EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 2.5.2018
COM(2018) 321 final
BIJLAGE
bij
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE EUROPESE RAAD, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S
Een moderne begroting voor een Unie die ons beschermt, sterker maakt, en verdedigt
Het meerjarig financieel kader 2021-2027
{SWD(2018) 171 final}
|
|
ONDERZOEK EN INNOVATIE
|
|
|
Horizon Europa
|
Horizon Europa is het vlaggenschipprogramma voor onderzoek en innovatie van de EU.
1.EUROPESE TOEGEVOEGDE WAARDE
Onderzoek en innovatie vormen een belangrijk onderdeel van de kennismaatschappij. Op dit gebied kan een sterke Europese dimensie als hefboom werken om aanvullende financiering op nationaal niveau te mobiliseren, zonder deze te vervangen. Onderzoeks- en innovatieprojecten die geselecteerd zijn om Europese financiering te ontvangen, kunnen doorgaans rekenen op meer samenwerking op EU- en internationaal gebied. Zij hebben meestal een omvang, reikwijdte en complexiteit die het onmogelijk zou maken om alleen met nationale financiering van start te gaan: 83 % van de onderzoeks- en innovatieprojecten in de EU die als "excellent" zijn beoordeeld, zouden zonder EU-steun nooit hebben plaatsgevonden. In een wereld van toegenomen technologische concurrentie zijn we snel aan het overschakelen naar een koolstofarme samenleving waarin digitale technologieën in toenemende mate samensmelten met de fysische en biologische wereld. Niet op EU-schaal investeren in onderzoek en innovatie zou in deze context leiden tot een daling van ons concurrentievermogen op de wereldmarkt. Dit zou een domino-effect hebben op economisch, sociaal en milieugebied. Investeringen door de EU op het gebied van onderzoek en innovatie hebben de volgende specifieke voordelen:
·door het bundelen van publieke en private middelen en kennis wordt het mogelijk om grotere effecten en kritische massa te bereiken bij het aanpakken van mondiale uitdagingen en een toonaangevende rol te spelen op de EU- en de wereldmarkt;
·het concurrentievermogen van de EU wordt gestimuleerd door de ontwikkeling van transnationale en multidisciplinaire netwerken, waardeketens en markten, met positieve kennisverspreiding en technologie-overdracht in de hele Unie om de invoering van nieuwe producten en diensten voor te bereiden en te vergemakkelijken;
·wetenschappelijke excellentie wordt versterkt via EU-brede concurrentie en samenwerking;
·de steun voor baanbrekende en marktcreërende innovatie wordt versterkt met inachtneming van eerlijke concurrentie;
·de aantrekkelijkheid van de EU als vestigingsplaats voor onderwijs, onderzoek, innovatie en ondernemerschap wordt vergroot;
·dergelijke investeringen hebben een positief en structurerend effect op nationale onderzoeks- en innovatie-ecosystemen en pan-Europese onderzoeksinfrastructuren;
·de doelstellingen van de EU worden ondersteund en versterkt en de investeringen dragen daadwerkelijk bij aan het verwezenlijken van de beleidsprioriteiten.
2.DOELSTELLINGEN
Horizon Europa spitst zich toe op wetenschap en innovatie met het oog op:
·het versterken van de wetenschappelijke en technologische basis van de EU;
·het bevorderen van het concurrentievermogen en de innovatieprestaties van de EU;
·het verwezenlijken van de strategische prioriteiten van de EU en het aanpakken van mondiale uitdagingen.
3.UITVOERING EN VEREENVOUDIGING
Het programma is opgebouwd rond drie pijlers:
1) Open wetenschap — Voortbouwend op het succes van de Europese Onderzoeksraad, de Marie Skłodowska-Curie-acties en de onderzoeksinfrastructuren zijn via deze pijler meer middelen beschikbaar voor projecten met een grotere impact. De projecten worden geselecteerd aan de hand van een "bottom-up"-aanpak, worden gedefinieerd en aangestuurd door onderzoekers en netwerken en worden uitsluitend geëvalueerd op basis van het criterium "excellentie". Het doel is innovatie en ondernemerschap via het onderwijs in heel Europa te stimuleren om de vaardigheden en competenties die nodig zijn om Europa op mondiaal niveau concurrerender te maken, aan te reiken.
2) Wereldwijde uitdagingen en industrieel concurrentievermogen – Deze pijler is gebouwd op clusters die de Europese kwaliteiten en troeven uitspelen door nieuwe kennis te genereren en deze te vertalen in nuttige innovaties, waarbij digitale en belangrijke sleuteltechnologieën worden ontwikkeld en toegepast met het oog op het aanpakken van nieuwe uitdagingen. Dit zal er ook voor zorgen dat onderzoeks- en innovatieactiviteiten de EU-beleidsprioriteiten ondersteunen op gebieden zoals de verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen, gezondheid, voedsel en natuurlijke hulpbronnen, weerbaarheid en veiligheid, klimaat, energie en mobiliteit met het oog op een koolstofarme, circulaire en klimaatresistente maatschappij, het verbeteren van het concurrentievermogen van de industrie en het aanpakken van andere maatschappelijke uitdagingen. Industrieel leiderschap zal de rode draad zijn binnen deze pijler en doorheen het gehele programma.
3) Open innovatie — Deze nieuwe pijler biedt een "one-stop-shop" voor innovatoren met veel potentieel die van Europa een koploper kunnen maken op het gebied van marktcreërende innovatie door een bottom-upbenadering. Hierdoor zullen in de toekomst baanbrekende technologieën worden ontwikkeld en innovatieve ondernemingen worden aangetrokken die het potentieel hebben om op te klimmen tot Europees/internationaal niveau. Deze pijler biedt subsidies, die snel en flexibel zullen worden toegekend, en marktgebaseerde instrumenten in samenwerking met particuliere investeerders terwijl ervoor wordt gezorgd dat de ondersteuning van activiteiten die zich dicht bij de markt bevinden de concurrentie tussen innovatoren niet onrechtmatig verstoort. Deze doelstellingen zullen worden nagestreefd door middel van de oprichting van een Europese Innovatieraad.
Aanvullende maatregelen zullen het Europese ecosysteem voor innovatie nog verder versterken, met name via medegefinancierde partnerschapsinitiatieven en door meer gebruik te maken van overheidsopdrachten voor innovatie. Door te mikken op regeringen en overheidsinstanties voor de opname van innovatieve technologieën en de verspreiding van Europese onderzoeks- en innovatieresultaten zullen de voordelen van innovatie optimaal ten goede komen van de Europese burgers en bedrijven.
Als onderdeel van het programma zal het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek tijdens de gehele beleidscyclus onafhankelijke wetenschappelijk gegevens en technische ondersteuning leveren aan de beleidsmakers van de EU. Het Europees Instituut voor innovatie en technologie zal de drie pijlers ondersteunen en zal de mondiale uitdagingen in de eerste plaats specifiek aanpakken via de kennis- en innovatiegemeenschappen (KIG’s) waarin bedrijfsleven, onderzoek, hoger onderwijs en ondernemerschap zijn geïntegreerd.
Het programma zal blijven streven naar een verdere vereenvoudiging van de regels voor de begunstigden. De belangrijkste operationele kenmerken zijn:
·streven naar de verdere vereenvoudiging van het bestaande systeem van vergoeding van de reële kosten, met inbegrip van een vereenvoudigde financieringsregeling en het beginsel van één financieringspercentage per project. Om de administratieve lasten te verlagen zal bovendien worden nagegaan of meer gebruik kan worden gemaakt van forfaitaire projectfinanciering op basis van gerealiseerde activiteiten alsmede van andere vereenvoudigde vormen van financiering die mogelijk zijn in het kader van het nieuwe Financieel Reglement;
·voor een grotere flexibiliteit zal het in het kader van het toekomstige programma mogelijk zijn middelen tussen en binnen de pijlers toe te wijzen om snel te kunnen reageren op opkomende beleidskwesties of -uitdagingen;
·verdere verbeteringen op het gebied van de indiening van voorstellen en het evaluatieproces worden overwogen. De evaluatiecriteria, het evaluatieproces en de betrokkenheid van onafhankelijke deskundigen zullen de excellentie en impact van het programma benadrukken;
·instrumenten en financieringsregelingen in het EU-onderzoeks- en -innovatielandschap worden gestroomlijnd en gecoördineerd ten behoeve van verbeterde onderzoeks- en innovatieactiviteiten. Partnerschappen zullen worden verbeterd, voortbouwend op het succes van de gemeenschappelijke ondernemingen en gekoppeld aan specifieke opdrachten. In het bijzonder zullen de specifieke steunregelingen voor innovatie in het kader van de nieuwe Europese Innovatieraad worden gestroomlijnd. Het combineren van subsidies van Horizon Europa en financieringsinstrumenten in het kader van het InvestEU-fonds met andere relevante financieringsprogramma’s van de EU zal ook worden vereenvoudigd;
·er is ook ruimte voor een verdere uitbreiding van het gebruik van nieuwe beheersvormen, onder meer door middel van delegatie aan agentschappen en een vereenvoudigd gamma aan partnerschappen.
4.COMPLEMENTARITEIT EN SYNERGIE MET ANDERE BELEIDSINITIATIEVEN / AFSTEMMING MET NATIONALE EN REGIONALE MIDDELEN
Complementariteit en synergieën met andere financieringsprogramma’s van de EU zullen ten volle worden benut. Daartoe zullen de Europese structuur- en investeringsfondsen blijven zorgen voor een aanzienlijk deel van de EU-middelen voor onderzoek en innovatie, waarbij meer aandacht zal uitgaan naar innovatie. De "Excellentiekeur" zal worden uitgebreid. Hiermee kunnen projecten die in het kader van Horizon Europa een succesvolle beoordeling hebben gekregen, op regionaal niveau uit hoofde van de Europese structuur- en investeringsfondsen worden gefinancierd.
De door andere programma’s nagestreefde beleidsdoelstellingen zullen in veel gevallen worden ondersteund door acties op het gebied van onderzoek en innovatie in het kader van Horizon Europa — programma’s zoals het programma Digitaal Europa zullen gebruik kunnen maken van doorbraken in onderzoek en innovatie. Langdurige vooruitgang op gebieden als cyberbeveiliging en kunstmatige intelligentie is sterk afhankelijk van baanbrekend onderzoek. Hetzelfde geldt voor de landbouw en de visserij, gezondheid, vervoer, energie en vele andere sectoren. Fondsen zoals het Fonds voor interne veiligheid en het Geïntegreerd Fonds voor grensbeheer zullen de vruchten van onderzoek en innovatie op dat gebied kunnen plukken en de benutting van de onderzoeksproducten stimuleren. Via InvestEU zal het mogelijk zijn om resultaten uit Horizon Europa naar de markt over te dragen via specifieke luiken voor onderzoek en innovatie, en om innovatieve kleine en middelgrote ondernemingen te ondersteunen. Complementariteit en synergie met het onderzoek in het kader van het Europees Defensiefonds en met het Ruimtevaartprogramma zal ook worden gewaarborgd, zodat de resultaten van die programma’s de innovatie in het algemeen bevorderen.
5.VOORSTEL BEGROTINGSTOEWIJZING 2021-2027
|
Cijfers in lopende prijzen
|
Miljoen EUR
|
|
Toewijzing voor Horizon Europa
|
97 600*
|
|
Toewijzing voor het Euratom-programma voor onderzoek en opleiding
|
2 400
|
|
Totale toewijzing voor 2021-2027
|
100 000*
|
*
Dit omvat een bedrag van 3,5 miljard EUR dat is toegewezen in het kader van het InvestEU-fonds en 10 miljard EUR voor de ondersteuning van onderzoek en innovatie in de voedingssector, de landbouw, plattelandsontwikkeling en de bio-economie.
|
|
ONDERZOEK EN INNOVATIE
|
|
|
Euratom-programma voor onderzoek en opleiding
|
Het Euratom-programma voor onderzoek en opleiding voorziet in financiering voor onderzoek en opleiding op het gebied van kernenergie in de Europese Unie.
1.EUROPESE TOEGEVOEGDE WAARDE
De belangrijkste Europese toegevoegde waarde van het Euratom-programma is de beschikbaarstelling van een grotere pool van excellentie, deskundigheid en multidisciplinariteit op het gebied van onderzoek naar kernsplijting en kernfusie dan mogelijk is op het niveau van de afzonderlijke lidstaten. Nucleaire technologie en technologieën op het gebied van ioniserende straling blijven een belangrijke rol spelen in het leven van de Europese burger, ongeacht of het nu gaat om energie en de continuïteit van de energievoorziening, het gebruik van straling in medische en industriële toepassingen of het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval. Veilig en betrouwbaar gebruik van deze technologieën is van het allergrootste belang en onderzoeksprogramma’s helpen om de strengste normen inzake veiligheid, beveiliging en veiligheidscontrole op dit gebied te handhaven. Het Euratom-programma richt zich ook op de ontwikkeling van kernfusie: een potentieel onuitputtelijke en klimaatvriendelijke energiebron.
Een EU-brede aanpak van nucleaire veiligheid is ook belangrijk omdat een nucleair ongeval negatieve gevolgen kan hebben voor landen over heel Europa en daarbuiten. Het Euratom-programma maakt ook een bredere coördinatie van onderwijs en opleiding in heel Europa, het gebruik van onderzoeksinfrastructuur en internationale samenwerking mogelijk. Dit komt in het bijzonder ten goede aan kleinere lidstaten die de schaalvoordelen als gevolg van de bundeling van krachten op Europees niveau kunnen benutten. Het programma verschaft via het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek belangrijk onafhankelijk wetenschappelijk advies ter ondersteuning van de uitvoering van het Europees beleid op het gebied van nucleaire veiligheid, het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval en stralingsbescherming. Met zijn onafhankelijke infrastructuur verstrekt het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek ook unieke diensten op het gebied van nucleaire veiligheid en beveiliging en speelt het een cruciale rol in het Euratom-systeem van nucleaire veiligheidscontroles. De betrokkenheid van de Europese industrie in onderzoeksactiviteiten op het gebied van kernfusie is bevorderlijk voor innovatie, bijvoorbeeld door de ontwikkeling van hoogtechnologische afgeleide producten in andere sectoren zoals de medische sector en de luchtvaart.
2.DOELSTELLINGEN
De doelstellingen van het Euratom-programma voor onderzoek en opleiding bestaan erin onderzoek te voeren en te ondersteunen naar alle aspecten van de nucleaire veiligheid en beveiliging, het verminderen van de risico’s in verband met de blootstelling aan straling, de ondersteuning van de paraatheid bij noodsituaties en de reactie op ongevallen met straling, en het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval. Het programma heeft ook tot doel de ontwikkeling van kernfusie te ondersteunen gezien de potentieel grote bijdrage die dat zou leveren aan het koolstofarm maken van de energiemix.
3.UITVOERING EN VEREENVOUDIGING
Het Euratom-programma verstrekt onderzoeksbeurzen via vergelijkende uitnodigingen tot het indienen van voorstellen (acties onder contract), en financiert onderzoek dat wordt uitgevoerd door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek van de Commissie (eigen acties). Het programma wordt uitgevoerd met behulp van de instrumenten en volgens de regels van het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie. Een verdere vereenvoudiging van het programma zal worden bereikt door het voorstellen van een enkele lijst van doelstellingen voor eigen acties en acties onder contract.
4.COMPLEMENTARITEIT EN SYNERGIE MET ANDERE BELEIDSINITIATIEVEN / AFSTEMMING MET NATIONALE EN REGIONALE MIDDELEN
Het Euratom-programma vormt een aanvulling op en zorgt voor synergieën met Horizon Europa op gebieden zoals gezondheidszorg (medische toepassingen van ioniserende straling), veiligheid, energie en onderwijs en opleiding. Het fusie-onderzoeksprogramma van Euratom zal plaatsvinden in volledige coördinatie en complementariteit met de activiteiten voor de internationale thermonucleaire experimentele reactor. Het Euratom-programma zal doorgaan met de afstemming van de nationale programma’s inzake kernfusie, stralingsbescherming en beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval via de uitvoering van Europese gezamenlijke programma’s. Bovendien worden synergieën met de programma's voor de ontmanteling van nucleaire installaties verwacht op gebieden zoals de ontwikkeling van technologie en tests, opleiding en de uitwisseling van beste praktijken.
5.VOORSTEL BEGROTINGSTOEWIJZING 2021-2027
|
Cijfers in lopende prijzen
|
Miljoen EUR
|
|
Toewijzing voor Horizon Europa
|
97 600*
|
|
Toewijzing voor het Euratom-programma voor onderzoek en opleiding
|
2 400
|
|
Totale toewijzing voor 2021-2027
|
100 000*
|
*
Dit omvat een bedrag van 3,5 miljard EUR dat is toegewezen in het kader van het InvestEU-fonds en 10 miljard EUR voor de ondersteuning van onderzoek en innovatie in de voedingssector, de landbouw, plattelandsontwikkeling en de bio-economie.
|
|
ONDERZOEK EN INNOVATIE
|
|
|
ITER - internationale thermonucleaire experimentele reactor
|
ITER, de internationale thermonucleaire experimentele reactor, is het eerste langetermijnproject in zijn soort voor de bouw en de exploitatie van een reactor voor het testen van de haalbaarheid van kernfusie als energiebron.
1.EUROPESE TOEGEVOEGDE WAARDE
Kernfusie is een potentieel onuitputtelijke klimaatvriendelijke energiebron die geen broeikasgassen of langdurige radioactiviteit veroorzaakt. In een tijd waarin het koolstofarm maken van de economie en het aanpakken van de wereldwijde klimaatverandering hoog op de agenda staan, biedt kernfusie mogelijkheden die niet kunnen worden genegeerd.
Geen enkele industriële sector en geen enkel land zou in staat zijn het project alleen uit te voeren. Daarom heeft de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) in 2006 met zes partners (de Verenigde Staten, Rusland, Japan, China, Zuid-Korea en India) een internationaal verdrag ondertekend (de "ITER-overeenkomst"). Euratom draagt ongeveer 45 % van de bouwkosten bij. Als gastland financiert Frankrijk 20 % van de bijdrage van Euratom, de overige 80 % worden betaald uit de EU-begroting. Actie op EU-niveau zorgt voor schaalvoordelen, minder versnippering en een kritische massa van middelen en deskundigheid.
De verwezenlijking en exploitatie van kernfusie is een langetermijndoelstelling, maar het project brengt nu al grote voordelen voor de Europese industrie en het EU-onderzoek in de aanbestedings- en bouwfasen. Meer dan driehonderd ondernemingen - waaronder kleine ondernemingen - uit 20 lidstaten en Zwitserland, en een zestigtal onderzoeksorganisaties doen aan baanbrekend onderzoek en geavanceerde innovatie om onderdelen te leveren, waardoor zij de kans krijgen afgeleide producten in andere sectoren (energie, medische sector, luchtvaart, hightech) te ontwikkelen.
2.DOELSTELLINGEN
In overeenstemming met de internationale verplichtingen van Euratom ondersteunt het programma de bouw van de reactor op haar site in Cadarache (Frankrijk), zodat deze in 2025 kan starten met experimenten met waterstofplasma, de noodzakelijke basis voor succesvolle vorderingen met het oog op de fase van volledige stroomopwekking tegen 2035. Deze mijlpalen zijn noodzakelijke stappen om van kernfusie een mogelijke duurzame energiebron te maken.
Het programma draagt niet alleen bij tot de totstandbrenging van een veerkrachtige energie-unie met een toekomstgericht beleid inzake klimaatverandering, het bevordert ook de werkgelegenheid en de groei door de Europese hightechindustrie en kleine bedrijven waardevolle mogelijkheden te bieden om te innoveren en producten buiten kernfusie te ontwikkelen. Ten slotte wordt het EU-leiderschap van het project verzekerd door de tijdige levering van EU-onderdelen en de actieve deelname van de EU aan de beleidsprocessen.
3.UITVOERING EN VEREENVOUDIGING
Het programma zal namens de EU verder door de gemeenschappelijke onderneming Fusion for Energy worden uitgevoerd. De EU zal een uitgavenplafond in de verordening betreffende het meerjarig financieel kader handhaven en zal erop toezien dat de uitbetaling van middelen op grond van prestaties en feitelijke resultaten op het terrein geschiedt. In dit verband hebben de radicale hervorming van het projectbeheer in 2015 en de bijwerking van de baseline in 2016 de betrouwbaarheid van het tijdschema en de kosten van het project tot de voltooiing ervan vergroot.
4.COMPLEMENTARITEIT EN SYNERGIE MET ANDERE BELEIDSINITIATIEVEN / AFSTEMMING MET NATIONALE EN REGIONALE MIDDELEN
De internationale thermonucleaire experimentele reactor, een van de grootste experimentele projecten ooit gebouwd, draagt bij tot de leidende positie van de EU inzake research en innovatie op wereldvlak. Het project zorgt voor de mobilisatie van aanzienlijke middelen en knowhow, wat positieve gevolgen heeft voor de onderzoeksgemeenschap van de industriële basis van de EU. Het is in volledige synergie met het Euratom-programma, dat de ontwikkeling van baanbrekend onderzoek op het gebied van kernfusie ondersteunt. Het maakt deel uit van de algemene routekaart voor fusie die is ontwikkeld door de Europese wetenschappelijke kernfusiegemeenschap. Daarnaast zal het programma de positie van de EU verder consolideren als een geloofwaardige internationale voortrekker die voldoet aan zijn internationale verplichtingen en vastbesloten is inspanningen te leveren ter bestrijding van de klimaatverandering.
5.VOORSTEL BEGROTINGSTOEWIJZING 2021-2027
|
Cijfers in lopende prijzen
|
|
Miljoen EUR
|
|
Totale toewijzing voor 2021-2027
|
6 070
|
|
|
EUROPESE STRATEGISCHE INVESTERINGEN
|
|
|
InvestEU
|
Het InvestEU-fonds is het nieuwe investeringsinstrument van de Unie. Het fonds verleent EU-garanties met het oog op het mobiliseren van publieke en private financiering in de vorm van leningen, garanties, aandelenkapitaal of andere marktgebaseerde instrumenten voor strategische investeringen die het interne beleid van de EU ondersteunen. Het bouwt voort op de succesvolle uitvoering van het Europees Fonds voor strategische investeringen en andere financieringsinstrumenten in de huidige periode (2014-2020).
1.EUROPESE TOEGEVOEGDE WAARDE
De langetermijndoelstellingen van de EU inzake duurzaamheid, concurrentievermogen en inclusieve groei vergen aanzienlijke investeringen in nieuwe mobiliteitsmodellen, hernieuwbare energie, energie-efficiëntie, onderzoek en innovatie, digitalisering, onderwijs en vaardigheden, sociale infrastructuur, circulaire economie, natuurlijk kapitaal, klimaatactie en de oprichting en groei van kleine ondernemingen. Er zijn nieuwe inspanningen nodig om aanhoudend marktfalen als gevolg van de risicoaversie van particuliere investeerders, de beperkte capaciteit van de openbare sector en de structurele inefficiëntie van het investeringskader aan te pakken. De lidstaten kunnen die investeringslacunes niet altijd alleen overbruggen.
Subsidies alleen kunnen de grote investeringslacunes niet aanpakken. Door hun hefboomeffect en het feit dat zij zich dichter bij de markt bevinden, vormen financieringsinstrumenten een goede aanvulling op subsidies als instrument in de EU-begroting. Optreden op Unieniveau zal schaalvoordelen opleveren bij het gebruik van innovatieve financieringsinstrumenten doordat particuliere investeringen in de gehele EU worden aangezwengeld en doordat optimaal gebruik wordt gemaakt van de Europese instellingen en hun deskundigheid op dat gebied.
Optreden van de EU geeft ook toegang tot een gediversifieerde portefeuille van Europese projecten en maakt de ontwikkeling van innovatieve financieringsoplossingen mogelijk die in alle lidstaten kunnen worden opgeschaald of overgenomen. Op die manier zijn het multiplicatoreffect en het effect op het terrein veel groter dan wat kan worden bereikt met een initiatief in één enkele lidstaat, met name wat grootschalige investeringsprogramma’s betreft. Optreden op EU-niveau zorgt ook voor flexibiliteit om de intermediairs en eindbegunstigden te ondersteunen op plaatsen waar zij het meest nodig zijn, vaak in stedelijke gebieden die niet noodzakelijkerwijs kunnen profiteren van de Europese structuur- en investeringsfondsen. Het maakt het bovendien mogelijk de investeringsbehoeften die uit EU-brede beleidsdoelstellingen voortvloeien, doeltreffend aan te pakken. Daarmee kunnen de inspanningen ter bevordering van structurele hervormingen en de verbetering van het regelgevingskader worden aangevuld zodat de resterende investeringstekorten in de periode na 2020 kunnen worden aangepakt.
2.DOELSTELLINGEN
Het InvestEU-fonds is bedoeld om investeringen in de EU te mobiliseren om de politieke prioriteiten te ondersteunen en bij te dragen aan de integratie van de Europese kapitaalmarkten en de versterking van de eengemaakte markt. Het fonds zal zich richten op investeringen die duurzame infrastructuur, onderzoek en ontwikkeling, digitale transformatie, de toegang tot financiering voor kleine en middelgrote ondernemingen, onderwijs, vaardigheden, sociale infrastructuur en de ontwikkeling en consolidering van de marktstructuren die aan de basis liggen van microkredieten en de sociale economie bevorderen. Digitale investeringen worden een essentiële horizontale prioriteit voor alle InvestEU-luiken. Bovendien verleent het InvestEU-fonds ondersteuning in de vorm van advies en begeleidende maatregelen ter bevordering van het opzetten en ontwikkelen van projecten.
3.UITVOERING EN VEREENVOUDIGING
Het InvestEU-programma zal bestaan uit het InvestEU-fonds, InvestEU-bijstand en het InvestEU-portaal.
Het InvestEU-fonds zal alle centraal beheerde financieringsinstrumenten samenbrengen in één enkel multibeleidsgarantie-instrument op EU-niveau zodat aanzienlijke schaalvoordelen mogelijk zijn - meer doen met minder - en particuliere investeerders kunnen worden aangetrokken. Het InvestEU-fonds zal voortbouwen op het Europees Fonds voor strategische investeringen en zal marktlacunes en suboptimale investeringssituaties aanpakken door een EU-garantie te verstrekken aan de EIB-groep, de strategische uitvoerende partner van de Commissie, en aan andere partners zoals nationale stimuleringsbanken en -instellingen of internationale financiële instellingen (zoals de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling). Om te zorgen voor de best mogelijke financieringsmix voor strategische projecten over de hele EU zal het InvestEU-fonds eenvoudig kunnen worden gecombineerd met subsidies uit de EU-begroting en met de Europese structuur- en investeringsfondsen (op vrijwillige basis).
InvestEU-bijstand bouwt voort op de Europese investeringsadvieshub en zal één enkel toegangspunt bieden voor allround bijstand voor projectontwikkelaars. InvestEU-bijstand kan rekenen op een sterk partnernetwerk om te helpen projecten van de grond te krijgen en investeringsklaar te maken. Het InvestEU-portaal bouwt voort op het Europese investeringsprojectenportaal en zal investeerders en projectontwikkelaars samenbrengen.
4.COMPLEMENTARITEIT EN SYNERGIE MET ANDERE BELEIDSINITIATIEVEN / AFSTEMMING MET NATIONALE EN REGIONALE MIDDELEN
Het InvestEU-fonds zal als instrument voor de uitvoering van EU-beleid investeringen bevorderen in volledige synergie met het desbetreffende EU-beleid en de desbetreffende EU-programma's, zoals de Connecting Europe Facility, Horizon Europa, het programma Digitaal Europa of het programma voor de eengemaakte markt. Het fonds zal erop toezien dat de investeringen complementair zijn met de investeringen in het kader van de Europese structuur- en investeringsfondsen en met de EU-steun die in de vorm van subsidies wordt verstrekt door de uitgavenprogramma’s in kwestie. Het wordt bovendien mogelijk financieringsinstrumenten te combineren met subsidies uit andere programma’s, met name voor projecten die onvoldoende inkomsten genereren.
5.VOORSTEL BEGROTINGSTOEWIJZING 2021-2027
|
Cijfers in lopende prijzen
|
|
Miljoen EUR
|
|
Luik
|
Begrotingsgarantie
|
Gemobiliseerde investering (ramingen)
|
|
Duurzame infrastructuur
|
11 500
|
185 000
|
|
Onderzoek en innovatie
|
11 250
|
200 000
|
|
Sociale investeringen en vaardigheden
|
4 000
|
50 000
|
|
Kleine en middelgrote ondernemingen
|
11 250
|
215 000
|
|
Totaal
|
38 000
|
650 000
|
|
Cijfers in lopende prijzen
|
|
Miljoen EUR
|
|
Totale toewijzing voor 2021-2027
|
15 725*
|
|
verdeeld over:
|
|
|
voorziening van het Garantiefonds
|
15 200*
|
|
bijstand voor projectontwikkeling
|
525
|
*
Dit bedrag omvat 1 miljard EUR aan verwachte terugbetalingen van de lopende financieringsinstrumenten.
|
|
EUROPESE STRATEGISCHE INVESTERINGEN
|
|
|
Connecting Europe Facility
|
De Connecting Europe Facility (CEF) ondersteunt investeringen in grensoverschrijdende infrastructuur in de vervoers-, energie- en digitale sector.
1.EUROPESE TOEGEVOEGDE WAARDE
De garantie van vrijheid van verkeer van goederen, diensten, kapitaal en werknemers van de ene lidstaat naar de andere vormt de kern van de eengemaakte markt. Toch bestaan er nog steeds verschillen tussen de lidstaten en de regio’s die de EU versnipperen en de goede werking van de eengemaakte markt verhinderen. Dit kan bijvoorbeeld te wijten zijn aan de topografie of een gebrek aan interoperabele normen. Om deze versnippering tegen te gaan en ervoor te zorgen dat de eengemaakte markt volledig functioneert, is in artikel 170 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vastgesteld dat de EU trans-Europese netwerken op het gebied van vervoer, telecommunicatie en energie-infrastructuur moet ontwikkelen. Milieuoverwegingen vereisen bovendien dat in het energiebeleid van de EU werk moet worden gemaakt van de interconnectie van energienetwerken en de grensoverschrijdende integratie van hernieuwbare energiebronnen. Dit strookt ook met de noodzaak om het hoofd te bieden aan uitdagingen zoals de digitalisering en het koolstofarm maken van de Europese economie.
De CEF is bedoeld om investeringen in de trans-Europese netwerken te bevorderen. Samen met grensoverschrijdende samenwerking zijn die netwerken niet alleen van cruciaal belang voor de werking van de eengemaakte markt, zij zijn ook van strategisch belang voor de totstandbrenging van de energie-unie, de digitale eengemaakte markt en de ontwikkeling van duurzame vervoerswijzen. Interoperabele grensoverschrijdende netwerken zijn cruciaal om de huidige versnippering terug te dringen. Zonder tussenkomst van de EU zijn particuliere exploitanten en nationale autoriteiten onvoldoende bereid om te investeren in grensoverschrijdende infrastructuurprojecten. De CEF biedt ook de mogelijkheid om technologieën uit te rollen die op EU-niveau zijn ontwikkeld, met name via de kaderprogramma’s van de EU voor onderzoek en innovatie, waardoor hun marktopname wordt gestimuleerd en de trans-Europese netwerken gebruik kunnen maken van de meest geavanceerde beschikbare uitrusting.
2.DOELSTELLINGEN
De Connecting Europe Facility ondersteunt investeringen en samenwerking met het oog op de ontwikkeling van infrastructuur op het gebied van vervoer, energie en de digitale sector en verbindt de EU en haar regio’s. De CEF is verder in overeenstemming met de beleidsdoelstellingen van de digitalisering en het koolstofarm maken van de Europese economie en omvat drie componenten:
·wat vervoer betreft, streeft de CEF naar de voltooiing van beide lagen van het Europese netwerk voor alle vervoerswijzen: de strategische ruggengraat (d.w.z. het kernnetwerk) tegen 2030 en een uitgebreidere laag (d.w.z. het volledige netwerk) tegen 2050. Zij ondersteunt ook de uitrol van Europese verkeersbeheersystemen voor het luchtvervoer en de spoorwegen en ondersteunt de omschakeling van de EU naar geconnecteerde, duurzame, inclusieve, veilige en beveiligde mobiliteit. Zij draagt bij tot het koolstofarm maken van het vervoer, bijvoorbeeld door de ontwikkeling van een Europees netwerk van oplaadpunten en een Europees netwerk voor alternatieve brandstoffen of de prioritering van milieuvriendelijke vervoerswijzen;
·wat energie betreft, ligt de nadruk op het voltooien van de prioritaire delen van de energienetwerken die van essentieel belang zijn voor de interne markt. Ook wordt gestreefd naar de verwezenlijking van slimme en gedigitaliseerde energienetten, zodat de doelstellingen inzake interconnectie kunnen worden bereikt en de voorzieningszekerheid kan worden verbeterd. De bevordering van de samenwerking tussen de lidstaten bij de integratie van grensoverschrijdende projecten op het gebied van hernieuwbare energie zal ook van essentieel belang zijn;
·wat de digitale component betreft, zullen burgers en bedrijven dankzij de CEF maximaal voordeel kunnen halen uit de digitale eengemaakte markt. De uitrol van digitale netwerken met zeer hoge capaciteit ondersteunt alle innovatieve digitale diensten, met inbegrip van geconnecteerde mobiliteit. Bovendien helpt de CEF waarborgen dat alle belangrijke sociaal-economische actoren zoals scholen, ziekenhuizen, vervoershubs, de belangrijkste aanbieders van openbare diensten en digitaal-intensieve bedrijven tegen 2025 toegang zullen hebben tot toekomstgeoriënteerde breedbandverbindingen.
3.UITVOERING EN VEREENVOUDIGING
De Connecting Europe Facility zal centraal worden beheerd door de Commissie met de steun van het Uitvoerend Agentschap innovatie en netwerken. Het agentschap heeft een uitstekende reputatie opgebouwd voor de optimalisering van het gebruik van de CEF en heeft een schat aan expertise op het gebied van projectcontrole. De overdracht van de drie sectoren van de CEF aan één agentschap zal ook leiden tot schaalvoordelen en synergieën tussen de vervoers-, energie- en digitale componenten.
Subsidies blijven het middel bij uitstek om de lacunes die van invloed zijn op infrastructuurprojecten aan te pakken. Het gebruik van vereenvoudigde vormen van subsidies zal verder worden bevorderd.
Subsidies zullen ook worden gebruikt in combinatie met financieringsinstrumenten, met name uit het InvestEU-fonds, of met financiering door openbare of particuliere financiële instellingen, om als multiplicator te werken voor investeringssteun. Het programma zal geen eigen financiële instrumenten hebben omdat die door het InvestEU-fonds worden aangeleverd. Zo worden de overlappingen die in de lopende periode hebben plaatsgevonden, vermeden, en wordt het gamma van EU-financieringsinstrumenten gestroomlijnd.
De CEF zal de synergieën tussen de vervoers-, energie- en digitale sector ten volle benutten. Er is met name specifieke aandacht nodig voor innovatieve infrastructuuroplossingen (zoals slimme netten, energieopslag, e-mobiliteit, oplaadinfrastructuur en alternatieve brandstoffen) om resultaten te behalen in het kader van de pakketten "schone energie voor iedereen" en "schone mobiliteit". De toekomstige regels en uitvoering van het programma zullen daarom flexibel genoeg zijn om acties op het snijvlak van de verschillende componenten te ondersteunen, zoals alternatieve brandstoffen en elektrische mobiliteit voor alle vervoerswijzen (die zowel van invloed zijn op energie als op vervoer), zelfrijdende voertuigen en vaartuigen (vervoer/digitaal), het integreren van de digitale technologieën (met name het internet der dingen) in energienetwerken, het opzetten van het internet van energie (van invloed op energie, vervoer en de digitale component) en de integratie van hernieuwbare energiebronnen, ondersteund door een functionele grensoverschrijdende groene infrastructuur (energie en digitaal).
4.COMPLEMENTARITEIT EN SYNERGIE MET ANDERE BELEIDSINITIATIEVEN / AFSTEMMING MET NATIONALE EN REGIONALE MIDDELEN
Naast de synergieën binnen het programma, zal de CEF een betere wisselwerking hebben met andere EU-programma’s. Haar activiteiten met betrekking tot de fysieke connectiviteitsinfrastructuur over de gehele EU zal de ontwikkeling van digitale diensten in het kader van het programma Digitaal Europa aanvullen.
Het programma en de Europese structuur- en investeringsfondsen zullen elkaar ook aanvullen om investeringen in infrastructuur te verwezenlijken. In de vervoerssector zal de CEF zich bijvoorbeeld concentreren op de trans-Europese netwerken, met name de grensoverschrijdende corridors, terwijl de aandacht van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Cohesiefonds in de eerste plaats zal gaan naar vervoersprojecten met een nationaal, regionaal en stedelijk karakter. Op het gebied van energie zal de CEF zich concentreren op infrastructuur, met inbegrip van projecten die van belang zijn voor de integratie van hernieuwbare energiebronnen met grensoverschrijdende relevantie, terwijl de Europese structuur- en investeringsfondsen zich zullen concentreren op lokale slimme netten en projecten voor hernieuwbare energie. De digitale component zal gericht zijn op projecten met sterke grens- en sectoroverschrijdende effecten en op de optimalisering van de impact van particuliere investeringen. Daarnaast wil de CEF de aantrekkelijkheid van deze component verhogen zodat middelen uit de nationale begrotingen voor projecten van gemeenschappelijk belang in de digitale sector worden gebundeld.
Het programma kan de uitrol van innovatieve technologieën die in het kader van Horizon Europa zijn ontwikkeld, ondersteunen, terwijl Horizon Europa de daaraan voorafgaande ontwikkeling van de technologie ondersteunt.
Voortbouwend op de positieve ervaringen die in de lopende periode zijn opgebouwd, zal een bijdrage uit het Cohesiefonds in direct beheer beschikbaar worden gesteld voor de component vervoer. Om te waarborgen dat strategisch belangrijke vervoersinfrastructuur geschikt is voor militaire mobiliteitsbehoeften, wordt bovendien ook financiering uit de defensiecluster beschikbaar gesteld voor de component vervoer.
5.VOORSTEL BEGROTINGSTOEWIJZING 2021-2027
|
Cijfers in lopende prijzen
|
|
Miljoen EUR
|
|
Totale toewijzing voor 2021-2027
|
42 265
|
|
Digitaal
|
|
3 000
|
|
Energie
|
|
8 650
|
|
Vervoer
|
30 615
|
|
verdeeld over:
|
|
|
Algemene toewijzing
|
12 830
|
|
Bijdrage van het Cohesiefonds
|
11 285
|
|
Steun voor militaire mobiliteit
|
6 500
|
|
|
EUROPESE STRATEGISCHE INVESTERINGEN
|
|
|
Programma Digitaal Europa
|
Digitaal Europa is een nieuw programma ter bevordering van de digitale transformatie van overheidsdiensten en bedrijven door het stimuleren van toekomstgerichte investeringen in high-performance computing en gegevens, kunstmatige intelligentie, cyberbeveiliging en geavanceerde digitale vaardigheden, alsmede de inzet van digitale technologieën op grote schaal in alle sectoren van de Europese economie. Het programma bouwt voort op bestaande acties zoals interoperabiliteitsoplossingen voor Europese overheidsdiensten, bedrijven en burgers en pilootprojecten in cyberbeveiliging en high-performance computing.
1.EUROPESE TOEGEVOEGDE WAARDE
Digitalisering is intrinsiek grens- en sectoroverschrijdend. Door actie op EU-niveau kan de digitale eengemaakte markt een realiteit worden waarin het digitale beleid in de hele EU op elkaar wordt afgestemd, de door de lidstaten opgezette digitale overheidsdiensten en infrastructuur niet meer versnipperd zijn en digitale technologie gelijk wordt verspreid zodat de kloof tussen EU- en nationale digitaliseringsprogramma’s wordt gedicht en het ontstaan van een digitale kloof wordt vermeden. Optreden door de EU zal ook mede-investeringen genereren en zal enerzijds leiden tot schaalvoordelen door de gezamenlijke aankoop van supercomputers, en anderzijds tot besparingen door het delen van de onderhoudskosten.
Digitale capaciteit is essentieel om het hoofd te kunnen bieden aan de mondiale concurrentie en om een kritische massa van big data te kunnen analyseren met het oog op innovaties op het gebied van kunstmatige intelligentie. Het internationale concurrentievermogen van Europa wordt belemmerd door de lage digitaliseringsgraad van de kleine en middelgrote ondernemingen, een probleem waarvoor een betere toegang tot financiering, technologie en vaardigheden is vereist. De nadruk ligt op de digitale capaciteit en geavanceerde vaardigheden die cruciaal zijn om de mondiale concurrentie het hoofd te kunnen bieden, maatschappelijke uitdagingen te kunnen aangaan en de voordelen van de digitale transformatie bereikbaar te kunnen maken voor alle burgers en bedrijven.
Het programma zal steun verlenen aan een reeks ambitieuze projecten die optimaal gebruik zullen maken van deze digitale capaciteit en van de meest recente digitale technologieën op gebieden van openbaar belang, zoals gezondheidszorg, openbaar bestuur, justitie en onderwijs, en het zal de beschikbaarheid en interoperabiliteit van de oplossingen in de hele EU waarborgen.
Cyberbeveiliging is van essentieel belang om te zorgen voor vertrouwen in digitale producten en diensten. Dit moet op Europees niveau worden aangepakt, gezien de snelheid waarmee cyberaanvallen zich verspreiden en de omvang ervan. Investeringen op EU-niveau zullen zorgen voor een veiligere infrastructuur in de publieke en particuliere sector en hen de instrumenten en deskundigheid aanreiken zij nodig hebben om de oorsprong en de verspreiding van aanvallen aan te pakken en deze op te sporen en te voorkomen. Een dergelijke investering zal essentieel zijn om burgers, regeringen en bedrijven in de hele EU te kunnen beschermen.
2.DOELSTELLINGEN
De digitale transformatie van Europa moet worden versneld en de internationale concurrentiepositie moet worden versterkt door:
·de versterking van de capaciteit op het gebied van high-performance computing, cyberbeveiliging, kunstmatige intelligentie en digitale vaardigheden;
·het verruimen van de verspreiding en het optimaal gebruik van digitale technologie in de openbare en particuliere sector waar er sprake is van marktfalen (bijv. voor kleine en middelgrote ondernemingen);
·het op elkaar afstemmen van Europees, nationaal en regionaal beleid en het bundelen van particuliere en industriële middelen om de investeringen te verhogen en sterkere synergieën te ontwikkelen.
3.UITVOERING EN VEREENVOUDIGING
Het programma wordt centraal beheerd door de Commissie rond vijf onderling afhankelijke en elkaar wederzijds versterkende pijlers:
1)high performance computing en infrastructuur voor gegevensverwerking worden gezamenlijk aangekocht om een geïntegreerd Europees ecosysteem van supercomputers te bouwen (met inbegrip van hardware, software en applicaties) die met name kunnen worden ingezet op gebieden van openbaar belang;
2)de capaciteiten inzake cyberbeveiliging worden zowel voor de overheid als het bedrijfsleven verbeterd aan de hand van i) de aanschaf van geavanceerde oplossingen, uitrusting, instrumenten en gegevens; ii) het verbeteren van de toegang tot test- en certificeringsfaciliteiten; en (iii) het verstrekken van technische bijstand en deskundigheid;
3)open platforms en "gemeenschappelijke gegevensruimte" voor kunstmatige intelligentie worden aangeschaft en in de hele EU breed beschikbaar gesteld in digitale-innovatiehubs die testfaciliteiten en kennis ter beschikking stellen van kleine bedrijven en plaatselijke innovatoren;
4)de pijler geavanceerde digitale vaardigheden biedt studenten en technologiedeskundigen de kans om opleidingen te volgen op het gebied van geavanceerde digitale technologieën (data-analyse, robotica, kunstmatige intelligentie, blockchain, cyberbeveiliging, high performance computing, kwantumcomputers enz.), gespecialiseerde cursussen te volgen en stage te lopen in ondernemingen die geavanceerde technologieën inzetten;
5)met grootschalige uitrolprojecten zal de omschakeling van domeinen van algemeen openbaar belang naar het digitale tijdperk worden ondersteund. Hierdoor kunnen de investeringen van de lidstaten en de EU op elkaar worden afgestemd zodat de daaruit voortvloeiende oplossingen breed beschikbaar en uitwisselbaar zijn terwijl de acties en diensten uit vorige programma's worden voortgezet. Ook kleine en middelgrote ondernemingen zullen worden ondersteund om deel te nemen aan de digitale transformatie, met name op gebieden zoals kunstmatige intelligentie.
4.COMPLEMENTARITEIT EN SYNERGIE MET ANDERE BELEIDSINITIATIEVEN / AFSTEMMING MET NATIONALE EN REGIONALE MIDDELEN
Het programma Digitaal Europa ondersteunt niet alleen de verwezenlijking van de digitale eengemaakte markt op grotere schaal, het biedt ook de digitale capaciteitsopbouw en grootschalige uitrol die nodig zijn voor een aantal andere EU-programma’s. Op vele gebieden, zoals de gezondheidszorg, openbaar bestuur, justitie en onderwijs, zal het programma bijdragen aan de werkzaamheden van de EU ter bevordering van efficiënte en moderne publieke dienstverlening. De ondersteuning van een dynamische economische sector zal bovendien de programma's voor de stimulatie van de groei en het industriebeleid versterken. Het creëren van een veilige omgeving voor digitale diensten zal alle digitale acties ondersteunen. Op het gebied van cyberbeveiliging zal het programma specifiek de acties in het kader van het Fonds voor interne veiligheid ondersteunen.
Het programma zal op zijn beurt baat hebben bij doorbraken in onderzoek en innovatie in het kader van het Horizon Europa-programma, waarbij deze doorbraken geleidelijk in de praktijk zullen worden gebracht op gebieden van openbaar belang, hetgeen zal bijdragen aan de commerciële exploitatie ervan. De Connecting Europe Facility zal de fysieke connectiviteitsinfrastructuur ondersteunen die nodig is voor de diensten die in het kader van het programma Digitaal Europa worden geleverd. Digitale-innovatiehubs voor kleine en middelgrote ondernemingen en lokale innovatoren en de gecoördineerde digitalisering van regionale overheden zullen de interoperabiliteit verbeteren en synergieën creëren met nationale/regionale programma’s uit hoofde van de Europese structuur- en investeringsfondsen. Open oproepen tot het indienen van voorstellen voor subsidies zullen worden georganiseerd om in alle Europese regio’s digitale-innovatiehubs op te zetten waar testfaciliteiten voor kunstmatige intelligentie en kennis ter beschikking worden gesteld om de digitale transformatie van kleine ondernemingen te vergemakkelijken.
Specifieke synergieën met andere innovatie-instrumenten zoals het Europees Instituut voor innovatie en technologie en steun via het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling worden eveneens gestimuleerd. De geavanceerde "Digital Opportunity"-regeling vormt een aanvulling op de doelstellingen van het Europees Sociaal Fonds+ en Erasmus+ door de kloof tussen de vraag naar deskundigen in nieuwe digitale technologieën en het aanbod aan te pakken.
5.VOORSTEL BEGROTINGSTOEWIJZING 2021-2027
|
Cijfers in lopende prijzen
|
|
Miljoen EUR
|
|
Totale toewijzing voor 2021-2027
|
9 194
|
|
|
EENGEMAAKTE MARKT
|
|
|
Programma voor de eengemaakte markt
|
Het nieuwe programma voor de eengemaakte markt ondersteunt de doeltreffende werking van de eengemaakte markt door te zorgen voor samenwerking tussen de autoriteiten en voor dienstverlening aan burgers en bedrijven, met name kleine en middelgrote ondernemingen. Ook ondersteunt het de vaststelling van Europese normen en regelgeving op gebieden als toegang tot markten en financiering, consumentenbescherming, voedselveiligheid, bestrijding van het witwassen van geld, concurrentie, statistiek, en financiële verslaggeving en audit. Het programma bundelt succesvolle acties, zoals Cosme, het programma voor kleine en middelgrote ondernemingen, en het statistiekprogramma. Dit zal worden aangevuld met instrumenten voor het bestuur van de interne markt en diensten zoals het Uw Europa-portaal, Uw Europa — Advies, het Informatiesysteem interne markt en Solvit, het netwerk voor doeltreffende probleemoplossing in de eengemaakte markt.
1.EUROPESE TOEGEVOEGDE WAARDE
De eengemaakte markt is een hoeksteen van de EU. De voordelen ervan blijven hoog op de lijst van zaken staan die burgers en bedrijven het meest waarderen aan en verwachten van de EU. Steun op EU-niveau is onontbeerlijk om de doeltreffende werking van de eengemaakte markt te waarborgen. Dit houdt onder meer dat ervoor moet worden gezorgd dat zij beschikt over een goed bestuur en relevante regels van hoge kwaliteit. Ook moet ervoor worden gezorgd dat burgers en bedrijven goed toegerust zijn om de eengemaakte markt te begrijpen en te profiteren van de voordelen die zij biedt.
Een goed functionerende eengemaakte markt is afhankelijk van goed geïnformeerde burgers, mondige consumenten en bedrijven, en dan met name ook kleine bedrijven, die goed zijn voor twee derde van de banen in Europa. Gezien de gestage toename van grensoverschrijdende activiteiten, de snelle technologische ontwikkelingen en de opkomst van nieuwe producten/diensten/praktijken, toegenomen verwachtingen van de consument en grensoverschrijdende beleidsuitdagingen, is aanhoudende en gecoördineerde actie op EU-niveau nodig om een tweevoudige uitdaging aan te gaan. Ten eerste moet de aanhoudende fragmentatie van de eengemaakte markt worden aangepakt met behulp van nauwere samenwerking, preventiemechanismen, handhaving, advies en voorlichting over rechten en kansen. Ten tweede is aanpassing nodig van de regels en normen van de EU, en de handhaving daarvan, aan opkomende en complexe uitdagingen. Deze uitdagingen houden met name verband met het gecombineerde effect van bekende tendensen: digitalisering en internationalisering van het handelsverkeer, waarbij een toenemende concurrentiedruk vanuit derde landen te verwachten valt.
Een doeltreffende en doelmatige bescherming tegen grensoverschrijdende bedreigingen voor de voedselveiligheid is alleen mogelijk met behulp van coördinatie op EU-niveau. Op deze gebieden wordt de toegevoegde waarde van de EU vergroot dankzij uniforme normalisatie en consumentenbescherming in de hele EU.
Kleine ondernemingen in de hele EU staan ook voor gemeenschappelijke uitdagingen waar grotere bedrijven geen last van hebben, waardoor zij niet goed van de voordelen van de eengemaakte markt kunnen profiteren. De steun van de EU is nodig om die belemmeringen weg te nemen.
2.DOELSTELLINGEN
Voor een goed functionerende en op de toekomst gerichte eengemaakte markt zijn maatregelen nodig om consumenten mondiger te maken en ondernemingen en overheden in staat te stellen de integratie en openstelling van de markt ten volle te benutten. Het programma zal hen helpen hun belangen beter te kunnen vertegenwoordigen en te beschermen.
Het zal ingaan op de specifieke behoeften die ondernemingen, en met name kleine en middelgrote ondernemingen, in de verschillende stadia van hun ontwikkeling hebben teneinde beter te kunnen profiteren van de voordelen van de eengemaakte markt, onder meer via de toegang tot snel groeiende markten buiten de EU en mondiale waardeketens.
Het programma versterkt de samenwerking op het gebied van regelgeving en administratie, zowel tussen de lidstaten onderling als tussen de lidstaten en de Commissie. Het zal de operationele handhavingscapaciteit van de lidstaten versterken, teneinde te zorgen voor betere convergentie/integratie, vertrouwen en doeltreffende preventie van belemmeringen, en teneinde de burgers te beschermen.
Het zal zorgen voor de hoogwaardige en doeltreffende vaststelling van regels en normen. Het zal actoren die verantwoordelijk zijn voor de handhaving van de eengemaaktemarktwetgeving voorzien van deugdelijke basisgegevens en de juiste instrumenten om het hoofd te bieden aan nieuwe en in toenemende mate grensoverschrijdende uitdagingen. Het programma zal zorgen voor samenwerking met internationale partners voor convergentie van internationale normen en de behartiging van de belangen van het EU-beleid.
Het zal, onder meer door crisisparaatheid en crisisrespons en doeltreffende officiële controles, een hoog niveau van diergezondheid, dierenwelzijn en plantgezondheid bevorderen als drijvende kracht achter groei, werkgelegenheid en zekerheid, hetgeen bijdraagt tot de goede werking van de eengemaakte markt en het verbeteren van het concurrentievermogen van de EU, en zodoende de consumenten en het milieu beschermen.
In het kader van het programma zullen Europese statistieken van hoge kwaliteit, onmisbaar voor de besluitvorming op alle beleidsterreinen, alsook prestatie- en impactmetingen van EU-initiatieven worden geproduceerd en verspreid.
3.UITVOERING EN VEREENVOUDIGING
Door in één programma de verschillende instrumenten op het gebied van de eengemaakte markt te integreren die centraal door de Commissie worden beheerd, wordt beoogd overlappingen te verminderen, meer synergie te creëren en de communicatie en netwerkvorming met alle verschillende groepen belanghebbenden te vereenvoudigen. Een dergelijke consolidatie van activiteiten leidt tot een hoger rendement en een grotere kostenefficiëntie.
De leninggaranties voor kleine en middelgrote ondernemingen zullen worden verstrekt uit hoofde van de desbetreffende faciliteit van het InvestEU-fonds. Om de lasten voor begunstigden en overheden te verminderen, zal in toenemende mate worden gebruikgemaakt van vereenvoudigde kostenopties (vaste percentages, vaste bedragen en kosten per eenheid). Daarnaast zal voor direct beheer het gebruik van elektronische aanbestedingen en elektronische subsidies worden bevorderd, evenals de mogelijkheid om het direct beheer van fondsen verder uit te besteden aan uitvoerende agentschappen. Het toekomstige programma zal het mogelijk maken middelen te verschuiven tussen en binnen de verschillende pijlers.
4.COMPLEMENTARITEIT EN SYNERGIE MET ANDERE BELEIDSINITIATIEVEN / AFSTEMMING MET NATIONALE EN REGIONALE MIDDELEN
Er zal worden gezorgd voor coördinatie met de desbetreffende samenwerkingsactiviteiten die worden ondersteund in het kader van de programma’s Fiscalis en Douane, die een centrale plaats innemen bij de inspanningen ter versterking van de eengemaakte markt van de EU. Het programma Digitaal Europa verzorgt de benodigde digitale interoperabiliteit en infrastructuur voor meerdere programma’s van de EU, waaronder het programma voor de eengemaakte markt. Maatregelen ter bevordering van de mobiliteit van werknemers en jongeren in het kader van het Europees Sociaal Fonds+ en Erasmus+ zullen als katalysator dienen voor het vrije verkeer van personen, een van de fundamentele vrijheden van de eengemaakte markt. In dezelfde geest leveren ook de op economische samenwerking gerichte, grensoverschrijdende en transnationale activiteiten in het kader van de Europese structuur- en investeringsfondsen een concrete bijdrage tot de eengemaakte markt. Daarnaast zal het programma kleine ondernemingen aanmoedigen te profiteren van baanbrekende innovatie en andere oplossingen die zijn ontwikkeld in het kader van andere vlaggenschipprogramma’s van de EU, zoals Horizon Europa en het ruimtevaartprogramma. Door activiteiten op het gebied van het vennootschapsrecht, het contractenrecht, de strijd tegen het witwassen van geld, en het consumentenbeleid te ondersteunen, zal het toekomstige programma voor de eengemaakte markt synergie tot stand brengen met het Fonds voor justitie, rechten en waarden en daarmee bijdragen tot de totstandbrenging van een EU-rechtsruimte door te zorgen voor gelijke toegang tot de rechter voor burgers en ondernemingen en een passende opleiding van de rechterlijke macht om te waarborgen dat het ondernemings- en consumentenrecht wordt geëerbiedigd.
5.VOORSTEL BEGROTINGSTOEWIJZING 2021-2027
|
Cijfers in lopende prijzen
|
|
Miljoen EUR
|
|
Totale toewijzing voor 2021-2027
|
6 089*
|
|
verdeeld over:
|
|
|
Concurrentievermogen en kleine en middelgrote ondernemingen (Cosme)
|
3 000*
|
|
Voedselveiligheid
|
1 680
|
|
Statistiek
|
552
|
|
Financiële diensten
|
528
|
|
Consumenten
|
188
|
|
Concurrentie
|
140
|
*
Dit omvat een bedrag van 2 miljard EUR dat wordt toegewezen in het kader van het InvestEU-fonds.
NB: door het afronden klopt het totaal niet exact.
|
|
EENGEMAAKTE MARKT
|
|
|
EU-fraudebestrijdingsprogramma
|
Het EU-fraudebestrijdingsprogramma ondersteunt de inspanningen van de lidstaten ter voorkoming en bestrijding van fraude die de financiële belangen van de EU schaadt.
1.EUROPESE TOEGEVOEGDE WAARDE
De bescherming van de financiële belangen van de EU is een verantwoordelijkheid die zowel door de lidstaten als op EU-niveau wordt gedragen. De EU ziet fraude niet door de vingers en moet haar begroting beschermen, vooral in tijden van middelenschaarste. Aan de uitgavenzijde is de begroting blootgesteld aan het risico van fraude en onregelmatigheden. Aan de ontvangstenzijde zijn twee belangrijke inkomstenposten van de EU-begroting eveneens blootgesteld aan het risico van fraude: de douanerechten en de belasting over de toegevoegde waarde (btw), die door de lidstaten wordt geïnd. In een douane-unie waar goederen vrij tussen de lidstaten kunnen circuleren, moeten nationale opsporingsdiensten ook in staat zijn om hun inspanningen te bundelen en hun onderzoeken en gegevensuitwisseling te coördineren.
De pan-Europese dimensie van het programma vergemakkelijkt grensoverschrijdende samenwerking en uitwisselingen. Het voorziet in verbeterde planning en monitoring, naast een doelmatiger gebruik van middelen dan bij nationale/regionale acties op hetzelfde gebied.
2.DOELSTELLINGEN
Het EU-fraudebestrijdingsprogramma voorziet in de technische uitrusting en opleiding waardoor (gezamenlijke) fraudebestrijdingsactiviteiten en -onderzoeken mogelijk worden gemaakt. Daarnaast draagt het programma bij tot nieuwe elektronische structuren waarmee de lidstaten fraude doeltreffend zullen kunnen bestrijden, in nauwe samenwerking met de EU-instellingen en -organen, zoals het Europees Openbaar Ministerie.
3.UITVOERING EN VEREENVOUDIGING
Het EU-fraudebestrijdingsprogramma zal, hoofdzakelijk door middel van subsidies en aanbestedingen, diverse activiteiten financieren ter ondersteuning van de bestrijding van fraude. Het zal met name gericht zijn op de aankoop van technische uitrusting, conferenties, opleidingsactiviteiten en de uitwisseling van beste praktijken tussen de begunstigden (meestal nationale autoriteiten). Het programma zal ook financiering verstrekken voor een gemeenschappelijk pakket van informatiesystemen en databanken ter ondersteuning van wederzijdse bijstand en douanesamenwerking bij de bestrijding van fraude, met name door de uitwisseling van douane-informatie tussen de lidstaten, de EU en derde landen te verzekeren. Het programma zal ook financiering verstrekken voor het melden van onregelmatigheden door de lidstaten.
Het EU-fraudebestrijdingsprogramma zal de financiering van twee bestaande initiatieven combineren: het Hercules III-programma, opgezet ter ondersteuning van de bestrijding van fraude, corruptie en onregelmatigheden; en het antifraude-informatiesysteem, dat met name de wederzijdse bijstand in douanezaken ondersteunt. Uit hoofde van het programma zal de financiering van het momenteel in het kader van het antifraude-informatiesysteem aangeboden beheerssysteem voor onregelmatigheden worden voortgezet.
4.COMPLEMENTARITEIT EN SYNERGIE MET ANDERE BELEIDSINITIATIEVEN / AFSTEMMING MET NATIONALE EN REGIONALE MIDDELEN
Het EU-fraudebestrijdingsprogramma zal een aanvulling vormen op de bestaande beleidsinstrumenten voor de bestrijding van fraude en ingaan op nieuwe ontwikkelingen en uitdagingen op het gebied van de bescherming van de financiële belangen van de EU, met name de richtlijn betreffende de bescherming van de financiële belangen, die de lidstaten uiterlijk in juli 2019 moeten omzetten. Ook zal het tot sterke synergie leiden met het Europees Openbaar Ministerie, dat tegen het einde van 2020 begint met het onderzoeken en vervolgen van fraude ten nadele van de EU-begroting. Het programma zal het mogelijk maken overlappingen te voorkomen, tot grotere doelmatigheid leiden en meer flexibiliteit bieden om kunnen te reageren op nieuwe onderzoeksprioriteiten.
5.VOORSTEL BEGROTINGSTOEWIJZING 2021-2027
|
Cijfers in lopende prijzen
|
|
Miljoen EUR
|
|
Totale toewijzing voor 2021-2027
|
181
|
|
|
EENGEMAAKTE MARKT
|
|
|
FISCALIS – samenwerking op fiscaal gebied
|
Fiscalis is het samenwerkingsprogramma van de Unie dat het genereren en uitwisselen van informatie en deskundigheid tussen de belastingdiensten van de lidstaten mogelijk maakt.
1.EUROPESE TOEGEVOEGDE WAARDE
Fiscalis draagt bij tot de goede werking van de belastingstelsels in de Unie door de samenwerking tussen de belastingdiensten van de lidstaten te ondersteunen en kosteneffectieve en interoperabele IT-systemen aan te bieden die elke lidstaat anders afzonderlijk zou moeten ontwikkelen.
Het programma biedt Europese toegevoegde waarde doordat het bijdraagt tot de bestrijding van belastingfraude, belastingontduiking en belastingontwijking en aldus de fiscale rechtvaardigheid en transparantie vergroot en de werking van de eengemaakte markt en het concurrentievermogen ondersteunt. Dit kan alleen met succes worden bereikt door middel van een gezamenlijk optreden op het niveau van de Unie en de lidstaten.
2.DOELSTELLINGEN
Fiscalis is toegespitst op het opzetten van doelmatige mechanismen, met inbegrip van informatietechnologie-instrumenten, voor de verbetering van de belastingadministratie en de administratieve samenwerking, waarbij het met name beoogt nationale belastingdiensten van doeltreffender middelen te voorzien in hun strijd tegen belastingfraude en -ontduiking en tegelijkertijd de naleving van de fiscale voorschriften te vergemakkelijken. Het programma draagt in algemene zin bij aan de goede werking van de belastingstelsels van de Unie, en wel door:
·te helpen belastingfraude, belastingontduiking en belastingontwijking te voorkomen en bestrijden;
·te helpen onnodige administratieve lasten te voorkomen voor burgers en bedrijven (met inbegrip van kleine en middelgrote ondernemingen) bij grensoverschrijdende transacties;
·de verwezenlijking van het volle potentieel van de eengemaakte markt te ondersteunen en het concurrentievermogen van de Unie te bevorderen;
·een gemeenschappelijk optreden van de Unie in internationale fora te bevorderen en te ondersteunen.
3.UITVOERING EN VEREENVOUDIGING
Gezien de aard van de activiteiten en de focus op de belastingdiensten als begunstigden, zal Fiscalis ook in het vervolg worden uitgevoerd onder direct beheer. Dit zal een gerichte en passende toewijzing van middelen mogelijk maken, in combinatie met het vermogen om snel in te kunnen spelen op nieuwe prioriteiten en behoeften.
In de uitvoering ervan zal verdere vereenvoudiging worden bereikt, waarbij zo veel mogelijk gebruik zal worden gemaakt van vaste bedragen en eenheidskosten in het kader van subsidies. Overheidsopdrachten zullen eveneens deel uitmaken van de uitvoeringsmechanismen van dit programma.
4.COMPLEMENTARITEIT EN SYNERGIE MET ANDERE BELEIDSINITIATIEVEN / AFSTEMMING MET NATIONALE EN REGIONALE MIDDELEN
Fiscalis voorziet in synergie met andere programma’s, zoals het programma Douane, met name op het gebied van elektronische systemen, programmabeheer en gezamenlijke acties, en met het programma Digitaal Europa. Er is ook complementariteit met het nieuwe programma voor structurele hervormingen, dat onder meer bijstand aan belastingdiensten behelst.
5.VOORSTEL BEGROTINGSTOEWIJZING 2021-2027
|
Cijfers in lopende prijzen
|
|
Miljoen EUR
|
|
Totale toewijzing voor 2021-2027
|
270
|
|
|
EENGEMAAKTE MARKT
|
|
|
Douane – Samenwerking op douanegebied
|
Het programma Douane ondersteunt het werk van en de samenwerking tussen douaneautoriteiten en beschermt zodoende de financiële en economische belangen van de Unie en haar lidstaten. Het versterkt de integriteit van de eengemaakte markt.
1.EUROPESE TOEGEVOEGDE WAARDE
De douane is een exclusieve bevoegdheid van de Unie, gekenmerkt door een hoge mate van harmonisering van wetgeving op EU-niveau. De tenuitvoerlegging gebeurt echter door de lidstaten. Nauwe samenwerking is daarom essentieel voor verdieping van de operationele integratie, waardoor de douaneautoriteiten van de verschillende lidstaten in staat gesteld zullen worden om op te treden alsof het één enkele dienst betrof. Dit zal ook helpen waarborgen dat de douanerechten (15 % van de EU-begroting, d.w.z. 20 miljard EUR in 2016), de belasting over de toegevoegde waarde bij invoer en de accijnzen op correcte wijze worden geïnd. De activiteiten op douanegebied zijn van grensoverschrijdende aard en kunnen niet doeltreffend en doelmatig worden aangepakt door individuele lidstaten alleen.
Het programma Douane biedt een EU-kader voor samenwerking tussen nationale douanediensten, onder meer op het gebied van informatietechnologie. De samenwerking op douanegebied geschiedt op basis van een sterk beveiligd en specifiek communicatienetwerk en een grote verscheidenheid aan onderling verbonden en interoperabele trans-Europese elektronische systemen die door de nationale douaneautoriteiten worden gebruikt, onder meer voor uitwisseling met ondernemers. Dat leidt tot een aanzienlijk kosteneffectievere configuratie dan wanneer elke lidstaat afzonderlijk zijn eigen samenwerkingskader op zou zetten op bilaterale of multilaterale basis.
2.DOELSTELLINGEN
Het programma strekt tot ondersteuning van douaneautoriteiten bij de bescherming van de financiële en economische belangen van de Unie en van de lidstaten. Het programma zorgt voor een beter administratieve klimaat voor internationale handelsondernemingen, onder meer door digitalisering van de interactie tussen handel en douane. Daarnaast zorgt het programma voor meer veiligheid en bescherming van de burgers en streeft het naar modernisering van de douane. Het vervult een cruciale rol bij de optimalisering van de werking van de douane-unie in al haar aspecten, en vergroot zodoende de aantrekkingskracht en geloofwaardigheid van de EU als handelspartner in een gemondialiseerde wereld.
3.UITVOERING EN VEREENVOUDIGING
De doelstellingen van het programma zullen worden nagestreefd door middel van aanbestedingen en subsidies onder direct beheer, gericht op de ontwikkeling van interoperabele trans-Europese elektronische systemen en gezamenlijke acties. In de uitvoering ervan zal naar verdere vereenvoudiging worden gestreefd, waarbij zo veel mogelijk gebruik zal worden gemaakt van vaste bedragen en eenheidskosten in het kader van subsidies. De vergoeding van de onkosten van deskundigen zal eveneens deel uitmaken van de uitvoeringsmechanismen van dit programma.
Door gegevens tussen douaneautoriteiten uit te wisselen op basis van het „eenmaligheidsbeginsel” zal een verdere vereenvoudiging van de activiteiten op douanegebied worden bereikt. Bovendien zal beveiligde netwerkinfrastructuur van de nieuwe generatie een betere gegevensuitwisseling en een beter beveiligde dienstverlening mogelijk maken.
4.COMPLEMENTARITEIT EN SYNERGIE MET ANDERE BELEIDSINITIATIEVEN / AFSTEMMING MET NATIONALE EN REGIONALE MIDDELEN
Het programma sluit nauw aan bij Fiscalis, Pericles en het EU-fraudebestrijdingsprogramma, wat betreft de activiteiten, het uitvoeringsmechanisme en de begunstigden. Ook zal het leiden tot synergie met het programma Digitaal Europa waar het de ontwikkeling van generieke oplossingen voor elektronische systeemarchitectuur en infrastructuur betreft, zodat verdere stroomlijning en schaalvoordelen tussen de systemen kunnen worden verwezenlijkt. Er vindt al samenwerking tussen de programma’s plaats, namelijk bij de ontwikkeling van bepaalde onderdelen van elektronische systemen. Er zijn ook verbanden met het Fonds voor geïntegreerd grensbeheer, in het bijzonder met het onderdeel controleapparatuur voor de douane, dat de nationale douaneautoriteiten zal helpen apparatuur aan te kopen, en met het Fonds voor interne veiligheid. Tot slot is er ook complementariteit met het instrument voor technische ondersteuning, voor bijstand bij het vergroten van de capaciteit van douanediensten.
5.VOORSTEL BEGROTINGSTOEWIJZING 2021-2027
|
Cijfers in lopende prijzen
|
|
Miljoen EUR
|
|
Totale toewijzing voor 2021-2027
|
950
|
|
|
RUIMTEVAART
|
|
|
Europees ruimtevaartprogramma
|
Het ruimteprogramma financiert de stationering en exploitatie van Europese ruimtevaartinfrastructuur en aanverwante diensten.
1.EUROPESE TOEGEVOEGDE WAARDE
Ruimtevaartinfrastructuur ondersteunt diensten die in het dagelijks leven van de Europese burgers onmisbaar zijn geworden om mobiel te bellen, te rijden, te navigeren, of te reizen per vliegtuig of over zee. Ook dragen deze diensten bij tot de bescherming van de bevolking (bijvoorbeeld door bij natuurrampen een beter beeld te krijgen van de gevolgen en de crisisrespons beter te kunnen beheren), het milieu en essentiële economische systemen (energiecentrales, banktransacties, beveiligde communicatie). Naarmate nieuwe technologieën en innovatieve diensten zich aandienen, neemt het belang van geavanceerde ruimtevaartinfrastructuur steeds verder toe.
De financiering van een netwerk van satellieten en het exploiteren van ruimtevaartprogramma’s gaat de financiële en technische capaciteit van elke afzonderlijke lidstaat te buiten. Het zou ook tot verspilling van middelen en fragmentatie leiden als elke lidstaat zijn eigen lanceersystemen, satellieten of reguleringsnormen zou ontwikkelen. De ruimtevaart is een strategische sector en de EU moet haar industrieel leiderschap en autonomie veiligstellen om een wereldspeler te blijven. Het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie draagt de EU op een Europees ruimtevaartbeleid uit te stippelen, dat wordt ondersteund door een Europees ruimtevaartprogramma.
2.DOELSTELLINGEN
Het ruimtevaartprogramma waarborgt dat de EU het economische en maatschappelijk potentieel dat de ruimtevaart biedt, ten volle benut, en wel door:
·het waarborgen van de continuïteit van bestaande ruimtevaartinfrastructuur en ‑diensten en de ontwikkeling van nieuwe infrastructuur en diensten. De EU heeft drie vlaggenschipprojecten op dit gebied: Copernicus, een vooraanstaande aanbieder van aardobservatiediensten; Galileo, het eigen wereldwijde navigatiesatellietsysteem van de EU; en Egnos, een signaalaugmentatiesysteem voor navigatiediensten aan gebruikers in de luchtvaart, op zee en op het land. Om gegevens te kunnen blijven verstrekken en innovatieve diensten te kunnen blijven leveren, moeten nieuwe satellieten worden gelanceerd en moet de grondinfrastructuur worden onderhouden en gemoderniseerd;
·het bevorderen van een vernieuwende Europese ruimtevaartsector die wereldwijd kan concurreren. Het programma ondersteunt het industriële concurrentievermogen, de internationalisering en de ontwikkeling van vaardigheden in alle segmenten van de industriële waardeketen van de ruimtevaart, van sterke satellietbouwers tot een dynamische downstreamdienstensector, alsmede het waarborgen van de strategische autonomie van de EU op het gebied van de ruimtevaart. Tegelijkertijd stimuleert het technologische overdracht en kruisbestuiving met andere sectoren dan de ruimtevaart;
·het vermogen van de EU om te beschikken over een gegarandeerde toegang tot de ruimte en ruimtevaartdiensten verder versterken. Ruimtevaartcapaciteiten zijn van dermate groot strategisch belang dat de EU de afhankelijkheid van externe actoren voor het bouwen, lanceren en exploiteren van satellieten zo veel mogelijk dient te beperken; zij moet haar handelingsvrijheid en beslissingsbevoegdheid behouden. Het ruimtevaartprogramma ondersteunt daarom de innovatieve inspanningen van de EU om concurrerend te blijven in de sector lanceersystemen en de ruimtevaartsector in bredere zin, en zorgt voor betere bescherming en monitoring van satellieten in de ruimte (ruimtebewaking en -monitoring, omgevingsbewustzijn in de ruimte) en beveiligde satellietcommunicatie voor de EU- en de nationale overheden.
3.UITVOERING EN VEREENVOUDIGING
Het ruimtevaartprogramma wordt voornamelijk uitgevoerd via aanbestedingen. Sommige specifieke activiteiten worden gedelegeerd aan agentschappen en internationale organen, met name aan het Agentschap voor het Europees wereldwijd satellietnavigatiesysteem (GSA) en het Europees Ruimteagentschap. Aanvullende uitvoeringsmechanismen zoals publiek-private en publiek-publieke partnerschappen zullen, voor zover van toepassing, ook worden overwogen.
Het toekomstige programma zal alle activiteiten die met ruimtevaart te maken hebben, consolideren in één enkele verordening. Dit zal zorgen voor meer samenhang, zichtbaarheid en budgettaire flexibiliteit. Met deze stroomlijning wordt beoogd efficiëntieverbeteringen te bereiken, die uiteindelijk zullen bijdragen tot de invoering van nieuwe, door de ruimtevaart aangestuurde diensten.
4.COMPLEMENTARITEIT EN SYNERGIE MET ANDERE BELEIDSINITIATIEVEN / AFSTEMMING MET NATIONALE EN REGIONALE MIDDELEN
Het ruimtevaartprogramma zal een faciliterende rol spelen op diverse gebieden van het EU-beleid. Het zal een betere monitoring van natuurlijke hulpbronnen, klimaatverandering en migratieroutes mogelijk maken. Ook zal het de invoering van slimme en duurzame vervoersoplossingen en precisielandbouw ondersteunen. Het zal bijdragen tot een veiligere EU. Het programma zal zakelijke kansen genereren en zodoende de werkgelegenheid, groei en investeringen in de EU stimuleren. Ter ondersteuning van de Klimaatovereenkomst van Parijs zal Europa, dankzij haar onafhankelijke capaciteit voor monitoring en verificatie van de mondiale koolstofemissies, in staat zijn een voortrekkersrol te vervullen in de strijd tegen klimaatverandering en bij de ontwikkeling van een groene en duurzame economie. De synergie en complementariteit met Horizon Europa zal worden gewaarborgd, met name voor de aan ruimtevaart gerelateerde onderzoeks- en innovatieactiviteiten. Ten slotte zal het ruimtevaartprogramma bijdragen aan prioriteiten op het gebied van veiligheid en defensie, gezien het feit dat ruimtevaartcapaciteiten per definitie „voor tweeërlei gebruik” (d.w.z. voor zowel civiele als militaire afnemers) kunnen worden ingezet.
5.VOORSTEL BEGROTINGSTOEWIJZING 2021-2027
|
Cijfers in lopende prijzen
|
|
Miljoen EUR
|
|
Totale toewijzing voor 2021-2027
|
16 000
|
|
|
REGIONALE ONTWIKKELING EN COHESIE
|
|
|
Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en Cohesiefonds
|
Het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Cohesiefonds ondersteunen de economische, sociale en territoriale samenhang van de Europese Unie. Zij dragen bij tot het verminderen van de verschillen die ook nu nog tussen de regio’s en lidstaten van de EU bestaan. Het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling draagt met name bij tot structurele aanpassing en economische overgang, terwijl het Cohesiefonds is gericht op investeringen op het gebied van milieu en vervoersinfrastructuur. Samen met het Europees Sociaal Fonds vormen zij de financieringsbronnen voor het cohesiebeleid van de Europese Unie.
1.EUROPESE TOEGEVOEGDE WAARDE
Er bestaan aanzienlijke verschillen tussen de regio’s van de EU wat betreft de economische en sociale ongelijkheid, die de harmonische ontwikkeling van de Unie in de weg staan. Op grond van artikel 174 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie stelt de Unie zich ten doel, de verschillen tussen de ontwikkelingsniveaus van de onderscheiden regio's en de achterstand van de minst begunstigde regio's te verkleinen. Het cohesiebeleid is zowel een uiting van solidariteit tussen Europeanen als het belangrijkste investeringsbeleid van de EU. Het bevorderen van economische convergentie voor de minst ontwikkelde regio’s via het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Cohesiefonds versterkt de eengemaakte markt en schept kansen voor werknemers, consumenten en bedrijven in de gehele Unie. In een Europa waar de meer en de minder ontwikkelde regio’s ongelijk zijn verdeeld over de landen, moet het beleid ter beperking van deze verschillen op een hoger niveau dan dat van de afzonderlijke lidstaten worden georganiseerd.
Het cohesiebeleid ondersteunt de economische aanpassing van de lidstaten. Het speelt tevens een belangrijke rol bij het verzachten van economische en financiële schokken door overheidsinvesteringen te stabiliseren in tijden van begrotingsconsolidatie.
Het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Cohesiefonds ondersteunen ontwikkeling door middel van medefinanciering van investeringen in onderzoek en innovatie; klimaatverandering en milieu; bedrijfsondersteuning voor kleine ondernemingen; diensten van algemeen economisch belang; telecommunicatie-, energie- en vervoersinfrastructuur; gezondheids-, onderwijs-, culturele en sociale infrastructuur; duurzame stedelijke ontwikkeling en slimme dorpen. Er zijn aanwijzingen dat zonder de twee fondsen slechts een beperkt deel van deze investeringen zou plaatsvinden, zelfs in de meer ontwikkelde lidstaten en regio’s. Daarnaast zouden dergelijke investeringen dan niet profiteren van het kader dat voor de fondsen is opgezet, met inbegrip van meerjarige programmering, het partnerschapsbeginsel en de vaststelling van strategieën voor slimme specialisatie.
Het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling voorziet tevens in financiering voor een prominent element van Europese toegevoegde waarde — de Interreg-programma’s, die de grensoverschrijdende, transnationale en interregionale samenwerking in Europa ondersteunen en de lidstaten en regio’s in staat stellen over de grenzen heen samen te werken bij de aanpak van gemeenschappelijke problemen.
Het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling voorziet daarnaast ook al meer dan twintig jaar in specifieke financiering voor grensoverschrijdende programma’s ter ondersteuning van vrede en verzoening in Noord-Ierland en de Ierse grensregio. De Commissie is voornemens een voortzetting van deze programma’s voor te stellen, op basis van hun bestaande beheersstructuren.
2.DOELSTELLINGEN
In de periode 2021-2027 zal de steun vanuit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Cohesiefonds de lidstaten helpen hun economische, sociale en territoriale verschillen te verkleinen, dankzij maatregelen die zich op vijf doelstellingen richten:
·een slimmer Europa: om het concurrentievermogen, de digitale transformatie, ondernemerschap en innovatie (met inbegrip van inclusieve groei en sociale ondernemingen) te bevorderen en het ondernemingsklimaat te verbeteren, als onderdeel van de industriële aanpassing aan de uitdagingen van de globalisering, de circulaire economie en de klimaatverandering;
·een groener en koolstofvrij Europa: een schone en eerlijke energietransitie, om de energie-efficiëntie te verbeteren; de overgang naar een koolstofarme economie te ondersteunen; hernieuwbare energie te stimuleren; het innovatief gebruik van koolstofarme technologie te ondersteunen, groene en blauwe investeringen te ondersteunen, onder meer op het gebied van het duurzaam beheer van natuurlijk hulpbronnen, de circulaire economie en de aanpassing aan en de beperking van de klimaatverandering;
·een beter verbonden Europa: mobiliteit, energie en regionale ICT-connectiviteit: om regionale netwerken en systemen te ontwikkelen ter bevordering van duurzaam vervoer, slimme energienetten en digitale toegang met hoge snelheid om de regionale, lokale en grensoverschrijdende connectiviteit te vergroten, met speciale aandacht voor beveiliging;
·een socialer Europa: om de beginselen van de Europese pijler van sociale rechten in praktijk te brengen, met name op het gebied van een leven lang leren, de infrastructuur voor onderwijs en opleiding, alsmede de gezondheids-, culturele en sociale infrastructuur;
·een Europa dat dichter bij de burger staat: voor duurzame en geïntegreerde ontwikkeling, door middel van lokale initiatieven ter bevordering van groei en sociaaleconomische lokale ontwikkeling van stedelijke, plattelands- en kustgebieden.
3.UITVOERING EN VEREENVOUDIGING
De fondsen worden door middel van gedeeld beheer uitgevoerd in partnerschap met de lidstaten en hun regio’s. Deze partnerschappen worden gekenmerkt door een sterke mobilisatie van nationale, regionale en lokale belanghebbenden, alsook van het maatschappelijk middenveld. Dit zorgt voor zeggenschap en verantwoordelijkheidsgevoel ten aanzien van de doelstellingen en resultaten en brengt Europa dichter bij de burgers. De partnerschappen dragen ook bij tot versterking van de nationale, regionale en lokale overheden.
Een vereenvoudigde en doeltreffendere aanpak van de uitvoering zal een cruciaal element zijn van de voorgestelde nieuwe verordeningen die vanaf 2021 de volgende wijzigingen zullen introduceren:
·vermindering van de administratieve lasten dankzij synergie en het stroomlijnen van de uitvoeringsbepalingen tussen de verschillende fondsen, meer wederzijds vertrouwen in audits en de mogelijkheid bestaande beheers- en controlesystemen voort te zetten;
·gedifferentieerde uitvoering door middel van lichtere beheers- en controlesystemen voor programma’s met een goede staat van dienst;
·flexibiliteit in de vorm van een tussentijdse evaluatie om, indien nodig, de prioriteiten voor de laatste programmajaren bij te stellen teneinde nieuwe prioriteiten aan te pakken, en om de balans op te maken van de geboekte vooruitgang bij de uitvoering van investeringsgerelateerde richtsnoeren, die bij de landspecifieke aanbevelingen worden verstrekt, en van de prestaties;
·meer gebruikmaking van financieringsinstrumenten, onder meer door middel van vrijwillige deelname aan het nieuwe InvestEU-fonds;
·resultaatgerichtheid boven kostengerichtheid.
Verhoging van de nationale medefinanciering zal helpen het draagvlak ter plaatse te vergroten en de effecten van het beleid te versterken.
Er zal worden gezorgd voor een stabieler en beter voorspelbaar betalingsprofiel over de periode. Gelet op de aanzienlijke omvang van de nog uit te betalen vastleggingen voor de periode 2014-2020 zal het voorfinancieringspercentage worden verlaagd. De herinvoering van de „n + 2”-regel zal ook leiden tot een beter financieel beheer en een snellere start van de programmaperiode.
Om de effecten van het cohesiebeleid te maximaliseren, moeten fysieke investeringen vergezeld gaan van zachte maatregelen, waaronder bijscholing van de beroepsbevolking. Programma’s kunnen daartoe steun uit het Europees Sociaal Fonds+, het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Cohesiefonds combineren.
Het relatieve bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking blijft het belangrijkste criterium voor de toewijzing van middelen, maar er zal ook rekening worden gehouden met andere factoren zoals werkloosheid, klimaatverandering en opvang en integratie van migranten.
4.COMPLEMENTARITEIT EN SYNERGIE MET ANDERE BELEIDSINITIATIEVEN / AFSTEMMING MET NATIONALE EN REGIONALE MIDDELEN
Voor alle fondsen onder gedeeld beheer zullen gemeenschappelijke regels gelden (de verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen), waaronder de volgende fondsen zullen vallen: het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Cohesiefonds; het Europees Sociaal Fonds+, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling, het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, het Fonds voor asiel en migratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Fonds voor geïntegreerd grensbeheer. Dit zal leiden tot een convergentie van de regels die de samenhang en synergie tussen deze fondsen zal versterken.
Het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Cohesiefonds zullen nauwer worden afgestemd op het Europees semester voor coördinatie van het economisch beleid, hetgeen ook de regionale dimensie daarvan zal versterken. De in het kader van het Europees semester uitgevoerde gedetailleerde analyse van de uitdagingen voor de lidstaten zal aan het begin en halverwege de looptijd van de volgende periode als basis dienen voor de programmering van de fondsen. Aldus wordt een routekaart verkregen voor de planning en monitoring van de fondsen op de korte, middellange en lange termijn. Het systeem van ex‑antevoorwaarden en macro-economische conditionaliteit zal worden gehandhaafd. Via het Europees semester zullen de Commissie en de lidstaten (met name via hun nationale hervormingsprogramma’s) zorgen voor coördinatie en complementariteit van de financiering uit de fondsen van het cohesiebeleid en het nieuwe steunprogramma voor hervormingen met betrekking tot de ondersteuning van structurele hervormingen.
Het cohesiebeleid zal zich nog sterker op innovatie gaan richten. Ook zal de complementariteit met Erasmus+ en Horizon Europa worden versterkt door middel van stroomlijning van de desbetreffende regels, een versterking van de „excellentiekeur”-mechanismen en specifieke ex-antevoorwaarden. Het concept van de strategie voor slimme specialisatie zal verder worden ontwikkeld.
Projecten met betrekking tot de trans-Europese vervoersnetwerken zullen ook in het vervolg uit het Cohesiefonds worden gefinancierd, zowel via gedeeld beheer als via de modaliteit voor directe uitvoering in het kader van de Connecting Europe Facility. Hiertoe zal 11 miljard EUR van het Cohesiefonds naar de Connecting Europe Facility worden overgedragen.
Er zal worden gezorgd voor synergie met LIFE, het programma voor het milieu en klimaatactie, met name via strategische, geïntegreerde projecten van LIFE, om de benutting van fondsen ter ondersteuning van milieu-investeringen te optimaliseren.
Wat de uitdagingen op het gebied van migratie betreft, zullen alle fondsen van het cohesiebeleid zich richten op langetermijnbehoeften in verband met integratie, terwijl het Fonds voor asiel en migratie zich zal toespitsen op de behoeften op kortere termijn.
5.VOORSTEL BEGROTINGSTOEWIJZING 2021-2027
|
Cijfers in lopende prijzen
|
|
Miljoen EUR
|
|
Totale toewijzing voor 2021-2027
|
273 000
|
|
verdeeld over:
|
|
|
|
Europees Fonds voor regionale ontwikkeling
|
226 308
|
|
verdeeld over:
|
|
|
Investeren in groei en werkgelegenheid
|
215 172
|
|
Europese territoriale samenwerking
|
|
9 500
|
|
Ultraperifere en dunbevolkte gebieden
|
1 637
|
|
Cohesiefonds
|
|
46 692
|
|
waarvan bijdrage aan CEF — Vervoer
|
11 285
|
NB: door het afronden kloppen de totalen niet exact.
|
|
REGIONALE ONTWIKKELING EN COHESIE
|
|
|
Steun voor de Turks-Cypriotische gemeenschap
|
Het programma heeft tot doel de hereniging van Cyprus te vergemakkelijken door de economische ontwikkeling van de Turks-Cypriotische gemeenschap te stimuleren.
1.EUROPESE TOEGEVOEGDE WAARDE
De EU verkeert in een unieke positie om politieke en economische steun te verlenen voor de hereniging van het eiland. Op het moment van de toetreding van Cyprus tot de EU in 2004 verklaarde de EU zich vastbesloten om „een eind te maken aan het isolement van de Turks-Cypriotische gemeenschap, en de hereniging van Cyprus te vergemakkelijken door de economische ontwikkeling van de Turks-Cypriotische gemeenschap te stimuleren.” Parallel aan de onderhandelingen voor een alomvattende regeling van de kwestie-Cyprus biedt zij daarom ondersteuning door middel van één specifiek EU-hulpprogramma voor de Turks-Cypriotische gemeenschap.
2.DOELSTELLINGEN
Het programma heeft tot doel de hereniging van Cyprus te bevorderen door de economische ontwikkeling van de Turks-Cypriotische gemeenschap te stimuleren, met bijzondere aandacht voor de economische integratie van het eiland, het verbeteren van de contacten tussen beide gemeenschappen en met de EU en de voorbereidende werkzaamheden met betrekking tot het EU-acquis. Met het programma worden vijf specifieke doelstellingen nagestreefd: a) ontwikkeling en het herstel van de infrastructuur; b) bevordering van de sociale en economische ontwikkeling; c) verzoening, vertrouwensopbouw en steun voor het maatschappelijk middenveld; d) ontwikkeling van een nauwere band van de Turks-Cypriotische gemeenschap met de Unie; en e) de voorbereiding van de Turks-Cypriotische gemeenschap op de invoering en tenuitvoerlegging van het EU-acquis na een alomvattende regeling van de kwestie-Cyprus.
3.UITVOERING EN VEREENVOUDIGING
Dit programma wordt direct uitgevoerd door de Europese Commissie. Sommige projecten worden in indirect beheer door internationale organisaties of agentschappen van de lidstaten uitgevoerd.
4.COMPLEMENTARITEIT EN SYNERGIE MET ANDERE BELEIDSINITIATIEVEN / AFSTEMMING MET NATIONALE EN REGIONALE MIDDELEN
Gezien de specifieke situatie van de Turks-Cypriotische gemeenschap is dit een op zichzelf staand EU-programma, zonder koppelingen naar andere instrumenten, hoewel het zo veel mogelijk coördinatie met andere donoren nastreeft.
5.VOORSTEL BEGROTINGSTOEWIJZING 2021-2027
|
Cijfers in lopende prijzen
|
|
Miljoen EUR
|
|
Totale toewijzing voor 2021-2027
|
240
|
|
|
ECONOMISCHE EN MONETAIRE UNIE
|
|
|
Steunprogramma voor hervormingen
|
Doel van het steunprogramma voor hervormingen is de uitvoering van structurele hervormingen in de lidstaten te ondersteunen. Het is van cruciaal belang de structurele hervormingen voort te zetten om de Europese economieën te moderniseren, de weerbaarheid te vergroten en de convergentie binnen de Europese Economische en Monetaire Unie te bevorderen.
1.EUROPESE TOEGEVOEGDE WAARDE
Het steunprogramma voor hervormingen draagt bij tot meer cohesie en weerbaarheid, vergroot het concurrentievermogen en de productiviteit en bevordert werkgelegenheid, investeringen en groei. Het versterkt zo de sociaaleconomische structuren in de EU en versnelt de economische en sociale convergentie tussen de lidstaten. Het programma biedt daartoe zowel technische als financiële steun aan de lidstaten voor de uitvoering van deze hervormingen.
Hoewel de uitvoering van structurele hervormingen in de lidstaten een nationale bevoegdheid blijft, is tijdens de crisisjaren gebleken dat – als gevolg van de sterke banden tussen de economieën van de lidstaten (en vooral tussen de economieën van lidstaten met eenzelfde munt) – hervormingen in de ene lidstaat van belang zijn voor andere lidstaten en dus geen zuiver nationale aangelegenheid kunnen zijn. De coördinatie van het economisch beleid is op EU-niveau in het kader van het Europees Semester versterkt – onder meer om de aandacht meer op de prioriteiten van de eurozone toe te spitsen – maar de landspecifieke aanbevelingen zijn niet in alle lidstaten in gelijke mate uitgevoerd. Dit programma zal bijkomende steun verlenen voor de uitvoering van hervormingen in het kader van het Europees Semester. Het draagt zo bij tot de economische en sociale performantie en weerbaarheid van de lidstaten. Het effect van het programma zal daarom niet alleen op nationaal niveau voelbaar zijn, maar het programma zal ook positieve overloopeffecten voor de Unie als geheel hebben.
Het programma zal nationale structurele hervormingen helpen aanpakken. Het zal ook schaalvoordelen en de uitwisseling van goede praktijken tussen de lidstaten mogelijk maken. De lidstaten krijgen bij de uitvoering van hervormingen vaak te maken met vergelijkbare problemen en praktische obstakels. Dankzij het programma kan een EU-breed netwerk van expertise worden opgezet, waarop alle lidstaten kunnen terugvallen. Het zal het wederzijds vertrouwen en de verdere samenwerking tussen de lidstaten en de Commissie bevorderen. Het programma voorziet in complementariteit en synergie met andere programma’s van de Unie en beleidsmaatregelen op regionaal, nationaal, Europees en internationaal niveau, met name door de beleidsrichtsnoeren in het kader van het Europees Semester aan te vullen.
2.DOELSTELLINGEN
Het programma beoogt de uitvoering van structurele hervormingen in de lidstaten te bevorderen en te ondersteunen. Doel is de Europese economieën te moderniseren, de weerbaarheid te vergroten en de convergentie binnen de Europese Economische en Monetaire Unie te bevorderen door het concurrentievermogen en de productiviteit te vergroten en werkgelegenheid, investeringen en groei te bevorderen. Weerbare economische en sociale structuren zijn vooral belangrijk voor de landen van de eurozone en – met het oog op hun overgang naar en deelname aan de eurozone – voor de lidstaten die op weg zijn om de eenheidsmunt in te voeren.
Het programma wil een grote verscheidenheid van hervormingen ondersteunen, en vooral de in het kader van het Europees Semester voor coördinatie van het economisch beleid vastgestelde hervormingen. Het zal vooral de in de landspecifieke aanbevelingen vermelde uitdagingen aangaan. Het programma schenkt vooral aandacht aan die hervormingen die het meest tot de weerbaarheid van de economieën van de lidstaten kunnen bijdragen en positieve overloopeffecten op andere lidstaten hebben. Het gaat daarbij onder meer om hervormingen van de product- en arbeidsmarkten, fiscale hervormingen, de ontwikkeling van kapitaalmarkten, hervormingen ter verbetering van het ondernemingsklimaat en hervormingen van het openbaar bestuur.
3.UITVOERING EN VEREENVOUDIGING
Het programma bestaat uit drie afzonderlijke maar complementaire instrumenten:
·Het instrument voor de uitvoering van hervormingen zal financiële steun aan de lidstaten verlenen om de in het kader van het Europees Semester voor coördinatie van het economisch beleid vastgestelde hervormingen uit te voeren. Het zal direct worden beheerd. Het zal een financiële bijdrage aan lidstaten verlenen voor de uitvoering van met de Commissie overeengekomen hervormingen. De hervormingen worden op vrijwillige basis door de lidstaten voorgesteld op basis van de in het kader van het Europees Semester vastgestelde uitdagingen. De hervormingen zijn vooral belangrijk voor lidstaten met buitensporige onevenwichtigheden. De lidstaten voorzien in een gedetailleerde reeks maatregelen, richtpunten voor de uitvoering ervan en een tijdschema voor de voltooiing ervan van ten hoogste drie jaar. Na een dialoog tussen de Commissie en de lidstaat neemt de Commissie een besluit door middel van een uitvoeringshandeling waarin de door de lidstaat uit te voeren hervormingen (met inbegrip van de richtpunten, de streefdoelen en het tijdschema) en de toegewezen financiële bijdrage worden vastgesteld. De lidstaten zullen verslag over de geboekte vooruitgang uitbrengen via hun nationale hervormingsprogramma in het kader van het Europees Semester.
·De convergentiefaciliteit zal specifieke financiële en technische steun verlenen aan lidstaten die tot de eurozone willen toetreden en aantoonbare maatregelen hebben genomen met het oog op de invoering van de eenheidsmunt binnen een vastgestelde termijn. Doel van het instrument is hervormingen te ondersteunen die de lidstaten helpen zich met succes op deelname aan de eurozone voor te bereiden. Voor verzoeken om technische steun in het kader van dit instrument zullen dezelfde regels gelden als voor het instrument voor technische steun. Voor hervormingen die de lidstaten hebben voorgesteld om in aanmerking te komen voor financiële steun in het kader van de convergentiefaciliteit, zullen dezelfde regels gelden als voor het instrument voor de uitvoering van hervormingen. Toewijzingen voor de convergentiefaciliteit zullen naar het instrument voor de uitvoering van hervormingen worden overgeheveld, als een lidstaat uiterlijk eind 2023 niet de nodige maatregelen heeft genomen om steun van de convergentiefaciliteit te vragen.
·Het instrument voor technische steun – de opvolger van het huidige steunprogramma voor structurele hervormingen – zal op verzoek van de lidstaten op maat gesneden technische steun verlenen voor de uitvoering van de institutionele, administratieve en groei-ondersteunende structurele hervormingen. Het instrument is bedoeld om praktische steun in het veld te verlenen en het hele hervormingsproces en/of stadia of fasen van het hervormingsproces te begeleiden. De steun wordt rechtstreeks door interne deskundigen van de Commissie of samen met andere technische deskundigen verleend. Afhankelijk van het project kan het onder meer gaan om deskundigen van nationale overheden, internationale organisaties, particuliere bedrijven en adviesbureaus en deskundigen uit de particuliere sector. De steun voor de lidstaten wordt gecoördineerd op de verschillende beleidsgebieden verleend en er wordt een geïntegreerde aanpak voor alle sectoren gevolgd, zonder dat het perspectief van de lidstaten verloren gaat.
4.COMPLEMENTARITEIT EN SYNERGIE MET ANDERE BELEIDSTERREINEN / AFSTEMMING MET NATIONALE EN REGIONALE MIDDELEN
Het programma zal het hechtere verband tussen het cohesiebeleid en het Europees Semester doeltreffend aanvullen. Samen met andere nieuwe instrumenten (bijvoorbeeld de Europese investeringsstabilisatiefunctie) maakt het programma deel uit van een allesomvattende benadering van een gemoderniseerd EU-kader ter ondersteuning van een stabiele Europese Economische en Monetaire Unie.
5.VOORSTEL BEGROTINGSTOEWIJZING 2021-2027
|
Cijfers in lopende prijzen
|
|
Miljoen EUR
|
|
Totale toewijzing voor 2021-2027
|
25 000
|
|
verdeeld over:
|
|
|
|
het instrument voor de uitvoering van hervormingen
|
|
22 000
|
|
de convergentiefaciliteit
|
|
2 160
|
|
het instrument voor technische steun
|
|
840
|
|
|
ECONOMISCHE EN MONETAIRE UNIE
|
|
|
Europese investeringsstabilisatiefunctie voor de Economische en Monetaire Unie
|
De Europese investeringsstabilisatiefunctie zal de effecten van asymmetrische schokken helpen opvangen en het gevaar van negatieve overloopeffecten op andere lidstaten helpen voorkomen.
1.EUROPESE TOEGEVOEGDE WAARDE
De verdieping van de Economische en Monetaire Unie is een gemeenschappelijke prioriteit, die vastberaden maatregelen van de lidstaten vergt, maar ook met adequate steun van de EU-instrumenten voor begrotings- en beleidscoördinatie kan worden ondersteund.
De EU-begroting heeft altijd opwaartse sociale en economische convergentie bevorderd. De afgelopen jaren is ook de capaciteit om krediet te verstrekken op EU-niveau versterkt om op extreme omstandigheden te kunnen reageren. Tot dusver is de macro-economische crisissteun echter een beperkte maar zinvolle competentie van de EU-begroting geweest (die bijvoorbeeld het Europees financieel stabilisatiemechanisme en het betalingsbalansinstrument omvat), terwijl de praktijk van de Europese structuur- en investeringsfondsen voor lidstaten in moeilijkheden in se een stabiliserend effect heeft gehad.
Alle landen zijn verschillend en de omvang en de structuur van hun economie bepalen in belangrijke mate in hoeverre ze aan schokken zijn blootgesteld. De crisis heeft echter duidelijk gemaakt dat de middelen van individuele lidstaten om de effecten van grote asymmetrische schokken op te vangen beperkt zijn en dat sommige landen uiteindelijk geen toegang meer tot de markt hadden om zichzelf te financieren. In een aantal gevallen heeft dit tot een aanhoudende recessie en negatieve overloopeffecten naar andere lidstaten geleid. Dit was te wijten aan de sterke onderlinge afhankelijkheid van de economieën in de eurozone en – in mindere mate – in de EU. Een instrument om negatieve overloopeffecten in de eurozone te voorkomen zou daarom een duidelijk voordeel opleveren en een toegevoegde waarde voor de EU als geheel hebben.
Door de specifieke kenmerken van deze nieuwe Europese investeringsstabilisatiefunctie is het instrument vooral bestemd voor de lidstaten van de eurozone, maar ook andere landen moeten aan het instrument kunnen deelnemen. Bij grote asymmetrische schokken vult het nieuwe instrument de stabiliserende rol van de nationale begrotingen aan. Gezien hun centrale rol in de economie blijven de nationale begrotingen het belangrijkste budgettaire beleidsinstrument van de lidstaten om zich aan veranderende economische omstandigheden aan te passen. Daarom moeten de lidstaten – vooral in goede tijden en overeenkomstig het stabiliteits- en groeipact – voor adequate begrotingsbuffers blijven zorgen en een economisch beleid voeren dat macro-economische onevenwichtigheden voorkomt. Bij een baisse zullen de lidstaten – overeenkomstig het pact – eerst terugvallen op hun automatische stabilisatoren en discretionaire begrotingsbeleid. Alleen als die buffers en stabilisatoren bij grote asymmetrische schokken ontoereikend zijn, moet de Europese investeringsstabilisatiefunctie op Europees niveau in stelling worden gebracht.
2.DOELSTELLINGEN
De Europese investeringsstabilisatiefunctie heeft tot doel middelen te verschaffen aan door een schok getroffen lidstaten. Dit zou gevolgen kunnen hebben voor het tekort/de schulden van de betrokken lidstaat.
De Europese investeringsstabilisatiefunctie is verschillend van maar complementair met bestaande instrumenten in de EU-toolbox voor openbare financiën. De toegang tot de Europese investeringsstabilisatiefunctie zal onderworpen zijn aan strikte criteria, die tot een gezond fiscaal en economisch beleid moeten bijdragen en het moreel risico tot een minimum moeten beperken.
3.UITVOERING EN VEREENVOUDIGING
De Europese investeringsstabilisatiefunctie helpt de nationale investeringsniveaus ondersteunen en in stand houden. Investeringen worden in tijden van crisis vaak het eerst in de nationale begrotingen geschrapt met nadelige gevolgen voor de groei en de productiviteit op langere termijn.
De Europese investeringsstabilisatiefunctie zal concessionele back-to-backleningen ten bedrage van maximum 30 miljard euro uit de EU-begroting combineren met een subsidiecomponent om de rentekosten te dekken. Twee aanvullende elementen moeten mettertijd worden ontwikkeld: een mogelijke rol voor het Europees Stabiliteitsmechanisme of een toekomstig Europees Monetair Fonds en een door de lidstaten op te zetten vrijwillig verzekeringsmechanisme. De subsidiecomponent van de Europese investeringsstabilisatiefunctie zal met bijdragen van de lidstaten van de eurozone worden gefinancierd die gelijk zijn aan een deel van de monetaire inkomsten (seigniorage). Lidstaten buiten de eurozone die aan de Europese investeringsstabilisatiefunctie willen deelnemen, dragen tot de financiering bij volgens de verdeelsleutel voor de inschrijving op het kapitaal van de Europese Centrale Bank.
De toegang tot de Europese investeringsstabilisatiefunctie is onderworpen aan specifieke criteria en een overeengekomen mechanisme om het gebruik van de functie te activeren. Alleen lidstaten die vóór de grote asymmetrische schok aan het EU-kader voor economisch en begrotingstoezicht voldeden, komen voor toegang tot de functie in aanmerking. Dit zal moreel risico voorkomen en een extra stimulans vormen om gezonde structurele en begrotingsmaatregelen uit te voeren. De functie zal snel en automatisch in werking treden op basis van vooraf vastgestelde parameters.
4.COMPLEMENTARITEIT EN SYNERGIE MET ANDERE BELEIDSTERREINEN / AFSTEMMING MET NATIONALE EN REGIONALE MIDDELEN
De Europese investeringsstabilisatiefunctie is verschillend van maar complementair met bestaande instrumenten in de EU-toolbox voor openbare financiën. De functie vult de lacune tussen bestaande door de EU-begroting gefinancierde instrumenten ter bevordering van banen, groei en investeringen enerzijds en financiële bijstand in het kader van het Europees stabiliteitsmechanisme of het toekomstig Europees Monetair Fonds in extreme gevallen anderzijds.
Samen met andere nieuwe instrumenten (bijvoorbeeld het steunprogramma voor hervormingen) maakt de stabilisatiefunctie deel uit van een allesomvattende benadering van een gemoderniseerd EU-kader ter ondersteuning van een stabiele Europese Economische en Monetaire Unie.
5.INDICATIEF JAARLIJKS BEDRAG
|
Cijfers in lopende prijzen
|
|
Miljoen EUR
|
|
Rentesubsidie
|
600*
|
*
De rentesubsidie zal worden gefinancierd met externe bestemmingsontvangsten uit bijdragen van de lidstaten van de eurozone die gelijk zijn aan een deel van de monetaire inkomsten (seigniorage).
|
|
ECONOMISCHE EN MONETAIRE UNIE
|
|
|
Pericles - Bescherming van de euro tegen valsemunterij
|
Pericles is het EU-programma voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij en daarmee verband houdende fraude binnen en buiten de EU.
1.EUROPESE TOEGEVOEGDE WAARDE
De bescherming van de euro is van cruciaal belang voor het functioneren van de Economische en Monetaire Unie en moet per definitie op EU-niveau worden gewaarborgd. De bescherming van de Europese eenheidsmunt als collectief goed heeft een duidelijke transnationale dimensie en overstijgt daarom de belangen en de verantwoordelijkheid van de afzonderlijke lidstaten. Gezien het grensoverschrijdend verkeer van de euro en de bij de namaak van de euro betrokken internationale georganiseerde criminaliteit moeten de nationale beschermingskaders worden aangevuld om een homogene internationale samenwerking mogelijk te maken en nieuwe transnationale risico’s uit de weg te ruimen. Het programma bevordert de transnationale en grensoverschrijdende samenwerking binnen de EU en op internationaal vlak om voor wereldwijde bescherming van de euro tegen valsemunterij te zorgen. Het programma is vooral gericht op de bestrijding van specifieke nieuwe bedreigingen (bijvoorbeeld het deep/dark web) en op de samenwerking met een aantal externe partners: het beoogt onder meer een dialoog aan te gaan met de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de strijd tegen valsemunterij, en steun voor activiteiten ter bescherming van de euro te verlenen in landen waar de euro vaak wordt nagemaakt. Ook het onderzoek op het gebied van de innovatieve beveiliging van euromunten van de tweede generatie valt onder deze categorie transnationale thema’s.
2.DOELSTELLINGEN
Op basis van preventie, bestrijding en samenwerking beoogt Pericles de capaciteitsopbouw te versterken en uitwisselingen, bijstand en opleidingen te ondersteunen met het oog op de bescherming van de eurobankbiljetten en -muntstukken tegen valsemunterij in de EU en elders.
3.UITVOERING EN VEREENVOUDIGING
Door aanvragen online in te dienen en relevante documentatie online te verstrekken zal de uitvoering eenvoudiger worden. De uitvoeringsmechanismen zullen stabiel blijven aangezien de fondsen worden gebruikt voor subsidies aan de bevoegde nationale autoriteiten (politie, rechterlijke macht, centrale banken en munthuizen) en voor de financiering van maatregelen die rechtstreeks door de Commissie worden uitgevoerd.
4.COMPLEMENTARITEIT EN SYNERGIE MET ANDERE BELEIDSTERREINEN / AFSTEMMING MET NATIONALE EN REGIONALE MIDDELEN
De duidelijk transnationale en multidisciplinaire aanpak van Pericles en de nadruk op capaciteitsopbouw worden aangevuld door het Fonds voor interne veiligheid, dat criminaliteit beoogt te voorkomen en te bestrijden en vooral valsemunterij in verband met terrorisme, georganiseerde criminaliteit, cybercriminaliteit en milieucriminaliteit. Er is ook synergie met het Bureau voor de uitwisseling van informatie over technische bijstand, dat activiteiten ter bestrijding van de namaak van de euro ten behoeve van de kandidaat-lidstaten ondersteunt. Ten slotte vult het programma ook andere maatregelen op het gebied van de Economische en Monetaire Unie aan, met name de convergentiefaciliteit voor nieuwe leden van de eurozone.
5.VOORSTEL BEGROTINGSTOEWIJZING 2021-2027
|
Cijfers in lopende prijzen
|
|
Miljoen EUR
|
|
Totale toewijzing voor 2021-2027
|
8
|
|
|
INVESTEREN IN MENSEN, SOCIALE COHESIE EN EUROPESE WAARDEN
|
|
|
Europees Sociaal Fonds+
|
Het Europees Sociaal Fonds+ is het belangrijkste instrument van de EU om in menselijk kapitaal te investeren met het oog op duurzame economische ontwikkeling. Het fonds helpt mensen een betere baan vinden door bij- en herscholing, zorgt voor eerlijkere kansen op werk voor alle EU-burgers en bevordert de sociale inclusie. Het fonds draagt zo bij tot de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling 2030.
1.EUROPESE TOEGEVOEGDE WAARDE
Voortbouwend op een aantal op het Verdrag gebaseerde doelstellingen (namelijk toegang tot banen, kwalitatief onderwijs en sociale cohesie) vormt de EU-financiering voor de ontwikkeling van menselijk kapitaal een van de tastbare voorbeelden van de toegevoegde waarde van de EU. Het Europees Sociaal Fonds investeert sinds de oprichting ervan in 1957 in mensen door betere kwalificaties voor meer burgers, gelijkheid, sociale rechtvaardigheid en sociale vooruitgang te bevorderen via concrete acties die de burgers laten zien dat de EU in staat is hun levensomstandigheden te verbeteren en te beschermen. De in november 2017 tijdens de sociale top in Göteborg afgekondigde Europese pijler van sociale rechten benadrukt dat de burgers op de eerste plaats komen en dat de sociale dimensie van de Unie verder moet worden ontwikkeld. De pijler legt de klemtoon op gemeenschappelijke beginselen op het gebied van gelijke kansen, toegang tot de arbeidsmarkt, eerlijke arbeidsomstandigheden, sociale bescherming en inclusie.
Financiering door de EU functioneert als katalysator voor nationale maatregelen om deze belangrijke uitdagingen op sociaal en werkgelegenheidsgebied aan te gaan. Het Europees Sociaal Fonds zorgt ook voor toegevoegde waarde door bredere steun aan specifieke groepen (bijvoorbeeld jongeren en de meest behoeftigen) te verlenen en tegelijkertijd innovatie, experimenten, de gezamenlijke transnationale samenwerking, capaciteitsopbouw en uitwisselingen van goede praktijken te ondersteunen. Elke euro die op EU-niveau wordt besteed aan investeringen op sociaal en werkgelegenheidsgebied, levert meer dan drie euro op in termen van resultaten (een hogere participatiegraad, preventie van schooluitval en minder armoede). Vooral tijdens de crisis – toen de lidstaten inspanningen leverden om hun begrotingen te consolideren – heeft het fonds de overheidsinvesteringen op peil helpen houden.
Tijdens de jongste economische en sociale crisis is gebleken dat de economische en sociale weerbaarheid en de opwaartse sociale convergentie verder moeten worden versterkt, aangezien de globalisering, de demografische veranderingen, nieuwe technologie en nieuwe productiviteitparadigma's de manier waarop wij leven en werken voortdurend veranderen. Het fonds kan belangrijke steun verlenen om deze uitdagingen aan te gaan, onder meer door het effect van de hervormingen in het kader van het Europees Semester te versterken door aanvullende financiering te verlenen. Zonder de steun van het Europees Sociaal Fonds zouden belangrijke maatregelen om de effecten van de crisis te milderen en de economie en de marktinstellingen weerbaarder te maken niet zijn genomen.
2.DOELSTELLINGEN
Het Europees Sociaal Fonds+ ondersteunt de uitvoering van de beginselen van de Europese pijler van sociale rechten. Het fonds maakt komaf met de huidige versnippering van de financieringsinstrumenten voor sociaal beleid en bundelt de werkingssfeer en de middelen van het Europees Sociaal Fonds+ in zijn huidige vorm, het jongerenwerkgelegenheidsinitiatief, het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen, het programma voor werkgelegenheid en sociale innovatie en het programma op het gebied van gezondheid tot één gestroomlijnd, allesomvattend en flexibeler instrument dat de volgende prioriteiten van de Unie nastreeft:
·hervormingen bevorderen om de economische en sociale weerbaarheid, de opwaartse sociale convergentie en de toegankelijkheid, de weerbaarheid en de doeltreffendheid van de gezondheidszorg en het volksgezondheidsbeleid te verbeteren, met name door middel van een gestroomlijnde en betere afstemming van de programmering op de landenspecifieke aanbevelingen in het kader van het Europees semester;
·investeren in onderwijs en vaardigheden (vooral digitale basisvaardigheden) met het oog op de aanpassing aan de huidige en toekomstige behoeften van de economie; de werkgelegenheid stimuleren door middel van actieve maatregelen ter bevordering van de (her)integratie op de arbeidsmarkt (vooral voor jongeren en langdurig werklozen); en nieuwe gezondheidsrisico’s als gevolg van veranderende vormen van werk aanpakken;
·bijzondere aandacht zal ook worden geschonken aan de positie van migranten en hun integratie op de arbeidsmarkt;
·de sociale inclusie bevorderen, een hoog niveau van bescherming van de gezondheid waarborgen en armoede en ongelijkheid bestrijden;
·arbeidsmobiliteit en sociale innovatie ondersteunen via EU-brede partnerschappen;
·de ongelijkheid tussen de lidstaten bij de toegang tot volksgezondheid en hoogwaardige gezondheidszorg verkleinen; de burgers tegen ernstige grensoverschrijdende gezondheidsrisico's beschermen door gezondheidscrises te voorkomen en te bestrijden; de gezondheidsstelsels beter uitrusten (met bijzondere nadruk op hun digitale transformatie); en de EU-gezondheidswetgeving ondersteunen.
3.UITVOERING EN VEREENVOUDIGING
Een vereenvoudigde en efficiëntere uitvoering wordt een van de belangrijkste elementen van het Europees Sociaal Fonds+. Er worden drie doelstellingen nagestreefd: minder administratieve lasten, voldoende flexibiliteit om op onverwachte sociale uitdagingen te reageren en nadruk op de resultaten in plaats van op de kosten. De uitvoering zal voornamelijk plaatsvinden onder gedeeld beheer, maar in mindere mate ook onder direct beheer. De maatregelen zullen ertoe leiden dat de nieuwe programma’s sneller worden opgestart, waardoor het betalingsprofiel gedurende de hele periode stabieler en voorspelbaarder wordt.
De administratieve lasten zullen verminderen doordat één "rule book" wordt gehanteerd waarbij de uitvoeringsvoorschriften voor alle Europese structuur- en investeringsfondsen op elkaar worden afgestemd; overlappingen tussen doelgroepen en maatregelen worden afgebouwd; het wederzijds vertrouwen in audits toeneemt; een vereenvoudigd programmeringskader wordt gebruikt; en de betrokkenen worden gestimuleerd de bestaande beheers- en controlesystemen te behouden.
Het Europees Sociaal Fonds+ zal flexibeler worden om beter te kunnen reageren op onverwachte sociale uitdagingen en onvoorziene kansen. Er wordt voorzien in vereenvoudigde procedures om programmeringskeuzen te wijzigen en in regels voor het financieel beheer van het fonds, waardoor de kosten zullen worden gestandaardiseerd en de toegankelijkheid en de flexibiliteit ten aanzien van de begunstigden in het veld nog zullen toenemen.
De EU-financiering zal de nadruk ook verder verleggen naar de resultaten. Het standaardgebruik van "vereenvoudigde kostenopties" zal de toegang tot EU-middelen vergemakkelijken, de kosten van controles verminderen en het programmabeheer op resultaten focussen. Dankzij nieuwe bepalingen die de betalingen afhankelijk maken van de resultaten en het naleven van de voorwaarden, zal het fonds nog beter kunnen worden uitgevoerd. Ook een hogere nationale medefinanciering zal de betrokkenheid in het veld aanscherpen en het effect van het beleid versterken.
4.COMPLEMENTARITEIT EN SYNERGIE MET ANDERE BELEIDSTERREINEN / AFSTEMMING MET NATIONALE EN REGIONALE MIDDELEN
Er zullen gemeenschappelijke regels gelden voor alle fondsen met gedeeld beheer (de verordening gemeenschappelijke bepalingen): het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Cohesiefonds, het Europees Sociaal Fonds+, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling, het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, het Fonds voor asiel en migratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Fonds voor geïntegreerd grensbeheer. Dit zal leiden tot convergentie van de regels en tot meer samenhang en synergie tussen de fondsen.
Het Europees Sociaal Fonds+ zal nauwer worden afgestemd op het Europees Semester voor coördinatie van het economisch beleid, dat rekening houdt met regionale specificiteiten. De gedetailleerde analyse van de problemen van de lidstaten in het kader van het Europees Semester zal dienen als basis voor de programmering van de fondsen bij het begin van de volgende periode en halverwege die periode. De analyse zal dienen als routekaart voor de planning en monitoring van de fondsen op korte, middellange en lange termijn. Een systeem van ex-antevoorwaarden en macro-economische conditionaliteit zal worden gehandhaafd. In het kader van het Europees Semester zullen de Commissie en de lidstaten (vooral via hun nationale hervormingsprogramma’s) zorgen voor de coördinatie en de complementariteit van de financiering uit de fondsen van het cohesiebeleid en het nieuwe steunprogramma voor hervormingen om structurele hervormingen te ondersteunen.
Ter aanvulling van de structurele hervormingen op middellange en lange termijn uit hoofde van het Europees Sociaal Fonds+ zal het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering de werknemers beschermen tegen negatieve gevolgen van de globalisering (bijvoorbeeld veranderingen van handelspatronen als gevolg van beslissingen van derde landen).
Wat andere instrumenten betreft, zal de versterkte complementariteit geïntegreerde steun voor de beleidswaardeketen mogelijk maken: er zullen bijvoorbeeld meer mogelijkheden zijn om transnationale projecten van Erasmus+ in een nationale beleidscontext op te schalen via steun uit het Europees Sociaal Fonds+ (vooral ten behoeve van kansarme jongeren) of er zullen gezamenlijke vergelijkende oproepen tot het indienen van voorstellen kunnen worden gelanceerd om innovatieve projectresultaten van EU-programma’s in nationaal beleid te integreren (bijvoorbeeld in het kader van Horizon Europa ontwikkelde curricula voor vaardigheden en competenties). Er zal voor synergie met het programma Digital Europe worden gezorgd bij de ontwikkeling van vaardigheden. Daarnaast zal het Europees Sociaal Fonds+ – in complementariteit met het Fonds voor asiel en migratie – de integratie van onderdanen van derde landen op lange termijn ondersteunen, (inclusief de integratie van herplaatste onderdanen van derde landen).
Op het gebied van financiële instrumentering zal het InvestEU-fonds een belangrijke aanvullende rol spelen, vooral door de toegang tot financiering te bevorderen via het onderdeel "sociale investeringen en vaardigheden".
5.VOORSTEL BEGROTINGSTOEWIJZING 2021-2027
|
Cijfers in lopende prijzen
|
|
Miljoen EUR
|
|
Totale toewijzing voor 2021-2027
|
101 174
|
|
verdeeld over:
|
|
|
|
Europees Sociaal Fonds
|
100 000
|
|
Werkgelegenheid en sociale innovatie
|
761
|
|
Gezondheid
|
|
413
|
|
|
INVESTEREN IN MENSEN, SOCIALE COHESIE EN EUROPESE WAARDEN
|
|
|
Erasmus+
|
Dankzij Erasmus+ kunnen mensen – en vooral jongeren – nieuwe kennis en vaardigheden opdoen via studie, stages, leerlingplaatsen, uitwisselingen van jongeren, onderwijs, opleiding, jeugdwerk en sport in heel Europa en elders. Dankzij het programma kunnen de Europese landen hun onderwijs- en opleidingsstelsels en hun jeugd- en sportbeleid moderniseren en verbeteren.
1.EUROPESE TOEGEVOEGDE WAARDE
Het programma is opgebouwd rond drie kernactiviteiten: mobiliteit, samenwerking en steun voor beleidsontwikkeling. Dankzij Erasmus+ hebben mensen meer mogelijkheden om in het buitenland te leren. Het programma biedt ook mogelijkheden om netwerken op te zetten en samen te werken en het voorziet in activiteiten ter bevordering van de capaciteitsopbouw binnen de Unie en met derde landen. Het omvat wederzijds leren en de uitwisseling van goede praktijken. Het steunt de innovatie van systemen en organisaties en levert tastbare resultaten op voor de deelnemende personen en instellingen.
Maatregelen op EU-niveau zijn van essentieel belang gezien het transnationale karakter en de omvang van deze activiteiten. Erasmus+ waarborgt dat alle lidstaten van mobiliteit en de uitwisseling van goede praktijken kunnen profiteren en zorgt voor een optimale verspreiding van de resultaten. Dankzij het optreden van de EU is het mogelijk bestaande lacunes op te vullen, versnippering te voorkomen, het potentieel van een Europa zonder binnengrenzen te realiseren en de transparantie en vergelijkbaarheid van de onderwijs- en opleidingsstelsels overal in de Unie te verbeteren. Andere regelingen die vergelijkbare maatregelen op nationaal niveau financieren, zijn aanzienlijk kleiner in omvang en reikwijdte en kunnen de financiering via Erasmus+ niet vervangen.
De in november 2017 tijdens de sociale top in Göteborg door de drie instellingen afgekondigde Europese pijler van sociale rechten benadrukt dat de burgers op de eerste plaats komen en dat de sociale dimensie van de Unie verder moet worden ontwikkeld. De pijler legt de klemtoon op gemeenschappelijke beginselen op het gebied van gelijke kansen, toegang tot de arbeidsmarkt, eerlijke arbeidsomstandigheden, sociale bescherming en inclusie. Om aan de concurrentie op de arbeidsmarkt het hoofd te bieden, op maatschappelijke uitdagingen te kunnen anticiperen en aan weerbare economieën bij te dragen moeten mensen kunnen terugvallen op de juiste combinatie van vaardigheden, kennis en competenties die nodig is in een snel veranderende wereld.
Daarom zal Erasmus+ de verwerving van toekomstgerichte kennis, vaardigheden en competenties ondersteunen en nieuwe allianties met relevante belanghebbenden sluiten. Erasmus+ zal een inclusiever programma worden dat beter toegankelijk is – vooral voor kleinschalige en basisorganisaties. Het zal meer jongeren – met inbegrip van scholieren – de kans geven naar een ander land te reizen om te leren en het wil ook jongeren uit kansarme milieus bereiken. Door voorlichting over de EU te promoten en een actieve deelname aan het maatschappelijk leven te stimuleren zal het programma het gebrek aan kennis over de EU en het functioneren ervan helpen aanpakken. De mobiliteit en de samenwerking op Europees en internationaal niveau zullen ook worden versterkt en uitgebreid.
2.DOELSTELLINGEN
De algemene doelstelling van het programma bestaat erin de uitvoering van de beleidsdoelstellingen van de EU op het gebied van onderwijs en opleiding, jeugd en sport te ondersteunen en zo tot duurzame groei en sociale cohesie bij te dragen en de gemeenschappelijke Europese waarden en een Europees samenhorigheidsgevoel te bevorderen.
Voor onderwijs en opleiding betekent dit dat uiterlijk 2025 de Europese onderwijsruimte zal worden opgericht – waarin leren, studeren en onderzoek niet meer door grenzen worden gehinderd –, relevante beleidsmaatregelen van de EU op het gebied van onderwijs en opleiding – en met name de nieuwe vaardighedenagenda voor Europa – worden uitgevoerd en passende maatregelen worden genomen naar aanleiding van de Verklaring van Parijs over het bevorderen, via het onderwijs, van burgerschap en de gemeenschappelijke waarden vrijheid, tolerantie en non-discriminatie.
Het programma zal maatregelen ondersteunen en uitvoeren in overeenstemming met het vernieuwde kader voor Europese samenwerking in jeugdzaken, waarbij aandacht wordt geschonken aan leermobiliteit, capaciteitsopbouw in de jeugdsector en maatregelen om jongeren in staat te stellen aan de ontwikkeling van nationale jeugdstelsels deel te nemen en de lidstaten daarbij te helpen.
Het programma zal de Europese dimensie van sport helpen ontwikkelen en een Europese identiteit via reiservaringen bevorderen dankzij Interrailpassen voor jongeren.
3.UITVOERING EN VEREENVOUDIGING
Voortbouwend op de succesvolle uitvoering van het programma tot dusver zal het toekomstige Erasmus+ de huidige basisstructuur behouden als een op het beginsel van een leven lang leren gebaseerd geïntegreerd programma. Het programma bestrijkt verschillende gebieden, zoals hoger onderwijs, beroepsonderwijs en -opleiding, schoolonderwijs, volwassenenonderwijs, jeugd en sport.
De begroting van Erasmus+ wordt hoofdzakelijk via nationale agentschappen in elk van de deelnemende landen aan Erasmus+ uitgevoerd en in mindere mate ook door het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur en de Commissie.
Erasmus+ zal de administratieve lasten voor iedereen verminderen door procedures en processen te vereenvoudigen, elektronische instrumenten te optimaliseren en meer interoperabel en gebruiksvriendelijk te maken, de rapportage- en informatieverplichtingen te reduceren en de uitvoering van de programma’s door de nationale agentschappen beter te standaardiseren. Dankzij de vereenvoudiging en stroomlijning van de uitvoeringsbepalingen zal Erasmus+ toegankelijker worden. Het uitvoeringsmechanisme en de regels van het internationale gedeelte Erasmus+ zullen ook aanzienlijk worden vereenvoudigd en gestroomlijnd.
4.COMPLEMENTARITEIT EN SYNERGIE MET ANDERE BELEIDSTERREINEN / AFSTEMMING MET NATIONALE EN REGIONALE MIDDELEN
Het programma vult nationale en regionale maatregelen aan en voorziet op werkelijk transnationale wijze in gestructureerde mobiliteit, samenwerking en beleidsondersteuning.
De aanzienlijke complementariteit tussen Erasmus+ en andere instrumenten van de EU – onder meer het Europees Sociaal Fonds+ en Horizon Europa – zal worden versterkt. Bovendien zal het Europees Solidariteitskorps de betrokkenheid van jongeren bij solidariteitsactiviteiten vergemakkelijken in volledige synergie met Erasmus+, aangezien beide programma’s zullen worden uitgevoerd met steun van het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur en de nationale agentschappen.
5.VOORSTEL BEGROTINGSTOEWIJZING 2021-2027
|
Cijfers in lopende prijzen
|
|
Miljoen EUR
|
|
Totale toewijzing voor 2021-2027
|
30 000
|
|
|
INVESTEREN IN MENSEN, SOCIALE COHESIE EN EUROPESE WAARDEN
|
|
|
Europees Solidariteitskorps
|
Het Europees Solidariteitskorps beoogt jongeren vlotter bij solidariteitsactiviteiten in Europa en elders te betrekken en daarbij hun vaardigheden, competenties en inzetbaarheid aan te scherpen, zodat ze concrete maatschappelijke uitdagingen kunnen aangaan.
1.EUROPESE TOEGEVOEGDE WAARDE
Solidariteit staat centraal in de Europese Unie en is een van de kernwaarden van de Unie.
Sinds december 2016 heeft het Europees Solidariteitskorps alle relevante activiteiten in het kader van bestaande programma’s gebundeld en jongeren de mogelijkheid geboden aan solidariteitsactiviteiten deel te nemen. Sinds 2014 biedt het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp EU-burgers een unieke kans om aan humanitaire acties in derde landen deel te nemen.
Het bevorderen van solidariteitsactiviteiten op EU-niveau levert aanzienlijke voordelen op. Dit is opnieuw gebleken bij de tussentijdse evaluaties van Erasmus+ – het programma dat tot dusver de meeste mogelijkheden voor vrijwilligerswerk in het kader van het solidariteitskorps biedt – en het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp. Gezien de schaarse financiële middelen op dit gebied zou met de door de EU gefinancierde projecten – en vooral de projecten waarbij verschillende landen betrokken zijn – geen vooruitgang zijn geboekt als uitsluitend nationale financiering beschikbaar was. De bereidheid om aan solidariteitsactiviteiten deel te nemen is groter dan de bestaande mogelijkheden: slechts 8 % van de jongeren heeft in het buitenland vrijwilligerswerk gedaan en van degenen die geen vrijwilligerswerk in het buitenland hebben gedaan, beweert 76 % dat dit te wijten is aan te weinig mogelijkheden. In het algemeen zou meer dan 40 % van de Europese jongeren graag in een ander EU-land willen werken, studeren of een opleiding volgen.
Tot dusver hebben meer dan 53 000 jongeren blijk gegeven van hun belangstelling voor solidariteitsactiviteiten door zich op de portaalsite van het Europees Solidariteitskorps te registreren. Zonder het Europees Solidariteitskorps en het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp zou een belangrijk potentieel voor solidariteitsactiviteiten verloren gaan met schadelijke gevolgen voor het algemeen welzijn, kwetsbare gemeenschappen, de ontwikkeling van jongeren en de samenleving als geheel. Dankzij het Europees Solidariteitskorps kunnen middelen en kennis worden gebundeld om een kritische massa van solide financiële middelen op te bouwen en problemen die zich overal in de EU voordoen, via solidariteitsactiviteiten aan te pakken. Binnenlandse solidariteitsplaatsen vereisen een voldoende Europese dimensie, zoals het bevorderen van een EU-beleid (bijvoorbeeld op het gebied van migratie en milieu) om in aanmerking te komen.
Het Europees solidariteitskorps vormt een aanvulling op bestaande beleidsmaatregelen van de overheid en particuliere organisaties en is complementair met bestaande nationale regelingen. Dit complementair effect is gewaarborgd, aangezien het programma aan onvervulde maatschappelijke behoeften beoogt te voldoen.
2.DOELSTELLINGEN
Het Europees Solidariteitskorps wil jongeren en organisaties nauwer bij toegankelijke solidariteitsactiviteiten van hoge kwaliteit betrekken. Hierdoor is het mogelijk de cohesie en de solidariteit in Europa en elders te versterken, gemeenschappen te ondersteunen en maatschappelijke uitdagingen aan te pakken. Het Europees Solidariteitskorps bouwt voort op het bestaande Europees Solidariteitskorps en het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp om:
·aan belangrijke onvervulde maatschappelijke behoeften te voldoen op een groot aantal gebieden (bijvoorbeeld ontwikkelingshulp en humanitaire hulp; onderwijs; gezondheidszorg; sociale integratie; voedselhulp; bouw van onderdak; opvang, ondersteuning en integratie van migranten en vluchtelingen; milieubescherming en preventie van natuurrampen) en tot de EU-doelstellingen op deze beleidsgebieden bij te dragen;
·jongeren te emanciperen via hun betrokkenheid bij Europese solidariteitsactiviteiten. De jongeren kunnen zo hun menselijke en sociale vaardigheden ontwikkelen en tot onafhankelijke en actieve personen uitgroeien. Tegelijkertijd ontwikkelen ze een Europese identiteit en interculturele competenties, wat van essentieel belang is in tijden van aanhoudend hoge jeugdwerkloosheid in sommige delen van Europa en een stijgend risico op langdurige sociale uitsluiting voor bepaalde kwetsbare groepen;
·de grondslagen voor de betrokkenheid bij solidariteitsactiviteiten te versterken en in een verruimde basis voor steun aan organisaties in heel Europa te voorzien. Hierdoor wordt ook bijgedragen tot de opbouw van inclusieve en open gemeenschappen, waardoor de samenleving als geheel weerbaarder wordt;
De integratie van het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp biedt een unieke kans voor jonge Europeanen om solidariteit te betuigen met mensen in nood wereldwijd en aan humanitaire en ontwikkelingsacties in derde landen deel te nemen. Het biedt ook kansen voor organisaties om technische bijstand te krijgen en aan capaciteitsopbouw te doen op het gebied van risicobeheer, paraatheid en respons bij rampen.
Het Europees Solidariteitskorps zal ook bijdragen aan de solidariteit tussen de generaties door jonge deelnemers met andere generaties in contact te brengen bij projecten die ruimte bieden voor positieve synergie en wederzijds leren. Het korps zal zijn platform en netwerk van deelnemers verder uitbouwen om meer mensen bij solidariteitsactiviteiten te kunnen betrekken.
3.UITVOERING EN VEREENVOUDIGING
Het Europees Solidariteitskorps zal steun verlenen voor de plaatsing van deelnemers in geaccrediteerde organisaties die bij solidariteitsprojecten betrokken zijn. Het zal worden uitgevoerd naar het succesvolle model voor Erasmus+. Het is gebaseerd op een duidelijke verdeling van de beheerstaken tussen de Commissie, de in het kader van Erasmus+ opgerichte nationale agentschappen en het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur.
Het nieuwe Europees Solidariteitskorps bestrijkt op humanitair gebied alle landen ter wereld. Voor alle andere vormen van vrijwilligerswerk komen potentieel alle deelnemende landen aan Erasmus+ in aanmerking. Stages en banen worden echter alleen in de lidstaten van de EU aangeboden.
Het Europees Solidariteitskorps voorziet in:
·een holistische benadering van solidariteit in het kader van één EU-instrument voor activiteiten binnen en buiten de EU, met inbegrip van de humanitaire dimensie;
·een enkel contactpunt (one stop shop) met een duidelijke en eenvoudige toegang voor jongeren die interesse hebben voor solidariteitsactiviteiten;
·een groter aantal vrijwilligers, stagiairs en werknemers via één instrument;
·de vereenvoudiging van de voorschriften van de bestaande regelingen en de vaststelling van één uitvoeringsprocedure;
·minder kosten dankzij schaal- en synergievoordelen (verzekeringen, opleiding, communicatie, onlineplatforms enzovoort).
4.COMPLEMENTARITEIT EN SYNERGIE MET ANDERE BELEIDSTERREINEN / AFSTEMMING MET NATIONALE EN REGIONALE MIDDELEN
Het Europees Solidariteitskorps voorziet in één hub voor solidariteitsactiviteiten binnen en buiten de EU. Het Europees Solidariteitskorps zal nauwe banden en synergie met nationale kaders en regelingen ontwikkelen (bijvoorbeeld de programma's inzake burgerdienst). Er zal voor een grote mate van complementariteit en synergie worden gezorgd met de activiteiten voor jongeren in het kader van het toekomstige programma Erasmus+ en het Europees Sociaal Fonds+ om de werkgelegenheid van jongeren te bevorderen. Ook de synergie met LIFE, het EU-programma voor milieu en klimaatactie, zal worden benut, met name als complementaire acties voor strategische, geïntegreerde projecten.
5.VOORSTEL BEGROTINGSTOEWIJZING 2021-2027
|
Cijfers in lopende prijzen
|
|
Miljoen EUR
|
|
Totale toewijzing voor 2021-2027
|
1 260
|
|
|
INVESTEREN IN MENSEN, SOCIALE COHESIE EN EUROPESE WAARDEN
|
|
|
Justitie, rechten en waarden
|
Het fonds voor justitie, rechten en waarden is een nieuw EU-instrument dat uit twee financieringsprogramma's bestaat: het programma Rechten en waarden ter bevordering van gelijkheid en rechten enerzijds en het programma Justitie ter bevordering van de ontwikkeling van een Europese rechtsruimte anderzijds.
1.EUROPESE TOEGEVOEGDE WAARDE
De bevordering, de versterking en de bescherming van EU-waarden, rechten en justitie dragen ertoe bij dat de EU authentieker en tastbaarder wordt in het dagelijkse leven van de burgers. Door gelijkheid en rechten overal in de EU te bevorderen en te beschermen, de participatie van burgers aan het politieke en maatschappelijke leven te stimuleren en beleidsmaatregelen ter bevordering van gelijkheid en ter bestrijding van discriminatie en geweld te ondersteunen draagt het fonds bij tot de versterking van de Europese democratie, de maatschappelijke gelijkheid en de civiele instellingen.
De waarden van de EU kunnen ook alleen worden bevorderd als ze worden beschermd in een omgeving waar de rechtsstaat en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht worden gerespecteerd en de wederzijdse erkenning en het wederzijds vertrouwen tussen de lidstaten worden versterkt. Dit is de essentie van de Europese rechtsruimte. De resterende obstakels voor justitiële samenwerking in burgerlijke en strafzaken en de onvolledige toepassing van het EU-recht kunnen het best worden aangepakt via door de EU gefinancierde initiatieven.
Dankzij de twee programma's in het kader van het fonds voor justitie, rechten en waarden zullen niet-gouvernementele organisaties en maatschappelijke organisaties een nog grotere sleutelrol kunnen spelen bij de bevordering en de bescherming van en de voorlichting over de gemeenschappelijke waarden van de EU en bij de bevordering van de daadwerkelijke uitoefening van rechten uit hoofde van het recht van de Unie.
2.DOELSTELLINGEN
De overkoepelende doelstelling van het fonds voor justitie, rechten en waarden bestaat erin open, democratische en inclusieve samenlevingen te ondersteunen. Het fonds beoogt de burgers te emanciperen door rechten en waarden te beschermen en te bevorderen door middel van de verdere ontwikkeling van een Europese rechtsruimte.
Daartoe worden de volgende doelstellingen nagestreefd:
·de emancipatie van de burgers bevorderen door rechten, waarden en gelijkheid te bevorderen en te beschermen en mogelijkheden voor engagement en participatie te creëren;
·de verdere ontwikkeling van een Europese rechtsruimte die gebaseerd is op de rechtsstaat en wederzijdse erkenning/wederzijds vertrouwen, bevorderen door vooral de toegang tot de rechter te vergemakkelijken, de justitiële samenwerking in burgerlijke en strafzaken te bevorderen en de doeltreffendheid van de nationale rechtsstelsels te verbeteren.
3.UITVOERING EN VEREENVOUDIGING
Het nieuwe instrument bundelt kleinschalige programma’s met verwante doelstellingen en begunstigden om de doelmatigheid en de efficiëntie van het EU-optreden te verbeteren. De structuur van het instrument is gebaseerd op synergie tussen de huidige programma’s, maar laat ruimte voor beleidsspecificiteiten. Op basis van de ervaringen met de vorige generatie programma’s zal de uitvoering worden gestroomlijnd om de kostenefficiëntie te vergroten en de administratieve lasten te verlagen, bijvoorbeeld door het aantal onderliggende financiële transacties te verminderen.
4.COMPLEMENTARITEIT EN SYNERGIE MET ANDERE BELEIDSTERREINEN / AFSTEMMING MET NATIONALE EN REGIONALE MIDDELEN
Het fonds voor justitie, rechten en waarden heeft beleidssynergieën met het programma voor de interne markt, aangezien het steun verleent om de positie van de consumenten te verbeteren en het werk van de handhavingsinstanties op het gebied van consumentenzaken te versterken. Door activiteiten op het gebied van het vennootschapsrecht, het contractenrecht en de strijd tegen het witwassen van geld te financieren zal het toekomstige programma voor de interne markt rechtstreeks bijdragen tot de uitvoering van het EU-beleid op het gebied van justitie. Er zal voor meer synergie worden gezorgd binnen het Europees Sociaal Fonds+, dat een ingrijpende en rechtstreekse impact op de burgers heeft – met inbegrip van de meest kwetsbare en gediscrimineerde burgers – en een belangrijke rol speelt bij het bevorderen van gendergelijkheid en gelijke kansen, de waarden van de EU en de eerbiediging van de grondrechten. Dankzij het programma Digital Europe is het mogelijk de rechtsstelsels in de lidstaten digitaal te transformeren, "LegalTech" door bedrijven in de EU te ontwikkelen en voor grensoverschrijdende interconnectie en interoperabiliteit te zorgen. De bevordering van waarden en rechten binnen de EU gaat gepaard met de bevordering ervan wereldwijd, onder meer door de verweving met de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling. In dit verband kan ook voor synergie worden gezorgd met het externe optreden op multilateraal niveau.
5.VOORSTEL BEGROTINGSTOEWIJZING 2021-2027
|
Cijfers in lopende prijzen
|
|
Miljoen EUR
|
|
Totale toewijzing voor 2021-2027
|
947
|
|
verdeeld over:
|
|
|
|
rechten en waarden
|
|
642
|
|
justitie
|
|
305
|
|
|
INVESTEREN IN MENSEN, SOCIALE COHESIE EN EUROPESE WAARDEN
|
|
|
Creatief Europa
|
Creatief Europa is het EU-programma ter ondersteuning van de Europese cultuur, en vooral van Media.
1.EUROPESE TOEGEVOEGDE WAARDE
De bevordering, de versterking en de bescherming van de Europese culturele verscheidenheid en het cultureel erfgoed dragen ertoe bij dat de EU authentieker en tastbaarder wordt in het dagelijkse leven van de burgers. Cultuur speelt daarom een sleutelrol bij het aangaan van belangrijke maatschappelijke en economische uitdagingen. Bovendien speelt cultuur een grote rol bij de bevordering van innovatie, economische groei en werkgelegenheid.
Dankzij steun voor culturele diversiteit kunnen artistieke en creatieve vrijheid zich ontplooien en wordt het besef van een gemeenschappelijke Europese identiteit aangescherpt. De bevordering van culturele waarden vergt een concurrerende en bloeiende culturele en creatieve sector – en vooral een concurrerende en bloeiende audiovisuele sector – om de burgers overal in Europa te bereiken, met name in de context van een steeds meer geïntegreerde digitale eengemaakte markt.
Investeringen in cultuur op EU-niveau spelen een cruciale rol bij de bevordering van gevarieerde en inclusieve samenlevingen en ondersteunen andere EU-beleidsgebieden via crossovers. Er zal een aanzienlijk grotere meerwaarde worden gegenereerd door de aandacht toe te spitsen op gebieden die de nationale en regionale financiering aanvullen met een sterke grensoverschrijdende dimensie, door tekortkomingen van de markt aan te pakken en door tot schaalvoordelen en kritieke massa bij te dragen.
Dankzij de mobiliteit van professionals uit de culturele en creatieve sector, de steun voor aankomend talent en de promotie van kunstenaars en hun werk op internationaal vlak worden de grensoverschrijdende culturele prestaties van de Europese Unie en de internationale betrekkingen van de Unie versterkt. Door de betrokkenheid van het publiek en de culturele participatie te bevorderen en de artistieke expressie te ondersteunen wordt het creatieve en innovatieve potentieel van Europa – dat verder dan de nationale grenzen reikt – versterkt. Dit geldt in het bijzonder voor de versterkte creatie, circulatie en promotie van cultureel verscheiden en concurrerende Europese filminhoud, waarvoor het van essentieel belang is dat Europa's audiovisuele sector wordt opgeschaald en geconsolideerd.
Met betrekking tot de audiovisuele sector zal Media het concurrentievermogen van Europa's creatieve en audiovisuele sector versterken door de ontwikkeling van Europese creaties die met belangrijke niet-Europese producties kunnen concurreren, te ondersteunen, nieuwe innovatieve technologieën (bijvoorbeeld virtuele realiteit) en marketing-, promotie- en distributiestrategieën te bevorderen en de uitvoering van de richtlijn audiovisuele mediadiensten te begeleiden.
2.DOELSTELLINGEN
De overkoepelende doelstelling van Creatief Europa bestaat erin open, inclusieve en creatieve samenlevingen te ondersteunen en het concurrentievermogen van de culturele en creatieve sector te versterken om zo groei en werkgelegenheid te stimuleren. Het programma beoogt:
·de Europese culturele diversiteit en het cultureel erfgoed van Europa te beschermen, te ontwikkelen en te promoten;
·de creatie en de verspreiding van hoogwaardige en gevarieerde Europese werken waartoe een groot publiek over de grenzen heen toegang heeft, te ondersteunen;
·op cultuur gebaseerde creativiteit op het gebied van onderwijs en innovatie te bevorderen;
·de grensoverschrijdende dimensie van de culturele en creatieve sector te versterken;
·het concurrentievermogen en de innovatiecapaciteit van de Europese creatieve en audiovisuele sector te verbeteren.
3.UITVOERING EN VEREENVOUDIGING
Het programma zal voornamelijk worden uitgevoerd door het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur. Op basis van de ervaringen met de vorige generatie programma’s zal de uitvoering worden gestroomlijnd om de kostenefficiëntie te vergroten en de administratieve lasten te verlagen, bijvoorbeeld door het aantal onderliggende financiële transacties te verminderen. De Creatief Europa-desks zullen zorgen voor een beter gestroomlijnde en gefocuste communicatie, verspreiding en feedback over resultaten.
4.COMPLEMENTARITEIT EN SYNERGIE MET ANDERE BELEIDSTERREINEN / AFSTEMMING MET NATIONALE EN REGIONALE MIDDELEN
Creatief Europa heeft sterke synergieën met het programma voor de interne markt, aangezien de promotie van cultuur en de media rechtstreeks bijdraagt tot de uitvoering van de strategie voor een digitale eengemaakte markt. De synergie met Erasmus+ zal worden versterkt door de behoeften van culturele onderwijs- en opleidingsinstituten systematischer in de bestaande en toekomstige acties te integreren. Het programma Digital Europe zal ook de digitale transformatie van de sector cultureel erfgoed (bijvoorbeeld Europeana) ondersteunen en zo tot de uitvoering van de #digital4culture-strategie bijdragen. Om particuliere investeringen aan te trekken zal aandelen- en schuldfinanciering ter beschikking van kleine en middelgrote ondernemingen uit de culturele en creatieve sector worden gesteld via het InvestEU-fonds. In het kader van Horizon Europa zal de cluster inzake inclusieve, weerbare en veilige samenlevingen steun verlenen aan onderzoek en innovatie op het gebied van mediaconvergentie en cultuur.
5.VOORSTEL BEGROTINGSTOEWIJZING 2021-2027
|
Cijfers in lopende prijzen
|
Miljoen EUR
|
|
Totale toewijzing voor 2021-2027
|
1 850
|
|
verdeeld over:
|
|
|
Media
|
1 200
|
|
cultuur
|
650
|
|
|
LANDBOUW- EN MARITIEM BELEID
|
|
|
Europees Landbouwgarantiefonds en Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling
|
Het gemeenschappelijk landbouwbeleid vormt de kern van het beleid van de Unie dat ten doel heeft de productiviteit van de landbouw te doen toenemen, landbouwers een redelijke levensstandaard te verzekeren, de markten te stabiliseren en het concurrentievermogen te versterken. Een gemoderniseerd gemeenschappelijk landbouwbeleid zal de overgang naar een volledig duurzame landbouwsector en de ontwikkeling van vitale plattelandsgebieden moeten ondersteunen met het oog op een toereikende voorziening van veilig en kwalitatief hoogwaardig voedsel voor meer dan 500 miljoen consumenten.
1.EUROPESE TOEGEVOEGDE WAARDE
Europa heeft behoefte aan een slimme, veerkrachtige, duurzame en concurrerende landbouwsector om de productie van veilig, kwalitatief hoogwaardig, betaalbaar, voedzaam en gevarieerd voedsel voor zijn burgers alsmede een sterk sociaal-economische weefsel in de plattelandsgebieden te waarborgen. Een gemoderniseerd gemeenschappelijk landbouwbeleid moet de Europese meerwaarde vergroten door blijk te geven van een hoger ambitieniveau op het gebied van milieu en klimaat en tegemoet te komen aan de verwachtingen van de burgers inzake gezondheid, het milieu en het klimaat. Gezien de mondiale en grensoverschrijdende aard van de belangrijkste uitdagingen waarmee de landbouw en de plattelandsgebieden in de EU worden geconfronteerd, is een gemeenschappelijk beleid op EU-niveau noodzakelijk. Deze uitdagingen worden aangepakt door:
·met een gemeenschappelijk inkomensvangnet en door mogelijke verstoringen van de mededinging tegen te gaan een eengemaakte markt en een gelijk speelveld veilig te stellen;
·de veerkracht van de landbouwsector in de EU te versterken om de mondialisering in goede banen te leiden;
·werk te maken van de belangrijke uitdagingen op het gebied van duurzaamheid, zoals klimaatverandering, biodiversiteit en bodem-, water- en luchtkwaliteit.
Een gemoderniseerd beleid zal het mogelijk maken een volledig geïntegreerde eengemaakte markt voor landbouwproducten in de EU te handhaven en tegelijkertijd meer nadruk te leggen op een duurzame productie, met meer ambitie op het gebied van milieu en klimaat. Verschillen in ontwikkelingsniveau van de landbouwsector zullen worden verkleind en de crisisparaatheid wordt vergroot.
2.DOELSTELLINGEN
Het gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2020 is vooral gericht op doelstellingen die gelden voor alle drie de dimensies van duurzame landbouw in de EU:
·een slimme en veerkrachtige landbouwsector bevorderen;
·milieuzorg en klimaatactie intensiveren en bijdragen aan de verwezenlijking van de milieu- en klimaatdoelstellingen van de EU;
·de sociaaleconomische structuur van plattelandsgebieden versterken.
Het zal zich eveneens moeten blijven richten op de verwachtingen van de samenleving wat betreft duurzame voedselproductie, en in het bijzonder voedselveiligheid, ‑kwaliteit en milieu- en dierenwelzijnsnormen. In het kader van het beleid zal meer nadruk worden gelegd op advies, kennisoverdracht en samenwerking.
3.UITVOERING EN VEREENVOUDIGING
Het beleid zal nog altijd voornamelijk in gedeeld beheer tussen de EU en de lidstaten worden uitgevoerd. Het zal worden gefinancierd uit twee fondsen: het Europees Landbouwgarantiefonds en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling. Er zal een nieuw uitvoeringssysteem worden opgezet door de verrichtingen samen te brengen in één programmeringsinstrument, het strategisch plan voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Op basis van op EU-niveau vastgestelde gemeenschappelijke doelstellingen en met volledige inachtneming van de internationale verbintenissen van de EU zullen de lidstaten meer ruimte hebben om hun behoeften in kaart te brengen en de interventieregelingen vast te stellen, op voorwaarde dat deze relevant zijn voor de verwezenlijking van de EU-specifieke doelstellingen. Dergelijke EU-specifieke doelstellingen moeten worden afgestemd op de doelstellingen in het kader van andere EU-beleidsterreinen, zoals milieu en klimaat.
De strategische plannen voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid zullen worden goedgekeurd door de Commissie indien zij coherent zijn en op passende wijze bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen en streefdoelen van de EU. Dit nieuwe model houdt een verschuiving in van het huidige op naleving gebaseerde beleid naar een resultaatgericht beleid gericht op de verwezenlijking van op EU-niveau vastgestelde gemeenschappelijke doelstellingen. Tevens zullen de lidstaten over voldoende ruimte beschikken om in te spelen op specifieke behoeften op nationaal of regionaal niveau. Aan de hand van een reeks impactindicatoren zullen de langetermijnprestaties van het beleid worden geëvalueerd, terwijl gemeenschappelijke output- en resultaatindicatoren zullen bijdragen aan het monitoren van de uitvoering. Het nieuwe uitvoeringssysteem zal leiden tot een verstrekkende vereenvoudiging van de regels voor landbouwers en overheden.
·Rechtstreekse betalingen zullen een essentieel onderdeel van het beleid blijven, maar zij zullen enigszins worden verlaagd en beter worden gericht. Basisinkomenssteun met rechtstreekse betalingen, en met name ontkoppelde betalingen, zal een onderdeel vormen van de interventies uit hoofde van het door de lidstaten vastgestelde strategisch plan.
·De lidstaten zullen de mogelijkheid hebben om een deel van hun toewijzingen van rechtstreekse betalingen door te schuiven naar plattelandsontwikkeling en omgekeerd.
·Momenteel ontvangt 20 % van de landbouwers 80 % van de rechtstreekse betalingen, waaruit blijkt dat de betalingen gekoppeld zijn aan grond, die in handen van een minderheid van de landbouwers is.
·Een meer evenwichtige verdeling moet worden bevorderd met een verplichte plafonnering op het niveau van het landbouwbedrijf (met uitzondering van arbeidskosten) of met degressieve betalingen, afnemend met de grootte van het landbouwbedrijf. De aldus bespaarde middelen blijven in het budget van de desbetreffende lidstaat, met het oog op het herverdelen van de steun ten gunste van plattelandsontwikkeling of middelgrote en kleinere landbouwbedrijven.
·Het niveau van de rechtstreekse betalingen per hectare van de lidstaten zal blijven convergeren (externe convergentie). Voor alle lidstaten die minder ontvangen dan 90 % van het gemiddelde van de EU-27 aan rechtstreekse betalingen wordt de kloof tussen hun huidige niveau en 90 % van het Uniegemiddelde aan rechtstreekse betalingen met 50 % verminderd. Deze convergentie zal worden gefinancierd door alle lidstaten.
·De vergroening die momenteel wordt toegepast, zal worden vervangen door de integratie van de huidige randvoorwaarden, groene rechtstreekse betalingen en vrijwillige agromilieu- en klimaatmaatregelen in een gerichtere, ambitieuzere maar flexibele benadering, met het oog op een hoger ambitieniveau op het gebied van milieu en klimaat in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid.
·In de strategische plannen zal ondersteuning voor risicobeheersinstrumenten, inclusief inkomensstabiliseringsinstrumenten, moeten worden aangebracht. Binnen het Europees Landbouwgarantiefonds zal een nieuwe crisisreserve worden ingesteld. De toegang zal afhankelijk worden gesteld van de ontwikkeling van een strategie met passende risicobeheersinstrumenten (zoals verzekeringsachtige instrumenten) op nationaal niveau.
4.COMPLEMENTARITEIT EN SYNERGIE MET ANDERE BELEIDSINITIATIEVEN / AFSTEMMING MET NATIONALE EN REGIONALE MIDDELEN
De modernisering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid zal bijdragen aan de ontwikkeling van meer synergieën en zorgen voor meer coherentie met andere EU-beleidsterreinen, met name milieu, klimaatactie, regionale ontwikkeling en onderzoek en ontwikkeling. Meer beleidscoherentie zal leiden tot vereenvoudiging voor zowel overheden als landbouwers. Een hoger ambitieniveau op het gebied van milieu kan slechts worden bereikt met substantiële steun voor kennis, innovatie en technologie. Succesvolle synergieën met Horizon Europa zullen verder worden veiliggesteld en ontwikkeld in de cluster inzake voedsel en natuurlijke hulpbronnen, waarvan het doel erin bestaat de landbouw- en voedselsystemen volledig veilig, duurzaam, veerkrachtig, circulair, divers en innovatief te maken. Een sterkere nadruk op de ontwikkeling en het gebruik van wetenschappelijke kennis in de landbouw van de EU is van cruciaal belang voor de modernisering van de landbouw en de overgang naar een duurzame toekomst. Daarom zal in het kader van Horizon Europa 10 miljard EUR worden uitgetrokken ter ondersteuning van onderzoek en innovatie op het gebied van voedsel, landbouw, plattelandsontwikkeling en bio-economie. Tevens zal worden gezorgd voor synergieën met het LIFE-programma, het EU-programma voor het milieu en klimaatactie, om de besteding van middelen ter ondersteuning van milieu-investeringen te optimaliseren. Op dezelfde wijze kan het bevorderen van nauwe synergieën met het ruimtevaartprogramma operationele beoordelingen van de toestand van het landbouwmilieu en het effect van het beleid opleveren.
Het vereenvoudigde kader van EU-doelstellingen en ‑basisregels zal zo veel mogelijk gemeen hebben met de andere Europese structuur- en investeringsfondsen.
5.VOORSTEL BEGROTINGSTOEWIJZING 2021-2027
|
Cijfers in lopende prijzen
|
|
Miljoen EUR
|
|
Totale toewijzing voor 2021-2027
|
365 005
|
|
verdeeld over:
|
|
|
|
Europees Landbouwgarantiefonds
|
286 195
|
|
Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling
|
78 811
|
|
|
LANDBOUW- EN MARITIEM BELEID
|
|
|
Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij
|
Het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij is het specifieke programma van de EU ter ondersteuning van een duurzame visserijsector in de EU en de kustgemeenschappen die daarvan afhankelijk zijn.
1.EUROPESE TOEGEVOEGDE WAARDE
De mondiale aard van het maritieme ecosysteem vereist dat de EU op internationaal niveau optreedt om de oceanen en hun rijkdommen te beschermen, te behouden en duurzaam te gebruiken. Maatregelen op EU-niveau zijn veel efficiënter en doeltreffender dan op het niveau van de afzonderlijke lidstaten genomen maatregelen. Zonder gecoördineerd optreden op EU-niveau zouden de mariene biologische rijkdommen weldra uitgeput zijn, met een onmiddellijk effect op de beschikbaarheid van visserijproducten en de vernietiging van het mariene ecosysteem tot gevolg. Het fonds ondersteunt de bescherming van de mariene biodiversiteit en de mariene ecosystemen en draagt bij aan het stimuleren van investeringen, werkgelegenheid en groei, het bevorderen van innovatie op basis van onderzoek en ontwikkeling en het verwezenlijken van energie- en klimaatdoelstellingen.
Overcapaciteit van de EU-vloot en overbevissing vormen nog altijd een probleem in veel segmenten en in alle zeebekkens. De visserijsector heeft nog altijd te kampen met structurele problemen, met name in grensoverschrijdende zeebekkens en kustlijnen die meerdere lidstaten bestrijken, die niet succesvol kunnen worden aangepakt door de afzonderlijke lidstaten. Het geïntegreerd maritiem beleid voorziet in een coherente aanpak van maritieme kwesties door nauwe coördinatie en samenwerking tussen sectoren.
Het stimuleren van de blauwe economie op EU-niveau op het gebied van visserij en aquacultuur, toerisme, oceaanenergie of blauwe biotechnologie in kustgemeenschappen biedt een echte toegevoegde waarde van de EU door regeringen, bedrijfstakken en belanghebbenden in de EU aan te moedigen gemeenschappelijke benaderingen te ontwikkelen om de groei te bevorderen en tegelijkertijd het mariene milieu te beschermen.
2.DOELSTELLINGEN
Het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij zal zich toespitsen op drie doelstellingen:
·het beschermen van de gezondheid van zeeën en oceanen en het verwezenlijken van duurzame visserij en aquacultuur door de gevolgen van de visserij voor het maritieme milieu te verkleinen en tegelijkertijd het concurrentievermogen en de aantrekkelijkheid van de visserijsector te vergroten;
·het bevorderen van de blauwe economie, met name door duurzame en welvarende kustgemeenschappen te stimuleren op het gebied van investeringen, vaardigheden, kennis en marktontwikkeling;
·het versterken van de internationale oceaangovernance en de veiligheid en beveiliging van de maritieme ruimte in gebieden die nog niet door de internationale visserijovereenkomsten worden bestreken.
3.UITVOERING EN VEREENVOUDIGING
Het programma wordt zowel in gedeeld als in direct beheer uitgevoerd. Hierbij zullen voornamelijk subsidies en financieringsinstrumenten worden ingezet. In het geval van gedeeld beheer zullen de lidstaten de belangrijkste actoren zijn, die de begunstigden rechtstreeks ondersteunen. Direct beheer zal worden gebruikt ter bevordering van innovatieve beleidsontwikkeling met een onmiddellijk effect op het maritieme beleid en op het gebied van internationale oceaangovernance en maritieme beveiliging.
Het fonds zal een gemeenschappelijke rechtsgrondslag met alle Europese structuur- en investeringsfondsen hebben. Er wordt echter in een sectorspecifieke verordening en een beperkte reeks uitvoeringshandelingen en gedelegeerde handelingen voorzien.
Om de administratieve lasten te verminderen zal in toenemende mate worden gebruikgemaakt van vereenvoudigde kostenopties (vaste percentages, vaste bedragen en kosten per eenheid). Tevens zullen de lidstaten kunnen beschikken over een grotere flexibiliteit om maatregelen af te stemmen op de op EU-niveau vastgestelde doelstellingen. Daarnaast zal in het geval van direct beheer de totstandbrenging van modules voor elektronische aanbestedingen en elektronische subsidies worden bevorderd, met de mogelijkheid om het direct beheer van fondsen verder uit te besteden aan uitvoerende agentschappen.
Teneinde de flexibiliteit te vergroten, zullen er meer mogelijkheden komen om financiering tussen de Europese structuur- en investeringsfondsen alsook tussen gedeeld en direct beheer te combineren. Bovendien zal een grotere beschikbaarheid van financieringsinstrumenten (leningen, garanties) en terugvorderbare bijstand zoals terugvorderbare subsidies op programmaniveau de norm zijn voor alle steun ten behoeve van de ontwikkeling en de verbetering van de winstgevendheid van ondernemingen in de visserijsector. Ten slotte zullen de lidstaten onvoorziene omstandigheden en veranderende uitgavenprioriteiten met meer flexibiliteit kunnen benaderen.
Het fonds zal ook evolueren in de richting van een meer op resultaten gebaseerde steunregeling, op basis van een vooraf vastgestelde lijst van gedetailleerde maatregelen waaruit de lidstaten kunnen kiezen. Met betere informatiesystemen gebaseerd op geïntegreerde gegevenskaders zal het effect van het beleid worden vergroot.
4.COMPLEMENTARITEIT EN SYNERGIE MET ANDERE BELEIDSINITIATIEVEN / AFSTEMMING MET NATIONALE EN REGIONALE MIDDELEN
In het kader van de maritieme en blauwe economie zullen synergieën worden benut met in het bijzonder het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (voor investeringen in blauwe-groeisectoren en voor zeebekkenstrategieën), het Europees Sociaal Fonds+ (om vissers via omscholing vaardigheden te laten verwerven) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (voor de ondersteuning van de aquacultuur). Samenwerking en synergieën met Horizon Europa op het gebied van marien onderzoek en mariene innovatie zullen worden bewerkstelligd door bijvoorbeeld ondersteuning te bieden aan kleine en middelgrote ondernemingen om innovatieve oplossingen voor blauwe groei uit te rollen en toe te passen op de markt, alsook aan een thematisch investeringsplatform voor onderzoek en innovatie in de blauwe economie. Tevens zullen synergieën met LIFE, het EU-programma voor het milieu en klimaatactie, worden benut om ondersteuning te bieden aan maatregelen voor het verbeteren van het mariene milieu, met name als complementaire maatregelen voor strategische geïntegreerde projecten. Het InvestEU-fonds zal bij de financieringsinstrumenten voor marktgerelateerde maatregelen een belangrijke rol spelen, met name door een thematisch investeringsplatform voor onderzoek en innovatie in de blauwe economie te ondersteunen.
5.VOORSTEL BEGROTINGSTOEWIJZING 2021-2027
|
Cijfers in lopende prijzen
|
|
Miljoen EUR
|
|
Totale toewijzing voor 2021-2027
|
6 140
|
|
|
LANDBOUW- EN MARITIEM BELEID
|
|
|
Internationale visserijovereenkomsten
|
Op grond van internationale visserijovereenkomsten hebben de vissersvloten van de EU toegang tot de wateren van derde landen en moeten verplichte jaarlijkse bijdragen voor EU-lidmaatschap van regionale organisaties voor visserijbeheer worden gefinancierd.
1.EUROPESE TOEGEVOEGDE WAARDE
De EU is een van 's werelds toonaangevende spelers op het gebied van maritieme zaken en visserij. Zij ijvert voor het duurzame beheer van internationale visbestanden en verdedigt de economische en sociale belangen van de EU. Binnen de EU valt het stimuleren van duurzame visserij onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie, aangezien de grensoverschrijdende dimensie van de visserij maatregelen op EU-niveau vereist. Dit is nog belangrijker voor het internationale optreden, zij het bij onderhandelingen over visserijovereenkomsten of bij deelname aan de werkzaamheden van regionale visserijorganisaties.
De EU heeft zich er ook toe verbonden een voortrekkersrol te spelen bij de uitvoering van de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling van de VN inzake "het beschermen en duurzaam gebruikmaken van de oceanen, zeeën en mariene hulpbronnen" en heeft er derhalve belang bij om vorm te geven aan internationale oceaangovernance – inclusief instandhouding van hulpbronnen en bestrijding van illegale visserij – in het kader van haar internationale visserijovereenkomsten.
Meer dan een kwart van de vangst van Europese vissers komt van buiten de EU. Bijgevolg profiteert de EU van visserijovereenkomsten met het oog op duurzame voedselvoorziening in de EU en de ontwikkeling van haar visserijsector, van de daarvan afhankelijke kustgemeenschappen en van een duurzame blauwe economie. Bovendien levert het ondersteunen van derde landen indirecte voordelen op in de vorm van de aanpak van migratie en lokale sociaal-economische ontwikkeling. In het kader van de partnerschapsovereenkomsten inzake duurzame visserij verleent de EU financiële en technische steun om een juridisch, ecologisch, economisch en sociaal bestuurskader voor visserijactiviteiten van Unievaartuigen in wateren van derde landen vast te stellen. De EU heeft een gezamenlijk beheer van gedeelde visbestanden met Noorwegen, IJsland en de Faeröer. Dergelijke overeenkomsten spelen een belangrijke rol bij de ontwikkeling van sterkere betrekkingen met derde landen en de bevordering van de rol van de Europese Unie op het wereldtoneel.
De EU is een partij bij het VN-Verdrag inzake het recht van de zee en de VN-Overeenkomst inzake visbestanden. Zij moet samenwerken met andere visserijlanden en lid zijn van regionale visserijorganisaties voor de visserij op volle zee. Als de enige vertegenwoordiger van alle visserijbelangen van de EU is de EU een vooraanstaand lid van deze organisaties en heeft zij de slagkracht en autoriteit om haar belangen doeltreffender en krachtiger te verdedigen dan de EU-lidstaten afzonderlijk.
2.DOELSTELLINGEN
In het wederzijdse belang van de EU en haar partners beoogt het programma van internationale visserijovereenkomsten:
·de toegang van de EU-vloot tot de wateren onder jurisdictie van derde landen veilig te stellen;
·financiering te verstrekken voor het verbeteren van de capaciteitsopbouw van de kuststaten om een duurzaam beheer van de visbestanden te bewerkstelligen en de monitoring, controle en bewaking van visserijactiviteiten in de wateren van die kuststaten te versterken, in het bijzonder om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te bestrijden;
·de benodigde wetenschappelijke en onderzoeksinstellingen te ontwikkelen en te ondersteunen;
·de transparantie te vergroten en het gelijke speelveld tussen alle vloten die actief zijn in de betrokken wateren te bevorderen;
·oceaangovernance te versterken en te bevorderen binnen regionale visserijinstanties.
Het lidmaatschap van regionale organisaties is niet alleen een wettelijk vereiste voor de visserij in de internationale wateren, maar stelt de EU ook in de gelegenheid de beginselen van het gemeenschappelijk visserijbeleid zo veel mogelijk te bevorderen buiten de wateren van de EU om een gelijk speelveld tot stand te brengen voor marktdeelnemers uit de EU. Als lid van deze organisaties moet de EU via verplichte bijdragen deelnemen aan de financiering van de verrichtingen van de regionale organisaties.
3.UITVOERING EN VEREENVOUDIGING
Het programma wordt direct uitgevoerd door de Europese Commissie via financiële bijdragen.
4.COMPLEMENTARITEIT EN SYNERGIE MET ANDERE BELEIDSINITIATIEVEN / AFSTEMMING MET NATIONALE EN REGIONALE MIDDELEN
De synergieën met het gemeenschappelijk visserijbeleid zijn van cruciaal belang voor de succesvolle uitvoering van de visserijovereenkomsten.
5.VOORSTEL BEGROTINGSTOEWIJZING 2021-2027
|
Cijfers in lopende prijzen
|
|
Miljoen EUR
|
|
Totale toewijzing voor 2021-2027
|
990
|
|
|
MILIEU EN KLIMAATACTIE
|
|
|
LIFE – Programma voor het milieu en klimaatactie
|
LIFE is het programma voor het milieu en klimaatactie van de EU. Het is toegespitst op de ontwikkeling en de uitvoering van innovatieve manieren om te reageren op milieu- en klimaatuitdagingen teneinde veranderingen op het gebied van de ontwikkeling, uitvoering en handhaving van het beleid te bevorderen.
1.EUROPESE TOEGEVOEGDE WAARDE
Milieuproblemen, met inbegrip van klimaatverandering, zijn van dien aard dat zij politieke, juridische en door de mens vastgestelde grenzen overstijgen en niet afdoend kunnen worden opgelost door de afzonderlijke lidstaten. Interventie op EU-niveau in de vorm van een specifiek instrument voor milieu en klimaat, met inbegrip van energie-efficiëntie en kleinschalige hernieuwbare bronnen, is noodzakelijk om dergelijke problemen efficiënt aan te pakken, gebrekkige coördinatie te vermijden en de integratie van klimaatmaatregelen in de gehele EU-begroting aan te vullen met gerichte acties.
De meeste milieurijkdommen zijn collectieve goederen die ongelijk zijn verdeeld over de EU. De plicht om deze in stand te houden vereist een consistente toepassing van de beginselen van solidariteit en verdeling van de verantwoordelijkheid. Consistentie in de gehele EU wat de toepassing van de wetgeving en het beleid van de EU op het gebied van milieu en klimaat betreft, alsook het verschaffen van een platform op EU-niveau voor het uitwisselen van beste praktijken en knowhow zijn van cruciaal belang. Het stimuleren van een overgang naar schone energie draagt bij aan zowel milieu- als klimaatdoelstellingen door een betere kwaliteit van binnen- en buitenlucht, de circulaire economie en hulpbronnenefficiëntie in de hand te werken. Het stimuleren van een concurrerende en duurzame economie van de Unie houdt een grote toegevoegde waarde in. Bovendien is het ondersteunen van energie-efficiëntie een van de kosteneffectiefste manieren om onze economie koolstofarm te maken.
2.DOELSTELLINGEN
Het programma zal bijdragen aan:
·de overgang naar een circulaire, hulpbronnen- en energie-efficiënte, koolstofarme en klimaatbestendige economie;
·de bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu;
·natuurbehoud en het tot staan brengen en ombuigen van biodiversiteitsverlies.
Het programma zal tevens gericht zijn op capaciteitsopbouw, het stimuleren van investeringen en het ondersteunen van de beleidsuitvoering op de gebieden die de grootste uitdaging voor een overgang naar schone energie inhouden.
De doelstellingen van het programma zullen worden nagestreefd met directe interventies of door deze doelstellingen te integreren in andere beleidsterreinen, en door het gecoördineerde gebruik van fondsen van andere financiële programma's van de EU mogelijk te maken.
3.UITVOERING EN VEREENVOUDIGING
Het programma is opgebouwd rond twee belangrijke actiegebieden:
·Milieu: natuur en biodiversiteit, en circulaire economie en levenskwaliteit;
·Klimaatactie: mitigatie en aanpassing, en overgang naar schone energie.
Het onderdeel van het LIFE-programma met betrekking tot subsidies en overheidsopdrachten zal nog altijd direct worden beheerd door de Commissie, met de steun van een uitvoerend agentschap.
Het programma zal worden vereenvoudigd, met name wat de procedures voor de aanvragers/begunstigden betreft. Andere nieuwigheden zijn bijvoorbeeld meer strategische flexibiliteit en manieren om te komen tot een evenwichtigere geografische dekking.
Financieringsinstrumenten voor het milieu en klimaatactie zullen worden uitgevoerd in het kader van het InvestEU-fonds, met name binnen het luik betreffende duurzame infrastructuur van dit fonds.
4.COMPLEMENTARITEIT EN SYNERGIE MET ANDERE BELEIDSINITIATIEVEN / AFSTEMMING MET NATIONALE EN REGIONALE MIDDELEN
Het LIFE-programma past binnen de bestaande prioriteiten van de EU op het gebied van milieu, klimaat, energie en daarmee verband houdende beleidsterreinen. Het vormt een aanvulling op andere financieringsprogramma's van de EU. Er zullen voornamelijk synergieën worden ontwikkeld met het InvestEU-fonds, en met name het luik betreffende duurzame infrastructuur van daarvan, Horizon Europa, het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds+, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij. Om de resultaten te maximaliseren zal de "Excellentiekeur" worden uitgebreid. Hiermee kunnen projecten die in het kader van het LIFE-programma een succesvolle beoordeling hebben gekregen, op regionaal niveau uit hoofde van de Europese structuur- en investeringsfondsen worden gefinancierd.
LIFE is ontworpen met het oog op het ondersteunen van de demonstratie van technieken en beste praktijken die kunnen worden herhaald en opgeschaald in grotere programma's. In het kader van strategische geïntegreerde projecten van LIFE worden andere Europese, nationale, regionale en particuliere middelen gemobiliseerd voor de uitvoering van belangrijke milieu- en klimaatplannen (bv. stroomgebiedbeheerplannen, plannen voor schone lucht enz.). De integratie van maatregelen ter ondersteuning van de overgang naar schone energie zal leiden tot een algehele versterking van de coherentie van het programma en van de synergieën bij de uitvoering van het door de projecten ondersteunde beleid van de EU op het gebied van milieu, klimaat en schone energie.
Alle acties die worden ondernomen in het kader van LIFE zullen verenigbaar zijn met de langetermijndoelstellingen van de EU op het gebied van klimaat en milieu.
5.VOORSTEL BEGROTINGSTOEWIJZING 2021-2027
|
Cijfers in lopende prijzen
|
|
Miljoen EUR
|
|
Totale toewijzing voor 2021-2027
|
5 450
|
|
verdeeld over:
|
|
|
Milieu
|
3 500
|
|
Klimaat
|
1 950
|
|
|
MIGRATIE
|
|
|
Fonds voor asiel en migratie
|
Het Fonds voor asiel en migratie draagt bij aan het doeltreffende beheer van migratiestromen. Het dient ter ondersteuning van activiteiten en maatregelen met betrekking tot asiel, legale migratie en integratie, alsook irreguliere migratie en terugkeer.
1.EUROPESE TOEGEVOEGDE WAARDE
De migratiecrisis van 2015 heeft aangetoond dat de lidstaten de uitdagingen in verband met migratie niet alleen kunnen aanpakken. Met maatregelen op EU-niveau werd voorzien in een veelomvattende en snelle reactie door de capaciteit van de lidstaten te ondersteunen, alsook in een beleidsreactie, namelijk de Europese migratieagenda. In deze agenda werd uiteengezet welke maatregelen nodig waren om levens te redden, de buitengrens van de Unie te beveiligen, een sterk gemeenschappelijk asielbeleid te ondersteunen, de oorzaken van irreguliere migratie aan te pakken en een nieuw beleid voor legale migratie te stimuleren. Al deze werkzaamheden zijn voortgezet. Door de gestage uitvoering van de verklaring EU-Turkije, het partnerschapskader en het gezamenlijk optreden op de centrale Middellandse Zeeroute is het aantal irregulier binnenkomende migranten aanzienlijk gedaald. Tegelijkertijd is met het beheer van de buitengrenzen van de EU aanzienlijke vooruitgang geboekt door de hotspotaanpak toe te passen en Frontex, het Europees Grens- en kustwachtagentschap, aanzienlijk te versterken.
De uitdagingen op het gebied van asiel, migratie en buitengrenzen zijn van transnationale aard en kunnen niet op toereikende wijze worden aangepakt door de afzonderlijke lidstaten, en alle lidstaten profiteren van de door de EU-begroting ondersteunde maatregelen die in lidstaten in de voorste linie worden genomen. Hoewel het aantal onderdanen van derde landen dat momenteel op irreguliere wijze de EU binnenkomt geleidelijk kleiner wordt, zal migratie in de komende jaren een uitdaging blijven. De afschaffing van controles aan de binnengrenzen vereist gemeenschappelijke maatregelen voor de doeltreffende controle en bewaking van de buitengrenzen van de Unie, alsook een gemeenschappelijk asiel- en migratiebeleid.
Artikel 80 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vermeldt uitdrukkelijk dat het gemeenschappelijk beleid op het gebied van asiel, migratie en buitengrenzen gebaseerd is op het beginsel van solidariteit en billijke verdeling van de verantwoordelijkheid tussen de lidstaten. Met EU-financiering wordt voorzien in de concrete financiële middelen om dit beginsel in de praktijk om te zetten.
Migratie is een structurele uitdaging. De EU heeft behoefte aan stabiele en passende instrumenten om aan deze uitdaging het hoofd te bieden. De bevordering van solidariteit en verdeling van de verantwoordelijkheid door hervestiging en herplaatsing, de uitbreiding van de mogelijkheden voor legale toegang tot de EU voor personen die internationale bescherming nodig hebben, de opvang, integratie en terugkeer van onderdanen van derde landen en de voltooiing van een gemeenschappelijk Europees asielstelsel zullen allemaal financiële gevolgen hebben.
Voor de reactie van de EU op de crisis moesten heel wat middelen uit de EU-begroting beschikbaar worden gesteld, zodat de uitdagingen snel en doeltreffend konden worden aangepakt. Dit is een tastbare uiting van de wijze waarop de EU de lidstaten ondersteunt. De middelen die in het huidige meerjarig financieel kader oorspronkelijk aan veiligheid en migratie waren toegewezen, moesten worden verdubbeld om het hoofd te bieden aan de omvang van de behoeften. Het stopzetten of terugschroeven van bestaande financiële interventies van de EU zou een aanzienlijk, of zelfs cruciaal, effect hebben op de uitvoering van de Europese migratieagenda.
De EU zal met uitdagingen op het gebied van migratie geconfronteerd blijven worden en het is duidelijk dat deze noch door de afzonderlijke lidstaten, noch zonder de financiële en technische ondersteuning van de EU kunnen worden opgelost. Het programma houdt een aanzienlijke toegevoegde waarde van de EU in voor het ondersteunen van het beheer van de aankomst van een groot aantal migranten en asielzoekers, de capaciteit voor opsporings- en reddingsoperaties om levens te redden van mensen die Europa trachten te bereiken en het beheren van terugkeer, alsook voor andere maatregelen die een gecoördineerde aanpak op EU-niveau vereisen en die de mogelijkheden van de afzonderlijke lidstaten overstijgen.
2.DOELSTELLINGEN
De belangrijkste doelstelling van het Fonds voor asiel en migratie zal bestaan in het bijdragen aan het efficiënte beheer van migratiestromen. Het fonds draagt met name bij aan:
·het versterken en ontwikkelen van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, dat maatregelen omvat betreffende beleid, wetgeving en capaciteitsopbouw;
·het bevorderen van een doeltreffend en billijk terugkeerbeleid ter ondersteuning van de bestrijding van irreguliere migratie, met de nadruk op doeltreffende nationale procedures en structuren, de duurzaamheid van terugkeer en daadwerkelijke overname door derde landen;
·het bevorderen van de solidariteit en verdeling van de verantwoordelijkheid tussen de lidstaten, met name ten aanzien van de lidstaten die het meest te maken hebben met migratie en asielstromen, onder meer door praktische samenwerking;
·het ondersteunen van legale migratie naar Europa en het bijdragen, in de eerste integratiefase, aan de daadwerkelijke integratie van onderdanen van derde landen;
·het ondersteunen van de externe dimensie van het migratie- en asielbeleid van de EU, in volledige samenhang en synergie met het externe optreden van de EU.
3.UITVOERING EN VEREENVOUDIGING
Gedeeld beheer moet het belangrijkste instrument zijn voor de uitvoering van het fonds, aangezien hierdoor een gelijk speelveld wordt gewaarborgd en een wanverhouding tussen behoeften en concurrentie om financiering wordt vermeden. Het zorgt voor voorspelbaarheid van financiering, maakt langetermijnplanning mogelijk en garandeert de noodzakelijke uitgaven voor elke lidstaat, en tegelijkertijd zorgt het ervoor dat de prioriteiten van de Unie in de gehele EU kunnen worden uitgevoerd. Gedeeld beheer zal worden aangevuld met direct – en in beperkte mate indirect – beheer en de uitvoering zal plaatsvinden via transnationale acties van de Unie en noodhulp, waarmee de nationale programma's van lidstaten met aanzienlijke financieringsbehoeften worden aangevuld. Via de thematische faciliteit zouden vooraf vastgestelde prioriteiten gericht worden ondersteund in het kader van acties van de Unie, noodfinanciering en extra betalingen aan nationale programma's.
Agentschappen van de Unie, met name het Europees Grens- en kustwachtagentschap en het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken, spelen een cruciale operationele, coördinerende en adviserende rol bij de uitvoering van de prioriteiten van de EU op het gebied van asiel en migratie. Voor de uitvoering van hun taken beschikken zij over een eigen budget, dat los staat van het fonds.
Flexibiliteit zal een belangrijk onderdeel zijn van het nieuwe asiel- en migratie-instrument, aangezien uitdagingen op het gebied van migratie niet voorspelbaar zijn en geopolitieke ontwikkelingen directe gevolgen kunnen hebben op migratiestromen. Wat de toewijzing aan de lidstaten betreft, is flexibiliteit van cruciaal belang. Een deel van de middelen zal op voorhand worden toegewezen, maar een aanzienlijk deel van het budget zal pas later worden toegewezen aan specifieke prioriteiten, zodat de middelen gericht kunnen worden ingezet om in te spelen op veranderde omstandigheden of urgente behoeften.
Het kader voor toezicht en evaluatie zal worden verbeterd om te bevorderen dat de nationale programma's op tijd worden uitgevoerd en om ervoor te zorgen dat de evaluaties doeltreffende input kunnen opleveren voor toekomstige aanpassingen van beleidsmaatregelen. Betere indicatoren en versterking van het partnerschapsbeginsel voor het beheer van het fonds zullen bijdragen tot een solide toezicht en evaluatie.
Harmonisatie en vereenvoudiging: Het nieuwe instrument zal kunnen profiteren van de nieuwe regels voor gedeeld beheer, die een algehele vereenvoudiging en harmonisatie inhouden.
4.COMPLEMENTARITEIT EN SYNERGIE MET ANDERE BELEIDSINITIATIEVEN / AFSTEMMING MET NATIONALE EN REGIONALE MIDDELEN
Er zullen synergieën optreden met het Fonds voor geïntegreerd grensbeheer en het Fonds voor interne veiligheid, alsook met: i) het cohesiebeleid, wat betreft de integratie op de middellange en lange termijn van onderdanen van derde landen, inclusief de integratie met betrekking tot herplaatsingen, en ii) het nieuwe Instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking, in het kader waarvan een sterke nadruk moet worden gelegd op migratie, onder meer wat betreft het niet-toegewezen aandeel ervan dat bestemd is voor nieuwe uitdagingen.
5.VOORSTEL BEGROTINGSTOEWIJZING 2021-2027*
|
Cijfers in lopende prijzen
|
|
Miljoen EUR
|
|
Totale toewijzing voor 2021-2027
|
10 415
|
*
Zie ook de toewijzing voor het Fonds voor geïntegreerd grensbeheer, die 9 318 miljoen EUR bedraagt.
|
|
GRENSBEHEER
|
|
|
Fonds voor geïntegreerd grensbeheer
|
Het Fonds voor geïntegreerd grensbeheer is gericht op het waarborgen van een beter en geïntegreerd beheer van de buitengrenzen van de EU, van een hoger niveau van grensbeveiliging in de Unie en van de integriteit van de toeleveringsketen, met waarborging van het vrije verkeer van personen en goederen en zonder dat de legitieme handel wordt belemmerd.
1.EUROPESE TOEGEVOEGDE WAARDE
Het Fonds voor geïntegreerd grensbeheer zal een belangrijke rol spelen bij het beheer van de buitengrenzen, onder meer door de lidstaten onmisbare ondersteuning te bieden bij het beveiligen van de buitengrenzen van de Unie, als uiting van de gedeelde verantwoordelijkheid voor de bescherming van onze gemeenschappelijke grenzen, en door de lidstaten te ondersteunen bij het verwerven van afdoende controleapparatuur voor de douane.
Het instrument zal bijdragen aan de verdere ontwikkeling van het gemeenschappelijk visumbeleid en de uitvoering van het Europees geïntegreerd grensbeheer door de lidstaten, teneinde irreguliere migratie te helpen bestrijden en legitiem reizen te vergemakkelijken. De lidstaten moeten financiële steun blijven ontvangen om hun capaciteiten op deze gebieden op te bouwen en te verbeteren en om de samenwerking te versterken, onder meer met de relevante agentschappen van de Unie.
Sinds de oprichting van de douane-unie hebben de douaneautoriteiten almaar meer verantwoordelijkheden op zich genomen die veel verder gaan dan het toezicht op en de vergemakkelijking van de EU-handel en die zich uitstrekken tot het gebied van veiligheid en beveiliging. Het fonds zal er mee voor zorgen dat de douanecontroles aan de buitengrenzen op een meer uniforme manier worden verricht, door de huidige onevenwichtigheden tussen de lidstaten door verschillen op het vlak van geografische ligging, capaciteit en beschikbare middelen aan te pakken. Hierdoor zouden niet alleen de douanecontroles worden versterkt, maar ook de legitieme handel worden vergemakkelijkt, wat bijdraagt tot een beveiligde en efficiënte douane-unie.
Grensbeleid is van nature transnationaal. Een bedreiging voor één lidstaat heeft gevolgen voor de EU als geheel, waardoor de behoefte aan maatregelen op EU-niveau wordt bevestigd. De uitdagingen op het gebied van migratie en terrorisme van de voorbije jaren hadden niet door individuele lidstaten alleen, zonder financiële en technische ondersteuning van de EU, kunnen worden aangepakt. Bovendien zijn maatregelen op EU-niveau noodzakelijk om te waarborgen dat alle douaneautoriteiten beschikken over de nodige instrumenten om hun taken aan de grenzen van de EU te vervullen, waardoor de financiële en de veiligheidsrisico's worden verminderd en "douaneshoppen", wat gevolgen zou hebben voor de gehele Unie, wordt tegengegaan.
2.DOELSTELLINGEN
Het Fonds voor geïntegreerd grensbeheer zal bestaan uit twee componenten, die zullen bijdragen aan:
Grensbeheer en visa (personen):
·het bevorderen van de uniforme uitvoering, de verdere ontwikkeling en de modernisering van het gemeenschappelijk beleid inzake visa voor kort verblijf, met inbegrip van de digitalisering van de behandeling van visumaanvragen;
·het verder ontwikkelen van verschillende vormen van consulaire samenwerking;
·het verbeteren van het grenstoezicht door de capaciteiten van de lidstaten te versterken, inclusief het vergemakkelijken van legitieme grensoverschrijdingen en, waar passend, het voorkomen en opsporen van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit, zoals het smokkelen van migranten en mensenhandel, alsook het ondersteunen van de lidstaten die geconfronteerd worden met bestaande of potentiële onevenredige migratiedruk aan de buitengrenzen van de EU;
·het ondersteunen van de ontwikkeling, de werking en het onderhoud van informatiesystemen, inclusief interoperabiliteit;
·het verbeteren van de samenwerking op nationaal niveau tussen de nationale autoriteiten die in de lidstaten belast zijn met het grenstoezicht of andere grenstaken;
·het uitvoeren van risicoanalyses en het vaststellen van dreigingen die de werking of de veiligheid van de buitengrenzen kunnen aantasten;
·het waarborgen van de uniforme toepassing van het Schengenacquis inzake de buitengrenzen;
·het verder ontwikkelen van de Europese Grens- en kustwacht en het uitwisselen of detacheren van grenswachten en andere relevante deskundigen tussen de lidstaten of tussen een lidstaat en een derde land;
Controleapparatuur voor de douane (goederen):
·het verwezenlijken van het volle potentieel van de douane-unie door de financiële belangen ervan te beschermen door illegale handel en fraude te voorkomen met gelijkwaardige en adequate douanecontroles aan de grens van de EU;
·het bevorderen van het delen van controleapparatuur (bv. röntgenapparaten, systemen voor automatische nummerplaatherkenning enz.) tussen alle betrokken rechtshandhavingsinstanties.
3.UITVOERING EN VEREENVOUDIGING
De uitvoering van de component grensbeheer en visa zal plaatsvinden in gedeeld beheer, via meerjarenprogramma's die door de lidstaten worden uitgevoerd, maar een deel zal gericht worden toegewezen in direct of – in beperkte mate – indirect beheer en worden uitgevoerd via acties van de Unie. Via noodhulp kan met het fonds op onvoorziene omstandigheden worden gereageerd en kunnen de programma's van lidstaten met aanzienlijke financieringsbehoeften worden aangevuld. Met een thematische faciliteit wordt financiering toegewezen aan vooraf vastgestelde strategische prioriteiten via acties van de Unie, noodfinanciering en extra betalingen aan de programma's van de lidstaten. Met gedeeld beheer zal een gelijk speelveld worden gewaarborgd, zullen de nadelige effecten van concurrentie om financiering worden beperkt, zal voor voorspelbaarheid van financiering worden gezorgd, zal langetermijnplanning mogelijk worden gemaakt en zullen de noodzakelijke uitgaven in alle lidstaten worden gegarandeerd, terwijl ervoor wordt gezorgd dat de prioriteiten van de Unie in de gehele EU kunnen worden uitgevoerd. De component controleapparatuur voor de douane zal in direct beheer worden uitgevoerd.
Een aantal agentschappen ondersteunen de werkzaamheden van de EU op het gebied van grenzen en visa, met name het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex), Europol (Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving) en eu-LISA (Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht). Voor de uitvoering van hun taken beschikken zij over een eigen budget, dat los staat van het fonds.
Tevens moet het fonds zorgen voor meer flexibiliteit om in te spelen op onvoorziene ontwikkelingen, die op het gebied van grensbeheer niet ongebruikelijk zijn. In het geval van grensbeheer en visa zal een deel van de middelen op voorhand worden toegewezen, maar een aanzienlijk deel van het budget zal pas later en periodiek worden toegewezen aan specifieke prioriteiten, om in te spelen op veranderende omstandigheden of urgente behoeften. Het fonds zal profiteren van de minder strenge en vereenvoudigde regels die van toepassing zijn op andere fondsen onder gedeeld beheer. Hierdoor zou het ook mogelijk zijn om te komen tot een enkele reeks regels die in overeenstemming zijn met het beginsel van proportionaliteit en die in gelijke mate geschikt zijn voor alle fondsen van de EU onder gedeeld beheer.
Het kader voor toezicht en evaluatie moet worden verbeterd om te bevorderen dat de nationale programma's op tijd worden uitgevoerd en om ervoor te zorgen dat de evaluaties doeltreffende input kunnen opleveren voor toekomstige aanpassingen van beleidsmaatregelen. Verbetering van de indicatoren, versterking van het partnerschapsbeginsel voor het beheer van het fonds en uitvoering van een tussentijdse evaluatie van de resultaten gekoppeld aan een prestatiegebonden beloning (niet van toepassing op controleapparatuur voor de douane) zullen bijdragen tot een solide toezicht en evaluatie.
4.COMPLEMENTARITEIT EN SYNERGIE MET ANDERE BELEIDSINITIATIEVEN / AFSTEMMING MET NATIONALE EN REGIONALE MIDDELEN
Wat grenzen en visa betreft, zorgen de nieuwe instrumenten voor geïntegreerd grensbeheer voor synergieën met het Fonds voor asiel en migratie en het Fonds voor interne veiligheid, alsook met andere instrumenten, met name met fondsen en programma's op het gebied van maritieme beveiliging en bewaking, veiligheidsonderzoek, beveiliging van infrastructuur, cohesiebeleid en de instrumenten ter ondersteuning van de externe dimensie van grensbeheer. Wat controleapparatuur voor de douane in het bijzonder betreft, zullen synergieën optreden met het programma Douane. Doeltreffende coördinatiemechanismen zijn cruciaal voor een zo goed mogelijke verwezenlijking van de beleidsdoelstellingen, alsook om schaalvoordelen te kunnen behalen. Zij zullen zorgen voor complementariteit en een duidelijke afbakening van de reikwijdte van alle instrumenten, en ook duidelijkheid scheppen voor de begunstigden.
5.VOORSTEL BEGROTINGSTOEWIJZING 2021-2027*
|
Cijfers in lopende prijzen
|
|
Miljoen EUR
|
|
Totale toewijzing voor 2021-2027
|
9 318
|
|
verdeeld over:
|
|
|
Grensbeheer en visa
|
8 018
|
|
Controleapparatuur voor de douane
|
1 300
|
*
Zie ook de toewijzing voor het Fonds voor asiel en migratie, die 10 415 miljoen EUR bedraagt.
|
|
VEILIGHEID
|
|
|
Fonds voor interne veiligheid
|
Het Fonds voor interne veiligheid draagt bij tot het waarborgen van een hoog niveau van veiligheid in de Unie door terrorisme en radicalisering, georganiseerde misdaad en cybercriminaliteit aan te pakken en door slachtoffers van misdrijven te helpen en te beschermen.
1.EUROPESE TOEGEVOEGDE WAARDE
De laatste jaren zijn de veiligheidsbedreigingen in Europa ernstiger en meer divers geworden. Terroristische aanslagen, nieuwe vormen van georganiseerde misdaad en steeds toenemende cybercriminaliteit hebben een grensoverschrijdende dimensie en vragen om een krachtig antwoord van de EU. De EU heeft snel en uitgebreid op deze uitdagingen gereageerd en heeft in 2015 haar algemene beleidsreactie geformuleerd in de veiligheidsagenda. Veiligheid blijft de komende jaren een cruciaal thema voor de EU. In een snel veranderende en onzekere wereld verwachten de Europese burgers dat de EU en hun nationale regeringen veiligheid bieden.
De opgaven waarvoor de Unie — met name als gevolg van internationaal terrorisme — staat, kunnen niet door individuele lidstaten alleen, zonder financiële en technische ondersteuning van de EU, worden opgelost. Nu terroristen en andere zware criminelen zich van grenzen niets aantrekken, hebben zowel de Europese Unie als haar lidstaten de plicht om voor hun burgers een ruimte van veiligheid te creëren waar mensen zich beschermd kunnen weten, overeenkomstig de grondrechten van de EU. De Verdragen voorzien in dit verband in de noodzaak een hoog niveau van veiligheid te waarborgen door middel van preventiemaatregelen en door coördinatie en samenwerking tussen de politiële en justitiële autoriteiten en andere bevoegde autoriteiten. Dit moet op EU-niveau gebeuren.
De EU-steun biedt een aanzienlijke toegevoegde waarde aan nationale financiering, doordat de rechtshandhavingsautoriteiten en andere betrokken autoriteiten in de lidstaten worden gestimuleerd samen te werken en informatie uit te wisselen, in het bijzonder doordat de verschillende veiligheidssystemen interoperabel worden gemaakt en de informatiesystemen van de EU doeltreffender en doelmatiger worden gemaakt, doordat gezamenlijke operationele acties worden vergemakkelijkt, en doordat steun wordt verleend voor opleiding, bouw van essentiële veiligheidsinfrastructuur en aankoop van de nodige technische apparatuur. Zo werd na de terroristische aanslagen in Parijs in 2015 noodhulp verleend om een digitale oplossing te vinden voor de verwerking van grote hoeveelheden toezichtgegevens, waardoor de Unie beter voorbereid is op mogelijke toekomstige dreigingen.
2.DOELSTELLINGEN
Het Fonds voor interne veiligheid heeft de volgende specifieke doelstellingen:
·vergroting van de informatie-uitwisseling in verband met de preventie, de opsporing en het onderzoek van ernstige en georganiseerde misdaad met een grensoverschrijdende dimensie tussen de rechtshandhavingsautoriteiten en andere autoriteiten binnen de EU, waaronder Europol en andere betrokken EU-organen, met derde landen en met internationale organisaties;
·intensivering van grensoverschrijdende gezamenlijke operaties in verband met de preventie, de opsporing en het onderzoek van ernstige en georganiseerde misdaad met een grensoverschrijdende dimensie van de rechtshandhavingsautoriteiten en andere bevoegde instanties binnen de EU, waaronder de voor de veiligheid relevante agentschappen en andere organen van de Unie, met derde landen en met internationale organisaties;
·gezamenlijke beantwoording van veiligheidsbedreigingen door vergroting van de capaciteit en verbetering van de paraatheid en weerbaarheid van de EU, onder meer door verbetering van de samenwerking tussen overheidsinstanties, maatschappelijke actoren en particuliere partners uit alle lidstaten van de EU alsook uit derde landen, met inbegrip van de agentschappen van de Unie en internationale organisaties.
3.UITVOERING EN VEREENVOUDIGING
De uitvoering van het Fonds voor interne veiligheid gebeurt vooral in gedeeld beheer, via meerjarenprogramma's die door de lidstaten worden uitgevoerd, en via direct — en in beperkte mate ook indirect — beheer. De programma's van de lidstaten kunnen worden aangevuld met noodhulp om snel te reageren op een noodsituatie. Gedeeld beheer maakt een voorspelbare financiering en langetermijnplanning mogelijk; hiermee wordt gewaarborgd dat alle lidstaten middelen krijgen toegewezen, terwijl er tegelijkertijd voor kan worden gezorgd dat in de hele Unie wordt gewerkt aan gemeenschappelijke prioriteiten. Om de middelen echter beter op de EU-prioriteiten te kunnen toespitsen, wordt het gedeelde beheer aangevuld met een thematische faciliteit waarmee middelen kunnen worden ingezet om via direct en indirect beheer acties in het kader van vooraf vastgestelde doelstellingen te ondersteunen in de vorm van EU-acties, noodhulp en extra betalingen voor programma's van lidstaten.
Enkele gedecentraliseerde agentschappen, zoals Europol (EU-agentschap voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving) en Cepol (agentschap voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving) spelen een cruciale operationele, coördinerende en adviserende rol bij de uitvoering van de prioriteiten en doelstellingen van de EU op het gebied van veiligheid. Voor de uitvoering van hun taken beschikken zij over een eigen budget, dat los staat van het fonds.
Het toekomstige fonds zal voortbouwen op de ervaring van het huidige programma en de regels voor de begunstigden verder vereenvoudigen. De belangrijkste operationele kenmerken zijn:
·grotere flexibiliteit om in te spelen op onvoorziene ontwikkelingen, die op het gebied van veiligheid niet ongebruikelijk zijn. Een deel van de middelen zal op voorhand worden toegewezen, maar een aanzienlijk deel van het budget zal pas later worden toegewezen aan specifieke prioriteiten, zodat periodiek kan worden gereageerd op veranderde omstandigheden of urgente behoeften (via de thematische faciliteit);
·verdere vereenvoudiging aangezien kan worden geprofiteerd van de nieuwe regels voor gedeeld beheer, die een algehele vereenvoudiging en harmonisatie inhouden;
·verdere verbetering van het kader voor toezicht en evaluatie, om te bevorderen dat de programma's op tijd worden uitgevoerd en om ervoor te zorgen dat de evaluaties doeltreffende input kunnen opleveren voor toekomstige aanpassingen van beleidsmaatregelen. Betere indicatoren, versterking van het partnerschapsbeginsel voor het beheer van het fonds en tussentijdse evaluatie van de resultaten dragen bij tot een solide toezicht en evaluatie.
4.COMPLEMENTARITEIT EN SYNERGIE MET ANDERE BELEIDSINITIATIEVEN / AFSTEMMING MET NATIONALE EN REGIONALE MIDDELEN
Veiligheid is een transversale aangelegenheid en zonder de andere financieringsinstrumenten, waaronder de Europese structuur- en investeringsfondsen, en externe instrumenten zal het nieuwe Fonds voor interne veiligheid geen doeltreffende EU-respons kunnen bieden. Er zullen met name synergieën tussen het Fonds voor interne veiligheid en aanverwante andere instrumenten optreden op het gebied van: grensbeheer en controleapparatuur voor de douane, beveiliging van infrastructuur en openbare ruimten, cyberveiligheid (een belangrijk thema van het programma Digitaal Europa, waarbij het fonds zich vooral richt op cybercriminaliteit), preventie van radicalisering en de externe dimensie van veiligheid. Doeltreffende coördinatiemechanismen zijn cruciaal voor een zo goed mogelijke verwezenlijking van de beleidsdoelstellingen, alsook om schaalvoordelen te kunnen behalen. Zij kunnen zorgen voor complementariteit en een duidelijke afbakening van de reikwijdte van alle instrumenten, en ook duidelijkheid scheppen voor de begunstigden.
5.VOORSTEL BEGROTINGSTOEWIJZING 2021-2027
|
Cijfers in lopende prijzen
|
|
Miljoen EUR
|
|
Totale toewijzing voor 2021-2027
|
2 500
|
|
|
VEILIGHEID
|
|
|
Ontmanteling van nucleaire installaties in Litouwen
|
Het programma biedt steun aan Litouwen voor de veilige ontmanteling van de kernreactoren van de eerste generatie.
1.EUROPESE TOEGEVOEGDE WAARDE
Een voorwaarde voor de toetreding van Litouwen tot de Europese Unie was dat Litouwen twee kernreactoren volgens Sovjetontwerp van de eerste generatie zou sluiten en vervolgens ontmantelen, aangezien aanpassing aan de westerse veiligheidsstandaarden niet rendabel werd geacht. Tegelijkertijd deed de EU in artikel 3 van protocol nr. 4 bij de Akte van toetreding uit 2003 de toezegging om financiële steun voor de ontmanteling te verlenen.
De ontmanteling vindt nog steeds plaats en zal naar verwachting in 2038 zijn afgerond. Het is in het belang van de Unie om strikt gerichte financiële steun te verlenen en zo bij te dragen tot een zo veilig mogelijke uitvoering. Het programma biedt aanzienlijke en langdurige ondersteuning van de gezondheid van de werknemers en de bevolking, doordat milieuschade wordt voorkomen en er echte vooruitgang op het vlak van nucleaire veiligheid en beveiliging wordt geboekt.
Het programma kan binnen de EU uitgroeien tot een benchmark voor het veilige beheer van technologische aspecten bij de ontmanteling van nucleaire installaties, zoals grafietreactoren.
2.DOELSTELLINGEN
Het programma is bedoeld om Litouwen gerichte steun te blijven verlenen voor de beheersing van de nucleaire gevaren die zich voordoen bij de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina.
Daarnaast heeft het tot doel onder alle lidstaten kennis te verspreiden over het ontmantelingsproces.
3.UITVOERING EN VEREENVOUDIGING
Het programma wordt indirect beheerd via een nationaal agentschap van de lidstaat. Door een speciaal financieringsprogramma te behouden voor de ontmanteling van deze reactoren, kan de uitvoering naadloos worden voortgezet via het bestaande uitvoeringsorgaan. In de nieuwe programmaperiode wordt de nationale medefinanciering verhoogd, zoals de Rekenkamer heeft gevraagd in Speciaal Verslag nr. 22/2016: Bijstandsprogramma’s van de EU voor de ontmanteling van nucleaire installaties in Litouwen, Bulgarije en Slowakije: enige vooruitgang geboekt sinds 2011, maar cruciale uitdagingen in het verschiet.
4.COMPLEMENTARITEIT EN SYNERGIE MET ANDERE BELEIDSINITIATIEVEN / AFSTEMMING MET NATIONALE EN REGIONALE MIDDELEN
De synergieën met het cohesiebeleid worden in de volgende programmaperiode versterkt. In het bijzonder zal het beleid kunnen bijdragen tot de ontwikkeling van de betrokken regio door banen te creëren en duurzame groei en innovatie te bevorderen. Er zal ook worden gestreefd naar synergieën met Horizon Europa op gebieden als technologische ontwikkeling en tests of opleiding en onderwijs.
5.VOORSTEL BEGROTINGSTOEWIJZING 2021-2027
|
Cijfers in lopende prijzen
|
|
Miljoen EUR
|
|
Totale toewijzing voor 2021-2027
|
552
|
|
|
VEILIGHEID
|
|
|
Nucleaire veiligheid en ontmanteling
|
Het doel is om Bulgarije en Slowakije te ondersteunen bij de veilige ontmanteling van nucleaire reactoren van de eerste generatie en, los daarvan, financiering te verlenen voor het ontmantelingsproces en de definitieve verwijdering van de eigen nucleaire installaties van de Commissie.
1.EUROPESE TOEGEVOEGDE WAARDE
Een voorwaarde voor de toetreding van Bulgarije en Slowakije tot de EU was dat zij zes kernreactoren volgens Sovjetontwerp van de eerste generatie zouden sluiten en vervolgens ontmantelen, aangezien aanpassing aan de westerse veiligheidsstandaarden niet rendabel werd geacht. Tegelijkertijd deed de EU in het kader van artikel 203 van het Euratom-Verdrag de toezegging om financiële steun voor de ontmanteling te verlenen. De ontmanteling van de reactoren in Bohunice (Slowakije) en Kozloduy (Bulgarije) vordert en zal naar verwachting in 2025, respectievelijk 2030 zijn afgerond. Het is in het belang van de Unie om financiële steun voor de ontmanteling te verlenen en zo bij te dragen tot een zo veilig mogelijke uitvoering. Er zal aanzienlijke en langdurige ondersteuning van de gezondheid van de werknemers en de bevolking worden geboden, doordat milieuschade wordt voorkomen en er echte vooruitgang op het vlak van nucleaire veiligheid en beveiliging wordt geboekt.
Los daarvan is de Commissie, als eigenaar van nucleaire installaties, verplicht haar nucleaire erfgoed te beheren. De ontmanteling is in 1999 begonnen met het Programma voor de ontmanteling van nucleaire installaties en het beheer van kernafval.
Deze acties kunnen binnen de EU uitgroeien tot een benchmark voor het veilige beheer van technologische aspecten bij de ontmanteling van nucleaire installaties en bijdragen tot de verspreiding van kennis onder de lidstaten.
2.DOELSTELLINGEN
Het doel is om Bulgarije en Slowakije te blijven ondersteunen bij de beheersing van de nucleaire gevaren die zich voordoen bij het ontmantelingsproces. Daarnaast zal de ontmanteling van de nucleaire installaties van de Commissie (Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek; JRC) bijdragen tot de verkenning en ontwikkeling van de mogelijkheden voor de verwachte overdracht van de verantwoordelijkheden voor ontmanteling en afvalbeheer aan de gastlanden van het JRC. Het initiatief heeft tevens tot doel kennis te verspreiden onder de lidstaten met ontmantelingsprogramma's.
3.UITVOERING EN VEREENVOUDIGING
Het programma voor Bulgarije en Slowakije wordt beheerd door de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling en een nationaal agentschap in Slowakije (indirect beheer). Door een speciaal financieringsprogramma te behouden voor de ontmanteling van deze reactoren, kan de uitvoering naadloos worden voortgezet via de bestaande uitvoeringsorganen.
De ontmanteling van de installaties van de Commissie wordt direct beheerd door het JRC.
4.COMPLEMENTARITEIT EN SYNERGIE MET ANDERE BELEIDSINITIATIEVEN / AFSTEMMING MET NATIONALE EN REGIONALE MIDDELEN
Door de ontmantelingsactiviteiten in Bulgarije en Slowakije en die van de Commissie te bundelen, ontstaan synergieën en wordt de binnen de Commissie extra kennis opgedaan over de mogelijkheden voor de beoogde overdracht van de verantwoordelijkheden voor ontmanteling en afvalbeheer aan de gastlanden van het JRC. De synergieën met het cohesiebeleid worden in de volgende programmaperiode versterkt. In het bijzonder zal het beleid kunnen bijdragen tot de ontwikkeling van de betrokken regio door banen te creëren en duurzame groei en innovatie te bevorderen. Er moet ook worden gestreefd naar synergieën met Horizon Europa op gebieden als technologische ontwikkeling en tests of opleiding en onderwijs.
5.VOORSTEL BEGROTINGSTOEWIJZING 2021-2027
|
Cijfers in lopende prijzen
|
|
Miljoen EUR
|
|
Totale toewijzing voor 2021-2027
|
626
|
|
verdeeld over:
|
|
|
|
steun aan Bulgarije
|
|
63
|
|
steun aan Slowakije
|
|
55
|
|
ontmanteling van installaties van de Commissie
|
348
|
|
nucleaire veiligheid en nucleaire veiligheidscontrole
|
|
160
|
|
|
DEFENSIE
|
|
|
Europees Defensiefonds
|
Het nieuwe Europees Defensiefonds zal samenwerkingsprojecten voor de ontwikkeling van defensiecapaciteit stimuleren en nationale investeringen in defensie aanvullen.
1.EUROPESE TOEGEVOEGDE WAARDE
Om in de wereld van vandaag de veiligheid te waarborgen, moeten dreigingen worden aangepakt die de grenzen overschrijden. Geen enkel land kan deze problemen alleen aan. Europa moet meer verantwoordelijkheid op zich nemen om zijn belangen, zijn waarden en de Europese manier van leven te beschermen, in aanvulling op en samen met de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie. Inspanningen om het (door de Europese Raad in 2016 gesteunde) ambitieniveau van de EU op het gebied van veiligheid en defensie te bereiken, zullen bijdragen tot de verwezenlijking van deze doelstelling. Om voorbereid te zijn op de dreigingen van morgen en zijn burgers te kunnen beschermen, moet Europa zijn strategische autonomie vergroten. Dit betekent dat sleuteltechnologieën op kritieke gebieden en strategische capaciteiten moeten worden ontwikkeld om een technologische leiderschapspositie te kunnen innemen. De EU kan alleen aan de verwachtingen van haar burgers beantwoorden door op alle niveaus samen te werken. Door samenwerking te bevorderen kan de Europese Unie de resultaten en de kwaliteit van de investeringen van de lidstaten in defensie helpen maximaliseren. Het Europees Defensiefonds zal toegevoegde waarde van de EU creëren door bij te dragen tot de ontwikkeling van gezamenlijk onderzoek en gezamenlijke capaciteit op het gebied van defensie om de doelmatigheid van de overheidsuitgaven te vergroten en de operationele autonomie van de Unie te ontwikkelen.
Alhoewel de Unie niet in de plaats kan treden van de lidstaten op het gebied van defensie, kan zij — binnen de grenzen van de Verdragen — hun samenwerking aanvullen en versterken door de defensieproducten en ‑technologie te ontwikkelen die nodig zijn om gemeenschappelijke veiligheidsuitdagingen aan te pakken. Hierdoor worden doublures vermeden en kan het geld van de belastingbetaler efficiënter worden gebruikt. Het gebrek aan samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van defensie en veiligheid kost naar schatting jaarlijks tussen 25 en 100 miljard euro. Meer dan 80 % van de overheidsopdrachten en meer dan 90 % van de inspanningen op het gebied van onderzoek en technologie worden op nationaal niveau georganiseerd. Europa investeert onvoldoende in de ontwikkeling en de aankoop van toekomstige capaciteit en blijft daardoor achter bij andere landen. Ook bestaan er grote verschillen tussen de defensie-uitgaven van de lidstaten. Daar komt nog bij dat de kosten van defensiematerieel sneller stijgen dan de nationale defensiebudgetten. De versnippering blijft groot: Europa kent bijvoorbeeld 178 verschillende wapensystemen, terwijl de Verenigde Staten er slechts 30 hebben. Door de beperkte coördinatie van de nationale defensieplanning wordt het geld van belastingbetalers niet doelmatig gebruikt en ontstaan er onnodige doublures. Geringe samenwerking, versnippering en systematische verspilling van middelen verkleinen bovendien de inzetbaarheid en beperken de EU in haar mogelijkheden om op te treden en bescherming te bieden.
Grotere samenwerking op het gebied van defensie heeft de volgende voordelen:
·grotere doelmatigheid van de nationale uitgaven aan defensie, zodat met hetzelfde geld meer kan worden bereikt;
·minder doublures van defensiesystemen;
·betere interoperabiliteit van defensiematerieel, zodat gezamenlijke defensieoperaties mogelijk zijn;
·voorkoming van versnippering en bevordering van het concurrentie- en innovatievermogen van de defensie-industrie van de EU.
2.DOELSTELLINGEN
Het Europees Defensiefonds is een instrument voor de ontwikkeling van defensiecapaciteit dat de strategische autonomie van de EU moet vergroten. Het beoogt samenwerkingsprogramma's tot stand te brengen die er niet zouden komen zonder steun van de Unie en de nodige stimulansen te geven om de samenwerking in elke fase van het productieproces, waaronder de onderzoeks- en ontwikkelingsfase, te bevorderen. De doelstellingen van het Europees Defensiefonds zijn:
a)stimulering van het concurrentie- en innovatievermogen van de defensie-industrie in de hele Unie door gezamenlijke acties te ondersteunen in elke fase van het productieproces, en met name vanaf de onderzoeksfase tot de ontwikkelingsfase;
b)ondersteuning en aanzwengeling van grensoverschrijdende samenwerking tussen ondernemingen in de hele Unie, waaronder kleine en middelgrote ondernemingen, bij onderzoek en ontwikkeling op het gebied van technologieën of producten, overeenkomstig de prioriteiten voor defensiecapaciteit die de lidstaten binnen de EU zijn overeengekomen in het vermogensontwikkelingsplan, waarbij tevens rekening wordt gehouden met de gecoördineerde jaarlijkse evaluatie inzake defensie;
c)ondersteuning van samenwerkingsprojecten die de hele onderzoeks- en ontwikkelingscyclus betreffen, gericht op defensieproducten en ‑technologieën.
Bijzondere aandacht zal worden geschonken aan de aanmoediging van samenwerkingsprojecten waaraan kleine en middelgrote ondernemingen uit verschillende lidstaten een belangrijke bijdrage leveren. Zo wordt gewaarborgd dat het fonds openstaat voor begunstigden uit alle lidstaten, ongeacht hun grootte of locatie in de Unie.
3.UITVOERING EN VEREENVOUDIGING
Bij de opzet en structuur van het Europees Defensiefonds wordt rekening gehouden met de ervaring die is opgedaan met de voorbereidende actie inzake defensieonderzoek en het voorstel voor een verordening tot instelling van een industrieel ontwikkelingsprogramma voor de Europese defensie.
Met een coherent Europees Defensiefonds voor de onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten kan geïntegreerde, wederzijds versterkende ondersteuning worden geboden. Zo wordt voorkomen dat onderzoeksresultaten verloren gaan doordat geen steun wordt verleend voor de verdere ontwikkeling en beproeving van de technologie. Dit bevordert het daadwerkelijke gebruik van de producten en technologieën die met financiële steun van de EU beschikbaar komen. Een geïntegreerd fonds biedt bovendien de mogelijkheid om, waar nodig, nieuwe vormen van steun te verlenen, bijvoorbeeld via precommerciële overheidsopdrachten. Op deze wijze kunnen de oplossingen met de beste prijs-kwaliteitsverhouding worden gevonden die de markt kan bieden om te voorzien in de behoeften van Europa inzake onderzoek en ontwikkeling op het gebied van defensie.
De hoogte van de steun hangt af van de ontwikkelingsfase. De financieringspercentages voor defensieonderzoek liggen meestal hoger dan die voor de ontwikkeling van prototypen. Zo kunnen passende stimulansen worden geboden om de start van samenwerkingsprojecten te ondersteunen, rekening houdend met de belangrijke rol van de financiering door de lidstaten op dit terrein. De regels voor de deelname in het Europees Defensiefonds zullen worden afgestemd op de bijzondere aard van de defensiesector, met name wat betreft de strikte noodzaak van informatiebeveiliging, het beheer van de intellectuele eigendom van resultaten enz.
Er wordt bijzondere aandacht besteed aan een passende deelname van kleine ondernemingen, waarvoor hogere financieringspercentages worden gehanteerd. Zo wordt bevorderd dat kleine en middelgrote ondernemingen uit verschillende lidstaten aan samenwerkingsprojecten deelnemen.
Het programma wordt in direct beheer door de Commissie uitgevoerd om de uitvoering zo doelmatig en doeltreffend mogelijk te laten verlopen. De lidstaten zullen nauw betrokken zijn bij de uitvoering van het defensieprogramma.
4.COMPLEMENTARITEIT EN SYNERGIE MET ANDERE BELEIDSINITIATIEVEN / AFSTEMMING MET NATIONALE EN REGIONALE MIDDELEN
Er zal worden gezorgd voor complementariteit en synergie met Horizon Europa, zodat de resultaten van defensieonderzoek ook ten goede kunnen komen aan civiel onderzoek, en omgekeerd. Zo wordt onnodig dubbel onderzoek voorkomen.
Er is coördinatie tussen het Europees Defensiefonds en andere activiteiten van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger op het gebied van defensie. Zo worden maatregelen genomen om te zorgen voor passende synergieën met het werk van de Commissie aan het financieel instrumentarium, waarmee beoogt wordt de gemeenschappelijke ontwikkeling en aankoop van defensiecapaciteit verder te vergemakkelijken door standaardisering van de financieringsmechanismen van de EU en de lidstaten, uiteenlopend van bundeling tot gezamenlijke eigendom. Deze synergieën betreffen onder meer passende ondersteuning van de lidstaten bij de opzet van gezamenlijke onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten.
Er wordt gezorgd voor nauwe banden tussen het Europees Defensiefonds en de projecten die in het kader van de permanente gestructureerde samenwerking inzake defensie (Pesco) worden uitgevoerd. Nadat is vastgesteld dat een project aan de criteria voldoet, zal in het kader van de permanente gestructureerde samenwerking een „Pesco-bonus” worden toegekend in de vorm van een verhoogd financieringspercentage. Er zal in een vroeg stadium voorafgaand overleg met de Commissie moeten zijn om te helpen beoordelen of projecten in het kader van de permanente gestructureerde samenwerking aan de criteria van het fonds voldoen.
Het fonds zal, met name bij de uitvoering van prioriteiten en de vaststelling van nieuwe kansen voor samenwerking, rekening houden met het EU-vermogensontwikkelingsplan en de gecoördineerde jaarlijkse evaluatie inzake defensie van het Europees Defensieagentschap. Bij de uitvoering worden de relevante activiteiten van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie en andere partners in aanmerking genomen.
Het fonds vormt ook een aanvulling op defensieactiviteiten die worden uitgevoerd via de Europese vredesfaciliteit, een niet-budgettair instrument dat los van het meerjarig financieel kader wordt voorgesteld.
5.VOORSTEL BEGROTINGSTOEWIJZING 2021-2027
|
Cijfers in lopende prijzen
|
|
Miljoen EUR
|
|
Totale toewijzing voor 2021-2027
|
13 000
|
|
verdeeld over:
|
|
|
|
onderzoek
|
|
4 100
|
|
vermogensontwikkeling
|
|
8 900
|
|
|
CRISISRESPONS
|
|
|
rescEU - Uniemechanisme voor civiele bescherming
|
rescEU, het Uniemechanisme voor civiele bescherming, ondersteunt de EU-lidstaten bij de preventie van en de voorbereiding en reactie op door de mens of de natuur veroorzaakte rampen, in het bijzonder door de snelle verlening van goed gecoördineerde onderlinge bijstand.
1.EUROPESE TOEGEVOEGDE WAARDE
Recentelijk hebben in de EU een aantal rampen plaatsgevonden die mensenlevens hebben geëist en andere schadelijke gevolgen hebben gehad voor burgers, bedrijven, gemeenschappen en het milieu. Alleen al in 2017 vielen er 304 dodelijke slachtoffers bij natuurrampen. In geld uitgedrukt bedroeg de schade in Europa in 2016 bijna 10 miljard euro. De rampen zijn zo complex geworden, dat zij de responscapaciteiten van individuele landen en hun capaciteit voor onderlinge bijstand te boven kunnen gaan.
Hierin ligt de Europese toegevoegde waarde van het Uniemechanisme voor civiele bescherming, en in het bijzonder van het nieuwe initiatief, rescEU. De EU-lidstaten en andere deelnemende landen (IJsland, Noorwegen, Servië, Montenegro, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en Turkije) kunnen het mechanisme gebruiken om hun capaciteit en deskundigheid op het gebied van civiele bescherming te bundelen, zodat zij bij een ramp sneller en doeltreffender kunnen reageren om de bevolking te beschermen.
Naast de nationale capaciteit die de lidstaten bieden, kan de Unie terugvallen op een speciale capaciteitsreserve, die onder meer bestaat uit blusvliegtuigen, pompen met hoge capaciteit die kunnen worden ingezet bij overstromingen, opsporings- en reddingscapaciteit en medische noodteams. Deze rescEU-capaciteit wordt ingezet als de nationale capaciteit ontoereikend is en wederzijdse bijstand van de lidstaten niet volstaat om adequaat te reageren. Door op EU-niveau ultieme capaciteit op te bouwen, kunnen grotere schaalvoordelen worden behaald. De lidstaten moeten voorbereid zijn op „normale” rampsituaties die zich op hun grondgebied kunnen voordoen, maar zij kunnen bijstand vragen aan andere lidstaten en in het uiterste geval een beroep doen op de rescEU-capaciteit voor extreme en onvoorzienbare situaties of rampen die zeldzame en kostbare capaciteit vereisen.
2.DOELSTELLINGEN
Als zich een ramp voordoet, kunnen de lidstaten en derde landen een beroep doen op het Uniemechanisme voor civiele bescherming. Dit zorgt voor samenwerking en coördinatie tussen de EU en de lidstaten bij de voorbereiding en reactie op door de mens of de natuur veroorzaakte rampen.
Om deze algemene doelstelling te verwezenlijken heeft rescEU drie hoofddoelen:
·vergroting van de totale capaciteit van de EU om te reageren op rampen. rescEU biedt een speciale reservecapaciteit voor civiele bescherming, die deels door de EU en deels door de Europese pool voor civiele bescherming (een vrijwillige pool van vooraf toegezegde responsmiddelen die in EU-operaties kunnen worden gebruikt) wordt beheerd;
·verbetering van de preventie van en paraatheid om te reageren op rampen op zowel nationaal als EU-niveau, door de risico's die de lidstaten lopen doeltreffend te beoordelen en op basis daarvan zo nodig adviezen en aanbevelingen voor investeringen te formuleren;
·bevordering van een snelle, doelmatige en gecoördineerde reactie op rampen, waarbij een centrale rol is weggelegd voor het Coördinatiecentrum voor respons in noodsituaties van de Commissie. Dit vierentwintig uur per dag en zeven dagen per week inzetbare coördinatiecentrum behandelt de hulpverzoeken van de deelnemende landen en waarschuwt zo nodig de andere landen.
3.UITVOERING EN VEREENVOUDIGING
Er is een aanzienlijke inspanning geleverd om de administratieve procedures zo beperkt mogelijk te houden, zodat zonder onnodige rompslomp en vertraging hulp kan worden geboden. Vanwege het streven naar administratieve vereenvoudiging zal het gebruik van bedragen per eenheid, vaste bedragen en vaste percentages waar mogelijk worden aangemoedigd en moet de activering van het mechanisme binnen een beperkt tijdsbestek plaatsvinden, zodat snel hulp kan worden geboden.
In het bijzonder geldt het volgende:
·de verschillende medefinancieringspercentages van het huidige mechanisme worden gelijkgetrokken: voor alle activiteiten in verband met de Europese pool voor civiele bescherming geldt voortaan een percentage van 75 %. Bij deze activiteiten gaat het in het bijzonder om de inzet van capaciteit in de deelnemende landen, de modernisering van puur nationale capaciteit met het oog op internationaal gebruik (waarvoor dit percentage nu al geldt) en de reparatie van die capaciteit. Dit gaat veel verder dan de vervoerskosten die door het huidige mechanisme worden gedekt, en houdt een aanzienlijke toename in van de steun aan de lidstaten voor paraatheid en respons bij rampen;
·in de nieuwe aanpak die de Commissie voorstelt, worden de kosten in verband met de beschikbaarheid en inzetbaarheid van rescEU-capaciteit volledig gedekt;
·het versterkte mechanisme voor civiele bescherming zal bovendien steun verlenen voor de activiteiten in verband met opleiding, oefening en kennisoverdracht van het Kennisnetwerk op het gebied van Europese civiele bescherming, dat uit betrokken personen en instanties bestaat.
4.COMPLEMENTARITEIT EN SYNERGIE MET ANDERE BELEIDSINITIATIEVEN / AFSTEMMING MET NATIONALE EN REGIONALE MIDDELEN
Het risicobeheer voor rampen wordt steeds vaker opgenomen in beleid en programma's van de EU op andere terreinen. Zo vormt rampenpreventie en ‑beheer een belangrijk thema van de Europese structuur- en investeringsfondsen en het Solidariteitsfonds van de Europese Unie (om na ernstige natuurrampen financiële steun te verlenen voor nood- en herstelmaatregelen). Met rescEU worden nadere en sterkere synergieën gecreëerd tussen civiele bescherming en aanverwante gebieden als het regiobeleid, het plattelandsbeleid en het milieubeleid, die eveneens van groot belang zijn voor het rampenrisicobeheer. Er kan alleen een beroep worden gedaan op rescEU in buitengewone situaties waarvoor geen noodfinanciering uit andere programma's beschikbaar is, dus bijvoorbeeld niet bij een marktgerelateerde crisis in de landbouw.
5.VOORSTEL BEGROTINGSTOEWIJZING 2021-2027
|
Cijfers in lopende prijzen
|
|
Miljoen EUR
|
|
Totale toewijzing voor 2021-2027
|
1 400
|
|
|
EXTERN OPTREDEN
|
|
|
Instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking
|
Via het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking kan de EU haar belangen, beleidslijnen en waarden buiten haar grenzen uitdragen. Het biedt de EU-partners ondersteuning bij hun politieke en economische veranderingen op weg naar duurzame ontwikkeling, stabilisatie, consolidering van de democratie, overwinning van armoede en, wat het nabuurschapsbeleid betreft, geleidelijke economische integratie in de eengemaakte markt van de Unie en aanpassing aan de EU-regels en ‑normen voor de naburige landen die voor deze weg hebben gekozen.
1.EUROPESE TOEGEVOEGDE WAARDE
De toenemende onderlinge verbondenheid van landen en regio's heeft geleid tot tal van nieuwe mogelijkheden. Tegelijkertijd worden bepaalde delen van de wereld, in onze nabijheid of verder weg, geconfronteerd met steeds grotere uitdagingen en neemt de instabiliteit er toe, met grensoverschrijdende effecten en directe gevolgen voor de Unie. De afgelopen jaren waren wij getuige van regionale conflicten, terrorisme, migratiedruk, niet-duurzaam gebruik van hulpbronnen en meer protectionisme. De lidstaten afzonderlijk zouden niet in staat zijn doeltreffend op deze wereldwijde ontwikkelingen te reageren, maar samen kunnen de Unie en de lidstaten het hoofd bieden aan de uitdagingen en inspelen op de kansen van een snel veranderende wereld, en zij spelen een sleutelrol wanneer het erom gaat de vruchten van de globalisering te plukken, de EU-waarden te verspreiden en burgers zowel veiligheid als stabiliteit te bieden. De EU-programma's voor extern optreden en andere EU-instrumenten zijn daar een onmisbaar onderdeel van.
In artikel 21 van het Verdrag betreffende de Europese Unie zijn de beginselen en doelstellingen neergelegd voor het extern optreden van de Unie, zoals de democratie, de rechtsstaat, de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, de eerbiediging van de menselijke waardigheid, de beginselen van gelijkheid en solidariteit en de naleving van de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties en het internationaal recht.
Bovendien bepaalt artikel 8 van dat Verdrag dat de EU met de naburige landen bijzondere betrekkingen moet ontwikkelen, die erop gericht zijn een ruimte van welvaart en goed nabuurschap tot stand te brengen die stoelt op de waarden van de Unie en wordt gekenmerkt door nauwe en vreedzame betrekkingen die gebaseerd zijn op samenwerking.
De toegevoegde waarde van het extern optreden van de Unie vloeit voort uit:
·haar kerncompetenties en deskundigheid (bijv. op het gebied van ontwikkelingssamenwerking, crisisbeheer, conflictpreventie, mensenrechten, democratie, milieubescherming, handel, diplomatie en opbouw van weerbaarheid);
·haar waarden en haar geloofwaardigheid bij het ijveren voor vrede en het verdedigen van democratie en mensenrechten en in het kader van haar voortrekkersrol bij de bestrijding van klimaatverandering en de bescherming van het milieu;
·haar supranationale karakter, de kritische massa die zij op het wereldtoneel meebrengt, haar invloed en haar rol als hefboom voor hervormingen, als uitvloeisel van haar politieke en economische gewicht en ervaring als mondiale speler;
·haar geografische/geopolitieke aanwezigheid (met name het netwerk van EU-delegaties en lokale kantoren voor humanitaire hulp overal ter wereld) en de voor samenwerking uitgetrokken bedragen;
·de omvang, samenhang en mix van instrumenten en het brede scala aan instrumenten waarover zij beschikt voor de uitvoering in de praktijk.
Met haar leiderspositie op het gebied van humanitaire en ontwikkelingssamenwerking verkeert de EU in een unieke positie om haar waarden uit te dragen, in de hele wereld de duurzameontwikkelingsdoelstellingen te promoten en mondiale uitdagingen het hoofd te bieden, onder meer wat betreft migratie, conflicten, instabiliteit, veiligheid, armoede, ongelijkheid, klimaatverandering, aantasting van het milieu en energiezekerheid. Het nieuwe instrument voor externe financiering zal zorgen voor een samenhangend kader en voorzien in financiële middelen voor extern optreden waartoe de lidstaten afzonderlijk niet in staat zouden zijn.
2.DOELSTELLINGEN
De doelstellingen van het instrument vloeien zowel voort uit de richtsnoeren van de EU voor het externe beleid – zoals bijvoorbeeld omschreven in de integrale strategie "Gedeelde visie, gezamenlijk optreden: Een sterker Europa", het engagement van de EU voor de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling, de nieuwe Europese consensus inzake ontwikkeling ("Onze wereld, onze waardigheid, onze toekomst") alsmede het herziene Europees nabuurschapsbeleid – als uit de horizontale doelstellingen van het meerjarig financieel kader inzake flexibiliteit, coherentie en synergieën, vereenvoudiging en prestatiegerichtheid. De – geografische en thematische – strategische doelstellingen van de EU komen tot uitdrukking via de bestemming van middelen voor specifieke doeleinden.
De EU moet de beschikking hebben over instrumenten waarmee zij maatregelen kan nemen die beantwoorden aan de doelstellingen van het extern optreden van de Unie, met name maatregelen met de volgende algemene doelstellingen:
·ondersteuning van de democratie, de rechtsstaat, goed bestuur, de mensenrechten en de beginselen van internationaal recht;
·bijdrage aan de veiligheid en handhaving van de vrede, ondersteuning van de voorkoming van en de adequate respons op crises en conflicten; ondersteuning van stabilisatie en weerbaarheid;
·ondersteuning van de duurzame ontwikkeling van de ontwikkelingslanden op economisch, sociaal en milieugebied, met uitbanning van de armoede als voornaamste doel;
·ondersteuning van de bijzondere betrekkingen met de naburige landen, om een ruimte van gedeelde welvaart, sociaal-economische ontwikkeling en goed nabuurschap tot stand te brengen;
·aanpak van de irreguliere migratie en bestrijding van de achterliggende oorzaken ervan, en tegelijkertijd scheppen van de voorwaarden om legale migratie beter te organiseren en mobiliteit goed te beheren;
·ondersteuning van de EU-diplomatie in al haar aspecten, bevordering van de internationale dimensie van het interne beleid van de EU en ondersteuning van het handelsbeleid en de economische samenwerking;
·versterking van partnerschappen, bevordering van de beleidsdialoog en collectieve antwoorden op wereldwijde problemen, zoals milieubescherming en klimaatverandering.
3.UITVOERING EN VEREENVOUDIGING
De Commissie stelt met het oog op meer samenhang, op schaalvoordelen, op synergie-effecten en op eenvoudigere procedures een strategische vereenvoudiging van de financieringsinstrumenten voor het extern optreden van de EU voor de periode 2021-2027 voor, waaronder de integratie van het Europees Ontwikkelingsfonds in de begroting van de EU, om de doeltreffendheid en de doelmatigheid verder te verbeteren.
Diverse instrumenten en modaliteiten in het kader van het meerjarig financieel kader 2014-2020 zullen worden gestroomlijnd en worden geïntegreerd in het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking, dat wereldwijd kan worden ingezet: het Europees Ontwikkelingsfonds, het instrument voor ontwikkelingssamenwerking, het Europees nabuurschapsinstrument, het Europees instrument voor de democratie en de mensenrechten, het partnerschapsinstrument, het instrument voor bijdrage aan stabiliteit en vrede, het instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid en de gemeenschappelijke uitvoeringsverordening. Het instrument voor pretoetredingssteun alsmede de humanitaire hulpverlening, het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en de samenwerking met de landen en gebieden overzee, met inbegrip van Groenland, blijven vanwege hun specifieke aard of verschillende rechtsgrondslag op zichzelf staande instrumenten
Met het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking zal ook de huidige structuur van financiële waarborgen voor het extern optreden worden gestroomlijnd, waaronder het Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling als een wezenlijke pijler van het Europees plan voor externe investeringen, de macrofinanciële bijstand, het mandaat voor externe leningen, het Garantiefonds voor extern optreden, de investeringsfaciliteit voor respectievelijk Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, en zal worden gezorgd voor een mogelijke kapitaalinbreng in Europese of internationale ontwikkelingsbanken of financiële instellingen die bijdraagt tot de verwezenlijking van de EU-doelstellingen op het gebied van extern optreden.
De integratie van het Europees Ontwikkelingsfonds in het meerjarig financieel kader zal leiden tot een verhoging van het algemene uitgavenplafond, waarbij de bestaande flexibiliteit wordt behouden. De gemeenschappelijke uitvoeringsverordening, die van toepassing was op zes financieringsinstrumenten in het kader van het meerjarig financieel kader 2014-2020, wordt geïntegreerd in het nieuwe instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking. Deze bepalingen blijven van toepassing op het instrument voor pretoetredingssteun.
Het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking zal bestaan uit vier hoofdcomponenten en zal betrekking hebben op de samenwerking met derde landen in geografisch en thematisch verband, met behoud van flexibiliteit bij de responscapaciteit en de opties om te handelen in overeenstemming met de prioriteiten van de Unie (met name nabuurschap, Afrika, mensenrechten, stabiliteit en migratie).
Het centrale element van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking zal worden gevormd door de geografische pijler ervan, met afgebakende geografische gebieden, aangevuld met een thematische pijler en een pijler voor snelle respons.
·De geografische pijler ("dialoog met partners aangaan") zal zich uitstrekken tot de voorziene samenwerking met de nabuurschaps- en alle overige derde landen (behalve die welke vallen onder het instrument voor pretoetredingssteun en het programma voor samenwerking met de landen en gebieden overzee, met inbegrip van Groenland). De pijler zal zijn opgebouwd uit verschillende geografische portefeuilles met voor elke portefeuille vastgelegde minimumbedragen, waaronder een sterke nabuurschapscomponent met bijkomende specifieke kenmerken zoals gerichte steun voor aanpassing van de regelgeving, betrekkingen op basis van stimulansen en grensoverschrijdende samenwerking. Bij de toewijzing van middelen voor de geografische programma's zullen de strategische prioriteiten van de EU tot uitdrukking komen, evenals de belangrijkste strategische doelstellingen van de EU, met name in de nabuurschapslanden en Afrika. Deze pijler zal ook de externe dimensie van Erasmus+ omvatten.
·Vanuit de thematische pijler ("werken aan gemeenschappelijke doelstellingen") zullen acties worden ondersteund waarmee vraagstukken worden aangepakt die niet in de geografische portefeuilles kunnen worden opgenomen omdat het mondiale problemen en/of politieke vlaggenschipinitiatieven betreft, bijvoorbeeld op het gebied van mensenrechten en democratie, maatschappelijke organisaties, vrede en stabiliteit, migratie of andere thema's in verband met de verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen op mondiaal niveau, met inbegrip van economische diplomatie en handel.
·De pijler voor snelle respons (met wereldwijde reikwijdte) voor snelle responscapaciteit voor crisisbeheer en conflictpreventie, het opbouwen van weerbaarheid, met inbegrip van koppeling van noodhulp, herstel en ontwikkeling, en kortetermijnreacties in het buitenlands beleid zal wereldwijd en op thematisch brede wijze (politiek, economie, veiligheid) worden ingezet. Deze pijler zal in de plaats komen van met name het schokabsorptiemechanisme van het Europees Ontwikkelingsfonds, artikel 3 van het instrument voor bijdrage aan stabiliteit en vrede, met inbegrip van het onderdeel "Capaciteitsopbouw voor veiligheid en ontwikkeling", en bepaalde elementen van het partnerschapsinstrument. De voor deze pijler vast te stellen regels en procedures zullen er garant voor staan dat ook voortaan snelle en flexibele respons mogelijk is.
Daarnaast zal het instrument een buffer met niet-toegewezen middelen voor nieuwe uitdagingen en prioriteiten omvatten, aan de hand waarvan flexibel kan worden ingespeeld op bestaande of nieuwe dringende prioriteiten. Deze buffer zal als belangrijke doelstelling de aanpak van de migratiedruk hebben, maar ook flexibiliteit bieden om in te spelen op onvoorziene gebeurtenissen, stabiliteitsbehoeften en nieuwe internationale initiatieven en prioriteiten. Dit niet-toegewezen bedrag zal worden gemobiliseerd op basis van de in de verordening vastgestelde criteria.
Belangrijke horizontale prioriteiten zoals milieubescherming, klimaatactie alsmede gendergelijkheid zullen overal in het instrument worden geïntegreerd. Migratie zal in het instrument en in de verschillende pijlers als prioritair worden aangemerkt en behandeld, onder meer door een beroep te doen op niet-toegewezen middelen.
De bestaande flexibiliteitsinstrumenten van het Europees Ontwikkelingsfonds worden geïntegreerd in het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking, waarbij met name moet worden gedacht aan de mogelijkheid om niet-vastgelegde bedragen over te dragen en aan de mogelijkheid om vrijgemaakte bedragen opnieuw te gebruiken.
Wat de uitvoeringsmethoden betreft, zullen in de verordening alle vormen van steun worden opgenomen, onder direct of indirect beheer – afhankelijk van het specifieke programma dat wordt uitgevoerd en het land of de regio in kwestie. In overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in de Europese consensus inzake ontwikkeling zullen de zachtste vormen van bijstand, met name subsidies, daar worden ingezet waar dat het meest nodig is, in het bijzonder in de minst ontwikkelde landen (ongeacht hun geografische locatie) en in landen die in een kwetsbare of conflictsituatie verkeren. De samenwerking met verder gevorderde ontwikkelingslanden zal voornamelijk worden gestoeld op innovatieve vormen van samenwerking, omdat daar minder behoefte is aan zachte vormen van bijstand. De specifieke kenmerken van het Europees nabuurschapsinstrument, met name wat de "meer voor meer"-aanpak en differentiatie betreft, zullen worden gehandhaafd. Het externe gedeelte van het Erasmus+-programma zal een belangrijk instrument voor het extern optreden blijven alsook een pijler voor een aantal met de partnerlanden nagestreefde prioriteiten bij het verbeteren van de onderwijsstelsels, het bestrijden van de werkloosheid en het voorkomen van radicalisering. Het uitvoeringsmechanisme en de regels van het externe gedeelte van het Erasmus+-programma zullen aanzienlijk worden vereenvoudigd.
Met de verordening zal ook de nieuwe structuur van de EU voor externe investeringen worden ondersteund, die het mogelijk zal maken de EU-beleidsdoelstellingen voor het extern optreden beter te realiseren en tegelijkertijd extra middelen uit de particuliere sector aan te trekken voor het aanpakken van de ontwikkelingsproblematiek. De nieuwe structuur zal voorzien in financiële garanties ter bevordering van investeringen in de partnerlanden, met een nadruk op Afrika, de nabuurschapslanden en mogelijk de landen van de Westelijke Balkan. Er zal ook bijzondere aandacht zijn voor landen die zich in een kwetsbare of conflictsituatie bevinden alsmede voor andere regio's met kritieke behoeften aan infrastructuur en connectiviteit. Blendingverrichtingen en begrotingsgaranties zullen uit de geografische pijler worden gefinancierd. Het voorgestelde instrumentarium voorziet ook in de mogelijkheid van een EU-begrotingsgarantie voor en/of een kapitaalinbreng van de EU in Europese of internationale ontwikkelingsbanken of financiële instellingen, op voorwaarde dat zij aan bepaalde voorwaarden inzake toegevoegde waarde en risicodragende capaciteit voldoen en aansluiten op de beleidsdoelstellingen van de EU.
Het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking zal ook macrofinanciële bijstand omvatten, maar de specifieke activiteiten zullen, indien nodig, nog steeds worden geactiveerd op basis van afzonderlijke ad- hocbesluiten.
4.COMPLEMENTARITEIT EN SYNERGIE MET ANDERE BELEIDSINITIATIEVEN / AFSTEMMING MET NATIONALE EN REGIONALE MIDDELEN
Er zal in het kader van de clusters "extern optreden" en "pretoetredingssteun" van het meerjarig financieel kader sprake zijn van grote complementariteit tussen de verschillende instrumenten en van synergieën met de relevante interne beleidslijnen en instrumenten voor intern beleid op gebieden als migratie, veiligheid en klimaat. Er zal tevens worden gezorgd voor complementariteit tussen de uit de EU-begroting gefinancierde instrumenten en de voorgestelde vredesfaciliteit van de Europese Unie (die moet worden vastgesteld buiten het meerjarig financieel kader), met het oog op een krachtig en coherent optreden van de EU.
Doordat de rubriek voor het externe beleid minder instrumenten kent, zal het aantal kunstmatige grenzen die als zodanig in de vorige reeks geografische en thematische instrumenten werden ervaren, kleiner worden. Hierdoor kan worden verzekerd dat de EU over de juiste beleidsmix in ieder land of iedere regio beschikt zonder gevaar voor overlappingen en/of inconsistente benaderingen. Hierdoor zullen ook de procedures voor het programmabeheer worden gestroomlijnd, met meer efficiëntie en transparantie als gevolg.
Interactie en complementariteit met de humanitaire hulp zullen via de geografische programma's plaatsvinden alsmede via de pijler die betrekking heeft op weerbaarheid en koppeling van noodhulp, herstel en ontwikkeling, om ervoor te zorgen dat activiteiten elkaar naadloos opvolgen.
Het herziene Uniemechanisme voor civiele bescherming, rescEU, heeft ook betrekking op optreden buiten de EU en zal zorgen voor complementariteit op het gebied van preventie, paraatheid en respons met betrekking tot natuurrampen.
Terwijl lacunes en overlappingen worden vermeden, zal worden gezorgd voor synergieën en coördinatie tussen de activiteiten op veiligheidsgebied in het kader van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking en het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid alsmede de toekomstige vredesfaciliteit van de Europese Unie.
Hoewel de doelstellingen ervan afwijken van die van de overige instrumenten voor extern optreden, worden met het instrument voor pretoetredingssteun complementaire doelstellingen nagestreefd bij de ondersteuning van de mensenrechten en fundamentele waarden alsook op het gebied van veiligheidsgerelateerde steun. Er zal ook sprake zijn van synergieën op het niveau van de thematische onderdelen van het instrument wanneer het de financiering van wereldwijde maatregelen betreft.
De samenwerking met de landen en gebieden overzee, met inbegrip van Groenland, zal synergieën mogelijk maken, aangezien zij in het bijzonder zullen worden betrokken bij de maatregelen in het kader van de geografische en de thematische component van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking wanneer het om mondiale, transregionale of regionale maatregelen gaat.
5.VOORSTEL BEGROTINGSTOEWIJZING 2021-2027
|
Cijfers in lopende prijzen
|
Miljoen EUR
|
|
Totale toewijzing voor 2021-2027
|
89 500
|
|
|
|
|
|
EXTERN OPTREDEN
|
|
|
Humanitaire hulp
|
Het EU-programma voor humanitaire hulp biedt noodhulp en levensreddende bijstand aan mensen die worden getroffen door een door de mens of door de natuur veroorzaakte ramp, met name aan de meest kwetsbare bevolkingsgroepen.
1.EUROPESE TOEGEVOEGDE WAARDE
De EU wordt beschouwd als een leidende speler op het gebied van humanitaire bijstand, zowel wat haar vermogen om snelle en flexibele bijstand te verlenen in een breed scala aan crises betreft als wegens haar invloed op de vormgeving van de wereldwijde agenda voor humanitair beleid. Vanwege haar financiële gewicht (samen met haar lidstaten is de EU 's werelds grootste donor van humanitaire hulp) en omdat zij met haar humanitaire acties wereldwijd actief is, is de EU ook in staat andere humanitaire donoren aan te moedigen om doeltreffende en beginselvaste strategieën voor humanitaire hulp uit te voeren. Humanitaire hulp heeft als groot comparatief voordeel dat het vaak het enige instrument is waarmee de EU in acute conflict- of crisissituaties kan ingrijpen. Dankzij de flexibele aard ervan heeft humanitaire hulp in de praktijk tevens een wezenlijk verschil gemaakt in veel van de landen die werden getroffen door de wereldwijde vluchtelingen- en migratiecrisis.
Tegen de achtergrond van onvoldoende middelen om het hoofd te bieden aan de alsmaar toenemende wereldwijde noden is de EU ook in staat om de leemten bij de wereldwijde humanitaire hulp op te vullen doordat zij de noden in moeilijk toegankelijke gebieden lenigt en niet alleen in actie komt bij de grootste en meest zichtbare humanitaire crises, maar ook bij vergeten crises (waar geen of onvoldoende internationale hulp naartoe gaat of die niet of nauwelijks de aandacht van de politiek en de media trekken). Bovendien beschouwen de lidstaten de EU vaak als donor van bijstand in crises waarin zij als nationale staten niet tussenbeide kunnen komen.
De lidstaten hebben ook baat bij de "humanitaire diplomatie" van de EU die tot doeltreffendere humanitaire hulpverlening leidt. Een ander essentieel onderdeel van de toegevoegde waarde van de EU voor de lidstaten is de grote operationele kennis en technische expertise van het unieke EU-netwerk van humanitaire bureaus, die in bijna 40 landen zijn te vinden.
2.DOELSTELLINGEN
In overeenstemming met de verordening betreffende humanitaire hulp, die van toepassing blijft, vloeit de humanitaire hulp van de EU rechtstreeks naar de slachtoffers van rampen of conflicten, zonder onderscheid naar ras, etnische afkomst, godsdienst, geslacht, leeftijd, nationaliteit of politieke overtuiging, zonder dat overwegingen van politieke aard eraan ten grondslag mogen liggen en zonder dat de hulp aan dergelijke overwegingen ondergeschikt mag worden gemaakt. De EU handelt op basis van de internationale humanitaire beginselen van menselijkheid, neutraliteit, onpartijdigheid en onafhankelijkheid. De belangrijkste doelstellingen zijn:
·op behoeften gebaseerde verlening van EU-bijstand om levens te redden en te behouden, menselijk lijden te voorkomen en te verlichten, en de integriteit en waardigheid te beschermen van bevolkingsgroepen die worden getroffen door natuurrampen of door de mens veroorzaakte crises, waaronder ook langdurige crises;
·opbouw van de weerbaarheid en herstelcapaciteit van kwetsbare of door rampen getroffen gemeenschappen, in aansluiting op andere EU-instrumenten.
Deze maatregelen dragen bij tot de verwezenlijking van de algemene doelstellingen, beginselen en maatregelen van het extern optreden van de Unie zoals gedefinieerd in artikel 21 van het Verdrag betreffende de Europese Unie.
3.UITVOERING EN VEREENVOUDIGING
De Commissie voert de humanitaire hulpoperaties van de EU uit via meer dan 200 partnerorganisaties, waaronder agentschappen van de Verenigde Naties, andere internationale organisaties zoals het Rode Kruis en de Rode Halve Maan, en niet-gouvernementele organisaties. Zij heeft een permanent netwerk van internationale en lokale humanitaire deskundigen opgezet die in verschillende crisisgebieden overal ter wereld werkzaam zijn. De EU speelt een voortrekkersrol bij de ontwikkeling van nieuwe beleidsbenaderingen en innovatieve financieringsmodaliteiten (bijv. bijstand in geld).
4.COMPLEMENTARITEIT EN SYNERGIE MET ANDERE BELEIDSINITIATIEVEN / AFSTEMMING MET NATIONALE EN REGIONALE MIDDELEN
Ook al zijn de werkzaamheden van de EU in het kader van rescEU hoofdzakelijk op maatregelen binnen de EU gericht, zij vormen ook een aanvulling op de humanitaire bijstand buiten de EU door realtimemonitoring via het Coördinatiecentrum voor respons in noodsituaties en door de rechtstreekse ondersteuning in noodsituaties in derde landen in de vorm van deskundigenteams en reddingsuitrusting die door de lidstaten en andere deelnemende landen te beschikking worden gesteld. Bovendien wordt in dit kader extra flexibiliteit geboden door de reserve voor noodhulp, een speciaal instrument voor het opvangen van noodsituaties en rampen binnen en buiten de Unie in gevallen waarin de financiering uit specifieke programma's ontoereikend blijkt.
In veel crisissituaties wordt sterk de nadruk gelegd op de complementariteit tussen humanitaire hulp en ontwikkelingshulp, teneinde te zorgen voor een soepele overgang van noodhulp naar duurzame ontwikkeling, die wordt ondersteund door het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking.
Het EU-instrument voor humanitaire hulp kan via externe bestemmingsontvangsten als hefboom fungeren voor middelen van de lidstaten. Dit kan bijdragen tot meer complementariteit met de nationale middelen.
5.VOORSTEL BEGROTINGSTOEWIJZING 2021-2027
|
Cijfers in lopende prijzen
|
|
Miljoen EUR
|
|
Totale toewijzing voor 2021-2027
|
11 000
|
|
|
EXTERN OPTREDEN
|
|
|
Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid
|
Dankzij haar gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid kan de EU met één stem spreken in kwesties op dit gebied. Dit beleid draagt bij aan de vredeshandhaving, de conflictpreventie en de versterking van de internationale veiligheid. Het is een van de belangrijkste instrumenten voor de uitvoering van de integrale strategie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de Europese Unie en ligt ten grondslag aan de rol van de EU als mondiale speler. De instrumenten voor extern optreden moeten de doelstellingen van de EU dienen en de waarden van de EU wereldwijd uitdragen.
Het Verdrag betreffende de Europese Unie (Titel V: Algemene bepalingen inzake het extern optreden van de Unie en specifieke bepalingen betreffende het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid) gaf dit beleidsgebied extra gewicht met de aanstelling van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de instelling van de Europese Dienst voor extern optreden. Het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid draagt bij tot de bescherming van de waarden, beginselen en belangen van de Unie. In artikel 21 van het Verdrag betreffende de Europese Unie zijn de beginselen en doelstellingen neergelegd voor het extern optreden van de Unie, zoals de democratie, de rechtsstaat, de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, de eerbiediging van de menselijke waardigheid, de beginselen van gelijkheid en solidariteit en de naleving van de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties en het internationaal recht.
1.EUROPESE TOEGEVOEGDE WAARDE
Het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid maakt het mogelijk als externe actor namens en samen met de lidstaten op te treden. Door in gezamenlijk optreden te voorzien, heeft de EU toegevoegde waarde naast de activiteiten van afzonderlijke lidstaten omdat bij de reactie op mondiale uitdagingen een kritieke massa wordt bereikt. De EU verkeert in een onpartijdige positie voor extern optreden namens en in samenwerking met de lidstaten, zodat de concrete acties in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid meer geloofwaardigheid en vertrouwen genieten in de betrokken landen. Het demografische en economische gewicht van de Europese Unie en de mogelijkheid op het gebied van buitenlands beleid gezamenlijke besluiten te nemen, versterken haar positie.
Terwijl afzonderlijke activiteiten van de lidstaten duidelijk bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU, bereikt de EU met dat beleid een kritische massa die nodig is om op mondiale uitdagingen te kunnen reageren. Door de gedeelde verantwoordelijkheid aan EU-kant in combinatie met de invloed die de EU heeft als mondiale speler en haar hefboomfunctie om hervormingen op gang te brengen, alsmede het krachtige politieke signaal dat van een gezond EU-mechanisme uitgaat, wordt tegemoetgekomen aan de veiligheids- en stabiliteitsbehoeften van de partnerlanden.
Met haar leidende positie op het gebied van humanitaire en ontwikkelingssamenwerking verkeert de EU in een unieke positie om haar waarden uit te dragen en op mondiale uitdagingen te reageren, zoals conflicten, instabiliteit en (wereldwijde) veiligheidsbedreigingen. In synergie met andere instrumenten voor extern optreden draagt het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid bij tot een samenhangend kader en voorziet het in financiële middelen voor extern optreden die een individuele lidstaat niet zou kunnen verstrekken.
2.DOELSTELLINGEN
Gezien de politieke prioriteiten en mondiale uitdagingen zullen maatregelen in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid een fundamentele pijler blijven van de integrale strategie (of de vervolgstrategie) voor de periode na 2020, ter ondersteuning van drie strategische prioriteiten: 1) respons op externe conflicten en crises, 2) capaciteitsopbouw onder partners en 3) bescherming van de Unie en haar burgers. Wil het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid doeltreffend zijn, dan moet de EU bereid zijn om snel en vastberaden op te treden in antwoord op opkomende bedreigingen van haar strategische belangen.
3.UITVOERING EN VEREENVOUDIGING
De algemene impact en verwezenlijkingen van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid hebben een veel grotere waarde dan de som van de afzonderlijke maatregelen. Met name bij missies in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid reiken de overeengekomen acties verder dan wat één enkele lidstaat kan bereiken. Dergelijke missies zijn in het bijzonder gebaat bij het multinationale karakter van de EU, zowel wat de beeldvorming – de geloofwaardigheid van de EU bij het ijveren voor vrede – als wat de toegang tot een grotere bundeling van menskracht en expertise betreft, ook uit belangstellende derde landen die deelnemen aan door de EU geleide acties. Maatregelen in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid hebben concreet aan de beleidsuitvoering bijgedragen door 1) te voorzien in capaciteitsopbouw en ondersteuning en advies te verstrekken via civiele en militaire opleidingsmissies in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid, 2) vrede en stabiliteit te bevorderen alsmede de waarden van de EU te bevorderen en uit te dragen via bijzondere vertegenwoordigers, en 3) multilaterale reacties op veiligheidsbedreigingen te bevorderen, waaronder de strijd tegen de proliferatie van massavernietigingswapens en de illegale verspreiding van en handel in andere conventionele wapens.
Bovendien verleent de EU via haar concrete acties in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid financiële steun aan de Europese Veiligheids- en defensieacademie en voor de werking van de Kosovo Specialist Chambers. Het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid kan ook worden gebruikt voor optreden op basis van artikel 28 van het Verdrag betreffende de Europese Unie.
De noodzaak van snelle en vastberaden reactie houdt in dat veel maatregelen in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid niet op voorhand kunnen worden gepland en dat elk jaar in de begroting voldoende marge moet worden ingebouwd om een snelle reactie in crisissituaties mogelijk te maken.
De begroting voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid wordt beheerd en uitgevoerd door de Dienst Instrumenten voor het buitenlands beleid van de Commissie.
4.COMPLEMENTARITEIT EN SYNERGIE MET ANDERE BELEIDSINITIATIEVEN / AFSTEMMING MET NATIONALE EN REGIONALE MIDDELEN
In het kader van de clusters "extern optreden" en "pretoetredingssteun" van het meerjarig financieel kader zal worden gezorgd voor grote complementariteit tussen de verschillende instrumenten. Er zal tevens worden gestreefd naar interactie en synergieën tussen de instrumenten die uit de EU-begroting worden gefinancierd (met name het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking, het instrument voor pretoetredingssteun, het instrument voor humanitaire hulp, het herziene Uniemechanisme voor civiele bescherming (rescEU) en de voorgestelde vredesfaciliteit van de Europese Unie (die moet worden vastgesteld buiten het meerjarig financieel kader wegens de door het Verdrag betreffende de Europese Unie opgelegde beperkingen met betrekking tot de financiering van activiteiten op defensiegebied)), met het oog op een krachtig en coherent extern optreden van de EU.
5.VOORSTEL BEGROTINGSTOEWIJZING 2021-2027
|
Cijfers in lopende prijzen
|
|
Miljoen EUR
|
|
Totale toewijzing voor 2021-2027
|
3 000
|
|
|
EXTERN OPTREDEN
|
|
|
Samenwerking met de landen en gebieden overzee
(met inbegrip van Groenland)
|
Dit programma heeft als doel de economische, politieke en culturele banden tussen de Europese Unie en de met Denemarken, Frankrijk en Nederland verbonden 13 landen en gebieden overzee te ondersteunen en te versterken. Bij de modaliteiten van het programma zal rekening worden gehouden met de specifieke behoeften en uitdagingen van de landen en gebieden overzee in hun geheel en met de bijzondere situatie van Groenland.
1.EUROPESE TOEGEVOEGDE WAARDE
De landen en gebieden overzee, verspreid gelegen tussen de poolgebieden en de tropische gebieden, zijn geassocieerd met de EU. Zij spelen een belangrijke rol als voorposten van de Unie in de gebieden waar zij zijn gelegen, maar maken geen deel uit van het EU-grondgebied of van de eengemaakte markt van de EU.
Met de associatie van de landen en gebieden overzee wordt beoogd de economische en sociale ontwikkeling van deze landen en gebieden te bevorderen en nauwe economische betrekkingen tussen hen en de Unie in haar geheel tot stand te brengen.
De ondersteuning van de landen en gebieden overzee maakt hen minder afhankelijk van de EU en haar lidstaten en bevordert de samenwerking tussen hen en hun regionale, Europese en internationale partners. Hierdoor kunnen de waarden, de cultuur, de wet- en regelgeving en de economische partnerschappen van de EU in de hele wereld worden uitgedragen.
2.DOELSTELLINGEN
De ondersteuning van de landen en gebieden overzee strekt ertoe de nauwe en duurzame betrekkingen tussen de partners te handhaven, hun duurzame ontwikkeling te steunen en hun concurrentievermogen en economische veerkracht te vergroten.
3.UITVOERING EN VEREENVOUDIGING
De ondersteuning van de landen en gebieden overzee, behalve Groenland, geschiedde tot nu toe in het kader van het Europees Ontwikkelingsfonds. De programma's worden rechtstreeks door de Europese Commissie uitgevoerd, hoofdzakelijk in de vorm van rechtstreekse begrotingssteun, maar in sommige gevallen ook door middel van subsidies.
4.COMPLEMENTARITEIT EN SYNERGIE MET ANDERE BELEIDSINITIATIEVEN / AFSTEMMING MET NATIONALE EN REGIONALE MIDDELEN
De samenwerking met de landen en gebieden overzee is strikt gekoppeld aan en wordt gecoördineerd met het respectieve nationale steunbeleid van Denemarken, Frankrijk en Nederland. Bovendien zullen synergieën met afzonderlijke Europese ontwikkelingsprogramma's voor de ultraperifere gebieden van de EU en met het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking worden benut.
5.VOORSTEL BEGROTINGSTOEWIJZING 2021-2027
|
Cijfers in lopende prijzen
|
|
Miljoen EUR
|
|
Totale toewijzing voor 2021-2027
|
500
|
|
|
PRETOETREDINGSSTEUN
|
|
|
Instrument voor pretoetredingssteun
|
Het instrument voor pretoetredingssteun helpt (potentiële) kandidaat-lidstaten om te voldoen aan de toetredingscriteria. Het instrument is ingebed in de strategie voor de Westelijke Balkan en weerspiegelt de ontwikkelingen in de betrekkingen met Turkije.
1.EUROPESE TOEGEVOEGDE WAARDE
Het behoeft geen betoog dat de uitbreiding van de EU het best op EU-niveau kan worden ondersteund. Het verlenen van pretoetredingssteun in het kader van één enkel instrument op basis van één enkele reeks criteria is doeltreffender dan het verlenen van steun uit verschillende bronnen – met inbegrip van de nationale begrotingen van de lidstaten – volgens uiteenlopende procedures en prioriteiten. Bovendien kan de EU op grond van haar politieke invloed en gewicht de dialoog met de nationale autoriteiten met meer gezag en op basis van meer rechtszekerheid dan de afzonderlijke lidstaten aangaan. Het instrument vormt een aanvulling op het uitbreidingsbeleid van de Unie doordat het politieke en economische hervormingen steunt, ook waar het gaat om de waarden van de EU, en de eerbiediging van de rechtsstaat, het goed functioneren van de instellingen en een gezond financieel beheer in de (potentiële) kandidaat-lidstaten waarborgt; daarnaast wordt het proactief ingezet om progressie te boeken met de onderhandelingen met de begunstigde regeringen met het oog op het vervullen van de criteria van Kopenhagen en de voorwaarden van de stabilisatie- en associatieovereenkomsten.
Het instrument voor pretoetredingssteun draagt bij tot de verwezenlijking van de bredere Europese doelstellingen om te zorgen voor stabiliteit, veiligheid en welvaart in de onmiddellijke nabijheid van de Unie. De geografische nabijheid van de begunstigde landen alsmede de daarmee samenhangende behoefte aan coördinatie zorgen er ook voor dat de ondersteuning van de begunstigde landen de EU helpt om haar eigen doelstellingen op het gebied van duurzame economische groei, migratie, veiligheid, energievoorziening, vervoer, milieu en klimaatverandering te bereiken.
2.DOELSTELLINGEN
Het instrument voor pretoetredingssteun heeft tot doel (potentiële) kandidaat-lidstaten te ondersteunen bij de bepaling en uitvoering van de politieke, institutionele, wettelijke, administratieve, sociale en economische hervormingen die nodig zijn om te voldoen aan de waarden van de Unie, en om zich geleidelijk aan te passen aan de regels, de normen, het beleid en de praktijken van de Unie met het oog op het EU-lidmaatschap.
Het instrument zal worden opgezet rond de volgende hoofdprioriteiten: rechtsstaat, grondrechten en migratie – hiertoe behoren onder meer het versterken van de samenwerking op veiligheidsgebied, de strijd tegen radicalisering en georganiseerde misdaad, en het ondersteunen van een geïntegreerd migratiebeleid, met inbegrip van grensbeheer; beleid en acquis van de EU; sociaal-economische ontwikkeling; investeringen voor groei; verzoening, goede nabuurschapsbetrekkingen en regionale en grensoverschrijdende samenwerking. Deze doelstellingen sluiten aan op die welke in het kader van het voorgaande programma werden nagestreefd.
3.UITVOERING EN VEREENVOUDIGING
De continuïteit met het instrument voor de periode 2014-2020 wordt gegarandeerd. De sterke prestatiegebonden component zal worden gehandhaafd maar vereenvoudigd, om de monitoring daarvan en de verslaglegging daarover gemakkelijker te maken en om de begunstigde landen een echte stimulans te verschaffen. Het is van belang dat de middelen snel en op flexibele wijze worden vrijgemaakt, en dat de vereiste financiële middelen ter voorbereiding van eventuele toekomstige toetredingen beschikbaar worden gesteld, waarbij ook een geleidelijke en soepele overgang van pretoetredingsland naar lidstaat moet worden gewaarborgd, zodat de noodzakelijke vergroting van de absorptiecapaciteit kan plaatsvinden.
In de verordening zullen alle mogelijke steunvormen worden opgenomen (subsidies, aanbestedingen, prijzen, bijdragen aan EU-trustfondsen, begrotingssteun, financieringsinstrumenten en begrotingsgaranties). Hieraan zal uitvoering worden gegeven via direct, indirect of gedeeld beheer, naargelang het soort programma en het partnerland.
Wat de investeringsstructuur betreft, zal in het licht van de goede resultaten die tot dusver zijn behaald ook verder gebruik worden gemaakt van de financieringsinstrumenten die momenteel in de regio worden uitgevoerd.
4.COMPLEMENTARITEIT EN SYNERGIE MET ANDERE BELEIDSINITIATIEVEN / AFSTEMMING MET NATIONALE EN REGIONALE MIDDELEN
Met het programma zal worden gestreefd naar complementariteit met een breed scala van Unieprogramma's, met inbegrip van de interne beleidsprogramma's (synergieën met de beleidsterreinen veiligheid, migratie en energie, en met de investeringscomponent van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking), en zal de externe dimensie van Erasmus+ worden ondersteund. De begunstigde landen blijven in aanmerking komen voor thematische programma's, met name met betrekking tot mensenrechten. Er blijven ook synergieën met het cohesiebeleid en het gemeenschappelijk landbouwbeleid bij de voorbereiding van de begunstigde landen op de absorptie en het beheer van de toekomstige EU-financiering.
De samenhang tussen het InvestEU-fonds, het nieuw uniforme investeringsinstrument voor het interne beleid van de EU, en het instrument voor pretoetredingssteun moet worden gehandhaafd, zodat de pretoetredingslanden zijn verzekerd van de mogelijkheid van toegang tot het nieuwe fonds. De noodzakelijke extra investeringsmiddelen zullen grotendeels afkomstig zijn uit het Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling+, dat zal worden geïntegreerd in het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking. Dit zal grote schaalvoordelen mogelijk maken, evenals in voorkomend geval opschaling van de activiteiten in de Westelijke Balkan.
5.VOORSTEL BEGROTINGSTOEWIJZING 2021-2027
|
Cijfers in lopende prijzen
|
|
Miljoen EUR
|
|
Totale toewijzing voor 2021-2027
|
14 500
|
|
INSTRUMENTEN BUITEN
HET MEERJARIG FINANCIEEL KADER
|
|
|
SPECIALE INSTRUMENTEN
|
|
|
Reserve voor noodhulp
|
De reserve voor noodhulp is een instrument waarmee voor een aantal sectorale programma's extra middelen beschikbaar worden gesteld wanneer zich een crisis voordoet, zowel binnen als buiten de EU.
1.EUROPESE TOEGEVOEGDE WAARDE
Een responsieve EU-begroting wordt steeds meer een noodzaak tegen de achtergrond van een onstabiele geopolitieke context en binnen de EU die aanleiding geeft tot niet-programmeerbare uitgavenbehoeften. Een aantal programma's dat zowel binnen als buiten de EU wordt ingezet, bevat specifieke bepalingen om spoedeisende maatregelen te dekken, maar de beschikbare middelen kunnen snel uitgeput zijn waardoor het soms nodig is ze te versterken, ook op korte termijn. Zo waren de beschikbare middelen voor noodhulp uit hoofde van het Fonds voor asiel, migratie en integratie en het Fonds voor interne veiligheid ontoereikend om alle aanvragen van lidstaten te dekken in het licht van de migratie- en veiligheidscrises die in 2015 zijn begonnen. Evenzo bleek het programma Levensmiddelen en diervoeders bij lange na niet toereikend om te voldoen aan de behoeften van de lidstaten die in 2016 en 2017 door de vogelgriepcrisis werden getroffen. Bijgevolg moesten middelen van andere programma's worden herschikt en moesten verschillende flexibiliteitsmechanismen worden ingezet om de tekorten aan te vullen.
Grootschalige rampen, ongeacht of het gaat om natuurrampen of rampen die door de mens zijn veroorzaakt, kunnen de capaciteiten van een enkele lidstaat overstijgen en een duidelijke transnationale dimensie hebben. Dergelijke rampen doen zich steeds vaker voor en worden intenser als gevolg van de veranderende klimatologische omstandigheden of nieuwe opkomende risico’s, en de economische, ecologische en sociale gevolgen ervan nemen toe. Dit vraagt om een beter reactievermogen van de EU, en de volgende beginselen:
·een flexibel juridisch kader dat tussenkomst van de EU-begroting mogelijk maakt in een breed scala van crisissituaties, zelfs op gebieden die niet traditioneel als risicovol worden beschouwd. De relevante uitgavenprogramma’s moeten passende bepalingen voor noodmaatregelen omvatten die EU-acties op gang brengen zodra een noodsituatie plaatsvindt;
·voldoende beschikbaarheid van middelen wanneer deze nodig zijn: grote crises kunnen niet worden voorspeld en een begrotingsreserve waaruit op korte termijn extra middelen kunnen worden gehaald is van cruciaal belang.
2.DOELSTELLINGEN
Van de speciale instrumenten die buiten het meerjarig financieel kader kunnen worden vrijgemaakt, is de reserve voor noodhulp specifiek ontworpen om te zorgen voor versterking in het geval van crises. Het gaat om een voorlopig jaarlijks bedrag bovenop de maxima, dat binnen een tijdspanne van enkele weken kan worden toegevoegd aan de begroting van een specifiek programma om te kunnen reageren op onvoorziene gebeurtenissen.
3.UITVOERING EN VEREENVOUDIGING
Het toepassingsgebied van de reserve voor noodhulp zal worden uitgebreid tot activiteiten binnen de EU, waarbij aldus gebruik wordt gemaakt van bestaande procedures en de begrotingstoewijzingen worden geoptimaliseerd. Zo wordt een gemeenschappelijk mechanisme beschikbaar om EU-optreden in reactie op alle soorten crises (natuurrampen, milieucrises, humanitaire noodsituaties, epidemieën enz.) in alle geografische locaties financieel te versterken.
Om concurrentie te vermijden en ervoor te zorgen dat dringende behoeften op billijke wijze worden aangepakt, zal voor de eerste negen maanden van het jaar een tijdelijk maximum van 50 % gelden voor zowel de interne als de externe dimensies. Bovendien zal 25 % van het jaarlijkse maximumbedrag beschikbaar blijven voor het laatste kwartaal van het jaar zodat ook voor nieuwe situaties die zich aan het einde van het jaar voordoen nog middelen kunnen worden ingezet.
De huidige beschikbaarstelling van middelen uit de reserve voor noodhulp is een soepel en beproefd proces, waarvan de belangrijkste kenmerken worden gehandhaafd:
·aangezien het een speciaal instrument is dat is bedoeld om te worden ingezet bij onvoorziene gebeurtenissen en financieringsbehoeften, zal de reserve worden aangesproken buiten het meerjarig financieel kader;
·de reserve wordt in de begroting opgenomen als een voorziening; zij wordt gezamenlijk door het Europees Parlement en de Raad vrijgemaakt door middel van een overschrijving overeenkomstig het Financieel Reglement.
·om de capaciteit van de reserve te maximaliseren, kunnen ongebruikte bedragen worden overgedragen naar het volgende jaar.
Om de responscapaciteit van de EU-begroting te maximaliseren, zullen er gemeenschappelijke regels zijn om gebruik te maken van de reserve in het kader van alle programma’s en begrotingsonderdelen waarvoor zij beschikbaar is. Dit betekent dat niet wordt voorzien in bestemming of prioritair gebruik voor bijvoorbeeld interne in plaats van externe crises, of voor afzonderlijke beleidsgebieden.
In uitzonderlijke jaren, wanneer het totale jaarlijkse bedrag van de reserve is uitgeput, kunnen extra behoeften mogelijk nog worden gedekt door andere flexibiliteitsmechanismen, zoals het flexibiliteitsinstrument of de marge voor onvoorziene uitgaven; voor het vrijmaken van deze middelen is weliswaar een zwaardere procedure vereist (nl. gewijzigde begroting).
4.COMPLEMENTARITEIT EN SYNERGIE MET ANDERE BELEIDSINITIATIEVEN / AFSTEMMING MET NATIONALE EN REGIONALE MIDDELEN
De reserve voor noodhulp is bedoeld om te worden aangesproken bij uitzonderlijke situaties die niet kunnen worden aangepakt met de noodfinanciering binnen de specifieke programma’s. De reserve is bijvoorbeeld niet bedoeld om de gevolgen op te vangen van marktgerelateerde crises die de landbouwproductie of -distributie treffen.
Het andere speciale instrument dat verband houdt met crisisrespons is het Solidariteitsfonds van de Europese Unie. Ook dit is beperkt tot een jaarlijks maximumbedrag maar het is van een zeer verschillende aard ten opzichte van de reserve. De steun uit het Solidariteitsfonds wordt aan een lidstaat verstrekt als uiting van solidariteit van de EU in het kader van de inspanningen van die lidstaat om de gevolgen van een grote natuurramp aan te pakken. De steun wordt verleend in de vorm van een subsidie waarmee een deel van de door de lidstaten gemaakte kosten voor herstel en wederopbouw na een ramp worden vergoed, zonder dat dit enige concrete op EU-niveau beheerde activiteiten of een uitgavenprogramma inhoudt.
5.VOORSTEL JAARLIJKS MAXIMUMBEDRAG
|
Cijfers in prijzen van 2018
|
|
Miljoen EUR
|
|
Jaarlijks maximumbedrag
|
600
|
|
|
SPECIALE INSTRUMENTEN
|
|
|
Solidariteitsfonds van de Europese Unie
|
Het Solidariteitsfonds van de Europese Unie is een solidariteitsinstrument om op verzoek van een lidstaat of een land dat toetredingsonderhandelingen met de Unie voert, te reageren op ernstige natuurrampen en is een uiting van Europese solidariteit met door rampen getroffen regio’s door de kosten van nationale interventies te verminderen.
1.EUROPESE TOEGEVOEGDE WAARDE
Solidariteit tussen de lidstaten is een van de grondbeginselen van de Unie en het Solidariteitsfonds van de Europese Unie is een duidelijke uiting van dit beginsel. Het heeft een zeer grote bekendheid bij de burgers. Aangezien natuurrampen in de toekomst wellicht vaker zullen voorkomen en intenser zullen zijn als gevolg van de veranderende klimatologische omstandigheden draagt dit speciale instrument buiten het meerjarig financieel kader ook bij tot het beperken van de negatieve gevolgen van de klimaatverandering.
Door het beoogde effect vormt het een aanvulling op de interventies via meerjarige programma’s die gericht zijn op investeringsprioriteiten op middellange termijn en kan het ook helpen de complexiteit te ondervangen van eventuele interregionale coördinatie indien de ramp verschillende regio’s zou treffen.
2.DOELSTELLINGEN
Het Solidariteitsfonds van de Europese Unie verstrekt een financiële bijdrage om de kosten voor noodhulp en herstelactiviteiten te helpen dekken die ten laste zijn van de begroting van de in aanmerking komende lidstaten. De steunverlening bestaat uit vergoedingen om begrotingssteun te bieden voor het herstel van essentiële infrastructuur, voor bijstand aan de bevolking door tijdelijke huisvesting en reddingswerk te verstrekken, om infrastructurele preventievoorzieningen veilig te stellen en het culturele erfgoed te beschermen, en om hulp te bieden voor de reiniging van de geteisterde gebieden, inclusief natuurgebieden.
3.UITVOERING EN VEREENVOUDIGING
Door de aard van de interventies is het uitvoeringsmechanisme van het Fonds eenvoudig en resultaatgericht. De flexibiliteit die de overdracht van niet-uitgegeven bedragen van het vorige jaar mogelijk maakt, wordt behouden en het wordt mogelijk hogere bedragen vooruit te betalen.
4.COMPLEMENTARITEIT EN SYNERGIE MET ANDERE BELEIDSINITIATIEVEN / AFSTEMMING MET NATIONALE EN REGIONALE MIDDELEN
De herziening van 2014 heeft het verband met het beleid inzake rampenrisicovermindering versterkt en de lidstaten een stimulans gegeven om in het kader van de Europese structuur- en investeringsfondsen meer te investeren in de ondersteuning van preventie, aanpassing aan de klimaatverandering en de herstelcapaciteit na rampen.
Aangezien het Solidariteitsfonds van de Europese Unie achteraf ingrijpt, vormt het een aanvulling op rescEU en andere noodmaatregelen die onmiddellijk steun verlenen bij natuurrampen of door de mens veroorzaakte rampen.
5.VOORSTEL JAARLIJKS MAXIMUMBEDRAG
|
Cijfers in prijzen van 2018
|
|
Miljoen EUR
|
|
Jaarlijks maximumbedrag
|
600
|
|
|
SPECIALE INSTRUMENTEN
|
|
|
Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering
|
Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering is een instrument voor solidariteit en noodhulp dat eenmalige steun biedt aan ontslagen werknemers wanneer onverwacht een groot aantal ontslagen valt als gevolg van de ongunstige effecten van economische veranderingen.
1.EUROPESE TOEGEVOEGDE WAARDE
Als aanvulling op de gewone nationale weerbaarheidsmaatregelen (ondersteuning bij werkloosheid, sociale maatregelen) en op structurele interventies van het Europees Sociaal Fonds, vergroten de maatregelen van het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering het aantal en de verscheidenheid van de aangeboden diensten alsook de intensiteit ervan.
Door dit beoogde effect vormt het een aanvulling op de door de EU gefinancierde interventies via meerjarige programma’s die gericht zijn op prioriteiten op middellange termijn, en kan het ook de complexiteit helpen ondervangen van de coördinatie tussen diensten op nationaal/regionaal niveau aangezien bij grootschalige collectieve ontslagen een combinatie van maatregelen nodig kan zijn.
Tot slot draagt het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering ook bij tot de directe uitvoering van sommige beginselen van de Europese pijler van sociale rechten, zoals opleiding en een leven lang leren of actieve ondersteuning bij het vinden van werk.
2.DOELSTELLINGEN
Vanaf 2021 zal het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering werknemers ondersteunen die getroffen worden door een breder scala van veranderingen die leiden tot massale grootschalige ontslagen (globalisering, crisis, technologische veranderingen enz.).
Daartoe zullen de maatregelen beogen: i) personen ondersteuning op maat te bieden om hen te helpen op de arbeidsmarkt terug te keren, ii) meer nadruk te leggen op het verwerven van digitale vaardigheden en iii) in voorkomend geval mobiliteit te bevorderen.
3.UITVOERING EN VEREENVOUDIGING
Om beter aan te sluiten bij de specifieke kenmerken van een noodinstrument, zal de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering op twee manieren worden verbeterd: i) een bredere reikwijdte voor interventies waarbij rekening wordt gehouden met bredere interventiecriteria (bijvoorbeeld technologische veranderingen) en ii) een vereenvoudiging van de procedure, zoals een minder zware aanvraagprocedure en technische bijstand om de financiering toegankelijker te maken.
4.COMPLEMENTARITEIT EN SYNERGIE MET ANDERE BELEIDSINITIATIEVEN / AFSTEMMING MET NATIONALE EN REGIONALE MIDDELEN
De medefinancieringspercentages worden in overeenstemming gebracht met de percentages in het kader van het cohesiebeleid.
5.VOORSTEL JAARLIJKS MAXIMUMBEDRAG
|
Cijfers in prijzen van 2018
|
|
Miljoen EUR
|
|
Jaarlijks maximumbedrag
|
200
|
|
|
BUITEN BEGROTING
|
|
|
Europese vredesfaciliteit
|
De Europese vredesfaciliteit beoogt de gemeenschappelijke kosten van militaire operaties in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid te financieren, bij te dragen tot de financiering van militaire vredesondersteunende operaties onder leiding van andere internationale actoren, en ondersteuning te bieden aan de strijdkrachten van derde landen voor conflictpreventie, vredesopbouw en versterking van de internationale veiligheid.
1.EUROPESE TOEGEVOEGDE WAARDE
De EU wordt beschouwd als een geloofwaardige mondiale speler. Dat biedt een concurrentievoordeel op het vlak van conflictpreventie en vredeshandhaving. De interventie van de EU op deze gebieden kan verschillende vormen aannemen, gaande van de ondersteuning van vredeshandhavingsoperaties door derde landen of internationale organisaties (zoals in het kader van de Vredesfaciliteit voor Afrika) tot rechtstreekse ondersteuning van de capaciteiten van de partners, en de inzet van troepen voor operaties in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid. Dit vermogen van de EU om een bijdrage te leveren op het vlak van conflictpreventie, herstel van de vrede en van de openbare orde en stabilisatie van landen of regio's die met conflicten of wanorde worden geconfronteerd, is van cruciaal belang. Het is niet enkel zinvol voor de bescherming van de EU en haar burgers maar ook om landen te stabiliseren, ontwikkeling mogelijk te maken en grootschalige ontheemding van personen te voorkomen.
De EU is actief in of biedt bijstand bij vredesondersteunende operaties, onder meer via de inzet van militaire troepen van de EU op verschillende locaties, gaande van Afrika tot het Midden-Oosten en de westelijke Balkan. Deze operaties hebben de toegevoegde waarde aangetoond van een Europese dimensie die de deelnemende lidstaten toelaat hun middelen te bundelen, kosten te delen en blijk te geven van echte Europese betrokkenheid ter plaatse. De afgelopen jaren echter is het aantal uitdagingen op het vlak van veiligheid en stabiliteit in ons nabuurschap en daarbuiten toegenomen — en daarmee ook de behoefte aan missies voor vredeshandhaving.
Dit vraagt om meer inzet van de EU om te reageren op externe conflicten en crises door middel van vredeshandhaving en conflictbeheer. Dit wordt op efficiëntere en effectievere wijze bereikt op EU-niveau. Slechts een gering aantal lidstaten beschikt over voldoende middelen om zelf doeltreffende militaire operaties te ondersteunen of uit te voeren, en van de lidstaten die hierover beschikken mag niet worden verwacht dat zij de volledige kosten dragen van operaties die de hele EU ten goede komen. Solidariteit tussen de lidstaten en bundeling van middelen zijn daarom van essentieel belang. Bovendien kan betrokkenheid op EU-niveau de samenwerking met internationale en regionale organisaties en landen wereldwijd vergemakkelijken via het netwerk van EU-vertegenwoordigingen. Slechts weinig landen kunnen een dergelijk bereik bieden.
2.DOELSTELLINGEN
De Faciliteit heeft tot doel de EU de mogelijkheid te geven meer te doen en sneller op te treden om conflicten te voorkomen, de menselijke veiligheid te bevorderen, instabiliteit aan te pakken en te werken aan een veiligere wereld, indien nodig ook met gebruik van militaire en defensiemiddelen.
Het Verdrag betreffende de Europese Unie staat niet toe dat operaties in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid die gevolgen hebben op militair of defensiegebied worden gefinancierd uit hoofde van de EU-begroting. De belangrijkste doelstelling van de Faciliteit zal er dan ook in bestaan de activiteiten in het kader van het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU die gevolgen hebben op militair of defensiegebied en niet uit hoofde van de EU-begroting kunnen worden gefinancierd, te verwezenlijken. Tenzij de Raad anders besluit, moet optreden in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid dat uit hoofde van de EU-begroting kan worden gefinancierd, ook in de toekomst uit hoofde van de EU-begroting worden gefinancierd. Voor de uitvoering van de Faciliteit is volledige consistentie en coherentie met de EU-begroting nodig; daarvoor moet op elk niveau van de werking van de Faciliteit worden gezorgd.
De Faciliteit is een nieuw gemeenschappelijk instrument dat buiten de begroting wordt gehouden. Het instrument combineert steun die in het kader van het meerjarig financieel kader 2014-2020 gedeeltelijk wordt gedekt door de Vredesfaciliteit voor Afrika (gefinancierd uit het buiten de begroting gehouden Europees Ontwikkelingsfonds) en door het Athenamechanisme. Militaire operaties in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid worden buiten de begroting van de EU gefinancierd, voornamelijk door de deelnemende lidstaten, en een beperkt aandeel van de gemeenschappelijke kosten wordt gedragen door het Athenamechanisme.
Hoewel deze bestaande financieringsmechanismen een duidelijke meerwaarde hebben, hebben zij tot dusver slechts gedeeltelijk de verwachtingen van de partners ingelost en zijn zij slechts gedeeltelijk tegemoet gekomen aan de behoefte de externe stabiliteit van de EU te waarborgen tegen de achtergrond van ongekende externe uitdagingen. De Faciliteit heeft daarom tot doel:
1. de financiering te versterken van militaire operaties in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid en ze flexibeler en efficiënter te maken;
2. de reikwijdte te verbreden van de steun van de EU aan vredesondersteunende militaire operaties onder leiding van derde landen en internationale organisaties wereldwijd, en de militaire capaciteiten van derde landen en internationale organisaties voor conflictpreventie, vredesopbouw en versterking van de internationale veiligheid op te bouwen;
3. de financiering te vergemakkelijken van andere operaties in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid die gevolgen hebben op militair of defensiegebied indien de Raad daartoe besluit.
De Faciliteit zal worden opgericht bij besluit van de Raad in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid. Aangezien het een instrument betreft in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid zal de uitvoering ervan verzekerd worden door de hoge vertegenwoordiger. Voor de financiële uitvoering van de Faciliteit overeenkomstig het Financieel Reglement zal de hoge vertegenwoordiger worden bijgestaan door de Dienst Instrumenten buitenlands beleid van de Europese Commissie.
3.UITVOERING EN VEREENVOUDIGING
De Faciliteit zal worden gefinancierd via jaarlijkse bijdragen van de lidstaten volgens een verdeelsleutel op basis van het bruto nationaal inkomen. Voortbouwend op de lessen die zijn getrokken uit de huidige instrumenten en mechanismen zal zij zorgen voor meer flexibiliteit en reactievermogen bij crises; ook zal dankzij de Faciliteit EU-financiering op permanente basis beschikbaar zijn en tegelijk een snelle reactie op crises en andere dringende verzoeken mogelijk worden. Daarnaast zal de Faciliteit het gemakkelijker maken geïntegreerde pakketten te verstrekken met militaire opleiding die wordt verstrekt door militaire opleidingsmissies van de EU, militaire uitrusting en ondersteuning. De Europese vredesfaciliteit is opgezet als een efficiënt en flexibel instrument om rekening te houden met de aard van de verschillende activiteiten ervan. De belangrijke rol van de partners zal duidelijk weerspiegeld worden.
4.COMPLEMENTARITEIT EN SYNERGIE MET ANDERE BELEIDSINITIATIEVEN / AFSTEMMING MET NATIONALE EN REGIONALE MIDDELEN
De Faciliteit zal berusten op de beginselen van samenhang en complementariteit, waarbij wordt gezorgd voor volledige samenhang en synergie met de relevante instrumenten en maatregelen voor extern optreden uit hoofde van de EU-begroting, met name het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, capaciteitsopbouw voor veiligheid en ontwikkeling en andere vormen van veiligheidsgerelateerde bijstand en veiligheidsgerelateerd optreden uit hoofde van de doelstellingen inzake veiligheid en vrede van het nabuurschaps- en ontwikkelingsbeleid van de EU. Dankzij de flexibiliteit en het reactievermogen zal de steun tijdig beschikbaar zijn en zal ook aan externe militaire behoeften wordt voldaan, overeenkomstig wat zal worden afgesproken. Ook zullen de financieringsbronnen en ‑structuren worden vereenvoudigd en gestroomlijnd. De Faciliteit zal een sterke politieke sturing hebben zodat het instrument doeltreffend werkt en coherent is met de algemene benadering inzake buitenlands beleid van de EU.
De Faciliteit sluit aan bij de noodzaak om uiting te geven aan de rol van de EU op het vlak van defensie, maar moet duidelijk worden onderscheiden van het Europees Defensiefonds, dat tot doel heeft de nationale investeringen in onderzoek op het gebied van defensie en industriële ontwikkeling aan te vullen en te versterken. Desalniettemin heeft het Europees Defensiefonds het potentieel om een belangrijke impuls te geven aan de strategische autonomie van de EU en aan de concurrentiekracht van de Europese defensie-industrie en het zo voor de EU indirect mogelijk te maken om militaire vredeshandhavingsoperaties in het buitenland op efficiëntere wijze te ondersteunen.
5.VOORSTEL BEGROTINGSTOEWIJZING 2021-2027
De Europese vredesfaciliteit is een "buiten de begroting gehouden" instrument.
|
Cijfers in lopende prijzen
|
|
Miljoen EUR
|
|
Totale toewijzing voor 2021-2027
|
10 500
|