Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52014PC0182

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Oekraïne

/* COM/2014/0182 final - 2014/0104 (NLE) */

52014PC0182

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Oekraïne /* COM/2014/0182 final - 2014/0104 (NLE) */


TOELICHTING

1.           ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

· Motivering en doel van het voorstel

De Oekraïense economie zit sinds de tweede helft van 2012 in een recessie en kende enkel aan het einde van 2013 een kwartaal van positieve groei, die in de eerste twee maanden van 2014 al snel omkeerde als gevolg van de verslechterende politieke en veiligheidssituatie.

De regering van Oekraïne verloor in de loop van 2013 het vertrouwen van en de toegang tot de internationale financiële markten doordat de tekorten op de begroting en de lopende rekening opliepen en de broodnodige hervormingen uitbleven. De onwil van de autoriteiten om te hervormen stond tevens een financieringsovereenkomst met het IMF in de weg.

Als gevolg van grote schuldaflossingen in het vierde kwartaal van 2013 en begin 2014, en interventies van de centrale bank om de wisselkoers ten opzichte van de dollar te handhaven, zijn de reserves fors geslonken tot 15,5 miljard USD eind februari, waardoor het land met een zeer zwakke en snel verslechterende betalingsbalans opgescheept zit. De huidige politieke crisis heeft zeer schadelijke consequenties voor de reeds wankele financieel-economische stabiliteit van het land. De feitelijke onderbreking van de bijstand van Rusland in het kader van het eind december vorig jaar overeengekomen pakket van 15 miljard USD en het aangekondigde einde van de lagere gasprijzen van Gazprom vanaf april 2014 zullen de situatie verder verslechteren. Er is in die omstandigheden dan ook een ernstig risico dat Oekraïne in de nabije toekomst in gebreke blijft.

Daarbij komt nog dat de regering in februari aftrad na aanhoudend massaprotest vanaf eind november. Op 27 februari kreeg een nieuwe regering de goedkeuring van de "Hoogste Raad" (Verchovna Rada) en werd de Grondwet van 2004 opnieuw ingevoerd. Deze veranderingen konden de politieke stabiliteit evenwel niet doen terugkeren omdat de soevereiniteit en de territoriale integriteit van Oekraïne onlangs door de Russische Federatie zijn geschonden.

De nieuwe regering heeft zich er publiekelijk toe verbonden om vóór de presidentsverkiezingen van 25 mei met de uitvoering van ingrijpende en omvangrijke hervormingen te beginnen. Alhoewel de politiek momenteel wordt gekenmerkt door volatiliteit, zijn er tot hiertoe duidelijke signalen dat het menens is met de economische hervormingen. 

Dit is de achtergrond waartegen de Oekraïense autoriteiten op zoek zijn naar financiële bijstand van de multilaterale en bilaterale schuldeisers en donoren om een hervormingsprogramma te steunen waaraan momenteel wordt gewerkt en dat bedoeld is om de economie minder kwetsbaar te maken, de internationale reserves te versterken en de economische groei te stimuleren. Het IMF heeft begin maart een delegatie naar Oekraïne gestuurd en zal naar verwachting een sleutelrol spelen bij het uitwerken van dit programma en het mobiliseren van internationale financiële bijstand. Het is de verwachting dat het IMF en de Oekraïense autoriteiten in de komende weken tot een akkoord komen over een met een financieringsregeling onderbouwd economisch programma.

De verwachting is eveneens dat de externe financieringsbehoeften van Oekraïne groter zullen zijn dan de financiële middelen die het IMF waarschijnlijk zal verstrekken. In verband daarmee heeft de Europese Commissie op 5 maart 2014 een financieel steunpakket voor Oekraïne aangekondigd, dat 's anderendaags door de staatshoofden en regeringsleiders van de EU werd verwelkomd. Eén van de onderdelen van dit pakket is een nieuw programma voor macrofinanciële bijstand (MFB) die tot 1 miljard EUR kan gaan.

De Europese Commissie dient bij de Raad een voorstel in om Oekraïne een maximumbedrag van 1 miljard EUR aan MFB toe te kennen. De bijstand zou de vorm aannemen van leningen op middellange termijn, maar zou geen giftcomponent omvatten omdat Oekraïne niet voldoet aan de criteria om in het kader van MFB-operaties voor giften in aanmerking te komen.

De MFB die de EU voorstelt, is bedoeld om Oekraïne te helpen een deel van zijn urgente externe financieringsbehoeften te dekken als onderdeel van het stabilisatie- en hervormingsprogramma dat momenteel wordt uitgetekend en zodoende de economie op korte termijn minder kwetsbaar te maken voor de effecten van de situatie van de betalingsbalans en de begroting. Met de bijstand zou worden bijgedragen tot de noodzakelijke begrotingsconsolidatie en stabilisatie van de externe positie, alsook tot de uitvoering door de overheid van de structurele hervormingen voor een beter algemeen macro-economisch beheer, een versterking van de economische governance en de transparantie, en gunstigere omstandigheden voor duurzame groei.

De voorgestelde MFB sluit tevens aan bij de doelstellingen van het oostelijk partnerschap en bij de oriëntaties van het nieuw Europees nabuurschapsbeleid (ENB). De steun zal een signaalfunctie vervullen voor de andere landen in de regio door aan te geven dat de EU bereid is steun te verlenen aan landen die ondanks moeilijke economische omstandigheden voor politieke hervormingen hebben gekozen. Tegen deze achtergrond is de Commissie van oordeel dat aan de politieke en economische voorwaarden voor de toekenning van een MFB-pakket van de voorgestelde omvang en aard is voldaan.

· Algemene context

Na vijf opeenvolgende kwartalen van achteruitgang, is het reële bbp in het vierde kwartaal van 2013 met 3,3% gegroeid ten opzichte van een jaar eerder, waardoor de groei voor het jaar 2013 een vlakke curve liet zien. De zwakke economische prestaties waren het gevolg van een slechte oogst in combinatie met een teruglopende staalexport en het uitblijven van binnenlandse hervormingen. Volgens het IMF zou de groei negatief zijn geweest in januari en februari. De voorspellingen voor 2014 lopen wegens de onzekere situatie uiteen van -5% tot +3%, afhankelijk van de uitgangshypothesen. De macro-economische aanpassingen, zoals de consolidatie van de begroting en een flexibele wisselkoers, zullen een zekere krimp met zich meebrengen, maar daar staat tegenover dat het geplande IMF-akkoord het vertrouwen zal doen groeien waardoor de instroom van buitenlandse directe investeringen (BDI) vrij snel zou kunnen aantrekken. Het Russische beleid ten aanzien van Oekraïne houdt evenwel een aanzienlijk neerwaarts groeirisico in.  

De inflatie is de afgelopen jaren laag geweest en bedroeg eind 2013 0,3%, maar de inflatiedruk neemt in 2014 toe. De consumentenprijsindex was 0,5% in januari en 1,2% in februari en volgens de Nationale Bank van Oekraïne (NBU) zou het cijfer tegen eind 2014 kunnen oplopen tot 10% of meer als gevolg van de depreciatie van de hryvnia (UAH) en de verwachte stijging van de energieprijzen voor de huishoudens.

Het begrotingstekort, inclusief het exploitatietekort van Naftogaz, de belangrijkste Oekraïense operator op de energiemarkt, werd geraamd op 6,5 à 7,5% van het bbp in 2013, grotendeels als gevolg van de voortdurende energiesubsidies, die 7% van het bbp uitmaken, maar ook als gevolg van de economische achteruitgang. De kapitaaluitgaven van de overheid werden in 2013 met 40% teruggeschroefd en de btw-ontvangsten daalden 7%. De begroting voor 2014 werd begin januari 2014 door de Rada goedgekeurd, maar was gebaseerd op onrealistische groei- en inflatiehypothesen en wordt momenteel door het ministerie van Financiën in nauw overleg met het IMF herzien. De ontvangsten in januari-februari 2014 bedroegen 82% van het cijfer waarvan in de begroting was uitgegaan, zodat de uitgaven met circa 80 miljard UAH, of 15 à 17%, zullen moeten worden gekort in 2014. Daarenboven zal de invoerprijs voor Russisch gas vanaf 1 april worden verhoogd tot minstens 400 USD per 1000 kubieke meter, wat voor aanzienlijke druk op de begroting zal zorgen. De minister van Financiën heeft evenwel verzekerd dat de gasprijzen voor huishoudens en de regionale verwarmingsbedrijven zullen worden opgetrokken vóór de verkiezingen van 25 mei, waardoor deze druk zou moeten verminderen. Een ander probleem vormen de achterstallen, zowel inzake teruggave van btw aan vennootschappen als storting van subsidies aan nutsbedrijven, voor een bedrag van 12 miljard UAH en 8 miljard UAH respectievelijk.

Sinds het uitbreken van de crisis staat de munteenheid onder zware druk. De NBU heeft een significante depreciatie van de hryvnia (met ongeveer 25%) in februari toegestaan. Een deel hiervan was een vrijwillige devaluatie van de officiële wisselkoers van 7,99 UAH/USD, die sinds juli 2012 werd aangehouden, tot 8,708 UAH/USD op 7 februari. De depreciatie van de munt is achteraf versneld als gevolg van het onvermogen van de centrale bank om te interveniëren wegens de zeer lage deviezenreserves. In samenspraak met het IMF voert de centrale bank nu een beleid van non-interventie, behalve bij grote wisselkoersschommelingen. Tevens hanteert zij een aantal kapitaalbeperkingen, maar zij zal naar eigen zeggen geen nieuwe opleggen. Ondanks deze maatregelen, blijft de hryvnia volatiel. Een significante verdere devaluatie van de munt dreigt de kwaliteit van de kredietportefeuilles en het kapitaal van de banken te verslechteren en zou niet per definitie het evenwicht op de lopende rekening herstellen omdat een groot deel van de export afhankelijk is van ingevoerde inputs. Daarenboven steunt de Oekraïense economie op consumptie (75% van het bbp) en zou een devaluatie met de bijbehorende inflatie waarschijnlijk tot een krimp van het bbp leiden.

De lopende rekening is in 2013 aanzienlijk verslechterd en vertoont een geraamd tekort van 10% van het bbp, dat voornamelijk een afname van de export weerspiegelt. De NBU verwacht dat het tekort op de lopende rekening in 2014 gevoelig zal verminderen als gevolg van aanpassingen die verband houden met de geplande IMF-regeling, zoals een consolidatie van de begroting. Toch zullen de financieringsbehoeften betreffende de lopende rekening op korte termijn groot blijven – minstens 4 miljard USD vóór het einde van het tweede kwartaal van 2014. De netto BDI zijn volgens ramingen verder afgenomen van 5,0% van het bbp in 2012 tot 2,6% van het bbp in 2013 en bedroegen in januari 2014 zo goed als 0%.

De buitenlandse schuld werd eind 2013 geraamd op 76,7% van het bbp. Slechts ongeveer een derde daarvan is verschuldigd of gewaarborgd door de overheid (inclusief schulden van de centrale bank aan het IMF). Naast door de overheid gewaarborgde verplichtingen van een aantal Oekraïense privé-ontleners, zoals de door Naftogaz uitgegeven Eurobonds, kunnen ook andere externe verplichtingen van Oekraïense vennootschappen van systemische betekenis voor het land zijn. Met name de schulden van Naftogaz (achterstallen) uit hoofde van gasleveringen door het Russische Gazprom hebben directe consequenties voor de lopende rekening van het land omdat Gazprom de hoogte van zijn prijs koppelt aan de mate waarin Naftogaz zijn schulden aflost.

De officiële reserves zijn in de loop van 2013 met 16% geslonken tot 20,4 miljard USD, als gevolg van het grote tekort op de lopende rekening, de druk op de hryvnia en aanzienlijke schuldaflossingen in 2013. Deze negatieve trend zette zich in januari en februari voort, met een daling van telkens 13%, waardoor de reserves eind februari nog maar 15,5 miljard USD bedroegen (2 maanden invoerdekking). Deze ontwikkeling weerspiegelt de toenemende kwetsbaarheid van de betalingsbalans.

De overheidsschuld bevindt zich met 41% van het bbp (eind 2013) onder de benchmark "hoog risico". Terzelfder tijd echter, zullen de aflossingsverplichtingen, in het bijzonder die uit hoofde van de buitenlandse schuld en de binnenlandse, in vreemde valuta luidende schuld, in de nabije toekomst op de overheidsfinanciën en de internationale reserves wegen. De totale schuldendienst van de overheid en de NBU voor de rest van 2014 bedraagt ongeveer 10 miljard USD. De piek bevindt zich tussen juni en september; In de periode maart-mei moet ongeveer 2 miljard USD worden terugbetaald. Om de uitstaande schulden van Naftogaz tegenover Gazprom te delgen, is nog eens 2 miljard USD vereist. De in 2015 te voldoen schuldverplichtingen belopen ongeveer 10 miljard USD.

Volgens de NBU is er voldoende liquiditeit aanwezig in de banksector, maar sinds februari worden geen leningen meer verstrekt aan ondernemingen. De deposito-inlagen zijn in januari met 2% en in februari met 8% afgenomen. Een eventuele verdere devaluatie van de munt zou de banksector in de problemen kunnen brengen en tot een snelle achteruitgang van de activakwaliteit kunnen leiden. Er is eveneens behoefte aan een grondige doorlichting van de kwaliteit van de activa. De Oekraïense banksector is, afgezien van de kortetermijnrisico's, onderhevig aan enkele structurele zwakheden die wellicht één van de thema's zullen zijn van een hervormingsprogramma dat via de voorgenomen IMF-regeling zal worden ondersteund. Er zijn duidelijke tekortkomingen inzake het toezicht op de banken en de corporate governance in de banksector en de rechten van crediteuren zijn onvoldoende beschermd.

Andere grote uitdagingen, naast de noodzakelijke herstructurering en versterking van het bancair systeem, zijn het optrekken van de prijzen van nutsvoorzieningen, die momenteel in belangrijke mate mee verantwoordelijk zijn voor het begrotingstekort, het tegelijkertijd versterken van het sociaal vangnet, het bestrijden van corruptie, met name bij de belastingdienst en de douane, het ontwikkelen van een sterke privésector en het verbeteren van het ondernemingsklimaat om investeringen, met inbegrip van BDI, aan te moedigen.

Al het voorgaande wijst er dus op dat Oekraïne in 2014 en 2015 zal moeten voorzien in grote externe financieringsbehoeften, die in het bijzonder te maken hebben met een aanhoudend substantieel tekort op de lopende rekening, grote externe schulddelgingsverplichtingen en de noodzakelijke heraanleg van een minimumbuffer aan deviezenreserves. Ook zal de instroom van privékapitaal, in de vorm van buitenlandse directe investeringen of particuliere kredieten, uiterst klein blijven. De verwachting is dat voorlopige ramingen van de resterende externe financieringsbehoeften van Oekraïne beschikbaar zijn in de komende weken, nadat de uitkomst van de lopende technische besprekingen van de Oekraïense autoriteiten met het IMF bekend is. Maar nu reeds wordt aangenomen dat grootschaligere internationale bijstand nodig zal zijn om in deze behoeften te voorzien en de omstandigheden te creëren waarin de hervormingen in Oekraïne kunnen slagen. De voorgestelde MFB van de EU zou ertoe bijdragen een deel van het resterende financieringstekort voor de periode 2014-2015 te dekken.

· Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied

Besluit van de Raad van 12 juli 2002 tot toekenning van aanvullende macrofinanciële bijstand aan Oekraïne (2002/639/EG)[1]

Besluit nr. 646/2010/EU van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2010 tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Oekraïne[2]

· Samenhang met andere beleidsgebieden en doelstellingen van de EU

De EU streeft naar een voortdurend hechtere relatie met Oekraïne die verder gaat dan louter bilaterale samenwerking en geleidelijke politieke associatife en economische integratie omvat. Oekraïne is een belangrijk land binnen zowel het Europees nabuurschapsbeleid als het oostelijk partnerschap. De EU heeft in 1998 een Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst (PSO) met Oekraïne gesloten dat het kader voor de samenwerking op alle grote hervormingsgebieden afbakent en dat de rechtsgrond voor de onderlinge betrekkingen blijft. De betrekkingen werden verder versterkt in november 2009, toen het kabinet van ministers van Oekraïne zijn goedkeuring hechtte aan de Associatieagenda EU–Oekraïne, die in 2011 werd geactualiseerd (en in juni 2013 de steun kreeg van de Samenwerkingsraad EU-Oekraïne); deze agenda heeft tot doel de inwerkingtreding van de in 2007-2011 onderhandelde, in 2012 geparafeerde en wellicht in de nabije toekomst ondertekende nieuwe associatieovereenkomst voor te bereiden en te faciliteren.

De economische banden met de EU zijn belangrijk. De EU is één van de belangrijkste handelspartners van Oekraïne en ongeveer één derde van de buitenlandse handel van Oekraïne gaat naar de EU. In 2012 bedroeg de waarde van de Oekraïense invoer uit de EU 23,8 miljard EUR en van de uitvoer 14,6 miljard EUR. Oekraïne is ook sterk afhankelijk van de EU wat BDI en andere financiële stromen betreft. In het kader van de associatieovereenkomst heeft de EU in 2011 eveneens onderhandelingen met Oekraïne afgerond over de totstandbrenging van een diepe en brede vrijhandelsruimte (Deep and Comprehensive Free Trade Area (DCFTA)) met volledige toegang van Oekraïne tot de eengemaakte markt van de EU als doel. Op 11 maart 2014 heeft de Commissie een voorstel aangenomen voor een verordening van de Raad en het Parlement waarbij de douanerechten op goederen van oorsprong uit Oekraïne tijdelijk worden afgeschaft (COM 2014/166). De voorgestelde maatregelen, die naar verwachting de komende maanden door de medewetgevers zullen worden goedgekeurd, zijn onmiddellijk van toepassing en treden buiten werking in november 2014, wanneer de voorlopige toepassing van de DCFTA van start zal gaan.

De EU-MFB is een aanvulling op de in totaal 1,565 miljard EUR aan giften die zijn gemobiliseerd in het kader van het Europees nabuurschapsinstrument, de nabuurschapsinvesteringsfaciliteit, het instrument dat bijdraagt aan stabiliteit en vrede, en het onderdeel van de EU-begroting voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid. Door de Oekraïense autoriteiten te steunen bij de totstandbrenging van een passend kader om op korte termijn het macro-economische beleid te hervormen en structurele hervormingen door te voeren, zou de MFB de meerwaarde van de totale EU-inbreng en de doelmatigheid van het EU-optreden, ook via andere financiële instrumenten, ten goede komen.

De onmiddellijke transitie in Oekraïne zal zeer moeilijk zijn en het risico op een instorting van het politieke en economische systeem is niet geweken. De nieuwe regering heeft zich er echter publiekelijk toe verbonden betekenisvolle stappen te zetten op weg naar politieke en economische hervormingen, om de corruptie aan te pakken en de instellingen en mechanismen, met inbegrip van de rechtsstaat, te versterken. Het land stelt ook een programma van economische hervormingen in het vooruitzicht, die erop gericht zijn de grondslag te leggen voor een duurzaam groeimodel.

De voorgestelde MFB is in overeenstemming met de toezegging van de EU om het onmiddellijke economische en politieke overgangsproces van Oekraïne te ondersteunen. Het pakket is eveneens conform de leidende beginselen voor het gebruik van het MFB-instrument, zoals het uitzonderlijke karakter ervan, het vervuld zijn van een aantal eerste politieke voorwaarden, complementariteit, conditionaliteit en financiële discipline. Wat de onderhavige operatie zeer bijzonder maakt, is de extreme urgentie.

Zolang de MFB-operatie loopt, zal de Commissie blijven nagaan en toetsen of aan deze criteria is voldaan. In nauwe samenwerking met de Europese Dienst voor extern optreden zal zij daarbij onder meer evalueren of de politieke voorwaarden zijn vervuld.

2.           RESULTATEN VAN DE RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING

· Raadpleging van belanghebbende partijen

De MFB wordt verstrekt als integraal onderdeel van de internationale steun voor de economische stabilisatie van Oekraïne. Bij het opstellen van dit voorstel voor MFB hebben de diensten van de Commissie overleg gepleegd met het Internationaal Monetair Fonds, dat bezig is een omvangrijk financieringsprogramma op te zetten, en met andere multilaterale en bilaterale crediteuren en donoren. De Commissie heeft ook regelmatig contact gehad met de Oekraïense autoriteiten.

· Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid

In verband met de urgentie van het goedkeuringsproces zullen de diensten van de Commissie, bijgestaan door externe deskundigen, slechts in de loop van april en mei 2014 een operationele beoordeling van de kwaliteit en betrouwbaarheid van de financiële en administratieve procedures van Oekraïne uitvoeren.

· Effectbeoordeling

De MFB en het bijbehorende economische aanpassingsprogramma zullen de financieringsbehoeften van Oekraïne op korte termijn helpen verlichten en beleidsmaatregelen ondersteunen die erop gericht zijn de betalingsbalans, de begroting en de duurzame groei te versterken, teneinde de dreiging van wanbetaling en instorting van de economie af te wenden. Het is de bedoeling dat de condities die aan het programma verbonden zijn, met name bijdragen tot het vergroten van de efficiëntie en de transparantie van het beheer van de overheidsfinanciën, het bevorderen van budgettaire hervormingen om de subsidies voor nutsvoorzieningen en andere uitgaven terug te dringen, het ondersteunen van de huidige inspanningen ter versterking van het sociale vangnet, het versterken van de governance in en het toezicht op de financiële sector, het krachtdadiger aanpakken van corruptie om de ontvangsten te vermeerderen, en het vergemakkelijken van de invoering van maatregelen ter verbetering van de wet- en regelgeving op het gebied van handel en investeringen.

3.           JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL

· Samenvatting van de voorgestelde maatregel(en)

De Europese Unie stelt MFB ten belope van in totaal maximaal 1 miljard EUR beschikbaar aan Oekraïne in de vorm van een lening op middellange termijn. De bijstand is bedoeld om bij te dragen tot het dekken van de externe financieringsbehoeften van Oekraïne in 2014.

De bijstand zal worden verstrekt in één of twee tranches en gekoppeld zijn aan de voorwaarde dat er een regeling met het IMF is en dat Oekraïne welbepaalde structurele hervormingsmaatregelen neemt die in een memorandum van overeenstemming tussen de Commissie namens de EU en Oekraïne worden vastgelegd. Dat memorandum van overeenstemming zal in overleg met het IMF en de Wereldbank worden opgesteld. Omdat het voor Oekraïne van kapitaal belang is een krachtig macro-economisch beleid te voeren en ambitieuze hervormingen ten uitvoer te leggen, wordt het niet passend geacht om het geld ter beschikking te stellen zonder dat daaraan specifieke condities zijn verbonden. De geprefereerde optie is derhalve om de bijstand uit te keren in twee tranches: een eerste op voorwaarde dat de regeling met het IMF er is en een tweede op voorwaarde dat de overeenkomen condities zijn vervuld. Tussen de twee tranches zal een periode van minstens drie maanden zitten. De terbeschikkingstelling van de eerste tranche (van potentieel 500 miljoen EUR) wordt in het vooruitzicht gesteld voor juni 2014 en de tweede in het najaar. Mocht de Commissie in het licht van de buitengewoon urgente financieringsbehoeften evenwel besluiten dat verstrekking van de bijstand in één tranche wenselijk is, dan zal zij dit in elk geval afhankelijk stellen van de voltooiing van enkele kritieke eerste maatregelen.

Bij het opstellen van de lijst van voorwaarden of eerste maatregelen om de bijstand ter beschikking te stellen, zal de Commissie focussen op structurele hervormingen voor een beter macro-economisch bestuur in het algemeen en op de voorwaarden voor duurzame groei (zoals transparantie en efficiëntie van het beheer van de overheidsfinanciën; budgettaire hervormingsmaatregelen; governance in en toezicht op de financiële sector; hervormingen ter versterking van het sociale vangnet, en hervormingen ter verbetering van de wet- en regelgeving op het gebied van handel en investeringen).

De bijstand wordt beheerd door de Commissie. Daarbij zijn met het Financieel Reglement strokende specifieke bepalingen ter preventie van fraude en andere onregelmatigheden van toepassing.

Het besluit om de volledige MFB in de vorm van leningen te verstrekken, wordt gerechtvaardigd door het ontwikkelingsniveau (afgemeten aan het inkomen per hoofd van de bevolking) en de schuldindicatoren van Oekraïne. Het is tevens in overeenstemming met de behandeling die Oekraïne ten deel valt van de Wereldbank en het IMF. Oekraïne komt immers niet in aanmerking voor financiering op gunstige voorwaarden van hetzij de IDA, hetzij het IMF.

· Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag voor dit voorstel is artikel 213 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Omdat het niet mogelijk zou zijn om de voorgestelde bijstand nog in de eerste helft van 2014 uit te keren en zodoende niet in de urgente financieringsbehoeften van Oekraïne zou kunnen worden voorzien als het besluit door het Parlement en de Raad op grond van artikel 212 VWEU volgens de gewone wetgevingsprocedure moet worden vastgesteld, is het gerechtvaardigd artikel 213 VWEU – dat in goedkeuring van het besluit door de Raad voorziet – als grondslag te nemen. 

· Subsidiariteitsbeginsel

Het voorstel betreft een gebied dat niet onder de exclusieve bevoegdheid van de EU valt. Het subsidiariteitsbeginsel is van toepassing voor zover de doelstelling om de macro-economische stabiliteit op korte termijn in Oekraïne te herstellen onvoldoende kan worden verwezenlijkt door de lidstaten alleen en derhalve beter door de Europese Unie kan worden verwezenlijkt. De belangrijkste redenen zijn de budgettaire beperkingen op nationaal niveau en de behoefte aan krachtige donorcoördinatie met het oog op een maximalisatie van de omvang en doeltreffendheid van de bijstand.

· Evenredigheidsbeginsel

Het voorstel is in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel: het blijft beperkt tot hetgeen minimaal vereist is om de doelstellingen van macro-economische stabiliteit op korte termijn te verwezenlijken door het risico op wanbetaling te verminderen en gaat niet verder dan voor dat doel nodig is.

Het bedrag van de bijstand is relatief beperkt te noemen in verhouding tot de totale externe financieringsbehoeften van Oekraïne in 2014 en 2015. Gezien de bijstand die door andere bilaterale en multilaterale donoren en crediteuren aan Oekraïne is toegezegd, wordt dit als een passend niveau van lastendeling voor de EU beschouwd.

· Complementariteit

De voorgestelde MFB vormt een aanvulling op de bijstand die door andere multilaterale en bilaterale donoren in het vooruitzicht wordt gesteld in het kader van het door het IMF ondersteunde economische programma. Daarnaast vormt de MFB een aanvulling op de giften en leningen die door de EU zijn gemobiliseerd in het kader van de gewone EU-samenwerkingsinstrumenten (met name het Europees nabuurschapsinstrument) en door de Europese Investeringsbank worden verstrekt.

· Keuze van instrumenten

Projectfinanciering of technische bijstand zou niet geschikt of afdoende zijn voor de verwezenlijking van deze macro-economische doelstellingen. De belangrijkste meerwaarde van MFB in vergelijking met andere EU-instrumenten is de tenuitvoerlegging op korte termijn om de externe financiële druk te verlichten en de totstandkoming van een stabiel macro-economisch kader te faciliteren, onder meer door de totstandkoming van een houdbare betalingsbalans- en begrotingssituatie en een geschikt kader voor structurele hervormingen te bevorderen. Door aan de totstandbrenging van een geschikt algemeen kader voor het macro-economische en het structurele beleid bij te dragen, kan MFB de doeltreffendheid vergroten van de acties die in Oekraïne in het kader van andere financiële instrumenten van de EU met een nauwere focus worden gefinancierd.

4.           GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

De geplande bijstand zou worden verstrekt in de vorm van een lening en worden gefinancierd met behulp van een door de Commissie namens de EU opgenomen lening. De kosten van de bijstand voor de begroting zijn gelijk aan het bedrag van de voorziening dat uit begrotingsonderdeel 01 03 06 ("Voorziening van het Garantiefonds") in het Garantiefonds voor externe maatregelen moet worden gestort en dat overeenstemt met 9% van de uitgekeerde bedragen. Ervan uitgaande dat de lening in 2014 zal worden uitgekeerd, zal de voorziening volgens de regels van het garantiefondsmechanisme worden gestort in het kader van de begroting 2016.

5.           FACULTATIEVE ELEMENTEN

· Evaluatie-/herzienings-/vervalbepaling

Het voorstel bevat een vervalbepaling. De voorgestelde MFB zou beschikbaar worden gesteld gedurende één jaar vanaf de eerste dag na de inwerkingtreding van het memorandum van overeenstemming, met een mogelijkheid tot verlenging indien nodig.

2014/0104 (NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Oekraïne

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 213 ,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie[3],

Overwegende hetgeen volgt:

(1)       De betrekkingen tussen de Europese Unie ("de Unie") en Oekraïne ontwikkelen zich in het kader van het Europees nabuurschapsbeleid (ENB) en het oostelijk partnerschap. De Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Unie en Oekraïne is op 1 maart 1998 in werking getreden. De bilaterale politieke dialoog en de economische samenwerking zijn verdiept in het kader van de op 23 november 2009 goedgekeurde Associatieagenda EU-Oekraïne. Van 2007 tot 2011 is onderhandeld over een nieuwe Associatieovereenkomst, waarvan een diepe en brede vrijhandelsruimte (Deep and Comprehensive Free Trade Area (DCFTA)) deel uitmaakt; deze overeenkomst is in 2012 geparafeerd. Op 21 november 2013 is door het kabinet van ministers van Oekraïne besloten de voorbereidingen voor de ondertekening van de Associatieovereenkomst op te schorten. Na het aftreden van de regering in februari 2014 heeft de nieuwe regering van Oekraïne zich bereid verklaard de Associatieovereenkomst in de nabije toekomst te ondertekenen. Op 6 maart 2014 heeft de Europese Raad in zijn Verklaring over Oekraïne gezegd vastbesloten te zijn zeer binnenkort alle politieke hoofdstukken van de Associatieovereenkomst te ondertekenen en unilaterale maatregelen te nemen die Oekraïne in staat zullen stellen wezenlijk te profiteren van de voordelen die de diepe en brede vrijhandelsruimte biedt. Het daartoe strekkende voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad is door de Commissie goedgekeurd op 11 maart 2014.

(2)       De huidige politieke crisis heeft zeer schadelijke consequenties voor de reeds wankele financieel-economische stabiliteit van het land. Oekraïne ziet zich momenteel geconfronteerd met een zeer zwakke en snel verslechterende betalingsbalans en begrotingspositie, en een economie die opnieuw op een recessie afstevent. De feitelijke onderbreking van de bijstand van Rusland in het kader van het pakket van 15 miljard USD en het aangekondigde einde van de lagere gasprijzen van Gazprom vanaf april 2014 zullen de situatie verder verslechteren. Er is in die omstandigheden dan ook een ernstig risico dat Oekraïne in de nabije toekomst in gebreke blijft.

(3)       Na het aftreden van de regering heeft het parlement respectievelijk op 22 en 27 februari 2014 een nieuwe interim-president en een nieuwe regering aangesteld. Ondanks de herinvoering van de grondwet van 2004 en de aankondiging van presidentsverkiezingen op 25 mei 2014 kon de politieke stabiliteit in Oekraïne niet weerkeren als gevolg van de recente schending van de soevereiniteit en de territoriale integriteit door de Russische Federatie.

(4)       Onder deze omstandigheden heeft Oekraïne dringende financiële hulp van internationale crediteuren en donoren nodig. Omdat het niet mogelijk zou zijn de eerste tranche van de macrofinanciële bijstand van de Unie aan Oekraïne ("de macrofinanciële bijstand van de Unie") nog in de eerste helft van 2014 uit te keren en zodoende niet in de urgente financieringsbehoeften van Oekraïne zou kunnen worden voorzien als het besluit door het Parlement en de Raad op grond van artikel 212 VWEU volgens de gewone wetgevingsprocedure moet worden vastgesteld, is het gerechtvaardigd artikel 213 VWEU – dat in goedkeuring van het besluit door de Raad voorziet – als grondslag te nemen. 

(5)       De urgentie van de bijstand houdt verband met de onmiddellijke financieringsbehoefte van Oekraïne, bovenop de financiële middelen die zullen worden verstrekt door andere internationale financiële instellingen en andere bilaterale donoren, en bovenop de macrofinanciële bijstand van de Unie waarin het Besluit van de Raad van 12 juli 2002 tot toekenning van aanvullende macrofinanciële bijstand aan Oekraïne (2002/639/EG)[4] en Besluit nr. 646/2010/EU van het Europees Parlement en de Raad van juli 2010 tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Oekraïne[5] voorzien.

(6)       De huidige crisis in Oekraïne rechtvaardigt de toepassing, bij wijze van uitzondering, van de urgentieprocedure van artikel 213 VWEU. Het besluit tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Oekraïne sluit andere MFB-operaties in de toekomst niet uit.

(7)       De Unie heeft sinds het aftreden van de vorige regering meermaals haar steun toegezegd aan de nieuwe regering van Oekraïne bij het stabiliseren van de situatie en het voorzetten van de hervormingen. De Unie heeft tevens haar volledige medewerking toegezegd voor de inspanningen van de internationale gemeenschap en de internationale financiële instellingen, in het bijzonder het IMF, om een internationaal steunpakket op te zetten waarmee de dringende behoeften van Oekraïne kunnen worden gelenigd, mits er een duidelijke verbintenis om te hervormen is. Financiële steun van de Unie aan Oekraïne is in overeenstemming met het beleid dat de Unie middels het ENB en het oostelijk partnerschap voorstaat.

(8)       Macrofinanciële bijstand van de Unie moet een uitzonderlijk financieel instrument zijn van ongebonden en niet-toegewezen betalingsbalanssteun, gericht op het lenigen van de onmiddellijke externe financieringsbehoeften van de begunstigde, en dienen ter ondersteuning van een beleidsprogramma met krachtige directe aanpassings- en structurele hervormingsmaatregelen die gericht zijn op het verbeteren van de betalingsbalanspositie op korte termijn.

(9)       De verwachting is dat de Oekraïense autoriteiten en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) binnenkort een akkoord bereiken over een economisch programma dat door een financieringsregeling met het IMF zal worden geschraagd.

(10)     In het licht van de drastisch verslechterende betalingsbalanssituatie in Oekraïne heeft de Europese Commissie op 5 maart 2014 een steunpakket aangekondigd, waarvan de voorgestelde MFB deel uitmaakt. Dit pakket heeft op 6 maart de goedkeuring gekregen van de buitengewone Europese Raad. Het pakket omvat financiële bijstand ter belope van 11 miljard EUR van 2014 tot 2020, waarvan in totaal gedurende dezelfde periode tot 1,565 miljard EUR aan giften die zijn gemobiliseerd in het kader van het Europees nabuurschapsinstrument, de nabuurschapsinvesteringsfaciliteit, het instrument dat bijdraagt aan stabiliteit en vrede, en het onderdeel van de EU-begroting voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid. De macrofinanciële bijstand van de Unie waarin het Besluit van de Raad van 12 juli 2002 tot toekenning van aanvullende macrofinanciële bijstand aan Oekraïne (2002/639/EG)[6] en Besluit nr. 646/2010/EU van het Europees Parlement en de Raad van juli 2010 tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Oekraïne[7] voorzien, kan worden overgemaakt zodra het IMF-programma rond is.

(11)     Daar Oekraïne onder het ENB valt, moet het als een land worden beschouwd dat voor macrofinanciële bijstand van de Unie in aanmerking komt.

(12)     Door de drastische verslechtering wordt verwacht dat de externe financieringsbehoeften van Oekraïne de middelen die door het IMF en andere multilaterale instellingen zullen worden verstrekt, ver te boven zullen gaan. In de huidige uitzonderlijke omstandigheden is de urgente macrofinanciële bijstand van de Unie dan ook te beschouwen als een passend antwoord op het verzoek van Oekraïne om bijstand voor de stabilisatie van de financiën. De macrofinanciële bijstand van de Unie zou de economische stabilisatie en de structurele-hervormingsagenda van Oekraïne ondersteunen en tevens een aanvulling vormen op de middelen die in het kader van de financiële overeenkomst met het IMF beschikbaar worden gesteld.

(13)     De macrofinanciële bijstand van de Unie moet gericht zijn op het helpen herstellen van een houdbare externe financiële positie voor Oekraïne en aldus de economische en sociale ontwikkeling van het land ondersteunen.

(14)     De vaststelling van het bedrag van de macrofinanciële bijstand van de Unie is gebaseerd op een eerste raming van de resterende externe financieringsbehoeften van Oekraïne, en bij de bepaling ervan is rekening gehouden met het vermogen van het land zichzelf te financieren met eigen middelen, en met name met de internationale reserves die het tot zijn beschikking heeft. De macrofinanciële bijstand van de Unie moet complementair zijn aan de programma’s van het IMF en de Wereldbank en de door hen verstrekte middelen. Bij het vaststellen van het bedrag van de bijstand wordt ook rekening gehouden met de noodzaak te zorgen voor een billijke verdeling van de lasten tussen de Unie en andere donoren, alsook met de reeds bestaande inzet van de andere externe financieringsinstrumenten van de Unie in Oekraïne en met de toegevoegde waarde die over het geheel genomen door de betrokkenheid van de Unie wordt geboden.

(15)     De Commissie moet ervoor zorgen dat de macrofinanciële bijstand van de Unie juridisch en materieel verenigbaar is met de hoofdbeginselen, -doelstellingen en -maatregelen die zijn vastgesteld in het kader van de verschillende onderdelen van het extern optreden en het relevante beleid van de Unie op andere terreinen.

(16)     De macrofinanciële bijstand van de Unie moet het externe beleid van de Unie jegens Oekraïne ondersteunen. De diensten van de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden moeten gedurende de hele macrofinanciële bijstandsoperatie nauw samenwerken om het externe beleid van de Unie te coördineren en de consistentie ervan te waarborgen.

(17)     De macrofinanciële bijstand van de Unie moet Oekraïne ondersteunen in zijn engagement met betrekking tot waarden die het land met de Unie deelt, waaronder democratie, de rechtsstaat, goed bestuur, eerbiediging van de mensenrechten, duurzame ontwikkeling en armoedebestrijding, en ook zijn engagement met betrekking tot de beginselen van open, op regels gebaseerde en eerlijke handel.

(18)     Eerbiediging door Oekraïne van effectieve democratische mechanismen, waaronder een parlementair stelsel met meerdere partijen, de rechtsstaat en de mensenrechten, moet een randvoorwaarde zijn voor het verlenen van de macrofinanciële bijstand van de Unie. Daarnaast dienen de specifieke doelstellingen van de macrofinanciële bijstand van de Unie de doelmatigheid, transparantie en verantwoording van de beheersystemen voor overheidsfinanciën in Oekraïne te bevorderen en bij te dragen aan structurele hervormingen die gericht zijn op de bevordering van duurzame groei en begrotingsconsolidatie. Zowel het voldoen aan de randvoorwaarden als het verwezenlijken van die doelstellingen dient regelmatig door de Commissie te worden gecontroleerd.

(19)     Om te verzekeren dat de financiële belangen van de Unie in het kader van de macrofinanciële bijstand van de Unie op efficiënte wijze worden beschermd, moet Oekraïne passende maatregelen nemen in verband met de preventie en bestrijding van fraude, corruptie en andere onregelmatigheden met betrekking tot deze bijstand. Daarnaast moet erin worden voorzien dat de Commissie controles verricht en dat de Rekenkamer audits verricht.

(20)     De uitkering van de macrofinanciële bijstand van de Unie laat de bevoegdheden van de begrotingsautoriteit onverlet.

(21)     De bedragen van de voorziening voor de macrofinanciële bijstand moeten sporen met de in het meerjarig financieel kader vastgestelde begrotingskredieten.

(22)     De macrofinanciële bijstand van de Unie moet door de Commissie worden beheerd. Teneinde te waarborgen dat het Europees Parlement en de Raad op de tenuitvoerlegging van dit besluit kunnen toezien, dient de Commissie hen regelmatig in te lichten over ontwikkelingen met betrekking tot de bijstand en hun daarbij de relevante documenten te verschaffen.

(23)     Teneinde eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van dit besluit te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad[8] worden uitgeoefend.

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.         De Unie stelt Oekraïne macrofinanciële bijstand ("de macrofinanciële bijstand van de Unie") beschikbaar ten belope van ten hoogste 1 miljard EUR om de economische stabiliteit en hervormingen van Oekraïne te ondersteunen. De bijstand moet bijdragen tot het lenigen van de urgente betalingsbalansbehoeften van Oekraïne die zijn aangewezen in het economisch programma van de regering waarvoor het IMF steunt verleent.

2.         Het volledige bedrag van de macrofinanciële bijstand van de Unie wordt in de vorm van leningen aan Oekraïne verstrekt. De Commissie is bevoegd om namens de Unie de nodige financiële middelen te lenen op de kapitaalmarkten of van financiële instellingen teneinde de middelen vervolgens aan Oekraïne door te lenen. De leningen hebben een looptijd van ten hoogste 15 jaar.

3.         De uitbetaling van de macrofinanciële bijstand van de Unie wordt door de Commissie beheerd op een wijze die verenigbaar is met de overeenkomsten of afspraken tussen het IMF en Oekraïne en met de hoofdbeginselen en -doelen van economische hervorming zoals die worden uiteengezet in de in het kader van het ENB overeengekomen Associatieagenda EU-Oekraïne. De Commissie licht het Europees Parlement en de Raad regelmatig in over de ontwikkelingen inzake de macrofinanciële bijstand van de Unie, met inbegrip van de uitkeringen, en verstrekt daarbij tijdig de relevante documenten aan die instellingen.

4.         De macrofinanciële bijstand van de Unie wordt beschikbaar gesteld voor een periode van één jaar, met ingang van de eerste dag na de inwerkingtreding van het in artikel 3, lid 1, bedoelde memorandum van overeenstemming. Deze periode kan bij besluit van de Raad op voorstel van de Commissie worden verlengd.

5.         Indien de financieringsbehoeften van Oekraïne tijdens de periode van uitbetaling van de macrofinanciële bijstand van de Unie aanzienlijk verminderen ten opzichte van de oorspronkelijke prognoses, verlaagt de Commissie, handelend in overeenstemming met de in artikel 7, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure, het bedrag van de bijstand of schort zij deze op of staakt zij deze.

Artikel 2

1.         Eerbiediging door Oekraïne van effectieve democratische mechanismen, waaronder een parlementair stelsel met meerdere partijen, de rechtsstaat en de mensenrechten, is een randvoorwaarde voor het verlenen van de macrofinanciële bijstand van de Unie. Tijdens de volledige duur van de macrofinanciële bijstand van de Unie controleert de Commissie of aan deze randvoorwaarde is voldaan. Dit artikel wordt toegepast in overeenstemming met Besluit 2010/427/EU van de Raad[9].

Artikel 3

1.         De Commissie bereikt, in overeenstemming met de in artikel 7, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure, met de Oekraïense overheid overeenstemming over duidelijk bepaalde voorwaarden inzake economisch beleid en financiële voorwaarden, gericht op structurele hervormingen en gezonde overheidsfinanciën, waaraan de macrofinanciële bijstand van de Unie onderworpen is en die worden vastgelegd in een memorandum van overeenstemming ("het memorandum van overeenstemming"), dat een tijdschema bevat voor de verwezenlijking van die voorwaarden. De in het memorandum van overeenstemming vastgelegde voorwaarden inzake economisch beleid en financiële voorwaarden stroken met de in artikel 1, lid 3, bedoelde overeenkomsten of afspraken, met inbegrip van de programma’s voor macro-economische aanpassing en structurele hervorming die door Oekraïne met steun van het IMF worden uitgevoerd.

2.         Deze voorwaarden zijn er in het bijzonder op gericht de doelmatigheid, transparantie en verantwoording van beheersystemen voor overheidsfinanciën in Oekraïne te bevorderen, met inbegrip van de systemen voor het beheer van de macrofinanciële bijstand van de Unie. Bij het bepalen van de beleidsmaatregelen moet ook terdege rekening worden gehouden met vooruitgang wat betreft het wederzijds openstellen van markten, de ontwikkeling van op regels gebaseerde en eerlijke handel en andere prioriteiten in het kader van het externe beleid van de Unie. De vooruitgang behaald bij het verwezenlijken van die doelstellingen wordt regelmatig door de Commissie gecontroleerd.

3.         De financiële voorwaarden van de macrofinanciële bijstand van de Unie worden in detail vastgelegd in een tussen de Commissie en de Oekraïense autoriteiten te sluiten leningsovereenkomst.

4.         De Commissie onderzoekt op gezette tijden of de in artikel 4, lid 3, gestelde voorwaarden vervuld blijven, onder meer of het economische beleid van Oekraïne verenigbaar is met de doelstellingen van de macrofinanciële bijstand van de Unie. De Commissie werkt daarbij nauw samen met het IMF en de Wereldbank en, indien nodig, met het Europees Parlement en de Raad.

Artikel 4

1.         Behoudens de voorwaarden van lid 3, wordt de macrofinanciële bijstand van de Unie door de Commissie beschikbaar gesteld in één of twee leningstranches. De omvang van elke tranche wordt in het memorandum van overeenstemming vastgelegd.

2.         Voor de bedragen van de macrofinanciële bijstand van de Unie worden, indien nodig, voorzieningen getroffen overeenkomstig Verordening (EG, Euratom) nr. 480/2009 van de Raad[10].

3.         De Commissie besluit tot uitkering van de tranches mits aan alle van de volgende voorwaarden voldaan is:

a)         de in artikel 2 gestelde randvoorwaarde;

 b)        een bevredigende voortgang bij de uitvoering van een beleidsprogramma met krachtige maatregelen voor aanpassing en structurele hervorming, ondersteund door een niet uit voorzorg getroffen kredietregeling met het IMF. De facto zal met de uitkering worden begonnen zodra het IMF-programma rond is.

 c)        de uitvoering binnen een specifieke termijn van de in het memorandum van overeenstemming overeengekomen financiële en economische beleidsvoorwaarden.

De eventuele tweede tranche wordt niet vroeger dan drie maanden na de uitkering van de eerste tranche uitbetaald.

4.         Indien de in lid 3 bepaalde voorwaarden niet zijn vervuld, wordt de uitkering van de macrofinanciële bijstand van de Unie door de Commissie tijdelijk opgeschort of geannuleerd. In die gevallen stelt zij het Europees Parlement en de Raad in kennis van de redenen van die opschorting of annulering.

5.         De macrofinanciële bijstand van de Unie wordt uitbetaald aan de Nationale Bank van Oekraïne.

Artikel 5

1.         De op de macrofinanciële bijstand van de Unie betrekking hebbende verrichtingen tot het opnemen en verstrekken van leningen worden uitgevoerd in euro met dezelfde valutadatum, en mogen de Unie niet blootstellen aan enige looptijdtransformatie, enig valuta- of renterisico, of enig ander commercieel risico.

2.         Indien de omstandigheden dit mogelijk maken en indien Oekraïne daarom verzoekt, kan de Commissie de nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat in de leningsvoorwaarden een clausule inzake vervroegde aflossing is opgenomen en dat in de voorwaarden verbonden aan de opgenomen leningen een overeenkomstige clausule voorkomt.

3.         De Commissie kan, indien de omstandigheden een gunstiger rente op de verstrekte lening mogelijk maken en indien Oekraïne daarom verzoekt, besluiten de oorspronkelijk door haar opgenomen leningen geheel of gedeeltelijk te herfinancieren of de desbetreffende financiële voorwaarden te herstructureren. De herfinancieringen of herstructureringen geschieden onder de in lid 1 en in lid 4 gestelde voorwaarden en mogen niet leiden tot een verlenging van de looptijd van de betrokken opgenomen leningen en evenmin tot een verhoging van het op de datum van deze herfinancieringen of herstructureringen nog uitstaande bedrag.

4.         Alle kosten die de Unie ter zake van de uit hoofde van dit besluit opgenomen of verstrekte leningen maakt, komen ten laste van Oekraïne.

5.         De Commissie stelt het Europees Parlement en de Raad in kennis van de ontwikkelingen met betrekking tot de in de leden 2 en 3 bedoelde verrichtingen.

Artikel 6

1.         De macrofinanciële bijstand van de Unie wordt ten uitvoer gelegd overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad[11] en Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie[12].

2.         De macrofinanciële bijstand van de Unie wordt onder direct beheer uitgevoerd.

3.         Het memorandum van overeenstemming en de leningsovereenkomst met de Oekraïense overheid bevatten bepalingen die het volgende verzekeren:

a)         Oekraïne gaat regelmatig na of de uit de begroting van de Unie verstrekte financiering naar behoren is gebruikt, neemt passende maatregelen ter voorkoming van onregelmatigheden en fraude, en onderneemt zo nodig gerechtelijke stappen om de uit hoofde van dit besluit verstrekte middelen waaraan geen wettige bestemming is gegeven, terug te vorderen;

b)         de financiële belangen van de Unie worden beschermd, in het bijzonder met specifieke maatregelen met het oog op de preventie en de bestrijding van fraude, corruptie en andere onregelmatigheden in verband met de macrofinanciële bijstand van de Unie, overeenkomstig Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad[13], Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad[14] en Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad[15];

 c)        de Commissie — met inbegrip van het Europees Bureau voor fraudebestrijding — en haar vertegenwoordigers worden uitdrukkelijk gemachtigd tot het uitvoeren van controles, waaronder controles en inspecties ter plaatse;

 d)        de Commissie en de Rekenkamer worden uitdrukkelijk gemachtigd om tijdens en na de periode dat de macrofinanciële bijstand van de Unie beschikbaar is audits uit te voeren, met inbegrip van documentaudits en audits ter plaatse, zoals onder meer operationele beoordelingen;

 e)        de Unie heeft recht op vervroegde terugbetaling van de lening, indien is vastgesteld dat Oekraïne met betrekking tot het beheer van de macrofinanciële bijstand van de Unie fraude, corruptie of enige andere onwettige activiteit heeft gepleegd die de financiële belangen van de Unie schaadt.

4.         Tijdens de uitvoering van de macrofinanciële bijstand van de Unie houdt de Commissie door middel van operationele beoordelingen toezicht op de deugdelijkheid van de voor deze bijstand geldende financiële en administratieve procedures en interne en externe controlemechanismen van Oekraïne.

Artikel 7

1.         De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.         Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 8

1.         De Commissie legt jaarlijks, uiterlijk op 30 juni, aan het Europees Parlement en de Raad een verslag voor over de tenuitvoerlegging van dit besluit in het voorgaande jaar, waaronder een evaluatie van die tenuitvoerlegging. In dit verslag:

 a)        wordt de geboekte vooruitgang bij het uitvoeren van de macrofinanciële bijstand van de Unie onderzocht;

 b)        worden de economische situatie en de vooruitzichten van Oekraïne, alsook de bij de tenuitvoerlegging van de in artikel 3, lid 1, bedoelde beleidsmaatregelen gemaakte vorderingen beoordeeld;

 c)        wordt het verband gespecificeerd tussen de in het memorandum van overeenstemming vastgelegde beleidsvoorwaarden, de actuele economische en budgettaire prestaties van Oekraïne en de besluiten van de Commissie tot uitkering van de tranches van de macrofinanciële bijstand van de Unie.

2.         Uiterlijk twee jaar na het verstrijken van de in artikel 1, lid 4, bedoelde beschikbaarheidsperiode dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een ex post-evaluatieverslag in met een beoordeling van de resultaten en de doelmatigheid van de voltooide macrofinanciële bijstand van de Unie en van de mate waarin deze tot de doelstellingen van de bijstand heeft bijgedragen.

Artikel 9

Dit besluit treedt in werking op de dag volgende op die van zijn bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel,

                                                                       Voor de Raad

                                                                       De voorzitter

FINANCIEEL MEMORANDUM

1.           KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

              1.1.    Benaming van het voorstel/initiatief

              1.2.    Betrokken beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur

              1.3.    Aard van het voorstel/initiatief

              1.4.    Doelstelling(en)

              1.5.    Motivering van het voorstel/initiatief

              1.6.    Duur en financiële gevolgen

              1.7.    Beheersvorm(en)

2.           BEHEERSMAATREGELEN

              2.1.    Regels inzake het toezicht en de verslagen

              2.2.    Beheers- en controlesysteem

              2.3.    Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

3.           GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

              3.1.    Rubriek(en) van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven

              3.2.    Geraamde gevolgen voor de uitgaven

              3.3.    Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

FINANCIEEL MEMORANDUM

1.           KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

1.1.        Benaming van het voorstel/initiatief

Macrofinanciële bijstand aan de Republiek Oekraïne

1.2.        Betrokken beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur[16]

Beleidsterrein:           Titel 01 – Economische en financiële zaken

Activiteit:      03 – Internationale economische en financiële kwesties

1.3.        Aard van het voorstel/initiatief

X Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie

1.4.        Doelstellingen

1.4.1.     De met het voorstel/initiatief beoogde strategische meerjarendoelstelling(en) van de Commissie

"Het bevorderen van welvaart buiten de EU"

Het belangrijkste relevante terrein waarop DG ECFIN actief is, heeft betrekking op:

1. Bevordering van de tenuitvoerlegging van het Europees nabuurschapsbeleid door verdieping van de economische analyse en versterking van de beleidsdialoog en advisering over de economische aspecten van de actieplannen.

2. Ontwikkeling, bewaking en tenuitvoerlegging van macrofinanciële bijstand voor derde partnerlanden in samenwerking met de betrokken internationale financiële instellingen.

1.4.2.     Specifieke doelstelling(en) en betrokken ABM/ABB-activiteiten

Specifieke doelstelling nr. 1: "Macrofinanciële bijstand verstrekken aan derde landen om mee te werken aan de oplossing van hun betalingsbalansproblemen en het herstel van de houdbaarheid van hun externe schuld"

Betrokken AMB/ABB-activiteit(en): Internationale economische en financiële betrekkingen, mondiaal bestuur.

1.4.3.     Verwachte resulta(a)t(en) en gevolg(en)

De voorgenomen bijstand bestaat uit een EU-lening tot 1 miljard EUR aan de Republiek Oekraïne ("Oekraïne") en moet bijdragen tot een houdbaarder betalingsbalanssituatie. De bijstand zal het land het hoofd helpen bieden aan de economische en sociale problemen die het ondervindt ten gevolge van de binnenlandse en regionale onrust. Ook zal de bijstand structurele hervormingen bevorderen die zijn gericht op verhoging van de duurzame economische groei en verbetering van het beheer van de overheidsfinanciën.

1.4.4.     Resultaat- en effectindicatoren

De autoriteiten zullen op regelmatige basis aan de diensten van de Commissie verslag moeten uitbrengen over een aantal indicatoren en een uitgebreid verslag moeten verstrekken inzake de naleving van de overeengekomen beleidsvoorwaarden voordat de bijstand wordt uitgekeerd.

De diensten van de Commissie blijven ook na de in Oekraïne ter voorbereiding van deze operatie uitgevoerde operationele beoordeling van de financiële en administratieve procedures het beheer van de overheidsfinanciën bewaken. De EU-delegatie in Oekraïne brengt ook periodieke verslagen uit over zaken die relevant zijn voor het bewaken van de bijstand. De diensten van de Commissie blijven nauwe contacten met het IMF en de Wereldbank onderhouden om te profiteren van hun inzichten naar aanleiding van hun lopende activiteiten in Oekraïne.

Het voorstel voor een wetgevingsbesluit voorziet in een jaarlijks bij de Raad en het Europees Parlement in te dienen verslag waarin een evaluatie van de tenuitvoerlegging van deze maatregel is opgenomen. Een onafhankelijke evaluatie achteraf van de bijstand wordt binnen twee jaar na afloop van de uitvoeringsperiode uitgevoerd.

1.5.        Motivering van het voorstel/initiatief

1.5.1.     Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien

De uitkering van de bijstand is afhankelijk gesteld van een bevredigende voortgang bij de tenuitvoerlegging van de toekomstige financieringsovereenkomst tussen Oekraïne en het IMF. Bovendien dienen de Commissie en de Oekraïense autoriteiten specifieke voorwaarden inzake het beleid overeen te komen die in een memorandum van overeenstemming worden opgesomd.

1.5.2.     Toegevoegde waarde van de deelname van de EU

Door het land te helpen de economische schok te boven te komen die de binnenlandse en regionale onrust heeft veroorzaakt, draagt de voorgestelde MFB bij tot de bevordering van de macro-economische stabiliteit en de economische hervormingen in het land. Doordat de MFB fungeert als aanvulling op de middelen die door de internationale financiële instellingen, de EU en andere donoren ter beschikking zijn gesteld, zal hij bijdragen tot de algehele doeltreffendheid van het financiële steunpakket dat door de internationale donorengemeenschap in de nasleep van de crisis is overeengekomen.

Het voorgestelde programma zal ook het streven van de regering naar hervorming en naar nauwere betrekkingen met de EU bevorderen. Dit resultaat zal onder meer worden verwezenlijkt door de uitkering van de bijstand van passende voorwaarden afhankelijk te stellen. In een ruimere context zal het programma een signaalfunctie vervullen voor de andere landen in de regio door aan te geven dat de EU bereid is steun te verlenen aan landen die ondanks moeilijke economische omstandigheden duidelijk hebben gekozen voor politieke hervormingen.

1.5.3.     Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

Sinds 2004 zijn in totaal vijftien evaluaties achteraf van macrofinanciële bijstandsoperaties uitgevoerd. Volgens deze evaluaties levert de MFB een positieve, zij het soms bescheiden en indirecte bijdrage tot een betere houdbaarheid van de externe positie, de macro-economische stabiliteit en de totstandbrenging van structurele hervormingen in het begunstigde land. In de meeste gevallen hebben de MFB-pakketten een positief effect gehad op de betalingsbalans van het begunstigde land en verlichting gebracht in de begrotingsmoeilijkheden. Ook hebben ze geleid tot een enigszins hogere economische groei.

1.5.4.     Samenhang en eventuele synergie met andere relevante instrumenten

De EU is een van de belangrijkste donoren van Oekraïne. De EU is voornemens om in het kader van haar normale samenwerkingsprogramma voor de periode 2014-2020 giften ten belope van 1,565 miljard EUR beschikbaar te stellen ter ondersteuning van de politieke en economische hervormingen van Oekraïne.

De belangrijkste meerwaarde van MFB in vergelijking met andere EU-instrumenten is de tenuitvoerlegging op korte termijn om de externe financiële druk te verlichten en de totstandkoming van een stabiel macro-economisch kader te faciliteren, onder meer door de totstandkoming van een houdbare betalingsbalans- en begrotingssituatie en een geschikt kader voor structurele hervormingen te bevorderen. MFB is niet bedoeld als periodieke financiële steun en evenmin ter ondersteuning van de economische en sociale ontwikkeling van de begunstigde landen. De MFB moet worden beëindigd zodra het land weer een houdbare externe financiële situatie heeft.

Voorts is MFB opgevat als complementair aan interventies van de internationale financiële instellingen, en in het bijzonder aan de aanpassings- en hervormingsprogramma's die door het IMF en door de lening ter ondersteuning van het ontwikkelingsbeleid van de Wereldbank worden ondersteund.

1.6.        Duur en financiële gevolgen

X Voorstel/initiatief met een beperkte geldigheidsduur

– X  X Voorstel/initiatief is van kracht gedurende 1 jaar vanaf de inwerkingtreding van het memorandum van overeenstemming, zoals bepaald in artikel 1, lid 4, van het besluit

– X  Financiële gevolgen vanaf 2014 tot en met 2016

1.7.        Beheersvorm(en)[17]

X Direct gecentraliseerd beheer door de Commissie

2.           BEHEERSMAATREGELEN

2.1.        Regels inzake het toezicht en de verslagen

De bijstand in kwestie is van macro-economische aard en sluit qua opzet aan bij het door het IMF ondersteunde economische programma. De controle van de actie door de diensten van de Commissie zal plaatsvinden op basis van de voortgang bij de tenuitvoerlegging van de IMF-overeenkomst en de specifieke hervormingsmaatregelen die met de Oekraïense autoriteiten in een memorandum van overeenstemming zijn overeengekomen (zie ook punt 1.4.4).

2.2.        Beheers- en controlesysteem

2.2.1.     Mogelijke risico's

Aan deze MFB-operatie zijn fiduciaire, beleidsmatige en politieke risico's verbonden.

Er bestaat een risico dat de macrofinanciële bijstand, die niet aan specifieke uitgaven is gebonden, op frauduleuze wijze kan worden aangewend. In het algemeen hangt dit risico samen met factoren zoals de kwaliteit van beheerssystemen in de centrale bank en het ministerie van Financiën en de geschiktheid van interne en externe controlemogelijkheden.

Een ander wezenlijk risico voor de operatie vloeit voort uit de niet-uitgelokte schending van de Oekraïense soevereiniteit en territoriale integriteit door de Russische Federatie. Op binnenlands vlak wordt het voornaamste risico gevormd door instabiliteit als gevolg van problemen binnen het politieke en economische hervormingsproces. De volledige tenuitvoerlegging van de stabiliserings- en hervormingsmaatregelen die door de internationale gemeenschap worden gesteund, met inbegrip van de voorgestelde MFB-operatie, zou ondermijnd kunnen worden door maatschappelijke ontevredenheid en daaruit voortkomende onrust.

Tot slot zijn er risico's van een eventuele verzwakking van de Europese en de wereldwijde economische context.

2.2.2.     Controlemiddel(en)

De macrofinanciële bijstand is onderworpen aan verificatie-, controle- en auditprocedures onder de verantwoordelijkheid van de Commissie, met inbegrip van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), en van de Europese Rekenkamer.

2.2.3.     Kosten en baten van controles en waarschijnlijk niveau van niet-naleving

De basiskosten voor de Commissie die met de verificatie- en controlemethoden verband houden, alsmede de kosten van de vóór de operatie uitgevoerde operationele beoordeling van financiële en administratieve procedures worden in tabel 3.2.1 omschreven. Daarnaast zijn er kosten voor de Europese Rekenkamer en voor eventuele interventies van OLAF. De operationele beoordeling helpt niet alleen de risico's van misbruik van de middelen in te schatten, maar biedt als bijkomend voordeel nuttige informatie over de noodzakelijke hervormingen op het gebied van het beheer van de overheidsfinanciën. Wat het waarschijnlijke niveau van niet-naleving betreft, wordt het risico van niet-naleving (in de vorm van niet-terugbetaling van de lening of misbruik van de middelen) op grond van de ervaringen die met het MFB-instrument sinds het bestaan ervan zijn opgedaan, geacht laag te zijn.

2.3.        Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

Om de risico's van frauduleus gebruik van de middelen te voorkomen, worden meerdere maatregelen getroffen:

Ten eerste omvat de voorgestelde rechtsgrondslag voor macrofinanciële bijstand aan Oekraïne een bepaling over maatregelen ter preventie van fraude. Deze maatregelen zullen verder worden uitgewerkt in het memorandum van overeenstemming en de leningsovereenkomst en zullen een aantal bepalingen omvatten met betrekking tot inspectie, fraudepreventie, controles en de terugvordering van middelen in geval van fraude of corruptie. Het is voorts de bedoeling dat aan de bijstand een aantal specifieke beleidsvoorwaarden, met name op het gebied van het beheer van de overheidsfinanciën, zal worden verbonden ter bevordering van de efficiëntie, de transparantie en de verantwoordingsplicht.

Ten tweede zullen de diensten van de Commissie, bijgestaan door daartoe naar behoren gemachtigde externe deskundigen een operationele evaluatie uitvoeren van de financiële en administratieve procedures van het ministerie van Financiën en de Nationale Bank van Oekraïne, teneinde te voldoen aan de vereisten van het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen. Deze evaluatie zal bepalen of het kader voor prudent financieel beheer van macrofinanciële bijstand in Oekraïne voldoende doeltreffend is door onder meer de volgende aspecten te onderzoeken: beheersstructuur en -organisatie, middelenbeheer en -controle, beveiliging van IT-systemen, interne en externe controlecapaciteit en de onafhankelijkheid van de centrale bank. Naar aanleiding van deze evaluatie kunnen specifieke mechanismen voor het beheer van de middelen door de begunstigden worden ingevoerd in overleg met de nationale autoriteiten. Daarnaast zal de steun worden uitbetaald op een speciaal daarvoor bedoelde rekening bij de Nationale Bank van Oekraïne.

Tot slot is de bijstand onderworpen aan verificatie-, controle- en auditprocedures onder de verantwoordelijkheid van de Commissie, met inbegrip van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), en van de Europese Rekenkamer.

3.           GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

3.1.        Rubriek(en) van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven

· Bestaande begrotingsonderdelen voor uitgaven

01 03 02: Macrofinanciële bijstand

01 03 06 – Voorziening van het Garantiefonds

In volgorde van de rubrieken van het meerjarige financiële kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarige financiële kader || Begrotingsonderdeel || Soort uitgaven || Bijdrage

Nummer [Beschrijving…...….] || GK/ NGK ([18]) || van EVA-landen[19] || van kandidaat-lidstaten[20] || van derde landen || in de zin van artikel 18, lid 1, onder a bis), van het Financieel Reglement

4 || 01 03 02 Macrofinanciële bijstand || GK || NEE || NEE || NEE || NEE

4 || 01 03 06 Voorziening van het Garantiefonds || GK || NEE || NEE || NEE || NEE

01 03 06 – Garantie van de Europese Unie voor opgenomen EU-leningen voor macrofinanciële bijstand aan derde landen: Overeenkomstig de gewijzigde Garantiefondsverordening zijn stortingen in het Garantiefonds vereist. In overeenstemming met deze verordening worden leningen gebaseerd op het uitstaande bedrag aan het einde van het jaar. Aan het begin van het jaar "n" wordt het te storten bedrag berekend: dit is het verschil tussen het streefbedrag en de waarde van de nettoactiva van het Fonds aan het einde van het jaar "n–1". Dit voorzieningsbedrag wordt in het jaar "n" in het ontwerp van begroting van het jaar "n+1" opgenomen en aan het begin van het jaar "n+1" in één keer overgemaakt uit begrotingsonderdeel 01 03 06 ("Voorziening van het Garantiefonds"). Voor de berekening van de storting in het Fonds wordt dus 9 % (maximaal 90 miljoen EUR) van het daadwerkelijk uitgekeerde bedrag als streefbedrag aan het einde van het jaar "n-1" in aanmerking genomen.

De begrotingspost ("p.m.") op het onderdeel voor de begrotingsgarantie voor de lening zal alleen worden ingezet als daadwerkelijk een beroep op de garantie wordt gedaan. Verwacht wordt dat geen beroep op de begrotingsgarantie zal worden gedaan.

¨¨Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen: niet van toepassing.

3.2.        Geraamde gevolgen voor de uitgaven

3.2.1.     Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven

in miljoenen euro's (tot op 3 decimalen)

|| Rubriek van het meerjarig financieel kader: || 4 || || || [Rubriek: De EU als mondiale partner]

|| DG: <ECFIN> || || || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || TOTAAL ||

|| Ÿ Beleidskredieten || || || || || ||

|| Begrotingsonderdeel 01 03 06 Voorziening van het Garantiefonds || Vastleggingen || (1a) || || || 90 || || 90 ||

|| Betalingen || (2 a) || || || 90 || || 90 ||

|| Uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten[21] (operationele beoordeling en evaluatie achteraf) || || || || || ||

|| Begrotingsonderdeel 01 03 02 || Vastleggingen || (3) || 0,1 || 0,2 || || || 0,30 ||

|| || Betalingen || (3 a) || 0,1 || 0,1 || 0,10 || || 0,30 ||

|| TOTAAL kredieten voor DG ECFIN || Vastleggingen || =1+1a +3 || 0,1 || 0,2 || 90 || || 90,3 ||

|| Betalingen || =2+2a +3 || 0,1 || 0,1 || 90,1 || || 90,3 ||

|| Ÿ TOTAAL beleidskredieten || Vastleggingen || (4) || 0,1 || 0,2 || 90 || || 90,3 ||

|| || Betalingen || (5) || 0,1 || 0,1 || 90,1 || || 90,3 ||

Ÿ TOTAAL beleidskredieten || Vastleggingen || (4) || 0,1 || 0,2 || 90 || || 90,3 ||

Betalingen || (5) || 0,1 || 0,1 || 90,1 || || 90,3 ||

Ÿ TOTAAL uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten || (6) || || || || || ||

TOTAAL kredieten voor RUBRIEK 4 van het meerjarig financieel kader || Vastleggingen || =4+ 6 || 0,1 || 0,2 || 90 || || 90,3 ||

Betalingen || =5+ 6 || 0,1 || 0,1 || 90,1 || || 90,3 ||

Wanneer het voorstel/initiatief gevolgen heeft voor meerdere rubrieken

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Rubriek van het meerjarig financieel kader: || 5 || "Administratieve uitgaven"

|| || || || || ||

|| Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || TOTAAL

Ÿ Personeel || 0,528 || 0,132 || 0,066 || || 0,726

Ÿ Andere administratieve uitgaven || 0,028 || 0,012 || 0,004 || || 0,044

TOTAAL DG ECFIN || Kredieten || 0,556 || 0,144 || 0,070 || || 0,770

TOTAAL kredieten voor RUBRIEK 5 van het meerjarig financieel kader || (totaal vastleggingen = totaal betalingen) || 0,556 || 0,144 || 0,070 || || 0,770

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

|| || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || TOTAAL

TOTAAL kredieten voor de RUBRIEKEN 1 tot en met 5 van het meerjarig financieel kader || Vastleggingen || 0,556 || 0,144 || 0,070 || || 0,770

Betalingen || 0,556 || 0,144 || 0,70 || || 0,770

3.2.2.     Geraamde gevolgen voor de beleidskredieten

– ¨  Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig

– X Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Vastleggingskredieten, in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Vermeld doelstellingen en outputs ò || || || || || || || ||

||

|| || || || || || || || || || || ||

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1[22] || || || || || || || || || || ||

|| || Jaar 2013 || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || ||

|| Soort || Aantal || Kosten || Aantal || Kosten || Aantal || Kosten || Aantal || Kosten || Aantal || Kosten || Totaal aantal outputs || Totale kosten

Output 1 || Operationele beoordeling || || || 1 || 0,1 || || || || || || || 1 || 0,1

- Output 2 || Evaluatie achteraf || || || || || 1 || 0,2 || || || || || 1 || 0,2

- Output 3 || Voorziening van het Garantiefonds || || || || || || || 1 || 90 || || || 1 || 90

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1 || || || 1 || 0,1 || 1 || 0,2 || 1 || 90 || || || 3 || 90,3

TOTALE KOSTEN || || || 1 || 0,1 || 1 || 0,2 || 1 || 90 || || || 3 || 90,3

3.2.3.     Geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

3.2.3.1.  Samenvatting

– ¨  Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig

– X Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

|| [23] || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Zoveel jaren invullen als nodig is om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6) || TOTAAL

voor RUBRIEK 5 van het meerjarig financieel kader || || || || || || || || ||

Personeel || || 0,528 || 0,132 || 0,066 || || || || || 0,726

Andere administratieve uitgaven || || 0,028 || 0,012 || 0,004 || || || || || 0,044

Subtotaal voor RUBRIEK 5 van het meerjarig financieel kader || || 0,556 || 0,144 || 0,070 || || || || || 0,770

Buiten RUBRIEK 5[24] van het meerjarig financieel kader || || || || || || || || ||

Personeel || || || || || || || || ||

Andere administratieve uitgaven || || || || || || || || ||

Subtotaal buiten RUBRIEK 5 van het meerjarig financieel kader || || || || || || || || ||

TOTAAL || || 0,556 || 0,144 || 0,070 || || || || || 0,770

In de benodigde administratieve kredieten zal worden voorzien door de kredieten van het DG die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de bestaande budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

3.2.3.2.  Geraamde personeelsbehoeften

– ¨  Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig.

– X Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Raming in voltijdequivalenten

|| || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Zoveel jaren invullen als nodig is om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

Ÿ Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen) ||

01 01 01 01 (zetel en vertegenwoordigingen van de Commissie) || || 4 || 1 || 0,5 || || || ||

XX 01 01 02 (delegaties) || || || || || || || ||

XX 01 05 01 (onderzoek door derden) || || || || || || || ||

10 01 05 01 (eigen onderzoek) || || || || || || || ||

Ÿ Extern personeel (in voltijdequivalenten: VTE)[25]

XX 01 02 01 (AC, INT, END van de totale financiële middelen) || || || || || || || ||

XX 01 02 02 (AC, INT, JED, AL en END in de delegaties) || || || || || || || ||

XX 01 04 jj[26] || - zetel || || || || || || || ||

- delegaties || || || || || || || ||

XX 01 05 02 (AC, END, INT - onderzoek door derden) || || || || || || || ||

10 01 05 02 (AC, END, INT - eigen onderzoek) || || || || || || || ||

Ander begrotingsonderdeel (te vermelden) || || || || || || || ||

TOTAAL || || 4 || 1 || 0,5 || || || ||

XX is het beleidsterrein of de begrotingstitel

De benodigde personele middelen zullen worden gefinancierd uit de middelen die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

Beschrijving van de uit te voeren taken:

Ambtenaren en tijdelijk personeel || Directeur dir. D: toezicht houden op en beheren van de operatie, contacten onderhouden met de Raad en het Parlement voor de vaststelling van het besluit en de goedkeuring van het memorandum van overeenstemming, met de Oekraïense autoriteiten onderhandelen over het memorandum, verslagen beoordelen, inspectiebezoeken leiden en vooruitgang bij het naleven van de voorwaarden beoordelen. Eenheidshoofd/adjunct-eenheidshoofd dir. D: de directeur bijstaan bij het beheren van de operatie, het onderhouden van contacten met de Raad en het Parlement voor de vaststelling van het besluit en de goedkeuring van het memorandum van overeenstemming, met de Oekraïense autoriteiten onderhandelen over het memorandum en de leningsfaciliteitovereenkomst (samen met dir. L), het beoordelen van verslagen en van de vooruitgang bij het naleven van de voorwaarden. Deskeconomisten, sector MFB (dir. D): het besluit en het memorandum voorbereiden, contacten onderhouden met de autoriteiten en de IFI's, evaluatiebezoeken verrichten, voorbereiden van verslagen van de diensten van de Commissie en procedures voor het beheer van de bijstand, contacten onderhouden met externe deskundigen voor de operationele evaluatie en de evaluatie achteraf. Directoraat L (eenheden L4, L5 en L6 onder toezicht van de directeur): de leningsfaciliteitovereenkomst (LFA) voorbereiden, erover onderhandelen met de Oekraïense autoriteiten en ervoor zorgen dat deze wordt goedgekeurd door de bevoegde diensten van de Commissie en door beide partijen wordt ondertekend. Toezicht houden na de inwerkingtreding van de LFA. De besluiten van de Commissie inzake de leningtransactie(s) voorbereiden, de indiening van de verzoeken om middelen follow-up geven, de banken selecteren en de financieringstransactie(s) voorbereiden en uitvoeren, en de middelen aan Oekraïne uitkeren. De administratieve activiteiten verrichten voor de follow-up van de terugbetaling van de lening(en). De bijbehorende verslagen opstellen.

Extern personeel || N.v.t.

3.2.4.     Verenigbaarheid met het huidige meerjarige financiële kader

– X Het voorstel/initiatief is verenigbaar met het huidige meerjarige financiële kader.

3.2.5.     Bijdrage van derden aan de financiering

– X Het voorstel/initiatief voorziet niet in medefinanciering door derden.

3.3.        Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

X       Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten.

[1]               PB L 209 van 6.8.2002, blz. 22-23.

[2]               PB L 189 van 22.7.2010, blz. 28.

[3]               PB C […] van […], blz. […].

[4]               PB L 209 van 6.8.2002, blz. 22-23.

[5]               PB L 189 van 22.7.2010, blz. 28.

[6]               PB L 209 van 6.8.2002, blz. 22-23.

[7]               PB L 189 van 22.7.2010, blz. 28.

[8]              Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

[9]              Besluit 2010/427/EU van de Raad van 26 juli 2010 tot vaststelling van de organisatie en werking van de Europese Dienst voor extern optreden (PB L 201 van 3.8.2010, blz. 30).

[10]             Verordening (EG, Euratom) nr. 480/2009 van de Raad van 25 mei 2009 tot instelling van een Garantiefonds (PB L 145 van 10.6.2009, blz. 10).

[11]             Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1).

[12]             Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie van 29 oktober 2012 houdende uitvoeringsvoorschriften voor Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L 362 van 31.12.2012, blz. 1).

[13]             Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1).

[14]             Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).

[15]             Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor Fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248van 18.9.2013, blz. 1).

[16]             ABM: Activity Based Management – ABB: Activity Based Budgeting.

[17]             Nadere gegevens over de beheersvormen en verwijzingen naar het Financieel Reglement zijn beschikbaar op BudgWeb: http://www.cc.cec/budg/man/budgmanag/budgmanag_en.html

[18]             GK = gesplitste kredieten/NGK = niet-gesplitste kredieten.

[19]             EVA: Europese Vrijhandelsassociatie.

[20]             Kandidaat-lidstaten en, in voorkomend geval, potentiële kandidaat-lidstaten van de Westelijke Balkan.

[21]             Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of acties van de EU (vroegere "BA"-onderdelen), onderzoek door derden, eigen onderzoek.

[22]             Zoals beschreven in punt 1.4.2. "Specifieke doelstelling(en)…"

[23]             Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het voorstel/initiatief wordt begonnen.

[24]             Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of acties van de EU (vroegere "BA"-onderdelen), onderzoek door derden, eigen onderzoek.

[25]             AC= Agent Contractuel (arbeidscontractant); AL= Agent Local (plaatselijk functionaris); END= Expert National Détaché (gedetacheerd nationaal deskundige); INT = Intérimaire (uitzendkracht); JED= Jeune Expert en Délégation (jonge deskundige in delegaties).

[26]             Onder het maximum voor extern personeel uit beleidskredieten (vroegere "BA"-onderdelen).

Top