaire hulpoperaties.
2. Kandidaat-vrijwilligers die zijn geïdentificeerd en geselecteerd volgens de kandidaatstellingsprocedure kunnen deelnemen aan het door gekwalificeerde organisaties uitgevoerde opleidingsprogramma. De omvang en inhoud van de opleiding die elke kandidaat-vrijwilliger moet volgen, worden bepaald in overleg met de gecertificeerde gastorganisatie, op basis van de behoeften en rekening houdend met de ervaring van de kandidaat-vrijwilliger en de plaats waar deze zal worden ingezet.
3. Tijdens het opleidingsprogramma wordt beoordeeld of de kandidaat-vrijwilliger klaar is om te worden ingezet ter ondersteuning van en aanvulling op humanitaire hulpoperaties in derde landen, en om in de lokale behoeften te voorzien. [Am. 109]
HOOFDSTUK V
FINANCIËLE BEPALINGEN
Artikel 12
Begroting
1. De financiële middelen voor de uitvoering van het programma voor de periode 2021-2027 bedragen 1 112 988 000 EUR in prijzen van 2018 [ 1 260 000 000 EUR in lopende prijzen]. [Am. 110]
2. Het in lid 1 bedoelde bedrag kan worden gebruikt voor technische en administratieve bijstand voor het uitvoeren van het programma, zoals werkzaamheden op het gebied van voorbereiding, monitoring, controle, audit en evaluatie, daaronder begrepen institutionele informatietechnologiesystemen. Verder wordt een adequaat deel van het budget uitgetrokken voor de uitwisseling van aanbevolen werkwijzen door de lidstaten en de ontwikkeling van jeugdnetwerken. [Am. 111]
2 bis. De Commissie stelt overeenkomstig artikel 29 gedelegeerde handelingen vast tot wijziging van deze verordening om flexibiliteit en aanpassing van de indicatieve verdeling van de begroting over de in artikel 12 bis bedoelde activiteiten mogelijk te maken. De overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen weerspiegelen de nieuwe beleidsprioriteiten door de verdeling aan te passen met inachtneming van een maximummarge van 20 %. [Am. 112]
3. Onverminderd het Financieel Reglement kunnen uitgaven voor acties die voortvloeien uit projecten die zijn opgenomen in het eerste werkprogramma vanaf 1 januari 2021 in aanmerking komen.
4. Op verzoek van de lidstaten kunnen de aan hen in gedeeld beheer toegewezen middelen worden overgeschreven naar het programma. De Commissie voert die middelen overeenkomstig [artikel 62, lid 1, onder a),] van het Financieel Reglement op directe wijze dan wel overeenkomstig [artikel 62, lid 1, onder c),] van het Financieel Reglement op indirecte wijze uit. Indien mogelijk worden die middelen gebruikt ten voordele van de betrokken lidstaat.
Artikel 12 bis
Specificatie van het budget uitgetrokken voor activiteiten in het kader van artikel 7, 8, 9 en 11
De indicatieve specificatie van het budget uitgetrokken voor activiteiten in het kader van de artikelen 7, 8, 9 en 11 is als volgt:
|
a) |
voor vrijwillige deelname aan solidariteitsactiviteiten en solidariteitsprojecten, zoals bepaald in artikel 7 en 9: 86 %; |
|
b) |
voor stages en banen, zoals bepaald in artikel 8: 8 %; en |
|
c) |
voor vrijwilligerswerk ter ondersteuning van humanitaire operaties, zoals bepaald in artikel 11: 6 %. [Am. 113] |
Artikel 13
Vormen van EU-financiering en wijzen van uitvoering
1. Het programma wordt op consistente wijze uitgevoerd in direct beheer in overeenstemming met het Financieel Reglement en in indirect beheer met organen als bedoeld in artikel [62, lid 1, onder c),] van het Financieel Reglement.
2. In het kader van het programma kan financiering worden verstrekt in een van de vormen als vastgesteld in het Financieel Reglement, met name subsidies, prijzen en aanbestedingen. Om de vereisten waaraan de begunstigden moeten voldoen te vereenvoudigen, moet zo veel mogelijk gebruik worden gemaakt van forfaitaire bedragen, op kosten per eenheid gebaseerde subsidies en vaste subsidiebedragen. [Am. 114]
3. Bijdragen aan een systeem voor onderlinge verzekeringen kunnen dienen ter dekking van het risico in verband met de invordering van door begunstigden verschuldigde middelen en worden beschouwd als een toereikende garantie in de zin van het Financieel Reglement. De bepalingen van [artikel X van] Verordening XXX [opvolger van de verordening betreffende het Garantiefonds] zijn van toepassing.
4. Voor selecties in het kader van zowel direct als indirect beheer kan het evaluatiecomité bestaan uit externe deskundigen.
HOOFDSTUK VI
DEELNAME AAN HET EUROPEES SOLIDARITEITSKORPS
Artikel 14
Deelnemende landen
1. Vrijwilligerswerk, stages, banen, solidariteitsprojecten, netwerkactiviteiten en kwaliteits- en ondersteuningsmaatregelen als bedoeld in de artikelen 5, 7, 8, 9 en 11 staan open voor deelname door de lidstaten en landen en gebieden overzee.
2. Vrijwilligerswerk, netwerkactiviteiten en kwaliteits- en ondersteuningsmaatregelen als bedoeld in de artikelen 5 en 7 staan tevens open voor deelname door:
|
a) |
landen van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) die lid zijn van de Europese Economische Ruimte (EER), in overeenstemming met de in de EER-overeenkomst vastgestelde voorwaarden; |
|
b) |
toetredingslanden, kandidaten en potentiële kandidaten, in overeenstemming met de algemene beginselen en algemene voorwaarden voor deelname van die landen aan programma's van de Unie zoals vastgesteld in de desbetreffende kaderovereenkomsten en besluiten van de Associatieraad, of in soortgelijke overeenkomsten, alsmede in overeenstemming met de specifieke voorwaarden die zijn vastgesteld in overeenkomsten tussen de Unie en die landen; |
|
c) |
landen die onder het Europees nabuurschapsbeleid vallen, in overeenstemming met de algemene beginselen en algemene voorwaarden voor deelname van die landen aan programma's van de Unie zoals vastgesteld in de desbetreffende kaderovereenkomsten en besluiten van de Associatieraad, of in soortgelijke overeenkomsten, alsmede in overeenstemming met de specifieke voorwaarden die zijn vastgesteld in overeenkomsten tussen de Unie en die landen; |
|
d) |
andere derde landen, in overeenstemming met de voorwaarden die zijn vastgesteld in een specifieke overeenkomst betreffende de deelname van het derde land aan programma's van de Unie, op voorwaarde dat de overeenkomst:
|
3. De in lid 2 bedoelde landen nemen slechts volledig aan het programma deel voor zover zij voldoen aan alle verplichtingen die deze verordening oplegt aan de lidstaten.
3 bis. In het kader van de jaarlijkse en/of de tussentijdse verslaglegging over het programma wordt, zodra voldoende informatie beschikbaar is, aan beide takken van de begrotingsautoriteit aangegeven welke financiële bijdragen derde landen aan het programma leveren of zouden moeten leveren. [Am. 115]
4. Vrijwilligerswerk en netwerkactiviteiten als bedoeld in de artikelen 5 en 7 kunnen openstaan voor deelname van niet met het programma geassocieerde derde landen, met name nabuurschapslanden.
Artikel 15
Deelname van personen
1. Jongeren tussen 17 en 30 jaar die aan het Europees Solidariteitskorps willen deelnemen, schrijven zich op de portaalsite van het Europees Solidariteitskorps daarvoor in. Op het moment waarop het vrijwilligerswerk, de stage, de baan of het solidariteitsproject begint, moet een jongere echter de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt en niet ouder zijn dan 30 jaar.
1 bis. Deelnemers die naar een ander land verhuizen, moeten verzekerd zijn van de volledige gezondheidszorg die zij in hun lidstaat van verblijf genieten, en niet louter dringende gezondheidszorg. De gezondheidszorg wordt verleend via de openbare gezondheidszorg van de lidstaat waar de activiteit wordt uitgeoefend en, indien dergelijke diensten ontbreken of in het geval van een duidelijk geval van niet-naleving van de kwaliteitsnormen van de lidstaat van verblijf, door middel van particuliere gezondheidszorg in de lidstaat waar de activiteit wordt uitgeoefend. [Am. 116]
1 ter. Bij de uitvoering van deze verordening bevorderen de Commissie, de lidstaten en de andere deelnemende landen sociale inclusie en gelijke toegangsvoorwaarden, waaronder deelname van kansarme jongeren. [Am. 117]
Artikel 16
Deelnemende organisaties
1. Het Europees Solidariteitskorps staat open voor deelname van publieke en private entiteiten , al dan niet non-profit, en internationale organisaties, waaronder jeugdorganisaties, religieuze instellingen, liefdadigheidsinstellingen, seculiere humanistische organisaties, ngo's of andere actoren uit het maatschappelijk middenveld, op voorwaarde dat zij solidariteitsactiviteiten aanbieden, een rechtspersoonlijkheid bezitten overeenkomstig het recht van het land waar zij geregistreerd staan, en een kwaliteitskeurmerk van het Europees Solidariteitskorps hebben ontvangen. Het kwaliteitskeurmerk bevestigt dat de activiteiten kunnen beantwoorden aan de doelstellingen van artikel 3 en de in artikel 4 bedoelde acties kunnen uitvoeren. [Am. 118]
2. Een aanvraag van een entiteit voor deelname aan het Europees Solidariteitskorps wordt door de bevoegde uitvoerende instantie van het Europees Solidariteitskorps beoordeeld op basis van de beginselen van gelijke behandeling; gelijke kansen en non-discriminatie; vermijding van vervanging van werkgelegenheid; verstrekking van kwalitatief hoogwaardige , laagdrempelige en inclusieve activiteiten met een duidelijke toegevoegde waarde met het oog op de behoeften van de samenleving en een leerdimensie die gericht is op persoonlijke, sociaal-educatieve en professionele ontwikkeling; passende regelingen voor opleiding, werk en vrijwilligerswerk; veilige en geschikte omgevingsvoorwaarden en omstandigheden; en het winstverbod in overeenstemming met het Financieel Reglement. Op grond van de genoemde beginselen wordt duidelijk of haar activiteiten aan de vereisten en doelstellingen van het Europees Solidariteitskorps voldoen. Het kwaliteitskeurmerk wordt uitsluitend toegekend aan organisaties die zich ervoor inzetten deze beginselen te volgen . [Am. 119]
3. Op grond van die beoordeling kan het kwaliteitskeurmerk van het Europees Solidariteitskorps aan de entiteit worden toegekend. De specifieke eisen waaraan moet worden voldaan om een kwaliteitskeurmerk te verkrijgen, variëren naar gelang van het soort solidariteitsactiviteit en de functie van de entiteit. Het toegekende kwaliteitskeurmerk wordt op gezette tijden opnieuw beoordeeld en kan worden ingetrokken wordt ingetrokken bij misbruik van het keurmerk of wanneer niet is voldaan aan de in lid 2 bedoelde vereisten en voorwaarden. Een entiteit die haar activiteiten ingrijpend verandert, stelt de bevoegde uitvoerende instantie daarvan in kennis met het oog op een nieuwe beoordeling . [Am. 120]
4. Elke entiteit die het kwaliteitskeurmerk van het Europees Solidariteitskorps heeft ontvangen, krijgt in de rol van gastheer of in een ondersteunende functie (of beide) toegang tot de portaalsite van het Europees Solidariteitskorps en kan solidariteitsactiviteiten aanbieden aan ingeschreven kandidaten.
4 bis. Deelnemende organisaties die een kwaliteitskeurmerk hebben verkregen, hebben toegang tot een platform voor het vinden van passende kandidaten, zodat het zowel voor deelnemers als voor deelnemende organisaties eenvoudiger wordt om zich in te zetten voor solidariteitsactiviteiten. [Am. 121]
4 ter. Deelnemende organisaties dragen bij aan het promoten van het programma door voormalige deelnemers de mogelijkheid te bieden hun ervaringen te delen en als ambassadeurs op te treden voor de potentiële volgende generatie deelnemers door middel van een netwerk. [Am. 122]
5. Het kwaliteitskeurmerk van het Europees Solidariteitskorps leidt niet automatisch tot financiering uit hoofde van het Europees Solidariteitskorps.
5 bis. Deelnemende organisaties vervullen meerdere functies in het kader van het Europees Solidariteitskorps. In een functie als gastheer voeren zij activiteiten uit in verband met het doen van aanbiedingen voor solidariteitsactiviteiten aan geregistreerde deelnemers, het selecteren en ontvangen van de deelnemers, met inbegrip van de organisatie van activiteiten, het bieden van begeleiding en ondersteuning aan de deelnemers tijdens alle fasen van de solidariteitsactiviteit, het bieden van een veilige en geschikte werkomgeving voor de deelnemers en het geven van feedback aan de deelnemer na afloop van de activiteit, waar nodig. In een ondersteunende functie verrichten zij activiteiten in verband met het uitzenden, voorbereiden en ondersteunen van de deelnemers vóór hun vertrek, en gedurende en na de solidariteitsactiviteit, inclusief door de deelnemers op te leiden en ze naar lokale organisaties te begeleiden na de activiteit. Organisaties in een ondersteunende functie kunnen ook administratieve en logistieke ondersteuning bieden aan deelnemers aan solidariteitsprojecten. [Am. 123]
6. De solidariteitsactiviteiten en daarmee gepaard gaande kwaliteits- en ondersteuningsmaatregelen die door een deelnemende organisatie worden aangeboden, kunnen in aanmerking komen voor subsidies uit hoofde van het Europees Solidariteitskorps of uit andere financieringsbronnen die losstaan van de begroting van de Unie.
7. Voor organisaties die in het kader van activiteiten als bedoeld in artikel 11 deelnemen, zijn de veiligheid en beveiliging van de vrijwilligers een prioriteit.
Artikel 17
Toegang tot financiering door het Europees Solidariteitskorps
Publieke of private entiteiten die zijn gevestigd in een deelnemend land en internationale organisaties kunnen een aanvraag indienen voor financiering uit hoofde van het Europees Solidariteitskorps. In het geval van activiteiten als bedoeld in de artikelen 7, 8 en 11 moet de deelnemende organisatie eerst het kwaliteitskeurmerk behalen voor zij financiering uit hoofde van het Europees Solidariteitskorps kan verkrijgen. In het geval van solidariteitsprojecten als bedoeld in artikel 9 kunnen ook natuurlijke personen een aanvraag voor financiering indienen namens informele groepen van deelnemers aan het Europees Solidariteitskorps. Als algemene regel geldt dat de subsidieaanvraag moet worden ingediend bij het nationale agentschap van het land waar de organisatie is gevestigd. Subsidieaanvragen voor activiteiten georganiseerd door Europese of internationale organisaties, activiteiten van vrijwilligersteams op prioritaire gebieden die op Europees niveau zijn vastgesteld, en activiteiten ter ondersteuning van humanitaire hulpacties in derde landen moeten worden ingediend bij het EACEA. [Am. 124]
HOOFDSTUK VII
PROGRAMMERING, MONITORING EN EVALUATIE
Artikel 18
Jaarlijks werkprogramma [Am. 125]
De secundaire beleidskeuzes en -prioriteiten, waaronder de details van de specifieke acties beschreven in de artikelen 4 tot en met 11, worden jaarlijks vastgesteld door middel van een werkprogramma als bedoeld in artikel [110] van het Financieel Reglement. Ook wordt in het jaarlijks werkprogramma de tenuitvoerlegging van het programma nader gespecificeerd. Bovendien bevat het werkprogramma een indicatie van het voor elke actie toegewezen bedrag en van de verdeling van de middelen tussen de lidstaten en met het programma geassocieerde derde landen voor de acties die worden beheerd door het nationale agentschap. De Commissie is bevoegd ter aanvulling op deze verordening overeenkomstig artikel 29 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de vaststelling van de jaarlijkse werkprogramma's. [Am. 126]
Het programma wordt uitgevoerd door middel van werkprogramma's als bedoeld in [artikel 110] van het Financieel Reglement. Bovendien bevat het werkprogramma een indicatie van het voor elke actie toegewezen bedrag en van de verdeling van de middelen tussen de lidstaten en met het programma geassocieerde derde landen voor de acties die worden beheerd door het nationale agentschap. Het werkprogramma wordt door de Commissie vastgesteld door middel van een uitvoeringshandeling. De desbetreffende uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 30 bedoelde onderzoeksprocedure.
Artikel 19
Monitoring en verslaglegging
1. Indicatoren om verslag uit te brengen over de door het programma geboekte vooruitgang bij het verwezenlijken van de in artikel 3 vermelde algemene en specifieke doelstellingen zijn vastgesteld in de bijlage.
2. Om een doeltreffende beoordeling van de verwezenlijking van de doelstellingen van het programma te waarborgen, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 29 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlage om indien nodig de indicatoren te herzien of aan te vullen, en tot aanvulling van deze verordening met bepalingen inzake de vaststelling van een kader voor monitoring en evaluatie.
3. Het prestatieverslagleggingssysteem waarborgt dat de gegevens voor het monitoren van de uitvoering en de evaluatie van het programma op efficiënte en doeltreffende wijze en tijdig en voldoende gedetailleerd worden verzameld door begunstigden van middelen van de Unie in de zin van artikel [2, lid 5,] van het Financieel Reglement. Daartoe worden evenredige verslagleggingsvereisten opgelegd aan de ontvangers van middelen van de Unie en aan de lidstaten.
Artikel 20
Evaluatie
1. Evaluaties worden tijdig uitgevoerd zodat zij in de besluitvorming kunnen worden meegenomen.
2. De tussentijdse evaluatie van het programma wordt uitgevoerd zodra voldoende informatie over de uitvoering van het programma beschikbaar is, doch uiterlijk vier jaar nadat met de uitvoering van het programma is begonnen. Deze . De Commissie legt de tussentijdse evaluatie uiterlijk op 30 juni 2024 voor aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's . De evaluatie gaat vergezeld van een eindevaluatie van het vorige programma. [Am. 127]
3. Onverminderd de vereisten van hoofdstuk IX en de in artikel 23 bedoelde verplichtingen van de nationale agentschappen, wordt door de lidstaten uiterlijk op 30 april 2024 bij de Commissie een verslag ingediend over de uitvoering en de impact van het programma op hun respectieve grondgebied.
3 bis. De Commissie dient, waar nodig en op basis van de door de lidstaten ingediende tussentijdse evaluatie- en uitvoeringsverslagen, wetgevingsvoorstellen tot wijziging van deze verordening in. De Commissie verschijnt voor de bevoegde commissies van het Europees Parlement om verslag uit te brengen over de tussentijdse evaluatie, ook met betrekking tot haar besluit of wijziging van deze verordening noodzakelijk is. [Am. 128]
4. Aan het einde van de uitvoering van het programma, doch uiterlijk vier jaar na afloop van de in artikel 1 genoemde periode, voert de Commissie een eindevaluatie van het programma uit.
5. De Commissie deelt de conclusies van de evaluaties tezamen met haar opmerkingen mee aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's.
HOOFDSTUK VIII
INFORMATIE, COMMUNICATIE EN VERSPREIDING
Artikel 21
Informatie, communicatie en verspreiding
1. De ontvangers van financiering van de Unie erkennen de oorsprong van en geven zichtbaarheid aan de financiering van de Unie (met name wanneer zij bekendheid geven aan de acties en de resultaten ervan) door meerdere doelgroepen, waaronder de media en het grote publiek, snel, doelgericht en op samenhangende, doeltreffende en evenredige wijze te informeren. [Am. 129]
2. De Commissie voert , in samenwerking met nationale autoriteiten en nationale agentschappen in deelnemende landen, en met relevante netwerken op Unieniveau, informatie- en communicatieacties uit met betrekking tot het programma, de acties en de resultaten ervan. De aan het programma toegewezen financiële middelen dragen tevens bij aan de institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover zij verband houden met de in artikel 3 bedoelde doelstellingen. [Am. 130]
3. De in artikel 23 bedoelde nationale agentschappen ontwikkelen een consistente strategie voor informatie en een doeltreffende outreach, en voor de verspreiding aan alle mogelijke begunstigden en benutting van de resultaten van activiteiten die worden gesteund in verband met de door hen in het kader van het programma beheerde acties, staan de Commissie bij in de uitvoering van haar algemene taak van voorlichting over het programma, met inbegrip van informatie over de op nationaal en Unieniveau beheerde acties en activiteiten en de resultaten ervan, en informeren relevante doelgroepen over de acties die in hun land zijn ondernomen. [Am. 131]
3 bis. Deelnemende organisaties gebruiken de merknaam “Europees Solidariteitskorps” ten behoeve van communicatie en verspreiding van informatie met betrekking tot het programma. [Am. 132]
HOOFDSTUK IX
BEHEERS- EN AUDITSYSTEEM
Artikel 22
Nationale autoriteit
In elk land dat deelneemt aan het Europees Solidariteitskorps treden de nationale autoriteiten die zijn aangewezen voor het beheer van de acties als bedoeld in hoofdstuk III van [nieuwe Erasmusverordening] ook op als nationale autoriteiten in het kader van het Europees Solidariteitskorps. Artikel 23, leden 1, 2, 6, 7, 9, 10, 11, 12, 13 en 14, van [nieuwe Erasmusverordening] is naar analogie van toepassing op het Europees Solidariteitskorps.
Artikel 23
Nationaal agentschap
1. In elk land dat deelneemt aan het Europees Solidariteitskorps treden de nationale agentschappen die zijn aangewezen voor het beheer van de acties als bedoeld in hoofdstuk III van [nieuwe Erasmusverordening] in hun respectieve landen ook op als nationale agentschappen in het kader van het Europees Solidariteitskorps.
Artikel 24, leden 1, 2, 3, 4, 5 en 6, van [nieuwe Erasmusverordening] is naar analogie van toepassing op het Europees Solidariteitskorps.
2. Onverminderd artikel 24, lid 2, van [nieuwe Erasmusverordening] is het nationale agentschap, overeenkomstig artikel [62, lid 1, onder c), v) en vi),] van het Financieel Reglement ook verantwoordelijk voor alle fasen van de projectcyclus van de acties in het kader van het Europees Solidariteitskorps die zijn opgenomen in de in artikel 18 bedoelde uitvoeringshandelingen.
3. Voor landen zoals bedoeld in artikel 14, lid 2, van deze verordening waarvoor geen nationaal agentschap is aangewezen, wordt dit vastgesteld overeenkomstig artikel 24, leden 1, 3, 4, 5 en 6, van [nieuwe Erasmusverordening].
3 bis. Het nationale agentschap raadpleegt regelmatig de begunstigden van het programma (personen en organisaties) om hun feedback op het programma te verzamelen, de kwaliteit en de ontwikkeling van de activiteit te beoordelen op basis van de richtsnoeren van de Commissie en de deelnemers te ondersteunen in geval van moeilijkheden en om de uitvoering van het programma op nationaal niveau te verbeteren op basis van hun feedback en expertise. [Am. 133]
Artikel 24
Europese Commissie
1. De regels die van toepassing zijn op de betrekkingen tussen de Commissie en het nationale agentschap worden in overeenstemming met de regels in artikel 24 van [nieuwe Erasmusverordening] vastgelegd in een schriftelijk document dat de volgende elementen bevat:
|
a) |
nadere bepalingen inzake de interne controlenormen voor het betrokken nationale agentschap en de voorschriften voor het beheer van financiële middelen van de Unie door nationale agentschappen voor het verlenen van subsidies , met inachtneming van de voorschriften inzake vereenvoudiging en zonder bijkomende lasten te creëren voor deelnemers en deelnemende organisaties ; [Am. 134] |
|
b) |
het werkprogramma van het nationale agentschap, waaronder een omschrijving van de beheerstaken van het nationale agentschap waaraan steun door de Unie wordt verstrekt; |
|
b bis) |
het vereiste om regelmatig bijeenkomsten met en opleidingen voor het netwerk van nationale agentschappen te organiseren om te zorgen voor een coherente uitvoering van het Europees Solidariteitskorps in alle deelnemende landen; [Am. 135] |
|
c) |
een specificatie van de verslagleggingsvereisten voor het nationale agentschap. |
1 bis. De Commissie organiseert regelmatig bijeenkomsten over de uitvoering van het programma met een representatief aantal diverse soorten netwerken die jongeren en vrijwilligers en andere relevante maatschappelijke organisaties vertegenwoordigen, met inbegrip van sociale partners en netwerken die relevant zijn voor de activiteiten van het programma. [Am. 136]
2. De Commissie stelt jaarlijks de volgende financiële middelen beschikbaar aan het nationale agentschap:
|
a) |
middelen voor subsidieverlening in het deelnemende land voor acties van het Europees Solidariteitskorps waarvan het beheer is opgedragen aan het nationale agentschap; |
|
b) |
een financiële bijdrage ter ondersteuning van de beheerstaken van het nationale agentschap, die wordt bepaald volgens de in artikel 25, lid 3, onder b), van [nieuwe Erasmusverordening] beschreven modaliteiten. |
3. De Commissie stelt de vereisten voor het werkprogramma van het nationale agentschap vast. De Commissie stelt geen financiële middelen van het Europees Solidariteitskorps beschikbaar aan het nationale agentschap voor zij het werkprogramma van het nationale agentschap formeel heeft goedgekeurd.
4. Op basis van de in artikel 23, lid 3, van [nieuwe Erasmusverordening] bedoelde nalevingsvoorschriften voor nationale agentschappen beoordeelt de Commissie de nationale beheers- en controlesystemen, de beheersverklaring van het nationale agentschap en de verklaring van het onafhankelijke auditorgaan daarover, naar behoren rekening houdend met de informatie die door de nationale autoriteit over zijn monitoring- en supervisieactiviteiten betreffende het Europees Solidariteitskorps is verstrekt.
5. Na de beoordeling van de jaarlijkse beheersverklaring en de verklaring van het onafhankelijke auditorgaan daarover verstrekt de Commissie haar advies en opmerkingen aan het nationale agentschap en de nationale autoriteit.
5 bis. Indien de Commissie de jaarlijkse beheersverklaring of de onafhankelijke auditverklaring daarover niet kan aanvaarden of indien het nationale agentschap geen bevredigend gevolg geeft aan de opmerkingen van de Commissie, kan de Commissie voorzorgs- of correctieve maatregelen nemen die noodzakelijk zijn om de financiële belangen van de Unie te waarborgen overeenkomstig artikel 131, lid 3, onder c), van het Financieel Reglement. [Am. 137]
Artikel 24 bis
Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur
Op het niveau van de Unie is het EACEA verantwoordelijk voor het beheer van alle fasen van de subsidie voor de in artikel 7 genoemde projectacties van het programma, zoals ingediend door Europese of platformorganisaties, voor activiteiten van vrijwilligersteams op prioritaire gebieden die op Europees niveau zijn vastgesteld en voor activiteiten ter ondersteuning van humanitaire hulpacties in derde landen.
Het EACEA is ook verantwoordelijk voor de accreditatie (d.w.z. het kwaliteitskeurmerk) en voor de monitoring van pan-Europese organisaties of platformorganisaties, organisaties die belast zijn met de uitvoering van nationale regelingen of fondsen onder gedeeld beheer van de Unie en organisaties die activiteiten ter ondersteuning van humanitaire hulpoperaties wensen uit te voeren. [Am. 138]
Artikel 25
Audits
1. Audits naar het gebruik van de bijdrage van de Unie uitgevoerd door personen of entiteiten, daaronder begrepen andere personen of entiteiten dan die welke door de instellingen of organen van de Unie zijn gemachtigd, vormen de basis van de algemene zekerheid in de zin van [artikel [127] van het Financieel Reglement en worden in alle lidstaten overeenkomstig dezelfde criteria uitgevoerd . [Am. 139]
2. De nationale autoriteit wijst een onafhankelijk auditorgaan aan. Het onafhankelijk auditorgaan geeft een auditverklaring af over de in artikel [155, lid 1,] van het Financieel Reglement bedoelde beheersverklaring.
3. Het onafhankelijk auditorgaan:
|
a) |
beschikt over de noodzakelijke beroepsbekwaamheid om audits in de publieke sector te verrichten; |
|
b) |
zorgt ervoor dat bij de auditwerkzaamheden internationaal aanvaarde auditnormen in acht worden genomen; en |
|
c) |
verkeert niet in een belangenconflict met betrekking tot de juridische entiteit waarvan het nationale agentschap als bedoeld in artikel 23 deel uitmaakt en is, wat zijn functies betreft, onafhankelijk van de juridische entiteit waarvan het nationale agentschap deel uitmaakt. |
4. Het onafhankelijk auditorgaan verschaft de Commissie en haar vertegenwoordigers alsmede de Rekenkamer volledige toegang tot alle documenten en rapporten ter staving van de auditverklaring die het afgeeft over de beheersverklaring van het nationaal agentschap.
HOOFDSTUK X
CONTROLESYSTEEM
Artikel 26
Beginselen van het controlesysteem
1. De Commissie is verantwoordelijk voor de uitoefening van toezichthoudende controles met betrekking tot de acties van het Europees Solidariteitskorps die door de nationale agentschappen worden beheerd. Zij stelt minimumeisen vast voor de controles door het nationale agentschap en het onafhankelijke auditorgaan.
2. Het nationale agentschap is verantwoordelijk voor de primaire controle van de begunstigden van subsidies voor de acties van het Europees Solidariteitskorps die aan hen worden toevertrouwd. Die controles zijn evenredig en adequaat en bieden een redelijke zekerheid dat de verleende subsidies worden besteed voor de doeleinden waarvoor zij bestemd zijn en in overeenstemming met de toepasselijke voorschriften van de Unie. [Am. 140]
3. Met betrekking tot de financiële middelen die aan de nationale agentschappen worden overgemaakt, zorgt de Commissie voor een goede coördinatie van haar controles met de nationale autoriteiten en de nationale agentschappen, op basis van het beginsel van één enkele audit en volgens een op risico gebaseerde analyse. Deze bepaling is niet van toepassing op onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (“OLAF”).
Artikel 27
Bescherming van de financiële belangen van de Unie
Wanneer een derde land aan het programma deelneemt op grond van een besluit in het kader van een internationale overeenkomst of op grond van enig ander rechtsinstrument, verleent het derde land de nodige rechten en toegang aan de verantwoordelijke ordonnateur, het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en de Europese Rekenkamer, zodat deze hun respectieve bevoegdheden ten volle kunnen uitoefenen. In het geval van OLAF omvatten die rechten het recht onderzoeken uit te voeren, waaronder controles en verificaties ter plaatse, overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF).
HOOFDSTUK XI
COMPLEMENTARITEIT
Artikel 28
Complementariteit met het optreden van de Unie
1. De acties van het Europees Solidariteitskorps zijn consistent en complementair met de relevante beleidslijnen, instrumenten en programma's op het niveau van de Unie, in het bijzonder het Erasmusprogramma, de Europese structuur- en investeringsfondsen (ESIF) en het programma Rechten en waarden, en met bestaande netwerken op het niveau van de Unie die relevant zijn voor de activiteiten van het Europees Solidariteitskorps. [Am. 141]
2. De acties van het Europees Solidariteitskorps zijn tevens geen vervanging voor en zijn consistent en complementair met de relevante beleidslijnen, programma's en instrumenten op nationaal , regionaal en lokaal niveau in de deelnemende landen. Daartoe wisselen de Commissie, de nationale autoriteiten en de nationale agentschappen informatie uit over bestaande regelingen en prioriteiten in verband met solidariteit en jeugd enerzijds en acties in het kader van het Europees Solidariteitskorps anderzijds, teneinde voort te bouwen op relevante goede praktijken en efficiëntie en doeltreffendheid te verwezenlijken. [Am. 142]
2 bis. Om ervoor te zorgen dat de financiering door de Unie en het effect van het programma zo groot mogelijk zijn, streven de betrokken autoriteiten op alle niveaus op coherente wijze naar synergieën tussen alle relevante programma's. Deze synergieën mogen er niet toe leiden dat middelen worden gebruikt om andere doelstellingen na te streven dan die welke in deze verordening zijn vastgesteld. Als synergieën verwezenlijkt worden en de programma's elkaar kunnen aanvullen moet dit leiden tot vereenvoudigde aanvraagprocedures op het niveau van de uitvoering van de programma's, waarvoor passende uitvoeringsrichtsnoeren opgesteld moeten worden. [Am. 143]
3. De acties van het Europees Solidariteitskorps in derde landen als bedoeld in artikel 11 zijn met name consistent en complementair met andere gebieden van het extern optreden van de Unie, in het bijzonder het beleid voor humanitaire hulp, het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid, het veiligheidsbeleid, het uitbreidingsbeleid, het nabuurschapsbeleid en het Uniemechanisme voor civiele bescherming. [Am. 144]
4. Aan een actie waaraan door het programma een bijdrage is toegekend, kan ook een bijdrage worden toegekend uit enig ander programma van de Unie, op voorwaarde dat de bijdragen niet dezelfde kosten dekken. Op elke bijdrage aan de actie zijn de regels van het respectieve bijdragende programma van de Unie van toepassing. De cumulatieve financiering mag niet hoger zijn dan de totale subsidiabele kosten van de actie en de steun afkomstig van de verschillende programma's van de Unie kan pro rata worden berekend overeenkomstig de documenten waarin de voorwaarden voor de steun worden uiteengezet.
5. Wanneer het programma en de Europese structuur- en investeringsfondsen (ESI-fondsen) als bedoeld in artikel 1 van [Verordening (EU)XX (GB-verordening)] gezamenlijk financiële steun verlenen voor een enkele actie, wordt die actie uitgevoerd in overeenstemming met de voorschriften van deze verordening, met inbegrip van de voorschriften inzake de invordering van onverschuldigd betaalde bedragen.
6. Acties die in aanmerking komen voor steun in het kader van het programma, die zijn beoordeeld in het kader van een oproep tot het indienen van voorstellen uit hoofde van dit programma en die voldoen aan de minimale kwaliteitseisen van die oproep, maar die vanwege budgettaire beperkingen niet worden gefinancierd, kunnen in overeenstemming met artikel [65], lid 7, van Verordening (EU) XX [verordening gemeenschappelijke bepalingen] en artikel [8] van Verordening (EU) XX [financiering, beheer en monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid] steun ontvangen uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Cohesiefonds, het Europees Sociaal Fonds+ of het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling, op voorwaarde dat de desbetreffende acties in overeenstemming zijn met de doelstellingen van het desbetreffende programma. De regels van het steun verlenende fonds zijn van toepassing.
HOOFDSTUK XII
OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 29
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.
2. De in artikel artikelen 12, 18 en 19 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor de duur looptijd van het programma. [Am. 145]
3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel de artikelen 12, 18 en 19 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het besluit laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet. [Am. 146]
4. Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016.
5. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.
6. Een overeenkomstig artikel de artikelen 12, 18 en 19 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd. [Am. 147]
Artikel 30
Comitéprocedure
1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
Artikel 31
Intrekking
Verordening (EU) [verordening inzake het Europees Solidariteitskorps] en Verordening (EU) nr. 375/2014 worden ingetrokken met ingang van 1 januari 2021.
Artikel 32
Overgangsbepalingen
1. Deze verordening heeft geen invloed op de voortzetting of wijziging van de betrokken acties in het kader van [verordening inzake het Europees Solidariteitskorps] of Verordening (EU) nr. 375/2014 totdat die acties worden afgesloten. Die verordeningen blijven op de desbetreffende acties van toepassing totdat zij worden afgesloten.
2. De financiële middelen voor het programma kunnen eveneens de uitgaven dekken voor noodzakelijke technische en administratieve bijstand om de overgang te waarborgen tussen het programma en de maatregelen die zijn vastgesteld in het kader van [verordening inzake het Europees Solidariteitskorps] of Verordening (EU) nr. 375/2014.
3. Zo nodig kunnen voor het beheer van acties en activiteiten die op 31 december 2027 nog niet zijn voltooid, ook na 2027 kredieten in de begroting worden opgenomen ter dekking van de in artikel 12, lid 2, bedoelde uitgaven.
4. De lidstaten zorgen op nationaal niveau voor een soepele overgang tussen de in het kader van het Europees Solidariteitskorps (2018-2020) uitgevoerde acties en de acties die uit hoofde van dit programma zullen worden uitgevoerd.
Artikel 33
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de [twintigste] dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te …,
Voor het Europees Parlement
De voorzitter
Voor de Raad
De voorzitter
(1) PB C 62 van 15.2.2019, blz. 201.
(2) PB C 86 van 7.3.2019, blz. 282.
(3) Standpunt van het europees Parlement van 12 maart 2019.
(4) Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's — Een Europees Solidariteitskorps (COM(2016)0942).
(5) Verordening (EU) nr. 1288/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van “Erasmus+”: het programma van de Unie voor onderwijs, opleiding, jeugd en sport en tot intrekking van Besluiten nr. 1719/2006/EG, nr. 1720/2006/EG en nr. 1298/2008/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 50).
(6) Verordening (EU) nr. 375/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 tot oprichting van het Europese vrijwilligerskorps voor humanitaire hulpverlening (“EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp”) (PB L 122 van 24.4.2014, blz. 1).
(7) Aanbeveling van de Raad van 10 maart 2014 inzake een kwaliteitskader voor stages (PB C 88 van 27.3.2014, blz. 1).
(8) Verordening (EU) 2016/589 van het Europees Parlement en de Raad van 13 april 2016 inzake een Europees netwerk van diensten voor arbeidsvoorziening (EURES), de toegang van werknemers tot mobiliteitsdiensten en de verdere integratie van de arbeidsmarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 492/2011 en (EU) nr. 1296/2013 (PB L 107 van 22.4.2016, blz. 1).
(9) Aanbeveling van de Raad van 20 december 2012 betreffende de validatie van niet-formeel en informeel leren (PB C 398 van 22.12.2012, blz. 1).
(10) Uitvoeringsbesluit 2013/776/EU van de Commissie van 18 december 2013 tot oprichting van het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur en tot intrekking van Besluit 2009/336/EG (PB L 343 van 19.12.2013, blz. 46).
(11) Richtlijn (EU) 2016/2102 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 inzake de toegankelijkheid van de websites en mobiele applicaties van overheidsinstanties (PB L 327 van 2.12.2016, blz. 1).
(12) Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's — Europees interoperabiliteitskader — Implementatiestrategie (COM(2017)0134).
(13) [In afwachting van referentie Financieel Reglement].
(14) Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).
(15) Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).
(16) Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie (“EOM”) (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1).
(17) Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PB L 198 van 28.7.2017, blz. 29).
(18) Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie van 13 april 2016 over beter wetgeven (PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1).
(19) [In afwachting van referentie nieuw besluit van de Raad betreffende associatie van LGO's].
(20) Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's en de Europese Investeringsbank — Een nieuw en sterker strategisch partnerschap met de ultraperifere gebieden van de EU (COM(2017)0623).
(21) Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1).
(22) Richtlijn (EU) 2016/801 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van derdelanders met het oog op onderzoek, studie, stages, vrijwilligerswerk, scholierenuitwisseling, educatieve projecten of au-pairactiviteiten (PB L 132 van 21.5.2016, blz. 21).
(23) Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).
(24) Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1).
(25) EU-Handvest van de grondrechten (PB C 326 van 26.10.2012, blz. 391).
(26) Richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep (PB L 303 van 2.12.2000, blz. 16).
(27) Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).
(28) Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).
BIJLAGE
Indicatoren voor monitoring en verslaglegging Het programma wordt nauwlettend gemonitord om te meten in hoeverre de algemene en specifieke doelstellingen zijn bereikt en om de output, resultaten en effecten ervan te monitoren. Daartoe wordt een minimumkader van indicatoren vastgesteld dat als uitgangspunt moet worden genomen voor een toekomstig gedetailleerd programma voor het monitoren van de output, resultaten en effecten van het programma, inclusief een uitgebreide reeks kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren : [Am. 148]
|
a) |
het aantal deelnemers aan solidariteitsactiviteiten; |
|
b) |
het percentage deelnemers met een kansarme achtergrond; en [Am. 149] |
|
c) |
het aantal organisaties met een kwaliteitskeurmerk van het Europees Solidariteitskorps. ; [Am. 150] |
|
c bis) |
het aantal deelnemers aan banen (in eigen land en in het buitenland), uitgesplitst naar land, leeftijd, gender, professionele achtergrond en opleiding; [Am. 151] |
|
c ter) |
het aantal deelnemers aan solidariteitsprojecten, uitgesplitst naar land, leeftijd, gender, professionele achtergrond en opleiding; [Am. 152] |
|
c quater) |
het aantal organisaties waarvan het kwaliteitskeurmerk is ingetrokken; [Am. 153] |
|
c quinquies) |
het aantal organisaties die het kwaliteitskeurmerk hebben, uitgesplitst naar land en ontvangen financiering; [Am. 154 |
|
c sexies) |
het aantal deelnemende kansarme jongeren. Resultaatindicatoren (samengestelde indicatoren); [Am. 155]] |
|
c septies) |
het aantal deelnemers met positieve leerresultaten; [Am. 156] |
|
c octies) |
het percentage deelnemers waarvan de positieve leerresultaten zijn erkend door middel van een getuigschrift zoals Youthpass of een ander soort formele erkenning van hun deelname aan het Europees Solidariteitskorps; [Am. 157] |
|
c nonies) |
de algehele tevredenheid van de deelnemers met betrekking tot de kwaliteit van de activiteiten; en [Am. 158] |
|
c decies) |
het aantal personen dat direct of indirect is ondersteund door middel van solidariteitsactiviteiten. [Am. 159] |