EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32022R1917

Verordening (EU) 2022/1917 van de Europese Centrale Bank van 29 september 2022 betreffende niet-nalevingsprocedures in geval van niet-naleving van statistische rapportageverplichtingen en tot intrekking van Besluit ECB/2010/10 (ECB/2022/31)

ECB/2022/31

PB L 263 van 10.10.2022, p. 6–16 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/1917/oj

10.10.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 263/6


VERORDENING (EU) 2022/1917 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 29 september 2022

betreffende niet-nalevingsprocedures in geval van niet-naleving van statistische rapportageverplichtingen en tot intrekking van Besluit ECB/2010/10 (ECB/2022/31)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 132, lid 3,

Gezien de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, en met name de artikelen 5 en 34,

Gezien Verordening (EG) nr. 2532/98 van de Raad van 23 november 1998 met betrekking tot de bevoegdheid van de Europese Centrale Bank om sancties op te leggen (1), en met name artikel 6, lid 2,

Gezien Verordening (EG) nr. 2533/98 van de Raad van 23 november 1998 met betrekking tot het verzamelen van statistische gegevens door de Europese Centrale Bank (2), en met name artikel 7,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Europese Centrale Bank (ECB) kan krachtens artikel 7, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2533/98 sancties opleggen aan informatieplichtigen en dient overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2532/98 een kader in te stellen om de regelingen voor het opleggen van dergelijke sancties nader te specificeren. Het is bijgevolg aangewezen om de procedures te definiëren op basis waarvan dergelijke sancties kunnen worden opgelegd.

(2)

Teneinde de administratieve lasten te verminderen, moeten dergelijke procedures zo veel mogelijk worden geharmoniseerd met de bestaande procedureregels. Bij de niet-nalevings- en handhavingsprocedures waarin deze verordening voorziet, moet derhalve rekening worden gehouden met Verordening (EG) nr. 2157/1999 van de Europese Centrale Bank (ECB/1999/4) (3) en de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 2532/98. Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2532/98 bepaalt dat de ECB, of de nationale centrale bank (NCB) van de lidstaat in wiens rechtsgebied het geval van vermeende niet-naleving zich heeft voorgedaan, een niet-nalevingsprocedure kan inleiden op eigen initiatief of op basis van een daartoe door de betrokken NCB bij de ECB ingediende motie, respectievelijk op basis van een door de ECB bij de betrokken NCB ingediende motie.

(3)

Verordening (EG) nr. 2157/1999 (ECB/1999/4) waarborgt dat het ne-bis-in-idembeginsel in acht wordt genomen ten aanzien van niet-nalevingsprocedures en bepaalt dat tegen dezelfde onderneming slechts één niet-nalevingsprocedure kan worden ingeleid op basis van dezelfde feiten. Te dien einde kan een besluit over het al of niet inleiden van een niet-nalevingsprocedure door de ECB of door de bevoegde NCB pas worden genomen nadat zij elkaar hebben geïnformeerd en met elkaar hebben overlegd. Evenzo mag een besluit over het al of niet inleiden van een niet-nalevingsprocedure pas door de ECB of door de bevoegde NCB worden genomen nadat de bevoegde NCB de nationale bevoegde autoriteit (NBA) die statistische gegevens verzamelt, en die deze gegevens doorgeeft aan de bevoegde NCB op basis van lokale samenwerkingsregelingen, heeft geïnformeerd. Evenzo kan coördinatie met het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme (GTM) noodzakelijk zijn in gevallen waarin toezichtinformatie wordt gebruikt om te voldoen aan statistische rapportagevereisten alvorens een niet-nalevingsprocedure in te leiden of een sanctie op te leggen.

(4)

Verordening (EG) nr. 2157/1999 (ECB/1999/4) bevat de procedure voor het indienen van een voorstel door de onafhankelijke onderzoekseenheid van de ECB of de bevoegde NCB bij de directie van de ECB om te bepalen of een informatieplichtige zich schuldig heeft gemaakt aan een geval van niet-naleving en om het voorgestelde bedrag van de op te leggen sanctie te specificeren, en voorziet in een vereenvoudigde niet-nalevingsprocedure voor de bestraffing van lichte gevallen van niet-naleving.

(5)

Het is noodzakelijk te zorgen voor een consistente aanpak van het opleggen van sancties op de verschillende statistische gebieden, de rol van de ECB en de NCB’s in niet-nalevingprocedures duidelijk te omschrijven en ervoor te zorgen dat alle procedurele bepalingen betreffende het inleiden van niet-nalevingsprocedures en het opleggen van sancties op het gebied van statistieken duidelijk omschreven zijn met het oog op een eerlijke rechtsgang en de bescherming van de rechten van de betrokken informatieplichtigen.

(6)

Met het oog op gelijke behandeling van informatieplichtigen moet het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB) een geharmoniseerde aanpak hanteren voor de elementen waarmee rekening moet worden gehouden bij het toezicht op de naleving van de statistische rapportageverplichtingen en de beoordeling van gevallen van vermeende niet-naleving, de niet-nalevingsprocedure zelf en de berekening en oplegging van sancties voor niet-naleving van de rapportageverplichtingen. Omwille hiervan is het ook van belang ervoor te zorgen dat herhaalde gevallen van vermeende niet-naleving van de rapportageverplichtingen van dezelfde ECB-verordening of hetzelfde ECB-besluit worden gemonitord en gerapporteerd aan de ECB of de bevoegde NCB, naargelang van het geval.

(7)

Voorts is het noodzakelijk geharmoniseerde regels vast te stellen voor de toepassing van lokale samenwerkingsregelingen op basis waarvan de bevoegde NCB statistische gegevens aan de ECB verzendt die zij bij een NBA heeft verzameld, in plaats van rechtstreeks bij de informatieplichtige. Lokale samenwerkingsregelingen mogen op geen enkele wijze de verplichting van de informatieplichtige om te voldoen aan de statistische rapportageverplichtingen uit hoofde van de ECB-verordeningen of -besluiten wijzigen of beperken. Het rechtskader voor de bestraffing van niet-naleving van de statistische rapportageverplichtingen is in dergelijke gevallen volledig van toepassing. De bevoegde NCB en de betrokken NBA moeten evenwel voldoende communiceren over de maatregelen die overeenkomstig dit kader moeten worden genomen om de naleving van het ne-bis-in-idembeginsel te waarborgen.

(8)

Met uitzondering van gevallen van niet-naleving van de in Verordening (EU) nr. 1333/2014 van de Europese Centrale Bank (ECB/2014/48) (4) opgenomen statistische rapportageverplichtingen, waarvoor corrigerende plannen niet geschikt worden geacht voor het tijdig corrigeren van gevallen van vermeende niet-naleving vanwege de hoge rapportagefrequentie van de betrokken statistische gegevens, en in geval van ernstig wangedrag kan het mogelijk en passend worden geacht om gevallen van vermeende niet-naleving te verhelpen door middel van samenwerking met de informatieplichtige. Daarom moet de mogelijkheid dat de bevoegde NCB of de ECB en de informatieplichtige overeenstemming bereiken over een corrigerend plan worden gefaciliteerd. In dat corrigerend plan kunnen onder meer de methoden, processen, middelen en het personeel worden gespecificeerd waarmee de informatieplichtige elk geval van vermeende niet-naleving zal herstellen, alsmede de toetsings- en oversightprocessen die de informatieplichtige zal toepassen voor de sanering en de procedurele verbeteringen om herhaalde niet-naleving door de informatieplichtige te beperken.

(9)

Terzelfder tijd moeten, teneinde de administratieve lasten te verminderen en rekening te houden met de praktische toepassing van een niet-nalevingprocedure, niet-nalevingsprocedures in gevallen van vermeende niet-naleving die niet als cumulatieve gevallen van niet-naleving worden beschouwd worden ingeleid wanneer dit passend wordt geacht, rekening houdend met de relevante omstandigheden van het specifieke geval.

(10)

Aangezien het evenredigheidsbeginsel als leidraad dient voor het ESCB, is het aangewezen rekening te houden met de mogelijke omstandigheden die buiten de macht van de informatieplichtige kunnen worden beschouwd en te voorzien in een vrijstelling van het inleiden van de niet-nalevingsprocedure in dergelijke omstandigheden. Een dergelijke vrijstelling dient alleen van toepassing te zijn op informatieplichtigen die alle redelijke inspanningen hebben geleverd om elk geval van niet-naleving van de rapportageverplichtingen te voorkomen. Bovendien mag uitbesteding door informatieplichtigen van bepaalde activiteiten die relevant zijn voor de nakoming van hun rapportageverplichtingen of moeilijkheden bij het onderhouden of verbeteren van hun IT-infrastructuur op zich niet worden beschouwd als omstandigheden buiten de macht van de informatieplichtige. Evenzo mag de bevoegde centrale bank van het Eurosysteem in geval van ernstig wangedrag geen rekening houden met omstandigheden buiten de macht van de informatieplichtige.

(11)

Omwille van kostenefficiëntie en teneinde de administratieve lasten te verminderen, dient een niet-nalevingsprocedure niet te worden ingeleid onder de in deze verordening opgenomen mogelijke minimumboetebedragen. Is een niet-nalevingsprocedure eenmaal ingeleid, dan kunnen niettemin boetebedragen onder de in deze verordening opgenomen bedragen worden opgelegd.

(12)

Voor alle in ECB-verordeningen of ECB-besluiten neergelegde statistische rapportageverplichtingen dient een geharmoniseerde aanpak te gelden. Teneinde informatieplichtigen voldoende tijd te geven om zich aan de nieuwe rapportageverplichtingen aan te passen, mag de bevoegdheid om sancties op te leggen pas door de ECB worden uitgeoefend na het verstrijken van een periode van twaalf maanden nadat de rapportageverplichting voor het eerst ontstaat uit hoofde van een toepasselijke ECB-verordening of een toepasselijk ECB-besluit. Ook moet worden bepaald dat wijzigingen van de rapportageverplichtingen die het onderliggende conceptuele kader wijzigen of van invloed zijn op de rapportagelast voor de toepassing van overgangsregelingen als substantieel moeten worden beschouwd. Voor ernstig wangedrag mag geen overgangsperiode gelden.

(13)

Teneinde de niet-nalevingprocedures met betrekking tot statistische rapportageverplichtingen te harmoniseren en transparantie te waarborgen, is het aangewezen een verordening vast te stellen tot instelling van een geharmoniseerd kader waarbinnen aan informatieplichtigen sancties kunnen worden opgelegd in geval van niet-naleving van statistische rapportageverplichtingen. Dientengevolge is het noodzakelijk Besluit ECB/2010/10 van de Europese Centrale Bank (5) in te trekken. Teneinde evenwel continuïteit en duidelijkheid te waarborgen moet Besluit ECB/2010/10 blijven gelden voor gevallen van vermeende niet-naleving die zich voordoen vóór de relevante datum van toepassing van deze verordening.

(14)

Om dezelfde redenen is het aangewezen te bepalen dat de bevoegde NCB’s en de ECB moeten blijven voldoen aan de in Besluit ECB/2010/10 neergelegde verplichtingen in gevallen van vermeende niet-naleving die zich voordoen vóór de relevante datum van toepassing van deze verordening, waaronder herhaalde gevallen van niet-naleving waarbij een of meer gevallen van vermeende niet-naleving zich voordoen vóór en na de relevante datum van toepassing van deze verordening.

(15)

Teneinde NCB’s voldoende tijd te gunnen om zich aan te passen aan de procedurele en technische wijzigingen die in het nieuwe, in deze verordening neergelegde geharmoniseerde kader worden geïntroduceerd, zou dit kader pas toegepast mogen worden na het verstrijken van een periode van 18 maanden vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening. Evenwel is het geschikt en passend om deze verordening sneller toe te passen op gevallen van niet-naleving van de statistische rapportageverplichtingen uit hoofde van Verordening (EU) nr. 1333/2014 (ECB/2014/48), omdat het van cruciaal belang is om tijdige, nauwkeurige en volledige statistische gegevens te ontvangen voor de uitvoering van de monetairbeleidstaken van de ECB, en niet-naleving van deze statistische rapportageverplichtingen de uitvoering van deze taken aanzienlijk kan verhinderen. Deze verordening dient derhalve drie maanden na de inwerkingtreding ervan te worden toegepast op gevallen van niet-naleving van de statistische rapportageverplichtingen uit hoofde van Verordening (EU) nr. 1333/2014 (ECB/2014/48),

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

Bij deze verordening wordt een geharmoniseerd kader ingesteld waarbinnen aan informatieplichtigen sancties kunnen worden opgelegd wegens niet-naleving van de in ECB-verordeningen en ECB-besluiten neergelegde statistische rapportageverplichtingen. In het bijzonder wordt de reikwijdte van het toezicht op de naleving van deze verplichtingen door de informatieplichtigen vastgesteld en worden de volgende procedures gedefinieerd die door de bevoegde centrale bank van het Eurosysteem moeten worden toegepast:

1)

monitoring- en registratieprocedure;

2)

rapportageprocedure;

3)

kennisgevingsprocedure;

4)

goedkeuring en tenuitvoerlegging van een corrigerend plan;

5)

niet-nalevingsprocedure.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening gelden de volgende definities:

1)

“bevoegde centrale bank van het Eurosysteem”: de bevoegde NCB of, in geval van rechtstreekse rapportage, de ECB;

2)

“bevoegde NCB”: de NCB van de eurogebiedlidstaat in wiens rechtsgebied het geval van vermeende niet-naleving zich heeft voorgedaan;

3)

“cumulatieve gevallen van vermeende niet-naleving”: een reeks gevallen van vermeende niet-naleving als opgesomd in artikel 8, lid 2, punten a) tot en met e), van deze verordening die zich voordoen met betrekking tot een of meer statistische rapportageverplichtingen uit hoofde van dezelfde ECB-verordening of hetzelfde ECB-besluit,

4)

“rechtstreekse rapportage”: rapportage door informatieplichtigen van statistische gegevens die rechtstreeks aan de ECB geschiedt overeenkomstig het besluit van een bevoegde NCB uit hoofde van een ECB-verordening of ECB-besluit;

5)

“buiten de macht van de informatieplichtige”: een onvoorzienbare externe gebeurtenis die buiten de redelijke controle van een informatieplichtige ligt en waarvan de gevolgen onvermijdelijk zouden zijn geweest, ondanks alle redelijke inspanningen ter voorkoming hiervan;

6)

“informatieplichtigen”: een informatieplichtige als gedefinieerd in artikel 1, punt 2, van Verordening (EG) nr. 2533/98;

7)

“niet-naleving”: “niet-naleving” als gedefinieerd in artikel 1, punt 4, van Verordening (EG) nr. 2532/98,

8)

“sancties”: “sancties” als gedefinieerd in artikel 1, punt 7, van Verordening (EG) nr. 2532/98;

9)

“statistische rapportageverplichtingen”: “de ECB-vereisten met betrekking tot het rapporteren van statistische gegevens” als gedefinieerd in artikel 1, punt 1, van Verordening (EG) nr. 2533/98;

10)

“vermeend geval van niet-naleving”: niet-naleving door een informatieplichtige van de statistische rapportageverplichtingen van een ECB-verordening of ECB-besluit:

a)

die door de bevoegde centrale bank van het Eurosysteem is geïdentificeerd, en

b)

waarvan nog niet is bevestigd dat het om een geval van niet-naleving gaat in een met redenen omkleed besluit dat door de directie van de ECB krachtens artikel 3, lid 4, van Verordening (EG) nr. 2532/98 is vastgesteld.

Artikel 3

Monitoring en registratie

1.   De bevoegde NCB’s monitoren voortdurend de naleving van de statistische rapportageverplichtingen door informatieplichtigen en registreren gevallen van vermeende niet-naleving van deze verplichtingen in een speciaal systeem. Voor de toepassing van deze verordening onderhoudt elke bevoegde NCB een dergelijk systeem.

2.   In geval van rechtstreekse rapportage monitort de ECB, in samenwerking met de bevoegde NCB voor zover de ECB daarom verzoekt, voortdurend de naleving van de statistische rapportageverplichtingen en registreert gevallen van vermeende niet-naleving van deze verplichtingen in een speciaal systeem. Voor de toepassing van deze verordening onderhoudt de ECB dat systeem.

3.   Indien een informatieplichtige beweert dat een geval van vermeende niet-naleving te wijten is aan omstandigheden buiten de macht van de informatieplichtige, registreert de bevoegde centrale bank van het Eurosysteem deze bewering bij het registreren van de details van het geval van vermeende niet-naleving.

4.   Indien een bevoegde centrale bank van het Eurosysteem meer dan één geval van vermeende niet-naleving van de statistische rapportageverplichtingen door dezelfde informatieplichtige vaststelt, registreert zij elk geval van vermeende niet-naleving afzonderlijk.

Artikel 4

Regelingen voor lokale samenwerking

1.   Indien een bevoegde NCB statistische gegevens aan de ECB rapporteert die zij uit hoofde van lokale samenwerkingsregelingen via een nationale bevoegde autoriteit (NBA) heeft verzameld, zorgt die bevoegde NCB ervoor dat de via de respectieve NBA verzamelde en verzonden informatie een doeltreffende monitoring van de naleving van de statistische rapportageverplichtingen mogelijk maakt.

2.   Indien een informatieplichtige statistische gegevens via een NBA aan de bevoegde NCB verstrekt uit hoofde van lokale samenwerkingsregelingen alvorens een niet-nalevingsprocedure in te leiden, treedt de bevoegde NCB in verbinding met de betrokken NBA om informatie te verkrijgen over de vraag of het geval van vermeende niet-naleving zich heeft voorgedaan als gevolg van het handelen of nalaten van de informatieplichtige en om ervoor te zorgen dat niet meer dan één op dezelfde feiten gebaseerde niet-nalevingsprocedure tegelijkertijd tegen dezelfde informatieplichtige wordt ingeleid.

3.   Indien een informatieplichtige statistische gegevens via een NBA aan de bevoegde NCB verstrekt uit hoofde van lokale samenwerkingsregelingen, informeert de bevoegde NCB de desbetreffende NBA in gevallen waarin een in artikel 7 genoemd corrigerend plan door een informatieplichtige is ingediend en is goedgekeurd door de bevoegde NCB en ook of het al of niet succesvol ten uitvoer is gelegd, en in gevallen waarin door de directie van de ECB aan een informatieplichtige een sanctie is opgelegd in overeenstemming met artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2532/98 en artikel 7 van Verordening (EG) nr. 2533/98.

Artikel 5

Rapportage

1.   De bevoegde NCB’s rapporteren onverwijld elk van de volgende gevallen van vermeende niet-naleving aan de ECB:

a)

elk geval van vermeende niet-naleving van de dagelijkse rapportageverplichtingen door een informatieplichtige;

b)

drie of meer gevallen van vermeende niet-naleving van de maandelijkse rapportageverplichtingen door een informatieplichtige binnen zes opeenvolgende maanden;

c)

drie of meer gevallen van vermeende niet-naleving van de driemaandelijkse rapportageverplichtingen door een informatieplichtige binnen vier opeenvolgende kwartalen;

d)

twee of meer opeenvolgende gevallen van vermeende niet-naleving van halfjaarlijkse rapportageverplichtingen door een informatieplichtige;

e)

elk geval van vermeende niet-naleving van de jaarlijkse rapportageverplichtingen door een informatieplichtige.

Ten behoeve van de rapportage van de gevallen van niet-naleving als bedoeld in dit lid registreren bevoegde NCB’s die gevallen van vermeende niet-naleving in hetzelfde speciale systeem als bedoeld in artikel 3, lid 1.

2.   De bevoegde NCB’s rapporteren elk van de volgende gevallen van ernstig wangedrag aan de ECB zodra deze zijn vastgesteld:

a)

elk systematisch of opzettelijk verzuim om statistische gegevens binnen de voorgeschreven uiterste termijn aan de bevoegde NCB te rapporteren;

b)

elk systematisch of opzettelijk verzuim om correcte of volledige statistische gegevens te rapporteren;

c)

elke systematische of opzettelijke niet-naleving van de voorgeschreven vorm van de statistische rapportageverplichtingen;

d)

elk verzuim om effectief met de bevoegde NCB samen te werken of een redelijke mate van zorgvuldigheid toe te passen.

Met het oog op het vaststellen van ernstig wangedrag kan de bevoegde NCB de informatieplichtige om aanvullende informatie verzoeken.

Ten behoeve van de rapportage van ernstig wangedrag krachtens dit lid registreren bevoegde NCB’s de gevallen van ernstig wangedrag in hetzelfde speciale systeem als bedoeld in artikel 3, lid 1.

3.   De ECB stelt de bevoegde NCB onverwijld in kennis van alle in de leden 1 en 2 genoemde gevallen van vermeende niet-naleving of ernstig wangedrag die zij heeft geïdentificeerd in gevallen van rechtstreekse rapportage en registreert die gevallen van vermeende niet-naleving of ernstig wangedrag in hetzelfde speciale systeem als bedoeld in artikel 3, lid 2.

Artikel 6

Kennisgeving

1.   Voorafgaand aan het inleiden van een niet-nalevingsprocedure krachtens artikel 8 verstrekt de bevoegde centrale bank van het Eurosysteem de betrokken informatieplichtige een waarschuwing in de vorm van een schriftelijke kennisgeving van ten minste het volgende:

a)

de aard van het geval van vermeende van niet-naleving;

b)

de mogelijkheid dat een niet-nalevingsprocedure wordt ingeleid en de mogelijkheid om in dat geval een boete op te leggen aan de informatieplichtige;

c)

dat de informatieplichtige de gelegenheid heeft om redenen te geven, met inbegrip van het feit dat het geval van vermeende niet-naleving te wijten was aan omstandigheden buiten de macht van de informatieplichtige;

d)

dat het geval van vermeende niet-naleving moet worden gecorrigeerd, voor zover dat nog niet is gebeurd, om te verzekeren dat de statistische rapportageverplichtingen worden nageleefd, en

e)

naargelang van het geval, dat de bevoegde centrale bank van het Eurosysteem een corrigerend plan kan goedkeuren, voor zover dat is ingediend, dat door de informatieplichtige moet worden uitgevoerd.

2.   Indien een bevoegde centrale bank van het Eurosysteem overeenkomstig artikel 5, lid 2, een geval van ernstig wangedrag heeft vastgesteld, neemt zij schriftelijk contact op met de betrokken informatieplichtige om die informatieplichtige in kennis te stellen van ten minste het volgende:

a)

de aard het ernstig wangedrag;

b)

dat een niet-nalevingsprocedure zal worden ingeleid en dat in dat geval mogelijk een sanctie aan de informatieplichtige kan worden opgelegd;

c)

dat de informatieplichtige de gelegenheid heeft om redenen aan te voeren, en

d)

dat het ernstig wangedrag door de informatieplichtige onverwijld moet worden gecorrigeerd om ervoor te zorgen dat aan het statistische rapportagevereiste wordt voldaan en om in voorkomend geval effectieve samenwerking met de bevoegde centrale bank van het Eurosysteem te verzekeren.

3.   De bevoegde centrale bank van het Eurosysteem verstrekt aan de informatieplichtige een schriftelijke kennisgeving als bedoeld in de leden 1 en 2 zo spoedig mogelijk nadat het geval van vermeende niet-naleving zich heeft voorgedaan, of nadat het ernstig wangedrag voor het eerst bekend werd bij die centrale bank van het Eurosysteem. Bij een vermeend geval van niet-naleving van de dagelijkse rapportageverplichtingen verstrekt de centrale bank van het Eurosysteem een dergelijke kennisgeving, waar mogelijk, voordat cumulatieve gevallen van vermeende niet-naleving zich voordoen.

Artikel 7

Corrigerend plan

1.   Nadat een waarschuwing van een geval van vermeende niet-naleving overeenkomstig artikel 6, lid 1, is afgegeven, en zodra de drempel voor cumulatieve gevallen van vermeende niet-naleving als bedoeld in artikel 8, lid 2, is bereikt, stelt de bevoegde bank van het Eurosystem de betreffende informatieplichtige ervan in kennis dat de informatieplichtige een corrigerend plan kan indienen.

2.   Binnen zestig kalenderdagen na de in lid 1 genoemde kennisgeving kan de bevoegde bank van het Eurosysteem een corrigerend plan goedkeuren dat overeenkomstig dit artikel door een informatieplichtige is ingediend.

3.   Dit artikel is niet van toepassing in een van de volgende gevallen:

a)

een geval van ernstig wangedrag als bedoeld in artikel 5, lid 2, of

b)

een geval van vermeende niet-naleving van de in Verordening (EU) nr. 1333/2014 (ECB/2014/48) neergelegde statistische rapportageverplichtingen.

4.   Een corrigerend plan wordt opgesteld door de informatieplichtige en omvat ten minste:

a)

de redenen voor het geval van vermeende niet-naleving;

b)

de door de informatieplichtige te nemen corrigerende maatregelen, met inbegrip van een bepaling dat de juiste of ontbrekende statistische gegevens onverwijld worden ingediend;

c)

een tijdschema voor de tenuitvoerlegging van de in punt b) bedoelde maatregelen, en

d)

de gegevens van de verantwoordelijke contactpersoon (contactpersonen).

5.   De bevoegde bank van het Eurosysteem beoordeelt onverwijld en in elk geval binnen twaalf kalenderdagen vanaf de datum van indiening ervan een krachtens lid 4 ingediend corrigerend plan en zal in voorkomend geval naar behoren rekening houden met de overeenkomstig lid 7 door de ECB gemaakte opmerkingen, en daarna ofwel:

a)

het plan goedkeuren en een definitieve uiterste termijn van ten hoogste zestig kalenderdagen vaststellen voor de algehele tenuitvoerlegging van dat plan vanaf de datum van goedkeuring ervan, of

b)

indien het plan niet toereikend is om het geval van vermeende niet-naleving te corrigeren, verzoeken dat de informatieplichtige een herzien corrigerend plan binnen tien kalenderdagen vanaf de datum dat verzoek indient.

6.   Indien het herziene corrigerend plan binnen de in de lid 5, punt b), gestelde uiterste termijn is ingediend, beoordeelt de bevoegde bank van het Eurosysteem dat plan onverwijld en in elk geval binnen acht kalenderdagen vanaf de datum van indiening ervan en zal, in voorkomend geval, terdege rekening houden met de overeenkomstig lid 7 door de ECB gemaakte opmerkingen, en daarna ofwel

a)

het herziene corrigerend plan goedkeuren en een definitieve uiterste termijn van ten hoogste 42 kalenderdagen vaststellen voor de algehele tenuitvoerlegging van dat plan vanaf de datum van goedkeuring ervan, of

b)

indien het herziene corrigerend plan niet toereikend is om het geval van vermeende niet-naleving te corrigeren, het herziene corrigerend plan verwerpen en een niet-nalevingsprocedure overeenkomstig artikel 8 inleiden.

7.   Een bevoegde NCB dient onverwijld een krachtens dit lid ontvangen corrigerend plan of een herzien corrigerend plan bij de ECB in. Indien de ECB van mening is dat het plan niet toereikend is om het geval van vermeende niet-naleving te corrigeren, geldt het volgende:

a)

in het geval van een corrigerend plan als bedoeld in lid 5 verzoekt de bevoegde NCB dat de informatieplichtige een herzien corrigerend plan binnen tien dagen vanaf de datum van een dergelijk verzoek voorbereidt en indient, en

b)

in het geval van een herzien corrigerend plan als bedoeld in lid 6 verwerpt de bevoegde NCB het herziene corrigerend plan en leidt een niet-nalevingsprocedure in overeenkomstig artikel 8.

8.   Indien een bevoegde centrale bank van het Eurosysteem een corrigerend plan krachtens lid 5 of lid 6 goedkeurt, houdt zij toezicht op de tenuitvoerlegging van dat plan en verifieert zij of de daarin vervatte corrigerende maatregelen effectief en onverwijld zijn toegepast.

9.   Een bevoegde centrale bank van het Eurosysteem kan de uiterste termijn voor de tenuitvoerlegging van een krachtens lid 5 of lid 6 goedgekeurd corrigerend plan in uitzonderlijke omstandigheden eenmaal verlengen, mits de informatieplichtige aantoont dat het corrigerend plan effectief ten uitvoer wordt gelegd. Een verlenging wordt beperkt tot de periode die de bevoegde centrale bank van het Eurosysteem nodig acht voor de tenuitvoerlegging van het corrigerend plan door de informatieplichtige, en mag in geen geval meer bedragen dan dertig kalenderdagen na het verstrijken van de respectieve in lid 5 of lid 6 genoemde uiterste termijn.

10.   De bevoegde NCB’s en de ECB stellen elkaar in kennis van elk met een informatieplichtige overeengekomen corrigerend plan zodra een dergelijk plan is goedgekeurd, en houden elkaar op de hoogte van de tenuitvoerlegging van elk plan.

11.   Indien een corrigerend plan is goedgekeurd en ten uitvoer is gelegd krachtens dit artikel leidt de bevoegde bank van het Eurosysteem geen niet-nalevingsprocedure in overeenkomstig artikel 8 met betrekking tot hetzelfde geval van vermeende niet-naleving door dezelfde informatieplichtige voordat de respectieve in lid 5 of lid 6 genoemde uiterste termijn is verstreken, onder voorbehoud van een krachtens lid 9 verleende verlenging.

12.   Indien een informatieplichtige de in lid 5 of lid 6 genoemde uiterste termijn, of een krachtens lid 9 verlengde uiterste termijn niet nakomt, of indien het geval van vermeende niet-naleving niet vóor de in lid 5 of lid 6 genoemde uiterste termijn, of een krachtens lid 9 verlengde uiterste termijn is gecorrigeerd, naargelang van het geval, leidt de bevoegde bank van het Eurosysteem een niet-nalevingsprocedure in overeenkomstig artikel 8.

13.   Niettegenstaande de leden 1 tot en met 12 monitoren de centrale banken van het Eurosysteem voortdurend een of meer gevallen van vermeende niet-naleving die onderwerp zijn van een corrigerend plan en naleving door de informatieplichtigen van de statistische rapportageverplichtingen, en registreren en rapporten zij gevallen van vermeende niet-naleving overeenkomstig de artikelen 3 en 5.

Artikel 8

Niet-nalevingsprocedure

1.   De bevoegde NCB’s of de ECB leiden in elk van de volgende gevallen een niet-nalevingsprocedure tegen informatieplichtigen in:

a)

bij ernstig wangedrag als bedoeld in artikel 5, lid 2;

b)

bij cumulatieve gevallen van vermeende niet-naleving als bedoeld in lid 2 van de in Verordening (EU) nr. 1333/2014 (ECB/2014/48) neergelegde statistische rapportageverplichtingen;

c)

bij cumulatieve gevallen van vermeende niet-naleving als bedoeld in lid 2, indien er geen corrigerend plan is ingediend overeenkomstig artikel 7 of indien het door de informatieplichtige ingediende corrigerend plan niet overeenkomstig artikel 7, lid 5, of artikel 7, lid 6, door de bevoegde centrale bank van het Eurosysteem is goedgekeurd, of

d)

cumulatieve gevallen van vermeende niet-naleving als bedoeld in lid 2, wanneer de definitieve uiterste termijn voor de tenuitvoerlegging van een corrigerend plan of een herzien corrigerend plan als bedoeld in artikel 7, lid 5, of artikel 7, lid 6, naargelang van het geval, of de verlenging ervan als bedoeld in artikel 7, lid 9, is verstreken voordat de niet-naleving is gecorrigeerd.

2.   Voor de toepassing van lid 1, punt b), c) of d), omvatten cumulatieve gevallen van vermeende niet-naleving elk van de volgende gevallen:

a)

ten minste drie gevallen van vermeende niet-naleving van de dagelijkse rapportageverplichtingen door een informatieplichtige binnen dezelfde maand of ten minste vijf gevallen van niet-naleving binnen drie opeenvolgende kalendermaanden;

b)

ten minste drie gevallen van vermeende niet-naleving van de maandelijkse rapportageverplichtingen door een informatieplichtige binnen zes opeenvolgende maanden;

c)

ten minste drie gevallen van vermeende niet-naleving van de driemaandelijkse rapportageverplichtingen door een informatieplichtige binnen vier opeenvolgende kwartalen;

d)

twee opeenvolgende gevallen van vermeende niet-naleving van de halfjaarlijkse rapportageverplichtingen door een informatieplichtige;

e)

twee opeenvolgende gevallen van vermeende niet-naleving van de jaarlijkse rapportageverplichtingen door een informatieplichtige.

3.   De bevoegde NCB’s of de ECB kunnen een niet-nalevingsprocedure tegen een informatieplichtige inleiden in geval van de in lid 1 genoemde gevallen van vermeende niet-naleving. In dergelijke gevallen houdt de bevoegde NCB of de ECB bij de vaststelling of al of niet een niet-nalevingsprocedure moet worden ingeleid rekening met omstandigheden van het specifieke geval, met inachtneming van het volgende, waar relevant:

a)

of de informatieplichtige te goeder trouw heeft gehandeld bij de interpretatie en vervulling van de statistische rapportageverplichting;

b)

of de informatieplichtige zorgvuldig is geweest en heeft samengewerkt bij de interpretatie en vervulling van de statistische rapportageverplichting;

c)

of de informatieplichtige opzettelijk misleidend heef gehandeld bij de interpretatie en vervulling van de statistische rapportageverplichting;

d)

de ernst van de gevolgen van het geval van vermeende niet-naleving;

e)

de herhaling, frequentie en duur van het geval van vermeende niet-naleving;

f)

eventuele voordelen die de informatieplichtige van het geval van vermeende niet-naleving heeft gehad;

g)

de economische omvang van de informatieplichtige;

h)

of de informatieplichtige onderworpen is geweest aan eerdere sancties voor niet-naleving van de statistische rapportageverplichtingen.

4.   Voor de toepassing van de leden 1 en 3 leiden de bevoegde NCB’s of de ECB een niet-nalevingsprocedure in met inachtneming van het volgende:

a)

artikel 2 van Verordening (EG) nr. 2157/1999 (ECB/1999/4), en

b)

de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 2532/98.

5.   De bevoegde NCB’s of de ECB kunnen een niet-nalevingsprocedure inleiden, zelfs wanneer de bevoegde centrale bank van het Eurosysteem heeft nagelaten het geval van vermeende niet-naleving krachtens de artikelen 3 en 5 te registreren of te melden.

6.   Behalve in gevallen van ernstig wangedrag leidt een bevoegde NCB of de ECB geen niet-nalevingsprocedure in wanneer zij vaststelt dat het geval van vermeende niet-naleving zich heeft voorgedaan als gevolg van omstandigheden buiten de macht van de informatieplichtige. Bij het bepalen of een geval van vermeende niet-naleving heeft plaatsgevonden als gevolg van omstandigheden buiten de macht van de informatieplichtige, houden de bevoegde NCB’s en de ECB in het bijzonder rekening met de vraag of de omstandigheden:

a)

voldoende ongebruikelijk waren;

b)

uitzonderlijk waren;

c)

niet te voorzien waren;

d)

kunnen worden toegeschreven aan het handelen of nalaten van de informatieplichtige.

Technische moeilijkheden of moeilijkheden in verband met het onderhoud en de verbetering van IT-infrastructuur, met inbegrip van uitbestede IT-infrastructuur, worden niet buiten de macht van de informatieplichtige beschouwd.

7.   Een bevoegde NCB of de ECB leidt geen niet-nalevingsprocedure in indien een van de volgende situaties zich voordoet:

a)

de mogelijke boete voor het geval van vermeende niet-naleving zal de grens van 10 000 EUR waarschijnlijk niet overschrijden bij een geval van vermeende niet-naleving wegens het verzuim om statistische gegevens aan de ECB of de bevoegde NCB vóór de toepasselijke uiterste termijn te rapporteren, of

b)

de mogelijke boete voor het geval van vermeende niet-naleving zal de grens van 20 000 EUR waarschijnlijk niet overschrijden bij een geval van vermeende niet-naleving in verband met statistische gegevens die onjuist of onvolledig zijn, of zijn gerapporteerd in een vorm die niet voldoet aan een toepasselijk vereiste.

Wanneer een niet-nalevingsprocedure is ingeleid, kunnen boetebedragen worden opgelegd die lager zijn dan de in de eerste alinea genoemde boetebedragen.

8.   Een bevoegde NCB of de ECB leiden geen niet-nalevingsprocedure in tegen een informatieplichtige wanneer een andere niet-nalevingsprocedure is ingeleid tegen of een sanctie is opgelegd aan dezelfde informatieplichtige op basis van dezelfde feiten.

9.   Een bevoegde NCB of de ECB bewaart elektronische bestanden van elke niet-nalevingsprocedure die zij krachtens deze verordening heeft ingeleid.

Artikel 9

Sanctiemethode

De ECB publiceert een besluit over de methode voor de berekening van het voorgestelde bedrag van de sancties.

Artikel 10

Evaluatie

De Raad van bestuur evalueert uiterlijk vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening, en vervolgens elke drie jaar, de algemene toepassing en tenuitvoerlegging van deze verordening en beoordeelt of wijzigingen noodzakelijk zijn.

Artikel 11

Overgangsbepalingen

1.   Artikel 8 is niet van toepassing gedurende een periode van twaalf maanden, te rekenen vanaf de eerste rapportage krachtens een toepasselijke ECB-verordening of een toepasselijk ECB-besluit indien een van de volgende situaties zich voordoet:

a)

de statistische gegevens worden voor het eerst krachtens de ECB-verordening of het ECB-besluit gerapporteerd;

b)

de statistische rapportageverplichtingen zijn ingrijpend gewijzigd bij de ECB-verordening of het ECB-besluit, waardoor het onderliggende conceptuele kader wordt gewijzigd of de rapportagelast wordt beïnvloed, en de overeenkomstige statistische gegevens voor het eerst sinds een dergelijke wijziging worden gerapporteerd;

c)

de statistische gegevens worden gerapporteerd door nieuwe informatieplichtigen of informatieplichtigen van nieuwe ondernemingen die voorheen niet onderworpen waren aan statistische rapportageverplichtingen uit hoofde van hetzelfde regelgevingskader.

2.   Lid 1 is niet van toepassing op de in artikel 5 genoemde gevallen van ernstig wangedrag.

3.   Indien een geval van vermeende niet-naleving zich voordoet vóór de relevante datum van toepassing van deze verordening als bedoeld in artikel 14, voldoet de bevoegde NCB of de ECB aan de vereisten van Besluit ECB/2010/10, met inbegrip van gevallen van herhaaldelijke niet-naleving als bedoeld in artikel 3, lid 2, punt b), van dat besluit indien een of meer gevallen van vermeende niet-naleving zich voordoen vóór en na de betrokken datum van toepassing van deze verordening.

Artikel 12

Specifieke toepassing voor niet-naleving van de statistische rapportage van geldmarktstatistieken

In gevallen van vermeende niet-naleving van Verordening (EU) nr. 1333/2014 (ECB/2014/48) voldoen de bevoegde NCB’s en de ECB met ingang van 31 januari 2023 aan de in deze verordening neergelegde verplichtingen.

Artikel 13

Intrekking

Besluit ECB/2010/10 wordt hierbij ingetrokken met ingang van 31 januari 2023 Besluit ECB/2010/10 blijft evenwel gelden voor gevallen van vermeende niet-naleving die zich voordoen vóór de in artikel 14 genoemde betreffende datum van toepassing van deze verordening.

Artikel 14

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening wordt toegepast met ingang van 30 april 2024, behalve voor artikel 12, dat wordt toegepast met ingang van 31 januari 2023.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.

Gedaan te Frankfurt am Main, 29 september 2022.

Voor de Raad van bestuur van de ECB

De president van de ECB

Christine LAGARDE


(1)  PB L 318 van 27.11.1998, blz. 4.

(2)  PB L 318 van 27.11.1998, blz. 8.

(3)  Verordening (EG) nr. 2157/1999 van de Europese Centrale Bank van 23 september 1999 met betrekking tot de bevoegdheid van de Europese Centrale Bank om sancties op te leggen (ECB/1999/4) (PB L 264 van 12.10.1999, blz. 21).

(4)  Verordening (EU) nr. 1333/2014 van de Europese Centrale Bank van 26 november 2014 houdende geldmarktstatistieken (ECB/2014/48) (PB L 359 van 16.12.2014, blz. 97).

(5)  Besluit ECB/2010/10 van de Europese Centrale Bank van 19 augustus 2010 inzake niet-naleving van statistische rapportagevereisten (PB L 226 van 28.8.2010, blz. 48).


Top