Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31970L0373

Richtlijn 70/373/EEG van de Raad van 20 juli 1970 betreffende de invoering van gemeenschappelijke bemonsterings- en analysemethoden voor de officiële controle van veevoeders

PB L 170 van 3.8.1970, pp. 2–3 (DE, FR, IT, NL)
Bijzondere uitgave in het Engels: Serie I Deel 1970(II) blz. 535 - 536

Andere speciale editie(s) (DA, EL, ES, PT, FI, SV, CS, ET, LV, LT, HU, MT, PL, SK, SL)

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 31/12/2005; opgeheven door 32004R0882

ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1970/373/oj

31970L0373

Richtlijn 70/373/EEG van de Raad van 20 juli 1970 betreffende de invoering van gemeenschappelijke bemonsterings- en analysemethoden voor de officiële controle van veevoeders

Publicatieblad Nr. L 170 van 03/08/1970 blz. 0002 - 0003
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 3 blz. 0061
Bijzondere uitgave in het Deens: Serie I Hoofdstuk 1970(II) blz. 0471
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 3 blz. 0061
Bijzondere uitgave in het Engels: Serie I Hoofdstuk 1970(II) blz. 0535
Bijzondere uitgave in het Grieks: Hoofdstuk 03 Deel 5 blz. 0156
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 03 Deel 4 blz. 0016
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 03 Deel 4 blz. 0016


++++

RICHTLIJN VAN DE RAAD

van 20 juli 1970

betreffende de invoering van gemeenschappelijke bemonsterings - en analysemethoden voor de officiële controle van veevoeders

( 70/373/EEG )

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , inzonderheid op de artikelen 43 en 100 ,

Gezien het voorstel van de Commissie ,

Gezien het advies van het Europese Parlement ,

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité ,

Overwegende dat de produktie , het in de handel brengen en het gebruik van veevoeders een bijzonder belangrijke plaats innemen in de Europese Economische Gemeenschap ;

Overwegende dat de dierlijke produktie in de landbouw in belangrijke mate wordt bepaald door het gebruik van geschikte veevoeders van goede kwaliteit ;

Overwegende dat een regeling inzake veevoeders een factor van wezenlijke betekenis is voor de opvoering van de produktiviteit in de landbouw ;

Overwegende dat de invoering van communautaire voorschriften betreffende de kwaliteit en de samenstelling van de in de Europese Economische Gemeenschap gebruikte veevoeders gepaard moet gaan met de vaststelling van uniforme bemonsterings - en analysemethoden voor de door de autoriteiten van de Lid-Staten uitgeoefende controle ;

Overwegende voorts dat het toezicht op de nakoming van de nog bestaande nationale normen in de gehele Gemeenschap volgens dezelfde analyse - en bemonsteringsmethoden moet geschieden ;

Overwegende dat bepaalde Lid-Staten reeds officiële bemonsterings - en analysemethoden toepassen die op belangrijke punten ten dele van elkaar afwijken ; dat deze methoden een rechtstreekse invloed hebben op de totstandbrenging en de werking van de gemeenschappelijke markt en derhalve dienen te worden geharmoniseerd ;

Overwegende dat de vaststelling van deze methoden louter een uitvoeringsmaatregel is met een technisch en wetenschappelijk karakter ; dat voor de ontwikkeling , de verbetering en de aanvulling daarvan een snelle procedure vereist is ; dat , ten einde de aanneming van deze maatregelen te vergemakkelijken , moet worden voorzien in een procedure voor de totstandbrenging , in het kader van een Permanent Comité voor Veevoeders , van een nauwe samenwerking tussen de Lid-Staten en de Commissie ,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD :

Artikel 1

De Lid-Staten treffen de nodige maatregelen ten einde te verzekeren dat de officiële controle van veevoeders , welke ertoe strekt na te gaan of aan de op grond van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de kwaliteit en de samenstelling van veevoeders gestelde voorwaarden is voldaan , geschiedt volgens communautaire bemonsterings - en analysemethoden , vast te stellen in de in artikel 2 bedoelde richtlijnen .

Artikel 2

De in artikel 1 bedoelde methoden worden bij wege van richtlijnen vastgesteld volgens de procedure van artikel , 3 met inachtneming van de verworvenheden op wetenschappelijk en technisch gebied en van de reeds beproefde methoden .

In deze richtlijnen worden passende termijnen vastgesteld voor de invoering van deze methoden in de nationale voorschriften .

Artikel 3

1 . In de gevallen waarin wordt verwezen naar de in dit artikel omschreven procedure , wordt deze procedure bij het bij besluit van de Raad van 20 juli 1970 ( 1 ) ingestelde Permanent Comité voor Veevoeders , hierna te noemen het " Comité " , ingeleid door de Voorzitter , hetzij op diens initiatief , hetzij op verzoek van een Vertegenwoordiger van een Lid-Staat .

2 . De Vertegenwoordiger van de Commissie legt aan het Comité een ontwerp voor van te nemen maatregelen . Het Comité brengt over dit ontwerp advies uit binnen een termijn die de Voorzitter kan bepalen naargelang van de urgentie van het betrokken vraagstuk . Het spreekt zich uit met een meerderheid van twaalf stemmen , waarbij de stemmen van de Lid-Staten worden gewogen overeenkomstig het bepaalde in artikel 148 , lid 2 , van het Verdrag . De Voorzitter neemt geen deel aan de stemming .

3 . a ) De Commissie stelt de beoogde maatregelen vast wanneer zij in overeenstemming zijn met het advies van het Comité .

b ) Wanneer de beoogde maatregelen niet in overeenstemming zijn met het advies van het Comité of bij gebreke van een advies , doet de Commissie onverwijld een voorstel aan de Raad betreffende de vast te stellen maatregelen . De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen .

c ) Indien na verloop van een termijn van drie maanden , te rekenen vanaf de indiening van het voorstel bij de Raad , deze geen besluit heeft genomen , worden de voorgestelde maatregelen door de Commissie vastgesteld .

Artikel 4

Artikel 3 is van toepassing gedurende een periode van achttien maanden met ingang van de datum waarop de procedure voor de eerste maal bij het Comité is ingeleid , hetzij krachtens artikel 3 , lid 1 , hetzij op grond van een overeenkomstige bepaling .

Artikel 5

Binnen een jaar na kennisgeving van deze richtlijn laten de Lid-Staten de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden ten einde zich te voegen naar deze richtlijn . Zij stellen de Commissie onverwijld hiervan in kennis .

Artikel 6

Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten .

Gedaan te Brussel , 20 juli 1970 .

Voor de Raad

De Voorzitter

W . SCHEEL

( 1 ) Zie blz . 1 van dit Publikatieblad .

Top