Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document C2006/224/40

Zaak C-280/06: Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Consiglio di Stato (Italië) op 27 juni 2006 — Autorità Garante della Concorrenza e del Mercato/Ente Tabacchi Italiani — Eti SpA, Philip Morris SA, Philip Morris Holland BV, Philip Morris GmBH, Philip Morris Products INC, Philip Morris International Management SA

PB C 224 van 16.9.2006, pp. 21–22 (ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)

16.9.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 224/21


Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Consiglio di Stato (Italië) op 27 juni 2006 — Autorità Garante della Concorrenza e del Mercato/Ente Tabacchi Italiani — Eti SpA, Philip Morris SA, Philip Morris Holland BV, Philip Morris GmBH, Philip Morris Products INC, Philip Morris International Management SA

(Zaak C-280/06)

(2006/C 224/40)

Procestaal: Italiaans

Verwijzende rechter

Consiglio di Stato

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekster: Autorità Garante della Concorrenza e del Mercato

Verweersters: Ente Tabacchi Italiani — Eti SpA, Philip Morris SA, Philip Morris Holland BV, Philip Morris GmBH, Philip Morris Products INC, Philip Morris International Management SA

Prejudiciële vragen

1)

Welk criterium moet ingevolge de artikelen 81 e.v. EG en de algemene beginselen van het gemeenschapsrecht worden gehanteerd om te bepalen aan welke onderneming de sanctie wegens inbreuk op de mededingingsregels moet worden opgelegd, in het geval dat in het kader van een als één geheel bestrafte handelwijze, het laatste deel van de gedragingen is begaan door een onderneming die de oorspronkelijke onderneming in de betrokken economische sector heeft opgevolgd, wanneer het oorspronkelijke lichaam weliswaar niet is opgehouden te bestaan, doch in de betrokken economische sector waarin de sanctie is opgelegd, niet meer actief is als handelsonderneming?

2)

Rust bij de bepaling van degene aan wie de sanctie moet worden opgelegd, op de overheidsinstelling die bevoegd is voor de toepassing van de antitrustregeling, de taak om discretionair te beoordelen of er sprake is van omstandigheden die er een rechtvaardiging voor vormen dat de economische opvolger aansprakelijk wordt gesteld voor inbreuken op de mededingingsregels die zijn begaan door de rechtpersoon waarvan hij de opvolger is, ook wanneer de voorganger op het tijdstip van de beslissing niet heeft opgehouden te bestaan, om te voorkomen dat afbreuk zou worden gedaan aan de nuttige werking van de mededingingsregels door wijzigingen in de rechtsvorm van de ondernemingen?


Top