Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62018CA0482

Zaak C-482/18: Arrest van het Hof (Grote kamer) van 3 maart 2020 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Fővárosi Közigazgatási és Munkaügyi Bíróság — Hongarije) — Google Ireland Limited / Nemzeti Adó- és Vámhivatal Kiemelt Adó- és Vámigazgatósága (Prejudiciële verwijzing – Vrij verrichten van diensten – Artikel 56 VWEU – Beperkingen – Fiscale bepalingen – Op de omzet gebaseerde belasting op advertentieactiviteiten – Verplichtingen met betrekking tot registratie bij de belastingdienst – Non-discriminatiebeginsel – Geldboeten – Evenredigheidsbeginsel)

PB C 137 van 27.4.2020, p. 14–14 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

27.4.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 137/14


Arrest van het Hof (Grote kamer) van 3 maart 2020 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Fővárosi Közigazgatási és Munkaügyi Bíróság — Hongarije) — Google Ireland Limited / Nemzeti Adó- és Vámhivatal Kiemelt Adó- és Vámigazgatósága

(Zaak C-482/18) (1)

(Prejudiciële verwijzing - Vrij verrichten van diensten - Artikel 56 VWEU - Beperkingen - Fiscale bepalingen - Op de omzet gebaseerde belasting op advertentieactiviteiten - Verplichtingen met betrekking tot registratie bij de belastingdienst - Non-discriminatiebeginsel - Geldboeten - Evenredigheidsbeginsel)

(2020/C 137/17)

Procestaal: Hongaars

Verwijzende rechter

Fővárosi Közigazgatási és Munkaügyi Bíróság

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Google Ireland Limited

Verwerende partij: Nemzeti Adó- és Vámhivatal Kiemelt Adó- és Vámigazgatósága

Dictum

1)

Artikel 56 VWEU moet aldus worden uitgelegd dat het niet in de weg staat aan een wettelijke regeling van een lidstaat die in een andere lidstaat gevestigde verrichters van advertentiediensten met het oog op de heffing van advertentiebelasting een registratieverplichting oplegt, terwijl verrichters van dergelijke diensten die in de lidstaat van belastingheffing zijn gevestigd, van die verplichting zijn vrijgesteld op grond van het feit dat zij zich reeds moeten aanmelden of registreren met het oog op de heffing van andere belastingen in die lidstaat.

2)

Artikel 56 VWEU moet aldus worden uitgelegd dat het in de weg staat aan een wettelijke regeling van een lidstaat op grond waarvan aan dienstverrichters die in een andere lidstaat zijn gevestigd en die niet hebben voldaan aan een registratieverplichting met het oog op de heffing van advertentiebelasting, binnen enkele dagen een reeks van boetes wordt opgelegd waarvan het bedrag bij elke nieuwe vaststelling van niet-naleving van die verplichting vanaf de tweede boete wordt verdrievoudigd ten opzichte van het bedrag van de vorige boete, hetgeen resulteert in een cumulatief bedrag van meerdere miljoenen euro’s, zonder dat de bevoegde dienst vόόr de vaststelling van het besluit tot definitieve vaststelling van het cumulatieve bedrag van die geldboeten aan die dienstverrichters de nodige tijd geeft om aan hun verplichtingen te voldoen, hen in de gelegenheid stelt hun opmerkingen te maken en zelf de ernst van de inbreuk beoordeelt, terwijl het bedrag van de geldboete die wordt opgelegd aan een in de lidstaat van belastingheffing gevestigde dienstverrichter die in strijd met de algemene regels van het nationale belastingrecht een soortgelijke aanmeldings- of registratieverplichting niet heeft nageleefd, aanzienlijk lager is en bij voortdurende niet-naleving van een dergelijke verplichting noch in dezelfde verhouding, noch noodzakelijkerwijs binnen even korte termijnen wordt verhoogd.


(1)  PB C 352 van 01.10.2018.


Top